Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 NOVEMBER 2002. - Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Australië inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, ondertekend te Sydney op 19 november 2002, en met de uitwisseling van nota's, gedagtekend op 4 april 2005 en op 29 augustus 2005.
Titre
19 NOVEMBRE 2002. - Accord entre le Royaume de Belgique et l'Australie sur l'exercice d'activités à but lucratif par certains membres de la famille de membres du personnel diplomatique et consulaire, signé à Sydney le 19 novembre 2002, et à l'échange de notes, datées du 4 avril 2005 et du 29 août 2005.
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Toepassingsgebied van de Overeenkomst.
  1. Mogen op grond van wederkerigheid betaalde werkzaamheden verrichten in de Ontvangende Staat :
  a) de echtgeno(o)te van de diplomatieke ambtenaren of van de andere personeelsleden van de zending van de Zendstaat, als bepaald in artikel 1 van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (1961), bij
  (i) de Ontvangende Staat, dan wel
  (ii) eventuele internationale organisaties in de Ontvangende Staat;
  b) de echtgeno(o)te van de consulaire ambtenaren of van de andere leden van de consulaire post van diezelfde Staat, als bepaald in artikel 1 van het Verdrag van Wenen inzake consulair verkeer (1963);
  c) andere gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de ambtenaren, functionarissen en personeelsleden van de zending of consulaire post van de Zendstaat, voor zover de interne wetgeving van de Ontvangende Staat zulks toelaat. In voorkomend geval wordt bij latere briefwisseling tussen de Partijen bij deze Overeenkomst bepaald wie onder deze categorie valt.
  2. De toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten wordt verleend door de autoriteiten van de Ontvangende Staat overeenkomstig de aldaar van kracht zijnde voorschriften en overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst.
  3. Deze toestemming geldt niet de ingezetenen van de Ontvangende Staat of de vaste verblijfhouders op zijn grondgebied.
  4. Tenzij de Ontvangende Staat anderszins beslist, wordt geen toestemming verleend aan de begunstigde die, na betaalde werkzaamheden te hebben aanvaard, niet langer deel uitmaakt van het gezin van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen.
  5. De toestemming is geldig voor de periode dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen zijn aangesteld bij de diplomatieke zending of de consulaire post van de Zendstaat op het grondgebied van de Ontvangende Staat, en vervalt wanneer de aanstelling eindigt (dan wel binnen een redelijke termijn na de beëindiging).
Article 1. Le Champ d'application de l'Accord.
  1. Sont autorisés, sur base de réciprocité, à exercer une activité à but de lucre dans l'Etat d'accueil :
  a) le conjoint des agents diplomatiques ou des autres membres du personnel de la mission de l'Etat d'envoi - tels que définis à l'article 1er de la Convention de Vienne sur les relations diplomatiques (1961) - auprès
  (i) de l'Etat d'accueil, ou
  (ii) d'éventuelles organisations internationales dans l'Etat d'accueil;
  b) le conjoint des fonctionnaires consulaires ou des autres membres du poste consulaire du même Etat, tels que définis à l'article 1 de la Convention de Vienne sur les relations consulaires (1963);
  c) d'autres membres de la famille faisant partie du ménage des agents, fonctionnaires et membres du personnel de la mission ou du poste consulaire de l'Etat d'envoi, pour autant que la réglementation interne de l'Etat d'accueil le permette. Ces dernières catégories de bénéficiaires seront définies, le cas échéant, par un échange de lettres ultérieur entre les Parties au présent accord.
  2. L'autorisation d'exercer une activité à but lucratif est donnée par les autorités de l'Etat d'accueil conformément aux dispositions légales et réglementaires en vigueur dans ledit Etat et conformément aux dispositions du présent accord.
  3. Cette autorisation ne concerne pas les ressortissants de l'Etat d'accueil ni les résidents permanents sur son territoire.
  4. Sauf si l'Etat d'accueil en décide autrement, l'autorisation ne sera pas accordée à celui des bénéficiaires qui, après avoir accepté un emploi rémunéré, cesse de faire partie de la famille des personnes visées au paragraphe premier du présent article.
