Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 houdende een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2001 en 25 maart 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie; "
2° er worden een punt 12°, een punt 13° en een punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt :
" 12° maatschappelijk verantwoord ondernemen, hierna MVO te noemen : ondernemen waarbij men in een permanente dialoog met iedereen die invloed uitoefent of ondervindt van de onderneming (stakeholders) gaat streven naar een maximale toegevoegde waarde én voor de onderneming én voor haar werknemers én voor de maatschappij én voor het milieu;
13° monitoringsysteem : het systematisch volgen via indicatoren van de economische leefbaarheid, de invulling van het concept MVO en de begeleiding en ondersteuning van de invoegwerknemers met als doel de werking van concrete initiatieven en de efficiëntie van de maatregel in zijn geheel zowel op korte als op lange termijn te volgen, te evalueren en bij te sturen;
14° RESOC : het Regionaal Sociaal-economische Overlegcomité, vermeld in artikel 18 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 JULI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 houdende een impuls- en ondersteuningsprogramma van de meerwaardeneconomie.
Titre
1 JUILLET 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2000 portant un programme d'impulsion et de soutien de l'économie plurielle. (Traduction).
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (24)
Texte (24)
Article 1. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2000 portant un programme d'impulsion et de soutien de l'économie plurielle, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2001 et 25 mars 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° le Ministre : le Ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions; "
2° il est ajouté un point 12°, un point 13° et un point 14°, rédigés comme suit :
" 12° entrepreneuriat socialement responsable, ci-après dénommé ESR : l'entrepreneuriat où dans un esprit de dialogue permanent avec tous ceux qui exercent ou subis sent une influence (stakeholders) l'on poursuit une valeur ajoutée maximale pour l'entreprise et pour ses travailleurs ainsi que pour la société et l'environnement;
13° système de monitorage : le follow-up systématique des indicateurs de viabilité économique, la réalisation du concept ESR et l'accompagnement et le soutien des travailleurs d'insertion en vue de suivre, évaluer et corriger la réalisation des initiatives concrètes et l'efficacité de la mesure dans son ensemble, tant à court qu'à long terme;
14° RESOC : le Comité de Concertation socio-économique régional, cité à l'article 18 du décret du 7 mai 2004 relatif au statut, au fonctionnement, aux tâches et aux compétences des partenariats régionaux agréés, des conseils socio-économiques de la région et des comités de concertation socio-économiques régionaux. "
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° le Ministre : le Ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions; "
2° il est ajouté un point 12°, un point 13° et un point 14°, rédigés comme suit :
" 12° entrepreneuriat socialement responsable, ci-après dénommé ESR : l'entrepreneuriat où dans un esprit de dialogue permanent avec tous ceux qui exercent ou subis sent une influence (stakeholders) l'on poursuit une valeur ajoutée maximale pour l'entreprise et pour ses travailleurs ainsi que pour la société et l'environnement;
13° système de monitorage : le follow-up systématique des indicateurs de viabilité économique, la réalisation du concept ESR et l'accompagnement et le soutien des travailleurs d'insertion en vue de suivre, évaluer et corriger la réalisation des initiatives concrètes et l'efficacité de la mesure dans son ensemble, tant à court qu'à long terme;
14° RESOC : le Comité de Concertation socio-économique régional, cité à l'article 18 du décret du 7 mai 2004 relatif au statut, au fonctionnement, aux tâches et aux compétences des partenariats régionaux agréés, des conseils socio-économiques de la région et des comités de concertation socio-économiques régionaux. "
Art. 2. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, worden punt 1° en punt 2° vervangen door wat volgt :
" 1° de personen, natuurlijke of rechtspersonen, die ernstig overwegen een handelsvennootschap op te richten;
2° ondernemingen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen; "
" 1° de personen, natuurlijke of rechtspersonen, die ernstig overwegen een handelsvennootschap op te richten;
2° ondernemingen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen; "
Art. 2. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, les points 1° et 2° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 1° les personnes physiques ou morales qui envisagent sérieusement de démarrer une société commerciale;
2° les entreprises ayant adopté la forme juridique de société commerciale; "
" 1° les personnes physiques ou morales qui envisagent sérieusement de démarrer une société commerciale;
2° les entreprises ayant adopté la forme juridique de société commerciale; "
Art. 3. Aan artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, worden een punt 5°, een punt 6° en een punt 7° toegevoegd, die luiden als volgt :
" 5° de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers;
6° de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van een door de onderneming uitgetekend en bij de erkenning gevaloriseerd groeipad incorporeren in de bedrijfsstrategie;
7° bereid zijn het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de overlegorganen van de bestaande arbeidsreglementering te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om het medezeggenschap van werknemers te bevorderen. "
" 5° de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers;
6° de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van een door de onderneming uitgetekend en bij de erkenning gevaloriseerd groeipad incorporeren in de bedrijfsstrategie;
7° bereid zijn het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de overlegorganen van de bestaande arbeidsreglementering te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om het medezeggenschap van werknemers te bevorderen. "
Art. 3. A l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, il est ajouté un point 5°, un point 6° et un point 7°, rédigés comme suit :
" 5° affecter le temps et les fonds nécessaires à l'accompagnement et la formation des travailleurs d'insertion;
6° incorporer dans sa stratégie d'exploitation, les principes d'entrepreneuriat socialement responsable, sur la base d'une feuille de route élaborée par elle et valorisée lors de l'agrément;
7° être disposée à promouvoir la cogestion des travailleurs dans l'entreprise par le respect des organes de concertation de la réglementation du travail existante et, à défaut, par la prise de mesures pour promouvoir la cogestion des travailleurs. "
" 5° affecter le temps et les fonds nécessaires à l'accompagnement et la formation des travailleurs d'insertion;
6° incorporer dans sa stratégie d'exploitation, les principes d'entrepreneuriat socialement responsable, sur la base d'une feuille de route élaborée par elle et valorisée lors de l'agrément;
7° être disposée à promouvoir la cogestion des travailleurs dans l'entreprise par le respect des organes de concertation de la réglementation du travail existante et, à défaut, par la prise de mesures pour promouvoir la cogestion des travailleurs. "
Art. 4. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 en 25 maart 2005, worden de woorden " eerste en " geschrapt.
