Artikel 1. 1.1 De doelstellingen van dit Verdrag zijn het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik ervan in overeenstemming met het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, ten behoeve van een duurzame landbouw en voedselzekerheid.
1.2 Deze doelstellingen worden bereikt door een nauw verband te leggen tussen dit Verdrag en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en het Verdrag inzake Biologische Diversiteit.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JUNI 2002. - Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, gedaan te Rome op 6 juni 2002.
Titre
6 JUIN 2002. - Traité international sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, faits à Rome le 6 juin 2002.
Dokumentinformationen
Numac: 2005A15064
Datum: 2002-06-06
Info du document
Numac: 2005A15064
Date: 2002-06-06
Inhoud
TITEL I. - INLEIDING.
Doelstellingen.
Gebruikte termen.
Werkingssfeer.
TITEL II. - ALGEMENE BEPALINGEN.
Algemene verplichtingen.
Duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen.
Nationale verplichtingen en internationale same...
Technische bijstand.
TITEL III. - RECHTEN VAN DE BOER.
Rechten van de boer.
TITEL IV. - MULTILATERAAL SYSTEEM VAN TOEGANG T...
Multilateraal systeem van toegang tot en verdel...
Bereik van het multilateraal systeem.
Verdeling van voordelen in het multilateraal sy...
TITEL V. - COMPONENTEN VAN BIJSTAND.
Wereldactieplan.
Internationale netwerken van plantgenetische hu...
Wereldwijd informatiesysteem inzake plantgeneti...
TITEL VI. - FINANCIELE BEPALINGEN.
Financiële middelen.
TITEL VII. - INSTITUTIONELE BEPALINGEN.
Bestuursorgaan.
Secretariaat.
Naleving.
Regeling van geschillen.
Wijzigingen op het Verdrag.
Aanhangsels.
Ondertekening.
Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Toetreding.
Inwerkingtreding.
Organisaties die lid zijn van de FAO.
Voorbehouden.
Niet-verdragsluitende partijen.
Opzegging.
Ontbinding.
Depositaris.
Authentieke teksten.
BIJLAGEN.
Inhoud
PARTIE I. - INTRODUCTION.
Objectifs.
Emploi des termes.
Champ d'application.
PARTIE II. - DISPOSITIONS GENERALES.
Obligations générales.
Utilisation durable des ressources phytogénétiq...
Engagements nationaux et coopération internatio...
Assistance technique.
PARTIE III. - DROITS DES AGRICULTEURS.
Droits des agriculteurs.
PARTIE IV. - SYSTEME MULTILATERAL D'ACCES ET DE...
Système multilatéral d'accès et de partage des ...
Couverture du Système multilatéral.
Partage des avantages dans le système multilaté...
PARTIE V. - ELEMENTS D'APPUI.
Plan d'action mondial.
Les réseaux internationaux de ressources phytog...
PARTIE VI. - DISPOSITIONS FINANCIERES.
Ressources financières.
PARTIE VII. - DISPOSITIONS INSTITUTIONNELLES.
Organe directeur.
Application.
Amendements au Traité.
Annexes.
Signature.
Ratification, acceptation ou approbation.
Adhésion.
Entrée en vigueur.
Réserves.
Non parties.
Dénonciation.
Extinction.
Dépositaire.
Textes authentiques.
ANNEXES.
Tekst (81)
Texte (77)
TITEL I. - INLEIDING.
PARTIE I. - INTRODUCTION.
Doelstellingen.
Objectifs.
Article 1. 1.1 Les objectifs du présent Traité sont la conservation et l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, et le partage juste et équitable des avantages découlant de leur utilisation en harmonie avec la Convention sur la diversité biologique, pour une agriculture durable et pour la sécurité alimentaire.
1.2 Ces objectifs sont atteints par l'établissement de liens étroits entre le présent Traité et l'Organisation des Nations Unies pour l'alimentation et l'agriculture, ainsi que la Convention sur la diversité biologique.
1.2 Ces objectifs sont atteints par l'établissement de liens étroits entre le présent Traité et l'Organisation des Nations Unies pour l'alimentation et l'agriculture, ainsi que la Convention sur la diversité biologique.
Gebruikte termen.
Emploi des termes.
Art. 2. Voor de toepassing van dit Verdrag hebben de hiernavolgende termen de volgende betekenis. De omschrijvingen zijn niet van toepassing op de internationale handel in producten.
" Behoud in situ " : het behoud van ecosystemen en natuurlijke habitats en de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving en, in het geval van gecultiveerde plantensoorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld.
" Behoud ex situ " : het behoud van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw buiten hun natuurlijke habitat.
" Plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw " : al het genetisch materiaal van plantaardige oorsprong met een werkelijke of potentiële waarde voor voeding en landbouw.
" Genetisch materiaal " : al het materiaal van plantaardige oorsprong, waaronder het materiaal voor vermenigvuldiging en plantenvermeerdering, dat functionele eenheden van de erfelijkheid bevat.
" Variëteit " : een groep planten binnen één enkele botanische taxon van de laagst bekende rang, die wordt gedefinieerd door de vermeerderende onderscheidende kenmerken en andere genetische kenmerken.
" Verzameling ex situ " : een verzameling plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die buiten hun natuurlijke omgeving in stand wordt gehouden.
" Gebied van oorsprong " : een geografische zone waar een plantensoort, hetzij gecultiveerd hetzij niet-gecultiveerd, voor het eerst haar onderscheidende kenmerken heeft ontwikkeld.
" Gebied met een diversiteit van gewassen " : een geografische zone met een hoog niveau in genetische diversiteit voor gecultiveerde plantensoorten onder in situ -omstandigheden.
" Behoud in situ " : het behoud van ecosystemen en natuurlijke habitats en de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving en, in het geval van gecultiveerde plantensoorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld.
" Behoud ex situ " : het behoud van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw buiten hun natuurlijke habitat.
" Plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw " : al het genetisch materiaal van plantaardige oorsprong met een werkelijke of potentiële waarde voor voeding en landbouw.
" Genetisch materiaal " : al het materiaal van plantaardige oorsprong, waaronder het materiaal voor vermenigvuldiging en plantenvermeerdering, dat functionele eenheden van de erfelijkheid bevat.
" Variëteit " : een groep planten binnen één enkele botanische taxon van de laagst bekende rang, die wordt gedefinieerd door de vermeerderende onderscheidende kenmerken en andere genetische kenmerken.
" Verzameling ex situ " : een verzameling plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die buiten hun natuurlijke omgeving in stand wordt gehouden.
" Gebied van oorsprong " : een geografische zone waar een plantensoort, hetzij gecultiveerd hetzij niet-gecultiveerd, voor het eerst haar onderscheidende kenmerken heeft ontwikkeld.
" Gebied met een diversiteit van gewassen " : een geografische zone met een hoog niveau in genetische diversiteit voor gecultiveerde plantensoorten onder in situ -omstandigheden.
Art. 2. Aux fins du présent Traité, les termes ci-après ont la signification indiquée dans le présent Article. Les définitions n'incluent pas le commerce international des produits.
" Conservation in situ " : désigne la conservation des écosystèmes et des habitats naturels ainsi que le maintien et la reconstitution de populations d'espèces viables dans leur milieu naturel et, dans le cas des espèces végétales cultivées, dans le milieu où se sont développés leurs caractères distinctifs.
" Conservation ex situ " : désigne la conservation de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture en dehors de leur milieu naturel.
" Ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture " : désigne le matériel génétique d'origine végétale ayant une valeur effective ou potentielle pour l'alimentation et l'agriculture.
" Matériel génétique " : désigne le matériel d'origine végétale, y compris le matériel de reproduction et de multiplication végétative, contenant des unités fonctionnelles de l'hérédité.
" Variété " : désigne un ensemble végétal, d'un taxon botanique du rang le plus bas connu, défini par l'expression reproductible de ses caractères distinctifs et autres caractères génétiques.
" Collection ex situ " : désigne une collection de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture conservées en dehors de leur milieu naturel.
" Centre d'origine " : désigne une zone géographique où une espèce végétale, cultivée ou sauvage, a développé pour la première fois ses caractères distinctifs.
" Centre de diversité végétale " : désigne une zone géographique contenant un haut niveau de diversité génétique pour les espèces cultivées dans des conditions in situ.
" Conservation in situ " : désigne la conservation des écosystèmes et des habitats naturels ainsi que le maintien et la reconstitution de populations d'espèces viables dans leur milieu naturel et, dans le cas des espèces végétales cultivées, dans le milieu où se sont développés leurs caractères distinctifs.
" Conservation ex situ " : désigne la conservation de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture en dehors de leur milieu naturel.
" Ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture " : désigne le matériel génétique d'origine végétale ayant une valeur effective ou potentielle pour l'alimentation et l'agriculture.
" Matériel génétique " : désigne le matériel d'origine végétale, y compris le matériel de reproduction et de multiplication végétative, contenant des unités fonctionnelles de l'hérédité.
" Variété " : désigne un ensemble végétal, d'un taxon botanique du rang le plus bas connu, défini par l'expression reproductible de ses caractères distinctifs et autres caractères génétiques.
" Collection ex situ " : désigne une collection de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture conservées en dehors de leur milieu naturel.
" Centre d'origine " : désigne une zone géographique où une espèce végétale, cultivée ou sauvage, a développé pour la première fois ses caractères distinctifs.
" Centre de diversité végétale " : désigne une zone géographique contenant un haut niveau de diversité génétique pour les espèces cultivées dans des conditions in situ.
Werkingssfeer.
Champ d'application.
Art. 3. Dit Verdrag heeft betrekking op plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
Art. 3. Le présent Traité porte sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
TITEL II. - ALGEMENE BEPALINGEN.
PARTIE II. - DISPOSITIONS GENERALES.
Algemene verplichtingen.
Obligations générales.
Art. 4. Elke verdragsluitende partij garandeert dat de in dit Verdrag overeengekomen verplichtingen overeenkomstig haar wetten, reglementen en procedures zijn.
Instandhouding, exploratie, verzameling, karakterisering, evaluatie en documentatie van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw
Instandhouding, exploratie, verzameling, karakterisering, evaluatie en documentatie van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw
Art. 4. Chaque Partie contractante veille à la conformité de ses lois, règlements et procédures aux obligations qui lui incombent au titre du présent Traité.
Conservation, prospection, collecte, caractérisation, évaluation et documentation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture
Conservation, prospection, collecte, caractérisation, évaluation et documentation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture
Art. 5. 5.1 Elke verdragsluitende partij dient, overeenkomstig de nationale wetgeving, en zo nodig in samenwerking met andere verdragsluitende partijen, een geïntegreerde aanpak te bevorderen van de exploratie, het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en dient in voorkomende gevallen :
a) onderzoek te verrichten naar en inventarissen op te stellen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, rekening houdend met de situatie en het variatieniveau van bestaande populaties, met inbegrip van die populaties die gebruikt zouden kunnen worden en, zo nodig, elke bedreiging van die populaties te evalueren;
b) het verzamelen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en het vergaren van relevante informatie met betrekking tot die hulpbronnen die worden bedreigd of die gebruikt zouden kunnen worden, te bevorderen;
c) in voorkomende gevallen de inspanningen van boeren en van plaatselijke gemeenschappen om hun plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw op de boerderijen te beheren en in stand te houden, te bevorderen en te ondersteunen;
d) het behoud in situ te bevorderen van aan gecultiveerde planten verwante niet-gecultiveerde planten en niet-gecultiveerde planten voor de productie van voedingsmiddelen, ook in beschermde gebieden, door onder andere de inspanningen van de plaatselijke en inheemse gemeenschappen te steunen;
e) samen te werken om de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam systeem voor het behoud ex situ te bevorderen, met passende aandacht voor de noodzaak van een toereikende documentatie, karakterisering, regeneratie en evaluatie, en de verbetering en de overdracht van daartoe gepaste technologieën te bevorderen, met het doel het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te verbeteren;
f) toezicht te houden op het behoud van de levensvatbaarheid, het variatieniveau en de genetische gaafheid van verzamelingen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
5.2 De verdragsluitende partijen dienen in voorkomende gevallen maatregelen te treffen om bedreigingen voor plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw tot een minimum terug te dringen of, indien mogelijk, te elimineren.
a) onderzoek te verrichten naar en inventarissen op te stellen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, rekening houdend met de situatie en het variatieniveau van bestaande populaties, met inbegrip van die populaties die gebruikt zouden kunnen worden en, zo nodig, elke bedreiging van die populaties te evalueren;
b) het verzamelen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en het vergaren van relevante informatie met betrekking tot die hulpbronnen die worden bedreigd of die gebruikt zouden kunnen worden, te bevorderen;
c) in voorkomende gevallen de inspanningen van boeren en van plaatselijke gemeenschappen om hun plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw op de boerderijen te beheren en in stand te houden, te bevorderen en te ondersteunen;
d) het behoud in situ te bevorderen van aan gecultiveerde planten verwante niet-gecultiveerde planten en niet-gecultiveerde planten voor de productie van voedingsmiddelen, ook in beschermde gebieden, door onder andere de inspanningen van de plaatselijke en inheemse gemeenschappen te steunen;
e) samen te werken om de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam systeem voor het behoud ex situ te bevorderen, met passende aandacht voor de noodzaak van een toereikende documentatie, karakterisering, regeneratie en evaluatie, en de verbetering en de overdracht van daartoe gepaste technologieën te bevorderen, met het doel het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te verbeteren;
f) toezicht te houden op het behoud van de levensvatbaarheid, het variatieniveau en de genetische gaafheid van verzamelingen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
5.2 De verdragsluitende partijen dienen in voorkomende gevallen maatregelen te treffen om bedreigingen voor plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw tot een minimum terug te dringen of, indien mogelijk, te elimineren.
Art. 5. 5.1 Chaque Partie contractante, sous réserve de sa législation nationale, et en coopération avec d'autres Parties contractantes, selon qu'il convient, promeut une approche intégrée de la prospection, de la conservation et de l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et s'emploie en particulier, selon qu'il convient, à :
a) recenser et inventorier les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, en tenant compte de l'état et du degré de variation au sein des populations existantes, y compris celles d'utilisation potentielle et, si possible, évaluer les risques qui pèsent sur elles;
b) promouvoir la collecte des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et l'information pertinente associée auxdites ressources phytogénétiques qui sont en danger ou potentiellement utilisables;
c) encourager ou soutenir, selon qu'il convient, les efforts des agriculteurs et des communautés locales pour gérer et conserver à la ferme leurs ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
d) promouvoir la conservation in situ des espèces sauvages apparentées à des plantes cultivées et des espèces sauvages pour la production alimentaire, y compris dans les zones protégées, en appuyant, notamment, les efforts des communautés locales et autochtones;
e) coopérer de manière à promouvoir la mise en place d'un système efficace et durable de conservation ex situ, en accordant toute l'attention voulue à la nécessité d'une documentation, d'une caractérisation, d'une régénération et d'une évaluation appropriées, et promouvoir l'élaboration et le transfert des technologies appropriées à cet effet afin d'améliorer l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
f) surveiller le maintien de la viabilité, du degré de variation et de l'intégrité génétique des collections de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et à l'agriculture.
5.2 Les Parties contractantes prennent, selon qu'il convient, des mesures pour limiter ou, si possible, éliminer les risques qui pèsent sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
a) recenser et inventorier les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, en tenant compte de l'état et du degré de variation au sein des populations existantes, y compris celles d'utilisation potentielle et, si possible, évaluer les risques qui pèsent sur elles;
b) promouvoir la collecte des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et l'information pertinente associée auxdites ressources phytogénétiques qui sont en danger ou potentiellement utilisables;
c) encourager ou soutenir, selon qu'il convient, les efforts des agriculteurs et des communautés locales pour gérer et conserver à la ferme leurs ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
d) promouvoir la conservation in situ des espèces sauvages apparentées à des plantes cultivées et des espèces sauvages pour la production alimentaire, y compris dans les zones protégées, en appuyant, notamment, les efforts des communautés locales et autochtones;
e) coopérer de manière à promouvoir la mise en place d'un système efficace et durable de conservation ex situ, en accordant toute l'attention voulue à la nécessité d'une documentation, d'une caractérisation, d'une régénération et d'une évaluation appropriées, et promouvoir l'élaboration et le transfert des technologies appropriées à cet effet afin d'améliorer l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
f) surveiller le maintien de la viabilité, du degré de variation et de l'intégrité génétique des collections de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et à l'agriculture.
5.2 Les Parties contractantes prennent, selon qu'il convient, des mesures pour limiter ou, si possible, éliminer les risques qui pèsent sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
Duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen.
Utilisation durable des ressources phytogénétiques.
Art. 6. 6.1 De verdragsluitende partijen dienen passende beleidsmaatregelen en juridische maatregelen uit te werken en te handhaven ter bevordering van het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
6.2 Voor het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw kunnen met name de volgende maatregelen worden getroffen :
a) het nastreven van een rechtvaardig landbouwbeleid ter bevordering, waar nodig, van het opzetten en instandhouden van verschillende landbouwsystemen die gunstig zijn voor het duurzame gebruik van landbouwbiologische diversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen;
b) het versterken van onderzoek ter bevordering en instandhouding van biologische diversiteit door zo veel mogelijk de intra- en interspecifieke variatie te vergroten ten gunste van de boeren, met name ten gunste van boeren die hun eigen variëteiten kweken en gebruiken en ecologische beginselen toepassen om de grond vruchtbaar te houden en ziekten, adventieven en schadelijke organismen te bestrijden;
c) het bevorderen, waar nodig, van initiatieven op het gebied van plantenveredeling waardoor, met de deelname van met name boeren in ontwikkelingslanden, de capaciteit kan worden versterkt om variëteiten te verkrijgen die speciaal zijn aangepast aan de maatschappelijke, economische en ecologische omstandigheden, in het bijzonder in marginale gebieden;
d) het vergroten van de genetische basis van gewassen en van het scala aan genetische diversiteit die boeren ter beschikking staat;
e) het bevorderen, waar nodig, van een ruimer gebruik van plaatselijke en aan de plaatselijke omstandigheden aangepaste gewassen, variëteiten en weinig gebruikte soorten;
f) het ondersteunen, waar nodig, van een ruimer gebruik van een verscheidenheid aan variëteiten en soorten in het beheer, het behoud en het duurzame gebruik van gewassen op boerderijen, en het leggen van nauwe verbanden tussen plantenveredeling en landbouwontwikkeling, om de kwetsbaarheid van gewassen en genetische achteruitgang terug te dringen en een toename te bevorderen van de mondiale productie van voedingsmiddelen die verenigbaar zijn met duurzame ontwikkeling;
g) het onderzoeken en, waar nodig, wijzigen van het beleid inzake plantenveredeling en regelgeving op het gebied van verkoop van variëteiten en distributie van zaden.
6.2 Voor het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw kunnen met name de volgende maatregelen worden getroffen :
a) het nastreven van een rechtvaardig landbouwbeleid ter bevordering, waar nodig, van het opzetten en instandhouden van verschillende landbouwsystemen die gunstig zijn voor het duurzame gebruik van landbouwbiologische diversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen;
b) het versterken van onderzoek ter bevordering en instandhouding van biologische diversiteit door zo veel mogelijk de intra- en interspecifieke variatie te vergroten ten gunste van de boeren, met name ten gunste van boeren die hun eigen variëteiten kweken en gebruiken en ecologische beginselen toepassen om de grond vruchtbaar te houden en ziekten, adventieven en schadelijke organismen te bestrijden;
c) het bevorderen, waar nodig, van initiatieven op het gebied van plantenveredeling waardoor, met de deelname van met name boeren in ontwikkelingslanden, de capaciteit kan worden versterkt om variëteiten te verkrijgen die speciaal zijn aangepast aan de maatschappelijke, economische en ecologische omstandigheden, in het bijzonder in marginale gebieden;
d) het vergroten van de genetische basis van gewassen en van het scala aan genetische diversiteit die boeren ter beschikking staat;
e) het bevorderen, waar nodig, van een ruimer gebruik van plaatselijke en aan de plaatselijke omstandigheden aangepaste gewassen, variëteiten en weinig gebruikte soorten;
f) het ondersteunen, waar nodig, van een ruimer gebruik van een verscheidenheid aan variëteiten en soorten in het beheer, het behoud en het duurzame gebruik van gewassen op boerderijen, en het leggen van nauwe verbanden tussen plantenveredeling en landbouwontwikkeling, om de kwetsbaarheid van gewassen en genetische achteruitgang terug te dringen en een toename te bevorderen van de mondiale productie van voedingsmiddelen die verenigbaar zijn met duurzame ontwikkeling;
g) het onderzoeken en, waar nodig, wijzigen van het beleid inzake plantenveredeling en regelgeving op het gebied van verkoop van variëteiten en distributie van zaden.
Art. 6. 6.1 Les Parties contractantes élaborent et maintiennent des politiques et des dispositions juridiques appropriées pour promouvoir l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
6.2 L'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture peut comporter notamment les mesures suivantes :
a) élaborer des politiques agricoles loyales encourageant, selon qu'il convient, la mise en place et le maintien de systèmes agricoles diversifiés qui favorisent l'utilisation durable de la diversité biologique agricole et des autres ressources naturelles;
b) faire davantage de recherches qui renforcent et conservent la diversité biologique en maximisant la variation intra- et interspécifique, au profit des agriculteurs, notamment ceux qui créent et utilisent leurs propres variétés et appliquent des principes écologiques de maintien de la fertilité des sols et de lutte contre les maladies, les adventices et les organismes nuisibles;
c) promouvoir, selon qu'il convient, avec la participation des agriculteurs, notamment dans les pays en développement, les efforts de sélection qui renforcent la capacité de mise au point de variétés spécifiquement adaptées aux différentes conditions sociales, économiques et écologiques, y compris dans les zones marginales;
d) élargir la base génétique des plantes cultivées et accroître la diversité du matériel génétique mis à la disposition des agriculteurs;
e) promouvoir, selon qu'il convient, une utilisation accrue des plantes cultivées, des variétés et des espèces sous-utilisées, locales ou adaptées aux conditions locales;
f) encourager, selon qu'il convient, une plus grande utilisation de la diversité des variétés et espèces dans la gestion, la conservation et l'utilisation durable des plantes cultivées à la ferme et créer des liens étroits entre la sélection végétale et le développement agricole en vue de réduire la vulnérabilité des plantes cultivées et l'érosion génétique, et de promouvoir une production alimentaire mondiale accrue compatible avec un développement durable; et
g) surveiller et, selon qu'il convient, ajuster les stratégies de sélection et les réglementations concernant la mise en vente des variétés et la distribution des semences.
6.2 L'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture peut comporter notamment les mesures suivantes :
a) élaborer des politiques agricoles loyales encourageant, selon qu'il convient, la mise en place et le maintien de systèmes agricoles diversifiés qui favorisent l'utilisation durable de la diversité biologique agricole et des autres ressources naturelles;
b) faire davantage de recherches qui renforcent et conservent la diversité biologique en maximisant la variation intra- et interspécifique, au profit des agriculteurs, notamment ceux qui créent et utilisent leurs propres variétés et appliquent des principes écologiques de maintien de la fertilité des sols et de lutte contre les maladies, les adventices et les organismes nuisibles;
c) promouvoir, selon qu'il convient, avec la participation des agriculteurs, notamment dans les pays en développement, les efforts de sélection qui renforcent la capacité de mise au point de variétés spécifiquement adaptées aux différentes conditions sociales, économiques et écologiques, y compris dans les zones marginales;
d) élargir la base génétique des plantes cultivées et accroître la diversité du matériel génétique mis à la disposition des agriculteurs;
e) promouvoir, selon qu'il convient, une utilisation accrue des plantes cultivées, des variétés et des espèces sous-utilisées, locales ou adaptées aux conditions locales;
f) encourager, selon qu'il convient, une plus grande utilisation de la diversité des variétés et espèces dans la gestion, la conservation et l'utilisation durable des plantes cultivées à la ferme et créer des liens étroits entre la sélection végétale et le développement agricole en vue de réduire la vulnérabilité des plantes cultivées et l'érosion génétique, et de promouvoir une production alimentaire mondiale accrue compatible avec un développement durable; et
g) surveiller et, selon qu'il convient, ajuster les stratégies de sélection et les réglementations concernant la mise en vente des variétés et la distribution des semences.
Nationale verplichtingen en internationale samenwerking.
Engagements nationaux et coopération internationale.
Art. 7. 7.1 Elke verdragsluitende partij dient, waar nodig, in haar beleid en programma's op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling activiteiten op te nemen die betrekking hebben op artikelen 5 en 6, en dient, rechtstreeks of via de FAO en andere relevante internationale organisaties, met andere verdragsluitende partijen samen te werken bij het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
7.2 De internationale samenwerking dient met name gericht te zijn op :
a) het ontwikkelen of versterken van de capaciteit van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie met betrekking tot het behoud en duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw;
b) het stimuleren van internationale activiteiten ter bevordering van behoud, evaluatie, documentatie, genetische verbetering, plantenveredeling en zadenvermeerdering; en, overeenkomstig Titel IV, het verspreiden, verschaffen van toegang tot en uitwisselen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en van passende informatie en technologie;
c) het in stand houden en versterken van institutionele mechanismen zoals voorzien in Titel V; en
d) het toepassen van het financieringsbeleid van artikel 18.
7.2 De internationale samenwerking dient met name gericht te zijn op :
a) het ontwikkelen of versterken van de capaciteit van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie met betrekking tot het behoud en duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw;
b) het stimuleren van internationale activiteiten ter bevordering van behoud, evaluatie, documentatie, genetische verbetering, plantenveredeling en zadenvermeerdering; en, overeenkomstig Titel IV, het verspreiden, verschaffen van toegang tot en uitwisselen van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en van passende informatie en technologie;
c) het in stand houden en versterken van institutionele mechanismen zoals voorzien in Titel V; en
d) het toepassen van het financieringsbeleid van artikel 18.
Art. 7. 7.1 Chaque Partie contractante incorpore, selon qu'il convient, dans ses politiques et programmes agricoles et de développement rural les activités visées aux Articles 5 et 6 et coopère avec les autres Parties contractantes, directement ou par l'intermédiaire de la FAO et d'autres d'organisations internationales compétentes, dans les domaines de la conservation et de l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
7.2 La coopération internationale a en particulier pour objet :
a) d'établir ou de renforcer la capacité des pays en développement et des pays en transition en ce qui concerne la conservation et l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
b) de renforcer les activités internationales visant à promouvoir la conservation, l'évaluation, la documentation, l'amélioration génétique, la sélection végétale, la multiplication des semences ainsi que, conformément à la Partie IV, le partage, l'accès à et l'échange de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et des informations et technologies appropriées;
c) de maintenir et de renforcer les arrangements institutionnels visés à la Partie V; et
d) de mettre en ouvre la stratégie de financement de l'article 18.
