Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het agentschap [1 Zorginspectie]1.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2006. - Besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap [Zorginspectie] tot subdelegatie van sommige beslissingsbevoegdheden aan personeelsleden van dit agentschap. <VARIA2010-10-07/06, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 21-09-2010>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-11-2006 en tekstbijwerking tot 24-05-2012)
Titre
20 JUILLET 2006. - Arrêté de l'administrateur général de l'Agence Inspection Santé, Bien-Etre, et Famille déléguant certaines compétences au personnel de cette agence. (Pas de version française, voir version néerlandaise)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-11-2006 et mise à jour au 24-05-2012)
Dokumentinformationen
Numac: 2006036785
Datum: 2006-07-20
Info du document
Numac: 2006036785
Date: 2006-07-20
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Delegaties aan alle afdelingsho...
Afdeling I. - Delegatie inzake interne organisa...
Afdeling II. - Delegatie betreffende het gunnen...
Afdeling III. - Delegatie inzake de uitvoering ...
Afdeling IV. - Delegatie inzake het ondertekene...
HOOFDSTUK III. - Mogelijkheid tot subdelegatie.
HOOFDSTUK IV. - Regeling bij vervanging.
HOOFDSTUK V. - Gebruik van de delegaties en ver...
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Inhoud
Tekst (36)
Texte (1)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Article M. Pour le texte, voir version néerlandaise.
-
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° minister : het bevoegde lid van de Vlaamse Regering;
2° de administrateur-generaal : het personeelslid dat belast is met de leiding van het agentschap [1 Zorginspectie]1;
3° de afdelingshoofden : de personeelsleden, houder van een managementfunctie van N-1 niveau, die belast zijn met de leiding van een afdeling op N-1 niveau binnen het agentschap Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
1° minister : het bevoegde lid van de Vlaamse Regering;
2° de administrateur-generaal : het personeelslid dat belast is met de leiding van het agentschap [1 Zorginspectie]1;
3° de afdelingshoofden : de personeelsleden, houder van een managementfunctie van N-1 niveau, die belast zijn met de leiding van een afdeling op N-1 niveau binnen het agentschap Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
-
Art. 3. § 1. De bij dit besluit aan de afdelingshoofden gedelegeerde beslissingsbevoegdheden worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtneming van de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in de bepalingen van de relevante wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, dienstorders en andere vormen van reglementeringen, instructies, richtlijnen en beslissingen.
§ 2. De bij dit besluit aan de afdelingshoofden gedelegeerde beslissingsbevoegdheden kunnen enkel uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de betrokken afdeling en van de kredieten en middelen die onder het beheer van de betrokken afdeling ressorteren.
§ 2. De bij dit besluit aan de afdelingshoofden gedelegeerde beslissingsbevoegdheden kunnen enkel uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de betrokken afdeling en van de kredieten en middelen die onder het beheer van de betrokken afdeling ressorteren.
-
Art. 4. Als in dit besluit de beslissingsbevoegdheid voor bepaalde aangelegenheden expliciet gedelegeerd wordt, strekt de delegatie zich ook uit tot :
1° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de bedoelde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken;
3° het afsluiten van overeenkomsten, met uitzondering van overeenkomsten die het beleid van het agentschap bepalen.
1° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van de bedoelde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken;
3° het afsluiten van overeenkomsten, met uitzondering van overeenkomsten die het beleid van het agentschap bepalen.
-
Art. 5. De bij dit besluit verleende delegaties hebben betrekking op alle kredieten van het agentschap.
-
Art. 6. Ingeval het gebruik van de bij dit besluit verleende delegaties gepaard gaat met het gunnen van een overheidsopdracht, gelden de bepalingen van artikel 11.
-
Art. 7. De in dit besluit vermelde bedragen zijn bedragen, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde.
-
HOOFDSTUK II. - Delegaties aan alle afdelingshoofden.
-
Afdeling I. - Delegatie inzake interne organisatie, personeelsmanagement en facilitair management.
