Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG, van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties zoals gewijzigd bij de Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 NOVEMBER 2008. - Wet tot omzetting van de Richtlijnen 2005/36/EG en 2006/100/EG en tot wijziging van de wetten van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect en 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten.
Titre
21 NOVEMBRE 2008. - Loi transposant les Directives 2005/36/CE et 2006/100/CE et modifiant les lois des 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte et 26 juin 1963 créant un Ordre des Architectes.
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling.
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
La présente loi transpose partiellement la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles modifiée par la Directive 2006/100/CE du Conseil du 20 novembre 2006 portant adaptation de certaines directives dans le domaine de la libre circulation des personnes en raison de l'adhésion de la Bulgarie et de la Roumanie.
La présente loi transpose partiellement la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles modifiée par la Directive 2006/100/CE du Conseil du 20 novembre 2006 portant adaptation de certaines directives dans le domaine de la libre circulation des personnes en raison de l'adhésion de la Bulgarie et de la Roumanie.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte.
Art. 2. In artikel 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 juli 1990, 29 maart 1995 en 8 oktober 2003, en bij de wet van 15 februari 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 worden de woorden " in de bijlage bij deze wet zoals deze is gewijzigd door de gepubliceerde bijwerkingen overeenkomstig artikel 7, § 2, van Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten. " vervangen door de woorden " in bijlage 1, b, bij deze wet, zoals die is gewijzigd door de gepubliceerde bijwerkingen in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 21, 7, alinea 2, van de Richtlijn 2005/36/EG, van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij de Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië. ";
2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
" § 2/1. De Belgische Staat erkent de in bijlage 2, a, bedoelde opleidingstitels van architect die door de andere lidstaten zijn afgegeven ter afsluiting van een opleiding waarmee uiterlijk gedurende het in de genoemde bijlage opgenomen referentieacademiejaar is begonnen, ook al voldoen deze titels niet aan de in bijlage 1 a, bedoelde minimumeisen. De Belgische Staat kent aan deze titels hetzelfde rechtsgevolg toe met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van architect op zijn grondgebied als aan de door hemzelf afgegeven opleidingstitels van architect.
De verklaringen van de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland als bewijs van de respectieve gelijkwaardigheid van de na 8 mei 1945 door de bevoegde autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek afgegeven opleidingstitels aan de in bijlage 2 a opgenomen titels, worden onder deze voorwaarden erkend. ";
3° er wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, luidende :
" § 2/2. Onverminderd paragraaf 2/1, zijn de verklaringen die aan onderdanen van de lidstaten zijn afgegeven door lidstaten die op de volgende tijdstippen een regeling kennen voor de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van architect, erkend :
1° 1 januari 1995 voor Oostenrijk, Finland en Zweden;
2° 1 mei 2004 voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije;
3° 1 januari 2007 voor Bulgarije en Roemenië;
4° 5 augustus 1987 voor de overige lidstaten.
De in het eerste lid bedoelde verklaringen bevestigen dat de houder ervan uiterlijk op deze datum toestemming heeft gekregen om de titel van architect te voeren, en dat hij in het kader van deze regeling de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van die verklaringen voorafgaan, gedurende tenminste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk heeft uitgeoefend. ";
4° in paragraaf 4 worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG ";
5° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidende :
" § 5. De artikelen 13 tot en met 17 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, zijn van toepassing op :
1° de aanvrager die niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening, zoals bedoeld in de paragrafen 2/1 en 2/2;
2° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel die niet is opgenomen in bijlage 1, b ;
3° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel van specialist die volgt op de opleiding leidend tot het bezit van een titel genoemd in bijlage 1, b, en alleen ten behoeve van de erkenning van het specialisme in kwestie, en onverminderd § 2 en onverminderd het in bijlage 2, b, bepaalde ten aanzien van de opleidingstitels afgeleverd door het voormalige Tsjechoslovakije, de Tsjechische republiek, Slowakije, de voormalige Sovjet-Unie, Estland, Letland, Litouwen, het voormalige Joegoslavië en Slovenië;
4° de aanvrager die voldoet aan de eisen van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, waar met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het beroep van architect een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt; ";
6° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, luidende :
" § 6. De architecten, begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties, hebben het recht gebruik te maken van academische titels die hun verleend zijn in de lidstaat van oorsprong, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van de lidstaat van herkomst. Deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend. Wanneer een academische titel van de lidstaat van oorsprong kan worden verward met een titel waarvoor een aanvullende opleiding is vereist die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de Orde van Architecten voorschrijven dat de begunstigde een academische titel van de lidstaat van oorsprong voert in een passende vorm ".
