Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 DECEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-03-2006 en tekstbijwerking tot 01-08-2019)
Titre
23 DECEMBRE 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek " (Institut de Recherche des Forêts et de la Nature) (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-03-2006 et mise à jour au 01-08-2019)
Dokumentinformationen
Numac: 2006035277
Datum: 2005-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006035277
Date: 2005-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Benaming, doel en taakstelling van het agentschap.
CHAPITRE Ier. - Dénomination, objet et missions de l'agence.
Artikel 1. Binnen [1 Ministerie van Omgeving]1 wordt een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht, onder de benaming Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, afgekort INBO.
  Het agentschap wordt gespecificeerd als Vlaamse wetenschappelijke instelling.
  Het agentschap behoort tot [1 het beleidsdomein Omgeving]1.
  
Article 1. Au sein du [1 Ministère flamand de l'Environnement]1, il est créé une agence autonomisée interne sans personnalité juridique, sous le nom " Agentschap voor Natuur- en Bosonderzoek ", en abrégé INBO.
  L'agence est spécifiée comme établissement scientifique flamand.
  L'agence fait partie du [1 domaine politique de l'Environnement]1.
  
Art. 2. Het INBO heeft als missie in te staan voor beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening inzake instandhouding, bevordering, duurzaam beheer en gebruik van biodiversiteit en haar natuurlijk milieu en de periodieke opmaak van de natuurrapportage.
Art. 2. L'INBO a pour mission d'entreprendre des recherches scientifiques axées sur la politique et des services scientifiques dans le domaine de la préservation, promotion, gestion durable et utilisation de la biodiversité et son milieu naturel et d'établir périodiquement des rapports sur la nature.
Art. 3. § 1. Het INBO heeft tot taak :
  1° multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek te conceptualiseren en te initiëren op basis van de beleidsbehoeften en -vragen;
  2° wetenschappelijk beleidsvoorbereidend en ondersteunend onderzoek zelf te organiseren, te verrichten en erin te participeren;
  3° de verworven inzichten te vertalen en te integreren ter ondersteuning van beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie;
  4° wetenschappelijke diensten te verlenen ter ondersteuning van het beleid en van de doelgroepen, onder andere door advisering, experimentele analyses, het aanreiken van producten, technieken, concepten en documentatie; Hiertoe kunnen constructies van co-financiering van eigen initiatieven of medefinanciering van projecten op initiatief van derden worden opgezet;
  5° beleidsrelevante kennis op te bouwen en te verspreiden, onder meer via wetenschappelijke publicaties, onderzoeksrapportering en voordrachten;
  6° te zorgen voor de monitoring van de biodiversiteit, het duurzame gebruik van de natuur en van de milieukwaliteit voor zover dat relevant is voor de natuur en het natuurlijke milieu;
  7° periodiek te rapporteren over de toestand van de natuur en het natuurlijke milieu, en over de effecten van het milieubeleid en de mate waarin de vooropgestelde milieubeleidsdoelstellingen werden bereikt, en toekomstverkenningen te maken en de kennis en de monitoring ervan te evalueren.
  § 2. Het INBO vervult die taken onder meer door onderzoek en dienstverlening over :
  1° de diversiteit van het genetisch materiaal dat de basis vormt van de natuurlijke biologische variatie, met nadruk op het behoud, het gebruik en de verbetering van genetische bronnen;
  2° aquatische ecosystemen, van rechtstreeks van waterlichamen afhankelijke terrestrische ecosystemen en van waterrijke gebieden met het oog op integraal waterbeleid
  3° populaties en soorten, en hun beheer. De nadruk ligt daarbij op aspecten van verspreiding, aantal veranderingen in de tijd en bio-indicatie, met het oog op bescherming en behoud, duurzaam gebruik en bestrijding en preventie van overlast;
  4° de toestand, de evolutie, het functioneren en de behandeling van bosecosystemen met het oog op bescherming en behoud, duurzaam gebruik en bosuitbreiding, met inbegrip van stedelijk groen;