7.2 La coopération internationale a en particulier pour objet :
a) d'établir ou de renforcer la capacité des pays en développement et des pays en transition en ce qui concerne la conservation et l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
b) de renforcer les activités internationales visant à promouvoir la conservation, l'évaluation, la documentation, l'amélioration génétique, la sélection végétale, la multiplication des semences ainsi que, conformément à la Partie IV, le partage, l'accès à et l'échange de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et des informations et technologies appropriées;
c) de maintenir et de renforcer les arrangements institutionnels visés à la Partie V; et
d) de mettre en ouvre la stratégie de financement de l'article 18.
Technische bijstand.
Assistance technique.
Art. 8. De verdragsluitende partijen komen overeen het verlenen van technische bijstand aan met name verdragsluitende partijen die ontwikkelingslanden zijn of landen met een overgangseconomie, te bevorderen, bilateraal of via relevante internationale organisaties, om de toepassing van dit Verdrag te vergemakkelijken.
Art. 8. Les Parties contractantes conviennent de promouvoir l'octroi d'assistance technique aux Parties contractantes, notamment à celles qui sont des pays en développement ou des pays en transition, par le biais de l'aide bilatérale ou des organisations internationales appropriées, en vue de favoriser la mise en oeuvre du présent Traité.
TITEL III. - RECHTEN VAN DE BOER.
PARTIE III. - DROITS DES AGRICULTEURS.
Rechten van de boer.
Droits des agriculteurs.
Art. 9. 9.1 De verdragsluitende partijen erkennen de enorme bijdrage die de plaatselijke en inheemse gemeenschappen en boeren uit alle regio's van de wereld, met name van die boeren in de gebieden van oorsprong en gebieden met een diversiteit van gewassen, hebben geleverd en zullen blijven leveren, aan het behoud en de ontwikkeling van plantgenetische hulpbronnen die de basis vormen voor de voedingsmiddelen- en landbouwproductie over de hele wereld.
9.2 De verdragsluitende partijen komen overeen dat de verantwoordelijkheid voor het verwezenlijken van de rechten van de boer met betrekking tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw berust bij de nationale regeringen. Overeenkomstig de behoeften en prioriteiten van de boeren dient elke verdragsluitende partij, waar nodig en overeenkomstig de nationale wetgeving, passende maatregelen te treffen ter bescherming en bevordering van de rechten van de boer, waaronder :
a) bescherming van traditionele kennis die van belang is voor plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw;
b) het recht op billijke deelname aan de verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw; en
c) het recht om op nationaal niveau deel te nemen aan besluitvorming over zaken die betrekking hebben op het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
9.3 Niets in dit artikel moet worden uitgelegd als een beperking van welk recht dan ook van boeren op behoud, gebruik, uitwisseling en verkoop van zaden of materiaal ter vermeerdering voorbehouden aan boerderijen, overeenkomstig de nationale wetgeving en in voorkomende gevallen.
9.2 De verdragsluitende partijen komen overeen dat de verantwoordelijkheid voor het verwezenlijken van de rechten van de boer met betrekking tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw berust bij de nationale regeringen. Overeenkomstig de behoeften en prioriteiten van de boeren dient elke verdragsluitende partij, waar nodig en overeenkomstig de nationale wetgeving, passende maatregelen te treffen ter bescherming en bevordering van de rechten van de boer, waaronder :
a) bescherming van traditionele kennis die van belang is voor plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw;
b) het recht op billijke deelname aan de verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw; en
c) het recht om op nationaal niveau deel te nemen aan besluitvorming over zaken die betrekking hebben op het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
9.3 Niets in dit artikel moet worden uitgelegd als een beperking van welk recht dan ook van boeren op behoud, gebruik, uitwisseling en verkoop van zaden of materiaal ter vermeerdering voorbehouden aan boerderijen, overeenkomstig de nationale wetgeving en in voorkomende gevallen.
Art. 9. 9.1 Les Parties contractantes reconnaissent l'énorme contribution que les communautés locales et autochtones ainsi que les agriculteurs de toutes les régions du monde, et spécialement ceux des centres d'origine et de diversité des plantes cultivées, ont apportée et continueront d'apporter à la conservation et à la mise en valeur des ressources phytogénétiques qui constituent la base de la production alimentaire et agricole dans le monde entier.
9.2 Les Parties contractantes conviennent que la responsabilité de la réalisation des Droits des agriculteurs, pour ce qui est des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, est du ressort des gouvernements. En fonction de ses besoins et priorités, chaque Partie contractante devrait, selon qu'il convient et sous réserve de la législation nationale, prendre des mesures pour protéger et promouvoir les Droits des agriculteurs, y compris :
a) la protection des connaissances traditionnelles présentant un intérêt pour les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
b) le droit de participer équitablement au partage des avantages découlant de l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
c) le droit de participer à la prise de décisions, au niveau national, sur les questions relatives à la conservation et à l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
9.3 Rien dans cet Article ne devra être interprété comme limitant les droits que peuvent avoir les agriculteurs de conserver, d'utiliser, d'échanger et de vendre des semences de ferme ou du matériel de multiplication, sous réserve des dispositions de la législation nationale et selon qu'il convient.
9.2 Les Parties contractantes conviennent que la responsabilité de la réalisation des Droits des agriculteurs, pour ce qui est des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, est du ressort des gouvernements. En fonction de ses besoins et priorités, chaque Partie contractante devrait, selon qu'il convient et sous réserve de la législation nationale, prendre des mesures pour protéger et promouvoir les Droits des agriculteurs, y compris :
a) la protection des connaissances traditionnelles présentant un intérêt pour les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
b) le droit de participer équitablement au partage des avantages découlant de l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture;
c) le droit de participer à la prise de décisions, au niveau national, sur les questions relatives à la conservation et à l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
9.3 Rien dans cet Article ne devra être interprété comme limitant les droits que peuvent avoir les agriculteurs de conserver, d'utiliser, d'échanger et de vendre des semences de ferme ou du matériel de multiplication, sous réserve des dispositions de la législation nationale et selon qu'il convient.
TITEL IV. - MULTILATERAAL SYSTEEM VAN TOEGANG TOT EN VERDELING VAN VOORDELEN.
PARTIE IV. - SYSTEME MULTILATERAL D'ACCES ET DE PARTAGE DES AVANTAGES.
Multilateraal systeem van toegang tot en verdeling van voordelen.
Système multilatéral d'accès et de partage des avantages.
Art. 10. 10.1 In hun betrekkingen met andere staten erkennen de verdragsluitende partijen de soevereine rechten van staten op hun eigen plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en dat de bevoegdheid om te bepalen wie toegang heeft tot die hulpbronnen bij de nationale autoriteiten ligt en onderworpen is aan nationale wetgeving.
10.2 In de uitoefening van hun soevereine rechten komen de verdragsluitende partijen overeen een efficiënt, doeltreffend en transparant multilateraal systeem te ontwikkelen om de toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te vergemakkelijken, en op een eerlijke en billijke wijze de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van die hulpbronnen te verdelen, op basis van complementariteit en wederzijdse versterking.
10.2 In de uitoefening van hun soevereine rechten komen de verdragsluitende partijen overeen een efficiënt, doeltreffend en transparant multilateraal systeem te ontwikkelen om de toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te vergemakkelijken, en op een eerlijke en billijke wijze de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van die hulpbronnen te verdelen, op basis van complementariteit en wederzijdse versterking.
Art. 10. 10.1 Dans leurs relations avec les autres Etats, les Parties contractantes reconnaissent les droits souverains des Etats sur leurs propres ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, y compris le fait que le pouvoir de déterminer l'accès à ces ressources appartient aux gouvernements et relève de la législation nationale.
10.2 Dans l'exercice de leurs droits souverains, les Parties contractantes conviennent d'établir un système multilatéral qui soit efficient, efficace et transparent, tant pour favoriser l'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture que pour partager, de façon juste et équitable, les avantages découlant de l'utilisation de ces ressources, dans une perspective complémentaire et de renforcement mutuel.
10.2 Dans l'exercice de leurs droits souverains, les Parties contractantes conviennent d'établir un système multilatéral qui soit efficient, efficace et transparent, tant pour favoriser l'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture que pour partager, de façon juste et équitable, les avantages découlant de l'utilisation de ces ressources, dans une perspective complémentaire et de renforcement mutuel.
Bereik van het multilateraal systeem.
Couverture du Système multilatéral.
Art. 11. 11.1 Om de doelstellingen van het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik ervan, zoals bepaald in artikel 1, te kunnen bereiken, is het multilateraal systeem van toepassing op de in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, zoals vastgesteld overeenkomstig criteria voor voedselzekerheid en onderlinge afhankelijkheid.
11.2 Het in artikel 11, lid 1 genoemd multilateraal systeem dient alle in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te bevatten die onder beheer en toezicht van de verdragsluitende partijen staan en publiek domein zijn. Om een zo groot mogelijke toepassing van het multilateraal systeem te bewerkstelligen, verzoeken de verdragsluitende partijen alle overige bezitters van de in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die hulpbronnen te laten opnemen in het multilateraal systeem.
11.3 De verdragsluitende partijen komen tevens overeen om passende maatregelen te treffen om natuurlijke personen en rechtspersonen in hun ambtsgebied die in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bezitten, aan te moedigen om deze hulpbronnen te laten opnemen in het multilateraal systeem.
11.4 Binnen twee jaar na inwerkingtreding van het Verdrag dient het bestuursorgaan de vorderingen die gemaakt zijn bij het opnemen in het multilateraal systeem van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 3, te evalueren. Op grond van deze evaluatie beslist het bestuursorgaan of natuurlijke personen en rechtspersonen waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 3, en die genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw niet hebben laten opnemen in het multilateraal systeem, toegang moeten blijven houden tot dit systeem, of dat er andere passende maatregelen dienen te worden getroffen.
11.5 Het multilateraal systeem moet ook de in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bevatten die in stand worden gehouden in verzamelingen ex situ van de internationale instituten voor landbouwonderzoek van de Adviesgroep inzake Internationaal Landbouwonderzoek (GCRAI), zoals bepaald in artikel 15, lid 1, onder a), en door andere internationale instellingen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, lid 5.
Verschaffen van toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw binnen het multilateraal systeem
11.2 Het in artikel 11, lid 1 genoemd multilateraal systeem dient alle in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te bevatten die onder beheer en toezicht van de verdragsluitende partijen staan en publiek domein zijn. Om een zo groot mogelijke toepassing van het multilateraal systeem te bewerkstelligen, verzoeken de verdragsluitende partijen alle overige bezitters van de in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die hulpbronnen te laten opnemen in het multilateraal systeem.
11.3 De verdragsluitende partijen komen tevens overeen om passende maatregelen te treffen om natuurlijke personen en rechtspersonen in hun ambtsgebied die in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bezitten, aan te moedigen om deze hulpbronnen te laten opnemen in het multilateraal systeem.
11.4 Binnen twee jaar na inwerkingtreding van het Verdrag dient het bestuursorgaan de vorderingen die gemaakt zijn bij het opnemen in het multilateraal systeem van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 3, te evalueren. Op grond van deze evaluatie beslist het bestuursorgaan of natuurlijke personen en rechtspersonen waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 3, en die genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw niet hebben laten opnemen in het multilateraal systeem, toegang moeten blijven houden tot dit systeem, of dat er andere passende maatregelen dienen te worden getroffen.
11.5 Het multilateraal systeem moet ook de in Aanhangsel I genoemde plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bevatten die in stand worden gehouden in verzamelingen ex situ van de internationale instituten voor landbouwonderzoek van de Adviesgroep inzake Internationaal Landbouwonderzoek (GCRAI), zoals bepaald in artikel 15, lid 1, onder a), en door andere internationale instellingen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, lid 5.
Verschaffen van toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw binnen het multilateraal systeem
Art. 11. 11.1 Pour atteindre les objectifs de conservation et d'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, et de partage juste et équitable des avantages découlant de leur utilisation, comme indiqué à l'article 1er, le Système multilatéral s'applique aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe I sur la base des critères de sécurité alimentaire et d'interdépendance.
11.2 Le Système multilatéral, tel qu'indiqué à l'article 11.1, englobe toutes les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire qui sont gérées et administrées par les Parties contractantes et relèvent du domaine public. Afin de parvenir à la couverture la plus complète possible, les Parties contractantes invitent tous les autres détenteurs de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire à incorporer ces ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture au Système multilatéral.
11.3 Les Parties contractantes conviennent en outre de prendre les mesures appropriées pour encourager les personnes physiques et morales relevant de leur juridiction qui détiennent des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire à incorporer de telles ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le Système multilatéral.
11.4 Dans les deux ans qui suivent l'entrée en vigueur du Traité, l'Organe directeur évalue les progrès réalisés dans l'inclusion dans le Système multilatéral des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture visées à l'article 11.3. Suite à cette évaluation, l'Organe directeur décide si l'accès continue d'être facilité pour les personnes physiques et morales visées à l'article 12.3 qui n'ont pas inclus lesdites ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le Système multilatéral, ou s'il prend toute autre mesure qu'il juge appropriée.
11.5 Le Système multilatéral englobe également les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire et maintenues dans les collections ex situ des Centres internationaux de recherche agronomique du Groupe consultatif pour la recherche agricole internationale (GCRAI), comme prévu à l'article 15.1a, et dans d'autres institutions internationales, conformément à l'article 15.5.
Accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture au sein du Système multilatéral
11.2 Le Système multilatéral, tel qu'indiqué à l'article 11.1, englobe toutes les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire qui sont gérées et administrées par les Parties contractantes et relèvent du domaine public. Afin de parvenir à la couverture la plus complète possible, les Parties contractantes invitent tous les autres détenteurs de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire à incorporer ces ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture au Système multilatéral.
11.3 Les Parties contractantes conviennent en outre de prendre les mesures appropriées pour encourager les personnes physiques et morales relevant de leur juridiction qui détiennent des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire à incorporer de telles ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le Système multilatéral.
11.4 Dans les deux ans qui suivent l'entrée en vigueur du Traité, l'Organe directeur évalue les progrès réalisés dans l'inclusion dans le Système multilatéral des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture visées à l'article 11.3. Suite à cette évaluation, l'Organe directeur décide si l'accès continue d'être facilité pour les personnes physiques et morales visées à l'article 12.3 qui n'ont pas inclus lesdites ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le Système multilatéral, ou s'il prend toute autre mesure qu'il juge appropriée.
11.5 Le Système multilatéral englobe également les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire et maintenues dans les collections ex situ des Centres internationaux de recherche agronomique du Groupe consultatif pour la recherche agricole internationale (GCRAI), comme prévu à l'article 15.1a, et dans d'autres institutions internationales, conformément à l'article 15.5.
Accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture au sein du Système multilatéral
Art. 12. 12.1 De verdragsluitende partijen komen overeen dat toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw binnen het multilateraal systeem zoals omschreven in artikel 11, wordt verschaft overeenkomstig de bepalingen in dit Verdrag.
12.2 De verdragsluitende partijen komen overeen de noodzakelijke juridische maatregelen of andere passende maatregelen te treffen om genoemde toegang te verschaffen aan andere verdragsluitende partijen door middel van het multilateraal systeem. Te dien einde dient genoemde toegang ook te worden verschaft aan natuurlijke personen en rechtspersonen onder jurisdictie van een verdragsluitende partij, met toepassing van het bepaalde in artikel 11, lid 4.
12.3 Genoemde toegang wordt verschaft op grond van de volgende voorwaarden :
a) Toegang wordt alleen verschaft voor gebruik en behoud voor onderzoek, veredeling en scholing ten behoeve van voeding en landbouw, mits dit doel geen chemische, farmaceutische en/of andere industriële toepassingen inhoudt die niet op voedingsmiddelen noch veevoeder zijn gericht. In het geval van gewassen met meervoudige toepassingen (al dan niet voor voedingsdoeleinden) is het belang van die gewassen voor de voedselzekerheid de bepalende factor voor opneming ervan in het multilateraal systeem en voor het al dan niet beschikbaar zijn voor toegankelijkheid;
b) Toegang wordt prompt verschaft, zonder dat de oorsprong van elk monster hoeft te worden vastgesteld, en kosteloos, of, indien er kosten worden berekend, mogen deze de betreffende minimumkosten niet overtreffen;
c) Alle beschikbare paspoortgegevens en, overeenkomstig geldende wetgeving, alle andere daarmee verband houdende beschikbare niet vertrouwelijke informatie worden verschaft met de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw waarin is voorzien;
d) Ontvangers mogen geen enkel recht op intellectuele eigendom opeisen of andere rechten die een beperking inhouden van de toegang tot de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, of de genetische delen of bestanddelen daarvan, in de vorm zoals ze zijn opgenomen in het multilateraal systeem;
e) Toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zich in de ontwikkelingsfase bevinden, waaronder het materiaal dat boeren aan het ontwikkelen zijn, wordt verschaft gedurende de ontwikkelingsfase, en of deze wordt verschaft wordt bepaald door degene die het materiaal ontwikkelt;
f) Toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die beschermd worden door rechten op intellectuele eigendom of rechten van andere aard, dient in overeenstemming te zijn met relevante internationale overeenkomsten en de vigerende nationale wetgeving;
g) Ontvangers van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw waartoe zij toegang hebben gekregen op grond van het multilateraal systeem, en die die hulpbronnen in stand hebben gehouden, dienen deze hulpbronnen ter beschikking te blijven stellen van het multilateraal systeem, overeenkomstig het bepaalde in dit Verdrag; en
h) onverminderd de overige bepalingen in dit artikel, komen de verdragsluitende partijen overeen dat toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in in situ -omstandigheden wordt verschaft overeenkomstig de nationale wetgeving of, bij het ontbreken hiervan, overeenkomstig voorschriften die het bestuursorgaan kan vaststellen.
12.4 Te dien einde dient, overeenkomstig het bepaalde in bovengenoemd artikel 12, lid 2, en artikel 12, lid 3, toegang te worden verschaft conform een modelovereenkomst inzake overdracht van materiaal (MTA), dat moet worden goedgekeurd door het bestuursorgaan en dat de bepalingen van artikel 12, lid 3, onder a), d) en g), dient te bevatten, alsmede de bepalingen met betrekking tot de verdeling van voordelen zoals genoemd in artikel 13, lid 2, onder d) (ii), en andere relevante bepalingen in dit Verdrag, alsmede de bepaling dat de ontvanger van de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw dient te eisen dat de voorwaarden van de Overeenkomst inzake overdracht van materiaal van toepassing zijn op de overdracht van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw aan een andere persoon of een ander orgaan, alsmede op alle volgende overdrachten van die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
12.5 De verdragsluitende partijen waarborgen dat in hun rechtstelsel de mogelijkheid bestaat om beroep in te dienen, overeenkomstig toepasselijke wettelijke vereisten, ingeval er zich contractuele geschillen voordoen in het kader van genoemde Overeenkomsten inzake overdracht van materiaal, erkennend dat verplichtingen die voortvloeien uit deze Overeenkomsten uitsluitend betrekking hebben op partijen in die Overeenkomsten.
12.6 De verdragsluitende partijen komen overeen dat in noodgevallen ten gevolge van rampen toegang tot passende plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw van het multilateraal systeem wordt verschaft om een bijdrage te leveren aan het herstel van landbouwsystemen, in samenwerking met de hulpverlenende coördinatoren.
12.2 De verdragsluitende partijen komen overeen de noodzakelijke juridische maatregelen of andere passende maatregelen te treffen om genoemde toegang te verschaffen aan andere verdragsluitende partijen door middel van het multilateraal systeem. Te dien einde dient genoemde toegang ook te worden verschaft aan natuurlijke personen en rechtspersonen onder jurisdictie van een verdragsluitende partij, met toepassing van het bepaalde in artikel 11, lid 4.
12.3 Genoemde toegang wordt verschaft op grond van de volgende voorwaarden :
a) Toegang wordt alleen verschaft voor gebruik en behoud voor onderzoek, veredeling en scholing ten behoeve van voeding en landbouw, mits dit doel geen chemische, farmaceutische en/of andere industriële toepassingen inhoudt die niet op voedingsmiddelen noch veevoeder zijn gericht. In het geval van gewassen met meervoudige toepassingen (al dan niet voor voedingsdoeleinden) is het belang van die gewassen voor de voedselzekerheid de bepalende factor voor opneming ervan in het multilateraal systeem en voor het al dan niet beschikbaar zijn voor toegankelijkheid;
b) Toegang wordt prompt verschaft, zonder dat de oorsprong van elk monster hoeft te worden vastgesteld, en kosteloos, of, indien er kosten worden berekend, mogen deze de betreffende minimumkosten niet overtreffen;
c) Alle beschikbare paspoortgegevens en, overeenkomstig geldende wetgeving, alle andere daarmee verband houdende beschikbare niet vertrouwelijke informatie worden verschaft met de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw waarin is voorzien;
d) Ontvangers mogen geen enkel recht op intellectuele eigendom opeisen of andere rechten die een beperking inhouden van de toegang tot de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, of de genetische delen of bestanddelen daarvan, in de vorm zoals ze zijn opgenomen in het multilateraal systeem;
e) Toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zich in de ontwikkelingsfase bevinden, waaronder het materiaal dat boeren aan het ontwikkelen zijn, wordt verschaft gedurende de ontwikkelingsfase, en of deze wordt verschaft wordt bepaald door degene die het materiaal ontwikkelt;
f) Toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die beschermd worden door rechten op intellectuele eigendom of rechten van andere aard, dient in overeenstemming te zijn met relevante internationale overeenkomsten en de vigerende nationale wetgeving;
g) Ontvangers van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw waartoe zij toegang hebben gekregen op grond van het multilateraal systeem, en die die hulpbronnen in stand hebben gehouden, dienen deze hulpbronnen ter beschikking te blijven stellen van het multilateraal systeem, overeenkomstig het bepaalde in dit Verdrag; en
h) onverminderd de overige bepalingen in dit artikel, komen de verdragsluitende partijen overeen dat toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in in situ -omstandigheden wordt verschaft overeenkomstig de nationale wetgeving of, bij het ontbreken hiervan, overeenkomstig voorschriften die het bestuursorgaan kan vaststellen.
12.4 Te dien einde dient, overeenkomstig het bepaalde in bovengenoemd artikel 12, lid 2, en artikel 12, lid 3, toegang te worden verschaft conform een modelovereenkomst inzake overdracht van materiaal (MTA), dat moet worden goedgekeurd door het bestuursorgaan en dat de bepalingen van artikel 12, lid 3, onder a), d) en g), dient te bevatten, alsmede de bepalingen met betrekking tot de verdeling van voordelen zoals genoemd in artikel 13, lid 2, onder d) (ii), en andere relevante bepalingen in dit Verdrag, alsmede de bepaling dat de ontvanger van de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw dient te eisen dat de voorwaarden van de Overeenkomst inzake overdracht van materiaal van toepassing zijn op de overdracht van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw aan een andere persoon of een ander orgaan, alsmede op alle volgende overdrachten van die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
12.5 De verdragsluitende partijen waarborgen dat in hun rechtstelsel de mogelijkheid bestaat om beroep in te dienen, overeenkomstig toepasselijke wettelijke vereisten, ingeval er zich contractuele geschillen voordoen in het kader van genoemde Overeenkomsten inzake overdracht van materiaal, erkennend dat verplichtingen die voortvloeien uit deze Overeenkomsten uitsluitend betrekking hebben op partijen in die Overeenkomsten.
12.6 De verdragsluitende partijen komen overeen dat in noodgevallen ten gevolge van rampen toegang tot passende plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw van het multilateraal systeem wordt verschaft om een bijdrage te leveren aan het herstel van landbouwsystemen, in samenwerking met de hulpverlenende coördinatoren.
Art. 12. 12.1 Les Parties contractantes conviennent que l'accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le cadre du Système multilatéral, tel que défini à l'article 11, se fait conformément aux dispositions du présent Traité.
12.2 Les Parties contractantes conviennent de prendre les mesures juridiques ou autres mesures appropriées nécessaires pour accorder cet accès aux autres Parties contractantes grâce au Système multilatéral. A cet effet, cet accès est également accordé aux personnes physiques et morales relevant de la juridiction de toute Partie contractante, sous réserve des dispositions de l'article 12.4.
12.3 Cet accès est accordé conformément aux conditions énoncées ci-après :
a) L'accès est accordé lorsqu'il a pour seule fin la conservation et l'utilisation pour la recherche, la sélection et la formation pour l'alimentation et l'agriculture, à condition qu'il ne soit pas destiné à des utilisations chimiques ou pharmaceutiques, ni à d'autres utilisations industrielles non alimentaires et non fourragères. Dans le cas des plantes cultivées à usages multiples (alimentaires et non alimentaires), leur inclusion dans le Système multilatéral et l'applicabilité du régime d'accès facilité dépend de leur importance pour la sécurité alimentaire;
b) L'accès est accordé rapidement, sans qu'il soit nécessaire de suivre individuellement les entrées, et gratuitement ou, lorsqu'un paiement pour frais est requis, il ne doit pas dépasser les coûts minimaux engagés;
c) Toutes les données de passeport disponibles et, sous réserve de la législation en vigueur, toute autre information descriptive associée disponible et non confidentielle sont mises à disposition avec les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture fournies;
d) Les bénéficiaires ne peuvent revendiquer aucun droit de propriété intellectuelle ou autre droit limitant l'accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture ou à leurs parties ou composantes génétiques, sous la forme reçue du Système multilatéral;
e) L'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture en cours de mise au point, y compris au matériel en cours de mise au point par les agriculteurs, reste à la discrétion des obtenteurs, pendant la période de leur mise au point;
f) L'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture protégées par des droits de propriété intellectuelle et autres droits de propriété est donné en conformité aux accords internationaux et aux lois nationales pertinents;
g) Les bénéficiaires des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture pour lesquelles l'accès est consenti dans le cadre du Système multilatéral et qui sont conservées les tiennent à la disposition du Système multilatéral, en conformité aux dispositions du présent Traité;
h) Sans préjudice des autres dispositions du présent article, les Parties contractantes conviennent que l'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture in situ est octroyé en conformité à la législation nationale ou, en l'absence d'une telle législation, en conformité aux normes que peut établir l'Organe directeur.