1° in paragraaf 2 worden de woorden " in de bijlage bij deze wet zoals deze is gewijzigd door de gepubliceerde bijwerkingen overeenkomstig artikel 7, § 2, van Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten. " vervangen door de woorden " in bijlage 1, b, bij deze wet, zoals die is gewijzigd door de gepubliceerde bijwerkingen in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 21, 7, alinea 2, van de Richtlijn 2005/36/EG, van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij de Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië. ";
2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
" § 2/1. De Belgische Staat erkent de in bijlage 2, a, bedoelde opleidingstitels van architect die door de andere lidstaten zijn afgegeven ter afsluiting van een opleiding waarmee uiterlijk gedurende het in de genoemde bijlage opgenomen referentieacademiejaar is begonnen, ook al voldoen deze titels niet aan de in bijlage 1 a, bedoelde minimumeisen. De Belgische Staat kent aan deze titels hetzelfde rechtsgevolg toe met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van architect op zijn grondgebied als aan de door hemzelf afgegeven opleidingstitels van architect.
De verklaringen van de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland als bewijs van de respectieve gelijkwaardigheid van de na 8 mei 1945 door de bevoegde autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek afgegeven opleidingstitels aan de in bijlage 2 a opgenomen titels, worden onder deze voorwaarden erkend. ";
3° er wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, luidende :
" § 2/2. Onverminderd paragraaf 2/1, zijn de verklaringen die aan onderdanen van de lidstaten zijn afgegeven door lidstaten die op de volgende tijdstippen een regeling kennen voor de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van architect, erkend :
1° 1 januari 1995 voor Oostenrijk, Finland en Zweden;
2° 1 mei 2004 voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije;
3° 1 januari 2007 voor Bulgarije en Roemenië;
4° 5 augustus 1987 voor de overige lidstaten.
De in het eerste lid bedoelde verklaringen bevestigen dat de houder ervan uiterlijk op deze datum toestemming heeft gekregen om de titel van architect te voeren, en dat hij in het kader van deze regeling de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van die verklaringen voorafgaan, gedurende tenminste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk heeft uitgeoefend. ";
4° in paragraaf 4 worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG ";
5° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidende :
" § 5. De artikelen 13 tot en met 17 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, zijn van toepassing op :
1° de aanvrager die niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening, zoals bedoeld in de paragrafen 2/1 en 2/2;
2° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel die niet is opgenomen in bijlage 1, b ;
3° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel van specialist die volgt op de opleiding leidend tot het bezit van een titel genoemd in bijlage 1, b, en alleen ten behoeve van de erkenning van het specialisme in kwestie, en onverminderd § 2 en onverminderd het in bijlage 2, b, bepaalde ten aanzien van de opleidingstitels afgeleverd door het voormalige Tsjechoslovakije, de Tsjechische republiek, Slowakije, de voormalige Sovjet-Unie, Estland, Letland, Litouwen, het voormalige Joegoslavië en Slovenië;
4° de aanvrager die voldoet aan de eisen van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, waar met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het beroep van architect een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt; ";
6° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, luidende :
" § 6. De architecten, begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties, hebben het recht gebruik te maken van academische titels die hun verleend zijn in de lidstaat van oorsprong, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van de lidstaat van herkomst. Deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend. Wanneer een academische titel van de lidstaat van oorsprong kan worden verward met een titel waarvoor een aanvullende opleiding is vereist die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de Orde van Architecten voorschrijven dat de begunstigde een academische titel van de lidstaat van oorsprong voert in een passende vorm ".
Art. 2. A l'article 1er de la loi du 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte, modifié par les arrêtés royaux des 6 juillet 1990, 29 mars 1995 et 8 octobre 2003 et par la loi du 15 février 2006 sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2 les mots " à l'annexe de la présente loi, telle qu'elle est modifiée par les mises à jour publiées au Journal Officiel des Communautés européennes, conformément à l'article 7, § 2, de la Directive 85/384/CEE du Conseil du 10 juin 1985 visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du domaine de l'architecture et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services sont remplacés par les mots " à l'annexe 1re, b, de la présente loi, telle qu'elle est modifiée par les mises à jour publiées au Journal officiel de l'Union européenne, conformément à l'article 21, 7, alinéa 2, de la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, modifiée par la Directive 2006/100/CE du Conseil du 20 novembre 2006 portant adaptation de certaines directives dans le domaine de la libre circulation des personnes en raison de l'adhésion de la Bulgarie et de la Roumanie. ";
2° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
" § 2/1. l'Etat belge reconnaît les titres de formation d'architecte visés à l'annexe 2, a, délivrés par les autres Etats membres et sanctionnant une formation qui a commencé au plus tard au cours de l'année académique de référence figurant à ladite annexe, même si ces titres ne répondent pas aux exigences minimales visées à l'annexe 1rea. L'Etat belge leur donne le même effet sur son territoire qu'aux titres de formation d'architecte qu'il délivre en ce qui concerne l'accès aux activités professionnelles d'architecte et leur exercice.
