Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 DECEMBER 2007. - [Koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk] <Opschrift vervangen door <KB2019-12-20/02, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2020>> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2007 en tekstbijwerking tot 12-02-2026)
Titre
27 DECEMBRE 2007. - [Arrêté royal du 27 décembre 2007 portant exécution de l'article 53 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et des articles 12, 30bis et 30ter de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et de l'article 6ter, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail] <Intitulé remplacé par <AR2019-12-20/02, art. 14, 010; En vigueur : 01-01-2020>> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2007 et mise à jour au 12-02-2026)
Dokumentinformationen
Numac: 2007003609
Datum: 2007-12-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2007003609
Date: 2007-12-27
Moniteur: Voir
Tekst (70)
Texte (70)
HOOFDSTUK I. [1 - Werkingssfeer van artikel 53, eerste lid, 1°, b, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en artikel 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders]1
CHAPITRE Ier. [1 - Champ d'application de l'article 53, alinéa 1er, 1°, b, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et de l'article 30ter de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs]1
Artikel 1. [1 Voor de sector van de bewakings- en/of toezichtsdiensten zijn de [2 in artikel 53, eerste lid, 1°, b, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen]2 en artikel 30ter, § 1, 1°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, bedoelde werken of diensten de activiteiten en diensten beschreven in het koninklijk besluit van 7 november 1983 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten en tot vaststelling van het aantal leden ervan.]1
  
Article 1. [1 Pour le secteur du gardiennage et/ou de la surveillance les travaux ou services visés [2 à l'article 53, alinéa 1er, 1°, b, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales]2 et à l'article 30ter, § 1er, 1°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, sont les activités et services décrits dans l'arrêté royal du 7 novembre 1983 instituant la Commission paritaire pour les services de gardiennage et/ou de surveillance et fixant sa dénomination et sa compétence et en fixant le nombre de membres.]1
  
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 2. [1 Voor de vleessector zijnde [3 in artikel 53, eerste lid, 1°, b, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen]3 en artikel 30ter, § 1, 1°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, bedoelde werken of diensten :
   1° Wat de uitsnijderijen betreft :
   a) Ontvangst grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal;
   b) Primaire opslag;
   c) Productie;
   d) Finale opslag;
   e) Verpakken en etiketteren van het eindproduct;
   f) Opslag (gekoeld)en distributie (logistiek).
   2° Wat de vleesbereidingen en vleesproducten betreft :
   a) Ontvangst grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal;
   b) Primaire opslag;
   c) Grondstofvoorbereiding;
   d) Productie van (verse) vleesbereidingen;
   e) Productie van vleesproducten;
   f) Finale opslag;
   g) Verpakken en etiketteren van het eindproduct;
   h) Opslag(gekoeld) en distributie(logistiek).
   3° Wat het slachten van hoefdieren, gevogelte en konijnen betreft :
   a) Ontvangst levende dieren, slachtingsaangifte, lossen en ante mortem-keuring;
   b) Primaire opslag,wassen en ontsmetting van veewagens en kisten;
   c) slachtproces (onreine deel);
   d) Afwerking van het slachtproces (reine deel);
   e) Enkel bij gevogelte of konijnen, verpakken en etiketteren van het eindproduct;
   f) Opslag (gekoeld) en distributie (logistiek).]1

  [2 De activiteiten zoals in het eerste lid vermeld onder 1° tot en met 3° worden enkel beoogd indien deze activiteiten worden uitgevoerd in een slachthuis, uitsnijderij of een bedrijf voor vleesbereidingen en/of bereidingen van vleesproducten en die te dien einde een erkenning moeten verkrijgen van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.
   De activiteiten zoals in het eerste lid vermeld onder 1° tot en met 3° worden niet beoogd indien deze activiteiten worden uitgevoerd in een inrichting die een erkenning 1.1.3 (Slachting op landbouwbedrijven) moet verkrijgen, zoals voorzien in bijlage 2 van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.]2

  
Art. 2. [1 Pour le secteur de la viande les travaux ou services visés [3 à l'article 53, alinéa 1er, 1°, b, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales]3 et à l'article 30ter, § 1er, 1°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, sont :
   1° En ce qui concerne les ateliers de découpe :
   a) Réception des matières premières, ingrédients accessoires et des matériaux d'emballage;
   b) Stockage primaire;
   c) Production;
   d) Stockage finale;
   e) Emballage et étiquetage du produit fini;
   f) Entreposage (réfrigéré) et distribution (logistique).
   2° En ce qui concerne les préparations de viandes et produits à base de viandes :
   a) Réception des matières premières, ingrédients accessoires et des matériaux d'emballage;
   b) Stockage primaire;
   c) Préparation des matières premières;
   d) Production de préparations de viandes (fraîches);
   e) Production de produits à base de viande;
   f) Stockage finale;
   g) Emballage et étiquetage du produit fini;
   h) Entreposage (réfrigéré) et distribution(logistique).
   3° En ce qui concerne l'abattage d'ongulés, des volailles et des lapins :
   a) Réception d'animaux vivants, déclaration d'abattage, déchargement et expertise ante mortem;
   b) Stockage primaire, nettoyage et désinfection des bétaillères et des caisses;
   c) Processus d'abattage (partie sale);
   d) Finition du processus d'abattage (partie propre);
   e) Uniquement pour les volailles ou les lapins, emballage et étiquetage du produit fini.;
   f) Entreposage (réfrigéré) et distribution (logistique).]1

