Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 NOVEMBER 2006. - Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en van het ontgaan van belasting n van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 27 november 2006 (VERTALING).
Titre
27 NOVEMBRE 2006. - Convention entre le Gouvernement du Royaume de Belgique et le Gouvernement des Etats-Unis d'Amérique tendant à éviter la double imposition et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu, signée à Bruxelles le 27 novembre 2006.
Tekst (61)
Texte (61)
ALGEMENE REIKWIJDTE.
CHAMP D'APPLICATION GENERAL.
Artikel 1. 1. Deze Overeenkomst is enkel van toepassing op personen die inwoner zijn van één of van beide overeenkomstsluitende Staten, tenzij anders bepaald in de Overeenkomst.
  2. Behoudens het bepaalde in artikel 22 (Vermijding van dubbele belasting), paragraaf 4, subparagraaf a), zal de Overeenkomst op geen enkele wijze enig voordeel beperken dat nu of later is toegestaan :
  a) overeenkomstig de wetgeving van beide overeenkomstsluitende Staten; of
  b) door enige andere overeenkomst waarbij de overeenkomstsluitende Staten partij zijn.
  3. a) Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, subparagraaf b) van dit artikel :
  i) gaan de overeenkomstsluitende Staten akkoord dat, voor de toepassing van paragraaf 3 van artikel XXII (Overleg) van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, elke kwestie aangaande de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst en in het bijzonder de vraag of een belastingmaatregel onder de reikwijdte van deze Overeenkomst valt, uitsluitend beslist wordt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 24 (Regeling voor onderling overleg) van deze Overeenkomst; en
  ii) zijn de bepalingen van artikel XVII van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten niet van toepassing op een belastingmaatregel tenzij de bevoegde autoriteiten overeenkomen dat de maatregel niet valt onder de reikwijdte van artikel 23 (Non-discriminatie) van deze Overeenkomst.
  b) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder " maatregel " verstaan een wet, voorschrift, regel, procedure, beslissing, bestuursrechtelijke maatregel of een daarmee vergelijkbare bepaling of maatregel.
  4. Behoudens voor zover anders bepaald in paragaaf 5, heeft deze Overeenkomst geen invloed op de belastingheffing die een overeenkomstsluitende Staat toepast op zijn inwoners (zoals bepaald in artikel 4 (Inwoner)) en op zijn staatsburgers. Een voormalig staatsburger of een persoon die voorheen gedurende een lange periode inwoner was van een overeenkomstsluitende Staat kan, niettegenstaande de andere bepalingen van deze Overeenkomst, gedurende een tijdvak van tien jaar na het verlies van die hoedanigheid, worden belast overeenkomstig de wetgeving van die overeenkomstsluitende Staat.
  5. De bepalingen van paragraaf 4 hebben geen invloed op :
  a) de voordelen die door een overeenkomstsluitende Staat worden verleend overeenkomstig artikel 9 (Afhankelijke ondernemingen), paragraaf 2, artikel 17 (Pensioenen, sociale zekerheid, lijfrenten en uitkeringen tot onderhoud), paragrafen 1 b), 2, 5, 6 en 9, en de artikelen 22 (Vermijding van dubbele belasting), 23 (Non-discriminatie) en 24 (Regeling voor onderling overleg); en
  b) de voordelen die overeenkomstig artikel 17 (Pensioenen, sociale zekerheid, lijfrenten en uitkeringen tot onderhoud), paragraaf 7, en de artikelen 18 (Overheidsfuncties), 19 (Studenten, stagiairs, leraren en onderzoekers) en 27 (Leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten) door een overeenkomstsluitende Staat worden verleend aan natuurlijke personen die geen staatsburger zijn van die Staat en ook geen vergunning kregen voor duurzaam verblijf aldaar.
  6. Een inkomensbestanddeel, winst of voordelen, verkregen via een entiteit die fiscaal transparant is overeenkomstig de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Staten, wordt beschouwd als zijnde verkregen door een inwoner van een Staat voor zover het bestanddeel voor de toepassing van de belastingwetgeving van die overeenkomstsluitende Staat wordt behandeld als inkomen, winst of voordelen van een inwoner.
Article 1. 1. La présente Convention ne s'applique qu'aux personnes qui sont des résidents d'un Etat contractant ou des deux Etats contractants, sauf dispositions contraires de la Convention.
  2. Sous réserve de la disposition de l'article 22, paragraphe 4, a) (Prévention de la double imposition), la Convention ne restreint en aucune manière les avantages qui sont ou pourront être accordés :
  a) par la législation de l'un ou l'autre des Etats contractants; ou
  b) par tout autre accord auquel les Etats contractants sont parties.
  3. a) Nonobstant les dispositions du paragraphe 2, b) du présent article :
  i) aux fins du paragraphe 3 de l'article XXII (Consultations) de l'Accord général sur le Commerce des Services, les Etats contractants conviennent que toute question relative à l'interprétation ou l'application de la présente Convention et, notamment, la question de savoir si une mesure fiscale relève de la présente Convention, sera tranchée exclusivement conformément aux dispositions de l'article 24 (Procédure amiable) de la présente Convention; et
  ii) les dispositions de l'article XVII de l'Accord général sur le Commerce des Services ne s'appliquent pas à une mesure fiscale sauf si les autorités compétentes conviennent que la mesure ne relève pas de l'article 23 (Non-discrimination) de la présente Convention.
  b) Aux fins du présent paragraphe, le terme " mesure " désigne les lois, dispositions réglementaires, procédures, décisions, actes administratifs ainsi que toute autre disposition ou acte analogue.
  4. Sauf dans la mesure prévue au paragraphe 5, la présente Convention n'affecte pas l'imposition par un Etat contractant de ses résidents (tels que définis à l'article 4 (Résident)) et de ses citoyens. Nonobstant les autres dispositions de la présente Convention, un ancien citoyen ou un ancien résident de longue durée d'un Etat contractant est imposable conformément à la législation de cet Etat contractant pendant la période de dix ans qui suit la perte de ce statut.
  5. Les dispositions du paragraphe 4 n'affectent pas :
  a) les avantages accordés par un Etat contractant en vertu de l'article 9 (Entreprises associées), paragraphe 2, de l'article 17 (Pensions, sécurité sociale, rentes et rentes alimentaires), paragraphes 1er b), 2, 5, 6 et 9 et des articles 22 (Prévention de la double imposition), 23 (Non-discrimination) et 24 (Procédure amiable); et
  b) les avantages accordés par un Etat contractant en vertu de l'article 17 (Pensions, sécurité sociale, rentes et rentes alimentaires), paragraphe 7, des articles 18 (Fonctions publiques), 19 (Etudiants, stagiaires, enseignants et chercheurs) et 27 (Membres des missions diplomatiques et postes consulaires), à des personnes physiques qui ne sont pas des citoyens de cet Etat et qui n'ont pas été admis à y résider de manière permanente.
  6. Un élément de revenu, bénéfice ou gain perçu par l'intermédiaire d'une entité qui est fiscalement transparente au regard de la législation de l'un ou l'autre des Etats contractants est considéré comme perçu par un résident d'un Etat dans la mesure où cet élément est traité, aux fins de la législation fiscale de cet Etat contractant, comme un revenu, bénéfice ou gain d'un résident.
BELASTINGEN WAAROP DE OVEREENKOMST VAN TOEPASSING IS.
IMPOTS VISES.
Art. 2. 1. Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een overeenkomstsluitende Staat.
  2. Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, of naar bestanddelen van het inkomen, daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van goederen.
  3. De bestaande belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is, zijn :
  a) in België :
  i) de personenbelasting;
  ii) de vennootschapsbelasting;
  iii) de rechtspersonenbelasting;
  iv) de belasting van niet-inwoners
  met inbegrip van de voorheffingen en de opcentiemen op die belastingen en voorheffingen;
  b) in de Verenigde Staten :
  i) de federale inkomstenbelastingen (Federal Income Taxes) opgelegd door de Internal Revenue Code (maar met uitzondering van de sociale zekerheidsbelastingen); en
  ii) de federale accijnzen met betrekking tot particuliere stichtingen.
  4. De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van de ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten delen elkaar de in hun onderscheiden belastingwetten of andere wetten aangebrachte wijzigingen mee die de verplichtingen die ze krachtens deze Overeenkomst hebben in belangrijke mate beïnvloeden.
Art. 2. 1. La présente Convention s'applique aux impôts sur le revenu perçus pour le compte d'un Etat contractant, quel que soit le système de perception.
  2. Sont considérés comme impôts sur le revenu les impôts perçus sur le revenu total ou sur des éléments du revenu, y compris les impôts sur les gains provenant de l'aliénation de biens.
  3. Les impôts actuels auxquels s'applique la présente Convention sont :
  a) en ce qui concerne la Belgique :
  i) l'impôt des personnes physiques;
  ii) l'impôt des sociétés;
  iii) l'impôt des personnes morales; et
  iv) l'impôt des non-résidents;
  y compris les précomptes et les additionnels auxdits impôts et précomptes;
  b) en ce qui concerne les Etats-Unis :
  i) les impôts fédéraux sur le revenu (Federal income taxes) prévus par l'Internal Revenue Code (à l'exclusion toutefois des prélèvements de sécurité sociale); et
  ii) les droits d'accise fédéraux concernant les fondations privées.
  4. La Convention s'applique aussi aux impôts de nature identique ou analogue qui seraient établis après la date de signature de la Convention et qui s'ajouteraient aux impôts actuels ou qui les remplaceraient. Les autorités compétentes des Etats contractants se communiquent les modifications apportées à leurs législations respectives, fiscales ou autres, qui affectent de manière significative les obligations qui leur incombent en vertu de la présente Convention.
ALGEMENE BEPALINGEN.
DEFINITIONS GENERALES.
Art. 3. 1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij het zinsverband anders vereist :
  a) omvat de uitdrukking " persoon " een natuurlijke persoon, een nalatenschap, een trust, een deelgenootschap (partnership), een vennootschap en elke andere vereniging van personen;
  b) betekent de uitdrukking " vennootschap " elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld overeenkomstig de wetgeving van de Staat waarin de vennootschap is opgericht;
  c) betekenen de uitdrukkingen " onderneming van een overeenkomstsluitende Staat " en " onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat " respectievelijk een onderneming gedreven door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat; de uitdrukkingen omvatten eveneens een onderneming gedreven door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat met behulp van een entiteit die in die overeenkomstsluitende Staat wordt behandeld als zijnde fiscaal transparant;
  d) heeft de uitdrukking " onderneming " betrekking op het uitoefenen van eender welk bedrijf;
  e) omvat de uitdrukking " bedrijf " het uitoefenen van een vrij beroep en het uitoefenen van andere werkzaamheden van zelfstandige aard;
  f) betekent de uitdrukking " internationaal verkeer " elk vervoer door een schip of luchtvaartuig, behalve indien zulk vervoer slechts tussen in een overeenkomstsluitende Staat gelegen plaatsen plaatsvindt;
  g) betekent de uitdrukking " bevoegde autoriteit " :
  i) in België : de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger; en
  ii) in de Verenigde Staten : de Secretary of the Treasury of zijn vertegenwoordiger;
  h) betekent de uitdrukking " België " het Koninkrijk België; in aardrijkskundig verband gebruikt betekent zij het grondgebied van België en omvat zij de territoriale zee en de zeebodem en de ondergrond en de boven de zeebodem gelegen wateren van de aan de territoriale zee grenzende onderzeese gebieden, waarover België, in overeenstemming met het internationaal recht, soevereine rechten uitoefent;
  i) betekent de uitdrukking " de Verenigde Staten " de Verenigde Staten van Amerika, en omvat ze de staten daarvan en het District van Columbia; die uitdrukking omvat eveneens de daartoe behorende territoriale zee en de zeebodem en de ondergrond van de daaraan grenzende onderzeese gebieden, waarover de Verenigde Staten soevereine rechten uitoefenen in overeenstemming met het internationaal recht; de uitdrukking omvat echter niet Puerto Rico, de Maagdeneilanden, Guam of enig ander bezit of gebied van de Verenigde Staten;
  j) betekent de uitdrukking " onderdaan " van een overeenkomstsluitende Staat :
  i) elke natuurlijke persoon die de nationaliteit of het staatsburgerschap van die Staat bezit; en
  ii) elke rechtspersoon, deelgenootschap (partnership) of vereniging die zijn rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in die Staat van kracht is;
  k) betekent de uitdrukking " pensioenfonds " elke persoon die in een overeenkomstsluitende Staat gevestigd is en :
  i) zich voornamelijk bezighoudt :
  A) met het beheren van of het verschaffen van pensioenuitkeringen; of
  B) met het verwerven van inkomsten ten voordele van één of meer in A) omschreven regelingen; en
  ii) die ofwel :
  A) wat België betreft, een naar Belgisch recht opgerichte entiteit is die wordt gereguleerd door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen; of
  B) wat de Verenigde Staten betreft, in de Verenigde Staten van belasting is vrijgesteld met betrekking tot de in zin i) van deze subparagraaf omschreven werkzaamheden.
  2. Voor de toepassing van de Overeenkomst op enig ogenblik door een overeenkomstsluitende Staat heeft, tenzij het zinsverband anders vereist of de bevoegde autoriteiten conform de bepalingen van artikel 24 (Regeling voor onderling overleg) overeenstemming bereiken over een gemeenschappelijke betekenis, elke niet erin omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat ogenblik heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Elke betekenis overeenkomstig de belastingwetgeving die in die Staat van toepassing is, heeft voorrang op een betekenis die aan die uitdrukking wordt gegeven overeenkomstig andere wetten van die Staat.
Art. 3. 1. Au sens de la présente Convention, à moins que le contexte n'exige une interprétation différente :
  a) le terme " personne " comprend les personnes physiques, les successions, les trusts, les sociétés de personnes (partnerships), les sociétés et tous autres groupements de personnes;
  b) le terme " société " désigne toute personne morale ou toute entité qui est considérée comme une personne morale aux fins d'imposition dans l'Etat où elle a été constituée;
  c) les expressions " entreprise d'un Etat contractant " et " entreprise de l'autre Etat contractant " désignent respectivement une entreprise exploitée par un résident d'un Etat contractant et une entreprise exploitée par un résident de l'autre Etat contractant; ces expressions comprennent également une entreprise exploitée par un résident d'un Etat contractant par l'intermédiaire d'une entité considérée comme fiscalement transparente dans cet Etat contractant;
  d) le terme " entreprise " s'applique à l'exercice de toute activité ou affaire;
  e) le terme " activité ", par rapport à une entreprise, et " affaires " comprennent l'exercice de professions libérales ou d'autres activités de caractère indépendant;
  f) l'expression " trafic international " désigne tout transport effectué par un navire ou un aéronef, sauf lorsque ce transport n'est effectué qu'entre des points situés dans un Etat contractant;
  g) l'expression " autorité compétente " désigne :
  i) en Belgique : le Ministre des Finances ou son représentant autorisé, et
  ii) aux Etats-Unis : le Secretary of the Treasury ou son représentant;
  h) le terme " Belgique " désigne le Royaume de Belgique; employé dans un sens géographique, ce terme désigne le territoire de la Belgique et comprend la mer territoriale ainsi que le lit de la mer, le sous-sol et les eaux surjacentes des régions sous-marines adjacentes à la mer territoriale, sur lesquels la Belgique exerce des droits souverains en conformité avec le droit international;
  i) le terme " Etats-Unis " désigne les Etats-Unis d'Amérique et comprend les états fédérés et le district de Columbia; ce terme comprend également la mer territoriale, le lit de la mer et le sous-sol des régions sous-marines adjacentes à cette mer territoriale, sur lesquels les Etats-Unis exercent des droits souverains en conformité avec le droit international; toutefois, ce terme ne comprend pas Porto Rico, les Iles vierges, Guam ni aucun autre territoire ou possession des Etats-Unis;
  j) le terme " national " d'un Etat contractant désigne :
  i) toute personne physique qui possède la nationalité ou la citoyenneté de cet Etat; et
  ii) toute personne morale, société de personnes (partnership) ou association constituée conformément à la législation en vigueur dans cet Etat;
  k) l'expression " fond de pension " désigne toute personne établie dans un Etat contractant :
  i) qui est gérée principalement :
  A) afin d'administrer ou fournir des prestations de pension ou de retraite; ou
  B) afin d'obtenir des revenus au profit d'un ou plusieurs arrangements visés au A) ; et
  ii) qui :
  A) dans le cas de la Belgique, est une entité constituée conformément à la législation belge et contrôlée par la Commission bancaire, financière et des assurances;
  B) dans le cas des Etats-Unis, est exemptée d'impôt aux Etats-Unis au titre des activités visées au point i) du présent sous-paragraphe.
  2. Pour l'application de la Convention à un moment donné par un Etat contractant, tout terme ou expression qui n'y est pas défini a, sauf si le contexte exige une interprétation différente ou si les autorités compétentes conviennent d'une interprétation commune conformément aux dispositions de l'article 24 (Procédure amiable), le sens que lui attribue à ce moment le droit de cet Etat concernant les impôts auxquels s'applique la Convention, le sens attribué à ce terme ou expression par le droit fiscal de cet Etat prévalant sur le sens que lui attribuent les autres branches du droit de cet Etat.
INWONER.
RESIDENT.
Art. 4. 1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking " inwoner van een overeenkomstsluitende Staat " iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, staatsburgerschap, plaats van leiding, plaats van oprichting of enige andere soortgelijke omstandigheid, en omvat zij eveneens die Staat en elk staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan. Die uitdrukking omvat echter niet personen die in die Staat alleen aan belasting zijn onderworpen ter zake van inkomsten uit in die Staat gelegen bronnen of van winst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting in die Staat.
  2. Een natuurlijke persoon die onderdaan is van de Verenigde Staten of een buitenlander die een vergunning heeft gekregen voor duurzaam verblijf in de Verenigde Staten (een " green card holder ") is enkel een inwoner van de Verenigde Staten indien de natuurlijke persoon hoofdzakelijk aanwezig is in de Verenigde Staten of aldaar een duurzaam tehuis heeft of er gewoonlijk verblijft, en indien die natuurlijke persoon geen inwoner is van een andere Staat dan België voor de toepassing van een dubbelbelastingverdrag tussen die Staat en België.
  3. De uitdrukking " inwoner van een overeenkomstsluitende Staat " omvat :
  a) een in die Staat opgericht pensioenfonds; en
  b) een organisatie die in die Staat is opgericht en in stand gehouden uitsluitend voor godsdienstige, liefdadige, wetenschappelijke, artistieke, culturele of opvoedkundige doeleinden,
  niettegenstaande het geheel van of een gedeelte van zijn inkomsten of voordelen van belasting kan vrijgesteld zijn ingevolge de interne wetgeving van die Staat.
  4. Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van paragraaf 1 inwoner van beide overeenkomstsluitende Staten is, wordt zijn toestand als volgt geregeld :
  a) hij wordt geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waarmee zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
  b) indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft;
  c) indien hij gewoonlijk verblijft in beide Staten of in geen van beide, wordt hij geacht enkel inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;
  d) indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, trachten de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming te regelen.
  5. Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van paragraaf 1 inwoner is van beide overeenkomstsluitende Staten, trachten de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming te regelen. Indien de bevoegde autoriteiten niet tot overeenstemming komen, is die persoon niet gerechtigd tot aanspraken op enig voordeel waarin de Overeenkomst voorziet, uitgezonderd de aanspraken op de voordelen waarin is voorzien in artikel 22 (Vermijding van dubbele belasting), paragraaf 1, in artikel 23 (Non-discriminatie), paragraaf 1 en in artikel 24 (Regeling voor onderling overleg).
Art. 4. 1. Au sens de la présente Convention, l'expression " résident d'un Etat contractant " désigne toute personne qui, en vertu de la législation de cet Etat, est assujettie à l'impôt dans cet Etat, en raison de son domicile, de sa résidence, de sa citoyenneté, de son siège de direction, de son lieu de constitution ou de tout autre critère de nature analogue et s'applique aussi à cet Etat ainsi qu'à toutes ses subdivisions politiques ou à ses collectivités locales. Toutefois, cette expression ne comprend pas les personnes qui ne sont assujetties à l'impôt dans cet Etat que pour les revenus de sources situées dans cet Etat ou pour les bénéfices imputables à un établissement stable situé dans cet Etat.
  2. Une personne physique qui est un citoyen des Etats-Unis ou un étranger admis à résider de manière permanente aux Etats-Unis (le détenteur d'une " green card ") n'est considéré comme un résident des Etats-Unis que si cette personne physique a une présence substantielle (substantial presence) ou un foyer d'habitation permanent aux Etats-Unis ou si elle y séjourne de façon habituelle, et si cette personne physique n'est pas un résident d'un Etat autre que la Belgique aux fins d'une convention préventive de la double imposition entre cet Etat et la Belgique.
  3. L'expression " résident d'un Etat contractant " comprend :
  a) un fond de pension établi dans cet Etat; et
  b) un organisme qui est établi et maintenu dans cet Etat exclusivement à des fins religieuses, caritatives, scientifiques, artistiques, culturelles ou éducatives,
  nonobstant le fait que l'ensemble ou une partie de ses revenus ou gains puissent être exemptés d'impôt en vertu de la législation interne de cet Etat.
  4. Lorsque, selon les dispositions du paragraphe 1er, une personne physique est un résident des deux Etats contractants, sa situation est réglée de la manière suivante :
  a) cette personne est considérée comme un résident seulement de l'Etat où elle dispose d'un foyer d'habitation permanent; si elle dispose d'un foyer d'habitation permanent dans les deux Etats, elle est considérée comme un résident seulement de l'Etat avec lequel ses liens personnels et économiques sont les plus étroits (centre des intérêts vitaux);
  b) si l'Etat où cette personne a le centre de ses intérêts vitaux ne peut pas être déterminé, ou si elle ne dispose d'un foyer d'habitation permanent dans aucun des Etats, elle est considérée comme un résident seulement de l'Etat où elle séjourne de façon habituelle;
  c) si cette personne séjourne de façon habituelle dans les deux Etats ou si elle ne séjourne de façon habituelle dans aucun d'eux, elle est considérée comme un résident seulement de l'Etat dont elle possède la nationalité;
  d) si cette personne possède la nationalité des deux Etats ou si elle ne possède la nationalité d'aucun d'eux, les autorités compétentes des Etats contractants s'efforcent de trancher la question d'un commun accord.
  5. Lorsque, selon les dispositions du paragraphe 1er, une personne autre qu'une personne physique est un résident des deux Etats contractants, les autorités compétentes des Etats contractants s'efforcent de trancher la question par voie d'accord amiable. Si les autorités compétentes ne parviennent pas à un tel accord, cette personne ne peut prétendre à aucun des avantages prévus par la Convention, à l'exception de ceux prévus à l'article 22 (Prévention de la double imposition), paragraphe 1er, à l'article 23 (Non-discrimination), paragraphe 1er et à l'article 24 (Procédure amiable).
VASTE INRICHTING.
ETABLISSEMENT STABLE.
Art. 5. 1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking " vaste inrichting " een vaste bedrijfsinrichting met behulp waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
  2. De uitdrukking " vaste inrichting " omvat in het bijzonder :
  a) een plaats waar leiding wordt gegeven;
  b) een filiaal;
  c) een kantoor;
  d) een fabriek;
  e) een werkplaats; en
  f) een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of enige andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen.
  3.
  a) De plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructiewerkzaamheden is slechts dan een vaste inrichting indien de duur daarvan twaalf maanden overschrijdt.
  b) Een installatie gebruikt voor de exploratie van natuurlijke rijkdommen is slechts dan een vaste inrichting in een overeenkomstsluitende Staat indien de duur daarvan of van de werkzaamheid in die Staat twaalf maanden overschrijdt.
  4. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een " vaste inrichting " niet aanwezig geacht indien :
  a) gebruik wordt gemaakt van inrichtingen, uitsluitend voor de opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen;
  b) een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen wordt aangehouden, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering;
  c) een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen wordt aangehouden, uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;
  d) een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming goederen aan te kopen of inlichtingen in te winnen;
  e) een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming andere werkzaamheden te verrichten, die van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben;
  f) een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om verscheidene van de in de subparagrafen a) tot e) vermelde werkzaamheden te verrichten, op voorwaarde dat het geheel van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheden heeft.
  5. Indien een persoon - niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie paragraaf 6 van toepassing is - voor een onderneming werkzaam is en in een overeenkomstsluitende Staat een machtiging bezit om overeenkomsten af te sluiten die bindend zijn voor de onderneming, en dit recht aldaar gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen 1 en 2, geacht een vaste inrichting in die Staat te hebben voor alle werkzaamheden welke deze persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot de in paragraaf 4 vermelde werkzaamheden die, indien zij met behulp van een vaste bedrijfsinrichting zouden worden verricht, die vaste bedrijfsinrichting niet tot een vaste inrichting zouden stempelen ingevolge de bepalingen van die paragraaf.
  6. Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een overeenkomstsluitende Staat te bezitten op grond van de enkele omstandigheid dat zij aldaar zaken doet door middel van een makelaar, een algemeen commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, op voorwaarde dat deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf als onafhankelijke vertegenwoordiger handelen.
  7. De enkele omstandigheid dat een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, een vennootschap beheerst of wordt beheerst door een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat of die in die andere Staat zaken doet (hetzij met behulp van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), wordt niet in aanmerking genomen om te bepalen of één van beide vennootschappen een vaste inrichting in die andere Staat bezit.
Art. 5. 1. Au sens de la présente Convention, l'expression " établissement stable " désigne une installation fixe d'affaires par l'intermédiaire de laquelle une entreprise exerce tout ou partie de son activité.
  2. L'expression " établissement stable " comprend notamment :
  a) un siège de direction,
  b) une succursale,
  c) un bureau,
  d) une usine,
  e) un atelier, et
  f) une mine, un puits de pétrole ou de gaz, une carrière ou tout autre lieu d'extraction de ressources naturelles.
  3. a) Un chantier de construction ou de montage ne constitue un établissement stable que si sa durée dépasse douze mois.
  b) Une installation utilisée pour l'exploration de ressources naturelles ne constitue un établissement stable dans un Etat contractant que si sa durée dans cet Etat dépasse douze mois ou si l'activité se poursuit dans cet Etat pendant plus de douze mois.
  4. Nonobstant les dispositions précédentes du présent article, on considère qu'il n'y a pas " établissement stable " si :
  a) il est fait usage d'installations aux seules fins de stockage, d'exposition ou de livraison de marchandises appartenant à l'entreprise;
  b) des marchandises appartenant à l'entreprise sont entreposées aux seules fins de stockage, d'exposition ou de livraison;
  c) des marchandises appartenant à l'entreprise sont entreposées aux seules fins de transformation par une autre entreprise;
  d) une installation fixe d'affaires est utilisée aux seules fins d'acheter des marchandises ou de réunir des informations, pour l'entreprise;
  e) une installation fixe d'affaires est utilisée aux seules fins d'exercer, pour l'entreprise, toute autre activité de caractère préparatoire ou auxiliaire;
  f) une installation fixe d'affaires est utilisée aux seules fins de l'exercice cumulé d'activités mentionnées aux alinéas a) à e), à condition que l'activité d'ensemble de l'installation fixe d'affaires résultant de ce cumul garde un caractère préparatoire ou auxiliaire.
  5. Nonobstant les dispositions des paragraphes 1er et 2, lorsqu'une personne - autre qu'un agent jouissant d'un statut indépendant auquel s'applique le paragraphe 6 - agit pour le compte d'une entreprise et dispose dans un Etat contractant de pouvoirs qu'elle y exerce habituellement lui permettant de conclure des contrats qui obligent l'entreprise, cette entreprise est considérée comme ayant un établissement stable dans cet Etat pour toutes les activités que cette personne exerce pour l'entreprise, à moins que les activités de cette personne ne soient limitées à celles qui sont mentionnées au paragraphe 4 et qui, si elles étaient exercées par l'intermédiaire d'une installation fixe d'affaires, ne permettraient pas de considérer cette installation comme un établissement stable selon les dispositions de ce paragraphe.
