Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 MAART 2006. - Koninklijk besluit betreffende de rechtshulp aan de personeelsleden van bepaalde overheidsdiensten en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-03-2006 en tekstbijwerking tot 09-09-2024)
Titre
16 MARS 2006. - Arrêté royal relatif à l'assistance en justice des membres du personnel de certains services publics et à l'indemnisation des dommages aux biens, encourus par eux(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-03-2006 et mise à jour au 09-09-2024)
Dokumentinformationen
Numac: 2006002031
Datum: 2006-03-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2006002031
Date: 2006-03-16
Moniteur: Voir
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE Ier. - Champ d'application.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing :
  1° op de personeelsleden van de [1 overheidsdiensten]1, in de zin van het koninklijk besluit van 7 november 2000 houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst;
  2° op de personeelsleden van de federale ministeries, zolang er geen toepassing wordt gemaakt van artikel 19 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheiddiensten;
  3° op de leden van het administratief en technisch personeel van de wetenschappelijke instellingen van de Staat;
  4° op de leden van de beleidscellen, de cellen algemene beleidscoördinatie, de cellen algemeen beleid en de secretariaten bedoeld in het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest.
  
Article 1. Le présent arrêté est applicable :
  1° aux membres du personnel des services publics fédéraux, au sens de l'arrêté royal du 7 novembre 2000 portant création et composition des organes communs à chaque service public fédéral;
  2° aux membres du personnel des ministères fédéraux, aussi longtemps qu'il n'est pas fait application de l'article 19 de l'arrêté royal du 19 juillet 2001 portant diverses dispositions concernant la mise en place des services publics fédéraux et des services publics fédéraux de programmation;
  3° aux membres du personnel administratif et du personnel technique des établissements scientifiques de l'Etat;
  4° aux membres du personnel des cellules stratégiques, des cellules de coordination générale de la politique, des cellules de politique générale et des secrétariats visés par l'arrêté royal du 19 juillet 2001 relatif à l'installation des organes stratégiques des services publics fédéraux et relatif aux membres du personnel des services publics fédéraux désignés pour faire partie du cabinet d'un membre d'un Gouvernement ou d'un Collège d'une Communauté ou d'une Région.
HOOFDSTUK II. - Rechtshulp.
CHAPITRE II. - Assistance en justice.
Art. 2. § 1. [1 Er wordt rechtshulp toegekend aan een personeelslid:
   1° dat als verdachte wordt verhoord wegens gestelde daden of verzuim bij de uitoefening van zijn functie;
   2° wiens vrijheid ontnomen wordt of dat het voorwerp uitmaakt van een aanhoudingsmandaat of van een bevel tot verlenging van de detentietermijn wegens gestelde daden of verzuim bij het uitoefenen van zijn functie;
   3° dat in rechte gedagvaard wordt of tegen wie de strafvordering wordt ingesteld wegens gestelde daden of verzuim bij de uitoefening van zijn functie;
   4° dat het slachtoffer is, bij de uitoefening van zijn functies, van een fysieke of materiële schade die niet vergoed is overeenkomstig hoofdstuk III.]1

  [1 § 2.]1 De [1 ...]1 Staat kan rechtshulp toekennen aan een [1 personeelslid]1 dat een rechtsvordering instelt of klacht indient bij de gerechtelijke instanties wanneer het aangesproken wordt bij de uitoefening van zijn functies.
  [1 § 3.]1 De rechtshulp kan bestaan in :
  1° een tenlasteneming, [1 bij met redenen omklede dringende noodzaak]1, van de honoraria en kosten van de door het personeelslid gekozen advocaat, alsook van de kosten inherent aan de gerechtelijke procedure;
  2° een tenlasteneming van de gerechtskosten waartoe het personeelslid in rechte veroordeeld wordt wegens feiten gepleegd of verzuim tijdens de uitoefening van zijn functies;
  3° in de terbeschikkingstelling van een advocaat.