12.4 A cet effet, l'accès facilité, conformément aux articles 12.2 et 12.3 plus haut, est accordé conformément à un accord type de transfert de matériel (ATM) adopté par l'Organe directeur et qui reprend les dispositions de l'article 12.3a, d et g, ainsi que les dispositions relatives au partage des avantages énoncées à l'article 13.2d ii) et les autres dispositions pertinentes de ce Traité, ainsi que la disposition indiquant que le bénéficiaire des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture doit requérir que les conditions de l'ATM s'appliquent au transfert des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture à une autre personne ou entité, ainsi qu'à tout transfert ultérieur de ces ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
12.5 Les Parties contractantes veillent à ce qu'il soit possible de faire recours, en conformité avec les dispositions juridictionnelles applicables, dans leur système juridique, en cas de différends contractuels découlant de ces ATM. reconnaissant que les obligations découlant de ces ATM incombent exclusivement aux parties prenantes à ces ATM.
12.6 Dans les situations d'urgence dues à des catastrophes, les Parties contractantes conviennent d'accorder un accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture appropriées dans le cadre du Système multilatéral afin de contribuer à la remise en état des systèmes agricoles, en coopération avec les coordonnateurs des secours.
12.2 Les Parties contractantes conviennent de prendre les mesures juridiques ou autres mesures appropriées nécessaires pour accorder cet accès aux autres Parties contractantes grâce au Système multilatéral. A cet effet, cet accès est également accordé aux personnes physiques et morales relevant de la juridiction de toute Partie contractante, sous réserve des dispositions de l'article 12.4.
12.3 Cet accès est accordé conformément aux conditions énoncées ci-après :
a) L'accès est accordé lorsqu'il a pour seule fin la conservation et l'utilisation pour la recherche, la sélection et la formation pour l'alimentation et l'agriculture, à condition qu'il ne soit pas destiné à des utilisations chimiques ou pharmaceutiques, ni à d'autres utilisations industrielles non alimentaires et non fourragères. Dans le cas des plantes cultivées à usages multiples (alimentaires et non alimentaires), leur inclusion dans le Système multilatéral et l'applicabilité du régime d'accès facilité dépend de leur importance pour la sécurité alimentaire;
b) L'accès est accordé rapidement, sans qu'il soit nécessaire de suivre individuellement les entrées, et gratuitement ou, lorsqu'un paiement pour frais est requis, il ne doit pas dépasser les coûts minimaux engagés;
c) Toutes les données de passeport disponibles et, sous réserve de la législation en vigueur, toute autre information descriptive associée disponible et non confidentielle sont mises à disposition avec les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture fournies;
d) Les bénéficiaires ne peuvent revendiquer aucun droit de propriété intellectuelle ou autre droit limitant l'accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture ou à leurs parties ou composantes génétiques, sous la forme reçue du Système multilatéral;
e) L'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture en cours de mise au point, y compris au matériel en cours de mise au point par les agriculteurs, reste à la discrétion des obtenteurs, pendant la période de leur mise au point;
f) L'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture protégées par des droits de propriété intellectuelle et autres droits de propriété est donné en conformité aux accords internationaux et aux lois nationales pertinents;
g) Les bénéficiaires des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture pour lesquelles l'accès est consenti dans le cadre du Système multilatéral et qui sont conservées les tiennent à la disposition du Système multilatéral, en conformité aux dispositions du présent Traité;
h) Sans préjudice des autres dispositions du présent article, les Parties contractantes conviennent que l'accès aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture in situ est octroyé en conformité à la législation nationale ou, en l'absence d'une telle législation, en conformité aux normes que peut établir l'Organe directeur.
12.4 A cet effet, l'accès facilité, conformément aux articles 12.2 et 12.3 plus haut, est accordé conformément à un accord type de transfert de matériel (ATM) adopté par l'Organe directeur et qui reprend les dispositions de l'article 12.3a, d et g, ainsi que les dispositions relatives au partage des avantages énoncées à l'article 13.2d ii) et les autres dispositions pertinentes de ce Traité, ainsi que la disposition indiquant que le bénéficiaire des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture doit requérir que les conditions de l'ATM s'appliquent au transfert des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture à une autre personne ou entité, ainsi qu'à tout transfert ultérieur de ces ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
12.5 Les Parties contractantes veillent à ce qu'il soit possible de faire recours, en conformité avec les dispositions juridictionnelles applicables, dans leur système juridique, en cas de différends contractuels découlant de ces ATM. reconnaissant que les obligations découlant de ces ATM incombent exclusivement aux parties prenantes à ces ATM.
12.6 Dans les situations d'urgence dues à des catastrophes, les Parties contractantes conviennent d'accorder un accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture appropriées dans le cadre du Système multilatéral afin de contribuer à la remise en état des systèmes agricoles, en coopération avec les coordonnateurs des secours.
Verdeling van voordelen in het multilateraal systeem.
Partage des avantages dans le système multilatéral.
Art. 13. 13.1 De verdragsluitende partijen erkennen dat de betere toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in het multilateraal systeem op zichzelf een belangrijk voordeel is van het multilateraal systeem, en komen overeen dat voordelen die hieruit voortvloeien op een eerlijke en billijke wijze worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen in dit artikel.
13.2 De verdragsluitende partijen komen overeen dat voordelen die voortvloeien uit het gebruik, inclusief het commerciële gebruik, van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in het multilateraal systeem, eerlijk en billijk dienen te worden verdeeld door middel van de volgende mechanismen : uitwisseling van informatie, toegang tot en overdracht van technologie, capaciteitsopbouw en verdeling van de voordelen die voortvloeien uit commercialisering, rekening houdend met de activiteiten die de voorkeur genieten in het lopende wereldactieplan en onder leiding van het bestuursorgaan :
a) Uitwisseling van informatie
De verdragsluitende partijen komen overeen informatie ter beschikking te stellen die, onder andere, bestaat uit catalogi en inventarislijsten, informatie over technologieën, resultaten van technisch, wetenschappelijk en sociaal-economisch onderzoek, waaronder karakterisering, evaluatie en gebruik, met betrekking tot de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die vallen onder het multilateraal systeem. Deze informatie, voor zover niet vertrouwelijk, dient ter beschikking te worden gesteld conform geldende wetgeving en overeenkomstig nationale bevoegdheden. Genoemde informatie dient ter beschikking te worden gesteld aan alle verdragsluitende partijen in dit Verdrag door middel van het informatiesysteem zoals beschreven in artikel 17.
b) Toegang tot en overdracht van technologie
i) De verdragsluitende partijen verbinden zich om toegang te verschaffen en/of te vergemakkelijken tot technologieën ten behoeve van het behoud, de karakterisering, de evaluatie en het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die vallen onder het multilateraal systeem. Erkennend dat bepaalde technologieën slechts kunnen worden overgedragen door middel van genetisch materiaal, dienen de verdragsluitende partijen toegang te verschaffen en/of te vergemakkelijken tot die technologieën en dat genetisch materiaal die zijn opgenomen in het multilateraal systeem, en tot veredelde variëteiten en genetisch materiaal dat is ontwikkeld door middel van het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die vallen onder het multilateraal systeem, overeenkomstig de bepalingen in artikel 12. Toegang tot deze technologieën, veredelde variëteiten en genetisch materiaal dient te worden verschaft en/of vergemakkelijkt met inachtneming van de van toepassing zijnde rechten op eigendom en toepasselijke wetgeving inzake toegang, en overeenkomstig nationale bevoegdheden.
ii) Toegang tot en overdracht van technologie naar landen, in het bijzonder naar ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, dienen te worden gerealiseerd door middel van een aantal maatregelen, zoals het opstellen en in stand houden van thematische, op gewassen gebaseerde, groepen betreffende het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en het deelnemen aan die groepen, alle soorten partnerschappen in onderzoek, ontwikkeling en joint ventures die betrekking hebben op het ontvangen materiaal, verbetering van menselijk potentieel en doelmatige toegang tot onderzoeksfaciliteiten;
iii) Toegang tot en overdracht van technologieën zoals genoemd in lid (i) en (ii) hierboven, waaronder technologie die wordt beschermd door rechten op intellectuele eigendom, naar verdragsluitende partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name naar minder ontwikkelde landen en landen met een overgangseconomie, worden verschaft en/of vergemakkelijkt onder billijke en zeer gunstige voorwaarden, vooral in het geval van technologieën die worden gebruikt bij het behoud, alsmede technologieën ten gunste van boeren in ontwikkelingslanden, in het bijzonder in minder ontwikkelde landen en landen met een overgangseconomie, en onder gunstige en preferentiële voorwaarden, in geval van wederzijdse overeenstemming, onder andere door middel van partnerschappen voor onderzoek en ontwikkeling in het kader van het multilateraal systeem. Genoemde toegang en overdracht worden verschaft onder voorwaarden die de adequate en doelmatige bescherming van de rechten op intellectuele eigendom erkennen en daarmee in overeenstemming zijn.
c) Capaciteitsopbouw
Rekening houdend met de behoeften van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, die tot uitdrukking worden gebracht in de prioriteit die zij geven aan capaciteitsopbouw met betrekking tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in hun plannen en programma's, indien van kracht, komen de verdragsluitende partijen met betrekking tot de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in het multilateraal systeem overeen om prioriteit te geven aan : i) het opzetten en/of versterken van programma's voor wetenschappelijk en technisch onderwijs en scholing in het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, ii) het opzetten en versterken van faciliteiten voor behoud en duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, met name in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, en iii) het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, bij voorkeur en indien mogelijk in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, in samenwerking met instellingen in die landen, en het ontwikkelen van capaciteit voor dergelijk onderzoek in sectoren waar dit onderzoek nodig is.
d) Verdeling van geldopbrengsten en andere voordelen die voortvloeien uit commercialisering
i) In het kader van het multilateraal systeem komen de verdragsluitende partijen overeen maatregelen te treffen ter verdeling van commerciële voordelen, door de openbare en de particuliere sector te betrekken bij activiteiten die worden omschreven in dit artikel, door middel van partnerschappen en samenwerking, ook met de particuliere sector in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, voor het ontwikkelen van onderzoek en technologie.
ii) De verdragsluitende landen komen overeen dat in de modelovereenkomst inzake overdracht van materiaal waarnaar wordt verwezen in artikel 12, lid 4, een bepaling dient te worden opgenomen dat een ontvanger die een product op de markt brengt dat een plantgenetische hulpbron is voor voeding en landbouw en dat materiaal bevat uit het multilateraal systeem, een redelijk deel van de voordelen uit de commercialisering van dat product dient te betalen aan het mechanisme waarnaar wordt verwezen in artikel 19, lid 3, onder f), behalve als dat product zonder restricties ter beschikking is gesteld aan anderen voor nader onderzoek en verdere veredeling, in welk geval de ontvanger die het op de markt brengt wordt aangemoedigd om die betaling te verrichten.
Het bestuursorgaan bepaalt op zijn eerste vergadering de hoogte, de vorm en de wijze van betalen, conform handelsgebruik. Het bestuursorgaan kan, indien gewenst, besluiten om verschillende bedragen vast te stellen voor verschillende categorieën ontvangers die genoemde producten op de markt brengen; ook kan het bestuursorgaan beslissen of het nodig is om kleine boeren in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie vrij te stellen van deze betalingen. Het bestuursorgaan kan incidenteel de hoogten van de betalingen herzien om een eerlijke en billijke verdeling van de voordelen te bewerkstelligen, en het kan tevens, binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, bepalen of de bepaling van verplichte betaling in de Overeenkomst inzake overdracht van materiaal ook van toepassing is op die gevallen waarin die op de markt gebrachte producten zonder voorbehoud ter beschikking staan van anderen voor nader onderzoek en verdere veredeling.
13.3 De verdragsluitende partijen komen overeen dat voordelen die voortvloeien uit het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in het multilateraal systeem, in de eerste plaats, direct of indirect, bestemd zijn voor boeren in alle landen, met name in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in stand houden en duurzaam gebruiken.
13.4 Het bestuursorgaan dient op zijn eerste vergadering het relevante beleid en de relevante criteria voor specifieke bijstand te bestuderen, in het kader van het overeengekomen financieringsbeleid zoals vastgesteld in artikel 18, voor het behoud van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in ontwikkelingslanden en in landen met een overgangseconomie, die een belangrijke bijdrage leveren aan de diversiteit van in het multilateraal systeem opgenomen plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en/of specifieke behoeften hebben.
13.5 De verdragsluitende partijen erkennen dat het vermogen om het Wereldactieplan volledig toe te passen, in het bijzonder van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, in hoge mate afhangt van de doelmatige toepassing van dit artikel en van het financieringsbeleid zoals bepaald in artikel 18.
13.6 De verdragsluitende partijen dienen modaliteiten van een strategie inzake vrijwillige bijdragen voor verdeling van voordelen te onderzoeken, waarbij voedselproducerende landen die voordeel hebben van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw dienen mee te werken aan het multilateraal systeem.
13.2 De verdragsluitende partijen komen overeen dat voordelen die voortvloeien uit het gebruik, inclusief het commerciële gebruik, van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in het multilateraal systeem, eerlijk en billijk dienen te worden verdeeld door middel van de volgende mechanismen : uitwisseling van informatie, toegang tot en overdracht van technologie, capaciteitsopbouw en verdeling van de voordelen die voortvloeien uit commercialisering, rekening houdend met de activiteiten die de voorkeur genieten in het lopende wereldactieplan en onder leiding van het bestuursorgaan :
a) Uitwisseling van informatie
De verdragsluitende partijen komen overeen informatie ter beschikking te stellen die, onder andere, bestaat uit catalogi en inventarislijsten, informatie over technologieën, resultaten van technisch, wetenschappelijk en sociaal-economisch onderzoek, waaronder karakterisering, evaluatie en gebruik, met betrekking tot de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die vallen onder het multilateraal systeem. Deze informatie, voor zover niet vertrouwelijk, dient ter beschikking te worden gesteld conform geldende wetgeving en overeenkomstig nationale bevoegdheden. Genoemde informatie dient ter beschikking te worden gesteld aan alle verdragsluitende partijen in dit Verdrag door middel van het informatiesysteem zoals beschreven in artikel 17.
b) Toegang tot en overdracht van technologie
i) De verdragsluitende partijen verbinden zich om toegang te verschaffen en/of te vergemakkelijken tot technologieën ten behoeve van het behoud, de karakterisering, de evaluatie en het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die vallen onder het multilateraal systeem. Erkennend dat bepaalde technologieën slechts kunnen worden overgedragen door middel van genetisch materiaal, dienen de verdragsluitende partijen toegang te verschaffen en/of te vergemakkelijken tot die technologieën en dat genetisch materiaal die zijn opgenomen in het multilateraal systeem, en tot veredelde variëteiten en genetisch materiaal dat is ontwikkeld door middel van het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die vallen onder het multilateraal systeem, overeenkomstig de bepalingen in artikel 12. Toegang tot deze technologieën, veredelde variëteiten en genetisch materiaal dient te worden verschaft en/of vergemakkelijkt met inachtneming van de van toepassing zijnde rechten op eigendom en toepasselijke wetgeving inzake toegang, en overeenkomstig nationale bevoegdheden.
ii) Toegang tot en overdracht van technologie naar landen, in het bijzonder naar ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, dienen te worden gerealiseerd door middel van een aantal maatregelen, zoals het opstellen en in stand houden van thematische, op gewassen gebaseerde, groepen betreffende het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw en het deelnemen aan die groepen, alle soorten partnerschappen in onderzoek, ontwikkeling en joint ventures die betrekking hebben op het ontvangen materiaal, verbetering van menselijk potentieel en doelmatige toegang tot onderzoeksfaciliteiten;
iii) Toegang tot en overdracht van technologieën zoals genoemd in lid (i) en (ii) hierboven, waaronder technologie die wordt beschermd door rechten op intellectuele eigendom, naar verdragsluitende partijen die ontwikkelingslanden zijn, met name naar minder ontwikkelde landen en landen met een overgangseconomie, worden verschaft en/of vergemakkelijkt onder billijke en zeer gunstige voorwaarden, vooral in het geval van technologieën die worden gebruikt bij het behoud, alsmede technologieën ten gunste van boeren in ontwikkelingslanden, in het bijzonder in minder ontwikkelde landen en landen met een overgangseconomie, en onder gunstige en preferentiële voorwaarden, in geval van wederzijdse overeenstemming, onder andere door middel van partnerschappen voor onderzoek en ontwikkeling in het kader van het multilateraal systeem. Genoemde toegang en overdracht worden verschaft onder voorwaarden die de adequate en doelmatige bescherming van de rechten op intellectuele eigendom erkennen en daarmee in overeenstemming zijn.
c) Capaciteitsopbouw
Rekening houdend met de behoeften van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, die tot uitdrukking worden gebracht in de prioriteit die zij geven aan capaciteitsopbouw met betrekking tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in hun plannen en programma's, indien van kracht, komen de verdragsluitende partijen met betrekking tot de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in het multilateraal systeem overeen om prioriteit te geven aan : i) het opzetten en/of versterken van programma's voor wetenschappelijk en technisch onderwijs en scholing in het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, ii) het opzetten en versterken van faciliteiten voor behoud en duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, met name in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, en iii) het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, bij voorkeur en indien mogelijk in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, in samenwerking met instellingen in die landen, en het ontwikkelen van capaciteit voor dergelijk onderzoek in sectoren waar dit onderzoek nodig is.
d) Verdeling van geldopbrengsten en andere voordelen die voortvloeien uit commercialisering
i) In het kader van het multilateraal systeem komen de verdragsluitende partijen overeen maatregelen te treffen ter verdeling van commerciële voordelen, door de openbare en de particuliere sector te betrekken bij activiteiten die worden omschreven in dit artikel, door middel van partnerschappen en samenwerking, ook met de particuliere sector in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, voor het ontwikkelen van onderzoek en technologie.
ii) De verdragsluitende landen komen overeen dat in de modelovereenkomst inzake overdracht van materiaal waarnaar wordt verwezen in artikel 12, lid 4, een bepaling dient te worden opgenomen dat een ontvanger die een product op de markt brengt dat een plantgenetische hulpbron is voor voeding en landbouw en dat materiaal bevat uit het multilateraal systeem, een redelijk deel van de voordelen uit de commercialisering van dat product dient te betalen aan het mechanisme waarnaar wordt verwezen in artikel 19, lid 3, onder f), behalve als dat product zonder restricties ter beschikking is gesteld aan anderen voor nader onderzoek en verdere veredeling, in welk geval de ontvanger die het op de markt brengt wordt aangemoedigd om die betaling te verrichten.
Het bestuursorgaan bepaalt op zijn eerste vergadering de hoogte, de vorm en de wijze van betalen, conform handelsgebruik. Het bestuursorgaan kan, indien gewenst, besluiten om verschillende bedragen vast te stellen voor verschillende categorieën ontvangers die genoemde producten op de markt brengen; ook kan het bestuursorgaan beslissen of het nodig is om kleine boeren in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie vrij te stellen van deze betalingen. Het bestuursorgaan kan incidenteel de hoogten van de betalingen herzien om een eerlijke en billijke verdeling van de voordelen te bewerkstelligen, en het kan tevens, binnen een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, bepalen of de bepaling van verplichte betaling in de Overeenkomst inzake overdracht van materiaal ook van toepassing is op die gevallen waarin die op de markt gebrachte producten zonder voorbehoud ter beschikking staan van anderen voor nader onderzoek en verdere veredeling.
13.3 De verdragsluitende partijen komen overeen dat voordelen die voortvloeien uit het gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in het multilateraal systeem, in de eerste plaats, direct of indirect, bestemd zijn voor boeren in alle landen, met name in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in stand houden en duurzaam gebruiken.
13.4 Het bestuursorgaan dient op zijn eerste vergadering het relevante beleid en de relevante criteria voor specifieke bijstand te bestuderen, in het kader van het overeengekomen financieringsbeleid zoals vastgesteld in artikel 18, voor het behoud van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw in ontwikkelingslanden en in landen met een overgangseconomie, die een belangrijke bijdrage leveren aan de diversiteit van in het multilateraal systeem opgenomen plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en/of specifieke behoeften hebben.
13.5 De verdragsluitende partijen erkennen dat het vermogen om het Wereldactieplan volledig toe te passen, in het bijzonder van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, in hoge mate afhangt van de doelmatige toepassing van dit artikel en van het financieringsbeleid zoals bepaald in artikel 18.
13.6 De verdragsluitende partijen dienen modaliteiten van een strategie inzake vrijwillige bijdragen voor verdeling van voordelen te onderzoeken, waarbij voedselproducerende landen die voordeel hebben van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw dienen mee te werken aan het multilateraal systeem.
Art. 13. 13.1 Les Parties contractantes reconnaissent que l'accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture qui sont incluses dans le Système multilatéral constitue en soi un avantage majeur du Système multilatéral et conviennent que les avantages en résultant sont partagés de façon juste et équitable, conformément aux dispositions du présent article.
13.2 Les Parties contractantes conviennent que les avantages découlant de l'utilisation, y compris commerciale, des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le cadre du Système multilatéral sont partagés de manière juste et équitable grâce aux mécanismes ci-après : échange d'informations, accès aux technologies et transfert de celles-ci, renforcement des capacités, partage des avantages découlant de la commercialisation, compte tenu des domaines d'activités prioritaires du Plan d'action mondial à évolution continue et selon les orientations de l'Organe directeur :
a) Echange d'informations
Les Parties contractantes conviennent de rendre disponibles les informations qui comprennent, notamment, les catalogues et inventaires, l'information sur les technologies et les résultats de la recherche technique, scientifique et socio-économique, y compris la caractérisation, l'évaluation et l'utilisation, concernant les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le Système multilatéral. Ces informations sont rendues disponibles, si elles ne sont pas confidentielles, sous réserve du droit applicable et conformément aux capacités nationales. Ces informations sont mises à la disposition de toutes les Parties contractantes au présent Traité par le biais du système d'information, comme prévu à l'article 17.
b) Accès aux technologies et transfert de technologies
i) Les Parties contractantes s'engagent à accorder et/ou à faciliter l'accès aux technologies visant la conservation, la caractérisation, l'évaluation et l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le Système multilatéral. Reconnaissant que certaines technologies ne peuvent être transférées que par du matériel génétique, les Parties contractantes accordent et/ou facilitent l'accès à ces technologies et au matériel génétique inclus dans le Système multilatéral ainsi qu'aux variétés améliorées et au matériel génétique élaboré grâce à l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le Système multilatéral, conformément aux dispositions de l'article 12. L'accès à ces technologies, aux variétés améliorées et au matériel génétique est accordé et/ou facilité dans le respect des droits de propriété et lois applicables concernant l'accès et conformément aux capacités nationales.
ii) L'accès aux technologies et leur transfert aux pays, en particulier aux pays en développement et aux pays en transition, sont assurés grâce à un ensemble de mesures telles que la création et le fonctionnement de groupes thématiques par plantes cultivées sur l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et la participation à ces groupes, tous les types de partenariats visant la recherche-développement et les entreprises commerciales conjointes relatives au matériel reçu, la mise en valeur des ressources humaines et l'accès effectif aux installations de recherche.
iii) L'accès aux technologies, y compris les technologies protégées par des droits de propriété intellectuelle, et leur transfert, comme indiqué aux alinéas i) et ii) ci-dessus, aux pays en développement qui sont Parties contractantes, en particulier aux pays les moins avancés et aux pays en transition, sont assurés et/ou facilités à des conditions justes et les plus favorables, en particulier dans le cas des technologies utilisées à des fins de conservation, ainsi que des technologies destinées aux agriculteurs des pays en développement et plus particulièrement les pays les moins avancés et les pays en transition, y compris à des conditions de faveur et préférentielles, s'il en a été ainsi mutuellement convenu, notamment grâce à des partenariats de recherche-développement dans le cadre du Système multilatéral. Cet accès et ce transfert sont assurés dans des conditions qui garantissent une protection adéquate et efficace des droits de propriété intellectuelle et qui soient conformes à ceux-ci.
c) Renforcement des capacités
Tenant compte des besoins des pays en développement et des pays en transition, tels que reflétés par la priorité qu'ils accordent au renforcement des capacités en matière de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans leurs plans et programmes, lorsqu'ils existent, visant les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture couvertes par le Système multilatéral, les Parties contractantes conviennent d'accorder la priorité i) à l'établissement et/ou au renforcement des programmes d'enseignement et de formation scientifiques et techniques en matière de conservation et d'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, ii) au développement et au renforcement d'installations destinées à la conservation et à l'utilisation durables des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, en particulier dans les pays en développement et les pays en transition, et iii) à la recherche scientifique menée de préférence et, si possible, dans les pays en développement et les pays en transition, en coopération avec les institutions de ces pays, ainsi qu'au développement de la capacité à mener de telles recherches dans les domaines où elles sont nécessaires.
d) Partage des avantages monétaires et autres découlant de la commercialisation
i) Les Parties contractantes conviennent, dans le cadre du système multilatéral, de prendre des mesures pour assurer le partage des avantages commerciaux, grâce à l'association des secteurs privé et public aux activités identifiées dans le présent article, par le biais de partenariats et de collaborations, notamment avec le secteur privé des pays en développement et des pays en transition pour la recherche et la mise au point de technologies;
ii) Les parties contractantes conviennent que l'accord type de transfert de matériel (ATM) visé à l'article 12.4 doit contenir une disposition au titre de laquelle un bénéficiaire commercialisant un produit qui est une ressource phytogénétique pour l'alimentation et l'agriculture et qui incorpore du matériel auquel ledit bénéficiaire a eu accès grâce au système multilatéral est requis de verser au mécanisme visé à l'article 19.3f une part équitable des avantages découlant de la commercialisation de ce produit, sauf lorsque ce produit est disponible sans restriction pour d'autres bénéficiaires à des fins de recherche et de sélection, auquel cas le bénéficiaire qui commercialise le produit est encouragé à effectuer ce paiement.
A sa première réunion, l'organe directeur détermine le montant, la forme et les modalités du paiement, conformément aux pratiques commerciales. L'organe directeur peut décider d'établir différents montants de paiement pour les diverses catégories de bénéficiaires qui commercialisent de tels produits; il peut également décider qu'il est nécessaire d'exonérer de ces paiements les petits agriculteurs des pays en développement et des pays en transition. L'organe directeur peut, de temps à autre, examiner les montants du paiement afin de parvenir à un partage juste et équitable des avantages et il peut également évaluer, pendant une période de cinq ans à compter de l'entrée en vigueur du présent Traité, si la disposition de l'ATM prévoyant un paiement obligatoire s'applique aussi aux cas dans lesquels ces produits commercialisés sont, sans restriction, à la disposition d'autres bénéficiaires à des fins de recherche et sélection.
13.3 Les parties contractantes conviennent que les avantages découlant de l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture partagés dans le cadre du Système multilatéral doivent converger en premier lieu, directement et indirectement, vers les agriculteurs de tous les pays, particulièrement des pays en développement et des pays en transition, qui conservent et utilisent de manière durable les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
13.4 A sa première réunion, l'organe directeur analyse une politique et des critères pertinents visant à fournir une assistance spécifique dans le cadre de la stratégie de financement convenue établie à l'article 18, pour la conservation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans les pays en développement et dans les pays en transition dont la contribution à la diversité des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le système multilatéral est importante et/ou qui ont des besoins particuliers.
