Artikel 1. [1 In dit besluit moet worden verstaan onder:
1° de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit: de centrale directie van de algemene directie gerechtelijke politie van de federale politie bedoeld in artikel 11, 4°, van het koninklijk besluit van 14 november 2006 betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie;
2° directeur-generaal: de directeur-generaal van de algemene directie gerechtelijke politie bedoeld in de artikelen 10 en 11 van hetzelfde besluit;
3° directeur: de directeur van de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit;
4° terbeschikkingstelling: de terbeschikkingstelling bij de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit, van ambtenaren van een algemene fiscale administratie in uitvoering van artikel 31 van de wet van 30 maart 1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit;
5° ter beschikking gestelde ambtenaar: de ambtenaar van een algemene fiscale administratie door de Minister van Financiën ter beschikking gesteld van de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels waarbij ambtenaren van de [algemene] fiscale administraties ter beschikking worden gesteld van de federale politie teneinde deze bij te staan in de strijd tegen de georganiseerde economische en financiële criminaliteit. <KB2019-07-29/16, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 08-09-2019>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-02-2007 en tekstbijwerking tot 29-08-2019)
Titre
23 JANVIER 2007. - Arrêté royal déterminant les modalités de la mise à disposition de la police fédérale, des fonctionnaires des administrations [générales] fiscales aux fins de l'assister dans la lutte contre la criminalité économique et financière. <AR2019-07-29/16, art. 1, 002; En vigueur : 08-09-2019>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-02-2007 et mise à jour au 29-08-2019)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - De terbeschikkingstelling.
HOOFDSTUK III. [1 - Toestand van de ter beschik...
HOOFDSTUK IV. - Toestand van de ter beschikking...
HOOFDSTUK V.
HOOFDSTUK VI. - Tuchtregeling waaraan de ter be...
HOOFDSTUK VII. - Tenlasteneming van de bezoldig...
HOOFDSTUK VIII. - Beslissing om de terbeschikki...
HOOFDSTUK IX. - Vervanging van de ter beschikki...
HOOFDSTUK X. [1 - Terugkeer van de ambtenaar in...
HOOFDSTUK XI. - Onverenigbaarheden en verbodsbe...
HOOFDSTUK XII. - Diverse bepalingen.
HOOFDSTUK XIII. - Slotbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions.
CHAPITRE II. - De la mise à disposition.
CHAPITRE III. [1 - Situation de l'agent mis à d...
CHAPITRE IV. - Situation de l'agent mis à dispo...
CHAPITRE V.
CHAPITRE VI. - Régime disciplinaire auquel est ...
CHAPITRE VII. - Charge des rémunérations, indem...
CHAPITRE VIII. - Décision de mettre fin à la mi...
CHAPITRE IX. - Remplacement de l'agent mis à di...
CHAPITRE X. [1 - Retour de l'agent dans son adm...
CHAPITRE XI. - Incompatibilités et interdictions.
CHAPITRE XII. - Dispositions diverses.
CHAPITRE XIII. - Dispositions finales.
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE 1er. - Définitions.
Article 1. [1 Dans le présent arrêté, l'on entend par:
1° la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée: la direction centrale de la direction générale de la police judiciaire visée à l'article 11, 4°, de l'arrêté royal du 14 novembre 2006 relatif à l'organisation et aux compétences de la police fédérale;
2° directeur général: le directeur général de la direction générale de la police judiciaire visée aux articles 10 et 11 du même arrêté;
3° directeur: le directeur de la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée;
4° mise à disposition: la mise à disposition auprès de la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée, d'agents d'une administration générale fiscale en application de l'article 31 de la loi du 30 mars 1994 portant exécution du plan global en matière de fiscalité;
5° l'agent mis à disposition: l'agent d'une administration générale fiscale mis à disposition de la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée par le Ministre des Finances, conformément aux dispositions du présent arrêté]1
1° la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée: la direction centrale de la direction générale de la police judiciaire visée à l'article 11, 4°, de l'arrêté royal du 14 novembre 2006 relatif à l'organisation et aux compétences de la police fédérale;
2° directeur général: le directeur général de la direction générale de la police judiciaire visée aux articles 10 et 11 du même arrêté;
3° directeur: le directeur de la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée;
4° mise à disposition: la mise à disposition auprès de la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée, d'agents d'une administration générale fiscale en application de l'article 31 de la loi du 30 mars 1994 portant exécution du plan global en matière de fiscalité;
5° l'agent mis à disposition: l'agent d'une administration générale fiscale mis à disposition de la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée par le Ministre des Finances, conformément aux dispositions du présent arrêté]1
Änderungen
HOOFDSTUK II. - De terbeschikkingstelling.
CHAPITRE II. - De la mise à disposition.