  [2 Les activités telles que mentionnées dans l'alinéa 1er sous les 1° à 3° sont uniquement concernées si elles sont exécutées dans un abattoir, un atelier de découpe ou entreprise de préparation de viande et/ou de produits à base de viande et qui doivent obtenir une reconnaissance de l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire à cette fin.
   Les activités telles que mentionnées dans l'alinéa 1er sous les 1° à 3° ne sont pas concernées si elles sont exécutées dans un établissement qui doit obtenir un agrément 1.1.3 (Abattages dans l'exploitation agricole), tel que prévu à l'annexe 2 de l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.]2

  
Afdeling 2.
Section 2.
Art. 3. [1 Voor de vleessector wordt de aannemer gelijkgesteld met de opdrachtgever.]1
  
Art. 3. [1 Pour le secteur de la viande l'entrepreneur est assimilé au donneur d'ordre. ]1
  
Afdeling 3.
Section 3.
Afdeling 4.
Section 4.
Afdeling 5.
Section 5.
Onderafdeling 1.
Sous-section 1re.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Onderafdeling 4.
Sous-section 4.
Afdeling 6.
Section 6.
Afdeling 7.
Section 7.
HOOFDSTUK III. - Modaliteiten van de storting.
CHAPITRE III. - Modalités du versement.
Aanwending of recuperatie van de gestorte bedragen
Affectation ou récupération des montants versés
Afdeling 1. - Belastingen.
Section 1re. - Impôts.
Art. 19. In het KB/WIB 92 wordt het opschrift van Hoofdstuk III, Afdeling XIII, vervangen door :
  " Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de belastingschulden van een aannemer (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikelen 403, 404 en 406)".
Art. 19. Dans l'AR/CIR 92, l'intitulé du Chapitre III, Section XIII, est remplacé par :
  " Responsabilité solidaire pour les dettes fiscales d'un entrepreneur (Code des impôts sur les revenus 1992, articles 403, 404 et 406)".
Art. 20. Artikel 207, KB/WIB 92, vervangen door het koninklijk besluit van 26 december 1998, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 207. Het krachtens artikel 403, van hetzelfde Wetboek ingehouden bedrag moet worden gestort bij de ontvanger die door de leidinggevende ambtenaar van de administratie bevoegd voor de invordering van de inkomstenbelastingen wordt aangewezen.
  De betaling van het ingehouden bedrag moet worden verricht op hetzelfde tijdstip als de betaling aan de aannemer en uitsluitend door storting of overschrijving op de postrekening van de aangewezen ontvanger.
  Op het stortings- of overschrijvingsbewijs moet naast de naam, het adres en het ondernemingsnummer van de in het vorig lid bedoelde aannemer, de vermelding "Art. 403 WIB 92", voorkomen, zomede de datum en het nummer van de factuur waarop de betaling betrekking heeft.
  Gelijktijdig met de vermelde storting of overschrijving, zendt degene die de storting moet verrichten, aan de ontvanger een afschrift van de facturen waarop de betaling betrekking heeft. "
Art. 20. L'article 207, AR/CIR 92, remplacé par l'arrêté royal du 26 décembre 1998, est remplacé comme suit :
  " Art. 207. Le montant retenu en vertu de l'article 403 du même Code doit être versé au receveur à désigner par le dirigeant de l'administration en charge du recouvrement des impôts sur les revenus.
  Le paiement du montant retenu doit s'effectuer en même temps que le paiement à l'entrepreneur et exclusivement par versement ou virement au compte courant postal du receveur désigné.
  Le bulletin de versement ou de virement doit porter, outre le nom, l'adresse et le numéro d'entreprise de l'entrepreneur visé à l'alinéa précédent, la mention "Art. 403 CIR 92", ainsi que la date et le numéro de la facture à laquelle se rapporte le versement.
  Celui qui doit effectuer le versement envoie, en même temps qu'il procède au versement ou au virement visé, au receveur une copie des factures auxquelles se rapporte le paiement. "
Art. 21. Artikel 208, KB/WIB 92, vervangen door het koninklijk besluit van 26 december 1998, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 208. Het in artikel 403, § 5, tweede lid bedoelde attest is geldig gedurende twintig dagen volgend op de uitreiking ervan door de bevoegde ontvanger. ".
Art. 21. L'article 208, AR/CIR 92, remplacé par l'arrêté royal du 26 décembre 1998, est remplacé comme suit :
  " Art. 208. L'attestation visée à l'article 403, § 5, alinéa 2, est valable pendant les 20 jours qui suivent sa délivrance par le receveur compétent. ".
Art. 22. Artikel 209, KB/WIB 92, vervangen door het koninklijk besluit van 26 december 1998, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 209. § 1. De persoon op wiens schuldvordering het gestorte bedrag werd ingehouden kan, wanneer zijn achterstallige belastingen volledig zijn aangezuiverd, bij de in artikel 207 bedoelde ontvanger een aanvraag om teruggaaf van het overschot van de gedane stortingen indienen.
  De aanvraag dient inzonderheid te vermelden de naam, het adres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van degene die de inhouding en de storting heeft gedaan, de datum van die storting, alsmede de datum, het nummer en het bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de factuur waarop de storting betrekking had.
  De aanvraag om teruggaaf geschiedt door middel van een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door de leidinggevende ambtenaar van de administratie bevoegd voor de invordering van de inkomstenbelastingen.
  § 2. Het in § 1 bedoelde overschot wordt ten spoedigste en uiterlijk binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de regelmatig ingediende aanvraag om teruggaaf, door de ontvanger aan de aanvrager overgemaakt.
  § 3. Wanneer het gestorte bedrag geheel of gedeeltelijk is aangewend overeenkomstig het voornoemde artikel 406, §§ 1 en 2, geeft de ontvanger daarvan binnen de in § 2 bedoelde termijn kennis aan de aanvrager met vermelding van alle gegevens omtrent de aangezuiverde schulden. ".
Art. 22. L'article 209, AR/CIR 92, remplacé par l'arrêté royal du 26 décembre 1998, est remplacé comme suit :
  " Art. 209. § 1er. La personne sur la créance de laquelle le montant versé a été retenu peut, lorsque ses arriérés d'impôts ont été entièrement apurés, introduire une demande en restitution du solde des versements effectués auprès du receveur visé à l'article 207.
  La demande doit notamment mentionner le nom, l'adresse et, le cas échéant, le numéro d'entreprise de celui qui a effectué la retenue et le versement, la date de ce versement ainsi que la date, le numéro et le montant, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, de la facture à laquelle se rapporte le versement.
  La demande en restitution est faite sur une formule dont le modèle est déterminé par le dirigeant de l'administration en charge du recouvrement des impôts sur les revenus.
  § 2. Le solde visé au § 1er est restitué par le receveur au demandeur dans le plus bref délai et au plus tard dans les deux mois à compter de la demande en restitution régulièrement introduite.
  § 3. Lorsque le montant versé est entièrement ou partiellement affecté conformément au susdit article 406, §§ 1er et 2, le receveur en avise le demandeur dans le délai visé au § 2 en mentionnant toutes les données relatives aux dettes apurées. ".
Afdeling 2. - Sociale Zekerheid.
Section 2. - Sécurité sociale.
Art. 23. De overeenkomstig [1 de artikelen 30bis, § 4, en 30ter, § 4,]1 van de in artikel 1 vermelde wet van 27 juni 1969 ingehouden sommen moeten, gelijktijdig met de betaling gedaan aan de aannemer of de onderaannemer, op [2 de Staatsrekening ]2van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gestort worden. Op het stortings- of overschrijvingsformulier moeten, naast de naam, het ondernemingsnummer en in voorkomend geval het adres van de aannemer of onderaannemer ook de woorden [1 Art. 30bis of 30ter volgens het geval]1, alsmede de datum, [1 de referentie]1 en het bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de factuur worden vermeld waarop de storting betrekking heeft.
  Het in [1 de artikelen 30bis, § 4, zesde lid, en 30ter, § 4, zesde lid,]1, bedoelde attest is geldig gedurende twintig dagen volgend op de uitreiking ervan door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
  [1 In voorkomend geval bezorgt de opdrachtgever, de aannemer of de onderaannemer, gelijktijdig met de in het eerste lid bedoelde storting, aan de Rijksdienst alle nodige inlichtingen voor de aanrekening van die storting, en dit onverminderd de inlichtingen waarover de Rijksdienst moet kunnen beschikken om de betalingen van inhoudingen toe te wijzen.]1
  Wanneer de storting wordt gedaan door een kredietinstelling of een andere derde moet bovendien melding worden gemaakt van de naam en het adres van de persoon die gehouden is de storting te doen en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van diens onderneming.
  De Rijksdienst kan desgevallend bijkomende inlichtingen of de voorlegging van documenten vragen waaruit moet blijken dat het bepaalde in [1 de voormelde artikelen 30bis, § 4, en 30ter, § 4,]1 correct werd toegepast.
  