13.5 Les parties contractantes reconnaissent que la capacité des pays en développement, et des pays en transition notamment, d'appliquer pleinement le Plan d'action mondial dépend en grande partie de l'application effective du présent Article et de la stratégie de financement prévue à l'article 18.
13.6 Les parties contractantes analysent les modalités d'une stratégie de contribution volontaire au partage des avantages, en vertu de laquelle les industries alimentaires qui tirent parti des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture contribuent au système multilatéral.
13.2 Les Parties contractantes conviennent que les avantages découlant de l'utilisation, y compris commerciale, des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans le cadre du Système multilatéral sont partagés de manière juste et équitable grâce aux mécanismes ci-après : échange d'informations, accès aux technologies et transfert de celles-ci, renforcement des capacités, partage des avantages découlant de la commercialisation, compte tenu des domaines d'activités prioritaires du Plan d'action mondial à évolution continue et selon les orientations de l'Organe directeur :
a) Echange d'informations
Les Parties contractantes conviennent de rendre disponibles les informations qui comprennent, notamment, les catalogues et inventaires, l'information sur les technologies et les résultats de la recherche technique, scientifique et socio-économique, y compris la caractérisation, l'évaluation et l'utilisation, concernant les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le Système multilatéral. Ces informations sont rendues disponibles, si elles ne sont pas confidentielles, sous réserve du droit applicable et conformément aux capacités nationales. Ces informations sont mises à la disposition de toutes les Parties contractantes au présent Traité par le biais du système d'information, comme prévu à l'article 17.
b) Accès aux technologies et transfert de technologies
i) Les Parties contractantes s'engagent à accorder et/ou à faciliter l'accès aux technologies visant la conservation, la caractérisation, l'évaluation et l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le Système multilatéral. Reconnaissant que certaines technologies ne peuvent être transférées que par du matériel génétique, les Parties contractantes accordent et/ou facilitent l'accès à ces technologies et au matériel génétique inclus dans le Système multilatéral ainsi qu'aux variétés améliorées et au matériel génétique élaboré grâce à l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le Système multilatéral, conformément aux dispositions de l'article 12. L'accès à ces technologies, aux variétés améliorées et au matériel génétique est accordé et/ou facilité dans le respect des droits de propriété et lois applicables concernant l'accès et conformément aux capacités nationales.
ii) L'accès aux technologies et leur transfert aux pays, en particulier aux pays en développement et aux pays en transition, sont assurés grâce à un ensemble de mesures telles que la création et le fonctionnement de groupes thématiques par plantes cultivées sur l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture et la participation à ces groupes, tous les types de partenariats visant la recherche-développement et les entreprises commerciales conjointes relatives au matériel reçu, la mise en valeur des ressources humaines et l'accès effectif aux installations de recherche.
iii) L'accès aux technologies, y compris les technologies protégées par des droits de propriété intellectuelle, et leur transfert, comme indiqué aux alinéas i) et ii) ci-dessus, aux pays en développement qui sont Parties contractantes, en particulier aux pays les moins avancés et aux pays en transition, sont assurés et/ou facilités à des conditions justes et les plus favorables, en particulier dans le cas des technologies utilisées à des fins de conservation, ainsi que des technologies destinées aux agriculteurs des pays en développement et plus particulièrement les pays les moins avancés et les pays en transition, y compris à des conditions de faveur et préférentielles, s'il en a été ainsi mutuellement convenu, notamment grâce à des partenariats de recherche-développement dans le cadre du Système multilatéral. Cet accès et ce transfert sont assurés dans des conditions qui garantissent une protection adéquate et efficace des droits de propriété intellectuelle et qui soient conformes à ceux-ci.
c) Renforcement des capacités
Tenant compte des besoins des pays en développement et des pays en transition, tels que reflétés par la priorité qu'ils accordent au renforcement des capacités en matière de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans leurs plans et programmes, lorsqu'ils existent, visant les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture couvertes par le Système multilatéral, les Parties contractantes conviennent d'accorder la priorité i) à l'établissement et/ou au renforcement des programmes d'enseignement et de formation scientifiques et techniques en matière de conservation et d'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, ii) au développement et au renforcement d'installations destinées à la conservation et à l'utilisation durables des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, en particulier dans les pays en développement et les pays en transition, et iii) à la recherche scientifique menée de préférence et, si possible, dans les pays en développement et les pays en transition, en coopération avec les institutions de ces pays, ainsi qu'au développement de la capacité à mener de telles recherches dans les domaines où elles sont nécessaires.
d) Partage des avantages monétaires et autres découlant de la commercialisation
i) Les Parties contractantes conviennent, dans le cadre du système multilatéral, de prendre des mesures pour assurer le partage des avantages commerciaux, grâce à l'association des secteurs privé et public aux activités identifiées dans le présent article, par le biais de partenariats et de collaborations, notamment avec le secteur privé des pays en développement et des pays en transition pour la recherche et la mise au point de technologies;
ii) Les parties contractantes conviennent que l'accord type de transfert de matériel (ATM) visé à l'article 12.4 doit contenir une disposition au titre de laquelle un bénéficiaire commercialisant un produit qui est une ressource phytogénétique pour l'alimentation et l'agriculture et qui incorpore du matériel auquel ledit bénéficiaire a eu accès grâce au système multilatéral est requis de verser au mécanisme visé à l'article 19.3f une part équitable des avantages découlant de la commercialisation de ce produit, sauf lorsque ce produit est disponible sans restriction pour d'autres bénéficiaires à des fins de recherche et de sélection, auquel cas le bénéficiaire qui commercialise le produit est encouragé à effectuer ce paiement.
A sa première réunion, l'organe directeur détermine le montant, la forme et les modalités du paiement, conformément aux pratiques commerciales. L'organe directeur peut décider d'établir différents montants de paiement pour les diverses catégories de bénéficiaires qui commercialisent de tels produits; il peut également décider qu'il est nécessaire d'exonérer de ces paiements les petits agriculteurs des pays en développement et des pays en transition. L'organe directeur peut, de temps à autre, examiner les montants du paiement afin de parvenir à un partage juste et équitable des avantages et il peut également évaluer, pendant une période de cinq ans à compter de l'entrée en vigueur du présent Traité, si la disposition de l'ATM prévoyant un paiement obligatoire s'applique aussi aux cas dans lesquels ces produits commercialisés sont, sans restriction, à la disposition d'autres bénéficiaires à des fins de recherche et sélection.
13.3 Les parties contractantes conviennent que les avantages découlant de l'utilisation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture partagés dans le cadre du Système multilatéral doivent converger en premier lieu, directement et indirectement, vers les agriculteurs de tous les pays, particulièrement des pays en développement et des pays en transition, qui conservent et utilisent de manière durable les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
13.4 A sa première réunion, l'organe directeur analyse une politique et des critères pertinents visant à fournir une assistance spécifique dans le cadre de la stratégie de financement convenue établie à l'article 18, pour la conservation des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture dans les pays en développement et dans les pays en transition dont la contribution à la diversité des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans le système multilatéral est importante et/ou qui ont des besoins particuliers.
13.5 Les parties contractantes reconnaissent que la capacité des pays en développement, et des pays en transition notamment, d'appliquer pleinement le Plan d'action mondial dépend en grande partie de l'application effective du présent Article et de la stratégie de financement prévue à l'article 18.
13.6 Les parties contractantes analysent les modalités d'une stratégie de contribution volontaire au partage des avantages, en vertu de laquelle les industries alimentaires qui tirent parti des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture contribuent au système multilatéral.
TITEL V. - COMPONENTEN VAN BIJSTAND.
PARTIE V. - ELEMENTS D'APPUI.
Wereldactieplan.
Plan d'action mondial.
Art. 14. Erkennend dat het lopende Wereldactieplan voor het behoud en duurzame gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw van belang is voor dit Verdrag, dienen de verdragsluitende partijen de doelmatige toepassing ervan te stimuleren, met name door middel van nationale maatregelen en waar nodig door middel van internationale samenwerking, om een coherent kader te scheppen ter bevordering van, met name, het ontwikkelen van capaciteit, overdracht van technologie en uitwisseling van informatie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 15.
Verzamelingen ex situ van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bij Internationale centra voor landbouwonderzoek van de Adviesgroep internationaal landbouwonderzoek en andere internationale instellingen
Verzamelingen ex situ van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bij Internationale centra voor landbouwonderzoek van de Adviesgroep internationaal landbouwonderzoek en andere internationale instellingen
Art. 14. Reconnaissant que le Plan d'action mondial à évolution continue pour la conservation et l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture est d'importance pour le présent Traité, les parties contractantes devraient en promouvoir la bonne mise en oeuvre, notamment au moyen d'actions nationales et, selon qu'il convient, par la coopération internationale de façon à fournir un cadre cohérent, en particulier pour le renforcement des capacités, le transfert de technologies et l'échange d'informations, sous réserve des dispositions de l'article 15.
Collections ex situ de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture détenues par les Centres internationaux de recherche agronomique du Groupe consultatif pour la recherche agricole internationale et par d'autres institutions internationales
Collections ex situ de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture détenues par les Centres internationaux de recherche agronomique du Groupe consultatif pour la recherche agricole internationale et par d'autres institutions internationales
Art. 15. 15.1 De verdragsluitende partijen erkennen het belang voor dit Verdrag van de verzamelingen ex situ van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw bij Internationale Instituten voor landbouwonderzoek (IARC's) van de Adviesgroep inzake internationaal landbouwonderzoek (CGIAR). De verdragsluitende partijen doen een beroep op de IARC's om overeenkomsten te sluiten met het bestuursorgaan met betrekking tot die verzamelingen ex situ, op grond van de volgende voorwaarden :
a) Plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in Aanhangsel I van dit Verdrag en die bij de IARC's worden bewaard, worden ter beschikking gesteld overeenkomstig de bepalingen in Titel IV van dit Verdrag.
b) Plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw anders dan die welke zijn opgenomen in Aanhangsel I van dit Verdrag, die zijn verzameld vóór het in werking treden van het Verdrag en die worden bewaard door de IARC's, dienen ter beschikking te worden gesteld overeenkomstig de bepalingen van de momenteel geldende Overeenkomst inzake overdracht van materiaal ter navolging van overeenkomsten tussen de IARC's en de FAO. Het bestuursorgaan zal deze Overeenkomst inzake overdracht van materiaal uiterlijk op de tweede gewone vergadering, in overleg met de IARC's, wijzigen overeenkomstig de relevante bepalingen van dit Verdrag, met name de artikelen 12 en 13, en op grond van de volgende voorwaarden :
i) de IARC's dienen het bestuursorgaan met regelmatige tussenpozen op de hoogte te houden van de Overeenkomsten inzake overdracht van materiaal die worden gesloten, overeenkomstig een door het bestuursorgaan vastgesteld tijdschema;
ii) verdragsluitende partijen op wier grondgebied de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw werden verzameld onder in situ -omstandigheden, dienen, op verzoek, monsters van die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te ontvangen, zonder een Overeenkomst inzake overdracht van materiaal;
iii) voordelen die voortvloeien uit bovenstaande Overeenkomst inzake overdracht van materiaal en die toekomen aan het in artikel 19 lid 3, onder f) genoemde mechanisme, zijn met name bestemd voor het behoud en het duurzame gebruik van die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, in het bijzonder in nationale en regionale programma's in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, met name in gebieden met een diversiteit aan gewassen en in de minst ontwikkelde landen;
iv) de IARC's dienen gepaste maatregelen te treffen, overeenkomstig hun capaciteit, om de bepalingen van de Overeenkomsten inzake overdracht van materiaal doelmatig te kunnen nakomen en dienen het bestuursorgaan direct op de hoogte te stellen van niet-nakoming.
c) De IARC's erkennen de bevoegdheid van het bestuursorgaan om algemene aanwijzingen te geven inzake verzamelingen ex situ die door hen worden bewaard en die vallen onder de bepalingen van dit Verdrag.
d) De wetenschappelijke en technische faciliteiten waar die verzamelingen ex situ worden bewaard, blijven onder het gezag van de IARC's, die verplicht zijn om die verzamelingen ex situ te beheren en te besturen overeenkomstig internationaal aanvaarde normen, in het bijzonder de regelgeving inzake genenbanken die zijn geratificeerd door de Commissie Genetische Hulpbronnen voor Voeding en Landbouw van de FAO.
e) Indien een IARC daarom verzoekt, dient de secretaris zich in te spannen om de gepaste technische bijstand te verlenen.
f) De secretaris heeft te allen tijde recht van toegang tot de faciliteiten, en het recht om alle daar verrichte activiteiten die rechtstreeks verband houden met het behoud en de uitwisseling van materiaal zoals vermeld in dit artikel, te controleren.
g) Indien het correcte behoud van deze verzamelingen ex situ bij de IARC's wordt bemoeilijkt of bedreigd door wat voor omstandigheid dan ook, waaronder overmacht, dient de secretaris, met toestemming van het gastland, zo veel mogelijk bijstand te verlenen bij de evacuatie of overdracht ervan.
15.2 De verdragsluitende partijen komen overeen toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in Aanhangsel I in het multilateraal systeem, te verschaffen aan IARC's van de CGIAR die overeenkomsten hebben gesloten met het bestuursorgaan conform dit Verdrag. Genoemde centra worden opgenomen in een lijst die de secretaris dient bij te houden en die op verzoek ter beschikking dient te worden gesteld aan de verdragsluitende partijen.
15.3 Materiaal anders dan het genoemde in Aanhangsel I, dat de IARC's ontvangen en bewaren na inwerkingtreding van dit Verdrag, dient beschikbaar te zijn voor toegang onder voorwaarden die in overeenstemming zijn met wederzijds overeengekomen voorwaarden door de IARC's die het materiaal ontvangen, met het land van oorsprong van die hulpbronnen of het land dat deze hulpbronnen heeft ontvangen overeenkomstig het Verdrag inzake Biologische Diversiteit of andere toepasselijke wetgeving.
15.4 De verdragsluitende partijen worden aangemoedigd om IARC's die overeenkomsten met het bestuursorgaan hebben gesloten, toegang te verschaffen, onder wederzijds overeengekomen voorwaarden, tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die niet worden genoemd in Aanhangsel I en die van belang zijn voor de programma's en activiteiten van de IARC's.
15.5 Het bestuursorgaan dient zich tevens in te spannen om overeenkomsten te sluiten voor de in dit artikel genoemde doeleinden met andere relevante internationale instellingen.
a) Plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in Aanhangsel I van dit Verdrag en die bij de IARC's worden bewaard, worden ter beschikking gesteld overeenkomstig de bepalingen in Titel IV van dit Verdrag.
b) Plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw anders dan die welke zijn opgenomen in Aanhangsel I van dit Verdrag, die zijn verzameld vóór het in werking treden van het Verdrag en die worden bewaard door de IARC's, dienen ter beschikking te worden gesteld overeenkomstig de bepalingen van de momenteel geldende Overeenkomst inzake overdracht van materiaal ter navolging van overeenkomsten tussen de IARC's en de FAO. Het bestuursorgaan zal deze Overeenkomst inzake overdracht van materiaal uiterlijk op de tweede gewone vergadering, in overleg met de IARC's, wijzigen overeenkomstig de relevante bepalingen van dit Verdrag, met name de artikelen 12 en 13, en op grond van de volgende voorwaarden :
i) de IARC's dienen het bestuursorgaan met regelmatige tussenpozen op de hoogte te houden van de Overeenkomsten inzake overdracht van materiaal die worden gesloten, overeenkomstig een door het bestuursorgaan vastgesteld tijdschema;
ii) verdragsluitende partijen op wier grondgebied de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw werden verzameld onder in situ -omstandigheden, dienen, op verzoek, monsters van die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te ontvangen, zonder een Overeenkomst inzake overdracht van materiaal;
iii) voordelen die voortvloeien uit bovenstaande Overeenkomst inzake overdracht van materiaal en die toekomen aan het in artikel 19 lid 3, onder f) genoemde mechanisme, zijn met name bestemd voor het behoud en het duurzame gebruik van die plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, in het bijzonder in nationale en regionale programma's in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, met name in gebieden met een diversiteit aan gewassen en in de minst ontwikkelde landen;
iv) de IARC's dienen gepaste maatregelen te treffen, overeenkomstig hun capaciteit, om de bepalingen van de Overeenkomsten inzake overdracht van materiaal doelmatig te kunnen nakomen en dienen het bestuursorgaan direct op de hoogte te stellen van niet-nakoming.
c) De IARC's erkennen de bevoegdheid van het bestuursorgaan om algemene aanwijzingen te geven inzake verzamelingen ex situ die door hen worden bewaard en die vallen onder de bepalingen van dit Verdrag.
d) De wetenschappelijke en technische faciliteiten waar die verzamelingen ex situ worden bewaard, blijven onder het gezag van de IARC's, die verplicht zijn om die verzamelingen ex situ te beheren en te besturen overeenkomstig internationaal aanvaarde normen, in het bijzonder de regelgeving inzake genenbanken die zijn geratificeerd door de Commissie Genetische Hulpbronnen voor Voeding en Landbouw van de FAO.
e) Indien een IARC daarom verzoekt, dient de secretaris zich in te spannen om de gepaste technische bijstand te verlenen.
f) De secretaris heeft te allen tijde recht van toegang tot de faciliteiten, en het recht om alle daar verrichte activiteiten die rechtstreeks verband houden met het behoud en de uitwisseling van materiaal zoals vermeld in dit artikel, te controleren.
g) Indien het correcte behoud van deze verzamelingen ex situ bij de IARC's wordt bemoeilijkt of bedreigd door wat voor omstandigheid dan ook, waaronder overmacht, dient de secretaris, met toestemming van het gastland, zo veel mogelijk bijstand te verlenen bij de evacuatie of overdracht ervan.
15.2 De verdragsluitende partijen komen overeen toegang tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die zijn opgenomen in Aanhangsel I in het multilateraal systeem, te verschaffen aan IARC's van de CGIAR die overeenkomsten hebben gesloten met het bestuursorgaan conform dit Verdrag. Genoemde centra worden opgenomen in een lijst die de secretaris dient bij te houden en die op verzoek ter beschikking dient te worden gesteld aan de verdragsluitende partijen.
15.3 Materiaal anders dan het genoemde in Aanhangsel I, dat de IARC's ontvangen en bewaren na inwerkingtreding van dit Verdrag, dient beschikbaar te zijn voor toegang onder voorwaarden die in overeenstemming zijn met wederzijds overeengekomen voorwaarden door de IARC's die het materiaal ontvangen, met het land van oorsprong van die hulpbronnen of het land dat deze hulpbronnen heeft ontvangen overeenkomstig het Verdrag inzake Biologische Diversiteit of andere toepasselijke wetgeving.
15.4 De verdragsluitende partijen worden aangemoedigd om IARC's die overeenkomsten met het bestuursorgaan hebben gesloten, toegang te verschaffen, onder wederzijds overeengekomen voorwaarden, tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw die niet worden genoemd in Aanhangsel I en die van belang zijn voor de programma's en activiteiten van de IARC's.
15.5 Het bestuursorgaan dient zich tevens in te spannen om overeenkomsten te sluiten voor de in dit artikel genoemde doeleinden met andere relevante internationale instellingen.
Art. 15. 15.1 Les parties contractantes reconnaissent l'importance pour ce traité des collections ex situ de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture détenues en fiducie par les Centres internationaux de recherche agronomique (CIRA) du Groupe consultatif pour la recherche agricole internationale (GCRAI). Les parties contractantes exhortent les CIRA à signer des accords avec l'organe directeur en ce qui concerne les collections ex situ, conformément aux conditions suivantes :
a) Les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire du présent Traité et détenues par les CIRA sont disponibles conformément aux dispositions énoncées dans la Partie IV du présent Traité;
b) Les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture autres que celles énumérées à l'Annexe Ire du présent Traité et collectées avant l'entrée en vigueur de celui-ci, qui sont détenues par les CIRA, sont disponibles conformément aux dispositions de l'ATM actuellement en vigueur conformément aux accords conclus entre les CIRA et la FAO. Cet ATM est amendé par décision de l'organe directeur au plus tard à sa deuxième session ordinaire, en consultation avec les CIRA, conformément aux dispositions pertinentes du présent Traité, en particulier les articles 12 et 13, et aux conditions suivantes :
i) Les CIRA informent périodiquement l'organe directeur des ATM conclus, conformément à un calendrier devant être établi par l'organe directeur;
ii) Les parties contractantes sur le territoire desquelles les ressources génétiques pour l'alimentation et l'agriculture ont été collectées in situ, reçoivent des échantillons de ces ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture sur demande, sans ATM;
iii) Les avantages stipulés dans l'ATM précité qui vont au mécanisme mentionné à l'article 19.3f sont appliqués en particulier à la conservation et à l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture en question, notamment dans les programmes nationaux et régionaux des pays en développement et des pays en transition, et tout spécialement dans les centres de diversité et les pays les moins avancés;
iv) Les CIRA prennent toute mesure appropriée en leur pouvoir pour assurer le respect constant des conditions fixées dans les accords de transfert de matériel et informent avec diligence l'organe directeur des cas de non-application.
c) Les CIRA reconnaissent à l'organe directeur le pouvoir de fournir des indications générales relatives aux collections ex situ qu'ils détiennent et qui sont soumises aux dispositions du présent Traité.
d) Les installations scientifiques et techniques dans lesquelles ces collections ex situ sont conservées restent sous l'autorité des CIRA, qui s'engagent à gérer et administrer ces collections ex situ conformément aux normes acceptées sur le plan international, et notamment les normes relatives aux banques de gènes, telles qu'approuvées par la Commission des ressources génétiques pour l'alimentation et l'agriculture de la FAO.
e) A la demande d'un CIRA, le secrétaire s'efforce de fournir un appui technique approprié.
f) Le secrétaire a, à tout moment, le droit d'accéder aux installations ainsi que celui d'inspecter toutes les activités qui concernent directement la conservation et l'échange du matériel visé par le présent article qui y sont effectuées.
g) Si la bonne conservation de ces collections ex situ détenues par les CIRA est empêchée ou menacée par un événement quelconque, y compris de force majeure, le secrétaire, avec l'accord du pays hôte, aide à leur évacuation ou à leur transfert dans la mesure du possible.
15.2 Les parties contractantes conviennent d'accorder un accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans l'Annexe Ire dans le cadre du système multilatéral aux CIRA du GCRAI qui ont signé des accords avec l'organe directeur conformément au présent Traité. Ces centres sont inscrits sur une liste détenue par le secrétaire et mise à la disposition des parties contractantes à leur demande.
15.3 Le matériel autre que celui énuméré à l'Annexe Ire, qui est reçu et conservé par les CIRA après l'entrée en vigueur du présent Traité, est accessible à des conditions compatibles avec celles mutuellement convenues entre les CIRA qui reçoivent le matériel et le pays d'origine de ces ressources ou le pays qui a acquis ces ressources conformément à la Convention sur la diversité biologique ou une autre législation applicable.
15.4 Les parties contractantes sont encouragées à accorder aux CIRA qui ont signé des accords avec l'organe directeur, un accès, à des conditions mutuellement convenues, aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture de plantes cultivées non énumérées à l'Annexe Ire qui sont importantes pour les programmes et activités des CIRA.
15.5 L'Organe directeur s'efforce également d'instaurer des accords aux fins indiquées dans le présent article avec d'autres institutions internationales competentes.
a) Les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture énumérées à l'Annexe Ire du présent Traité et détenues par les CIRA sont disponibles conformément aux dispositions énoncées dans la Partie IV du présent Traité;
b) Les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture autres que celles énumérées à l'Annexe Ire du présent Traité et collectées avant l'entrée en vigueur de celui-ci, qui sont détenues par les CIRA, sont disponibles conformément aux dispositions de l'ATM actuellement en vigueur conformément aux accords conclus entre les CIRA et la FAO. Cet ATM est amendé par décision de l'organe directeur au plus tard à sa deuxième session ordinaire, en consultation avec les CIRA, conformément aux dispositions pertinentes du présent Traité, en particulier les articles 12 et 13, et aux conditions suivantes :
i) Les CIRA informent périodiquement l'organe directeur des ATM conclus, conformément à un calendrier devant être établi par l'organe directeur;
ii) Les parties contractantes sur le territoire desquelles les ressources génétiques pour l'alimentation et l'agriculture ont été collectées in situ, reçoivent des échantillons de ces ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture sur demande, sans ATM;
iii) Les avantages stipulés dans l'ATM précité qui vont au mécanisme mentionné à l'article 19.3f sont appliqués en particulier à la conservation et à l'utilisation durable des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture en question, notamment dans les programmes nationaux et régionaux des pays en développement et des pays en transition, et tout spécialement dans les centres de diversité et les pays les moins avancés;
iv) Les CIRA prennent toute mesure appropriée en leur pouvoir pour assurer le respect constant des conditions fixées dans les accords de transfert de matériel et informent avec diligence l'organe directeur des cas de non-application.
c) Les CIRA reconnaissent à l'organe directeur le pouvoir de fournir des indications générales relatives aux collections ex situ qu'ils détiennent et qui sont soumises aux dispositions du présent Traité.
d) Les installations scientifiques et techniques dans lesquelles ces collections ex situ sont conservées restent sous l'autorité des CIRA, qui s'engagent à gérer et administrer ces collections ex situ conformément aux normes acceptées sur le plan international, et notamment les normes relatives aux banques de gènes, telles qu'approuvées par la Commission des ressources génétiques pour l'alimentation et l'agriculture de la FAO.
e) A la demande d'un CIRA, le secrétaire s'efforce de fournir un appui technique approprié.
f) Le secrétaire a, à tout moment, le droit d'accéder aux installations ainsi que celui d'inspecter toutes les activités qui concernent directement la conservation et l'échange du matériel visé par le présent article qui y sont effectuées.
g) Si la bonne conservation de ces collections ex situ détenues par les CIRA est empêchée ou menacée par un événement quelconque, y compris de force majeure, le secrétaire, avec l'accord du pays hôte, aide à leur évacuation ou à leur transfert dans la mesure du possible.
15.2 Les parties contractantes conviennent d'accorder un accès facilité aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture incluses dans l'Annexe Ire dans le cadre du système multilatéral aux CIRA du GCRAI qui ont signé des accords avec l'organe directeur conformément au présent Traité. Ces centres sont inscrits sur une liste détenue par le secrétaire et mise à la disposition des parties contractantes à leur demande.