  
Art. 2. § 1er. [1 L'assistance en justice est accordée à un membre du personnel qui :
   1° est interrogé en tant que suspect pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de sa fonction ;
   2° est privé de liberté ou fait l'objet d'un mandat d'arrêt ou d'une ordonnance de prorogation du délai de détention pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de sa fonction ;
   3° est cité en justice ou contre lequel l'action publique est intentée pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de sa fonction ;
   4° est victime, dans l'exercice de ses fonctions d'un dommage physique ou matériel qui n'est pas indemnisé conformément au chapitre III.]1

  [1 § 2.]1 L'Etat [1 ...]1 peut accorder une assistance en justice à un membre du personnel qui intente une action en justice ou dépose plainte auprès des autorités judiciaires lorsqu'il est mis en cause dans l'exercice de ses fonctions.
  [1 § 3.]1 L'assistance en justice peut consister :
  1° en la prise en charge, [1 en cas d'urgence dûment constatée]1, des honoraires et frais de l'avocat choisi par le membre du personnel, ainsi que des frais inhérents à la procédure judiciaire;
  2° en une prise en charge des frais de justice auxquels le membre du personnel est condamné pour des faits commis ou des négligences dans l'exercice de ses fonctions;
  3° en la mise à disposition d'un avocat.
  
Art. 3. [1 De rechtshulp wordt geweigerd aan het personeelslid:
   1° tegen wie de Staat een vordering tot schadeloosstelling of een regresvordering instelt;
   2° dat een vordering tegen de Staat instelt;
   3° dat een vordering tegen een ander personeelslid van zijn federale overheidsdienst, van zijn ministerie of van zijn wetenschappelijke instelling instelt.]1

  
Art. 3. [1 L'assistance en justice est refusée au membre du personnel :
   1° contre lequel l'Etat intente une action en dommages et intérêts ou une action récursoire ;
   2° qui intente une action contre l'Etat ;
   3° qui intente une action contre un autre membre du personnel de son service public fédéral, de son ministère ou de son établissement scientifique.]1

  
Art. 4. De rechtshulp wordt geweigerd wanneer :
  1° de feiten kennelijk geen verband houden met de uitoefening van de functies;
  2° kennelijk blijkt dat het personeelslid bedrog heeft gepleegd of een zware fout heeft begaan, of dat het, als slachtoffer, van meet af aan en zonder gegronde redenen de bij artikel 216ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering bedoelde strafbemiddeling heeft geweigerd.
  Indien de hulp verleend is geworden op basis van een leugenachtige verklaring of van een verklaring die pertinente informatie heeft achtergehouden zodanig dat de hulp had moeten geweigerd worden overeenkomstig het eerste lid, wordt de terugbetaling van de honoraria en kosten geëist.
  Op de voordracht van de minister bevoegd voor de federale overheidsdienst, het ministerie of de wetenschappelijke instelling, kunnen Wij afwijken van de bepalingen van dit artikel.
Art. 4. L'assistance en justice est refusée lorsque :
  1° les faits ne présentent manifestement aucun lien avec l'exercice des fonctions;
  2° il est manifeste que le membre du personnel a commis un dol ou une faute lourde ou qu'il a, en tant que victime, refusé d'emblée et sans motifs fondés la médiation pénale visée à l'article 216ter, § 1er, alinéa 1er, du Code d'instruction criminelle.
  Si l'assistance a été accordée sur la base d'une déclaration mensongère ou qui passait sous silence des informations pertinentes de sorte que l'assistance aurait dû être refusée conformément à l'alinéa 1er, le remboursement des honoraires et frais est exigé.
  Sur la proposition du ministre responsable du service public fédéral, du ministère ou de l'établissement scientifique, Nous pouvons déroger aux dispositions du présent article.
Art. 5. § 1. Wanneer de rechtshulp werd geweigerd met toepassing van artikel 4 en uit een definitieve rechterlijke beslissing blijkt dat die weigering ongegrond was, heeft het personeelslid recht op de terugbetaling van de kosten die hij heeft gedragen om voor zijn verdediging in te staan, onverminderd de bepalingen van artikel 6, § 1, vierde lid, 7°.
