Artikel 1. § 1. Bij de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken worden de volgende graden opgericht :
1° in niveau D : de graad van veiligheidsmedewerker;
2° in niveau C : de graad van veiligheidsassistent.
§ 2. De graad van veiligheidsmedewerker wordt verleend aan de geslaagden voor een vergelijkende selectie.
Hij mag ook door verandering van graad en na onderzoek naar de beroepsgeschiktheid, verleend worden aan de titularissen van de graden van administratief medewerker, technisch medewerker en operationeel medewerker.
§ 3. De graad van veiligheidsassistent wordt verleend aan de geslaagden voor een vergelijkende selectie.
Hij mag ook door verandering van graad en na onderzoek naar de beroepsgeschiktheid, verleend worden aan de titularissen van de graden van administratief assistent, technisch assistent, bestuurschef (afgeschafte graad) en hoofdtechnicus (afgeschafte graad).
Hij is ook toegankelijk voor de ambtenaren van niveau D van de federale overheidsdienst die geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor overgang naar het hogere niveau.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 DECEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot hervorming van de loopbaan van het veiligheidspersoneel van de Algemene Directie van de Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-01-2008 en tekstbijwerking tot 15-01-2014)
Titre
20 DECEMBRE 2007. - Arrêté royal réformant la carrière du personnel de sécurité de la Direction générale de l'Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-01-2008 et mise à jour au 15-01-2014)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK I. - Administratieve bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions administratives.
Article 1. § 1er. Au Service public fédéral Intérieur sont créés les grades suivants :
1° au niveau D : le grade de collaborateur de sécurité;
2° au niveau C : le grade d'assistant de sécurité.
§ 2. Le grade de collaborateur de sécurité est conféré aux lauréats d'une sélection comparative.
Il peut également être conféré, par la voie du changement de grade et après vérification des aptitudes professionnelles, aux titulaires des grades de collaborateur administratif, collaborateur technique et collaborateur opérationnel.
§ 3. Le grade d'assistant de sécurité est conféré aux lauréats d'une sélection comparative.
Il peut également être conféré, par la voie du changement de grade et après vérification des aptitudes professionnelles, aux titulaires des grades d'assistant administratif, d'assistant technique, de chef administratif (grade supprimé) et de chef technicien (grade supprimé).
Il est également accessible aux agents du niveau D du service public fédéral qui sont lauréats d'une sélection comparative d'accession au niveau supérieur.
1° au niveau D : le grade de collaborateur de sécurité;
2° au niveau C : le grade d'assistant de sécurité.
§ 2. Le grade de collaborateur de sécurité est conféré aux lauréats d'une sélection comparative.
Il peut également être conféré, par la voie du changement de grade et après vérification des aptitudes professionnelles, aux titulaires des grades de collaborateur administratif, collaborateur technique et collaborateur opérationnel.
§ 3. Le grade d'assistant de sécurité est conféré aux lauréats d'une sélection comparative.
Il peut également être conféré, par la voie du changement de grade et après vérification des aptitudes professionnelles, aux titulaires des grades d'assistant administratif, d'assistant technique, de chef administratif (grade supprimé) et de chef technicien (grade supprimé).
Il est également accessible aux agents du niveau D du service public fédéral qui sont lauréats d'une sélection comparative d'accession au niveau supérieur.
HOOFDSTUK II. - Geldelijke bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions pécuniaires.
Art. 3. Aan de graad van veiligheidsmedewerker wordt de weddenschaal [1 NDT2]1 verbonden.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
Art. 3. L'échelle de traitement [1 NDT2]1 est liée au grade de collaborateur de sécurité.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
Art. 4. Aan de graad van veiligheidsassistent wordt de weddenschaal [1 C1]1 verbonden.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
Art. 4. L'échelle de traitement [1 C1]1 est liée au grade d'assistant de sécurité.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 ...]1
Art. 5. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 19, bekomen de veiligheidsmedewerkers die ofwel in de weddenschaal DT5 bezoldigd waren op 31 december 2013, ofwel in de weddenschaal NDT6 of DT5 bezoldigd worden na deze datum, ofwel de laatste schaalbonificatie ontvangen in toepassing van de artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, een jaarlijkse toelage van 1.000,00 euro voor de specificiteit van hun weddenschaal, "eerste specificiteitstoelage" genoemd, wanneer zij drie keer de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of de vermelding "uitzonderlijk" hebben bekomen. Deze toelage wordt niet toegekend wanneer de veiligheidsmedewerker de vermelding "te verbeteren" of de vermelding "onvoldoende" heeft bekomen.