-
Art. 8. De afdelingshoofden hebben delegatie om de beslissingen te nemen in verband met de organisatie van de werkzaamheden en het goed functioneren van hun afdeling, met inbegrip van het procesmanagement en het communicatiemanagement.
-
Art. 9. § 1. Inzake personeelsmanagement hebben de afdelingshoofden delegatie om de beslissingen te nemen in verband met :
1° de indienstneming van personeelsleden, na overleg met de administrateur-generaal en mits goedkeuring van de vacature en functiebeschrijving;
2°de ontslagen van personeelsleden, na overleg met de administrateur-generaal;
3° arbeidsovereenkomsten te ondertekenen van de contractuele personeelsleden, die werken bij het agentschap;
4° de toewijzing van de functie aan de personeelsleden;
5° het toestaan van de verloven en dienstvrijstellingen die het Vlaams Personeelsstatuut voorziet, behoudens de verloven waarvoor het Vlaams Personeelsstatuut bepaalt dat ze door de minister worden toegestaan;
6° staten van verschuldigde sommen betreffende presentiegelden en reis- en verblijfkosten alsook andere schuldvorderingen goed te keuren, voor zover ze betrekking hebben op personeel van hun afdeling;
[1 7° het goedkeuren van vormingsaanvragen die betrekking hebben op het personeel van hun afdeling.]1
1° de indienstneming van personeelsleden, na overleg met de administrateur-generaal en mits goedkeuring van de vacature en functiebeschrijving;
2°de ontslagen van personeelsleden, na overleg met de administrateur-generaal;
3° arbeidsovereenkomsten te ondertekenen van de contractuele personeelsleden, die werken bij het agentschap;
4° de toewijzing van de functie aan de personeelsleden;
5° het toestaan van de verloven en dienstvrijstellingen die het Vlaams Personeelsstatuut voorziet, behoudens de verloven waarvoor het Vlaams Personeelsstatuut bepaalt dat ze door de minister worden toegestaan;
6° staten van verschuldigde sommen betreffende presentiegelden en reis- en verblijfkosten alsook andere schuldvorderingen goed te keuren, voor zover ze betrekking hebben op personeel van hun afdeling;
[1 7° het goedkeuren van vormingsaanvragen die betrekking hebben op het personeel van hun afdeling.]1
-
Art. 10. Inzake facilitair management hebben de afdelingshoofden delegatie om de beslissingen te nemen in verband met de uitrusting, de informatie- en communicatiesystemen, en de werking van hun afdeling.
Elk afdelingshoofd wordt gemachtigd de werkaanvragen inzake informatietechnologie die de afdelingen van het agentschap betreffen goed te keuren voor zijn/haar afdeling voor zover deze kaderen binnen het voor het agentschap goedgekeurde bestedingsplan.
Elk afdelingshoofd wordt gemachtigd de werkaanvragen inzake informatietechnologie die de afdelingen van het agentschap betreffen goed te keuren voor zijn/haar afdeling voor zover deze kaderen binnen het voor het agentschap goedgekeurde bestedingsplan.
-
Afdeling II. - Delegatie betreffende het gunnen en de uitvoering van overheidsopdrachten en het doen van andere uitgaven.
