Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 SEPTEMBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering voor de financiering van toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit.. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-11-2006 en tekstbijwerking tot 18-03-2022)
Titre
15 SEPTEMBRE 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand portant financement de la recherche biomédicale appliquée ayant une finalité primaire d'ordre social (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-11-2006 et mise à jour au 18-03-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2006036873
Datum: 2006-09-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006036873
Date: 2006-09-15
Moniteur: Voir
Tekst (47)
Texte (47)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° [1 ...]1
  2° [1 ...]1
  3° [1 wet op de ziekenhuizen: gecoördineerde wet van 10 juli 2008;]1
  4° [1 FWO: het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, vermeld in artikel 15, § 2, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en opgericht bij de notariële akte van 21 juni 2005 in de vorm van de privaatrechtelijke stichting van openbaar nut Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen;"]1
  5° [1 raad van bestuur: de raad van bestuur van het FWO, vermeld in artikel 17, § 2, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid;]1
  6° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschaps- en innovatiebeleid;
  7° O&O actor : rechtspersoon met activiteiten in het domein van onderzoek en innovatie;
  8° [2 social profit]2 actor : een rechtspersoon met een doelstelling van niet-industriële of niet-commerciële aard;
  9° [1 Vlaamse universiteit: de instellingen vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;]1
  10° [1 Vlaamse hogeschool: de instellingen vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;]1
  11° Vlaamse [2 social profit]2 O&O actor : een in het Vlaamse Gewest gevestigde non-profit O&O actor evenals een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigde Vlaamse universiteit of Vlaamse hogeschool;
  12° Vlaams universitair ziekenhuis : de ziekenhuisinstellingen die in uitvoering van de wet op de ziekenhuizen aangewezen zijn als universitair ziekenhuis, en of in het Vlaamse Gewest, of als deel van een Vlaamse universiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd zijn;
  13° Vlaams ziekenhuis : ziekenhuisinstellingen met de hoedanigheid van [2 social profit]2 actor gevestigd in het Vlaamse Gewest, waarop de wet op de ziekenhuizen van toepassing is zonder tezelfdertijd een Vlaams universitair ziekenhuis te zijn;
  14° coördinator : lid van een consortium dat ten overstaan van het [1 FWO]1 instaat als vertegenwoordiger van de aanvragers en daarnaast ook instaat voor de coördinatie van de activiteiten van de toegekende projectsteun;
  15° medeaanvrager : aanvrager-lid van een consortium van aanvragers dat niet de coördinator is;
  16° onderaannemer : derde door de aanvragers voorzien om in hun opdracht specifieke uitvoerende projectactiviteiten te realiseren, en die niet de hoedanigheid heeft van aanvrager;
  17° begunstigde : aanvrager van een projectvoorstel aan wie het [1 FWO]1 als contractant de projectsteun toekent;
  (18° het Instituut voor Tropische Geneeskunde : het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde, gelegen te Antwerpen.)
  
Article 1. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° [1 ...]1
  2° [1 ...]1
  3° [1 loi relative aux hôpitaux : la loi coordonnée du 10 juillet 2008 ;]1
  4° [1 FWO : l'agence autonomisée externe de droit privé, visée à l'article 15, § 2 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, et constituée par acte notarié du 21 juin 2005 sous forme d'une fondation privée d'intérêt public "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen" (Fonds de la recherche scientifique en Flandre) ;]1
  5° [1 conseil d'administration : le conseil d'administration du FWO visé à l'article 17, § 2 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation ;]1
  6° le Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique scientifique et de la politique de l'innovation;
  7° opérateur de R&D : personne morale effectuant des activités dans le domaine de la recherche et de l'innovation;
  8° opérateur [2 à profit social ]2 : une personne morale poursuivant un objectif de nature non industrielle ou non commerciale;
  9° [1 université flamande : les institutions visées à l'article II.2 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;]1
  10° [1 institut supérieur flamand : les institutions visées à l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;]1
  11° opérateur de R&D non marchand flamand : un opérateur de R&D [2 à profit social ]2 établi en Région flamande, ainsi qu'une université flamande ou un institut supérieur flamand établis dans la Région de Bruxelles-Capitale.
  12° hôpital universitaire flamand : les institutions hospitalières étant désignées, en exécution de la loi relative aux hôpitaux, comme hôpital universitaire, et étant établies soit dans la Région flamande, soit dans la Région de Bruxelles-Capitale comme partie d'une université flamande;
  13° hôpital flamand : institutions hospitalières ayant la qualité d'opérateur de R&D [2 à profit social ]2, établies en Région flamande, auxquelles s'applique la loi relative aux hôpitaux, sans être en même temps un hôpital universitaire flamand;
  14° coordinateur : membre d'un consortium étant chargé vis-à-vis du [1 FWO]1 comme représentant des demandeurs, ainsi que de la coordination des activités des aides accordées aux projets;
  15° codemandeur : demandeur-membre d'un consortium de demandeurs n'étant pas le coordinateur;
  16° sous-traitant : tierce personne prévue par les demandeurs pour réaliser sur leur ordre des activités de projet exécutives spécifiques, et n'ayant pas la qualité de demandeur;
  17° bénéficiaire : demandeur d'une proposition de projet auquel [1 le FWO]1 accorde l'aide au projet comme contractant;
  (18° l' " Instituut voor Tropische Geneeskunde " (Institut de Médecine tropicale) : l'Institut de Médecine Tropicale Prince Léopold à Anvers.)
  