Art. 23. Les sommes retenues conformément [1 aux articles 30bis, § 4, et 30ter, § 4,]1, de la loi du 27 juin 1969 précitée à l'article 1er, doivent être versées, en même temps que le paiement fait à l'entrepreneur ou au sous-traitant, [2 sur le compte d'Etat communiqué par ]2 l'Office national de sécurité sociale. Le bulletin de versement ou de virement doit mentionner, outre le nom, le numéro d'entreprise et le cas échéant l'adresse de l'entrepreneur ou du sous-traitant, les mots [1 " Art. 30bis ou Art. 30ter suivant le cas "]1, et la date, [1 la référence ]1 et le montant, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, de la facture à laquelle se rapporte le versement.
  L'attestation visée [1 aux articles 30bis, § 4, alinéa 6 et 30ter, § 4, alinéa 6]1 est valable pendant les 20 jours qui suivent sa délivrance par l'Office national de Sécurité sociale.
  [1 Le cas échéant, simultanément au versement visé à l'alinéa 1er, le commettant, l'entrepreneur ou le sous-traitant fait parvenir à l'Office national tous les renseignements nécessaires à l'imputation de ce versement, et ce, sans préjudice des renseignements dont l'Office national doit pouvoir disposer pour affecter les paiements de retenues.]1
  Lorsque le versement est effectué par un établissement de crédit ou un autre tiers, il y a lieu, en outre, de faire état du nom et de l'adresse de la personne tenue au versement et le cas échéant du numéro d'entreprise de l'entreprise de cette personne.
  L'Office national peut, le cas échéant, demander des renseignements supplémentaires ou la production de documents dont il apparaît que les dispositions [1 des articles 30bis, § 4, et 30ter, § 4, précités]1, ont été appliquées correctement.
  