Art. 4. A l'article 10, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2003 et 25 mars 2005, les mots " alinéas 1er et 4 " sont remplacés par les mots " alinéa 4 ".
Art. 5. In artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2001 en 25 maart 2005 worden de woorden " eerste en " geschrapt.
Art. 5. A l'article 10, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2001 et 25 mars 2005, les mots " alinéas 1er et 4 " sont remplacés par les mots " alinéa 4 ".
Art. 6. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, worden punt 6° en punt 10° vervangen door wat volgt :
" 6° de gesubsidieerde activiteiten, namelijk de productie van goederen of het verlenen van diensten, enkel uitvoeren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest; ";
" 10° jaarlijks de jaarrekening en de werkgelegenheidscijfers bezorgen aan de administratie evenals een inhoudelijke rapportering waaruit blijkt dat de onderneming :
a) de beginselen van de meerwaardeneconomie en de beginselen van het MVO, zoals geconcretiseerd in het actieplan MVO, incorporeert in de bedrijfsvoering en het betreffende actieplan naleeft;
b) voldoende inspanningen levert om de invoegwerknemers te begeleiden en op te leiden. "
Deze verbintenis is niet van toepassing op de invoegbedrijven erkend vóór 1 juli 2005.
" 6° de gesubsidieerde activiteiten, namelijk de productie van goederen of het verlenen van diensten, enkel uitvoeren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest; ";
" 10° jaarlijks de jaarrekening en de werkgelegenheidscijfers bezorgen aan de administratie evenals een inhoudelijke rapportering waaruit blijkt dat de onderneming :
a) de beginselen van de meerwaardeneconomie en de beginselen van het MVO, zoals geconcretiseerd in het actieplan MVO, incorporeert in de bedrijfsvoering en het betreffende actieplan naleeft;
b) voldoende inspanningen levert om de invoegwerknemers te begeleiden en op te leiden. "
Deze verbintenis is niet van toepassing op de invoegbedrijven erkend vóór 1 juli 2005.
Art. 6. A l'article 11 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, les points 6° et 10° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 6° effectuer les activités subventionnées, à savoir la production de biens ou la prestation de services, uniquement sur le territoire de la Région flamande; ";
" 10° transmettre chaque année à l'administration, les comptes annuels et les chiffres d'emploi ainsi qu'un rapport faisant apparaître que l'entreprise :
a) incorpore les principes de l'économie plurielle et les principes de l'ESR, tels que concrétisés dans le plan d'action ESR, dans la stratégie d'exploitation et respecte le plan d'action concerné;
b) entreprend des efforts suffisants dans le domaine de l'accompagnement et de la formation des travailleurs d'insertion. "
Cet engagement ne s'applique pas aux entreprises d'insertion agréées avant le 1er juillet 2005.
" 6° effectuer les activités subventionnées, à savoir la production de biens ou la prestation de services, uniquement sur le territoire de la Région flamande; ";
" 10° transmettre chaque année à l'administration, les comptes annuels et les chiffres d'emploi ainsi qu'un rapport faisant apparaître que l'entreprise :
a) incorpore les principes de l'économie plurielle et les principes de l'ESR, tels que concrétisés dans le plan d'action ESR, dans la stratégie d'exploitation et respecte le plan d'action concerné;
b) entreprend des efforts suffisants dans le domaine de l'accompagnement et de la formation des travailleurs d'insertion. "
Cet engagement ne s'applique pas aux entreprises d'insertion agréées avant le 1er juillet 2005.
