Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° 2° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 2° "pensioentoezegging van het type cash balance" : de pensioentoezegging bedoeld in artikel 21 van de wet; ";
2° 3° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 3° "normale pensioenleeftijd" :
- voor de pensioentoezeggingen ingesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst, een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst gesloten voor 1 januari 2007 of die voortvloeien uit de verlenging van een voor die datum gesloten collectieve arbeidsovereenkomst, de pensioenleeftijd die is vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst, het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
- voor elke andere pensioentoezegging : 65 jaar; ";
3° 4° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 4° "IBP" : instelling voor bedrijfspensioenvoorziening in de zin van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening; ";
4° 6° wordt geschrapt;
5° 7° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 7° "de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996" :
- het koninklijk besluit van 14 mei 1985 tot toepassing op de voorzorgsinstellingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, zoals dat gold op 1 januari 1996;
- het koninklijk besluit van 15 mei 1985 betreffende de activiteiten van de private voorzorgsinstellingen, zoals dat gold op 1 januari 1996;
- het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, zoals dat gold op 1 januari 1996; ";
6° 8° wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 8° "de op 1 januari 1996 bestaande minimumreserve" : de minimumreserve die op 1 januari 1996 is vastgesteld op grond van de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996; ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2003 houdende uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Titre
12 JANVIER 2007. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 14 novembre 2003 portant exécution de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale.
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Inhoud
Section 1re. - Dispositions applicables à tous ...
Section 2. - Engagements de pension de type con...
Sous-section 1re. - Dispositions applicables à ...
Sous-section 2. - Engagements de type contribut...
Sous-section 3. - Engagements de type contribut...
Section 3. - Engagements de pension de type pre...
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Sous-section 2. - Engagements de pension de typ...
ANNEXE.
Tekst (38)
Texte (43)
Article 1. A l'article 1er de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 portant exécution de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale sont apportées les modifications suivantes :
1° le 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° "engagement de pension de type cash balance" : l'engagement de pension visé à l'article 21 de la loi; ";
2° le 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° "âge normal de retraite" :
- pour les engagements de pension instaurés par une convention collective de travail, un règlement de pension ou une convention de pension conclu avant le 1er janvier 2007 ou qui résultent de la prolongation de la convention collective de travail conclue avant le 1er janvier 2007, l'âge de la retraite qui est mentionné dans la convention collective de travail, le règlement de pension ou la convention de pension;
- pour tout autre engagement de pension : 65 ans; ";
3° le 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° "IRP" : institution de retraite professionnelle au sens de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle; ";
4° le 6° est supprimé;
5° le 7° est remplacé par la disposition suivante :
" 7° "la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996" :
- l'arrêté royal du 14 mai 1985 concernant l'application aux institutions de prévoyance de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, tel qu'il était en vigueur le 1er janvier 1996;
- l'arrêté royal du 15 mai 1985 relatif aux activités des institutions privées de prévoyance tel qu'il était en vigueur le 1er janvier 1996;
- l'arrêté royal du 17 décembre 1992 relatif à l'activité d'assurance sur la vie tel qu'il était en vigueur le 1er janvier 1996; ";
6° le 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° "la réserve minimale existant au 1er janvier 1996" : la réserve minimale qui est déterminée au 1er janvier 1996 sur la base de la reglementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996; ".
1° le 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° "engagement de pension de type cash balance" : l'engagement de pension visé à l'article 21 de la loi; ";
2° le 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° "âge normal de retraite" :
- pour les engagements de pension instaurés par une convention collective de travail, un règlement de pension ou une convention de pension conclu avant le 1er janvier 2007 ou qui résultent de la prolongation de la convention collective de travail conclue avant le 1er janvier 2007, l'âge de la retraite qui est mentionné dans la convention collective de travail, le règlement de pension ou la convention de pension;
- pour tout autre engagement de pension : 65 ans; ";
3° le 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° "IRP" : institution de retraite professionnelle au sens de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle; ";
4° le 6° est supprimé;
5° le 7° est remplacé par la disposition suivante :
" 7° "la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996" :
- l'arrêté royal du 14 mai 1985 concernant l'application aux institutions de prévoyance de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, tel qu'il était en vigueur le 1er janvier 1996;
- l'arrêté royal du 15 mai 1985 relatif aux activités des institutions privées de prévoyance tel qu'il était en vigueur le 1er janvier 1996;
- l'arrêté royal du 17 décembre 1992 relatif à l'activité d'assurance sur la vie tel qu'il était en vigueur le 1er janvier 1996; ";
6° le 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° "la réserve minimale existant au 1er janvier 1996" : la réserve minimale qui est déterminée au 1er janvier 1996 sur la base de la reglementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996; ".
Art. 2. In artikel 3, § 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 6 en 12 " vervangen door de woorden " de berekening van de minimale verworven reserves overeenkomstig Hoofdstuk IV ";
2° in het derde lid worden de woorden " de artikelen 6, 1° en 12, 1° " vervangen door de woorden " artikel 13, 1° ", de woorden " 6, 2° en 12, 2° " vervangen door de woorden " 9 en 13, 2° " en de woorden " voor de berekening van de minimumprovisie worden opgelegd in uitvoering van de wet van 9 juli 1975 " vervangen door de woorden " zijn bepaald in artikel 10, § 2 ".
1° in het tweede lid worden de woorden " de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 6 en 12 " vervangen door de woorden " de berekening van de minimale verworven reserves overeenkomstig Hoofdstuk IV ";
2° in het derde lid worden de woorden " de artikelen 6, 1° en 12, 1° " vervangen door de woorden " artikel 13, 1° ", de woorden " 6, 2° en 12, 2° " vervangen door de woorden " 9 en 13, 2° " en de woorden " voor de berekening van de minimumprovisie worden opgelegd in uitvoering van de wet van 9 juli 1975 " vervangen door de woorden " zijn bepaald in artikel 10, § 2 ".
Art. 2. A l'article 3, § 2 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 2, les mots " l'execution des dispositions des articles 6 et 12 " sont remplacés par les mots " le calcul des réserves acquises minimales conformément au Chapitre IV ";
2° à l'alinéa 3, les mots " des articles 6, 1° et 12, 1° " sont remplacés par les mots " de l'article 13, 1° ", les mots " des dispositions 6, 2° et 12, 2° " sont remplacés par les mots " des articles 9 et 13, 2° " et les mots " imposées pour le calcul de la réserve minimale en exécution de la loi du 9 juillet 1975 " sont remplacés par les mots " définies à l'article 10, § 2 ".
1° à l'alinéa 2, les mots " l'execution des dispositions des articles 6 et 12 " sont remplacés par les mots " le calcul des réserves acquises minimales conformément au Chapitre IV ";
2° à l'alinéa 3, les mots " des articles 6, 1° et 12, 1° " sont remplacés par les mots " de l'article 13, 1° ", les mots " des dispositions 6, 2° et 12, 2° " sont remplacés par les mots " des articles 9 et 13, 2° " et les mots " imposées pour le calcul de la réserve minimale en exécution de la loi du 9 juillet 1975 " sont remplacés par les mots " définies à l'article 10, § 2 ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IIIbis ingevoegd dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk IIIbis. - De pensioentoezegging
" Hoofdstuk IIIbis. - De pensioentoezegging
Art. 3. Il est inséré, dans le même arrêté, un chapitre IIIbis, rédigé comme suit :
" Chapitre IIIbis. - L'engagement de pension
" Chapitre IIIbis. - L'engagement de pension
Afdeling 1. - Bepalingen die op alle pensioentoezeggingen van toepassing zijn
Section 1re. - Dispositions applicables à tous les engagements de pension
Art. 4 -1. Elke pensioentoezegging is hetzij van het type vaste bijdragen, hetzij van het type vaste prestaties, met inbegrip van de toezeggingen van het type cash balance, hetzij een combinatie van deze types.
De pensioentoezegging dient duidelijk te worden omschreven in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
De pensioentoezegging dient duidelijk te worden omschreven in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Art. 4 -1. Tout engagement de pension est soit de type contributions définies, soit de type prestations définies en ce compris les engagements de type cash balance, soit une combinaison de ces types.
L'engagement de pension doit être clairement défini dans le règlement ou la convention de pension.
L'engagement de pension doit être clairement défini dans le règlement ou la convention de pension.
Art. 4 -2. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst mag aan de aangeslotene de vrijheid verlenen om het beschikbaar premiebudget te verdelen over de financiering van verschillende prestaties.
Deze prestaties kunnen naast aanvullende pensioenen uitsluitend bestaan uit :
1° toezeggingen die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de wettelijke uitkeringen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval of ongeval ofwel beroepsziekte of ziekte;
2° toezeggingen die uitsluitend tot doel hebben medische kosten te vergoeden die verband houden met hospitalisatie, dagverpleging, ernstige aandoeningen en palliatieve thuiszorg van de werknemer en in voorkomend geval van alle inwonende gezinsleden;
3° toezeggingen die uitsluitend tot doel hebben specifieke kosten te vergoeden, veroorzaakt door de afhankelijkheid van de werknemer;
4° toezeggingen die uitsluitend voorzien in de uitkering van een rente ingeval de werknemer het slachtoffer is van een ernstige aandoening;
5° andere persoonsverzekeringen of gelijkaardige toezeggingen dan die welke hiervoor, zijn bedoeld, voor zover deze verzekeringen of toezeggingen gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen :a) de verzekeringscontracten of de toezeggingen kunnen worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend in het kader van de wetgeving inzake de sociale zekerheid;
b) de contracten en toezeggingen mogen uitsluitend voorzien in uitkeringen tijdens het dienstverband van de voornoemde personen. Periodes van schorsing van het dienstverband worden ook in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van dit artikel hebben de volgende termen de hiernavolgende betekenis :
1° "hospitalisatie" : elk medisch noodzakelijk verblijf van ten minste één nacht in een instelling die wettelijk als ziekenhuisinstelling wordt aangezien;
2° "dagverpleging" : het medisch noodzakelijk verblijf zonder overnachting in een instelling die wettelijk als ziekenhuisinstelling wordt aangezien;
3° "ernstige aandoeningen" : aandoeningen die als zodanig door de Minister bevoegd voor Sociale Zaken erkend zijn;
4° "palliatieve thuiszorg" : de behandeling thuis van terminale patiënten die gericht is op de fysische en psychische noden van de patiënt en bijdragen tot het bewaren van een zekere kwaliteit van het leven;
5° "afhankelijkheid" : de medisch vaststaande nood aan hulp voor het vervullen van gewone en instrumentele activiteiten van het dagelijkse leven.