Art. 24. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid rekent het bedrag aan van de gestorte inhouding, bedoeld in[1 de voormelde artikelen 30bis, § 4, en 30ter, § 4,]1 op basis van de inlichtingen verstrekt door de opdrachtgever, aannemer of onderaannemer overeenkomstig artikel 23. Die aanrekening geschiedt op de schulden tot en met het kwartaal dat voorafgaat aan dat waarin de bedragen worden gestort.
  De aanrekening bedoeld bij het eerste lid wordt, binnen de tien werkdagen volgend op de ontvangst door de Rijksdienst [1 van de inlichtingen bedoeld bij artikel 23, derde lid]1, uitgevoerd en aan de betrokken aannemer of onderaannemer medegedeeld.
  De aanrekening aan iedere aannemer of onderaannemer wordt geboekt op de datum waarop [2 de Staatsrekening]2 van de Rijksdienst gecrediteerd is.
  
Art. 24. L'Office national de sécurité sociale impute le montant de la retenue versée visée [1 aux articles 30bis, § 4, et 30ter, § 4, précités]1 sur base des renseignements fournis conformément à l'article 23 par le commettant, l'entrepreneur ou le sous-traitant. Cette imputation se fait sur les dettes jusqu'au trimestre inclus qui précède celui pendant lequel les montants ont été versés.
  L'imputation visée à l'alinéa 1er est effectuée et communiquée à l'entrepreneur ou au sous-traitant intéressé dans les dix jours ouvrables suivant la réception par l'Office national, [1 des renseignements visés à l'article 23, alinéa 3]1.
  L'imputation à tout entrepreneur ou sous-traitant est comptabilisée à la date à laquelle [2 le compte d'Etat ]2 de l'Office national est crédite.
  
Art. 25. § 1. In de mate dat het gestorte bedrag niet wordt aangewend voor de aanzuivering van de gerechtskosten, bijdragen, bijdrageopslagen, vaste vergoedingen, verwijlintresten en buitenlandse schuldvorderingen inzake sociale zekerheidsbijdragen, verschuldigd door de aannemer of onderaannemer in wiens hoofde het werd aangerekend, wordt het op zijn aanvraag door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ten spoedigste en uiterlijk binnen een termijn van drie maanden terugbetaald. Deze termijn vangt aan op het einde van het kwartaal tijdens hetwelk de aanvraag tot terugbetaling bij de Rijksdienst toekomt.
  Deze termijn kan evenwel niet aanvangen vóór de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de Rijksdienst in het bezit werd gesteld van alle gegevens betreffende de door de aannemer of onderaannemer tewerkgestelde werknemers en hun prestaties, of, in voorkomend geval, volgend op de dag waarop een rechterlijke uitspraak nopens een geschil omtrent de door de aannemer of onderaannemer aan de Rijksdienst verschuldigde bijdragen kracht van gewijsde gekregen heeft.
  Deze termijn kan evenwel niet aanvangen wanneer er een gerechtelijk onderzoek loopt, een strafprocedure werd ingezet (pro justitia), of een inspectieonderzoek naar bijkomende aangiften lopend is.
  § 2. Wanneer overeenkomstig artikel 24 het gestorte bedrag geheel of gedeeltelijk wordt aangewend tot betaling van schulden inzake socialezekerheidsbijdragen, geeft de Rijksdienst binnen de in § 1 vastgestelde termijn daarvan kennis aan de aanvrager en verstrekt hem bovendien alle gegevens omtrent de aangezuiverde schulden.
Art. 25. § 1er. Dans la mesure où le montant versé n'est pas utilisé pour l'apurement des frais de justice, des cotisations, des majorations de cotisations, des indemnités forfaitaires, des intérêts de retard et des créances de cotisations sociales d'origine étrangère, dus par l'entrepreneur ou le sous-traitant dans le chef duquel il a été imputé, il est, à sa demande, remboursé par l'Office national de Sécurité sociale dans le plus bref délai et au plus tard dans les trois mois. Ce délai prend cours à la fin du trimestre au cours duquel la demande de remboursement parvient à l'Office national.
  Cependant, ce délai ne prend pas cours avant le premier jour du mois qui suit la date à laquelle l'Office national entre en possession de l'ensemble des données relatives aux travailleurs occupés par l'entrepreneur ou le sous-traitant ainsi qu'à leurs prestations ou, le cas échéant, qui suit la date à laquelle une décision judiciaire relative à une contestation portant sur les cotisations dues a l'Office national par l'entrepreneur ou le sous-traitant est coulée en force de chose jugée.
  Ce délai ne prend pas cours lorsqu'il y a une enquête judiciaire en cours, lorsqu'une procédure pénale est introduite (pro justitia), ou lorsqu'une enquête est menée par un service d'inspection pour établir des déclarations complémentaires.
  § 2. Lorsque, conformément à l'article 24, le montant versé est affecté, en tout ou en partie, au paiement de dettes qui concernent les cotisations de sécurité sociale, l'Office national en avise le demandeur dans le délai fixé au § 1er et lui fournit en outre toutes les données concernant les dettes apurées.
Art. 26. § 1. [3 ...]3
  § 2. [3 ...]3
  [2 § 2/1. [3 ...]3]2
  § 3. De eigen sociale schulden van een werkgever zijn gevormd door :
  - de socialezekerheidsbijdragen;
  - de bijdrageopslag bedoeld in artikel 28 van de voornoemde wet van 27 juni 1969;
  - de vaste vergoedingen bedoeld in artikelen 28, 29, 29bis en 30 van de voornoemde wet van 27 juni 1969;
  - de vaste vergoeding bedoeld in artikel 38, § 3quater van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
  - de verwijlinterest bedoeld in artikel 28 van de voornoemde wet van 27 juni 1969;
  - de eventuele gerechtelijke kosten.
  