  De schuldeiser dient hiertoe, bij een aangetekende brief, een schriftelijke aanvraag in bij de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of diens gemachtigde. Bij deze aanvraag voegt hij een afschrift van de rechterlijke beslissing en de staat van honoraria en kosten die hij voor zijn verdediging heeft gemaakt, vergezeld van de bewijsstukken die er betrekking op hebben.
  § 2. Wanneer de rechtshulp werd verleend met toepassing van een bepaling die van artikel 4 afwijkt en, voor zover het personeelslid uitdrukkelijk ervan verwittigd werd op het ogenblik dat die hulp verleend wordt, kan de terugbetaling van de honoraria en kosten geëist worden indien uit de definitieve rechterlijke beslissing blijkt dat het personeelslid bedrog heeft gepleegd of een zware fout heeft begaan.
Art. 5. § 1er. Lorsque l'assistance en justice a été refusée en application de l'article 4 et qu'il ressort d'une décision judiciaire définitive que ce refus n'était pas fondé, le membre du personnel a droit au remboursement des frais qu'il a exposés pour assurer sa défense, sans préjudice des dispositions de l'article 6, § 1er, alinéa 4, 7°.
  Le créancier introduit à cet effet une demande écrite de remboursement par lettre recommandée auprès du président du comité de direction, du secrétaire général, du directeur général de l'établissement ou de son délégué. Il joint à cette demande une copie de la décision judiciaire ainsi que l'état des honoraires et frais qu'il a exposés pour assurer sa défense, accompagné des pièces probantes y afférentes.
  § 2. Lorsque l'assistance en justice a été accordée en application d'une disposition dérogeant à l'article 4 et, pour autant que le membre du personnel en ait été expressément averti au moment de l'octroi de cette assistance, le remboursement des honoraires et frais peut être exigé s'il ressort de la décision judiciaire définitive que le membre du personnel a commis un dol ou une faute lourde.
Art. 6. § 1. Het in [1 artikel 2, eerste lid, 1°, 1° tot en met 3°]1, bedoeld personeelslid dat rechtshulp wenst, dient hiertoe een schriftelijke aanvraag in bij de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling [1 de leidend ambtenaar]1 of hun gemachtigde.
  Deze aanvraag geschiedt zo spoedig mogelijk na de kennisneming van de tegen hem gerichte vordering.
  In spoedeisende gevallen kan de aanvraag via een ander communicatiemiddel geschieden, mits ze naderhand schriftelijk bevestigd wordt.
  Deze aanvraag bevat :
  1° de vermelding van de datum;
  2° de identiteit, de graad of de klasse, alsook de gewone plaats van tewerkstelling van de aanvrager;
  3° een omstandige beschrijving van de zaak;
  4° een afschrift van de dagvaarding of van de akte van rechtsingang;
  5° de identiteit en de woonplaats van de eventuele getuigen;
  6° desgevallend, de identiteit, de woonplaats en het telefoonnummer van de gekozen advocaat;
  7° een ontwerp van overeenkomst waarmee de federale Staat in de rechten van het personeelslid treedt dat de rechtshulp bekomen heeft wat de honoraria van de gekozen advocaat en de gerechtskosten betreft. Krachtens die overeenkomst, kan de federale Staat de honoraria van de advocaat onderzoeken en betwisten op basis van de verrichte prestaties, de gerechtskosten en honoraria van de advocaat terugeisen van de tegenpartij alsook een eventuele procedurevergoeding.
  De aanvraag eindigt met de woorden " Ik bevestig op mijn eer dat deze verklaring oprecht en volledig is ".
  Indien het personeelslid in de onmogelijkheid verkeert om deze aanvraag zelf in te dienen, kan ze door een andere persoon worden ingediend. In dat geval, worden in de aanvraag eveneens de identiteit en hoedanigheid van deze persoon, alsmede de reden van de inplaatsstelling vermeld.
  Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag, bij elke stap van de procedure, deelt de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde aan de aanvrager schriftelijk mee of de rechtshulp hem al dan niet en, desgevallend, onder welke voorwaarden wordt toegekend; hij geeft de redenen van weigering of de opgelegde voorwaarden op. Bij gebrek van antwoord in deze termijn, wordt de beslissing gunstig geacht.
  De voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde stelt een einde aan de rechtshulp indien bewezen is dat de aanvraag een ernstig leugenachtig karakter vertoont of indien in de aanvraag pertinente informatie werd achtergehouden. In dit geval, zijn de bepalingen van artikel 5, § 1, desgevallend, van toepassing.
  § 2. Het bij [1 artikel 2, § 1, eerste lid, 4° en § 2]1 bedoeld personeelslid dat rechtshulp wenst, dient hiertoe zo spoedig mogelijk en uiterlijk, op straffe van [1 niet-ontvankelijkheid]1, vijftien dagen na het instellen van de rechtsvordering, bij een aangetekende brief, een aanvraag in, gericht aan de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde.
  Het bepaalde in § 1, derde tot achtste lid, is van toepassing op deze aanvraag.
  § 3. Wanneer het in [1 artikel 2, § 2]1, bedoeld personeelslid met zijn vordering of zijn klacht een louter morele schadevergoeding nastreeft, kan de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde, na de betrokkene gehoord te hebben, beslissen de honoraria van zijn advocaat niet ten laste te nemen, noch een advocaat te zijner beschikking te stellen.
  
Art. 6. § 1er. Le membre du personnel visé à l'[1 article 2, § 1er, 1° à 3°]1, qui souhaite obtenir une assistance en justice, introduit à cet effet une demande écrite auprès du président du comité de direction, du secrétaire général, du directeur général de l'établissement [1 , du fonctionnaire dirigeant]1 ou de leur délégué.
  Cette demande est formulée dans les plus brefs délais après avoir pris connaissance de l'action intentée à son égard.
  En cas d'urgence, cette demande peut être formulée par un autre moyen de communication, pour autant qu'elle soit confirmée ultérieurement par un écrit.
  Cette demande contient :
  1° l'indication de la date;
  2° l'identité, le grade ou la classe ainsi que le lieu habituel de travail du demandeur;
  3° une description circonstanciée de l'affaire;
  4° une copie de la citation ou de l'acte introductif d'instance;
  5° l'identité et le domicile des témoins éventuels;
  6° s'il y échet, l'identité, le domicile et le numéro de téléphone de l'avocat choisi;
  7° un projet de convention par laquelle l'Etat fédéral est subrogé dans les droits du membre du personnel qui a obtenu l'assistance en justice en ce qui concerne les honoraires de l'avocat choisi et les frais de justice. En vertu de cette convention, l'Etat fédéral peut examiner et contester les honoraires de l'avocat sur la base des prestations accomplies, récupérer les frais de justice et honoraires d'avocat à charge de la partie adverse ainsi que l'éventuelle indemnité de procédure.
  La demande se termine par les mots " J'affirme sur l'honneur que la présente demande est sincère et complète ".
  Si le membre du personnel est dans l'impossibilité d'introduire lui-même cette demande, elle peut l'être par une autre personne. Dans ce cas, la demande mentionne également l'identité et la qualité de cette personne ainsi que la raison de la substitution.
  Au plus tard dix jours ouvrables après la réception de la demande, et à chaque degré de la procédure, le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué informe le demandeur par écrit que l'assistance en justice lui est accordée ou non, et, s'il y échet, à quelles conditions; il précise les motifs du refus ou les conditions émises. A défaut de réponse dans ce délai, la décision est réputée favorable.
  Le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué met fin à l'assistance en justice s'il est démontré que la demande était gravement mensongère ou si la demande a passé sous silence des informations pertinentes. En ce cas, les dispositions de l'article 5, § 1er, sont, s'il y échet, d'application.
