Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° de FOD : de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
3° de RVA : de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bedoeld in artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
4° de erkende onderneming : de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
5° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
6° de Minister : de Minister van Werk of de ambtenaar van de FOD die hij aanduidt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 JUNI 2007. - Koninklijk besluit betreffende het opleidingsfonds dienstencheques. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-07-2007 en tekstbijwerking tot 04-03-2024)
Titre
7 JUIN 2007. - Arrêté royal concernant le fonds de formation titres-services. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-07-2007 et mise à jour au 04-03-2024)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (60)
Texte (60)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° le SPF : le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
3° l'ONEM : l'Office national de l'Emploi, visé à l'article 7 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
4° l'entreprise agréée : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
5° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° le Ministre : le Ministre de l'Emploi ou le fonctionnaire du SPF qu'il désigne.
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° le SPF : le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
3° l'ONEM : l'Office national de l'Emploi, visé à l'article 7 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
4° l'entreprise agréée : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
5° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° le Ministre : le Ministre de l'Emploi ou le fonctionnaire du SPF qu'il désigne.
Art. 1_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° [1 de Economische en Sociale Raad : de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;]1
3° [2 ...]2
4° de erkende onderneming : de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
5° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
6° de Minister : de Minister van Werk [1 of, voor de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 6quater, de ambtenaar van het bestuur die hij aanduidt;]1
[1 7° het bestuur : Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, met inbegrip van het Secretariaat opleidingsfonds.]1
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° [1 de Economische en Sociale Raad : de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;]1
3° [2 ...]2
4° de erkende onderneming : de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
5° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
6° de Minister : de Minister van Werk [1 of, voor de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 6quater, de ambtenaar van het bestuur die hij aanduidt;]1
[1 7° het bestuur : Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, met inbegrip van het Secretariaat opleidingsfonds.]1
Art. 1 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° [1 le Conseil Economique et Social : le Conseil Economique et Social de la Région de Bruxelles-Capitale ;]1
3° [2 ...]2
4° l'entreprise agréée : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
5° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° le Ministre : le Ministre de l'Emploi [1 ou, en ce qui concerne les compétences visées aux articles 5 à 6quater inclus, le fonctionnaire de l'administration qu'il désigne ;]1
[1 7° l'administration : Bruxelles Economie et Emploi auprès du Service public régional de Bruxelles, en ce compris le Secrétariat fonds de formation.]1
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° [1 le Conseil Economique et Social : le Conseil Economique et Social de la Région de Bruxelles-Capitale ;]1
3° [2 ...]2
4° l'entreprise agréée : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
5° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° le Ministre : le Ministre de l'Emploi [1 ou, en ce qui concerne les compétences visées aux articles 5 à 6quater inclus, le fonctionnaire de l'administration qu'il désigne ;]1
[1 7° l'administration : Bruxelles Economie et Emploi auprès du Service public régional de Bruxelles, en ce compris le Secrétariat fonds de formation.]1
Art. 1_WAALS_GEWEST. [1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° de "FOREm" : de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Tewerkstelling) bedoeld in artikel 2 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi";
3° de onderneming: de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, lid 1, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
4° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
5° de Minister: de Minister van Werk of de door hem aangewezen ambtenaar van de administratie;
6° de administratie: [2 de Directie Werk in de Directe Omgeving]2 van het Departement Werk en Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst;
7° [2 de "CESE" Wallonië : de Economische, sociaal en Milieuraad van Wallonië]2]1
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° de "FOREm" : de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Tewerkstelling) bedoeld in artikel 2 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi";
3° de onderneming: de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, lid 1, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
4° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
5° de Minister: de Minister van Werk of de door hem aangewezen ambtenaar van de administratie;
6° de administratie: [2 de Directie Werk in de Directe Omgeving]2 van het Departement Werk en Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst;
7° [2 de "CESE" Wallonië : de Economische, sociaal en Milieuraad van Wallonië]2]1
Art. 1 _REGION_WALLONNE.
[1 Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° le FOREm : l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, visé à l'article 2 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi;
3° l'entreprise : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
4° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
5° le Ministre : le Ministre de l'Emploi ou le fonctionnaire de l'Administration qu'il désigne;
6° l'Administration : [2 la Direction des Emplois de Proximité]2 du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie;
7° [2 le CESE Wallonie : le Conseil économique, social et environnemental de Wallonie]2]1
[1 Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° le FOREm : l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi, visé à l'article 2 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi;
3° l'entreprise : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
4° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
5° le Ministre : le Ministre de l'Emploi ou le fonctionnaire de l'Administration qu'il désigne;
6° l'Administration : [2 la Direction des Emplois de Proximité]2 du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie;
7° [2 le CESE Wallonie : le Conseil économique, social et environnemental de Wallonie]2]1
Art. 1_VLAAMS_GEWEST. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° [1 het departement: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;]1
3° [2 ...]2
4° de erkende onderneming : de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
5° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
6° [1 de Minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, of de ambtenaar van het departement die hij aanduidt.]1
1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen;
2° [1 het departement: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;]1
3° [2 ...]2
4° de erkende onderneming : de erkende onderneming bedoeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
5° het uitgiftebedrijf : het uitgiftebedrijf bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van het voornoemd besluit van 12 december 2001;
6° [1 de Minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, of de ambtenaar van het departement die hij aanduidt.]1
Art. 1 _REGION_FLAMANDE.
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° [1 le département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale;]1
3° [2 ...]2
4° l'entreprise agréée : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
5° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° [1 le Ministre : le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions, ou le fonctionnaire du département désigné par lui.]1
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité;
2° [1 le département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale;]1
3° [2 ...]2
4° l'entreprise agréée : l'entreprise agréée visée à l'article 1er, alinéa 1er, 5°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services;
5° la société émettrice : la société émettrice visée à l'article 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° [1 le Ministre : le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions, ou le fonctionnaire du département désigné par lui.]1
Art. 1bis_WAALS_GEWEST. [1 De aanvragen tot goedkeuring van opleidingen en de aanvragen tot terugbetaling van de kosten van die opleidingen, die door de erkende onderneming ingediend worden, betreffen alleen de werknemers tewerkgesteld door een onderneming die in het Waalse Gewest erkend wordt en waarvan de prestaties het voorwerp uitmaken van een terugbetaling van dienstencheques ten laste van het Waalse Gewest.
In afwijking van het eerste lid betreffen de aanvragen tot goedkeuring van de opleidingen en de aanvragen tot terugbetaling van de kosten van de erkende onderneming voor het jaar 2016 alleen de werknemers tewerkgesteld door een erkende onderneming die over een maatschappelijke zetel in het Waalse Gewest beschikt.]1
In afwijking van het eerste lid betreffen de aanvragen tot goedkeuring van de opleidingen en de aanvragen tot terugbetaling van de kosten van de erkende onderneming voor het jaar 2016 alleen de werknemers tewerkgesteld door een erkende onderneming die over een maatschappelijke zetel in het Waalse Gewest beschikt.]1
Art. 1erbis _REGION_WALLONNE.
[1 Les demandes d'approbation de formations et les demandes de remboursement des frais de ces formations, introduites par l'entreprise agréée, concernent uniquement des travailleurs occupés par une entreprise qui est agréée en Région wallonne, et dont les prestations font l'objet d'un remboursement de titres-services à charge de la Région wallonne.
Par dérogation à l'alinéa 1er, pour l'année 2016, les demandes d'approbation des formations et les demandes de remboursement des frais de l'entreprise agréée, concernent uniquement les travailleurs occupés par une entreprise agréée disposant d'un siège social en Région wallonne. ]1
[1 Les demandes d'approbation de formations et les demandes de remboursement des frais de ces formations, introduites par l'entreprise agréée, concernent uniquement des travailleurs occupés par une entreprise qui est agréée en Région wallonne, et dont les prestations font l'objet d'un remboursement de titres-services à charge de la Région wallonne.
Par dérogation à l'alinéa 1er, pour l'année 2016, les demandes d'approbation des formations et les demandes de remboursement des frais de l'entreprise agréée, concernent uniquement les travailleurs occupés par une entreprise agréée disposant d'un siège social en Région wallonne. ]1
Art. 2. [1 § 1. Om in aanmerking te komen voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet moet de opleiding een verband hebben met de uitgeoefende functie van de dienstencheque-werknemer. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als verband houdend met de uitgeoefende functie : attitude, omgaan met klanten, ergonomie, efficiënt organiseren, veiligheid en hygiëne en het gebruik van Nederlands/Frans/Duits op de werkvloer.
Een opleiding EHBO komt eveneens in aanmerking voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet.
De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien tijdens het onthaal door de werkgever moeten worden besproken kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft inzonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen.
§ 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren :
1° vorming op het terrein;
2° interne vorming;
3° externe vorming.
Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een interne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren, initiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
Interne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is.
Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is.]1
Een opleiding EHBO komt eveneens in aanmerking voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet.
De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien tijdens het onthaal door de werkgever moeten worden besproken kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft inzonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen.
§ 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren :
1° vorming op het terrein;
2° interne vorming;
3° externe vorming.
Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een interne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren, initiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
Interne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is.
Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is.]1
Art. 2. [1 § 1er. Pour entrer en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi, la formation doit avoir un lien avec la fonction exercée par le travailleur titre-service. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme ayant un lien avec la fonction exercée : l'attitude, le savoir-faire avec des clients, l'ergonomie, l'organisation efficace, la sécurité et l'hygiène et l'usage du néerlandais/français/allemand sur le lieu du travail.
Une formation de secourisme entre également en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
L'accompagnement qui a un lien avec des sujets qui normalement doivent être discutés lors de l'accueil par l'employeur ne peut être considéré comme formation. Cela concerne notamment la discussion sur les conditions salariales et de travail, la description des tâches, l'organisation du travail, les absences, les vacances, les questions administratives, le traitement des plaintes, les prescriptions de sécurité et les accidents de travail.
§ 2. La formation doit appartenir à une des catégories suivantes :
1° formation sur le terrain;
2° formation interne;
3° formation externe.
La formation sur le terrain consiste en l'accompagnement dans le but d'augmenter l'autonomie du travailleur. Cette formation peut être menée tant par un formateur interne qu'externe. Le formateur doit former le travailleur sur son lieu de travail pendant que le travailleur titres-services fournit des prestations dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé par le chapitre 2, section 2 de la loi. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme formations sur le terrain : l'attitude, la communication, l'assertivité, la sécurité et l'hygiène, l'organisation efficace, la prise d'initiative et l'orientation vers le client et la détection des besoins de formation et la conduite vers des formations.
La formation interne est la formation qui est organisée et donnée par un formateur qui appartient à l'entreprise agréée concernée et qui n'est pas une formation sur le terrain.
La formation externe est la formation organisée par un tiers et qui n'est pas une formation sur le terrain.]1
Une formation de secourisme entre également en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
L'accompagnement qui a un lien avec des sujets qui normalement doivent être discutés lors de l'accueil par l'employeur ne peut être considéré comme formation. Cela concerne notamment la discussion sur les conditions salariales et de travail, la description des tâches, l'organisation du travail, les absences, les vacances, les questions administratives, le traitement des plaintes, les prescriptions de sécurité et les accidents de travail.
§ 2. La formation doit appartenir à une des catégories suivantes :
1° formation sur le terrain;
2° formation interne;
3° formation externe.
La formation sur le terrain consiste en l'accompagnement dans le but d'augmenter l'autonomie du travailleur. Cette formation peut être menée tant par un formateur interne qu'externe. Le formateur doit former le travailleur sur son lieu de travail pendant que le travailleur titres-services fournit des prestations dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé par le chapitre 2, section 2 de la loi. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme formations sur le terrain : l'attitude, la communication, l'assertivité, la sécurité et l'hygiène, l'organisation efficace, la prise d'initiative et l'orientation vers le client et la détection des besoins de formation et la conduite vers des formations.
La formation interne est la formation qui est organisée et donnée par un formateur qui appartient à l'entreprise agréée concernée et qui n'est pas une formation sur le terrain.
La formation externe est la formation organisée par un tiers et qui n'est pas une formation sur le terrain.]1
Änderungen
Art. 2_WAALS_GEWEST. [1 § 1.[2 Om in aanmerking te komen voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, moet de opleiding:
1° een verband hebben met de functie uitgeoefend door de werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques heeft gesloten;
of
2° een doelstelling nastreven i.v.m. de specialisatie of de beroepsmobiliteit van de werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques [4 ...]4 [3 ...]3 heeft gesloten.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, worden de volgende opleidingsthema's met name geacht verband te hebben met de uitgeoefende functie: attitude, knowhow met de klanten, ergonomie, efficiënt organiseren, veiligheid en hygiëne en eerste hulp alsook het gebruik van het Nederlands, het Frans of het Duits op de werkplaats.
De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien door de werkgever tijdens het onthaal van een werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques sluit, moeten worden besproken, kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft inzonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen.
De Minister wordt ertoe gemachtigd om de criteria te bepalen voor de goedkeuring van de opleidingen voorgesteld aan de werknemers die een arbeidsovereenkomst dienstencheques op basis van de voorstelen van de Adviescommissie opleidingsfonds dienstencheques hebben gesloten.]2
§ 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren :
1° vorming op het terrein;
2° interne vorming;
3° externe vorming.
Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een interne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren, initiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
Interne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is.
Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is.]1
1° een verband hebben met de functie uitgeoefend door de werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques heeft gesloten;
of
2° een doelstelling nastreven i.v.m. de specialisatie of de beroepsmobiliteit van de werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques [4 ...]4 [3 ...]3 heeft gesloten.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, worden de volgende opleidingsthema's met name geacht verband te hebben met de uitgeoefende functie: attitude, knowhow met de klanten, ergonomie, efficiënt organiseren, veiligheid en hygiëne en eerste hulp alsook het gebruik van het Nederlands, het Frans of het Duits op de werkplaats.
De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien door de werkgever tijdens het onthaal van een werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques sluit, moeten worden besproken, kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft inzonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen.
De Minister wordt ertoe gemachtigd om de criteria te bepalen voor de goedkeuring van de opleidingen voorgesteld aan de werknemers die een arbeidsovereenkomst dienstencheques op basis van de voorstelen van de Adviescommissie opleidingsfonds dienstencheques hebben gesloten.]2
§ 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren :
1° vorming op het terrein;
2° interne vorming;
3° externe vorming.
Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een interne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren, initiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
Interne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is.
Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is.]1
Art. 2 _REGION_WALLONNE.
§ 1er. [2 Pour entrer en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi, la formation :
1° est en lien avec la fonction exercée par le travailleur ayant conclu un contrat de travail titres-services;
ou
2° poursuit un objectif de spécialisation ou de mobilité professionnelle du travailleur ayant conclu un contrat de travail titres-services[4 ...]4[3 ...]3.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, les thèmes de formation suivants sont notamment considérés comme ayant un lien avec la fonction exercée : l'attitude, le savoir-faire avec des clients, l'ergonomie, l'organisation efficace, la sécurité, l'hygiène et le secourisme ainsi que l'usage du néerlandais, du français ou de l'allemand sur le lieu du travail.
L'accompagnement en lien avec les sujets qui doivent normalement être abordés par l'employeur lors de l'accueil d'un travailleur qui conclut un contrat de travail titres-services ne peut être considéré comme une formation. Cela concerne notamment la discussion sur les conditions salariales et de travail, la description des tâches, l'organisation du travail, les absences, les vacances, les questions administratives, le traitement des plaintes, les prescriptions de sécurité et les accidents de travail.
Le Ministre est habilité à définir les critères d'approbation des formations proposées aux travailleurs ayant conclu un contrat de travail titres-services sur la base des propositions de la Commission consultative Fonds de formation titres-services.]2
§ 2. La formation doit appartenir à une des catégories suivantes :
1° formation sur le terrain;
2° formation interne;
3° formation externe.
La formation sur le terrain consiste en l'accompagnement dans le but d'augmenter l'autonomie du travailleur. Cette formation peut être menée tant par un formateur interne qu'externe. Le formateur doit former le travailleur sur son lieu de travail pendant que le travailleur titres-services fournit des prestations dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé par le chapitre 2, section 2 de la loi. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme formations sur le terrain : l'attitude, la communication, l'assertivité, la sécurité et l'hygiène, l'organisation efficace, la prise d'initiative et l'orientation vers le client et la détection des besoins de formation et la conduite vers des formations.
La formation interne est la formation qui est organisée et donnée par un formateur qui appartient à l'entreprise agréée concernée et qui n'est pas une formation sur le terrain.
La formation externe est la formation organisée par un tiers et qui n'est pas une formation sur le terrain.]1
§ 1er. [2 Pour entrer en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi, la formation :
1° est en lien avec la fonction exercée par le travailleur ayant conclu un contrat de travail titres-services;
ou
2° poursuit un objectif de spécialisation ou de mobilité professionnelle du travailleur ayant conclu un contrat de travail titres-services[4 ...]4[3 ...]3.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, les thèmes de formation suivants sont notamment considérés comme ayant un lien avec la fonction exercée : l'attitude, le savoir-faire avec des clients, l'ergonomie, l'organisation efficace, la sécurité, l'hygiène et le secourisme ainsi que l'usage du néerlandais, du français ou de l'allemand sur le lieu du travail.
L'accompagnement en lien avec les sujets qui doivent normalement être abordés par l'employeur lors de l'accueil d'un travailleur qui conclut un contrat de travail titres-services ne peut être considéré comme une formation. Cela concerne notamment la discussion sur les conditions salariales et de travail, la description des tâches, l'organisation du travail, les absences, les vacances, les questions administratives, le traitement des plaintes, les prescriptions de sécurité et les accidents de travail.
Le Ministre est habilité à définir les critères d'approbation des formations proposées aux travailleurs ayant conclu un contrat de travail titres-services sur la base des propositions de la Commission consultative Fonds de formation titres-services.]2
§ 2. La formation doit appartenir à une des catégories suivantes :
1° formation sur le terrain;
2° formation interne;
3° formation externe.
La formation sur le terrain consiste en l'accompagnement dans le but d'augmenter l'autonomie du travailleur. Cette formation peut être menée tant par un formateur interne qu'externe. Le formateur doit former le travailleur sur son lieu de travail pendant que le travailleur titres-services fournit des prestations dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé par le chapitre 2, section 2 de la loi. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme formations sur le terrain : l'attitude, la communication, l'assertivité, la sécurité et l'hygiène, l'organisation efficace, la prise d'initiative et l'orientation vers le client et la détection des besoins de formation et la conduite vers des formations.
La formation interne est la formation qui est organisée et donnée par un formateur qui appartient à l'entreprise agréée concernée et qui n'est pas une formation sur le terrain.
La formation externe est la formation organisée par un tiers et qui n'est pas une formation sur le terrain.]1
Art. 2_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. [2 Om in aanmerking te komen voor de terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet moet de opleiding:
-ofwel samenhangen met de functie die de dienstenchequewerknemer uitoefent. In het bijzonder de volgende opleidingsthema's hangen samen met de uitgeoefende functie: attitude, omgaan met klanten, ergonomie, efficiënt organiseren, veiligheid en hygiëne, het leren van gebarentaal en het gebruik van het Nederlands/Frans/Engels op de werkvloer.
Een opleiding eerste hulp hangt samen met de uitgeoefende functie en komt ook in aanmerking voor een terugbetaling van de in artikel 9bis, § 1 van de wet beoogde opleidingskosten;
- ofwel een specialisatie of professionele mobiliteit van de dienstenchequewerknemer nastreven binnen de dienstenchequesector, of binnen gelijk welke andere sector.]2 [4 Het proces van competentievalidering wordt beschouwd als een doelstelling van specialisatie of professionele mobiliteit van de dienstenchequewerknemer binnen de dienstenchequesector of binnen gelijk welke andere sector. Dit proces omvat de begeleiding, de voorbereiding en het afleggen van de testen om de verworven vaardigheden te certificeren.]4
De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien tijdens het onthaal door de werkgever moeten worden besproken kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft inzonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen.
§ 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren :
1° vorming op het terrein;
2° interne vorming;
3° externe vorming.
Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een interne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren, initiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
Interne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is. [4 Ze kan worden gegeven via contactonderwijs of op afstand.]4
Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is.]1 [4 Ze kan worden gegeven via contactonderwijs of op afstand.]4
[3 § 3. De begeleider bedoeld in paragraaf 2 bezit:
1° hetzij een relevante professionele ervaring van minimum 3 jaren in lijn met de inhoud van de gegeven opleiding;
2° hetzij een pedagogisch bekwaamheidsattest;
3° hetzij een titel ter validering van de bevoegdheden als ondernemingscoach of een attest voor het volgen van een opleiding in tutoraat of coaching.
In het kader van een eerstehulpopleiding beschikt de lesgever over een certificaat, titel of diploma dat/die het bewijs levert van zijn vaardigheden voor het verstrekken van een dergelijke opleiding.]3
[4 § 4. Wordt de opleiding op afstand gegeven, dan moet ze voldoen aan onderstaande minimale criteria:
1° de aanvraag voor de goedkeuring, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, van een opleiding op afstand bevat een specifieke motivatie met daarin de redenen waarom een opleiding op afstand ofwel een gelijkaardig voordeel oplevert als een opleiding ter plaatse, ofwel een bijkomend of een ander voordeel oplevert wat betreft de doeltreffendheid ervan en de meerwaarde voor de werknemer.
In alle gevallen bevat de aanvraag een motivatie die aantoont dat het collectieve aspect van een opleiding in groep niet van primordiaal belang is voor de werknemer die vanop afstand opgeleid wordt.
2° de opleiding moet live interactie toelaten tussen de werknemer en de opleider alsook tussen de werknemers onderling die deelnemen aan de opleiding;
3° de opleiding wordt uitsluitend gegeven tijdens de werkuren zoals ze opgenomen zijn in het arbeidsreglement van de werkgever, van maandag tot vrijdag, door een opleider die les geeft met behulp van een communicatiemiddel dat het begrip door en uitwisselingen met alle werknemers die deelnemen aan de opleiding toelaat;
4° voorafgaandelijk aan de opleiding ontvangt elke ingeschreven werknemer enerzijds digitale toelichting die de te volgen stappen beschrijft om aan te melden bij de voorgestelde opleiding, en anderzijds een didactische drager waar de inhoud van de opleiding wordt samengebracht. De software en de didactische drager worden ter beschikking van de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie gehouden in geval van controle.
De minister mag de lijst aanvullen van de minimale criteria waaraan opleidingen op afstand moeten voldoen.]4
-ofwel samenhangen met de functie die de dienstenchequewerknemer uitoefent. In het bijzonder de volgende opleidingsthema's hangen samen met de uitgeoefende functie: attitude, omgaan met klanten, ergonomie, efficiënt organiseren, veiligheid en hygiëne, het leren van gebarentaal en het gebruik van het Nederlands/Frans/Engels op de werkvloer.
Een opleiding eerste hulp hangt samen met de uitgeoefende functie en komt ook in aanmerking voor een terugbetaling van de in artikel 9bis, § 1 van de wet beoogde opleidingskosten;
- ofwel een specialisatie of professionele mobiliteit van de dienstenchequewerknemer nastreven binnen de dienstenchequesector, of binnen gelijk welke andere sector.]2 [4 Het proces van competentievalidering wordt beschouwd als een doelstelling van specialisatie of professionele mobiliteit van de dienstenchequewerknemer binnen de dienstenchequesector of binnen gelijk welke andere sector. Dit proces omvat de begeleiding, de voorbereiding en het afleggen van de testen om de verworven vaardigheden te certificeren.]4
De begeleiding die betrekking heeft op onderwerpen die normaal gezien tijdens het onthaal door de werkgever moeten worden besproken kan niet worden beschouwd als vorming. Het betreft inzonderheid de bespreking van loon- en arbeidsvoorwaarden, taakomschrijving, werkorganisatie, afwezigheden, vakantie, administratieve aangelegenheden, klachtenbehandeling, veiligheidsvoorschriften en arbeidsongevallen.
§ 2. De opleiding dient tot één van de volgende categorieën te behoren :
1° vorming op het terrein;
2° interne vorming;
3° externe vorming.
Vorming op het terrein is begeleiding met de bedoeling de zelfredzaamheid van de werknemer te verhogen. Deze vorming kan zowel door een interne als door een externe begeleider begeleid worden. De begeleider moet de dienstencheque-werknemer op de werkplek opleiden terwijl de dienstencheque-werknemer prestaties levert in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2 van de wet. Volgende opleidingsonderwerpen worden inzonderheid beschouwd als vorming op het terrein : attitude, communicatie, assertiviteit, veiligheid en hygiëne, efficiënt organiseren, initiatief nemen en klantgerichtheid en het detecteren van vormingsnoden en het toeleiden naar vormingen.
Interne vorming is de vorming die georganiseerd en gegeven wordt door een opleider die behoort tot de betreffende erkende onderneming en die geen vorming op het terrein is. [4 Ze kan worden gegeven via contactonderwijs of op afstand.]4
Externe vorming is de vorming georganiseerd door een derde en die geen vorming op het terrein is.]1 [4 Ze kan worden gegeven via contactonderwijs of op afstand.]4
[3 § 3. De begeleider bedoeld in paragraaf 2 bezit:
1° hetzij een relevante professionele ervaring van minimum 3 jaren in lijn met de inhoud van de gegeven opleiding;
2° hetzij een pedagogisch bekwaamheidsattest;
3° hetzij een titel ter validering van de bevoegdheden als ondernemingscoach of een attest voor het volgen van een opleiding in tutoraat of coaching.
In het kader van een eerstehulpopleiding beschikt de lesgever over een certificaat, titel of diploma dat/die het bewijs levert van zijn vaardigheden voor het verstrekken van een dergelijke opleiding.]3
[4 § 4. Wordt de opleiding op afstand gegeven, dan moet ze voldoen aan onderstaande minimale criteria:
1° de aanvraag voor de goedkeuring, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, van een opleiding op afstand bevat een specifieke motivatie met daarin de redenen waarom een opleiding op afstand ofwel een gelijkaardig voordeel oplevert als een opleiding ter plaatse, ofwel een bijkomend of een ander voordeel oplevert wat betreft de doeltreffendheid ervan en de meerwaarde voor de werknemer.
In alle gevallen bevat de aanvraag een motivatie die aantoont dat het collectieve aspect van een opleiding in groep niet van primordiaal belang is voor de werknemer die vanop afstand opgeleid wordt.
2° de opleiding moet live interactie toelaten tussen de werknemer en de opleider alsook tussen de werknemers onderling die deelnemen aan de opleiding;
3° de opleiding wordt uitsluitend gegeven tijdens de werkuren zoals ze opgenomen zijn in het arbeidsreglement van de werkgever, van maandag tot vrijdag, door een opleider die les geeft met behulp van een communicatiemiddel dat het begrip door en uitwisselingen met alle werknemers die deelnemen aan de opleiding toelaat;
4° voorafgaandelijk aan de opleiding ontvangt elke ingeschreven werknemer enerzijds digitale toelichting die de te volgen stappen beschrijft om aan te melden bij de voorgestelde opleiding, en anderzijds een didactische drager waar de inhoud van de opleiding wordt samengebracht. De software en de didactische drager worden ter beschikking van de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie gehouden in geval van controle.
De minister mag de lijst aanvullen van de minimale criteria waaraan opleidingen op afstand moeten voldoen.]4
Art. 2 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er.[2 Pour entrer en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi, la formation :
-soit est en lien avec la fonction exercée par le travailleur titre-service. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme ayant un lien avec la fonction exercée: l'attitude, le savoir-faire avec des clients, l'ergonomie, l'organisation efficace, la sécurité et l'hygiène, l'apprentissage de la langue des signes et l'usage du néerlandais/français/anglais sur le lieu du travail.
Une formation de secourisme est considérée comme étant en lien avec la fonction exercée et entre également en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi;
- soit poursuit un objectif de spécialisation ou de mobilité professionnelle du travailleur titres-services au sein du secteur titres-services ou au sein de tout autre secteur.]2 [4 Le parcours de validation des compétences est considérée comme un objectif de spécialisation ou de mobilité professionnelle du travailleur titres-services au sein du secteur titres-services ou au sein de tout autre secteur. Ce parcours comprend l'accompagnement, la préparation et le passage des épreuves en vue de certifier les compétences détenues.]4
L'accompagnement qui a un lien avec des sujets qui normalement doivent être discutés lors de l'accueil par l'employeur ne peut être considéré comme formation. Cela concerne notamment la discussion sur les conditions salariales et de travail, la description des tâches, l'organisation du travail, les absences, les vacances, les questions administratives, le traitement des plaintes, les prescriptions de sécurité et les accidents de travail.
§ 2. La formation doit appartenir à une des catégories suivantes :
1° formation sur le terrain;
2° formation interne;
3° formation externe.
La formation sur le terrain consiste en l'accompagnement dans le but d'augmenter l'autonomie du travailleur. Cette formation peut être menée tant par un formateur interne qu'externe. Le formateur doit former le travailleur sur son lieu de travail pendant que le travailleur titres-services fournit des prestations dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé par le chapitre 2, section 2 de la loi. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme formations sur le terrain : l'attitude, la communication, l'assertivité, la sécurité et l'hygiène, l'organisation efficace, la prise d'initiative et l'orientation vers le client et la détection des besoins de formation et la conduite vers des formations.
La formation interne est la formation qui est organisée et donnée par un formateur qui appartient à l'entreprise agréée concernée et qui n'est pas une formation sur le terrain. [4 Elle peut être dispensée en présentiel ou à distance.]4
La formation externe est la formation organisée par un tiers et qui n'est pas une formation sur le terrain.]1 [4 Elle peut être dispensée en présentiel ou à distance.]4
[3 § 3. Le formateur visé au paragraphe 2 dispose soit :
1° d'une expérience professionnelle pertinente de minimum 3 ans en lien avec le contenu de la formation dispensée;
2° d'un certificat d'aptitude pédagogique;
3° d'un titre de validation des compétences de tuteur en entreprise ou une attestation de suivi d'une formation au tutorat ou au coaching.