Art. 7. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° ondernemingen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen; ".
" 1° ondernemingen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen; ".
Art. 7. A l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les entreprises ayant adopté la forme juridique de société commerciale; ".
" 1° les entreprises ayant adopté la forme juridique de société commerciale; ".
Art. 8. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2001 en 23 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2°, d), worden de woorden " artikel 5.1.1.8 " vervangen door de woorden " artikel 5.1.2.3.7 ";
2° er worden een punt 7°, een punt 8° en een punt 9° toegevoegd :
" 7° de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers;
8° de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van een door de onderneming uitgetekend en bij de erkenning gevaloriseerd groeipad incorporeren in de bedrijfsstrategie;
9° bereid zijn het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de overlegorganen van de bestaande arbeidsreglementering te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om het medezeggenschap van werknemers te bevorderen. "
1° in punt 2°, d), worden de woorden " artikel 5.1.1.8 " vervangen door de woorden " artikel 5.1.2.3.7 ";
2° er worden een punt 7°, een punt 8° en een punt 9° toegevoegd :
" 7° de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers;
8° de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van een door de onderneming uitgetekend en bij de erkenning gevaloriseerd groeipad incorporeren in de bedrijfsstrategie;
9° bereid zijn het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de overlegorganen van de bestaande arbeidsreglementering te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om het medezeggenschap van werknemers te bevorderen. "
Art. 8. A l'article 14 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2001 et 23 mai 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 2°, d), les mots " article 5.1.1.8 " sont remplacés par les mots " article 5.1.2.3.7 ";
2° il est ajouté un point 7°, un point 8° et un point 9° :
" 7° affecter le temps et les fonds nécessaires à l'accompagnement et la formation des travailleurs d'insertion;
8° incorporer dans sa stratégie d'exploitation, les principes d'entrepreneuriat socialement responsable, sur la base d'une feuille de route élaborée par elle et valorisée lors de l'agrément;
9° être disposée à promouvoir la cogestion des travailleurs dans l'entreprise par le respect des organes de concertation de la réglementation du travail existante et, à défaut, par la prise de mesures pour promouvoir la cogestion des travailleurs. "
1° dans le point 2°, d), les mots " article 5.1.1.8 " sont remplacés par les mots " article 5.1.2.3.7 ";
2° il est ajouté un point 7°, un point 8° et un point 9° :
" 7° affecter le temps et les fonds nécessaires à l'accompagnement et la formation des travailleurs d'insertion;
8° incorporer dans sa stratégie d'exploitation, les principes d'entrepreneuriat socialement responsable, sur la base d'une feuille de route élaborée par elle et valorisée lors de l'agrément;
9° être disposée à promouvoir la cogestion des travailleurs dans l'entreprise par le respect des organes de concertation de la réglementation du travail existante et, à défaut, par la prise de mesures pour promouvoir la cogestion des travailleurs. "
Art. 9. § 1. In artikel 18, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003, wordt het woord " invoegafdeling " vervangen door het woord " invoegafdeling-dienstenchequeonderneming ".
Art. 9. § 1er. Dans l'article 18, § 1er, alinéa premier, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2003, les mots " divisions d'insertion " sont remplacés par les mots " divisions d'insertion-entreprises de titres-service ".
Art. 10. In artikel 18, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, 23 mei 2003 en 25 maart 2005, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 18, § 3, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 décembre 2001, 23 mai 2003 et 25 mars 2005, l'alinéa premier est abrogé.
Art. 11. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
" 8° jaarlijks een inhoudelijke rapportering bezorgen aan de administratie waaruit blijkt dat de onderneming :
a) de beginselen van de meerwaardeneconomie en de beginselen van het MVO, zoals geconcretiseerd in het actieplan MVO, incorporeert in de bedrijfsvoering en het betreffende actieplan naleeft;
b) voldoende inspanningen levert voor de begeleiding en de opleiding van de invoegwerknemers. "
Deze verbintenis is niet van toepassing op de invoegafdelingen erkend vóór 1 juli 2005.
" 8° jaarlijks een inhoudelijke rapportering bezorgen aan de administratie waaruit blijkt dat de onderneming :
a) de beginselen van de meerwaardeneconomie en de beginselen van het MVO, zoals geconcretiseerd in het actieplan MVO, incorporeert in de bedrijfsvoering en het betreffende actieplan naleeft;
b) voldoende inspanningen levert voor de begeleiding en de opleiding van de invoegwerknemers. "
Deze verbintenis is niet van toepassing op de invoegafdelingen erkend vóór 1 juli 2005.
Art. 11. A l'article 19 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° transmettre chaque année à l'administration un rapport faisant apparaître que l'entreprise :
a) incorpore les principes de l'économie plurielle et les principes de l'ESR, tels que concrétisés dans le plan d'action ESR, dans la stratégie d'exploitation et respecte le plan d'action concerné;
b) entreprend des efforts suffisants dans le domaine de l'accompagnement et de la formation des travailleurs d'insertion. "
Cet engagement ne s'applique pas aux divisions d'insertion agréées avant le 1er juillet 2005.