Onverminderd de toepassing van artikel 20, bekomen de veiligheidsassistenten die ofwel in de weddenschaal CT3 bezoldigd waren op 31 december 2013, ofwel in de weddenschaal C5 of CT3 bezoldigd worden na deze datum, ofwel de laatste schaalbonificatie ontvangen in toepassing van de artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, een jaarlijkse toelage van 1.700,00 euro voor de specificiteit van hun weddenschaal, "eerste specificiteitstoelage" genoemd, wanneer zij drie keer de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of de vermelding "uitzonderlijk" hebben bekomen. Deze toelage wordt niet toegekend wanneer de veiligheidsassistent de vermelding "te verbeteren" of de vermelding "onvoldoende" heeft bekomen.
Het bedrag van de in het eerste en tweede lid bedoelde toelage wordt verminderd met het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling die desgevallend aan de veiligheidsmedewerker of veiligheids assistent wordt toegekend, en met het bedrag van de eerste schaalbonificatie en de schaalbonificaties bedoeld in artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
Onverminderd de toepassing van artikel 20, bekomen de veiligheidsassistenten die ofwel in de weddenschaal CT3 bezoldigd waren op 31 december 2013, ofwel in de weddenschaal C5 of CT3 bezoldigd worden na deze datum, ofwel de laatste schaalbonificatie ontvangen in toepassing van de artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, een jaarlijkse toelage van 1.700,00 euro voor de specificiteit van hun weddenschaal, "eerste specificiteitstoelage" genoemd, wanneer zij drie keer de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of de vermelding "uitzonderlijk" hebben bekomen. Deze toelage wordt niet toegekend wanneer de veiligheidsassistent de vermelding "te verbeteren" of de vermelding "onvoldoende" heeft bekomen.
Het bedrag van de in het eerste en tweede lid bedoelde toelage wordt verminderd met het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling die desgevallend aan de veiligheidsmedewerker of veiligheids assistent wordt toegekend, en met het bedrag van de eerste schaalbonificatie en de schaalbonificaties bedoeld in artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
Art. 5. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 19, les collaborateurs de sécurité qui soit étaient rémunérés dans l'échelle barémique DT5 au 31 décembre 2013, soit sont rémunérés dans l'échelle barémique NDT6 ou DT5 après cette date, soit obtiennent, en application des articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, la dernière bonification d'échelle, bénéficient d'une allocation de 1 .000,00 euros pour la spécificité de leur échelle barémique, nommée " première allocation de spécificité ", lorsqu'ils obtiennent à trois reprises la mention " répond aux attentes " ou la mention " exceptionnel ". Cette allocation n'est pas octroyée lorsque le collaborateur de sécurité a obtenu la mention " à améliorer " ou la mention " insuffisant ".
Sans préjudice de l'application de l'article 20, les assistants de sécurité qui soit étaient rémunérés dans l'échelle barémique CT3 au 31 décembre 2013, soit sont rémunérés dans l'échelle barémique C5 ou CT3 après cette date, soit obtiennent, en application des articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, la dernière bonification d'échelle, bénéficient d'une allocation de 1 .700,00 euros pour la spécificité de leur échelle barémique, nommée " première allocation de spécificité ", lorsqu'ils obtiennent à trois reprises la mention " répond aux attentes " ou la mention " exceptionnel ". Cette allocation n'est pas octroyée lorsque l'assistant de sécurité a obtenu la mention " à améliorer " ou la mention " insuffisant ".