15.3 Le matériel autre que celui énuméré à l'Annexe Ire, qui est reçu et conservé par les CIRA après l'entrée en vigueur du présent Traité, est accessible à des conditions compatibles avec celles mutuellement convenues entre les CIRA qui reçoivent le matériel et le pays d'origine de ces ressources ou le pays qui a acquis ces ressources conformément à la Convention sur la diversité biologique ou une autre législation applicable.
15.4 Les parties contractantes sont encouragées à accorder aux CIRA qui ont signé des accords avec l'organe directeur, un accès, à des conditions mutuellement convenues, aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture de plantes cultivées non énumérées à l'Annexe Ire qui sont importantes pour les programmes et activités des CIRA.
15.5 L'Organe directeur s'efforce également d'instaurer des accords aux fins indiquées dans le présent article avec d'autres institutions internationales competentes.
Internationale netwerken van plantgenetische hulpbronnen.
Les réseaux internationaux de ressources phytogénétiques.
Art. 16. 16.1 De bestaande samenwerking in internationale netwerken van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw zal worden bevorderd of verder ontwikkeld op basis van bestaande overeenkomsten en overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, teneinde een zo groot mogelijk bereik van deze hulpbronnen te bewerkstelligen.
16.2 De verdragsluitende partijen zullen, waar nodig, alle relevante instellingen, waaronder gouvernementele instellingen, particuliere instellingen, niet-gouvernementele instellingen, onderzoeksinstituten, instituten voor plantenveredeling en andere instituten, aanmoedigen om deel te nemen aan de internationale netwerken.
16.2 De verdragsluitende partijen zullen, waar nodig, alle relevante instellingen, waaronder gouvernementele instellingen, particuliere instellingen, niet-gouvernementele instellingen, onderzoeksinstituten, instituten voor plantenveredeling en andere instituten, aanmoedigen om deel te nemen aan de internationale netwerken.
Art. 16. 16.1 La coopération existante dans le cadre de réseaux internationaux de ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture est encouragée ou développée, en fonction des accords existants et conformément aux dispositions du présent Traité, de façon à assurer une couverture aussi complète que possible des ressources phytogénétiques pour l'alimentation et à l'agriculture.
16.2 Les parties contractantes encouragent, selon qu'il convient, toutes les institutions pertinentes, des institutions gouvernementales, privées, non gouvernementales, d'institutions de recherche ou de sélection ou d'autres institutions, à participer aux réseaux internationaux.
Le système mondial d'information sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture
16.2 Les parties contractantes encouragent, selon qu'il convient, toutes les institutions pertinentes, des institutions gouvernementales, privées, non gouvernementales, d'institutions de recherche ou de sélection ou d'autres institutions, à participer aux réseaux internationaux.
Le système mondial d'information sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture
Wereldwijd informatiesysteem inzake plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw.
Art. 17. 17.1 Les parties contractantes coopèrent dans le but de développer et de renforcer un système mondial d'information de manière à faciliter les échanges d'informations, sur la base des systèmes d'information existants, sur les questions scientifiques, techniques et environnementales relatives aux ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture, en comptant que ces échanges d'informations contribuent au partage des avantages en mettant les informations sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture à la disposition de toutes les parties contractantes. En développant le système mondial d'information, est recherchée la coopération avec le Centre d'échanges de la Convention sur la diversité biologique.
Art. 17. 17.1 De verdragsluitende partijen dienen samen te werken bij de ontwikkeling en versterking van een wereldwijd informatiesysteem om, uitgaande van bestaande informatiesystemen, uitwisseling van gegevens over wetenschappelijke, technische en ecologische zaken met betrekking tot plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw te vergemakkelijken, in het vooruitzicht dat die uitwisseling van informatie zal bijdragen tot het delen van de voordelen door informatie over plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw ter beschikking te stellen van alle verdragsluitende partijen. Voor het ontwikkelen van het wereldwijd informatiesysteem zal de medewerking worden gevraagd van het uitwisselingsmechanisme van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit.
PARTIE VI. - DISPOSITIONS FINANCIERES.
TITEL VI. - FINANCIELE BEPALINGEN.
Ressources financières.
Financiële middelen.
Art. 18. 18.1 Les parties contractantes s'engagent à mettre en oeuvre une stratégie de financement pour l'application du présent Traité conformément aux dispositions du présent article.
Art. 18. 18.1 De verdragsluitende partijen verplichten zich om een financieringsbeleid te voeren voor de toepassing van dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.
PARTIE VII. - DISPOSITIONS INSTITUTIONNELLES.
TITEL VII. - INSTITUTIONELE BEPALINGEN.
Organe directeur.
Bestuursorgaan.
Art. 19. 19.1 Un Organe directeur composé de toutes les parties contractantes est créé pour le présent Traité.
Art. 19. 19.1 Ten behoeve van dit Verdrag wordt een bestuursorgaan samengesteld, bestaande uit alle verdragsluitende partijen.
19.2 Alle besluiten van het bestuursorgaan dienen met algemene stemmen te worden genomen, tenzij eenstemmigheid wordt bereikt over een andere wijze van besluitvorming over bepaalde maatregelen, met dien verstande dat altijd eenstemmigheid is vereist met betrekking tot de artikelen 23 en 24.
19.3 De taken van het bestuursorgaan bestaan uit het bevorderen van de volledige toepassing van dit Verdrag, rekening houdend met de doelstellingen ervan, en in het bijzonder :
a) het geven van aanwijzingen en algemene richtsnoeren met betrekking tot het toezicht op en de goedkeuring van aanbevelingen die nodig zijn voor de toepassing van dit Verdrag, en in het bijzonder voor de werking van het multilateraal systeem;
b) het goedkeuren van plannen en programma's voor de toepassing van dit Verdrag;
c) het bij de eerste vergadering goedkeuren en periodiek herzien van het financieringsbeleid voor de toepassing van dit Verdrag, overeenkomstig de bepalingen in artikel 18;
d) het goedkeuren van de begroting voor dit Verdrag;
e) het onderzoeken van de mogelijkheid om, mits men beschikt over de noodzakelijke middelen, de eventueel noodzakelijke hulporganen op te zetten met hun respectieve mandaten en in de respectieve samenstelling;
f) het opzetten, waar nodig, van een passend mechanisme, zoals bijvoorbeeld een fiduciaire rekening, om de financiële middelen die op die rekening worden gestort voor de toepassing van dit Verdrag te innen en te gebruiken;
g) het opzetten en handhaven van samenwerking met andere relevante internationale organisaties en verdragsorganen, waaronder de Conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, met betrekking tot kwesties die in dit Verdrag zijn opgenomen, waaronder deelname van die organisaties aan het financieringsbeleid;
h) het bestuderen en zo nodig goedkeuren van wijzigingen van dit Verdrag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 23;
i) het bestuderen en zo nodig goedkeuren van wijzigingen van de aanhangsels bij dit Verdrag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 24;
j) het bestuderen van de modaliteiten van een beleid om vrijwillige bijdragen te stimuleren, met name met betrekking tot de artikelen 13 en 18;
k) het bekleden van alle andere functies die noodzakelijk zouden kunnen zijn voor het bereiken van de doelstellingen van dit Verdrag;
l) het nota nemen van relevante besluiten van de Conferentie van partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en van andere belangrijke internationale organisaties en verdragsorganen;
m) het zo nodig informeren van de Conferentie van partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en andere relevante internationale organisaties en verdragsorganen over zaken die betrekking hebben op de toepassing van dit Verdrag; en
n) het goedkeuren van de bepalingen van overeenkomsten met de IARC's en andere internationale instellingen op grond van artikel 15 en het bestuderen en wijzigen van de Overeenkomst inzake overdracht van materiaal waarnaar wordt verwezen in artikel 15.
19.4 Op grond van het bepaalde in artikel 19, lid 6, heeft iedere verdragsluitende partij stemrecht en kan zij op vergaderingen van het bestuursorgaan worden vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger, die kan worden vergezeld door een plaatsvervanger, en door deskundigen en adviseurs. Plaatsvervangers, deskundigen en adviseurs kunnen deelnemen aan de beraadslagingen van het bestuursorgaan maar hebben geen stemrecht, behalve in het geval zij naar behoren bevoegd zijn om de afgevaardigde te vervangen.
19.5 De Verenigde Naties, haar gespecialiseerde organisaties, de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, en elke staat die geen verdragsluitende partij is bij dit Verdrag, kunnen worden vertegenwoordigd in de hoedanigheid van waarnemers bij vergaderingen van het bestuursorgaan. Alle andere organen of instellingen, gouvernementeel of niet-gouvernementeel, die gekwalificeerd zijn op gebieden die betrekking hebben op behoud en duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en die de secretaris te kennen hebben gegeven dat zij vertegenwoordigd willen zijn in de hoedanigheid van waarnemer bij een vergadering van het bestuursorgaan, kunnen worden toegelaten tenzij ten minste een derde van de aanwezige verdragsluitende partijen zich hiertegen verzet. Toelating en deelname van waarnemers zijn onderworpen aan het door het bestuursorgaan goedgekeurd intern reglement.
19.6 Een organisatie die lid is van de FAO en die verdragsluitende partij is, en de lidstaten van die organisatie van de FAO die verdragsluitende partijen zijn, oefenen hun rechten als lid uit en dienen hun verplichtingen als zodanig na te komen, overeenkomstig, mutatis mutandis, het Statuut en het Algemeen reglement van de FAO.
19.7 Het bestuursorgaan dient zijn eigen reglement van orde en financieel reglement, die niet strijdig mogen zijn met dit Verdrag, goed te keuren en zo nodig te wijzigen.
19.8 Op elke vergadering van het bestuursorgaan is voor het behalen van het quorum de aanwezigheid vereist van afgevaardigden die een meerderheid vertegenwoordigen van de verdragsluitende partijen.
19.9 Het bestuursorgaan dient minstens een keer per twee jaar gewone vergaderingen te beleggen. Deze vergaderingen moeten zo veel mogelijk samenvallen met de gewone vergaderingen van de Commissie Genetische Hulpbronnen voor Voeding en Landbouw van de FAO.
19.10 Buitengewone vergaderingen van het bestuursorgaan dienen te worden gehouden op elk ander moment dat deze nodig worden geacht, of na een schriftelijk ingediend verzoek van een verdragsluitende partij, mits dit verzoek wordt ondersteund door minstens een derde van de verdragsluitende partijen.
19.11 Het bestuursorgaan kiest zijn voorzitter en zijn vice-voorzitters (samen het zogenoemde " Bureau "), overeenkomstig zijn reglement van orde.
19.2 Alle besluiten van het bestuursorgaan dienen met algemene stemmen te worden genomen, tenzij eenstemmigheid wordt bereikt over een andere wijze van besluitvorming over bepaalde maatregelen, met dien verstande dat altijd eenstemmigheid is vereist met betrekking tot de artikelen 23 en 24.
19.3 De taken van het bestuursorgaan bestaan uit het bevorderen van de volledige toepassing van dit Verdrag, rekening houdend met de doelstellingen ervan, en in het bijzonder :
a) het geven van aanwijzingen en algemene richtsnoeren met betrekking tot het toezicht op en de goedkeuring van aanbevelingen die nodig zijn voor de toepassing van dit Verdrag, en in het bijzonder voor de werking van het multilateraal systeem;
b) het goedkeuren van plannen en programma's voor de toepassing van dit Verdrag;
c) het bij de eerste vergadering goedkeuren en periodiek herzien van het financieringsbeleid voor de toepassing van dit Verdrag, overeenkomstig de bepalingen in artikel 18;
d) het goedkeuren van de begroting voor dit Verdrag;
e) het onderzoeken van de mogelijkheid om, mits men beschikt over de noodzakelijke middelen, de eventueel noodzakelijke hulporganen op te zetten met hun respectieve mandaten en in de respectieve samenstelling;
f) het opzetten, waar nodig, van een passend mechanisme, zoals bijvoorbeeld een fiduciaire rekening, om de financiële middelen die op die rekening worden gestort voor de toepassing van dit Verdrag te innen en te gebruiken;
g) het opzetten en handhaven van samenwerking met andere relevante internationale organisaties en verdragsorganen, waaronder de Conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, met betrekking tot kwesties die in dit Verdrag zijn opgenomen, waaronder deelname van die organisaties aan het financieringsbeleid;
h) het bestuderen en zo nodig goedkeuren van wijzigingen van dit Verdrag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 23;
i) het bestuderen en zo nodig goedkeuren van wijzigingen van de aanhangsels bij dit Verdrag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 24;
j) het bestuderen van de modaliteiten van een beleid om vrijwillige bijdragen te stimuleren, met name met betrekking tot de artikelen 13 en 18;
k) het bekleden van alle andere functies die noodzakelijk zouden kunnen zijn voor het bereiken van de doelstellingen van dit Verdrag;
l) het nota nemen van relevante besluiten van de Conferentie van partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en van andere belangrijke internationale organisaties en verdragsorganen;
m) het zo nodig informeren van de Conferentie van partijen bij het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en andere relevante internationale organisaties en verdragsorganen over zaken die betrekking hebben op de toepassing van dit Verdrag; en
n) het goedkeuren van de bepalingen van overeenkomsten met de IARC's en andere internationale instellingen op grond van artikel 15 en het bestuderen en wijzigen van de Overeenkomst inzake overdracht van materiaal waarnaar wordt verwezen in artikel 15.
19.4 Op grond van het bepaalde in artikel 19, lid 6, heeft iedere verdragsluitende partij stemrecht en kan zij op vergaderingen van het bestuursorgaan worden vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger, die kan worden vergezeld door een plaatsvervanger, en door deskundigen en adviseurs. Plaatsvervangers, deskundigen en adviseurs kunnen deelnemen aan de beraadslagingen van het bestuursorgaan maar hebben geen stemrecht, behalve in het geval zij naar behoren bevoegd zijn om de afgevaardigde te vervangen.
19.5 De Verenigde Naties, haar gespecialiseerde organisaties, de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, en elke staat die geen verdragsluitende partij is bij dit Verdrag, kunnen worden vertegenwoordigd in de hoedanigheid van waarnemers bij vergaderingen van het bestuursorgaan. Alle andere organen of instellingen, gouvernementeel of niet-gouvernementeel, die gekwalificeerd zijn op gebieden die betrekking hebben op behoud en duurzaam gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw, en die de secretaris te kennen hebben gegeven dat zij vertegenwoordigd willen zijn in de hoedanigheid van waarnemer bij een vergadering van het bestuursorgaan, kunnen worden toegelaten tenzij ten minste een derde van de aanwezige verdragsluitende partijen zich hiertegen verzet. Toelating en deelname van waarnemers zijn onderworpen aan het door het bestuursorgaan goedgekeurd intern reglement.
19.6 Een organisatie die lid is van de FAO en die verdragsluitende partij is, en de lidstaten van die organisatie van de FAO die verdragsluitende partijen zijn, oefenen hun rechten als lid uit en dienen hun verplichtingen als zodanig na te komen, overeenkomstig, mutatis mutandis, het Statuut en het Algemeen reglement van de FAO.
19.7 Het bestuursorgaan dient zijn eigen reglement van orde en financieel reglement, die niet strijdig mogen zijn met dit Verdrag, goed te keuren en zo nodig te wijzigen.
19.8 Op elke vergadering van het bestuursorgaan is voor het behalen van het quorum de aanwezigheid vereist van afgevaardigden die een meerderheid vertegenwoordigen van de verdragsluitende partijen.
19.9 Het bestuursorgaan dient minstens een keer per twee jaar gewone vergaderingen te beleggen. Deze vergaderingen moeten zo veel mogelijk samenvallen met de gewone vergaderingen van de Commissie Genetische Hulpbronnen voor Voeding en Landbouw van de FAO.
19.10 Buitengewone vergaderingen van het bestuursorgaan dienen te worden gehouden op elk ander moment dat deze nodig worden geacht, of na een schriftelijk ingediend verzoek van een verdragsluitende partij, mits dit verzoek wordt ondersteund door minstens een derde van de verdragsluitende partijen.
19.11 Het bestuursorgaan kiest zijn voorzitter en zijn vice-voorzitters (samen het zogenoemde " Bureau "), overeenkomstig zijn reglement van orde.
Art. 20. 20.1 Le secrétaire de l'organe directeur est nommé par le Directeur général de la FAO, avec l'approbation de l'organe directeur. Le secrétaire dispose des collaborateurs qui peuvent être nécessaires.
20.2 Le secrétaire s'acquitte des fonctions suivantes :
a) organiser des sessions de l'organe directeur et des organes subsidiaires qui pourraient être créés et leur fournir un soutien administratif;
b) aider l'organe directeur à s'acquitter de ses fonctions, et s'acquitter de toutes tâches spécifiques que l'organe directeur décide de lui confier;
c) faire rapport sur ses activités à l'organe directeur;
20.3 Le secrétaire communique à toutes les parties contractantes et au Directeur général :
a) les décisions de l'organe directeur dans un délai de soixante jours à compter de leur adoption;
b) les informations reçues des parties contractantes conformément aux dispositions du présent Traité.
20.4 Le secrétaire fournit la documentation pour les sessions de l'organe directeur dans les six langues de l'organisation des Nations unies.
20.5 Le secrétaire coopère avec les autres organisations et organes de traités, notamment le secrétariat de la Convention sur la diversité biologique, pour la réalisation des objectifs du présent Traité.
20.2 Le secrétaire s'acquitte des fonctions suivantes :
a) organiser des sessions de l'organe directeur et des organes subsidiaires qui pourraient être créés et leur fournir un soutien administratif;
b) aider l'organe directeur à s'acquitter de ses fonctions, et s'acquitter de toutes tâches spécifiques que l'organe directeur décide de lui confier;
c) faire rapport sur ses activités à l'organe directeur;
20.3 Le secrétaire communique à toutes les parties contractantes et au Directeur général :
a) les décisions de l'organe directeur dans un délai de soixante jours à compter de leur adoption;
b) les informations reçues des parties contractantes conformément aux dispositions du présent Traité.
20.4 Le secrétaire fournit la documentation pour les sessions de l'organe directeur dans les six langues de l'organisation des Nations unies.
20.5 Le secrétaire coopère avec les autres organisations et organes de traités, notamment le secrétariat de la Convention sur la diversité biologique, pour la réalisation des objectifs du présent Traité.
Secretariaat.
Application.
Art. 20. 20.1 De secretaris van het bestuursorgaan wordt benoemd door de algemeen directeur van de FAO, met goedkeuring van het bestuursorgaan. De secretaris wordt bijgestaan door het personeel dat nodig wordt geacht.
20.2 De secretaris kwijt zich van de volgende taken :
a) het beleggen van en het verlenen van administratieve bijstand bij vergaderingen van het bestuursorgaan en eventuele andere ondersteunende organen;
b) het bijstaan van het bestuursorgaan in de uitoefening van zijn functies, in het bijzonder het uitvoeren van concrete taken die het bestuursorgaan hem kan opleggen;
c) het opstellen van een verslag van de activiteiten van het bestuursorgaan.
20.3 De secretaris informeert alle verdragsluitende partijen en de directeur-generaal over :
a) besluiten van het bestuursorgaan, binnen een termijn van 60 dagen na goedkeuring ervan;
b) informatie die hij ontvangt van verdragsluitende partijen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
20.4 De secretaris verschaft documentatie voor de vergaderingen van het bestuursorgaan in de zes talen van de Verenigde Naties.
20.5 De secretaris werkt samen met andere organisaties en verdragsorganen, waaronder het secretariaat van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, om de doelstellingen van dit Verdrag te bereiken.
20.2 De secretaris kwijt zich van de volgende taken :
a) het beleggen van en het verlenen van administratieve bijstand bij vergaderingen van het bestuursorgaan en eventuele andere ondersteunende organen;
b) het bijstaan van het bestuursorgaan in de uitoefening van zijn functies, in het bijzonder het uitvoeren van concrete taken die het bestuursorgaan hem kan opleggen;
c) het opstellen van een verslag van de activiteiten van het bestuursorgaan.
20.3 De secretaris informeert alle verdragsluitende partijen en de directeur-generaal over :
a) besluiten van het bestuursorgaan, binnen een termijn van 60 dagen na goedkeuring ervan;
b) informatie die hij ontvangt van verdragsluitende partijen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
20.4 De secretaris verschaft documentatie voor de vergaderingen van het bestuursorgaan in de zes talen van de Verenigde Naties.
20.5 De secretaris werkt samen met andere organisaties en verdragsorganen, waaronder het secretariaat van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, om de doelstellingen van dit Verdrag te bereiken.
Art. 21. L'organe directeur, à sa première réunion, examine et adopte des procédures de coopération efficaces et des mécanismes opérationnels visant à favoriser l'application des dispositions du présent Traité et à traiter les questions de non-application. Ces procédures et mécanismes comportent le suivi et l'offre d'avis ou d'aide, en particulier juridique, selon qu'il convient, notamment en faveur des pays en développement et des pays en transition.
règlement des différends
règlement des différends
Naleving.
Art. 22. 22.1 En cas de différend entre parties contractantes touchant l'interprétation ou l'application du présent Traité, les parties concernées recherchent des solutions par négociation.
Art. 21. Het bestuursorgaan dient op zijn eerste vergadering doelmatige samenwerkingsprocedures en operationele mechanismen ter bevordering van de naleving van de bepalingen van dit Verdrag en ter behandeling van de gevallen van niet-nakoming te bestuderen en goed te keuren. Deze procedures en mechanismen omvatten zo nodig het houden van toezicht en het geven van advies of bijstand, ook van juridische aard, in het bijzonder aan ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie.
Amendements au Traité.
Regeling van geschillen.
Art. 23. 23.1 Toute partie contractante peut proposer des amendements au présent Traité.
Art. 22. 22.1 Ingeval tussen verdragsluitende partijen een geschil ontstaat betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, trachten de betrokken partijen dit op te lossen door middel van onderhandelingen.
Annexes.
Wijzigingen op het Verdrag.
Art. 24. 24.1 Les annexes au présent Traité font partie intégrante de ce Traité et toute référence au présent Traite renvoie également à ses annexes.
Art. 23. 23.1 Wijzigingen op dit Verdrag kunnen worden voorgesteld door elke verdragsluitende partij.
Signature.
Aanhangsels.
Art. 25. Le présent Traité est ouvert à la signature à la FAO du 3 novembre 2001 au 4 novembre 2002 pour tous les membres de la FAO et tous les Etats qui, bien que n'étant pas membres de la FAO, sont membres de l'organisation des Nations unies, de l'une de ses institutions spécialisées ou de l'Agence internationale de l'Energie atomique.
Art. 24. 24.1 De aanhangsels bij dit Verdrag maken een integrerend deel uit van het Verdrag en een verwijzing naar dit Verdrag vormt tegelijkertijd een verwijzing naar de aanhangsels daarbij.
Ratification, acceptation ou approbation.
Ondertekening.
Art. 26. Le présent Traité est soumis a la ratification, à l'acceptation ou à l'approbation des membres et non membres de la FAO mentionnés à l'article 25. Les instruments de ratification, d'acceptation ou d'approbation sont remis au dépositaire.
Art. 25. Dit Verdrag staat open voor ondertekening bij de FAO van 3 november 2001 tot en met 4 november 2004 voor alle leden van de FAO en alle staten die, hoewel zij geen lid zijn van de FAO, lid zijn van de Verenigde Naties, een van haar gespecialiseerde organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie.
Adhésion.
Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Art. 27. Le présent Traité est ouvert à l'adhésion de tous les membres de la FAO et de tous les Etats qui, bien que n'étant pas membres de la FAO, sont membres de l'organisation des Nations unies, de l'une de ses institutions spécialisées ou de l'Agence internationale de l'Energie atomique à partir de la date à laquelle le Traité n'est plus ouvert à la signature. Les instruments d'adhésion sont déposés auprès du dépositaire.
Art. 26. Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de in artikel 25 vermelde leden en niet-leden van de FAO. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.
Entrée en vigueur.
Toetreding.
Art. 28. 28.1 Sous reserve des dispositions de l'article 29.2, le présent Traité entre en vigueur à compter du quatre-vingt-dixième jour suivant le dépôt du quarantième instrument de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion à condition qu'au moins vingt instruments de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion aient été déposés par des membres de la FAO.
Art. 27. Dit Verdrag staat open voor toetreding door alle leden van de FAO en alle staten die, hoewel zij geen lid zijn van de FAO, lid zijn van de Verenigde Naties, een van haar gespecialiseerde organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, vanaf de datum waarop het Verdrag is gesloten voor ondertekening. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de depositaris.
Art. 29. 29.1 Quand une organisation membre de la FAO dépose un instrument de ratification, d'acceptation, d'approbation ou d'adhésion pour le présent Traité, l'organisation membre doit, conformément aux dispositions de l'article II, par. 7 de l'Acte constitutif de la FAO, notifier tout changement concernant la répartition des compétences à la déclaration de compétence qu'elle a soumise en vertu de l'article II, par. 5 de l'Acte constitutif de la FAO, si cela est nécessaire, compte tenu de son acceptation du présent Traité. Toute partie contractante au présent Traité peut, à tout moment, demander à une organisation membre de la FAO qui est partie contractante à ce Traité d'indiquer qui, de l'organisation membre ou de ses Etats membres, est responsable de la mise en oeuvre de telle ou telle question visée par le présent Traité. L'organisation membre doit fournir cette information dans un délai raisonnable.
29.2 Les instruments de ratification, d'acceptation, d'approbation, d'adhésion ou de dénonciation déposés par une organisation membre de la FAO ne sont pas considérés comme venant s'ajouter aux instruments déposés par les Etats membres de ladite organisation membre.
29.2 Les instruments de ratification, d'acceptation, d'approbation, d'adhésion ou de dénonciation déposés par une organisation membre de la FAO ne sont pas considérés comme venant s'ajouter aux instruments déposés par les Etats membres de ladite organisation membre.
Inwerkingtreding.
Réserves.
Art. 28. 28.1 Behoudens het bepaalde in artikel 29, lid 2, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na de datum van de nederlegging van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding mits er minstens 20 akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding zijn nedergelegd door leden van de FAO.
28.2 Voor elk lid van de FAO en elke staat die, hoewel hij niet lid is van de FAO, lid is van de Verenigde Naties, een van haar gespecialiseerde organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt dan wel hiertoe toetreedt, treedt het in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging, overeenkomstig artikel 28, lid 1, van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door dat lid of die staat.
28.2 Voor elk lid van de FAO en elke staat die, hoewel hij niet lid is van de FAO, lid is van de Verenigde Naties, een van haar gespecialiseerde organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt dan wel hiertoe toetreedt, treedt het in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging, overeenkomstig artikel 28, lid 1, van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door dat lid of die staat.
Art. 30. Aucune réserve ne peut être faite au présent Traité.
Organisaties die lid zijn van de FAO.