Art. 26. § 1er. [3 ...]3
  § 2. [3 ...]3
  [2 § 2/1. [3 ...]3]2
  § 3. Les dettes sociales propres d'un employeur se constituent :
  - des cotisations de sécurité sociale;
  - des majorations de cotisations visées à l'article 28 de la loi précitée du 27 juin 1969;
  - des indemnités forfaitaires visées aux articles 28, 29, 29bis et 30 de la loi précitée du 27 juin 1969;
  - de l'indemnité forfaitaire visée à l'article 38, § 3quater de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés;
  - des intérêts de retard visés à l'article 28 de la loi précitée du 27 juin 1969;
  - des éventuels frais judiciaires.
  
HOOFDSTUK IV. - Vermindering van de boete.
CHAPITRE IV. - Réduction de l'amende.
Afdeling 1. - Belastingen.
Section 1re. - Impôts.
Art. 27. Artikel 210, KB/WIB 92, vervangen door het koninklijk besluit van 26 december 1998, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 210. Wanneer de in artikel 403, van hetzelfde Wetboek opgelegde storting niet is verricht, wordt de in artikel 404 van dat Wetboek bedoelde administratieve boete, voor ten hoogste drie overtredingen, verminderd tot een achtste, een vierde of de helft van die boete naargelang het respectievelijk een eerste, een tweede of een derde overtreding betreft, op voorwaarde dat de degene die de storting niet heeft verricht, een overeenkomst had afgesloten met een aannemer die op het ogenblik van het afsluiten ervan geen fiscale schulden had, en dat die aannemer op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding :
  1° ofwel, geen fiscale schulden meer heeft;
  2° ofwel, nog steeds fiscale schulden heeft en degene die de storting niet heeft verricht, op verzoek van de administratie alsnog de vereiste storting heeft uitgevoerd binnen de door haar opgelegde termijn en het bewijs van storting wordt overgelegd. ".
Art. 27. L'article 210, AR/CIR 92, remplacé par l'arrêté royal du 26 décembre 1998, est remplacé comme suit :
  " Art. 210. Lorsque le versement imposé par l'article 403 du même Code n'a pas été effectué, l'amende visée à l'article 404 dudit Code, est réduite, pour trois infractions au maximum, au huitième, au quart ou à la moitié de l'amende selon qu'il s'agit respectivement d'une première, d'une deuxième ou d'une troisième infraction à condition que celui qui n'a pas effectué le versement ait conclu un contrat avec un entrepreneur qui, au moment de la conclusion du contrat, n'avait pas de dettes fiscales, et qu'au moment de la constatation de l'infraction, cet entrepreneur :
  1° soit, n'avait plus de dettes fiscales;
  2° soit, ait encore des dettes fiscales et que celui qui n'a pas effectue le versement, ait effectué celui-ci à la demande de l'administration dans le délai fixé par elle, et que la preuve de ce versement soit produite. ".
Afdeling 2. - Sociale Zekerheid.
Section 2. - Sécurité sociale.
Art. 29. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan de aannemer of diegene die met hem wordt gelijkgesteld en de onderaannemers vrijstellen van betaling van de sommen die krachtens [1 de artikelen 30bis, § 8, en 30ter, § 8,]1 van de in artikel 1 vermelde wet van 27 juni 1969, worden toegepast, wanneer zij aantonen dat zij in de onmogelijkheid verkeerden hun verplichtingen binnen een redelijke termijn na te komen ingevolge een geval van verantwoorde overmacht.
  De vrijstelling kan ook worden toegekend wanneer het gaat om een eerste overtreding op die bepalingen ten name van de overtreders en voor zover geen enkele inbreuk op de wetgeving inzake sociale zekerheid of inzake werkloosheid of op de sociale wetgeving werd vastgesteld die verband houdt met de werken die niet overeenkomstig [1 de artikelen 30bis, § 7, en 30ter, § 7,]1 van de genoemde wet werden gemeld.
  De krachtens [1 de artikelen 30bis, § 8, en 30ter, § 8, ]1 van die wet toegepaste som kan tot 50 pct. worden verminderd wanneer de niet-naleving van de verplichting van de aannemer of diegene die met hem wordt gelijkgesteld en de onderaannemer die een beroep heeft gedaan op een andere onderaannemer als uitzonderlijk kan worden beschouwd en voor zover ze de verplichtingen naleven die zijn voorgeschreven door de wet van 27 juni 1969 en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten, alsook de verplichtingen voorgeschreven door het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  
Art. 29. L'Office national de Sécurité sociale peut exonérer l'entrepreneur ou celui qui y est assimilé et les sous-traitants du paiement des sommes appliquées en vertu [1 des articles 30bis, § 8, et 30ter, § 8,]1 de la loi du 27 juin 1969 précitée à l'article 1er, lorsqu'ils établissent qu'ils ont été dans l'impossibilité de remplir leurs obligations dans les délais en raison d'un cas de force majeure dûment justifié.
  L'exonération peut également être accordée lorsqu'il s'agit d'une première infraction à cette disposition dans le chef du contrevenant et pour autant qu'en rapport avec les travaux non renseignés conformément au prescrit [1 des articles 30bis, § 7, et 30ter, § 7, ]1 de la loi précitée, aucune infraction à la législation de la sécurité sociale ou du chômage ou à la législation sociale n'a été constatée.
  La somme appliquée en vertu [1 des articles 30bis, § 8, et 30ter, § 8,]1 de ladite loi, peut être diminuée de 50 p.c. lorsque le non-respect de l'obligation de l'entrepreneur ou celui qui y est assimilé et du sous-traitant qui a fait appel à un autre sous-traitant peut être considéré comme exceptionnel et qu'ils se sont conformés aux obligations prescrites par la loi du 27 juin 1969 et ses arrêtés d'exécution, ainsi qu'aux obligations prescrites par l'arrête royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
  