" 8° transmettre chaque année à l'administration un rapport faisant apparaître que l'entreprise :
a) incorpore les principes de l'économie plurielle et les principes de l'ESR, tels que concrétisés dans le plan d'action ESR, dans la stratégie d'exploitation et respecte le plan d'action concerné;
b) entreprend des efforts suffisants dans le domaine de l'accompagnement et de la formation des travailleurs d'insertion. "
Cet engagement ne s'applique pas aux divisions d'insertion agréées avant le 1er juillet 2005.
Art. 12. In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" Bij de aanvraag moeten de volgende stukken gevoegd worden :
1° de statuten of ontwerpstatuten van de onderneming;
2° een beschrijving van de lopende en geplande activiteiten en van de kenmerken van de goederen en diensten;
3° een ondernemingsplan;
4° een financieel plan met inbegrip van een begrotings-, een investerings- en een liquiditeitsplan;
5° een overzicht van de tewerkstelling gedurende de laatste vier kwartalen;
6° een loonkostenberekening op basis van het bevoegde paritair comité;
7° het ondertekende charter van de meerwaardeneconomie;
8° een actieplan betreffende het incorporeren van MVO in de bedrijfsstrategie van de onderneming;
9° een plan voor de opleiding en de begeleiding van de invoegwerknemers. "
" Bij de aanvraag moeten de volgende stukken gevoegd worden :
1° de statuten of ontwerpstatuten van de onderneming;
2° een beschrijving van de lopende en geplande activiteiten en van de kenmerken van de goederen en diensten;
3° een ondernemingsplan;
4° een financieel plan met inbegrip van een begrotings-, een investerings- en een liquiditeitsplan;
5° een overzicht van de tewerkstelling gedurende de laatste vier kwartalen;
6° een loonkostenberekening op basis van het bevoegde paritair comité;
7° het ondertekende charter van de meerwaardeneconomie;
8° een actieplan betreffende het incorporeren van MVO in de bedrijfsstrategie van de onderneming;
9° een plan voor de opleiding en de begeleiding van de invoegwerknemers. "
Art. 12. Dans l'article 23 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" La demande doit être accompagnée des documents suivants :
1° les statuts ou le projet de statuts de l'entreprise;
2° une description des activités envisagées et en cours et des caractéristiques des biens et services;
3° un plan d'entreprise;
4° un plan financier y compris un plan budgétaire, un plan d'investissement et un plan des liquidités;
5° un relevé de l'emploi au cours des quatre derniers trimestres;
6° un calcul des frais salariaux sur la base du comité paritaire compétent;
7° la charte signée de l'économie plurielle;
8° un plan d'action relatif à l'incorporation de l'ESR dans la stratégie de l'entreprise;
9° un plan de formation et d'accompagnement des travailleurs d'insertion. "
" La demande doit être accompagnée des documents suivants :
1° les statuts ou le projet de statuts de l'entreprise;
2° une description des activités envisagées et en cours et des caractéristiques des biens et services;
3° un plan d'entreprise;
4° un plan financier y compris un plan budgétaire, un plan d'investissement et un plan des liquidités;
5° un relevé de l'emploi au cours des quatre derniers trimestres;
6° un calcul des frais salariaux sur la base du comité paritaire compétent;
7° la charte signée de l'économie plurielle;
8° un plan d'action relatif à l'incorporation de l'ESR dans la stratégie de l'entreprise;
9° un plan de formation et d'accompagnement des travailleurs d'insertion. "
Art. 13. In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Het RESOC, in wiens ambtsgebied het merendeel van de invoegwerknemers doorlopend en recurrent activiteiten uitvoert, brengt een op stukken gebaseerd gemotiveerd advies uit ten aanzien van de minister binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag waarop de adviesaanvraag werd verstuurd. Dit advies heeft betrekking op de beschikbaarheid van de invoegwerknemers, op het belang van het project in het kader van de regionale werkgelegenheidspolitiek en op het eventueel samenvallen of de eventuele concurrentie van de werkzaamheden met andere regionale sociale-economie-initiatieven. Als de minister binnen die termijn het advies niet heeft ontvangen, wordt het geacht positief te zijn. "
" § 2. Het RESOC, in wiens ambtsgebied het merendeel van de invoegwerknemers doorlopend en recurrent activiteiten uitvoert, brengt een op stukken gebaseerd gemotiveerd advies uit ten aanzien van de minister binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag waarop de adviesaanvraag werd verstuurd. Dit advies heeft betrekking op de beschikbaarheid van de invoegwerknemers, op het belang van het project in het kader van de regionale werkgelegenheidspolitiek en op het eventueel samenvallen of de eventuele concurrentie van de werkzaamheden met andere regionale sociale-economie-initiatieven. Als de minister binnen die termijn het advies niet heeft ontvangen, wordt het geacht positief te zijn. "