  5. L'autorisation produit ses effets durant la période d'affectation des personnes visées au paragraphe premier du présent article dans la mission diplomatique ou le poste consulaire de l'Etat d'envoi sur le territoire de l'Etat d'accueil, et cesse ses effets au terme de cette affectation (ou moyennant un délai raisonnable suivant cette échéance).
Art. 2. Procedures.
  1. Verzoeken om toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden worden uit naam van de begunstigde door de ambassade van de Zendstaat naar het ministerie of de overheidsdienst van de Ontvangende Staat die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken, gestuurd.
  2. De gevolgde procedures worden dusdanig toegepast dat de begunstigde van de toestemming zo snel mogelijk betaalde werkzaamheden kan verrichten; alle voorschriften inzake werkvergunningen en soortgelijke formaliteiten worden welwillend toegepast.
  3. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten betekent niet dat de begunstigde wordt vrijgesteld van de vereisten of voorschriften die gewoonlijk van toepassing zijn op persoonsgegevens, professionele of andere kwalificaties waarvan de werknemer het bewijs dient te leveren voor het verrichten van de betaalde werkzaamheden.
Art. 2. Procédures.
  1. Toute demande visant à obtenir l'autorisation d'exercer une activité à but lucratif est envoyée, au nom du bénéficiaire, par l'ambassade de l'Etat d'envoi au ministère ou service public de l'Etat d'accueil qui a les affaires étrangères dans ses attributions.
  2. Les procédures suivies sont appliquées de manière telle que le bénéficiaire de l'autorisation puisse entreprendre une activité à but lucratif dans les meilleurs délais; toutes les dispositions régissant les permis de travail et autres formalités analogues sont appliquées dans un sens favorable.
  3. L'autorisation d'exercer une activité à but lucratif n'entraînera aucune dispense pour le bénéficiaire de satisfaire aux exigences usuelles ou réglementaires relatives aux données personnelles, qualités professionnelles ou autres que l'intéressé doit justifier pour l'exercice de son activité rémunérée.
Art. 3. Civiel- en administratiefrechtelijke voorrechten en immuniteiten.
  Ingeval de begunstigde van een toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten civiel- en administratiefrechtelijke immuniteit van rechtsmacht geniet in de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake diplomatiek en consulair verkeer, dan wel enig ander internationaal verdrag, zal afstand worden gedaan van deze immuniteit ten aanzien van de handelingen die voortvloeien uit het verrichten van betaalde werkzaamheden welke onder het burgerlijk en administratief recht van de Ontvangende Staat vallen.
  De Zendstaat doet ook afstand van de immuniteit van tenuitvoerlegging van vonnissen die met betrekking tot dergelijke handelingen worden uitgesproken.
Art. 3. Privilèges et immunités en matière civile et administrative.
  Au cas où le bénéficiaire de l'autorisation d'exercer une activité à but lucratif jouit de l'immunité de juridiction en matière civile et administrative dans l'Etat d'accueil, en vertu des dispositions des Conventions de Vienne sur les relations diplomatiques et consulaires ou de tout autre instrument international applicable, cette immunité est levée pour tous les actes découlant de l'exercice de l'activité à but lucratif et rentrant dans le champ d'application du droit civil ou administratif de l'Etat d'accueil.
  L'Etat d'envoi lèvera aussi l'immunité d'exécution de toute décision judiciaire prononcée en rapport avec de tels actes.
Art. 4. Immuniteit ten aanzien van strafzaken.
  Ingeval de begunstigde van de toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de Ontvangende Staat overeenkomstig de bepalingen van de bovengenoemde Verdragen van Wenen, dan wel van enig ander internationaal verdrag :
  a) doet de Zendstaat afstand van de immuniteit van de rechtsmacht die de begunstigde ten aanzien van de Ontvangende Staat geniet in strafzaken met betrekking tot elk handelen of nalaten dat voortvloeit uit de betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen wanneer de Zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen;
  b) het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan. In dergelijk geval neemt de Zendstaat het verzoek van de Ontvangende Staat ernstig in overweging.