HOOFDSTUK V. - Melding van werken aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
CHAPITRE V. - Communication de travaux à l'Office national de Sécurité sociale.
Art. 30. § 1. [1 Wanneer de in voornoemd artikel 30bis, § 1, 1°, of artikel 30ter, § 1, 1°, bedoelde werken of diensten moeten worden uitgevoerd, moet de aannemer of diegene die met hem wordt gelijkgesteld de inlichtingen bedoeld bij, naar gelang het geval, artikel 30bis, § 7, [2 , van voormelde wet van 27 juni 1969 en bij de uitvoeringsbesluiten van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk,]2 of bij artikel 30ter, § 7, van voormelde wet van 27 juni 1969 via elektronische weg, onder de vorm door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid opgelegd, meedelen aan de voormelde Rijksdienst. Na ontvangst van de inlichtingen deelt de Rijksdienst aan de aannemer of diegene die met hem wordt gelijkgesteld een identificatienummer mee.]1
  § 2. Onder einddatum van de werken wordt verstaan : de datum waarop de aanwezigheid van de aannemer en de eventuele onderaannemers op de werf niet langer gerechtvaardigd is, omdat de bestelde werken zijn beëindigd, het materiaal en de werknemers van de betrokken aannemer(s) zich niet langer gerechtvaardigd op de werf bevinden en de werf is opgekuist.
  Onder begindatum van de werken van een onderaannemer wordt verstaan : de datum waarop de onderaannemer voor het eerst fysiek aanwezig is op de werf om met de uitvoering van het contract met de aannemer een aanvang te nemen.
  Onder einddatum van de werken van een onderaannemer wordt verstaan : de datum waarop de aanwezigheid van de bedoelde onderaannemer op de werf niet langer gerechtvaardigd is omdat de bestelde werken zijn beëindigd omdat de bestelde werken zijn beëindigd, het materiaal en de werknemers van de betrokken aannemer(s) zich niet langer gerechtvaardigd op de werf bevinden en de werf is opgekuist.
  
Art. 30. § 1er. [1 Lorsque des travaux ou services visés à l'article 30bis, § 1er, 1°, ou à l'article 30ter, § 1er, 1°, de la loi précitée du 27 juin 1969, doivent être effectués, les renseignements visés, suivant le cas, à l'article 30bis, § 7, [2 de la loi précitée du 27 juin 1969 et aux arrêtés royaux pris en exécution de l'article 6ter de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail]2 ou à l'article 30ter, § 7, de la loi précitée du 27 juin 1969, doivent être communiqué par l'entrepreneur ou celui qui y est assimilé à l'Office national de Sécurité sociale par la voie électronique sous la forme déterminée par ledit Office. Dès réception de ces renseignements, l'Office national communique à l'entrepreneur ou celui qui y est assimilé un numéro d'identification.]1
  § 2. Par date de fin des travaux on entend la date à laquelle la présence des entrepreneurs et sous-traitants éventuels ne se justifie plus sur le chantier, les travaux commandés étant termines le matériel et les travailleurs de(s) l'entrepreneur(s) concerné(s) n'ayant plus de raison d'être sur le chantier et le chantier étant nettoyé.
  Par date de début d'intervention d'un sous-traitant on entend la date à laquelle celui-ci intervient physiquement pour la première fois sur le chantier afin de commencer à exécuter la convention conclue avec son entrepreneur.
  Par date de fin d'intervention d'un sous-traitant on entend la date à laquelle la présence dudit sous-traitants ne se justifie plus sur le chantier, les travaux commandés étant terminés le matériel et les travailleurs de(s) l'entrepreneur(s) concerné(s) n'ayant plus de raison d'être sur le chantier et le chantier étant nettoyé.
  