Dans le cadre d'une formation en secourisme, le formateur dispose d'un certificat, titre ou diplôme attestant de ses compétences en vue de dispenser une telle formation.]3
[4 § 4. Lorsque la formation est dispensée à distance, elle doit répondre aux critères minimaux suivants :
1° la demande d'approbation visée à l'article 5, § 1er d'une formation dispensée en distanciel contient une motivation spécifique précisant les raisons pour lesquelles le distanciel apporte soit un bénéfice équivalent à une formation dispensée en présentiel, soit un bénéfice supplémentaire ou différent, en ce qui concerne son efficacité et sa plus-value pour le travailleur.
Dans tous les cas, elle contient une motivation démontrant que l'aspect collectif de la formation donnée en groupe n'est pas primordial pour le travailleur formé en distanciel.
2° la formation doit permettre une interaction en direct entre le travailleur et le formateur ainsi qu'entre les travailleurs participant à la formation ;
3° la formation est donnée exclusivement durant les heures de travail reprises au règlement de travail de l'employeur, du lundi au vendredi, par un formateur donnant la formation via un moyen de communication permettant la compréhension et l'échange avec tous les travailleurs participants à la formation ;
4° préalablement à la formation, chaque travailleur inscrit reçoit, d'une part, un didacticiel, expliquant au travailleur la marche à suivre pour se connecter à la formation proposée et d'autre part, un support pédagogique rassemblant le contenu de la formation. Le didacticiel et le support pédagogique sont tenus à la disposition de l'Inspection régionale de l'Emploi en cas de contrôle.
Le ministre peut compléter la liste des critères minimaux auxquels les formations à distance doivent satisfaire.]4
[1 § 1er.[2 Pour entrer en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi, la formation :
-soit est en lien avec la fonction exercée par le travailleur titre-service. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme ayant un lien avec la fonction exercée: l'attitude, le savoir-faire avec des clients, l'ergonomie, l'organisation efficace, la sécurité et l'hygiène, l'apprentissage de la langue des signes et l'usage du néerlandais/français/anglais sur le lieu du travail.
Une formation de secourisme est considérée comme étant en lien avec la fonction exercée et entre également en ligne de compte pour le remboursement des frais de formation visés à l'article 9bis, § 1er, de la loi;
- soit poursuit un objectif de spécialisation ou de mobilité professionnelle du travailleur titres-services au sein du secteur titres-services ou au sein de tout autre secteur.]2 [4 Le parcours de validation des compétences est considérée comme un objectif de spécialisation ou de mobilité professionnelle du travailleur titres-services au sein du secteur titres-services ou au sein de tout autre secteur. Ce parcours comprend l'accompagnement, la préparation et le passage des épreuves en vue de certifier les compétences détenues.]4
L'accompagnement qui a un lien avec des sujets qui normalement doivent être discutés lors de l'accueil par l'employeur ne peut être considéré comme formation. Cela concerne notamment la discussion sur les conditions salariales et de travail, la description des tâches, l'organisation du travail, les absences, les vacances, les questions administratives, le traitement des plaintes, les prescriptions de sécurité et les accidents de travail.
§ 2. La formation doit appartenir à une des catégories suivantes :
1° formation sur le terrain;
2° formation interne;
3° formation externe.
La formation sur le terrain consiste en l'accompagnement dans le but d'augmenter l'autonomie du travailleur. Cette formation peut être menée tant par un formateur interne qu'externe. Le formateur doit former le travailleur sur son lieu de travail pendant que le travailleur titres-services fournit des prestations dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé par le chapitre 2, section 2 de la loi. Les sujets de formation suivants sont notamment considérés comme formations sur le terrain : l'attitude, la communication, l'assertivité, la sécurité et l'hygiène, l'organisation efficace, la prise d'initiative et l'orientation vers le client et la détection des besoins de formation et la conduite vers des formations.
La formation interne est la formation qui est organisée et donnée par un formateur qui appartient à l'entreprise agréée concernée et qui n'est pas une formation sur le terrain. [4 Elle peut être dispensée en présentiel ou à distance.]4
La formation externe est la formation organisée par un tiers et qui n'est pas une formation sur le terrain.]1 [4 Elle peut être dispensée en présentiel ou à distance.]4
[3 § 3. Le formateur visé au paragraphe 2 dispose soit :
1° d'une expérience professionnelle pertinente de minimum 3 ans en lien avec le contenu de la formation dispensée;
2° d'un certificat d'aptitude pédagogique;
3° d'un titre de validation des compétences de tuteur en entreprise ou une attestation de suivi d'une formation au tutorat ou au coaching.
Dans le cadre d'une formation en secourisme, le formateur dispose d'un certificat, titre ou diplôme attestant de ses compétences en vue de dispenser une telle formation.]3
[4 § 4. Lorsque la formation est dispensée à distance, elle doit répondre aux critères minimaux suivants :
1° la demande d'approbation visée à l'article 5, § 1er d'une formation dispensée en distanciel contient une motivation spécifique précisant les raisons pour lesquelles le distanciel apporte soit un bénéfice équivalent à une formation dispensée en présentiel, soit un bénéfice supplémentaire ou différent, en ce qui concerne son efficacité et sa plus-value pour le travailleur.
Dans tous les cas, elle contient une motivation démontrant que l'aspect collectif de la formation donnée en groupe n'est pas primordial pour le travailleur formé en distanciel.
2° la formation doit permettre une interaction en direct entre le travailleur et le formateur ainsi qu'entre les travailleurs participant à la formation ;
3° la formation est donnée exclusivement durant les heures de travail reprises au règlement de travail de l'employeur, du lundi au vendredi, par un formateur donnant la formation via un moyen de communication permettant la compréhension et l'échange avec tous les travailleurs participants à la formation ;
4° préalablement à la formation, chaque travailleur inscrit reçoit, d'une part, un didacticiel, expliquant au travailleur la marche à suivre pour se connecter à la formation proposée et d'autre part, un support pédagogique rassemblant le contenu de la formation. Le didacticiel et le support pédagogique sont tenus à la disposition de l'Inspection régionale de l'Emploi en cas de contrôle.
Le ministre peut compléter la liste des critères minimaux auxquels les formations à distance doivent satisfaire.]4
Art. 2bis_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. In het kader van de bestrijding van de besmettingsrisico's door Covid-19 werken Bruxelles Formation en VDAB op verzoek van het bestuur een opleidingsmodule uit "met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn ter preventie van het risico van besmetting bij de uitvoering van de activiteiten van huishoudhulp".
Dit module wordt verstrekt aan de interne opleiders van erkende ondernemingen bedoeld in artikel 1, 4° om hen, indien nodig, in staat te stellen opleidingen te organiseren en te verstrekken aan werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, waarbij dienstencheques worden ingediend bij het aangestelde uitgiftebedrijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Wanneer de erkende onderneming niet over een interne opleider beschikt, stelt het een persoon aan die bevoegd is om de in het tweede lid genoemde opleidingsmodule te volgen. Deze persoon moet Frans of Nederlands begrijpen en spreken.
Slechts één persoon per 100 werknemers, per erkende onderneming, kan deze opleiding volgen.
§ 2. Bruxelles Formation en VDAB sturen, in elektronische vorm, een aanvraag tot goedkeuring van de opleidingsmodule naar het bestuur .
De aanvraag gaat vergezeld van een dossier met een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding.
Het bestuur bevestigt ontvangst van de aanvraag langs elektronische weg en stuurt het volledige dossier door naar de minister.
De minister stuurt zijn beslissing naar het bestuur, die ze ter kennis brengt van Bruxelles Formation en VDAB en ter informatie een kopie ervan langs elektronische weg stuurt naar de Commissie opgericht bij artikel 4.
§ 3. Het bestuur draagt [00e2][80][008b][00e2][80][008b]alle kosten van de in de eerste paragraaf bedoelde opleiding.
Wanneer alle opleidingen verstrekt werden, sturen de Bruxelles Formation en VDAB naar het bestuur een factuur die zal worden verrekend op basis van de basisallocatie 16.009.38.02.3132.
Op basis van de aanwezigheidslijst die Bruxelles Formation en VDAB naar het bestuur hebben gestuurd, hebben de interne opleiders alsook de in de eerste paragraaf, derde lid, bedoelde personen, recht op de terugbetaling van de loonvergoeding, vastgesteld op een forfaitair tarief van 50 euro per persoon. Deze terugbetalingen worden automatisch door het bestuur uitbetaald aan de erkende onderneming op basis van de basisallocatie 16.009.38.02.3132.
§ 4. Wanneer werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques worden opgeleid, kan de erkende onderneming een terugbetaling krijgen van de opleidingskosten mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
1° de opleiding werd online of fysiek verstrekt, met inachtneming van de gezondheidsregels, uiterlijk op 30 september 2020;
2° de opleiding werd verstrekt door een interne opleider of door een in paragraaf 1, 3de lid bedoelde persoon die de opleidingsmodule heeft gevolgd;
3° de opleiding werd verstrekt met behulp van het didactische materiaal verstrekt in het kader van de in de eerste paragraaf bedoelde opleidingsmodule;
4 ° de erkende onderneming heeft haar klanten, gebruikers van Brusselse dienstencheques, geïnformeerd over de gezondheidsregels die in acht moeten worden genomen bij dienstenchequeprestaties.
Deze opleiding wordt gelijkgesteld met een interne opleiding in de zin van artikel 2, § 2, derde lid, dat in afwijking van artikel 3, 1 ° recht geeft op een forfaitaire terugbetaling van een bedrag:
- van 18 euro per uur voor de loonkosten van de werknemer tijdens de opleiding inclusief sociale zekerheidsbijdragen, en,
- van 50 euro per uur voor de kosten van de interne opleider of de aangestelde persoon.
De aan de werknemers verstrekte opleiding duurt maximaal twee uur.
De erkende onderneming kan de terugbetaling van de opleiding slechts één keer per opgeleide werknemer verkrijgen.
§ 5. In afwijking van artikel 6, § 1, zendt de erkende onderneming langs elektronische weg een globaal verzoek tot terugbetaling voor alle daadwerkelijk opgeleide werknemers, vergezeld van een elektronisch dossier met:
1° het unieke ondernemingsnummer, de identiteit/bedrijfsnaam, het erkenningsnummer, de woonplaats/maatschappelijke zetel en het financieel rekeningnummer van de erkende onderneming;
2° een verklaring op erewoord van de erkende onderneming, naar het model ter beschikking gesteld op de website van het bestuur, met vermelding van de lijst van opgeleide werknemers, met hun namen, voornamen en rijksregisternummers, de datum en het tijdstip van aanvang en einde van de opleiding, of de opleiding fysiek of online werd verstrekt, en de verklaring dat al zijn klanten, gebruikers van Brusselse dienstencheques, op de hoogte zijn gebracht van de gezondheidsregels die in acht moeten worden genomen bij dienstenchequeprestaties;
3° de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de interne opleider, of van de aangestelde persoon die de opleiding heeft verstrekt.
Het verzoek tot terugbetaling wordt uiterlijk 30 november 2020 ingediend.
§ 6. De terugbetaling van de kosten van de opleiding met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn om het risico van besmetting bij de uitvoering van de activiteiten van huishoudhulp te verminderen, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening bedoeld in artikel 8, § 2.
§ 7. Onverminderd de in artikel 10ter, § 6 van de wet van 20 juli 2001 ter bevordering van buurtdiensten en -banen voorziene strafmaatregel, indien de erkende onderneming op frauduleuze wijze de terugbetaling van de opleidingskosten verkrijgt, vordert het bestuur het bedrag dat via alle rechtsmiddelen wordt terugbetaald, terug.
De erkende onderneming die, in strijd met de eerste paragraaf, geen interne opleider of een aangestelde persoon heeft opgeleid, is vatbaar voor een administratieve boete van 500 euro.
De bepalingen van de ordonnantie van 9 juli 2015 houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve boetes die door dit besluit worden ingevoerd.
Artikel 10octies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en buurtbanen is van toepassing op de beslissingen genomen door het bestuur ter uitvoering van dit besluit.
§ 8. In het kader van het beheer en de controle, is het bestuur gemachtigd om het rijksregisternummer te gebruiken, in overeenstemming met artikel 8, § 1, lid 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid.]1
Dit module wordt verstrekt aan de interne opleiders van erkende ondernemingen bedoeld in artikel 1, 4° om hen, indien nodig, in staat te stellen opleidingen te organiseren en te verstrekken aan werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, waarbij dienstencheques worden ingediend bij het aangestelde uitgiftebedrijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Wanneer de erkende onderneming niet over een interne opleider beschikt, stelt het een persoon aan die bevoegd is om de in het tweede lid genoemde opleidingsmodule te volgen. Deze persoon moet Frans of Nederlands begrijpen en spreken.
Slechts één persoon per 100 werknemers, per erkende onderneming, kan deze opleiding volgen.
§ 2. Bruxelles Formation en VDAB sturen, in elektronische vorm, een aanvraag tot goedkeuring van de opleidingsmodule naar het bestuur .
De aanvraag gaat vergezeld van een dossier met een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding.
Het bestuur bevestigt ontvangst van de aanvraag langs elektronische weg en stuurt het volledige dossier door naar de minister.
De minister stuurt zijn beslissing naar het bestuur, die ze ter kennis brengt van Bruxelles Formation en VDAB en ter informatie een kopie ervan langs elektronische weg stuurt naar de Commissie opgericht bij artikel 4.
§ 3. Het bestuur draagt [00e2][80][008b][00e2][80][008b]alle kosten van de in de eerste paragraaf bedoelde opleiding.
Wanneer alle opleidingen verstrekt werden, sturen de Bruxelles Formation en VDAB naar het bestuur een factuur die zal worden verrekend op basis van de basisallocatie 16.009.38.02.3132.
Op basis van de aanwezigheidslijst die Bruxelles Formation en VDAB naar het bestuur hebben gestuurd, hebben de interne opleiders alsook de in de eerste paragraaf, derde lid, bedoelde personen, recht op de terugbetaling van de loonvergoeding, vastgesteld op een forfaitair tarief van 50 euro per persoon. Deze terugbetalingen worden automatisch door het bestuur uitbetaald aan de erkende onderneming op basis van de basisallocatie 16.009.38.02.3132.
§ 4. Wanneer werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques worden opgeleid, kan de erkende onderneming een terugbetaling krijgen van de opleidingskosten mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
1° de opleiding werd online of fysiek verstrekt, met inachtneming van de gezondheidsregels, uiterlijk op 30 september 2020;
2° de opleiding werd verstrekt door een interne opleider of door een in paragraaf 1, 3de lid bedoelde persoon die de opleidingsmodule heeft gevolgd;
3° de opleiding werd verstrekt met behulp van het didactische materiaal verstrekt in het kader van de in de eerste paragraaf bedoelde opleidingsmodule;
4 ° de erkende onderneming heeft haar klanten, gebruikers van Brusselse dienstencheques, geïnformeerd over de gezondheidsregels die in acht moeten worden genomen bij dienstenchequeprestaties.
Deze opleiding wordt gelijkgesteld met een interne opleiding in de zin van artikel 2, § 2, derde lid, dat in afwijking van artikel 3, 1 ° recht geeft op een forfaitaire terugbetaling van een bedrag:
- van 18 euro per uur voor de loonkosten van de werknemer tijdens de opleiding inclusief sociale zekerheidsbijdragen, en,
- van 50 euro per uur voor de kosten van de interne opleider of de aangestelde persoon.
De aan de werknemers verstrekte opleiding duurt maximaal twee uur.
De erkende onderneming kan de terugbetaling van de opleiding slechts één keer per opgeleide werknemer verkrijgen.
§ 5. In afwijking van artikel 6, § 1, zendt de erkende onderneming langs elektronische weg een globaal verzoek tot terugbetaling voor alle daadwerkelijk opgeleide werknemers, vergezeld van een elektronisch dossier met:
1° het unieke ondernemingsnummer, de identiteit/bedrijfsnaam, het erkenningsnummer, de woonplaats/maatschappelijke zetel en het financieel rekeningnummer van de erkende onderneming;
2° een verklaring op erewoord van de erkende onderneming, naar het model ter beschikking gesteld op de website van het bestuur, met vermelding van de lijst van opgeleide werknemers, met hun namen, voornamen en rijksregisternummers, de datum en het tijdstip van aanvang en einde van de opleiding, of de opleiding fysiek of online werd verstrekt, en de verklaring dat al zijn klanten, gebruikers van Brusselse dienstencheques, op de hoogte zijn gebracht van de gezondheidsregels die in acht moeten worden genomen bij dienstenchequeprestaties;
3° de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de interne opleider, of van de aangestelde persoon die de opleiding heeft verstrekt.
Het verzoek tot terugbetaling wordt uiterlijk 30 november 2020 ingediend.
§ 6. De terugbetaling van de kosten van de opleiding met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn om het risico van besmetting bij de uitvoering van de activiteiten van huishoudhulp te verminderen, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening bedoeld in artikel 8, § 2.
§ 7. Onverminderd de in artikel 10ter, § 6 van de wet van 20 juli 2001 ter bevordering van buurtdiensten en -banen voorziene strafmaatregel, indien de erkende onderneming op frauduleuze wijze de terugbetaling van de opleidingskosten verkrijgt, vordert het bestuur het bedrag dat via alle rechtsmiddelen wordt terugbetaald, terug.
De erkende onderneming die, in strijd met de eerste paragraaf, geen interne opleider of een aangestelde persoon heeft opgeleid, is vatbaar voor een administratieve boete van 500 euro.
De bepalingen van de ordonnantie van 9 juli 2015 houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve boetes die door dit besluit worden ingevoerd.
Artikel 10octies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en buurtbanen is van toepassing op de beslissingen genomen door het bestuur ter uitvoering van dit besluit.
§ 8. In het kader van het beheer en de controle, is het bestuur gemachtigd om het rijksregisternummer te gebruiken, in overeenstemming met artikel 8, § 1, lid 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid.]1
Art. 2bis _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Dans le cadre de la lutte contre les risques de contagion dû au Covid-19, Bruxelles Formation et le VDAB élaborent, à la demande de l'administration, un module de formation " relatif aux mesures sanitaires nécessaires à la prévention des risques de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménagère ".
Ce module est dispensé aux formateurs internes des entreprises agréées visées à l'article 1er, 4°, afin de leur permettre, le cas échéant, d'organiser et de dispenser, à leur tour, la formation à leurs travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services, remettant des titres-services à la société émettrice désignée en Région de Bruxelles-Capitale.
Lorsque l'entreprise agréée ne dispose pas d'un formateur interne, elle désigne une personne habilitée à suivre le module de formation mentionné à l'alinéa 2. Cette personne doit comprendre et parler le français ou le néerlandais.
Une seule personne par tranche égale à 100 travailleurs, par entreprise agréée, peut suivre cette formation.
§ 2. Bruxelles Formation et le VDAB envoient, en format électronique, une demande d'approbation du module de formation à l'administration.
La demande est accompagnée d'un dossier, en format électronique, contenant une description précise et détaillée de la formation prévue.
L'administration accuse réception de la demande par voie électronique et transmet le dossier complet au Ministre.
Le Ministre envoie sa décision à l'administration qui la notifie à Bruxelles Formation et au VDAB et en envoie numériquement une copie, pour information, à la Commission instituée par l'article 4.
§ 3. L'administration prend en charge la totalité des coûts de la formation visée au paragraphe 1er.
Lorsque toutes les formations ont été dispensées, Bruxelles Formation et le VDAB adressent à l'administration une facture qui sera liquidée au départ de l'allocation de base 16.009.38.02.3132.
Sur base de la liste de présences transmise à l'administration par Bruxelles Formation et le VDAB, les formateurs internes ainsi que les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3 ont droit au remboursement de la compensation salariale, fixée forfaitairement à 50 euros par personne. Ces remboursements sont automatiquement payés, par l'administration, à l'entreprise agréée, au départ de l'allocation de base 16.009.38.02.3132.
§ 4. Lorsque les travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services sont formés, l'entreprise agréée peut obtenir le remboursement des frais de la formation moyennant le respect des conditions cumulatives suivantes :
1° la formation a été dispensée en ligne ou en présentiel, dans le respect des règles sanitaires, au plus tard le 30 septembre 2020 ;
2° la formation a été dispensée par un formateur interne ou par une personne visée au paragraphe 1er, alinéa 3 et qui a suivi le module de formation ;
3° la formation a été dispensée au moyen des documents pédagogiques procurés dans le cadre du module de formation visé au paragraphe 1er ;
4° l'entreprise agréée a informé ses clients, utilisateurs de titres-services bruxellois, des règles sanitaires à respecter lors des prestations titres-services.
Cette formation est assimilée à une formation interne au sens de l'article 2, § 2, alinéa 3 qui, par dérogation à l'article 3, 1° donne droit à un remboursement d'un montant :
de 18 euros par heure, pour le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, et,
de 50 euros par heure, pour le coût du formateur interne ou de la personne désignée.
La formation dispensée aux travailleurs est de maximum deux heures.
L'entreprise agréée ne peut obtenir le remboursement de la formation qu'une seule fois par travailleur formé.
§ 5. Par dérogation à l'article 6, § 1er, l'entreprise agréée adresse, par voie électronique, une demande de remboursement globale pour l'ensemble des travailleurs effectivement formés, accompagnée d'un dossier électronique comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise agréée ;
2° une déclaration sur l'honneur de l'entreprise agréée, suivant le modèle mis à disposition sur le site de l'administration, mentionnant la liste des travailleurs formés, avec leurs noms, prénoms et numéros de registre national, la date et l'heure de début et de fin de la formation, si la formation a été dispensée en présentiel ou en ligne, et déclarant que tous ses clients, utilisateurs de titres-services bruxellois, ont été informés des règles sanitaires à respecter lors des prestations titres-services ;
3° le nom, prénom et numéro de registre national du formateur interne, ou de la personne désignée, qui a dispensé la formation.
La demande de remboursement est introduite au plus tard le 30 novembre 2020.
§ 6. Le remboursement des frais de la formation relative aux mesures sanitaires nécessaires à la réduction du risque de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménagère n'entre pas en compte pour le calcul visé à l'article 8, § 2.
§ 7. Sans préjudice de la sanction prévue à l'article 10ter, § 6 de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, si l'entreprise agréée obtient de manière frauduleuse le remboursement des frais de formation, l'administration récupère le montant remboursé par toute voie de droit.
L'entreprise agréée qui, en violation du paragraphe 1er, n'a formé aucun formateur interne ni aucune personne désignée est passible d'une amende administrative de 500 euros.
Les dispositions de l'ordonnance du 9 juillet 2015 portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives instaurées par le présent arrêté.
L'article 10octies de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité est applicable aux décisions prises par l'administration en exécution du présent arrêté.
§ 8. Dans le cadre de la gestion et du contrôle, l'administration est autorisée à utiliser le numéro de registre national, conformément à l'article 8, § 1er, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
L'administration est le responsable du traitement pour les données à caractère personnel visées à l'alinéa premier.]1
[1 § 1er. Dans le cadre de la lutte contre les risques de contagion dû au Covid-19, Bruxelles Formation et le VDAB élaborent, à la demande de l'administration, un module de formation " relatif aux mesures sanitaires nécessaires à la prévention des risques de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménagère ".
Ce module est dispensé aux formateurs internes des entreprises agréées visées à l'article 1er, 4°, afin de leur permettre, le cas échéant, d'organiser et de dispenser, à leur tour, la formation à leurs travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services, remettant des titres-services à la société émettrice désignée en Région de Bruxelles-Capitale.
Lorsque l'entreprise agréée ne dispose pas d'un formateur interne, elle désigne une personne habilitée à suivre le module de formation mentionné à l'alinéa 2. Cette personne doit comprendre et parler le français ou le néerlandais.
Une seule personne par tranche égale à 100 travailleurs, par entreprise agréée, peut suivre cette formation.
§ 2. Bruxelles Formation et le VDAB envoient, en format électronique, une demande d'approbation du module de formation à l'administration.
La demande est accompagnée d'un dossier, en format électronique, contenant une description précise et détaillée de la formation prévue.
L'administration accuse réception de la demande par voie électronique et transmet le dossier complet au Ministre.
Le Ministre envoie sa décision à l'administration qui la notifie à Bruxelles Formation et au VDAB et en envoie numériquement une copie, pour information, à la Commission instituée par l'article 4.
§ 3. L'administration prend en charge la totalité des coûts de la formation visée au paragraphe 1er.
Lorsque toutes les formations ont été dispensées, Bruxelles Formation et le VDAB adressent à l'administration une facture qui sera liquidée au départ de l'allocation de base 16.009.38.02.3132.
Sur base de la liste de présences transmise à l'administration par Bruxelles Formation et le VDAB, les formateurs internes ainsi que les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3 ont droit au remboursement de la compensation salariale, fixée forfaitairement à 50 euros par personne. Ces remboursements sont automatiquement payés, par l'administration, à l'entreprise agréée, au départ de l'allocation de base 16.009.38.02.3132.
§ 4. Lorsque les travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services sont formés, l'entreprise agréée peut obtenir le remboursement des frais de la formation moyennant le respect des conditions cumulatives suivantes :
1° la formation a été dispensée en ligne ou en présentiel, dans le respect des règles sanitaires, au plus tard le 30 septembre 2020 ;
2° la formation a été dispensée par un formateur interne ou par une personne visée au paragraphe 1er, alinéa 3 et qui a suivi le module de formation ;
3° la formation a été dispensée au moyen des documents pédagogiques procurés dans le cadre du module de formation visé au paragraphe 1er ;
4° l'entreprise agréée a informé ses clients, utilisateurs de titres-services bruxellois, des règles sanitaires à respecter lors des prestations titres-services.
Cette formation est assimilée à une formation interne au sens de l'article 2, § 2, alinéa 3 qui, par dérogation à l'article 3, 1° donne droit à un remboursement d'un montant :
de 18 euros par heure, pour le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, et,
de 50 euros par heure, pour le coût du formateur interne ou de la personne désignée.
La formation dispensée aux travailleurs est de maximum deux heures.
L'entreprise agréée ne peut obtenir le remboursement de la formation qu'une seule fois par travailleur formé.
§ 5. Par dérogation à l'article 6, § 1er, l'entreprise agréée adresse, par voie électronique, une demande de remboursement globale pour l'ensemble des travailleurs effectivement formés, accompagnée d'un dossier électronique comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise agréée ;
2° une déclaration sur l'honneur de l'entreprise agréée, suivant le modèle mis à disposition sur le site de l'administration, mentionnant la liste des travailleurs formés, avec leurs noms, prénoms et numéros de registre national, la date et l'heure de début et de fin de la formation, si la formation a été dispensée en présentiel ou en ligne, et déclarant que tous ses clients, utilisateurs de titres-services bruxellois, ont été informés des règles sanitaires à respecter lors des prestations titres-services ;
3° le nom, prénom et numéro de registre national du formateur interne, ou de la personne désignée, qui a dispensé la formation.
La demande de remboursement est introduite au plus tard le 30 novembre 2020.
§ 6. Le remboursement des frais de la formation relative aux mesures sanitaires nécessaires à la réduction du risque de contagion lors de la réalisation d'activités d'aide-ménagère n'entre pas en compte pour le calcul visé à l'article 8, § 2.
§ 7. Sans préjudice de la sanction prévue à l'article 10ter, § 6 de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, si l'entreprise agréée obtient de manière frauduleuse le remboursement des frais de formation, l'administration récupère le montant remboursé par toute voie de droit.
L'entreprise agréée qui, en violation du paragraphe 1er, n'a formé aucun formateur interne ni aucune personne désignée est passible d'une amende administrative de 500 euros.
Les dispositions de l'ordonnance du 9 juillet 2015 portant des règles harmonisées relatives aux amendes administratives prévues par les législations en matière d'emploi et d'économie s'appliquent aux amendes administratives instaurées par le présent arrêté.
L'article 10octies de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité est applicable aux décisions prises par l'administration en exécution du présent arrêté.