Le montant de l'allocation visée aux alinéas 1er et 2 est réduit du montant de la prime de développement des compétences octroyée s'il échet au collaborateur de sécurité ou à l'assistant de sécurité, ainsi que du montant de la première bonification d'échelle et des bonifications d'échelle visées aux articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
Sans préjudice de l'application de l'article 20, les assistants de sécurité qui soit étaient rémunérés dans l'échelle barémique CT3 au 31 décembre 2013, soit sont rémunérés dans l'échelle barémique C5 ou CT3 après cette date, soit obtiennent, en application des articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, la dernière bonification d'échelle, bénéficient d'une allocation de 1 .700,00 euros pour la spécificité de leur échelle barémique, nommée " première allocation de spécificité ", lorsqu'ils obtiennent à trois reprises la mention " répond aux attentes " ou la mention " exceptionnel ". Cette allocation n'est pas octroyée lorsque l'assistant de sécurité a obtenu la mention " à améliorer " ou la mention " insuffisant ".
Le montant de l'allocation visée aux alinéas 1er et 2 est réduit du montant de la prime de développement des compétences octroyée s'il échet au collaborateur de sécurité ou à l'assistant de sécurité, ainsi que du montant de la première bonification d'échelle et des bonifications d'échelle visées aux articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
Art. 8. De veiligheidsmedewerkers en veiligheidsassistenten bekomen een jaarlijkse toelage van 991,58 euro voor het tijdens de uitoefening van hun opdrachten blootgesteld zijn aan bepaalde risico's.
Art. 8. Les collaborateurs de sécurité et les assistants de sécurité obtiennent une allocation annuelle de 991,58 euro en raison de leur exposition à certains risques pendant l'exécution de leurs missions.
Art. 9. § 1. De in [1 de artikelen 5 en 8 bedoelde toelagen zijn]1 gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
§ 2. Het bedrag van de in [1 de artikelen 5 en 8 bedoelde jaarlijkse toelagen worden]1 gedeeld door twaalf en maandelijks tegelijkertijd met en in dezelfde mate van de wedde uitbetaald op grond van de verrichte prestaties.
§ 2. Het bedrag van de in [1 de artikelen 5 en 8 bedoelde jaarlijkse toelagen worden]1 gedeeld door twaalf en maandelijks tegelijkertijd met en in dezelfde mate van de wedde uitbetaald op grond van de verrichte prestaties.
Art. 9. § 1er. [1 Les allocations visées aux articles 5 et 8 sont liées]1 à l'indice pivot 138,01.
§ 2. Le montant [1 des allocations annuelles visées aux articles 5 et 8]1 est divisé en douzièmes et liquidé mensuellement en même temps et dans la même mesure que le traitement sur base des prestations effectuées.
§ 2. Le montant [1 des allocations annuelles visées aux articles 5 et 8]1 est divisé en douzièmes et liquidé mensuellement en même temps et dans la même mesure que le traitement sur base des prestations effectuées.
Änderungen
Art. 10. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, de toelagen en de premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten is niet van toepassing ten aanzien van de [1 in [2 de artikelen 5 en 8]2 ]1 bedoelde premies en toelagen in geval :
1° van verlof of disponibiliteit wegens ziekte;
2° van afwezigheid wegens een ongeval overkomen op het werk of op de weg van of naar het werk of wegens een beroepsziekte;
3° van afwezigheid gewettigd door het bekomen van verlof of werkonderbreking bedoeld in de artikelen 39, 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971, in artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en in de artikelen 34 tot 37 en 117, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
1° van verlof of disponibiliteit wegens ziekte;
2° van afwezigheid wegens een ongeval overkomen op het werk of op de weg van of naar het werk of wegens een beroepsziekte;
3° van afwezigheid gewettigd door het bekomen van verlof of werkonderbreking bedoeld in de artikelen 39, 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971, in artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en in de artikelen 34 tot 37 en 117, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
Art. 10. L'article 5 de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux n'est pas applicable en ce qui concerne les primes et allocations visées [1 [2 aux articles 5 et 8]2 ]1 :
1° en cas de congé ou de disponibilité pour cause de maladie;
2° en cas d'absence pour cause d'accident survenu au travail ou sur le chemin du travail ou de maladie professionnelle;
3° en cas d'absence justifiée par l'obtention d'un congé ou d'une interruption de travail visés aux articles 39, 42 et 43 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, à l'article 18 de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail dans le secteur public et aux articles 34 à 37 et 117, § 1er, de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat.
