Artikel 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten, wordt voor het begrotingsjaar 2007 een financiële tussenkomst van 3.750.000 euro toegekend aan de zes politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om investeringen inzake infrastructuur en veiligheidsmaterieel in verband met de veiligheid in Brussel te dekken in het kader van de organisatie van de Europese Toppen.
De verdeling van dit bedrag tussen de 6 politiezones van Brussel gebeurt volgens de volgende sleutel :
2/7e van het globale bedrag voor de zone Brussel-Elsene (5339), namelijk een bedrag van 1.071.429 euro;
1/7e voor elk van de andere zones, namelijk een bedrag van 535.714 euro dat respectievelijk gestort moet worden aan de zones 5340, 5341, 5342, 5343 en 5344.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 DECEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot toekenning van financiële hulp voor investeringen inzake infrastructuur en veiligheidsmaterieel in verband met de veiligheid in Brussel in het kader van de organisatie van de Europese Toppen.
Titre
6 DECEMBRE 2007. - Arrêté royal accordant une aide financière afin de couvrir des investissements en matière d'infrastructures et en matériel de sécurité en rapport avec la sécurité à Bruxelles dans le cadre de l'organisation des Sommets européens.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. Dans la limite des crédits disponibles, une intervention financière de 3.750.000 euro est octroyée pour l'année budgétaire 2007 aux six zones de police de la région de Bruxelles-Capitale, afin de couvrir des investissements en matière d'infrastructures et en matériel de sécurité en rapport avec la sécurité à Bruxelles dans le cadre de l'organisation des Sommets européens.
La répartition de ce montant entre les 6 zones de police de Bruxelles s'effectue selon la clé suivante :
2/7e du montant global pour la zone de Bruxelles-Ixelles (5339), à savoir un montant de 1.071.429 euro;
1/7e pour chacune des autres zones, à savoir un montant de 535.714 euro à verser respectivement aux zones 5340, 5341, 5342, 5343 et 5344.
La répartition de ce montant entre les 6 zones de police de Bruxelles s'effectue selon la clé suivante :
2/7e du montant global pour la zone de Bruxelles-Ixelles (5339), à savoir un montant de 1.071.429 euro;
1/7e pour chacune des autres zones, à savoir un montant de 535.714 euro à verser respectivement aux zones 5340, 5341, 5342, 5343 et 5344.
Art. 2. De in artikel 1 bedoelde financiële tussenkomst wordt aangerekend op basisallocatie 13.56.70.43.01.
Art. 2. L'intervention financière visée à l'article 1er est imputée à charge de l'allocation de base 13.56.70.43.01.
Art. 3. Om van deze financiële tussenkomst te kunnen genieten, moeten de betrokken zones ten laatste tegen 30 november 2007 een gedetailleerd plan met cijfergegevens inzake de aanwending van het bedrag indienen bij de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Dit plan moet gestaafd zijn met volledige en precieze informatiegegevens inzake de aard, de opportuniteit en de kosten van de voorziene uitgaven.
Art. 3. Pour pouvoir bénéficier de cette intervention financière, les zones concernées doivent introduire au plus tard pour le 30 novembre 2007 un plan détaillé et chiffré d'affectation du montant auprès de la Direction générale Centre de crise du Service Public Fédéral Intérieur. Ce plan doit être étayé d'informations complètes et précises quant à la nature, à l'opportunité et au coût des dépenses envisagées.
Art. 4. Kunnen in aanmerking genomen worden, de investeringsuitgaven inzake infrastructuur en veiligheidsmaterieel die verbonden zijn aan de organisatie van de Europese toppen en meer in het bijzonder de uitgaven die betrekking hebben op veiligheidsmaterieel, persoonlijke beschermingsmiddelen, bewapening van de openbare ordediensten en voertuigen.
Bovendien kan - bij wijze van uitzondering en mits motivering - de huur van veiligheidsmaterieel eveneens in aanmerking genomen worden.
