Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap ["Agentschap voor Onderwijsdiensten"]. <BVR 2006-03-31/61, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-04-2006> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-12-2005 en tekstbijwerking tot 31-08-2023)
Titre
2 SEPTEMBRE 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand portant création de l'agence autonomisée interne ["Agentschap voor Onderwijsdiensten" (Agence de Services d'Enseignement)]. (TRADUCTION). <AGF 2006-03-31/61, art. 4, 002; En vigueur : 01-04-2006> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-12-2005 et mise à jour au 31-08-2023)
Dokumentinformationen
Numac: 2005036613
Datum: 2005-09-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005036613
Date: 2005-09-02
Moniteur: Voir
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Benaming, doel en taakstelling van het agentschap.
CHAPITRE Ier. - Dénomination, objet et missions de l'agence.
Artikel 1. Binnen het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming wordt een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht, onder de benaming ("Agentschap voor Onderwijsdienstencentrum"), hierna "het agentschap" te noemen.
  Het agentschap behoort tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.
Article 1. Au sein du ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, il est créé une agence autonomisée interne sans personnalité juridique, sous le nom ("Agentschap voor Onderwijsdiensten" (Agence de Services d'Enseignement)), dénommée ci-après l'agence.
  L'agence fait partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 2. [1 Het agentschap heeft als missie : als betrouwbare partner tussen beleid, scholen en andere actoren, bijdragen tot kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen.]1
  
Art. 2. [1 L'agence a pour mission : de contribuer, en tant que partenaire fiable des décideurs politiques, des écoles et des autres acteurs, à un enseignement de qualité pour tous.]1
  
Art. 3. [1 Het agentschap heeft tot taak :
   1. het verzorgen van de administratieve en financiële dienstverlening voor scholen;
   2. het ondersteunen en informeren van scholen;
   3. het nagaan of de middelen correct worden gebruikt;
   4. het meewerken aan de realisatie van het beleid en de beleidsevaluatie, in samenwerking met het departement en de andere agentschappen;
   5. het bijdragen tot een correcte en tijdige toepassing van de financieringswet.
   Onder " scholen " wordt verstaan : alle actoren die samen " school " maken : onderwijsinstellingen en scholen voor basis-, secundair en deeltijds kunstonderwijs, leerlingen en ouders, inrichtende machten en schoolbesturen, schoolleiding, personeelsleden, onderwijsinspectie, pedagogische begeleidingsdiensten, centra voor leerlingenbegeleiding, lokale overlegplatforms[2 en onderwijsinternaten]2.]1

  
Art. 3. [1 La tâche de l'agence comporte les volets suivants :
   1° la prestation de services administratifs et financiers aux écoles;
   2° les actions de soutien et d'information des écoles;
   3° la vérification de l'affectation correcte des moyens;
   4° la collaboration à la réalisation de la politique et à l'évaluation de la politique, de concert avec le département et les autres agences;
   5° la contribution à une application correcte et dans les délais de la loi de financement.
   Par " écoles " on entend : l'ensemble des prestataires d'enseignement : les établissements d'enseignement et les écoles organisant les enseignements fondamental, secondaire et artistique à temps partiel, les élèves et les parents, les pouvoirs organisateurs et les autorités scolaires, les directions d'école, les personnels, l'inspection de l'enseignement, les services d'encadrement pédagogique, les centres d'encadrement des élèves, les plates-formes locales de concertation[2 et internats de l'enseignement]2.]1

  
Art. 4. Overeenkomstig [1 artikel III.61 van het bestuursdecreet van 7 december 2018, regelt het ondernemingsplan]1 de concretisering van de kwalitatieve en kwantitatieve wijze waarop het agentschap zijn taken vervult, met strategische en operationele doelstellingen, beschreven aan de hand van meetbare criteria.
  
Art. 4. Conformément à [1 l'article III.61 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018, le plan d'entreprise règle]1 la concrétisation qualitative et quantitative de l'accomplissement des missions conférées à l'agence, assortie d'objectifs stratégiques et opérationnels, décrits à l'aide de critères mesurables.
  