Deze prestaties kunnen naast aanvullende pensioenen uitsluitend bestaan uit :
1° toezeggingen die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de wettelijke uitkeringen bij overlijden of arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval of ongeval ofwel beroepsziekte of ziekte;
2° toezeggingen die uitsluitend tot doel hebben medische kosten te vergoeden die verband houden met hospitalisatie, dagverpleging, ernstige aandoeningen en palliatieve thuiszorg van de werknemer en in voorkomend geval van alle inwonende gezinsleden;
3° toezeggingen die uitsluitend tot doel hebben specifieke kosten te vergoeden, veroorzaakt door de afhankelijkheid van de werknemer;
4° toezeggingen die uitsluitend voorzien in de uitkering van een rente ingeval de werknemer het slachtoffer is van een ernstige aandoening;
5° andere persoonsverzekeringen of gelijkaardige toezeggingen dan die welke hiervoor, zijn bedoeld, voor zover deze verzekeringen of toezeggingen gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen :a) de verzekeringscontracten of de toezeggingen kunnen worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend in het kader van de wetgeving inzake de sociale zekerheid;
b) de contracten en toezeggingen mogen uitsluitend voorzien in uitkeringen tijdens het dienstverband van de voornoemde personen. Periodes van schorsing van het dienstverband worden ook in aanmerking genomen.
Voor de toepassing van dit artikel hebben de volgende termen de hiernavolgende betekenis :
1° "hospitalisatie" : elk medisch noodzakelijk verblijf van ten minste één nacht in een instelling die wettelijk als ziekenhuisinstelling wordt aangezien;
2° "dagverpleging" : het medisch noodzakelijk verblijf zonder overnachting in een instelling die wettelijk als ziekenhuisinstelling wordt aangezien;
3° "ernstige aandoeningen" : aandoeningen die als zodanig door de Minister bevoegd voor Sociale Zaken erkend zijn;
4° "palliatieve thuiszorg" : de behandeling thuis van terminale patiënten die gericht is op de fysische en psychische noden van de patiënt en bijdragen tot het bewaren van een zekere kwaliteit van het leven;
5° "afhankelijkheid" : de medisch vaststaande nood aan hulp voor het vervullen van gewone en instrumentele activiteiten van het dagelijkse leven.
Art. 4 -2. Le règlement ou la convention de pension peut permettre à l'affilié d'affecter le budget de prime disponible au financement de différentes prestations.
En dehors des pensions complémentaires, ces prestations ne peuvent consister qu'en :
1° des engagements qui doivent être considérés comme un complément aux indemnités légales en cas de décès ou d'incapacite de travail par suite d'un accident du travail ou d'un accident ou bien d'une maladie professionnelle ou d'une maladie;
2° des engagements qui ont exclusivement pour but de rembourser des frais médicaux relatifs à l'hospitalisation, à la journée d'hospitalisation, aux affections graves et aux soins palliatifs à domicile du travailleur et le cas échéant de tous les membres de la famille vivant sous le même toit;
3° des engagements qui ont exclusivement pour but de rembourser les frais specifiques provoqués par la dépendance du travailleur;
4° des engagements qui prevoient exclusivement le versement d'une rente dans le cas où le travailleur est la victime d'une affection grave;
5° des assurances de personnes ou engagements similaires autres que les engagements visés ci-avant pour autant que ces assurances ou engagements répondent simultanément aux conditions suivantes :
a) les contrats d'assurance ou les engagements peuvent être considérés comme un complément d'avantages attribués dans le cadre de la législation en matière de sécurité sociale;b) les contrats et engagements ne peuvent prévoir que des versements pendant le contrat de travail des personnes précitées. Des périodes de suspensions de contrat de travail sont également prises en consideration.
Pour l'application de cet article les termes suivants ont le sens défini ci-après :
1° "hospitalisation" : tout sejour médicalement nécessaire d'au moins une nuit dans une institution légalement considérée comme une institution hospitalière;
2° "journée d'hospitalisation" : le séjour médicalement nécessaire sans nuitée dans une institution légalement considérée comme une institution hospitalière;
3° "affections graves" : les affections reconnues comme telles par le Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions;
4° "soins palliatifs à domicile" : le traitement au domicile des patients en phase terminale orienté vers les besoins physiques et psychiques du patient et contribuant au maintien d'une certaine qualité de vie;
5° "dépendance" : le besoin médicalement établi d'aide pour accomplir les activités ordinaires et instrumentales de la vie quotidienne.
En dehors des pensions complémentaires, ces prestations ne peuvent consister qu'en :
1° des engagements qui doivent être considérés comme un complément aux indemnités légales en cas de décès ou d'incapacite de travail par suite d'un accident du travail ou d'un accident ou bien d'une maladie professionnelle ou d'une maladie;
2° des engagements qui ont exclusivement pour but de rembourser des frais médicaux relatifs à l'hospitalisation, à la journée d'hospitalisation, aux affections graves et aux soins palliatifs à domicile du travailleur et le cas échéant de tous les membres de la famille vivant sous le même toit;
3° des engagements qui ont exclusivement pour but de rembourser les frais specifiques provoqués par la dépendance du travailleur;
4° des engagements qui prevoient exclusivement le versement d'une rente dans le cas où le travailleur est la victime d'une affection grave;
5° des assurances de personnes ou engagements similaires autres que les engagements visés ci-avant pour autant que ces assurances ou engagements répondent simultanément aux conditions suivantes :
a) les contrats d'assurance ou les engagements peuvent être considérés comme un complément d'avantages attribués dans le cadre de la législation en matière de sécurité sociale;b) les contrats et engagements ne peuvent prévoir que des versements pendant le contrat de travail des personnes précitées. Des périodes de suspensions de contrat de travail sont également prises en consideration.
Pour l'application de cet article les termes suivants ont le sens défini ci-après :
1° "hospitalisation" : tout sejour médicalement nécessaire d'au moins une nuit dans une institution légalement considérée comme une institution hospitalière;
2° "journée d'hospitalisation" : le séjour médicalement nécessaire sans nuitée dans une institution légalement considérée comme une institution hospitalière;
3° "affections graves" : les affections reconnues comme telles par le Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions;
4° "soins palliatifs à domicile" : le traitement au domicile des patients en phase terminale orienté vers les besoins physiques et psychiques du patient et contribuant au maintien d'une certaine qualité de vie;
5° "dépendance" : le besoin médicalement établi d'aide pour accomplir les activités ordinaires et instrumentales de la vie quotidienne.
Afdeling 2. - Pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen
Section 2. - Engagements de pension de type contributions définies
Art. 4-3. Bij een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen verbindt de inrichter zich om periodiek een vaste bijdrage te betalen aan de pensioeninstelling, ter financiering van het aanvullend pensioen.
Sous-section 1re. - Dispositions applicables à tous les engagements de type contributions définies
Art. 4 -4. § 1. Bij een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen met gewaarborgd rendement garandeert de inrichter naast de betaling van de vaste bijdrage tevens de kapitalisatie van die bijdragen overeenkomstig de in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalde tariferingsregels.
§ 2. De in § 1 bedoelde tariferingsregels mogen ofwel een bepaald rendement in aanmerking nemen, ofwel een bepaald rendement gecombineerd met een voorvalswet.
Voormeld rendement kan zijn :
1° een intrestvoet die numeriek in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst vastgelegd is en die de intrestvoet gedefinieerd in artikel 10, § 2, niet mag overschrijden;
2° een rendement dat door verwijzing naar de intrestvoet bedoeld in artikel 24, § 1 of § 2 van de wet gedefinieerd wordt;
3° een rendement dat gedefinieerd wordt door verwijzing naar een financieel instrument uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
4° een rendement verbonden aan de evolutie van een index die door een gereglementeerde markt zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt openbaar gemaakt;
5° een rendement verbonden aan een index die op nationaal of internationaal niveau erkend wordt.
§ 2. De in § 1 bedoelde tariferingsregels mogen ofwel een bepaald rendement in aanmerking nemen, ofwel een bepaald rendement gecombineerd met een voorvalswet.
Voormeld rendement kan zijn :
1° een intrestvoet die numeriek in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst vastgelegd is en die de intrestvoet gedefinieerd in artikel 10, § 2, niet mag overschrijden;
2° een rendement dat door verwijzing naar de intrestvoet bedoeld in artikel 24, § 1 of § 2 van de wet gedefinieerd wordt;
3° een rendement dat gedefinieerd wordt door verwijzing naar een financieel instrument uitgegeven of gewaarborgd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
4° een rendement verbonden aan de evolutie van een index die door een gereglementeerde markt zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt openbaar gemaakt;
5° een rendement verbonden aan een index die op nationaal of internationaal niveau erkend wordt.
Art. 4 -3. En cas d'engagement de pension de type contributions définies, l'organisateur s'engage à payer périodiquement une contribution définie à l'organisme de pension en vue du financement de la pension complémentaire.
Le règlement ou la convention de pension contient les règles pour la détermination de cette contribution ainsi que sa périodicité.
Les contributions définies pour le financement de la pension de retraite doivent être versées sur des comptes individuels qui doivent être tenus séparément pour chaque affilié, en distinguant les contributions patronales des contributions personnelles.
Un engagement de pension de type contributions définies est soit de type contributions définies avec garantie de rendement, soit de type contributions définies sans garantie de rendement.
Le règlement ou la convention de pension contient les règles pour la détermination de cette contribution ainsi que sa périodicité.
Les contributions définies pour le financement de la pension de retraite doivent être versées sur des comptes individuels qui doivent être tenus séparément pour chaque affilié, en distinguant les contributions patronales des contributions personnelles.
Un engagement de pension de type contributions définies est soit de type contributions définies avec garantie de rendement, soit de type contributions définies sans garantie de rendement.
Art. 4-5. Het bedrag dat zich op de individuele rekeningen bevindt, wordt verkregen door het bedrag van de verschuldigde bijdragen, verhoogd met de overeenkomstig artikel 4-6 toegekende bedragen, te kapitaliseren overeenkomstig de in artikel 4-4, § 1, bedoelde regels.
Sous-section 2. - Engagements de type contributions définies avec garantie de rendement
Art. 4 -6. Indien de bij de pensioeninstelling ter financiering van de betrokken pensioentoezegging gevormde reserves de som van de bedragen op de individuele rekeningen van de aangeslotenen in voorkomend geval verhoogd met de bedragen die vereist zijn op grond van de toepasselijke regelgeving inzake prudentieel toezicht overschrijden, kan het surplus geheel of gedeeltelijk aan de individuele rekeningen van de aangeslotenen worden toegekend.
Het pensioenreglement of -overeenkomst bepaalt de regels voor de in het eerste lid bedoelde toekenning.
Die regels evenals de toekenning zelf mogen geen discriminatie tussen aangeslotenen inhouden.
De toegekende bedragen moeten worden gekapitaliseerd overeenkomstig de in artikel 4-4, § 1, bedoelde regels.
Onderafdeling 3. - Toezeggingen van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement
Het pensioenreglement of -overeenkomst bepaalt de regels voor de in het eerste lid bedoelde toekenning.
Die regels evenals de toekenning zelf mogen geen discriminatie tussen aangeslotenen inhouden.
De toegekende bedragen moeten worden gekapitaliseerd overeenkomstig de in artikel 4-4, § 1, bedoelde regels.
Onderafdeling 3. - Toezeggingen van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement
Art. 4 -4. § 1er. En cas d'engagement de pension de type contributions définies avec garantie de rendement, l'organisateur garantit, outre le paiement des contributions définies, la capitalisation de ces contributions conformément aux règles tarifaires déterminées dans le règlement ou la convention de pension.
§ 2. Les règles tarifaires visées au § 1er peuvent prendre en considération soit un rendement déterminé soit un rendement déterminé combiné avec une loi de survenance.