Non parties.
Art. 29. 29.1 Wanneer een organisatie die lid is van de FAO een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding tot dit Verdrag neerlegt, dient deze organisatie, overeenkomstig het bepaalde in artikel II, lid 7, van het Statuut van de FAO, elke verandering met betrekking tot de verdeling van bevoegdheden mede te delen die is aangebracht in de verklaring inzake bevoegdheden die is overgelegd krachtens artikel II, lid 5, van het Statuut van de FAO, indien dit nodig is met het oog op haar aanvaarding van dit Verdrag. Elke verdragsluitende partij van dit Verdrag kan te allen tijde een organisatie die lid is van de FAO en die verdragsluitende partij is, verzoeken om mee te delen wie van de organisaties die lid zijn van de FAO en de lidstaten van de FAO verantwoordelijk zijn voor de toepassing van concrete aangelegenheden die worden geregeld in dit Verdrag. De organisatie die lid is van de FAO dient deze informatie binnen een redelijke termijn te verschaffen.
29.2 Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, toetreding of opzegging die zijn nedergelegd door een organisatie die lid is van de FAO, worden niet beschouwd als additioneel bij de akten die door haar lidstaten zijn nedergelegd.
29.2 Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, toetreding of opzegging die zijn nedergelegd door een organisatie die lid is van de FAO, worden niet beschouwd als additioneel bij de akten die door haar lidstaten zijn nedergelegd.
Art. 31. Les parties contractantes encouragent tout Etat membre de la FAO ou tout autre Etat n'étant pas partie contractante au présent Traité à adhérer à ce dernier.
Voorbehouden.
Dénonciation.
Art. 30. Ten aanzien van dit Verdrag kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt.
Art. 32. 32.1 Chacune des parties contractantes peut à tout moment, passées deux années à compter de la date à laquelle le présent Traité est entré en vigueur pour elle, notifier au dépositaire par écrit son retrait du présent Traité. Le dépositaire en informe immédiatement toutes les parties contractantes.
32.2 La dénonciation prend effet un an après la date de réception de la notification.
32.2 La dénonciation prend effet un an après la date de réception de la notification.
Niet-verdragsluitende partijen.
Extinction.
Art. 31. De verdragsluitende partijen dienen elk lid van de FAO of een andere staat die geen verdragsluitende partij is bij dit Verdrag, te stimuleren dit Verdrag te aanvaarden.
Art. 33. 33.1 Le présent Traité s'éteint automatiquement si et au moment où, à la suite de dénonciations, le nombre de parties contractantes tombe au-dessous de quarante, sauf décision contraire des parties contractantes restantes, prise à l'unanimité.
33.2 Le Dépositaire informe toutes les parties contractantes restantes lorsque le nombre des parties contractantes est tombé à quarante.
33.3 En cas d'extinction du Traité, l'affectation des avoirs est régie par les dispositions du règlement financier adopté par l'organe directeur.
33.2 Le Dépositaire informe toutes les parties contractantes restantes lorsque le nombre des parties contractantes est tombé à quarante.
33.3 En cas d'extinction du Traité, l'affectation des avoirs est régie par les dispositions du règlement financier adopté par l'organe directeur.
Opzegging.
Dépositaire.
Art. 32. 32.1 Na het verstrijken van twee jaar na de datum waarop dit Verdrag voor een verdragsluitende partij in werking is getreden, kan die verdragsluitende partij te allen tijde het Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. De depositaris stelt alle verdragsluitende partijen hiervan onverwijld op de hoogte.
32.2 De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een jaar na de datum waarop de kennisgeving van opzegging is ontvangen.
32.2 De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een jaar na de datum waarop de kennisgeving van opzegging is ontvangen.
Art. 34. Le directeur général de la FAO est le dépositaire du présent Traité.
Ontbinding.
Textes authentiques.
Art. 33. 33.1 Dit Verdrag wordt automatisch ontbonden indien en wanneer, als gevolg van opzeggingen, het aantal verdragsluitende partijen minder dan 40 bedraagt, tenzij de overige verdragsluitende partijen unaniem anders besluiten.
33.2 De depositaris stelt de andere verdragsluitende partijen op de hoogte wanneer het aantal verdragsluitende partijen minder dan 40 bedraagt.
33.3 In geval van ontbinding van het Verdrag wordt de overdracht van goederen geregeld door het door het bestuursorgaan goedgekeurd financieel reglement.
33.2 De depositaris stelt de andere verdragsluitende partijen op de hoogte wanneer het aantal verdragsluitende partijen minder dan 40 bedraagt.
33.3 In geval van ontbinding van het Verdrag wordt de overdracht van goederen geregeld door het door het bestuursorgaan goedgekeurd financieel reglement.
Art. 35. Les textes en anglais, arabe, chinois, espagnol, français et russe du présent Traité font également foi.
Depositaris.
ANNEXES.
Art. 34. De directeur-generaal van de FAO is depositaris van dit Verdrag.
Art. N1. Annexe 1. - Appendice I. Liste des espèces cultivées couvertes par le système multilatéral.
-
Especes cultivees vivrieres
-
Especes cultivees Genre Observations
- - -
Arbre a pain Artocarpus Arbre a pain seulement
Asperge Asparagus
Avoine Avena
Betterave Beta
Complexe des Brassica Brassica et al. Sont compris les genres :
Brassica, Armoracia,
Barbarea, Camelina, Crambe,
Diplotaxis, Eruca, Isatis,
Lepidium, Raphanobrassica,
Raphanus, Rorippa et
Sinapis. Il s'agti
d'oleagineux et de legumes
tels que le chou, le colza,
la moutarde, le cresson, la
roquette, les radis, les
navets. L'espece Lepidium
meyenii (maca) n'est pas
incluse
Cajan Cajanus
Pois chiche Cicer
Agrumes Citrus Y compris,
commeporte-greffes, Poncirus
et Fortunella
Noix de coco Cocos
Principales aracees Colocasia Xanthosoma Principales aracees : taro,
colacase, chou caraibe,
malanga
Carotte Daucus
Igname Dioscorea
Millet eleusine Eleusine
Fraise Fragaria
Tournesol Helianthus
Orge Hordeum
Patate douce Ipomoea
Gesse, pois carre. Lathyrus
Lathyrus
Lentille Lens
Pomme Malus
Manioc Manihot Uniquement Manihot esculenta
Banane/banane plantain Musa Sauf Musa textilis
Riz Oryza
Mil a chandelle Pennisetum
Haricot Phaseolus Sauf Phaseolus polyanthus
Pois Pisum
Seigle Secale
Pomme de terre Solanum Y compris section Tuberosa,
sauf Solanum phureja.
Aubergine Solanum Y compris section Melongena
Sorgho Sorghum
Triticale Triticosecale
Ble Triticum et al. Y compris Agropyron, Elymus
et Secale
Feve/Vesce Vicia
Niebe et al. Cowpea et Vigna
al.
Mais Zea Non compris Zea perennis, Zea
diploperennis et Zea
luxurians.
-
Especes cultivees Genre Observations
- - -
Arbre a pain Artocarpus Arbre a pain seulement
Asperge Asparagus
Avoine Avena
Betterave Beta
Complexe des Brassica Brassica et al. Sont compris les genres :
Brassica, Armoracia,
Barbarea, Camelina, Crambe,
Diplotaxis, Eruca, Isatis,
Lepidium, Raphanobrassica,
Raphanus, Rorippa et
Sinapis. Il s'agti
d'oleagineux et de legumes
tels que le chou, le colza,
la moutarde, le cresson, la
roquette, les radis, les
navets. L'espece Lepidium
meyenii (maca) n'est pas
incluse
Cajan Cajanus
Pois chiche Cicer
Agrumes Citrus Y compris,
commeporte-greffes, Poncirus
et Fortunella
Noix de coco Cocos
Principales aracees Colocasia Xanthosoma Principales aracees : taro,
colacase, chou caraibe,
malanga
Carotte Daucus
Igname Dioscorea
Millet eleusine Eleusine
Fraise Fragaria
Tournesol Helianthus
Orge Hordeum
Patate douce Ipomoea
Gesse, pois carre. Lathyrus
Lathyrus
Lentille Lens
Pomme Malus
Manioc Manihot Uniquement Manihot esculenta
Banane/banane plantain Musa Sauf Musa textilis
Riz Oryza
Mil a chandelle Pennisetum
Haricot Phaseolus Sauf Phaseolus polyanthus
Pois Pisum
Seigle Secale
Pomme de terre Solanum Y compris section Tuberosa,
sauf Solanum phureja.
Aubergine Solanum Y compris section Melongena
Sorgho Sorghum
Triticale Triticosecale
Ble Triticum et al. Y compris Agropyron, Elymus
et Secale
Feve/Vesce Vicia
Niebe et al. Cowpea et Vigna
al.
Mais Zea Non compris Zea perennis, Zea
diploperennis et Zea
luxurians.
-
Fourrages
-
Genre Espece
- -
Legumineuses
Astragalus chinensis, cicer, arenarius
Canavalia ensiformis
Coronilla Varia
Hedysarum coronarium
Lathyrus cicera, ciliolatus, hirsutus, ochrus, odoratus, sativus
Lespedeza cuneata, striata, stipulacea
Lotus corniculatus, subbiflorus, uliginosus
Lupinus albus, angustifolius, luteus
Medicago arborea, falcata, sativa, scutellata, rigidula,
truncatula
Melilotus albus, afficinalis
Onobrychis viciifolia
Ornithopus sativus
Prosopis affinis, alba, chilensis, nigra, pallida
Pueraria phaseoloides
Trifolium alexandrinum, alpestre, ambiguum, angustifolium,
arvense, agrocicerum, hybridum, incarnatum, pratense,
repens, resupinatum, rueppellianum, semipilosum,
subterraneum, vesiculosum
-
Genre Espece
- -
Legumineuses
Astragalus chinensis, cicer, arenarius
Canavalia ensiformis
Coronilla Varia
Hedysarum coronarium
Lathyrus cicera, ciliolatus, hirsutus, ochrus, odoratus, sativus
Lespedeza cuneata, striata, stipulacea
Lotus corniculatus, subbiflorus, uliginosus
Lupinus albus, angustifolius, luteus
Medicago arborea, falcata, sativa, scutellata, rigidula,
truncatula
Melilotus albus, afficinalis
Onobrychis viciifolia
Ornithopus sativus
Prosopis affinis, alba, chilensis, nigra, pallida
Pueraria phaseoloides
Trifolium alexandrinum, alpestre, ambiguum, angustifolium,
arvense, agrocicerum, hybridum, incarnatum, pratense,
repens, resupinatum, rueppellianum, semipilosum,
subterraneum, vesiculosum
-
Graminees
Andropogon gayanus
Agropyron cristatum, desertorum
Agrostis stolonifera, tenuis
Alopecurus pratensis
Arrhenatherum elatius
Dactylis glomerata
Festuca arundinacea, gigantea, heterophylla, ovina, pratensis,
rubra
Lolium hybridum, multiflorum, perenne, rigidum, temulentum
Phalaris aquatica, arundinacea
Phleum pratense
Poa alpina, annua, pratensis
Tripsacum laxum
Andropogon gayanus
Agropyron cristatum, desertorum
Agrostis stolonifera, tenuis
Alopecurus pratensis
Arrhenatherum elatius
Dactylis glomerata
Festuca arundinacea, gigantea, heterophylla, ovina, pratensis,
rubra
Lolium hybridum, multiflorum, perenne, rigidum, temulentum
Phalaris aquatica, arundinacea
Phleum pratense
Poa alpina, annua, pratensis
Tripsacum laxum
-
fourrages
Atriplex halimus, nummularia
Salsola vermiculata
Atriplex halimus, nummularia
Salsola vermiculata
Authentieke teksten.
Art. N2. Annexe 2. - Appendice II.
Art. 35. De Engelse, Arabische, Chinese, Spaanse, Franse en Russische tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
Art. 1N2. Partie 1. ARBITRAGE.
Article 1er. La partie requérante notifie au secrétaire que les parties en cause renvoient le différend à l'arbitrage conformément à l'article 22. La notification indique l'objet de l'arbitrage et notamment les articles du Traité dont l'interprétation ou l'application fait l'objet du litige. Si les parties au différend ne s'accordent pas sur l'objet du litige avant la désignation du président du Tribunal arbitral, c'est ce dernier qui le détermine. Le secrétaire communique les informations ainsi reçues à toutes les parties contractantes au présent Traité.
Article 2. 1. En cas de différend entre deux parties, le tribunal arbitral est composé de trois membres. Chacune des parties au différend nomme un arbitre; les deux arbitres ainsi nommés désignent d'un commun accord le troisième arbitre, qui assume la présidence du tribunal. Ce dernier ne doit pas être ressortissant de l'une des parties au différend, ni avoir sa résidence habituelle sur le territoire de l'une de ces parties au differend, ni se trouver au service de l'une d'elles, ni n'avoir déjà traité de cette affaire à quelque titre que ce soit.
2. En cas de différend entre plus de deux parties contractantes, les parties au différend ayant le même intérêt désignent un arbitre d'un commun accord.
3. En cas de vacance, il est pourvu à la vacance selon la procédure prévue pour la nomination initiale.
Article 3. 1. Si, dans un délai de deux mois après la nomination du deuxième arbitre, le président du tribunal arbitral n'est pas désigné, le Directeur général de la FAO procède, à la requête d'une partie au différend, à sa désignation dans un nouveau délai de deux mois.
2. Si, dans un délai de deux mois après réception de la requête, l'une des parties au différend n'a pas procédé à la nomination d'un arbitre, l'autre partie peut saisir le directeur général de la FAO qui procède à la désignation dans un nouveau délai de deux mois.
Article 4. Le tribunal arbitral rend ses décisions conformément aux dispositions du présent Traité et au droit international.
Article 5. Sauf si les parties au différend en décident autrement, le tribunal arbitral établit ses propres règles de procédure.
Article 6. A la demande de l'une des parties au différend, le tribunal arbitral peut recommander les mesures conservatoires indispensables.
Article 7. Les parties au différend facilitent les travaux du tribunal arbitral et, en particulier, utilisent tous les moyens à leur disposition pour :
a) fournir au tribunal tous les documents, renseignements et facilités nécessaires;
b) permettre au tribunal, en cas de besoin, de faire comparaître des témoins ou des experts et d'enregistrer leur déposition.
Article 8. Les parties au différend et les arbitres sont tenus de conserver le caractère confidentiel de tout renseignement qu'ils obtiennent confidentiellement au cours des audiences du tribunal arbitral.
Article 9. A moins que le tribunal arbitral n'en décide autrement du fait des circonstances particulières de l'affaire, les frais du tribunal sont pris en charge, à parts égales, par les parties au différend. Le tribunal tient un relevé de tous ses frais et en fournit un état final aux parties au différend.
Article 10. Toute partie contractante ayant, en ce qui concerne l'objet du différend, un intérêt d'ordre juridique susceptible d'etre affecté par la décision, peut intervenir dans la procédure avec le consentement du tribunal.
Article 11. Le tribunal peut connaître et décider des demandes reconventionnelles directement liées à l'objet du différend.
Article 12. Les décisions du tribunal arbitral, tant sur la procédure que sur le fond, sont prises à la majorité des voix de ses membres.
Article 13. Si l'une des parties au différend ne se présente pas devant le tribunal arbitral ou ne défend pas sa cause, l'autre partie peut demander au tribunal de poursuivre la procédure et de prononcer sa décision. Le fait qu'une des parties au différend ne se soit pas présentée devant le tribunal ou se soit abstenue de faire valoir ses droits ne fait pas obstacle à la procédure. Avant de prononcer sa sentence définitive, le tribunal arbitral doit s'assurer que la demande est fondée dans les faits et en droit.
Article 14. Le tribunal prononce sa sentence définitive au plus tard cinq mois à partir de la date à laquelle il a été crée, à moins qu'il n'estime nécessaire de prolonger ce délai pour une période qui ne devrait pas excéder cinq mois supplémentaires.
Article 15. La sentence définitive du tribunal arbitral est limitée à la question qui fait l'objet du différend et est motivée. Elle contient les noms des membres qui ont participé au délibéré et la date à laquelle elle a été prononcée. Tout membre du tribunal peut y annexer un avis distinct ou une opinion divergente.
Article 16. La sentence est obligatoire pour les parties au différend. Elle est sans appel, à moins que les parties ne se soient entendues d'avance sur une procédure d'appel.
Article 17. Tout différend qui pourrait surgir entre les parties au différend concernant l'interprétation ou l'exécution de la sentence peut être soumis par l'une des parties au différend au tribunal arbitral qui l'a rendue.
Article 1er. La partie requérante notifie au secrétaire que les parties en cause renvoient le différend à l'arbitrage conformément à l'article 22. La notification indique l'objet de l'arbitrage et notamment les articles du Traité dont l'interprétation ou l'application fait l'objet du litige. Si les parties au différend ne s'accordent pas sur l'objet du litige avant la désignation du président du Tribunal arbitral, c'est ce dernier qui le détermine. Le secrétaire communique les informations ainsi reçues à toutes les parties contractantes au présent Traité.
Article 2. 1. En cas de différend entre deux parties, le tribunal arbitral est composé de trois membres. Chacune des parties au différend nomme un arbitre; les deux arbitres ainsi nommés désignent d'un commun accord le troisième arbitre, qui assume la présidence du tribunal. Ce dernier ne doit pas être ressortissant de l'une des parties au différend, ni avoir sa résidence habituelle sur le territoire de l'une de ces parties au differend, ni se trouver au service de l'une d'elles, ni n'avoir déjà traité de cette affaire à quelque titre que ce soit.
2. En cas de différend entre plus de deux parties contractantes, les parties au différend ayant le même intérêt désignent un arbitre d'un commun accord.
3. En cas de vacance, il est pourvu à la vacance selon la procédure prévue pour la nomination initiale.
Article 3. 1. Si, dans un délai de deux mois après la nomination du deuxième arbitre, le président du tribunal arbitral n'est pas désigné, le Directeur général de la FAO procède, à la requête d'une partie au différend, à sa désignation dans un nouveau délai de deux mois.
2. Si, dans un délai de deux mois après réception de la requête, l'une des parties au différend n'a pas procédé à la nomination d'un arbitre, l'autre partie peut saisir le directeur général de la FAO qui procède à la désignation dans un nouveau délai de deux mois.
Article 4. Le tribunal arbitral rend ses décisions conformément aux dispositions du présent Traité et au droit international.
Article 5. Sauf si les parties au différend en décident autrement, le tribunal arbitral établit ses propres règles de procédure.
Article 6. A la demande de l'une des parties au différend, le tribunal arbitral peut recommander les mesures conservatoires indispensables.
Article 7. Les parties au différend facilitent les travaux du tribunal arbitral et, en particulier, utilisent tous les moyens à leur disposition pour :
a) fournir au tribunal tous les documents, renseignements et facilités nécessaires;
b) permettre au tribunal, en cas de besoin, de faire comparaître des témoins ou des experts et d'enregistrer leur déposition.
Article 8. Les parties au différend et les arbitres sont tenus de conserver le caractère confidentiel de tout renseignement qu'ils obtiennent confidentiellement au cours des audiences du tribunal arbitral.
Article 9. A moins que le tribunal arbitral n'en décide autrement du fait des circonstances particulières de l'affaire, les frais du tribunal sont pris en charge, à parts égales, par les parties au différend. Le tribunal tient un relevé de tous ses frais et en fournit un état final aux parties au différend.
Article 10. Toute partie contractante ayant, en ce qui concerne l'objet du différend, un intérêt d'ordre juridique susceptible d'etre affecté par la décision, peut intervenir dans la procédure avec le consentement du tribunal.
Article 11. Le tribunal peut connaître et décider des demandes reconventionnelles directement liées à l'objet du différend.
Article 12. Les décisions du tribunal arbitral, tant sur la procédure que sur le fond, sont prises à la majorité des voix de ses membres.
Article 13. Si l'une des parties au différend ne se présente pas devant le tribunal arbitral ou ne défend pas sa cause, l'autre partie peut demander au tribunal de poursuivre la procédure et de prononcer sa décision. Le fait qu'une des parties au différend ne se soit pas présentée devant le tribunal ou se soit abstenue de faire valoir ses droits ne fait pas obstacle à la procédure. Avant de prononcer sa sentence définitive, le tribunal arbitral doit s'assurer que la demande est fondée dans les faits et en droit.
Article 14. Le tribunal prononce sa sentence définitive au plus tard cinq mois à partir de la date à laquelle il a été crée, à moins qu'il n'estime nécessaire de prolonger ce délai pour une période qui ne devrait pas excéder cinq mois supplémentaires.
Article 15. La sentence définitive du tribunal arbitral est limitée à la question qui fait l'objet du différend et est motivée. Elle contient les noms des membres qui ont participé au délibéré et la date à laquelle elle a été prononcée. Tout membre du tribunal peut y annexer un avis distinct ou une opinion divergente.
Article 16. La sentence est obligatoire pour les parties au différend. Elle est sans appel, à moins que les parties ne se soient entendues d'avance sur une procédure d'appel.
Article 17. Tout différend qui pourrait surgir entre les parties au différend concernant l'interprétation ou l'exécution de la sentence peut être soumis par l'une des parties au différend au tribunal arbitral qui l'a rendue.
BIJLAGEN.
Art. 2N2. Partie 2. CONCILIATION
Art. N1. Bijlage 1. - Aanhangsel I. Lijst van gecultiveerde plantensoorten die zijn opgenomen in het multilateraal systeem.
Art. N3. Annexe 3. - Traité international sur les Ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture.
Voedselgewassen
-
Gecultiveerde Soort Opmerkingen
plantensoorten
- - -
Broodvrucht Artocarpus Alleen broodvrucht
Asperge Asparagus
Haver Avena
Biet Beta
Brassica-soorten Brassica et al. Hierin opgenomen zijn de
soorten : Brassica, Armoracia,
Barbarea, Camelina, Crambe,
Diplotaxis, Eruca, Isatis,
Lepidium, Raphanobrassica,
Raphanus, Rorippa en Sinapis
Struikerwt Cajanus
Kikkererwt Cicer
Citrusvruchten Citrus Waaronder begrepen, als
onderstammen, Poncirus en
Fortunella
Kokosnoot Cocos
Belangrijkste Colocasia Xanthosoma Belangrijkste aronskelkachtigen:
aronskelkachtigen taro, colacase, chou caraibe,
malanga
Wortel Daucus
Yam Dioscorea
Vingergierst Eleusine
Aardbei Fragaria
Zonnebloem Helianthus
Gerst Hordeum
Zoete aardappel Ipomoea
Lathyrus Lathyrus
Linze Lens
Appel Malus
Maniok Manihot Alleen Manihot esculenta
Bananenboom, banaan Musa Behalve Musa Textilis
Rijst Oryza
Parelgierst Pennisetum
Bonen Phaseolus Behalve Phaseolus polyanthus
Doperwten Pisum
Rogge Secale
Aardappel Solanum Hieronder begrepen de afdeling
Tuberosa, behalve Solanum
phureja
Aubergine Solanum Hieronder begrepen de afdeling
van Melongena
Sorghum Sorghum
Triticale Triticosecale
Tarwe Triticum et al. Hieronder begrepen Agropyrom,
Elymus en Secale
Vesce./Wikke Vicia
Niebe et al. Cowpea Vigna
et al.
Mais Zea Niet inbegrepen Zea perennis,
Zea diploperennis en Zea
luxurians
-
Gecultiveerde Soort Opmerkingen
plantensoorten
- - -
Broodvrucht Artocarpus Alleen broodvrucht
Asperge Asparagus
Haver Avena
Biet Beta
Brassica-soorten Brassica et al. Hierin opgenomen zijn de
soorten : Brassica, Armoracia,
Barbarea, Camelina, Crambe,
Diplotaxis, Eruca, Isatis,
Lepidium, Raphanobrassica,
Raphanus, Rorippa en Sinapis
Struikerwt Cajanus
Kikkererwt Cicer
Citrusvruchten Citrus Waaronder begrepen, als
onderstammen, Poncirus en
Fortunella
Kokosnoot Cocos
Belangrijkste Colocasia Xanthosoma Belangrijkste aronskelkachtigen:
aronskelkachtigen taro, colacase, chou caraibe,
malanga
Wortel Daucus
Yam Dioscorea
Vingergierst Eleusine
Aardbei Fragaria
Zonnebloem Helianthus
Gerst Hordeum
Zoete aardappel Ipomoea
Lathyrus Lathyrus
Linze Lens
Appel Malus
Maniok Manihot Alleen Manihot esculenta
Bananenboom, banaan Musa Behalve Musa Textilis
Rijst Oryza
Parelgierst Pennisetum
Bonen Phaseolus Behalve Phaseolus polyanthus
Doperwten Pisum
Rogge Secale
Aardappel Solanum Hieronder begrepen de afdeling
Tuberosa, behalve Solanum
phureja
Aubergine Solanum Hieronder begrepen de afdeling
van Melongena
Sorghum Sorghum
Triticale Triticosecale
Tarwe Triticum et al. Hieronder begrepen Agropyrom,
Elymus en Secale
Vesce./Wikke Vicia
Niebe et al. Cowpea Vigna
et al.