§ 8. Dans le cadre de la gestion et du contrôle, l'administration est autorisée à utiliser le numéro de registre national, conformément à l'article 8, § 1er, alinéa 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
L'administration est le responsable du traitement pour les données à caractère personnel visées à l'alinéa premier.]1
Art. 3. Komen in aanmerking voor de terugbetaling als opleidingskost :
1° wat de interne vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kost van de interne opleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- de omkaderingskosten, forfaitair vastgesteld op 20 EUR per dag of 10 EUR per halve dag;
2° wat de externe vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 100 EUR per dag per werknemer;
3° [1 wat de vorming op het terrein betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- indien de vorming intern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- indien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 40 EUR per uur.]1
[2 ...]2
1° wat de interne vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kost van de interne opleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- de omkaderingskosten, forfaitair vastgesteld op 20 EUR per dag of 10 EUR per halve dag;
2° wat de externe vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 100 EUR per dag per werknemer;
3° [1 wat de vorming op het terrein betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- indien de vorming intern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- indien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 40 EUR per uur.]1
[2 ...]2
Art. 3. Pour le remboursement, entrent en ligne de compte comme frais de formation :
1° en ce qui concerne la formation interne visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- le coût du formateur interne, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- les frais d'encadrement, fixé forfaitairement à 20 EUR par jour ou 10 EUR par demi jour;
2° en ce qui concerne la formation externe, visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de 100 EUR par jour par travailleur;
3° [1 en ce qui concerne la formation sur le terrain visée à l'article 2, § 2 :
- si la formation est organisée en interne : le coût salarial du formateur, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- si la formation est organisée en externe : les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de 40 EUR par heure.]1
[2 ...]2
1° en ce qui concerne la formation interne visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- le coût du formateur interne, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- les frais d'encadrement, fixé forfaitairement à 20 EUR par jour ou 10 EUR par demi jour;
2° en ce qui concerne la formation externe, visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de 100 EUR par jour par travailleur;
3° [1 en ce qui concerne la formation sur le terrain visée à l'article 2, § 2 :
- si la formation est organisée en interne : le coût salarial du formateur, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- si la formation est organisée en externe : les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de 40 EUR par heure.]1
[2 ...]2
Art. 3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Komen in aanmerking voor de terugbetaling als opleidingskost :
1° wat de interne vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 [3 15,50 EUR]3]2 per uur;
- de kost van de interne opleider, forfaitair vastgesteld op [3 45 EUR]3 per uur;
- de omkaderingskosten, forfaitair vastgesteld op 20 EUR per dag of 10 EUR per halve dag;
2° wat de externe vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 [3 15,50 EUR]3 ]2 per uur;
- de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 100 EUR per dag per werknemer;
3° [1 wat de vorming op het terrein betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- indien de vorming intern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op [3 45 EUR]3 per uur;
- indien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van [3 45 EUR]3 per uur.]1
[2 ...]2
1° wat de interne vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 [3 15,50 EUR]3]2 per uur;
- de kost van de interne opleider, forfaitair vastgesteld op [3 45 EUR]3 per uur;
- de omkaderingskosten, forfaitair vastgesteld op 20 EUR per dag of 10 EUR per halve dag;
2° wat de externe vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 [3 15,50 EUR]3 ]2 per uur;
- de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van 100 EUR per dag per werknemer;
3° [1 wat de vorming op het terrein betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- indien de vorming intern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op [3 45 EUR]3 per uur;
- indien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider met een maximum van [3 45 EUR]3 per uur.]1
[2 ...]2
Art. 3 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Pour le remboursement, entrent en ligne de compte comme frais de formation :
1° en ce qui concerne la formation interne visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 [3 15,50 EUR]3]2 par heure;
- le coût du formateur interne, fixé forfaitairement à [3 45 EUR]3 par heure;
- les frais d'encadrement, fixé forfaitairement à 20 EUR par jour ou 10 EUR par demi jour;
2° en ce qui concerne la formation externe, visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 [3 15,50 EUR]3]2 par heure;
- les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de 100 EUR par jour par travailleur;
3° [1 en ce qui concerne la formation sur le terrain visée à l'article 2, § 2 :
- si la formation est organisée en interne : le coût salarial du formateur, fixé forfaitairement à [3 45 EUR]3 par heure;
- si la formation est organisée en externe : les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de [3 45 EUR]3 par heure.]1
[2 ...]2
Pour le remboursement, entrent en ligne de compte comme frais de formation :
1° en ce qui concerne la formation interne visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 [3 15,50 EUR]3]2 par heure;
- le coût du formateur interne, fixé forfaitairement à [3 45 EUR]3 par heure;
- les frais d'encadrement, fixé forfaitairement à 20 EUR par jour ou 10 EUR par demi jour;
2° en ce qui concerne la formation externe, visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 [3 15,50 EUR]3]2 par heure;
- les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de 100 EUR par jour par travailleur;
3° [1 en ce qui concerne la formation sur le terrain visée à l'article 2, § 2 :
- si la formation est organisée en interne : le coût salarial du formateur, fixé forfaitairement à [3 45 EUR]3 par heure;
- si la formation est organisée en externe : les frais de l'institut de formation ou du formateur externe avec un maximum de [3 45 EUR]3 par heure.]1
[2 ...]2
Art. 3_WAALS_GEWEST. Komen in aanmerking voor de terugbetaling als opleidingskost :
1° wat de interne vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kost van de interne opleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- de omkaderingskosten, forfaitair vastgesteld op 20 EUR per dag of 10 EUR per halve dag;
2° wat de externe vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kosten [3 ...]3 de externe opleider met een maximum van 100 EUR per dag per werknemer;
3° [1 wat de vorming op het terrein betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- indien de vorming intern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- indien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten [3 ...]3 de externe opleider met een maximum van 40 EUR per uur.]1
[2 ...]2
1° wat de interne vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kost van de interne opleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- de omkaderingskosten, forfaitair vastgesteld op 20 EUR per dag of 10 EUR per halve dag;
2° wat de externe vorming betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- de loonkost van de werknemer tijdens de opleiding inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op [2 14,50 EUR]2 per uur;
- de kosten [3 ...]3 de externe opleider met een maximum van 100 EUR per dag per werknemer;
3° [1 wat de vorming op het terrein betreft bedoeld in artikel 2, § 2 :
- indien de vorming intern georganiseerd wordt : de loonkost van de begeleider, forfaitair vastgesteld op 40 EUR per uur;
- indien de vorming extern georganiseerd wordt : de kosten [3 ...]3 de externe opleider met een maximum van 40 EUR per uur.]1
[2 ...]2
Art. 3 _REGION_WALLONNE.
Pour le remboursement, entrent en ligne de compte comme frais de formation :
1° en ce qui concerne la formation interne visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- le coût du formateur interne, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- les frais d'encadrement, fixé forfaitairement à 20 EUR par jour ou 10 EUR par demi jour;
2° en ce qui concerne la formation externe, visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- les frais [3 ...]3 du formateur externe avec un maximum de 100 EUR par jour par travailleur;
3° [1 en ce qui concerne la formation sur le terrain visée à l'article 2, § 2 :
- si la formation est organisée en interne : le coût salarial du formateur, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- si la formation est organisée en externe : les frais [3 ...]3 du formateur externe avec un maximum de 40 EUR par heure.-1
[2 ...]2
Pour le remboursement, entrent en ligne de compte comme frais de formation :
1° en ce qui concerne la formation interne visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- le coût du formateur interne, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- les frais d'encadrement, fixé forfaitairement à 20 EUR par jour ou 10 EUR par demi jour;
2° en ce qui concerne la formation externe, visée à l'article 2, § 2 :
- le coût salarial du travailleur pendant la formation y compris les cotisations de sécurité sociale, fixé forfaitairement à [2 14,50 EUR]2 par heure;
- les frais [3 ...]3 du formateur externe avec un maximum de 100 EUR par jour par travailleur;
3° [1 en ce qui concerne la formation sur le terrain visée à l'article 2, § 2 :
- si la formation est organisée en interne : le coût salarial du formateur, fixé forfaitairement à 40 EUR par heure;
- si la formation est organisée en externe : les frais [3 ...]3 du formateur externe avec un maximum de 40 EUR par heure.-1
[2 ...]2
Art. 3bis_VLAAMS_GEWEST. [1 Voor opleidingen in 2021 worden de volgende opleidingskosten die in aanmerking komen voor terugbetaling, op de volgende wijze verhoogd:
1° in afwijking van artikel 3, 1° en 2°, worden de loonkosten van de werknemer tijdens de opleiding, inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op 20 euro;
2° in afwijking van artikel 3, 1°, worden de omkaderingskosten forfaitair vastgesteld op 50 euro per halve dag;
3° in afwijking van artikel 3, 2°, worden de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider vastgelegd met een maximum van 150 euro per werknemer per dag.]1
1° in afwijking van artikel 3, 1° en 2°, worden de loonkosten van de werknemer tijdens de opleiding, inclusief socialezekerheidsbijdragen, forfaitair vastgesteld op 20 euro;
2° in afwijking van artikel 3, 1°, worden de omkaderingskosten forfaitair vastgesteld op 50 euro per halve dag;
3° in afwijking van artikel 3, 2°, worden de kosten van het opleidingsinstituut of de externe opleider vastgelegd met een maximum van 150 euro per werknemer per dag.]1
Art. 3bis _REGION_FLAMANDE. [1 En ce qui concerne les formations en 2021, les frais de formation suivants entrant en ligne de compte pour le remboursement sont augmentés de la manière suivante :
1° par dérogation à l'article 3, 1° et 2°, les coûts salariaux des travailleurs pendant la formation, y compris les cotisations de sécurité sociale, sont fixés forfaitairement à 20 euros ;
2° par dérogation à l'article 3, 1°, les frais d'encadrement sont fixés forfaitairement à 50 euros par demi jour ;
3° par dérogation à l'article 3, 2°, les coûts de l'institut de formation ou du formateur interne sont fixés à un maximum de 150 euros par jour par travailleur.]1
1° par dérogation à l'article 3, 1° et 2°, les coûts salariaux des travailleurs pendant la formation, y compris les cotisations de sécurité sociale, sont fixés forfaitairement à 20 euros ;
2° par dérogation à l'article 3, 1°, les frais d'encadrement sont fixés forfaitairement à 50 euros par demi jour ;
3° par dérogation à l'article 3, 2°, les coûts de l'institut de formation ou du formateur interne sont fixés à un maximum de 150 euros par jour par travailleur.]1
Art. 4. § 1. Er wordt bij de FOD een adviescommissie opleidingsfonds dienstencheques opgericht, hierna " de Commissie opleidingsfonds dienstencheques " genoemd, die advies moet verstrekken betreffende [1 welke opleidingen, gezien hun inhoud, al dan niet passen in het kader van dit koninklijk besluit en bijgevolg al dan niet in aanmerking komen]1 voor het verkrijgen van de gedeeltelijke terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet.
§ 2. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques is samengesteld als volgt :
1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister en een plaatsvervanger;
2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties;
3° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties;
4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de FOD.
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques en waakt erover dat maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt :
1° in geval van ontslag;
2° wanneer de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
3° wanneer een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen moeten aanwezig zijn :
1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
2° [1 twee]1 leden die de werknemers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
3° [1 twee]1 leden die de werkgevers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
4° een lid dat de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt vertegenwoordigt of zijn plaatsvervanger.
Als de Commissie opleidingsfonds dienstencheques niet geldig kan zetelen wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen binnen een termijn van vijftien dagen; voor deze nieuwe vergadering is geen enkel aanwezigheidsquorum vereist.
§ 5. De FOD staat in voor het secretariaat van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 6. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.
§ 2. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques is samengesteld als volgt :
1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister en een plaatsvervanger;
2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties;
3° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties;
4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de FOD.
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques en waakt erover dat maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt :
1° in geval van ontslag;
2° wanneer de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
3° wanneer een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen moeten aanwezig zijn :
1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
2° [1 twee]1 leden die de werknemers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
3° [1 twee]1 leden die de werkgevers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
4° een lid dat de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt vertegenwoordigt of zijn plaatsvervanger.
Als de Commissie opleidingsfonds dienstencheques niet geldig kan zetelen wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen binnen een termijn van vijftien dagen; voor deze nieuwe vergadering is geen enkel aanwezigheidsquorum vereist.
§ 5. De FOD staat in voor het secretariaat van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 6. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.
Art. 4. § 1er. Il est institué auprès du SPF une commission consultative fonds de formation titres-services, ci-après dénommée " la Commission fonds de formation titres-services ", laquelle a pour mission de rendre des avis concernant [1 quelles formations, vu leurs contenus, entrent oui ou non dans le cadre du présent arrêté et par conséquent entrent oui ou non en ligne de compte]1 pour obtenir le remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
§ 2. La Commission fonds de formation titres-services est composée comme suit :
1° un président représentant le Ministre et un suppléant;
2° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des travailleurs;
3° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des employeurs;
4° un membre effectif et un membre suppléant représentant la Direction générale Emploi et Marché du Travail du SPF.
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission fonds de formation titres-services, en veillant à ce que deux tiers au maximum de ses membres soient du même sexe.
Le mandat des membres couvre une durée renouvelable de quatre ans qui prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque le mandant qui a proposé un membre demande son remplacement;
3° lorsqu'un membre perd la qualité qui justifiait son mandat.
Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
§ 4. Doivent être présents pour pouvoir rendre un avis valablement :
1° le président ou son suppléant;
2° [1 deux]1 membres représentant les travailleurs ou leurs suppléants;
3° [1 deux]1 membres représentant les employeurs ou leurs suppléants;
4° un membre représentant la Direction générale Emploi et Marché du Travail ou son suppléant.
Lorsque la Commission fonds de formation titres-services ne peut pas siéger valablement, une nouvelle réunion est convoquée dans un délai de quinze jours; aucun quorum de présence n'est requis pour cette nouvelle réunion.
§ 5. Le secrétariat de la Commission fonds de formation titres-services est assuré par le SPF.
§ 6. La Commission fonds de formation titres-services arrête son règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre.
§ 2. La Commission fonds de formation titres-services est composée comme suit :
1° un président représentant le Ministre et un suppléant;
2° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des travailleurs;
3° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des employeurs;
4° un membre effectif et un membre suppléant représentant la Direction générale Emploi et Marché du Travail du SPF.
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission fonds de formation titres-services, en veillant à ce que deux tiers au maximum de ses membres soient du même sexe.
Le mandat des membres couvre une durée renouvelable de quatre ans qui prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque le mandant qui a proposé un membre demande son remplacement;
3° lorsqu'un membre perd la qualité qui justifiait son mandat.
Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
§ 4. Doivent être présents pour pouvoir rendre un avis valablement :
1° le président ou son suppléant;
2° [1 deux]1 membres représentant les travailleurs ou leurs suppléants;
3° [1 deux]1 membres représentant les employeurs ou leurs suppléants;
4° un membre représentant la Direction générale Emploi et Marché du Travail ou son suppléant.
Lorsque la Commission fonds de formation titres-services ne peut pas siéger valablement, une nouvelle réunion est convoquée dans un délai de quinze jours; aucun quorum de présence n'est requis pour cette nouvelle réunion.
§ 5. Le secrétariat de la Commission fonds de formation titres-services est assuré par le SPF.
§ 6. La Commission fonds de formation titres-services arrête son règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre.
Änderungen
Art. 4_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. Er wordt bij het departement een adviescommissie opleidingsfonds dienstencheques opgericht, hierna "de Commissie opleidingsfonds dienstencheques" genoemd, die advies moet verstrekken betreffende welke opleidingen, gezien hun inhoud, al dan niet passen in het kader van dit koninklijk besluit en bijgevolg al dan niet in aanmerking komen voor het verkrijgen van de gedeeltelijke terugbetaling van de opleidingskosten, vermeld in artikel 9bis, § 1, van de wet.
§ 2. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques is samengesteld als volgt:
1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister en een plaatsvervanger;
2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
3° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van het departement.
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques en waakt erover dat maximum twee derde van de leden van hetzelfde geslacht is.
Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt:
1° in geval van ontslag;
2° als de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
3° als een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen, moeten de volgende personen aanwezig zijn:
1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
2° [2 een lid dat de werknemers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger]2;
3° [2 een lid dat de werkgevers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger]2;
4° een lid dat het departement vertegenwoordigt of zijn plaatsvervanger.
Als de Commissie opleidingsfonds dienstencheques niet geldig kan zetelen, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen binnen een termijn van vijftien dagen. Voor deze nieuwe vergadering is geen aanwezigheidsquorum vereist.
§ 5. Het departement staat in voor het secretariaat van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 6. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.]1
§ 2. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques is samengesteld als volgt:
1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister en een plaatsvervanger;
2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
3° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van het departement.
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques en waakt erover dat maximum twee derde van de leden van hetzelfde geslacht is.
Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt:
1° in geval van ontslag;
2° als de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
3° als een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen, moeten de volgende personen aanwezig zijn:
1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
2° [2 een lid dat de werknemers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger]2;
3° [2 een lid dat de werkgevers vertegenwoordigt, of zijn plaatsvervanger]2;
4° een lid dat het departement vertegenwoordigt of zijn plaatsvervanger.
Als de Commissie opleidingsfonds dienstencheques niet geldig kan zetelen, wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen binnen een termijn van vijftien dagen. Voor deze nieuwe vergadering is geen aanwezigheidsquorum vereist.
§ 5. Het departement staat in voor het secretariaat van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 6. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.]1
Art. 4 _REGION_FLAMANDE.
[1 § 1er. Il est institué auprès du département une commission consultative fonds de formation titres-services, ci-après dénommée "la Commission fonds de formation titres-services", laquelle a pour mission de rendre des avis concernant quelles formations, vu leurs contenus, entrent oui ou non dans le cadre du présent arrêté royal et par conséquent entrent oui ou non en ligne de compte pour obtenir le remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
§ 2 La Commission fonds de formation titres-services est composée comme suit :
1° un président comme représentant du Ministre et un suppléant ;
2° six membres actifs et six membres suppléants qui sont présentés par les organisations des travailleurs les plus représentatives représentées au sein du SERV ;
3° six membres actifs et six membres suppléants qui sont présentés par les organisations des employeurs les plus représentatives représentées au sein du SERV ;
4° un membre actif et un membre suppléant comme représentant du département.
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission fonds de formation titres-services et veille à ce qu'au maximum deux tiers des membres sont du même sexe.
Le mandat des membres est valable pour une durée renouvelable de quatre ans qui prend fin :
1° en cas de démission ;
2° lorsque l'instance qui a donné mandat et qui a présenté un membre, demande son remplacement ;
3° lorsqu'un membre n'a plus la qualité qui a justifié son mandat.
Le membre qui renonce à son mandat avant la date de fin prévue, est remplacé par son suppléant, qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau membre suppléant est désigné.
§ 4. Afin de pouvoir valablement émettre un avis, les personnes suivantes doivent être présentes :
1° le président ou son suppléant;
2° [2 un membre représentant les employés, ou son suppléant]2 ;
3° [2 un membre représentant les employeurs, ou son suppléant ; ]2
4° un membre représentant le département ou son suppléant.
Lorsque la Commission fonds de formation titres-services ne peut pas siéger valablement, une nouvelle réunion est convoquée dans un délai de quinze jours. Pour cette nouvelle réunion, aucun quorum n'est requis.
§ 5. Le département assure le secrétariat de la Commission fonds de formation titres-services.
§ 6. La Commission fonds de formation titres-services établit son règlement d'ordre intérieur qui est présenté pour approbation au Ministre.]1
[1 § 1er. Il est institué auprès du département une commission consultative fonds de formation titres-services, ci-après dénommée "la Commission fonds de formation titres-services", laquelle a pour mission de rendre des avis concernant quelles formations, vu leurs contenus, entrent oui ou non dans le cadre du présent arrêté royal et par conséquent entrent oui ou non en ligne de compte pour obtenir le remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
§ 2 La Commission fonds de formation titres-services est composée comme suit :
1° un président comme représentant du Ministre et un suppléant ;
2° six membres actifs et six membres suppléants qui sont présentés par les organisations des travailleurs les plus représentatives représentées au sein du SERV ;
3° six membres actifs et six membres suppléants qui sont présentés par les organisations des employeurs les plus représentatives représentées au sein du SERV ;
4° un membre actif et un membre suppléant comme représentant du département.
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission fonds de formation titres-services et veille à ce qu'au maximum deux tiers des membres sont du même sexe.
Le mandat des membres est valable pour une durée renouvelable de quatre ans qui prend fin :
1° en cas de démission ;
2° lorsque l'instance qui a donné mandat et qui a présenté un membre, demande son remplacement ;
3° lorsqu'un membre n'a plus la qualité qui a justifié son mandat.
Le membre qui renonce à son mandat avant la date de fin prévue, est remplacé par son suppléant, qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau membre suppléant est désigné.
§ 4. Afin de pouvoir valablement émettre un avis, les personnes suivantes doivent être présentes :
1° le président ou son suppléant;
2° [2 un membre représentant les employés, ou son suppléant]2 ;
3° [2 un membre représentant les employeurs, ou son suppléant ; ]2
4° un membre représentant le département ou son suppléant.
Lorsque la Commission fonds de formation titres-services ne peut pas siéger valablement, une nouvelle réunion est convoquée dans un délai de quinze jours. Pour cette nouvelle réunion, aucun quorum n'est requis.
§ 5. Le département assure le secrétariat de la Commission fonds de formation titres-services.
§ 6. La Commission fonds de formation titres-services établit son règlement d'ordre intérieur qui est présenté pour approbation au Ministre.]1
Art. 4_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Er wordt [2 bij de "[5 CESE Wallonië]5]2 een adviescommissie opleidingsfonds dienstencheques opgericht, hierna "de Commissie opleidingsfonds dienstencheques" genoemd. De Commissie moet op eigen initiatief of op verzoek van de Minister advies verstrekken over aanvragen tot goedkeuring van opleidingen die, gelet op hun inhoud, al dan niet passen in het kader van dit besluit en bijgevolg al dan niet in aanmerking komen voor het verkrijgen van de gedeeltelijke terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet.
§ 2. De Commissie is samengesteld uit :
1° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
2° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
3° een werkend lid en een plaatsvervangen lid die de "FOREm" vertegenwoordigen;
4° een werkend lid en een plaatsvervangen lid die de Administratie vertegenwoordigen.
De Commissie kan een beroep doen op deskundigen en technici die de vergaderingen met raadgevende stem bijwonen.
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie en waakt erover dat maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
De commissieleden bedoeld in paragraaf 2, 1° en 2°, worden benoemd op grond van een dubbele lijst van kandidaten voorgedragen door de [5 "CESE Wallonië"]5.
Het mandaat van de leden loopt vijf jaar en eindigt :
1° in geval van ontslag;
2° als de organisatie, die een lid heeft voorgedragen, om zijn vervanging vraagt;
3° wanneer een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat zijn mandaat vóór de normale einddatum neerlegt wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt er een nieuw plaatsvervanger aangewezen.
§ 4. [2 De [5 "CESE Wallonië"]5]2 neemt het secretariaat van de Commissie waar.
§ 5. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast en legt het ter goedkeuring aan de Minister voor.]1
§ 2. De Commissie is samengesteld uit :
1° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
2° twee werkende leden en twee plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
3° een werkend lid en een plaatsvervangen lid die de "FOREm" vertegenwoordigen;
4° een werkend lid en een plaatsvervangen lid die de Administratie vertegenwoordigen.
De Commissie kan een beroep doen op deskundigen en technici die de vergaderingen met raadgevende stem bijwonen.
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie en waakt erover dat maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
De commissieleden bedoeld in paragraaf 2, 1° en 2°, worden benoemd op grond van een dubbele lijst van kandidaten voorgedragen door de [5 "CESE Wallonië"]5.
Het mandaat van de leden loopt vijf jaar en eindigt :
1° in geval van ontslag;
2° als de organisatie, die een lid heeft voorgedragen, om zijn vervanging vraagt;
3° wanneer een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat zijn mandaat vóór de normale einddatum neerlegt wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt er een nieuw plaatsvervanger aangewezen.
§ 4. [2 De [5 "CESE Wallonië"]5]2 neemt het secretariaat van de Commissie waar.
§ 5. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast en legt het ter goedkeuring aan de Minister voor.]1
Art. 4 _REGION_WALLONNE.
[1 -1 § 1er. Une Commission consultative Fonds de formation titres-services, ci-après dénommée, la Commission, est instituée auprès [2 [3 du CESE Wallonie]3]2. La Commission est chargée de rendre des avis, d'initiative ou à la demande du Ministre ou de l'Administration, sur les demandes d'approbation des formations qui, de par leur contenu, sont susceptibles d'entrer dans le cadre du présent arrêté et de faire l'objet du remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
§ 2. La Commission est composée comme suit :
1° deux membres effectifs et deux membres suppléants présentés par les organisations représentatives des travailleurs;
2° deux membres effectifs et deux membres suppléants présentés par les organisations représentatives des employeurs;
3° un membre effectif et un membre suppléant représentant le FOREm;
4° un membre effectif et un membre suppléant représentant l'Administration.
La Commission peut faire appel à des experts et des techniciens qui assistent aux réunions avec voix consultative.
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission en respectant la proportion de deux tiers au maximum des membres du même sexe.
Les membres de la Commission visés au paragraphe 2, 1° et 2°, sont nommés sur la base d'une liste double de candidats présentée par [3 le CESE Wallonie]3.
Le mandat des membres dure cinq ans, est renouvelable et prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque le mandant qui a proposé un membre demande son remplacement;
3° lorsqu'un membre perd la qualité qui justifiait son mandat.
Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
§ 4. [2 [3 Le CESE Wallonie]3]2 assure le secrétariat de la Commission.
§ 5. La Commission arrête son règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre.]1
[1 -1 § 1er. Une Commission consultative Fonds de formation titres-services, ci-après dénommée, la Commission, est instituée auprès [2 [3 du CESE Wallonie]3]2. La Commission est chargée de rendre des avis, d'initiative ou à la demande du Ministre ou de l'Administration, sur les demandes d'approbation des formations qui, de par leur contenu, sont susceptibles d'entrer dans le cadre du présent arrêté et de faire l'objet du remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi.
§ 2. La Commission est composée comme suit :
1° deux membres effectifs et deux membres suppléants présentés par les organisations représentatives des travailleurs;
2° deux membres effectifs et deux membres suppléants présentés par les organisations représentatives des employeurs;
3° un membre effectif et un membre suppléant représentant le FOREm;
4° un membre effectif et un membre suppléant représentant l'Administration.
La Commission peut faire appel à des experts et des techniciens qui assistent aux réunions avec voix consultative.
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission en respectant la proportion de deux tiers au maximum des membres du même sexe.
Les membres de la Commission visés au paragraphe 2, 1° et 2°, sont nommés sur la base d'une liste double de candidats présentée par [3 le CESE Wallonie]3.
Le mandat des membres dure cinq ans, est renouvelable et prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque le mandant qui a proposé un membre demande son remplacement;
3° lorsqu'un membre perd la qualité qui justifiait son mandat.
Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
§ 4. [2 [3 Le CESE Wallonie]3]2 assure le secrétariat de la Commission.
§ 5. La Commission arrête son règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre.]1
Art. 4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. § 1. Er wordt bij [2 de Economische en Sociale Raad]2 een adviescommissie opleidingsfonds dienstencheques opgericht, hierna " de Commissie opleidingsfonds dienstencheques " genoemd, die advies moet verstrekken betreffende [1 welke opleidingen, gezien hun inhoud, [4 methodologieën en pedagogische kwaliteiten]4 al dan niet passen in het kader van dit koninklijk besluit en bijgevolg al dan niet in aanmerking komen]1 voor het verkrijgen van de gedeeltelijke terugbetaling van de opleidingskosten bedoeld in artikel 9bis, § 1, van de wet [3 , en de vormingsplannen moet goedkeuren zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques]3.
§ 2. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques is samengesteld als volgt :
1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister en een plaatsvervanger;
2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties [2 . Onder "representatieve organisaties" wordt verstaan, de representatieve organisaties die in de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd zijn]2;
3° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties [2 . Onder "representatieve organisaties" wordt verstaan, de representatieve organisaties die in de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd zijn]2;
4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van [4 het bestuur]4;
[2 5° een werkend lid en een plaatsvervangend lid zonder stemrecht als vertegenwoordiger van de Brusselse gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
6° als uitgenodigd lid, een werkend lid en een plaatsvervangend lid zonder stemrecht als vertegenwoordiger van het "'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle";
7° als uitgenodigd lid, een werkend lid en een plaatsvervangend lid zonder stemrecht als vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]2
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques en waakt erover dat maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt :
1° in geval van ontslag;
2° wanneer de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
3° wanneer een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen moeten aanwezig [3 of vertegenwoordigd]3 zijn :
1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
2° [1 twee]1 leden die de werknemers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
3° [1 twee]1 leden die de werkgevers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
4° een lid dat [2 het bestuur]2 vertegenwoordigt of zijn plaatsvervanger.
Als de Commissie opleidingsfonds dienstencheques niet geldig kan zetelen wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen binnen een termijn van vijftien dagen; voor deze nieuwe vergadering is geen enkel aanwezigheidsquorum vereist.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.
§ 2. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques is samengesteld als volgt :
1° een voorzitter als vertegenwoordiger van de Minister en een plaatsvervanger;
2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werknemersorganisaties [2 . Onder "representatieve organisaties" wordt verstaan, de representatieve organisaties die in de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd zijn]2;
3° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die zijn voorgedragen door de meest representatieve werkgeversorganisaties [2 . Onder "representatieve organisaties" wordt verstaan, de representatieve organisaties die in de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigd zijn]2;
4° een werkend lid en een plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van [4 het bestuur]4;
[2 5° een werkend lid en een plaatsvervangend lid zonder stemrecht als vertegenwoordiger van de Brusselse gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
6° als uitgenodigd lid, een werkend lid en een plaatsvervangend lid zonder stemrecht als vertegenwoordiger van het "'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle";
7° als uitgenodigd lid, een werkend lid en een plaatsvervangend lid zonder stemrecht als vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]2
§ 3. De Minister benoemt de leden van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques en waakt erover dat maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht zijn.
Het mandaat van de leden geldt voor een hernieuwbare duur van vier jaar die een einde neemt :
1° in geval van ontslag;
2° wanneer de mandaterende instantie die een lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt;
3° wanneer een lid niet langer de hoedanigheid heeft die zijn mandaat rechtvaardigde.
Het lid dat afstand doet van zijn mandaat vóór de geplande einddatum, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen.
§ 4. Om op geldige wijze een advies te kunnen uitbrengen moeten aanwezig [3 of vertegenwoordigd]3 zijn :
1° de voorzitter of zijn plaatsvervanger;
2° [1 twee]1 leden die de werknemers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
3° [1 twee]1 leden die de werkgevers vertegenwoordigen of hun plaatsvervangers;
4° een lid dat [2 het bestuur]2 vertegenwoordigt of zijn plaatsvervanger.
Als de Commissie opleidingsfonds dienstencheques niet geldig kan zetelen wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen binnen een termijn van vijftien dagen; voor deze nieuwe vergadering is geen enkel aanwezigheidsquorum vereist.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. De Commissie opleidingsfonds dienstencheques bepaalt haar huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.
Art. 4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
§ 1er. Il est institué auprès [2 du Conseil Economique et Social]2 une commission consultative fonds de formation titres-services, ci-après dénommée " la Commission fonds de formation titres-services ", laquelle a pour mission de rendre des avis concernant [1 quelles formations, vu leurs contenus, [4 leurs méthodologies et leurs qualités pédagogiques]4 entrent oui ou non dans le cadre du présent arrêté et par conséquent entrent oui ou non en ligne de compte]1 pour obtenir le remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi [3 , et d'approuver les plans de formations visés à l'article 8 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services.]3.