Art.1/1. [1 De raad van bestuur kent onderzoeksprojecten en onderzoekskredieten toe om de wetenschappelijke excellentie van het toegepast biomedisch onderzoek te stimuleren. De raad van bestuur legt de interne procedures van technische en praktische aard vast voor de aanvraag, behandeling, evaluatie, selectie en toekenning van de onderzoeksprojecten. Het FWO maakt de interne procedures openbaar.]1
  
Art.1/1. [1 Le conseil d'administration octroie des projets de recherche et des crédits de recherche afin d'encourager l'excellence scientifique de la recherche biomédicale appliquée. Le conseil d'administration fixe les procédures internes de nature technique et pratique pour la demande, le traitement, l'évaluation, la sélection et l'octroi des projets de recherche. Le FWO rend les procédures internes publiques. ]1
  
HOOFDSTUK II. - Karakteristieken van het financieringskanaal voor het onderzoek.
CHAPITRE II. - Caractéristiques du canal de financement pour la recherche.
Afdeling 1. - Definitie en doelstellingen.
Section 1re. - Définition et objectifs.
Art. 2. Biomedisch onderzoek is onderzoek met een sterke focus op het verwerven van inzicht in de basis van ziekte en gezondheid bij de mens. Toegepast biomedisch onderzoek is toepassingsgedreven biomedisch onderzoek waarbij wetenschappelijke bevindingen uitgewerkt en vertaald worden naar klinische toepassingen. Onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit is onderzoek met een maatschappelijke toepasbaarheid waarvoor op het ogenblik van indiening de industriële interesse beperkt is.
Art. 2. La recherche biomédicale est la recherche principalement axée sur l'acquisition d'une meilleure compréhension de la base des maladies et de la santé de l'homme. La recherche biomédicale appliquée est la recherche biomédicale axée sur l'application, par laquelle des constatations scientifiques sont développées et traduites en des applications cliniques. La recherche ayant une finalité primaire d'ordre social est la recherche ayant une applicabilité sociale, à laquelle l'industrie porte peu d'intérêt au moment de son introduction.
Art. 3. Voor het verlenen van steun aan op projectmatige basis uitgevoerd toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit, wordt een financieringskanaal ingesteld. Binnen de perken van de begrotingskredieten worden hiervoor middelen voorzien.
Art. 3. Un canal de financement est instauré pour l'aide à la recherche biomédicale appliquée ayant une finalité primaire d'ordre social et réalisée sur une base de projets. Des moyens sont prévus à cet effet dans les limites des crédits budgétaires.
Afdeling 2. - Kenmerken van projectvoorstellen en projectaanvragers.
Section 2. - Caractéristiques des propositions de projets et des demandeurs de projets.
Art. 4. (Een projectvoorstel kan worden ingediend door een Vlaams universitair ziekenhuis, een Vlaams ziekenhuis of door het Instituut voor Tropische Geneeskunde.)
  (Daarnaast kan een projectvoorstel eveneens worden ingediend door een consortium van aanvrager dat minstens een Vlaams universitair ziekenhuis, een Vlaams ziekenhuis of het Instituut voor Tropische Geneeskunde bevat. Diverse Vlaamse [1 social profit]1 O&O actoren kunnen optreden als aanvrager in zo'n consortium. De Vlaamse universitaire ziekenhuizen, Vlaamse ziekenhuizen en het Instituut voor Tropische Geneeskunde dienen een relevante bijdrage te leveren. Dit wordt gedefinieerd als een minimale participatie in het voorstel van begroting volgens de bepalingen van artikel 5 en een relevante inhoudelijke bijdrage, wat zal vastgesteld worden in de projectevaluatie, uitgevoerd zoals toegelicht in de artikelen 9 tot en met 18 van dit besluit.)
  Niet Vlaamse [1 social profit]1 O&O actoren kunnen optreden als medeaanvrager binnen de perken van artikel 5.
  