Art. 13. Dans l'article 24 du même arrêté, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Le RESOC, dans le ressort duquel la plupart des travailleurs d'insertion exercent leurs activités de façon permanente et récurrente, rend un avis motivé sur pièces à l'intention du Ministre dans les trente jours calendaires à compter de la date d'envoi de la demande d'avis. Cet avis porte sur la disponibilité des travailleurs d'insertion, sur l'importance du projet dans le cadre de la politique régionale de l'emploi et sur l'éventuel double emploi ou l'éventuelle concurrence des activités avec d'autres initiatives socioéconomiques régionales. Si le Ministre n'a pas reçu l'avis dans le délai précité, celui-ci est réputé positif. "
" § 2. Le RESOC, dans le ressort duquel la plupart des travailleurs d'insertion exercent leurs activités de façon permanente et récurrente, rend un avis motivé sur pièces à l'intention du Ministre dans les trente jours calendaires à compter de la date d'envoi de la demande d'avis. Cet avis porte sur la disponibilité des travailleurs d'insertion, sur l'importance du projet dans le cadre de la politique régionale de l'emploi et sur l'éventuel double emploi ou l'éventuelle concurrence des activités avec d'autres initiatives socioéconomiques régionales. Si le Ministre n'a pas reçu l'avis dans le délai précité, celui-ci est réputé positif. "
Art. 14. Aan artikel 25 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Als het doorlichtingsteam aanvullende informatie die noodzakelijk is voor het onderzoek aan de onderneming vraagt en niet dadelijk kan verkrijgen, en als de onderneming het doorlichtingsteam niet kan ontvangen binnen een termijn van veertien dagen na het verzenden van de aanvraag, wordt de adviesperiode op grond van een gemotiveerd verzoek van het doorlichtingsteam door de administratie geschorst. De schorsing wordt opgeheven zodra het doorlichtingsteam meldt dat de noodzakelijke informatie werd verkregen. "
" Als het doorlichtingsteam aanvullende informatie die noodzakelijk is voor het onderzoek aan de onderneming vraagt en niet dadelijk kan verkrijgen, en als de onderneming het doorlichtingsteam niet kan ontvangen binnen een termijn van veertien dagen na het verzenden van de aanvraag, wordt de adviesperiode op grond van een gemotiveerd verzoek van het doorlichtingsteam door de administratie geschorst. De schorsing wordt opgeheven zodra het doorlichtingsteam meldt dat de noodzakelijke informatie werd verkregen. "
Art. 14. L'article 25 du même arrêté est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Si l'équipe d'audit demande à l'entreprise des informations supplémentaires nécessaires à l'audit et que celles-ci ne peuvent être transmises sans délai, et si l'entreprise ne peut pas recevoir l'équipe d'audit dans un délai de quatorze jours après l'envoi de la demande, la période d'avis est suspendue par l'administration sur la base d'une demande motivée de l'équipe d'audit. La suspension est levée dès que l'équipe d'audit fait savoir que les informations nécessaires ont été obtenues. "
" Si l'équipe d'audit demande à l'entreprise des informations supplémentaires nécessaires à l'audit et que celles-ci ne peuvent être transmises sans délai, et si l'entreprise ne peut pas recevoir l'équipe d'audit dans un délai de quatorze jours après l'envoi de la demande, la période d'avis est suspendue par l'administration sur la base d'une demande motivée de l'équipe d'audit. La suspension est levée dès que l'équipe d'audit fait savoir que les informations nécessaires ont été obtenues. "
Art. 15. In artikel 32 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat de administratie ter beschikking stelt en er moeten steeds volgende stukken bijgevoegd worden :
1° een beschrijving van de lopende en geplande activiteiten en de kenmerken van de goederen en diensten;
2° de meest recente jaarrekening met toelichting;
3° een overzicht van de tewerkstelling gedurende de laatste vier kwartalen;
4° een plan voor de opleiding en begeleiding van de nieuwe invoegwerknemers;
5° een loonkostenberekening op basis van het bevoegde paritair comité;
6° een advies van de ondernemingsraad of van de vakbondsafvaardiging als die aanwezig zijn.
Aanvragen waarbij een van voormelde stukken ontbreken, worden als niet ontvankelijk beschouwd.
Bij aanvragen die formeel ontvankelijk worden verklaard, wordt de procedure toegepast zoals bepaald in artikel 24 tot 28. "
" § 2. De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat de administratie ter beschikking stelt en er moeten steeds volgende stukken bijgevoegd worden :
1° een beschrijving van de lopende en geplande activiteiten en de kenmerken van de goederen en diensten;
2° de meest recente jaarrekening met toelichting;
3° een overzicht van de tewerkstelling gedurende de laatste vier kwartalen;
4° een plan voor de opleiding en begeleiding van de nieuwe invoegwerknemers;
5° een loonkostenberekening op basis van het bevoegde paritair comité;
6° een advies van de ondernemingsraad of van de vakbondsafvaardiging als die aanwezig zijn.