§ 2. La Commission fonds de formation titres-services est composée comme suit :
1° un président représentant le Ministre et un suppléant;
2° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des travailleurs [2 . Par " organisations représentatives ", il y a lieu d'entendre les organisations représentatives qui sont représentées au Conseil Economique et Social de la Région de Bruxelles-Capitale]2;
3° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des employeurs [2 . Par " organisations représentatives ", il y a lieu d'entendre les organisations représentatives qui sont représentées au Conseil Economique et Social de la Région de Bruxelles-Capitale]2;
4° un membre effectif et un membre suppléant représentant [2 l'administration]2.
[2 5° un membre effectif et un membre suppléant, sans voix délibérative, en tant que représentant de l'Office régional bruxellois de l'Emploi ;
6° en tant que membre invité, un membre effectif et un membre suppléant, sans voix délibérative, représentant l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle;
7° en tant que membre invité, un membre effectif et un membre suppléant, sans voix délibérative, représentant le "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]2
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission fonds de formation titres-services, en veillant à ce que deux tiers au maximum de ses membres soient du même sexe.
Le mandat des membres couvre une durée renouvelable de quatre ans qui prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque le mandant qui a proposé un membre demande son remplacement;
3° lorsqu'un membre perd la qualité qui justifiait son mandat.
Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
§ 4. Doivent être présents [3 ou représentés]3 pour pouvoir rendre un avis valablement :
1° le président ou son suppléant;
2° [1 deux]1 membres représentant les travailleurs ou leurs suppléants;
3° [1 deux]1 membres représentant les employeurs ou leurs suppléants;
4° un membre représentant [2 l'administration]2 ou son suppléant.
Lorsque la Commission fonds de formation titres-services ne peut pas siéger valablement, une nouvelle réunion est convoquée dans un délai de quinze jours; aucun quorum de présence n'est requis pour cette nouvelle réunion.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. La Commission fonds de formation titres-services arrête son règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre.
§ 1er. Il est institué auprès [2 du Conseil Economique et Social]2 une commission consultative fonds de formation titres-services, ci-après dénommée " la Commission fonds de formation titres-services ", laquelle a pour mission de rendre des avis concernant [1 quelles formations, vu leurs contenus, [4 leurs méthodologies et leurs qualités pédagogiques]4 entrent oui ou non dans le cadre du présent arrêté et par conséquent entrent oui ou non en ligne de compte]1 pour obtenir le remboursement partiel des frais de formation visé à l'article 9bis, § 1er, de la loi [3 , et d'approuver les plans de formations visés à l'article 8 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services.]3.
§ 2. La Commission fonds de formation titres-services est composée comme suit :
1° un président représentant le Ministre et un suppléant;
2° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des travailleurs [2 . Par " organisations représentatives ", il y a lieu d'entendre les organisations représentatives qui sont représentées au Conseil Economique et Social de la Région de Bruxelles-Capitale]2;
3° six membres effectifs et six membres suppléants présentés par les organisations les plus représentatives des employeurs [2 . Par " organisations représentatives ", il y a lieu d'entendre les organisations représentatives qui sont représentées au Conseil Economique et Social de la Région de Bruxelles-Capitale]2;
4° un membre effectif et un membre suppléant représentant [2 l'administration]2.
[2 5° un membre effectif et un membre suppléant, sans voix délibérative, en tant que représentant de l'Office régional bruxellois de l'Emploi ;
6° en tant que membre invité, un membre effectif et un membre suppléant, sans voix délibérative, représentant l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle;
7° en tant que membre invité, un membre effectif et un membre suppléant, sans voix délibérative, représentant le "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]2
§ 3. Le Ministre nomme les membres de la Commission fonds de formation titres-services, en veillant à ce que deux tiers au maximum de ses membres soient du même sexe.
Le mandat des membres couvre une durée renouvelable de quatre ans qui prend fin :
1° en cas de démission;
2° lorsque le mandant qui a proposé un membre demande son remplacement;
3° lorsqu'un membre perd la qualité qui justifiait son mandat.
Le membre qui cesse d'exercer son mandat avant la date normale d'expiration est remplacé par son suppléant qui achève le mandat. Dans ce cas, un nouveau suppléant est désigné.
§ 4. Doivent être présents [3 ou représentés]3 pour pouvoir rendre un avis valablement :
1° le président ou son suppléant;
2° [1 deux]1 membres représentant les travailleurs ou leurs suppléants;
3° [1 deux]1 membres représentant les employeurs ou leurs suppléants;
4° un membre représentant [2 l'administration]2 ou son suppléant.
Lorsque la Commission fonds de formation titres-services ne peut pas siéger valablement, une nouvelle réunion est convoquée dans un délai de quinze jours; aucun quorum de présence n'est requis pour cette nouvelle réunion.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. La Commission fonds de formation titres-services arrête son règlement d'ordre intérieur qui est soumis à l'approbation du Ministre.
Art. 5. § 1. [1 De erkende onderneming richt voor de start]1 van de opleiding, en vooraleer de terugbetaling van de opleidingskosten te vragen, een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het secretariaat van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, hierna " het Secretariaat opleidingsfonds " genoemd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel [1 het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren]1;
2° de benaming van de voorziene opleiding en de naam van de verstrekker van deze opleiding;
3° de aanduiding van de in artikel 2 bedoelde categorie waaronder deze opleiding valt;
4° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding en het aantal betrokken werknemers;
5° [1 ...]1
6° [2 ...]2
[1 lid 3 opgeheven]1
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt [1 zo spoedig mogelijk]1 de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde brief aan de onderneming mee.
Indien de onderneming haar aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds de onderneming een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies. Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds dit advies aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de termijn vermeld in het vorig lid, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding voor terugbetaling van de opleidingskosten aan de vragende onderneming. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing.
[1 De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet.]1
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel [1 het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren]1;
2° de benaming van de voorziene opleiding en de naam van de verstrekker van deze opleiding;
3° de aanduiding van de in artikel 2 bedoelde categorie waaronder deze opleiding valt;
4° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding en het aantal betrokken werknemers;
5° [1 ...]1
6° [2 ...]2
[1 lid 3 opgeheven]1
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt [1 zo spoedig mogelijk]1 de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde brief aan de onderneming mee.
Indien de onderneming haar aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds de onderneming een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies. Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds dit advies aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de termijn vermeld in het vorig lid, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding voor terugbetaling van de opleidingskosten aan de vragende onderneming. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing.
[1 De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet.]1
Art. 5. § 1er. [1 Avant le début]1 de la formation, et avant de demander le remboursement des frais de formation, [1 l'entreprise agréée]1 adresse une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat de la Commission fonds de formation titres-services, ci-après dénommé " le Secrétariat fonds de formation ".
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social [1 , la commission paritaire dont ressortissent les travailleurs titres-services]1;
2° la dénomination de la formation prévue et le nom de l'opérateur de cette formation;
3° l'indication de la catégorie prévue à l'article 2 sous laquelle cette formation relève;
4° une description précise et détaillée de la formation prévue et le nombre de travailleurs concernés;
5° [1 ...]1;
6° [2 ...]2
[1 alinéa 3 abrogé]1
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse [1 dans les plus brefs délais]1 réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise l'entreprise dans le même courrier.
Si l'entreprise ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier précité, le Secrétariat fonds de formation adresse à l'entreprise un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme nulle et non avenue.
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis. Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite cet avis au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai visé à l'alinéa précédent, il n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre.
Le Ministre de l'Emploi se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
En cas d'absence de décision du Ministre de l'Emploi endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
Le Secrétariat fonds de formation notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse. Le Secrétariat fonds de formation communique également une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
[1 La décision d'approbation est valable pour une durée indéterminée ou jusqu'à ce que le Ministre revoie cette durée de validité.]1
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social [1 , la commission paritaire dont ressortissent les travailleurs titres-services]1;
2° la dénomination de la formation prévue et le nom de l'opérateur de cette formation;
3° l'indication de la catégorie prévue à l'article 2 sous laquelle cette formation relève;
4° une description précise et détaillée de la formation prévue et le nombre de travailleurs concernés;
5° [1 ...]1;
6° [2 ...]2
[1 alinéa 3 abrogé]1
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse [1 dans les plus brefs délais]1 réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise l'entreprise dans le même courrier.
Si l'entreprise ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier précité, le Secrétariat fonds de formation adresse à l'entreprise un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme nulle et non avenue.
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis. Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite cet avis au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai visé à l'alinéa précédent, il n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre.
Le Ministre de l'Emploi se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
En cas d'absence de décision du Ministre de l'Emploi endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
Le Secrétariat fonds de formation notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse. Le Secrétariat fonds de formation communique également une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
[1 La décision d'approbation est valable pour une durée indéterminée ou jusqu'à ce que le Ministre revoie cette durée de validité.]1
Art. 5_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Voor de aanvang van de opleiding en alvorens de terugbetaling van de opleidingskosten aan te vragen, richt het bedrijf een aanvraag tot goedkeuring van die opleiding aan de administratie.
De aanvraag waarvan het model bij de Administratie beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit of sociale benaming, het erkenningsnummer, de woonplaats of de maatschappelijke zetel, het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren;
2° de benaming van de voorziene opleiding en de naam van de verstrekker van deze opleiding;
3° de aanduiding van de in artikel 2 bedoelde categorie waaronder deze opleiding valt;
4° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding en het aantal betrokken werknemers.
§ 2. De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen na ontvangst ervan. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt de Administratie dit in dezelfde brief aan de onderneming mee.
Indien de onderneming haar aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de vijftien dagen volgend op de verzending van de in lid 1 bedoelde brief, stuurt de Administratie de onderneming een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken.
Indien ze de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt het bedrijf erover ingelicht dat de aanvraag als onbestaande beschouwd wordt.
§ 3. De Administratie maakt het dossier over aan de Minister.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 4. De administratie kan, zodra zij het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 ontvangen heeft en voordat het dossier aan de Minister wordt overgemaakt, het advies van de Commissie aanvragen. In dat geval bezorgt de Commissie haar advies aan de administratie binnen de zestig dagen na het verzoek om adviesverlening.
De Administratie maakt het volledige dossier, met het advies van de Commissie, over aan de Minister. In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, met het advies van de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, maakt de administratie het volledige dossier aan de Minister over, zonder dat advies. In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, zonder advies van de Commissie.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 5. Als de administratie geen advies heeft aangevraagd, kan de Minister, zodra hij het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 ontvangen heeft en voordat hij zijn beslissing neemt, het advies van de Commissie aanvragen. In dat geval maakt de Commissie haar advies aan de Minister over binnen de zestig dagen na de aanvraag tot adviesverlening.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op het advies uitgebracht door de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, neemt de Minister zijn beslissing binnen de dertig dagen volgend op het verstrijken van de termijn binnen welke de Commissie haar advies moet uitbrengen.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 6. De Minister bezorgt zijn beslissing aan de administratie, die kennis geeft van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding wat betreft de terugbetaling van de opleidingskosten aan de aanvragende onderneming binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan. De administratie bezorgt een digitaal afschrift van de beslissing aan de Commissie en aan "FOREm".
De beslissing tot goedkeuring geldt voor [2 een periode van tien jaar]2.]1
[2 § 7. De steunontvangende onderneming bedoeld in artikel 2ter van de wet kan gebruik maken van de goedkeuring van opleiding die de overdragende onderneming ontvangen heeft.
De steunontvangende onderneming licht de Administratie over de juridische wijziging in.]2
De aanvraag waarvan het model bij de Administratie beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit of sociale benaming, het erkenningsnummer, de woonplaats of de maatschappelijke zetel, het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren;
2° de benaming van de voorziene opleiding en de naam van de verstrekker van deze opleiding;
3° de aanduiding van de in artikel 2 bedoelde categorie waaronder deze opleiding valt;
4° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding en het aantal betrokken werknemers.
§ 2. De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen na ontvangst ervan. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt de Administratie dit in dezelfde brief aan de onderneming mee.
Indien de onderneming haar aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de vijftien dagen volgend op de verzending van de in lid 1 bedoelde brief, stuurt de Administratie de onderneming een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken.
Indien ze de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt het bedrijf erover ingelicht dat de aanvraag als onbestaande beschouwd wordt.
§ 3. De Administratie maakt het dossier over aan de Minister.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 4. De administratie kan, zodra zij het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 ontvangen heeft en voordat het dossier aan de Minister wordt overgemaakt, het advies van de Commissie aanvragen. In dat geval bezorgt de Commissie haar advies aan de administratie binnen de zestig dagen na het verzoek om adviesverlening.
De Administratie maakt het volledige dossier, met het advies van de Commissie, over aan de Minister. In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, met het advies van de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, maakt de administratie het volledige dossier aan de Minister over, zonder dat advies. In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, zonder advies van de Commissie.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 5. Als de administratie geen advies heeft aangevraagd, kan de Minister, zodra hij het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 ontvangen heeft en voordat hij zijn beslissing neemt, het advies van de Commissie aanvragen. In dat geval maakt de Commissie haar advies aan de Minister over binnen de zestig dagen na de aanvraag tot adviesverlening.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op het advies uitgebracht door de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, neemt de Minister zijn beslissing binnen de dertig dagen volgend op het verstrijken van de termijn binnen welke de Commissie haar advies moet uitbrengen.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 6. De Minister bezorgt zijn beslissing aan de administratie, die kennis geeft van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding wat betreft de terugbetaling van de opleidingskosten aan de aanvragende onderneming binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan. De administratie bezorgt een digitaal afschrift van de beslissing aan de Commissie en aan "FOREm".
De beslissing tot goedkeuring geldt voor [2 een periode van tien jaar]2.]1
[2 § 7. De steunontvangende onderneming bedoeld in artikel 2ter van de wet kan gebruik maken van de goedkeuring van opleiding die de overdragende onderneming ontvangen heeft.
De steunontvangende onderneming licht de Administratie over de juridische wijziging in.]2
Art. 5 _REGION_WALLONNE.
[3 § 1er. Avant le début de la formation et avant de demander le remboursement des frais de formation, l'entreprise agréée adresse une demande d'approbation de cette formation à l'Administration.
La demande, dont le modèle est disponible auprès de l'Administration, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité ou la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile ou le siège social, la commission paritaire dont ressortissent les travailleurs titres-services;
2° la dénomination de la formation prévue et le nom de l'opérateur de cette formation;
3° l'indication de la catégorie prévue à l'article 2 sous laquelle cette formation relève;
4° une description précise et détaillée de la formation prévue et le nombre de travailleurs concernés.
§ 2. L'Administration accuse réception de la demande dans les dix jours de la réception de celle-ci. Si la demande ou le dossier est incomplet, l'Administration en avise l'entreprise dans le même envoi.
Si l'entreprise ne complète pas sa demande ou son dossier dans les quinze jours qui suivent l'envoi visé à l'alinéa 1er, l'Administration envoie à l'entreprise un rappel du relevé des pièces manquantes.
Si l'Administration ne reçoit pas les pièces manquantes dans les quinze jours qui suivent l'envoi de ce rappel, l'Administration informe l'entreprise qu'elle classe sa demande sans suite.
§ 3. L'Administration transmet le dossier complet au Ministre.
Le Ministre prend sa décision dans les trente jours à dater de la réception du dossier complet.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
§ 4. L'Administration peut, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3 et préalablement à la transmission du dossier au Ministre, solliciter l'avis de la Commission. Dans ce cas, la Commission transmet à l'Administration son avis dans les soixante jours de la demande d'avis.
L'Administration transmet le dossier complet intégrant l'avis de la Commission au Ministre. Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet intégrant l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, l'Administration transmet au Ministre le dossier complet ne contenant pas d'avis. Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet ne contenant pas d'avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 5. Si l'Administration n'a pas sollicité l'avis, le Ministre peut, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3 et préalablement à la décision, solliciter l'avis de la Commission. Dans ce cas, la Commission transmet au Ministre son avis dans les soixante jours de la demande d'avis.
Le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception de l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, le Ministre prend sa décision dans les trente jours qui suivent l'échéance du délai dans lequel la Commission doit remettre son avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 6. Le Ministre envoie sa décision à l'administration qui notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse dans un délai de dix jours à dater de sa réception. L'Administration envoie électroniquement une copie de la décision à la Commission et au FOREm.
La décision d'approbation est valable pour une durée [4 de dix ans]4.]3
[4 § 7. L'entreprise bénéficiaire visée à l'article 2ter de la loi peut se prévaloir de l'approbation de formation reçue par l'entreprise cédante.
L'entreprise bénéficiaire informe l'Administration de la transformation juridique.]4
[3 § 1er. Avant le début de la formation et avant de demander le remboursement des frais de formation, l'entreprise agréée adresse une demande d'approbation de cette formation à l'Administration.
La demande, dont le modèle est disponible auprès de l'Administration, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité ou la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile ou le siège social, la commission paritaire dont ressortissent les travailleurs titres-services;
2° la dénomination de la formation prévue et le nom de l'opérateur de cette formation;
3° l'indication de la catégorie prévue à l'article 2 sous laquelle cette formation relève;
4° une description précise et détaillée de la formation prévue et le nombre de travailleurs concernés.
§ 2. L'Administration accuse réception de la demande dans les dix jours de la réception de celle-ci. Si la demande ou le dossier est incomplet, l'Administration en avise l'entreprise dans le même envoi.
Si l'entreprise ne complète pas sa demande ou son dossier dans les quinze jours qui suivent l'envoi visé à l'alinéa 1er, l'Administration envoie à l'entreprise un rappel du relevé des pièces manquantes.
Si l'Administration ne reçoit pas les pièces manquantes dans les quinze jours qui suivent l'envoi de ce rappel, l'Administration informe l'entreprise qu'elle classe sa demande sans suite.
§ 3. L'Administration transmet le dossier complet au Ministre.
Le Ministre prend sa décision dans les trente jours à dater de la réception du dossier complet.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
§ 4. L'Administration peut, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3 et préalablement à la transmission du dossier au Ministre, solliciter l'avis de la Commission. Dans ce cas, la Commission transmet à l'Administration son avis dans les soixante jours de la demande d'avis.
L'Administration transmet le dossier complet intégrant l'avis de la Commission au Ministre. Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet intégrant l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, l'Administration transmet au Ministre le dossier complet ne contenant pas d'avis. Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet ne contenant pas d'avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 5. Si l'Administration n'a pas sollicité l'avis, le Ministre peut, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3 et préalablement à la décision, solliciter l'avis de la Commission. Dans ce cas, la Commission transmet au Ministre son avis dans les soixante jours de la demande d'avis.
Le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception de l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, le Ministre prend sa décision dans les trente jours qui suivent l'échéance du délai dans lequel la Commission doit remettre son avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 6. Le Ministre envoie sa décision à l'administration qui notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse dans un délai de dix jours à dater de sa réception. L'Administration envoie électroniquement une copie de la décision à la Commission et au FOREm.
La décision d'approbation est valable pour une durée [4 de dix ans]4.]3
[4 § 7. L'entreprise bénéficiaire visée à l'article 2ter de la loi peut se prévaloir de l'approbation de formation reçue par l'entreprise cédante.
L'entreprise bénéficiaire informe l'Administration de la transformation juridique.]4
Art. 5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. § 1. [1 De erkende onderneming richt voor de start]1 van de opleiding, en vooraleer de terugbetaling van de opleidingskosten te vragen, een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding [6 uitsluitend via elektronische weg]6 tot [3 ...]3 " het Secretariaat opleidingsfonds " [3 ...]3.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [4 het nummer van de vestigingseenheid of vestigingseenheden,]4 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel [1 het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren]1;
2° de benaming van de voorziene opleiding en de naam van de verstrekker van deze opleiding;
3° de aanduiding van de in artikel 2 bedoelde categorie waaronder deze opleiding valt;
4° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding en het aantal betrokken werknemers [5 in deze vestigingseenheid of vestigingseenheden]5;
5° [5 het curriculum vitae van de begeleider of elk document dat het bewijs levert van de nodige ervaring van de begeleider, met inbegrip van de kopieën van certificaten en attesten die het bewijs leveren dat de begeleider aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, § 3 voldoet;]5
6° [2 ...]2
[1 lid 3 opgeheven]1
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt [1 zo spoedig mogelijk]1 [6 , uitsluitend via elektronische weg,]6 de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde [6 e-mail]6 aan de onderneming mee.
[4 Als de onderneming haar aanvraag of haar dossier niet binnen de twee maanden die volgen op de verzending van de voornoemde [6 e-mail]6 vervolledigt, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.]4
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies. Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds dit advies aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de termijn vermeld in het vorig lid, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
[3 ...]3
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft [6 , uitsluitend via elektronische weg,]6 kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding voor terugbetaling van de opleidingskosten aan de vragende onderneming. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens [6 , uitsluitend via elektronische weg,]6 een afschrift van de beslissing.
[1 De beslissing tot goedkeuring is geldig voor [6 vijf jaar]6.]1
[6 § 5. De steunontvangende onderneming zoals bedoeld in artikel 2ter van de wet kan gebruik maken van de goedkeuring van opleiding die de overdragende onderneming ontvangen heeft. De steunontvangende onderneming licht het bestuur in over de juridische wijziging.]6
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [4 het nummer van de vestigingseenheid of vestigingseenheden,]4 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel [1 het paritair comité waaronder de dienstencheque-werknemers ressorteren]1;
2° de benaming van de voorziene opleiding en de naam van de verstrekker van deze opleiding;
3° de aanduiding van de in artikel 2 bedoelde categorie waaronder deze opleiding valt;
4° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding en het aantal betrokken werknemers [5 in deze vestigingseenheid of vestigingseenheden]5;
5° [5 het curriculum vitae van de begeleider of elk document dat het bewijs levert van de nodige ervaring van de begeleider, met inbegrip van de kopieën van certificaten en attesten die het bewijs leveren dat de begeleider aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, § 3 voldoet;]5
6° [2 ...]2
[1 lid 3 opgeheven]1
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt [1 zo spoedig mogelijk]1 [6 , uitsluitend via elektronische weg,]6 de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde [6 e-mail]6 aan de onderneming mee.
[4 Als de onderneming haar aanvraag of haar dossier niet binnen de twee maanden die volgen op de verzending van de voornoemde [6 e-mail]6 vervolledigt, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.]4
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies. Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds dit advies aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de termijn vermeld in het vorig lid, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
[3 ...]3
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft [6 , uitsluitend via elektronische weg,]6 kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding voor terugbetaling van de opleidingskosten aan de vragende onderneming. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens [6 , uitsluitend via elektronische weg,]6 een afschrift van de beslissing.
[1 De beslissing tot goedkeuring is geldig voor [6 vijf jaar]6.]1
[6 § 5. De steunontvangende onderneming zoals bedoeld in artikel 2ter van de wet kan gebruik maken van de goedkeuring van opleiding die de overdragende onderneming ontvangen heeft. De steunontvangende onderneming licht het bestuur in over de juridische wijziging.]6
Änderungen
Art. 5 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
§ 1er. [1 Avant le début]1 de la formation, et avant de demander le remboursement des frais de formation, [1 l'entreprise agréée]1 adresse [7 exclusivement par voie électronique]7 une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat [4 du fonds de formation]4 ".
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement ou des unités d'établissement,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social [1 , la commission paritaire dont ressortissent les travailleurs titres-services]1;
2° la dénomination de la formation prévue et le nom de l'opérateur de cette formation;
3° l'indication de la catégorie prévue à l'article 2 sous laquelle cette formation relève;
4° une description précise et détaillée de la formation prévue et le nombre de travailleurs concernés [5 dans cette ou ces unité(s) d'établissement]5;
5° [6 le curriculum vitae du formateur ou tous documents attestant de l'expérience requise du formateur, en ce compris les copies des certificats et des attestations démontrant que le formateur remplit les conditions visées à l'article 2, § 3;]6;
6° [2 ...]2
[1 alinéa 3 abrogé]1
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse [1 [7 , exclusivement par voie électronique,]7 dans les plus brefs délais]1 réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise l'entreprise dans le même courrier [7 électronique]7.
[5 Si l'entreprise ne complète pas sa demande ou son dossier dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [7 électronique]7 précité, la demande est considérée nulle et non avenue.]5
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis. Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite cet avis au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai visé à l'alinéa précédent, il n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre.
Le Ministre de l'Emploi se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
[4 ...]4
Le Secrétariat fonds de formation notifie [7 exclusivement par voie électronique]7 la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse. Le Secrétariat fonds de formation communique également [7 exclusivement par voie électronique]7 une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
[1 La décision d'approbation est valable pour une durée [7 de cinq ans]7.]1
[7 § 5. L'entreprise bénéficiaire visée à l'article 2ter de la loi peut se prévaloir d'une décision d'approbation de formation obtenue par l'entreprise cédante. L'entreprise bénéficiaire informe l'administration de la transformation juridique.]7
§ 1er. [1 Avant le début]1 de la formation, et avant de demander le remboursement des frais de formation, [1 l'entreprise agréée]1 adresse [7 exclusivement par voie électronique]7 une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat [4 du fonds de formation]4 ".
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement ou des unités d'établissement,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social [1 , la commission paritaire dont ressortissent les travailleurs titres-services]1;
2° la dénomination de la formation prévue et le nom de l'opérateur de cette formation;
3° l'indication de la catégorie prévue à l'article 2 sous laquelle cette formation relève;
4° une description précise et détaillée de la formation prévue et le nombre de travailleurs concernés [5 dans cette ou ces unité(s) d'établissement]5;
5° [6 le curriculum vitae du formateur ou tous documents attestant de l'expérience requise du formateur, en ce compris les copies des certificats et des attestations démontrant que le formateur remplit les conditions visées à l'article 2, § 3;]6;
6° [2 ...]2
[1 alinéa 3 abrogé]1
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse [1 [7 , exclusivement par voie électronique,]7 dans les plus brefs délais]1 réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise l'entreprise dans le même courrier [7 électronique]7.
[5 Si l'entreprise ne complète pas sa demande ou son dossier dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [7 électronique]7 précité, la demande est considérée nulle et non avenue.]5
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis. Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite cet avis au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai visé à l'alinéa précédent, il n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre.
Le Ministre de l'Emploi se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
[4 ...]4
Le Secrétariat fonds de formation notifie [7 exclusivement par voie électronique]7 la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse. Le Secrétariat fonds de formation communique également [7 exclusivement par voie électronique]7 une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
[1 La décision d'approbation est valable pour une durée [7 de cinq ans]7.]1
[7 § 5. L'entreprise bénéficiaire visée à l'article 2ter de la loi peut se prévaloir d'une décision d'approbation de formation obtenue par l'entreprise cédante. L'entreprise bénéficiaire informe l'administration de la transformation juridique.]7
Änderungen
Art. 6. § 1. Nadat een erkende onderneming de goedkeuring van de Minister heeft bekomen [1 en nadat de opleiding is afgelopen,]1 kan ze een aanvraag tot terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 5, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt.
[1 § 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 5, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt.
[1 § 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
Art. 6. § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser une demande de remboursement de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 5, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe.
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services et par le formateur interne, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine.
[1 § 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 5, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe.
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services et par le formateur interne, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine.
[1 § 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
Art. 6_WAALS_GEWEST. § 1. Nadat een erkende onderneming de goedkeuring van de Minister heeft bekomen [1 en nadat de opleiding is afgelopen,]1 kan ze een aanvraag tot terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot [3 FOREm]3. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2 [6 ...]6
De aanvraag waarvan het model bij [4 bij de Administratie]4 beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, [3 bedoeld in artikel 5]3;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage.
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam, rijksregisternummer]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers [5 met hun naam, voornaam en rijksregisternummer]5 en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 rijksregisternummer, naam en voornaam van elk van die dienstencheque-werknemers,]5 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [5 31 maart]5 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt.
[1 § 3. Indien [3 FOREm]3 bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[3 Als "FOREm" de ontbrekende stukken niet krijgt binnen een termijn van 2 maanden, deelt "FOREm" de onderneming mee dat haar aanvraag geen gevolg krijgt.]3
[5 § 4. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van werknemers en opleiders die in het kader van terugbetalingsaanvragen ontvangen worden. De FOREm zorgt voor de naleving van de rechten van de personen als bedoeld in artikelen 12 tot 22 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De FOREm bewaart de in paragraaf 1 bedoelde stukken gedurende tien jaar en vernietigt die vervolgens.]5
De aanvraag waarvan het model bij [4 bij de Administratie]4 beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, [3 bedoeld in artikel 5]3;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage.
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam, rijksregisternummer]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers [5 met hun naam, voornaam en rijksregisternummer]5 en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 rijksregisternummer, naam en voornaam van elk van die dienstencheque-werknemers,]5 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [5 31 maart]5 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt.
[1 § 3. Indien [3 FOREm]3 bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[3 Als "FOREm" de ontbrekende stukken niet krijgt binnen een termijn van 2 maanden, deelt "FOREm" de onderneming mee dat haar aanvraag geen gevolg krijgt.]3
[5 § 4. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van werknemers en opleiders die in het kader van terugbetalingsaanvragen ontvangen worden. De FOREm zorgt voor de naleving van de rechten van de personen als bedoeld in artikelen 12 tot 22 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De FOREm bewaart de in paragraaf 1 bedoelde stukken gedurende tien jaar en vernietigt die vervolgens.]5
Änderungen
Art. 6 _REGION_WALLONNE.
§ 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser une demande de remboursement de ces frais de formation au [3 FOREm]3. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2 [6 ...]6
La demande, dont le modèle est disponible auprès [4 de l'Administration ]4, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, [3 prévue à l'article 5]3;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe.
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom [5 le prénom, le numéro de registre national]5 et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services [5 comprenant leur nom, prénom et numéro de registre national, ]5 et par le formateur interne, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [5 le numéro de registre national, le nom et le prénom de chacun de ces travailleurs titres-services,]5 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [5 31 mars]5 de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine.