Art. 4. (Une proposition de projet peut âtre introduite par un hôpital universitaire flamand, par un hôpital flamand ou par l' " Instituut voor Tropische Geneeskunde ".)
  (En outre, une proposition de projet peut être introduite par un consortium de demandeurs, comprenant au moins un hôpital universitaire flamand, un hôpital flamand ou l' " Instituut voor Tropische Geneeskunde ". Plusieurs opérateurs de R&D [1 à profit social]1 flamands peuvent agir en tant que demandeur dans un tel consortium. Les hôpitaux universitaires flamands, les hôpitaux flamands et l' " Instituut voor Tropische Geneeskunde " sont tenus d'apporter une contribution significative, définie comme une participation minimale dans la proposition de budget du projet conformément aux dispositions de l'article 5 et comme une participation significative de fond, à constater dans l'évaluation du projet, effectuée tel qu'il est expliqué dans les articles 9 à 18 inclus du présent arrêté.)
  Des opérateurs de R&D [1 à profit social]1 non flamands peuvent agir en tant que codemandeur, dans les limites de l'article 5.
  
Art. 5. Een projectvoorstel bevat een voorstel van begroting met een overzicht van de kosten verbonden aan de uitvoering van het project. In geval van een voorstel door een consortium van aanvragers omvat het voor elke projectaanvrager een voorstel van deelbegroting.
  [2 Het FWO stelt werkings-, uitrustings-, en personeelskredieten ter beschikking aan onderzoeksploegen. De kredieten van het FWO worden in een overeenkomst omschreven. Het FWO en de betrokken instelling staan in voor de controle op de aanwending van de kredieten. De onderzoeksploegen rapporteren daarover aan het FWO]2
  Het voorstel van begroting wordt opgesteld volgens de richtlijnen van het [1 FWO]1.
  (Bij een consortium van aanvragers dient de voorgestelde begroting voor Vlaamse universitaire ziekenhuizen, Vlaamse ziekenhuizen, respectievelijk het Instituut voor Tropische Geneeskunde gecumuleerd minimaal 10 % van de totale voorgestelde begroting te bedragen.)
  Bij steunverlening kunnen uitvoerende deeltaken uitbesteed worden aan een onderaannemer : de uitbesteding mag niet meer dan 30 % van de totale begroting bedragen. [2 Als dat omstandig gemotiveerd wordt in het projectvoorstel, kan bij grootschalige of multicentrische studies tot 50% van de totale begroting worden toegekend aan een onderaannemer.]2
  De voorgestelde begroting van de niet-Vlaamse actoren kan cumulatief niet meer dan 20 % van de voorgestelde totale begroting bedragen.
  
Art. 5. Une proposition de projet comprend une proposition de budget du projet, y compris un aperçu des frais inhérents à l'exécution du projet. S'il s'agit d'un consortium de demandeurs, une proposition de budget partiel est établie pour chaque demandeur de projet.
  [2 Le FWO met des crédits de fonctionnement, d'équipement et de personnel à disposition des équipes de recherche. Les crédits du FWO sont décrits dans une convention. Le FWO et l'institution concernée veillent au contrôle de l'utilisation des crédits. Les équipes de recherche en font rapport au FWO.]2
  L'établissement de la proposition de budget du projet s'effectue suivant les instructions [1 du FWO]1.
  (Si le projet est exécuté dans le cadre d'un consortium, le budget proposé pour les hôpitaux universitaires flamands, les hôpitaux flamands, respectivement l' " Instituut voor Tropische Geneeskunde ", doit s'élever cumulativement à 10 % au moins du budget de projet global proposé.)
  Pour l'octroi d'aide, des tâches partielles exécutives peuvent être données en sous-traitance à un sous-traitant. Le coût de la sous-traitance ne peut dépasser 30 % du budget global. [2 Moyennant motivation circonstanciée dans la proposition de projet, jusqu'à 50 % du budget total peut être attribué à un sous-traitant pour des études à grande échelle ou multicentriques.]2
  Le budget proposé des opérateurs non flamands ne peut cumulativement dépasser 20 % du budget global proposé.
  