  5° ecotopen (typologieën, abiotische en biotische randvoorwaarden, ruimtelijke samenhang, ruimtelijke en temporele variatie, inclusief monitoring en kartering zoals de biologische waarderingskaart) en gebiedsgericht natuurbeleid;
  6° verticale en horizontale interacties in ecosystemen en landschappen en biotische en abiotische sleutelprocessen die bepalend zijn voor de totstandkoming ervan, het functioneren ervan en de evolutie ervan in de tijd, met de bedoeling om de inrichting en het beheer van (grote) natuureenheden en -landschappen wetenschappelijk te onderbouwen;
  7° de natuurrapportage (NARA) met toestandsbeschrijving, beleidsevaluatie of scenariostudies van de natuur in Vlaanderen.
  § 3. In het kader van zijn missie en taken draagt het INBO, in samenwerking binnen het beleidsdomein en gecoördineerd door de Vlaamse Regering en het departement, bij tot :
  1° de internationale, Europese, bovengewestelijke en intergewestelijke samenwerking en besluitvorming op milieu- en natuurgebied;
  2° het stimuleren van de realisatie van de doelstellingen van het milieu- en natuurbeleid door andere beleidsdomeinen en de uitbouw van vormen van samenwerking daarvoor;
  3° de realisatie van vormen van samenwerking met lokale overheden;
  4° de realisatie van vormen van samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en belangengroepen.
  § 4. In het kader van zijn missie en taken draagt het INBO, in samenwerking binnen het beleidsdomein en gecoördineerd door de Vlaamse Regering en het departement, verder bij tot :
  1° de volledige omzetting en toepassing van het internationaal en Europees milieurecht en van de samenwerkingsakkoorden met de andere gewesten;
  2° de communicatiestrategie en -planning van het beleidsdomein, met inbegrip van sensibilisering en informatieverstrekking;
  3° de realisatie van een breed maatschappelijk draagvlak voor zijn missie en het bevorderen van de maatschappelijke participatie daarin;
  4° het gecoördineerde doelgroepenbeleid van het beleidsdomein;
  5° de ontwikkeling van een zo goed mogelijk geïntegreerd instrumentarium voor het milieubeleid;
  6° het bepalen van de informatiebehoefte, de geïntegreerde inzameling van gegevens en informatie en het geïntegreerde informatiebeheer;
  7° de geïntegreerde aansturing van het wetenschappelijk onderzoek.
Art. 3. § 1er. L'INBO a les missions suivantes :
  1° conceptualiser et initier des recherches scientifiques multidisciplinaires à la lumière des besoins et questions politiques;
  2° organiser lui-même, entreprendre et participer aux recherches scientifiques préparant et soutenant la politique;
  3° la transposition et l'intégration des connaissances acquises à l'appui de la préparation, exécution et évaluation de la politique;
  4° fournir des services scientifiques à l'appui de la politique et des groupes cibles, entre autres par des conseils, analyses expérimentales, la mise à disposition de produits, techniques, concepts et de la documentation; A cet effet, des constructions de cofinancement des propres initiatives ou le cofinancement de projets à l'initiative de tiers peuvent être mis sur pied;
  5° constituer et diffuser des connaissances utiles à la politique, entre autres par le biais de publications scientifiques, des rapports sur les recherches et des conférences;
  6° assurer le monitoring de la biodiversité, de l'utilisation durable de la nature et de la qualité de l'environnement dans la mesure où cela est pertinent pour la nature et le milieu naturel;
  7° faire des rapports périodiques sur l'état de la nature et du milieu naturel et sur les effets de la politique environnementale et la mesure dans laquelle les objectifs de politique environnementale ont été atteints et faire des études exploratoires et d'en évaluer les connaissances et le monitoring.
  § 2. L'INBO remplit ses missions entre autres par des recherches et des services concernant :
  1° la diversité du matériel génétique qui est à la base des variations biologiques naturelles, en mettant l'accent sur la conservation, l'utilisation et l'amélioration des sources génétiques;