Art. 2. De terbeschikkingstelling geldt voor een termijn van drie jaar.
Zij is hernieuwbaar per termijnen van drie jaar, mits het eensluidend advies van de Minister van Binnenlandse Zaken. Deze wint daartoe het gemotiveerd advies in van de directeur-generaal en de directeur.
Zij is hernieuwbaar per termijnen van drie jaar, mits het eensluidend advies van de Minister van Binnenlandse Zaken. Deze wint daartoe het gemotiveerd advies in van de directeur-generaal en de directeur.
Art. 2. La mise à disposition est d'une durée de trois ans.
Elle est renouvelable par périodes de trois ans, moyennant avis conforme du Ministre de l'Intérieur. Celui-ci recueille à cet effet l'avis motivé du directeur général et du directeur.
Elle est renouvelable par périodes de trois ans, moyennant avis conforme du Ministre de l'Intérieur. Celui-ci recueille à cet effet l'avis motivé du directeur général et du directeur.
Art. 3. De Minister van Financiën stelt zestien ambtenaren ter beschikking.
Art. 3. Le Ministre des Finances met seize [1 agents]1 à disposition.
Änderungen
Art. 4. Om ter beschikking te kunnen worden gesteld, moet de ambtenaar :
1° [1 vast benoemd zijn in het niveau B of in de klasse A1 tot A3 van het niveau A en bij zijn laatste evaluatie de vermelding "uitzonderlijk" of "voldoet aan de verwachtingen" hebben gekregen;]1
2° getuigen van een praktische ervaring met betrekking tot de opdracht toegekend aan de algemene directie gerechtelijke politie van de federale politie door [1 artikel 10, 5°, van het koninklijk besluit van 14 november 2006 betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie]1, evenals van een elementaire kennis van het strafrecht en de strafprocedure.
1° [1 vast benoemd zijn in het niveau B of in de klasse A1 tot A3 van het niveau A en bij zijn laatste evaluatie de vermelding "uitzonderlijk" of "voldoet aan de verwachtingen" hebben gekregen;]1
2° getuigen van een praktische ervaring met betrekking tot de opdracht toegekend aan de algemene directie gerechtelijke politie van de federale politie door [1 artikel 10, 5°, van het koninklijk besluit van 14 november 2006 betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie]1, evenals van een elementaire kennis van het strafrecht en de strafprocedure.
Art. 4. Pour pouvoir être mis à disposition, l'agent doit :
1° [1 être nommé à titre définitif dans le niveau B ou dans la classe A1 à A3 du niveau A et avoir obtenu la mention " exceptionnel " ou " répond aux attentes " à sa dernière évaluation;]1
2° justifier d'une expérience pratique en rapport avec la mission attribuée à la direction générale de la police judiciaire de la police fédérale par [1 l'article 10, 5°, de l'arrêté royal du 14 novembre 2006 relatif à l'organisation et aux compétences de la police fédérale]1, ainsi que d'une connaissance élémentaire du droit pénal et de la procédure pénale.
1° [1 être nommé à titre définitif dans le niveau B ou dans la classe A1 à A3 du niveau A et avoir obtenu la mention " exceptionnel " ou " répond aux attentes " à sa dernière évaluation;]1
2° justifier d'une expérience pratique en rapport avec la mission attribuée à la direction générale de la police judiciaire de la police fédérale par [1 l'article 10, 5°, de l'arrêté royal du 14 novembre 2006 relatif à l'organisation et aux compétences de la police fédérale]1, ainsi que d'une connaissance élémentaire du droit pénal et de la procédure pénale.
Änderungen
Art. 5. De terbeschikkingstelling gebeurt na incompetitiestelling volgens de principes van artikel 72, § 2 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel.
Art. 5. La mise à disposition a lieu après une mise en compétition opérée selon les principes de l'article 72, § 2 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat.
Art. 6. [1 Aan de hand van de postulaties worden de kandidaten gerangschikt door het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën.
Om die rangschikking vast te stellen houdt het Directiecomité rekening met de beroepsbekwaamheid inzonderheid met het oog op de vereisten geformuleerd in artikel 4, 2°.
Wanneer het Directiecomité van oordeel is dat verscheidene kandidaten als gelijkwaardig moeten worden beschouwd, wordt voorrang verleend aan de ambtenaren van het niveau A.
De orde van voorrang onder de ambtenaren van het niveau A wordt als volgt geregeld:
1. de ambtenaar benoemd in de hoogste klasse;
2. onder de ambtenaren benoemd in eenzelfde klasse, de ambtenaar met de grootste klasseanciënniteit;
3. bij gelijke klasseanciënniteit van ambtenaren behorend tot eenzelfde klasse, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
4. bij gelijke dienstanciënniteit van ambtenaren behorend tot eenzelfde klasse, de oudste ambtenaar.