[1 § 3. Si [3 FOREm]3 constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[3 Si le FOREm ne reçoit pas les pièces manquantes endéans ce délai de deux mois, le FOREm informe l'entreprise qu'il classe sa demande sans suite.]3
[5 § 4. Le FOREm est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement. Il assure le respect des droits des personnes visés aux articles 12 à 22 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Le FOREm conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]5
§ 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser une demande de remboursement de ces frais de formation au [3 FOREm]3. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2 [6 ...]6
La demande, dont le modèle est disponible auprès [4 de l'Administration ]4, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, [3 prévue à l'article 5]3;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe.
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom [5 le prénom, le numéro de registre national]5 et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services [5 comprenant leur nom, prénom et numéro de registre national, ]5 et par le formateur interne, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [5 le numéro de registre national, le nom et le prénom de chacun de ces travailleurs titres-services,]5 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [5 31 mars]5 de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine.
[1 § 3. Si [3 FOREm]3 constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[3 Si le FOREm ne reçoit pas les pièces manquantes endéans ce délai de deux mois, le FOREm informe l'entreprise qu'il classe sa demande sans suite.]3
[5 § 4. Le FOREm est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement. Il assure le respect des droits des personnes visés aux articles 12 à 22 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Le FOREm conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]5
Änderungen
Art. 6_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. § 1. Nadat een erkende onderneming de goedkeuring van de Minister heeft bekomen [1 en nadat de opleiding is afgelopen,]1 kan ze een aanvraag tot terugbetaling van deze opleidingskosten [5 uitsluitend via elektronische weg]5 richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de vestigingseenheid]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 5, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [5 , voornaam]5 en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 rijksregisternummer [5 ,naam en voornaam,]5 voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 naam, voornaam]5 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt. [5 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]5
[1 § 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [5 e-mail]5 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag [5 uitsluitend via elektronische weg]5 te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[5 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de lesgevers die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]5
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de vestigingseenheid]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 5, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [5 , voornaam]5 en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 rijksregisternummer [5 ,naam en voornaam,]5 voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 naam, voornaam]5 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt. [5 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]5
[1 § 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [5 e-mail]5 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag [5 uitsluitend via elektronische weg]5 te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[5 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de lesgevers die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]5
Änderungen
Art. 6 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
§ 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 5, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 , le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 et les mots le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services [6 comprenant leur nom et prénom,]6 et par le formateur interne, comprenant [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom,]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
[1 § 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande [6 exclusivement par voie électronique]6 dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
§ 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 5, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 , le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 et les mots le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services [6 comprenant leur nom et prénom,]6 et par le formateur interne, comprenant [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom,]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
[1 § 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande [6 exclusivement par voie électronique]6 dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
Änderungen
Art. 6_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1. Nadat een erkende onderneming de goedkeuring van de Minister heeft bekomen [1 en nadat de opleiding is afgelopen,]1 kan ze een aanvraag tot terugbetaling van deze opleidingskosten [5 uitsluitend via elektronische weg]5 richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de vestigingseenheid]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 5, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [5 , voornaam]5 en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 rijksregisternummer [5 ,naam en voornaam,]5 voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 naam, voornaam]5 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [6 31 maart]6 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt. [5 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]5
[1 § 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [5 e-mail]5 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag [5 uitsluitend via elektronische weg]5 te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[5 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de lesgevers die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]5
§ 1. Nadat een erkende onderneming de goedkeuring van de Minister heeft bekomen [1 en nadat de opleiding is afgelopen,]1 kan ze een aanvraag tot terugbetaling van deze opleidingskosten [5 uitsluitend via elektronische weg]5 richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de vestigingseenheid]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 5, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
[1 4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.]1
[1 Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [5 , voornaam]5 en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een interne vorming : een door de verschillende dienstencheque-werknemers en de interne opleider ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 rijksregisternummer [5 ,naam en voornaam,]5 voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
3° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 naam, voornaam]5 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.]1
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [6 31 maart]6 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de goedgekeurde opleiding afloopt. [5 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]5
[1 § 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [5 e-mail]5 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag [5 uitsluitend via elektronische weg]5 te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[5 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de lesgevers die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]5
Änderungen
Art. 6 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE DROIT FUTUR.
§ 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 5, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 , le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 et les mots le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services [6 comprenant leur nom et prénom,]6 et par le formateur interne, comprenant [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom,]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [7 31 mars]7 de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
[1 § 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande [6 exclusivement par voie électronique]6 dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
§ 1er. Après qu'une entreprise agréée ait obtenu l'approbation du Ministre [1 et après que la formation soit terminée]1, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 5, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
[1 4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.]1
[1 Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 , le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 et les mots le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation interne : une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services [6 comprenant leur nom et prénom,]6 et par le formateur interne, comprenant [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
3° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom,]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.]1
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [7 31 mars]7 de l'année civile qui suit l'année civile au cours de laquelle la formation approuvée se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
[1 § 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande [6 exclusivement par voie électronique]6 dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
Änderungen
Art. 6bis. [1 § 1. De aanvraag tot goedkeuring van een opleiding kan eveneens ingediend worden door de verstrekker van de opleiding.
Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;
2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de dienstige informatie inzake deze opleiding, inzonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° eventueel een internetadres waarop inzonderheid de informatie bedoeld in 3° terug te vinden is.
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde brief aan de verstrekker van de opleiding mee.
Indien de verstrekker van de opleiding zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies.
Indien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques. In dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd.
Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing.
De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet.
§ 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks op de website van de FOD de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld in § 1, derde lid, 4°.]1
Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;
2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de dienstige informatie inzake deze opleiding, inzonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° eventueel een internetadres waarop inzonderheid de informatie bedoeld in 3° terug te vinden is.
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde brief aan de verstrekker van de opleiding mee.
Indien de verstrekker van de opleiding zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies.
Indien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques. In dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd.
Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing.
De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet.
§ 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks op de website van de FOD de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld in § 1, derde lid, 4°.]1
Art. 6bis. [1 § 1er. La demande d'approbation d'une formation peut également être introduite par le prestataire de la formation.
A cette fin, le prestataire de la formation adresse, avant le début de la formation, une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat fonds de formation.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° les informations utiles concernant cette formation, notamment la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° éventuellement une adresse de site internet où on peut trouver notamment les informations visées au 3°.
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse dans les plus brefs délais réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise le prestataire de la formation dans le même courrier.
Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier précité, le Secrétariat fonds de formation adresse un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme nulle et non avenue.
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis.
Si la Commission fonds de formation titres-services le juge utile, elle peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission fonds de formation titres-services. Dans ce cas, le délai pour rendre un avis est prolongé de trois mois.
Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite l'avis de la Commission fonds de formation titres-services au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, cet avis n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre qui décide.
Le Ministre se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
Le Secrétariat fonds de formation notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation au prestataire de la formation. Le Secrétariat fonds de formation communique également une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
La décision d'approbation est valable pour une durée indéterminée ou jusqu'à ce que le Ministre revoie cette durée de validité.
§ 5. Le Secrétariat fonds de formation publie mensuellement sur le site du SPF la liste mise à jour de ces formations approuvées, avec un lien vers l'adresse du site prévue au § 1er, alinéa 3, 4°.]1
A cette fin, le prestataire de la formation adresse, avant le début de la formation, une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat fonds de formation.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° les informations utiles concernant cette formation, notamment la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° éventuellement une adresse de site internet où on peut trouver notamment les informations visées au 3°.
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse dans les plus brefs délais réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise le prestataire de la formation dans le même courrier.
Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier précité, le Secrétariat fonds de formation adresse un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme nulle et non avenue.
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis.
Si la Commission fonds de formation titres-services le juge utile, elle peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission fonds de formation titres-services. Dans ce cas, le délai pour rendre un avis est prolongé de trois mois.
Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite l'avis de la Commission fonds de formation titres-services au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, cet avis n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre qui décide.
Le Ministre se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
Le Secrétariat fonds de formation notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation au prestataire de la formation. Le Secrétariat fonds de formation communique également une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
La décision d'approbation est valable pour une durée indéterminée ou jusqu'à ce que le Ministre revoie cette durée de validité.
§ 5. Le Secrétariat fonds de formation publie mensuellement sur le site du SPF la liste mise à jour de ces formations approuvées, avec un lien vers l'adresse du site prévue au § 1er, alinéa 3, 4°.]1
Art. 6bis_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. De aanvraag tot goedkeuring van een opleiding kan eveneens ingediend worden door de verstrekker van de opleiding.
Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;
2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de dienstige informatie inzake deze opleiding, inzonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° eventueel een internetadres waarop inzonderheid de informatie bedoeld in 3° terug te vinden is.
[2 5° het bewijs van de registratie als dienstverlener, vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.]2
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde brief aan de verstrekker van de opleiding mee.
Indien de verstrekker van de opleiding zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies.
Indien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques. In dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd.
Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing.
De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet.
§ 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks op de website van de FOD de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld in § 1, derde lid, 4°.]1
Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;
2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de dienstige informatie inzake deze opleiding, inzonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° eventueel een internetadres waarop inzonderheid de informatie bedoeld in 3° terug te vinden is.
[2 5° het bewijs van de registratie als dienstverlener, vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.]2
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde brief aan de verstrekker van de opleiding mee.
Indien de verstrekker van de opleiding zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de maand die volgt op de verzending van voornoemde brief, stuurt het Secretariaat opleidingsfonds een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien het de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de maand die volgt op de verzending van deze herinnering, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies.
Indien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques. In dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd.
Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens een afschrift van de beslissing.
De beslissing tot goedkeuring is geldig voor onbepaalde duur of tot de Minister deze geldigheidsduur herziet.
§ 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks op de website van de FOD de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld in § 1, derde lid, 4°.]1
Art. 6bis _REGION_FLAMANDE.
[1 § 1er. La demande d'approbation d'une formation peut également être introduite par le prestataire de la formation.
A cette fin, le prestataire de la formation adresse, avant le début de la formation, une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat fonds de formation.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° les informations utiles concernant cette formation, notamment la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° éventuellement une adresse de site internet où on peut trouver notamment les informations visées au 3°.
[2 5° la preuve d'enregistrement en tant que prestataire de services visée à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique Travail et économie sociale.]2
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse dans les plus brefs délais réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise le prestataire de la formation dans le même courrier.
Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier précité, le Secrétariat fonds de formation adresse un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme nulle et non avenue.
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis.
Si la Commission fonds de formation titres-services le juge utile, elle peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission fonds de formation titres-services. Dans ce cas, le délai pour rendre un avis est prolongé de trois mois.
Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite l'avis de la Commission fonds de formation titres-services au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, cet avis n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre qui décide.
Le Ministre se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
Le Secrétariat fonds de formation notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation au prestataire de la formation. Le Secrétariat fonds de formation communique également une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
La décision d'approbation est valable pour une durée indéterminée ou jusqu'à ce que le Ministre revoie cette durée de validité.
§ 5. Le Secrétariat fonds de formation publie mensuellement sur le site du SPF la liste mise à jour de ces formations approuvées, avec un lien vers l'adresse du site prévue au § 1er, alinéa 3, 4°.]1
[1 § 1er. La demande d'approbation d'une formation peut également être introduite par le prestataire de la formation.
A cette fin, le prestataire de la formation adresse, avant le début de la formation, une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat fonds de formation.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° les informations utiles concernant cette formation, notamment la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° éventuellement une adresse de site internet où on peut trouver notamment les informations visées au 3°.
[2 5° la preuve d'enregistrement en tant que prestataire de services visée à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique Travail et économie sociale.]2
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse dans les plus brefs délais réception de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise le prestataire de la formation dans le même courrier.
Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier précité, le Secrétariat fonds de formation adresse un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme nulle et non avenue.
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis.
Si la Commission fonds de formation titres-services le juge utile, elle peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission fonds de formation titres-services. Dans ce cas, le délai pour rendre un avis est prolongé de trois mois.
Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite l'avis de la Commission fonds de formation titres-services au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, cet avis n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre qui décide.
Le Ministre se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
Le Secrétariat fonds de formation notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation au prestataire de la formation. Le Secrétariat fonds de formation communique également une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
La décision d'approbation est valable pour une durée indéterminée ou jusqu'à ce que le Ministre revoie cette durée de validité.
§ 5. Le Secrétariat fonds de formation publie mensuellement sur le site du SPF la liste mise à jour de ces formations approuvées, avec un lien vers l'adresse du site prévue au § 1er, alinéa 3, 4°.]1
Art. 6bis_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Voor aanvang van de opleiding kan de opleidingenverstrekker een aanvraag tot goedkeuring van die opleiding aan de administratie bezorgen.
De aanvraag waarvan het model bij de Administratie beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel;
2° een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de benaming van de opleiding, de adres- en contactgegevens van de opleidingenverstrekker, een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° in voorkomend geval, het adres van de website waar nuttige informatie over de opleiding gevonden kan worden.
§ 2. De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen na ontvangst ervan. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt de Administratie dit in dezelfde brief aan de opleidingenverstrekker mee.
Indien de opleidingenverstrekker zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de vijftien dagen volgend op de verzending van de in lid 1 bedoelde brief, stuurt de Administratie de opleidingenverstrekker een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien ze de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de vijftien dagen volgend op de verzending van deze herinnering, wordt de opleidingenverstrekker erover ingelicht dat de aanvraag als onbestaande beschouwd wordt.
§ 3. De Administratie maakt het dossier over aan de Minister. De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 4. De administratie kan, zodra zij het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 ontvangen heeft en voordat het dossier aan de Minister wordt overgemaakt, het advies van de Commissie aanvragen.
De Commissie bezorgt haar advies aan de administratie binnen de zestig dagen na het verzoek om adviesverlening. In dat geval kan de Commissie vooraleer ze advies uitbrengt de opleidingenverstrekker verzoeken het aanvraag uiteen te zetten op een vergadering met de Commissie. In dat geval wordt de termijn om advies uit te brengen met dertig dagen verlengd.
De Administratie maakt het volledige dossier, met het advies van de Commissie, over aan de Minister.
In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, met het advies van de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, maakt de administratie het volledige dossier aan de Minister over, zonder dat advies. In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, zonder advies van de Commissie.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 5. Als de administratie geen advies heeft aangevraagd, kan de Minister bij ontvangst van het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 vooraleer hij zijn beslissing neemt de Commissie om advies vragen.
De Commissie maakt haar advies aan de Minister over binnen de zestig dagen na de aanvraag tot adviesverlening. In dat geval kan de Commissie vooraleer ze advies uitbrengt de opleidingenverstrekker verzoeken het aanvraag uiteen te zetten op een vergadering met de Commissie. In dat geval wordt de termijn om advies uit te brengen met dertig dagen verlengd.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op het advies uitgebracht door de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, neemt de Minister zijn beslissing binnen de dertig dagen volgend op het verstrijken van de termijn binnen welke de Commissie haar advies moet uitbrengen.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 6. De Minister bezorgt zijn beslissing aan de administratie, die kennis geeft van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding wat betreft de terugbetaling van de opleidingskosten aan de aanvragende onderneming binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan. De administratie bezorgt een digitaal afschrift van de beslissing aan de Commissie en aan "FOREm".
De beslissing tot goedkeuring geldt [2 voor een periode van tien jaar]2.
§ 7. De administratie maakt maandelijks op de website van het Departement Werk en Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-Generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst de bijgewerkte lijst bekend van de goedgekeurde opleidingen met in voorkomen geval een link naar het adres van de website bedoeld in § 1, lid 2, 4°.]1
De aanvraag waarvan het model bij de Administratie beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel;
2° een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de benaming van de opleiding, de adres- en contactgegevens van de opleidingenverstrekker, een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° in voorkomend geval, het adres van de website waar nuttige informatie over de opleiding gevonden kan worden.
§ 2. De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen na ontvangst ervan. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt de Administratie dit in dezelfde brief aan de opleidingenverstrekker mee.
Indien de opleidingenverstrekker zijn aanvraag of dossier niet vervolledigt binnen de vijftien dagen volgend op de verzending van de in lid 1 bedoelde brief, stuurt de Administratie de opleidingenverstrekker een herinnering met een overzicht van de ontbrekende stukken. Indien ze de ontbrekende stukken niet ontvangen heeft binnen de vijftien dagen volgend op de verzending van deze herinnering, wordt de opleidingenverstrekker erover ingelicht dat de aanvraag als onbestaande beschouwd wordt.
§ 3. De Administratie maakt het dossier over aan de Minister. De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 4. De administratie kan, zodra zij het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 ontvangen heeft en voordat het dossier aan de Minister wordt overgemaakt, het advies van de Commissie aanvragen.
De Commissie bezorgt haar advies aan de administratie binnen de zestig dagen na het verzoek om adviesverlening. In dat geval kan de Commissie vooraleer ze advies uitbrengt de opleidingenverstrekker verzoeken het aanvraag uiteen te zetten op een vergadering met de Commissie. In dat geval wordt de termijn om advies uit te brengen met dertig dagen verlengd.
De Administratie maakt het volledige dossier, met het advies van de Commissie, over aan de Minister.
In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, met het advies van de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, maakt de administratie het volledige dossier aan de Minister over, zonder dat advies. In dat geval neemt de Minister een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst van het volledige dossier, zonder advies van de Commissie.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 5. Als de administratie geen advies heeft aangevraagd, kan de Minister bij ontvangst van het volledige dossier bedoeld in paragraaf 3 vooraleer hij zijn beslissing neemt de Commissie om advies vragen.
De Commissie maakt haar advies aan de Minister over binnen de zestig dagen na de aanvraag tot adviesverlening. In dat geval kan de Commissie vooraleer ze advies uitbrengt de opleidingenverstrekker verzoeken het aanvraag uiteen te zetten op een vergadering met de Commissie. In dat geval wordt de termijn om advies uit te brengen met dertig dagen verlengd.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen volgend op het advies uitgebracht door de Commissie.
Wordt het advies niet binnen de voorziene termijn uitgebracht, neemt de Minister zijn beslissing binnen de dertig dagen volgend op het verstrijken van de termijn binnen welke de Commissie haar advies moet uitbrengen.
Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
§ 6. De Minister bezorgt zijn beslissing aan de administratie, die kennis geeft van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding wat betreft de terugbetaling van de opleidingskosten aan de aanvragende onderneming binnen een termijn van tien dagen na ontvangst ervan. De administratie bezorgt een digitaal afschrift van de beslissing aan de Commissie en aan "FOREm".
De beslissing tot goedkeuring geldt [2 voor een periode van tien jaar]2.
§ 7. De administratie maakt maandelijks op de website van het Departement Werk en Beroepsopleiding van het Operationeel Directoraat-Generaal Economie, Werk en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst de bijgewerkte lijst bekend van de goedgekeurde opleidingen met in voorkomen geval een link naar het adres van de website bedoeld in § 1, lid 2, 4°.]1
Art. 6bis _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. Avant le début de la formation, le prestataire de formation peut envoyer une demande d'approbation de cette formation à l'Administration.
La demande, dont le modèle est disponible auprès de l'Administration, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° le cas échéant, l'adresse du site internet où on peut trouver des informations utiles sur la formation.
§ 2. L'Administration accuse réception de la demande dans les dix jours de la réception de celle-ci. Si la demande ou le dossier est incomplet, l'Administration en avise le prestataire de la formation dans le même envoi.
Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans les quinze jours qui suivent l'envoi visé à l'alinéa 1er, l'Administration envoie au prestataire de la formation un rappel du relevé des pièces manquantes. Si l'Administration ne reçoit pas les pièces manquantes dans les quinze jours qui suivent l'envoi de ce rappel, l'Administration informe le prestataire qu'elle classe sa demande sans suite.
§ 3. L'Administration transmet le dossier complet au Ministre. Le Ministre prend sa décision dans les trente jours à dater de la réception du dossier complet.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
§ 4. L'Administration peut, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3 et préalablement à la transmission du dossier au Ministre, solliciter l'avis de la Commission.
La Commission transmet à l'Administration son avis dans les soixante jours de la demande d'avis. Dans ce cas, la Commission peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission. Dans ce cas, le délai pour rendre son avis est prolongé de trente jours.
L'Administration transmet le dossier complet intégrant l'avis de la Commission au Ministre.
Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet intégrant l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, l'Administration transmet au Ministre le dossier complet ne contenant pas d'avis. Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet ne contenant pas d'avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 5. Si l'Administration n'a pas sollicité l'avis, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3, le Ministre peut, préalablement à la décision, solliciter l'avis de la Commission.
La Commission transmet au Ministre son avis dans les soixante jours de la demande d'avis. Dans ce cas, la Commission peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission. Dans ce cas, le délai pour rendre son avis est prolongé de trente jours.
Le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception de l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, le Ministre prend sa décision dans les trente jours qui suivent l'échéance du délai dans lequel la Commission doit remettre son avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 6. Le Ministre envoie sa décision à l'Administration qui notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse dans un délai de dix jours à dater de sa réception. L'Administration envoie électroniquement une copie de la décision à la Commission et au FOREm.
La décision d'approbation est valable pour une durée [2 de dix ans]2.
§ 7. L'Administration publie mensuellement sur le site du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie la liste mise à jour des formations approuvées avec le cas échéant, un lien vers l'adresse du site prévue au paragraphe 1er, alinéa 2, 4°.]1
[1 § 1er. Avant le début de la formation, le prestataire de formation peut envoyer une demande d'approbation de cette formation à l'Administration.
La demande, dont le modèle est disponible auprès de l'Administration, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° le cas échéant, l'adresse du site internet où on peut trouver des informations utiles sur la formation.
§ 2. L'Administration accuse réception de la demande dans les dix jours de la réception de celle-ci. Si la demande ou le dossier est incomplet, l'Administration en avise le prestataire de la formation dans le même envoi.
Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans les quinze jours qui suivent l'envoi visé à l'alinéa 1er, l'Administration envoie au prestataire de la formation un rappel du relevé des pièces manquantes. Si l'Administration ne reçoit pas les pièces manquantes dans les quinze jours qui suivent l'envoi de ce rappel, l'Administration informe le prestataire qu'elle classe sa demande sans suite.
§ 3. L'Administration transmet le dossier complet au Ministre. Le Ministre prend sa décision dans les trente jours à dater de la réception du dossier complet.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
§ 4. L'Administration peut, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3 et préalablement à la transmission du dossier au Ministre, solliciter l'avis de la Commission.
La Commission transmet à l'Administration son avis dans les soixante jours de la demande d'avis. Dans ce cas, la Commission peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission. Dans ce cas, le délai pour rendre son avis est prolongé de trente jours.
L'Administration transmet le dossier complet intégrant l'avis de la Commission au Ministre.
Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet intégrant l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, l'Administration transmet au Ministre le dossier complet ne contenant pas d'avis. Dans ce cas, le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception du dossier complet ne contenant pas d'avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 5. Si l'Administration n'a pas sollicité l'avis, dès réception du dossier complet visé au paragraphe 3, le Ministre peut, préalablement à la décision, solliciter l'avis de la Commission.
La Commission transmet au Ministre son avis dans les soixante jours de la demande d'avis. Dans ce cas, la Commission peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission. Dans ce cas, le délai pour rendre son avis est prolongé de trente jours.
Le Ministre prend sa décision dans les trente jours de la réception de l'avis de la Commission.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, le Ministre prend sa décision dans les trente jours qui suivent l'échéance du délai dans lequel la Commission doit remettre son avis.
En cas d'absence de décision du Ministre endéans les délais précités, la décision est réputée favorable.
§ 6. Le Ministre envoie sa décision à l'Administration qui notifie la décision d'approbation ou de refus de la formation en ce qui concerne le remboursement des frais de formation à l'entreprise demanderesse dans un délai de dix jours à dater de sa réception. L'Administration envoie électroniquement une copie de la décision à la Commission et au FOREm.
La décision d'approbation est valable pour une durée [2 de dix ans]2.
§ 7. L'Administration publie mensuellement sur le site du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche du Service public de Wallonie la liste mise à jour des formations approuvées avec le cas échéant, un lien vers l'adresse du site prévue au paragraphe 1er, alinéa 2, 4°.]1
Art. 6bis_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. De aanvraag tot goedkeuring van een opleiding kan eveneens ingediend worden door de verstrekker van de opleiding.
Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding [5 , uitsluitend via elektronische weg,]5 een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;
2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de dienstige informatie inzake deze opleiding, inzonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° eventueel een internetadres waarop inzonderheid de informatie bedoeld in 3° terug te vinden is.
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk [5 via elektronische weg]5 de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde [5 e-mail]5 aan de verstrekker van de opleiding mee.
[4 Als de verstrekker van de opleiding zijn/haar aanvraag of dossier niet binnen de twee maanden die volgen op de verzending van de voornoemde brief vervolledigt, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.]4
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies.
Indien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques. In dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd.
Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
[3 ...]3
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft [5 uitsluitend via elektronische weg]5 kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens [5 via elektronische weg]5 een afschrift van de beslissing.
De beslissing tot goedkeuring is geldig voor [5 vijf jaar]5.
§ 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks [3 ...]3 de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld in § 1, derde lid, 4°.]1
Hiertoe richt de verstrekker van de opleiding voor de start van de opleiding [5 , uitsluitend via elektronische weg,]5 een aanvraag tot goedkeuring van deze opleiding tot het Secretariaat opleidingsfonds.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, de verblijfplaats /maatschappelijke zetel;
2° een precieze en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding;
3° de dienstige informatie inzake deze opleiding, inzonderheid de benaming van de opleiding, de contactgegevens van de verstrekker van de opleiding, een precieze en gedetailleerde omschrijving van de opleiding en het tarief van de opleiding;
4° eventueel een internetadres waarop inzonderheid de informatie bedoeld in 3° terug te vinden is.
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt zo spoedig mogelijk [5 via elektronische weg]5 de ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, deelt het Secretariaat opleidingsfonds dit in dezelfde [5 e-mail]5 aan de verstrekker van de opleiding mee.
[4 Als de verstrekker van de opleiding zijn/haar aanvraag of dossier niet binnen de twee maanden die volgen op de verzending van de voornoemde brief vervolledigt, wordt de aanvraag als onbestaande beschouwd.]4
§ 3. Zodra het Secretariaat opleidingsfonds over een volledig dossier beschikt, verzendt het dit ter advies aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 4. Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van het dossier door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques, verstrekt deze een advies.
Indien de Commissie opleidingsfonds dienstencheques dit nodig acht kan zij, alvorens een advies uit te brengen, de verstrekker van de opleiding uitnodigen om het aanvraagdossier te komen toelichten op een vergadering van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques. In dit geval wordt de termijn om een advies te verstrekken met drie maanden verlengd.
Vervolgens bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het advies van de Commissie opleidingsfonds dienstencheques aan de Minister, die een beslissing neemt.
Bij ontstentenis van een advies binnen de voorziene termijn, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds het dossier aan de Minister, die een beslissing neemt.
De Minister neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van twee maanden die volgt op de ontvangst van het dossier.
[3 ...]3
Het Secretariaat opleidingsfonds geeft [5 uitsluitend via elektronische weg]5 kennis van de beslissing tot goedkeuring of weigering van de opleiding aan de verstrekker van de opleiding. Het Secretariaat opleidingsfonds bezorgt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques eveneens [5 via elektronische weg]5 een afschrift van de beslissing.
De beslissing tot goedkeuring is geldig voor [5 vijf jaar]5.
§ 5. Het Secretariaat opleidingsfonds publiceert maandelijks [3 ...]3 de bijgewerkte lijst van deze goedgekeurde opleidingen, met een link naar het webadres bedoeld in § 1, derde lid, 4°.]1
Art. 6bis _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. La demande d'approbation d'une formation peut également être introduite par le prestataire de la formation.
A cette fin, le prestataire de la formation adresse, [5 exclusivement par voie électronique,]5 avant le début de la formation, une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat fonds de formation.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° les informations utiles concernant cette formation, notamment la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° éventuellement une adresse de site internet où on peut trouver notamment les informations visées au 3°.
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse dans les plus brefs délais réception [5 , par voie électronique,]5 de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise le prestataire de la formation dans le même courrier [5 électronique]5.
[4 Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité, la demande est considérée nulle et non avenue.]4
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis.
Si la Commission fonds de formation titres-services le juge utile, elle peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission fonds de formation titres-services. Dans ce cas, le délai pour rendre un avis est prolongé de trois mois.
Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite l'avis de la Commission fonds de formation titres-services au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, cet avis n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre qui décide.
Le Ministre se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
[3 ...]3
Le Secrétariat fonds de formation notifie [5 exclusivement par voie électronique]5 la décision d'approbation ou de refus de la formation au prestataire de la formation. Le Secrétariat fonds de formation communique également [5 par voie électronique]5 une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
La décision d'approbation est valable pour une durée [5 de cinq ans]5.
§ 5. Le Secrétariat fonds de formation publie mensuellement [3 ...]3 la liste mise à jour de ces formations approuvées, avec un lien vers l'adresse du site prévue au § 1er, alinéa 3, 4°.]1
[1 § 1er. La demande d'approbation d'une formation peut également être introduite par le prestataire de la formation.
A cette fin, le prestataire de la formation adresse, [5 exclusivement par voie électronique,]5 avant le début de la formation, une demande d'approbation de cette formation au Secrétariat fonds de formation.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le domicile/siège social;
2° une description précise et détaillée de la formation prévue;
3° les informations utiles concernant cette formation, notamment la dénomination de la formation, les coordonnées de contact du prestataire de la formation, une description précise et détaillée de la formation et le tarif de la formation;
4° éventuellement une adresse de site internet où on peut trouver notamment les informations visées au 3°.
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse dans les plus brefs délais réception [5 , par voie électronique,]5 de la demande. Si la demande ou le dossier est incomplet, le Secrétariat en avise le prestataire de la formation dans le même courrier [5 électronique]5.