-
Art. 11. § 1. De afdelingshoofden worden gemachtigd om in het kader van de werking van hun afdeling de bestekken voor werken, leveringen of diensten of de bescheiden die ze vervangen goed te keuren, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, de wijze te kiezen waarop de opdrachten worden gegund, opdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten te gunnen en in te staan voor de uitvoering ervan. Deze machtiging geldt slechts binnen de perken van de specifieke kredieten waarvoor de afdeling bevoegd is. De toewijzing van de specifieke kredieten aan de onderscheiden afdelingen van het agentschap gebeurt op basis van afspraken gemaakt in de directieraad van het agentschap. Tevens geldt de voormelde machtiging slechts binnen de perken van de volgende ramingen en bedragen :
-
openbare beperkte Onderhandelingsprocedure
aanbesteding/ aanbesteding/ met of zonder
algemene beperkte bekendmaking
offerteaanvraag offerteaanvraag
Werken 135 000 euro 67 000 euro 33 500 euro
Leveringen 135 000 euro 67 000 euro 67 000 euro
Diensten 135 000 euro 67 000 euro 33 500 euro
aanbesteding/ aanbesteding/ met of zonder
algemene beperkte bekendmaking
offerteaanvraag offerteaanvraag
Werken 135 000 euro 67 000 euro 33 500 euro
Leveringen 135 000 euro 67 000 euro 67 000 euro
Diensten 135 000 euro 67 000 euro 33 500 euro
-
§ 2. De afdelingshoofden staan bovendien in voor de eenvoudige uitvoering van opdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten die ter uitvoering van taken van hun afdeling werden gegund door de Vlaamse Regering, de bevoegde Vlaamse minister of de administrateur-generaal. Onder eenvoudige uitvoering wordt verstaan, het treffen van alle maatregelen en beslissingen die ertoe strekken het voorwerp van de opdracht te verwezenlijken en die binnen de perken van de aanneming blijven, met uitzondering van maatregelen en beslissingen die een beoordeling vanwege de gunnende overheid vereisen.
§ 3. De afdelingshoofden worden tevens gemachtigd om :
1° met betrekking tot de in § 1 vermelde opdrachten :
a) gemotiveerde afwijkingen toe te staan op de essentiële bepalingen en voorwaarden, met toepassing van artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken;
b) boeten kwijt te schelden;
2° uitgaven en facturen goed te keuren die buiten de toepassing van de wetgeving op de overheidsopdrachten vallen en betrekking hebben op de uitvoering van taken van hun afdeling, in zover ze niet voortvloeien uit vonnissen of arresten, dadingen of schulderkenningen :
a) onbeperkt voor portkosten, telefoonrekeningen of leveringen van water en energie en hetgeen als vaste uitgaven beschouwd wordt overeenkomstig de regelgeving inzake begroting en comptabiliteit;
b) ten belope van maximum 25 000 euro in andere gevallen.
§ 3. De afdelingshoofden worden tevens gemachtigd om :
1° met betrekking tot de in § 1 vermelde opdrachten :
a) gemotiveerde afwijkingen toe te staan op de essentiële bepalingen en voorwaarden, met toepassing van artikel 8 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken;
b) boeten kwijt te schelden;
2° uitgaven en facturen goed te keuren die buiten de toepassing van de wetgeving op de overheidsopdrachten vallen en betrekking hebben op de uitvoering van taken van hun afdeling, in zover ze niet voortvloeien uit vonnissen of arresten, dadingen of schulderkenningen :
a) onbeperkt voor portkosten, telefoonrekeningen of leveringen van water en energie en hetgeen als vaste uitgaven beschouwd wordt overeenkomstig de regelgeving inzake begroting en comptabiliteit;
b) ten belope van maximum 25 000 euro in andere gevallen.
-
Afdeling III. - Delegatie inzake de uitvoering van de begroting.
-
Art. 12. Met betrekking tot de aan hen gedelegeerde beslissingsbevoegdheden hebben de afdelingshoofden, binnen de perken van de kredieten en middelen die onder het beheer van hun afdeling ressorteren, delegatie om de beslissingen te nemen met betrekking tot het aangaan van verbintenissen, het nemen van vastleggingen, het goedkeuren van verplichtingen, uitgaven en betalingen, met inbegrip van de ondertekening van de vast leggings- en ordonnanceringsdocumenten, het vaststellen van vorderingen en het verkrijgen van ontvangsten en inkomsten.
-
Art. 13. Met betrekking tot de aangelegenheden waarvoor de beslissing bij de Vlaamse Regering, de minister, de administrateur-generaal of een ander orgaan berust, hebben de afdelingshoofden, binnen de perken van de kredieten en middelen die onder het beheer van hun afdeling ressorteren, delegatie om de administratieve beslissingen te nemen en handelingen te stellen, met inbegrip van de ondertekening van de vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten, die in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus, noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van de beslissing van de Vlaamse Regering, de minister, de administrateur-generaal of het ander orgaan.