  6. Une entreprise n'est pas considérée comme ayant un établissement stable dans un Etat contractant du seul fait qu'elle y exerce son activité par l'entremise d'un courtier, d'un commissionnaire général ou de tout autre agent jouissant d'un statut indépendant, à condition que ces personnes agissent en tant qu'agents indépendants dans le cadre ordinaire de leur activité.
  7. Le fait qu'une société qui est un résident d'un Etat contractant contrôle ou est contrôlée par une société qui est un résident de l'autre Etat contractant ou qui y exerce son activité (que ce soit par l'intermédiaire d'un établissement stable ou non) n'est pas pris en considération aux fins de déterminer si l'une ou l'autre de ces sociétés a un établissement stable dans cet autre Etat.
INKOMSTEN UIT ONROERENDE GOEDEREN.
REVENUS IMMOBILIERS.
Art. 6. 1. Inkomsten die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen onroerende goederen, met inbegrip van inkomsten uit landbouw- of bosbedrijven, mogen in die andere Staat worden belast.
  2. De uitdrukking " onroerende goederen " heeft de betekenis die daaraan wordt toegekend door het recht van de overeenkomstsluitende Staat waar de desbetreffende goederen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren (levende en dode have van landbouw- en bosbedrijven daaronder begrepen), rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of het recht tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere bodemrijkdommen. Schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd.
  3. De bepalingen van paragraaf 1 zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie of het rechtstreekse genot, uit het verhuren of het verpachten, of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen.
  4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 3 zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming.
  5. Een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die in de andere overeenkomstsluitende Staat aan belasting is onderworpen voor inkomsten uit onroerende goederen gelegen in de andere overeenkomstsluitende Staat, mag voor elk belastbaar tijdperk opteren om de belasting over dergelijke inkomsten te berekenen op een nettogrondslag, als waren dergelijke inkomsten ondernemingswinst die kan worden toegerekend aan een vaste inrichting in die andere Staat. Een dergelijke keuze is bindend voor het belastbaar tijdperk waarvoor de keuze is gemaakt en voor alle daaropvolgende belastbare tijdperken, tenzij de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende Staat waar het goed gelegen is, instemt met de beëindiging van de keuze.
Art. 6. 1. Les revenus qu'un résident d'un Etat contractant tire de biens immobiliers, y compris les revenus des exploitations agricoles ou forestières, situés dans l'autre Etat contractant, sont imposables dans cet autre Etat.
  2. L'expression " biens immobiliers " a le sens que lui attribue le droit de l'Etat contractant où les biens considérés sont situés. L'expression comprend en tous cas les accessoires (y compris le cheptel mort ou vif des exploitations agricoles et forestières), les droits auxquels s'appliquent les dispositions du droit privé concernant la propriété foncière, l'usufruit des biens immobiliers et les droits à des paiements variables ou fixes pour l'exploitation ou la concession de l'exploitation de gisements minéraux, sources et autres ressources naturelles. Les navires et aéronefs ne sont pas considérés comme des biens immobiliers.
  3. Les dispositions du paragraphe 1er s'appliquent aux revenus provenant de l'exploitation ou de la jouissance directes, de la location ou de l'affermage, ainsi que de toute autre forme d'exploitation de biens immobiliers.
  4. Les dispositions des paragraphes 1er et 3 s'appliquent également aux revenus provenant des biens immobiliers d'une entreprise.
  5. Un résident d'un Etat contractant qui est soumis à l'impôt dans l'autre Etat contractant à raison de revenus tirés de biens immobiliers situés dans cet autre Etat contractant peut, pour toute période imposable, opter pour que l'impôt afférent à ces revenus soit calculé sur une base nette, comme si ces revenus étaient des bénéfices d'une entreprise imputables à un établissement stable situé dans cet autre Etat. Une telle option lie ce résident pour la période imposable pour laquelle l'option est exercée et toutes les périodes imposables ultérieures, à moins que l'autorité compétente de l'Etat contractant où les biens sont situés accepte de mettre un terme à l'option.
ONDERNEMINGSWINST.
BENEFICES DES ENTREPRISES.
Art. 7. 1. Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat is slechts in die Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere overeenkomstsluitende Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent, mag de winst van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kan worden toegerekend.
  2. Onder voorbehoud van de bepalingen van paragraaf 3 wordt, indien een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elke overeenkomstsluitende Staat aan die vaste inrichting de winst toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een afzonderlijke en onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden.
  3. Bij het bepalen van de winst van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten, daaronder begrepen kosten van leiding en algemene beheerskosten, die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders.
  4. Geen winst wordt aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen voor de onderneming.
  5. Voor de toepassing van de voorgaande paragrafen wordt de aan de vaste inrichting toe te rekenen winst van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken.
  6. Indien in de winst inkomstenbestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van de Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel.
  7. Voor de toepassing van dit artikel, van artikel 10 (Dividenden), paragraaf 8, van artikel 11 (Interest), paragraaf 4, van artikel 12 (Royalty's), paragraaf 3, van artikel 13 (Voordelen), paragraaf 3 en van artikel 20 (Andere inkomsten), paragraaf 2 mag elk inkomen of voordeel dat gedurende het bestaan van een vaste inrichting kan worden toegerekend aan die vaste inrichting, worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waar die vaste inrichting is gevestigd, zelfs indien de betalingen worden uitgesteld tot zulke vaste inrichting niet langer bestaat.
Art. 7. 1. Les bénéfices d'une entreprise d'un Etat contractant ne sont imposables que dans cet Etat, à moins que l'entreprise n'exerce son activité dans l'autre Etat contractant par l'intermédiaire d'un établissement stable qui y est situé. Si l'entreprise exerce son activité d'une telle façon, les bénéfices de l'entreprise sont imposables dans l'autre Etat mais uniquement dans la mesure où ils sont imputables à cet établissement stable.
  2. Sous réserve des dispositions du paragraphe 3, lorsqu'une entreprise d'un Etat contractant exerce son activité dans l'autre Etat contractant par l'intermédiaire d'un établissement stable qui y est situé, il est imputé, dans chaque Etat contractant, à cet établissement stable les bénéfices qu'il aurait pu réaliser s'il avait constitué une entreprise distincte et indépendante exerçant des activités identiques ou analogues dans des conditions identiques ou analogues.
  3. Pour déterminer les bénéfices d'un établissement stable, sont admises en déduction les dépenses exposées aux fins poursuivies par cet établissement stable, y compris les dépenses de direction et les frais généraux d'administration ainsi exposés, soit dans l'Etat où est situé cet établissement stable, soit ailleurs.
  4. Aucun bénéfice n'est imputé à un établissement stable du fait qu'il a simplement acheté des marchandises pour l'entreprise.
  5. Aux fins des paragraphes précédents, les bénéfices à imputer à l'établissement stable sont déterminés chaque année selon la même méthode, à moins qu'il n'existe des motifs valables et suffisants de procéder autrement.
  6. Lorsque les bénéfices comprennent des éléments de revenu traités séparément dans d'autres articles de la Convention, les dispositions de ces articles ne sont pas affectées par les dispositions du présent article.
  7. Pour l'application du présent article, de l'article 10 (Dividendes), paragraphe 8, de l'article 11 (Intérêts), paragraphe 4, de l'article 12 (Redevances), paragraphe 3, de l'article 13 (Gains), paragraphe 3 et de l'article 20 (Autres revenus), paragraphe 2, tout revenu ou gain imputable à un établissement stable au cours de son existence est imposable dans l'Etat contractant où cet établissement stable est situé, même si les paiements sont différés jusqu'à ce que cet établissement stable ait cessé d'exister.
ZEEVAART EN LUCHTVAART.
NAVIGATION MARITIME ET AERIENNE.
Art. 8. 1. Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is slechts in die Staat belastbaar.
  2. Voor de toepassing van dit artikel omvat winst verkregen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen, maar is ze niet beperkt tot :
  a) winst uit de tijd- of reisverhuring van bemande schepen of luchtvaartuigen;
  b) winst uit de verhuring van onbemande schepen of luchtvaartuigen indien de huurinkomsten bijkomend zijn ten opzichte van de winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer; en
  c) winst uit de verhuring van onbemande schepen of luchtvaartuigen indien die schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer worden geëxploiteerd door de huurder.
  Winst die een onderneming behaalt uit binnenlands vervoer van goederen of passagiers binnen één van beide overeenkomstsluitende Staten wordt behandeld als winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer indien zulk vervoer plaatsvindt als deel van internationaal verkeer.
  3. Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat uit het gebruik, het onderhoud of de verhuring van laadkisten (daaronder begrepen opleggers, aken en het daarbij behorende gerei voor het vervoer van laadkisten) is slechts in die overeenkomstsluitende Staat belastbaar, behalve voor zover die laadkisten of opleggers en het daarbij behorende gerei worden gebruikt voor vervoer dat slechts tussen in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen plaatsen plaatsvindt.
  4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 3 zijn ook van toepassing op winst verkregen uit de deelneming in een pool, een gemeenschappelijk bedrijf of een internationaal bedrijfslichaam.
Art. 8. 1. Les bénéfices d'une entreprise d'un Etat contractant provenant de l'exploitation, en trafic international, de navires ou d'aéronefs ne sont imposables que dans cet Etat.
  2. Aux fins du présent article, les bénéfices provenant de l'exploitation de navires ou d'aéronefs comprennent, sans que cette liste soit limitative :
  a) les bénéfices provenant de la location (au voyage ou à temps) de navires ou aéronefs tout armés et équipés;
  b) les bénéfices provenant de la location coque nue de navires ou aéronefs lorsque les revenus provenant de cette location sont accessoires aux bénéfices provenant de l'exploitation, en trafic international, de navires ou aéronefs; et
  c) les bénéfices provenant de la location coque nue de navires ou aéronefs lorsque ces navires ou aéronefs sont exploités en trafic international par le preneur.
  Les bénéfices qu'une entreprise tire du transport de marchandises ou de passagers à l'intérieur du territoire de l'un ou l'autre des Etats contractants sont considérés comme des bénéfices provenant de l'exploitation, en trafic international, de navires ou d'aéronefs si ce transport est le complément du trafic international.
  3. Les bénéfices d'une entreprise d'un Etat contractant provenant de l'usage, de l'entretien ou de la location de conteneurs (y compris les remorques, péniches et équipements connexes utilisés pour le transport de conteneurs) ne sont imposables que dans cet Etat contractant, sauf dans la mesure où ces conteneurs ou ces remorques et équipements connexes ne sont utilisés que pour le transport entre des points situés dans l'autre Etat contractant.
  4. Les dispositions des paragraphes 1er et 3 s'appliquent aussi aux bénéfices provenant de la participation à un pool, une exploitation en commun ou un organisme international d'exploitation.
AFHANKELIJKE ONDERNEMINGEN.
ENTREPRISES ASSOCIEES
Art. 9. 1. Indien a) een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat; of
  b) dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat en van een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat,
  en, in het ene of in het andere geval, tussen de twee ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mag winst die één van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.
  2. Indien een overeenkomstsluitende Staat in de winst van een onderneming van die Staat winst opneemt - en dienovereenkomstig belast - ter zake waarvan een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat in die andere Staat is belast, en de andere overeenkomstsluitende Staat ermee akkoord gaat dat de aldus opgenomen winst winst is die de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald indien tussen de twee ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen, herziet de andere Staat op passende wijze het bedrag aan belasting dat aldaar over die winst is geheven. Bij deze herziening wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van deze Overeenkomst en, indien nodig, plegen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten overleg met elkaar.
Art. 9. 1. Lorsque a) une entreprise d'un Etat contractant participe directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'autre Etat contractant, ou que
  b) les mêmes personnes participent directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise d'un Etat contractant et d'une entreprise de l'autre Etat contractant,
  et que, dans l'un et l'autre cas, les deux entreprises sont, dans leurs relations commerciales ou financières, liées par des conditions convenues ou imposées, qui diffèrent de celles qui seraient convenues entre des entreprises indépendantes, les bénéfices qui, sans ces conditions, auraient été réalisés par l'une des entreprises mais n'ont pu l'être en fait à cause de ces conditions, peuvent être inclus dans les bénéfices de cette entreprise et imposés en conséquence.
  2. Lorsqu'un Etat contractant inclut dans les bénéfices d'une entreprise de cet Etat, et impose en conséquence, des bénéfices sur lesquels une entreprise de l'autre Etat contractant a été imposée dans cet autre Etat, et que l'autre Etat contractant admet que les bénéfices ainsi inclus sont des bénéfices qui auraient été réalisés par l'entreprise du premier Etat si les conditions convenues entre les deux entreprises avaient été celles qui auraient été convenues entre des entreprises indépendantes, l'autre Etat procède à un ajustement approprié du montant de l'impôt qui y a été perçu sur ces bénéfices. Pour déterminer cet ajustement, il est tenu compte des autres dispositions de la présente Convention et, si c'est nécessaire, les autorités compétentes des Etats contractants se consultent.
DIVIDENDEN.
DIVIDENDES.
Art. 10. 1. Dividenden betaald door een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.
  2. Deze dividenden mogen echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mag de aldus geheven belasting, tenzij anders bepaald, niet hoger zijn dan :
  a) 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een vennootschap is die onmiddellijk ten minste 10 percent bezit van de stemgerechtigde aandelen van de vennootschap die de dividenden betaalt;
  b) 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen.
  3. Indien de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is van de Verenigde Staten, worden zulke dividenden, niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, niet belast in de Verenigde Staten, indien de uiteindelijk gerechtigde :
  a) een vennootschap is die inwoner is van België en die gedurende een tijdvak van 12 maanden, eindigend op de datum waarop de aanspraak op het dividend wordt vastgesteld, onmiddellijk of middellijk aandelen heeft bezeten die 80 percent of meer vertegenwoordigen van het totale aantal stemmen in de vennootschap die de dividenden betaalt en :
  i) voldoet aan de voorwaarden van clausule i) of ii) van subparagraaf c) van paragraaf 2 van artikel 21 (Beperking van de voordelen);
  ii) voldoet aan de voorwaarden van clausules i) en ii) van subparagraaf e) van paragraaf 2 van artikel 21, op voorwaarde dat de vennootschap voldoet aan de voorwaarden omschreven in paragraaf 4 van dat artikel met betrekking tot de dividenden;
  iii) uit hoofde van artikel 21, paragraaf 3 gerechtigd is tot de voordelen met betrekking tot de dividenden; of
  iv) een beslissing overeenkomstig artikel 21, paragraaf 7 heeft ontvangen ter zake van deze paragraaf; of
  b) een pensioenfonds is dat inwoner is van België, op voorwaarde dat zulke dividenden niet afkomstig zijn uit het uitoefenen van een bedrijf door het pensioenfonds of met behulp van een afhankelijke onderneming.
  4. Indien de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is van België worden zulke dividenden, niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, niet belast in België indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden :
  a) een vennootschap is die inwoner is van de Verenigde Staten en die gedurende een tijdvak van 12 maanden, eindigend op de datum waarop het dividend wordt vastgesteld, onmiddellijk aandelen heeft bezeten die ten minste 10 percent vertegenwoordigen van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt; of
  b) een pensioenfonds is dat inwoner is van de Verenigde Staten, op voorwaarde dat zulke dividenden niet afkomstig zijn uit het uitoefenen van een bedrijf door het pensioenfonds of met behulp van een afhankelijke onderneming.
  5. Paragrafen 2, 3 en 4 laten onverlet de belastingheffing van de vennootschap ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald.
  6. a) Subparagraaf a) van paragraaf 2 en subparagraaf a) van paragraaf 3 vinden geen toepassing in het geval waarin dividenden zijn betaald door een Regulated Investment Company van de Verenigde Staten (RIC) of een Real Estate Investment Trust van de Verenigde Staten (REIT). In het geval waarin dividenden zijn betaald door een RIC, zijn subparagraaf b) van paragraaf 2 en subparagraaf b) van paragraaf 3 van toepassing. In het geval waarin dividenden zijn betaald door een REIT, zijn subparagraaf b) van paragraaf 2 en subparagraaf b) van paragraaf 3 alleen van toepassing indien :
  i) de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een natuurlijke persoon is die of een pensioenfonds is dat een belang van ten hoogste 10 percent in de REIT bezit;
  ii) de dividenden worden betaald met betrekking tot een categorie aandelen die op de beurs verhandeld wordt en de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een persoon is die een belang heeft van ten hoogste 5 percent van enige soort van de aandelen van de REIT; of
  iii) de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een persoon is die een belang van ten hoogste 10 percent in de REIT bezit en de REIT gediversifieerd is.
  b) Voor de toepassing van deze paragraaf is een REIT " gediversifieerd " indien de waarde van geen enkel afzonderlijk belang in onroerende goederen meer bedraagt dan 10 percent van het totale belang in onroerende goederen. Voor de toepassing van deze regel worden goederen die het voorwerp uitmaken van beslag op onroerend goed (foreclosure property) niet beschouwd als een belang in onroerende goederen. Indien een REIT een belang heeft in een deelgenootschap (partnership) wordt die REIT geacht onmiddellijk een gedeelte te bezitten van de belangen van de deelgenootschap in onroerende goederen dat overeenstemt met het belang van die REIT in de deelgenootschap.
  7. Voor de toepassing van dit artikel betekent de uitdrukking " dividenden " inkomsten uit aandelen of andere rechten op een aandeel in de winst, met uitzondering van schuldvorderingen, alsmede inkomsten die overeenkomstig de wetgeving van de Staat waarvan de schuldenaar inwoner is op dezelfde wijze in de belastingheffing worden betrokken als inkomsten uit aandelen.
  8. De bepalingen van de paragrafen 1 tot 6 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat waarvan de schuldenaar inwoner is, een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting uitoefent en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, wezenlijk is verbonden met die vaste inrichting. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 (Ondernemingswinst) van toepassing.
  9. Een overeenkomstsluitende Staat mag geen belasting heffen op dividenden die door een inwoner van de andere Staat worden betaald, behalve voor zover de dividenden aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat worden betaald of voor zover de dividenden kunnen worden toegerekend aan een in de eerstgenoemde Staat gelegen vaste inrichting, noch een belasting heffen op de niet uitgedeelde winst van een vennootschap (corporation), behoudens het bepaalde in paragraaf 10, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit winst of inkomsten die uit die Staat afkomstig zijn.
  10. a) Een vennootschap die inwoner is van één van de Staten en die in de andere Staat een vaste inrichting heeft of die in de andere Staat op een nettogrondslag onderworpen is aan belasting naar zijn inkomsten die overeenkomstig artikel 6 (Inkomsten uit onroerende goederen) of overeenkomstig paragraaf 1 van artikel 13 (Voordelen) in de andere Staat mogen worden belast, mag in die andere Staat worden onderworpen aan een belasting naast de belasting die is toegestaan op grond van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
  b) Een dergelijke belasting mag echter slechts worden opgelegd over het gedeelte van de ondernemingswinst van de vennootschap dat kan worden toegerekend aan de vaste inrichting en over het gedeelte van in vorige zin vermelde inkomsten dat aan belasting onderworpen is overeenkomstig artikel 6 of overeenkomstig paragraaf 1 van artikel 13 en dat, in het geval van de Verenigde Staten, het met een dividend gelijk te stellen bedrag (dividend equivalent amount) van dergelijke winst of inkomsten vertegenwoordigt, en, in het geval van België, een bedrag is dat overeenstemt met het met een dividend gelijk te stellen bedrag (dividend equivalent amount).
  11. De belasting bedoeld in de subparagrafen 10, a) en b) zal niet worden geheven tegen een hoger tarief dan het in subparagraaf 2, a) genoemde tarief. De belasting wordt in ieder geval niet geheven van een vennootschap die :
  a) voldoet aan de voorwaarden van clausule i) of ii) van subparagraaf c) van paragraaf 2 van artikel 21 (Beperking van de voordelen);
  b) voldoet aan de voorwaarden van clausules i) en ii) van subparagraaf e) van paragraaf 2 van artikel 21, op voorwaarde dat de vennootschap voldoet aan de voorwaarden omschreven in paragraaf 4 van dat artikel met betrekking tot een inkomensbestanddeel, winst of voordelen omschreven in paragraaf 10;
  c) uit hoofde van artikel 21, paragraaf 3 gerechtigd is tot de voordelen met betrekking tot een inkomensbestanddeel, winst of voordelen omschreven in paragraaf 10; of
  d) uit hoofde van artikel 21, paragraaf 7 een beschikking heeft ontvangen ter zake van deze paragraaf.
  12. a) Niettegenstaande artikel 29 (Beëindiging) :
  i) zal paragraaf 3 van dit artikel een einde nemen en ophouden toepassing te vinden op bedragen die zijn betaald of toegekend op of na 1 januari van het zesde jaar na het jaar waarin de Overeenkomst in werking treedt, tenzij de Secretary of the Treasury van de Verenigde Staten, tegen 30 juni van het vijfde jaar na de inwerkingtreding, op basis van een verslag van de Commissioner of Internal Revenue aan de Senaat van de Verenigde Staten verklaart dat België in voldoende mate heeft voldaan aan zijn overeenkomstig artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) opgelegde verplichtingen; en
  ii) kunnen de Verenigde Staten paragaaf 3 van dit artikel opzeggen door op of vóór 30 juni van enig jaar aan België langs diplomatieke weg een schriftelijke opzegging te doen toekomen. In dat geval zal paragraaf 3 van dit artikel ophouden toepassing te vinden op bedragen die zijn betaald of toegekend op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin zulke kennisgeving van beëindiging is gedaan. De Verenigde Staten zullen niet overgaan tot zulke kennisgeving van beëindiging tenzij ze hebben vastgesteld dat de handelswijze van België met betrekking tot de artikelen 24 (Regeling voor onderling overleg) en 25 de balans van de voordelen van de Overeenkomst wezenlijk heeft gewijzigd.
  b) De bevoegde autoriteiten plegen ten minste één keer per jaar overleg met elkaar aangaande alle problemen die ontstaan met betrekking tot de toepassing van de artikelen 24 en 25 die misschien zouden kunnen leiden tot een beëindiging overeenkomstig subparagraaf a).
Art. 10. 1. Les dividendes payés par une société qui est un résident d'un Etat contractant à un résident de l'autre Etat contractant sont imposables dans cet autre Etat.
  2. Toutefois, ces dividendes sont aussi imposables dans l'Etat contractant dont la société qui paie les dividendes est un résident, et selon la législation de cet Etat, mais si le bénéficiaire effectif des dividendes est un résident de l'autre Etat contractant, l'impôt ainsi établi ne peut, sous réserve de dispositions contraires, excéder :
  a) 5 pour cent du montant brut des dividendes si le bénéficiaire effectif est une société qui possède directement au moins 10 pour cent des actions assorties d'un droit de vote de la société qui paie les dividendes;
  b) 15 pour cent du montant brut des dividendes, dans tous les autres cas.
  3. Nonobstant les dispositions du paragraphe 2, lorsque la société qui paie les dividendes est un résident des Etats-Unis, ces dividendes ne sont pas imposables aux Etats-Unis si le bénéficiaire effectif :
  a) est une société qui est un résident de la Belgique, qui a possédé pendant une période de 12 mois se terminant à la date à laquelle le droit au dividende est déterminé, directement ou indirectement, des actions représentant au moins 80 pour cent des droits de vote dans la société qui paie les dividendes, et qui :
  i) remplit les conditions prévues à l'article 21 (Limitation des avantages), paragraphe 2, c), i) ou ii);
  ii) remplit les conditions prévues à l'article 21, paragraphe 2, e), i) et ii), pour autant que la société remplisse les conditions définies au paragraphe 4 de cet article en ce qui concerne les dividendes;
  iii) peut bénéficier d'avantages en ce qui concerne les dividendes en vertu de l'article 21, paragraphe 3; ou
  iv) a obtenu une décision au sens de l'article 21, paragraphe 7 en ce qui concerne le présent paragraphe; ou
  b) est un fond de pension qui est un résident de la Belgique, à condition que ces dividendes ne soient pas tirés de l'exercice d'une activité d'entreprise par le fond de pension ou par l'intermédiaire d'une entreprise associée.
  4. Nonobstant les dispositions du paragraphe 2, lorsque la société qui paie les dividendes est un résident de la Belgique, ces dividendes ne sont pas imposables en Belgique si le bénéficiaire effectif des dividendes est :
  a) une société qui est un résident des Etats-Unis et qui a possédé pendant une période de 12 mois se terminant à la date à laquelle le dividende est décrété directement des actions représentant au moins 10 pour cent du capital de la société qui paie les dividendes; ou
  b) un fond de pension qui est un résident des Etats-Unis, à condition que ces dividendes ne soient pas tirés de l'exercice d'une activité d'entreprise par le fond de pension ou par l'intermédiaire d'une entreprise associée.
  5. Les paragraphes 2, 3 et 4 n'affectent pas l'imposition de la société au titre des bénéfices qui servent au paiement des dividendes.
  6. a) Les paragraphes 2, a) et 3, a) ne s'appliquent pas aux dividendes payés par une Regulated Investment Company des Etats-Unis (RIC) ou un Real Estate Investment Trust des Etats-Unis (REIT). Dans le cas de dividendes payés par une RIC, les paragraphe 2, b) et 3, b) s'appliquent. Dans le cas de dividendes payés par un REIT, les paragraphes 2, b) et 3, b) ne s'appliquent que si :
  i) le bénéficiaire effectif des dividendes est soit une personne physique soit un fond de pension qui ne détient pas plus de 10 pour cent des intérêts dans le REIT;
  ii) les dividendes sont payés au titre d'une catégorie d'actions ou parts qui fait l'objet de transactions sur des marchés ouverts au public et le bénéficiaire effectif des dividendes est une personne qui détient une participation n'excédant pas 5 pour cent de n'importe quelle catégorie d'actions ou parts du REIT; ou
  iii) le bénéficiaire effectif des dividendes est une personne qui ne détient pas plus de 10 pour cent des intérêts dans le REIT et le REIT est diversifié.
  b) Aux fins du présent paragraphe, un REIT est " diversifié " si aucun des intérêts qu'il détient dans des biens immobiliers n'a une valeur supérieure à 10 pour cent du total de ses intérêts dans des biens immobiliers. Pour l'application de la présente règle, les biens faisant l'objet d'une saisie immobilière (foreclosure property) ne sont pas considérés comme des intérêts dans des biens immobiliers. Lorsqu'un REIT détient un intérêt dans une société de personnes (partnership), il est considéré comme possédant directement une fraction, proportionnelle à son intérêt dans ladite société de personnes, des intérêts de ladite société de personnes dans des biens immobiliers.
  7. Au sens du présent article, le terme " dividendes " désigne les revenus provenant d'actions ou autres droits bénéficiaires à l'exception des créances, ainsi que les revenus soumis au même régime fiscal que les revenus d'actions en vertu de la législation de l'Etat dont le débiteur est un résident.
  8. Les dispositions des paragraphes 1er à 6 ne s'appliquent pas lorsque le bénéficiaire effectif des dividendes, résident d'un Etat contractant, exerce dans l'autre Etat contractant dont le débiteur est un résident, une activité d'entreprise par l'intermédiaire d'un établissement stable qui y est situé, et que la participation génératrice des dividendes s'y rattache effectivement. Dans ce cas, les dispositions de l'article 7 (Bénéfices des entreprises) sont applicables.
  9. Un Etat contractant ne peut percevoir aucun impôt sur les dividendes payés par un résident de l'autre Etat, sauf dans la mesure où les dividendes sont payés à un résident du premier Etat ou dans la mesure où les dividendes sont imputables à un établissement stable situé dans le premier Etat, ni percevoir aucun impôt sur les bénéfices non distribués d'une société (corporation), sauf lorsqu'une telle imposition est prévue au paragraphe 10, même si les dividendes payés ou les bénéfices non distribués consistent en tout ou en partie en bénéfices ou revenus provenant de cet Etat.