Onder de ambtenaren van het niveau B, wordt voorrang verleend aan de titularissen van de graad van fiscaal deskundige.
Onverminderd het vijfde lid, wordt de orde van voorrang onder de ambtenaren van het niveau B als volgt geregeld:
1. de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;
2. bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
3. bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.]1
Om die rangschikking vast te stellen houdt het Directiecomité rekening met de beroepsbekwaamheid inzonderheid met het oog op de vereisten geformuleerd in artikel 4, 2°.
Wanneer het Directiecomité van oordeel is dat verscheidene kandidaten als gelijkwaardig moeten worden beschouwd, wordt voorrang verleend aan de ambtenaren van het niveau A.
De orde van voorrang onder de ambtenaren van het niveau A wordt als volgt geregeld:
1. de ambtenaar benoemd in de hoogste klasse;
2. onder de ambtenaren benoemd in eenzelfde klasse, de ambtenaar met de grootste klasseanciënniteit;
3. bij gelijke klasseanciënniteit van ambtenaren behorend tot eenzelfde klasse, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
4. bij gelijke dienstanciënniteit van ambtenaren behorend tot eenzelfde klasse, de oudste ambtenaar.
Onder de ambtenaren van het niveau B, wordt voorrang verleend aan de titularissen van de graad van fiscaal deskundige.
Onverminderd het vijfde lid, wordt de orde van voorrang onder de ambtenaren van het niveau B als volgt geregeld:
1. de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;
2. bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
3. bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.]1
Art. 6. [1 Sur base des postulations, un classement des candidats est établi par le Comité de direction du Service public fédéral Finances.
Pour établir ce classement, le Comité de direction tient compte des qualités professionnelles eu égard notamment aux exigences formulées à l'article 4, 2°.
Lorsque le Comité de direction estime que plusieurs candidats doivent être considérés comme étant de valeur égale, priorité est donnée aux agents appartenant au niveau A.
L'ordre de priorité parmi les agents du niveau A est fixé comme suit:
1. l'agent nommé dans la classe la plus haute;
2. entre les agents nommés dans la même classe, l'agent qui compte l'ancienneté de classe la plus grande;
3 à égalité d'ancienneté de classe des agents appartenant à une même classe, l'agent qui compte l'ancienneté de service la plus grande;
4. à égalité d'ancienneté de service des agents appartenant à une même classe, l'agent le plus âgé.
Parmi les agents du niveau B, priorité est donnée aux titulaires du grade d'expert fiscal.
Sans préjudice de l'alinéa 5, l'ordre de priorité parmi les agents du niveau B est fixé comme suit:
1. l'agent qui compte l'ancienneté de grade la plus grande;
2. à égalité d'ancienneté de grade, l'agent qui compte l'ancienneté de service la plus grande;
3. à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé.]1
Pour établir ce classement, le Comité de direction tient compte des qualités professionnelles eu égard notamment aux exigences formulées à l'article 4, 2°.
Lorsque le Comité de direction estime que plusieurs candidats doivent être considérés comme étant de valeur égale, priorité est donnée aux agents appartenant au niveau A.
L'ordre de priorité parmi les agents du niveau A est fixé comme suit:
1. l'agent nommé dans la classe la plus haute;
2. entre les agents nommés dans la même classe, l'agent qui compte l'ancienneté de classe la plus grande;
3 à égalité d'ancienneté de classe des agents appartenant à une même classe, l'agent qui compte l'ancienneté de service la plus grande;
4. à égalité d'ancienneté de service des agents appartenant à une même classe, l'agent le plus âgé.
Parmi les agents du niveau B, priorité est donnée aux titulaires du grade d'expert fiscal.
Sans préjudice de l'alinéa 5, l'ordre de priorité parmi les agents du niveau B est fixé comme suit:
1. l'agent qui compte l'ancienneté de grade la plus grande;
2. à égalité d'ancienneté de grade, l'agent qui compte l'ancienneté de service la plus grande;
3. à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé.]1
Änderungen
Art. 7. De Minister van Financiën wijst de ter beschikking te stellen ambtenaren aan op voordracht van het Directiecomité en na akkoord van de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. 7. Le Ministre des Finances désigne les agents à mettre à disposition sur proposition du Comité de direction et après accord du Ministre de l'Intérieur.
HOOFDSTUK III. [1 - Toestand van de ter beschikking gestelde ambtenaar in zijn algemene administratie van oorsprong.]1
CHAPITRE III. [1 - Situation de l'agent mis à disposition dans son administration générale d'origine.]1
Art. 8. De periode van terbeschikkingstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit in de [1 algemene]1 administratie van oorsprong.