Le rendement précité peut être :
1° un taux d'intérêt numériquement fixé dans le règlement ou la convention de pension, qui ne peut excéder le taux défini à l'article 10, § 2;
2° un rendement défini par référence au taux d'intérêt visé à l'article 24, § 1er ou § 2 de la loi;
3° un rendement défini par référence à un instrument financier émis ou garanti par un Etat membre de l'Espace économique européen;
4° un rendement lié à l'évolution d'un indice rendu public par un marché réglementé tel que défini à l'article 2, 3°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
5° un rendement lié à un indice reconnu au niveau national ou international.
§ 2. Les règles tarifaires visées au § 1er peuvent prendre en considération soit un rendement déterminé soit un rendement déterminé combiné avec une loi de survenance.
Le rendement précité peut être :
1° un taux d'intérêt numériquement fixé dans le règlement ou la convention de pension, qui ne peut excéder le taux défini à l'article 10, § 2;
2° un rendement défini par référence au taux d'intérêt visé à l'article 24, § 1er ou § 2 de la loi;
3° un rendement défini par référence à un instrument financier émis ou garanti par un Etat membre de l'Espace économique européen;
4° un rendement lié à l'évolution d'un indice rendu public par un marché réglementé tel que défini à l'article 2, 3°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
5° un rendement lié à un indice reconnu au niveau national ou international.
Art. 4 -7. Bij een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement wordt het volledige rendement met betrekking tot de pensioentoezegging, aan de individuele rekeningen van de aangeslotenen toegekend.
Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepalen de wijze waarop het rendement wordt vastgesteld evenals de modaliteiten voor de in het eerste lid bedoelde toekenning. Deze modaliteiten mogen geen discriminatie tussen aangeslotenen inhouden.
Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepalen de wijze waarop het rendement wordt vastgesteld evenals de modaliteiten voor de in het eerste lid bedoelde toekenning. Deze modaliteiten mogen geen discriminatie tussen aangeslotenen inhouden.
Art. 4 -5. Le montant figurant sur les comptes individuels est obtenu en capitalisant les cotisations dues, augmentées des montants attribués conformément à l'article 4-6, conformément aux règles visées à l'article 4-4, § 1er.
Art. 4 -8. In afwijking van art. 4-7 kan het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepalen dat een deel van het rendement met betrekking tot de pensioentoezegging niet aan de individuele rekeningen wordt toegekend maar in een vrije reserve wordt gestort.
De wijze van financiering evenals de aanwending van deze vrije reserve dienen duidelijk in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst te worden bepaald.
De wijze van financiering evenals de aanwending van deze vrije reserve dienen duidelijk in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst te worden bepaald.
Art. 4 -6. Si les réserves constituées auprès de l'organisme de pension en vue du financement de l'engagement de pension concerné dépassent la somme des montants sur les comptes individuels des affiliés, augmentée le cas échéant des montants requis en vertu de la règlementation en matière de contrôle prudentiel applicable, le surplus peut être attribué en tout ou en partie aux comptes individuels des affiliés.
Le règlement ou la convention de pension détermine les règles de l'attribution visées à l'alinéa 1er.
Ces règles ainsi que l'attribution elle-même ne peuvent créer de discrimination entre les affiliés.
Les montants attribués doivent être capitalisés conformément aux règles tarifaires visées à l'article 4-4, § 1er.
Le règlement ou la convention de pension détermine les règles de l'attribution visées à l'alinéa 1er.
Ces règles ainsi que l'attribution elle-même ne peuvent créer de discrimination entre les affiliés.
Les montants attribués doivent être capitalisés conformément aux règles tarifaires visées à l'article 4-4, § 1er.
Afdeling 3. - Pensioentoezeggingen van het type vaste prestaties
Sous-section 3. - Engagements de type contributions
Art. 4 -9. Bij een pensioentoezegging van het type vaste prestaties verbindt de inrichter zich tot het vestigen van een welbepaalde prestatie te betalen op een welbepaald ogenblik.
Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt de regels voor de vaststelling van deze prestatie evenals het ogenblik waarop deze verschuldigd is.
De vaste prestaties mogen geen rekening houden met de prestaties voortvloeiend uit overeenkomsten die door de aangeslotenen individueel onderschreven zijn.
Onderafdeling 2. - Pensioentoezeggingen van het type cash balance
Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt de regels voor de vaststelling van deze prestatie evenals het ogenblik waarop deze verschuldigd is.
De vaste prestaties mogen geen rekening houden met de prestaties voortvloeiend uit overeenkomsten die door de aangeslotenen individueel onderschreven zijn.
Onderafdeling 2. - Pensioentoezeggingen van het type cash balance
Art. 4 -7. En cas d'engagement de type contributions définies sans garantie de rendement, l'intégralité du rendement afférent à l'engagement de pension est attribuée aux comptes individuels des affiliés.
Le règlement ou la convention de pension détermine la manière dont le rendement est défini ainsi que les modalités de l'attribution visée à l'alinéa 1er. Ces modalités ne peuvent créer de discrimination entre les affiliés.
Le règlement ou la convention de pension détermine la manière dont le rendement est défini ainsi que les modalités de l'attribution visée à l'alinéa 1er. Ces modalités ne peuvent créer de discrimination entre les affiliés.
Art. 4 -10. Bij een pensioentoezegging van het type cash balance verbindt de inrichter zich tot het vestigen van een vaste prestatie, die wordt bepaald op grond van de kapitalisatie van bedragen die aan de aangeslotenen worden toegekend op welbepaalde vervaldagen.
Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepalen de regels voor de vaststelling van die bedragen, de vervaldagen waarop zij worden toegekend evenals de tariferingsregels die voor de kapitalisatie worden aangewend.
De toegekende bedragen worden voor elke aangeslotene afzonderlijk ingeschreven op individuele rekeningen.
Het bedrag dat zich op de individuele rekeningen bevindt, wordt verkregen door de toegekende bedragen te kapitaliseren overeenkomstig de tariferingsregels.
Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepalen de regels voor de vaststelling van die bedragen, de vervaldagen waarop zij worden toegekend evenals de tariferingsregels die voor de kapitalisatie worden aangewend.
De toegekende bedragen worden voor elke aangeslotene afzonderlijk ingeschreven op individuele rekeningen.
Het bedrag dat zich op de individuele rekeningen bevindt, wordt verkregen door de toegekende bedragen te kapitaliseren overeenkomstig de tariferingsregels.
Art. 4 -8. Par dérogation à l'article 4-7, le règlement ou la convention de pension peut disposer qu'une partie du rendement afférent à l'engagement de pension n'est pas attribuée aux comptes individuels mais est versée dans une réserve libre.
La mode d'alimentation de cette réserve libre ainsi que son utilisation sont clairement précisés dans le règlement ou la convention de pension.
La mode d'alimentation de cette réserve libre ainsi que son utilisation sont clairement précisés dans le règlement ou la convention de pension.
Art. 4-11. De artikelen 4-4, § 2, en 4-6 zijn van toepassing op de pensioentoezeggingen van het type cash balance. "
Section 3. - Engagements de pension de type prestations définies
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IIIter ingevoegd dat luidt als volgt :
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 4 -12. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst regelt de onderlinge rechten en verplichtingen met betrekking tot de pensioentoezegging tussen de inrichter, de werkgevers, de werknemers, de aangeslotenen, de begunstigden en de pensioeninstelling.
Art. 4 -9. En cas d'engagement de pension de type prestations définies, l'organisateur s'engage à constituer une prestation déterminée à un moment déterminé.
Le règlement ou la convention de pension fixe les règles pour la détermination de cette prestation ainsi que le moment auquel elle est due.
Les prestations définies ne peuvent tenir compte des prestations provenant de contrats souscrits à titre individuel par les affiliés.
Le règlement ou la convention de pension fixe les règles pour la détermination de cette prestation ainsi que le moment auquel elle est due.
Les prestations définies ne peuvent tenir compte des prestations provenant de contrats souscrits à titre individuel par les affiliés.
Art. 4-13. Behoudens de vermeldingen die op grond van andere wettelijke bepalingen moeten worden opgenomen, bevat het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst ten minste de volgende bepalingen :
Sous-section 2. - Engagements de pension de type cash balance
Art. 4 -14. Indien de inrichter nalaat de bijdragen voor de financiering van de pensioentoezegging te storten, waarvan hij op grond van het pensioenreglement, de pensioenovereenkomst of van een ander document de betaling verschuldigd is, brengt de pensioeninstelling elke aangeslotene uiterlijk 3 maanden na de vervaldag van die bijdragen, van de niet-betaling op de hoogte.
Art. 4 -10. En cas d'engagement de pension de type cash balance, l'organisateur s'engage à constituer une prestation définie qui est déterminée sur la base de la capitalisation des montants qui sont attribués aux affiliés à des échéances déterminées.
Le règlement ou la convention de pension fixe les règles pour la détermination de ces montants, les échéances auxquelles ils sont attribués ainsi que les règles tarifaires qui sont utilisées pour leur capitalisation.
Les montants attribués sont inscrits séparément sur des comptes individuels pour chaque affilié.
Le montant qui se trouve sur les comptes individuels est obtenu en capitalisant les montants attribués conformément aux règles tarifaires.
Le règlement ou la convention de pension fixe les règles pour la détermination de ces montants, les échéances auxquelles ils sont attribués ainsi que les règles tarifaires qui sont utilisées pour leur capitalisation.
Les montants attribués sont inscrits séparément sur des comptes individuels pour chaque affilié.
Le montant qui se trouve sur les comptes individuels est obtenu en capitalisant les montants attribués conformément aux règles tarifaires.
Art. 4 -15. Elk document en elke mededeling met betrekking tot de pensioentoezegging, die zijn bestemd voor de aangeslotenen of de begunstigden of waarop de aangeslotenen of begunstigden aanspraak kunnen maken, en die uitgaan van de inrichter, de pensioeninstelling of een op last van deze personen handelende derde moet zijn gesteld in de wettelijk opgelegde taal in het kader van de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers.
De in het eerste lid bedoelde documenten evenals de wijzigingen eraan worden in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen opgesteld.
De in het eerste lid bedoelde documenten evenals de wijzigingen eraan worden in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen opgesteld.
Art. 4 -11. Les articles 4-4, § 2, et 4-6 sont applicables aux engagements de pension de type cash balance. "
Art. 4 -16. De artikelen 4-12, 4-14 en 4-15 zijn van toepassing op het solidariteitsreglement en op de instelling die belast is met het beheer van de solidariteitstoezegging. ".
Art. 4. Il est inséré, dans le même arreté, un chapitre IIIter, rédigé comme suit :
" Chapitre IIIter - Information et transparence
" Chapitre IIIter - Information et transparence
Art. 5. Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
" Hoofdstuk IV. - Berekening van de minimale verworven reserves
Afdeling 1. - Bepalingen die op alle pensiontoezeggingen van toepassing zijn
Art. 5. De regels voor de berekening van de verworven reserves met betrekking tot het rustpensioen en het overlevingspensioen bij overlijden na pensionering, worden bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Art. 6. § 1. De verworven reserves bepaald overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst dienen op elk ogenblik minstens gelijk te zijn aan de minimale verworven reserves zoals berekend op grond van dit hoofdstuk.