Mais Zea Niet inbegrepen Zea perennis,
Zea diploperennis en Zea
luxurians
Etats/ Date Type de Date de Entree en
Organisation authenti- consente- consente- vigueur
fication ment ment locale
- - - - -
AFGHANISTAN Adhesion 09/11/2006 07/02/2007
ALGERIE Adhesion 13/12/2002 29/06/2004
ALLEMAGNE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
ANGOLA 10/10/2002 Ratification 14/03/2006 12/06/2006
ARABIE SAOUDITE Adhesion 17/10/2005 15/01/2006
ARGENTINE 10/06/2002 Indetermine
ARMENIE Adhesion 20/03/2007 18/06/2007
AUSTRALIE 10/06/2002 Ratification 12/12/2005 12/03/2006
AUTRICHE 06/06/2002 Ratification 04/11/2005 02/02/2006
BANGLADESH 17/10/2002 Ratification 14/11/2003 29/06/2004
BENIN Adhesion 24/02/2006 25/05/2006
BHOUTAN 10/06/2002 Ratification 02/09/2003 29/06/2004
BRESIL 10/06/2002 Ratification 22/05/2006 20/08/2006
BULGARIE Adhesion 29/12/2004 29/03/2006
BURKINA FASO 09/11/2001 Ratification 05/12/2006 05/03/2007
BURUNDI 10/06/2002 Ratification 28/04/2006 27/07/2006
BELGIQUE 06/06/2002 Ratification 02/10/2007 31/12/2007
CAMBODGE 11/06/2002 Acceptation 11/06/2002 29/06/2004
CAMEROUN 03/09/2002 Ratification 19/12/2005 19/03/2006
CANADA 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
CAP-VERT (ILES) 16/10/2002 Indetermine
CHILI 04/11/2002 Indetermine
CHYPRE 12/06/2002 Ratification 15/09/2003 29/06/2004
COLOMBIE 30/10/2002 Indetermine
CONGO (REP. DEMOCRAT.) Adhesion 05/06/2003 29/06/2004
CONGO (REPUBLIQUE) Adhesion 14/09/2004 13/12/2004
COOK(ILES) Adhesion 02/12/2004 02/03/2004
COREE (DEM. REP.) Adhesion 16/07/2003 29/06/2004
COSTA-RICA 10/06/2002 Ratification 14/11/2006 12/02/2007
COTE D'IVOIRE 09/11/2001 Ratification 25/06/2003 29/06/2004
CUBA 11/10/2002 Ratification 16/09/2004 15/12/2005
COMMUNAUTE EUROPEENNE 06/06/2002 Approbation 31/03/2004 29/06/2004
DANEMARK 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
DJIBOUTI Adhesion 08/05/2006 06/08/2006
DOMINICAINE REPUBLIQUE 11/06/2002 Indetermine
EGYPTE 29/08/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
EL SALVADOR 10/06/2002 Ratification 09/07/2003 29/06/2004
EMIRATS ARABES UNIS Adhesion 16/02/2004 29/06/2004
EQUATEUR Adhesion 07/05/2004 05/08/2004
ERYTHREE 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
ESPAGNE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
ESTONIE Adhesion 31/03/2004 29/06/2004
ETATS-UNIS 01/11/2002 Indetermine
ETHIOPIE 12/06/2002 Ratification 18/06/2003 29/06/2004
FINLANDE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
FRANCE 06/06/2002 Approbation 11/07/2005 09/10/2005
GABON 10/06/2002 Ratification 13/11/2006 11/02/2007
GHANA 28/10/2002 Ratification 28/10/2002 29/06/2004
ROYAUME UNI 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
GRECE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
GUATEMALA 13/06/2002 Ratification 01/02/2006 02/05/2006
GUINEE 11/06/2002 Approbation 11/06/2002 29/06/2004
GUINEE-BISSAU Adhesion 01/02/2006
HAITI 09/11/2001 Indetermine
HONDURAS Adhesion 14/01/2004 29/06/2004
HONGRIE Adhesion 04/03/2004 29/06/2004
INDE 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
INDONESIE Adhesion 10/03/2006 08/06/2006
IRAN 04/11/2002 Ratification 28/04/2006 27/07/2006
IRLANDE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
ISLANDE Adhesion 07/08/2007 05/11/2007
ITALIE 06/06/2002 Ratification 18/05/2004 16/08/2004
JAMAIQUE Adhesion 14/03/2006 29/06/2004
JORDANIE 09/11/2001 Ratification 30/05/2002 29/06/2004
KENYA Adhesion 27/05/2003 29/06/2004
KIRIBATI Adhesion 13/12/2005 13/03/2006
KOWEIT Adhesion 02/09/2003 29/06/2004
LAOS Adhesion 14/03/2006 12/06/2006
LESOTHO Adhesion 21/11/2005 19/02/2006
LETTONIE Adhesion 27/05/2004 25/08/2004
LIBAN 04/11/2002 Ratification 06/05/2004 04/08/2004
LIBERIA Adhesion 25/11/2005 23/02/2006
LIBYE Adhesion 12/04/2005 11/07/2005
LITUANIE Adhesion 21/06/2005 19/09/2005
LUXEMBOURG 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
MACEDOINE (ARYM) 10/06/2002 Indetermine
MADAGASCAR 30/10/2002 Ratification 13/03/2006 11/06/2006
MALAISIE Adhesion 05/05/2003 29/06/2004
MALAWI 10/06/2002 Ratification 04/07/2002 29/06/2004
MALDIVES Adhesion 02/03/2006 31/05/2006
MALI 09/11/2001 Ratification 05/05/2005 03/08/2005
MALTE 10/06/2002 Indetermine
MAROC 27/03/2002 Ratification 14/07/2006 12/10/2006
MARSHALL (ILES) 13/06/2002 Indetermine
MAURICE Adhesion 27/03/2003 29/06/2004
MAURITANIE Adhesion 11/02/2003 29/06/2004
MYANMAR Adhesion 04/12/2002 29/06/2004
NAMIBIE 09/11/2001 Ratification 07/10/2004 05/01/2005
NICARAGUA Adhesion 22/11/2002 29/06/2004
NIGER 11/06/2002 Ratification 27/10/2004 25/01/2005
NIGERIA 10/06/2002 Indetermine
NORVEGE 12/06/2002 Ratification 03/08/2004 01/11/2004
OMAN Adhesion 14/07/2004 12/10/2004
OUGANDA Adhesion 25/03/2003 29/06/2004
PAKISTAN Adhesion 02/09/2003 29/06/2004
PANAMA Adhesion 13/03/2006 11/06/2006
PARAGUAY 24/10/2002 Acceptation 03/01/2003 29/06/2004
PAYS-BAS 06/06/2002 Acceptation 18/11/2005 16/02/2006
PEROU 08/10/2002 Ratification 05/06/2003 29/06/2004
PHILIPPINES Adhesion 28/09/2006 27/12/2006
POLOGNE Adhesion 07/02/2005 08/05/2005
PORTUGAL 06/06/2002 Approbation 07/11/2005 05/02/2006
REPUBLIQUE 09/11/2001 Ratification 04/08/2003 29/06/2004
CENTRAFRICAINE
REPUBLIQUE DE SERBIE 01/10/2002 Indetermine
ROUMANIE Adhesion 31/05/2005 29/08/2005
SAINTE LUCIE Adhesion 16/07/2003 29/06/2004
SAMOA Adhesion 09/03/2006 07/06/2006
SAO TOME ET PRINCIPE Adhesion 07/04/2006 06/07/2006
SENEGAL 09/11/2001 Ratification 25/10/2006 23/01/2007
SEYCHELLES Adhesion 30/05/2006 28/08/2006
SIERRA LEONE Adhesion 20/11/2002 29/06/2004
SLOVENIE Adhesion 11/01/2006 11/04/2006
SOUDAN 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
SUEDE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
SUISSE 28/10/2002 Ratification 22/11/2004 20/02/2005
SWAZILAND 10/06/2002 Indetermine
SYRIE 13/06/2002 Ratification 26/08/2003 29/06/2004
TANZANIE Adhesion 30/04/2004 29/07/2004
TCHAD 11/06/2002 Acceptation 14/03/2006 12/06/2006
TCHEQUE REP. Adhesion 31/03/2004 29/06/2004
THAILANDE 04/11/2002 Indetermine
TOGO 04/11/2002 Ratification 23/10/2007 21/01/2008
TRINIDAD ET TOBAGO Adhesion 27/10/2004 25/01/2005
TUNISIE 10/06/2002 Ratification 08/06/2004 06/09/2004
TURQUIE 04/11/2002 Ratification 07/06/2007 05/09/2007
URUGUAY 10/06/2002 Ratification 01/03/2006 30/05/2006
VENEZUELA 11/02/2002 Ratification 17/05/2005 15/08/2005
YEMEN Adhesion 01/03/2006 30/05/2006
ZAMBIE 04/11/2002 Ratification 13/03/2006 11/06/2006
ZIMBABWE 30/10/2002 Ratification 05/07/2005 03/10/2005
Organisation authenti- consente- consente- vigueur
fication ment ment locale
- - - - -
AFGHANISTAN Adhesion 09/11/2006 07/02/2007
ALGERIE Adhesion 13/12/2002 29/06/2004
ALLEMAGNE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
ANGOLA 10/10/2002 Ratification 14/03/2006 12/06/2006
ARABIE SAOUDITE Adhesion 17/10/2005 15/01/2006
ARGENTINE 10/06/2002 Indetermine
ARMENIE Adhesion 20/03/2007 18/06/2007
AUSTRALIE 10/06/2002 Ratification 12/12/2005 12/03/2006
AUTRICHE 06/06/2002 Ratification 04/11/2005 02/02/2006
BANGLADESH 17/10/2002 Ratification 14/11/2003 29/06/2004
BENIN Adhesion 24/02/2006 25/05/2006
BHOUTAN 10/06/2002 Ratification 02/09/2003 29/06/2004
BRESIL 10/06/2002 Ratification 22/05/2006 20/08/2006
BULGARIE Adhesion 29/12/2004 29/03/2006
BURKINA FASO 09/11/2001 Ratification 05/12/2006 05/03/2007
BURUNDI 10/06/2002 Ratification 28/04/2006 27/07/2006
BELGIQUE 06/06/2002 Ratification 02/10/2007 31/12/2007
CAMBODGE 11/06/2002 Acceptation 11/06/2002 29/06/2004
CAMEROUN 03/09/2002 Ratification 19/12/2005 19/03/2006
CANADA 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
CAP-VERT (ILES) 16/10/2002 Indetermine
CHILI 04/11/2002 Indetermine
CHYPRE 12/06/2002 Ratification 15/09/2003 29/06/2004
COLOMBIE 30/10/2002 Indetermine
CONGO (REP. DEMOCRAT.) Adhesion 05/06/2003 29/06/2004
CONGO (REPUBLIQUE) Adhesion 14/09/2004 13/12/2004
COOK(ILES) Adhesion 02/12/2004 02/03/2004
COREE (DEM. REP.) Adhesion 16/07/2003 29/06/2004
COSTA-RICA 10/06/2002 Ratification 14/11/2006 12/02/2007
COTE D'IVOIRE 09/11/2001 Ratification 25/06/2003 29/06/2004
CUBA 11/10/2002 Ratification 16/09/2004 15/12/2005
COMMUNAUTE EUROPEENNE 06/06/2002 Approbation 31/03/2004 29/06/2004
DANEMARK 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
DJIBOUTI Adhesion 08/05/2006 06/08/2006
DOMINICAINE REPUBLIQUE 11/06/2002 Indetermine
EGYPTE 29/08/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
EL SALVADOR 10/06/2002 Ratification 09/07/2003 29/06/2004
EMIRATS ARABES UNIS Adhesion 16/02/2004 29/06/2004
EQUATEUR Adhesion 07/05/2004 05/08/2004
ERYTHREE 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
ESPAGNE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
ESTONIE Adhesion 31/03/2004 29/06/2004
ETATS-UNIS 01/11/2002 Indetermine
ETHIOPIE 12/06/2002 Ratification 18/06/2003 29/06/2004
FINLANDE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
FRANCE 06/06/2002 Approbation 11/07/2005 09/10/2005
GABON 10/06/2002 Ratification 13/11/2006 11/02/2007
GHANA 28/10/2002 Ratification 28/10/2002 29/06/2004
ROYAUME UNI 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
GRECE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
GUATEMALA 13/06/2002 Ratification 01/02/2006 02/05/2006
GUINEE 11/06/2002 Approbation 11/06/2002 29/06/2004
GUINEE-BISSAU Adhesion 01/02/2006
HAITI 09/11/2001 Indetermine
HONDURAS Adhesion 14/01/2004 29/06/2004
HONGRIE Adhesion 04/03/2004 29/06/2004
INDE 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
INDONESIE Adhesion 10/03/2006 08/06/2006
IRAN 04/11/2002 Ratification 28/04/2006 27/07/2006
IRLANDE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
ISLANDE Adhesion 07/08/2007 05/11/2007
ITALIE 06/06/2002 Ratification 18/05/2004 16/08/2004
JAMAIQUE Adhesion 14/03/2006 29/06/2004
JORDANIE 09/11/2001 Ratification 30/05/2002 29/06/2004
KENYA Adhesion 27/05/2003 29/06/2004
KIRIBATI Adhesion 13/12/2005 13/03/2006
KOWEIT Adhesion 02/09/2003 29/06/2004
LAOS Adhesion 14/03/2006 12/06/2006
LESOTHO Adhesion 21/11/2005 19/02/2006
LETTONIE Adhesion 27/05/2004 25/08/2004
LIBAN 04/11/2002 Ratification 06/05/2004 04/08/2004
LIBERIA Adhesion 25/11/2005 23/02/2006
LIBYE Adhesion 12/04/2005 11/07/2005
LITUANIE Adhesion 21/06/2005 19/09/2005
LUXEMBOURG 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
MACEDOINE (ARYM) 10/06/2002 Indetermine
MADAGASCAR 30/10/2002 Ratification 13/03/2006 11/06/2006
MALAISIE Adhesion 05/05/2003 29/06/2004
MALAWI 10/06/2002 Ratification 04/07/2002 29/06/2004
MALDIVES Adhesion 02/03/2006 31/05/2006
MALI 09/11/2001 Ratification 05/05/2005 03/08/2005
MALTE 10/06/2002 Indetermine
MAROC 27/03/2002 Ratification 14/07/2006 12/10/2006
MARSHALL (ILES) 13/06/2002 Indetermine
MAURICE Adhesion 27/03/2003 29/06/2004
MAURITANIE Adhesion 11/02/2003 29/06/2004
MYANMAR Adhesion 04/12/2002 29/06/2004
NAMIBIE 09/11/2001 Ratification 07/10/2004 05/01/2005
NICARAGUA Adhesion 22/11/2002 29/06/2004
NIGER 11/06/2002 Ratification 27/10/2004 25/01/2005
NIGERIA 10/06/2002 Indetermine
NORVEGE 12/06/2002 Ratification 03/08/2004 01/11/2004
OMAN Adhesion 14/07/2004 12/10/2004
OUGANDA Adhesion 25/03/2003 29/06/2004
PAKISTAN Adhesion 02/09/2003 29/06/2004
PANAMA Adhesion 13/03/2006 11/06/2006
PARAGUAY 24/10/2002 Acceptation 03/01/2003 29/06/2004
PAYS-BAS 06/06/2002 Acceptation 18/11/2005 16/02/2006
PEROU 08/10/2002 Ratification 05/06/2003 29/06/2004
PHILIPPINES Adhesion 28/09/2006 27/12/2006
POLOGNE Adhesion 07/02/2005 08/05/2005
PORTUGAL 06/06/2002 Approbation 07/11/2005 05/02/2006
REPUBLIQUE 09/11/2001 Ratification 04/08/2003 29/06/2004
CENTRAFRICAINE
REPUBLIQUE DE SERBIE 01/10/2002 Indetermine
ROUMANIE Adhesion 31/05/2005 29/08/2005
SAINTE LUCIE Adhesion 16/07/2003 29/06/2004
SAMOA Adhesion 09/03/2006 07/06/2006
SAO TOME ET PRINCIPE Adhesion 07/04/2006 06/07/2006
SENEGAL 09/11/2001 Ratification 25/10/2006 23/01/2007
SEYCHELLES Adhesion 30/05/2006 28/08/2006
SIERRA LEONE Adhesion 20/11/2002 29/06/2004
SLOVENIE Adhesion 11/01/2006 11/04/2006
SOUDAN 10/06/2002 Ratification 10/06/2002 29/06/2004
SUEDE 06/06/2002 Ratification 31/03/2004 29/06/2004
SUISSE 28/10/2002 Ratification 22/11/2004 20/02/2005
SWAZILAND 10/06/2002 Indetermine
SYRIE 13/06/2002 Ratification 26/08/2003 29/06/2004
TANZANIE Adhesion 30/04/2004 29/07/2004
TCHAD 11/06/2002 Acceptation 14/03/2006 12/06/2006
TCHEQUE REP. Adhesion 31/03/2004 29/06/2004
THAILANDE 04/11/2002 Indetermine
TOGO 04/11/2002 Ratification 23/10/2007 21/01/2008
TRINIDAD ET TOBAGO Adhesion 27/10/2004 25/01/2005
TUNISIE 10/06/2002 Ratification 08/06/2004 06/09/2004
TURQUIE 04/11/2002 Ratification 07/06/2007 05/09/2007
URUGUAY 10/06/2002 Ratification 01/03/2006 30/05/2006
VENEZUELA 11/02/2002 Ratification 17/05/2005 15/08/2005
YEMEN Adhesion 01/03/2006 30/05/2006
ZAMBIE 04/11/2002 Ratification 13/03/2006 11/06/2006
ZIMBABWE 30/10/2002 Ratification 05/07/2005 03/10/2005
Veevoeder
-
Geslacht Soort
- -
Voederpeulvruchten :
Astragalus chinensis, cicer, arenarius
Canavalia ensiformis
Coronilla Varia
Hedysarum coronarium
Lathyrus cicera, ciliolatus, hirsutus, ochrus, odoratus,
sativus
Lespedeza cuneata, striata, stipulacea
Lotus corniculatus, subbiflorus, uliginosus
Lupinus albus, angustifolius, luteus
Medicago arborea, falcata, sativa, scutellata, rigidula,
truncatula
Melilotus albus, afficinalis
Onobrychis viciifolia
Ornithopus sativus
Prosopis affinis, alba, chilensis, nigra, pallida
Pueraria phaseoloides
Trifolium alexandrinum, alpestre, ambiguum, angustifolium,
arvense, agrocicerum, hybridum, incarnatum,
pratense, repens, resupinatum, rueppellianum,
semipilosum, subterraneum, vesiculosum
-
Geslacht Soort
- -
Voederpeulvruchten :
Astragalus chinensis, cicer, arenarius
Canavalia ensiformis
Coronilla Varia
Hedysarum coronarium
Lathyrus cicera, ciliolatus, hirsutus, ochrus, odoratus,
sativus
Lespedeza cuneata, striata, stipulacea
Lotus corniculatus, subbiflorus, uliginosus
Lupinus albus, angustifolius, luteus
Medicago arborea, falcata, sativa, scutellata, rigidula,
truncatula
Melilotus albus, afficinalis
Onobrychis viciifolia
Ornithopus sativus
Prosopis affinis, alba, chilensis, nigra, pallida
Pueraria phaseoloides
Trifolium alexandrinum, alpestre, ambiguum, angustifolium,
arvense, agrocicerum, hybridum, incarnatum,
pratense, repens, resupinatum, rueppellianum,
semipilosum, subterraneum, vesiculosum
-
Grassen :
Andropogon gayanus
Agropyron cristatum, desertorum
Agrostis stolonifera, tenuis
Alopecurus pratensis
Arrhenatherum elatius
Dactylis glomerata
Festuca arundinacea, gigantea, heterophylla, ovina,
pratensis, rubra
Lolium hybridum, multiflorum, perenne, rigidum, temulentum
Phalaris aquatica, arundinacea
Phleum pratense
Poa alpina, annua, pratensis
Tripsacum laxum
Andropogon gayanus
Agropyron cristatum, desertorum
Agrostis stolonifera, tenuis
Alopecurus pratensis
Arrhenatherum elatius
Dactylis glomerata
Festuca arundinacea, gigantea, heterophylla, ovina,
pratensis, rubra
Lolium hybridum, multiflorum, perenne, rigidum, temulentum
Phalaris aquatica, arundinacea
Phleum pratense
Poa alpina, annua, pratensis
Tripsacum laxum
-
Andere voedergewassen :
Atriplex halimus, nummularia
Salsola vermiculata
Atriplex halimus, nummularia
Salsola vermiculata
-
Art. N2. Bijlage 2. - Aanhangsel II.
Art. N4. Annexe 4. - Déclaration.
" La Belgique interprète l'article 12.3, point d), du Traité sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture comme reconnaissant que les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture ou leurs parties et composantes génétiques ayant été sujet d'innovations peuvent être l'objet de droits de propriété intellectuelle pour autant que les critères relatifs à de tels droits soient satisfaits. ".
" La Belgique interprète l'article 12.3, point d), du Traité sur les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture comme reconnaissant que les ressources phytogénétiques pour l'alimentation et l'agriculture ou leurs parties et composantes génétiques ayant été sujet d'innovations peuvent être l'objet de droits de propriété intellectuelle pour autant que les critères relatifs à de tels droits soient satisfaits. ".
Art. 1N2. Titel 1. ARBITRAGE.
Artikel 1. De eisende partij stelt de secretaris in kennis van het feit dat de partijen een geschil onderwerpen aan arbitrage overeenkomstig artikel 22. In de kennisgeving dienen te worden vermeld het voorwerp van de arbitrage en met name de artikelen van het Verdrag waarvan de uitlegging of toepassing in het geding zijn. Indien de partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over het voorwerp van het geding voordat de voorzitter van het scheidsgerecht wordt aangewezen, wordt dit bepaald door het scheidsgerecht. De secretaris doet de aldus ontvangen informatie toekomen aan alle verdragsluitende partijen bij dit Verdrag.
Artikel 2. 1. Bij geschillen tussen twee partijen bestaat het scheidsgerecht uit drie leden. Elk der partijen bij het geschil benoemt een scheidsman en de twee aldus benoemde scheidsmannen wijzen in onderlinge overeenstemming de derde scheidsman aan, die als voorzitter van het scheidsgerecht fungeert. Laatstgenoemde mag geen onderdaan zijn van één der partijen bij het geschil, noch zijn vaste woon- of verblijfplaats hebben op het grondgebied van één van die partijen, noch werkzaam zijn in dienst van één van hen, noch zich in enigerlei hoedanigheid met de zaak hebben beziggehouden.
2. Bij geschillen tussen meer dan twee verdragsluitende partijen, wijzen de partijen met hetzelfde belang gezamenlijk een scheidsman aan.
3. Een vacature wordt vervuld op de wijze als voorgeschreven voor de aanvankelijke benoeming.
Artikel 3. 1. Indien binnen twee maanden na de benoeming van de tweede scheidsman geen voorzitter van het scheidsgerecht is aangewezen, wijst de directeur-generaal van de FAO op verzoek van een partij bij het geschil de voorzitter aan binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
2. Indien één van de partijen bij het geschil binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek geen scheidsman heeft benoemd, kan de andere partij hiervan kennisgeving doen aan de directeur-generaal van de FAO, die de aanwijzing verricht binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
Artikel 4. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissingen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en het internationale recht.
Artikel 5. Tenzij de partijen bij het geding anders overeenkomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.
Artikel 6. Het scheidsgerecht kan op verzoek van één van de partijen bij het geschil essentiële voorlopige maatregelen ter bescherming aanbevelen.
Artikel 7. De partijen bij het geschil dienen de werkzaamheden van het scheidsgerecht te vergemakkelijken en dienen met name, met gebruikmaking van alle hun ter beschikking staande middelen :
a) aan het scheidsgerecht alle terzake dienende stukken, gegevens en voorzieningen ter beschikking te stellen, en
b) het scheidsgerecht in staat te stellen, indien nodig, getuigen en deskundigen op te roepen en hun verklaring te doen optekenen.
Artikel 8. De partijen bij het geschil en de scheidsmannen zijn verplicht het vertrouwelijke karakter te handhaven van alle informatie die zij in vertrouwen hebben ontvangen in de loop van de procedure voor het scheidsgerecht.
Artikel 9. Tenzij het scheidsgerecht anders beslist gelet op de bijzondere omstandigheden van de zaak, worden de kosten van het scheidsgerecht in gelijke delen gedragen door de partijen bij het geding. Het scheidsgerecht houdt aantekening van alle kosten en doet een eindoverzicht toekomen aan de partijen bij het geding.
Artikel 10. Een verdragsluitende partij die een belang van juridische aard bij het voorwerp van het geding heeft, dat door de beslissing kan worden geraakt, kan met instemming van het scheidsgerecht interveniëren in de procedure.
Artikel 11. Het scheidsgerecht kan kennis nemen van en uitspraak doen over eisen in reconventie die rechtstreeks verband houden met het voorwerp van het geding.
Artikel 12. Beslissingen van het scheidsgerecht, zowel aangaande de procedure als aangaande de zaak zelve, worden genomen met een meerderheid van stemmen van de leden.
Artikel 13. Indien één van de partijen bij het geschil niet voor het scheidsgerecht verschijnt of verzuimt haar zaak te verdedigen, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken de procedure voort te zetten en uitspraak te doen. Niet verschijnen of verzuimen de zaak te verdedigen vormt geen beletsel voor de voortgang van de procedure. Alvorens zijn einduitspraak te doen, dient het scheidsgerecht zich ervan te vergewissen dat de eis zowel ten aanzien van de feiten als ten aanzien van het recht gegrond is.
Artikel 14. Het scheidsgerecht doet binnen vijf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het volledig is samengesteld, einduitspraak, tenzij het scheidsgerecht het noodzakelijk acht deze termijn met maximaal vijf maanden te verlengen.
Artikel 15. De einduitspraak van het scheidsgerecht dient uitsluitend betrekking te hebben op het voorwerp van het geding en dient met redenen te zijn omkleed. De namen van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen en de datum van de einduitspraak dienen daarin te zijn vermeld. Elk lid van het scheidsgerecht kan een afzonderlijk of afwijkend oordeel aan de einduitspraak hechten.
Artikel 16. De uitspraak is bindend voor de partijen bij het geding. De uitspraak is niet vatbaar voor beroep, tenzij de partijen bij het geschil van tevoren een beroepsprocedure zijn overeengekomen.
Artikel 17. Elk geschil dat tussen de partijen bij het geding mocht ontstaan met betrekking tot de uitlegging of de wijze van tenuitvoerlegging van de einduitspraak kan door één van beide partijen worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
Artikel 1. De eisende partij stelt de secretaris in kennis van het feit dat de partijen een geschil onderwerpen aan arbitrage overeenkomstig artikel 22. In de kennisgeving dienen te worden vermeld het voorwerp van de arbitrage en met name de artikelen van het Verdrag waarvan de uitlegging of toepassing in het geding zijn. Indien de partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over het voorwerp van het geding voordat de voorzitter van het scheidsgerecht wordt aangewezen, wordt dit bepaald door het scheidsgerecht. De secretaris doet de aldus ontvangen informatie toekomen aan alle verdragsluitende partijen bij dit Verdrag.
Artikel 2. 1. Bij geschillen tussen twee partijen bestaat het scheidsgerecht uit drie leden. Elk der partijen bij het geschil benoemt een scheidsman en de twee aldus benoemde scheidsmannen wijzen in onderlinge overeenstemming de derde scheidsman aan, die als voorzitter van het scheidsgerecht fungeert. Laatstgenoemde mag geen onderdaan zijn van één der partijen bij het geschil, noch zijn vaste woon- of verblijfplaats hebben op het grondgebied van één van die partijen, noch werkzaam zijn in dienst van één van hen, noch zich in enigerlei hoedanigheid met de zaak hebben beziggehouden.
2. Bij geschillen tussen meer dan twee verdragsluitende partijen, wijzen de partijen met hetzelfde belang gezamenlijk een scheidsman aan.