1° en cas de congé ou de disponibilité pour cause de maladie;
2° en cas d'absence pour cause d'accident survenu au travail ou sur le chemin du travail ou de maladie professionnelle;
3° en cas d'absence justifiée par l'obtention d'un congé ou d'une interruption de travail visés aux articles 39, 42 et 43 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, à l'article 18 de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail dans le secteur public et aux articles 34 à 37 et 117, § 1er, de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat.
Art. 11. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor de [1 in [2 de artikelen 5 en 8]2 ]1 bedoelde premies en toelagen.
Art. 11. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des services publics fédéraux, s'applique également aux primes et allocations visées [1 [2 aux articles 5 et 8]2 ]1.
Art. 13. [1 De artikelen 8, 9, 10 en 11 zijn van toepassing op de bij arbeidsovereenkomst aangeworven veiligheidsmedewerkers en veiligheidsassistenten die tewerkgesteld zijn in de centra van de Algemene Directie van de Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die belast zijn met het vervoer van de vreemdelingen binnen deze directie, of die belast zijn met het toezicht in de wachtzaal van deze directie.]1
Art. 13. [1 Les articles 8, 9, 10 et 11 sont applicables aux collaborateurs de sécurité et aux assistants de sécurité engagés par contrat de travail en service dans les centres de la Direction générale de l'Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur, chargés du transport des étrangers dans cette direction, ou chargés de la surveillance dans la salle d'attente de cette direction.]1
Änderungen
HOOFDSTUK III. - Integratiebepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions d'intégration.
Art. 14. De ambtenaren die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit titularis waren van één van de geschrapte graden die hierna in de linkerkolom zijn opgenomen, worden ambtshalve benoemd in één van de opgerichte graden die in de rechterkolom zijn opgenomen :
Art. 14. Les agents qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, étaient titulaires de l'un des grades rayés repris ci-après dans la colonne de gauche, sont nommés d'office dans un des grades créés repris dans la colonne de droite :
| sectiechef | veiligheidsmedewerker |
| veiligheidsbeambte | veiligheidsmedewerker |
| veiligheidsassistent | veiligheidsassistent |
| adjunct-veiligheidsassistent | veiligheidsassistent |
| chef de section | collaborateur de sécurité |
| agent de sécurité | collaborateur de sécurité |
| assistant de sécurité | assistant de sécurité |
| assistant de sécurité adjoint | assistant de sécurité |
Art. 19. De in artikel 14 bedoelde ambtenaren die overeenkomstig artikel 16 ingeschaald zijn in de weddenschaal DT3 en die niet geslaagd zijn voor de gecertificeerde opleiding bedoeld in artikel 70 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, bekomen een jaarlijkse toelage van 1 550,00 euro voor de specificiteit van hun graad. Deze toelage is niet verschuldigd gedurende de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding.
In het in het eerste lid bedoelde geval is artikel 5, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, niet van toepassing en is de in artikel 8 bedoelde jaarlijks toelage niet verschuldigd.
[1 De toelage bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met de eerste bonificatie en de schaalbonificaties bedoeld in artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
In het in het eerste lid bedoelde geval is artikel 5, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, niet van toepassing en is de in artikel 8 bedoelde jaarlijks toelage niet verschuldigd.
[1 De toelage bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met de eerste bonificatie en de schaalbonificaties bedoeld in artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
Art. 19. Les agents visés à l'article 14 qui, conformément à l'article 16 sont intégrés dans l'échelle de traitement DT3, et qui n'ont pas réussi la formation certifiée visée à l'article 70 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agent de l'Etat, obtiennent une allocation annuelle de 1 550,00 euro pour la spécificité de leur grade. Cette allocation n'est pas due pendant la durée de validité de la formation certifiée.
Dans le cas visé au premier alinéa, l'article 5, § 2, alinéa 2, et § 3, alinéa 2, n'est pas applicable et l'allocation annuelle visée à l'article 8 n'est pas due.