HOOFDSTUK III. - Maximaal steunpercentage en cumulatie met andere steun.
CHAPITRE III. - Taux d'aide maximal et cumul avec d'autres interventions.
Afdeling 1. - Maximaal steunpercentage.
Section 1re. - Taux d'aide maximal.
Art. 6. De steun voor een projectvoorstel bedraagt maximaal 100 % van de kosten die overeenkomstig artikel 5 aanvaard worden.
  [1 Het maximaal toe te kennen steunbedrag bedraagt 2.000.000 euro en de projectduur bedraagt minimaal twee en maximaal vier jaar. Als dat omstandig gemotiveerd wordt in het projectvoorstel, kan tot 2.500.000 euro steun worden toegekend voor grootschalige of multicentrische studies.]1
  
Art. 6. L'aide à une proposition de projet s'élève à 100 % au maximum des frais admissibles conformément à l'article 5.
  [1 Le montant d'aide maximal à octroyer s'élève à 2 000 000 euros et la durée du projet est comprise entre deux et quatre ans. Moyennant motivation circonstanciée dans la proposition de projet, jusqu'à 2 500 000 euros d'aide peut être octroyée pour des études à grande échelle ou multicentriques. ]1
  
Afdeling 2. - Cumulatie met andere steun.
Section 2. - Cumul avec d'autres aides.
Art. 7. Projectkosten komen enkel in aanmerking voor de toekenning van steun wanneer ze geen andere vorm van steun van de Vlaamse Overheid of van een andere publiekrechtelijke persoon ontvangen.
Art. 7. Les frais de projet n'entrent en ligne de compte pour l'octroi d'aide que s'ils ne bénéficient d'aucune autre forme d'aide de la part de l'Autorité flamande ou d'une autre personne de droit public.
HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het behandelen van projectvoorstellen.
CHAPITRE IV. - Procédure de traitement des propositions de projets.
Art. 8. De projectvoorstellen moeten worden geformuleerd overeenkomstig de handleiding voor aanvraagprocedure en -modaliteiten die het [1 FWO]1 vastlegt en bekendmaakt. Hierbij wordt tevens voorzien in een uiterste indiendatum in de loop van elk kalenderjaar.
  De raad van bestuur oordeelt over de ontvankelijkheid van een projectvoorstel met het oog op een grondige behandeling op basis van de formele indieningsvoorwaarden en instructies zoals bedoeld hierboven in dit artikel.
  Een projectvoorstel dat niet ontvankelijk verklaard wordt, wordt uitgesloten van verdere behandeling.
  [2 Het FWO deelt aan de projectaanvrager of, in geval van een consortium van aanvragers, aan de coördinator van het projectvoorstel de gemotiveerde beslissing over de ontvankelijkheid van het projectvoorstel mee binnen de 60 kalenderdagen]2. Naast de ontvankelijkheidanalyse kan de raad van bestuur een preselectie doorvoeren op basis van de mate waarin de operationele doelstellingen tegemoet komen aan de doelstellingen van het programma.
  
Art. 8. Les propositions de projets doivent être formulées conformément au guide pour la procédure et les modalités de demande fixé et communiqué par [1 le FWO]1. [1 Le FWO]1 prévoit une date ultime de présentation au cours de chaque année calendaire.
  Le conseil d'administration juge de la recevabilité d'une proposition de projet en vue de son traitement à fond sur la base des conditions et des instructions d'introduction formelles visées ci-dessus au présent article.
  Une proposition de projet qui est déclarée non recevable est exclue de tout traitement ultérieur.
  [2 Dans les 60 jours calendaires, le FWO communique au demandeur du projet ou, en cas d'un consortium de demandeurs, au coordinateur de la proposition de projet, la décision motivée sur la recevabilité de la proposition de projet. ]2. Outre l'analyse de recevabilité, le conseil d'administration peut effectuer une présélection des propositions de projets sur base de la mesure dans laquelle les objectifs opérationnels se conforment aux objectifs du programme.
  
