1° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie;
2° [4 de administratie: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;]4
3° invoegwerknemer :
a) persoon met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs bij wie de trajectmatige begeleidingsactie uitwijst dat hij niet dadelijk toeleidbaar is naar de reguliere arbeidsmarkt en die de dag voor zijn aanwerving beantwoordt aan een van de volgende kenmerken :
1) hij is jonger dan 50 jaar en minstens twaalf maanden inactief;
2) hij is 50 jaar of ouder en minstens zes maanden inactief;
3) hij is minstens zes maanden leefloongerechtigde of gerechtigde op financieel maatschappelijke hulp;
b) persoon die minstens zes maanden inactief is en behoort tot de doelgroep van de arbeidsgehandicapten;
c) de deeltijds werkzoekende leerling van het deeltijds beroepssecundair onderwijs zoals geregeld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004.
Onder inactiviteit wordt begrepen : noch in loondienst, noch op zelfstandige basis hebben gewerkt, noch als cursist een individuele beroepsopleiding hebben gevolgd.
De minister bepaalt de periodes die met een periode van inactiviteit worden gelijkgesteld;
[1 De periode van inactiviteit kan worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden IBO-cursist in het invoegbedrijf of met een periode van maximaal twee maanden tewerkstelling in het invoegbedrijf als uitzendkracht.
Onder IBO wordt begrepen de individuele beroepsleiding in een onderneming krachtens artikelen 120 tot en met 129 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988.
Onder een tewerkstelling als uitzendkracht wordt begrepen de tewerkstelling krachtens de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van het inlenend bedrijf.]1
4° arbeidsgehandicapten :
a) de werkzoekenden met een erkenning als persoon met een handicap bij het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die recht hebben op bijstand inzake tewerkstelling;
b) de werkzoekende ex-leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs;
c) de werkzoekenden die, na attestering door een arts, bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding geregistreerd zijn met een gedeeltelijke of een zeer beperkte geschiktheid;
5° [5 micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen: ondernemingen vermeld in de verordening (EU) nr. 651/2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard en gedefinieerd in de aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;]5
6° maatschappelijk verantwoord ondernemen, hierna MVO te noemen : ondernemen waarbij men in een permanente dialoog met iedereen die invloed uitoefent of ondervindt van de onderneming (stakeholders) gaat streven naar een maximale toegevoegde waarde én voor de onderneming én voor haar werknemers én voor de maatschappij én voor het milieu;
7° totale loonkosten : het loon plus de sociale bijdragen.
Onder loon wordt begrepen :
a) het loon in geld waarop de invoegwerknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft, met uitzondering van de vergoedingen wegens beëindiging van de overeenkomst;
b) het vakantiegeld dat toegekend wordt door of ter uitvoering van de op 28 juni 1971 gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers of door de collectieve arbeidsovereenkomsten die gesloten worden in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard zijn bij koninklijk besluit;
c) de financiële bijdrage van de werkgever in de vervoerskosten van de werknemers zoals vastgelegd in het van toepassing zijnde paritair comité of bij ontstentenis hiervan de bijdrage zoals bepaald in cao nr. 19ter.
Onder sociale bijdragen wordt begrepen : het geheel van de sociale zekerheidsbijdragen, zowel de gewone als de bijzondere bijdragen, die door de werkgever is verschuldigd als gevolg van de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de invoegwerknemer;
8° trajectbegeleiding : geheel van acties, georganiseerd door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of door de door deze dienst erkende derden waarbij de werkzoekende volgens een stappenplan door een trajectbegeleider naar een duurzame tewerkstelling wordt begeleid;
9° monitoringsysteem : het systematisch volgen via indicatoren van de economische leefbaarheid, de invulling van het concept MVO en de begeleiding en ondersteuning van de invoegwerknemers met als doel de werking van concrete initiatieven en de efficiëntie van de maatregel in zijn geheel zowel op korte als op lange termijn te volgen, te evalueren en bij te sturen;
10° RESOC : het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, vermeld in artikel 18 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités;
11° [3 ...]3
12° adviescommissie : een door een vertegenwoordiger van de minister voorgezeten adviesorgaan dat samengesteld is uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden, en dat op verzoek van de administratie ten aanzien van de minister een advies verstrekt over de aanvragen tot erkenning als invoegbedrijf.
Stemgerechtigde leden zijn een vertegenwoordiger van de minister, een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het economisch beleid, een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, drie vertegenwoordigers van de meest representatieve werkgeversorganisaties en drie vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemersorganisaties.
Niet-stemgerechtigde leden zijn een vertegenwoordiger van VOMEC, [3 ...]3, een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, een vertegenwoordiger van de administratie, [2 ...]2 en [3 een vertegenwoordiger van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie]3;
In de adviescommissie wordt een consensus nagestreefd. Bij ontstentenis hiervan wordt een meerderheids- en minderheidsstandpunt meegedeeld;
13° VOMEC : een door de minister erkend overlegplatform voor de sociale economie en de " meerwaarden " economie;
14° [3 de sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Inspectie Werk en Sociale Economie van het Departement Werk en Sociale Economie.]3