Art. 4. Immunité en matière pénale.
  Au cas où le bénéficiaire de l'autorisation d'exercer une activité à but lucratif jouit de l'immunité de juridiction en matière pénale dans l'Etat d'accueil, en vertu des dispositions des Conventions de Vienne précitées ou de tout autre instrument international :
  a) l'Etat d'envoi lève l'immunité de juridiction pénale dont jouit le bénéficiaire de l'autorisation à l'égard de l'Etat d'accueil pour tout acte ou omission découlant de l'exercice de l'activité à but lucratif, sauf dans des cas particuliers lorsque l'Etat d'envoi estime que cette mesure pourrait être contraire à ses intérêts;
  b) cette levée d'immunité de juridiction pénale ne sera pas considérée comme s'étendant à l'immunité d'exécution de la décision judiciaire, immunité pour laquelle une levée spécifique devra être requise. Dans le cas d'une telle demande spécifique, l'Etat d'envoi prendra la requête de l'Etat d'accueil sérieusement en considération.
Art. 5. Belasting- en sociale zekerheidsstelsels.
  In overeenstemming met de bepalingen van de bovengenoemde Verdragen van Wenen dan wel krachtens enig ander toepasselijk internationaal verdrag zijn de begunstigden van de toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden onderworpen aan de belasting- en sociale zekerheidsstelsels van de Ontvangende Staat, ten aanzien van alles wat verband houdt met het verrichten van bedoelde werkzaamheden in deze Staat.
Art. 5. Régimes fiscal et de sécurité sociale.
  Conformément aux dispositions des Conventions de Vienne précitées ou en vertu de tout autre instrument international applicable, les bénéficiaires de l'autorisation d'exercer une activité à but lucratif sont assujettis aux régimes fiscal et de sécurité sociale de l'Etat d'accueil pour tout ce qui se rapporte à l'exercice de cette activité dans cet Etat.
Art. 6. Duur en beëindiging.
  Deze Overeenkomst blijft van kracht voor onbepaalde duur, met dien verstande dat elk van de Partijen ze te allen tijde kan beëindigen door hiervan zes maanden van te voren schriftelijk kennis te geven aan de andere Partij.
Art. 6. Durée et dénonciation.
  Le présent accord restera en vigueur pour une période indéfinie, chacune des Parties pouvant y mettre fin à tout moment, moyennant un préavis de six mois adressé par écrit à l'autre Partie.
Art. 7. Inwerkingtreding.
  Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop de laatste kennisgeving dat aan de grondwettelijke en wettelijke voorschriften is voldaan, werd uitgewisseld.
  Ten blijke waarvan de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
  Gedaan te Sydney, op 19 november 2002 in twee originele exemplaren, in de Franse, de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in uitlegging, is de Engelse tekst doorslaggevend.
Art. 7. Entrée en vigueur.
  Le présent accord entrera en vigueur un mois après la date d'échange de la dernière notification de l'accomplissement des procédures constitutionnelles et légales requises.
  En foi de quoi, les représentants soussignés, dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont signé le présent accord.
  Fait à Sydney, le 19 novembre 2002 en deux exemplaires originaux, chacun en langues française, néerlandaise et anglaise, tous les textes faisant également foi. Le texte en langue anglaise prévaudra en cas de divergence d'interprétation.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage.
  Aan de Ambassade van Australië te Brussel,
  De federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking biedt de Ambassade van Australië haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Australië inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, ondertekend te Sydney op 19 november 2002.
  Het artikel 1, § 1, c), van de wederkerigheidsovereenkomst voorziet dat bij een latere uitwisseling van brieven de andere gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de ambtenaren, functionarissen en personeelsleden van de zending of consulaire post van de Zendstaat die eveneens genieten van deze Overeenkomst overeenkomstig de interne wetgeving van de Ontvangende Staat, zullen bepaald worden.