Voor de pensioentoezeggingen die het voorwerp uitmaken van een verzekeringsovereenkomst zijn de verworven reserves bovendien minstens gelijk aan het bedrag van de verworven reserves bedoeld in artikel 52 van het koninklijk besluit van 14 november 2003.
§ 2. Wanneer een pensioentoezegging wordt geformuleerd als een combinatie van meerdere toezeggingen van hetzelfde type of van verschillende types, dienen de verworven reserves voor elk van de onderliggende toezeggingen afzonderlijk te worden berekend, op basis van de regels die gelden voor het betreffende type pensioentoezegging.
Art. 7. Voor de aangeslotenen van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat in een fonds voor bestaanszekerheid beheerd wordt op de datum dat Titel II van de wet op het stelsel van toepassing wordt, worden de bepalingen van dit hoofdstuk niet toegepast op de dienstjaren gepresteerd vóór voormelde datum.
Art. 8. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de individuele pensioentoezeggingen die werden toegekend vóór 16 november 2003.
Afdeling 2. - Pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen
Art. 9. Bij pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen zijn de minimale verworven reserves gelijk aan het bedrag dat zich op de individuele rekeningen van de aangeslotene bevindt.
Afdeling 3. - Pensioentoezeggingen van het type vaste prestaties
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 10. § 1. Bij pensioentoezeggingen van het type vaste prestaties worden de minimale verworven reserves berekend overeenkomstig artikel 19 van de wet.
Voor de toepassing van artikel 19 van de wet wordt onder minimumreserve verstaan, de actuele waarde van het product van beide volgende elementen :
1° de vaste prestaties, de eventuele overdraagbaarheid in geval van overlijden na pensioenleeftijd inbegrepen, berekend overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst op basis van een loopbaan tot aan de normale pensioenleeftijd rekening houdend met het salaris op het ogenblik van de berekening;
2° een breuk met als noemer het aantal jaren van de volledige loopbaan van de aangeslotene en als teller het aantal gepresteerde jaren, beide berekend vanaf de datum van aansluiting.
§ 2. De in § 1 bedoelde actuele waarde wordt berekend op grond van volgende actualisatieregels :
1° een technische rentevoet van 6 %;
2° de sterftewetten die voortvloeien uit de tafels MR of FR, naargelang de aangeslotene een man of een vrouw is en die bepaald worden met de formule en de constanten zoals vermeld in bijlage;
3° de normale pensioenleeftijd.
§ 3. De teller en de noemer van de in § 1 bedoelde breuk zijn beperkt tot de in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst bepaalde maximum erkende diensttijd.
§ 4. Wanneer de aansluitingsdatum valt na de datum vanaf dewelke de erkende diensttijd door het pensioenreglement of de overeenkomst in aanmerking wordt genomen, wordt de breuk bedoeld in § 1 berekend rekening houdend met de datum waarop de erkende diensttijd aanvangt.
Art. 11. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst dient de actualisatieregels vast te stellen die gebruikt worden voor de berekening van de verworven reserves.
Deze regels mogen geen resultaat opleveren dat lager is dan het resultaat dat men zou bekomen op grond van de actualisatieregels bedoeld in artikel 10, § 2.
Onderafdeling 2. - Berekening van de minimale verworven reserves van de aangeslotenen die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1996 met rechten op grond van een voor die datum ingevoerd pensioenstelsel
Art. 12. In afwijking van de bepalingen in onderafdeling 1 worden de minimale verworven reserves van de aangeslotenen die vóór 1 januari 1996 in dienst zijn getreden en van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat vóór die datum werd ingevoerd en dat op die datum niet werd beheerd in een fonds voor bestaanszekerheid, berekend overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling.
Art. 13. Het bedrag van de minimale verworven reserves is gelijk aan het maximum van de twee volgende bedragen :
1° de minimumreserve bepaald overeenkomstig artikel 10, §§ 1 en 2 rekening houdend, voor de pensioentoezeggingen uitgevoerd door IBP's met de bepalingen van de artikelen 163 en 164 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
2° de som van de volgende bedragen :
a) het bedrag berekend overeenkomstig de bepalingen van onderafdeling 1, alsof de aangeslotene op 1 januari 1996 in dienst was getreden en werd aangesloten en rekening houdend met de gegevens op de datum van de berekening.
b) de actuele waarde van de prestaties die overeenstemmen met de op 1 januari 1996 bestaande minimumreserve.
- voor de pensioentoezeggingen die in collectieve kapitalisatie beheerd worden, zijn die prestaties de prestaties waarvan de actuele waarde op 1 januari 1996, berekend met de actualisatieregels voor de berekening van de minimumreserve die zijn vervat in de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996, gelijk is aan de minimumreserve op die datum;
- voor de pensioentoezeggingen die in individuele kapitalisatie beheerd worden, zijn die prestaties de prestaties waarvan de actuele waarde op 1 januari 1996, berekend met de inventarisgrondslagen van de verzekeraar op die datum, gelijk is aan de minimumreserve op die datum;
c) de actuele waarde van de herwaardering van de prestaties met betrekking tot de jaren vóór 1 januari 1996, die het gevolg is van de loonsverhogingen tijdens de periode van 1 januari 1996 tot de beschouwde datum.
De voormelde som wordt beperkt tot de verworven reserve berekend overeenkomstig de bepalingen van onderafdeling 1, alsof die bepalingen op de datum van de aansluiting van toepassing waren geweest.
Art. 14. Voor de berekening van de in artikel 13, 2°, vermelde actuele waarden moeten de actualisatieregels bedoeld in artikel 11, eerste lid, gebruikt worden, behalve voor de toezeggingen die in individuele kapitalisatie beheerd worden, waarvoor de actuele waarde van de prestaties vermeld in artikel 13, 2°, b), berekend wordt met de inventarisgrondslagen van de verzekeraar.
Art. 14-1. § 1. Indien er op 1 januari 1996 een vrijstelling van financiering was toegekend overeenkomstig de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996, worden de in artikel 13, 1° en 2°, omschreven reserves verhoogd met de actuele waarde van de prestaties die bepaald worden in functie van een bedrag dat toegerekend wordt op het op 1 januari 1996 gevestigde vrije vermogen, zoals bedoeld in § 3.
Het bedrag toegerekend op het op 1 januari 1996 gevestigde vrije vermogen is gelijk aan de op die datum bestaande vrijstelling van financiering indien dit vrije vermogen groter is dan de som van de vrijstellingen voor alle betrokken werknemers. Zoniet wordt dit bedrag bepaald door dit vrije vermogen over die werknemers te verdelen naar verhouding van de vrijstellingen van financiering die op die datum op hen betrekking hebben.
De overeenkomstig deze paragraaf verhoogde reserves worden beperkt tot het resultaat dat verkregen zou zijn in toepassing van artikel 13 indien er op 1 januari 1996 geen vrijstelling van financiering was toegekend.
§ 2. De actualisatieregels die gebruikt worden voor de bepaling van de in § 1 bedoelde prestaties en hun actuele waarde zijn de volgende :
1° voor de prestaties, de regels die gebruikt worden voor de berekening van de minimumreserve op 1 januari 1996;
2° voor de actuele waarde die wordt toegevoegd aan het bedrag dat voortvloeit uit artikel 13, 1°, de actualisatieregels bedoeld in artikel 10, § 2;
3° voor de actuele waarde die wordt toegevoegd aan het bedrag dat voortvloeit uit artikel 13, 2°, de regels die, overeenkomstig artikel 11 op de datum van berekening in het pensioenreglement vastgelegd zijn.
§ 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vrij vermogen verstaan :
1° voor de IBP's, het gedeelte van de voorzieningen voor de financiering van samen te stellen prestaties dat de samen te stellen solvabiliteitsmarge overschrijdt en het gedeelte van de voorzieningen voor samengestelde prestaties dat het bedrag overschrijdt dat nodig is om te voldoen aan de vereisten inzake minimumfinanciering, vastgesteld overeenkomstig de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996;
2° voor de groepsverzekeringen die in collectieve kapitalisatie beheerd worden, het gedeelte van het financieringsfonds samengesteld om te voldoen aan de pensioentoezeggingen, dat het bedrag overschrijdt dat nodig is om te voldoen aan de vereisten inzake minimumfinanciering, vastgesteld overeenkomstig de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996.
§ 4. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing indien het vrij vermogen op 1 januari 1996 niet is samengesteld om te voldoen aan de pensioentoezeggingen van de werknemers voor wie er op die datum een vrijstelling van financiering bestaat.
Onderafdeling 3. - Pensioentoezeggingen van het type cash balance
Art. 14-2. In afwijking van het bepaalde in onderafdelingen 1 en 2, zijn de minimale verworven reserves bij pensioentoezeggingen van het type cash balance gelijk aan het bedrag bepaald in artikel 21 van de wet. ".
" Hoofdstuk IV. - Berekening van de minimale verworven reserves
Afdeling 1. - Bepalingen die op alle pensiontoezeggingen van toepassing zijn
Art. 5. De regels voor de berekening van de verworven reserves met betrekking tot het rustpensioen en het overlevingspensioen bij overlijden na pensionering, worden bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Art. 6. § 1. De verworven reserves bepaald overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst dienen op elk ogenblik minstens gelijk te zijn aan de minimale verworven reserves zoals berekend op grond van dit hoofdstuk.
Voor de pensioentoezeggingen die het voorwerp uitmaken van een verzekeringsovereenkomst zijn de verworven reserves bovendien minstens gelijk aan het bedrag van de verworven reserves bedoeld in artikel 52 van het koninklijk besluit van 14 november 2003.
§ 2. Wanneer een pensioentoezegging wordt geformuleerd als een combinatie van meerdere toezeggingen van hetzelfde type of van verschillende types, dienen de verworven reserves voor elk van de onderliggende toezeggingen afzonderlijk te worden berekend, op basis van de regels die gelden voor het betreffende type pensioentoezegging.
Art. 7. Voor de aangeslotenen van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat in een fonds voor bestaanszekerheid beheerd wordt op de datum dat Titel II van de wet op het stelsel van toepassing wordt, worden de bepalingen van dit hoofdstuk niet toegepast op de dienstjaren gepresteerd vóór voormelde datum.
Art. 8. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de individuele pensioentoezeggingen die werden toegekend vóór 16 november 2003.
Afdeling 2. - Pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen
Art. 9. Bij pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen zijn de minimale verworven reserves gelijk aan het bedrag dat zich op de individuele rekeningen van de aangeslotene bevindt.
Afdeling 3. - Pensioentoezeggingen van het type vaste prestaties
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 10. § 1. Bij pensioentoezeggingen van het type vaste prestaties worden de minimale verworven reserves berekend overeenkomstig artikel 19 van de wet.
Voor de toepassing van artikel 19 van de wet wordt onder minimumreserve verstaan, de actuele waarde van het product van beide volgende elementen :
1° de vaste prestaties, de eventuele overdraagbaarheid in geval van overlijden na pensioenleeftijd inbegrepen, berekend overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst op basis van een loopbaan tot aan de normale pensioenleeftijd rekening houdend met het salaris op het ogenblik van de berekening;
2° een breuk met als noemer het aantal jaren van de volledige loopbaan van de aangeslotene en als teller het aantal gepresteerde jaren, beide berekend vanaf de datum van aansluiting.