Aanvragen waarbij een van voormelde stukken ontbreken, worden als niet ontvankelijk beschouwd.
Bij aanvragen die formeel ontvankelijk worden verklaard, wordt de procedure toegepast zoals bepaald in artikel 24 tot 28. "
Art. 15. Dans l'article 32 du même arrêté, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. La demande est introduite au moyen d'un formulaire que l'administration met à disposition, et doit toujours être accompagnée des documents suivants :
1° une description des activités envisagées et en cours et des caractéristiques des biens et services;
2° les comptes annuels les plus récents et un commentaire;
3° un relevé de l'emploi au cours des quatre derniers trimestres;
4° un plan de formation et d'accompagnement des travailleurs d'insertion;
5° un calcul des frais salariaux sur la base du comité paritaire compétent;
6° un avis du conseil d'administration ou de la délégation syndicale, si ils existent.
Les demandes où l'un des documents précités fait défaut, sont considérées comme irrecevables.
Les demandes déclarées formellement recevables font l'objet de la procédure prévue aux articles 24 à 28. "
" § 2. La demande est introduite au moyen d'un formulaire que l'administration met à disposition, et doit toujours être accompagnée des documents suivants :
1° une description des activités envisagées et en cours et des caractéristiques des biens et services;
2° les comptes annuels les plus récents et un commentaire;
3° un relevé de l'emploi au cours des quatre derniers trimestres;
4° un plan de formation et d'accompagnement des travailleurs d'insertion;
5° un calcul des frais salariaux sur la base du comité paritaire compétent;
6° un avis du conseil d'administration ou de la délégation syndicale, si ils existent.
Les demandes où l'un des documents précités fait défaut, sont considérées comme irrecevables.
Les demandes déclarées formellement recevables font l'objet de la procédure prévue aux articles 24 à 28. "
Art. 16. In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Een uit dienst getreden invoegwerknemer kan, met behoud van de toegekende premie, worden vervangen als deze vervanging plaatsvindt binnen zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitdiensttreding van de te vervangen invoegwerknemer.
Als de invoegwerknemer niet binnen de vervangingstermijn in dienst werd genomen, vervalt het recht op de toegekende premie. "
" § 2. Een uit dienst getreden invoegwerknemer kan, met behoud van de toegekende premie, worden vervangen als deze vervanging plaatsvindt binnen zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitdiensttreding van de te vervangen invoegwerknemer.
Als de invoegwerknemer niet binnen de vervangingstermijn in dienst werd genomen, vervalt het recht op de toegekende premie. "
Art. 16. A l'article 34 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Un travailleur d'insertion qui a cessé ses fonctions peut être remplacé, avec maintien de la prime allouée, si ce remplacement intervient dans les six mois à compter du jour de l'entrée en service du travailleur d'insertion à remplacer.
Si le travailleur d'insertion n'a pas été engagé pendant le délai de remplacement, le droit à la prime allouée devient nul. "
" § 2. Un travailleur d'insertion qui a cessé ses fonctions peut être remplacé, avec maintien de la prime allouée, si ce remplacement intervient dans les six mois à compter du jour de l'entrée en service du travailleur d'insertion à remplacer.
Si le travailleur d'insertion n'a pas été engagé pendant le délai de remplacement, le droit à la prime allouée devient nul. "
Art. 17. Aan Titel II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van 6 juli 2001, 7 december 2001, 9 mei 2003, 23 mei 2003 en 25 maart 2005, wordt een hoofdstuk V ingevoegd, bestaande uit artikel 42bis, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen.
Art. 42bis. Vanaf 1 juli 2005 wordt titel II opgeheven voor de erkenningen als invoegbedrijf en als invoegafdeling voor andere activiteiten dan die welke vermeld worden in artikel 14, punt c) en punt d).
Die opheffing is niet van toepassing voor :
a) de invoegbedrijven en invoegafdelingen die erkend zijn voor 1 april 2005;
b) de invoegbedrijven- en invoegafdelingen-dienstenchequeondernemingen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 2005 tot wijziging van voormeld besluit. "
" HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen.
Art. 42bis. Vanaf 1 juli 2005 wordt titel II opgeheven voor de erkenningen als invoegbedrijf en als invoegafdeling voor andere activiteiten dan die welke vermeld worden in artikel 14, punt c) en punt d).