Sont reconnues, dans ces conditions, les attestations des autorités compétentes de la République fédérale d'Allemagne sanctionnant l'équivalence des titres de formation délivrés à partir du 8 mai 1945 par les autorités compétentes de la République démocratique allemande avec les titres figurant à l'annexe 2 a. ";
3° il est inséré un paragraphe 2/2, rédigé comme suit :
" § 2/2. Sans préjudice du paragraphe 2/1, sont reconnues les attestations délivrées aux ressortissants des Etats membres par les Etats membres qui ont édicté des règles en matière d'accès aux activités d'architecte et d'exercice de ces activités aux dates suivantes :
1° le 1er janvier 1995 pour l'Autriche, la Finlande et la Suède;
2° le 1er mai 2004 pour la République tchèque, l'Estonie, Chypre, la Lettonie, la Lituanie, la Hongrie, Malte, la Pologne, la Slovénie et la Slovaquie;
3° le 1er janvier 2007 pour la Bulgarie et la Roumanie;
4° le 5 août 1987 pour les autres Etats membres.
Les attestations visées à l'alinéa 1er certifient que leur titulaire a reçu l'autorisation de porter le titre professionnel d'architecte au plus tard à cette date et s'est consacré effectivement, dans le cadre des règles précitées, aux activités en cause pendant au moins trois années consécutives au cours des cinq années précédant la délivrance de l'attestation. ";
4° au paragraphe 4 les mots " Directive 85/384/CE " sont remplacés par les mots " Directive 2005/36/CE ";
5° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Les articles 13 à 17 de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE, sont d'application au :
1° demandeur qui ne remplit pas les conditions de pratique professionnelle effective et licite prévues aux paragraphes 2/1 et 2/2;
2° demandeur, détenteur d'un titre de formation ne figurant pas dans l'annexe 1re, b ;
3° demandeur, détenteur d'un titre de formation spécialisée, qui suit la formation conduisant à la possession d'un titre figurant à l'annexe 1re, b, et uniquement aux fins de reconnaissance de la spécialisation en question, et sans préjudice du § 2 et sans préjudice des dispositions dans l'annexe 2, b, concernant les titres de formations délivrés par l'ancienne Tchécoslovaquie, la République tchèque, la Slovaquie, l'ancienne Union soviétique, l'Estonie, la Lettonie, la Lituanie, l'ancienne Yougoslavie et la Slovénie;
4° demandeur remplissant les conditions prévues à l'article 2, § 3, de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE, où est assimilé à un titre de formation tout titre de formation délivré dans un pays tiers dès lors que son titulaire a, dans la profession d'architecte, une expérience professionnelle de trois ans sur le territoire de l'Etat membre qui a reconnu ledit titre et certifiée par celui-ci; ";
6° il est ajouté un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Les architectes, bénéficiaires de la reconnaissance des qualifications professionnelles ont le droit de faire usage du titre académique qui leur a été conféré dans l'Etat membre d'origine, et éventuellement de son abréviation, dans la langue de cet Etat. Ce titre doit être suivi des nom et lieu de l'établissement ou du jury qui l'a délivré. Lorsque le titre académique de l'Etat membre d'origine peut être confondu avec un titre exigeant une formation complémentaire non acquise par le bénéficiaire, l'Ordre des Architectes peut prescrire que celui-ci utilisera le titre académique de l'Etat membre d'origine dans une forme appropriée ".
1° au paragraphe 2 les mots " à l'annexe de la présente loi, telle qu'elle est modifiée par les mises à jour publiées au Journal Officiel des Communautés européennes, conformément à l'article 7, § 2, de la Directive 85/384/CEE du Conseil du 10 juin 1985 visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du domaine de l'architecture et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services sont remplacés par les mots " à l'annexe 1re, b, de la présente loi, telle qu'elle est modifiée par les mises à jour publiées au Journal officiel de l'Union européenne, conformément à l'article 21, 7, alinéa 2, de la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, modifiée par la Directive 2006/100/CE du Conseil du 20 novembre 2006 portant adaptation de certaines directives dans le domaine de la libre circulation des personnes en raison de l'adhésion de la Bulgarie et de la Roumanie. ";
2° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
" § 2/1. l'Etat belge reconnaît les titres de formation d'architecte visés à l'annexe 2, a, délivrés par les autres Etats membres et sanctionnant une formation qui a commencé au plus tard au cours de l'année académique de référence figurant à ladite annexe, même si ces titres ne répondent pas aux exigences minimales visées à l'annexe 1rea. L'Etat belge leur donne le même effet sur son territoire qu'aux titres de formation d'architecte qu'il délivre en ce qui concerne l'accès aux activités professionnelles d'architecte et leur exercice.