§ 2. De in § 1 bedoelde actuele waarde wordt berekend op grond van volgende actualisatieregels :
1° een technische rentevoet van 6 %;
2° de sterftewetten die voortvloeien uit de tafels MR of FR, naargelang de aangeslotene een man of een vrouw is en die bepaald worden met de formule en de constanten zoals vermeld in bijlage;
3° de normale pensioenleeftijd.
§ 3. De teller en de noemer van de in § 1 bedoelde breuk zijn beperkt tot de in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst bepaalde maximum erkende diensttijd.
§ 4. Wanneer de aansluitingsdatum valt na de datum vanaf dewelke de erkende diensttijd door het pensioenreglement of de overeenkomst in aanmerking wordt genomen, wordt de breuk bedoeld in § 1 berekend rekening houdend met de datum waarop de erkende diensttijd aanvangt.
Art. 11. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst dient de actualisatieregels vast te stellen die gebruikt worden voor de berekening van de verworven reserves.
Deze regels mogen geen resultaat opleveren dat lager is dan het resultaat dat men zou bekomen op grond van de actualisatieregels bedoeld in artikel 10, § 2.
Onderafdeling 2. - Berekening van de minimale verworven reserves van de aangeslotenen die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1996 met rechten op grond van een voor die datum ingevoerd pensioenstelsel
Art. 12. In afwijking van de bepalingen in onderafdeling 1 worden de minimale verworven reserves van de aangeslotenen die vóór 1 januari 1996 in dienst zijn getreden en van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat vóór die datum werd ingevoerd en dat op die datum niet werd beheerd in een fonds voor bestaanszekerheid, berekend overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling.
Art. 13. Het bedrag van de minimale verworven reserves is gelijk aan het maximum van de twee volgende bedragen :
1° de minimumreserve bepaald overeenkomstig artikel 10, §§ 1 en 2 rekening houdend, voor de pensioentoezeggingen uitgevoerd door IBP's met de bepalingen van de artikelen 163 en 164 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
2° de som van de volgende bedragen :
a) het bedrag berekend overeenkomstig de bepalingen van onderafdeling 1, alsof de aangeslotene op 1 januari 1996 in dienst was getreden en werd aangesloten en rekening houdend met de gegevens op de datum van de berekening.
b) de actuele waarde van de prestaties die overeenstemmen met de op 1 januari 1996 bestaande minimumreserve.
- voor de pensioentoezeggingen die in collectieve kapitalisatie beheerd worden, zijn die prestaties de prestaties waarvan de actuele waarde op 1 januari 1996, berekend met de actualisatieregels voor de berekening van de minimumreserve die zijn vervat in de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996, gelijk is aan de minimumreserve op die datum;
- voor de pensioentoezeggingen die in individuele kapitalisatie beheerd worden, zijn die prestaties de prestaties waarvan de actuele waarde op 1 januari 1996, berekend met de inventarisgrondslagen van de verzekeraar op die datum, gelijk is aan de minimumreserve op die datum;
c) de actuele waarde van de herwaardering van de prestaties met betrekking tot de jaren vóór 1 januari 1996, die het gevolg is van de loonsverhogingen tijdens de periode van 1 januari 1996 tot de beschouwde datum.
De voormelde som wordt beperkt tot de verworven reserve berekend overeenkomstig de bepalingen van onderafdeling 1, alsof die bepalingen op de datum van de aansluiting van toepassing waren geweest.
Art. 14. Voor de berekening van de in artikel 13, 2°, vermelde actuele waarden moeten de actualisatieregels bedoeld in artikel 11, eerste lid, gebruikt worden, behalve voor de toezeggingen die in individuele kapitalisatie beheerd worden, waarvoor de actuele waarde van de prestaties vermeld in artikel 13, 2°, b), berekend wordt met de inventarisgrondslagen van de verzekeraar.
Art. 14-1. § 1. Indien er op 1 januari 1996 een vrijstelling van financiering was toegekend overeenkomstig de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996, worden de in artikel 13, 1° en 2°, omschreven reserves verhoogd met de actuele waarde van de prestaties die bepaald worden in functie van een bedrag dat toegerekend wordt op het op 1 januari 1996 gevestigde vrije vermogen, zoals bedoeld in § 3.
Het bedrag toegerekend op het op 1 januari 1996 gevestigde vrije vermogen is gelijk aan de op die datum bestaande vrijstelling van financiering indien dit vrije vermogen groter is dan de som van de vrijstellingen voor alle betrokken werknemers. Zoniet wordt dit bedrag bepaald door dit vrije vermogen over die werknemers te verdelen naar verhouding van de vrijstellingen van financiering die op die datum op hen betrekking hebben.
De overeenkomstig deze paragraaf verhoogde reserves worden beperkt tot het resultaat dat verkregen zou zijn in toepassing van artikel 13 indien er op 1 januari 1996 geen vrijstelling van financiering was toegekend.
§ 2. De actualisatieregels die gebruikt worden voor de bepaling van de in § 1 bedoelde prestaties en hun actuele waarde zijn de volgende :
1° voor de prestaties, de regels die gebruikt worden voor de berekening van de minimumreserve op 1 januari 1996;
2° voor de actuele waarde die wordt toegevoegd aan het bedrag dat voortvloeit uit artikel 13, 1°, de actualisatieregels bedoeld in artikel 10, § 2;
3° voor de actuele waarde die wordt toegevoegd aan het bedrag dat voortvloeit uit artikel 13, 2°, de regels die, overeenkomstig artikel 11 op de datum van berekening in het pensioenreglement vastgelegd zijn.
§ 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vrij vermogen verstaan :
1° voor de IBP's, het gedeelte van de voorzieningen voor de financiering van samen te stellen prestaties dat de samen te stellen solvabiliteitsmarge overschrijdt en het gedeelte van de voorzieningen voor samengestelde prestaties dat het bedrag overschrijdt dat nodig is om te voldoen aan de vereisten inzake minimumfinanciering, vastgesteld overeenkomstig de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996;
2° voor de groepsverzekeringen die in collectieve kapitalisatie beheerd worden, het gedeelte van het financieringsfonds samengesteld om te voldoen aan de pensioentoezeggingen, dat het bedrag overschrijdt dat nodig is om te voldoen aan de vereisten inzake minimumfinanciering, vastgesteld overeenkomstig de regelgeving inzake prudentieel toezicht zoals zij van kracht was op 1 januari 1996.
§ 4. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing indien het vrij vermogen op 1 januari 1996 niet is samengesteld om te voldoen aan de pensioentoezeggingen van de werknemers voor wie er op die datum een vrijstelling van financiering bestaat.
Onderafdeling 3. - Pensioentoezeggingen van het type cash balance
Art. 14-2. In afwijking van het bepaalde in onderafdelingen 1 en 2, zijn de minimale verworven reserves bij pensioentoezeggingen van het type cash balance gelijk aan het bedrag bepaald in artikel 21 van de wet. ".
Art. 4 -12. Le règlement ou la convention de pension fixe les droits et obligations réciproques de l'organisateur, des employeurs, des travailleurs, des affiliés, des bénéficiaires et de l'organisme de pension en ce qui concerne l'engagement de pension.
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk IVbis. - Bestemming van de activa
Art. 14-3. De activa die verbonden zijn aan een pensioentoezegging dienen voor de financiering van pensioentoezeggingen bestemd te blijven.
Art. 14-4 § 1. In geval van definitieve opheffing van de pensioentoezegging of in geval van het verdwijnen van de inrichter, om welke reden dan ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging aan de aangeslotenen toegekend in verhouding tot hun verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd en voor wat de renteniers betreft, in verhouding tot het vestigingskapitaal van de lopende rente.
§ 2. In afwijking van § 1 mag aan het geheel of een deel van die activa bij collectieve arbeidsovereenkomst een andere sociale bestemming worden verleend.
Indien het een pensioenstelsel betreft dat door een werkgever werd ingevoerd op het niveau van de onderneming en er binnen de onderneming geen ondernemingsraad, geen comité voor preventie en bescherming op werk en geen vakbondsafvaardiging bestaat, kan aan de activa een andere sociale bestemming worden verleend via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement.
Art. 14-5. In geval van ontslagen zoals bedoeld in de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen en het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot bepaling van de ondernemingen in moeilijkheden of die uitzonderlijke ongunstige economische omstandigheden kennen, bedoeld in artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, mag aan de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging bij collectieve arbeidsovereenkomst of in het geval bedoeld in artikel 14-4, § 2, tweede lid via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement, een andere sociale bestemming worden verleend.
Art. 14-6. De activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging zijn de activa waarvan het bedrag de som van de volgende bedragen overschrijdt :
1° voor de aangeslotenen anders dan de rentegenieters, de verworven reserves in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd;
2° voor de rentegenieters, de vestigingkapitalen van de lopende rentes;
3° in voorkomend geval, de bedragen die worden opgelegd door de toepasselijke regelgeving inzake prudentieel toezicht, andere dan deze bedoeld in 1° en 2°.
In het geval bedoeld in artikel 14-5 zijn de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging beperkt in verhouding tot de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd, van de werknemers die bij het ontslag betrokken zijn. ".
" Hoofdstuk IVbis. - Bestemming van de activa
Art. 14-3. De activa die verbonden zijn aan een pensioentoezegging dienen voor de financiering van pensioentoezeggingen bestemd te blijven.
Art. 14-4 § 1. In geval van definitieve opheffing van de pensioentoezegging of in geval van het verdwijnen van de inrichter, om welke reden dan ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging aan de aangeslotenen toegekend in verhouding tot hun verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd en voor wat de renteniers betreft, in verhouding tot het vestigingskapitaal van de lopende rente.
§ 2. In afwijking van § 1 mag aan het geheel of een deel van die activa bij collectieve arbeidsovereenkomst een andere sociale bestemming worden verleend.
Indien het een pensioenstelsel betreft dat door een werkgever werd ingevoerd op het niveau van de onderneming en er binnen de onderneming geen ondernemingsraad, geen comité voor preventie en bescherming op werk en geen vakbondsafvaardiging bestaat, kan aan de activa een andere sociale bestemming worden verleend via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement.
Art. 14-5. In geval van ontslagen zoals bedoeld in de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen en het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot bepaling van de ondernemingen in moeilijkheden of die uitzonderlijke ongunstige economische omstandigheden kennen, bedoeld in artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, mag aan de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging bij collectieve arbeidsovereenkomst of in het geval bedoeld in artikel 14-4, § 2, tweede lid via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement, een andere sociale bestemming worden verleend.
Art. 14-6. De activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging zijn de activa waarvan het bedrag de som van de volgende bedragen overschrijdt :
1° voor de aangeslotenen anders dan de rentegenieters, de verworven reserves in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd;
2° voor de rentegenieters, de vestigingkapitalen van de lopende rentes;
3° in voorkomend geval, de bedragen die worden opgelegd door de toepasselijke regelgeving inzake prudentieel toezicht, andere dan deze bedoeld in 1° en 2°.