[1 L'allocation visée à l'alinéa 1er est réduite de la première bonification et des bonifications d'échelle visées aux articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
Dans le cas visé au premier alinéa, l'article 5, § 2, alinéa 2, et § 3, alinéa 2, n'est pas applicable et l'allocation annuelle visée à l'article 8 n'est pas due.
[1 L'allocation visée à l'alinéa 1er est réduite de la première bonification et des bonifications d'échelle visées aux articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
Art. 20. De in artikel 14 bedoelde ambtenaren die overeenkomstig artikel 16 ingeschaald zijn in de weddenschaal CT1 en die niet geslaagd zijn voor de gecertificeerde opleiding bedoeld in artikel 70 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, bekomen een jaarlijkse toelage van 2 200,00 euro voor de specificiteit van hun graad. Deze toelage is niet verschuldigd gedurende de geldigheidsduur van de gecertificeerde opleiding.
In het in het eerste lid bedoelde geval is artikel 6, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, niet van toepassing en is de in artikel 8 bedoelde jaarlijks toelage niet verschuldigd.
[1 De toelage bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met de eerste bonificatie en de schaalbonificaties bedoeld in artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
In het in het eerste lid bedoelde geval is artikel 6, § 2, tweede lid, en § 3, tweede lid, niet van toepassing en is de in artikel 8 bedoelde jaarlijks toelage niet verschuldigd.
[1 De toelage bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met de eerste bonificatie en de schaalbonificaties bedoeld in artikelen 49 tot 51 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.]1
Art. 20. Les agents visés à l'article 14 qui, conformément à l'article 16 sont intégrés dans l'échelle de traitement CT1 et qui n'ont pas réussi la formation certifiée visée à l'article 70 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, obtiennent une allocation annuelle de 2 200,00 euro pour la spécificité de leur grade. Cette allocation n'est pas due pendant la durée de validité de la formation certifiée.
Dans le cas visé au premier alinéa, l'article 6, § 2, alinéa 2, et § 3, alinéa 2, n'est pas applicable et l'allocation annuelle visée à l'article 8 n'est pas due.
[1 L'allocation visée à l'alinéa 1er est réduite de la première bonification et des bonifications d'échelle visées aux articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
Dans le cas visé au premier alinéa, l'article 6, § 2, alinéa 2, et § 3, alinéa 2, n'est pas applicable et l'allocation annuelle visée à l'article 8 n'est pas due.
[1 L'allocation visée à l'alinéa 1er est réduite de la première bonification et des bonifications d'échelle visées aux articles 49 à 51 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.]1
Art. 21. _ De in de artikelen 19 en 20 bedoelde toelagen zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01.
De bedragen van de in de artikelen 19 en 20 bedoelde jaarlijkse toelagen worden gedeeld door twaalf en maandelijks tegelijkertijd met en in dezelfde mate van de wedde uitbetaald op grond van de verrichte prestaties.
De bedragen van de in de artikelen 19 en 20 bedoelde jaarlijkse toelagen worden gedeeld door twaalf en maandelijks tegelijkertijd met en in dezelfde mate van de wedde uitbetaald op grond van de verrichte prestaties.
Art. 21. Les allocations visées aux articles 19 et 20 sont liées à l'indice pivot 138,01.
Les montants des allocations annuelles visées aux articles 19 et 20 sont divisés en douzièmes et liquidés mensuellement en même temps et dans la même mesure que le traitement sur base des prestations effectuées.
Les montants des allocations annuelles visées aux articles 19 et 20 sont divisés en douzièmes et liquidés mensuellement en même temps et dans la même mesure que le traitement sur base des prestations effectuées.
Art. 22. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen, de toelagen en de premies van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten is niet van toepassing ten aanzien van de in de artikelen 19 en 20 bedoelde toelagen in geval :
1° van verlof of disponibiliteit wegens ziekte;
2° van afwezigheid wegens een ongeval overkomen op het werk of op de weg van of naar het werk of wegens een beroepsziekte;
3° van afwezigheid gewettigd door het bekomen van verlof of werkonderbreking bedoeld in de artikelen 39, 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971, in artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en in de artikelen 34 tot 37 en 117, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
1° van verlof of disponibiliteit wegens ziekte;
2° van afwezigheid wegens een ongeval overkomen op het werk of op de weg van of naar het werk of wegens een beroepsziekte;
3° van afwezigheid gewettigd door het bekomen van verlof of werkonderbreking bedoeld in de artikelen 39, 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971, in artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en in de artikelen 34 tot 37 en 117, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.