  § 2. Le membre du personnel visé à l'[1 article 2, § 1er, alinéa 1er, 4° et § 2]1 qui souhaite obtenir une assistance en justice introduit à cet effet dans les plus brefs délais et au plus tard, sous peine de non-recevabilité, quinze jours après avoir intenté l'action en justice, une demande par lettre recommandée, adressée au président du comité de direction, au secrétaire général, au directeur général de l'établissement ou à leur délégué.
  Les dispositions du § 1er, alinéas 3 à 8, s'appliquent à cette demande.
  § 3. Lorsque le membre du personnel visé à l'[1 article 2, § 2]1, poursuit par son action ou sa plainte un dédommagement purement moral, le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué, peut décider, après avoir entendu l'intéressé, de ne pas prendre en charge les honoraires de son avocat, ni d'en mettre un à sa disposition.
  
Art. 7. Als de rechtshulp bestaat in de tussenkomst bedoeld bij [1 artikel 2, § 3, 1°]1, en indien het personeelslid zijn advocaat beslist te vervangen, verwittigt hij onverwijld de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde. In dit geval wordt de bij artikel 6, § 1, vierde lid, 7°, bedoelde overeenkomst aangepast.
  
Art. 7. Si l'assistance en justice consiste en l'intervention visée à l'[1 article 2, § 3, 1°]1 et si le membre du personnel décide de remplacer son avocat, il avertit, sans retard le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué. Dans ce cas, la convention visée à l'article 6, § 1er, alinéa 4, 7°, est adaptée.
  
Art. 8. Als de rechtshulp bestaat in de tussenkomst bedoeld bij [1 artikel 2, § 3, 1°]1, licht het personeelslid of zijn advocaat, de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde in over het verloop van het geding.
  
Art. 8. Si l'assistance en justice consiste en l'intervention visée à l'[1 article 2, § 3, 1°]1, le membre du personnel ou son avocat informe le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué du déroulement de la cause.
  
HOOFDSTUK III. - Zaakschade.
CHAPITRE III. - Dommage aux biens.
Art. 9. Op zijn aanvraag kan het personeelslid worden vergoed voor de schade aan goederen waarvan het eigenaar of houder is wanneer vastgesteld wordt dat de schade berokkend werd in verband met de uitoefening van zijn functies.
  Voor de schadeloosstelling kunnen voorwaarden worden gesteld ondermeer het neerleggen van een klacht of van een dagvaarding.
Art. 9. A sa demande, le membre du personnel peut être indemnisé pour le dommage aux biens dont il est propriétaire ou détenteur lorsqu'il est établi que le dommage a été causé en relation avec l'exercice de ses fonctions.
  L'indemnisation peut être soumise à condition, notamment de dépôt d'une plainte ou d'assignation en justice du tiers responsable.
Art. 10. De schadeloosstelling is uitgesloten wanneer de schade te wijten is aan een opzettelijke fout, een zware fout begaan door het personeelslid of een lichte fout die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
  Hetzelfde geldt, ten belope van het verleende of te verlenen bedrag, wanneer de schade werd of kan worden vergoed :
  1° krachtens een verzekering die door het personeelslid of in zijn voordeel werd aangegaan, behoudens niet-betaling door de verzekeraar binnen een termijn van één jaar ingaande vanaf het ontstaan van de schade;
  2° als gerechtskosten in strafzaken.
  Indien de schadeloosstelling verleend is geworden op basis van een leugenachtige verklaring of van een verklaring die pertinente informatie heeft achtergehouden zodanig dat ze had moeten geweigerd worden, wordt de terugbetaling van de schadeloosstelling geëist.
  Op de voordracht van de minister bevoegd voor de federale overheidsdienst, het ministerie of de wetenschappelijke instelling, kunnen Wij afwijken van de bepalingen van dit artikel.
Art. 10. L'indemnisation est exclue, lorsque le dommage est dû à une faute intentionnelle, à une faute lourde imputable au membre du personnel ou à une faute légère qui présente dans son chef un caractère habituel plutôt qu'accidentel.