In het geval bedoeld in artikel 14-5 zijn de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging beperkt in verhouding tot de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd, van de werknemers die bij het ontslag betrokken zijn. ".
Art. 4 -13. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement ou la convention de pension contient au minimum les dispositions suivantes :
1° les modalités de financement de l'engagement de pension;
2° les règles à suivre en cas de sous-financement;
3° les modalités de l'information visée à l'article 4-14;
4° les règles à suivre en cas de disparition de l'organisateur;
5° les modalités selon lesquelles les données visées à l'article 26, §§ 1er à 3 de la loi sont transmises;
6° les règles de détermination des bénéficiaires de la prestation en cas de décès;
7° la mention de ce que les contributions personnelles sont retenues par l'employeur sur la rémunération et sont versées à l'organisme de pension;
8° la mesure dans laquelle les engagements de l'organisateur sont garantis sur la base d'une obligation de résultat à charge de l'organisme de pension.
1° les modalités de financement de l'engagement de pension;
2° les règles à suivre en cas de sous-financement;
3° les modalités de l'information visée à l'article 4-14;
4° les règles à suivre en cas de disparition de l'organisateur;
5° les modalités selon lesquelles les données visées à l'article 26, §§ 1er à 3 de la loi sont transmises;
6° les règles de détermination des bénéficiaires de la prestation en cas de décès;
7° la mention de ce que les contributions personnelles sont retenues par l'employeur sur la rémunération et sont versées à l'organisme de pension;
8° la mesure dans laquelle les engagements de l'organisateur sont garantis sur la base d'une obligation de résultat à charge de l'organisme de pension.
Art. 7. In artikel 15, § 2, tweede lid van hetzelfde besluit worden de woorden " overeenkomstig artikel 14, § 3 " geschrapt.
Art. 4 -14. Si l'organisateur omet de verser les contributions au financement de l'engagement de pension dont il est redevable sur la base du règlement ou de la convention de pension ou de tout autre document, l'organisme de pension informe chaque affilié du non-paiement au plus tard 3 mois après l'échéance de ces contributions.
Art. 8. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " 14, § 1 " worden vervangen door de woorden " 11 in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst ";
2° de woorden " 6, 2° of 12, 2° " worden vervangen door de woorden " 9 of 13, 2° ";
3° de woorden " die op de beschouwde datum in de controlewetgeving van kracht zijn voor de berekening van de minimumreserve " worden vervangen door de woorden " vermeld in artikel 10, § 2 ";
4° er wordt een tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt :
" Bij pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen met gewaarborgd rendement en toezeggingen van het type cash balance waarbij het rendement geen numeriek in het reglement of de overeenkomst vastgelegde rentevoet is, wordt de evolutie van de rentevoet, van de index of van het rendement, in afwijking van het eerste lid, niet beschouwd als een wijziging van het reglement of de overeenkomst en wordt deze toegepast zowel op de toekomstige bijdragen of toegewezen bedragen, als op de kapitalisatie van de bestaande reserves. "
1° de woorden " 14, § 1 " worden vervangen door de woorden " 11 in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst ";
2° de woorden " 6, 2° of 12, 2° " worden vervangen door de woorden " 9 of 13, 2° ";
3° de woorden " die op de beschouwde datum in de controlewetgeving van kracht zijn voor de berekening van de minimumreserve " worden vervangen door de woorden " vermeld in artikel 10, § 2 ";
4° er wordt een tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt :
" Bij pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen met gewaarborgd rendement en toezeggingen van het type cash balance waarbij het rendement geen numeriek in het reglement of de overeenkomst vastgelegde rentevoet is, wordt de evolutie van de rentevoet, van de index of van het rendement, in afwijking van het eerste lid, niet beschouwd als een wijziging van het reglement of de overeenkomst en wordt deze toegepast zowel op de toekomstige bijdragen of toegewezen bedragen, als op de kapitalisatie van de bestaande reserves. "
Art. 4 -15. Tout document et toute communication relatifs à l'engagement de pension et destinés aux affiliés ou aux bénéficiaires ou que les affiliés ou les bénéficiaires peuvent réclamer, qu'ils émanent de l'organisateur, de l'organisme de pension ou d'un tiers agissant pour compte de ces personnes, doivent être établis dans la langue légalement imposée dans le cadre des relations sociales entre travailleurs et employeurs.
Les documents visés à l'alinéa 1er ainsi que leurs modifications doivent être redigés dans des termes clairs et précis.
Les documents visés à l'alinéa 1er ainsi que leurs modifications doivent être redigés dans des termes clairs et précis.
Art. 9. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de woorden " 14, § 1 " vervangen door de woorden " 11 in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst ".
Art. 4 -16. Les articles 4-12, 4-14 et 4-15 sont applicables au règlement de solidarité et à l'organisme qui est chargé de la gestion de l'engagement de solidarité. ".
Art. 10. In artikel 19, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " en met een rentevoet gelijk aan de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur, vastgesteld door de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975, verminderd met 0,5 % " vervangen door de woorden " en met de rentevoet vastgesteld in of krachtens artikel 24, § 2, van de wet ".
Art. 5. Le chapitre IV du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Chapitre IV. - Calcul des réserves acquises minimales
Section 1re. - Dispositions applicables à tous les engagements de pensions
Art. 5. Les règles pour la détermination des réserves acquises afférentes à la pension de retraite et à la pension de survie en cas de déces après la retraite sont déterminées dans le règlement ou la convention de pension.
Art. 6. § 1er. Les reserves acquises déterminées conformément au règlement ou la convention de pension doivent à tout moment être au moins égales aux réserves acquises minimales calculées conformément au présent chapitre.
Pour les engagements de pension qui font l'objet d'un contrat d'assurance, les réserves acquises sont, en outre, au minimum égales au montant des réserves acquises visé à l'article 52 de l'arrêté royal du 14 novembre 2003.
§ 2. Lorsqu'un engagement de pension est formulé comme une combinaison de plusieurs engagements d'un même ou de différents types les réserves acquises doivent être calculées séparément pour chacun de ces engagements sur la base des règles qui valent pour le type d'engagement concerné.
Art. 7. Pour les affiliés dont les droits sont relatifs a un régime de pension géré dans un fonds de sécurité d'existence à la date à laquelle le Titre II de la loi est applicable au régime, les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux années de service prestées avant la date susmentionnée.
Art. 8. Les dispositions du présent chapitre ne sont pas applicables aux engagements individuels octroyés avant le 16 novembre 2003.
Section 2. - Engagements de pension de type contributions définies
Art. 9. Pour les engagements de type contributions définies, les réserves acquises minimales sont égales au montant figurant sur les comptes individuels de l'affilié.
Section 3. - Engagements de pension de type prestations définies
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 10. § 1er. Pour les engagements de type prestations definies, les réserves acquises minimales sont calculées conformément à l'article 19 de la loi.
Pour l'application de l'article 19 de la loi, on entend par réserve minimale la valeur actuelle du produit des deux éléments suivants :
1° les prestations définies, en ce compris la reversibilité éventuelle en cas de décès après la retraite, calculées conformément au règlement ou à la convention de pension sur la base d'une carrière jusqu'à l'âge normal de la retraite et compte tenu de la rémunération au moment du calcul;
2° une fraction qui a comme dénominateur le nombre d'années de la carrière complète de l'affilié et, comme numérateur le nombre d'années prestées, tous deux calculés à partir de la date d'affiliation.
§ 2. La valeur actuelle visée au § 1er est calculée sur la base des règles d'actualisation suivantes :
1° un taux technique de 6 %;
2° des lois de mortalité issues des tables MR ou FR, selon que l'affilié est un homme ou une femme, et déterminées à partir de la formule et des constantes figurant en annexe;
3° l'âge normal de retraite.
§ 3. Le numérateur et le dénominateur de la fraction visée au § 1er sont limités au service maximum reconnu défini dans le règlement ou la convention de pension.
§ 4. Lorsque la date d'affiliation est postérieure à la date à partir de laquelle le service reconnu est pris en compte par le règlement ou la convention de pension, la fraction dont il est question au § 1er est calculée compte tenu de la date à laquelle le service reconnu commence à courir.
Art. 11. Le règlement ou la convention de pension détermine les règles d'actualisation utilisées pour le calcul des réserves acquises.
Ces règles ne peuvent conduire à un résultat inférieur à celui que l'on obtiendrait sur la base des règles d'actualisation visées a l'article 10, § 2.
Sous-section 2. - Calcul des réserves acquises minimales des affiliés entrés en service avant le 1er janvier 1996 et possedant des droits sur la base d'un régime de pension instauré avant cette date
Art. 12. Par dérogation aux dispositions de la sous-section première, sont calculées conformément aux dispositions de la présente sous-section, les réserves acquises minimales des affiliés entres en service avant le 1er janvier 1996 et dont les droits sont relatifs à un régime de pension instauré avant cette date, lorsque les réserves n'étaient pas gérées à cette date dans un fonds de sécurité d'existence.
Art. 13. Le montant des réserves acquises minimales est égal au plus grand des deux montants suivants :
1° la réserve minimale calculée conformément à l'article 10, §§ 1er et 2, en tenant compte, pour les engagements de pension gérés par une IRP, des dispositions des articles 163 et 164 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
2° la somme des montants suivants :
a) le montant calculé conformément à la sous-section première, comme si l'affilié était entré en service et avait été affilié au 1er janvier 1996, en tenant compte à cette fin des données à la date du calcul;
b) la valeur actuelle des prestations qui correspondent à la réserve minimale existant au 1er janvier 1996, étant entendu que :
- pour les engagements de pension gérés en capitalisation collective, ces prestations sont celles dont la valeur actuelle au 1er janvier 1996, calculée au moyen des règles d'actualisation pour le calcul de la réserve minimale qui étaient prévues par la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur au 1er janvier 1996, est égale à la réserve minimale à cette date;
- pour les engagements de pension gérés en capitalisation individuelle, ces prestations sont celles dont la valeur actuelle au 1er janvier 1996, calculée au moyen des bases d'inventaire de l'assureur à cette date, est égale à la réserve minimale à cette date;
c) la valeur actuelle de la revalorisation des prestations relatives aux années antérieures au 1er janvier 1996, due aux augmentations de salaire entre le 1er janvier 1996 et la date du calcul.
La somme précitée est limitée à la réserve acquise calculée conformément aux dispositions de la sous-section première, comme si ces dispositions avaient été d'application à la date de l'affiliation.
Art. 14. Les règles d'actualisation utilisées pour le calcul des valeurs actuelles mentionnées à l'article 13, 2° sont celles visées à l'article 11, alinéa 1er, sauf pour les engagements gérés en capitalisation individuelle pour lesquelles la valeur actuelle des prestations mentionnées à l'article 13, 2°, b), est calculée au moyen des bases d'inventaire de l'assureur.
Art. 14-1. § 1er. Si, au 1er janvier 1996, il existait une dispense de financement octroyée conformément à la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'en vigueur à cette date, les réserves définies à l'article 13, 1° et 2°, sont majorées de la valeur actuelle des prestations déterminées à partir d'un montant imputé au patrimoine libre constitué au 1er janvier 1996, comme visé au § 3.