  10. a) Une société qui est un résident d'un des Etats et qui a un établissement stable dans l'autre Etat ou qui est soumise à l'impôt sur une base nette dans l'autre Etat sur ses revenus qui sont imposables dans cet autre Etat en vertu de l'article 6 (Revenus immobiliers) ou de l'article 13 (Gains), paragraphe 1er, peut être soumise dans cet autre Etat à un impôt qui s'ajoute aux impôts qui peuvent être perçus en vertu des autres dispositions de la présente Convention.
  b) Toutefois, cet impôt additionnel ne peut être perçu que sur la partie des bénéfices de la société qui est imputable à l'établissement stable et sur la partie des revenus visés à la phrase précédente qui est soumise à l'impôt en vertu de l'article 6 ou de l'article 13, paragraphe 1er, qui, dans le cas des Etats-Unis, représente le montant équivalent à des dividendes (dividend equivalent amount) de ces bénéfices ou revenus et, dans le cas de la Belgique, constitue un montant analogue au montant équivalent à des dividendes (dividend equivalent amount).
  11. L'impôt visé au paragraphe 1er0, a) et b) ne peut être perçu à un taux supérieur à celui prévu au paragraphe 2, a). Il ne peut en tout cas pas être perçu à charge d'une société qui :
  a) remplit les conditions prévues à l'article 21 (Limitation des avantages), paragraphe 2, c), i) ou ii);
  b) remplit les conditions prévues à l'article 21, paragraphe 2, e), i) et ii), pour autant que la société remplisse les conditions définies au paragraphe 4 de cet article en ce qui concerne un élément de revenu, bénéfice ou gain visé au paragraphe 10;
  c) peut, en vertu de l'article 21, paragraphe 3, bénéficier d'avantages en ce qui concerne un élément de revenu, bénéfice ou gain visé au paragraphe 10;
  d) a obtenu une décision au sens de l'article 21, paragraphe 7 en ce qui concerne le présent paragraphe.
  12. a) Nonobstant l'article 29 (Dénonciation) :
  i) le paragraphe 3 du présent article prendra fin le 1er janvier de la sixième année suivant celle de l'entrée en vigueur de la Convention et cessera de produire ses effets en ce qui concerne les montants payés ou attribués à partir de cette date, à moins que, au plus tard le 30 juin de la cinquième année suivant l'entrée en vigueur, le Secretary of the Treasury des Etats-Unis ne certifie au Sénat des Etats-Unis, sur la base d'un rapport du Commissioner of Internal Revenue, que la Belgique s'est acquittée de manière satisfaisante des obligations qui lui incombent en vertu de l'article 25 (Echange de renseignements et assistance administrative); et
  ii) les Etats-Unis peuvent, jusqu'au 30 juin inclus de toute année, dénoncer le paragraphe 3 du présent article, par écrit et par la voie diplomatique, à la Belgique. Dans cette éventualité, le paragraphe 3 du présent article cessera de produire ses effets en ce qui concerne les montants payés ou attribués à partir du 1er janvier de l'année qui suit immédiatement celle de la dénonciation. Les Etats-Unis ne procéderont pas à une telle dénonciation, à moins qu'ils n'aient établi que les mesures prises par la Belgique concernant les articles 24 (Procédure amiable) et 25 ont sensiblement modifié l'équilibre des avantages prévus par la Convention.
  b) Les autorités compétentes se concertent au moins une fois par an au sujet de tous problèmes relatifs au fonctionnement des articles 24 et 25 qui seraient susceptibles de provoquer une dénonciation en vertu du sous-paragraphe a).
INTEREST.
INTERETS.
Art. 11. 1. Interest die afkomstig is uit een overeenkomstsluitende Staat en waarvan de uiteindelijk gerechtigde een inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, is slechts in die andere Staat belastbaar.
  2. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 :
  a) mag interest die afkomstig is uit de Verenigde Staten en die voorwaardelijke interest (contingent interest) is die behoort tot een categorie die volgens de wetgeving van de Verenigde Staten niet in aanmerking komt als interest van een portefeuille (portfolio interest), door de Verenigde Staten worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest inwoner is van België, mag de interest worden belast tegen een tarief dat niet hoger mag zijn dan 15 percent van het brutobedrag van de interest;
  b) mag interest afkomstig uit België die is vastgesteld onder verwijzing naar ontvangsten, verkopen, inkomsten, winst of andere cashflow van de schuldenaar of een daarmee verbonden persoon, of naar een wijziging in de waarde van een goed van de schuldenaar of een daarmee verbonden persoon of naar een dividend, een uitkering van een deelgenootschap (partnership) of een gelijkaardig bedrag dat is betaald door de schuldenaar aan een daarmee verbonden persoon, in België overeenkomstig de Belgische wetgeving worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde inwoner is van de Verenigde Staten, mag de interest worden belast tegen een tarief dat niet hoger mag zijn dan 15 percent van het brutobedrag van de interest; en
  c) mag interest die een ingesloten excedent (excess inclusion) is met betrekking tot een achtergesteld belang in een real estate mortgage investment conduit door elke Staat overeenkomstig diens interne wetgeving worden belast.
  3. De uitdrukking " interest ", zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet gewaarborgd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en obligaties, daaronder begrepen premies of loten op die effecten, en alle andere inkomsten die overeenkomstig de belastingwetgeving van de overeenkomstsluitende Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn, op dezelfde wijze in de belastingheffing worden betrokken als inkomsten uit geldlening. Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden inkomsten die zijn besproken in artikel 10 (Dividenden) en boeten voor laattijdige betaling niet beschouwd als interest.
  4. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting uitoefent en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest is verschuldigd wezenlijk is verbonden met die vaste inrichting. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 (Ondernemingswinst) van toepassing.
  5. Interest wordt geacht uit een overeenkomstsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar een inwoner is van die Staat. Indien evenwel de schuldenaar van de interest, ongeacht of hij inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is of niet, in een overeenkomstsluitende Staat een vaste inrichting heeft waarvoor de schuld, ter zake waarvan de interest wordt betaald is aangegaan en die interest ten laste komt van die vaste inrichting, wordt die interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd.
  6. Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op de schuldvordering waarvoor hij wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betalingen belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elke overeenkomstsluitende Staat en met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
Art. 11. 1. Les intérêts provenant d'un Etat contractant et dont le bénéficiaire effectif est un résident de l'autre Etat contractant ne sont imposables que dans cet autre Etat.
  2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er :
  a) les intérêts provenant des Etats-Unis qui sont des intérêts aléatoires (contingent interest) que la législation des Etats-Unis ne considère pas comme des intérêts de portefeuille (portfolio interest) sont imposables aux Etats-Unis mais, si le bénéficiaire effectif des intérêts est un résident de la Belgique, ces intérêts ne peuvent pas être imposés à un taux excédant 15 pour cent de leur montant brut;
  b) les intérêts provenant de la Belgique qui sont déterminés par référence aux recettes, ventes, revenus, bénéfices ou autres flux de liquidités du débiteur ou d'une personne liée, aux changements de valeurs de tout bien appartenant au débiteur ou à une personne liée, ou à tout dividende, distribution de société de personnes (partnership) ou montant analogue payé par le débiteur à une personne liée, sont imposables en Belgique et conformément à la législation belge mais, si le bénéficiaire effectif est un résident des Etats-Unis, ces intérêts ne peuvent pas être imposés à un taux excédant 15 pour cent de leur montant brut; et
  c) les intérêts constituant une inclusion excédentaire (excess inclusion) en raison d'une participation résiduelle dans un real estate mortgage investment conduit sont imposables dans chaque Etat conformément à sa législation interne.
  3. Le terme " intérêts " employé dans le présent article désigne les revenus des créances de toute nature, assorties ou non de garanties hypothécaires ou d'une clause de participation aux bénéfices du débiteur, et notamment les revenus des fonds publics et des obligations d'emprunts, y compris les primes ou lots attachés à ces titres, ainsi que tous les autres revenus soumis au même régime fiscal que les revenus de prêts par la législation fiscale de l'Etat contractant d'où proviennent les revenus. Les revenus traités à l'article 10 (Dividendes) et les pénalisations pour paiement tardif ne sont pas considérés comme des intérêts aux fins de la présente Convention.
  4. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'appliquent pas lorsque le bénéficiaire effectif des intérêts, résident d'un Etat contractant, exerce dans l'autre Etat contractant d'où proviennent les intérêts, une activité d'entreprise par l'intermédiaire d'un établissement stable qui y est situé et que la créance génératrice des intérêts s'y rattache effectivement. Dans ce cas, les dispositions de l'article 7 (Bénéfices des entreprises) sont applicables.
  5. Les intérêts sont considérés comme provenant d'un Etat contractant lorsque le débiteur est un résident de cet Etat. Toutefois, lorsque le débiteur des intérêts, qu'il soit ou non un résident d'un Etat contractant, a dans un Etat contractant un établissement stable pour lequel la dette donnant lieu au paiement des intérêts a été contractée et qui supporte la charge de ces intérêts, ceux-ci sont considérés comme provenant de l'Etat où l'établissement stable est situé.
  6. Lorsque, en raison de relations spéciales existant entre le débiteur et le bénéficiaire effectif ou que l'un et l'autre entretiennent avec de tierces personnes, le montant des intérêts, compte tenu de la créance pour laquelle ils sont payés, excède celui dont seraient convenus le débiteur et le bénéficiaire effectif en l'absence de pareilles relations, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'à ce dernier montant. Dans ce cas, la partie excédentaire des paiements reste imposable selon la législation de chaque Etat contractant et compte tenu des autres dispositions de la présente Convention.
ROYALTY'S.
REDEVANCES.
Art. 12. 1. Royalty's die afkomstig zijn uit een overeenkomstsluitende Staat en waarvan de uiteindelijk gerechtigde een inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, zijn slechts in die andere Staat belastbaar.
  2. De uitdrukking " royalty's ", zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap (daaronder begrepen bioscoopfilms en software), van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening, een model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.
  3. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting uitoefent en het recht of het goed uit hoofde waarvan de royalty's verschuldigd zijn wezenlijk is verbonden met die vaste inrichting. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 (Ondernemingswinst) van toepassing.
  4. Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty's, gelet op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betalingen belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elke overeenkomstsluitende Staat en met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.
Art. 12. 1. Les redevances provenant d'un Etat contractant et dont le bénéficiaire effectif est un résident de l'autre Etat contractant ne sont imposables que dans cet autre Etat.
  2. Le terme " redevances " employé dans le présent article désigne les rémunérations de toute nature payées pour l'usage ou la concession de l'usage d'un droit d'auteur sur une oeuvre littéraire, artistique ou scientifique (y compris les films cinématographiques et les logiciels), d'un brevet, d'une marque de fabrique ou de commerce, d'un dessin ou d'un modèle, d'un plan, d'une formule ou d'un procédé secrets et pour des informations ayant trait à une expérience acquise dans le domaine industriel, commercial ou scientifique.
  3. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'appliquent pas lorsque le bénéficiaire effectif des redevances, résident d'un Etat contractant, exerce une activité d'entreprise dans l'autre Etat contractant par l'intermédiaire d'un établissement stable qui y est situé et que le droit ou le bien générateur des redevances s'y rattache effectivement. Dans ce cas, les dispositions de l'article 7 (Bénéfices des entreprises) sont applicables.
  4. Lorsque, en raison de relations spéciales existant entre le débiteur et le bénéficiaire effectif ou que l'un et l'autre entretiennent avec de tierces personnes, le montant des redevances, compte tenu de la prestation pour laquelle elles sont payées, excède celui dont seraient convenus le débiteur et le bénéficiaire effectif en l'absence de pareilles relations, les dispositions du présent article ne s'appliquent qu'à ce dernier montant. Dans ce cas, la partie excédentaire des paiements reste imposable selon la législation de chaque Etat contractant et compte tenu des autres dispositions de la présente Convention.
VOORDELEN.
GAINS.
Art. 13. 1. Voordelen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die kunnen worden toegerekend aan de vervreemding van onroerende goederen die in de andere overeenkomstsluitende Staat zijn gelegen, mogen in die andere Staat worden belast.
  2. Voor de toepassing van dit artikel omvat de uitdrukking " onroerende goederen die in de andere overeenkomstsluitende Staten zijn gelegen " :
  a) onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 (Inkomsten uit onroerende goederen); en
  b) indien die andere Staat de Verenigde Staten is, een belang in een onroerend goed in de Verenigde Staten (United States real property interest).
  3. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft, daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van die vaste inrichting (alleen of met de gehele onderneming), mogen in die andere Staat worden belast.
  4. Voordelen verkregen door een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd of van roerende goederen die bij de exploitatie van die schepen of luchtvaartuigen worden gebruikt, zijn slechts in die Staat belastbaar.
  5. Voordelen verkregen door een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat uit de vervreemding van laadkisten (daaronder begrepen opleggers en het daarbij behorende gerei voor het vervoer van laadkisten) gebruikt voor het vervoer van goederen of koopwaar, zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij die laadkisten of opleggers en het daarbij behorende gerei gebruikt worden voor vervoer dat slechts tussen in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen plaatsen plaatsvindt.
  6. Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan de goederen vermeld in de paragrafen 1 tot 5, zijn slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is.
Art. 13. 1. Les gains d'un résident d'un Etat contractant qui sont imputables à l'aliénation de biens immobiliers situés dans l'autre Etat contractant sont imposables dans cet autre Etat.
  2. Aux fins du présent article, l'expression " biens immobiliers situés dans l'autre Etat contractant " comprend :
  a) les biens immobiliers visés à l'article 6 (Revenus immobiliers); et
  b) lorsque cet autre Etat est les Etats-Unis, un intérêt dans des biens immobiliers américains (United States real property interest).
  3. Les gains provenant de l'aliénation de biens mobiliers qui font partie de l'actif d'un établissement stable qu'une entreprise d'un Etat contractant a dans l'autre Etat contractant, y compris de tels gains provenant de l'aliénation de cet établissement stable (seul ou avec l'ensemble de l'entreprise), sont imposables dans cet autre Etat.
  4. Les gains qu'une entreprise d'un Etat contractant tire de l'aliénation de navires ou aéronefs exploités en trafic international ou de biens mobiliers affectés à l'exploitation de ces navires ou aéronefs ne sont imposables que dans cet Etat.
  5. Les gains qu'une entreprise d'un Etat contractant tire de l'aliénation de conteneurs (y compris les remorques et équipements connexes pour le transport de conteneurs) utilisés pour le transport de marchandises ne sont imposables que dans cet Etat, à moins que ces conteneurs ou ces remorques et équipements connexes ne soient utilisés à des fins de transport qu'entre des points situés dans l'autre Etat contractant.
  6. Les gains provenant de l'aliénation de tous biens autres que ceux visés aux paragraphes 1er à 5 ne sont imposables que dans l'Etat contractant dont le cédant est un résident.
INKOMSTEN UIT EEN DIENSTBETREKKING.
REVENUS D'EMPLOI.
Art. 14. 1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 15 (Tantièmes), 17 (Pensioenen, sociale zekerheid, lijfrenten en uitkeringen tot onderhoud), 18 (Overheidsfuncties) en 19 (Studenten, stagiairs, leraren en onderzoekers), zijn lonen, salarissen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere overeenkomstsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mogen de ter zake daarvan verkregen beloningen in die andere Staat worden belast.
  2. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 zijn beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een in de andere overeenkomstsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar, indien :
  a) de verkrijger in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die tijdens enig tijdperk van twaalf maanden dat aanvangt of eindigt tijdens het betrokken belastbaar tijdperk een totaal van 183 dagen niet te boven gaan; en
  b) de beloningen worden betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is; en
  c) de beloningen niet ten laste komen van een vaste inrichting die de werkgever in de andere Staat heeft.
  3. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel zijn in paragraaf 1 omschreven beloningen die zijn verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking als lid van de vaste bemanning van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, slechts in die Staat belastbaar.
Art. 14. 1. Sous réserve des dispositions des articles 15 (Tantièmes), 17 (Pensions, sécurité sociale, rentes et rentes alimentaires), 18 (Fonctions publiques) et 19 (Etudiants, stagiaires, enseignants et chercheurs), les salaires, traitements et autres rémunérations similaires qu'un résident d'un Etat contractant reçoit au titre d'un emploi salarié ne sont imposables que dans cet Etat, à moins que l'emploi ne soit exercé dans l'autre Etat contractant. Si l'emploi y est exercé, les rémunérations reçues à ce titre sont imposables dans cet autre Etat.
  2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, les rémunérations qu'un résident d'un Etat contractant reçoit au titre d'un emploi salarié exercé dans l'autre Etat contractant ne sont imposables que dans le premier Etat si :
  a) le bénéficiaire séjourne dans l'autre Etat pendant une période ou des périodes n'excédant pas au total 183 jours durant toute période de douze mois commençant ou se terminant durant la période imposable considérée, et
  b) les rémunérations sont payées par un employeur ou pour le compte d'un employeur qui n'est pas un résident de l'autre Etat, et
  c) la charge des rémunérations n'est pas supportée par un établissement stable que l'employeur a dans l'autre Etat.
  3. Nonobstant les dispositions précédentes du présent article, les rémunérations visées au paragraphe 1er qu'un résident d'un Etat contractant reçoit au titre d'un emploi salarié en tant que membre de l'équipage régulier d'un navire ou d'un aéronef exploité en trafic international ne sont imposables que dans cet Etat.
TANTIEMES.
TANTIEMES.
Art. 15. Tantièmes en andere vergoedingen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat voor diensten die hij in de andere overeenkomstsluitende Staat verricht in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere overeenkomstsluitende Staat worden belast.
Art. 15. Les tantièmes, jetons de présence et autres rétributions qu'un résident d'un Etat contractant reçoit au titre de services rendus dans l'autre Etat contractant en sa qualité de membre du conseil d'administration ou de surveillance d'une société qui est un résident de l'autre Etat contractant sont imposables dans cet autre Etat contractant.
ARTIESTEN EN SPORTBEOEFENAARS.
ARTISTES DU SPECTACLE ET SPORTIFS.
Art. 16. 1. Inkomsten die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit zijn persoonlijke werkzaamheden die hij in de andere overeenkomstsluitende Staat verricht in de hoedanigheid van artiest, zoals toneelspeler, film-, radio- of televisieartiest, of musicus, of in de hoedanigheid van sportbeoefenaar, en die in die andere overeenkomstsluitende Staat van belasting zouden zijn vrijgesteld ingevolge de bepalingen van de artikelen 7 (Ondernemingswinst) en 14 (Inkomsten uit een dienstbetrekking), mogen in die andere Staat worden belast, tenzij het bedrag van de bruto-ontvangsten dat een dergelijke artiest of sportbeoefenaar voor die werkzaamheden verkrijgt, met inbegrip van de aan hem vergoede of de ten behoeve van hem gedragen kosten, twintigduizend Amerikaanse dollar (° 20.000) of de tegenwaarde daarvan in euro in het belastbaar tijdperk waarin de betaling plaatsvindt niet te boven gaat.
  2. Indien inkomsten uit werkzaamheden die een artiest of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verricht, niet worden toegekend aan de artiest of aan de sportbeoefenaar zelf maar aan een andere persoon, mogen die inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en 14, worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waar de werkzaamheden van de artiest of de sportbeoefenaar worden verricht, maar alleen wanneer het contract op grond waarvan de persoonlijke werkzaamheden worden verricht
  a) de artiest of de sportbeoefenaar (met naam of omschrijving) aanduidt; of
  b) de andere partij bij het contract (of een derde persoon niet zijnde de artiest, de sportbeoefenaar of de eerstbedoelde andere persoon) toestaat de natuurlijke persoon die de persoonlijke werkzaamheden moet verrichten, aan te duiden.
Art. 16. 1. Les revenus qu'un résident d'un Etat contractant tire de ses activités personnelles exercées dans l'autre Etat contractant en tant qu'artiste du spectacle, tel qu'un artiste de théâtre, de cinéma, de la radio ou de la télévision, ou qu'un musicien, ou en tant que sportif, lesquels revenus seraient exemptés d'impôt dans cet autre Etat contractant en vertu des dispositions des articles 7 (Bénéfices des entreprises) et 14 (Revenus d'emploi), sont imposables dans cet autre Etat, sauf lorsque le montant des recettes brutes tirées de ces activités par cet artiste ou ce sportif, y compris les dépenses qui lui sont remboursées ou qui sont supportées pour son compte, n'excède pas vingt mille dollars des Etats-Unis (° 20.000) ou l'équivalent en euros pour la période imposable au cours de laquelle elles sont payées.
  2. Lorsque les revenus d'activités qu'un artiste du spectacle ou un sportif exerce personnellement et en cette qualité sont attribués non pas à l'artiste ou au sportif lui-même mais à une autre personne, ces revenus sont imposables, nonobstant les dispositions des articles 7 et 14, dans l'Etat contractant où les activités de l'artiste ou du sportif sont exercées, mais seulement dans les cas où le contrat en exécution duquel les activités personnelles sont exercées
  a) désigne l'artiste ou le sportif (par son nom ou par une description); ou
  b) autorise l'autre partie au contrat (ou une tierce personne autre que l'artiste, le sportif ou l'autre personne mentionnée ci-avant) à désigner la personne physique qui doit exercer personnellement les activités.
PENSIOENEN, SOCIALE ZEKERHEID, LIJFRENTEN EN UITKERINGEN TOT ONDERHOUD.
PENSIONS, SECURITE SOCIALE, RENTES ET RENTES ALIMENTAIRES.
Art. 17. 1. Onder voorbehoud van artikel 18 (Overheidsfuncties), paragraaf 2
  a) zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een uiteindelijk gerechtigde die inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is, slechts in die Staat belastbaar;
  b) wordt het bedrag van een dergelijk pensioen dat of beloning die afkomstig is uit een overeenkomstsluitende Staat en dat bij ontvangst in die Staat van belasting zou vrijgesteld zijn indien de uiteindelijk gerechtigde ertoe een inwoner van die Staat was, niettegenstaande subparagraaf a) van belasting vrijgesteld in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde inwoner is.
  2. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1 zijn sommen die door een overeenkomstsluitende Staat overeenkomstig bepalingen van de sociale-zekerheidswetgeving of een soortgelijke wetgeving van die Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat of aan een staatsburger van de Verenigde Staten worden betaald, slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar.
  3. Lijfrenten verkregen door een uiteindelijk gerechtigde die een natuurlijke persoon is en inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, zijn slechts in die Staat belastbaar. De uitdrukking " lijfrenten " zoals gebezigd in deze paragraaf betekent een vaste som, periodiek betaald op vaste tijdstippen gedurende een bepaald aantal jaren, of gedurende het leven, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen in ruil voor een voldoende en volledige tegenprestatie (niet zijnde bewezen diensten).
  4. Uitkeringen tot onderhoud die door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat worden betaald, zijn slechts in die andere Staat belastbaar. De uitdrukking " uitkering tot onderhoud " zoals gebezigd in deze paragraaf betekent periodieke uitkeringen ingevolge een schriftelijke overeenkomst tot scheiding of een vonnis tot echtscheiding, scheiding van goederen of verplichte steun, die in hoofde van de genieter aan belasting onderworpen zijn ingevolge de wetgeving van de Staat waarvan hij inwoner is.
  5. Periodieke uitkeringen voor een kind (child support) die niet in paragraaf 4 worden behandeld en die door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat zijn betaald ingevolge een schriftelijke overeenkomst tot scheiding of een vonnis tot echtscheiding, scheiding van goederen of verplichte steun, zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar.
  6. Inkomsten verkregen door een pensioenfonds dat inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, mogen enkel worden belast als inkomsten van een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat indien ze en - met inachtneming van de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel - voorzover ze uit het pensioenfonds worden betaald aan of ten goede komen van die natuurlijke persoon (en niet worden overgedragen aan een ander pensioenfonds dat inwoner is van de eerstbedoelde overeenkomstsluitende Staat).
  7. Indien een natuurlijke persoon die lid of begunstigde is van of deelnemer is in een pensioenfonds dat inwoner is van één van de overeenkomstsluitende Staten (of in een soortgelijk fonds dat inwoner is van een vergelijkbare derde Staat) in dienstverband of als zelfstandige werkzaam is in de andere overeenkomstsluitende Staat :
  a) zijn de bijdragen die door of namens die natuurlijke persoon ingevolge een pensioenplan worden betaald gedurende het tijdvak waarin hij in dienstverband of als zelfstandige werkzaam is in de andere overeenkomstsluitende Staat aftrekbaar (of worden zij niet bij de belastingheffing inbegrepen) voor de berekening van zijn belastbaar inkomen in die andere overeenkomstsluitende Staat; en
  b) worden voordelen die gedurende dat tijdvak overeenkomstig het pensioenplan aangroeien of bijdragen die gedurende dat tijdvak overeenkomstig het pensioenplan door of namens de werkgever van die natuurlijke persoon worden betaald, niet behandeld als onderdeel van het belastbaar inkomen van die persoon en mogen die bijdragen in mindering worden gebracht bij de berekening van het belastbaar inkomen van zijn werkgever in die andere overeenkomstsluitende Staat.
  De vermindering waarop deze paragraaf aanspraak geeft, mag niet hoger zijn dan de vermindering die door de andere overeenkomstsluitende Staat zou zijn toegestaan aan inwoners van die overeenkomstsluitende Staat voor bijdragen aan of voordelen voortvloeiend uit een pensioenplan dat in die overeenkomstsluitende Staat is opgericht, in het geval van de Verenigde Staten, of dat erkend is voor de belastingheffing in die overeenkomstsluitende Staat, in het geval van België.
  8. De bepalingen van paragraaf 7 van dit artikel zijn niet van toepassing tenzij :
  a) er door of namens de natuurlijke persoon of door of namens de werkgever van die natuurlijke persoon overeenkomstig het pensioenplan (of overeenkomstig een ander soortgelijk pensioenplan dat in de plaats gekomen is van het eerstbedoelde pensioenplan) bijdragen zijn betaald voordat de natuurlijke persoon in de andere overeenkomstsluitende Staat in dienstverband of als zelfstandige ging werken;
  b) de natuurlijke persoon in de andere overeenkomstsluitende Staat persoonlijke werkzaamheden heeft verricht gedurende een tijdvak dat in totaal tien kalenderjaren niet te boven gaat; en
  c) de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat ermee heeft ingestemd dat het pensioenplan in hoofdzaak overeenstemt met een pensioenplan dat erkend is voor de belastingheffing in die andere overeenkomstsluitende Staat.
  9. a) Indien een staatsburger van de Verenigde Staten die inwoner is van België, in België een dienstbetrekking uitoefent waarvan de inkomsten belastbaar zijn in België, en de bijdragen ten laste komen van een werkgever die inwoner is van België of van een in België gevestigde vaste inrichting, en de natuurlijke persoon lid of begunstigde is van of deelnemer is in een pensioenfonds dat inwoner is van België (of in een soortgelijk fonds dat inwoner is van een vergelijkbare derde Staat),
  i) zijn de bijdragen die door of namens die natuurlijke persoon ingevolge een pensioenplan worden betaald gedurende het tijdvak waarin hij de dienstbetrekking uitoefent in België en die kunnen worden toegerekend aan de dienstbetrekking, aftrekbaar (of worden niet bij de belastingheffing inbegrepen) voor de berekening van zijn belastbaar inkomen in de Verenigde Staten; en
  ii) worden voordelen die gedurende dat tijdvak overeenkomstig het pensioenplan worden behaald of bijdragen die gedurende dat tijdvak overeenkomstig het pensioenplan door of namens de werkgever van die natuurlijke persoon worden betaald en die kunnen worden toegerekend aan de dienstbetrekking, niet behandeld als onderdeel van het belastbaar inkomen van die persoon bij de berekening van zijn belastbaar inkomen in de Verenigde Staten.
  b) De vermindering waarop deze paragraaf aanspraak geeft, mag niet hoger zijn dan het kleinste van de volgende bedragen :
  i) de vermindering die door de Verenigde Staten zou zijn toegestaan aan zijn inwoners voor bijdragen aan of voordelen voortvloeiend uit een in hoofdzaak overeenstemmend pensioenplan dat voor de belastingheffing in de Verenigde Staten erkend is; en
  ii) het bedrag van de bijdragen of voordelen die in België in aanmerking komen voor belastingvermindering.
  c) Om te bepalen of een natuurlijke persoon in aanmerking komt voor deelname in en voor het verkrijgen van belastingvoordelen met betrekking tot een in de Verenigde Staten opgericht pensioenplan, worden de bijdragen die zijn betaald aan of de voordelen die zijn behaald overeenkomstig een voor de belastingheffing in België erkend pensioenplan behandeld als bijdragen of voordelen ingevolge een in hoofdzaak overeenstemmend pensioenplan dat in de Verenigde Staten is opgericht voorzover er op grond van deze paragraaf vermindering kan toegekend worden aan die natuurlijke persoon.
  d) Deze paragraaf is alleen van toepassing indien de bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten ermee heeft ingestemd dat het pensioenplan in hoofdzaak overeenstemt met een pensioenplan dat erkend is voor de belastingheffing in de Verenigde Staten.