Art. 31. Voormeld artikel 30bis, § 7, is niet van toepassing op de aannemers die geen beroep doen op een onderaannemer, voor de werken waarvoor het totaal bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die aan hen zijn toevertrouwd, [1 lager is dan 30.000,00 EUR]1. [1 Artikel 30bis, § 7 is ook niet van toepassing op aannemers die een beroep doen op één enkel onderaannemer voor de hen toevertrouwde werkzaamheden waarvan het totale bedrag zonder belasting op de toegevoegde waarde lager is dan 5.000,00 EUR.]1
  
Art. 31. L'article 30bis, § 7, précité, n'est pas applicable aux entrepreneurs qui ne font pas appel à un sous-traitant, pour les travaux pour lesquels le montant total, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, qui leurs sont concédés [1 est inférieur à 30.000,00 EUR.]1. [1 De même, l'article 30bis, § 7, précité, n'est pas applicable aux entrepreneurs qui font appel à un et un seul sous-traitant, pour les travaux qui leurs sont concédés pour lesquels le montant total, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, est inférieur à 5.000,00 EUR.]1
  
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE VI. - Mesures transitoires.
Art. 32. In afwijking van artikel 3, § 1, en § 2, tweede lid, moeten de aannemers de aanvragen tot registratie rechtstreeks bij de bevoegde registratiecommissie of bij de centrale registratiecommissie indienen tot en met de laatste dag van het trimester binnen hetwelk het in die bepaling vermelde centraal informaticaplatform operationeel is geworden.
Art. 32. Par dérogation à l'article 3, § 1er, et § 2, deuxième alinéa, les entrepreneurs doivent remettre les demandes d'enregistrement directement à la commission d'enregistrement compétente ou à la commission centrale d'enregistrement jusqu'au dernier jour du trimestre durant lequel la plate-forme centrale automatisée mentionnée dans cette disposition sera devenue opérationnelle.
Art. 33. In afwijking van artikel 12, § 1, eerste lid, begint, tot en met de laatste dag van het trimester binnen hetwelk het in die bepaling vermelde centraal informaticaplatform operationeel is geworden, de aldaar vermelde termijn van twee maanden te lopen vanaf de datum van ontvangst van de bij toepassing van artikel 32 ingediende aanvragen.
Art. 33. Par dérogation à l'article 12, § 1, premier alinéa, le délai de deux mois qui y est mentionné commence à courir a partir de la date de réception de la demande déposée en application de l'article 32, et ce jusqu'au dernier jour du trimestre dans lequel la plate-forme centrale automatisée sera devenue opérationnelle.
Art. 34. In afwijking van artikel 18, § 2, worden de in artikel 17, § 2, bedoelde adviezen van de stuurgroep bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad zoals de in kracht van gewijsde gegane uitspraken als bedoeld in artikel 401, § 3, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en in artikel 30bis, § 2, elfde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, tot en met de laatste dag van het trimester binnen hetwelk het in die bepaling vermelde centraal informaticaplatform operationeel is geworden.
Art. 34. Par dérogation à l'article 18, § 2, les avis du groupe d'impulsion visés a l'article 17, § 2 sont publiés au Moniteur belge comme les décisions coulés en force de chose jugée visées à l'article 401, § 3, deuxième alinéa, du code des impôts sur les revenus 1992 et à l'article 30bis, § 2, onzième alinéa de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, jusqu'au dernier jour du trimestre dans lequel la plate-forme centrale automatisée mentionnée dans cette disposition sera devenue opérationnelle.
Art. 35. De beslissingen die zijn genomen in uitvoering van de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 tot uitvoering van de artikelen 400 tot 404 en van artikel 408, § 2, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van de artikelen 30bis en 30ter, § 9, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, blijven geldig.
Art. 35. Les décisions qui sont prises en exécution des dispositions de l'arrêté royal du 5 octobre 1978 portant exécution des articles 400 à 404 et de l'article 408, § 2, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 et des articles 30bis et 30ter, § 9, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, et de l'arrêté royal du 26 décembre 1998 portant exécution des articles 400, 401, 403, 404 et 406 du Code des impôts sur les revenus 1992 et de l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, restent valables.
Art. 36. Tenzij de nieuwe regels voordeliger zijn voor de betrokken aannemer, worden de aanvragen tot registratie en de verzoekschriften tot schrapping waarover op de datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen definitieve beslissing is getroffen, verder behandeld volgens de regels die zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Art. 36. A moins que les nouvelles règles ne soient plus avantageuses pour l'entrepreneur concerné, les demandes d'enregistrement et les requêtes en radiation pour lesquelles aucune décision définitive n'est intervenue à la date de l'entrée en vigueur de cet arrêté, seront traitées selon les règles définies dans l'arrêté royal du 26 décembre 1998 portant exécution des articles 400, 401, 403, 404 et 406 du Code des impôts sur les revenus 1992 et de l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Art. 37. De inlichtingen verstrekt in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 tot uitvoering van artikel 30ter, § 7, tweede lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, blijven onverminderd geldig voor de toepassing van de artikelen 30 en 31.