Le montant imputé au patrimoine libre constitué au 1er janvier 1996 est égal à la dispense de financement existant à cette date si ce patrimoine libre est plus élevé que la somme des dispenses pour tous les travailleurs concernés. Si ce n'est pas le cas, ce montant est déterminé en répartissant ce patrimoine libre entre ces travailleurs au prorata des dispenses de financement qui, à cette date, les concernent.
Les réserves majorées conformément au présent paragraphe sont limitées au résultat qui aurait été obtenu en application de l'article 13 si aucune dispense de financement n'avait existé au 1er janvier 1996.
§ 2. Les règles d'actualisation utilisées pour la détermination des prestations et leur valeur actuelle visées au § 1er sont les suivantes :
1° pour les prestations, les règles utilisées pour le calcul de la réserve minimale au 1er janvier 1996;
2° pour la valeur actuelle ajoutée au montant résultant de l'article 13, 1°, les règles d'actualisation visées à l'article 10, § 2;
3° pour la valeur actuelle ajoutée au montant résultant de l'article 13, 2°, les règles définies dans le règlement de pension, conformément à l'article 11, à la date du calcul.
§ 3. Aux fins du présent article, on entend par patrimoine libre :
1° pour les IRP, la partie des provisions pour financement des prestations à constituer dépassant la marge de solvabilité à constituer et la partie des provisions pour prestations constituées dépassant le montant nécessaire pour couvrir les exigences en matière de financement minimum, ces provisions étant définies conformément à la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996;
2° pour les assurances de groupe gérées en capitalisation collective, la partie du fonds de financement constitué pour faire face aux engagements de pension qui dépasse le montant nécessaire pour couvrir les exigences en matière de financement minimum définies conformément à la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996.
§ 4. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas si le patrimoine libre au 1er janvier 1996 n'a pas été constitué pour faire face aux engagements de pension des travailleurs pour lesquels existe une dispense de financement à cette date.
Sous-section 3. - Engagements de pension de type cash balance
Art. 14-2. Par dérogation aux dispositions des sous-sections 1re et 2, les réserves acquises minimales pour les engagements de type cash balance sont égales au montant déterminé à l'article 21 de la loi. ".
" Chapitre IV. - Calcul des réserves acquises minimales
Section 1re. - Dispositions applicables à tous les engagements de pensions
Art. 5. Les règles pour la détermination des réserves acquises afférentes à la pension de retraite et à la pension de survie en cas de déces après la retraite sont déterminées dans le règlement ou la convention de pension.
Art. 6. § 1er. Les reserves acquises déterminées conformément au règlement ou la convention de pension doivent à tout moment être au moins égales aux réserves acquises minimales calculées conformément au présent chapitre.
Pour les engagements de pension qui font l'objet d'un contrat d'assurance, les réserves acquises sont, en outre, au minimum égales au montant des réserves acquises visé à l'article 52 de l'arrêté royal du 14 novembre 2003.
§ 2. Lorsqu'un engagement de pension est formulé comme une combinaison de plusieurs engagements d'un même ou de différents types les réserves acquises doivent être calculées séparément pour chacun de ces engagements sur la base des règles qui valent pour le type d'engagement concerné.
Art. 7. Pour les affiliés dont les droits sont relatifs a un régime de pension géré dans un fonds de sécurité d'existence à la date à laquelle le Titre II de la loi est applicable au régime, les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux années de service prestées avant la date susmentionnée.
Art. 8. Les dispositions du présent chapitre ne sont pas applicables aux engagements individuels octroyés avant le 16 novembre 2003.
Section 2. - Engagements de pension de type contributions définies
Art. 9. Pour les engagements de type contributions définies, les réserves acquises minimales sont égales au montant figurant sur les comptes individuels de l'affilié.
Section 3. - Engagements de pension de type prestations définies
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 10. § 1er. Pour les engagements de type prestations definies, les réserves acquises minimales sont calculées conformément à l'article 19 de la loi.
Pour l'application de l'article 19 de la loi, on entend par réserve minimale la valeur actuelle du produit des deux éléments suivants :
1° les prestations définies, en ce compris la reversibilité éventuelle en cas de décès après la retraite, calculées conformément au règlement ou à la convention de pension sur la base d'une carrière jusqu'à l'âge normal de la retraite et compte tenu de la rémunération au moment du calcul;
2° une fraction qui a comme dénominateur le nombre d'années de la carrière complète de l'affilié et, comme numérateur le nombre d'années prestées, tous deux calculés à partir de la date d'affiliation.
§ 2. La valeur actuelle visée au § 1er est calculée sur la base des règles d'actualisation suivantes :
1° un taux technique de 6 %;
2° des lois de mortalité issues des tables MR ou FR, selon que l'affilié est un homme ou une femme, et déterminées à partir de la formule et des constantes figurant en annexe;
3° l'âge normal de retraite.
§ 3. Le numérateur et le dénominateur de la fraction visée au § 1er sont limités au service maximum reconnu défini dans le règlement ou la convention de pension.
§ 4. Lorsque la date d'affiliation est postérieure à la date à partir de laquelle le service reconnu est pris en compte par le règlement ou la convention de pension, la fraction dont il est question au § 1er est calculée compte tenu de la date à laquelle le service reconnu commence à courir.
Art. 11. Le règlement ou la convention de pension détermine les règles d'actualisation utilisées pour le calcul des réserves acquises.
Ces règles ne peuvent conduire à un résultat inférieur à celui que l'on obtiendrait sur la base des règles d'actualisation visées a l'article 10, § 2.
Sous-section 2. - Calcul des réserves acquises minimales des affiliés entrés en service avant le 1er janvier 1996 et possedant des droits sur la base d'un régime de pension instauré avant cette date
Art. 12. Par dérogation aux dispositions de la sous-section première, sont calculées conformément aux dispositions de la présente sous-section, les réserves acquises minimales des affiliés entres en service avant le 1er janvier 1996 et dont les droits sont relatifs à un régime de pension instauré avant cette date, lorsque les réserves n'étaient pas gérées à cette date dans un fonds de sécurité d'existence.
Art. 13. Le montant des réserves acquises minimales est égal au plus grand des deux montants suivants :
1° la réserve minimale calculée conformément à l'article 10, §§ 1er et 2, en tenant compte, pour les engagements de pension gérés par une IRP, des dispositions des articles 163 et 164 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
2° la somme des montants suivants :
a) le montant calculé conformément à la sous-section première, comme si l'affilié était entré en service et avait été affilié au 1er janvier 1996, en tenant compte à cette fin des données à la date du calcul;
b) la valeur actuelle des prestations qui correspondent à la réserve minimale existant au 1er janvier 1996, étant entendu que :
- pour les engagements de pension gérés en capitalisation collective, ces prestations sont celles dont la valeur actuelle au 1er janvier 1996, calculée au moyen des règles d'actualisation pour le calcul de la réserve minimale qui étaient prévues par la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur au 1er janvier 1996, est égale à la réserve minimale à cette date;
- pour les engagements de pension gérés en capitalisation individuelle, ces prestations sont celles dont la valeur actuelle au 1er janvier 1996, calculée au moyen des bases d'inventaire de l'assureur à cette date, est égale à la réserve minimale à cette date;
c) la valeur actuelle de la revalorisation des prestations relatives aux années antérieures au 1er janvier 1996, due aux augmentations de salaire entre le 1er janvier 1996 et la date du calcul.
La somme précitée est limitée à la réserve acquise calculée conformément aux dispositions de la sous-section première, comme si ces dispositions avaient été d'application à la date de l'affiliation.
Art. 14. Les règles d'actualisation utilisées pour le calcul des valeurs actuelles mentionnées à l'article 13, 2° sont celles visées à l'article 11, alinéa 1er, sauf pour les engagements gérés en capitalisation individuelle pour lesquelles la valeur actuelle des prestations mentionnées à l'article 13, 2°, b), est calculée au moyen des bases d'inventaire de l'assureur.
Art. 14-1. § 1er. Si, au 1er janvier 1996, il existait une dispense de financement octroyée conformément à la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'en vigueur à cette date, les réserves définies à l'article 13, 1° et 2°, sont majorées de la valeur actuelle des prestations déterminées à partir d'un montant imputé au patrimoine libre constitué au 1er janvier 1996, comme visé au § 3.
Le montant imputé au patrimoine libre constitué au 1er janvier 1996 est égal à la dispense de financement existant à cette date si ce patrimoine libre est plus élevé que la somme des dispenses pour tous les travailleurs concernés. Si ce n'est pas le cas, ce montant est déterminé en répartissant ce patrimoine libre entre ces travailleurs au prorata des dispenses de financement qui, à cette date, les concernent.
Les réserves majorées conformément au présent paragraphe sont limitées au résultat qui aurait été obtenu en application de l'article 13 si aucune dispense de financement n'avait existé au 1er janvier 1996.
§ 2. Les règles d'actualisation utilisées pour la détermination des prestations et leur valeur actuelle visées au § 1er sont les suivantes :
1° pour les prestations, les règles utilisées pour le calcul de la réserve minimale au 1er janvier 1996;
2° pour la valeur actuelle ajoutée au montant résultant de l'article 13, 1°, les règles d'actualisation visées à l'article 10, § 2;
3° pour la valeur actuelle ajoutée au montant résultant de l'article 13, 2°, les règles définies dans le règlement de pension, conformément à l'article 11, à la date du calcul.
§ 3. Aux fins du présent article, on entend par patrimoine libre :
1° pour les IRP, la partie des provisions pour financement des prestations à constituer dépassant la marge de solvabilité à constituer et la partie des provisions pour prestations constituées dépassant le montant nécessaire pour couvrir les exigences en matière de financement minimum, ces provisions étant définies conformément à la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996;
2° pour les assurances de groupe gérées en capitalisation collective, la partie du fonds de financement constitué pour faire face aux engagements de pension qui dépasse le montant nécessaire pour couvrir les exigences en matière de financement minimum définies conformément à la règlementation en matière de contrôle prudentiel telle qu'elle était en vigueur le 1er janvier 1996.
§ 4. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas si le patrimoine libre au 1er janvier 1996 n'a pas été constitué pour faire face aux engagements de pension des travailleurs pour lesquels existe une dispense de financement à cette date.
Sous-section 3. - Engagements de pension de type cash balance
Art. 14-2. Par dérogation aux dispositions des sous-sections 1re et 2, les réserves acquises minimales pour les engagements de type cash balance sont égales au montant déterminé à l'article 21 de la loi. ".
Art. 11. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de woorden " in de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975 voor de berekening van de minimumreserve in collectieve kapitalisatie " vervangen door de woorden " in artikel 10, § 2 ".
Art. 6. Il est inséré, dans le même arrêté, un chapitre IVbis, rédigé comme suit :
" Chapitre IVbis. - Destination des actifs
Art. 14-3. Les actifs constitués en raison d'un engagement de pension doivent rester affectés au financement de tels engagements.