  Il en va de même, à concurrence du montant accordé ou à accorder, lorsque le dommage a été ou est susceptible d'être indemnisé :
  1° en vertu d'une assurance contractée par le membre du personnel ou à son profit, sous réserve du défaut de paiement par l'organisme assureur dans le délai d'un an à dater de la réalisation du dommage;
  2° à titre de frais de justice en matière répressive.
  Si l'indemnisation a été accordée sur la base d'une déclaration mensongère ou qui passait sous silence des informations pertinentes de sorte qu'elle aurait dû être refusée, le remboursement de l'indemnisation est exigé.
  Sur la proposition du ministre responsable du service public fédéral, du ministère ou de l'établissement scientifique, Nous pouvons déroger aux dispositions du présent article.
Art. 11. De in artikel 9 bedoelde aanvraag wordt slechts in aanmerking genomen voorzover het personeelslid, behoudens overmacht, binnen acht dagen na de vaststelling van de schade de dienst, die door de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde aangewezen wordt om de aanvragen te ontvangen, van het bestaan van de schade schriftelijk op de hoogte heeft gebracht.
Art. 11. Sauf force majeure, la demande visée à l'article 9 n'est prise en considération que pour autant que, dans les huit jours de la constatation du dommage, le membre du personnel ait informé par écrit le service désigné par le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué pour recevoir les demandes de l'existence de ce dommage.
Art. 12. § 1. Het personeelslid richt, binnen dertig dagen van de vaststelling van de schade, een vergoedingsaanvraag tot de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde.
  Die aanvraag wordt door de aanvrager ondertekend en omvat de volgende vermeldingen :
  1° de vermelding van de datum;
  2° de identiteit, de graad of de klasse, de gewone plaats van tewerkstelling, de woonplaats en het rekeningnummer van de aanvrager;
  3° een korte beschrijving van de omstandigheden waarin de zaakschade werd geleden, met vermelding van de datum en de plaats;
  4° een beschrijving van de geleden zaakschade, alsook de begroting van de residuele waarde van de beschadigde goederen of van de herstelkosten;
  5° de vermelding van de namen, de voornamen, het beroep en de woonplaats van eventuele getuigen en, in voorkomend geval, van de aansprakelijk geachte derde;
  6° in voorkomend geval, de vermelding dat proces-verbaal is opgemaakt, dat een klacht is ingediend tegen de aansprakelijk geachte derde of dat de aansprakelijk geachte derde in gebreke werd gesteld, in welk geval een kopie van de ingebrekestelling bij de aanvraag wordt gevoegd;
  7° in voorkomend geval, de vermelding van het feit dat het personeelslid zich burgerlijke partij heeft gesteld;
  8° de vermelding van de andere middelen waarover het personeelslid beschikt om herstel van de geleden schade te bekomen, of de vermelding van de ontstentenis ervan, evenals in voorkomend geval, de vermelding van de krachtens één of meer van deze middelen verkregen schadevergoeding;
  9° een ontwerp van overeenkomst waarmee de federale Staat in de rechten en vorderingen treedt van het personeelslid ten belope van de betaalde sommen.
  § 2. Bij de aanvraag worden de stukken gevoegd tot staving van de verschillende elementen ervan.
  § 3. De aanvraag eindigt met de woorden " Ik bevestig op mijn eer dat deze verklaring oprecht en volledig is ".
Art. 12. § 1er. Le membre du personnel adresse au président du comité de direction, au secrétaire général, au directeur général de l'établissement ou à leur délégué, dans les trente jours de la constatation du dommage, une demande d'indemnité.