Die opheffing is niet van toepassing voor :
a) de invoegbedrijven en invoegafdelingen die erkend zijn voor 1 april 2005;
b) de invoegbedrijven- en invoegafdelingen-dienstenchequeondernemingen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 2005 tot wijziging van voormeld besluit. "
Art. 17. Il est inséré dans le Titre II du même arrêté, modifié par les arrêtés des 6 juillet 2001, 7 décembre 2001, 9 mai 2003, 23 mai 2003 et 25 mars 2005, un chapitre V, comprenant l'article 42bis, rédigé comme suit :
" CHAPITRE V. - Dispositions transitoires.
Art. 42bis. A partir du 1er juillet 2005, le titre II est abrogé pour les agréments comme entreprise d'insertion et comme division d'insertion pour les activités autres que celles mentionnées à l'article 14, point c) et point d).
Cette abrogation ne s'applique pas aux :
a) entreprises d'insertion et divisions d'insertion agréées avant le 1er avril 2005;
b) entreprises d'insertion et divisions d'insertion-entreprises de titres-service, mentionnées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 mars 2005 modifiant l'arrêté précité. "
" CHAPITRE V. - Dispositions transitoires.
Art. 42bis. A partir du 1er juillet 2005, le titre II est abrogé pour les agréments comme entreprise d'insertion et comme division d'insertion pour les activités autres que celles mentionnées à l'article 14, point c) et point d).
Cette abrogation ne s'applique pas aux :
a) entreprises d'insertion et divisions d'insertion agréées avant le 1er avril 2005;
b) entreprises d'insertion et divisions d'insertion-entreprises de titres-service, mentionnées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 mars 2005 modifiant l'arrêté précité. "
Art. 18. In artikel 44 van hetzelfde besluit wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° een individuele en gemeenschappelijke dienstverlening aanbieden aan ondernemingen, waarbij minstens een tweeledige functie wordt vervuld, namelijk bedrijfsontwikkeling en bedrijfsbegeleiding, binnen de sociale economie.
Onder bedrijfsontwikkeling wordt onder meer begrepen :
a) het eerste aanspreekpunt zijn voor initiatiefnemers;
b) op een proactieve wijze het ontstaan van ondernemingsideeën en -projecten bevorderen;
c) ondernemingsideeën en -projecten ontwikkelen in samenwerking met partners.
Onder bedrijfsbegeleiding wordt onder meer begrepen :
a) het eerste aanspreekpunt zijn voor ondernemers;
b) door netwerking de ondernemingen en initiatieven versterken;
c) ondernemingen en initiatieven begeleiden en adviseren.
Bij al die activiteiten staan de creatie van duurzame tewerkstelling voor mensen met verminderde kansen op de arbeidsmarkt en de procesmatige implementatie van maatschappelijk verantwoord ondernemen centraal. "
" 5° een individuele en gemeenschappelijke dienstverlening aanbieden aan ondernemingen, waarbij minstens een tweeledige functie wordt vervuld, namelijk bedrijfsontwikkeling en bedrijfsbegeleiding, binnen de sociale economie.
Onder bedrijfsontwikkeling wordt onder meer begrepen :
a) het eerste aanspreekpunt zijn voor initiatiefnemers;
b) op een proactieve wijze het ontstaan van ondernemingsideeën en -projecten bevorderen;
c) ondernemingsideeën en -projecten ontwikkelen in samenwerking met partners.
Onder bedrijfsbegeleiding wordt onder meer begrepen :
a) het eerste aanspreekpunt zijn voor ondernemers;
b) door netwerking de ondernemingen en initiatieven versterken;
c) ondernemingen en initiatieven begeleiden en adviseren.
Bij al die activiteiten staan de creatie van duurzame tewerkstelling voor mensen met verminderde kansen op de arbeidsmarkt en de procesmatige implementatie van maatschappelijk verantwoord ondernemen centraal. "
Art. 18. Dans l'article 44 du même arrêté, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
" 5° offrir une prestation de services individuelle et commune aux entreprises, en remplissant au moins une double fonction, à savoir le développement d'entreprises et l'accompagnement d'entreprises, au sein de l'économie sociale.
Par développement d'entreprises, on entend entre autres :
a) être le premier guichet pour les initiateurs;
b) promouvoir de manière proactive la création d'initiatives et de projets entrepreneuriaux;
c) développer des initiatives et projets entrepreneuriaux en collaboration avec des partenaires.
Par accompagnement d'entreprises, on entend entre autres :
a) être le premier guichet pour les entrepreneurs;
b) renforcer les entreprises et initiatives au moyen de réseautage;
c) accompagner et conseiller des entreprises et initiatives.
Toutes ces activités réservent une place centrale à la création d'un emploi durable pour des personnes ayant des chances diminuées sur le marché du travail, et à l'implémentation processuelle de l'entrepreneuriat socialement responsable. "
" 5° offrir une prestation de services individuelle et commune aux entreprises, en remplissant au moins une double fonction, à savoir le développement d'entreprises et l'accompagnement d'entreprises, au sein de l'économie sociale.