  10. a) Voor de toepassing van de paragrafen 7 en 9 wordt een soortgelijk fonds dat inwoner is van een Staat niet zijnde een overeenkomstsluitende Staat slechts als een inwoner van een vergelijkbare derde Staat beschouwd indien die derde Staat :
  i) een lidstaat is van de Europese Unie, of een andere Staat is van de Europese Economische Ruimte, of een Staat is die deelneemt aan de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsassociatie, of Zwitserland is;
  ii) krachtens een belastingverdrag of anderszins voorziet in een vergelijkbare voordelige behandeling voor bijdragen aan een pensioenfonds dat inwoner is van de overeenkomstsluitende Staat die voorziet in de voordelen ingevolge paragraaf 7 of 9; en
  iii) met de overeenkomstsluitende Staat die voorziet in de voordelen ingevolge paragraaf 7 of 9 een belastingverdrag of een ander akkoord heeft gesloten waarin een bepaling met betrekking tot het uitwisselen van inlichtingen is opgenomen die voor die overeenkomstsluitende Staat bevredigend is;
  b) een pensioenplan is erkend voor de belastingheffing in een overeenkomstsluitende Staat indien aan het plan betaalde bijdragen in die overeenkomstsluitende Staat in aanmerking zouden komen voor belastingvermindering.
Art. 17. 1. Sous réserve de l'article 18 (Fonctions publiques), paragraphe 2,
  a) les pensions et autres rémunérations similaires dont le bénéficiaire effectif est un résident d'un Etat contractant ne sont imposables que dans cet Etat;
  b) nonobstant le sous-paragraphe a), le montant d'une telle pension ou rémunération provenant d'un Etat contractant qui serait exempté d'impôt dans cet Etat au moment de sa perception si le bénéficiaire effectif était un résident de cet Etat est exempté d'impôt dans l'Etat contractant dont le bénéficiaire effectif est un résident.
  2. Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, les sommes payées par un Etat contractant en exécution de dispositions de la législation sociale ou d'une législation analogue de cet Etat à un résident de l'autre Etat contractant ou à un citoyen des Etats-Unis ne sont imposables que dans le premier Etat.
  3. Les rentes perçues par une personne physique, résidente d'un Etat contractant, qui en est le bénéficiaire effectif ne sont imposables que dans cet Etat. Le terme " rentes " employé dans le présent paragraphe désigne une somme déterminée payée périodiquement à échéances fixes durant un nombre d'annees déterminé ou pendant toute la vie, en vertu d'un engagement d'effectuer les paiements en échange d'une pleine et adéquate contre-valeur (autre que des services rendus).
  4. Les rentes alimentaires payées par un résident d'un Etat contractant à un résident de l'autre Etat contractant ne sont imposables que dans cet autre Etat. Le terme " rentes alimentaires " (alimony) employé dans le présent paragraphe désigne les sommes payées périodiquement en exécution d'un accord de séparation écrit ou d'un jugement de divorce, de séparation de biens ou en matière d'obligation alimentaire, qui sont imposables dans le chef du bénéficiaire en vertu de la législation de l'Etat dont il est un résident.
  5. Les sommes, non visées au paragraphe 4, payées périodiquement pour un enfant (child support) en exécution d'un accord de séparation écrit ou d'un jugement de divorce, de séparation de biens ou en matière d'obligation alimentaire, et qui sont payées par un résident d'un Etat contractant à un resident de l'autre Etat contractant, ne sont imposables que dans le premier Etat.
  6. Les revenus recueillis par un fonds de pension qui est un résident d'un Etat contractant sont imposables en tant que revenus d'une personne physique qui est un résident de l'autre Etat contractant uniquement lorsque, et, sous réserve des dispositions du paragraphe 1er du présent article, dans la mesure où ces revenus sont payés par le fond de pension à cette personne physique, ou au profit de cette personne physique (et non transféres à un autre fond de pension qui est un résident du premier Etat contractant).
  7. Lorsqu'une personne physique qui est membre ou bénéficiaire d'un fond de pension, ou qui participe à un fond de pension, qui est un résident de l'un des Etats contractants (ou un fond de pension analogue qui est un résident d'un Etat tiers comparable) exerce un emploi salarié ou une activité indépendante dans l'autre Etat contractant :
  a) les cotisations payées au titre d'un régime de retraite par ou pour le compte de cette personne physique durant la période où elle exerce un emploi salarié ou une activité indépendante dans l'autre Etat contractant sont déductibles (ou peuvent être exclues) lors du calcul de son revenu imposable dans cet autre Etat contractant; et
  b) les avantages accumulés dans le cadre de ce régime de retraite, ou les cotisations payées par ou pour le compte de l'employeur de cette personne physique dans le cadre de ce régime, durant cette période ne sont pas considérés comme faisant partie du revenu imposable du salarié et ces cotisations sont admises en déduction lors du calcul du revenu imposable de son employeur dans cet autre Etat contractant.
  Les allegements accordés en vertu du présent paragraphe n'excèdent pas ceux qui seraient accordés par l'autre Etat contractant à des résidents de cet Etat contractant en raison de cotisations payées, ou d'avantages accumulés, dans le cadre d'un régime de retraite établi dans cet Etat contractant, en ce qui concerne les Etats-Unis, ou reconnu aux fins d'imposition dans cet Etat contractant, en ce qui concerne la Belgique.
  8. Les dispositions du paragraphe 7 du présent article ne s'appliquent que si :
  a) des cotisations au titre du régime de retraite (ou d'un autre régime de retraite analogue qui a été substitué au premier) ont été payees par ou pour le compte de la personne physique, ou par ou pour le compte de son employeur, avant que la personne physique ne commence à exercer un emploi salarié ou une activité indépendante dans l'autre Etat contractant;
  b) la personne physique a exercé des activités personnelles dans l'autre Etat contractant pendant une période n'excédant pas au total dix années civiles; et
  c) l'autorité compétente de l'autre Etat contractant a admis que le régime de retraite correspond de manière générale à un régime de retraite reconnu aux fins d'imposition dans cet autre Etat contractant.
  9.
  a) Lorsqu'un citoyen des Etats-Unis qui est un résident de la Belgique exerce en Belgique un emploi salarie dont les revenus sont imposables en Belgique, que la cotisation est supportée par un employeur qui est un résident de la Belgique ou par un établissement stable situé en Belgique, et que la personne physique est membre ou bénéficiaire d'un fond de pension, ou participe à un fond de pension, qui est un résident de la Belgique (ou un fond de pension analogue qui est un résident d'un Etat tiers comparable),
  i) les cotisations payees par ou pour le compte de cette personne physique au titre d'un régime de retraite pendant la période durant laquelle cette personne physique exerce l'emploi en Belgique, et qui sont imputables à cet emploi, sont déductibles (ou peuvent être exclues) lors du calcul de son revenu imposable aux Etats-Unis; et
  ii) les avantages accumulés dans le cadre de ce régime de retraite, ou les cotisations payées par ou pour le compte de l'employeur de cette personne physique au titre de ce régime, durant cette période, et qui sont imputables à cet emploi, ne sont pas considérés comme faisant partie du revenu imposable de cette personne lors du calcul de son revenu imposable aux Etats-Unis.
  b) Les allégements accordés en vertu du présent paragraphe n'excèdent pas le moins élevé des montants suivants :
  i) l'allégement que les Etats-Unis accorderaient à leurs résidents en raison de cotisations payées, ou d'avantages accumulés, dans le cadre d'un régime de retraite homologue et reconnu aux fins de l'imposition aux Etats-Unis; et
  ii) le montant des cotisations ou avantages donnant lieu à un allégement fiscal en Belgique.
  c) Aux fins de déterminer le droit d'une personne physique de participer à un régime de retraite établi aux Etats-Unis et de bénéficier d'avantages fiscaux au titre d'un tel régime de retraite, les cotisations payées ou les avantages accumulés dans le cadre d'un régime de retraite reconnu aux fins de l'imposition en Belgique sont traités comme des cotisations payées ou des avantages accumulés dans le cadre d'un régime de retraite homologue et etabli aux Etats-Unis, dans la mesure où un allégement peut être accordé à cette personne physique en vertu du présent paragraphe.
  d) Le présent paragraphe n'est applicable que si l'autorité compétente des Etats-Unis a admis que le régime de retraite correspond de manière genérale à un régime de retraite reconnu aux fins de l'imposition aux Etats-Unis.
  10. a) Aux fins des paragraphes 7 et 9, un fond analogue qui est un résident d'un Etat autre qu'un Etat contractant ne sera considéré comme un résident d'un Etat tiers comparable que si cet Etat tiers :
  i) est un Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat de l'Espace économique européen ou une partie à l'Accord de libre-échange nord-américain ou la Suisse;
  ii) accorde, en vertu d'une convention fiscale ou autrement, un traitement favorable comparable en ce qui concerne les cotisations à un fond de pension qui est un résident de l'Etat contractant qui accorde des avantages en vertu des paragraphes 7 ou 9; et
  iii) a, dans une convention fiscale ou un autre accord conclu avec l'Etat contractant qui accorde des avantages en vertu des paragraphes 7 ou 9, une clause d'échange de renseignements qui donne satisfaction à cet Etat contractant;
  b) un régime de retraite est reconnu aux fins d'imposition dans un Etat contractant lorsque les cotisations payées au titre de ce régime sont susceptibles de donner lieu à un allégement fiscal dans cet Etat contractant.
OVERHEIDSFUNCTIES.
FONCTIONS PUBLIQUES.
Art. 18. 1. Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 (Inkomsten uit een dienstbetrekking), 15 (Tantièmes), 16 (Artiesten en sportbeoefenaars) en 19 (Studenten, stagiairs, leraren en onderzoekers) :
  a) zijn lonen, salarissen en andere soortgelijke beloningen, niet zijnde pensioenen, betaald aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, slechts in die Staat belastbaar;
  b) zijn die beloningen evenwel slechts in de andere overeenkomstsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner van die Staat is, die :
  i) onderdaan is van die Staat, of
  ii) niet uitsluitend met het oog op het bewijzen van de diensten inwoner van die Staat is geworden.
  2. a) Niettegenstaande de bepalingen van paragaaf 1 zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen, door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, hetzij rechtstreeks, hetzij uit door hen in het leven geroepen fondsen, betaald aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of die gemeenschap (niet zijnde een betaling waarop Artikel 17 (Pensioenen, sociale zekerheid, lijfrenten en uitkeringen tot onderhoud), paragraaf 2 van toepassing is), slechts in die Staat belastbaar.
  b) Die pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn evenwel slechts in de andere overeenkomstsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat.
  3. De bepalingen van de artikelen 14, 15, 16 en 17 zijn van toepassing op lonen, salarissen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen, betaald ter zake van diensten bewezen in het kader van een nijverheids- of handelsbedrijf uitgeoefend door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan.
Art. 18. 1. Nonobstant les dispositions des articles 14 (Revenus d'emploi), 15 (Tantièmes), 16 (Artistes du spectacle et sportifs) et 19 (Etudiants, stagiaires, enseignants et chercheurs) :
  a) les salaires, traitements et autres rémunérations similaires, autres que les pensions, payés à une personne physique, au titre de services rendus à un Etat contractant ou l'une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales ne sont imposables que dans cet Etat;
  b) toutefois, ces rémunérations ne sont imposables que dans l'autre Etat contractant si les services sont rendus dans cet Etat et si la personne physique est un résident de cet Etat qui :
  i) possède la nationalité de cet Etat; ou
  ii) n'est pas devenu un résident de cet Etat à seule fin de rendre les services.
  2. a) Nonobstant les dispositions du paragraphe 1er, les pensions et autres rémunérations similaires payées par un Etat contractant, ou l'une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales, soit directement soit par prélèvement sur des fonds qu'ils ont constitués, à une personne physique au titre de services rendus à cet Etat ou à cette subdivision ou collectivite (autres que les paiements auxquels s'appliquent les dispositions de l'article 17 (Pensions, sécurité sociale, rentes et rentes alimentaires), paragraphe 2) ne sont imposables que dans cet Etat;
  b) ces pensions et autres rémunérations similaires ne sont toutefois imposables que dans l'autre Etat contractant si la personne physique est un résident de cet Etat et en possède la nationalité.
  3. Les dispositions des articles 14, 15, 16 et 17 s'appliquent aux salaires, traitements, pensions et autres rémunérations similaires payés au titre de services rendus dans le cadre d'une activité d'entreprise exercée par un Etat contractant ou l'une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales.
STUDENTEN, STAGIAIRS, LERAREN EN ONDERZOEKERS.
ETUDIANTS, STAGIAIRES, ENSEIGNANTS ET CHERCHEURS.
Art. 19. 1. a) Bedragen, niet zijnde vergoedingen voor persoonlijke diensten, die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is, of onmiddellijk vóór zijn bezoek aan een overeenkomstsluitende Staat inwoner was, van de andere overeenkomstsluitende Staat en die voor zijn voltijdse studie of voor zijn voltijdse opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft, ontvangt, zijn in die Staat niet belastbaar op voorwaarde dat die betalingen afkomstig zijn uit bronnen buiten die Staat en dat ze bedoeld zijn voor zijn onderhoud, studie of opleiding. De in deze paragraaf vastgelegde belastingvrijstelling is op stagiairs slechts van toepassing gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar vanaf de datum waarop de stagiair voor het eerst in de eerstbedoelde overeenkomstsluitende Staat aankomt ten behoeve van zijn opleiding.
  b) Een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon in de betekenis van subparagraaf a) is vrijgesteld van belasting in de overeenkomstsluitende Staat waar de natuurlijke persoon tijdelijk verblijft ter zake van inkomsten verkregen voor persoonlijke diensten tot een totaal bedrag van 9.000 ° per jaar of de tegenwaarde daarvan in euro. De bevoegde autoriteiten passen om de vijf jaar het in deze subparagraaf bepaalde bedrag aan voor zover dat nodig is om rekening te houden met wijzigingen in de Amerikaanse persoonlijke vrijstelling en standaard vermindering en met het basisbedrag van de Belgische belastingvrije som.
  c) Voor de toepassing van deze paragraaf is een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon een natuurlijke persoon :
  i) die tijdelijk in een overeenkomstsluitende Staat verblijft om een opleiding te krijgen die vereist is om de natuurlijke persoon het recht te geven een beroep of een professionele specialisatie uit te oefenen; of
  ii) die tijdelijk in een overeenkomstsluitende Staat verblijft als werknemer van een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat of omdat hij contractueel verbonden is tegenover een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat, met als voornaamste doel technische, beroeps- of bedrijfservaring op te doen bij een persoon, niet zijnde die inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat (of een persoon die verbonden is met zulke inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat).
  2. Een natuurlijke persoon die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat bij het begin van zijn bezoek aan de andere overeenkomstsluitende Staat en die tijdelijk in de andere overeenkomstsluitende Staat verblijft om aldaar aan een school, college, universiteit of andere onderwijs- of onderzoeksinrichting onderwijs te geven of zich met onderzoek bezig te houden, is in de andere overeenkomstsluitende Staat vrijgesteld van belasting op de beloningen die zijn verkregen voor het lesgeven of voor het verrichten van onderzoek, en dit gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar vanaf de datum van aankomst van die natuurlijke persoon in die andere Staat. Deze paragraaf is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van onderzoek, indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang, maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen.
Art. 19. 1. a) Les sommes reçues, autrement qu'en rémunération de services personnels, par un étudiant ou un stagiaire qui est, ou qui etait immédiatement avant de se rendre dans un Etat contractant, un résident de l'autre Etat contractant, et qui séjourne dans le premier Etat afin d'y poursuivre, à temps plein, ses études ou sa formation ne sont pas imposables dans cet Etat, à condition qu'elles proviennent de sources situées en dehors de cet Etat et qu'elles soient destinées à couvrir ses frais d'entretien, d'études ou de formation. L'exemption d'impôt prévue au présent paragraphe ne s'applique à un stagiaire que pendant une période de temps n'excédant pas deux ans à compter de la date à laquelle le stagiaire arrive pour la première fois dans le premier Etat contractant afin d'y poursuivre sa formation.
  b) Un étudiant ou un stagiaire au sens du sous-paragraphe a) est exempté d'impôt dans l'Etat contractant dans lequel cette personne physique séjourne temporairement, à raison des revenus qu'elle tire de services personnels à concurrence d'un montant total annuel de ° 9.000 ou l'équivalent en euros. Tous les cinq ans, les autorités compétentes ajustent le montant prévu au présent sous-paragraphe dans la mesure nécessaire pour tenir compte des modifications de l'exemption personnelle et de la déduction standard aux Etats-Unis et de la quotité exemptée de base en Belgique.
  c) Aux fins du présent paragraphe, un stagiaire est une personne physique :
  i) qui séjourne temporairement dans un Etat contractant afin d'effectuer un stage destiné à lui assurer la formation nécessaire à l'exercice d'une profession ou d'une specialité professionnelle; ou
  ii) qui séjourne temporairement dans un Etat contractant en qualité d'employé d'un résident de l'autre Etat contractant, ou en exécution d'un contrat avec un tel résident, dans le but principal d'acquérir une expérience technique, professionnelle ou commerciale auprès d'une personne autre que ce résident de l'autre Etat contractant (ou qu'une personne liée à ce résident de l'autre Etat contractant).
  2. Une personne physique qui est un résident d'un Etat contractant au début de sa visite dans l'autre Etat contractant et qui séjourne temporairement dans l'autre Etat contractant afin d'enseigner ou d'effectuer des travaux de recherche dans une école, un collège, une université ou un autre établissement d'enseignement ou de recherche est exemptée d'impôt dans l'autre Etat contractant, pendant une période n'excédant pas deux ans à compter de la date d'arrivée de cette personne physique dans cet autre Etat, sur les rémunérations qu'elle reçoit au titre de ses activités d'enseignement ou de recherche. Le présent paragraphe n'est pas applicable aux revenus provenant de travaux de recherche si ces travaux sont entrepris non dans l'intérêt général mais principalement au profit personnel d'une ou plusieurs personnes déterminées.
ANDERE INKOMSTEN.
AUTRES REVENUS.
Art. 20. 1. Ongeacht de afkomst ervan zijn bestanddelen van het inkomen die zijn verkregen door een uiteindelijk gerechtigde die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, en die niet in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld, slechts in die Staat belastbaar.
  2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit onroerende goederen als omschreven in artikel 6 (Inkomsten uit onroerende goederen), paragraaf 2, indien de uiteindelijk gerechtigde tot de inkomsten, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting uitoefent en de inkomsten aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 (Ondernemingswinst) van toepassing.
Art. 20. 1. Les éléments de revenu, d'où qu'ils proviennent, dont le bénéficiaire effectif est un résident d'un Etat contractant et qui ne sont pas traités dans les articles précédents de la présente Convention ne sont imposables que dans cet Etat.
  2. Les dispositions du paragraphe 1er ne s'appliquent pas aux revenus autres que les revenus provenant de biens immobiliers tels qu'ils sont définis à l'article 6 (Revenus immobiliers), paragraphe 2, lorsque le bénéficiaire effectif des revenus, résident d'un Etat contractant, exerce dans l'autre Etat contractant une activité d'entreprise par l'intermédiaire d'un établissement stable qui y est situé et que les revenus sont imputables à cet établissement stable. Dans ce cas, les dispositions de l'article 7 (Bénéfices des entreprises) sont applicables.
BEPERKING VAN DE VOORDELEN.
LIMITATION DES AVANTAGES.
Art. 21. 1. Een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is alleen gerechtigd tot de voordelen die anderszins door deze Overeenkomst worden toegekend aan inwoners van een overeenkomstsluitende Staat, voorzover dit artikel dit toestaat.
  2. Een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is gerechtigd tot alle voordelen van deze Overeenkomst indien de inwoner :
  a) een natuurlijke persoon is;
  b) een overeenkomstsluitende Staat is of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan is;
  c) een vennootschap is, indien :
  i) haar voornaamste klasse van aandelen (en elke disproportionele klasse van aandelen (disproportionate class of shares)) regelmatig wordt verhandeld op één of meer erkende effectenbeurzen, en ofwel :
  A) haar voornaamste klasse van aandelen hoofdzakelijk verhandeld wordt op een erkende effectenbeurs die gevestigd is in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap inwoner is (of, in het geval van een vennootschap die inwoner is van België, op een erkende effectenbeurs die gevestigd is binnen de Europese Unie of in enige andere Staat van de Europese Economische Ruimte, of, in het geval van een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Staten, op een erkende effectenbeurs die gevestigd is in een andere Staat die deelneemt aan de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsassociatie); of
  B) de voornaamste plaats van leiding en toezicht van de vennootschap zich bevindt in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap inwoner is; of
  ii) ten minste 50 percent van het totale aantal stemmen en van de waarde van de aandelen (en ten minste 50 percent van elke disproportionele klasse van aandelen (disproportionate class of shares) van de vennootschap onmiddellijk of middellijk in het bezit is van ten hoogste vijf vennootschappen die gerechtigd zijn tot de voordelen overeenkomstig clausule i) van deze subparagraaf, op voorwaarde dat, in geval van middellijke eigendom, elke tussenliggende eigenaar inwoner is van één van beide overeenkomstsluitende Staten;
  d) een persoon is als omschreven in artikel 4 (Inwoner), paragraaf 3, op voorwaarde dat, in het geval van een persoon omschreven in subparagraaf a) van die paragraaf, ofwel :
  i) meer dan 50 percent van de gerechtigden, leden of deelnemers van de persoon natuurlijke personen zijn die inwoner zijn van één van beide overeenkomstsluitende Staten; of
  ii) de organisatie die als sponsor fungeert voor een dergelijke persoon recht heeft op de voordelen van deze Overeenkomst op grond van dit artikel; of
  e) een persoon is, niet zijnde een natuurlijke persoon, indien :
  i) op ten minste de helft van de dagen van het belastbaar tijdperk, ten minste 50 percent van elke klasse van aandelen of andere belangen als uiteindelijk gerechtigde in de persoon onmiddellijk of middellijk in het bezit zijn van inwoners van de overeenkomstsluitende Staat waarvan die persoon inwoner is en die gerechtigd zijn tot de voordelen van deze Overeenkomst ingevolge subparagraaf a), subparagraaf b), clausule i) van subparagraaf c), of subparagraaf d) van deze paragraaf; en
  ii) minder dan 50 percent van die persoon zijn bruto-inkomen voor het belastbaar tijdperk, zoals bepaald in de woonstaat van de persoon, onmiddellijk of middellijk wordt betaald aan of toekomt aan personen, niet zijnde inwoners van één van beide overeenkomstsluitende Staten, die gerechtigd zijn tot de voordelen van deze Overeenkomst ingevolge subparagraaf a), subparagraaf b), clausule i) van subparagraaf c), of subparagraaf d) van deze paragraaf, in de vorm van betalingen die in de woonstaat van de persoon aftrekbaar zijn voor de belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is (maar met uitzondering van betalingen die volgens het principe van wederzijdse onafhankelijkheid bij de normale bedrijfsuitoefening op het gebied van diensten of lichamelijke goederen zijn verricht (arm's length payments) en betalingen in het kader van financiële verplichtingen aan een bank die niet verbonden is met de betaler).
  3. Een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat is eveneens gerechtigd tot de voordelen van de Overeenkomst indien :
  a) ten minste 95 percent van het totale aantal stemmen en van de waarde van de aandelen (en ten minste 50 percent van elke disproportionele klasse van aandelen (disproportionate class of shares) van de vennootschap onmiddellijk of middellijk in het bezit is van ten hoogste zeven personen die gelijkwaardige gerechtigden (equivalent beneficiaries) zijn; en
  b) minder dan 50 percent van het bruto-inkomen van de vennootschap voor het belastbaar tijdperk, zoals bepaald in de woonstaat van de vennootschap, onmiddellijk of middellijk wordt betaald aan of toekomt aan personen die geen gelijkwaardige gerechtigden (equivalent beneficiaries) zijn in de vorm van betalingen die aftrekbaar zijn voor de belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is in de woonstaat van de vennootschap (maar met uitzondering van betalingen die volgens het principe van wederzijdse onafhankelijkheid bij de normale bedrijfsuitoefening op het gebied van diensten of lichamelijke goederen zijn verricht (arm's length payments) en betalingen in het kader van financiële verplichtingen aan een bank die niet verbonden is met de betaler).
  4. a) Een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is gerechtigd tot voordelen van de Overeenkomst ter zake van een inkomensbestanddeel dat afkomstig is uit de andere overeenkomstsluitende Staat, ongeacht of de inwoner gerechtigd is tot voordelen overeenkomstig paragraaf 2 of 3, indien de inwoner betrokken is bij het actief uitoefenen van handels- of bedrijfsactiviteiten in de eerstbedoelde Staat (niet zijnde activiteiten die bestaan uit het beleggen of het beheren van beleggingen voor eigen rekening van die inwoner, tenzij deze activiteiten zouden bestaan uit bank- en verzekeringsactiviteiten of effectenhandel, uitgeoefend door een bank of verzekeringsmaatschappij of een geregistreerd effectenbedrijf), en de inkomsten verkregen uit de andere overeenkomstsluitende Staat zijn behaald in samenhang met, of bijkomstig zijn ten opzichte van, die bedrijfsmatige activiteiten.
  b) Indien een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat of één van de met hem verbonden ondernemingen een handels- of bedrijfsactiviteit in de andere overeenkomstsluitende Staat uitoefent waaruit een inkomensbestanddeel voortvloeit, is subparagraaf a) van deze paragraaf alleen van toepassing op dat inkomensbestanddeel indien de handels- of bedrijfsactiviteiten in de eerstbedoelde Staat wezenlijk zijn in relatie tot de handels- of bedrijfsactiviteiten in de andere Staat. Of een handels- of bedrijfsactiviteit voor de toepassing van deze paragraaf al dan niet wezenlijk is, zal op basis van alle feiten en omstandigheden worden bepaald.
  c) Bij het bepalen of een persoon " betrokken is bij het actief uitoefenen van handels- of bedrijfsactiviteiten " in een overeenkomstsluitende Staat in de zin van subparagraaf a) van deze paragraaf, worden activiteiten die worden verricht door met die persoon verbonden personen geacht te worden verricht door die persoon. Een persoon wordt geacht met een andere persoon verbonden te zijn indien de ene persoon ten minste 50 percent van het belang als uiteindelijk gerechtigde in de andere persoon bezit (of, in geval van een vennootschap, ten minste 50 percent van het totale aantal stemmen en ten minste 50 percent van de totale waarde van de aandelen in de vennootschap of van het belang als uiteindelijk gerechtigde (beneficial equity interest) in het vermogen van de vennootschap) of indien een andere persoon onmiddellijk of middellijk ten minste 50 percent van het belang als uiteindelijk gerechtigde bezit in elk van de personen (of, in geval van een vennootschap, ten minste 50 percent van het totale aantal stemmen en ten minste 50 percent van de totale waarde van de aandelen in de vennootschap of van het belang als uiteindelijk gerechtigde (beneficial equity interest) in het vermogen van de vennootschap). In ieder geval wordt een persoon geacht te zijn verbonden met een andere persoon indien, op basis van alle relevante feiten en omstandigheden, de ene persoon zeggenschap heeft in de andere persoon of beide personen onder zeggenschap staan van dezelfde persoon of personen.