  Cette demande est signée par le demandeur et contient les mentions suivantes :
  1° l'indication de la date;
  2° l'identité, le grade ou la classe, le lieu habituel de travail, le domicile et le numéro de compte du demandeur;
  3° une description sommaire des circonstances dans lesquelles est survenu le dommage, en ce compris l'indication de la date et du lieu;
  4° une description du dommage subi aux biens, ainsi que l'évaluation de la valeur résiduelle des biens endommagés ou des coûts de réparation;
  5° l'indication des noms, prénoms, profession et domicile des témoins éventuels, ainsi que, le cas échéant, du tiers présumé responsable;
  6° le cas échéant, la mention du fait qu'il a été dressé procès-verbal, qu'il a été déposé plainte à l'encontre du tiers présumé responsable ou que celui-ci a été mis en demeure; une copie de la mise en demeure est jointe en ce cas à la demande;
  7° le cas échéant, la mention du fait que le membre du personnel s'est constitué partie civile;
  8° l'indication des autres moyens dont dispose le membre du personnel pour obtenir la réparation du dommage, ou l'indication de leur défaut ainsi que, le cas échéant, l'indication de l'indemnisation obtenue en vertu de l'un ou l'autre de ces moyens;
  9° un projet de convention par laquelle l'Etat fédéral est subrogé dans les droits et actions du membre du personnel à concurrence des sommes payées.
  § 2. A la demande sont jointes les pièces justificatives des différents éléments y indiqués.
  § 3. La demande se termine par les mots " J'affirme sur l'honneur que la présente déclaration est sincère et complète ".
Art. 13. Onverminderd een latere rechterlijke uitspraak over het schadeverwekkende feit, bepaalt de voorzitter van het directiecomité, de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de instelling of hun gemachtigde, op grond van de bewijselementen aangevoerd door de belanghebbende en de concrete gegevens van de zaak, voor elk geval, het bedrag van de vergoeding dat hem zal worden uitgekeerd.
Art. 13. Sans préjudice d'une décision judiciaire ultérieure relative au fait dommageable, le président du comité de direction, le secrétaire général, le directeur général de l'établissement ou leur délégué fixe, dans chaque cas, sur la base des éléments de preuve avancés par l'intéressé et des données concrètes de la cause, le montant de l'indemnité qui lui sera versé.
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions communes.
Art. 14. Indien het personeelslid na rechtshulp te hebben aangevraagd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II, of de schadeloosstelling van de zaakschade, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, op pensioen wordt gesteld, ontslag neemt, zijn hoedanigheid van ambtenaar verliest op grond van zijn medische ongeschiktheid of over geen arbeidsovereenkomst meer beschikt, blijven de rechtshulp of de schadeloosstelling hem verschuldigd.
Art. 14. Si, après avoir sollicité l'assistance en justice conformément aux dispositions du chapitre II, ou l'indemnisation du dommage aux biens, conformément aux dispositions du chapitre III, le membre du personnel est mis à la pension, démissionne, perd sa qualité d'agent sur base de son inaptitude médicale ou ne bénéfice plus d'un contrat de travail, l'assistance ou l'indemnisation lui restent dues.
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut.
CHAPITRE V. - Modification de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public.
Art. 15. Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 augustus 1973, 26 januari 1984, 13 juli 1987, 25 november 1993, 14 september 1994, 17 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 6 februari 1997, 15 september 1997, 19 november 1998, 26 april 1999,
  13 mei 1999, 5 september 2002, 4 augustus 2004, 10 augustus 2005 en 6 oktober 2005 wordt aangevuld als volgt :
  " 41° Koninklijk besluit van 16 maart 2006 betreffende de rechtshulp aan de personeelsleden van bepaalde overheidsdiensten en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade. "
Art. 15. L'article 3, § 1er, de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public, modifié par les arrêtés royaux des 20 août 1973, 26 janvier 1984, 13 juillet 1987, 25 novembre 1993, 14 septembre 1994, 17 mars 1995, 31 mars 1995, 10 avril 1995, 6 février 1997, 15 septembre 1997, 19 novembre 1998, 26 avril 1999, 13 mai 1999, 5 septembre 2002, 4 août 2004, 10 août 2005 et 6 octobre 2005 est complété comme suit :
  " 41° Arrêté royal du 16 mars 2006 relatif à l'assistance en justice des membres du personnel de certains services publics et à l'indemnisation des dommages aux biens, encourus par eux. "
HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE VI. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 16. Voor de toepassing van dit besluit op de instellingen van openbaar nut, dienen de woorden " federale Staat " vervangen te worden door het woord " instelling ".