Art. 8. La période de mise à disposition est assimilée à une période d'activité de service dans l'administration [1 générale]1 d'origine.
Änderungen
Art. 9. [1 De ter beschikking gestelde ambtenaar behoudt in zijn algemene administratie van oorsprong zijn rechten op bevordering, verandering van graad en mutatie zoals bedoeld in artikel 49 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel.
Te dien einde bekomt hij de nodige dienstvrijstellingen voor deelname aan opleidingen en loopbaanexamens.
Hij behoudt, onverminderd het eerste lid, zijn weddeschaal, de schaalbonificaties, het complement, het weddecomplement, het supplement, alsook zijn toelagen, voor zover hij de toekenningsvoorwaarden verder vervult.
Voor de toepassing van dit artikel dienen het complement, het weddecomplement en het supplement te worden begrepen, zoals ze worden gedefinieerd in artikel 6, 2° tot 4°, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
Te dien einde bekomt hij de nodige dienstvrijstellingen voor deelname aan opleidingen en loopbaanexamens.
Hij behoudt, onverminderd het eerste lid, zijn weddeschaal, de schaalbonificaties, het complement, het weddecomplement, het supplement, alsook zijn toelagen, voor zover hij de toekenningsvoorwaarden verder vervult.
Voor de toepassing van dit artikel dienen het complement, het weddecomplement en het supplement te worden begrepen, zoals ze worden gedefinieerd in artikel 6, 2° tot 4°, van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
Art. 9. [1 L'agent mis à disposition conserve dans son administration générale d'origine ses droits à la promotion, au changement de grade et à la mutation telle que visée à l'article 49 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat.
A cet effet, il reçoit les dispenses de service nécessaires à la participation aux formations et aux examens de carrière.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, il conserve son échelle de traitement, les bonifications d'échelle, le complément, le complément de traitement, le supplément ainsi que ses allocations pour autant qu'il continue à remplir les conditions d'octroi.
Pour l'application du présent article, le complément, le complément de traitement et le supplément sont ceux tels que définis à l'article 6, 2° à 4°, de l'arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances.]1
A cet effet, il reçoit les dispenses de service nécessaires à la participation aux formations et aux examens de carrière.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, il conserve son échelle de traitement, les bonifications d'échelle, le complément, le complément de traitement, le supplément ainsi que ses allocations pour autant qu'il continue à remplir les conditions d'octroi.
Pour l'application du présent article, le complément, le complément de traitement et le supplément sont ceux tels que définis à l'article 6, 2° à 4°, de l'arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances.]1
Änderungen
Art. 10. Hij verkrijgt de weddeverhogingen alsmede, tot en met de klasse A3, de bevorderingen, [1 ...]1 de veranderingen van graad of de mutaties waarop hij aanspraak kan maken, op het ogenblik waarop hij ze zou verkrijgen of ze zou verkregen hebben indien hij in zijn dienst was gebleven.
De ambtenaar die een bevordering, [1 ...]1 een verandering van graad of een mutatie verkregen heeft wordt ter beschikking gehouden van [1 de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit]1, onverminderd toepassing evenwel van artikel 16, § 1, eerste lid, 1° en tweede lid.
De ambtenaar die een bevordering, [1 ...]1 een verandering van graad of een mutatie verkregen heeft wordt ter beschikking gehouden van [1 de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit]1, onverminderd toepassing evenwel van artikel 16, § 1, eerste lid, 1° en tweede lid.
Art. 10. Il obtient les augmentations de traitement ainsi que, jusqu'à la classe A3, les promotions, [1 ...]1 les changements de grade ou les mutations auxquels il peut prétendre, au moment où il les obtiendrait ou les aurait obtenus s'il était resté dans son service.
L'agent qui a obtenu une promotion, [1 ...]1 un changement de grade ou une mutation est maintenu à disposition de [1 la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée]1, sans préjudice toutefois de l'application de l'article 16, § 1er, alinéa 1er, 1° et alinéa 2.
L'agent qui a obtenu une promotion, [1 ...]1 un changement de grade ou une mutation est maintenu à disposition de [1 la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée]1, sans préjudice toutefois de l'application de l'article 16, § 1er, alinéa 1er, 1° et alinéa 2.
Änderungen
HOOFDSTUK IV. - Toestand van de ter beschikking gestelde ambtenaar in de schoot van de federale politie.
CHAPITRE IV. - Situation de l'agent mis à disposition au sein de la police fédérale.
Art. 11. Onverminderd de bevoegdheden van de directeur-generaal, staat de ter beschikking gestelde ambtenaar onder de leiding van de directeur van [1 de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit]1.
Hij is tijdens de duur van de terbeschikkingstelling onderworpen aan de werkregeling, aan de verlofregeling, aan de plichten en aan de arbeidstijdregeling van toepassing op de leden van [1 de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit]1.