Sont reconnues, dans ces conditions, les attestations des autorités compétentes de la République fédérale d'Allemagne sanctionnant l'équivalence des titres de formation délivrés à partir du 8 mai 1945 par les autorités compétentes de la République démocratique allemande avec les titres figurant à l'annexe 2 a. ";
3° il est inséré un paragraphe 2/2, rédigé comme suit :
" § 2/2. Sans préjudice du paragraphe 2/1, sont reconnues les attestations délivrées aux ressortissants des Etats membres par les Etats membres qui ont édicté des règles en matière d'accès aux activités d'architecte et d'exercice de ces activités aux dates suivantes :
1° le 1er janvier 1995 pour l'Autriche, la Finlande et la Suède;
2° le 1er mai 2004 pour la République tchèque, l'Estonie, Chypre, la Lettonie, la Lituanie, la Hongrie, Malte, la Pologne, la Slovénie et la Slovaquie;
3° le 1er janvier 2007 pour la Bulgarie et la Roumanie;
4° le 5 août 1987 pour les autres Etats membres.
Les attestations visées à l'alinéa 1er certifient que leur titulaire a reçu l'autorisation de porter le titre professionnel d'architecte au plus tard à cette date et s'est consacré effectivement, dans le cadre des règles précitées, aux activités en cause pendant au moins trois années consécutives au cours des cinq années précédant la délivrance de l'attestation. ";
4° au paragraphe 4 les mots " Directive 85/384/CE " sont remplacés par les mots " Directive 2005/36/CE ";
5° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Les articles 13 à 17 de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE, sont d'application au :
1° demandeur qui ne remplit pas les conditions de pratique professionnelle effective et licite prévues aux paragraphes 2/1 et 2/2;
2° demandeur, détenteur d'un titre de formation ne figurant pas dans l'annexe 1re, b ;
3° demandeur, détenteur d'un titre de formation spécialisée, qui suit la formation conduisant à la possession d'un titre figurant à l'annexe 1re, b, et uniquement aux fins de reconnaissance de la spécialisation en question, et sans préjudice du § 2 et sans préjudice des dispositions dans l'annexe 2, b, concernant les titres de formations délivrés par l'ancienne Tchécoslovaquie, la République tchèque, la Slovaquie, l'ancienne Union soviétique, l'Estonie, la Lettonie, la Lituanie, l'ancienne Yougoslavie et la Slovénie;
4° demandeur remplissant les conditions prévues à l'article 2, § 3, de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE, où est assimilé à un titre de formation tout titre de formation délivré dans un pays tiers dès lors que son titulaire a, dans la profession d'architecte, une expérience professionnelle de trois ans sur le territoire de l'Etat membre qui a reconnu ledit titre et certifiée par celui-ci; ";
6° il est ajouté un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Les architectes, bénéficiaires de la reconnaissance des qualifications professionnelles ont le droit de faire usage du titre académique qui leur a été conféré dans l'Etat membre d'origine, et éventuellement de son abréviation, dans la langue de cet Etat. Ce titre doit être suivi des nom et lieu de l'établissement ou du jury qui l'a délivré. Lorsque le titre académique de l'Etat membre d'origine peut être confondu avec un titre exigeant une formation complémentaire non acquise par le bénéficiaire, l'Ordre des Architectes peut prescrire que celui-ci utilisera le titre académique de l'Etat membre d'origine dans une forme appropriée ".
Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidende :
" § 5. De begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties moeten beschikken over de talenkennis die voor de uitoefening van het beroep van architect in België vereist is. "
" § 5. De begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties moeten beschikken over de talenkennis die voor de uitoefening van het beroep van architect in België vereist is. "
Art. 3. L'article 2 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2006, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Les bénéficiaires de la reconnaissance des qualifications professionnelles doivent avoir les connaissances linguistiques nécessaires à l'exercice de la profession d'architecte en Belgique. "
" § 5. Les bénéficiaires de la reconnaissance des qualifications professionnelles doivent avoir les connaissances linguistiques nécessaires à l'exercice de la profession d'architecte en Belgique. "
Art. 4. In dezelfde wet wordt de bijlage vervangen door de bijlagen 1a, 1b, 2a en 2b gevoegd bij deze wet.
Art. 4. Dans la même loi, l'annexe est remplacée par les annexes 1rea, 1reb, 2a et 2b jointes à la présente loi.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten.
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des Architectes.
Art. 5. In artikel 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 1990, worden de woorden " tweede of derde lid " vervangen door de woorden " eerste of tweede lid van § 2 ".