Art. 9. De raad van bestuur stelt een expertencollege samen. De raad van bestuur kan bovendien additionele materiedeskundigen aanstellen die voor specifieke aspecten van individuele dossiers schriftelijk een advies dienen uit te brengen. Het expertencollege stelt een gemotiveerd advies op naar de finale beslissing toe.
Art. 9. Le conseil d'administration constitue un collège d'experts. Le conseil d'administration peut en outre désigner des experts additionnels en la matière, qui sont appelés à émettre un avis par écrit sur des aspects spécifiques de dossiers individuels. Le collège d'experts dresse un avis motivé, en vue de la décision finale.
Art. 10. De beslissing tot steun door het [1 FWO]1 wordt gebaseerd op het advies van het expertencollege. Het IWT beslist tevens over de omvang van de goedgekeurde begroting, de startdatum van de projectuitvoering en over eventuele specifieke voorwaarden.
  
Art. 10. La décision d'octroyer une aide prise par [1 le FWO]1 est basée sur l'avis du collège d'experts. [1 Le FWO]1 statue également sur le volume du budget approuvé, sur la date de démarrage de l'exécution du projet et sur d'éventuelles conditions spécifiques.
  
Art. 11. [1 Het FWO deelt de beslissing, vermeld in artikel 10, mee aan de projectaanvrager of, in geval van een consortium van aanvragers, aan de coördinator binnen de 244 kalenderdagen ]1.
  
Art. 11. [1 Dans les 244 jours calendaires, le FWO communique la décision visée à l'article 10 au demandeur de projet ou, en cas d'un consortium de demandeurs, au coordinateur ]1.
  
Art. 12. Bij beslissing voor steunverlening wordt voorzien in een steunovereenkomst, opgesteld volgens een typeovereenkomst goedgekeurd door de raad van bestuur.
Art. 12. Lorsqu'il est décidé d'octroyer une aide, il est conclu une convention d'aide, rédigée suivant une convention type approuvée par le conseil d'administration.
Art. 13. In geval een project in consortiumverband wordt uitgevoerd sluiten de projectaanvragers een consortiumovereenkomst af die als bijlage bij de overeenkomst vermeld in artikel 12 wordt gevoegd. De coördinator maakt deze consortiumovereenkomst ter goedkeuring over aan het [1 FWO]1 ten laatste na 4 maanden na het uitsturen van de overeenkomst bedoeld in artikel 12.
  
Art. 13. Au cas où un projet est réalisé dans le cadre d'un consortium, les demandeurs de projet concluent une convention de consortium qui est jointe en annexe à la convention visée à l'article 12. Le coordinateur du projet soumet cette convention de consortium à l'approbation de [1 le FWO]1 au plus tard dans les 4 mois de l'envoi de la convention visée à l'article 12.
  
HOOFDSTUK V. - Beslissingsbepalingen en -criteria.
CHAPITRE V. - Dispositions et critères de décision.
Art. 14. Het [1 FWO]1 kan een negatieve beslissing nemen of bijkomende voorwaarden stellen :
  1° indien een projectaanvrager niet voldoet aan verplichtingen of vergunningen vanwege de overheid;
  2° indien een projectaanvrager blijk heeft gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige projectvoorstellen, onder meer inzake informatieverstrekking, inhoudelijke of financiële verplichtingen of verslaggeving.
  
Art. 14. [1 Le FWO]1 peut prendre une décision négative ou imposer des conditions supplémentaires :
  1° si un demandeur de projet ne remplit pas les obligations ou autorisations de la part des autorités;
  2° si un demandeur de projet a fait preuve d'un comportement incorrect à l'occasion de propositions de projet antérieures, notamment en matière de fourniture d'informations, d'obligations financières et de fond ou de rapportage.
  