Het veiligheidsmaterieel omvat met name de installatie van bewakingscamera's. Onder persoonlijke beschermingsmiddelen verstaat men met name helmen, beenbeschermers, borstbescherming, schilden en handschoenen. Onder bewapening voor ordehandhaving verstaat men met name knuppels, granaatwerpers en traangasgranaten.
Bovendien kan - bij wijze van uitzondering en mits motivering - de huur van veiligheidsmaterieel eveneens in aanmerking genomen worden.
Het veiligheidsmaterieel omvat met name de installatie van bewakingscamera's. Onder persoonlijke beschermingsmiddelen verstaat men met name helmen, beenbeschermers, borstbescherming, schilden en handschoenen. Onder bewapening voor ordehandhaving verstaat men met name knuppels, granaatwerpers en traangasgranaten.
Art. 4. Peuvent être prises en considération les dépenses d'investissement en matière d'infrastructures et en matériel de sécurité ayant un lien avec l'organisation des Sommets européens et plus particulièrement les dépenses portant sur du matériel de sécurité, de l'équipement individuel de protection, de l'armement ordre public et des véhicules.
En outre, à titre exceptionnel et de manière motivée, la location de matériel de sécurité peut également être prise en considération.
Le matériel de sécurité comprend notamment l'installation de caméras de surveillance. L'équipement individuel de protection couvre notamment les casques, les jambières, la protection thoracique, les boucliers, les gants. L'armement ordre public couvre notamment les matraques, les lanceurs de grenades, les grenades lacrymogènes.
En outre, à titre exceptionnel et de manière motivée, la location de matériel de sécurité peut également être prise en considération.
Le matériel de sécurité comprend notamment l'installation de caméras de surveillance. L'équipement individuel de protection couvre notamment les casques, les jambières, la protection thoracique, les boucliers, les gants. L'armement ordre public couvre notamment les matraques, les lanceurs de grenades, les grenades lacrymogènes.
Art. 5. De Minister van Binnenlandse Zaken beslist tot goedkeuring of niet-goedkeuring van het aanwendingsplan voor de financiële tussenkomst.
In geval van goedkeuring van het aanwendingsplan, wordt het akkoord van de Minister meegedeeld aan de betrokken politiezone en wordt een eerste schijf ter waarde van 70 % van het voorziene bedrag gestort.
In geval de Minister van Binnenlandse Zaken het aanwendingsplan gedeeltelijk of volledig afkeurt, beschikt de betrokken politiezone over vijftien bijkomende dagen om een overeenkomstig de opmerkingen van de Minister aangepast aanwendingsplan in te dienen.
Het aanwendingsplan kan tijdens de uitvoering ervan gewijzigd worden, voor zover die naar behoren uitgelegde wijzigingen de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken krijgt en voor zover het maximum bedrag van de in artikel 1 van dit besluit vermelde financiële tussenkomst, niet overschreden wordt. De wijzigingsdossiers voor het aanwendingsplan moeten ingediend worden bij de Algemene Directie Crisiscentrum.
Het saldo wordt aan de politiezone gestort op basis van de voorlegging van de bewijzen en van de controle van de correcte aanwending van de financiële hulp. De bewijzen worden ten laatste op 31 augustus 2008 ter goedkeuring bezorgd aan de Algemene Directie Veiligheid- en Preventie van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.
In geval van goedkeuring van het aanwendingsplan, wordt het akkoord van de Minister meegedeeld aan de betrokken politiezone en wordt een eerste schijf ter waarde van 70 % van het voorziene bedrag gestort.
In geval de Minister van Binnenlandse Zaken het aanwendingsplan gedeeltelijk of volledig afkeurt, beschikt de betrokken politiezone over vijftien bijkomende dagen om een overeenkomstig de opmerkingen van de Minister aangepast aanwendingsplan in te dienen.
Het aanwendingsplan kan tijdens de uitvoering ervan gewijzigd worden, voor zover die naar behoren uitgelegde wijzigingen de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken krijgt en voor zover het maximum bedrag van de in artikel 1 van dit besluit vermelde financiële tussenkomst, niet overschreden wordt. De wijzigingsdossiers voor het aanwendingsplan moeten ingediend worden bij de Algemene Directie Crisiscentrum.