  5. Een persoon die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat en als hoofdzetel fungeert voor een multinationale groep van vennootschappen, is eveneens gerechtigd tot alle voordelen van deze Overeenkomst die anderszins worden toegekend aan inwoners van die overeenkomstsluitende Staat indien die persoon voldoet aan alle andere genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van dergelijke voordelen. Te dien einde wordt een persoon enkel als hoofdzetel beschouwd indien :
  a) hij voorziet in een wezenlijk aandeel van het algemene toezicht op en het bestuur van de groep, hetgeen wel mag omvatten, maar niet hoofdzakelijk mag bestaan uit, het financieren van de groep;
  b) de groep bestaat uit vennootschappen die inwoner zijn van en werkelijke bedrijfsactiviteiten uitoefenen in ten minste vijf landen en de bedrijfsactiviteiten die in elk van de vijf landen (of vijf groepen van landen) worden uitgeoefend ten minste 10 percent van het bruto-inkomen van de groep voortbrengen;
  c) de bedrijfsactiviteiten die in enig ander land dan de woonstaat van de hoofdzetel worden uitgevoerd minder dan 50 percent van het bruto-inkomen van de groep voortbrengen;
  d) niet meer dan 25 percent van zijn bruto-inkomen verkregen is uit de andere Staat;
  e) hij een onafhankelijke discretionaire bevoegdheid heeft en uitoefent om de functies bedoeld in subparagraaf a) te verrichten;
  f) hij in zijn woonstaat onderworpen is aan dezelfde regels inzake belastingheffing naar het inkomen als personen zoals beschreven in paragraaf 4; en
  g) het inkomen dat is verkregen in de andere Staat, ofwel verkregen is in samenhang met, ofwel bijkomstig is ten opzichte van, de in subparagraaf b) bedoelde uitgeoefende bedrijfsmatige activiteiten.
  Indien de in subparagrafen b), c) of d) van deze paragraaf opgesomde voorwaarden met betrekking tot het bruto-inkomen niet zijn vervuld, worden deze voorwaarden niettemin beschouwd als zijnde wel vervuld indien de vereiste percentages worden gehaald wanneer het gemiddelde bruto-inkomen van de vier voorafgaande jaren in aanmerking wordt genomen.
  6. Indien een onderneming van België interest of royalty's verkrijgt uit de Verenigde Staten, en de inkomsten die bestaan uit dergelijke interest of royalty's in België vrijgesteld zijn van belasting omdat ze kunnen worden toegerekend aan een vaste inrichting welke die onderneming heeft in een derde Staat, zijn de fiscale voordelen die anderszins van toepassing zouden zijn ingevolge de overige bepalingen van de Overeenkomst, niettegenstaande de vorige bepalingen van dit artikel, niet van toepassing op dergelijke inkomsten indien de belasting die in de derde Staat daadwerkelijk werd betaald met betrekking tot dergelijke inkomsten minder bedraagt dan 60 percent van de belasting die in België verschuldigd zou zijn indien de inkomsten door de onderneming in België werden behaald en niet konden worden toegerekend aan de vaste inrichting in de derde Staat. Interest of royalty's waarop de bepalingen van deze paragraaf van toepassing zijn, mogen in de Verenigde Staten worden belast tegen een tarief van ten hoogste 15 percent van het brutobedrag ervan. De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing indien :
  a) in het geval van interest, zoals omschreven in Artikel 11 (Interest), de inkomsten verkregen uit de Verenigde Staten zijn behaald in samenhang met, of bijkomstig zijn ten opzichte van, het werkelijk uitoefenen van handels- of bedrijfsactiviteiten door de vaste inrichting in de derde Staat (niet zijnde activiteiten die bestaan uit het verrichten, het beheren of het eenvoudige bezitten van beleggingen voor eigen rekening van die onderneming, tenzij deze activiteiten zouden bestaan uit bankactiviteiten of effectenhandel, uitgeoefend door een bank of een geregistreerd effectenbedrijf); of
  b) in het geval van royalty's, zoals omschreven in Artikel 12 (Royalty's), de royalty's zijn verkregen als vergoeding voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, immateriële goederen die door de vaste inrichting zelf zijn geproduceerd of ontwikkeld.
  7. Een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die op grond van de vorige paragrafen van dit artikel niet gerechtigd is tot voordelen, kan desalniettemin voordelen van de Overeenkomst genieten indien de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat bepaalt dat de oprichting, verwerving of instandhouding van die persoon en de uitoefening van zijn activiteiten niet als één van de voornaamste doelstellingen had de voordelen van de Overeenkomst te verkrijgen. De bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat pleegt overleg met de bevoegde autoriteit van de eerstbedoelde Staat alvorens zij op grond van deze paragraaf de voordelen van de Overeenkomst ontzegt.
  8. Voor de toepassing van dit artikel :
  a) betekent de uitdrukking " voornaamste klasse van aandelen " de gewone of normale aandelen van de vennootschap, mits dat soort aandelen de meerderheid van de stemmen in en van de waarde van de vennootschap vertegenwoordigt. Indien geen enkele soort gewone of normale aandelen de meerderheid van het totale aantal stemmen in en van de waarde van de vennootschap vertegenwoordigt, dan betekent de uitdrukking " voornaamste klasse van aandelen " die soorten aandelen die in totaal een meerderheid van het totale aantal stemmen in en van de waarde van de vennootschap vertegenwoordigen;
  b) betekent de uitdrukking " disproportionele klasse van aandelen " (disproportionate class of shares) elke soort aandelen in een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat die de aandeelhouder hetzij door middel van dividenden of afkoopsommen hetzij op andere wijze, recht geven op een onevenredig hoger aandeel in het inkomen dat in de andere overeenkomstsluitende Staat wordt voortgebracht door bepaalde activa of activiteiten van de vennootschap wanneer dit wordt vergeleken met het aandeel ervan in de totale activa of activiteiten van die vennootschap;
  c) omvat de uitdrukking " aandelen " certificaten van die aandelen;
  d) betekent de uitdrukking " erkende effectenbeurs " :
  i) het NASDAQ-systeem van de National Association of Securities Dealers, Inc. en elke effectenbeurs die onder toepassing van de Securities Exchange Act van 1934 bij de Security and Exchange Commission in de Verenigde Staten is geregistreerd als een nationale beurs op het gebied van waardepapieren;
  ii) de effectenbeurs van Brussel;
  iii) de Ierse effectenbeurs en de effectenbeurzen van Amsterdam, Frankfurt, Hamburg, Lissabon, Londen, Madrid, Milaan, Parijs, Toronto en Zurich; en
  iv) elke andere door de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten erkende effectenbeurs;
  e) wordt een bepaalde klasse van aandelen geacht regelmatig te worden verhandeld op één of meer erkende effectenbeurzen in een belastbaar tijdperk indien het totale aantal aandelen van die klasse, dat gedurende het voorafgaande belastbaar tijdperk op die effectenbeurs of -beurzen werd verhandeld, ten minste 6 percent bedraagt van het gemiddelde aantal uitstaande aandelen uit die klasse tijdens dat voorafgaande belastbaar tijdperk;
  f) ligt de voornaamste plaats van leiding en toezicht van een vennootschap enkel in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap inwoner is, indien de leidende kaders en de hogere leidinggevende bedienden hun dagelijkse verantwoordelijkheden voor het nemen van strategische, financiële en operationele beleidsbeslissingen voor de vennootschap (met inbegrip van de directe en indirecte dochtermaatschappijen ervan) meer in die Staat uitoefenen dan in enige andere Staat en indien de staven de dagelijkse activiteiten die nodig zijn om die beslissingen voor te bereiden en te maken meer in die Staat verrichten dan in enige andere Staat;
  g) betekent de uitdrukking " gelijkwaardige gerechtigde " (equivalent beneficiary) een inwoner van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte of van een Staat die deelneemt aan de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsassociatie, of van Zwitserland, doch alleen indien die inwoner :
  i) A) gerechtigd zou zijn tot alle voordelen van een algemene belastingovereenkomst tussen enige lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte, of een Staat die deel uitmaakt van de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsassociatie, of Zwitserland en de Staat waarvan de voordelen van deze Overeenkomst worden gevraagd op grond van bepalingen die overeenkomen met subparagraaf a), subparagraaf b), clausule i) van subparagraaf c), of subparagraaf d) van paragraaf 2, met dien verstande dat, indien een dergelijke overeenkomst geen algemene bepaling inzake beperking van de voordelen bevat, de inwoner gerechtigd zou zijn tot de voordelen van deze Overeenkomst op grond van subparagraaf a), subparagraaf b), clausule i) van subparagraaf c), of subparagraaf d) van paragraaf 2 indien die persoon een inwoner was van één van de overeenkomstsluitende Staten ingevolge artikel 4 (Inwoner); en
  B) met betrekking tot verzekeringspremies en inkomsten als bedoeld in artikel 10 (Dividenden), 11 (Interest) of 12 (Royalty's) op grond van een dergelijke overeenkomst gerechtigd zou zijn tot een belastingtarief met betrekking tot het inkomstenbestanddeel waarvoor op grond van deze Overeenkomst aanspraak wordt gemaakt op voordelen, dat ten minste zo laag is als het tarief dat van toepassing is op grond van deze Overeenkomst; of
  ii) een inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat en gerechtigd is tot de voordelen van deze Overeenkomst op grond van subparagraaf a), subparagraaf b), clausule i) van subparagraaf c), of subparagraaf d) van paragraaf 2;
  h) wordt, met betrekking tot dividenden, interest en royalty's die afkomstig zijn uit België en waartoe een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Staten uiteindelijk gerechtigd is, een vennootschap die inwoner is van een lidstaat van de Europese Unie behandeld alsof zij voldoet aan de vereisten van subparagraaf g), i), B) teneinde vast te stellen of een dergelijke inwoner van de Verenigde Staten op grond van deze paragraaf aanspraak kan maken op de voordelen van de Overeenkomst indien een betaling van dividenden, interest of royalty's die afkomstig zijn uit België en die rechtstreeks aan dergelijke inwoner van een lidstaat van de Europese Unie wordt gedaan vrijgesteld zou zijn van belasting op grond van een richtlijn van de Europese Unie, niettegenstaande het feit dat de belastingovereenkomst tussen België en die andere lidstaat van de Europese Unie zou voorzien in een hoger belastingtarief met betrekking tot dergelijke betaling dan het belastingtarief dat van toepassing is op een dergelijke vennootschap van de Verenigde Staten op grond van artikelen 10, 11 of 12.
Art. 21. 1. Un résident d'un Etat contractant ne peut bénéficier des avantages accordes aux résidents d'un Etat contractant aux termes de la présente Convention que dans la mesure prévue par le présent article.
  2. Un résident d'un Etat contractant peut bénéficier de tous les avantages prévus par la présente Convention si ce résident est :
  a) une personne physique;
  b) un Etat contractant ou une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales;
  c) une société, si :
  i) la principale catégorie d'actions de cette société (et toute catégorie disproportionnée d'actions (disproportionate class of shares)) fait l'objet de transactions régulières sur un ou plusieurs marchés boursiers reconnus, et :
  A) la principale catégorie de ses actions fait principalement l'objet de transactions sur un marche boursier reconnu situe dans l'Etat contractant dont la sociéte est un résident (ou, dans le cas d'une société résidente de la Belgique, sur un marché boursier reconnu situé dans l'Union européenne ou dans un autre Etat de l'Espace économique européen ou, dans le cas d'une société résidente des Etats-Unis, sur un marché boursier reconnu situé dans un autre Etat qui est partie à l'Accord de libre-échange nord-américain); ou
  B) le siège principal de direction et de contrôle de cette société se trouve dans l'Etat contractant dont elle est un résident; ou
  ii) au moins 50 pour cent du total des droits de vote et de la valeur des actions (et au moins 50 pour cent de toute catégorie disproportionnée d'actions (disproportionate class of shares)) de la société sont détenus, directement ou indirectement, par au plus cinq sociétés pouvant bénéficier des avantages aux termes du i) du présent sous-paragraphe, sous reserve que, dans le cas d'une détention indirecte, chaque détenteur intermédiaire soit un résident de l'un ou l'autre des Etats contractants;
  d) une personne mentionnée à l'article 4 (Résident), paragraphe 3, sous réserve, dans le cas d'une personne mentionnée au a) de ce paragraphe, que :
  i) plus de 50 pour cent des bénéficiaires, membres ou participants de cette personne soient des personnes physiques résidentes de l'un ou l'autre des Etats contractants; ou
  ii) le promoteur de cette personne puisse bénéficier des avantages prévus par la présente Convention en vertu du présent article; ou
  e) une personne autre qu'une personne physique, si :
  i) pendant au moins la moitié des jours de la période imposable, au moins 50 pour cent de chaque catégorie d'actions ou autres intérêts effectifs dans cette personne sont, directement ou indirectement, la propriété de résidents de l'Etat contractant dont cette personne est un résident qui peuvent bénéficier des avantages prévus par la présente Convention en vertu du sous-paragraphe a), du sous-paragraphe b), du sous-paragraphe c), i) ou du sous-paragraphe d) du présent paragraphe; et
  ii) moins de 50 pour cent du revenu brut de cette personne au cours de la période imposable, déterminé selon les règles de l'Etat de résidence de cette personne, est payé ou dû, directement ou indirectement, à des personnes autres que des résidents de l'un ou l'autre des Etats contractants appelés à bénéficier des avantages de la présente Convention en vertu du sous-paragraphe a), du sous-paragraphe b), du sous-paragraphe c), i) ou du sous-paragraphe d) du présent paragraphe, sous la forme de paiements déductibles, aux fins des impôts visés par la présente Convention, dans l'Etat de résidence de cette personne (à l'exception toutefois de paiements de pleine concurrence (arm's length payments) effectués dans le cadre ordinaire d'activités d'entreprise au titre de services ou biens corporels et de paiements concernant des obligations financières envers une banque qui n'est pas liée au débiteur).
  3. Une société qui est un resident d'un Etat contractant peut également bénéficier des avantages de la Convention si :
  a) au moins 95 pour cent du total des droits de vote et de la valeur des actions (et au moins 50 pour cent de toute catégorie disproportionnée d'actions (disproportionate class of shares)) de la société sont détenus, directement ou indirectement, par au plus sept personnes qui sont des bénéficiaires équivalents (equivalent beneficiaries); et
  b) moins de 50 pour cent du revenu brut de la société au cours de la période imposable, déterminé selon les règles de l'Etat de résidence de la société, est payé ou dû, directement ou indirectement, à des personnes qui ne sont pas des bénéficiaires équivalents (equivalent beneficiaries), sous la forme de paiements déductibles, aux fins des impôts visés par la présente Convention, dans l'Etat de résidence de la sociéte (à l'exception de paiements de pleine concurrence (arm's length payments) effectués dans le cadre ordinaire d'activités d'entreprise au titre de services ou biens corporels et de paiements concernant des obligations financières envers une banque qui n'est pas liée au débiteur).
  4. a) Un résident d'un Etat contractant, qu'il puisse ou non bénéficier d'avantages en vertu des paragraphes 2 ou 3, pourra bénéficier des avantages prévus par la Convention au titre d'un élément de revenu ayant sa source dans l'autre Etat contractant, si ce résident exerce une activité industrielle ou commerciale effective dans le premier Etat (autre que l'activité consistant à réaliser ou gérer des investissements pour son propre compte, à moins qu'il ne s'agisse d'une activité bancaire, d'assurance ou d'une activité portant sur des valeurs mobilières exercée par une banque, une compagnie d'assurance ou un opérateur sur titres agréé) et si le revenu tiré de l'autre Etat contractant est lié à cette activité ou en constitue un élément accessoire.
  b) Si un résident d'un Etat contractant ou l'une quelconque de ses entreprises associées exerce dans l'autre Etat contractant une activité industrielle ou commerciale qui génère un élément de revenu, le sous-paragraphe a) du présent paragraphe ne s'applique à cet élément de revenu que si l'activité industrielle ou commerciale exercée dans le premier Etat présente un caractère substantiel par rapport aux activités exercées dans l'autre Etat. Le caractère substantiel ou non d'une activité industrielle ou commerciale, au sens du présent paragraphe, sera déterminé en prenant en compte l'ensemble des faits et circonstances propres à chaque cas.
  c) Aux fins de déterminer si une personne " exerce une activité industrielle ou commerciale effective " dans un Etat contractant au sens du sous-paragraphe a) du présent paragraphe, les activités exercées par des personnes liées à cette personne sont censées être exercées par cette personne. Une personne est considérée comme liée à une autre si une de ces personnes possède au moins 50 pour cent d'un intérêt effectif dans l'autre (ou, dans le cas d'une societé, au moins 50 pour cent du total des droits de vote et au moins 50 pour cent de la valeur totale des actions de la société ou de l'intérêt effectif dans les capitaux propres (beneficial equity interest) de la société) ou si une autre personne possède, directement ou indirectement, au moins 50 pour cent d'un intérêt effectif dans chacune d'elles (ou, dans le cas d'une société, au moins 50 pour cent du total des droits de vote et au moins 50 pour cent de la valeur totale des actions de la société ou de l'intérêt effectif dans les capitaux propres (beneficial equity interest) de la société). En tout cas, une personne est considérée comme liée à une autre si, en prenant en compte l'ensemble des faits et circonstances propres à ce cas, l'une est sous le contrôle de l'autre ou toutes deux sont sous le contrôle de la même personne ou des mêmes personnes.
  5. Une personne qui est un résident d'un Etat contractant et qui exerce les fonctions d'un quartier général pour un groupe multinational de sociétés peut également bénéficier de tous les avantages accordés aux résidents de cet Etat contractant aux termes de la presente Convention si cette personne satisfait à n'importe laquelle des autres conditions prévues pour l'obtention de ces avantages. Une personne ne sera considérée comme un quartier général aux fins de la présente disposition que si :
  a) elle assure une part importante de la surveillance et de l'administration générales du groupe, qui peuvent comprendre, sans que ce soit à titre principal, des activités de financement du groupe;
  b) le groupe est constitué de sociétés qui sont des résidents d'au moins cinq pays, où elles exercent des activités d'entreprise effectives, et les activités d'entreprise exercées dans chacun des cinq pays (ou cinq groupements de pays) génèrent au moins 10 pour cent du revenu brut du groupe;
  c) les activités d'entreprise exercées dans chacun des pays autres que l'Etat de résidence de la société qui remplit les fonctions de quartier général génèrent moins de 50 pour cent du revenu brut du groupe;
  d) au plus 25 pour cent de son revenu brut provient de l'autre Etat;
  e) elle possède, et exerce, un pouvoir discrétionnaire autonome pour l'exercice des fonctions mentionnées au sous-paragraphe a) ;
  f) elle est soumise dans son Etat de résidence aux mêmes règles en matière d'imposition des revenus que les personnes visées au paragraphe 4; et
  g) les revenus provenant de l'autre Etat se rattachent, ou sont accessoires, aux activités d'entreprise effectives visées au sous-paragraphe b).
  Si les conditions relatives au revenu brut prévues aux sous-paragraphes b), c) ou d) du présent paragraphe ne sont pas remplies, elles sont néanmoins considérées comme remplies si les pourcentages requis sont respectés en prenant en considération la moyenne des revenus bruts des quatre années précédentes.
  6. Nonobstant les dispositions précédentes du présent article, lorsqu'une entreprise de la Belgique tire des Etats-Unis des intérêts ou des redevances, et que les revenus constitués par ces intérêts ou redevances sont exemptés d'impôt en Belgique parce qu'ils sont imputables à un établissement stable que cette entreprise a dans un Etat tiers, les avantages fiscaux qui seraient accordés en vertu des autres dispositions de la Convention ne s'appliquent pas à ces revenus si l'impôt qui est effectivement payé dans l'Etat tiers au titre de ces revenus est inférieur à 60 pour cent de l'impôt qui aurait été dû en Belgique si les revenus avaient été recueillis en Belgique par l'entreprise et n'étaient pas imputables à l'établissement stable situé dans l'Etat tiers. Les intérêts ou redevances auxquels s'appliquent les dispositions du présent paragraphe sont imposables aux Etats-Unis à un taux n'excédant pas 15 pour cent de leur montant brut. Les dispositions du présent paragraphe ne s'appliquent pas lorsque :
  a) en ce qui concerne les intérêts, tels qu'ils sont définis à l'article 11 (Intérêts), les revenus provenant des Etats-Unis se rattachent, ou sont accessoires, à l'exercice par l'établissement stable d'une activité industrielle ou commerciale effective dans l'Etat tiers (autre que l'activité consistant à effectuer, gérer ou simplement détenir des investissements pour le compte de l'entreprise elle-même, a moins qu'il ne s'agisse d'une activité bancaire ou portant sur des valeurs mobilières exercée par une banque ou un opérateur sur titres agréé); ou
  b) en ce qui concerne les redevances, telles qu'elles sont définies à l'article 12 (Redevances), les redevances sont reçues à titre de rémunération pour l'usage, ou la concession de l'usage, d'un bien incorporel produit ou développé par l'établissement stable lui-même.
  7. Un résident d'un Etat contractant qui ne peut bénéficier d'avantages en vertu des paragraphes précédents du présent article peut néanmoins bénéficier des avantages prévus par la Convention si l'autorité compétente de l'autre Etat contractant décide que la constitution, l'acquisition ou la conservation de cette personne et l'exercice de ses activités n'ont pas parmi leurs objectifs principaux d'obtenir les avantages prévus par la Convention. L'autorité compétente de l'autre Etat contractant consulte l'autorité compétente du premier Etat avant de refuser d'accorder les avantages prévus par la Convention sur la base du présent paragraphe.
  8. Aux fins du présent article :
  a) l'expression " principale catégorie d'actions " désigne les actions ordinaires de la société, à condition que cette catégorie d'actions représente la majorité des droits de vote et de la valeur de la société. Si aucune catégorie d'actions ordinaires ne représente à elle seule la majorité du total des droits de vote et de la valeur de la société, la " principale catégorie d'actions " désigne les catégories qui ensemble représentent une majorité du total des droits de vote et de la valeur de la société;
  b) l'expression " catégorie disproportionnée d'actions " (disproportionate class of shares) désigne toute catégorie d'actions d'une société résidente d'un Etat contractant qui confère à l'actionnaire le droit à une participation, sous la forme de dividendes, de paiements de rachat ou sous une autre forme, dans les bénéfices générés dans l'autre Etat contractant par certains actifs ou certaines activités de la société, qui est exagérément élevée par rapport à sa participation dans l'ensemble des actifs ou des activités de cette société;
  c) le terme " actions " comprend les certificats représentatifs d'actions;
  d) l'expression " marché boursier reconnu " désigne :
  i) le système NASDAQ appartenant à la National Association of Securities Dealers, Inc. et toute bourse de valeur enregistrée auprès de la Securities and Exchange Commission américaine en tant que bourse de valeurs nationale au sens du Securities Exchange Act américain de 1934;
  ii) la Bourse de Bruxelles;
  iii) l'Irish Stock Exchange et les bourses de valeurs d'Amsterdam, Francfort, Hambourg, Lisbonne, Londres, Madrid, Milan, Paris, Toronto et Zurich; et
  iv) tout autre marché boursier reconnu par les autorités compétentes des Etats contractants;
  e) une catégorie d'actions fait l'objet de transactions régulières sur un ou plusieurs marchés boursiers reconnus au cours d'une période imposable si le nombre total des actions de cette catégorie qui ont fait l'objet de transactions sur ce ou ces marchés boursiers au cours de la période imposable précédente représente au moins 6 pour cent du nombre moyen d'actions de la même catégorie en circulation au cours de cette période imposable précédente;
  f) le siège principal de direction et de contrôle d'une société ne se trouve dans l'Etat contractant dont cette société est un résident que si le personnel dirigeant et les cadres supérieurs exercent, dans cet Etat plus que dans tout autre Etat, la responsabilité journalière de la prise de décisions en matière stratégique, financière et opérationnelle de la societe (y compris ses filiales directes et indirectes), et que les activités journalières du personnel nécessaire à la préparation et à la prise de ces décisions sont exercées dans cet Etat plus que dans tout autre Etat;
  g) l'expression " bénéficiaire équivalent " (" equivalent beneficiary ") désigne un résident d'un Etat membre de l'Union européenne ou de tout autre Etat de l'Espace économique européen ou d'une partie à l'Accord de libre-échange nord-américain, ou de la Suisse, mais seulement lorsque ce résident :
  i) A) aurait droit à tous les avantages prevus par une convention fiscale générale conclue entre un Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat de l'Espace économique européen ou une partie à l'Accord de libre-échange nord-américain ou la Suisse et l'Etat auquel les avantages de la présente Convention sont demandés en vertu de dispositions analogues à celles du sous-paragraphe a), du sous-paragraphe b), du sous-paragraphe c), i) et du sous-paragraphe d) du paragraphe 2, sous réserve, si cette convention ne contient pas de clause générale de limitation des avantages, que ce résident puisse bénéficier des avantages de la présente Convention en vertu du sous-paragraphe a), du sous-paragraphe b), du sous-paragraphe c), i) ou du sous-paragraphe d) du paragraphe 2 si cette personne était un résident de l'un des Etats contractants au sens de l'article 4 (Résident); et
  B) en ce qui concerne les primes d'assurance et les revenus visés aux articles 10 (Dividendes), 11 (Intérêts) et 12 (Redevances), pourrait bénéficier, en vertu d'une telle convention, d'un taux d'imposition au moins aussi bas que le taux applicable en vertu de la présente Convention à l'élément de revenu pour lequel des avantages sont demandés en vertu de la présente Convention; ou
  ii) est un résident d'un Etat contractant qui peut bénéficier des avantages de la présente Convention en vertu du sous-paragraphe a), du sous-paragraphe b), du sous-paragraphe c), i) ou du sous-paragraphe d) du paragraphe 2;
  h) en ce qui concerne les dividendes, les intérêts ou les redevances provenant de Belgique et dont le béneficiaire effectif est une société qui est un résident des Etats-Unis, une société qui est un résident d'un Etat membre de l'Union européenne est considérée comme remplissant les conditions prévues au sous-paragraphe g), i), B) aux fins de déterminer si ce résident des Etats-Unis peut bénéficier des avantages de la présente Convention en vertu du présent paragraphe lorsqu'un paiement de dividendes, intérêts ou redevances provenant de Belgique et effectué directement à ce résident d'un Etat membre de l'Union européenne aurait été exempté d'impôt en vertu d'une directive quelconque de l'Union européenne, nonobstant le fait que la convention fiscale entre la Belgique et cet autre Etat membre de l'Union européenne prévoirait pour un tel paiement un taux d'imposition plus élevé que le taux applicable à une telle société des Etats-Unis en vertu des articles 10, 11 ou 12.
VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING.
PREVENTION DE LA DOUBLE IMPOSITION.