Art. 15. De raad van bestuur steunt bij zijn beslissingsvoorstel om aan een projectvoorstel dat ontvankelijk verklaard werd al dan niet steun te verlenen op twee beoordelingsassen :
  1° de wetenschappelijke kwaliteit van het projectvoorstel;
  2° de maatschappelijke utilisatieperspectieven van het projectvoorstel.
Art. 15. Le conseil d'administration se base, pour sa décision d'octroyer ou non une aide à une proposition de projet déclarée recevable, sur les deux dimensions d'appréciation suivantes :
  1° la qualité scientifique de la proposition de projet;
  2° les perspectives d'utilité sociétale de la proposition de projet.
Art. 16. Voor de beoordeling van de wetenschappelijke kwaliteit worden volgende criteria gebruikt :
  (a) bijdrage tot de 'state of the art' en het belang van de doelstellingen;
  (b) risico en haalbaarheid van de doelstellingen;
  (c) kwaliteit van het werkplan, haalbaarheid van de uitvoering van het werkplan en kosteneffectiviteit;
  (d) aanwezige competentie in het consortium van aanvragers en infrastructuur;
  (e) mate waarin de operationele doelstellingen tegemoet komen aan de doelstellingen van het programma vanuit wetenschappelijk-technisch standpunt.
Art. 16. L'appréciation de la qualité scientifique de la proposition de projet utilise les critères suivants :
  (a) la contribution apportée à " l'état de l'art" et l'importance des objectifs;
  (b) le risque et la faisabilité des objectifs;
  (c) la qualité du plan de travail, la faisabilité de l'exécution du plan de travail et le rapport coût-efficacité;
  (d) la compétence présente au sein du consortium de demandeurs et l'infrastructure;
  (e) la mesure dans laquelle les objectifs opérationnels rencontrent les objectifs du programme du point de vue scientifique-technique.
Art. 17. Voor de beoordeling van de maatschappelijke utilisatieperspectieven worden volgende criteria gebruikt :
  (a) potentieel voor maatschappelijke toepassingen in Vlaanderen en maatschappelijk belang van de vooropgestelde toepassingen;
  (b) haalbaarheid van de vooropgestelde maatschappelijke utilisatie in Vlaanderen en mogelijke impact van utilisatie van de projectresultaten op de gezondheidssituatie Vlaanderen;
  (c) planning voor transfer en maatschappelijke utilisatie in Vlaanderen van de projectresultaten;
  (d) aanwezige competentie en ervaring in het consortium van aanvragers naar utilisatie;
  (e) mate waarin de operationele doelstellingen tegemoet komen aan de doelstellingen van het programma vanuit utilisatiestandpunt.
Art. 17. L'appréciation des perspectives d'utilité sociétale de la proposition de projet utilise les critères suivants :
  (a) le potentiel d'applications sociétales en Flandre et l'importance sociétale des applications proposées;
  (b) la faisabilité de l'utilité sociétale envisagée en Flandre et l'incidence éventuelle des résultats de projets sur la situation sanitaire de la Flandre;
  (c) le planning d'un transfert et de l'utilité sociétale en Flandre des résultats de projets;
  (d) la compétence et l'expérience présentes au sein du consortium de demandeurs du point de vue utilité;
  (e) la mesure dans laquelle les objectifs opérationnels rencontrent les objectifs du programme du point de vue utilité.
Art. 18. Voor elk criterium wordt een score uitgebracht door het expertencollege. De twee beoordelingsdimensies, met name de wetenschappelijke kwaliteit en de utilisatieperspectieven krijgen een gelijk gewicht in de finale score.
Art. 18. Le collège d'experts attribue un score à chacun des critères. Les deux dimensions d'évaluation, à savoir la qualité scientifique et les perspectives d'utilité reçoivent une pondération identique dans le score final.
Art. 19. Het [1 FWO]1 legt jaarlijks verantwoording af bij de Vlaamse Regering inzake het beheer van het financieringskanaal.
  
Art. 19. [1 Le FWO]1 fait annuellement rapport au Gouvernement flamand sur la gestion du canal de financement.
  
HOOFDSTUK VI. - Eigendomsrechten en valorisatie.
CHAPITRE VI. - Droits de propriété et valorisation.
Art. 20. De begunstigde van gesteunde projecten is eigenaar van de onderzoeksresultaten. Bij een consortium van begunstigden is elke begunstigde in principe eigenaar van de resultaten van het uitgevoerde deelproject tenzij anders gestipuleerd in de consortiumovereenkomst. In geval de begunstigde een [1 universiteit]1 [1 betreft, gelden]1 de bepalingen van artikel [1 IV. 48 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013]1.
  
Art. 20. Le bénéficiaire de projets soutenus est propriétaire des résultats de recherche. En cas d'un consortium de bénéficiaires, chaque bénéficiaire est en principe propriétaire des résultats du projet partiel exécuté, à moins qu'il n'en soit stipulé autrement dans la convention de consortium. Lorsque le bénéficiaire est [1 une université]1, les dispositions de l'article [1 IV. 48 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ]1 sont applicables.
  