Hij is tijdens de duur van de terbeschikkingstelling onderworpen aan de werkregeling, aan de verlofregeling, aan de plichten en aan de arbeidstijdregeling van toepassing op de leden van [1 de centrale directie van de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit]1.
Art. 11. Sans préjudice des compétences du directeur général, l'agent mis à disposition est placé sous le commandement du directeur de [1 la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée]1.
Il est soumis durant la période de mise à disposition au régime de travail, au régime des congés, aux devoirs et à l'horaire de travail applicables aux membres de [1 la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée]1.
Il est soumis durant la période de mise à disposition au régime de travail, au régime des congés, aux devoirs et à l'horaire de travail applicables aux membres de [1 la direction centrale de la lutte contre la criminalité grave et organisée]1.
Art. 11/1. [1 Tijdens de uitvoering van zijn opdrachten bewijst de ambtenaar zijn hoedanigheid door middel van de legitimatiekaart waarvan hij houder is.
Deze legitimatiekaart wordt volgens het door Ons vastgesteld model uitgereikt aan de ter beschikking gestelde ambtenaar door de federale politie.]1
Deze legitimatiekaart wordt volgens het door Ons vastgesteld model uitgereikt aan de ter beschikking gestelde ambtenaar door de federale politie.]1
Art. 11/1. [1 Lors de l'exécution de ses missions, l'agent justifie de sa qualité au moyen de la carte de légitimation dont il est porteur.
Cette carte de légitimation est délivrée par la police fédérale à l'agent mis à disposition selon le modèle fixé par Nous.]1
Cette carte de légitimation est délivrée par la police fédérale à l'agent mis à disposition selon le modèle fixé par Nous.]1
HOOFDSTUK V.
CHAPITRE V.
HOOFDSTUK VI. - Tuchtregeling waaraan de ter beschikking gestelde ambtenaar is onderworpen.
CHAPITRE VI. - Régime disciplinaire auquel est soumis l'agent mis à disposition.
Art. 13. Tijdens de terbeschikkingstelling blijft de ambtenaar onderworpen aan de regels van de tuchtregeling die van toepassing zijn bij de Federale Overheidsdienst Financiën.
Art. 13. Durant la mise à disposition, l'agent reste soumis aux règles relatives au régime disciplinaire applicables au Service public fédéral Finances.
Art. 14. Elke tekortkoming van de ter beschikking gestelde ambtenaar wordt door de directeur-generaal aan de Minister van Financiën gemeld.
Art. 14. Tout manquement de l'agent mis à disposition est signifié par le directeur général au Ministre des Finances.
HOOFDSTUK VII. - Tenlasteneming van de bezoldiging, vergoedingen en toelagen die zijn verschuldigd aan de ter beschikking gestelde ambtenaar.
CHAPITRE VII. - Charge des rémunérations, indemnités et allocations dues à l'agent mis à disposition.
Art. 15. De bezoldiging, de vergoedingen en de toelagen van de ter beschikking gestelde ambtenaar worden ten laste genomen door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, overeenkomstig de hierna volgende regels.
De uitbetaling ervan gebeurt door de Federale Overheidsdienst Financiën aan de hand van de gegevens die worden verstrekt door de directeur-generaal.
De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken stort per kwartaal aan de Federale Overheidsdienst Financiën de bedragen terug die krachtens het tweede lid werden uitbetaald.
De uitbetaling ervan gebeurt door de Federale Overheidsdienst Financiën aan de hand van de gegevens die worden verstrekt door de directeur-generaal.
De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken stort per kwartaal aan de Federale Overheidsdienst Financiën de bedragen terug die krachtens het tweede lid werden uitbetaald.
Art. 15. La rémunération, les indemnités et allocations de l'agent mis à disposition sont prises en charge par le Service public fédéral Intérieur, conformément aux modalités suivantes.
Leur paiement est effectué par le Service public fédéral Finances, sur base des données qui sont fournies par le directeur général.
Le Service public fédéral Intérieur rembourse trimestriellement au Service public Finances les montants payés en vertu de l'alinéa 2.
Leur paiement est effectué par le Service public fédéral Finances, sur base des données qui sont fournies par le directeur général.
Le Service public fédéral Intérieur rembourse trimestriellement au Service public Finances les montants payés en vertu de l'alinéa 2.
HOOFDSTUK VIII. - Beslissing om de terbeschikkingstelling te beëindigen.
CHAPITRE VIII. - Décision de mettre fin à la mise à disposition.
Art. 16. § 1. De terbeschikkingstelling mag vervroegd worden beëindigd :
1° op verzoek van de betrokken ambtenaar, na advies van de directeur-generaal en van de directeur;
2° op gemotiveerd verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken, die het advies inwint van de directeur-generaal en van de directeur, nadat de ambtenaar vooraf is gehoord.