[4 Si le prestataire de la formation ne complète pas sa demande ou son dossier dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité, la demande est considérée nulle et non avenue.]4
§ 3. Dès qu'il dispose d'un dossier complet, le Secrétariat fonds de formation le transmet pour avis à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 4. Dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier par la Commission fonds de formation titres-services, cette dernière rend un avis.
Si la Commission fonds de formation titres-services le juge utile, elle peut, avant de rendre un avis, inviter le prestataire de la formation à venir expliquer le dossier de demande lors d'une réunion de la Commission fonds de formation titres-services. Dans ce cas, le délai pour rendre un avis est prolongé de trois mois.
Le Secrétariat fonds de formation communique ensuite l'avis de la Commission fonds de formation titres-services au Ministre qui décide.
A défaut d'avis rendu dans le délai prévu, cet avis n'est plus requis et le Secrétariat fonds de formation transmet pour décision le dossier au Ministre qui décide.
Le Ministre se prononce au plus tard dans un délai de deux mois à dater de la réception du dossier.
[3 ...]3
Le Secrétariat fonds de formation notifie [5 exclusivement par voie électronique]5 la décision d'approbation ou de refus de la formation au prestataire de la formation. Le Secrétariat fonds de formation communique également [5 par voie électronique]5 une copie de la décision à la Commission fonds de formation titres-services.
La décision d'approbation est valable pour une durée [5 de cinq ans]5.
§ 5. Le Secrétariat fonds de formation publie mensuellement [3 ...]3 la liste mise à jour de ces formations approuvées, avec un lien vers l'adresse du site prévue au § 1er, alinéa 3, 4°.]1
Art. 6ter. [1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt.
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt.
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
Art. 6ter. [1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine.
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine.
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
Art. 6ter_VLAAMS_GEWEST. [1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
[3 5° het bewijs dat de verstrekker van de opleiding tijdens de hele duur van de opleiding geregistreerd was als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.]3
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt.
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
[3 5° het bewijs dat de verstrekker van de opleiding tijdens de hele duur van de opleiding geregistreerd was als dienstverlener als vermeld in artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.]3
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt.
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
Art. 6ter _REGION_FLAMANDE.
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
[3 5° la preuve que le prestataire de formation a été enregistré en tant que prestataire de services au sens de l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale pendant toute la durée de la formation.]3
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine.
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
[3 5° la preuve que le prestataire de formation a été enregistré en tant que prestataire de services au sens de l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale pendant toute la durée de la formation.]3
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine.
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
Art. 6ter_WAALS_GEWEST. {ital)
[1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot [3 FOREm]3. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2 [6 ...]6
De aanvraag waarvan het model [4 bij de Administratie]4 beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, [3 bedoeld in artikel 6bis]3;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam, rijksregisternummer]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 rijksregisternummer, naam en voornaam van elk van die dienstencheque-werknemers,]5 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [5 31 maart]5 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt.
§ 3. Indien [3 FOREm]3 bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[3 Als "FOREm" de ontbrekende stukken niet krijgt binnen een termijn van twee maanden, deelt "FOREm" de onderneming mee dat haar aanvraag geen gevolg krijgt.]3
[5 § 4. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en opleiders die in het kader van terugbetalingsaanvragen ontvangen worden. De FOREm zorgt voor de naleving van de rechten van de personen als bedoeld in artikelen 12 tot 22 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De FOREm bewaart de in paragraaf 1 bedoelde stukken gedurende tien jaar en vernietigt die vervolgens.]5
[1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot [3 FOREm]3. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2 [6 ...]6
De aanvraag waarvan het model [4 bij de Administratie]4 beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, [3 bedoeld in artikel 6bis]3;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam en handtekening van de begeleider, naam [5 voornaam, rijksregisternummer]5 en handtekening van de dienstencheque-werknemer en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [5 rijksregisternummer, naam en voornaam van elk van die dienstencheque-werknemers,]5 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [5 31 maart]5 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt.
§ 3. Indien [3 FOREm]3 bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[3 Als "FOREm" de ontbrekende stukken niet krijgt binnen een termijn van twee maanden, deelt "FOREm" de onderneming mee dat haar aanvraag geen gevolg krijgt.]3
[5 § 4. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en opleiders die in het kader van terugbetalingsaanvragen ontvangen worden. De FOREm zorgt voor de naleving van de rechten van de personen als bedoeld in artikelen 12 tot 22 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De FOREm bewaart de in paragraaf 1 bedoelde stukken gedurende tien jaar en vernietigt die vervolgens.]5
Änderungen
Art. 6ter _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au [3 FOREm]3. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2[6 ...]6
La demande, dont le modèle est disponible auprès [4 de l'Administration]4, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, [3 prévue à l'article 6bis]3;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom [5 le prénom, le numéro de registre national]5 et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [5 le numéro de registre national, le nom et le prénom de chacun de ces travailleurs titres-services,]5 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [5 31 mars]5 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine.
§ 3. Si le [3 FOREm]3 constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[3 Si le FOREm ne reçoit pas les pièces manquantes endéans ce délai de deux mois, le FOREm informe l'entreprise qu'il classe sa demande sans suite.]3
[5 § 4. Le FOREm est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement. Il assure le respect des droits des personnes visés aux articles 12 à 22 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Le FOREm conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]5
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au [3 FOREm]3. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2[6 ...]6
La demande, dont le modèle est disponible auprès [4 de l'Administration]4, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, [3 prévue à l'article 6bis]3;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom et la signature du formateur, le nom [5 le prénom, le numéro de registre national]5 et la signature du travailleur titre-service et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [5 le numéro de registre national, le nom et le prénom de chacun de ces travailleurs titres-services,]5 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [5 31 mars]5 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine.
§ 3. Si le [3 FOREm]3 constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[3 Si le FOREm ne reçoit pas les pièces manquantes endéans ce délai de deux mois, le FOREm informe l'entreprise qu'il classe sa demande sans suite.]3
[5 § 4. Le FOREm est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement. Il assure le respect des droits des personnes visés aux articles 12 à 22 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Le FOREm conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]5
Änderungen
Art. 6ter_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze [6 uitsluitend via elektronische weg]6 een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat [6 elektronisch]6 een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de betrokken vestigingseenheid of vestigingseenheden van de erkende onderneming]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [6 , voornaam]6 en handtekening van de begeleider, naam [6 voornaam]6 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [6 naam, voornaam en]6 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt. [6 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]6
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [6 e-mail]6 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [6 e-mail]6.]1
[6 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]6
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat [6 elektronisch]6 een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de betrokken vestigingseenheid of vestigingseenheden van de erkende onderneming]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [6 , voornaam]6 en handtekening van de begeleider, naam [6 voornaam]6 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [6 naam, voornaam en]6 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt. [6 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]6
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [6 e-mail]6 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [6 e-mail]6.]1
[6 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]6
Änderungen
Art. 6ter _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier [6 électronique]6 comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement ou des unités d'établissement concernées de l'entreprise agréée,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom et]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [6 électronique]6 précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier [6 électronique]6 comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement ou des unités d'établissement concernées de l'entreprise agréée,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom et]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [6 électronique]6 précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
Änderungen
Art. 6ter_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST TOEKOMSTIG RECHT.
[1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze [6 uitsluitend via elektronische weg]6 een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat [6 elektronisch]6 een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de betrokken vestigingseenheid of vestigingseenheden van de erkende onderneming]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [6 , voornaam]6 en handtekening van de begeleider, naam [6 voornaam]6 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [6 naam, voornaam en]6 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [7 31 maart]7 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt. [6 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]6
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [6 e-mail]6 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [6 e-mail]6.]1
[6 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]6
[1 § 1. Nadat een erkende onderneming een goedgekeurde opleiding zoals bedoeld in artikel 6bis heeft georganiseerd, kan ze [6 uitsluitend via elektronische weg]6 een aanvraag tot gedeeltelijke terugbetaling van deze opleidingskosten richten tot het Secretariaat opleidingsfonds. [2 De terugbetaling wordt verrekend op het maximumrecht, bedoeld in artikel 8, van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt.]2
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat [6 elektronisch]6 een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [5 het nummer van de betrokken vestigingseenheid of vestigingseenheden van de erkende onderneming]5 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° de datum en het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° de exacte opleidingskost, bedoeld in artikel 3, met de nodige bewijsstukken in bijlage;
4° de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid, 3° :
1° voor een vorming op het terrein : een verklaring met naam van de opleiding, datum, begin- en einduur, naam [6 , voornaam]6 en handtekening van de begeleider, naam [6 voornaam]6 en handtekening van de dienstencheque-werknemer [4 , diens rijksregisternummer,]4 en in voorkomend geval de factuur van de externe begeleider;
2° voor een externe vorming : de factuur van de externe opleider en een door de verschillende dienstencheque-werknemers ondertekende aanwezigheidslijst, met [6 naam, voornaam en]6 [4 rijksregisternummer voor elk van die dienstencheque-werknemers,]4 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [7 31 maart]7 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de opleiding afloopt. [6 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals bedoeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]6
§ 3. Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [6 e-mail]6 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [6 e-mail]6.]1
[6 § 4. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]6
Änderungen
Art. 6ter _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE_FUTUR.
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier [6 électronique]6 comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement ou des unités d'établissement concernées de l'entreprise agréée,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom et]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [7 31 mars]7 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [6 électronique]6 précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
[1 § 1er. Après qu'une entreprise agréée ait organisé une formation approuvée prévue à l'article 6bis, elle peut adresser [6 exclusivement par voie électronique]6 une demande de remboursement partiel de ces frais de formation au Secrétariat fonds de formation. [2 Le remboursement est soldé du droit maximum, prévu à l'article 8, de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation.]2
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier [6 électronique]6 comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [5 le numéro de l'unité d'établissement ou des unités d'établissement concernées de l'entreprise agréée,]5 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° la date et le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° le coût de formation exact, prévu à l'article 3, avec les documents justificatifs en annexe;
4° le nom et le prestataire de la formation approuvée.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs visés à l'alinéa précédent, 3° :
1° pour une formation sur le terrain : une déclaration comprenant le nom de la formation, la date, l'heure de début et de fin, le nom [6 le prénom]6 et la signature du formateur, le nom [6 le prénom]6 et la signature du travailleur titre-service [4 , son numéro de registre national,]4 et le cas échéant, la facture du formateur externe;
2° pour une formation externe : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par les différents travailleurs titres-services, comprenant [6 le nom, le prénom et]6 [4 le numéro de registre national pour chacun de ces travailleurs titres-services,]4 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [7 31 mars]7 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle la formation se termine. [6 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]6
§ 3. Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [6 électronique]6.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [6 électronique]6 précité.]1
[6 § 4. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]6
Änderungen
Art. 6quater. [1 § 1. Voor de opleiding van een werknemer bedoeld in artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques kan de onderneming een afzonderlijke aanvraag tot terugbetaling indienen.
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend.
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt.
Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend.
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt.
Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
Art. 6quater. [1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur.
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine.
Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur.
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine.
Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
Art. 6quater_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
Art. 6quater _REGION_FLAMANDE. [1 ...]1
Art. 6quater_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Voor de opleiding van een werknemer bedoeld in artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques kan de onderneming een afzonderlijke aanvraag tot terugbetaling indienen.
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend. [4 De aanvraag wordt enkel via elektronische weg ingediend.]4
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [3 het nummer van de vestigingseenheid waaraan de werknemer verbonden is,]3 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 naam, voornaam en]4 [2 , vermelding van het rijksregisternummer van die laatste,]2 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt. [4 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals vermeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]4
Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [4 e-mail]4 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [4 e-mail]4.]1
[4 § 3. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]4
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend. [4 De aanvraag wordt enkel via elektronische weg ingediend.]4
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [3 het nummer van de vestigingseenheid waaraan de werknemer verbonden is,]3 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 naam, voornaam en]4 [2 , vermelding van het rijksregisternummer van die laatste,]2 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt. [4 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals vermeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]4
Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [4 e-mail]4 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [4 e-mail]4.]1
[4 § 3. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]4
Art. 6quater _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur. [4 La demande est introduite exclusivement par voie électronique. ]4
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [3 le numéro d'unité d'établissement à laquelle le travailleur est rattaché,]3 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant [4 le nom, le prénom,]4 [2 , la mention du numéro de registre national de ce dernier]2 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine. [4 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]4
Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [4 électronique]4.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [4 électronique]4 précité.]1
[4 § 3. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]4
[1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur. [4 La demande est introduite exclusivement par voie électronique. ]4
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [3 le numéro d'unité d'établissement à laquelle le travailleur est rattaché,]3 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant [4 le nom, le prénom,]4 [2 , la mention du numéro de registre national de ce dernier]2 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le 30 juin de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine. [4 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]4
Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [4 électronique]4.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [4 électronique]4 précité.]1
[4 § 3. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]4
Art. 6quater_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST TOEKOMSTIG RECHT.
[1 § 1. Voor de opleiding van een werknemer bedoeld in artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques kan de onderneming een afzonderlijke aanvraag tot terugbetaling indienen.
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend. [4 De aanvraag wordt enkel via elektronische weg ingediend.]4
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [3 het nummer van de vestigingseenheid waaraan de werknemer verbonden is,]3 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 naam, voornaam en]4 [2 , vermelding van het rijksregisternummer van die laatste,]2 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [5 31 maart]5 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt. [4 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals vermeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]4
Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [4 e-mail]4 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [4 e-mail]4.]1
[4 § 3. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]4
[1 § 1. Voor de opleiding van een werknemer bedoeld in artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques kan de onderneming een afzonderlijke aanvraag tot terugbetaling indienen.
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend. [4 De aanvraag wordt enkel via elektronische weg ingediend.]4
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij het Secretariaat opleidingsfonds beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, [3 het nummer van de vestigingseenheid waaraan de werknemer verbonden is,]3 de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met [4 naam, voornaam en]4 [2 , vermelding van het rijksregisternummer van die laatste,]2 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [5 31 maart]5 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt. [4 De erkende onderneming bewaart op de maatschappelijke zetel de originele exemplaren van de documenten zoals vermeld in § 1 gedurende een periode van 5 jaar vanaf de datum van indiening van haar aanvraag.]4
Indien het Secretariaat opleidingsfonds bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een [4 e-mail]4 aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde [4 e-mail]4.]1
[4 § 3. Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en de opleiders die ze ontvangt in het kader van de terugbetalingsaanvragen.
Het bestuur bewaart de stukken zoals bedoeld in paragraaf 1 gedurende 10 jaar en vernietigt ze na afloop van die periode.]4
Änderungen
Art. 6quater _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE_FUTUR.
[1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur. [4 La demande est introduite exclusivement par voie électronique. ]4
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [3 le numéro d'unité d'établissement à laquelle le travailleur est rattaché,]3 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant [4 le nom, le prénom,]4 [2 , la mention du numéro de registre national de ce dernier]2 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [5 31 mars]5 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine. [4 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]4
Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [4 électronique]4.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [4 électronique]4 précité.]1
[4 § 3. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]4
[1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur. [4 La demande est introduite exclusivement par voie électronique. ]4
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du Secrétariat fonds de formation, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, [3 le numéro d'unité d'établissement à laquelle le travailleur est rattaché,]3 l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant [4 le nom, le prénom,]4 [2 , la mention du numéro de registre national de ce dernier]2 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [5 31 mars]5 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine. [4 L'entreprise agréée conserve au siège social les originaux des documents mentionnés au § 1er durant une période de 5 ans à compter de la date d'introduction de sa demande.]4
Si le Secrétariat fonds de formation constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier [4 électronique]4.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier [4 électronique]4 précité.]1
[4 § 3. L'administration est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement.
L'administration conserve les pièces visées au paragraphe 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]4
Änderungen
Art. 6quater_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Voor de opleiding van een werknemer bedoeld in artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques kan de onderneming een afzonderlijke aanvraag tot terugbetaling indienen. [4 ...]4
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend.
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij [2 FOREm]2 beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met [3 naam, voornaam en vermelding van het rijksregisternummer van die laatste]3 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [3 31 maart]3 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt.
Indien [2 FOREm]2 bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[2 Als "FOREm" de ontbrekende stukken niet krijgt binnen een termijn van twee maanden, deelt "FOREm" de onderneming mee dat haar aanvraag geen gevolg krijgt.]2
[3 § 3. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en opleiders die in het kader van terugbetalingsaanvragen ontvangen worden. De FOREm zorgt voor de naleving van de rechten van de personen als bedoeld in artikelen 12 tot 22 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De FOREm bewaart de in § 1 bedoelde stukken gedurende tien jaar en vernietigt die vervolgens.]3
De aanvraag tot terugbetaling, bedoeld in het eerste lid, kan slechts ingediend worden nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer kan er slechts één aanvraag worden ingediend.
Voor dit opleidingstraject komen enkel de goedgekeurde externe opleidingen bedoeld in artikel 6bis in aanmerking. De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd en 350 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 18 uren heeft gevolgd. Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstencheque-werknemer de opleiding beëindigt en wordt dus niet verrekend op het maximum recht van de onderneming bedoeld in artikel 8.
Indien een onderneming voor de opleiding van een werknemer bedoeld in het eerste lid, voor een of meerdere opleidingen van het opleidingstraject van deze werknemer, reeds een terugbetaling heeft gekregen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter, kan ze voor het opleidingstraject van deze werknemer geen terugbetaling meer krijgen in het kader van dit artikel en omgekeerd.
De aanvraag waarvan het model bij [2 FOREm]2 beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de identiteit/sociale benaming, het erkenningsnummer, de verblijfplaats/maatschappelijke zetel en het rekeningnummer van de onderneming;
2° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het nummer van de goedkeuring door de Minister, bedoeld in artikel 6bis, § 4;
3° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : het bewijs van de opleidingskost;
4° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de benaming en de verstrekker van de goedgekeurde opleiding;
5° het bewijs dat het om een werknemer gaat bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde besluit van 12 december 2001;
6° het bewijs dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
7° het bewijs dat deze werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren gevolgd heeft in de eerste 3 maanden na indiensttreding.
Worden inzonderheid beschouwd als de nodige bewijsstukken bedoeld in het vorige lid :
1° voor elke goedgekeurde opleiding in het opleidingstraject : de factuur van de externe opleider en een door de dienstencheque-werknemer ondertekende aanwezigheidslijst, met [3 naam, voornaam en vermelding van het rijksregisternummer van die laatste]3 naam van de opleiding, naam van de externe opleider, datum en begin- en einduur van de opleiding;
2° een kopie van het attest bedoeld in artikel 2bis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001;
3° een verklaring dat de onderneming voor deze opleiding nog geen terugbetaling heeft bekomen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter;
4° een verklaring met vermelding van de datum van indiensttreding van de werknemer en van de datum waarop het opleidingstraject van minimum 9 uren of minimum 18 uren werd beëindigd.
§ 2. De aanvraag bedoeld in § 1 moet ten laatste ingediend worden op [3 31 maart]3 van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt.
Indien [2 FOREm]2 bij verificatie van de aanvraag vaststelt dat het aanvraagdossier onvolledig is deelt het dit mee in een brief aan de erkende onderneming.
De erkende onderneming dient haar aanvraag te vervolledigen binnen de twee maanden die volgen op de verzending van voornoemde brief.]1
[2 Als "FOREm" de ontbrekende stukken niet krijgt binnen een termijn van twee maanden, deelt "FOREm" de onderneming mee dat haar aanvraag geen gevolg krijgt.]2
[3 § 3. De FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemers en opleiders die in het kader van terugbetalingsaanvragen ontvangen worden. De FOREm zorgt voor de naleving van de rechten van de personen als bedoeld in artikelen 12 tot 22 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De FOREm bewaart de in § 1 bedoelde stukken gedurende tien jaar en vernietigt die vervolgens.]3
Art. 6quater _REGION_WALLONNE.
[1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.[4 ...]4
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur.
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du [2 FOREm]2, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant [3 le nom, le prénom et la mention du numéro de registre national de ce dernier,]3 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [3 31 mars]3 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine.
Si le [2 FOREm]2 constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[2 Si le FOREm ne reçoit pas les pièces manquantes endéans ce délai de deux mois, le FOREm informe l'entreprise qu'il classe sa demande sans suite.]2
[3 § 3. Le FOREm est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement. Il assure le respect des droits des personnes visés aux articles 12 à 22 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Le FOREm conserve les pièces visées au § 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]3
[1 § 1er. Pour la formation d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, l'entreprise peut introduire une demande de remboursement séparée.[4 ...]4
La demande de remboursement, prévue à l'alinéa 1er, ne peut être introduite qu'après que le travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les 3 premiers mois après son engagement. Il ne peut être introduit qu'une seule demande par travailleur.
Pour ce trajet de formation seulement les formations externes approuvées prévues à l'article 6bis entrent en ligne de compte. Le remboursement est de 150 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures et 350 euros par travailleur qui a suivi un trajet de formation de minimum 18 heures. Ce montant est soldé du budget global de l'année calendrier dans laquelle le travailleur titres-services termine la formation et n'est donc pas soldé du droit maximum de l'entreprise prévu à l'article 8.
Si l'entreprise a déjà reçu, pour la formation d'un travailleur prévu à l'alinéa 1er, pour une ou plusieurs formations du trajet de formation de ce travailleur, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter, elle ne peut plus avoir, pour le trajet de formation de ce travailleur, un remboursement dans le cadre du présent article et vice versa.
La demande, dont le modèle est disponible auprès du [2 FOREm]2, est accompagnée d'un dossier comportant :
1° le numéro unique d'entreprise, l'identité/la dénomination sociale, le numéro d'agrément, le domicile/siège social et le numéro de compte financier de l'entreprise;
2° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le numéro de l'approbation du Ministre, prévue à l'article 6bis, § 4;
3° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la preuve du coût de la formation;
4° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : le nom et le prestataire de la formation approuvée;
5° la preuve qu'il s'agit d'un travailleur prévu à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
6° la preuve que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
7° la preuve que ce travailleur a suivi un trajet de formation de minimum 9 heures dans les trois premiers mois après son engagement.
Sont notamment considérés comme documents justificatifs prévus à l'alinéa précédent :
1° pour chaque formation approuvée dans le trajet de formation : la facture du formateur externe et une liste de présence signée par le travailleur titres-services, comprenant [3 le nom, le prénom et la mention du numéro de registre national de ce dernier,]3 le nom de la formation, le nom du formateur externe, la date et l'heure de début et de fin de la formation;
2° une copie de l'attestation prévue à l'article 2bis de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 susmentionné;
3° une déclaration que l'entreprise n'a pas encore reçu, pour cette formation, un remboursement en application de l'article 6 ou de l'article 6ter;
4° une déclaration comprenant la date de l'engagement du travailleur et la date à laquelle le trajet de formation de minimum 9 heures ou minimum 18 heures a été terminé.
§ 2. La demande visée au § 1er doit être introduite au plus tard le [3 31 mars]3 de l'année calendrier qui suit l'année calendrier au cours de laquelle le trajet de formation se termine.
Si le [2 FOREm]2 constate lors de la vérification de la demande, que le dossier de la demande est incomplet, il en avise l'entreprise agréée par courrier.
L'entreprise agréée doit compléter sa demande dans les deux mois qui suivent l'envoi du courrier précité.]1
[2 Si le FOREm ne reçoit pas les pièces manquantes endéans ce délai de deux mois, le FOREm informe l'entreprise qu'il classe sa demande sans suite.]2
[3 § 3. Le FOREm est responsable du traitement des données à caractère personnel des travailleurs et des formateurs reçues dans le cadre des demandes de remboursement. Il assure le respect des droits des personnes visés aux articles 12 à 22 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
Le FOREm conserve les pièces visées au § 1er pendant 10 ans et les détruit ensuite.]3
Art. 7. [1 Indien een erkende onderneming de terugbetaling van de lonen en de sociale bijdragen gevraagd heeft in het kader van het betaald educatief verlof bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en zijn uitvoeringsbesluiten kan ze voor deze kosten geen terugbetaling vragen [2 in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter]2.
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter.]2 ]1
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, met uitzondering van een cofinanciering door een sectoraal opleidingsfonds, wordt het terug te betalen bedrag in toepassing van artikel 6quater verminderd met de reeds ontvangen tussenkomst.]2
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter.]2 ]1
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, met uitzondering van een cofinanciering door een sectoraal opleidingsfonds, wordt het terug te betalen bedrag in toepassing van artikel 6quater verminderd met de reeds ontvangen tussenkomst.]2
Art. 7. [1 Si une entreprise agréée a demandé le remboursement des rémunérations et cotisations sociales dans le cadre du congé-éducation payé, visé au chapitre 4, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et ses arrêtés d'exécution, elle ne peut pas demander le remboursement de ces frais [2 en application de l'article 6 ou de l'article 6ter ]2.
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services octroyées par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, elle ne peut pas non plus demander le remboursement de ces frais en application de l'article 6 ou de l'article 6ter.]2 ]1
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, à l'exception d'un co-financement par un fonds de formation sectoriel, le montant à rembourser en application de l'article 6quater sera diminué de la contribution déjà perçue.]2
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services octroyées par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, elle ne peut pas non plus demander le remboursement de ces frais en application de l'article 6 ou de l'article 6ter.]2 ]1
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, à l'exception d'un co-financement par un fonds de formation sectoriel, le montant à rembourser en application de l'article 6quater sera diminué de la contribution déjà perçue.]2
Art. 7_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Indien een erkende onderneming de terugbetaling van de lonen en de sociale bijdragen gevraagd heeft in het kader van het betaald educatief verlof bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en zijn uitvoeringsbesluiten kan ze voor deze kosten geen terugbetaling vragen [2 in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter]2.
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter.]2 ]1
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, [3 ...]3 wordt het terug te betalen bedrag in toepassing van artikel 6quater verminderd met de reeds ontvangen tussenkomst.]2
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter.]2 ]1
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, [3 ...]3 wordt het terug te betalen bedrag in toepassing van artikel 6quater verminderd met de reeds ontvangen tussenkomst.]2
Art. 7 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Si une entreprise agréée a demandé le remboursement des rémunérations et cotisations sociales dans le cadre du congé-éducation payé, visé au chapitre 4, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et ses arrêtés d'exécution, elle ne peut pas demander le remboursement de ces frais [2 en application de l'article 6 ou de l'article 6ter ]2.
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services octroyées par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, elle ne peut pas non plus demander le remboursement de ces frais en application de l'article 6 ou de l'article 6ter.]2 ]1
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, [3 ...]3 le montant à rembourser en application de l'article 6quater sera diminué de la contribution déjà perçue.]2
[1 Si une entreprise agréée a demandé le remboursement des rémunérations et cotisations sociales dans le cadre du congé-éducation payé, visé au chapitre 4, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et ses arrêtés d'exécution, elle ne peut pas demander le remboursement de ces frais [2 en application de l'article 6 ou de l'article 6ter ]2.
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services octroyées par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, elle ne peut pas non plus demander le remboursement de ces frais en application de l'article 6 ou de l'article 6ter.]2 ]1
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, [3 ...]3 le montant à rembourser en application de l'article 6quater sera diminué de la contribution déjà perçue.]2
Art. 7_VLAAMS_GEWEST. [1 Indien een erkende onderneming de terugbetaling van de lonen en de sociale bijdragen gevraagd heeft in het kader van het betaald educatief verlof bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en zijn uitvoeringsbesluiten kan ze voor deze kosten geen terugbetaling vragen [2 in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter]2.
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter.]2 ]1
[3 ...]3
[2 Indien een erkende onderneming reeds tussenkomsten ontvangt voor de opleiding van een dienstencheque-werknemer via andere instanties of organismen, privaat of publiek, kan ze voor deze kosten evenmin een terugbetaling vragen in toepassing van artikel 6 of artikel 6ter.]2 ]1
[3 ...]3
Art. 7 _REGION_FLAMANDE.
[1 Si une entreprise agréée a demandé le remboursement des rémunérations et cotisations sociales dans le cadre du congé-éducation payé, visé au chapitre 4, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et ses arrêtés d'exécution, elle ne peut pas demander le remboursement de ces frais [2 en application de l'article 6 ou de l'article 6ter ]2.
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services octroyées par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, elle ne peut pas non plus demander le remboursement de ces frais en application de l'article 6 ou de l'article 6ter.]2 ]1
[3 ...]3
[1 Si une entreprise agréée a demandé le remboursement des rémunérations et cotisations sociales dans le cadre du congé-éducation payé, visé au chapitre 4, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et ses arrêtés d'exécution, elle ne peut pas demander le remboursement de ces frais [2 en application de l'article 6 ou de l'article 6ter ]2.
[2 Si une entreprise agréée reçoit déjà des contributions pour la formation d'un travailleur titres-services octroyées par d'autres instances ou organismes, privés ou publics, elle ne peut pas non plus demander le remboursement de ces frais en application de l'article 6 ou de l'article 6ter.]2 ]1
[3 ...]3
Art. 8. § 1. Een erkende onderneming kan enkel de terugbetaling bekomen van opleidingskosten gemaakt tijdens een periode waarin haar erkenning, bedoeld in hoofdstuk IIbis van het voornoemde besluit van 12 december 2001, niet [2 ...]2 ingetrokken was.
[1 § 2. Het maximum recht op terugbetaling voor opleidingkosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming [2 voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter]2 wordt als volgt berekend.
Elke onderneming die een erkenning krijgt in het kader van de dienstencheques in de loop van dit kalenderjaar krijgt een maximum recht op terugbetaling toegekend dat :
- 1.000 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar;
- 750 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar;
- 500 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar;
- 250 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar.
Voor elke onderneming die in het voorgaande kalenderjaar over een erkenning in het kader van de dienstencheques beschikte, bedraagt het maximum recht op terugbetaling minstens 1.000 EUR.