Art. 22. 1. In België wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden :
  a) Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt, niet zijnde dividenden, interest en royalty's, die ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst in de Verenigde Staten zijn belast, stelt België deze inkomsten vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen van die inwoner te berekenen mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten niet waren vrijgesteld.
  b) De vrijstelling waarin subparagraaf a) voorziet, wordt eveneens verleend met betrekking tot inkomsten die overeenkomstig de Belgische wetgeving als dividenden worden behandeld en die door een inwoner van België worden behaald uit een deelneming in een entiteit die haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving van de Verenigde Staten of van een Staat daarvan wanneer die entiteit niet als een vennootschap (corporation) werd belast door de Verenigde Staten, op voorwaarde dat de inwoner van België, naar rata van zijn deelneming in zulke entiteit, door de Verenigde Staten is belast op de inkomsten waaruit de inkomsten die overeenkomstig de Belgische wetgeving als dividenden worden behandeld, zijn betaald. De vrijgestelde inkomsten zijn de inkomsten die zijn verkregen na aftrek van de kosten die in België of elders zijn opgelopen en die betrekking hebben op het beheer van de deelneming in de entiteit.
  c) Dividenden die een vennootschap die inwoner is van België verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Staten, worden in België vrijgesteld van de vennootschapsbelasting voorzover vrijstelling zou worden verleend indien de twee vennootschappen inwoner van België waren geweest.
  d) Indien in subparagraaf c) omschreven dividenden in België niet worden vrijgesteld van de vennootschapsbelasting, brengt België de Amerikaanse belasting die overeenkomstig artikel 10 (Dividenden) op deze dividenden werd geheven, in mindering van de vennootschapsbelasting die betrekking heeft op deze dividenden. Dit in mindering te brengen bedrag mag het deel van de vennootschapsbelasting dat evenredig betrekking heeft op die dividenden, niet te boven gaan.
  e) Onder voorbehoud van de bepalingen van de Belgische wetgeving betreffende de verrekening van in het buitenland betaalde belastingen met de Belgische belasting wordt, indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt die deel uitmaken van zijn samengetelde inkomen dat aan de Belgische belasting is onderworpen en bestaan uit interest of royalty's, de op die inkomsten geheven Amerikaanse belasting in mindering gebracht van de Belgische belasting op die inkomsten.
  f) Indien verliezen geleden door een onderneming die door een inwoner van België in een in de Verenigde Staten gelegen vaste inrichting wordt gedreven, voor de belastingheffing van die onderneming in België volgens de Belgische wetgeving werkelijk in mindering van de winst van die onderneming zijn gebracht, is de vrijstelling ingevolge subparagraaf a) in België niet van toepassing op de winst van andere belastbare tijdperken die aan die inrichting kan worden toegerekend, in zoverre als die winst ook in de Verenigde Staten door de verrekening van die verliezen van belasting is vrijgesteld.
  2. Overeenkomstig de bepalingen en behoudens de beperkingen van de wetgeving van de Verenigde Staten (zoals deze van tijd tot tijd kan worden gewijzigd zonder de algemene uitgangspunten ervan te wijzigen), staan de Verenigde Staten aan een inwoner of staatsburger van de Verenigde Staten een verrekening toe met de belasting op inkomen van de Verenigde Staten die op inwoners en staatsburgers van toepassing is :
  a) van de inkomstenbelasting die door of namens die inwoner of staatsburger aan België is betaald of die aan België is verschuldigd; en
  b) in het geval van een vennootschap van de Verenigde Staten die ten minste 10 percent bezit van de stemgerechtigde aandelen van een vennootschap die inwoner is van België en waarvan de vennootschap van de Verenigde Staten dividenden ontvangt, van de inkomstenbelasting die door of namens de schuldenaar aan België betaald of verschuldigd is met betrekking tot de winst waaruit de dividenden zijn betaald.
  Voor de toepassing van deze paragraaf worden de belastingen bedoeld in artikel 2 (Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is), paragrafen 3, a) en 4, beschouwd als inkomstenbelastingen.
  3. Voor de toepassing van paragraaf 2 van dit artikel wordt een bestanddeel van de bruto-inkomsten, zoals bepaald overeenkomstig de wetgeving van de Verenigde Staten, dat wordt behaald door een inwoner van de Verenigde Staten en dat ingevolge deze Overeenkomst in België mag worden belast, beschouwd als een inkomen uit bronnen in België.
  4. Indien een inwoner van België eveneens een staatsburger of een voormalig staatsburger is of een persoon is die voorheen gedurende een lange periode inwoner was van de Verenigde Staten, en overeenkomstig artikel 1 (Algemene reikwijdte), paragraaf 4 aan Amerikaanse belasting onderworpen is, zijn de volgende regels van toepassing :
  a) de belastingheffing door de Verenigde Staten van de inkomsten van zulke personen laat onverlet de belastingheffing in België van inkomsten uit bronnen die afkomstig zijn uit derde landen, zoals bepaald overeenkomstig de wetgeving van België, en verkregen door een inwoner van België;
  b) in het geval van inkomsten uit bronnen in de Verenigde Staten past België paragraaf 1 toe alsof de aan de Verenigde Staten betaalde belasting met betrekking tot zulke inkomsten, de belasting was die aan de Verenigde Staten zou zijn betaald indien de inwoner geen staatsburger of voormalig staatsburger van de Verenigde Staten zou zijn of geen persoon zou zijn die voorheen gedurende een lange periode inwoner was van de Verenigde Staten;
  c) bij de toepassing van paragraaf 2 voor het berekenen van de Amerikaanse belasting op de in subparagraaf b) bedoelde inkomensbestanddelen, staan de Verenigde Staten een verrekening met de belasting van de Verenigde Staten toe van de aan België betaalde inkomstenbelasting overeenkomstig subparagraaf b) ; de aldus toegestane verrekening vermindert het bedrag van de Amerikaanse belasting niet tot een bedrag dat lager is dan het bedrag dat in aanmerking wordt genomen bij het toepassen van subparagraaf b) ; en
  d) uitsluitend met de bedoeling om dubbele belasting in de Verenigde Staten te vermijden op grond van de bepalingen van subparagraaf c), worden bestanddelen van het inkomen bedoeld in subparagraaf b) geacht afkomstig te zijn uit België voor zover als noodzakelijk is om dubbele belasting van dat inkomen in overeenstemming met subparagraaf c) te vermijden.
Art. 22. 1. En ce qui concerne la Belgique, la double imposition est evitée de la manière suivante :
  a) Lorsqu'un résident de la Belgique reçoit des revenus, autres que des dividendes, des intérêts ou des redevances, qui sont imposés aux Etats-Unis conformément aux dispositions de la présente Convention, la Belgique exempte de l'impôt ces revenus, mais elle peut, pour calculer le montant de ses impôts sur le reste du revenu de ce résident, appliquer le même taux que si les revenus en question n'avaient pas été exemptés.
  b) L'exemption prévue au sous-paragraphe a) est également accordée en ce qui concerne les revenus traités comme des dividendes en vertu de la législation belge, qu'un résident de la Belgique reçoit au titre d'une participation dans une entité constituée conformément à la législation en vigueur aux Etats-Unis ou dans un des états les composant, lorsque cette entité n'a pas été imposée comme une société (corporation) aux Etats-Unis, à condition que le résident de la Belgique ait été imposé aux Etats-Unis, proportionnellement à sa participation dans cette entite, sur les revenus servant au paiement des revenus traités comme des dividendes en vertu de la législation belge. Les revenus exemptés sont les revenus perçus après déduction des frais exposés en Belgique ou ailleurs se rapportant à la gestion de la participation dans l'entité.
  c) Les dividendes qu'une société qui est un résident de la Belgique reçoit d'une société qui est un résident des Etats-Unis sont exemptés de l'impôt des sociétés en Belgique, dans la mesure où cette exemption aurait été accordée si les deux sociétés avaient été des résidents de la Belgique.
  d) Lorsque des dividendes visés au sous-paragraphe c) ne sont pas exemptés de l'impôt des sociétés en Belgique, la Belgique déduit de l'impôt des sociétés afférent à ces dividendes, l'impôt des Etats-Unis perçu sur ces dividendes conformément à l'article 10 (Dividendes). Cette déduction n'excède pas la quote-part de l'impôt des sociétés qui se rapporte proportionnellement à ces dividendes.
  e) Sous réserve des dispositions de la législation belge relatives à l'imputation sur l'impôt belge des impôts payes à l'étranger, lorsqu'un résident de la Belgique reçoit des éléments de revenu qui sont compris dans son revenu global soumis à l'impôt belge et qui consistent en intérêts ou en redevances, l'impôt des Etats-Unis perçu sur ces revenus est imputé sur l'impôt belge afférent auxdits revenus.
  f) Lorsque, conformément à la législation belge, des pertes subies par une entreprise exploitée par un resident de la Belgique dans un établissement stable situé aux Etats-Unis ont été effectivement déduites des bénéfices de cette entreprise pour son imposition en Belgique, l'exemption prévue au sous-paragraphe a) ne s'applique pas en Belgique aux bénéfices d'autres périodes imposables qui sont imputables à cet établissement, dans la mesure où ces bénéfices ont aussi été exemptés d'impôt aux Etats-Unis en raison de leur compensation avec lesdites pertes.
  2. Conformément aux dispositions de la législation des Etats-Unis et sous réserve des limitations prévues par cette législation (telle qu'elle peut être modifiée périodiquement sans que le principe général de ce qui suit en soit changé), les Etats-Unis accordent à un résident ou citoyen des Etats-Unis le droit d'imputer sur l'impôt sur le revenu des Etats-Unis applicable aux résidents et aux citoyens :
  a) l'impôt sur le revenu payé ou dû à la Belgique par ou pour le compte de ce résident ou citoyen; et
  b) dans le cas d'une société des Etats-Unis possédant au moins 10 pour cent des actions assorties d'un droit de vote d'une société qui est un résident de la Belgique et dont la société des Etats-Unis reçoit des dividendes, l'impôt sur le revenu payé ou dû à la Belgique par ou pour le compte du débiteur au titre des bénéfices servant au paiement des dividendes.
  Aux fins du présent paragraphe, les impôts mentionnés à l'article 2 (Impots visés), paragraphes 3, a) et 4 sont considérés comme des impôts sur le revenu.
  3. Aux fins de l'application du paragraphe 2 du présent article, un élément de revenu brut, déterminé conformément à la législation des Etats-Unis, perçu par un résident des Etats-Unis et imposable en Belgique conformément aux dispositions de la présente Convention est considére comme un revenu de source belge.
  4. Lorsqu'un résident de la Belgique est également un citoyen, un ancien citoyen ou un ancien résident de longue durée des Etats-Unis et est soumis à l'impôt des Etats-Unis conformément à l'article 1er (Champ d'application général), paragraphe 4, les règles suivantes sont applicables :
  a) l'imposition par les Etats-Unis des revenus de ces personnes n'affecte pas l'imposition en Belgique des revenus de sources situées dans des pays tiers, déterminés conformément à la législation belge, que reçoit un résident de la Belgique;
  b) en ce qui concerne les revenus de sources situées aux Etats-Unis, la Belgique applique le paragraphe 1er comme si l'impôt payé aux Etats-Unis au titre de ces revenus était l'impôt qui aurait été payé aux Etats-Unis si le résident n'était pas un citoyen, un ancien citoyen ou un ancien résident de longue durée des Etats-Unis;
  c) aux fins de l'application du paragraphe 2, pour calculer l'impôt des Etats-Unis sur les éléments de revenu visés au sous-paragraphe b), les Etats-Unis imputent sur l'impôt des Etats-Unis l'impôt sur le revenu payé à la Belgique conformément au sous-paragraphe b) ; l'imputation ainsi accordée ne réduit pas l'impôt des Etats-Unis à un montant inférieur à celui qui est pris en considération pour l'application du sous-paragraphe b) ; et
  d) à seule fin de prévenir la double imposition aux Etats-Unis selon les dispositions du sous-paragraphe c), les éléments de revenu visés au sous-paragraphe b) sont considérés comme provenant de la Belgique dans la mesure nécessaire pour prévenir la double imposition de ces revenus conformément au sous-paragraphe c).
NON-DISCRIMINATIE.
NON-DISCRIMINATION.
Art. 23. 1. Onderdanen van een overeenkomstsluitende Staat worden in de andere overeenkomstsluitende Staat niet onderworpen aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting, die zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere Staat onder gelijke omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Deze bepaling is ook van toepassing op personen die geen inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten. Voor de toepassing van de belasting van de Verenigde Staten verkeren onderdanen van de Verenigde Staten die op basis van hun wereldinkomen aan belasting onderworpen zijn, echter niet in dezelfde omstandigheden als onderdanen van België die geen inwoner zijn van de Verenigde Staten.
  2. De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen.
  3. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 mogen niet aldus worden uitgelegd dat zij een overeenkomstsluitende Staat verplichten aan inwoners van de andere overeenkomstsluitende Staat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de gezinstoestand of gezinslasten te verlenen die hij aan zijn eigen inwoners verleent.
  4. Behalve indien de bepalingen van artikel 9 (Afhankelijke ondernemingen), paragraaf 1, artikel 11 (Interest), paragraaf 6, of artikel 12 (Royalty's), paragraaf 4 van toepassing zijn, worden interest, royalty's en andere uitgaven die door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat worden betaald, bij het bepalen van de belastbare winst van de eerstbedoelde inwoner op dezelfde voorwaarden in mindering gebracht, alsof zij aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat zouden zijn betaald. Schulden van een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat tegenover een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat worden, bij het bepalen van het belastbare vermogen van de eerstbedoelde inwoner, eveneens op dezelfde voorwaarden in mindering gebracht, alsof die schulden tegenover een inwoner van de eerstbedoelde Staat zouden zijn aangegaan.
  5. Ondernemingen van een overeenkomstsluitende Staat waarvan het kapitaal geheel of ten dele, onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van, of wordt beheerst door één of meer inwoners van de andere overeenkomstsluitende Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing of daarmee verband houdende verplichting onderworpen die zwaarder is dan de belastingheffing en daarmee verband houdende verplichtingen waaraan andere, soortgelijke ondernemingen van de eerstbedoelde Staat zijn of kunnen worden onderworpen.
  6. Geen enkele bepaling van dit artikel mag aldus worden uitgelegd dat zij één van beide overeenkomstsluitende Staten belet een belasting te heffen zoals omschreven in artikel 10 (Dividenden), paragraaf 10.
  7. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 2 (Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is) zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing op belastingen van elke soort en benaming die worden opgelegd door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan.
Art. 23. 1. Les nationaux d'un Etat contractant ne sont soumis dans l'autre Etat contractant à aucune imposition ou obligation y relative, qui est plus lourde que celles auxquelles sont ou pourront être assujettis les nationaux de cet autre Etat qui se trouvent dans la même situation, notamment au regard de la résidence. La présente disposition s'applique aussi aux personnes qui ne sont pas des résidents d'un Etat contractant ou des deux Etats contractants. Toutefois, aux fins de l'imposition aux Etats-Unis, les nationaux des Etats-Unis qui sont soumis à l'impôt sur leur revenu mondial ne se trouvent pas dans la même situation que les nationaux de la Belgique qui ne sont pas des résidents des Etats-Unis.
  2. L'imposition d'un établissement stable qu'une entreprise d'un Etat contractant a dans l'autre Etat contractant n'est pas établie dans cet autre Etat d'une façon moins favorable que l'imposition des entreprises de cet autre Etat qui exercent la même activité.
  3. Les dispositions des paragraphes 1er et 2 ne peuvent pas être interprétées comme obligeant un Etat contractant à accorder aux résidents de l'autre Etat contractant les déductions personnelles, abattements et réductions d'impôt en fonction de la situation ou des charges de famille qu'il accorde à ses propres résidents.
  4. A moins que les dispositions de l'article 9 (Entreprises associées), paragraphe 1er, de l'article 11 (Intérêts), paragraphe 6 ou de l'article 12 (Redevances), paragraphe 4, ne soient applicables, les intérêts, redevances et autres dépenses payés par un résident d'un Etat contractant à un résident de l'autre Etat contractant sont déductibles, pour la détermination des bénéfices imposables du premier résident, dans les mêmes conditions que s'ils avaient été payés à un résident du premier Etat. De même, les dettes d'un résident d'un Etat contractant envers un résident de l'autre Etat contractant sont déductibles, pour la détermination de la fortune imposable du premier résident, dans les mêmes conditions que si elles avaient été contractées envers un résident du premier Etat.
  5. Les entreprises d'un Etat contractant, dont le capital est en totalité ou en partie, directement ou indirectement, détenu ou contrôlé par un ou plusieurs résidents de l'autre Etat contractant, ne sont soumises dans le premier Etat à aucune imposition ou obligation y relative, qui est plus lourde que celles auxquelles sont ou pourront être assujetties les autres entreprises similaires du premier Etat.
  6. Aucune disposition du présent article ne peut être interprétée comme empêchant l'un ou l'autre des Etats contractants de percevoir un impôt conformément aux dispositions de l'article 10 (Dividendes), paragraphe 10.
  7. Les dispositions du présent article s'appliquent, nonobstant les dispositions de l'article 2 (Impôts visés), aux impôts de toute nature ou dénomination perçus par un Etat contractant ou l'une de ses subdivisions politiques ou collectivités locales.
REGELING VOOR ONDERLING OVERLEG.
PROCEDURE AMIABLE.
Art. 24. 1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst, kan hij, onverminderd de rechtsmiddelen waarin de interne wetgeving van die Staten voorziet en onverminderd de termijnen waarin die wetgeving voorziet voor het indienen van een vordering tot teruggave, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van één van beide overeenkomstsluitende Staten. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de maatregel die een belastingheffing tengevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de Overeenkomst, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.
  2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing ervan te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat te regelen, ten einde een belasting te vermijden die niet in overeenstemming is met de Overeenkomst. Invorderingsprocedures worden opgeschort tijdens de periode waarin een regeling tot onderling overleg nog niet afgehandeld is.
  3. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van de Overeenkomst in onderlinge overeenstemming op te lossen. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten kunnen in het bijzonder overeenstemming bereiken :
  a) over dezelfde toerekening van inkomsten, verminderingen, verrekeningen of aftrekken van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat aan haar in de andere overeenkomstsluitende Staat gevestigde vaste inrichting;
  b) over dezelfde toerekening van inkomsten, verminderingen, verrekeningen of aftrekken tussen vaste inrichtingen van een onderneming indien de vaste inrichtingen gevestigd zijn in de overeenkomstsluitende Staten, ongeacht of de onderneming al dan niet een onderneming is van een overeenkomstsluitende Staat;
  c) over dezelfde omdeling van inkomsten, verminderingen, verrekeningen of aftrekken tussen personen;
  d) over het regelen van tegenstrijdige toepassingen van de Overeenkomst, met inbegrip van conflicten inzake :
  i) de kwalificatie van bepaalde vormen van inkomsten;
  ii) de kwalificatie van personen;
  iii) de toepassing van de regels voor het bepalen van de bron met betrekking tot bepaalde vormen van inkomsten;
  iv) dezelfde betekenis van elke in deze Overeenkomst gebezigde uitdrukking;
  e) over voorafgaandelijke akkoorden inzake verrekenprijzen; en
  f) over de toepassing van de bepalingen van de interne wetgeving betreffende straffen, boetes en interest op een wijze die overeenstemt met de doelstellingen van de Overeenkomst.
  4. Voor zover zulks nodig is om de oplossing te vergemakkelijken van een zaak die op grond van de bepalingen van voorgaande paragrafen werd onderworpen aan een regeling voor onderling overleg, hebben de belastingautoriteiten van elke overeenkomstsluitende Staat de bevoegdheid om aan elke persoon die relevante inlichtingen zou kunnen hebben, te vragen die inlichtingen mee te delen en om een onderzoek en verhoren in te stellen, en dit niettegenstaande de in hun nationale belastingwetgeving voorziene termijnen die anders dergelijke vragen om inlichtingen zouden verhinderen. Elke in het kader van dit artikel overeengekomen regeling wordt uitgevoerd, ongeacht de termijnen of andere beperkingen op procedureel vlak waarin het interne recht van de overeenkomstsluitende Staten voorziet.
  5. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten kunnen overleg plegen omtrent de administratieve maatregelen die voor de uitvoering van de bepalingen van de Overeenkomst nodig zijn en met name omtrent de bewijsstukken die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat moet overleggen om zijn aanspraak op de bij de Overeenkomst bepaalde belastingvrijstellingen of -verminderingen te ondersteunen.
  6. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen, inclusief via een gemengde commissie, teneinde een overeenstemming als bedoeld in de voorgaande paragrafen te bereiken.
  7. Wanneer de bevoegde autoriteiten geprobeerd hebben om in een geval tot volledige overeenstemming te komen op grond van een regeling tot onderling overleg die tot stand kwam overeenkomstig de in deze paragraaf opgenomen procedure, maar daar niet in geslaagd zijn, wordt het geval opgelost via arbitrage die verloopt op de wijze die voorgeschreven is door en onderworpen is aan de voorwaarden van paragraaf 8 en aan alle regels of procedures waarover de overeenkomstsluitende Staten overeenstemming hebben bereikt, indien :
  a) er bij ten minste één van de overeenkomstsluitende Staten belastingaangiften werden ingediend die betrekking hebben op de belastbare tijdperken die aan de orde zijn in het geval;
  b) het geval niet een bijzonder geval is waarover de bevoegde autoriteiten vóór de datum waarop de arbitrageprocedure anders zou zijn gestart, het eens geworden zijn dat het niet geschikt is voor een beslissing door arbitrage; en
  c) alle betrokken personen ermee instemmen overeenkomstig de bepalingen van subparagraaf d) van paragraaf 8.
  8. Voor de toepassing van paragraaf 7 en van deze paragraaf gelden de volgende regels en bepalingen :
  a) de uitdrukking " betrokken persoon " betekent degene die een geval voorlegt aan een bevoegde autoriteit voor onderzoek overeenkomstig dit artikel, alsmede, in voorkomend geval, alle andere personen van wie de belastingschuld aan één van beide overeenkomstsluitende Staten rechtstreeks kan worden beïnvloed door een onderlinge overeenstemming die het resultaat is van dat onderzoek;
  b) de " begindatum " voor een geval is de vroegste datum waarop de inlichtingen die nodig zijn om over te gaan tot een wezenlijk onderzoek met het oog op onderlinge overeenstemming zijn ontvangen door beide bevoegde autoriteiten;
  c) arbitrageprocedures in een bepaald geval beginnen op de laatste van de volgende data :
  i) twee jaar na de begindatum van dat geval, tenzij beide bevoegde autoriteiten vooraf hebben ingestemd met een andere datum, en
  ii) de vroegste datum waarop de overeenstemming die door subparagraaf d) is vereist, ontvangen is door beide bevoegde autoriteiten;
  d) de betrokken perso(o)n(en), en hun gemachtigde vertegenwoordigers of agenten, moeten vóór het begin van de arbitrageprocedure overeenkomen om, afgezien van de beslissing van de arbitragecommissie, geen inlichtingen aan andere personen te verstrekken die ze tijdens de duur van de arbitrageprocedure van één van beide overeenkomstsluitende Staten of van de arbitragecommissie hebben gekregen;
  e) tenzij een betrokken persoon de beslissing van een arbitragecommissie niet aanvaardt, vormt de beslissing een besluit met onderlinge overeenstemming overeenkomstig dit artikel en is ze, met betrekking tot dat geval, bindend voor beide overeenkomstsluitende Staten; en
  f) voor de toepassing van een arbitrageprocedure overeenkomstig paragraaf 7 en deze paragraaf, worden de leden van de arbitragecommissie en hun medewerkers beschouwd als " personen of autoriteiten " aan wie inlichtingen mogen worden verstrekt overeenkomstig artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) van de Overeenkomst.
Art. 24. 1. Lorsqu'une personne estime que les mesures prises par un Etat contractant ou par les deux Etats contractants entraînent ou entraîneront pour elle une imposition non conforme aux dispositions de la présente Convention, elle peut, indépendamment des recours prévus par la législation interne de ces Etats et des délais prévus par ces législations pour l'introduction des demandes de remboursement, soumettre son cas à l'autorité compétente de l'un ou l'autre des Etats contractants. Le cas doit être soumis dans les trois ans qui suivent la première notification de la mesure qui entraîne une imposition non conforme aux dispositions de la Convention.
  2. L'autorité compétente s'efforce, si la requête lui paraît fondée et si elle n'est pas elle-même en mesure d'y apporter une solution satisfaisante, de résoudre le cas par voie d'accord amiable avec l'autorité compétente de l'autre Etat contractant, en vue d'éviter une imposition non conforme à la Convention. Les procédures de recouvrement sont suspendues durant la période pendant laquelle une procédure amiable est en cours.
  3. Les autorités compétentes des Etats contractants s'efforcent, par voie d'accord amiable, de résoudre les difficultés ou de dissiper les doutes auxquels peuvent donner lieu l'interprétation ou l'application de la Convention. Les autorités compétentes des Etats contractants peuvent s'entendre en particulier :
  a) pour parvenir à une attribution identique de revenus, déductions, imputations ou abattements d'une entreprise d'un Etat contractant à son établissement stable situé dans l'autre Etat contractant;
  b) pour parvenir à une répartition identique de revenus, déductions, imputations ou abattements entre divers établissements stables d'une entreprise, qu'il s'agisse ou non d'une entreprise d'un Etat contractant, lorsque ces établissements stables sont situés dans les Etats contractants;
  c) pour parvenir à une répartition identique de revenus, déductions, imputations ou abattements entre diverses personnes;
  d) pour mettre un terme à une application divergente de la Convention, résultant notamment de conflits concernant :
  i) la qualification de certains éléments de revenu;
  ii) la qualification de personnes;
  iii) l'application de règles de source à l'égard de certains éléments de revenu;
  iv) le sens à donner à tout terme employé dans la Convention;
  e) pour parvenir à des arrangements préalables en matière de prix de transfert; et
  f) pour appliquer les dispositions de droit interne relatives aux pénalités, amendes et intérêts d'une manière conforme aux objectifs de la Convention.
  4. Dans la mesure nécessaire pour faciliter la résolution d'un cas faisant l'objet d'une procédure amiable selon les dispositions des paragraphes précédents, les autorités fiscales de chacun des Etats contractants ont le pouvoir de demander à toute personne susceptible de détenir des renseignements pertinents la communication de ces renseignements et de procéder à des investigations et des auditions, nonobstant tout délai prévu par leurs législations fiscales internes qui ferait normalement obstacle à de telles demandes de renseignements. Tout accord obtenu dans le cadre du présent article est appliqué quels que soient les délais ou autres limitations procédurales prévus par le droit interne des Etats contractants.
  5. Les autorités compétentes des Etats contractants peuvent s'entendre au sujet des mesures administratives nécessaires à l'exécution des dispositions de la Convention et notamment au sujet des documents à fournir par un résident d'un Etat contractant à l'appui de sa demande visant à obtenir les exemptions ou réductions d'impôts prévues par la Convention.
  6. Les autorités compétentes des Etats contractants peuvent communiquer directement entre elles, y compris au sein d'une commission mixte, en vue de parvenir à un accord au sens des paragraphes précédents.
  7. Lorsque, dans le cadre d'une procédure amiable au sens du présent article, les autorités compétentes ne parviennent pas, malgré leurs efforts, à un accord complet, le cas est résolu par la voie d'un arbitrage mené conformément aux dispositions du paragraphe 8 et à toutes règles ou procedures dont sont convenus les Etats contractants, et sous réserve des conditions prévues par ces dispositions, règles et procédures, si :
  a) des déclarations d'impôt relatives aux périodes imposables concernées ont été déposées dans au moins un des Etats contractants;
  b) le cas n'est pas un cas spécial dont les autorités compétentes conviennent, avant la date à laquelle les procédures d'arbitrage auraient normalement débuté, qu'il ne se prête pas à un règlement par voie d'arbitrage;
  c) toutes les personnes concernées marquent leur accord conformément aux dispositions de l'article 8, sous-paragraphe d).