Par développement d'entreprises, on entend entre autres :
a) être le premier guichet pour les initiateurs;
b) promouvoir de manière proactive la création d'initiatives et de projets entrepreneuriaux;
c) développer des initiatives et projets entrepreneuriaux en collaboration avec des partenaires.
Par accompagnement d'entreprises, on entend entre autres :
a) être le premier guichet pour les entrepreneurs;
b) renforcer les entreprises et initiatives au moyen de réseautage;
c) accompagner et conseiller des entreprises et initiatives.
Toutes ces activités réservent une place centrale à la création d'un emploi durable pour des personnes ayant des chances diminuées sur le marché du travail, et à l'implémentation processuelle de l'entrepreneuriat socialement responsable. "
Art. 19. In artikel 54, 1°, a), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " - coöperatieve vennootschappen in de eerste graad, erkend door de Nationale Raad voor de Coöperatie " worden vervangen door de woorden " - coöperatieve vennootschappen ";
2° er wordt een gedachtenstreep toegevoegd, die luidt als volgt " - invoegbedrijven die erkend zijn met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van ... juni 2005; ".
1° de woorden " - coöperatieve vennootschappen in de eerste graad, erkend door de Nationale Raad voor de Coöperatie " worden vervangen door de woorden " - coöperatieve vennootschappen ";
2° er wordt een gedachtenstreep toegevoegd, die luidt als volgt " - invoegbedrijven die erkend zijn met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van ... juni 2005; ".
Art. 19. A l'article 54, 1°, a), du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " - societés coopératives du premier degré agréées par le Conseil national de la Coopération " sont remplacés par les mots " - sociétés coopératives ";
2° il est ajouté un tiret, rédigé comme suit : " - entreprises d'insertion agréées en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du ... juin 2005; ".
1° les mots " - societés coopératives du premier degré agréées par le Conseil national de la Coopération " sont remplacés par les mots " - sociétés coopératives ";
2° il est ajouté un tiret, rédigé comme suit : " - entreprises d'insertion agréées en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du ... juin 2005; ".
Art. 20. In artikel 60, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " in de eerste vier jaar na erkenning " geschrapt.
Art. 20. A l'article 60, § 2, alinéa deux, du même arrêté, les mots " pendant les quatre premières années suivant l'agrément " sont supprimés.
Art. 21. In artikel 62, § 1, van hetzelfde besluit wordt de zin " Deze financiële tegemoetkoming kan in een periode van vijf jaar tweemaal worden toegekend. " geschrapt.
Art. 21. A l'article 62, § 1er, du même arrêté, la phrase " Cette intervention financière peut être octroyée deux fois sur une période de cinq ans. " est supprimée.
Art. 22. Artikel 74 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2001, wordt vervangen door wat volgt :
" Art.74. § 1. Het doorlichtingsteam ontvangt een bedrag van 2 000 euro per advies dat uitgebracht is ten aanzien van de adviescommissie, zoals bepaald in artikel 72, § 1, 2°.
§ 2. Het doorlichtingsteam ontvangt een bedrag van 1 000 euro per advies voor een uitbreidingsaanvraag, zoals bepaald in artikel 72, § 1, 3°. ".
" Art.74. § 1. Het doorlichtingsteam ontvangt een bedrag van 2 000 euro per advies dat uitgebracht is ten aanzien van de adviescommissie, zoals bepaald in artikel 72, § 1, 2°.
§ 2. Het doorlichtingsteam ontvangt een bedrag van 1 000 euro per advies voor een uitbreidingsaanvraag, zoals bepaald in artikel 72, § 1, 3°. ".
Art. 22. L'article 74 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2001, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 74. § 1er. Un montant de 2 000 EUR est alloué à l'équipe d'audit pour chaque avis formulé à la commission consultative, comme prévu à l'article 72, § 1er, 2°.
§ 2. Un montant de 1 000 EUR est alloué à l'équipe d'audit pour chaque avis relatif à une demande d'extension, comme prévu à l'article 72, § 1er, 3°. ".
" Art. 74. § 1er. Un montant de 2 000 EUR est alloué à l'équipe d'audit pour chaque avis formulé à la commission consultative, comme prévu à l'article 72, § 1er, 2°.
§ 2. Un montant de 1 000 EUR est alloué à l'équipe d'audit pour chaque avis relatif à une demande d'extension, comme prévu à l'article 72, § 1er, 3°. ".
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2005.
Brussel, 1 juli 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen,
K. VAN BREMPT
Brussel, 1 juli 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen,
K. VAN BREMPT
Art. 24. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2005.
Bruxelles, le 1er juillet 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
La Ministre flamande de la Mobilité, de l'Economie sociale et de l'Egalité des Chances,
K. VAN BREMPT
Bruxelles, le 1er juillet 2005.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
La Ministre flamande de la Mobilité, de l'Economie sociale et de l'Egalité des Chances,
K. VAN BREMPT