Er wordt een einde gesteld aan de terbeschikkingstelling wanneer de ambtenaar wordt benoemd [1 ...]1 in de klasse A4, tenzij wanneer de Minister van Financiën en de Minister van Binnenlandse Zaken gezamenlijk van oordeel zijn dat het belang van de dienst het behoud van de terbeschikkingstelling rechtvaardigt.
[1 De terbeschikkingstelling wordt van ambtswege beëindigd wanneer de ambtenaar wordt aangesteld in een managementfunctie of in een staffunctie.]1
De beslissing van de Minister van Financiën waarbij de terbeschikkingstelling vervroegd wordt beëindigd overeenkomstig het eerste lid, 1°, en het tweede lid, kan worden afhankelijk gemaakt van het in acht nemen van een opzeggingstermijn van maximum zes maanden.
§ 2. Aan het einde van elke in artikel 2 bedoelde termijn van drie jaar, mits een vooropzeg van ten minste drie maanden door de ambtenaar gegeven voor het verstrijken van deze termijn, kan de terbeschikkingstelling worden beëindigd.
1° op verzoek van de betrokken ambtenaar, na advies van de directeur-generaal en van de directeur;
2° op gemotiveerd verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken, die het advies inwint van de directeur-generaal en van de directeur, nadat de ambtenaar vooraf is gehoord.
Er wordt een einde gesteld aan de terbeschikkingstelling wanneer de ambtenaar wordt benoemd [1 ...]1 in de klasse A4, tenzij wanneer de Minister van Financiën en de Minister van Binnenlandse Zaken gezamenlijk van oordeel zijn dat het belang van de dienst het behoud van de terbeschikkingstelling rechtvaardigt.
[1 De terbeschikkingstelling wordt van ambtswege beëindigd wanneer de ambtenaar wordt aangesteld in een managementfunctie of in een staffunctie.]1
De beslissing van de Minister van Financiën waarbij de terbeschikkingstelling vervroegd wordt beëindigd overeenkomstig het eerste lid, 1°, en het tweede lid, kan worden afhankelijk gemaakt van het in acht nemen van een opzeggingstermijn van maximum zes maanden.
§ 2. Aan het einde van elke in artikel 2 bedoelde termijn van drie jaar, mits een vooropzeg van ten minste drie maanden door de ambtenaar gegeven voor het verstrijken van deze termijn, kan de terbeschikkingstelling worden beëindigd.
Art. 16. § 1er. Il peut être mis fin anticipativement à la mise à disposition :
1° sur demande de l'agent concerné, après avis du directeur général et du directeur;
2° sur demande motivée du Ministre de l'Intérieur, qui recueille l'avis du directeur général et du directeur, après audition préalable de l'agent.
Il est mis fin à la mise à disposition lorsque l'agent est nommé [1 ...]1 dans la classe A4, sauf si le Ministre des Finances et le Ministre de l'Intérieur estiment conjointement que l'intérêt du service justifie le maintien de la mise à disposition.
[1 Il est d'office mis fin à la mise à disposition lorsque l'agent est désigné pour une fonction de management ou une fonction d'encadrement.]1
La décision du Ministre des Finances mettant anticipativement fin à la mise à disposition conformément à l'alinéa 1er, 1° et à l'alinéa 2 peut être subordonnée à l'accomplissement d'un préavis de six mois au plus.
§ 2. Au terme de chaque période de trois ans visée à l'article 2, moyennant préavis donné par l'agent au moins trois mois avant l'expiration de ce terme, il peut être mis fin à la mise à disposition.
1° sur demande de l'agent concerné, après avis du directeur général et du directeur;
2° sur demande motivée du Ministre de l'Intérieur, qui recueille l'avis du directeur général et du directeur, après audition préalable de l'agent.
Il est mis fin à la mise à disposition lorsque l'agent est nommé [1 ...]1 dans la classe A4, sauf si le Ministre des Finances et le Ministre de l'Intérieur estiment conjointement que l'intérêt du service justifie le maintien de la mise à disposition.
[1 Il est d'office mis fin à la mise à disposition lorsque l'agent est désigné pour une fonction de management ou une fonction d'encadrement.]1
La décision du Ministre des Finances mettant anticipativement fin à la mise à disposition conformément à l'alinéa 1er, 1° et à l'alinéa 2 peut être subordonnée à l'accomplissement d'un préavis de six mois au plus.
§ 2. Au terme de chaque période de trois ans visée à l'article 2, moyennant préavis donné par l'agent au moins trois mois avant l'expiration de ce terme, il peut être mis fin à la mise à disposition.