-
Art. 14. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 en 13, treden de afdelingshoofden, in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus en van het systeem van interne controle, op als inhoudelijk ordonnateur voor hun afdeling.
-
Art. 15. De delegatie aan de afdelingshoofden, verleend bij artikel 12, 13 en 14, geldt onverminderd de bevoegdheden en opdrachten van de andere actoren in de ontvangsten- en uitgavencyclus en het systeem van interne controle.
-
Afdeling IV. - Delegatie inzake het ondertekenen van briefwisseling.
-
Art. 16. § 1. De afdelingshoofden hebben delegatie voor de ondertekening van de briefwisseling van hun afdeling met de minister, met andere diensten van de Vlaamse overheid en met derden. De delegatie bedoeld in het eerste lid omvat o.m. :
1° het ondertekenen van nota's bestemd voor de afdelingen, agentschappen of agentschappen van de ministeries van de Vlaamse Gemeenschap;
2°het ondertekenen van brieven bestemd voor de diensten en voorzieningen die door zijn/haar afdeling worden geïnspecteerd;
3° gewone en aangetekende brieven die bestemd zijn voor hun afdeling in ontvangst te nemen, met uitzondering van dagvaardingen;
4° uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met de taken van hun afdeling eensluidend te verklaren en af te leveren;
5° het ondertekenen van nota's die verband houden met hun afdeling en die bestemd zijn voor de bevoegde Inspecteur van Financiën.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in § 1 worden volgende categorieën van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van de administrateur-generaal voorgelegd :
- nota's gericht aan een Vlaams minister;
- briefwisseling en nota's van beleidsmatige aard, tenzij deze een louter informatief karakter hebben;
- andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
- antwoorden op vragen om uitleg, interpellaties en schriftelijke vragen van Vlaamse volksvertegenwoordigers;
- antwoorden op brieven van het Rekenhof;
- beslissingen ivm het toestaan van buitenlandse zendingen.
1° het ondertekenen van nota's bestemd voor de afdelingen, agentschappen of agentschappen van de ministeries van de Vlaamse Gemeenschap;
2°het ondertekenen van brieven bestemd voor de diensten en voorzieningen die door zijn/haar afdeling worden geïnspecteerd;
3° gewone en aangetekende brieven die bestemd zijn voor hun afdeling in ontvangst te nemen, met uitzondering van dagvaardingen;
4° uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met de taken van hun afdeling eensluidend te verklaren en af te leveren;
5° het ondertekenen van nota's die verband houden met hun afdeling en die bestemd zijn voor de bevoegde Inspecteur van Financiën.
§ 2. Onverminderd het bepaalde in § 1 worden volgende categorieën van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van de administrateur-generaal voorgelegd :
- nota's gericht aan een Vlaams minister;
- briefwisseling en nota's van beleidsmatige aard, tenzij deze een louter informatief karakter hebben;
- andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij deze een louter informatief karakter heeft;
- antwoorden op vragen om uitleg, interpellaties en schriftelijke vragen van Vlaamse volksvertegenwoordigers;
- antwoorden op brieven van het Rekenhof;
- beslissingen ivm het toestaan van buitenlandse zendingen.
-
Art. 17. De administrateur-generaal kan, bij eenvoudige beslissing, instructies uitvaardigen die ertoe strekken :
- bijkomende categorieën van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- de bedoelde categorieën van briefwisseling nader te omschrijven.
- bijkomende categorieën van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen;
- de bedoelde categorieën van briefwisseling nader te omschrijven.
-
HOOFDSTUK III. - Mogelijkheid tot subdelegatie.
-
Art. 18. Met het oog op een doeltreffende en efficiënte interne organisatie kunnen de afdelingshoofden na overleg en in consensus met de administrateur-generaal een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder subdelegeren aan personeelsleden van hun afdeling, tot op het meest functionele niveau.