Art. 5. Dans l'article 5 de la loi du 26 juin 1963 créant un Ordre des Architectes, modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 1990, les mots " deuxième ou troisième alinéas " sont remplacés par les mots " premier ou deuxième alinéa du § 2 ".
Art. 6. In artikel 8 van dezelfde wet gewijzigd bij de wetten van 10 februari 1998 en 15 februari 2006 en de koninklijke besluiten van 12 september 1990 en 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bestaande tekst van het eerste lid zal paragraaf 1 vormen;
2° de bestaande tekst van het tweede lid zal het eerste lid van paragraaf 2 vormen;
3° de bestaande tekst van het derde lid, die het tweede lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt vervangen als volgt :
" In geval, in het kader van het vrij verrichten van diensten de onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, alsook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland vanaf het ogenblik dat de Richtlijn 2005/36/EG op deze landen van toepassing is, zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van architect uit te oefenen, stellen deze vooraf door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid, de Orde van Architecten hiervan in kennis. Zij worden door de Orde van Architecten ingeschreven in het register van de dienstverrichting. ";
4° in de bestaande tekst van het vierde lid, die het derde lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt 3° vervangen als volgt :
" 3° in het geval noch het beroep noch de opleiding die toegang verleent tot het beroep gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, een attest waaruit blijkt dat de dienstverrichter het beroep van architect in de tien jaren die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend; ";
5° de bestaande tekst van het vierde lid, die het derde lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt aangevuld als volgt :
" 5° een bewijs van de nationaliteit van de dienstverrichter. ";
6° in de bestaande tekst van het laatste lid, die het vijfde lid van § 2 zal vormen, worden de woorden " lid 2 en 3 van dit artikel " vervangen door de woorden " het eerste en het tweede lid ".
1° de bestaande tekst van het eerste lid zal paragraaf 1 vormen;
2° de bestaande tekst van het tweede lid zal het eerste lid van paragraaf 2 vormen;
3° de bestaande tekst van het derde lid, die het tweede lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt vervangen als volgt :
" In geval, in het kader van het vrij verrichten van diensten de onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, alsook IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland vanaf het ogenblik dat de Richtlijn 2005/36/EG op deze landen van toepassing is, zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van architect uit te oefenen, stellen deze vooraf door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid, de Orde van Architecten hiervan in kennis. Zij worden door de Orde van Architecten ingeschreven in het register van de dienstverrichting. ";
4° in de bestaande tekst van het vierde lid, die het derde lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt 3° vervangen als volgt :
" 3° in het geval noch het beroep noch de opleiding die toegang verleent tot het beroep gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, een attest waaruit blijkt dat de dienstverrichter het beroep van architect in de tien jaren die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste twee jaar heeft uitgeoefend; ";
5° de bestaande tekst van het vierde lid, die het derde lid van paragraaf 2 zal vormen, wordt aangevuld als volgt :
" 5° een bewijs van de nationaliteit van de dienstverrichter. ";
6° in de bestaande tekst van het laatste lid, die het vijfde lid van § 2 zal vormen, worden de woorden " lid 2 en 3 van dit artikel " vervangen door de woorden " het eerste en het tweede lid ".
Art. 6. A l'article 8 de la même loi, modifié par les lois des 10 février 1998 et 15 février 2006 et les arrêtés royaux des 12 septembre 1990 et 17 septembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
1° le texte actuel du premier alinéa formera le paragraphe 1er;
2° le texte actuel du deuxième alinéa formera l'alinéa premier du paragraphe 2;
3° le texte actuel du troisième alinéa, qui formera l'alinéa 2 du paragraphe 2, est remplacé par la disposition suivante :
" Au cas où, dans le cadre de la libre prestation de services, les ressortissants des Etats membres de la Communauté européenne, ainsi que l'Islande, le Liechtenstein, la Norvège et la Suisse dès que la Directive 2005/36/CE s'appliquera à ces pays, se déplacent vers le territoire de la Belgique pour la première fois pour exercer, de façon temporaire et occasionnelle, la profession d'architecte, ils en informent préalablement l'Ordre des architectes par une déclaration écrite comprenant les informations relatives aux couvertures d'assurance ou autres moyens de protection personnelle ou collective concernant la responsabilité professionnelle. Ils sont inscrits par l'Ordre des Architectes dans le registre des prestataires de services. ";
4° dans le texte actuel de l'alinéa 4, qui formera l'alinéa 3 du paragraphe 2, le 3° est remplacé comme suit :
" 3° au cas où ni la profession ni la formation conduisant à la profession n'est réglementée dans l'Etat membre d'établissement, d'une attestation certifiant que l'intéressé a acquis une expérience pratique d'au moins deux ans au cours des dix années qui précèdent la prestation; ";
5° le texte actuel de l'alinéa 4, qui formera l'alinéa 3 du paragraphe 2, est complété comme suit :
" 5° d'une preuve de la nationalité du prestataire. ";
6° dans le texte actuel du dernier alinéa qui formera l'alinéa 5 du § 2, les mots " aux alinéas 2 et 3 du présent article " sont remplacés par les mots " aux alinéas 1er et 2 ".