Art. 21. De begunstigde verbindt zich ertoe alle inspanningen te leveren die redelijkerwijze mogen verwacht worden om de projectresultaten toepasbaar te maken voor maatschappelijke doeleinden in Vlaanderen. Indien de begunstigde dit niet naleeft dient de begunstigde akkoord te gaan met een overdracht van de toepasbaarheid van de projectresultaten naar een derde partij.
Art. 21. _ Le bénéficiaire s'engage à fournir tous les efforts raisonnablement attendus afin de permettre la mise en application des résultats du projet pour des objectifs sociétaux en Flandre. Si le bénéficiaire n'observe pas cet engagement, il doit marquer son accord sur un transfert de l'applicabilité des résultats du projet à une tierce partie.
HOOFDSTUK VII. - Toezicht.
CHAPITRE VII. - Contrôle.
Art. 22. Het [1 FWO]1 wordt belast met het toezicht op de aanwending door de begunstigde van de steun die krachtens dit besluit wordt toegekend.
  
Art. 22. [1 Le FWO]1 est chargé du contrôle de l'affectation, par le bénéficiaire, de l'aide octroyée en vertu du présent arrêté.
  
Art. 23. De begunstigde levert op geregelde tijdstippen schriftelijk verslag aan het [1 FWO]1 betreffende de vordering van het project en de geleverde prestaties. Hij brengt ook na afloop een eindverslag uit over het verloop en de resultaten van het project, de aanwending van de steun en de vooruitzichten voor maatschappelijke utilisatie in Vlaanderen.
  
Art. 23. Le bénéficiaire fait régulièrement rapport par écrit [1 au FWO]1 sur l'état d'avancement du projet et les prestations rendues. Après l'achèvement du projet, il rédige un rapport final sur le déroulement et les résultats du projet, l'affectation de l'aide et les perspectives d'utilité sociétale en Flandre.
  
Art. 24. De begunstigde die de voorwaarden en de bepalingen waaronder de steun werd toegekend niet naleeft, wordt in gebreke gesteld. Vanaf de ingebrekestelling wordt elke verdere steun aan het project geschorst. Het [1 FWO]1 vordert terugbetaling van de oneigenlijk aangewende steun.
  Indien het project in consortiumverband wordt uitgevoerd, is de terugvordering beperkt tot de steun die de in gebreke gestelde begunstigde heeft ontvangen.
  
Art. 24. Le bénéficiaire qui ne respecte pas les conditions et les modalités d'octroi de l'aide, est mis en demeure. Dès la mise en demeure, tout paiement d'aide au projet est suspendu. La demande de remboursement d'une aide affectée improprement est formée par [1 le FWO]1.
  Lorsque le projet est réalisé dans le cadre d'un consortium, le remboursement se limite à l'aide que le bénéficiaire mis en demeure a obtenue.
  
Art. 25. De begunstigde kan een herziening vragen van de beslissing van het [1 FWO]1 inzake de ingebrekestelling of vordering van terugbetaling overeenkomstig artikel 24 van dit besluit. Het beroep moet aangetekend bezorgd worden binnen een termijn van 30 werkdagen na betekening van de beslissing. Het beroep moet door de raad van bestuur worden behandeld binnen een termijn van 30 werkdagen na ontvangst, waarna een nieuwe beslissing kan bepaald worden.
  
Art. 25. Le bénéficiaire peut demander une révision de la décision [1 du FWO]1 en matière de mise en demeure ou de demande de remboursement conformément à l'article 25 du présent arrêté. Le recours doit être remis par lettre recommandée dans les 30 jours ouvrables de la notification de la décision. Le conseil d'administration est tenu de traiter le recours dans les 30 jours ouvrables de la réception; à l'expiration de ce délai, une nouvelle décision peut être prise.
  