-
Art. 19. De subdelegaties worden vastgesteld in een besluit van het afdelingshoofd. Een afschrift van het besluit wordt aan de administrateur-generaal bezorgd.
-
HOOFDSTUK IV. - Regeling bij vervanging.
-
Art. 20. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van de functie van afdelingshoofd belast is of het afdelingshoofd vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en handtekening, de formule " voor het afdelingshoofd, afwezig ".
-
HOOFDSTUK V. - Gebruik van de delegaties en verantwoording.
-
Art. 21. § 1. De afdelingshoofden, alsook de personeelsleden aan wie ingevolge artikel 18 beslissingsbevoegdheden werden gesubdelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de verleende delegaties.
§ 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door de administrateur-generaal nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
§ 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door de administrateur-generaal nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota.
-
Art. 22. De afdelingshoofden organiseren het systeem van interne controle op zodanige wijze dat de verleende delegaties op een adequate wijze worden gebruikt en misbruiken worden vermeden.
-
Art. 23. De afdelingshoofden zijn ten aanzien van de administrateur-generaal verantwoordelijk voor het gebruik van de verleende delegaties. Deze verantwoordelijkheid betreft eveneens de aangelegenheden waarvoor de beslissende bevoegdheid door de afdelingshoofden werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
-
Art. 24. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt driemaandelijks verantwoording afgelegd door middel van een rapport dat door de afdelingshoofden aan de administrateur-generaal wordt voorgelegd.
Dit rapport wordt door de afdelingshoofden aan de administrateur-generaal voorgelegd, uiterlijk de vijftiende werkdag na het verstrijken van de periode waarop het rapport betrekking heeft.
Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode werden genomen, met inbegrip van informatie over de aangelegenheden waarvoor de beslissingsbevoegdheid door de afdelingshoofden werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
De in het rapport verstrekte informatie is exact, toereikend en terzake dienend. Ze is op een degelijke wijze gestructureerd en wordt op een toegankelijke wijze voorgesteld.
De administrateur-generaal kan bij eenvoudige beslissing nadere instructies geven betreffende de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en een verplicht te volgen schema voor de rapportering vaststellen.
De administrateur-generaal kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan de afdelingshoofden verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
Dit rapport wordt door de afdelingshoofden aan de administrateur-generaal voorgelegd, uiterlijk de vijftiende werkdag na het verstrijken van de periode waarop het rapport betrekking heeft.
Het rapport bevat de nodige informatie over de beslissingen die met toepassing van de verleende delegaties in de betrokken periode werden genomen, met inbegrip van informatie over de aangelegenheden waarvoor de beslissingsbevoegdheid door de afdelingshoofden werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden.
De in het rapport verstrekte informatie is exact, toereikend en terzake dienend. Ze is op een degelijke wijze gestructureerd en wordt op een toegankelijke wijze voorgesteld.
De administrateur-generaal kan bij eenvoudige beslissing nadere instructies geven betreffende de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en een verplicht te volgen schema voor de rapportering vaststellen.
De administrateur-generaal kan, buiten de verplichte periodieke rapportering, op ieder ogenblik aan de afdelingshoofden verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
-
Art. 25. § 1. De administrateur-generaal heeft het recht om, bij eenvoudige beslissing, de verleende delegaties tijdelijk, geheel of gedeeltelijk op te heffen.
§ 2. In voorkomend geval worden de beslissingen betreffende de aangelegenheden waarvoor de delegatie tijdelijk werd opgeheven, genomen door de administrateur-generaal.
§ 2. In voorkomend geval worden de beslissingen betreffende de aangelegenheden waarvoor de delegatie tijdelijk werd opgeheven, genomen door de administrateur-generaal.
-
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
-
Art. 26. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2006.
Brussel, 20 juli 2006.
L. BURSENS.
Brussel, 20 juli 2006.
L. BURSENS.
-