Het saldo wordt aan de politiezone gestort op basis van de voorlegging van de bewijzen en van de controle van de correcte aanwending van de financiële hulp. De bewijzen worden ten laatste op 31 augustus 2008 ter goedkeuring bezorgd aan de Algemene Directie Veiligheid- en Preventie van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.
Art. 5. Le Ministre de l'Intérieur prend une décision d'approbation ou de non-approbation du plan d'affectation de l'intervention financière.
En cas d'approbation du plan d'affectation, l'accord du Ministre est communiqué à la zone de police concernée et une première tranche équivalent à 70 % du montant prévu est versée.
En cas de non-approbation de tout ou partie du plan d'affectation par le Ministre de l'Intérieur, la zone de police concernée dispose de quinze jours supplémentaires pour introduire un plan d'affectation adapté conformément aux remarques du Ministre.
Le plan d'affectation peut faire l'objet de modifications en cours d'exécution, pour autant que ces modifications dûment expliquées emporte l'agrément préalable du Ministre de l'Intérieur et pour autant que le montant maximum de l'intervention financière, mentionné à l'article 1 du présent arrêté, ne soit pas dépassé. Les dossiers de modification du plan d'affectation doivent être introduits auprès de la Direction générale Centre de crise.
Le solde sera versé à la zone de police sur la base de la présentation des pièces justificatives et du contrôle de l'usage correct de l'aide financière. Les pièces justificatives seront transmises pour acceptation au plus tard le 31 août 2008 à l'attention de la Direction générale Sécurité et Prévention du Service Public Fédéral Intérieur.
En cas d'approbation du plan d'affectation, l'accord du Ministre est communiqué à la zone de police concernée et une première tranche équivalent à 70 % du montant prévu est versée.
En cas de non-approbation de tout ou partie du plan d'affectation par le Ministre de l'Intérieur, la zone de police concernée dispose de quinze jours supplémentaires pour introduire un plan d'affectation adapté conformément aux remarques du Ministre.
Le plan d'affectation peut faire l'objet de modifications en cours d'exécution, pour autant que ces modifications dûment expliquées emporte l'agrément préalable du Ministre de l'Intérieur et pour autant que le montant maximum de l'intervention financière, mentionné à l'article 1 du présent arrêté, ne soit pas dépassé. Les dossiers de modification du plan d'affectation doivent être introduits auprès de la Direction générale Centre de crise.
Le solde sera versé à la zone de police sur la base de la présentation des pièces justificatives et du contrôle de l'usage correct de l'aide financière. Les pièces justificatives seront transmises pour acceptation au plus tard le 31 août 2008 à l'attention de la Direction générale Sécurité et Prévention du Service Public Fédéral Intérieur.
Art. 6. De niet-uitvoering of de niet-naleving van het aanwendingsplan, zonder voorafgaande goedkeuring door de Minister van Binnenlandse Zaken, evenals van de in dit besluit voorziene voorwaarden, brengt in het hoofde van de betrokken politiezone de gedeeltelijke of volledige terugbetaling van de financiële tussenkomst met zich mee.
Art. 6. La non-exécution ou le non-respect du plan d'affectation sans l'accord préalable du Ministre de l'Intérieur, ainsi que des conditions prévues dans le présent arrêté, entraîne dans le chef de la zone de police concernée le remboursement de tout ou partie de l'intervention financière.
Art. 7. De Minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde kunnen op ieder ogenblik en binnen de politiezones alle documenten raadplegen waarmee het bewijs geleverd wordt dat de voorwaarden die het recht op de financiële tussenkomst openen, vervuld werden.
Art. 7. Le Ministre de l'Intérieur ou son délégué peuvent consulter, à tout moment et au sein des zones de police toutes les pièces qui établissent la preuve que les conditions ouvrant le droit à l'intervention ont été respectées.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2007.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2007.
Art. 9. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 6 december 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL.
Gegeven te Brussel, 6 december 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL.
Art. 9. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 6 décembre 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL.
Donné à Bruxelles, le 6 décembre 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL.