Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en financiering van de invoegbedrijven. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-07-2005 en tekstbijwerking tot 29-01-2015)
Titre
15 JUILLET 2005. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'agrément et au financement des entreprises d'insertion. (Traduction) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-07-2005 et mise à jour au 29-01-2015)
Dokumentinformationen
Numac: 2005035843
Datum: 2005-07-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2005035843
Date: 2005-07-15
Moniteur: Voir
Tekst (45)
Texte (45)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en definities.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales et définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie;
  2° [4 de administratie: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;]4
  3° invoegwerknemer :
  a) persoon met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs bij wie de trajectmatige begeleidingsactie uitwijst dat hij niet dadelijk toeleidbaar is naar de reguliere arbeidsmarkt en die de dag voor zijn aanwerving beantwoordt aan een van de volgende kenmerken :
  1) hij is jonger dan 50 jaar en minstens twaalf maanden inactief;
  2) hij is 50 jaar of ouder en minstens zes maanden inactief;
  3) hij is minstens zes maanden leefloongerechtigde of gerechtigde op financieel maatschappelijke hulp;
  b) persoon die minstens zes maanden inactief is en behoort tot de doelgroep van de arbeidsgehandicapten;
  c) de deeltijds werkzoekende leerling van het deeltijds beroepssecundair onderwijs zoals geregeld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004.
  Onder inactiviteit wordt begrepen : noch in loondienst, noch op zelfstandige basis hebben gewerkt, noch als cursist een individuele beroepsopleiding hebben gevolgd.
  De minister bepaalt de periodes die met een periode van inactiviteit worden gelijkgesteld;
  [1 De periode van inactiviteit kan worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden IBO-cursist in het invoegbedrijf of met een periode van maximaal twee maanden tewerkstelling in het invoegbedrijf als uitzendkracht.
   Onder IBO wordt begrepen de individuele beroepsleiding in een onderneming krachtens artikelen 120 tot en met 129 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988.
   Onder een tewerkstelling als uitzendkracht wordt begrepen de tewerkstelling krachtens de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van het inlenend bedrijf.]1

  4° arbeidsgehandicapten :
  a) de werkzoekenden met een erkenning als persoon met een handicap bij het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die recht hebben op bijstand inzake tewerkstelling;
  b) de werkzoekende ex-leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs;
  c) de werkzoekenden die, na attestering door een arts, bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding geregistreerd zijn met een gedeeltelijke of een zeer beperkte geschiktheid;
  5° [5 micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen: ondernemingen vermeld in de verordening (EU) nr. 651/2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard en gedefinieerd in de aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;]5
  6° maatschappelijk verantwoord ondernemen, hierna MVO te noemen : ondernemen waarbij men in een permanente dialoog met iedereen die invloed uitoefent of ondervindt van de onderneming (stakeholders) gaat streven naar een maximale toegevoegde waarde én voor de onderneming én voor haar werknemers én voor de maatschappij én voor het milieu;
  7° totale loonkosten : het loon plus de sociale bijdragen.
  Onder loon wordt begrepen :
  a) het loon in geld waarop de invoegwerknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft, met uitzondering van de vergoedingen wegens beëindiging van de overeenkomst;
  b) het vakantiegeld dat toegekend wordt door of ter uitvoering van de op 28 juni 1971 gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers of door de collectieve arbeidsovereenkomsten die gesloten worden in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard zijn bij koninklijk besluit;
  c) de financiële bijdrage van de werkgever in de vervoerskosten van de werknemers zoals vastgelegd in het van toepassing zijnde paritair comité of bij ontstentenis hiervan de bijdrage zoals bepaald in cao nr. 19ter.
  Onder sociale bijdragen wordt begrepen : het geheel van de sociale zekerheidsbijdragen, zowel de gewone als de bijzondere bijdragen, die door de werkgever is verschuldigd als gevolg van de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de invoegwerknemer;
  8° trajectbegeleiding : geheel van acties, georganiseerd door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of door de door deze dienst erkende derden waarbij de werkzoekende volgens een stappenplan door een trajectbegeleider naar een duurzame tewerkstelling wordt begeleid;
  9° monitoringsysteem : het systematisch volgen via indicatoren van de economische leefbaarheid, de invulling van het concept MVO en de begeleiding en ondersteuning van de invoegwerknemers met als doel de werking van concrete initiatieven en de efficiëntie van de maatregel in zijn geheel zowel op korte als op lange termijn te volgen, te evalueren en bij te sturen;
  10° RESOC : het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, vermeld in artikel 18 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités;
  11° [3 ...]3
  12° adviescommissie : een door een vertegenwoordiger van de minister voorgezeten adviesorgaan dat samengesteld is uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden, en dat op verzoek van de administratie ten aanzien van de minister een advies verstrekt over de aanvragen tot erkenning als invoegbedrijf.
  Stemgerechtigde leden zijn een vertegenwoordiger van de minister, een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, drie vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgeversorganisaties en drie vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemersorganisaties.
  Niet-stemgerechtigde leden zijn een vertegenwoordiger van VOMEC, [3 ...]3, een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, een vertegenwoordiger van de administratie, [2 ...]2 en [3 een vertegenwoordiger van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie]3;
  In de adviescommissie wordt een consensus nagestreefd. Bij ontstentenis hiervan wordt een meerderheids- en minderheidsstandpunt meegedeeld;
  13° VOMEC : een door de minister erkend overlegplatform voor de sociale economie en de " meerwaarden " economie;
  14° [3 de sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Inspectie Werk en Sociale Economie van het Departement Werk en Sociale Economie.]3
  
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° le Ministre : la Ministre flamande chargée de l'économie sociale;
  2° [4 l'administration : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale ;]4
  3° travailleur d'insertion :
  a) la personne titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire au maximum dont l'accompagnement de parcours fait apparaître qu'elle n'est pas prête à être orientée vers le marché du travail régulier et qui répond le jour de son recrutement aux conditions suivantes :
  1) il a moins de 50 ans et est inactif depuis au moins douze mois;
  2) il a 50 ans ou plus et il est inactif depuis au moins six mois;
  3) il bénéficie depuis au moins six mois d'un revenu d'intégration ou d'une aide sociale financière;
  b) la personne qui est inactive depuis au moins six mois et qui appartient au groupe cible des handicapés du travail;
  c) l'élève demandeur d'emploi à temps partiel de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel tel qu'il est réglé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, tel qu'il a été modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 mars 2004.
  Par inactivité on entend : être ni un salarié, ni un indépendant, ni avoir suivi un cours ou une formation professionnelle individuelle.
  Le Ministre arrête les périodes assimilées à une période d'inactivité;
  [1 La période d'inactivité peut être prolongée d'une période de six mois au maximum comme apprenant IBO dans l'entreprise d'insertion, ou d'une période d'emploi de deux mois au maximum en tant qu'intérimaire au sein de l'entreprise d'insertion.
   Par IBO, on entend une formation professionnelle individuelle dans une entreprise en vertu des articles 120 à 129 compris de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988.
   Par emploi en tant qu'intérimaire on entend la mise au travail en vertu de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.]1

  4° handicapés du travail :
  a) les demandeurs d'emploi reconnus comme personnes handicapées par le " Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap " qui ont droit à l'assistance à l'emploi;
  b) les demandeurs d'emploi qui sont des anciens élèves de l'enseignement secondaire spécial;
  c) les demandeurs d'emploi qui, sur certificat médical, ont été enregistrés auprès du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " comme ayant des aptitudes partielles ou très limitées;
  5° [5 micro, petites, moyennes et grandes entreprises : entreprises au sens du Règlement (CE) n° 651/2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du Traité, et définies dans la recommandation 2003/361/CE de la Commission du 6 mai 2003 relative à la définition des micro, petites, moyennes et grandes entreprises;]5
  6° entrepreneuriat socialement responsable, ci-après dénommé ESR : l'entrepreneuriat où dans un esprit de dialogue permanent avec tous ceux qui exercent ou subissent une influence (stakeholders) l'on poursuit une valeur ajoutée maximale pour l'entreprise et pour ses travailleurs ainsi que pour la société et l'environnement;
  7° frais salariaux totaux : le salaire majoré des cotisations sociales
  Par salaire on entend :
  a) le salaire en espèces auquel le travailleur d'insertion a droit du fait de son emploi, à l'exception des indemnités pour cessation du contrat;
  b) le pécule de vacances alloué en vertu ou en exécution des lois coordonnées le 28 juin 1971 relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés ou des conventions collectives de travail, conclus au sein du Conseil national du Travail, rendues obligatoires par l'arrêté royal;
  c) la contribution financière de l'employeur dans les frais de transport des travailleurs, telle que fixée au sein du comité paritaire compétent ou, à défaut, la contribution telle que prévue dans la CCT n° 19ter.
  Par cotisations sociales on entend : l'ensemble des cotisations de sécurité sociale, tant les cotisations ordinaires qu'extraordinaires, dues par l'employeur en vertu du contrat de travail conclu entre l'employeur et le travailleur d'insertion;
  8° accompagnement de parcours : l'ensemble d'actions organisées par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ou par des tiers agréés par ce dernier, le demandeur d'emploi étant orienté vers un emploi durable par un accompagnateur de parcours suivant une feuille de route;
  9° système de monitorage : le follow-up systématique des indicateurs de viabilité économique, la réalisation du concept ESR et l'accompagnement et le soutien des travailleurs d'insertion en vue de suivre, évaluer et corriger la réalisation des initiatives concrètes et l'efficacité de la mesure dans son ensemble, tant à court qu'à long terme;
  10° RESOC : le Comité de Concertation socio-économique régional, cité à l'article 18 du décret du 7 mai 2004 relatif au statut, au fonctionnement, aux tâches et aux compétences des partenariats régionaux agréés, des conseils socio-économiques de la région et des comités de concertation socio-économiques régionaux;
  11° [3 ...]3
  12° commission consultative : un organe consultatif présidé par un représentant du Ministre qui est composé de membres à voix délibérative ou non et qui, sur demande de l'administration, conseille le Ministre sur les demandes d'agrément comme entreprise d'insertion.
  Les membres à voix délibérative sont un représentant du Ministre, un représentant du Ministre flamand chargé de la politique économique, un représentant du Ministre flamand chargé des finances et du budget, trois représentants des organisations des employeurs les plus représentatives et trois représentants des organisations des travailleurs les plus représentatives.
  Les membres à voix non délibérative sont un représentant de VOMEC, [3 ...]3, un représentant du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", un représentant de l'administration, [2 ...]2 et [3 un représentant du Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation]3;
  La commission consultative cherche à atteindre un consensus. Faute de consensus, une position majoritaire et une position minoritaire sont communiquées.
  13° VOMEC : une plate-forme de concertation agréée par le Ministre pour l'économie sociale et l'économie plurielle;
  14° [3 les inspecteurs des lois sociales : les fonctionnaires assermentés de la Division de l'Inspection de l'Emploi et de l'Economie sociale du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale.]3
  
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op ondernemingen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique aux entreprises qui ont pris la forme d'une société commerciale.
Art. 3. [1 ...]1
  Dit besluit is [1 niet]1 van toepassing op ondernemingen, vermeld in artikel 2, die erkend zijn of worden in het kader van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van de buurtdiensten en -banen.
  
Art. 3. [1 ...]1
  Le présent arrêté ne s'applique pas [1 ...]1 aux entreprises, mentionnées à l'article 2 qui sont ou seront agréées dans le cadre de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité.
  
HOOFDSTUK III. - Erkenning.
CHAPITRE III. - Agrément.
Art. 5. Om erkend te worden als invoegbedrijf :
  1° is de plaats van tewerkstelling waar de invoegwerknemers doorlopend en recurrent activiteiten uitvoeren, gevestigd op het grondgebied van het Vlaamse Gewest. Enkel de activiteiten die goederen produceren of diensten verlenen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest kunnen het voorwerp zijn van de subsidies, vermeld in hoofdstuk V van dit besluit;
  2° voldoet de onderneming aan de criteria inzake financiële rentabiliteit. Als de onderneming economisch afhankelijk is van slechts één bedrijf, al dan niet een moederbedrijf, dan moet ook dat laatste bedrijf financieel rendabel zijn;
  3° zal de onderneming de nodige tijd en middelen besteden aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers;
  4° zal de onderneming in haar bedrijfsvoering de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, op basis van een door haarzelf uitgetekend en bij de erkenning gevaloriseerd groeipad, incorporeren in de bedrijfsstrategie;
  5° is de onderneming bereid het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de bestaande overlegorganen te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om de medezeggenschap van werknemers te bevorderen.
Art. 5. Pour être agréée comme entreprise d'insertion :
  1° le lieu de mise au travail où les travailleurs d'insertion exercent de façon permanente et récurrente leurs activités, est situé sur le territoire de la Région flamande. Seules les activités visant la production de biens ou la prestation de services sur le territoire de la Région flamande, peuvent faire l'objet des subventions mentionnées au chapitre V du présent arrêté.
  2° l'entreprise satisfait aux critères de rentabilité financière. Si l'entreprise dépend économiquement d'une seule société, étant la société mère ou non, cette dernière doit également être rentable sur le plan financier;
  3° l'entreprise devra affecter le temps et les fonds nécessaires à l'accompagnement et la formation des travailleurs d'insertion;
  4° l'entreprise incorporera dans sa stratégie d'exploitation, les principes d'entrepreneuriat socialement responsable, sur la base d'une feuille de route élaborée par elle et valorisée lors de l'agrément;
  5° l'entreprise est disposée à promouvoir la cogestion des travailleurs dans l'entreprise par le respect des organes de concertation existants et, à défaut, par la prise de mesures pour promouvoir la cogestion des travailleurs.
Art. 6. Om erkend te worden als invoegbedrijf zullen reeds bestaande bedrijven, de leden van een economisch samenwerkingsverband, evenals de aandeelhouders die minstens 25 % van de aandelen van de nieuwe vennootschap bezitten, aantonen dat :
  1° de tewerkstelling van de invoegwerknemers bijkomend is in verhouding tot het aantal eigen personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, tewerkgesteld in het bedrijf of de bedrijven in kwestie in de vier kwartalen die voorafgaan aan de aanvraag. Het aantal eigen personeelsleden wordt vastgesteld door het gemiddelde te nemen over die vier kwartalen; eigen personeelsleden zijn de personeelsleden met wie een arbeidsovereenkomst werd gesloten;
  2° er geen achterstallige belastingen verschuldigd zijn, noch achterstallige bijdragen, die worden geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of door een Fonds voor Bestaanszekerheid of voor rekening van dat fonds.
  De sommen waarvoor een afbetalingsplan bestaat dat behoorlijk in acht wordt genomen, worden niet als achterstallen beschouwd;
  3° ze niet in overtreding zijn met wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van hun activiteit;
  4° ze de collectieve overeenkomsten naleven die gesloten zijn binnen de bevoegde paritaire comités.
Art. 6. Pour être agréées comme entreprise d'insertion, les entreprises existantes, les membres d'un partenariat économique ainsi que les actionnaires titulaires d'au moins 25 % des actions de la nouvelle société, doivent pouvoir démontrer que :
  1° la mise au travail de travailleurs d'insertion a un caractère accessoire par rapport au nombre de membres du personnel, exprimé en équivalents à temps plein, occupés par l'entreprise ou les entreprises dans les quatre trimestres précédant la demande. Le nombre de propres membres du personnel est constitué par la moyenne des quatre trimestres en question;
  2° elles font l'objet ni d'un arriéré d'impôts, ni d'un recouvrement d'arriérés de cotisations par l'Office national de la Sécurité sociale ou par ou pour le compte d'un Fonds de sécurité d'existence;
  Les sommes faisant l'objet d'un plan de paiement dûment respecté, ne sont pas considérées comme des arriérés;
  3° elles n'enfreignent aucune disposition légale ou réglementaire concernant l'exercice de leurs activités;
  4° elles respectent les conventions collectives conclues au sein des comités paritaires compétents.
Art. 8. § 1. De indienstneming van de eerste invoegwerknemer moet plaatsvinden binnen een periode van zes maanden vanaf de betekening van de erkenningsbeslissing [1 met uitzondering van de gevallen waarin voorafgaand aan de tewerkstelling een IBO wordt gevolgd]1.
  De indienstneming van het totale aantal toegekende voltijds equivalente invoegwerknemers, moet plaatsvinden binnen een periode van vier jaar vanaf de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer.
  De indienstneming van de invoegwerknemers die toegekend zijn door een beslissing tot uitbreiding van het aantal invoegwerknemers moet plaatsvinden binnen een periode van zes maanden vanaf de betekening van de uitbreidingsbeslissing.
  Voor de invoegwerknemers die niet binnen de vastgelegde aanwervingstermijn in dienst werden genomen, vervalt het recht op de toegekende premie.
  § 2. Een uit dienst getreden invoegwerknemer kan, met behoud van de toegekende premie, worden vervangen als die vervanging plaatsvindt binnen de zes maanden te rekenen vanaf de dag van de uitdiensttreding van de te vervangen invoegwerknemer.
  Als de invoegwerknemer niet binnen de vervangingstermijn in dienst werd genomen, vervalt het recht op de toegekende premie.
  
Art. 8. § 1er. L'entrée en service du premier travailleur d'insertion doit intervenir dans une période de six mois prenant cours à la notification de la décision d'agrément [1 à l'exception des cas dans lesquelles un IBO est suivi préalablement à l'emploi]1.
  L'entrée en service du nombre initial de travailleurs d'insertion équivalent temps plein doit intervenir dans une période de quatre ans prenant cours à l'entrée en service du premier travailleur d'insertion.
  L'entrée en service des travailleurs d'insertion attribués par une décision d'extension du nombre de travailleurs d'insertion doit intervenir dans une période de six mois prenant cours à la notification de la décision d'extension.
  Si le travailleur d'insertion n'a pas été engagé pendant le délai de recrutement imparti, le droit à la prime allouée devient nul.
  § 2. Un travailleur d'insertion qui a cessé ses fonctions peut être remplacé, avec maintien de la prime allouée, si ce remplacement intervient dans les six mois à compter du jour de l'entrée en service du travailleur d'insertion à remplacer.
  Si le travailleur d'insertion n'a pas été engagé pendant le délai de remplacement, le droit à la prime allouée devient nul.
  
Art. 9. Als een erkende onderneming niet meer voldoet aan de erkenningscriteria van dit besluit kan de minister de erkenning intrekken of schorsen.
Art. 9. Si une entreprise agréée ne respecte plus les critères d'agrément du présent arrêté, le Ministre peut retirer ou suspendre l'agrément.
HOOFDSTUK IV. - Verbintenissen.
CHAPITRE IV. - Engagements.
Art. 10. Met behoud van de toepassing van artikelen 5 en 6 van dit besluit moet de onderneming om erkend te worden en te blijven als invoegbedrijf de volgende verbintenissen onderschrijven en naleven :
  1° de invoegwerknemers met arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur in dienst nemen;
  2° de invoegwerknemers de in de sector vigerende lonen uitbetalen; als er twijfel bestaat over de toepassing van het correcte paritair comité moet dadelijk het advies van de bevoegde instantie worden ingewonnen;
  3° de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van haar activiteit niet overtreden;
  4° in geen geval middelen hanteren die marktverstorend zijn op het vlak van prijszetting;
  5° gedurende minstens twee jaar na de laatste uitbetaling van de loonpremie voor een invoegwerknemer het aantal voltijds equivalente invoegwerknemers handhaven met uitzondering van de gevallen, vermeld in artikel 25;
  6° als het aantal tewerkgestelde invoegwerknemers verminderd wordt, de administratie en de trajectbegeleider van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding hiervan op de hoogte brengen en aan de ontslagen invoegwerknemers het recht bieden om een beroep te doen op een erkend outplacementbureau;
  7° jaarlijks de jaarrekening en werkgelegenheidscijfers bezorgen aan de administratie, evenals een inhoudelijke rapportering waaruit blijkt dat de onderneming :
  a) de erkenningscriteria, vermeld in artikel 5 en 6 van dit besluit, nakomt;
  b) de beginselen van het maatschappelijk verantwoord ondernemen incorporeert en het betreffende actieplan naleeft;
  c) voldoende inspanningen levert voor de begeleiding en de opleiding van de invoegwerknemers;
  8° op verzoek van de administratie de nodige gegevens bezorgen om een monitoringsysteem uit te bouwen;
  9° elke wijziging van de erkenningscriteria, vermeld in artikelen 5 en 6, aan de voorafgaande goedkeuring van de minister onderwerpen.
Art. 10. Sans préjudice de l'application des articles 5 et 6 du présent arrêté, l'entreprise doit souscrire et respecter les engagements suivants afin d'obtenir et de conserver l'agrément :
  1° engager les travailleurs d'insertion par le biais d'un contrat de travail à durée indéterminée;
  2° payer les salaires en vigueur dans le secteur aux travailleurs d'insertion; en cas de doute sur l'application du comité paritaire correct, l'avis de l'instance compétente doit immédiatement être recueilli;
  3° observer les dispositions légales et réglementaires relatives à l'exercice de ses activités;
  4° en aucun cas faire usage de moyens perturbant le marché sur le plan de la fixation des prix;
  5° maintenir le nombre de travailleurs d'insertion équivalent temps plein pendant au moins deux ans après le dernier octroi de la prime salariale, à l'exception des cas cités à l'article 25;
  6° en cas de réduction du nombre de travailleurs d'insertion mis au travail, en informer l'administration et l'accompagnateur de parcours du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " et offrir aux travailleurs d'insertion licenciés le droit de faire appel à un bureau d'outplacement;
  7° transmettre chaque année à l'administration, les comptes annuels et les chiffres d'emploi ainsi qu'un rapport faisant apparaître que l'entreprise :
  a) observe les critères d'agrément, prescrits aux articles 5 et 6 du présent arrêté;
  b) incorpore les principes de l'entrepreneuriat socialement responsable et respecte le plan d'action y afférent;
  c) entreprend des efforts suffisants dans le domaine de l'accompagnement et de la formation des travailleurs d'insertion;
  8° transmet, à la demande de l'administration, les données nécessaires pour mettre sur pied un système de monitorage;
  9° soumet toute modification des critères d'agrément, prescrits aux articles 5 et 6, à l'approbation préalable du Ministre.
HOOFDSTUK V. - Subsidiëring.
CHAPITRE V. - Subventionnement.
Art. 11. § 1. Binnen het begrotingskrediet kunnen de erkende invoegbedrijven per voltijds equivalente invoegwerknemer aanspraak maken op een degressieve en in de tijd beperkte loonpremie van maximaal 50 % van het in de erkenningsbeslissing vastgestelde refertebedrag.
  § 2. De vaststelling van het refertebedrag per voltijds equivalente invoegwerknemer varieert naar gelang van de hoogte van de totale loonkosten. Een overzicht van de overeenstemmende refertebedragen per loonkost wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd.
  § 3. Als referentiebasis voor de totale loonkosten wordt de laagste loonschaal per functiecategorie voor de leeftijd 21 jaar of bij afwezigheid van functiecategorieën de laagste loonschaal voor de leeftijd 21 jaar genomen, vastgesteld bij algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het bevoegde paritair comité.
  Die referentiebasis en de corresponderende premie worden gehandhaafd gedurende de volledige periode van de uitbetaling van de premie.
  Bij ontstentenis van een specifieke collectieve arbeidsovereenkomst zowel op bedrijfsniveau als op sectorniveau worden de loonsvoorwaarden gevolgd zoals bepaald in cao nr. 43, afgesloten op 2 mei 1988 in de Nationale Arbeidsraad.
  § 4. Voor de vaststelling van het refertebedrag wordt uitgegaan van de van toepassing zijnde loonschalen op de datum van de aanvraag tot toekenning van een aantal invoegwerknemers.
  Bij een uitbreiding, vermeld in artikel 7, § 2, tweede lid, wordt uitgegaan van de van toepassing zijnde loonschaal op de datum van de beslissing van de minister die betrekking heeft op deze bijkomende aanwerving.
  § 5. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt de toegekende premie pro rata verrekend.
  § 6. Een invoegwerknemer heeft alleen recht op een premie voor de werkelijk verrichte en daarmee gelijkgestelde arbeidsprestaties.
  § 7. [1 Er is geen cumulatie mogelijk van steun, verleend in het kader van dit besluit, met andere steun ongeacht de bron, de vorm en het doel van de steun met betrekking tot de zelfde subsidiabele activiteiten, als die cumulatie er toe zou leiden dat de maximale drempels, vermeld in de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, overschreden zouden worden.]1
  
Art. 11. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, les entreprises d'insertion agréées peuvent prétendre, par travailleur d'insertion équivalent temps plein, à une prime salariale dégressive et limitée dans le temps qui est plafonnée à 50 % du montant de référence prévu par la décision d'agrément.
  § 2. Le montant de référence par travailleur d'insertion équivalent temps plein varie suivant l'importance des frais salariaux totaux. Un relevé des montants de référence correspondants par frais salariaux est joint en annexe au présent arrêté.
  § 3. Est prise comme base de référence pour les frais salariaux totaux, l'échelle salariale la plus basse par catégorie de fonctions pour l'âge de 21 ans ou, à défaut de catégories de fonctions, l'échelle salariale la plus basse pour l'âge de 21 ans, fixée par convention collective du travail rendue obligatoire, conclue au sein du comité paritaire compétent.
  La base de référence et la prime correspondante sont maintenues pendant la période complète de paiement de la prime.
  En l'absence d'une convention collective du travail spécifique, tant au niveau de l'entreprise qu'au niveau sectoriel, les conditions salariales sont appliquées telles que prévues dans la CCT n° 43, conclue le 2 mai 1988 au sein de la Conférence nationale de l'emploi.
  § 4. Le montant de référence est fixée sur la base des échelles salariales en vigueur à la date de demande d'attribution d'un nombre de travailleurs d'insertion.
  En cas d'extension, prévue à l'article 7, § 2, alinéa deux, est prise en compte l'échelle salariale en vigueur à la date de la décision du Ministre sur le recrutement supplémentaire.
  § 5. En cas d'emplois à temps partiel, la prime octroyée est fixée proportionnellement.
  § 6. Un travailleur d'insertion a seulement droit à une prime pour les prestations effectives et y assimilées.
  § 7. [1 L'aide attribuée dans le cadre du présent arrêté n'est pas cumulable avec une autre aide, quels qu'en soient la source, la forme et le but de l'aide en ce qui concerne les mêmes activités subventionnables, si par ce cumul les montants maximum prévus dans le Règlement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché interne en application des articles 107 et 108 du Traité, seraient dépassés.]1
  
Art. 12. § 1. De subsidiëring van maximaal 50 % wordt als volgt gespreid :
  1° eerste jaar van de tewerkstelling 35 % van het refertebedrag;
  2° tweede jaar van de tewerkstelling 15 % van het refertebedrag.
  § 2. Per voltijds equivalente invoegwerknemer neemt de subsidieperiode een aanvang op het ogenblik van de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer-titularis. Die periode wordt wel verlengd met de termijn die verlopen is tussen de uitdiensttreding van de titularis en de indiensttreding van de definitieve vervanger.
  § 3. Als een invoegwerknemer vóór het einde van de subsidieperiode van twee jaar, bepaald in § 1 van dit artikel, vervangen wordt door een andere invoegwerknemer is de subsidie alleen verschuldigd voor de nog te lopen periode, behalve als tijdens de eerste vier erkenningsjaren de invoegwerknemer vertrekt om één van de volgende redenen :
  1° pensionering;
  2° vrijwillig vertrek;
  3° ontslag om een bepaalde reden aanvaard door de minister na advies van de vakbondsdelegatie, indien aanwezig, en na advies van de adviescommissie;
  4° permanente arbeidsongeschiktheid waardoor hij definitief verhinderd wordt het overeengekomen werk te hervatten.
  Vanaf het vijfde jaar van de erkenning als invoegbedrijf is in alle gevallen de subsidie enkel verschuldigd voor de nog resterende subsidieperiode.
Art. 12. § 1er. Les subventions plafonnées à 50 % sont ventilées comme suit :
  1° première année de mise au travail 35 % du montant de référence;
  2° deuxième année de mise au travail 15 % du montant de référence.
  § 2. La période subventionnelle prend cours, par travailleur d'insertion équivalent temps plein, le jour de l'entrée en service du premier travailleur d'insertion titulaire Cette période est prolongée par le délai écoulé entre la cessation de fonctions du titulaire et l'entrée en service du remplaçant définitif.
  § 3. Si un travailleur d'insertion est remplacé par un autre travailleur d'insertion avant la fin de la période subventionnelle de deux ans, fixée au § 1er du présent article, la subvention n'est due que pour la période à courir, sauf si durant les quatre premières années d'agrément, le travailleur d'insertion quitte l'entreprise pour l'une des raisons suivantes :
  1° mise à la retraite;
  2° départ volontaire;
  3° démission pour une raison déterminée acceptée par le Ministre, après avis de la délégation syndicale, si elle existe, et après avis de la commission consultative;
  4° incapacité de travail permanente qui l'interdit à titre définitif à reprendre l'emploi convenu.
  A partir de la cinquième année d'agrément comme entreprise d'insertion, la subvention n'est due dans tous les cas que pour la période subventionnelle restant à courir.
Art. 13. Binnen het begrotingskrediet kunnen de erkende invoegbedrijven, als het micro- of kleine ondernemingen zijn als vermeld in artikel 1, 5°, per voltijds equivalente invoegwerknemer aanspraak maken op een aanvullende loonpremie van maximaal 15 % van het in de erkenningsbeslissing vastgestelde refertebedrag voor een periode van twee jaar.
  Binnen het begrotingskrediet kunnen de erkende invoegbedrijven, indien het een middelgrote ondernemingen betreft vermeld in artikel 1, 5°, per voltijds equivalente invoegwerknemer aanspraak maken op een loonpremie van maximaal 7,5 % van het in de erkenningsbeslissing vastgestelde refertebedrag voor een periode van twee jaar.
  Per voltijds equivalente invoegwerknemer neemt de subsidieperiode een aanvang op het ogenblik van de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer-titularis. Die periode wordt wel verlengd met de termijn die verlopen is tussen de uitdiensttreding van de titularis en de indiensttreding van de definitieve vervanger.
  Als een invoegwerknemer vóór het einde van de subsidieperiode van twee jaar, vermeld in het eerste en tweede lid, vervangen wordt door een andere invoegwerknemer, is de subsidie alleen verschuldigd voor de nog te lopen periode.
  [1 Er is geen cumulatie mogelijk van steun, verleend in het kader van dit besluit, met andere steun ongeacht de bron, de vorm en het doel van de steun met betrekking tot de zelfde subsidiabele activiteiten, als die cumulatie er toe zou leiden dat de maximale drempels voorzien in de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, overschreden zouden worden.]1
  
Art. 13. Dans les limites des crédits budgétaires, les entreprises d'insertion agréées, notamment les micro ou petites entreprises telles que mentionnées à l'article 1er, 5°, peuvent prétendre, par travailleur d'insertion équivalent temps plein, à une prime salariale supplémentaire plafonnée à 15 % du montant de référence fixé dans la décision d'agrément pour une période de deux ans.
  Dans les limites des crédits budgétaires, les entreprises d'insertion agréées, notamment les moyennes entreprises telles que mentionnées à l'article 1er, 5°, peuvent prétendre, par travailleur d'insertion équivalent temps plein, à une prime salariale supplémentaire plafonnée à 7,5 % du montant de référence fixé dans la décision d'agrément pour une période de deux ans.
  La période subventionnelle prend cours, par travailleur d'insertion équivalent temps plein, le jour de l'entrée en service du premier travailleur d'insertion titulaire Cette période est prolongée par le délai écoulé entre la cessation de fonctions du titulaire et l'entrée en service du remplaçant définitif.
  Si un travailleur d'insertion est remplacé par un autre travailleur d'insertion avant la fin de la période subventionnelle de deux ans, mentionnée aux alinéa premier et deux, la subvention est seulement due pour la période restant à courir.
  [1 L'aide attribuée dans le cadre du présent arrêté n'est pas cumulable avec une autre aide, quels qu'en soient la source, la forme et le but de l'aide en ce qui concerne les mêmes activités subventionnables, si par ce cumul les montants maximum prévus dans le Règlement (CE) n° 2204/2002 de la commission du 5 décembre 2002 concernant l'application des articles 87 et 88 du traité CE aux aides d'Etat à l'emploi seraient dépassés. ]1
  
Art. 14. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding betaalt de loonpremies.
Art. 14. Le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " paie les primes salariales.
HOOFDSTUK VI. - Procedure.
CHAPITRE VI. - Procédure.
Art. 23. De onderneming vult bij de aanwerving van iedere invoegwerknemer een door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ter beschikking gesteld inlichtingenblad in en bezorgt dat aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Telkens als zich een wijziging in de verstrekte gegevens voordoet, moet de werkgever dadelijk een vervangend inlichtingenblad bezorgen.
Art. 23. L'entreprise remplit à chaque recrutement d'un travailleur d'insertion une feuille d'information mise à disposition par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " et la transmet à cette dernière. A chaque modification des informations fournies, l'employeur doit transmettre sans délai une nouvelle feuille d'information.
Art. 24. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding stelt maandelijks het bedrag vast en stort dat voor de tiende van de lopende kalendermaand. Dat bedrag wordt berekend op basis van de effectieve tewerkstelling binnen het kader van de toegekende premies voor de maand in kwestie.
Art. 24. Le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " fixe chaque mois le montant et le verse avant le dix du mois calendaire en cours. Ce montant est calculé sur la base de l'emploi effectif dans le cadre de la prime allouée pour le mois en question.
Art. 25. [1 De werkgever kan het aantal tewerkgestelde invoegnemers verminderen als dat noodzakelijk is voor de economische leefbaarheid van de onderneming. De werkgever motiveert zijn voornemen tot vermindering en deelt het met een aangetekende brief aan de administratie mee.
   De administratie onderzoekt die motieven tot vermindering van de werkgever en bezorgt daarover een advies aan de minister binnen een termijn van veertien dagen.
   De minister deelt zijn toestemming of weigering met betrekking tot de vermindering mee aan de werkgever en aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding binnen een termijn van dertig dagen.]1

  
Art. 25. [1 L'employeur peut réduire le nombre de travailleurs d'insertion mis au travail lorsque la viabilité économique de l'entreprise l'exige. L'employeur motive son intention de réduction et la communique par lettre recommandée à l'administration.
   L'administration examine les motifs de réduction de l'employeur et transmet un avis à ce sujet au Ministre dans un délai de quatorze jours.
   Le Ministre communique dans les trente jours l'autorisation ou le refus de la réduction à l'employeur et au Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.]1

  
HOOFDSTUK VII. - Informatiedoorstroming.
CHAPITRE VII- Flux d'informations.
HOOFDSTUK VIII. - Toezicht en naleving.
CHAPITRE VIII. - Contrôle et respect.
Art. 28. De sociaalrechtelijke inspecteurs zijn belast met het toezicht op de bij dit besluit erkende invoegbedrijven en op de naleving van de erkenningscriteria en de verbintenissen vermeld in artikelen 5, 6 en 10.
  Bij dringende en dwingende omstandigheden kunnen de sociaalrechtelijke inspecteurs als voorlopig bewarende maatregel beslissen niet-ingenomen arbeidsplaatsen binnen een invoegbedrijf niet meer te laten opvullen. Die maatregel wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de minister, van het RESOC en van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en blijft gelden tot op de datum waarop de minister over de grond van de bewarende maatregel een beslissing neemt en beslist de erkenning al dan niet in te trekken of te schorsen.
Art. 28. Les inspecteurs des lois sociales sont chargés du contrôle des entreprises d'insertion agréées par le présent arrêté, et du respect des critères d'agrément et des engagements visés aux articles 5, 6 et 10.
  Dans des circonstances urgentes et impératives, les inspecteurs des lois sociales peuvent décider à titre de mesure conservatoire, de laisser vacants les emplois non occupés au sein d'une entreprise d'insertion. Cette mesure est communiquée sans délai au Ministre, au RESOC et au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding "; elle reste valable jusqu'à ce que le Ministre statue sur le fond de la mesure conservatoire et décide du retrait ou de la suspension de l'agrément.
Art. 29. De minister kan, als de verbintenis, vermeld in artikel 10, 5°, van dit besluit niet wordt nageleefd, de betaling van een geldsom die gelijk is aan 6 200 euro per verminderde tewerkgestelde invoegwerknemer vorderen, met uitzondering van de gevallen zoals bepaald in artikel 25.
Art. 29. En cas de non-respect de l'engagement tel que défini à l'article 10, 5° du présent arrêté, le Ministre peut réclamer le paiement d'une somme de 6 200 euros par travailleur mis au travail en moins, à l'exception des cas prévus à l'article 25.
Art. 30. § 1. De minister kan op basis van een verslag van de sociaalrechtelijke inspecteurs of op basis van het advies van de adviescommissie de premietoekenning stopzetten als :
  1° de onderneming de erkenningscriteria, vermeld in artikel 5 en 6, eenzijdig wijzigt of niet naleeft;
  2° de onderneming de verbintenissen, vermeld in hoofdstuk IV, niet naleeft;
  3° vastgesteld werd dat de onderneming zware of herhaalde overtredingen heeft gepleegd tegen de regelen van de arbeids- en sociale wetgeving;
  4° de onderneming nalaat aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding tijdig de nodige gegevens mee te delen, vermeld in artikel 23.
  De minister kan in die gevallen tot terugvordering overgaan vanaf de dag waarop de arbeidsplaats werd gesubsidieerd of de overtreding is vastgesteld.
Art. 30. § 1er. Le Ministre peut mettre fin à l'octroi de la prime, sur la base d'un rapport des inspecteurs des lois sociales ou de l'avis de la commission consultative, si :
  1° l'entreprise modifie unilatéralement ou ne respecte pas les critères d'agrément visés aux articles 5 et 6;
  2° l'entreprise ne respecte pas les engagements visés au chapitre IV;
  3° s'il est constaté que l'employeur a commis des infractions graves ou répétées à la législation sur le travail et social;
  4° l'entreprise omet de communiquer dans les délais prévus au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " les renseignements requis cités à l'article 23.
  Le Ministre peut procéder au recouvrement à partir de la date de subventionnement de l'emploi ou de la date où l'infraction a été constatée.
Art. 31. De minister betekent de beslissing tot stopzetting van de premietoekenning aan de werkgever. Hij deelt die beslissing mee aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, aan het RESOC en aan de leden van de adviescommissie.
Art. 31. Le Ministre notifie la décision de cessation de l'octroi de la prime à l'employeur. Il en informe le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", le RESOC et les membres de la commission consultative.
Art. 32. Onrechtmatig verkregen premies worden ingevorderd of ingehouden op de later aan de werkgever verschuldigde bedragen. Zo nodig laat de administrateur-generaal van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding de dossiers van de weerspannige debiteurs overzenden aan het Bestuur van de BTW en van de Registratie en Domeinen.
  De door het hierboven genoemde bestuur in te stellen vervolgingen verlopen overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949, zoals bij het decreet van 23 december 1986 toepasbaar gesteld voor het Vlaamse Gewest. De aldus ingevorderde bedragen worden na aftrek van de eventuele kosten aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding terugbetaald.
Art. 32. Les primes indûment perçues sont recouvrées ou déduites des montants dus ultérieurement à l'employeur. Au besoin, l'administrateur général du " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " transmet les dossiers des débiteurs réfractaires à l'Administration de la TVA et de l'Enregistrement et des Domaines.
  Les poursuites engagées par l'Administration précitée se font conformément à l'article 3 de la loi domaniale du 22 décembre 1949, rendue applicable pour la Région flamande par le décret du 23 décembre 1986. Les sommes ainsi recouvrées sont remboursées au " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", après déduction des frais éventuels.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
Art. 33. [1 Deze regelgeving valt onder de toepassing van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.]1
  
Art. 33. [1 Art. 33. Cette réglementation relève de l'application du Règlement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché interne en application des articles 107 et 108 du Traité. ]1
  
Art. 34. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le Ministre flamand ayant l'économie sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Het refertebedrag wordt als volgt vastgesteld :
Art. N. Le montant de référence est déterminé comme suit :
voor total loonkosten tussen :8 500 - 9 499 euro : refertebedrag 8 500 euro
 9 500 - 10 499 euro : refertebedrag 9 500 euro
 10 500 - 11 499 euro : refertebedrag 10 500 euro
 11 500 - 12 499 euro : refertebedrag 11 500 euro
 12 500 - 13 499 euro : refertebedrag 12 500 euro
 13 500 - 14 499 euro : refertebedrag 13 500 euro
 14 500 - 15 499 euro : refertebedrag 14 500 euro
 15 500 - 16 499 euro : refertebedrag 15 500 euro
 16 500 - 16 499 euro : refertebedrag 16 500 euro
 17 500 - 18 499 euro : refertebedrag 17 500 euro
 18 500 - 19 499 euro : refertebedrag 18 500 euro
 19 500 - 20 499 euro : refertebedrag 19 500 euro
 20 500 - 21 499 euro : refertebedrag 20 500 euro
 21 500 - 22 499 euro : refertebedrag 21 500 euro
 22 500 - 23 499 euro : refertebedrag 22 500 euro
 23 500 - 24 499 euro : refertebedrag 23 500 euro
 24 500 - 25 499 euro : refertebedrag 24 500 euro
 25 500 - 26 499 euro : refertebedrag 25 500 euro
 26 500 - 27 499 euro : refertebedrag 26 500 euro
 27 500 - 28 499 euro : refertebedrag 27 500 euro
 28 500 - 29 499 euro : refertebedrag 28 500 euro
 29 500 - 30 499 euro : refertebedrag 29 500 euro
 30 500 - 31 499 euro : refertebedrag 30 500 euro
 31 500 - 32 499 euro : refertebedrag 31 500 euro
 32 500 - 33 499 euro : refertebedrag 32 500 euro
 33 500 - 34 499 euro : refertebedrag 33 500 euro
 34 500 - 35 499 euro : refertebedrag 34 500 euro
 35 500 - 36 499 euro : refertebedrag 35 500 euro
voor total loonkosten tussen :8 500 - 9 499 euro : refertebedrag 8 500 euro9 500 - 10 499 euro : refertebedrag 9 500 euro10 500 - 11 499 euro : refertebedrag 10 500 euro11 500 - 12 499 euro : refertebedrag 11 500 euro12 500 - 13 499 euro : refertebedrag 12 500 euro13 500 - 14 499 euro : refertebedrag 13 500 euro14 500 - 15 499 euro : refertebedrag 14 500 euro15 500 - 16 499 euro : refertebedrag 15 500 euro16 500 - 16 499 euro : refertebedrag 16 500 euro17 500 - 18 499 euro : refertebedrag 17 500 euro18 500 - 19 499 euro : refertebedrag 18 500 euro19 500 - 20 499 euro : refertebedrag 19 500 euro20 500 - 21 499 euro : refertebedrag 20 500 euro21 500 - 22 499 euro : refertebedrag 21 500 euro22 500 - 23 499 euro : refertebedrag 22 500 euro23 500 - 24 499 euro : refertebedrag 23 500 euro24 500 - 25 499 euro : refertebedrag 24 500 euro25 500 - 26 499 euro : refertebedrag 25 500 euro26 500 - 27 499 euro : refertebedrag 26 500 euro27 500 - 28 499 euro : refertebedrag 27 500 euro28 500 - 29 499 euro : refertebedrag 28 500 euro29 500 - 30 499 euro : refertebedrag 29 500 euro30 500 - 31 499 euro : refertebedrag 30 500 euro31 500 - 32 499 euro : refertebedrag 31 500 euro32 500 - 33 499 euro : refertebedrag 32 500 euro33 500 - 34 499 euro : refertebedrag 33 500 euro34 500 - 35 499 euro : refertebedrag 34 500 euro35 500 - 36 499 euro : refertebedrag 35 500 euro
pour un coût salarial global entre :8 500 - 9 499 euros : montant de référence 8 500 euros
 9 500 - 10 499 euros : montant de référence 9 500 euros
 10 500 - 11 499 euros : montant de référence 10 500 euros
 11 500 - 12 499 euros : montant de référence 11 500 euros
 12 500 - 13 499 euros : montant de référence 12 500 euros
 13 500 - 14 499 euros : montant de référence 13 500 euros
 14 500 - 15 499 euros : montant de référence 14 500 euros
 15 500 - 16 499 euros : montant de référence 15 500 euros
 16 500 - 16 499 euros : montant de référence 16 500 euros
 17 500 - 18 499 euros : montant de référence 17 500 euros
 18 500 - 19 499 euros : montant de référence 18 500 euros
 19 500 - 20 499 euros : montant de référence 19 500 euros
 20 500 - 21 499 euros : montant de référence 20 500 euros
 21 500 - 22 499 euros : montant de référence 21 500 euros
 22 500 - 23 499 euros : montant de référence 22 500 euros
 23 500 - 24 499 euros : montant de référence 23 500 euros
 24 500 - 25 499 euros : montant de référence 24 500 euros
 25 500 - 26 499 euros : montant de référence 25 500 euros
 26 500 - 27 499 euros : montant de référence 26 500 euros
 27 500 - 28 499 euros : montant de référence 27 500 euros
 28 500 - 29 499 euros : montant de référence 28 500 euros
 29 500 - 30 499 euros : montant de référence 29 500 euros
 30 500 - 31 499 euros : montant de référence 30 500 euros
 31 500 - 32 499 euros : montant de référence 31 500 euros
 32 500 - 33 499 euros : montant de référence 32 500 euros
 33 500 - 34 499 euros : montant de référence 33 500 euros
 34 500 - 35 499 euros : montant de référence 34 500 euros
 35 500 - 36 499 euros : montant de référence 35 500 euros
pour un coût salarial global entre :8 500 - 9 499 euros : montant de référence 8 500 euros9 500 - 10 499 euros : montant de référence 9 500 euros10 500 - 11 499 euros : montant de référence 10 500 euros11 500 - 12 499 euros : montant de référence 11 500 euros12 500 - 13 499 euros : montant de référence 12 500 euros13 500 - 14 499 euros : montant de référence 13 500 euros14 500 - 15 499 euros : montant de référence 14 500 euros15 500 - 16 499 euros : montant de référence 15 500 euros16 500 - 16 499 euros : montant de référence 16 500 euros17 500 - 18 499 euros : montant de référence 17 500 euros18 500 - 19 499 euros : montant de référence 18 500 euros19 500 - 20 499 euros : montant de référence 19 500 euros20 500 - 21 499 euros : montant de référence 20 500 euros21 500 - 22 499 euros : montant de référence 21 500 euros22 500 - 23 499 euros : montant de référence 22 500 euros23 500 - 24 499 euros : montant de référence 23 500 euros24 500 - 25 499 euros : montant de référence 24 500 euros25 500 - 26 499 euros : montant de référence 25 500 euros26 500 - 27 499 euros : montant de référence 26 500 euros27 500 - 28 499 euros : montant de référence 27 500 euros28 500 - 29 499 euros : montant de référence 28 500 euros29 500 - 30 499 euros : montant de référence 29 500 euros30 500 - 31 499 euros : montant de référence 30 500 euros31 500 - 32 499 euros : montant de référence 31 500 euros32 500 - 33 499 euros : montant de référence 32 500 euros33 500 - 34 499 euros : montant de référence 33 500 euros34 500 - 35 499 euros : montant de référence 34 500 euros35 500 - 36 499 euros : montant de référence 35 500 euros