1° le texte actuel du premier alinéa formera le paragraphe 1er;
2° le texte actuel du deuxième alinéa formera l'alinéa premier du paragraphe 2;
3° le texte actuel du troisième alinéa, qui formera l'alinéa 2 du paragraphe 2, est remplacé par la disposition suivante :
" Au cas où, dans le cadre de la libre prestation de services, les ressortissants des Etats membres de la Communauté européenne, ainsi que l'Islande, le Liechtenstein, la Norvège et la Suisse dès que la Directive 2005/36/CE s'appliquera à ces pays, se déplacent vers le territoire de la Belgique pour la première fois pour exercer, de façon temporaire et occasionnelle, la profession d'architecte, ils en informent préalablement l'Ordre des architectes par une déclaration écrite comprenant les informations relatives aux couvertures d'assurance ou autres moyens de protection personnelle ou collective concernant la responsabilité professionnelle. Ils sont inscrits par l'Ordre des Architectes dans le registre des prestataires de services. ";
4° dans le texte actuel de l'alinéa 4, qui formera l'alinéa 3 du paragraphe 2, le 3° est remplacé comme suit :
" 3° au cas où ni la profession ni la formation conduisant à la profession n'est réglementée dans l'Etat membre d'établissement, d'une attestation certifiant que l'intéressé a acquis une expérience pratique d'au moins deux ans au cours des dix années qui précèdent la prestation; ";
5° le texte actuel de l'alinéa 4, qui formera l'alinéa 3 du paragraphe 2, est complété comme suit :
" 5° d'une preuve de la nationalité du prestataire. ";
6° dans le texte actuel du dernier alinéa qui formera l'alinéa 5 du § 2, les mots " aux alinéas 2 et 3 du présent article " sont remplacés par les mots " aux alinéas 1er et 2 ".
Art. 7. In artikel 11, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, worden de woorden " ten minste vijfendertig jaar oud zijn " vervangen door de woorden " ten minste dertig en ten hoogste vijfenzestig jaar zijn ".
Art. 7. A l'article 11, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 1er mars 2007, les mots " âgés de trente-cinq ans au moins " sont remplacés par les mots " âgés de trente ans au moins et de soixante-cinq ans au plus ".
Art. 8. In artikel 17 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 oktober 2003, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 1 " en worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste lid ";
2° in paragraaf 2 worden de woorden " eerste en tweede lid " telkens vervangen door de woorden " § 1 en § 2, eerste lid " en worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ".
1° in paragraaf 1, derde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 oktober 2003, worden de woorden " eerste lid " vervangen door de woorden " § 1 " en worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste lid ";
2° in paragraaf 2 worden de woorden " eerste en tweede lid " telkens vervangen door de woorden " § 1 en § 2, eerste lid " en worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ".
Art. 8. Dans l'article 17 de la même loi, remplacé par l'arrêté royal du 17 septembre 2000, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, modifié par l'arrêté royal du 8 octobre 2003, les mots " premier alinéa " sont remplacés par les mots " § 1er " et les mots " deuxième alinéa " sont remplacés par les mots " § 2, premier alinéa ";
2° dans le paragraphe 2, les mots " premier et deuxième alinéas " sont chaque fois remplacés par les mots " § 1er et § 2, premier alinéa " et les mots " Directive 85/384/CEE du Conseil du 10 juin 1985 visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du domaine de l'architecture et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services " sont remplacés par les mots " Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, modifié par l'arrêté royal du 8 octobre 2003, les mots " premier alinéa " sont remplacés par les mots " § 1er " et les mots " deuxième alinéa " sont remplacés par les mots " § 2, premier alinéa ";
2° dans le paragraphe 2, les mots " premier et deuxième alinéas " sont chaque fois remplacés par les mots " § 1er et § 2, premier alinéa " et les mots " Directive 85/384/CEE du Conseil du 10 juin 1985 visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du domaine de l'architecture et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services " sont remplacés par les mots " Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ".
Art. 9. In artikel 20 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de woorden " tweede en derde lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste en tweede lid " en de woorden " derde lid " door de woorden " § 2, tweede lid ".