Art. 14-4. § 1er. En cas d'abrogation définitive de l'engagement de pension ou de disparition de l'organisateur pour quelque raison que ce soit, sans reprise des obligations par un tiers, les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension sont attribués aux affiliés proportionnellement à leurs réserves acquises, majorées le cas échéant à concurrence du montant garanti en application de l'article 24 de la loi, et aux rentiers, proportionnellement au capital constitutif de la rente en cours.
§ 2. Par dérogation au § 1er, ces actifs peuvent être affectés en tout ou en partie à une autre destination sociale par convention collective de travail.
Si le régime de pension concerné a été instauré par un employeur au niveau de l'entreprise et qu'il n'existe pas au sein de l'entreprise ni conseil d'entreprise, ni comité de prévention et de protection au travail, ni délégation syndicale, les actifs peuvent être affectés à une autre destination sociale par la procédure de modification du règlement de travail.
Art. 14-5. En cas de licenciements tels que visés dans la loi du 28 juin 1966 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises et dans l'arrêté royal du 29 août 1985 définissant les entreprises en difficulté ou connaissant des circonstances économiques exceptionnellement défavorables visées à l'article 39bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension peuvent être affectés à une autre destination sociale par convention collective de travail ou, dans le cas vise à l'article 14-4, § 2, alinéa 2, par la procédure de modification du règlement de travail.
Art. 14-6. Les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension sont les avoirs dont le montant excède la somme des montants suivants :
1° pour les affiliés autres que les rentiers, les réserves acquises, majorées le cas échéant à concurrence du montant garanti en application de l'article 24 de la loi;
2° pour les rentiers, les capitaux constitutifs de la rente en cours;
3° le cas échéant, les montants imposés par la règlementation en matière de contrôle prudentiel applicable, autres que ceux visés au 1° et 2°.
Dans le cas visé à l'article 14-5, les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension sont limités au prorata des réserves acquises, majorées le cas échéant à concurrence du montant garanti en application de l'article 24 de la loi, des travailleurs concernés par le licenciement. ".
" Chapitre IVbis. - Destination des actifs
Art. 14-3. Les actifs constitués en raison d'un engagement de pension doivent rester affectés au financement de tels engagements.
Art. 14-4. § 1er. En cas d'abrogation définitive de l'engagement de pension ou de disparition de l'organisateur pour quelque raison que ce soit, sans reprise des obligations par un tiers, les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension sont attribués aux affiliés proportionnellement à leurs réserves acquises, majorées le cas échéant à concurrence du montant garanti en application de l'article 24 de la loi, et aux rentiers, proportionnellement au capital constitutif de la rente en cours.
§ 2. Par dérogation au § 1er, ces actifs peuvent être affectés en tout ou en partie à une autre destination sociale par convention collective de travail.
Si le régime de pension concerné a été instauré par un employeur au niveau de l'entreprise et qu'il n'existe pas au sein de l'entreprise ni conseil d'entreprise, ni comité de prévention et de protection au travail, ni délégation syndicale, les actifs peuvent être affectés à une autre destination sociale par la procédure de modification du règlement de travail.
Art. 14-5. En cas de licenciements tels que visés dans la loi du 28 juin 1966 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises et dans l'arrêté royal du 29 août 1985 définissant les entreprises en difficulté ou connaissant des circonstances économiques exceptionnellement défavorables visées à l'article 39bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension peuvent être affectés à une autre destination sociale par convention collective de travail ou, dans le cas vise à l'article 14-4, § 2, alinéa 2, par la procédure de modification du règlement de travail.
Art. 14-6. Les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension sont les avoirs dont le montant excède la somme des montants suivants :
1° pour les affiliés autres que les rentiers, les réserves acquises, majorées le cas échéant à concurrence du montant garanti en application de l'article 24 de la loi;
2° pour les rentiers, les capitaux constitutifs de la rente en cours;
3° le cas échéant, les montants imposés par la règlementation en matière de contrôle prudentiel applicable, autres que ceux visés au 1° et 2°.
Dans le cas visé à l'article 14-5, les actifs qui ne sont plus nécessaires à la gestion de l'engagement de pension sont limités au prorata des réserves acquises, majorées le cas échéant à concurrence du montant garanti en application de l'article 24 de la loi, des travailleurs concernés par le licenciement. ".
Art. 12. De in bijlage van dit besluit opgenomen regeling wordt als bijlage gevoegd bij voormelde koninklijk besluit van 14 november 2003.
Art. 7. A l'article 15, § 2, alinéa 2, du même arrêté, les mots " conformément à l'article 14, § 3 " sont supprimés.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art. 8. A l'article 16 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " conformément à l'article 14, § 1er " sont remplacés par les mots " dans le règlement ou la convention de pension conformément a l'article 11 ";
2° les mots " 6, 2° ou 12, 2° " sont remplacés par les mots " 9 ou 13, 2° ";
3° les mots " en vigueur dans la législation de contrôle, pour le calcul de la réserve minimale, à la date considérée " sont remplacés par les mots " mentionnées à l'article 10, § 2 ";
4° il est inséré un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les engagements de type contributions définies avec garantie de rendement ou de type cash balance, dont le rendement n'est pas un taux d'intérêt numériquement fixé dans le règlement ou la convention de pension, l'évolution du taux, de l'indice ou du rendement n'est pas considéré comme une modification du règlement ou de la convention de pension et s'applique tant aux contributions futures ou montants attribués qu'à la capitalisation des réserves existantes. "
1° les mots " conformément à l'article 14, § 1er " sont remplacés par les mots " dans le règlement ou la convention de pension conformément a l'article 11 ";
2° les mots " 6, 2° ou 12, 2° " sont remplacés par les mots " 9 ou 13, 2° ";
3° les mots " en vigueur dans la législation de contrôle, pour le calcul de la réserve minimale, à la date considérée " sont remplacés par les mots " mentionnées à l'article 10, § 2 ";
4° il est inséré un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les engagements de type contributions définies avec garantie de rendement ou de type cash balance, dont le rendement n'est pas un taux d'intérêt numériquement fixé dans le règlement ou la convention de pension, l'évolution du taux, de l'indice ou du rendement n'est pas considéré comme une modification du règlement ou de la convention de pension et s'applique tant aux contributions futures ou montants attribués qu'à la capitalisation des réserves existantes. "
Art. 14. De inwerkingtreding van artikel 1, 2° kan in geen geval aanleiding geven tot een daling van de verworven reserves die bestonden op het ogenblik van de inwerkingtreding van artikel 1, 2°.
Art. 9. A l'article 18 du même arrêté, les mots " conformément à l'article 14, § 1er " sont remplacés par les mots " dans le règlement ou la convention de pension conformément à l'article 11 ".
Art. 15. De artikelen 201, 2° tot 5°, 202, 207 tot 210, 211, 1°, 3° en 4°, 216, 1°, 217 tot 222 en 224 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening treden in werking op 1 januari 2007.
Art. 10. A l'article 19, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " et d'un taux technique égal au taux maximum de référence pour les opérations d'assurance à long terme fixé par les arrêtés d'exécution de la loi du 9 juillet 1975, diminué de 0,5 % " sont remplacés par les mots " et du taux fixé dans ou en vertu de l'article 24, § 2, de la loi ".
Art. 16. De formele aanpassing van de bestaande pensioenreglementen en -overeenkomsten dient te zijn beëindigd uiterlijk op 1 januari 2008.
Art. 11. A l'article 21 du même arrêté, les mots " dans les arrêtés d'exécution de la loi du 9 juillet 1975 pour le calcul des réserves minimales en capitalisation collective " sont remplacés par les mots " à l'article 10, § 2 ".
Art. 17. Onze Minister van Economie en Onze Minister van Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 januari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Pensioenen,
B. TOBBACK
Gegeven te Brussel, 12 januari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Pensioenen,
B. TOBBACK
Art. 12. Les dispositions figurant à l'annexe au présent arrêté forment l'annexe de l'arrêté royal du 14 novembre 2003 précité.
BIJLAGE.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art. N. Bepaling van de sterftetafels MR en FR
De sterftetafels MR en FR worden bepaald door de volgende relatie die, bij 1.000.000 geboorten, voor het aantal overlevenden op leeftijd x wordt gebruikt :
De sterftetafels MR en FR worden bepaald door de volgende relatie die, bij 1.000.000 geboorten, voor het aantal overlevenden op leeftijd x wordt gebruikt :
Art. 14. L'entrée en vigueur de l'article 1er, 2° ne peut en aucun cas conduire à une réduction des réserves acquises qui existaient au moment de l'entrée en vigueur de l'article 1er, 2°.
x
x c
l = k . s . g
x
x c
l = k . s . g
x
-
waarin de constanten k, s, g en c naargelang van de tafel de hieronder vermelde waarden hebben :
-
MR FR
- -
k 1.000.266,63 1.000.048,56
s 0,999 441 703 848 0,999 669 730 966
g 0,999 733 441 115 0,999 951 440 172
c 1,101 077 536 030 1,116 792 453 830
- -
k 1.000.266,63 1.000.048,56
s 0,999 441 703 848 0,999 669 730 966
g 0,999 733 441 115 0,999 951 440 172
c 1,101 077 536 030 1,116 792 453 830
-
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 januari 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2003 houdende uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Pensioenen,
B. TOBBACK.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Pensioenen,
B. TOBBACK.
-
-
Art. 15. Les articles 201, 2° à 5°, 202, 207 à 210, 211, 1°, 3° et 4°, 216, 1°, 217 à 222 et 224 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle entrent en vigueur le 1er janvier 2007.
-
Art. 16. L'adaptation formelle des règlements et des conventions de pension existants doit avoir lieu au plus tard le 1er janvier 2008.
-
Art. 17. Notre Ministre de l'Economie et Notre Ministre des Pensions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 12 janvier 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
Le Ministre des Pensions,
B. TOBBACK
Donné à Bruxelles, le 12 janvier 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
Le Ministre des Pensions,
B. TOBBACK
-
ANNEXE.
-
Art. N. Détermination des tables de mortalité MR et FR.
Les tables de mortalité MR et FR sont déterminées par la relation suivante, appliquée au nombre de survivants à l'âge x, pour 1.000.000 de naissances :
Les tables de mortalité MR et FR sont déterminées par la relation suivante, appliquée au nombre de survivants à l'âge x, pour 1.000.000 de naissances :
-
x
x c
l = k . s . g
x
x c
l = k . s . g
x
-
où les constantes k, s, g et c ont les valeurs reprises ci-dessous, selon la table :
-
MR FR
- -
k 1.000.266,63 1.000.048,56
s 0,999 441 703 848 0,999 669 730 966
g 0,999 733 441 115 0,999 951 440 172
c 1,101 077 536 030 1,116 792 453 830
- -
k 1.000.266,63 1.000.048,56
s 0,999 441 703 848 0,999 669 730 966
g 0,999 733 441 115 0,999 951 440 172
c 1,101 077 536 030 1,116 792 453 830
-
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 12 janvier 2007 modifiant l'arrêté royal du 14 novembre 2003 portant exécution de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
Le Ministre des Pensions,
B. TOBBACK.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Economie,
M. VERWILGHEN
Le Ministre des Pensions,
B. TOBBACK.