HOOFDSTUK IX. - Vervanging van de ter beschikking gestelde ambtenaar.
CHAPITRE IX. - Remplacement de l'agent mis à disposition.
Art. 17. Na advies van de overheid belast met de algemene leiding van de betreffende [1 fiscale administratie]1 fiscale administratie kan de Minister van Financiën met inachtneming van de dienstnoodwendigheden beslissen of de betrekking van de ter beschikking gestelde ambtenaar als vacant moet worden beschouwd, en dit van bij het begin van de terbeschikkingstelling.
Art. 17. Après avis de l'autorité chargée de la direction générale de l'administration [1 générale]1 fiscale concernée, le Ministre des Finances peut décider selon les nécessités du service si l'emploi dont l'agent mis à disposition est titulaire doit être considéré comme vacant et ce, dès la mise à disposition.
HOOFDSTUK X. [1 - Terugkeer van de ambtenaar in zijn algemene administratie van oorsprong na het beëindigen van zijn terbeschikkingstelling.]1
CHAPITRE X. [1 - Retour de l'agent dans son administration générale d'origine à la fin de sa mise à disposition.]1
Art. 18. Indien de betrekking waarvan de ter beschikking gestelde ambtenaar titularis is, werd toegekend, wordt hij bij voorrang en van ambtswege aangesteld in een andere definitief vacante betrekking met eenzelfde graad of eenzelfde titel en [1 klasse]1 in de nabije omgeving van zijn vorige administratieve standplaats.
Indien geen enkele betrekking met eenzelfde graad of titel en [1 klasse]1 vacant is in de nabije omgeving van zijn vorige administratieve standplaats, wordt de ambtenaar er aangesteld in een definitief vacante betrekking met een graad of titel waaraan een lagere weddeschaal is verbonden, dit met behoud van het voordeel van zijn hogere weddeschaal. Deze aanstelling blijft van toepassing tot op het moment wanneer hij er, ofwel een betrekking van zijn graad of verbonden aan zijn titel en [1 klasse]1, ofwel een bevordering met inachtneming van de geldende rangschikkingsregels voor de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, bekomt.
De principes opgenomen in het eerste en tweede lid zijn van toepassing op de betrekking die betrokkene door toepassing van artikel 10 zou hebben bekleed bij wijze van bevordering, [1 ...]1 verandering van graad of mutatie.
Indien geen enkele betrekking met eenzelfde graad of titel en [1 klasse]1 vacant is in de nabije omgeving van zijn vorige administratieve standplaats, wordt de ambtenaar er aangesteld in een definitief vacante betrekking met een graad of titel waaraan een lagere weddeschaal is verbonden, dit met behoud van het voordeel van zijn hogere weddeschaal. Deze aanstelling blijft van toepassing tot op het moment wanneer hij er, ofwel een betrekking van zijn graad of verbonden aan zijn titel en [1 klasse]1, ofwel een bevordering met inachtneming van de geldende rangschikkingsregels voor de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën, bekomt.
De principes opgenomen in het eerste en tweede lid zijn van toepassing op de betrekking die betrokkene door toepassing van artikel 10 zou hebben bekleed bij wijze van bevordering, [1 ...]1 verandering van graad of mutatie.
Art. 18. Si l'emploi dont l'agent mis à disposition est titulaire a été attribué, il est affecté par priorité et d'office à un autre emploi définitivement vacant avec un même grade ou un même titre et une même classe [1 ...]1 dans un rayon proche de sa résidence administrative antérieure.
Si aucun emploi avec un même grade ou titre et classe [1 ...]1 n'est définitivement vacant dans un rayon proche de sa résidence administrative antérieure, l'agent y est affecté à un emploi définitivement vacant avec un grade ou titre auquel est liée une échelle de traitement inférieure, tout en conservant le bénéfice de son échelle de traitement. Cette affectation lui reste applicable jusqu'au moment où il y obtient, soit un emploi de son grade ou lié à son titre et classe [1 ...]1, soit une promotion dans le respect des dispositions qui régissent le classement des agents du Service public fédéral Finances.
Les principes des alinéas 1er et 2 sont applicables à l'emploi que l'intéressé aurait occupé par promotion, changement de classe [1 ...]1, changement de grade ou mutation obtenu par application de l'article 10.
Si aucun emploi avec un même grade ou titre et classe [1 ...]1 n'est définitivement vacant dans un rayon proche de sa résidence administrative antérieure, l'agent y est affecté à un emploi définitivement vacant avec un grade ou titre auquel est liée une échelle de traitement inférieure, tout en conservant le bénéfice de son échelle de traitement. Cette affectation lui reste applicable jusqu'au moment où il y obtient, soit un emploi de son grade ou lié à son titre et classe [1 ...]1, soit une promotion dans le respect des dispositions qui régissent le classement des agents du Service public fédéral Finances.