  2° les écosystèmes aquatiques, les écosystèmes terrestres dépendant directement de masses d'eau et les zones humides en vue de la politique intégrale de l'eau;
  3° les populations et les espèces et leur gestion. L'accent est mis sur les aspects de dissémination, le nombre de changements dans le temps et les bio-indicateurs, en vue de la protection et la conservation, l'utilisation durable et la lutte et la prévention de nuisances;
  4° l'état, l'évolution, le fonctionnement et le traitement des écosystèmes forestiers en vue de la protection et conservation, l'utilisation durable et l'extension forestière, y compris les espaces verts urbains;
  5° les écotopes (typologies, conditionnalité abiotique et biotique, cohérence spatiale, variation spatiale et temporelle, y compris le monitoring et la cartographie, telle que la carte d'évaluation biologique) et la politique naturelle zonale;
  6° les interactions verticales et horizontales dans des écosystèmes et des paysages et les processus clés biotiques et abiotiques qui sont déterminants pour leur création, leur fonctionnement et leur évolution dans le temps, en vue de soutenir scientifiquement l'aménagement et la gestion de (grandes) unités et paysages naturels;
  7° les rapports sur la nature (NARA), comprenant un état de la situation, une évaluation de la politique ou des études de scénarios de la nature en Flandre.
  § 3. Dans le cadre de sa mission et de ses tâches, l'INBO contribue, en coopération avec le domaine politique et sous la coordination du Gouvernement flamand et du Département :
  1° à la coopération et prise de décision internationales, européennes, suprarégionales et interrégionales en matière d'environnement et de nature;
  2° à la promotion de la réalisation des objectifs de la politique de l'environnement et de la nature par d'autres domaines politiques et l'élaboration de possibilités de coopération à cet effet;
  3° à la réalisation de formes de coopération avec des autorités locales;
  4° à la réalisation de formes de coopération avec des organisations non gouvernementales et des groupes d'intérêt.
  § 4. Dans le cadre de sa mission et de ses tâches, l'INBO contribue, en coopération avec le domaine politique et sous la coordination du Gouvernement flamand et du Département :
  1° à la transposition et application complètes du droit environnemental international et européen et des accords de coopération avec les autres régions;
  2° à la stratégie et la planification de communication du domaine politique, y compris la sensibilisation et la fourniture d'informations;
  3° à la réalisation d'une large assise sociale pour sa mission et à la promotion de la participation sociale à celle-ci;
  4° à la politique des groupes cibles coordonnée du domaine politique;
  5° à l'élaboration d'instruments intégrés le mieux possible pour la politique de l'environnement;
  6° à la détermination du besoin d'information, à la collecte intégrée de données et d'informations et à la gestion intégrée de l'information;
  7° au pilotage intégré de la recherche scientifique.
Art. 4. Bij het uitoefenen van zijn missie en taken treedt het agentschap op namens de rechtspersoon Vlaams Gewest.
Art. 4. Dans l'accomplissement de ses missions et tâches, l'agence agit au nom de la personne morale Région flamande.
HOOFDSTUK II. - Aansturing en leiding van het agentschap.
CHAPITRE II. - Pilotage et direction de l'agence.
Art. 5. Het INBO ressorteert onder het hiërarchische gezag van de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, de landinrichting en het natuurbehoud, hierna de minister te noemen.
Art. 5. L'INBO relève de l'autorité hiérarchique du Ministre flamand compétent pour l'environnement et la politique de l'eau, la rénovation rurale et la conservation de la nature, dénommé ci-après le Ministre.
Art. 6. [1 De minister stuurt het INBO, inzonderheid via het ondernemingsplan.
   Overeenkomstig artikel III.61 van het bestuursdecreet van 7 december 2018, regelt het ondernemingsplan de concretisering van de kwalitatieve en kwantitatieve wijze waarop het agentschap zijn taken moet vervullen, met strategische en operationele doelstellingen, beschreven aan de hand van meetbare criteria.]1