3. Een vacature wordt vervuld op de wijze als voorgeschreven voor de aanvankelijke benoeming.
Artikel 3. 1. Indien binnen twee maanden na de benoeming van de tweede scheidsman geen voorzitter van het scheidsgerecht is aangewezen, wijst de directeur-generaal van de FAO op verzoek van een partij bij het geschil de voorzitter aan binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
2. Indien één van de partijen bij het geschil binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek geen scheidsman heeft benoemd, kan de andere partij hiervan kennisgeving doen aan de directeur-generaal van de FAO, die de aanwijzing verricht binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
Artikel 4. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissingen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en het internationale recht.
Artikel 5. Tenzij de partijen bij het geding anders overeenkomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.
Artikel 6. Het scheidsgerecht kan op verzoek van één van de partijen bij het geschil essentiële voorlopige maatregelen ter bescherming aanbevelen.
Artikel 7. De partijen bij het geschil dienen de werkzaamheden van het scheidsgerecht te vergemakkelijken en dienen met name, met gebruikmaking van alle hun ter beschikking staande middelen :
a) aan het scheidsgerecht alle terzake dienende stukken, gegevens en voorzieningen ter beschikking te stellen, en
b) het scheidsgerecht in staat te stellen, indien nodig, getuigen en deskundigen op te roepen en hun verklaring te doen optekenen.
Artikel 8. De partijen bij het geschil en de scheidsmannen zijn verplicht het vertrouwelijke karakter te handhaven van alle informatie die zij in vertrouwen hebben ontvangen in de loop van de procedure voor het scheidsgerecht.
Artikel 9. Tenzij het scheidsgerecht anders beslist gelet op de bijzondere omstandigheden van de zaak, worden de kosten van het scheidsgerecht in gelijke delen gedragen door de partijen bij het geding. Het scheidsgerecht houdt aantekening van alle kosten en doet een eindoverzicht toekomen aan de partijen bij het geding.
Artikel 10. Een verdragsluitende partij die een belang van juridische aard bij het voorwerp van het geding heeft, dat door de beslissing kan worden geraakt, kan met instemming van het scheidsgerecht interveniëren in de procedure.
Artikel 11. Het scheidsgerecht kan kennis nemen van en uitspraak doen over eisen in reconventie die rechtstreeks verband houden met het voorwerp van het geding.
Artikel 12. Beslissingen van het scheidsgerecht, zowel aangaande de procedure als aangaande de zaak zelve, worden genomen met een meerderheid van stemmen van de leden.
Artikel 13. Indien één van de partijen bij het geschil niet voor het scheidsgerecht verschijnt of verzuimt haar zaak te verdedigen, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken de procedure voort te zetten en uitspraak te doen. Niet verschijnen of verzuimen de zaak te verdedigen vormt geen beletsel voor de voortgang van de procedure. Alvorens zijn einduitspraak te doen, dient het scheidsgerecht zich ervan te vergewissen dat de eis zowel ten aanzien van de feiten als ten aanzien van het recht gegrond is.
Artikel 14. Het scheidsgerecht doet binnen vijf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het volledig is samengesteld, einduitspraak, tenzij het scheidsgerecht het noodzakelijk acht deze termijn met maximaal vijf maanden te verlengen.
Artikel 15. De einduitspraak van het scheidsgerecht dient uitsluitend betrekking te hebben op het voorwerp van het geding en dient met redenen te zijn omkleed. De namen van de leden die aan de beraadslaging hebben deelgenomen en de datum van de einduitspraak dienen daarin te zijn vermeld. Elk lid van het scheidsgerecht kan een afzonderlijk of afwijkend oordeel aan de einduitspraak hechten.
Artikel 16. De uitspraak is bindend voor de partijen bij het geding. De uitspraak is niet vatbaar voor beroep, tenzij de partijen bij het geschil van tevoren een beroepsprocedure zijn overeengekomen.
Artikel 17. Elk geschil dat tussen de partijen bij het geding mocht ontstaan met betrekking tot de uitlegging of de wijze van tenuitvoerlegging van de einduitspraak kan door één van beide partijen worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
-
Art. 2N2. Titel 2. CONCILIATIE
Artikel 1. Op verzoek van één van de partijen bij het geding wordt een conciliatiecommissie gevormd. Tenzij de partijen dit anders overeenkomen, bestaat de commissie uit vijf leden, waarvan elke partij er twee benoemt en een voorzitter gezamenlijk door die leden wordt gekozen.
Artikel 2. Bij geschillen tussen meer dan twee partijen, benoemen de partijen die een gemeenschappelijk belang hebben, hun leden van de commissie gezamenlijk. Wanneer twee of meer partijen verschillende belangen hebben of wanneer er onenigheid bestaat omtrent de vraag of zij hetzelfde belang hebben, benoemen zij hun leden afzonderlijk.
Artikel 3. Indien binnen twee maanden na de datum van het verzoek tot vorming van een conciliatiecommissie benoemingen door partijen niet zijn verricht, worden die benoemingen, indien de partij die het verzoek heeft ingediend zulks verzoekt, verricht door de directeur-generaal van de FAO binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
Artikel 4. Indien binnen twee maanden na de benoeming van het laatste lid van de conciliatiecommissie geen voorzitter is gekozen, wordt de voorzitter, indien een partij zulks verzoekt, benoemd door de directeur-generaal van de FAO binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
Artikel 5. De conciliatiecommissie neemt haar besluiten met een meerderheid van stemmen van haar leden. Zij stelt haar eigen procedureregels vast, tenzij de partijen bij het geschil dit anders overeenkomen. Zij doet een voorstel tot oplossing van het geschil, hetwelk de partijen te goeder trouw in overweging nemen.
Artikel 6. Een verschil van mening omtrent de vraag of de conciliatiecommissie bevoegd is, zal door de commissie worden beslist.
Artikel 1. Op verzoek van één van de partijen bij het geding wordt een conciliatiecommissie gevormd. Tenzij de partijen dit anders overeenkomen, bestaat de commissie uit vijf leden, waarvan elke partij er twee benoemt en een voorzitter gezamenlijk door die leden wordt gekozen.
Artikel 2. Bij geschillen tussen meer dan twee partijen, benoemen de partijen die een gemeenschappelijk belang hebben, hun leden van de commissie gezamenlijk. Wanneer twee of meer partijen verschillende belangen hebben of wanneer er onenigheid bestaat omtrent de vraag of zij hetzelfde belang hebben, benoemen zij hun leden afzonderlijk.
Artikel 3. Indien binnen twee maanden na de datum van het verzoek tot vorming van een conciliatiecommissie benoemingen door partijen niet zijn verricht, worden die benoemingen, indien de partij die het verzoek heeft ingediend zulks verzoekt, verricht door de directeur-generaal van de FAO binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
Artikel 4. Indien binnen twee maanden na de benoeming van het laatste lid van de conciliatiecommissie geen voorzitter is gekozen, wordt de voorzitter, indien een partij zulks verzoekt, benoemd door de directeur-generaal van de FAO binnen een nieuwe termijn van twee maanden.
Artikel 5. De conciliatiecommissie neemt haar besluiten met een meerderheid van stemmen van haar leden. Zij stelt haar eigen procedureregels vast, tenzij de partijen bij het geschil dit anders overeenkomen. Zij doet een voorstel tot oplossing van het geschil, hetwelk de partijen te goeder trouw in overweging nemen.
Artikel 6. Een verschil van mening omtrent de vraag of de conciliatiecommissie bevoegd is, zal door de commissie worden beslist.
-
Art. N3. Bijlage 3. - Internationaal Verdrag aangaande Plantgenetische Hulpbronnen voor Voeding en Landbouw.
-
Staten/ Datum Type Datum Datum
Organisatie authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerking-
treding
- - - - -
AFGHANISTAN Toetreding 09/11/2006 07/02/2007
ALGERIJE Toetreding 13/12/2002 29/06/2004
ANGOLA 10/10/2002 Bekrachtiging 14/03/2006 12/06/2006
ARGENTINIE 10/06/2002 Onbepaald
ARMENIE Toetreding 20/03/2007 18/06/0007
AUSTRALIE 10/06/2002 Bekrachtiging 12/12/2005 09/03/2006
BANGLADESH 17/10/2002 Bekrachtiging 14/11/2003 29/06/2004
BENIN Toetreding 24/02/2006 24/05/2006
BHOUTAN 10/06/2002 Bekrachtiging 02/09/2003 29/06/2004
BRAZILIE 10/06/2002 Bekrachtiging 22/05/2006 20/08/2006
BULGARIJE Toetreding 29/12/2004 29/03/2006
BURKINA FASO 09/11/2001 Bekrachtiging 05/12/2006 05/03/2007
BURUNDI 10/06/2002 Bekrachtiging 28/04/2006 27/07/2006
BELGIE 06/06/2002 bekrachtiging 02/10/2007 31/12/2007
CAMBODJA 11/06/2002 Aanvaarding 11/06/2002 29/06/2004
CANADA 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
CENTRAALAFRIKAANSE REP. 09/11/2001 Bekrachtiging 04/08/2003 29/06/2004
CHILI 04/11/2002 Onbepaald
COLOMBIA 30/10/2002 Onbepaald
CONGO (DEMOCR. REP.) Toetreding 05/06/2003 29/06/2004
CONGO (REPUBLIEK) Toetreding 14/09/2004 13/12/2004
COOK(EIL.) Toetreding 02/12/2004 02/03/2005
COSTA RICA 10/06/2002 Bekrachtiging 14/11/2006 12/02/2007
CUBA 11/10/2002 Bekrachtiging 16/09/2004 15/12/2005
CYPRUS 12/06/2002 Bekrachtiging 15/09/2003 29/06/2004
DENEMARKEN 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
DJIBOUTI Toetreding 08/05/2006 06/08/2006
DOMINICAANSE REPUBLIEK 11/06/2002 Onbepaald
DUITSLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
ECUADOR Toetreding 07/05/2004 05/08/2004
EGYPTE 29/08/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
EL SALVADOR 10/06/2002 Bekrachtiging 09/07/2003 29/06/2004
ERITREA 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
ESTLAND Toetreding 31/03/2004 29/06/2004
ETHIOPIE 12/06/2002 Bekrachtiging 18/06/2003 29/06/2004
EUROPESE GEMEENSCHAP 06/06/2002 Goedkeuring 31/03/2004 29/06/2004
FILIPIJNEN Toetreding 28/09/2006 27/12/2006
FINLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
FRANKRIJK 06/06/2002 Goedkeuring 11/07/2005 09/10/2005
GABON 10/06/2002 Bekrachtiging 13/11/2006 11/02/2007
GHANA 28/10/2002 Bekrachtiging 28/10/2002 29/06/2004
GRIEKENLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
VERENIGD KONINKRIJK 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
GUATEMALA 13/06/2002 Bekrachtiging 01/02/2006 02/05/2006
GUINEA 11/06/2002 Goedkeuring 11/06/2002 29/06/2004
GUINEE-BISSAU Toetreding 01/02/2006
HAITI 09/11/2001 Onbepaald
HONDURAS Toetreding 14/01/2004 29/06/2004
HONGARIJE Toetreding 04/03/2004 29/06/2004
IERLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
IJSLAND Toetreding 07/08/2007 05/11/2007
INDIA 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
INDONESIE Toetreding 10/03/2006 08/06/2006
IRAN 04/11/2002 Bekrachtiging 28/04/2006 27/07/2006
ITALIE 06/06/2002 Bekrachtiging 18/05/2004 16/08/2004
IVOORKUST 09/11/2001 Bekrachtiging 25/06/2003 29/06/2004
JAMAICA Toetreding 14/03/2006 29/06/2004
JEMEN Toetreding 01/03/2006 30/05/2006
JORDANIE 09/11/2001 Bekrachtiging 30/05/2002 29/06/2004
KAAPVERDISCHE (EILANDEN) 16/10/2002 Onbepaald
KAMEROEN 03/09/2002 Bekrachtiging 19/12/2005 19/03/2006
KENIA Toetreding 27/05/2003 29/06/2004
KIRIBATI Toetreding 13/12/2005 13/03/2006
KOEWEIT Toetreding 02/09/2003 29/06/2004
KOREA (DEM. REP.) Toetreding 16/07/2003 29/06/2004
LAOS Toetreding 14/03/2006 12/06/2006
LESOTHO Toetreding 21/11/2005 19/02/2006
LETLAND Toetreding 27/05/2004 25/08/2004
LIBANON 04/11/2002 Bekrachtiging 06/05/2004 04/08/2004
LIBERIA Toetreding 25/11/2005 23/02/2006
LIBIE Toetreding 12/04/2005 11/07/2005
LITOUWEN Toetreding 21/06/2005 19/09/2005
LUXEMBURG 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
MACEDONIE (FYROM) 10/06/2002 Onbepaald
MADAGASCAR 30/10/2002 Bekrachtiging 13/03/2006 11/06/2006
MALAWI 10/06/2002 Bekrachtiging 04/07/2002 29/06/2004
MALDIVEN Toetreding 02/03/2006 31/05/2006
MALEISIE Toetreding 05/05/2003 29/06/2004
MALI 09/11/2001 Bekrachtiging 05/05/2005 03/08/2005
MALTA 10/06/2002 Onbepaald
MAROKKO 27/03/2002 Bekrachtiging 14/07/2006 12/10/2006
MARSHALL (EIL.) 13/06/2002 Onbepaald
MAURITANIE Toetreding 11/02/2003 29/06/2004
MAURITIUS Toetreding 27/03/2003 29/06/2004
MYANMAR Toetreding 04/12/2002 29/06/2004
NAMIBIE 09/11/2001 Bekrachtiging 07/10/2004 05/01/2005
NEDERLAND 06/06/2002 Aanvaarding 18/11/2005 16/02/2006
NICARAGUA Toetreding 22/11/2002 29/06/2004
NIGER 11/06/2002 Bekrachtiging 27/10/2004 25/01/2005
NIGERIA 10/06/2002 Onbepaald
NOORWEGEN 12/06/2002 Bekrachtiging 03/08/2004 01/11/2004
OMAN Toetreding 14/07/2004 12/10/2004
OOSTENRIJK 06/06/2002 Bekrachtiging 04/11/2005 02/02/2006
PAKISTAN Toetreding 02/09/2003 29/06/2004
PANAMA Toetreding 13/03/2006 11/06/2006
PARAGUAY 24/10/2002 Aanvaarding 03/01/2003 29/06/2004
PERU 08/10/2002 Bekrachtiging 05/06/2003 29/06/2004
POLEN Toetreding 07/02/2005 08/05/2005
PORTUGAL 06/06/2002 Goedkeuring 07/11/2005 05/02/2006
REPUBLIEK SERVIE 01/10/2002 Onbepaald
ROEMENIE Toetreding 31/05/2005 29/08/2005
SAMOA Toetreding 09/03/2006 07/06/2006
SAO TOME EN PRINCIPE Toetreding 07/04/2006 06/07/2006
SAUDI-ARABIE Toetreding 17/10/2005 15/01/2006
SENEGAL 09/11/2001 Bekrachtiging 25/10/2006 23/01/2007
SEYCHELLEN Toetreding 30/05/2006 28/08/2006
SIERRA LEONE Toetreding 20/11/2002 29/06/2004
SLOVENIE Toetreding 11/01/2006 11/04/2006
SPANJE 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
ST. LUCIA Toetreding 16/07/2003 29/06/2004
SUDAN 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
SWAZILAND 10/06/2002 Onbepaald
SYRIE 13/06/2002 Bekrachtiging 26/08/2003 29/06/2004
TANZANIA Toetreding 30/04/2004 29/07/2004
THAILAND 04/11/2002 Onbepaald
TOGO 04/11/2002 Bekrachtiging 23/10/2007 21/01/2008
TRINIDAD EN TOBAGO Toetreding 27/10/2004 25/01/2005
TSJAAD 11/06/2002 Aanvaarding 14/03/2006 12/06/2006
TSJECHISCHE REP. Toetreding 31/03/2004 29/06/2004
TUNESIE 10/06/2002 Bekrachtiging 08/06/2004 06/09/2004
TURKIJE 04/11/2002 Bekrachtiging 07/06/2007 05/09/2007
UGANDA Toetreding 25/03/2003 29/06/2004
URUGUAY 10/06/2002 Bekrachtiging 01/03/2006 30/05/2006
VENEZUELA 11/02/2002 Bekrachtiging 17/05/2005 15/08/2005
VERENIGDE ARABISCHE Toetreding 16/02/2004 29/06/2004
EMIRATEN
VERENIGDE STATEN 01/11/2002 Onbepaald
ZAMBIA 04/11/2002 Bekrachtiging 13/03/2006 11/06/2006
ZIMBABWE 30/10/2002 Bekrachtiging 05/07/2005 03/10/2005
ZWEDEN 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
ZWITSERLAND 28/10/2002 Bekrachtiging 22/11/2004 20/02/2005
Organisatie authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerking-
treding
- - - - -
AFGHANISTAN Toetreding 09/11/2006 07/02/2007
ALGERIJE Toetreding 13/12/2002 29/06/2004
ANGOLA 10/10/2002 Bekrachtiging 14/03/2006 12/06/2006
ARGENTINIE 10/06/2002 Onbepaald
ARMENIE Toetreding 20/03/2007 18/06/0007
AUSTRALIE 10/06/2002 Bekrachtiging 12/12/2005 09/03/2006
BANGLADESH 17/10/2002 Bekrachtiging 14/11/2003 29/06/2004
BENIN Toetreding 24/02/2006 24/05/2006
BHOUTAN 10/06/2002 Bekrachtiging 02/09/2003 29/06/2004
BRAZILIE 10/06/2002 Bekrachtiging 22/05/2006 20/08/2006
BULGARIJE Toetreding 29/12/2004 29/03/2006
BURKINA FASO 09/11/2001 Bekrachtiging 05/12/2006 05/03/2007
BURUNDI 10/06/2002 Bekrachtiging 28/04/2006 27/07/2006
BELGIE 06/06/2002 bekrachtiging 02/10/2007 31/12/2007
CAMBODJA 11/06/2002 Aanvaarding 11/06/2002 29/06/2004
CANADA 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
CENTRAALAFRIKAANSE REP. 09/11/2001 Bekrachtiging 04/08/2003 29/06/2004
CHILI 04/11/2002 Onbepaald
COLOMBIA 30/10/2002 Onbepaald
CONGO (DEMOCR. REP.) Toetreding 05/06/2003 29/06/2004
CONGO (REPUBLIEK) Toetreding 14/09/2004 13/12/2004
COOK(EIL.) Toetreding 02/12/2004 02/03/2005
COSTA RICA 10/06/2002 Bekrachtiging 14/11/2006 12/02/2007
CUBA 11/10/2002 Bekrachtiging 16/09/2004 15/12/2005
CYPRUS 12/06/2002 Bekrachtiging 15/09/2003 29/06/2004
DENEMARKEN 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
DJIBOUTI Toetreding 08/05/2006 06/08/2006
DOMINICAANSE REPUBLIEK 11/06/2002 Onbepaald
DUITSLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
ECUADOR Toetreding 07/05/2004 05/08/2004
EGYPTE 29/08/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
EL SALVADOR 10/06/2002 Bekrachtiging 09/07/2003 29/06/2004
ERITREA 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
ESTLAND Toetreding 31/03/2004 29/06/2004
ETHIOPIE 12/06/2002 Bekrachtiging 18/06/2003 29/06/2004
EUROPESE GEMEENSCHAP 06/06/2002 Goedkeuring 31/03/2004 29/06/2004
FILIPIJNEN Toetreding 28/09/2006 27/12/2006
FINLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
FRANKRIJK 06/06/2002 Goedkeuring 11/07/2005 09/10/2005
GABON 10/06/2002 Bekrachtiging 13/11/2006 11/02/2007
GHANA 28/10/2002 Bekrachtiging 28/10/2002 29/06/2004
GRIEKENLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
VERENIGD KONINKRIJK 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
GUATEMALA 13/06/2002 Bekrachtiging 01/02/2006 02/05/2006
GUINEA 11/06/2002 Goedkeuring 11/06/2002 29/06/2004
GUINEE-BISSAU Toetreding 01/02/2006
HAITI 09/11/2001 Onbepaald
HONDURAS Toetreding 14/01/2004 29/06/2004
HONGARIJE Toetreding 04/03/2004 29/06/2004
IERLAND 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
IJSLAND Toetreding 07/08/2007 05/11/2007
INDIA 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
INDONESIE Toetreding 10/03/2006 08/06/2006
IRAN 04/11/2002 Bekrachtiging 28/04/2006 27/07/2006
ITALIE 06/06/2002 Bekrachtiging 18/05/2004 16/08/2004
IVOORKUST 09/11/2001 Bekrachtiging 25/06/2003 29/06/2004
JAMAICA Toetreding 14/03/2006 29/06/2004
JEMEN Toetreding 01/03/2006 30/05/2006
JORDANIE 09/11/2001 Bekrachtiging 30/05/2002 29/06/2004
KAAPVERDISCHE (EILANDEN) 16/10/2002 Onbepaald
KAMEROEN 03/09/2002 Bekrachtiging 19/12/2005 19/03/2006
KENIA Toetreding 27/05/2003 29/06/2004
KIRIBATI Toetreding 13/12/2005 13/03/2006
KOEWEIT Toetreding 02/09/2003 29/06/2004
KOREA (DEM. REP.) Toetreding 16/07/2003 29/06/2004
LAOS Toetreding 14/03/2006 12/06/2006
LESOTHO Toetreding 21/11/2005 19/02/2006
LETLAND Toetreding 27/05/2004 25/08/2004
LIBANON 04/11/2002 Bekrachtiging 06/05/2004 04/08/2004
LIBERIA Toetreding 25/11/2005 23/02/2006
LIBIE Toetreding 12/04/2005 11/07/2005
LITOUWEN Toetreding 21/06/2005 19/09/2005
LUXEMBURG 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
MACEDONIE (FYROM) 10/06/2002 Onbepaald
MADAGASCAR 30/10/2002 Bekrachtiging 13/03/2006 11/06/2006
MALAWI 10/06/2002 Bekrachtiging 04/07/2002 29/06/2004
MALDIVEN Toetreding 02/03/2006 31/05/2006
MALEISIE Toetreding 05/05/2003 29/06/2004
MALI 09/11/2001 Bekrachtiging 05/05/2005 03/08/2005
MALTA 10/06/2002 Onbepaald
MAROKKO 27/03/2002 Bekrachtiging 14/07/2006 12/10/2006
MARSHALL (EIL.) 13/06/2002 Onbepaald
MAURITANIE Toetreding 11/02/2003 29/06/2004
MAURITIUS Toetreding 27/03/2003 29/06/2004
MYANMAR Toetreding 04/12/2002 29/06/2004
NAMIBIE 09/11/2001 Bekrachtiging 07/10/2004 05/01/2005
NEDERLAND 06/06/2002 Aanvaarding 18/11/2005 16/02/2006
NICARAGUA Toetreding 22/11/2002 29/06/2004
NIGER 11/06/2002 Bekrachtiging 27/10/2004 25/01/2005
NIGERIA 10/06/2002 Onbepaald
NOORWEGEN 12/06/2002 Bekrachtiging 03/08/2004 01/11/2004
OMAN Toetreding 14/07/2004 12/10/2004
OOSTENRIJK 06/06/2002 Bekrachtiging 04/11/2005 02/02/2006
PAKISTAN Toetreding 02/09/2003 29/06/2004
PANAMA Toetreding 13/03/2006 11/06/2006
PARAGUAY 24/10/2002 Aanvaarding 03/01/2003 29/06/2004
PERU 08/10/2002 Bekrachtiging 05/06/2003 29/06/2004
POLEN Toetreding 07/02/2005 08/05/2005
PORTUGAL 06/06/2002 Goedkeuring 07/11/2005 05/02/2006
REPUBLIEK SERVIE 01/10/2002 Onbepaald
ROEMENIE Toetreding 31/05/2005 29/08/2005
SAMOA Toetreding 09/03/2006 07/06/2006
SAO TOME EN PRINCIPE Toetreding 07/04/2006 06/07/2006
SAUDI-ARABIE Toetreding 17/10/2005 15/01/2006
SENEGAL 09/11/2001 Bekrachtiging 25/10/2006 23/01/2007
SEYCHELLEN Toetreding 30/05/2006 28/08/2006
SIERRA LEONE Toetreding 20/11/2002 29/06/2004
SLOVENIE Toetreding 11/01/2006 11/04/2006
SPANJE 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
ST. LUCIA Toetreding 16/07/2003 29/06/2004
SUDAN 10/06/2002 Bekrachtiging 10/06/2002 29/06/2004
SWAZILAND 10/06/2002 Onbepaald
SYRIE 13/06/2002 Bekrachtiging 26/08/2003 29/06/2004
TANZANIA Toetreding 30/04/2004 29/07/2004
THAILAND 04/11/2002 Onbepaald
TOGO 04/11/2002 Bekrachtiging 23/10/2007 21/01/2008
TRINIDAD EN TOBAGO Toetreding 27/10/2004 25/01/2005
TSJAAD 11/06/2002 Aanvaarding 14/03/2006 12/06/2006
TSJECHISCHE REP. Toetreding 31/03/2004 29/06/2004
TUNESIE 10/06/2002 Bekrachtiging 08/06/2004 06/09/2004
TURKIJE 04/11/2002 Bekrachtiging 07/06/2007 05/09/2007
UGANDA Toetreding 25/03/2003 29/06/2004
URUGUAY 10/06/2002 Bekrachtiging 01/03/2006 30/05/2006
VENEZUELA 11/02/2002 Bekrachtiging 17/05/2005 15/08/2005
VERENIGDE ARABISCHE Toetreding 16/02/2004 29/06/2004
EMIRATEN
VERENIGDE STATEN 01/11/2002 Onbepaald
ZAMBIA 04/11/2002 Bekrachtiging 13/03/2006 11/06/2006
ZIMBABWE 30/10/2002 Bekrachtiging 05/07/2005 03/10/2005
ZWEDEN 06/06/2002 Bekrachtiging 31/03/2004 29/06/2004
ZWITSERLAND 28/10/2002 Bekrachtiging 22/11/2004 20/02/2005
-
Art. N4. Bijlage 4. - Verklaring.
" België interpreteert het artikel 12.3, punt d), van het Verdrag aangaande plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw als erkennende dat de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw of hun genetische delen en componenten die onderworpen werden aan innovatie het voorwerp kunnen uitmaken van intellectuele eigendomsrechten, voor zover ze voldoen aan de criteria betreffende dergelijke rechten. ".
" België interpreteert het artikel 12.3, punt d), van het Verdrag aangaande plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw als erkennende dat de plantgenetische hulpbronnen voor voeding en landbouw of hun genetische delen en componenten die onderworpen werden aan innovatie het voorwerp kunnen uitmaken van intellectuele eigendomsrechten, voor zover ze voldoen aan de criteria betreffende dergelijke rechten. ".
-