  Overeenkomstig de van kracht zijnde interne Belgische reglementering bepaalt het Koninkrijk België dat de begunstigden voorzien in artikel 1, § 1, c), de ongehuwde kinderen ten laste jonger dan 18 jaar van de diplomatieke of consulaire ambtenaren van de Zendstaat zoals omschreven in artikel 1 van de Verdragen van Wenen inzake diplomatiek en consulair verkeer van 1961 en 1963, zijn.
  De federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de eer de Ambassade van Australië voor te stellen dat deze nota en het antwoord van de Ambassade van Australië een akkoord ter uitlegging van de in de rand vermelde Overeenkomst vormen.
  De federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking neemt deze gelegenheid te baat om de Ambassade van Australië opnieuw zijn bijzondere hoogachting te betuigen.
  Gedaan te Brussel op 4 april 2005.
Art. N1. Annexe.
  A l'Ambassade d'Australie,
  Le Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement présente ses compliments à l'Ambassade d'Australie et a l'honneur de se référer à l'Accord entre le Royaume de Belgique et le Gouvernement d'Australie sur l'exercice d'activités à but lucratif par certains membres de la famille de membres du personnel diplomatique et consulaire, signé à Sydney le 19 novembre 2002.
  L'article 1er, § 1, c), de l'Accord de réciprocité prévoit qu'un échange de lettres ultérieur précisera les autres membres de la famille faisant partie du ménage des agents, fonctionnaires et membres du personnel de la mission ou du poste consulaire de l'Etat d'envoi, qui bénéficient également dudit accord conformément à la réglementation de l'Etat d'accueil.
  Conformément à la réglementation interne belge en vigueur, le Royaume de Belgique précise que les bénéficiaires visés au § 1, c), de l'article 1er sont les enfants cé1ibataires âgés de moins de dix-huit ans à charge des agents diplomatiques ou des fonctionnaires consulaires de l'Etat d'envoi tels que définis à l'article 1 des Conventions de Vienne sur les Relations diplomatiques et consulaires de 1961 et 1963.
  Le Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement a l'honneur de proposer que cette note et la réponse de l'Ambassade d'Australie constitue un accord d'interprétation de l'Accord sous rubrique.
  Le Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement saisit l'occasion de renouveler à l'Ambassade d'Australie l'assurance de sa très haute considération.
  Fait à Bruxelles le 4 avril 2005.
Art. N2. Nota nr. 99/2005. (Vertaling).
  De Ambassade van Australië biedt de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van het Koninkrijk België haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de Overeenkomst tussen Australië en het Koninkrijk België inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, ondertekend te Sydney op 19 november 2002.
  De Ambassade van Australië heeft verder de eer de ontvangst te melden van de nota van 4 april 2005 van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De tekst van deze nota is gehecht aan dit document.
  De Ambassade van Australië heeft de eer de voorstellen uiteengezet in de nota van 4 april, zoals toegevoegd, te bevestigen.
  De Ambassade van Australië neemt deze gelegenheid te baat om de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking opnieuw zijn bijzondere hoogachting te betuigen.
  Gedaan te Brussel, 29 augustus 2005.
Art. N2. Note n° 99/205. - (Traduction).
  L'Ambassade d'Australie présente ses compliments au Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement du Royaume de Belgique et a l'honneur de se référer à l'Accord entre l'Australie et le Royaume de Belgique sur l'exercice d'activités à but lucratif par certains membres de la famille de membres du personnel diplomatique et consulaire, signé à Sydney le 19 novembre 2002.
  En outre, l'Ambassade d'Australie a l'honneur d'accuser réception au Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement du Royaume de Belgique de sa note du 4 avril 2005. Le texte de cette note est attaché à ce document.
  L'Ambassade d'Australie a l'honneur de confirmer les propositions faites dans la notre du 4 avril, comme attachée.
  L'Ambassade d'Australie saisit l'occasion de renouveler au Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement l'assurance de sa très haute considération.
  Fait à Bruxelles, le 29 août 2005.
Art. N3. Deze Akten treden in werking op 25 november 2006.
Art. N3. Ces Actes entrent en vigueur le 25 novembre 2006.