  8. Aux fins du paragraphe 7 et du présent paragraphe, les règles et définitions suivantes sont applicables :
  a) l'expression " personne concernée " désigne la personne qui soumet un cas à une autorité compétente afin qu'il soit examiné conformément au présent article, ainsi que toute autre personne éventuelle dont la dette fiscale à l'égard de l'un ou l'autre des Etats contractants est susceptible d'être directement affectée par un accord amiable résultant de cet examen;
  b) la " date de commencement " d'un cas est la première date à laquelle les renseignements nécessaires pour entreprendre un examen substantiel en vue d'un accord amiable ont été reçus par les deux autorités compétentes;
  c) les procédures d'arbitrage dans un cas donné débutent à la plus tardive des deux dates suivantes :
  i) deux ans après la date de commencement de ce cas, à moins que les deux autorités compétentes ne soient convenues au préalable d'une date différente, et
  ii) la première date à laquelle l'accord requis au sous-paragraphe d) a été reçu par les deux autorités compétentes;
  d) la (les) personne(s) concernée(s) et leurs représentants ou agents autorisés doivent s'engager, avant le début des procédures d'arbitrage, à ne communiquer à aucune autre personne les renseignements reçus au cours de la procédure d'arbitrage de l'un ou l'autre des Etats contractants ou de la commission d'arbitrage, à l'exception de la décision de cette commission;
  e) à moins que l'une des personnes concernées n'accepte pas la décision d'une commission d'arbitrage, cette décision constitue une solution par voie d'accord amiable au sens du présent article et lie les deux Etats contractants en ce qui concerne ce cas; et
  f) aux fins d'une procédure d'arbitrage au sens du paragraphe 7 et du présent paragraphe, les membres de la commission d'arbitrage et leurs collaborateurs sont considérés comme des " personnes ou autorités " auxquelles des renseignements peuvent être communiqués en vertu de l'article 25 (Echange de renseignements et assistance administrative) de la Convention.
UITWISSELING VAN INLICHTINGEN EN ADMINISTRATIEVE BIJSTAND.
ECHANGE DE RENSEIGNEMENTS ET ASSISTANCE ADMINISTRATIVE.
Art. 25. 1. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die relevant kunnen zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van deze Overeenkomst of aan die van de nationale wetgeving van de overeenkomstsluitende Staten met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, voorzover de belastingheffing waarin die nationale wetgeving voorziet niet in strijd is met de Overeenkomst, daaronder begrepen inlichtingen betreffende de vestiging of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbend op de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door artikel 1 (Algemene reikwijdte), paragraaf 1.
  2. De ingevolge dit artikel door een overeenkomstsluitende Staat verkregen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die onder de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratieve lichamen) die betrokken zijn bij de vestiging, invordering of administratie van, bij de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of bij de beslissing in beroepszaken betrekking hebbend op de hierboven bedoelde belastingen, of bij het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten gebruiken deze inlichtingen slechts voor die doeleinden. Zij mogen van deze inlichtingen melding maken tijdens openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.
  3. In geen geval mogen de bepalingen van de voorgaande paragrafen aldus worden uitgelegd dat zij een overeenkomstsluitende Staat de verplichting opleggen :
  a) administratieve maatregelen te nemen die afwijken van de wetgeving en de administratieve praktijk van die of van de andere overeenkomstsluitende Staat;
  b) inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van de administratieve werkzaamheden van die of van de andere overeenkomstsluitende Staat;
  c) inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.
  4. Wanneer op basis van dit artikel door een overeenkomstsluitende Staat om inlichtingen is verzocht, gebruikt de andere overeenkomstsluitende Staat de middelen waarover hij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verkrijgen, zelfs al heeft die andere Staat die inlichtingen niet nodig voor zijn eigen doeleinden. De verplichting die in de vorige zin is vervat, is onderworpen aan de beperkingen waarin paragraaf 3 voorziet, maar die beperkingen mogen in geen geval aldus worden uitgelegd dat ze een overeenkomstsluitende Staat toestaan het verstrekken van inlichtingen te weigeren omdat die Staat geen binnenlands belang heeft bij die inlichtingen.
  5. In geen geval mogen de bepalingen van paragraaf 3 aldus worden uitgelegd dat ze een overeenkomstsluitende Staat toestaan om het verstrekken van inlichtingen die door de andere overeenkomstsluitende Staat zijn gevraagd, te weigeren omdat de inlichtingen in het bezit zijn van een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die werkzaam is in de hoedanigheid van een vertegenwoordiger of een zaakwaarnemer of omdat de inlichtingen betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon. Teneinde zulke inlichtingen te verkrijgen heeft de belastingadministratie van de aangezochte overeenkomstsluitende Staat de bevoegdheid om te vragen inlichtingen bekend te maken en om een onderzoek en verhoren in te stellen, niettegenstaande andersluidende bepalingen in de binnenlandse belastingwetgeving van die Staat.
  6. Ten einde inlichtingen te verkrijgen die in het kader van dit artikel zijn gevraagd, heeft de belastingadministratie van de aangezochte overeenkomstsluitende Staat - niettegenstaande paragraaf 3 - de bevoegdheid om te vragen inlichtingen bekend te maken en om een onderzoek en verhoren in te stellen buiten de termijnen die voorgeschreven zijn in de nationale belastingwetgeving van die Staat.
  7. Straffen waarin de nationale wetgeving van de aangezochte Staat voorziet voor iemand die nalaat om inlichtingen te geven die belangrijk zijn voor de uitvoering van zijn binnenlandse belastingwetgeving, zijn van toepassing alsof de verplichting om inlichtingen te geven waarin de paragrafen 5 en 6 voorzien een verplichting was waarin is voorzien door de binnenlandse belastingwetgeving van de aangezochte Staat.
  8. Wanneer een persoon weigert om inlichtingen te verstrekken die in het kader van dit artikel zijn gevraagd of nalaat die inlichtingen te geven binnen de termijnen vereist door de belastingadministratie van de aangezochte Staat, mag de aangezochte Staat gepaste dwangmaatregelen tegen die persoon nemen. Die dwangmaatregelen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, summary summons enforcement proceedings in het geval van de Verenigde Staten en de procedure in kortgeding in het geval van België. Dergelijke persoon kan worden verplicht die inlichtingen te geven op straffe van de burgerlijke of strafrechtelijke straffen die overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte Staat beschikbaar zijn.
  9. Wanneer daar door de bevoegde autoriteit van een overeenkomstsluitende Staat uitdrukkelijk om is verzocht, verschaft de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat de inlichtingen die onder dit artikel vallen in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van onbewerkte oorspronkelijke documenten (met inbegrip van boeken, papieren, verklaringen, documenten, rekeningen en geschriften).
  10. De aangezochte Staat verleent toestemming aan vertegenwoordigers van de aanzoekende Staat om de aangezochte Staat te betreden voor het ondervragen van natuurlijke personen en voor het onderzoeken van boeken en documenten. Dergelijke ondervraging of zulk onderzoek gebeurt onder de voorwaarden en binnen de grenzen die zijn overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten.
  11. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten komen tot overeenstemming over de wijze van toepassing van dit artikel, met inbegrip van een akkoord dat garandeert dat er aan elk van de overeenkomstsluitende Staten in dezelfde mate bijstand wordt verleend.
  12. Indien de Verenigde Staten artikel 10 (Dividenden), paragraaf 3 beëindigen overeenkomstig artikel 10, paragraaf 12, houden de verplichtingen waaraan België krachtens paragraaf 5 is onderworpen op vanaf de datum waarop artikel 10, paragraaf 3 niet langer van toepassing is.
Art. 25. 1. Les autorités compétentes des Etats contractants échangent les renseignements qui peuvent être pertinents pour appliquer les dispositions de la présente Convention ou celles de la législation interne des Etats contractants relative aux impôts visés par la Convention dans la mesure où l'imposition qu'elle prévoit n'est pas contraire à la Convention, y compris les renseignements relatifs à l'établissement ou au recouvrement des impôts visés par la Convention, aux procédures ou poursuites concernant ces impôts ou aux décisions sur les recours relatifs à ces impôts. L'échange de renseignements n'est pas restreint par l'article 1er (Champ d'application général), paragraphe 1er.
  2. Les renseignements reçus en vertu du présent article par un Etat contractant sont tenus secrets de la même manière que les renseignements obtenus en application de la législation interne de cet Etat et ne sont communiqués qu'aux personnes ou autorités (y compris les tribunaux et organes administratifs) impliquees dans l'établissement, le recouvrement ou l'administration des impôts mentionnés ci-avant, dans les procédures ou poursuites concernant ces impôts, dans les décisions sur les recours relatifs à ces impôts, ou dans le contrôle de ce qui précède. Ces personnes ou autorités n'utilisent ces renseignements qu'à ces fins. Elles peuvent révéler ces renseignements au cours d'audiences publiques de tribunaux ou dans des jugements.
  3. Les dispositions des paragraphes précédents ne peuvent en aucun cas être interprétées comme imposant à un Etat contractant l'obligation :
  a) de prendre des mesures administratives dérogeant à sa législation et à sa pratique administrative ou a celles de l'autre Etat contractant;
  b) de fournir des renseignements qui ne pourraient être obtenus sur la base de sa législation ou dans le cadre de sa pratique administrative normale ou de celles de l'autre Etat contractant;
  c) de fournir des renseignements qui revéleraient un secret commercial, industriel, professionnel ou un procédé commercial ou des renseignements dont la communication serait contraire à l'ordre public.
  4. Si des renseignements sont demandés par un Etat contractant conformément au présent article, l'autre Etat contractant utilise les pouvoirs dont il dispose pour obtenir les renseignements demandes, même s'il n'en a pas besoin à ses propres fins. L'obligation qui figure dans la phrase précédente est soumise aux limitations prévues au paragraphe 3 sauf si ces limitations sont susceptibles d'empêcher un Etat contractant de communiquer des renseignements parce que ceux-ci ne présentent pas d'intérêt pour lui dans le cadre national.
  5. Les dispositions du paragraphe 3 ne peuvent en aucun cas être interprétées comme permettant à un Etat contractant de refuser de communiquer des renseignements demandés par l'autre Etat contractant parce que ceux-ci sont détenus par une banque, un autre établissement financier, un mandataire ou une personne agissant en tant qu'agent ou fiduciaire ou parce que ces renseignements se rattachent aux droits de propriété d'une personne. En vue d'obtenir ces renseignements, l'administration fiscale de l'Etat contractant requis a le pouvoir de demander la communication de renseignements et de procéder à des investigations et à des auditions, nonobstant toute disposition contraire de sa législation fiscale interne.
  6. Nonobstant le paragraphe 3, en vue d'obtenir des renseignements demandés dans le cadre du présent article, l'administration fiscale de l'Etat contractant requis a le pouvoir de demander la communication de renseignements et de procéder à des investigations et à des auditions en dehors des délais imposés par sa législation fiscale interne.
  7. Les pénalités prévues par la législation interne de l'Etat requis à l'encontre d'une personne qui omet de fournir des renseignements pertinents pour l'application de sa législation fiscale interne s'appliquent comme si l'obligation de fournir des renseignements prévue aux paragraphes 5 et 6 était une obligation prévue par la législation fiscale interne de l'Etat requis.
  8. Lorsqu'une personne refuse de fournir des renseignements demandés dans le cadre du présent article ou omet de fournir ces renseignements dans le délai prescrit par l'administration fiscale de l'Etat requis, l'Etat requis peut avoir recours à des mesures d'exécution appropriées à l'encontre de cette personne. De telles mesures d'exécution comprennent les summary summons enforcement proceedings dans le cas des Etats-Unis et les procédures en référé dans le cas de la Belgique, mais ne se limitent pas à ces procédures. Cette personne peut être contrainte de fournir les renseignements sous peine des sanctions civiles ou pénales prévues par la législation de l'Etat requis.
  9. Si l'autorité compétente d'un Etat contractant en fait expressément la demande, l'autorité compétente de l'autre Etat contractant fournit des renseignements en vertu du présent article sous la forme de dépositions de témoins et de copies authentifiées de documents originaux non modifiés (y compris les livres, papiers, relevés, registres, comptes et écrits).
  10. L'Etat requis autorise des représentants de l'Etat requérant à pénétrer sur son territoire en vue de s'entretenir avec des personnes physiques et d'examiner des livres et documents. Ces entretiens et examens se déroulent conformément aux conditions et limites convenues par les autorités compétentes des deux Etats contractants.
  11. Les autorités compétentes des Etats contractants s'entendent au sujet des modalités d'application du présent article, y compris en vue d'assurer des niveaux comparables d'assistance à chacun des Etats contractants.
  12. Si les Etats-Unis dénoncent l'article 10 (Dividendes), paragraphe 3 conformément à l'article 10, paragraphe 12, les obligations incombant à la Belgique en vertu du paragraphe 5 cessent d'exister à compter de la date à laquelle l'article 10, paragraphe 3 cesse de produire ses effets.
INVORDERINGSBIJSTAND.
ASSISTANCE AU RECOUVREMENT.
Art. 26. 1. Elke overeenkomstsluitende Staat tracht ten behoeve van de andere overeenkomstsluitende Staat zulke door die andere overeenkomstsluitende Staat geheven belastingen te innen als nodig zijn opdat de vrijstelling of het verlaagde belastingtarief welke die andere overeenkomstsluitende Staat ingevolge deze Overeenkomst verleent, niet wordt genoten door personen die daartoe niet gerechtigd zijn.
  2. In geen geval mag dit artikel aldus worden uitgelegd dat het een overeenkomstsluitende Staat de verplichting oplegt administratieve maatregelen te nemen welke afwijken van de voorschriften en het gebruik van één van beide overeenkomstsluitende Staten of in strijd zijn met de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van de eerstbedoelde overeenkomstsluitende Staat.
Art. 26. 1. Chacun des Etats contractants s'efforce de recouvrer, pour le compte de l'autre Etat contractant, tout impôt établi par cet autre Etat contractant et dont la perception est nécessaire pour que le bénéfice de l'exemption ou de la réduction du taux d'impôt accordée par cet autre Etat contractant en vertu de la présente Convention ne soit pas obtenu par des personnes qui n'y ont pas droit.
  2. Le présent article ne peut en aucun cas être interprété comme imposant à un Etat contractant l'obligation de prendre des mesures administratives dérogeant aux règlements et pratiques de l'un ou l'autre des Etats contractants ou qui seraient contraires à la souveraineté, à la sécurité ou à l'ordre public du premier Etat contractant.
LEDEN VAN DIPLOMATIEKE ZENDINGEN EN VAN CONSULAIRE POSTEN.
MEMBRES DES MISSIONS DIPLOMATIQUES ET POSTES CONSULAIRES.
Art. 27. De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke zendingen of van consulaire posten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.
Art. 27. Les dispositions de la présente Convention ne portent pas atteinte aux privilèges fiscaux dont bénéficient les membres des missions diplomatiques ou postes consulaires en vertu soit des règles générales du droit international, soit des dispositions d'accords particuliers.
INWERKINGTREDING.
ENTREE EN VIGUEUR.
Art. 28. 1. Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd in overeenstemming met de toepasselijke procedures van elke overeenkomstsluitende Staat. Elke overeenkomstsluitende Staat zal de andere Staat langs diplomatieke weg in kennis stellen van de voltooiing van de vereiste procedures. Deze kennisgeving zal vergezeld zijn van een akte van bekrachtiging.
  2. De Overeenkomst zal in werking treden op de datum waarop de laatste kennisgeving is ontvangen, en de bepalingen ervan zullen van toepassing zijn :
  a) op de bij de bron ingehouden belastingen, voor bedragen betaald of toegekend op of na de eerste dag van de tweede maand die onmiddellijk volgt op de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt;
  b) op de andere belastingen, voor belastbare tijdperken die beginnen op of na de eerste januari die onmiddellijk volgt op de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt.
  3. Artikel 21 (Beperking van de voordelen), paragraaf 5, subparagraaf f) zal niet van toepassing zijn tot 1 januari 2011.
  4. De Overeenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 9 juli 1970, zoals gewijzigd door het aanvullend Protocol (de " vroegere Overeenkomst "), zal ophouden van toepassing te zijn op alle belastingen vanaf de datum waarop deze Overeenkomst overeenkomstig de paragrafen 2 en 6 van dit artikel van toepassing is met betrekking tot die belastingen.
  5. Wanneer een persoon, die krachtens de vroegere Overeenkomst gerechtigd was tot voordelen, op grond van die vroegere Overeenkomst gerechtigd zou zijn tot grotere voordelen dan op grond van deze Overeenkomst, blijft de vroegere Overeenkomst - niettegenstaande de vorige paragraaf én indien deze persoon daarvoor kiest - in haar geheel van toepassing gedurende een periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop de bepalingen van deze Overeenkomst ingevolge paragraaf 2 van dit artikel van toepassing zouden zijn.
  6. De bepalingen van artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) zullen niettegenstaande de paragrafen 2 en 5 van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, zonder rekening te houden met het belastbaar tijdperk waarop de zaak betrekking heeft.
  7. Niettegenstaande paragraaf 2 zal artikel 24 (Regeling voor onderling overleg), paragrafen 7 en 8, zonder rekening te houden met het belastbaar tijdperk waarop het specifieke geval betrekking heeft, van toepassing zijn met betrekking tot :
  a) gevallen die zijn voorgelegd aan de bevoegde autoriteiten vanaf de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt; en
  b) gevallen die na dat tijdstip worden voorgelegd,
  en de begindatum voor een in subparagraaf a) van deze paragraaf omschreven geval is de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt.
Art. 28. 1. La présente Convention sera ratifiée conformément aux procédures applicables dans chaque Etat contractant. Chaque Etat contractant notifiera à l'autre Etat, par la voie diplomatique, l'accomplissement des procédures requises. La notification sera accompagnée d'un instrument de ratification.
  2. La Convention entrera en vigueur à la date de réception de la seconde de ces notifications, et ses dispositions seront applicables :
  a) en ce qui concerne les impôts retenus à la source, aux montants payés ou attribués à partir du premier jour du second mois qui suit immédiatement la date de l'entrée en vigueur de la Convention;
  b) en ce qui concerne les autres impôts, aux périodes imposables commençant à partir du 1er janvier qui suit immédiatement la date de l'entrée en vigueur de la Convention.
  3. L'article 21 (Limitation des avantages), paragraphe 5, f) ne s'appliquera pas jusqu'au 1er janvier 2011.
  4. La Convention entre les Etats-Unis d'Amérique et le Royaume de Belgique pour éviter la double imposition et empêcher l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu, signée à Bruxelles le 9 juillet 1970, modifiée par un protocole additionnel (la " Convention précédente "), cessera de s'appliquer à tout impôt à partir de la date à laquelle, conformément aux paragraphes 2 et 6 du présent article, la présente Convention s'appliquera à cet impôt.
  5. Nonobstant le paragraphe précédent, lorsqu'une personne pouvant bénéficier d'avantages en vertu de la Convention précédente aurait pu, en vertu de cette Convention, bénéficier d'avantages plus importants que ceux dont elle peut bénéficier en vertu de la présente Convention, la Convention précédente continue à s'appliquer intégralement en ce qui concerne cette personne, si elle opte en ce sens, pendant une période de douze mois à compter de la date à laquelle les dispositions de la présente Convention seraient applicables en vertu du paragraphe 2 du présent article.
  6. Nonobstant les paragraphes 2 et 5, les dispositions de l'article 25 (Echange de renseignements et assistance administrative) seront applicables à partir de la date de l'entrée en vigueur de la Convention, quelle que soit la période imposable concernée.
  7. Nonobstant le paragraphe 2, les paragraphes 7 et 8 de l'article 24 (Procédure amiable) s'appliqueront, quelle que soit la période imposable à laquelle le cas concerné se rattache :
  a) aux cas soumis aux autorités compétentes à la date de l'entrée en vigueur de la présente Convention; et
  b) aux cas soumis après cette date,
  et la date de commencement d'un cas visé au sous-paragraphe a) du présent paragraphe sera la date de l'entrée en vigueur de la Convention.
BEEINDIGING.
DENONCIATION.
Art. 29. Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een overeenkomstsluitende Staat is opgezegd. Elke overeenkomstsluitende Staat kan de Overeenkomst opzeggen op elk tijdstip na vijf jaar vanaf de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, door aan de andere overeenkomstsluitende Staat langs diplomatieke weg een opzegging te doen toekomen. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn :
  a) op de bij de bron ingehouden belastingen, voor bedragen betaald of toegekend na het verstrijken van een periode van zes maanden die aanvangt op de datum waarop de kennisgeving van de beëindiging is gedaan; en
  b) op de andere belastingen, voor belastbare tijdperken die beginnen op of na het verstrijken van een periode van zes maanden die aanvangt op de datum waarop de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun respectieve Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
  Gedaan in tweevoud te Brussel, op 27 november 2006, in de Engelse taal.
Art. 29. La présente Convention demeurera en vigueur tant qu'elle n'aura pas été dénoncée par un Etat contractant. Chacun des Etats contractants pourra, à tout moment après l'expiration d'un délai de cinq ans à compter de la date de l'entrée en vigueur de la Convention, la dénoncer par la voie diplomatique à l'autre Etat contractant. Dans cette éventualité, la Convention cessera de s'appliquer :
  a) en ce qui concerne les impôts retenus à la source, aux montants payés ou attribués après l'expiration d'une période de six mois commençant à la date de la dénonciation; et
  b) en ce qui concerne les autres impôts, aux périodes imposables commençant à partir de l'expiration d'une période de six mois commençant à la date de la dénonciation.
  En foi de quoi, les soussignés, à ce dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont signé la présente Convention.
  Fait à Bruxelles, le 27 novembre 2006, en double exemplaire, en langue anglaise.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. PROTOCOL
  Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen (hierna te noemen " de Overeenkomst "), zijn de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van het Koninkrijk België de volgende bepalingen overeengekomen. Dit Protocol vormt een integrerend deel van de Overeenkomst.
  1. Met betrekking tot artikel 7 (Ondernemingswinst)
  Er is overeengekomen dat de aan een vaste inrichting toe te rekenen ondernemingswinst slechts de winst omvat die behaald wordt uit de door de vaste inrichting gebruikte activa, gedragen risico's en verrichte werkzaamheden. Voor het bepalen van de aan een vaste inrichting toe te rekenen winst zijn de principes van de OESO-richtlijnen inzake verrekenprijzen van toepassing, waarbij rekening gehouden wordt met de verschillende economische en wettelijke omstandigheden van een afzonderlijke entiteit. Elke methode die daarin is omschreven als een aanvaardbare methode voor het bepalen van een resultaat dat beantwoordt aan het principe van de wederzijdse onafhankelijkheid (arm's length), mag dus worden gebruikt om het inkomen van een vaste inrichting te bepalen zolang die methode in overeenstemming met de richtlijnen wordt toegepast. In het bijzonder bij het bepalen van het bedrag van de toe te rekenen winst, wordt de vaste inrichting behandeld alsof ze hetzelfde bedrag aan vermogen heeft dat ze zou nodig hebben om haar werkzaamheden te ondersteunen indien ze een onafhankelijke onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen. Met betrekking tot financiële instellingen niet zijnde verzekeringsmaatschappijen, kan een overeenkomstsluitende Staat het bedrag van het vermogen dat aan een vaste inrichting moet worden toegerekend, bepalen door het totale aandelenvermogen (equity) van de instelling te verdelen tussen de diverse kantoren op basis van de verhouding van de risicogewogen activa, van de financiële instelling die aan elk van die kantoren kan worden toegerekend. In het geval van een verzekeringsmaatschappij worden aan een vaste inrichting niet alleen de door de vaste inrichting ontvangen premies toegerekend, maar tevens het gedeelte van het totale investeringsinkomen van de verzekeringsmaatschappij uit reserves en surplus dat de door de vaste inrichting gedragen risico's draagt.
  2. Met betrekking tot artikel 14 (Inkomsten uit een dienstbetrekking)
  Met betrekking tot artikel 14 (Inkomsten uit een dienstbetrekking), paragrafen 1 en 2 wordt, indien beloningen worden verkregen door een inwoner van één van de Staten ter zake van een dienstbetrekking, de dienstbetrekking uitgeoefend in de plaats waar de werknemer fysiek aanwezig is wanneer hij de werkzaamheden waarvoor de beloningen worden betaald, uitoefent, ongeacht de woonplaats van de schuldenaar, de plaats waar de arbeidsovereenkomst werd opgemaakt, de woonplaats van de werkgever, de plaats of de tijd van betaling, of de plaats waar de resultaten van het werk worden geëxploiteerd.
  3. Met betrekking tot artikel 15 (Tantièmes)
  a) Artikel 15 (Tantièmes) is ook van toepassing op vergoedingen die een " gerant "/ " zaakvoerder " van een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, in die hoedanigheid verkrijgt.
  b) i) Beloningen die een persoon op wie artikel 15 van toepassing is, van een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt ter zake van de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of technische, commerciële of financiële aard, zijn belastbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 (Inkomsten uit een dienstbetrekking) en niet artikel 15; voor zover de vennootschap een Belgische vennootschap is, wordt artikel 14 toegepast alsof het ging om beloningen die een werknemer ter zake van een dienstbetrekking verkrijgt en alsof de werkgever de vennootschap was.
  ii) Beloningen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt ter zake van zijn dagelijkse werkzaamheden als vennoot in een vennootschap die inwoner is van België, niet zijnde een vennootschap op aandelen, zijn belastbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 14, alsof het ging om beloningen die een werknemer ter zake van een dienstbetrekking verkrijgt en alsof de werkgever de vennootschap was.
  iii) Artikel 7 (Ondernemingswinst) en niet artikel 14 of 15 is van toepassing op het aan een vennoot toekomende gedeelte van het inkomen van een entiteit die als fiscaal transparant wordt behandeld, zoals een Amerikaans deelgenootschap (partnership).
  4. Met betrekking tot artikel 17 (Pensioenen, sociale zekerheid, lijfrenten en uitkeringen tot onderhoud)
  De uitdrukking " soortgelijke wetgeving " is bedoeld als verwijzing naar de United States tier 1 Railroad Retirement benefits.
  5. Met betrekking tot artikel 24 (Regeling voor onderling overleg), paragraaf 1
  De uitdrukking " nadat de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de Overeenkomst voor het eerst te zijner kennis is gebracht " betekent :
  a) in het geval van België, de datum waarop het aanslagbiljet dat een aanslag of een aanvullende aanslag omvat, is verzonden naar de persoon die van oordeel is dat de belastingheffing waarin die aanslag of aanvullende aanslag voorziet, strijdig is met de bepalingen van de Overeenkomst; en
  b) in het geval van de Verenigde Staten, de datum waarop de belastingplichtige een kennisgeving van een voorstel van wijziging (notice of proposed adjustment) of een kennisgeving van aanslag (notice of assessment) ontvangt, waarbij de vroegste van beide data bepalend is.