Art. 9. Dans l'article 20 de la même loi, remplacé par l'arrêté royal du 17 septembre 2000, les mots " alinéas 2 et 3 " sont remplacés par les mots " § 2, alinéas 1er et 2 " et les mots " troisième alinéa " sont remplacés par les mots " § 2, deuxième alinéa ".
Art. 10. In artikel 21 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste lid ";
2° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 12 september 1990, worden de woorden " derde lid " vervangen door de woorden " tweede lid van § 2 ".
1° in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " § 2, eerste lid ";
2° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 12 september 1990, worden de woorden " derde lid " vervangen door de woorden " tweede lid van § 2 ".
Art. 10. Dans l'article 21 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, premier alinéa, modifié par l'arrêté royal du 17 septembre 2000, les mots " deuxième alinéa " sont remplacés par les mots " § 2, premier alinéa ";
2° dans le paragraphe trois, premier alinéa, inséré par la loi du 12 septembre 1990, les mots " troisième alinéa " sont remplacés par les mots " deuxième alinéa du § 2 ".
1° dans le paragraphe 2, premier alinéa, modifié par l'arrêté royal du 17 septembre 2000, les mots " deuxième alinéa " sont remplacés par les mots " § 2, premier alinéa ";
2° dans le paragraphe trois, premier alinéa, inséré par la loi du 12 septembre 1990, les mots " troisième alinéa " sont remplacés par les mots " deuxième alinéa du § 2 ".
Art. 11. In artikel 26, vierde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 juli 2006, worden de woorden " Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten " vervangen door de woorden " Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ".
Art. 11. A l'article 26, alinéa 4, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 7 juillet 2006, les mots " Directive 85/384/CEE du Conseil du 10 juin 1985 visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du domaine de l'architecture et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services " sont remplacés par les mots " Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles ".
Art. 12. Artikel 38 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006, wordt aangevuld als volgt :
" 10° nauw samenwerken en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten van, naar gelang het geval, de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat volgens de bepalingen van titel V van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. ".
" 10° nauw samenwerken en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten van, naar gelang het geval, de lidstaat van oorsprong of de ontvangende lidstaat volgens de bepalingen van titel V van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. ".
Art. 12. L'article 38 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 15 février 2006, est complété comme suit :
" 10° collaborer étroitement et échanger des informations avec, selon le cas, les autorités compétentes de l'Etat membre d'origine ou de l'Etat membre d'accueil selon les dispositions du titre V de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE. ".
" 10° collaborer étroitement et échanger des informations avec, selon le cas, les autorités compétentes de l'Etat membre d'origine ou de l'Etat membre d'accueil selon les dispositions du titre V de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE. ".
Art. 13. In artikel 38bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste, tweede en derde lid worden de woorden " derde lid " telkens vervangen door de woorden " § 2, tweede lid ";
2° in het derde lid worden de woorden " voornoemde Richtlijn 85/384/EEG van de Raad " vervangen door de woorden " voornoemde Richtlijn 2005/36/EG ".
1° in het eerste, tweede en derde lid worden de woorden " derde lid " telkens vervangen door de woorden " § 2, tweede lid ";
2° in het derde lid worden de woorden " voornoemde Richtlijn 85/384/EEG van de Raad " vervangen door de woorden " voornoemde Richtlijn 2005/36/EG ".
Art. 13. Dans l'article 38bis de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 2000, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans les alinéas premier, deux et trois, les mots " alinéa 3 " sont chaque fois remplacés par les mots " § 2, alinéa 2 ";
2° dans l'alinéa 3 les mots " Directive 85/384/CEE précitée du Conseil " sont remplacés par les mots " la Directive 2005/36/CE précitée. ".
1° dans les alinéas premier, deux et trois, les mots " alinéa 3 " sont chaque fois remplacés par les mots " § 2, alinéa 2 ";
2° dans l'alinéa 3 les mots " Directive 85/384/CEE précitée du Conseil " sont remplacés par les mots " la Directive 2005/36/CE précitée. ".