Art. 22. L'article 5 de l'arrêté royal du 26 mars 1965 portant réglementation générale des indemnités, allocations et primes quelconques accordées au personnel des services publics fédéraux n'est pas applicable vis-à-vis les allocations visées aux articles 19 et 20 :
1° en cas de congé ou de disponibilité pour cause de maladie;
2° en cas d'absence pour cause d'accident survenu au travail ou sur le chemin du travail ou de maladie professionnelle;
3° en cas d'absence justifiée par l'obtention d'un congé ou d'une interruption de travail visés aux articles 39, 42 et 43 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, à l'article 18 de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail dans le secteur public et aux articles 34 à 37 et 117, § 1er, de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat.
1° en cas de congé ou de disponibilité pour cause de maladie;
2° en cas d'absence pour cause d'accident survenu au travail ou sur le chemin du travail ou de maladie professionnelle;
3° en cas d'absence justifiée par l'obtention d'un congé ou d'une interruption de travail visés aux articles 39, 42 et 43 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, à l'article 18 de la loi du 14 décembre 2000 fixant certains aspects de l'aménagement du temps de travail dans le secteur public et aux articles 34 à 37 et 117, § 1er, de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat.
Art. 23. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor de in de artikelen 19 en 20 bedoelde toelagen.
Art. 23. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des services publics fédéraux, s'applique également aux allocations visées aux articles 19 et 20.
Art. 24. De artikelen 19 tot 23 zijn van toepassing op de bij arbeidsovereenkomst aangeworven personeelsleden die tewerkgesteld zijn in de gesloten centra van de Algemene Directie van de Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, die belast zijn met het vervoer van de vreemdelingen binnen deze directie, of belast zijn met het toezicht in de wachtzaal van deze directie, en die bezoldigd worden in de weddenschalen DT3 en CT1.
Art. 24. Les articles 19 à 23 sont applicables aux membres du personnel engagés par contrat de travail qui sont en service dans les centres fermés de la Direction générale de l'Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur, qui sont chargés du transport des étrangers dans cette direction, ou qui sont chargés de la surveillance dans la salle d'attente de cette direction, et qui sont rémunérés dans les échelles de traitement DT3 et CT1.
HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions diverses.
Art. 29. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2006.
Art. 29. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2006.
Art. 30. _ Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Begroting zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 december 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Begroting,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Gegeven te Brussel, 20 december 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Begroting,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Art. 30. Notre Ministre de l'Intérieur et Notre Ministre du Budget sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 20 décembre 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
La Ministre du Budget,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
Donné à Bruxelles, le 20 décembre 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
La Ministre du Budget,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage bij het koninklijk besluit van 20 december 2007 tot hervorming van de loopbaan van het veiligheidspersoneel van de Algemene Directie van de Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.
Art. N. Annexe à l'arrêté royal du 20 décembre 2007 réformant la carrière du personnel de sécurité de la Direction générale de l'Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur.