  6. Met betrekking tot artikel 24 (Regeling voor onderling overleg), paragrafen 7 en 8
  Met betrekking tot een bepaald geval waar de bevoegde autoriteiten geprobeerd hebben, maar er niet in geslaagd zijn om tot overeenstemming te komen zoals bedoeld in artikel 24 met betrekking tot de toepassing van de Overeenkomst, wordt gebruik gemaakt van bindende arbitrage om te beslissen over die toepassing, tenzij de bevoegde autoriteiten het eens zijn dat het bijzondere geval niet geschikt is voor een beslissing door arbitrage. Wanneer een arbitrageprocedure (de Procedure) overeenkomstig artikel 24, paragraaf 7 begint, zijn de volgende regels en procedures van toepassing.
  a) De Procedure wordt uitgevoerd zoals voorgeschreven door, (en is onderworpen aan de voorwaarden van) de paragrafen 7 en 8 van artikel 24, en deze regels en procedures, zoals gewijzigd of aangevuld door andere regels en procedures waarover de bevoegde autoriteiten krachtens subparagraaf q) hierna overeenstemming hebben bereikt.
  b) De beslissing die een arbitragecommissie in de Procedure neemt, is beperkt tot een beslissing inzake het bedrag van de inkomsten, uitgaven of belasting dat aan de overeenkomstsluitende Staten kan worden meegedeeld.
  c) De bevoegde autoriteiten kunnen, niettegenstaande de Procedure werd opgestart, een wederzijds akkoord bereiken om een geval op te lossen en de Procedure stop te zetten. Dienovereenkomstig kan een betrokken persoon ten allen tijde een aan de bevoegde autoriteiten gericht verzoek om een regeling tot onderling overleg aan te gaan intrekken (en aldus de Procedure stopzetten).
  d) Er is voldaan aan de vereisten van artikel 24, paragraaf 8, subparagraaf d) indien elk van de overeenkomstsluitende Staten van elke betrokken persoon een verklaring heeft ontvangen waarin wordt overeengekomen dat de betrokken persoon en elke persoon die namens hem optreedt, aan niemand anders inlichtingen zal bekendmaken die gedurende de Procedure werden verkregen van een overeenkomstsluitende Staat of van de arbitragecommissie, niet zijnde de beslissing van de Procedure. Een betrokken persoon die wettelijk bevoegd is om (een) andere betrokken perso(o)n(en) in deze kwestie hiertoe te verbinden, kan dit doen in een uitvoerige verklaring.
  e) Elke overeenkomstsluitende Staat beschikt over 60 dagen vanaf de datum waarop de Procedure aanvangt, om een schriftelijke mededeling te sturen naar de andere overeenkomstsluitende Staat waarin één lid van de arbitragecommissie wordt aangesteld. Binnen een termijn van 60 dagen vanaf de datum waarop de tweede van die mededelingen is verstuurd, benoemen de twee door de overeenkomstsluitende Staten aangestelde leden een derde lid, die als Voorzitter van de commissie zal functioneren. Indien een van de overeenkomstsluitende Staten er niet in slaagt een lid aan te stellen, of indien de door de overeenkomstsluitende Staten aangestelde leden er niet in slagen overeenstemming te bereiken aangaande het derde lid op de in deze paragraaf voorgeschreven wijze, wordt (worden) het (de) overblijvende lid (leden) aangesteld door het lid van het Secretariaat van het Centrum voor belastingbeleid en administratie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) met de hoogste rang, die van geen van de overeenkomstsluitende Staten staatsburger is, door beide overeenkomstsluitende Staten daarvan schriftelijk in kennis te stellen binnen een termijn van 60 dagen vanaf de datum van het verzuim. De bevoegde autoriteiten stellen een niet-beperkende lijst op van natuurlijke personen die vertrouwd zijn met internationale fiscale aangelegenheden die eventueel als Voorzitter van de commissie zouden kunnen fungeren. De Voorzitter mag in ieder geval geen staatsburger zijn van één van beide overeenkomstsluitende Staten.
  f) De arbitragecommissie kan om het even welke procedure volgen die nodig is voor het uitvoeren van haar taak, op voorwaarde dat de procedure niet strijdig is met enige bepaling van artikel 24 of met het Protocol bij de Overeenkomst.
  g) Elke overeenkomstsluitende Staat heeft de toestemming om binnen een termijn van 60 dagen vanaf de benoeming van de Voorzitter van de arbitragecommissie, een Voorstel van Resolutie in te dienen met daarin een omschrijving van de voorgestelde bepaling van de specifieke geldbedragen van de inkomsten, uitgaven of belasting waarover het gaat in het desbetreffende geval, alsmede een ondersteunend document waarin het standpunt wordt uiteengezet (Position Paper), voor overweging door de arbitragecommissie. Afschriften van het Voorstel van Resolutie en van het ondersteunend document waarin het standpunt wordt uiteengezet, worden door de commissie bezorgd aan de andere overeenkomstsluitende Staat op de datum waarop het laatste van deze geschriften aan de commissie is voorgelegd. Indien slechts één overeenkomstsluitende Staat een Voorstel van Resolutie voorlegt binnen de toegestane tijd, wordt dat Voorstel van Resolutie beschouwd als de beslissing van de commissie voor dat geval en wordt de Procedure beëindigd. Elke overeenkomstsluitende Staat kan, indien hij dat wenst, een Memorie van Antwoord aan de commissie voorleggen binnen een termijn van 120 dagen vanaf de aanstelling van de Voorzitter ervan, om in te gaan op bepaalde punten die aan bod komen in het Voorstel van Resolutie of in het document waarin het standpunt wordt uiteengezet dat door de andere overeenkomstsluitende Staat werd voorgelegd. Aanvullende inlichtingen mogen enkel op haar verzoek aan de arbitragecommissie worden voorgelegd, en afschriften van het verzoek van de commissie en van het antwoord van de overeenkomstsluitende Staat worden bezorgd aan de andere overeenkomstsluitende Staat op de datum waarop het verzoek of het antwoord zijn voorgelegd. Behalve voor logistieke zaken zoals die welke in de subparagrafen l), n) en o) hierna worden genoemd, gebeuren alle mededelingen van de overeenkomstsluitende Staten aan de arbitragecommissie, en omgekeerd, uitsluitend in de vorm van schriftelijke mededelingen tussen de aangeduide bevoegde autoriteiten en de Voorzitter van de commissie.
  h) De arbitragecommissie bezorgt een schriftelijke beslissing aan de overeenkomstsluitende Staten binnen een termijn van zes maanden vanaf de aanstelling van de Voorzitter ervan. De commissie neemt één van de door de overeenkomstsluitende Staten voorgelegde Voorstellen van Resolutie aan als haar beslissing.
  i) Bij het nemen van haar beslissing maakt de arbitragecommissie, naarmate dat nodig is en in dalende volgorde van voorrang, toepassing van :
  i) de bepalingen van de Overeenkomst;
  ii) elke commentaar of uitleg aangaande de Overeenkomst waarover de overeenkomstsluitende Staten tot een akkoord zijn gekomen;
  iii) de wetgeving van de overeenkomstsluitende Staten voorzover deze niet strijdig zijn met elkaar; en
  iv) alle OESO commentaren, richtlijnen of verslagen aangaande relevante analoge delen van het OESO model van belastingovereenkomst.
  j) De beslissing van de arbitragecommissie met betrekking tot een bepaald geval is bindend voor de overeenkomstsluitende Staten. De beslissing van de commissie is niet met redenen omkleed. Ze heeft niet de waarde van precedent.
  k) Zoals bepaald in artikel 24, paragraaf 8, subparagraaf e) vormt de beslissing van een arbitragecommissie een besluit met onderlinge overeenstemming overeenkomstig artikel 24. Elke betrokken persoon moet, binnen een termijn van 30 dagen vanaf de datum waarop de beslissing van de commissie werd ontvangen van de bevoegde autoriteit waaraan het geval in eerste instantie werd voorgelegd, aan die bevoegde autoriteit meedelen of die betrokken persoon de beslissing van de commissie aanvaardt. Indien het geval het voorwerp is van een rechtszaak, moet elke betrokken persoon die partij is in de rechtszaak binnen hetzelfde tijdschema eveneens de relevante rechtbank ervan op de hoogte brengen dat hij de beslissing van de commissie aanvaardt als het besluit met onderlinge toestemming en moet hij de punten die door de Procedure tot een oplossing zijn gebracht uit het geding terugtrekken. Indien een betrokken persoon nalaat binnen deze termijn de relevante bevoegde autoriteit en de relevante rechtbank aldus in te lichten, wordt ervan uitgegaan dat de beslissing van de commissie in dat specifieke geval niet werd aanvaard. Wanneer de beslissing van de commissie niet wordt aanvaard, kan het geval daarna niet meer onderworpen worden aan een Procedure.
  l) Elke (alle) bijeenkomst(en) van de arbitragecommissie vind(t)(en) plaats in een gebouw dat ter beschikking wordt gesteld door de overeenkomstsluitende Staat waarvan de bevoegde autoriteit de procedure voor onderling overleg met betrekking tot het specifieke geval heeft opgestart.
  m) Interest of straffen die ermee verband houden worden behandeld overeenkomstig de toepasselijke interne wetgeving van de betrokken overeenkomstsluitende Sta(a)t(en).
  n) Er mag geen informatie aangaande de Procedure (met inbegrip van de beslissing van de commissie) worden bekendgemaakt door de leden van de arbitragecommissie of door hun medewerkers of door een bevoegde autoriteit, behalve waar dat is toegestaan door de Overeenkomst en de interne wetgeving van de overeenkomstsluitende Staten. Daarnaast wordt alle materiaal dat in de loop van of met betrekking tot de Procedure werd voorbereid, beschouwd als inlichtingen die tussen de overeenkomstsluitende Staten zijn uitgewisseld. Alle leden van de arbitragecommissie en hun medewerkers moeten in een verklaring die aan elke overeenkomstsluitende Staat wordt verstuurd ter bevestiging van hun aanstelling bij de arbitragecommissie ermee instemmen zich te houden aan en zich te onderwerpen aan de bepalingen inzake vertrouwelijkheid en openbaarmaking van artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand) van de Overeenkomst en van de toepasselijke interne wetgeving van de overeenkomstsluitende Staten. Ingeval die bepalingen met elkaar in strijd zijn, is de meest beperkende geheimhoudingsverplichting van toepassing.
  o) De vergoedingen en onkosten worden gelijkelijk gedragen door de overeenkomstsluitende Staten. De vergoeding van de leden van de arbitragecommissie zijn over het algemeen vastgesteld op een vast bedrag van ° 2.000 (tweeduizend Amerikaanse dollar) per dag of het evenwaardige bedrag in euro, maar kan worden gewijzigd door de bevoegde autoriteiten. De onkosten van de leden van de arbitragecommissie worden over het algemeen vastgesteld overeenkomstig de prijslijst van vergoedingen voor bemiddelaars van het Internationaal Centrum voor de beslechting van investeringsgeschillen (zoals dat van toepassing is op de datum waarop de arbitrageprocedure begint), maar kunnen worden gewijzigd door de bevoegde autoriteiten. Ook vergoedingen voor vertalingen worden gelijkelijk gedragen door de overeenkomstsluitende Staten. De overeenkomstsluitende Staat waarvan de bevoegde autoriteit de procedure voor onderling overleg met betrekking tot het desbetreffende geval heeft opgestart, staat op eigen kosten in voor vergaderlokalen, aanverwante middelen, financieel beheer, andere logistieke ondersteuning, en algemene administratieve coördinatie van de Procedure. Alle andere kosten worden gedragen door de overeenkomstsluitende Staat die ze heeft gemaakt.
  p) Voor de toepassing van artikel 24, paragrafen 7 en 8 en van deze paragraaf bevestigt elke bevoegde autoriteit schriftelijk aan de andere bevoegde autoriteit en aan de betrokken perso(o)n(en) de datum van ontvangst van de inlichtingen die nodig zijn om wezenlijke stappen te ondernemen voor een onderlinge overeenstemming. Zulke inlichtingen zijn :
  i) in de Verenigde Staten, de inlichtingen die moeten worden voorgelegd aan de Amerikaanse bevoegde autoriteit krachtens Revenue Procedure 2002-52, section 4.05 (of daaropvolgende toepasselijke bepalingen) en, voor gevallen die oorspronkelijk werden voorgelegd als een verzoek tot een voorafgaandelijk akkoord inzake verrekenprijzen, de inlichtingen die moeten worden voorgelegd aan de Internal Revenue Service krachtens Revenue Procedure 2006-9, section 4 (of daaropvolgende toepasselijke bepalingen), en
  ii) in België, de inlichtingen die vereist zouden zijn krachtens door de Federale Overheidsdienst Financiën gepubliceerde instructies of commentaar.
  Deze inlichtingen worden evenwel slechts beschouwd als zijnde ontvangen wanneer beide bevoegde autoriteiten een afschrift hebben gekregen van alle materiaal dat in verband met de regeling voor onderling overleg door de betrokken perso(o)n(en) werd voorgelegd aan een van de, of aan beide, overeenkomstsluitende Staten.
  q) De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten kunnen de bovengenoemde regels en procedures wijzigen of aanvullen in de mate waarin zulks nodig is om de intentie van artikel 24, paragraaf 7 om dubbele belasting te vermijden, beter te kunnen verwezenlijken.
  7. Met betrekking tot artikel 25 (Uitwisseling van inlichtingen en administratieve bijstand)
  Bankdocumenten worden uitsluitend op verzoek uitgewisseld. Indien het verzoek geen naam opgeeft van zowel een specifieke belastingplichtige als van een specifieke bank of financiële instelling, kan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat weigeren inlichtingen te verkrijgen waarover ze nog niet beschikt.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Protocol hebben ondertekend.
  Gedaan in tweevoud te Brussel, op 27 november 2006, in de Engelse taal.
Art. N1. PROTOCOLE.
  Lors de la signature de la Convention entre le Gouvernement du Royaume de Belgique et le Gouvernement des Etats-Unis d'Amérique tendant à éviter la double imposition et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu (ci-après dénommée " la Convention "), le Gouvernement du Royaume de Belgique et le Gouvernement des Etats-Unis d'Amérique sont convenus des dispositions suivantes. Le présent Protocole fait partie intégrante de la Convention.
  1. En ce qui concerne l'article 7 (Benéfices des entreprises)
  Il est entendu que les bénéfices d'entreprise à imputer à un établissement stable comprennent uniquement les bénéfices tirés des éléments d'actifs utilisés, des risques assumés et des activités exercées par l'établissement stable. Les Principes de l'OCDE en matière de prix de transfert sont applicables aux fins de déterminer les bénéfices imputables à un établissement stable, compte tenu des diverses circonstances économiques et juridiques propres à une entité unique. Par conséquent, toutes les méthodes décrites dans ces Principes comme étant des méthodes acceptables aux fins de déterminer un résultat de pleine concurrence (arm's length) peuvent être utilisées pour déterminer le revenu d'un établissement stable, pour autant que ces méthodes soient appliquées conformément à ces Principes. Notamment, pour déterminer le montant des bénéfices qui lui sont imputables, l'etablissement stable est considéré comme disposant du montant de capital qui serait necessaire au financement de ses activités s'il constituait une entreprise distincte exerçant des activités identiques ou analogues. En ce qui concerne les institutions financières autres que les compagnies d'assurance, un Etat contractant peut déterminer le montant de capital à imputer à l'établissement stable en répartissant le total des capitaux propres (equity) de l'institution entre ses différents établissements proportionnellement aux actifs à risque pondéré de l'institution financière imputables à chacun d'entre eux. Dans le cas d'une compagnie d'assurance, il est imputé a un établissement stable non seulement les primes perçues par l'intermédiaire de l'établissement stable, mais également la partie de l'ensemble des revenus tirés de l'investissement des réserves et surplus de la compagnie d'assurance qui couvre les risques assumés par l'établissement stable.
  2. En ce qui concerne l'article 14 (Revenus d'emploi) :
  En ce qui concerne l'article 14 (Revenus d'emploi), paragraphes 1er et 2, lorsqu'un résident de l'un des Etats perçoit des remunérations au titre d'un emploi salarié, l'emploi est exercé à l'endroit où le salarié est physiquement présent pour exercer les activités en raison desquelles les rémunérations sont payées, quels que soient la résidence du débiteur, le lieu de conclusion du contrat de travail, la résidence de l'employeur, le lieu ou le moment du paiement, ou l'endroit où les résultats du travail sont exploités.
  3. En ce qui concerne l'article 15 (Tantièmes)
  a) L'article 15 (Tantièmes) s'applique également aux rétributions qu'un gérant de société, autre qu'une société par actions, reçoit en cette qualité.
  b) i) Les rémunerations qu'une personne visée à l'article 15 reçoit d'une société qui est un resident d'un Etat contractant en raison de l'exercice d'une activité journalière de direction ou de caractère technique, commercial ou financier sont imposables conformément aux dispositions de l'article 14 (Revenus d'emploi) et non de l'article 15; dans la mesure où la société est une société belge, l'article 14 s'applique comme s'il s'agissait de rémunérations qu'un employé tire d'un emploi salarié et comme si l'employeur était la société.
  ii) Les rémunérations qu'un résident d'un Etat contractant tire de son activité journalière en tant qu'associé dans une société, autre qu'une société par actions, qui est un résident de la Belgique sont imposables conformément aux dispositions de l'article 14, comme s'il s'agissait de rémunérations qu'un employé tire d'un emploi salarié et comme si l'employeur était la société.
  iii) L'article 7 (Bénéfices des entreprises), et non les articles 14 ou 15, s'applique à la partie des revenus d'une entité considérée comme fiscalement transparente, telle qu'une société de personnes (partnership) américaine, qui revient à un associé.
  4. En ce qui concerne l'article 17 (Pensions, sécurite sociale, rentes et rentes alimentaires)
  L'expression " législation analogue " est censée faire référence aux prestations de retraite de niveau 1 des chemins de fer des Etats-Unis (United States tier 1 Railroad Retirement benefits).
  5. En ce qui concerne l'article 24 (Procédure amiable), paragraphe 1er
  L'expression " première notification de la mesure qui entraîne une imposition non conforme aux dispositions de la Convention " désigne :
  a) en ce qui concerne la Belgique, la date à laquelle l'avertissement extrait de rôle ou l'avis de cotisation comportant une imposition ou un supplément d'imposition est envoyé à la personne qui considère que cette imposition ou ce supplément d'imposition est contraire aux dispositions de la Convention; et
  b) en ce qui concerne les Etats-Unis, la première date à laquelle le contribuable reçoit un avis de proposition d'ajustement (notice of proposed adjustment) ou un avis d'imposition (notice of assessment).
  6. En ce qui concerne l'article 24 (Procédure amiable), paragraphes 7 et 8
  Dans tous les cas où les autorités compétentes ne parviennent pas, malgré leurs efforts, à un accord au sens de l'article 24 concernant l'application de la Convention, la question est tranchée en recourant à un arbitrage contraignant, à moins que les autorités compétentes ne conviennent que le cas concerné ne se prête pas à un règlement par voie d'arbitrage. Si une procédure d'arbitrage (la Procédure) est engagée conformément à l'article 24, paragraphe 7, les règles et procédures suivantes sont applicables.
  a) La Procédure est menée conformément aux dispositions de l'article 24, paragraphes 7 et 8 et aux présentes règles et procédures, telles que modifiées ou complétées par toutes autres règles ou procédures dont seraient convenues les autorités compétentes conformément au sous-paragraphe q) ci-après, et sous réserve des conditions prévues par ces dispositions, règles et procédures.
  b) La décision prise par une commission d'arbitrage dans le cadre de la Procédure se limite à une décision concernant le montant des revenus, des dépenses ou de l'impôt à signifier aux Etats contractants.
  c) Nonobstant l'engagement de la Procédure, les autorités compétentes peuvent parvenir à un accord amiable pour résoudre le cas et mettre un terme à la Procédure. De son côté, une personne concernée peut à tout moment retirer une requête demandant aux autorités compétentes d'engager une procédure amiable (et mettre ainsi un terme à la Procédure).
  d) Les conditions prévues à l'article 24, paragraphe 8, d) sont remplies lorsque chacune des autorités compétentes a reçu de chaque personne concernée une déclaration dans laquelle la personne concernée et toute personne agissant pour son compte s'engagent à ne communiquer à aucune autre personne les renseignements reçus au cours de la Procédure de l'un ou l'autre des Etats contractants ou de la commission d'arbitrage, à l'exception de la décision prise dans la Procédure. Une personne concernée qui est légalement habilitée à engager en cette matière toute autre personne concernée peut le faire dans une déclaration globale.
  e) Chaque Etat contractant dispose de 60 jours à compter de la date à laquelle débute la Procédure pour envoyer à l'autre Etat contractant une communication écrite désignant un membre de la commission d'arbitrage. Dans un délai de 60 jours à compter de la date d'envoi de la seconde de ces communications, les deux membres désignés par les Etats contractants désignent un troisième membre, qui exercera la fonction de Président de la commission. Si l'un ou l'autre des Etats contractants omet de désigner un membre, ou si les membres désignés par les Etats contractants ne parviennent pas à s'entendre au sujet du troisième membre conformément au présent paragraphe, le ou les membres restants sont désignés par le membre de rang le plus élevé du Secrétariat du Centre de politique et d'administration fiscales de l'Organisation de coopération et de développement économiques (OCDE) qui n'est pas un citoyen de l'un ou l'autre des Etats contractants, par une notification écrite aux deux Etats contractants dans un délai de 60 jours à compter d'une telle omission ou absence d'accord. Les autorités compétentes établissent une liste non limitative de personne physiques dotées d'une bonne connaissance des questions de fiscalité internationale et qui seraient susceptibles d'exercer la fonction de Président de la commission. Le Président ne peut en aucun cas être un citoyen de l'un ou l'autre des Etats contractants.
  f) La Commission d'arbitrage peut adopter toutes les procédures nécessaires à l'exercice de ses activités, pour autant que ces procédures soient compatibles avec toutes les dispositions de l'article 24 ou du Protocole à la Convention.
  g) Chacun des Etats contractants peut, dans un délai de 60 jours à compter de la désignation du Président de la Commission d'arbitrage, soumettre à l'examen de la Commission, une Proposition de résolution décrivant les propositions de détermination des montants monétaires précis de revenus, de dépenses et d'impôts en cause dans le cas concerné, accompagnée d'un Rapport de position (position paper). Des copies de la Proposition de résolution et du Rapport de position sont communiquées par la commission à l'autre Etat contractant à la date a laquelle les derniers de ces documents sont soumis à la commission. Dans l'éventualite où un seul Etat contractant soumet une Proposition de résolution dans le délai prescrit, cette Proposition de résolution est considérée comme constituant la décision de la commission dans ce cas et la Procédure est terminee. Chacun des Etats contractants peut, s'il le désire, soumettre un mémoire en replique à la commission dans un délai de 120 jours à compter de la désignation de son Président, en vue de répondre aux points souleves dans la Proposition de résolution et le Rapport de position soumis par l'autre Etat contractant. Des renseignements complémentaires ne peuvent être soumis à la commission d'arbitrage qu'à sa demande, et des copies de la demande de la commission et de la réponse de l'Etat contractant concerné sont communiquées à l'autre Etat contractant à la date à laquelle la demande, ou la réponse, est soumise. Sauf pour ce qui concerne les questions logistiques telles que celles identifiées aux sous-paragraphes l), n) et o) ci-dessous, toutes les communications des Etats contractants à la commission d'arbitrage, et vice-versa, se font exclusivement par la voie de communications écrites entre les autorités compétentes désignées et le Président de la commission.
  h) La commission d'arbitrage fait connaître sa décision par écrit aux Etats contractants dans un délai de six mois à compter de la désignation de son Président. La Commission adopte comme étant sa décision une des Propositions de resolution soumises par les Etats contractants.
  i) Pour prendre sa décision, la commission d'arbitrage applique, dans la mesure nécessaire et par ordre décroissant de priorité :
  i) les dispositions de la Convention;
  ii) tous commentaires ou explications dont sont convenus les Etats contractants concernant la Convention;
  iii) les législations des Etats contractants dans la mesure où elles ne se contredisent pas; et
  iv) tous Commentaires, Principes ou Rapports de l'OCDE concernant des parties analogues pertinentes du Modèle de convention fiscale de l'OCDE.
  j) La décision de la commission d'arbitrage dans un cas particulier lie les Etats contractants. La décision de la commission n'est pas motivée. Elle n'a pas valeur de précedent.
  k) Comme prévu à l'article 24, paragraphe 8, e), la décision de la commission d'arbitrage constitue une solution par voie d'accord amiable au sens de l'article 24. Chaque personne concernée doit, dans un délai de 30 jours à compter de la date à laquelle elle reçoit la décision de la commission de l'autorité competente à laquelle le cas a été présenté en premier, indiquer à cette autorité compétente si elle accepte la décision de la commission. Si le cas fait l'objet d'un procès, chaque personne concernée qui est partie au procès doit également, dans le même délai, informer le tribunal compétent du fait qu'elle accepte la décision de la commission en tant que solution par voie d'accord amiable et dessaisir le tribunal des questions résolues dans le cadre de la Procédure. Si une personne concernée omet d'informer de la sorte, dans ce délai, l'autorité compétente concernée et le tribunal compétent, on considère que la décision de la commission dans ce cas n'est pas acceptée. Lorsque la décision de la commission n'est pas acceptée, le cas ne peut plus par la suite faire l'objet d'une Procédure.
  l) Toutes les reunions de la commission se tiennent dans des installations fournies par l'Etat contractant dont l'autorité compétente a initié la procédure amiable dans le cas concerné.
  m) La question des intérêts et pénalités liés à la Procédure est réglée selon la législation interne de l'Etat contractant (des Etats contractants) concerné(s).
  n) Aucun renseignement relatif à la Procédure (y compris la décision de la commission) ne peut être révélé par les membres de la commission d'arbitrage ou leurs collaborateurs ni par les autorités compétentes, sauf lorsque cela est autorisé par la Convention et par la législation interne des Etats contractants. De plus, tous les documents élaborés dans le cadre de la Procédure ou s'y rapportant sont considérés comme des renseignements échangés par les Etats contractants. Tous les membres de la commission d'arbitrage et leurs collaborateurs doivent s'engager, dans des déclarations envoyées à chacun des Etats contractants en confirmation de leur désignation dans la commission d'arbitrage, à se conformer aux dispositions en matière de confidentialité et de non-divulgation de l'article 25 (Echange de renseignements et assistance administrative) de la Convention et de la legislation interne des Etats contractants. En cas de conflit entre ces dispositions, la condition la plus restrictive s'applique.
  o) Les honoraires et les frais sont supportés à parts égales par les Etats contractants. En général, les honoraires des membres de la commission d'arbitrage seront fixés à un montant forfaitaire de ° 2.000 (deux mille dollars des Etats-Unis) par jour ou l'équivalent en euros, sous réserve de modification par les autorités compétentes. En général, les frais des membres de la commission d'arbitrage sont fixés selon le Barème des honoraires des arbitres du Centre international pour le règlement des différends relatifs aux investissements (CIRDI) (tel qu'applicable à la date à laquelle débute la procédure d'arbitrage), sous réserve de modification par les autorités compétentes. Les frais de traduction sont également supportés à parts egales par les Etats contractants. Les salles de réunion, les ressources connexes, la gestion financière, le support logistique et la coordination administrative générale sont fournis, à ses propres frais, par l'Etat contractant dont l'autorité compétente à initié la procédure amiable dans le cas concerné. Tous les autres frais sont supportés par l'Etat contractant qui les expose.
  p) Aux fins des paragraphes 7 et 8 de l'article 24 et du présent paragraphe, chaque autorité compétente confirme par écrit à l'autre autorité compétente et a la personne ou aux personnes concernée(s) la date à laquelle elle a reçu les renseignements nécessaires pour entreprendre un examen substantiel en vue d'un accord amiable. Ces renseignements sont :
  i) aux Etats-Unis, les renseignements qui doivent être soumis à l'autorité compétente des Etats-Unis en vertu de la Revenue Procedure 2002-52, section 4.05 (ou toutes autres dispositions qui la remplaceraient) et, en ce qui concerne les cas initialement soumis comme demande d'arrangement préalable en matière de prix de transfert, les renseignements qui doivent être soumis à l'Internal Revenue Service en vertu de la Revenue Procedure 2006-09, section 4 (ou toutes autres dispositions qui la remplaceraient), et
  ii) en Belgique, tout renseignement qui serait requis en vertu d'instructions ou commentaires publiés par le Service public fédéral Finances.
  Toutefois, ces renseignements ne sont considérés comme reçus que lorsque les deux autorités competentes ont reçu des copies de tous les documents relatifs a la procédure amiable qui ont été soumis à l'un ou l'autre des Etats contractants par la personne ou les personnes concernée(s).
  q) Les autorités compétentes des Etats contractants peuvent modifier ou compléter les règles et procédures énoncees ci-avant dans la mesure nécessaire en vue d'une mise en oeuvre plus efficace de l'objectif d'élimination de la double imposition de l'article 24, paragraphe 7.
  7. En ce qui concerne l'article 25 (Echange de renseignements et assistance administrative)
  Les documents bancaires ne sont échangés que sur demande. Si la demande n'identifie pas à la fois un contribuable précis et une banque ou institution financière précise, l'autorité compétente de l'Etat requis peut refuser de recueillir les renseignements qui ne sont pas déjà en sa possession.
  En foi de quoi, les soussignés, à ce dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont signé le présent Protocole.
  Fait à Bruxelles, le 27 novembre 2006, en double exemplaire, en langue anglaise.
Art. N2. Deze Overeenkomst is in werking getreden op 28 december 2007, overeenkomstig haar artikel 28.
Art. N2. La Convention est entrée en vigueur en date du 28 décembre 2007, conformément à son article 28.