Art. 26. De toekenning van de steun en het recht op het behoud ervan is afhankelijk van de uitdrukkelijke voorwaarde dat, indien van toepassing, de begunstigde de informatie- en raadplegingprocedures zoals beschreven in artikel 35, § 2 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 volledig naleeft in geval van collectief ontslag van het personeel.
  De niet naleving van de informatie- en raadplegingprocedures wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld. De datum van haar beslissing geldt als uitgangspunt voor het bepalen van de periode van vijf jaar waarbinnen alle steun zal worden teruggevorderd, zoals bepaald in artikel 35, § 1 van het eerder in dit artikel vermeld decreet.
  Met ingang van de datum van de in het eerste lid vermelde beslissing van de Vlaamse Regering is het [1 FWO]1 bevrijd van elke verdere verplichting tot uitbetaling waarin de contractuele bepalingen van op dat ogenblik lopende overeenkomsten waarvan de begunstigde één van de partijen is, zouden voorzien.
  Het recht op terugvorderen door het [1 FWO]1 betreft het geheel van de in voormelde periode van vijf jaar door de begunstigde ontvangen betalingen, ongeacht het aantal projecten of het aantal aparte overeenkomsten en hun stand van uitvoering in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de in het tweede lid bedoelde beslissing van de Vlaamse Regering.
  Indien projecten in consortiumverband worden uitgevoerd, is de terugvordering beperkt tot de steun die de begunstigde in kwestie heeft ontvangen.
  
Art. 26. L'octroi de l'aide et le droit de la maintenir sont subordonnés à la condition expresse que le bénéficiaire respecte intégralement les procédures d'information et de consultation décrites à l'article 35, § 2 du décret du 19 décembre 1998 contenant des mesures d'accompagnement du budget 1999, en cas de licenciement collectif.
  Le non-respect des procédures d'information et de consultation est constaté par le Gouvernement flamand. La date de sa décision constitue le point de départ pour fixer la période de cinq ans pendant laquelle l'aide sera intégralement recouvrée conformément aux dispositions de l'article 35, § 1er du décret susvisé.
  A partir de la date de la décision du Gouvernement flamand mentionnée à l'alinéa premier, [1 le FWO]1 est libéré de tout engagement de paiement prévu par les dispositions contractuelles de conventions en cours à ce moment, dont le bénéficiaire est l'une des parties.
  Le droit [1 du FWO]1 au recouvrement concerne l'intégralité des versements reçus par le bénéficiaire au cours de la période susvisée de cinq ans, quel que soit le nombre de projets ou le nombre de conventions et leur état d'exécution dans la période de cinq ans précédant la décision du Gouvernement flamand visée à l'alinéa 2.
  Lorsque les projets sont réalisés dans le cadre d'un consortium, le recouvrement se limite à l'aide que le bénéficiaire a obtenue.
  
HOOFDSTUK VIII. - Geheimhouding.
CHAPITRE VIII. - Confidentialité.
Art. 27. De personeelsleden van het [1 FWO]1, de leden van de raad van bestuur en de leden van het expertencollege alsmede alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een dossier zoals bedoeld in dit besluit zullen de gegevens in kwestie als strikt vertrouwelijk behandelen, ze niet mededelen aan derden, noch in hun eigen voordeel aanwenden. Ter waarborging van de vertrouwelijkheid dienen de leden van het expertencollege alsook de deskundigen die deelnemen aan de schriftelijke evaluatie een confidentialiteitsnota te ondertekenen waarin de condities en periode van vertrouwelijkheid geregeld worden.
  
Art. 27. Les membres du personnel [1 du FWO]1, les membres de son conseil d'administration, les membres du collège d'experts ainsi que toute autre personne qui, du chef de ses fonctions, prend connaissance d'un dossier tel que visé dans le présent arrêté, sont tenus au secret en ce qui concerne les informations en question, ne les communiqueront pas à des tiers, et ne les utiliseront pas à leur profit. Afin de garantir la confidentialité, les membres du collège d'experts ainsi que les experts participant à l'évaluation écrite sont tenus de signer une note de confidentialité, réglant les conditions et la période de confidentialité.
  
HOOFDSTUK IX. - Verzoek tot herziening.
CHAPITRE IX. - Demande de révision.
Art. 28. [1 De aanvrager kan conform artikel 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 betreffende de subsidiëring door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen een vraag tot herziening indienen bij de Raad van Bestuur van het FWO, zonder evenwel de opportuniteit van de beslissing in vraag te kunnen stellen ]1.
  
Art. 28. [1 Conformément à l'article 32 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011 relatif au subventionnement par le " Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen " (Fonds de la Recherche scientifique - Flandre), le demandeur peut introduire une demande de révision auprès du Conseil d'Administration du FWO, sans pour autant pouvoir mettre en question l'opportunité de la décision ]1.
  
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
Art. 29. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2006.
Art. 29. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juin 2006.
Art. 30. _ De Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschaps- en innovatiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le Ministre flamand qui a la Politique scientifique et la Politique de l'Innovation technologique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.<
ANNEXE.<