| Geschrapte graad | Weddenschaal verbonden | Opgerichte | Weddenschaal |
| aan de geschrapte graad | graad | verbonden | |
| aan de | |||
| opgerichte | |||
| graad | |||
| veiligheidsbeambte | 12 886,68 - 17 072,70 | veiligheids- | DT3 |
| 3/1 x 140,09 | medewerker | ||
| 5/2 x 194,67 | |||
| 8/2 x 349,05 | |||
| (Kl. 18 jaar - R. 30 - GA) | |||
| veiligheidsbeambte | 13 519,32 - 18 362,45 | veiligheids- | DT3 |
| 3/1 x 218,66 | medewerker | ||
| 5/2 x 278,95 | |||
| 8/2 x 349,05 | |||
| (Kl. 18 jaar - R. 30 - GA) | |||
| veiligheidsbeambte | 14 165,83 - 19 297,21 | veiligheids- | DT4 |
| 3/1 x 218,66 | medewerker | ||
| 5/2 x 266,79 | |||
| 9/2 x 349,05 | |||
| (Kl. 18 jaar - R. 30 - GA) | |||
| sectiechef | 15 848,11 - 21 101,55 | veiligheids- | DT4 |
| 3/1 x 218,66 | medewerker | ||
| 4/2 x 266,79 | |||
| 10/2 x 353,03 | |||
| (Kl. 18 jaar - R. 32 - GA) | |||
| adjunct- | 20A | veiligheids- | CT1 |
| veiligheids- | assistent | ||
| assistent | |||
| adjunct- | 20B | veiligheids- | CT1 |
| veiligheids- | assistent | ||
| assistent | |||
| veiligheids- | 15 905,00 - 24 011,91 | veiligheids- | CT2 |
| assistent | 3/1 x 267,31 | assistent | |
| 2/2 x 712,64 | |||
| 6/2 x 623,61 | |||
| 6/2 x 356,34 | |||
| (Kl. 20 jaar - N. 2 - GA) | |||
| veiligheids- | 17 135,08 - 25 241,99 | veiligheids- | CT3 |
| assistent | 3/1 x 267,31 | assistent | |
| 2/2 x 712,64 | |||
| 6/2 x 623,61 | |||
| 6/2 x 356,34 | |||
| (Kl. 20 jaar - N. 2 - GA) |
| Grade raye | Echelle de traitement | Grade créé | Echelle |
| liée au grade raye | de | ||
| traitement | |||
| liée au | |||
| grade | |||
| créé | |||
| agent de sécurité | 12 886,68 - 17 072,70 | collaborateur | DT3 |
| 3/1 x 140,09 | de sécurité | ||
| 5/2 x 194,67 | |||
| 8/2 x 349,05 | |||
| (Cl. 18 ans - R. 30 - GA) | |||
| agent de sécurité | 13 519,32 - 18 362,45 | collaborateur | DT3 |
| 3/1 x 218,66 | de sécurité | ||
| 5/2 x 278,95 | |||
| 8/2 x 349,05 | |||
| (Cl. 18 ans - R. 30 - GA) | |||
| agent de sécurité | 14 165,83 - 19 297,21 | collaborateur | DT4 |
| 3/1 x 218,66 | de sécurité | ||
| 5/2 x 266,79 | |||
| 9/2 x 349,05 | |||
| (Cl. 18 ans - R. 30 - GA) | |||
| chef de section | 15 848,11 - 21 101,55 | collaborateur | DT4 |
| 3/1 x 218,66 | de sécurité | ||
| 4/2 x 266,79 | |||
| 10/2 x 353,03 | |||
| (Cl. 18 ans - R. 32 - GA) | |||
| assistant de | 20A | assistant de | CT1 |
| sécurité adjoint | sécurité | ||
| assistant de | 20B | assistant de | CT1 |
| sécurité adjoint | sécurité | ||
| assistant de | 15 905,00 - 24 011,91 | assistant de | CT2 |
| sécurité | 3/1 x 267,31 | sécurité | |
| 2/2 x 712,64 | |||
| 6/2 x 623,61 | |||
| 6/2 x 356,34 | |||
| (Cl. 20 ans - N. 2 - GA) | |||
| assistant de | 17 135,08 - 25 241,99 | assistant de | CT3 |
| sécurité | 3/1 x 267,31 | sécurité | |
| 2/2 x 712,64 | |||
| 6/2 x 623,61 | |||
| 6/2 x 356,34 | |||
| (Cl. 20 ans - N. 2 - GA) |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 20 december 2007 tot hervorming van de loopbaan van het veiligheidspersoneel van de Algemene Directie van de Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Begroting,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Begroting,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 20 décembre 2007 réformant la carrière du personnel de sécurité de la Direction générale de l'Office des Etrangers du Service public fédéral Intérieur.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
La Ministre du Budget,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
La Ministre du Budget,
Mme F. VAN DEN BOSSCHE