Art. 37. Les renseignements fournis en exécution de l'arrêté royal du 12 août 1994 portant exécution de l'article 30ter, § 7, deuxième alinéa, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et de l'arrêté royal du 26 décembre 1998 portant exécution des articles 400, 401, 403, 404 et 406 du Code des impôts sur les revenus 1992 et de l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, restent encore valables pour l'application des articles 30 et 31.
Art. 38. In afwijking van artikel 1, zijn, voor de periode van 1 januari 2008 tot 31 mei 2009, de werkzaamheden bedoeld in artikel 30bis, § 7 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de werkzaamheden die onder de werkingssfeer van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf vallen.
Art. 38. Par dérogation à l'article 1er, pour la période du 1er janvier 2008 au 31 mai 2009, les activités visées à l'article 30bis, § 7, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, sont les activités relevant du champ d'application de la Commission paritaire de la construction.
Art. 39. De aannemer op wie de opdrachtgever een beroep heeft gedaan en die op basis van schriftelijk afgesloten overeenkomsten gedateerd voor 1 juni 2009 werken uitvoert die met toepassing van artikel 38 niet moesten worden meegedeeld, moet de in artikelen 30 en 31 bedoelde inlichtingen verstrekken voor 1 augustus 2009, voor zover deze werken niet zullen zijn beëindigd voor 1 oktober 2009.
Art. 39. L'entrepreneur à qui le commettant a fait appel, qui effectue des travaux sur base de conventions conclues par écrit et datées avant le 1er juin 2009 et qui ne devaient pas être communiquées en application de l'article 38, doit fournir les renseignements visés aux articles 30 et 31 avant le 1er août 2009 pour autant que ces travaux ne soient pas terminés avant le 1er octobre 2009.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives.
Art. 40. In het koninklijk besluit van 28 mei 2003 tot vaststelling van het bedrag van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, en de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten, gewijzigd bij de besluiten van 5 juni en 21 september 2004 en 22 december 2005, wordt een artikel 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 2bis. De door het ondernemingsloket geïnde vergoeding voor het indienen van de aanvraag bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt bepaald op 30,00 euro, BTW inbegrepen. "
Art. 40. Un article 2bis rédigé comme suit, est inséré dans l'arrêté royal du 28 mai 2003 fixant le montant du droit d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises en tant qu'entreprise commerciale ou artisanale, et la rémunération des guichets d'entreprises agrées, modifié par les arrêtés des 5 juin et 21 septembre 2004 et 22 décembre 2005 :
  " Art. 2bis. La rémunération perçue par le guichet d'entreprise pour introduire la demande visée à l'article 3 de l'arrêté royal du 27 décembre 2007 portant exécution des articles 400, 401, 403, 404 et 406 du Code des impôts sur les revenus 1992 et de l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est fixée à 30,00 euros, T.V.A. comprise. "
Art. 41. Artikel 7, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 19 juni 2003 houdende de nadere regels voor de toegang tot de Kruispuntbank van Ondernemingen, wordt aangevuld als volgt :
  " - de datum waarop de hoedanigheid van geregistreerde aannemer in de Kruispuntbank van ondernemingen is geschrapt. "
Art. 41. L'article 7, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 19 juin 2003 portant sur les modalités d'accès à la Banque-Carrefour des Entreprises, est complété comme suit :
  " - la date de la radiation de la qualité d'entrepreneur enregistré dans la Banque-Carrefour des Entreprises. "
HOOFDSTUK VIII. - Opheffingsbepaling.
CHAPITRE VIII. - Disposition abrogatoire.
Art. 42. Het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt opgeheven.
Art. 42. L'arrêté royal du 26 décembre 1998 portant exécution des articles 400, 401, 403, 404 et 406 du Code des impôts sur les revenus 1992 et de l'article 30bis de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est abrogé.
HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE IX. - Entrée en vigueur.
Art. 43. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008 met uitsluiting van de artikelen 2, § 5, 3, laatste lid, en 9, § 1, laatste lid, die slechts van toepassing zijn op de aanvragen die worden ingediend vanaf de datum van oprichting van de centrale registratiecommissie als bedoeld in het genoemde artikel 9, § 1, laatste lid.
Art. 43. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2008 à l'exclusion des articles 2, § 5, 3, dernier alinéa et 9, § 1er, dernier alinéa qui ne sont applicables qu'aux demandes qui sont soumises à partir de la date de la création de la commission centrale d'enregistrement visée à l'article 9, § 1er, dernier alinéa.
Art. 44. Onze Minister die bevoegd is voor Financiën, Onze Minister die bevoegd is voor de Kruispuntbank van Ondernemingen, Onze Minister die bevoegd is voor Sociale Zaken, Onze Minister die bevoegd is voor de Ondernemingsloketten en Onze Minister die bevoegd is voor Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 44. Notre Ministre qui a les Finances dans ses attributions, Notre Ministre qui a la Banque-Carrefour des Entreprises dans ses attributions, Notre Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions, Notre Ministre qui a les Guichets d'entreprises dans ses attributions et Notre Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.