Art. 16. Pour l'application du présent arrêté aux organismes d'intérêt public, il y a lieu de substituer aux mots " Etat fédéral " le mot " organisme ".
Art. 17. De lopende rechtshulp en de lopende schadeloosstellingsdossiers bij de inwerkingtreding van dit besluit worden verder gezet overeenkomstig de reeds genomen beslissingen, onder voorbehoud dat de bepalingen van het tweede tot het vierde lid niet gunstiger zijn.
  Behoudens in de bij artikel 3 bedoelde gevallen, heeft het personeelslid dat in rechte gedagvaard wordt of tegen wie de strafvordering wordt ingesteld wegens daden gesteld of verzuim bij de uitoefening van zijn functies of die een vordering ingesteld heeft ten gevolge van een fysieke of materiële schade bij de uitoefening van zijn functies vóór 1 januari 2005, die geen rechtshulp heeft bekomen in het gelijk wordt gesteld in de definitieve rechterlijke beslissing, recht op de terugbetaling van de kosten die hij heeft gedragen om voor zijn verdediging in te staan, onverminderd de bepalingen van artikel 6, § 1, vierde lid, 7°.
  De rechtshulp kan toegekend worden, overeenkomstig de artikelen 2 tot 8, voor feiten die zich hebben voorgedaan tussen 1 januari 2005 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Ze kan niet worden toegekend voor feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2005, onder voorbehoud van de toepassing van het eerste en het tweede lid. In afwijking van artikel 6 is de aanvraag ontvankelijk indien ze ingeleid wordt binnen zestig dagen die de inwerkingtreding van dit besluit volgen.
  De schadeloosstelling kan toegekend worden, overeenkomstig de artikelen 9 tot 13, voor feiten die zich hebben voorgedaan tussen 1 januari 2005 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit voor zover ze aan de voorzitter van het directiecomité, aan de secretaris-generaal, aan de algemeen directeur van de instelling of aan hun gemachtigde verklaard werden binnen dertig dagen na het gebeuren van het feit.
Art. 17. Les assistances en justice et les dossiers d'indemnisation en cours à l'entrée en vigueur du présent arrêté se poursuivent conformément aux décisions prises antérieurement, sous réserve que les dispositions des alinéas 2 à 4 ne soient pas plus favorables.
  Sauf dans les cas visés à l'article 3, le membre du personnel cité en justice ou contre lequel l'action publique est intentée pour des actes commis ou des négligences dans l'exercice de ses fonctions ou qui a intenté une action en justice à la suite d'un dommage physique ou matériel dans l'exercice de ses fonctions avant le 1er janvier 2005, qui n'a pas bénéficié d'une assistance en justice et qui obtient gain de cause au terme de la décision judiciaire définitive a droit au remboursement des frais qu'il a exposés pour assurer sa défense, sans préjudice des dispositions de l'article 6, § 1er, alinéa 4, 7°.
  L'assistance en justice peut être accordée, conformément aux articles 2 à 8, pour des faits survenus entre le 1er janvier 2005 et la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. Elle ne peut pas être accordée pour des faits antérieurs au 1er janvier 2005, sous réserve de l'application des alinéas 1er et 2. Par dérogation à l'article 6, la demande est recevable si elle est introduite dans les soixante jours qui suivent l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  L'indemnisation peut être accordée, conformément aux articles 9 à 13, pour des faits survenus entre le 1er janvier 2005 et la date d'entrée en vigueur du présent arrêté pour autant qu'ils aient été déclarés au président du comité de direction, au secrétaire général, au directeur général de l'établissement ou à leur délégué dans les trente jours de la survenance du fait.
Art. 18. Onze Ministers en Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van onderhavig besluit.
  Gegeven te Brussel, 16 maart 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Ambtenarenzaken,
  CH. DUPONT.
Art. 18. Nos Ministres et Nos Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 16 mars 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Fonction publique,
  CH. DUPONT.