  
Art. 6. [1 Le Ministre pilote l'INBO, notamment par le biais du plan d'entreprise.
   Conformément à l'article III.61 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018 le plan d'entreprise règle la concrétisation qualitative et quantitative de l'accomplissement des missions conférées à l'agence, assortie d'objectifs stratégiques et opérationnels, décrits à l'aide de critères mesurables.]1

  
Art. 7. Het hoofd van het INBO is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het INBO, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid.
Art. 7. Le chef de l'INBO est chargé de la direction générale, du fonctionnement et de la représentation de l'INBO, sans préjudice de la possibilité de délégation et de sous-délégation de cette compétence.
HOOFDSTUK III. - Controle, opvolging en toezicht.
CHAPITRE III. - Contrôle, suivi et tutelle.
Art. 8. [1 Met behoud van de toepassing van artikel III.61, III.62, III.114 en III.115 van het bestuursdecreet van 7 december 2018, met betrekking tot de informatieverstrekking, rapportering, organisatiebeheersing en interne audit, is de minister verantwoordelijk voor de opvolging van en het toezicht op het INBO.]1
  
Art. 8. [1 Sans préjudice de l'application des articles III.61, III.62, III.114 et III.115 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018 concernant la fourniture d'informations, les rapports, la maîtrise de l'organisation et l'audit interne, le Ministre est responsable du suivi et de la tutelle de l'INBO.]1
  
Art. 9. Het INBO is belast met de interne controle van zijn bedrijfsprocessen en activiteiten.
Art. 9. L'INBO assure le contrôle interne de ses p<AR 2005-04-11/37, art. 10, 011; En vigueur : 01-07-2005>rocessus d'entreprise et activités.
Art. 10. [1 Audit Vlaanderen]1 evalueert de interne controlesystemen van het INBO en kan zo nodig [1 forensische audits]1 instellen.
  
Art. 10. [1 Audit Flandre]1 évalue les systèmes de contrôle interne de l'INBO et peut éventuellement effectuer des [1 audits légaux]1 .
  
Art. 11. De informatieverstrekking en de rapportering door het INBO omvatten ten minste :
  1° een jaarlijks ondernemingsplan, waarvan het wetenschappelijk onderzoeksprogramma inherent deel uitmaakt
  2° een operationeel plan op middellange en lange termijn;
  3° een jaarlijks rapport en een eindrapport over de uitvoering van de beheersovereenkomst, op basis van beleids- en beheersrelevante indicatoren en kengetallen.
Art. 11. L'INBO doit au moins fournir les informations et rapports suivants :
  1° un plan d'entreprise annuel dont le programme de recherche scientifique fait partie intégrante;
  2° un plan opérationnel à moyen et long terme;
  3° un rapport annuel, ainsi qu'un rapport final, relatifs à l'exécution du contrat de gestion, sur la base d'indicateurs et d'indices présentant un intérêt politique et gestionnel.
Art. 12. De minister kan, in het kader van de opvolging en de uitoefening van het toezicht, op ieder ogenblik aan het hoofd van het INBO informatie, rapportering en verantwoording vragen over bepaalde aangelegenheden, zowel op geaggregeerd niveau als op het niveau van individuele onderwerpen en dossiers.
Art. 12. Dans le cadre du suivi et de l'exercice de la tutelle, le Ministre peut demander à tout moment au chef de l'INBO des informations, des rapports et une justification concernant certaines matières, tant au niveau agrégé qu'au niveau de sujets et dossiers individuels.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2006.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2006.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, de Landinrichting en het Natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand qui a l'Environnement et la Politique de l'Eau, la Rénovation rurale et la Conservation de la Nature dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.