Art. 14. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 49bis ingevoegd, luidende :
" Art. 49bis. De Koning bepaalt het bedrag van de zitpenningen en de vergoedingen, die worden toegekend :
- aan de leden en hun plaatsvervangers van de raden van de Orde en van de nationale raad van de Orde van de Vlaamse Raad en de Franstalige en Duitstalige Raad, en van de raden van beroep, alsmede van de rechtskundige bijzitters en hun plaatsvervangers;
- aan de leden van de Orde op wie de Orde een beroep doet in het kader van een commissie, een werkgroep of iedere andere opdracht in naam van de Orde;
Zij ontvangen van de Orde geen andere vergoeding of zitpenning. Hun verplaatsingsonkosten voor rekening van de Orde worden terugbetaald, in overeenstemming met de terugbetalingstarieven die van toepassing zijn op de federale ambtenaren. "
" Art. 49bis. De Koning bepaalt het bedrag van de zitpenningen en de vergoedingen, die worden toegekend :
- aan de leden en hun plaatsvervangers van de raden van de Orde en van de nationale raad van de Orde van de Vlaamse Raad en de Franstalige en Duitstalige Raad, en van de raden van beroep, alsmede van de rechtskundige bijzitters en hun plaatsvervangers;
- aan de leden van de Orde op wie de Orde een beroep doet in het kader van een commissie, een werkgroep of iedere andere opdracht in naam van de Orde;
Zij ontvangen van de Orde geen andere vergoeding of zitpenning. Hun verplaatsingsonkosten voor rekening van de Orde worden terugbetaald, in overeenstemming met de terugbetalingstarieven die van toepassing zijn op de federale ambtenaren. "
Art. 14. _ Au Chapitre III de la même loi, il est inséré un article 49bis, rédigé comme suit :
" Art. 49bis. Le Roi fixe le montant des jetons de présence et/ou des indemnités alloués :
- aux membres et à leurs suppléants des conseils de l'Ordre, du conseil national, du Conseil flamand et du Conseil francophone et germanophone, et des conseils d'appel, ainsi qu'aux assesseurs juridiques et à leurs suppléants;
- aux membres de l'Ordre à qui l'Ordre ferait appel dans le cadre d'une commission, d'un groupe de travail ou de toute autre mission au nom de l'Ordre.
Ils ne peuvent recevoir de l'Ordre d'autres indemnités ou jetons de présence. Ils reçoivent un remboursement de leurs frais de déplacement pour le compte de l'Ordre, conformément aux tarifs de remboursement valables pour les fonctionnaires fédéraux. "
" Art. 49bis. Le Roi fixe le montant des jetons de présence et/ou des indemnités alloués :
- aux membres et à leurs suppléants des conseils de l'Ordre, du conseil national, du Conseil flamand et du Conseil francophone et germanophone, et des conseils d'appel, ainsi qu'aux assesseurs juridiques et à leurs suppléants;
- aux membres de l'Ordre à qui l'Ordre ferait appel dans le cadre d'une commission, d'un groupe de travail ou de toute autre mission au nom de l'Ordre.
Ils ne peuvent recevoir de l'Ordre d'autres indemnités ou jetons de présence. Ils reçoivent un remboursement de leurs frais de déplacement pour le compte de l'Ordre, conformément aux tarifs de remboursement valables pour les fonctionnaires fédéraux. "
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling.
CHAPITRE 4. - Disposition finale.
Art. 15. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, is titel II van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties van toepassing op de dienstverrichters die zich naar het grondgebied van België begeven om er tijdelijk en incidenteel het gereglementeerd beroep van architect uit te oefenen.
Voor de toepassing van deze titel, moet worden verstaan onder :
- beroep : het beroep van architect
- bevoegde Belgische autoriteit : de Orde van Architecten.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 november 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
Mevr. S. LARUELLE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
J. VANDEURZEN
Voor de toepassing van deze titel, moet worden verstaan onder :
- beroep : het beroep van architect
- bevoegde Belgische autoriteit : de Orde van Architecten.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 november 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
Mevr. S. LARUELLE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
J. VANDEURZEN
Art. 15. Sans préjudice des dispositions de l'article 4, le titre II de la loi du 12 février 2008 instaurant un nouveau cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles CE, est d'application aux prestataires de service qui se déplacent vers le territoire de la Belgique pour la première fois pour y exercer, de façon temporaire et occasionnelle, la profession d'architecte.
Pour l'application dudit titre, on entend par :
- profession : la profession d'architecte
- autorité compétente belge : l'Ordre des Architectes
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 21 novembre 2008.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre des P.M.E., des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique scientifique,
Mme S. LARUELLE
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
J. VANDEURZEN
Pour l'application dudit titre, on entend par :
- profession : la profession d'architecte
- autorité compétente belge : l'Ordre des Architectes
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 21 novembre 2008.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre des P.M.E., des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique scientifique,
Mme S. LARUELLE
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
J. VANDEURZEN
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 1a bij de wet van 21 november2008 tot omzetting van de richtlijnen 2005/36/EG en 2006/100/EG en tot wijziging van de wetten van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect en 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architect.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 11-02-2009, p. 11600-11627).
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 11-02-2009, p. 11600-11627).
Art. N. Annexe 1a à la loi du 21 novembre 2008 transposant les directives 2005/36/CE et 2006/100/CE et modifiant les lois des 20 février 1939 sur la protection du titre et de la profession d'architecte et 26 juin 1963 créant un Ordre des architectes.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-02-2009, p. 11600-11627).
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 11-02-2009, p. 11600-11627).