Het voor dat kalenderjaar beschikbare budget wordt verminderd met een schatting van de kost bedoeld in het tweede lid, op basis van het aantal erkende ondernemingen in het vorige kalenderjaar, en met de kost bedoeld in het vorige lid.
Vervolgens wordt het resterende gedeelte van het voor dat kalenderjaar beschikbare budget als volgt verdeeld.
Voor elke erkende onderneming die in het voorgaande kalenderjaar over een erkenning in het kader van de dienstencheques beschikte wordt volgende berekening gemaakt :
a x b/c
a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet;
b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar;
c = het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar.
Voor de erkende ondernemingen waarvoor de uitkomst van deze berekening minder is dan of gelijk is aan 1.000 EUR, wordt het maximum recht op terugbetaling beperkt tot de reeds toegekende 1.000 EUR, bedoeld in het derde lid.
De erkende ondernemingen waarvoor de uitkomst van deze berekening meer is dan 1.000 EUR, hebben bovenop de reeds toegekende 1.000 EUR recht op een bijkomend bedrag, als volgt berekend :
d x b/e
d = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet, verminderd met het reeds toegekende gedeelte van dat budget, zoals bedoeld in het vierde lid;
b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar;
e = het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar verminderd met het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar aan de ondernemingen bedoeld in het vorige lid.]1
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, dan wordt bij de aanvraag die dit bedrag overschrijdt de terugbetaling beperkt tot het saldo van dit bedrag.
§ 4. De RVA bezorgt de nodige gegevens voor de berekening bedoeld in § 2 aan het Secretariaat opleidingsfonds.
[1 § 2. Het maximum recht op terugbetaling voor opleidingkosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming [2 voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter]2 wordt als volgt berekend.
Elke onderneming die een erkenning krijgt in het kader van de dienstencheques in de loop van dit kalenderjaar krijgt een maximum recht op terugbetaling toegekend dat :
- 1.000 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar;
- 750 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar;
- 500 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar;
- 250 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar.
Voor elke onderneming die in het voorgaande kalenderjaar over een erkenning in het kader van de dienstencheques beschikte, bedraagt het maximum recht op terugbetaling minstens 1.000 EUR.
Het voor dat kalenderjaar beschikbare budget wordt verminderd met een schatting van de kost bedoeld in het tweede lid, op basis van het aantal erkende ondernemingen in het vorige kalenderjaar, en met de kost bedoeld in het vorige lid.
Vervolgens wordt het resterende gedeelte van het voor dat kalenderjaar beschikbare budget als volgt verdeeld.
Voor elke erkende onderneming die in het voorgaande kalenderjaar over een erkenning in het kader van de dienstencheques beschikte wordt volgende berekening gemaakt :
a x b/c
a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet;
b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar;
c = het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar.
Voor de erkende ondernemingen waarvoor de uitkomst van deze berekening minder is dan of gelijk is aan 1.000 EUR, wordt het maximum recht op terugbetaling beperkt tot de reeds toegekende 1.000 EUR, bedoeld in het derde lid.
De erkende ondernemingen waarvoor de uitkomst van deze berekening meer is dan 1.000 EUR, hebben bovenop de reeds toegekende 1.000 EUR recht op een bijkomend bedrag, als volgt berekend :
d x b/e
d = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet, verminderd met het reeds toegekende gedeelte van dat budget, zoals bedoeld in het vierde lid;
b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar;
e = het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar verminderd met het totaal aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorig kalenderjaar aan de ondernemingen bedoeld in het vorige lid.]1
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, dan wordt bij de aanvraag die dit bedrag overschrijdt de terugbetaling beperkt tot het saldo van dit bedrag.
§ 4. De RVA bezorgt de nodige gegevens voor de berekening bedoeld in § 2 aan het Secretariaat opleidingsfonds.
Art. 8. § 1er. Une entreprise agréée peut uniquement obtenir le remboursement des frais de formation consentis pendant une période durant laquelle son agrément, visé au chapitre IIbis de l'arrêté précité de 12 décembre 2001, n'a pas été [2 ...]2 retiré.
§ 2. [1 Le droit maximum au remboursement pour les frais de formation d'une année calendrier déterminée d'une entreprise agréée [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 est calculé comme suit.
Chaque entreprise qui obtient un agrément dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit un droit maximum de remboursement qui est de :
- 1.000 EUR si cet agrément est donné au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- 750 EUR si cet agrément est donné au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- 500 EUR si cet agrément est donné au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- 250 EUR si cet agrément est donné au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier.
Pour chaque entreprise qui avait un agrément dans le cadre des titres-services dans l'année calendrier précédente, le droit maximum de remboursement est d'au moins 1.000 EUR.
Le budget disponible pour cette année calendrier est diminué d'une estimation du coût prévu à l'alinéa 2, sur base du nombre d'entreprises agréées dans l'année calendrier précédente, et du coût prévu à l'alinéa précédent.
Ensuite, la partie restante du budget disponible pour cette année calendrier est répartie comme suit.
Pour chaque entreprise agréée qui avait un agrément dans le cadre des titres-services dans l'année calendrier précédente, le calcul suivant est fait :
a x b/c
a = le budget disponible pour cette année calendrier concernant le fonds de formation titres-services, visé à l'article 9bis, § 2, de la loi;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendrier précédente;
c = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendrier précédente.
Pour les entreprises agréées dont le résultat de ce calcul est inférieur ou est égal à 1.000 EUR, le droit maximum de remboursement est limité aux 1.000 EUR déjà attribués, prévus à l'alinéa 3.
Les entreprises agréées pour lesquelles le résultat de ce calcul est plus de 1.000 EUR, ont, en plus des 1.000 EUR déjà attribués, droit à un montant supplémentaire, calculé comme suit :
d x b/e
d = le budget disponible pour cette année calendrier concernant le fonds de formation titres-services, visé à l'article 9bis, § 2, de la loi, diminué par la partie du budget déjà attribuée, tel que prévu à l'alinéa 4;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendrier précédente;
e = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendrier précédente diminué du nombre total des titres-services payé par la société émettrice dans l'année calendrier précédente aux entreprises visées à l'alinéa précédent.]1
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité au solde de ce montant.
§ 4. L'ONEm fournit au Secrétariat fonds de formation les données nécessaires pour le calcul visé dans le § 2.
§ 2. [1 Le droit maximum au remboursement pour les frais de formation d'une année calendrier déterminée d'une entreprise agréée [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 est calculé comme suit.
Chaque entreprise qui obtient un agrément dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit un droit maximum de remboursement qui est de :
- 1.000 EUR si cet agrément est donné au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- 750 EUR si cet agrément est donné au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- 500 EUR si cet agrément est donné au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- 250 EUR si cet agrément est donné au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier.
Pour chaque entreprise qui avait un agrément dans le cadre des titres-services dans l'année calendrier précédente, le droit maximum de remboursement est d'au moins 1.000 EUR.
Le budget disponible pour cette année calendrier est diminué d'une estimation du coût prévu à l'alinéa 2, sur base du nombre d'entreprises agréées dans l'année calendrier précédente, et du coût prévu à l'alinéa précédent.
Ensuite, la partie restante du budget disponible pour cette année calendrier est répartie comme suit.
Pour chaque entreprise agréée qui avait un agrément dans le cadre des titres-services dans l'année calendrier précédente, le calcul suivant est fait :
a x b/c
a = le budget disponible pour cette année calendrier concernant le fonds de formation titres-services, visé à l'article 9bis, § 2, de la loi;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendrier précédente;
c = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendrier précédente.
Pour les entreprises agréées dont le résultat de ce calcul est inférieur ou est égal à 1.000 EUR, le droit maximum de remboursement est limité aux 1.000 EUR déjà attribués, prévus à l'alinéa 3.
Les entreprises agréées pour lesquelles le résultat de ce calcul est plus de 1.000 EUR, ont, en plus des 1.000 EUR déjà attribués, droit à un montant supplémentaire, calculé comme suit :
d x b/e
d = le budget disponible pour cette année calendrier concernant le fonds de formation titres-services, visé à l'article 9bis, § 2, de la loi, diminué par la partie du budget déjà attribuée, tel que prévu à l'alinéa 4;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendrier précédente;
e = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendrier précédente diminué du nombre total des titres-services payé par la société émettrice dans l'année calendrier précédente aux entreprises visées à l'alinéa précédent.]1
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité au solde de ce montant.
§ 4. L'ONEm fournit au Secrétariat fonds de formation les données nécessaires pour le calcul visé dans le § 2.
Art. 8_VLAAMS_GEWEST. § 1. Een erkende onderneming kan enkel de terugbetaling bekomen van opleidingskosten gemaakt tijdens een periode waarin haar erkenning, bedoeld in hoofdstuk IIbis van het voornoemde besluit van 12 december 2001, niet [2 ...]2 ingetrokken was.
[1 § 2. Het maximum recht op terugbetaling voor opleidingkosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming [2 voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter]2 wordt als volgt berekend.
Elke onderneming die een erkenning krijgt in het kader van de dienstencheques in de loop van dit kalenderjaar krijgt een maximum recht op terugbetaling toegekend dat :
- 1.000 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar;
- 750 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar;
- 500 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar;
- 250 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar.
[3 Een erkende onderneming, die de erkenning in het kader van de dienstencheques heeft verkregen in de loop van een van de voorgaande kalenderjaren, kan opleidingskosten terugbetaald krijgen als het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar minstens tweeduizend dienstencheques aan de erkende onderneming uitbetaald heeft voor rekening van het Vlaamse Gewest.]3
Het voor dat kalenderjaar beschikbare budget wordt verminderd met een schatting van de kost bedoeld in het tweede lid, op basis van het aantal erkende ondernemingen in het vorige kalenderjaar [3 ...]3.
Vervolgens wordt het resterende gedeelte van het voor dat kalenderjaar beschikbare budget als volgt verdeeld.
[3 Voor elke erkende onderneming die in het vorige kalenderjaar over een erkenning in het kader van de dienstencheques beschikte en waarvoor het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar minstens tweeduizend dienstencheques heeft uitbetaald voor rekening van het Vlaamse Gewest, wordt de volgende berekening gemaakt :
a x b/c
waarbij :
a = het aan het departement toegekende budget dat voor dat kalenderjaar beschikbaar is voor het opleidingsfonds dienstencheques;
b = het aantal dienstencheques dat het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar aan de erkende onderneming uitbetaald heeft;
c = het totale aantal dienstencheques dat het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar uitbetaald heeft verminderd met het totale aantal dienstencheques dat het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar uitbetaald heeft aan de ondernemingen waarvoor minder dan tweeduizend dienstencheques werden uitbetaald.]3
[3 ...]3
[3 ...]3]1
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, dan wordt bij de aanvraag die dit bedrag overschrijdt de terugbetaling beperkt tot het saldo van dit bedrag.
§ 4. [3 Het uitgiftebedrijf]3 bezorgt de nodige gegevens voor de berekening bedoeld in § 2 aan het Secretariaat opleidingsfonds.
[1 § 2. Het maximum recht op terugbetaling voor opleidingkosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming [2 voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter]2 wordt als volgt berekend.
Elke onderneming die een erkenning krijgt in het kader van de dienstencheques in de loop van dit kalenderjaar krijgt een maximum recht op terugbetaling toegekend dat :
- 1.000 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar;
- 750 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar;
- 500 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar;
- 250 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar.
[3 Een erkende onderneming, die de erkenning in het kader van de dienstencheques heeft verkregen in de loop van een van de voorgaande kalenderjaren, kan opleidingskosten terugbetaald krijgen als het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar minstens tweeduizend dienstencheques aan de erkende onderneming uitbetaald heeft voor rekening van het Vlaamse Gewest.]3
Het voor dat kalenderjaar beschikbare budget wordt verminderd met een schatting van de kost bedoeld in het tweede lid, op basis van het aantal erkende ondernemingen in het vorige kalenderjaar [3 ...]3.
Vervolgens wordt het resterende gedeelte van het voor dat kalenderjaar beschikbare budget als volgt verdeeld.
[3 Voor elke erkende onderneming die in het vorige kalenderjaar over een erkenning in het kader van de dienstencheques beschikte en waarvoor het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar minstens tweeduizend dienstencheques heeft uitbetaald voor rekening van het Vlaamse Gewest, wordt de volgende berekening gemaakt :
a x b/c
waarbij :
a = het aan het departement toegekende budget dat voor dat kalenderjaar beschikbaar is voor het opleidingsfonds dienstencheques;
b = het aantal dienstencheques dat het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar aan de erkende onderneming uitbetaald heeft;
c = het totale aantal dienstencheques dat het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar uitbetaald heeft verminderd met het totale aantal dienstencheques dat het uitgiftebedrijf in het vorige kalenderjaar uitbetaald heeft aan de ondernemingen waarvoor minder dan tweeduizend dienstencheques werden uitbetaald.]3
[3 ...]3
[3 ...]3]1
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, dan wordt bij de aanvraag die dit bedrag overschrijdt de terugbetaling beperkt tot het saldo van dit bedrag.
§ 4. [3 Het uitgiftebedrijf]3 bezorgt de nodige gegevens voor de berekening bedoeld in § 2 aan het Secretariaat opleidingsfonds.
Art. 8 _REGION_FLAMANDE.
§ 1er. Une entreprise agréée peut uniquement obtenir le remboursement des frais de formation consentis pendant une période durant laquelle son agrément, visé au chapitre IIbis de l'arrêté précité de 12 décembre 2001, n'a pas été [2 ...]2 retiré.
§ 2. [1 Le droit maximum au remboursement pour les frais de formation d'une année calendrier déterminée d'une entreprise agréée [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 est calculé comme suit.
Chaque entreprise qui obtient un agrément dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit un droit maximum de remboursement qui est de :
- 1.000 EUR si cet agrément est donné au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- 750 EUR si cet agrément est donné au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- 500 EUR si cet agrément est donné au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- 250 EUR si cet agrément est donné au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier.
[3 Une entreprise agréée qui a obtenu l'agrément dans le cadre des titres-services au cours d'une des années calendaires précédentes, peut obtenir le remboursement de frais de formation si la société émettrice a payé au cours de l'année calendaire précédente au moins deux mille titres-services à l'entreprise agréée à la charge de la Région flamande.]3
Le budget disponible pour cette année calendrier est diminué d'une estimation du coût prévu à l'alinéa 2, sur base du nombre d'entreprises agréées dans l'année calendrier précédente [3 ...]3.
Ensuite, la partie restante du budget disponible pour cette année calendrier est répartie comme suit.
[3 Pour chaque entreprise agréée qui avait un agrément dans le cadre des titres-services dans l'année calendaire précédente et pour laquelle la société émettrice a payé au cours de l'année calendaire précédente au moins deux mille titres-services à la charge de la Région flamande, le calcul suivant est fait :
a x b/c
où :
a = le budget accordé au département, disponible pour cette année calendaire concernant le fonds de formation titres-services ;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendaire précédente ;
c = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendaire précédente, diminué du nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendaire précédente aux entreprises pour lesquelles moins de deux mille titres-services ont été payés.]3
[3 ...]3
[3 ...]3]1
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité au solde de ce montant.
§ 4. [3 La société émettrice]3 fournit au Secrétariat fonds de formation les données nécessaires pour le calcul visé dans le § 2.
§ 1er. Une entreprise agréée peut uniquement obtenir le remboursement des frais de formation consentis pendant une période durant laquelle son agrément, visé au chapitre IIbis de l'arrêté précité de 12 décembre 2001, n'a pas été [2 ...]2 retiré.
§ 2. [1 Le droit maximum au remboursement pour les frais de formation d'une année calendrier déterminée d'une entreprise agréée [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 est calculé comme suit.
Chaque entreprise qui obtient un agrément dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit un droit maximum de remboursement qui est de :
- 1.000 EUR si cet agrément est donné au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- 750 EUR si cet agrément est donné au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- 500 EUR si cet agrément est donné au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- 250 EUR si cet agrément est donné au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier.
[3 Une entreprise agréée qui a obtenu l'agrément dans le cadre des titres-services au cours d'une des années calendaires précédentes, peut obtenir le remboursement de frais de formation si la société émettrice a payé au cours de l'année calendaire précédente au moins deux mille titres-services à l'entreprise agréée à la charge de la Région flamande.]3
Le budget disponible pour cette année calendrier est diminué d'une estimation du coût prévu à l'alinéa 2, sur base du nombre d'entreprises agréées dans l'année calendrier précédente [3 ...]3.
Ensuite, la partie restante du budget disponible pour cette année calendrier est répartie comme suit.
[3 Pour chaque entreprise agréée qui avait un agrément dans le cadre des titres-services dans l'année calendaire précédente et pour laquelle la société émettrice a payé au cours de l'année calendaire précédente au moins deux mille titres-services à la charge de la Région flamande, le calcul suivant est fait :
a x b/c
où :
a = le budget accordé au département, disponible pour cette année calendaire concernant le fonds de formation titres-services ;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendaire précédente ;
c = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendaire précédente, diminué du nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendaire précédente aux entreprises pour lesquelles moins de deux mille titres-services ont été payés.]3
[3 ...]3
[3 ...]3]1
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité au solde de ce montant.
§ 4. [3 La société émettrice]3 fournit au Secrétariat fonds de formation les données nécessaires pour le calcul visé dans le § 2.
Art. 8_WAALS_GEWEST. § 1. Een erkende onderneming kan enkel de terugbetaling bekomen van opleidingskosten gemaakt tijdens een periode waarin haar erkenning, bedoeld in hoofdstuk IIbis van het voornoemde besluit van 12 december 2001, niet [2 ...]2 ingetrokken was.
[1 § 2.[4 Wat betreft de terugbetaling van de in de artikelen 6 en 6ter bedoelde opleidingskosten, wordt het maximumbedrag waarop de in het Waalse Gewest erkende onderneming recht heeft voor een kalenderjaar berekend als volgt:
a x b/c
a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet;
b = het aantal dienstencheques betaald voor rekening van het Waalse Gewest door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming in het vorig kalenderjaar
b = het aantal dienstencheques betaald voor rekening van het Waalse Gewest aan het uitgiftebedrijf in het vorig kalenderjaar.
Elke onderneming die tijdens dat kalenderjaar in het kader van de dienstencheques een erkenning van het Waalse Gewest ontvangt, heeft voor de opleidingskosten van haar werknemers betreffende dit kalenderjaar en voor het geheel van de inrichtingseenheden gelegen in het Waalse Gewest recht op een terugbetaling van hoogstens:
- 1.000 euro indien de erkenning tijdens het eerste kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend;
- 750 euro indien de erkenning tijdens het tweede kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend;
- 500 euro indien de erkenning tijdens het derde kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend;
- 250 euro indien de erkenning tijdens het vierde kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend. ]4
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, dan wordt bij de aanvraag die dit bedrag overschrijdt de terugbetaling beperkt tot het saldo van dit bedrag.
§ 4. [3 ...]3
[4 § 5. Onverminderd het opleggen van een eventuele administratieve geldboete en de terugvordering van de onrechtmatig ontvangen bedragen wordt de erkende onderneming die een terugbetalingsaanvraag voor haar opleidingskosten voor één of meerder werknemers aan de "Forem" richt en die voor dezelfde periode en dezelfde werknemers een gelijke aanvraag voor dezelfde opleiding indient bij de instelling bevoegd voor de terugbetaling van die opleidingskosten in het Vlaamse Gewest of in het Waalse Gewest, het terugbetalingsbedrag bedoeld in dit artikel ontzegd tijdens het jaar volgend op het jaar van de gemotiveerde ontzeggingsbeslissing van de "Forem".]4
[1 § 2.[4 Wat betreft de terugbetaling van de in de artikelen 6 en 6ter bedoelde opleidingskosten, wordt het maximumbedrag waarop de in het Waalse Gewest erkende onderneming recht heeft voor een kalenderjaar berekend als volgt:
a x b/c
a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet;
b = het aantal dienstencheques betaald voor rekening van het Waalse Gewest door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming in het vorig kalenderjaar
b = het aantal dienstencheques betaald voor rekening van het Waalse Gewest aan het uitgiftebedrijf in het vorig kalenderjaar.
Elke onderneming die tijdens dat kalenderjaar in het kader van de dienstencheques een erkenning van het Waalse Gewest ontvangt, heeft voor de opleidingskosten van haar werknemers betreffende dit kalenderjaar en voor het geheel van de inrichtingseenheden gelegen in het Waalse Gewest recht op een terugbetaling van hoogstens:
- 1.000 euro indien de erkenning tijdens het eerste kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend;
- 750 euro indien de erkenning tijdens het tweede kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend;
- 500 euro indien de erkenning tijdens het derde kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend;
- 250 euro indien de erkenning tijdens het vierde kwartaal van dit kalenderjaar wordt toegekend. ]4
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, dan wordt bij de aanvraag die dit bedrag overschrijdt de terugbetaling beperkt tot het saldo van dit bedrag.
§ 4. [3 ...]3
[4 § 5. Onverminderd het opleggen van een eventuele administratieve geldboete en de terugvordering van de onrechtmatig ontvangen bedragen wordt de erkende onderneming die een terugbetalingsaanvraag voor haar opleidingskosten voor één of meerder werknemers aan de "Forem" richt en die voor dezelfde periode en dezelfde werknemers een gelijke aanvraag voor dezelfde opleiding indient bij de instelling bevoegd voor de terugbetaling van die opleidingskosten in het Vlaamse Gewest of in het Waalse Gewest, het terugbetalingsbedrag bedoeld in dit artikel ontzegd tijdens het jaar volgend op het jaar van de gemotiveerde ontzeggingsbeslissing van de "Forem".]4
Art. 8 _REGION_WALLONNE.
§ 1er. Une entreprise agréée peut uniquement obtenir le remboursement des frais de formation consentis pendant une période durant laquelle son agrément, visé au chapitre IIbis de l'arrêté précité de 12 décembre 2001, n'a pas été [2 ...]2 retiré.
§ 2. [4 En ce qui concerne le remboursement des frais de formation prévu aux articles 6 et 6ter, le montant maximum auquel l'entreprise agréée en Région wallonne a droit pour une année calendrier est calculé sur la base de la formule suivante :
a x b/c
a = le budget, disponible pour cette année calendrier, concernant le fonds de formation titres-services, tel que visé à l'article 9bis, § 2, de la loi;
b = le nombre total des titres-services remboursés à l'entreprise agréée, pour le compte de la Région wallonne, par la société émettrice, durant l'année calendrier précédente;
c = le nombre total des titres-services remboursés par la société émettrice, durant l'année calendrier précédente, pour le compte de la Région wallonne.
Chaque entreprise qui obtient, au cours d'une année calendrier, un agrément de la Région wallonne dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit pour les frais de formation de ses travailleurs afférents à cette année calendrier, et pour l'ensemble des unités d'établissement situées en Région wallonne, un droit au remboursement qui s'élève au maximum à :
- 1.000 euros si l'agrément est octroyé au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- 750 euros si l'agrément est octroyé au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- 500 euros si l'agrément est octroyé au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- 250 euros si l'agrément est octroyé au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier. ]4
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité au solde de ce montant.
§ 4. [3 ...]3
[4 §5 Sans préjudice de l'imposition d'une éventuelle amende administrative et du recouvrement des montants perçus indûment, l'entreprise agréée qui adresse au Forem une demande de remboursement de ses frais de formation, pour un ou plusieurs travailleurs, et qui introduit une demande identique, concernant la même formation, pour la même période et les mêmes travailleurs, auprès de l'organe compétent pour le remboursement de ces frais de formation en Région flamande ou en Région de Bruxelles-Capitale est privée du montant de remboursement prévu au présent article pendant l'année qui suit l'année de la décision motivée de privation adoptée par le Forem. ]4
§ 1er. Une entreprise agréée peut uniquement obtenir le remboursement des frais de formation consentis pendant une période durant laquelle son agrément, visé au chapitre IIbis de l'arrêté précité de 12 décembre 2001, n'a pas été [2 ...]2 retiré.
§ 2. [4 En ce qui concerne le remboursement des frais de formation prévu aux articles 6 et 6ter, le montant maximum auquel l'entreprise agréée en Région wallonne a droit pour une année calendrier est calculé sur la base de la formule suivante :
a x b/c
a = le budget, disponible pour cette année calendrier, concernant le fonds de formation titres-services, tel que visé à l'article 9bis, § 2, de la loi;
b = le nombre total des titres-services remboursés à l'entreprise agréée, pour le compte de la Région wallonne, par la société émettrice, durant l'année calendrier précédente;
c = le nombre total des titres-services remboursés par la société émettrice, durant l'année calendrier précédente, pour le compte de la Région wallonne.
Chaque entreprise qui obtient, au cours d'une année calendrier, un agrément de la Région wallonne dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit pour les frais de formation de ses travailleurs afférents à cette année calendrier, et pour l'ensemble des unités d'établissement situées en Région wallonne, un droit au remboursement qui s'élève au maximum à :
- 1.000 euros si l'agrément est octroyé au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- 750 euros si l'agrément est octroyé au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- 500 euros si l'agrément est octroyé au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- 250 euros si l'agrément est octroyé au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier. ]4
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité au solde de ce montant.
§ 4. [3 ...]3
[4 §5 Sans préjudice de l'imposition d'une éventuelle amende administrative et du recouvrement des montants perçus indûment, l'entreprise agréée qui adresse au Forem une demande de remboursement de ses frais de formation, pour un ou plusieurs travailleurs, et qui introduit une demande identique, concernant la même formation, pour la même période et les mêmes travailleurs, auprès de l'organe compétent pour le remboursement de ces frais de formation en Région flamande ou en Région de Bruxelles-Capitale est privée du montant de remboursement prévu au présent article pendant l'année qui suit l'année de la décision motivée de privation adoptée par le Forem. ]4
Art. 8_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Een erkende onderneming kan enkel de terugbetaling verkrijgen van opleidingskosten gemaakt tijdens een periode waarin haar erkenning, bedoeld in hoofdstuk IIbis van het voornoemde koninklijk besluit van 12 december 2001, niet ingetrokken was, en op voorwaarde dat ze kan aantonen dat ze ten minste 2000 dienstencheques heeft ingediend bij het bevoegde uitgiftebedrijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende het kalenderjaar dat voorafging aan het kalenderjaar van de berekening van haar budget. Als dat niet het geval is, zal het erkende bedrijf van het bestuur geen enkel budget ontvangen.
[2 De kennisgeving, door het bestuur, van de aan de erkende ondernemingen toegekende budgetten vindt uitsluitend via elektronische weg plaats.]2
§ 2. Het maximale recht op terugbetaling voor de opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming, dat in het voorgaande kalenderjaar over een erkenning beschikte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor een terugbetaling zoals bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter wordt als volgt berekend:
a x b/c
a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget voor het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet. De bedragen die niet werden toegekend aan de erkende bedrijven die het minimaal aantal vereiste dienstencheques niet hebben ingediend, worden opgenomen in het beschikbare budget;
b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques in het vorige kalenderjaar;
c = het totale aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorige kalenderjaar, waarvan het totale aantal dienstencheques wordt afgetrokken dat is ingediend door de erkende bedrijven die niet het minimale aantal vereiste dienstencheques hebben bereikt.
Elke onderneming die in de loop van dit kalenderjaar en in het kader van de dienstencheques in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een erkenning krijgt, ontvangt een maximaal recht op terugbetaling, dat:
- [3 1.250]3 EUR bedraagt als deze erkenning wordt toegekend in de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar;
- [3 1.000]3 EUR bedraagt als deze erkenning wordt toegekend in de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar;
- [3 750]3 EUR bedraagt als deze erkenning wordt toegekend in de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar;
- [3 500]3 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar.
Dit maximale recht op terugbetaling wordt toegekend aan een onderneming die erkend is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, wordt de terugbetaling tot dit bedrag beperkt voor de aanvraag die de overschrijding veroorzaakt.
§ 4. Onverminderd de verplichting om zijn personeel te vormen, het opleggen van een eventuele administratieve boete en de terugvordering van de ten onrechte ontvangen bedragen, wordt het erkende bedrijf dat een aanvraag voor een terugbetaling van de opleidingskosten voor een of meer werknemers indient bij het in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegde Secretariaat opleidingsfonds, tijdens het jaar dat volgt op de gemotiveerde inhoudingsbeslissing van het bestuur uitgesloten van het budget waarin dit artikel voorziet, als het een identieke aanvraag betreffende dezelfde opleiding, dezelfde periode en dezelfde werknemers indient bij het orgaan dat bevoegd is voor de terugbetaling van deze opleidingskosten in het Vlaams en/of Waals Gewest, en/of op sectorniveau.]1
[2 De kennisgeving, door het bestuur, van de aan de erkende ondernemingen toegekende budgetten vindt uitsluitend via elektronische weg plaats.]2
§ 2. Het maximale recht op terugbetaling voor de opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor een erkende onderneming, dat in het voorgaande kalenderjaar over een erkenning beschikte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor een terugbetaling zoals bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter wordt als volgt berekend:
a x b/c
a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget voor het opleidingsfonds dienstencheques, bedoeld in artikel 9bis, § 2, van de wet. De bedragen die niet werden toegekend aan de erkende bedrijven die het minimaal aantal vereiste dienstencheques niet hebben ingediend, worden opgenomen in het beschikbare budget;
b = het aantal door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming betaalde dienstencheques in het vorige kalenderjaar;
c = het totale aantal door het uitgiftebedrijf betaalde dienstencheques in het vorige kalenderjaar, waarvan het totale aantal dienstencheques wordt afgetrokken dat is ingediend door de erkende bedrijven die niet het minimale aantal vereiste dienstencheques hebben bereikt.