Les principes des alinéas 1er et 2 sont applicables à l'emploi que l'intéressé aurait occupé par promotion, changement de classe [1 ...]1, changement de grade ou mutation obtenu par application de l'article 10.
HOOFDSTUK XI. - Onverenigbaarheden en verbodsbepalingen.
CHAPITRE XI. - Incompatibilités et interdictions.
Art. 19. De ter beschikking gestelde ambtenaar mag geen zaken behandelen die hij behandeld heeft of waarvan hij kennis had in- gevolge zijn functies bij zijn [1 algemene]1 administratie van oorsprong. Hij mag eveneens geen melding maken aan de federale politie van informatie die op een gelijkaardige wijze werd verkregen, behalve bij naleving van de wetten en reglementen die ter zake van kracht zijn.
Art. 19. L'agent mis à disposition ne peut traiter d'affaires qu'il a traitées ou dont il a eu connaissance en raison de ses fonctions dans son administration [1 générale]1 d'origine. Il ne peut pareillement communiquer à la police fédérale d'informations obtenues de la même façon, sauf dans le respect des lois et règlements en vigueur en la matière.
Art. 20. Na zijn terugkeer in zijn [1 algemene]1 administratie van oorsprong mag de ambtenaar geen zaken behandelen die hij heeft behandeld of waarvan hij kennis had ingevolge zijn functies bij de federale politie. Hij mag eveneens geen gebruik maken noch gewag maken van de informatie die hij verkregen heeft tijdens zijn terbeschikkingstelling, behalve bij naleving van de wetten en reglementen die ter zake van kracht zijn.
Art. 20. Après son retour dans son administration [1 générale]1 d'origine, l'agent ne peut traiter d'affaires qu'il a traitées ou dont il a eu connaissance en raison de ses fonctions à la police fédérale. Il ne peut pareillement utiliser ou communiquer les informations qu'il a obtenues lors de sa mise à disposition, sauf dans le respect des lois et règlements en vigueur en la matière.
HOOFDSTUK XII. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE XII. - Dispositions diverses.
Art. 21. Onverminderd artikel 14, deelt de directeur-generaal alle nuttige informatie mee aan de Minister van Financiën voor de bijwerking van het persoonlijk dossier van de ter beschikking gestelde ambtenaar.
Art. 21. Sans préjudice de l'article 14, le directeur général communique au Ministre des Finances toute information utile à la mise à jour du dossier individuel de l'agent mis à disposition.
Art. 22. De [1 algemene]1 administratie van oorsprong bezorgt de ter beschikking gestelde ambtenaar alle omzendbrieven, alle dienstorders en in het algemeen alle documentatie die ze aan de andere personeelsleden toestuurt.
Art. 22. L'administration [1 générale]1 d'origine communique à l'agent mis à disposition toutes circulaires, tout ordre de service et d'une manière générale toute la documentation, qu'elle adresse aux autres agents.
HOOFDSTUK XIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XIII. - Dispositions finales.
Art. 23. Opgeheven worden :
1° het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de regels waarbij ambtenaren van fiscale administraties ter beschikking worden gesteld van de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie, ten einde die dienst bij te staan in de uitoefening van haar taken;
2° het ministerieel besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van het aantal ambtenaren van het Ministerie van Financiën die ter beschikking worden gesteld van de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie.
1° het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de regels waarbij ambtenaren van fiscale administraties ter beschikking worden gesteld van de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie, ten einde die dienst bij te staan in de uitoefening van haar taken;
2° het ministerieel besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van het aantal ambtenaren van het Ministerie van Financiën die ter beschikking worden gesteld van de Centrale Dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie.
Art. 23. Sont abrogés :
1° l'arrêté royal du 22 décembre 2000 déterminant les modalités de la mise à disposition de l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière organisée, de fonctionnaires des administrations fiscales, aux fins d'assister cet Office dans l'exercice de sa mission;
2° l'arrêté ministériel du 22 décembre 2000 fixant le nombre de fonctionnaires du Ministère des Finances à mettre à disposition de l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière organisée.
1° l'arrêté royal du 22 décembre 2000 déterminant les modalités de la mise à disposition de l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière organisée, de fonctionnaires des administrations fiscales, aux fins d'assister cet Office dans l'exercice de sa mission;
2° l'arrêté ministériel du 22 décembre 2000 fixant le nombre de fonctionnaires du Ministère des Finances à mettre à disposition de l'Office central de lutte contre la délinquance économique et financière organisée.
Art. 24. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 24. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 25. Onze Minister bevoegd voor Financiën en Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Notre Ministre qui a les Finances dans ses attributions et Notre Ministre qui à l'Intérieur dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.