Art. 5. Bij het uitoefenen van zijn missie en taken treedt het agentschap op namens de rechtspersoon Vlaamse Gemeenschap.
Art. 5. Dans l'accomplissement de ses missions et tâches, l'agence agit au nom de la personne morale Communauté flamande.
HOOFDSTUK II. - Aansturing en leiding van het agentschap.
CHAPITRE II. - Pilotage et direction de l'agence.
Art. 6. Het agentschap ressorteert onder het hiërarchisch gezag van de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming, hierna genoemd "de minister".
Art. 6. L'agence relève de l'autorité hiérarchique du Ministre flamand compétent pour l'Enseignement et la Formation, dénommé ci-après "le Ministre".
Art. 7. De minister stuurt het agentschap aan, inzonderheid via een beheersovereenkomst.
Art. 7. Le Ministre pilote l'agence, notamment par le biais d'un contrat de gestion.
Art. 8. Het hoofd van het agentschap is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid.
Art. 8. Le chef de l'agence est chargé de la direction générale, du fonctionnement et de la représentation de l'agence, sans préjudice de la possibilité de délégation et de sous-délégation de cette compétence.
HOOFDSTUK III. - Delegatie van beslissingsbevoegdheden.
CHAPITRE III. - Délégation de compétences de décision.
Art. 9. Het hoofd van het agentschap heeft delegatie van beslissingsbevoegdheid voor de aangelegenheden die zijn vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid.
Art. 9. Le chef de l'agence a délégation de compétence de décision pour les matières fixées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 octobre 2003 réglant la délégation de compétences de décision aux chefs des agences autonomisées internes de l'Administration flamande.
Art. 10. Bij het gebruik van de delegaties gelden de algemene regelingen, voorwaarden en beperkingen, zoals vervat in het voornoemd besluit, met inbegrip van de bepalingen inzake subdelegatie, de regeling bij vervanging en de verantwoording.
Art. 10. L'utilisation des délégations visées au présent article est soumise aux réglementations, conditions et limitations générales telles que reprises à l'arrêté susvisé, y compris les dispositions en matière de sous-délégation, la réglementation en cas de remplacement et la justification.
HOOFDSTUK IV. - Controle, opvolging en toezicht.
CHAPITRE IV. - Contrôle, suivi et tutelle.
Art. 11. [1 Met behoud van de toepassing van artikel III.61, III.62, III.114 en III.115 van het bestuursdecreet van 7 december 2018, met betrekking tot informatieverstrekking, rapportering, organisatiebeheersing en interne audit, is de minister verantwoordelijk voor de opvolging van en het toezicht op het agentschap.]1
  
Art. 11. [1 Sans préjudice de l'application des articles III.61, III.62, III.114 et III.115 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018 concernant la fourniture d'informations, les rapports, la maîtrise de l'organisation et l'audit interne, le Ministre est responsable du suivi et de la tutelle de l'agence.]1
  
Art. 12. De minister kan, in het kader van de opvolging en de uitoefening van het toezicht, op ieder ogenblik aan het hoofd van het agentschap informatie, rapportering en verantwoording vragen over bepaalde aangelegenheden, zowel op geaggregeerd niveau als op niveau van individuele onderwerpen en dossiers.
Art. 12. Dans le cadre du suivi et de l'exercice de la tutelle, le Ministre peut demander à tout moment au chef de l'agence des informations, des rapports et une justification concernant certaines matières, tant au niveau agrégé qu'au niveau de sujets et dossiers individuels.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtredings- en uitvoeringsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions d'entrée en vigueur et d'exécution.
Art. 13. De Vlaamse Regering stelt de datum vast waarop dit besluit in werking treedt.
  (NOTA : inwerkingtreding vastgesteld op 01-04-2006 door BVR 2006-03-31/61, art. 1, 2°)
Art. 13. Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
  (NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-04-2006 par AGF 2006-03-31/61, art. 1, 2°)
Art. 14. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap " Onderwijsdienstencentrum ", wordt ingetrokken.
Art. 14. L'arrêté du Gouvernement flamand du 14 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne "Onderwijsdienstencentrum" est retiré.
Art. 15. De Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs en vorming is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre flamand ayant l'enseignement et la formation dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.