Elke onderneming die in de loop van dit kalenderjaar en in het kader van de dienstencheques in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een erkenning krijgt, ontvangt een maximaal recht op terugbetaling, dat:
- [3 1.250]3 EUR bedraagt als deze erkenning wordt toegekend in de loop van het eerste kwartaal van dit kalenderjaar;
- [3 1.000]3 EUR bedraagt als deze erkenning wordt toegekend in de loop van het tweede kwartaal van dit kalenderjaar;
- [3 750]3 EUR bedraagt als deze erkenning wordt toegekend in de loop van het derde kwartaal van dit kalenderjaar;
- [3 500]3 EUR bedraagt indien deze erkenning wordt toegekend in de loop van het vierde kwartaal van dit kalenderjaar.
Dit maximale recht op terugbetaling wordt toegekend aan een onderneming die erkend is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 3. Als de door een erkende onderneming ingediende aanvragen voor een bepaald kalenderjaar het bedrag bedoeld in § 2 overschrijden, wordt de terugbetaling tot dit bedrag beperkt voor de aanvraag die de overschrijding veroorzaakt.
§ 4. Onverminderd de verplichting om zijn personeel te vormen, het opleggen van een eventuele administratieve boete en de terugvordering van de ten onrechte ontvangen bedragen, wordt het erkende bedrijf dat een aanvraag voor een terugbetaling van de opleidingskosten voor een of meer werknemers indient bij het in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegde Secretariaat opleidingsfonds, tijdens het jaar dat volgt op de gemotiveerde inhoudingsbeslissing van het bestuur uitgesloten van het budget waarin dit artikel voorziet, als het een identieke aanvraag betreffende dezelfde opleiding, dezelfde periode en dezelfde werknemers indient bij het orgaan dat bevoegd is voor de terugbetaling van deze opleidingskosten in het Vlaams en/of Waals Gewest, en/of op sectorniveau.]1
Art. 8 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.[1 § 1er. Une entreprise agréée peut uniquement obtenir le remboursement des frais de formation consentis pendant une période durant laquelle son agrément, visé au chapitre IIbis de l'arrêté royal précité de 12 décembre 2001, n'a pas été retiré, et à condition qu'elle justifie avoir rentré au moins 2000 titres-services auprès de la société émettrice compétente en Région de Bruxelles-Capitale au cours de l'année calendrier qui précède celle du calcul de son budget. Si tel n'est pas le cas, l'entreprise agréée ne se verra attribuer aucun budget par l'administration.
[2 La notification, par l'administration, des budgets attribués aux entreprises agréées a lieu exclusivement par voie électronique.]2
§ 2. Le droit maximum au remboursement pour les frais de formation d'une année calendrier déterminée d'une entreprise agréée, disposant d'un agrément en Région de Bruxelles-Capitale dans l'année calendrier précédente, pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter est calculé comme suit :
a x b/c
a = le budget disponible pour cette année calendrier pour le fonds de formation titres-services, visé à l'article 9bis, § 2, de la loi. Les montants non attribués aux entreprises agréées qui n'ont pas rentré le nombre minimal de titres-services requis sont comptabilisés dans le budget disponible;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendrier précédente;
c = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendrier précédente, duquel est retiré le nombre total des titres-services rentrés par les entreprises agréées qui n'ont pas atteint le nombre minimal de titres-services requis.
Chaque entreprise qui obtient un agrément en Région de Bruxelles-capitale dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit un droit maximum de remboursement qui est de :
- [3 1250]3 EUR si cet agrément est donné au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- [3 1000]3 EUR si cet agrément est donné au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- [3 750]3 EUR si cet agrément est donné au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- [3 500]3 EUR si cet agrément est donné au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier.
Ce droit maximum de remboursement est octroyé à l'entreprise agréée en Région de Bruxelles-Capitale.
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité à ce montant.
§ 4. Sans préjudice de l'obligation de former son personnel, de l'imposition d'une éventuelle amende administrative et du recouvrement des montants perçus indûment, l'entreprise agréée qui adresse une demande de remboursement de ses frais de formation pour un ou plusieurs travailleurs auprès du Secrétariat fonds de formation compétent en Région de Bruxelles-Capitale, et qui introduit une demande identique concernant la même formation, pour la même période, et les mêmes travailleurs, auprès de l'organe compétent pour le remboursement de ces frais de formation en Région Flamande et/ou en Région Wallonne et/ou au niveau sectoriel est privée du budget prévu au présent article pendant l'année qui suit l'année de la décision motivée de privation adoptée par l'administration.]1
[2 La notification, par l'administration, des budgets attribués aux entreprises agréées a lieu exclusivement par voie électronique.]2
§ 2. Le droit maximum au remboursement pour les frais de formation d'une année calendrier déterminée d'une entreprise agréée, disposant d'un agrément en Région de Bruxelles-Capitale dans l'année calendrier précédente, pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter est calculé comme suit :
a x b/c
a = le budget disponible pour cette année calendrier pour le fonds de formation titres-services, visé à l'article 9bis, § 2, de la loi. Les montants non attribués aux entreprises agréées qui n'ont pas rentré le nombre minimal de titres-services requis sont comptabilisés dans le budget disponible;
b = le nombre des titres-services payés par la société émettrice à l'entreprise agréée dans l'année calendrier précédente;
c = le nombre total des titres-services payés par la société émettrice dans l'année calendrier précédente, duquel est retiré le nombre total des titres-services rentrés par les entreprises agréées qui n'ont pas atteint le nombre minimal de titres-services requis.
Chaque entreprise qui obtient un agrément en Région de Bruxelles-capitale dans le cadre des titres-services au cours de cette année calendrier reçoit un droit maximum de remboursement qui est de :
- [3 1250]3 EUR si cet agrément est donné au cours du premier trimestre de cette année calendrier;
- [3 1000]3 EUR si cet agrément est donné au cours du deuxième trimestre de cette année calendrier;
- [3 750]3 EUR si cet agrément est donné au cours du troisième trimestre de cette année calendrier;
- [3 500]3 EUR si cet agrément est donné au cours du quatrième trimestre de cette année calendrier.
Ce droit maximum de remboursement est octroyé à l'entreprise agréée en Région de Bruxelles-Capitale.
§ 3. Si les demandes introduites par l'entreprise agréée pour une année civile dépassent le montant prévu au § 2, alors, pour la demande qui dépasse ce montant, le remboursement est limité à ce montant.
§ 4. Sans préjudice de l'obligation de former son personnel, de l'imposition d'une éventuelle amende administrative et du recouvrement des montants perçus indûment, l'entreprise agréée qui adresse une demande de remboursement de ses frais de formation pour un ou plusieurs travailleurs auprès du Secrétariat fonds de formation compétent en Région de Bruxelles-Capitale, et qui introduit une demande identique concernant la même formation, pour la même période, et les mêmes travailleurs, auprès de l'organe compétent pour le remboursement de ces frais de formation en Région Flamande et/ou en Région Wallonne et/ou au niveau sectoriel est privée du budget prévu au présent article pendant l'année qui suit l'année de la décision motivée de privation adoptée par l'administration.]1
Art. 9. [1 Na verificatie van de aanvraag bedoeld in [2 artikel 6, artikel 6ter of artikel 6quater]2 en na verificatie of het maximum recht op terugbetaling voor opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor de erkende onderneming niet is overschreden [2 voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter]2 , bezorgt het Secretariaat opleidingsfonds de gegevens van de erkende onderneming aan de RVA, die binnen de maand overgaat tot de terugbetaling aan de erkende onderneming voor zover het globaal aan de RVA toegekende budget inzake het opleidingsfonds dienstencheques voor het desbetreffende kalenderjaar niet is overschreden.]1
Art. 9. [1 Après vérification de la demande visée [2 à l'article 6, à l'article 6ter ou à l'article 6quater]2 et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 , le Secrétariat fonds de formation fournit les données de l'entreprise agréée à l'ONEm, qui procède dans le mois au remboursement à l'entreprise agréée, pour autant que le budget global concernant le fonds de formation titres-services attribué à l'ONEm pour l'année calendrier concernée n'est pas dépassé.]1
Art. 9_VLAAMS_GEWEST. [1 Na verificatie van de aanvraag bedoeld in [2 artikel 6, [3 of artikel 6ter]3]2 en na verificatie of het maximum recht op terugbetaling voor opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor de erkende onderneming niet is overschreden [2 voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter]2 , [4 gaat het departement binnen de maand over]4 tot de terugbetaling aan de erkende onderneming voor zover het globaal aan [3 het departement]3 toegekende budget inzake het opleidingsfonds dienstencheques voor het desbetreffende kalenderjaar niet is overschreden.]1
Art. 9 _REGION_FLAMANDE.
[1 Après vérification de la demande visée [2 à l'article 6[3 ou à l'article 6ter]3]2 et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 , [4 le département procède dans le mois]4 au remboursement à l'entreprise agréée, pour autant que le budget global concernant le fonds de formation titres-services attribué à l'ONEm pour l'année calendrier concernée n'est pas dépassé.]1
[1 Après vérification de la demande visée [2 à l'article 6[3 ou à l'article 6ter]3]2 et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé [2 pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter]2 , [4 le département procède dans le mois]4 au remboursement à l'entreprise agréée, pour autant que le budget global concernant le fonds de formation titres-services attribué à l'ONEm pour l'année calendrier concernée n'est pas dépassé.]1
Art. 9_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Na verificatie van de aanvraag bedoeld in artikel 6, artikel 6ter of artikel 6quater en na verificatie of het maximum recht op terugbetaling voor opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor de erkende onderneming niet is overschreden voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter, gaat het Secretariaat opleidingsfonds [2 voor zover het globale budget met betrekking tot het Opleidingsfonds dienstencheques voor het kalenderjaar niet overschreden is]2 over tot de terugbetaling aan de erkende onderneming.]1
Art. 9 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Après vérification de la demande visée à l'article 6, à l'article 6ter ou à l'article 6quater et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter, le Secrétariat fonds de formation procède au remboursement à l'entreprise agréée, [2 pour autant que le budget global concernant le Fonds de formation titres-services pour l'année calendrier ne soit pas dépassé]2.]1
[1 Après vérification de la demande visée à l'article 6, à l'article 6ter ou à l'article 6quater et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter, le Secrétariat fonds de formation procède au remboursement à l'entreprise agréée, [2 pour autant que le budget global concernant le Fonds de formation titres-services pour l'année calendrier ne soit pas dépassé]2.]1
Art. 9_WAALS_GEWEST. [2 § 1.]2 [1 Na verificatie van de aanvraag bedoeld in artikel 6, artikel 6ter of artikel 6quater en na verificatie of het maximum recht op terugbetaling voor opleidingskosten van een bepaald kalenderjaar voor de erkende onderneming niet is overschreden voor een terugbetaling bedoeld in artikel 6 of artikel 6ter gaat FOREm binnen de maand overgaat tot de terugbetaling aan de erkende onderneming [2 ...]2.]1
[2 § 2. In geval van onvoldoende begrotingskredieten wordt voorrang gegeven aan aanvragen die op grond van artikel 6 of 6ter en vervolgens aan aanvragen die op grond van artikel 6quater ingediend worden.
Onder de aanvragen die op grond van eenzelfde artikel ingediend worden, wordt voorrang gegeven aan de dossiers in de chronologische volgorde waarin zij bij de FOREm ingediend zijn.]2
[2 § 2. In geval van onvoldoende begrotingskredieten wordt voorrang gegeven aan aanvragen die op grond van artikel 6 of 6ter en vervolgens aan aanvragen die op grond van artikel 6quater ingediend worden.
Onder de aanvragen die op grond van eenzelfde artikel ingediend worden, wordt voorrang gegeven aan de dossiers in de chronologische volgorde waarin zij bij de FOREm ingediend zijn.]2
Art. 9 _REGION_WALLONNE.
[2 § 1er.]2 [1 Après vérification de la demande visée à l'article 6, à l'article 6ter ou à l'article 6quater, et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter, le FOREm rembourse dans le mois l'entreprise agréée [2 ...]2.]1
[2 § 2. En cas d'insuffisance des crédits budgétaires, la priorité est donnée aux demandes introduites sur base des articles 6 ou 6ter, puis aux demandes introduites sur base de l'article 6quater.
Entre les demandes introduites sur base d'un même article, la priorité est donnée aux dossiers dans l'ordre chronologique de leur introduction auprès du FOREm.]2
[2 § 1er.]2 [1 Après vérification de la demande visée à l'article 6, à l'article 6ter ou à l'article 6quater, et après vérification que le droit maximum de remboursement des frais de formation d'une année calendrier déterminée n'est pas dépassé pour un remboursement prévu à l'article 6 ou à l'article 6ter, le FOREm rembourse dans le mois l'entreprise agréée [2 ...]2.]1
[2 § 2. En cas d'insuffisance des crédits budgétaires, la priorité est donnée aux demandes introduites sur base des articles 6 ou 6ter, puis aux demandes introduites sur base de l'article 6quater.
Entre les demandes introduites sur base d'un même article, la priorité est donnée aux dossiers dans l'ordre chronologique de leur introduction auprès du FOREm.]2
Art. 9bis_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 § 1. Als de erkende onderneming de resterende verhoging wil genieten, die overeenstemt met 2% van 27% van de som van de aanschafprijs van de dienstencheque en de daaraan gekoppelde tegemoetkoming, bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, bezorgt ze [2 uitsluitend via elektronische weg]2 een vormingsplan aangepast aan de behoeften van de personeelsleden die dienstenchequewerknemers zijn aan het Secretariaat opleidingsfonds.
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt [2 via elektronische weg]2 de ontvangst van dit plan en bezorgt het ter goedkeuring aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 3. Binnen de twee maanden nadat ze het dossier ontvangt, spreekt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques er zich over uit. Het Secretariaat opleidingsfonds deelt de beslissing van de Commissie [2 via elektronische weg]2 mee aan de administratie.
§ 4. Als de Commissie op 31 december van het jaar waarin de erkende onderneming het plan heeft ingediend, geen beslissing heeft genomen, is het goedgekeurd.]1
[2 § 5. Wanneer de geldigheid van het opleidingsplan zoals bedoeld in paragraaf 1 is verstreken of wanneer de erkende onderneming het opleidingsplan heeft uitgevoerd en deze erkende onderneming een nieuw opleidingsplan indient, voegt de onderneming bij dit opleidingsplan een zelfevaluatie betreffende elk jaar van het vorige opleidingsplan, met vermelding van:
1° de redenen waarom zij beschouwt, of niet, haar opleidingsverplichtingen in acht te hebben genomen en het opleidingsplan te hebben uitgevoerd zoals het aanvankelijk was opgesteld;
2° het aantal werknemers die tijdens het betrokken jaar werden aangeworven en die de opleidingen hebben kunnen volgen waarin het plan voorziet, het aantal werknemers met een anciënniteit van meer dan 6 maanden binnen de erkende onderneming evenals het aantal voltijds equivalenten voor elk jaar waarop het opleidingsplan betrekking heeft;
3° de volgende elementen:
- De titel van de opleiding,
- Het aantal opleidingsuren,
- In voorkomend geval, het goedkeuringsnummer van de opleiding,
- De datum van de opleiding,
- Het aantal werknemers aanwezig op iedere opleiding,
- Het feit of een ander fonds al dan niet een toelage toekent.]2
§ 2. Het Secretariaat opleidingsfonds bevestigt [2 via elektronische weg]2 de ontvangst van dit plan en bezorgt het ter goedkeuring aan de Commissie opleidingsfonds dienstencheques.
§ 3. Binnen de twee maanden nadat ze het dossier ontvangt, spreekt de Commissie opleidingsfonds dienstencheques er zich over uit. Het Secretariaat opleidingsfonds deelt de beslissing van de Commissie [2 via elektronische weg]2 mee aan de administratie.
§ 4. Als de Commissie op 31 december van het jaar waarin de erkende onderneming het plan heeft ingediend, geen beslissing heeft genomen, is het goedgekeurd.]1
[2 § 5. Wanneer de geldigheid van het opleidingsplan zoals bedoeld in paragraaf 1 is verstreken of wanneer de erkende onderneming het opleidingsplan heeft uitgevoerd en deze erkende onderneming een nieuw opleidingsplan indient, voegt de onderneming bij dit opleidingsplan een zelfevaluatie betreffende elk jaar van het vorige opleidingsplan, met vermelding van:
1° de redenen waarom zij beschouwt, of niet, haar opleidingsverplichtingen in acht te hebben genomen en het opleidingsplan te hebben uitgevoerd zoals het aanvankelijk was opgesteld;
2° het aantal werknemers die tijdens het betrokken jaar werden aangeworven en die de opleidingen hebben kunnen volgen waarin het plan voorziet, het aantal werknemers met een anciënniteit van meer dan 6 maanden binnen de erkende onderneming evenals het aantal voltijds equivalenten voor elk jaar waarop het opleidingsplan betrekking heeft;
3° de volgende elementen:
- De titel van de opleiding,
- Het aantal opleidingsuren,
- In voorkomend geval, het goedkeuringsnummer van de opleiding,
- De datum van de opleiding,
- Het aantal werknemers aanwezig op iedere opleiding,
- Het feit of een ander fonds al dan niet een toelage toekent.]2
Art. 9bis _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 § 1er. Lorsque l'entreprise agréée entend bénéficier de l'augmentation résiduelle correspondant à 2 % de 27 % de la somme du prix de l'acquisition du titre-service et l'intervention qui y est liée visée à l'article 8, § 1er, alinéa 3 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, elle transmet [2 exclusivement par voie électronique]2 un plan de formation adapté aux besoins du personnel renseigné comme travailleurs en titres-services au Secrétariat fonds de formation.
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse réception [2 par voie électronique]2 de ce plan et le transmet pour approbation à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 3. Dans les deux mois de la réception du dossier, la Commission fonds de formation titres-services se prononce. Le Secrétariat fonds de formation communique [2 par voie électronique]2 la décision de la Commission à l'administration.
§ 4. En cas d'absence de décision de la Commission à la date du 31 décembre de l'année où le plan a été introduit par l'entreprise agréée, celui-ci est réputé approuvé.]1
[2 § 5. Lorsque la validité du plan de formation mentionné au paragraphe 1er a expiré, ou lorsque le plan de formation a été exécuté par l'entreprise agréée, et que cette entreprise agréée introduit un nouveau plan de formation, l'entreprise joint à ce plan de formation une auto-évaluation portant sur chacune des années du précédent plan de formation, laquelle mentionne :
1° les raisons pour lesquelles celle-ci estime, avoir, ou non, respecté ses obligations de formation et exécuté le plan de formation initialement prévu ;
2° le nombre de travailleurs engagés au cours de l'année concernée qui ont pu bénéficier des formations prévues dans le plan, le nombre de travailleurs disposant d'une ancienneté de plus de 6 mois au sein de l'entreprise agréée, et le nombre d'équivalents temps plein pour chaque année couverte par le plan de formation ;
3° les éléments suivants :
- L'intitulé de la formation,
- Le nombre d'heures de formation,
- Le cas échéant, le numéro d'approbation de la formation,
- La date de la formation,
- Le nombre de travailleurs présents à chacune des formations.
- S'il y a ou pas subsidiation par un autre fonds.]2
[1 § 1er. Lorsque l'entreprise agréée entend bénéficier de l'augmentation résiduelle correspondant à 2 % de 27 % de la somme du prix de l'acquisition du titre-service et l'intervention qui y est liée visée à l'article 8, § 1er, alinéa 3 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, elle transmet [2 exclusivement par voie électronique]2 un plan de formation adapté aux besoins du personnel renseigné comme travailleurs en titres-services au Secrétariat fonds de formation.
§ 2. Le Secrétariat fonds de formation accuse réception [2 par voie électronique]2 de ce plan et le transmet pour approbation à la Commission fonds de formation titres-services.
§ 3. Dans les deux mois de la réception du dossier, la Commission fonds de formation titres-services se prononce. Le Secrétariat fonds de formation communique [2 par voie électronique]2 la décision de la Commission à l'administration.
§ 4. En cas d'absence de décision de la Commission à la date du 31 décembre de l'année où le plan a été introduit par l'entreprise agréée, celui-ci est réputé approuvé.]1
[2 § 5. Lorsque la validité du plan de formation mentionné au paragraphe 1er a expiré, ou lorsque le plan de formation a été exécuté par l'entreprise agréée, et que cette entreprise agréée introduit un nouveau plan de formation, l'entreprise joint à ce plan de formation une auto-évaluation portant sur chacune des années du précédent plan de formation, laquelle mentionne :
1° les raisons pour lesquelles celle-ci estime, avoir, ou non, respecté ses obligations de formation et exécuté le plan de formation initialement prévu ;
2° le nombre de travailleurs engagés au cours de l'année concernée qui ont pu bénéficier des formations prévues dans le plan, le nombre de travailleurs disposant d'une ancienneté de plus de 6 mois au sein de l'entreprise agréée, et le nombre d'équivalents temps plein pour chaque année couverte par le plan de formation ;
3° les éléments suivants :
- L'intitulé de la formation,
- Le nombre d'heures de formation,
- Le cas échéant, le numéro d'approbation de la formation,
- La date de la formation,
- Le nombre de travailleurs présents à chacune des formations.
- S'il y a ou pas subsidiation par un autre fonds.]2
Art. 10. Jaarlijks zal er door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques een evaluatie gemaakt worden van het opleidingsfonds dienstencheques, inzonderheid wat betreft de werking en de modaliteiten ervan en de opleidingen die wel of niet goedgekeurd worden. Deze evaluatie zal bezorgd worden aan de Ministerraad.
Art. 10. Une évaluation du fonds de formation sera faite annuellement par la Commission fonds de formation titres-services, notamment en ce qui concerne son fonctionnement et ses modalités et les formations qui ont été ou non approuvées. Cette évaluation sera procurée au Conseil des Ministres.
Art. 10_WAALS_GEWEST. [1 De administratie, wat betreft de al dan niet goedgekeurde opleidingen, en FOREm, wat betreft het opleidingsfonds dienstencheques, stellen jaarlijks een evaluatieverslag op dat ze aan de Minister en [2 aan de CESE Wallonië]2 mededelen. ]1
Art. 10 _REGION_WALLONNE.
[1 L'Administration, en ce qui concerne les formations qui ont été approuvées ou non, et le FOREm, en ce qui concerne la gestion du Fonds de formation titres-services, élaborent annuellement un rapport d'évaluation qu'ils communiquent au Ministre et au [2 CESE Wallonie]2.]1
[1 L'Administration, en ce qui concerne les formations qui ont été approuvées ou non, et le FOREm, en ce qui concerne la gestion du Fonds de formation titres-services, élaborent annuellement un rapport d'évaluation qu'ils communiquent au Ministre et au [2 CESE Wallonie]2.]1
Art. 10_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. Jaarlijks zal er door de Commissie opleidingsfonds dienstencheques een evaluatie gemaakt worden van het opleidingsfonds dienstencheques, inzonderheid wat betreft de werking en de modaliteiten ervan en de opleidingen die wel of niet goedgekeurd worden. Deze evaluatie zal bezorgd worden aan de [1 Minister]1.
Art. 10 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
Une évaluation du fonds de formation sera faite annuellement par la Commission fonds de formation titres-services, notamment en ce qui concerne son fonctionnement et ses modalités et les formations qui ont été ou non approuvées. Cette évaluation sera procurée au [1 Ministre]1.
Une évaluation du fonds de formation sera faite annuellement par la Commission fonds de formation titres-services, notamment en ce qui concerne son fonctionnement et ses modalités et les formations qui ont été ou non approuvées. Cette évaluation sera procurée au [1 Ministre]1.
Art. 10bis. [1 De erkende onderneming verbindt er zich toe de bepalingen van dit besluit eerlijk na te leven.]1
Art. 10bis. [1 L'entreprise agréée s'engage à respecter de bonne foi les dispositions du présent arrêté.]1
Art. 10ter_WAALS_GEWEST. [1 De in dit besluit bedoelde termijnen zijn volle dagen. De dag van de akte die de aanvang van de termijn uitmaakt, is niet inbegrepen. De vervaldag wordt meegerekend in de termijn. Indien die dag evenwel een zater-, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstkomende werkdag.
In afwijking van het beginsel verwoord in vorig lid worden de termijnen bepaald in dit besluit opgeschort tijdens de maanden juli en augustus.]1
In afwijking van het beginsel verwoord in vorig lid worden de termijnen bepaald in dit besluit opgeschort tijdens de maanden juli en augustus.]1
Art. 10ter _REGION_WALLONNE.
[1 Les délais prévus par le présent arrêté sont des jours francs. Le jour de l'acte qui est le point de départ du délai n'y est pas compris. Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
Par dérogation au principe énoncé à l'alinéa premier, les délais prévus par le présent arrêté sont suspendus pendant les mois de juillet et d'août.]1
[1 Les délais prévus par le présent arrêté sont des jours francs. Le jour de l'acte qui est le point de départ du délai n'y est pas compris. Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
Par dérogation au principe énoncé à l'alinéa premier, les délais prévus par le présent arrêté sont suspendus pendant les mois de juillet et d'août.]1
Art. 10ter_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 De in dit besluit bedoelde termijnen zijn kalenderdagen. De dag van de handeling die de aanvang van de termijn vormt, is niet inbegrepen. De vervaldag wordt in de termijn meegerekend. Als de vervaldag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstkomende werkdag.]1
Art. 10ter _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Les délais prévus par le présent arrêté sont des jours de calendrier. Le jour de l'acte qui est le point de départ du délai n'y est pas compris. Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.]1
[1 Les délais prévus par le présent arrêté sont des jours de calendrier. Le jour de l'acte qui est le point de départ du délai n'y est pas compris. Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.]1
Art. 10quater_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Bij afwijking van de artikelen 5, § 4, lid 5 en 6bis, § 4, lid 7, is de geldigheidsduur van 5 jaar van de goedkeuringsbeslissing niet van toepassing op volgende gevallen:
1° de opleidingen die zijn goedgekeurd op verzoek van erkende ondernemingen die hun erkenning als dienstenchequebedrijf hebben verloren, vervallen op de datum van verlies van de erkenning;
2° de opleidingen die zijn goedgekeurd door de commissie opleidingsfonds dienstencheques die is opgericht bij de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, moeten vóór 31 december 2022 het voorwerp zijn van een aanvraag tot hernieuwing van deze goedkeuring.
Bij gebreke vervallen ze op voornoemde datum.
3° de opleidingen die vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 oktober 2021 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques zijn goedgekeurd door de commissie opleidingsfonds dienstencheques die is opgericht bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moeten vóór 31 december 2023 het voorwerp zijn van een beslissing tot hernieuwing van deze goedkeuring.
Bij gebreke vervallen ze op voornoemde datum.]1
1° de opleidingen die zijn goedgekeurd op verzoek van erkende ondernemingen die hun erkenning als dienstenchequebedrijf hebben verloren, vervallen op de datum van verlies van de erkenning;
2° de opleidingen die zijn goedgekeurd door de commissie opleidingsfonds dienstencheques die is opgericht bij de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, moeten vóór 31 december 2022 het voorwerp zijn van een aanvraag tot hernieuwing van deze goedkeuring.
Bij gebreke vervallen ze op voornoemde datum.
3° de opleidingen die vóór de inwerkingtreding van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 oktober 2021 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques zijn goedgekeurd door de commissie opleidingsfonds dienstencheques die is opgericht bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moeten vóór 31 december 2023 het voorwerp zijn van een beslissing tot hernieuwing van deze goedkeuring.
Bij gebreke vervallen ze op voornoemde datum.]1
Art. 10quater _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
[1 Par dérogation aux articles 5, § 4, alinéa 5 et 6bis, § 4, alinéa 7, la durée de validité de la décision d'approbation de 5 ans n'est pas d'application dans les cas suivants :
1° les formations qui ont été approuvées à la demande d'entreprises agréées qui ont perdu leurs agréments en titres-services viennent à échéance à la date de la perte de l'agrément ;
2° les formations qui ont été approuvées par la commission fonds de formation titres-services instituée auprès du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale devront faire l'objet d'une demande de renouvellement de cette approbation avant le 31 décembre 2022.
A défaut, elles viennent à échéance à cette date.
3° les formations qui ont été approuvées par la commission fonds de formation titres-services instituée auprès de la Région de Bruxelles-Capitale, avant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 octobre 2021 modifiant l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, devront faire l'objet d'une décision de renouvellement de cette approbation avant le 31 décembre 2023.
A défaut, elles viennent à échéance à cette date.]1
[1 Par dérogation aux articles 5, § 4, alinéa 5 et 6bis, § 4, alinéa 7, la durée de validité de la décision d'approbation de 5 ans n'est pas d'application dans les cas suivants :
1° les formations qui ont été approuvées à la demande d'entreprises agréées qui ont perdu leurs agréments en titres-services viennent à échéance à la date de la perte de l'agrément ;
2° les formations qui ont été approuvées par la commission fonds de formation titres-services instituée auprès du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale devront faire l'objet d'une demande de renouvellement de cette approbation avant le 31 décembre 2022.
A défaut, elles viennent à échéance à cette date.
3° les formations qui ont été approuvées par la commission fonds de formation titres-services instituée auprès de la Région de Bruxelles-Capitale, avant l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 octobre 2021 modifiant l'arrêté royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, devront faire l'objet d'une décision de renouvellement de cette approbation avant le 31 décembre 2023.
A défaut, elles viennent à échéance à cette date.]1
Art. 10quater _WAALSE_GEWEST.
[1 In afwijking van artikel 6bis, § 6, lid 2, blijven de opleidingen die vóór 1 januari 2010 goedgekeurd zijn geldig tot 1 januari 2020.]1
[1 In afwijking van artikel 6bis, § 6, lid 2, blijven de opleidingen die vóór 1 januari 2010 goedgekeurd zijn geldig tot 1 januari 2020.]1
Art. 10quater _REGION_WALLONNE.
[1 Par dérogation à l'article 6bis, § 6, alinéa 2, les formations approuvées avant le 1er janvier 2010 conservent leur validité jusqu'au 1er janvier 2020. ]1
[1 Par dérogation à l'article 6bis, § 6, alinéa 2, les formations approuvées avant le 1er janvier 2010 conservent leur validité jusqu'au 1er janvier 2020. ]1
Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 12. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.