Artikel 1. In artikel I 1 van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 maart 2002 en 19 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden na het woord " instellingen " de woorden " en agentschappen " ingevoegd;
2° in 1°, c, worden de woorden " Dienst voor de Scheepvaart " vervangen door de woorden " De Scheepvaart ";
3° in 1°, d, worden de woorden " N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen " vervangen door de woorden " Waterwegen en Zeekanaal ";
4° punt 7° wordt vervangen door wat volgt : " 7° Export Vlaanderen, met uitzondering van het ondersteunend personeel van de Vlaamse economische vertegenwoordigers in het buitenland en de handelssecretarissen. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 NOVEMBER 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, wat betreft de herplaatsing, de interne arbeidsmarkt, de uitvoering van het sectoraal akkoord 2003-2004 en andere bepalingen.
Titre
19 NOVEMBRE 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté de base OPF du 30 juin 2000, en ce qui concerne la réaffectation, le marché interne de l'emploi, l'exécution de l'accord sectoriel 2003-2004 et d'autres dispositions (TRADUCTION).
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (55)
Texte (55)
Article 1. A l'article I 1 de l'arrêté de base OPF du 30 juin 2000, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 mars 2002 et 19 juillet 2002, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots "et agences" sont insérés après les mots "aux organismes publics flamands";
2° au point 1°, c, les mots "Dienst voor de Scheepvaart" sont remplacés par les mots "De Scheepvaart";
3° au point 1°, d, les mots "N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen" sont remplacés par les mots "Waterwegen en Zeekanaal";
4° le point 7° est remplacé par ce qui suit : "7° Export Vlaanderen, à l'exception du personnel d'appui des représentants économiques flamands à l'étranger et des secrétaires commerciaux. "
1° dans l'alinéa premier, les mots "et agences" sont insérés après les mots "aux organismes publics flamands";
2° au point 1°, c, les mots "Dienst voor de Scheepvaart" sont remplacés par les mots "De Scheepvaart";
3° au point 1°, d, les mots "N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen" sont remplacés par les mots "Waterwegen en Zeekanaal";
4° le point 7° est remplacé par ce qui suit : "7° Export Vlaanderen, à l'exception du personnel d'appui des représentants économiques flamands à l'étranger et des secrétaires commerciaux. "
Art. 2. In artikel I 2bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2001 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003, worden de woorden " voor de toepassing van de verruimde arbeidsmarkt " vervangen door de woorden " voor de herplaatsing en de interne arbeidsmarkt ".
Art. 2. Dans l'article I 2bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2001 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 janvier 2003, les mots "pour l'application du marché étendu de l'emploi" sont remplacés par les mots "pour la réaffectation et le marché interne de l'emploi".
Art. 3. In deel II, hoofdstuk VII van hetzelfde besluit wordt een artikel II 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. II 20bis. § 1. In afwijking van de artikelen II 19 en II 20 kan de functie van preventieadviseur ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1, die extern worden aangeworven en die, naargelang van het functieprofiel, houder zijn van een getuigschrift veiligheid niveau 1 of van minimum een getuigschrift veiligheid niveau 2.
§ 2. De directieraad draagt voor elke betrekking van preventieadviseur die wordt ingevuld via een externe werving een kandidaat, die aan de gestelde voorwaarden voldoet, voor aan het bevoegde overlegcomité van de instelling.
Indien er geen akkoord bereikt wordt in het bevoegde overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de raad van bestuur.
§ 3. De aanstelling van de preventieadviseur die extern geworven wordt houdt tevens de tijdelijke dienstaanwijzing in voor de betrokken ambtenaar.
De termijn van de effectieve aanstelling begint te lopen op de dag van de benoeming tot ambtenaar.
Bij het beëindigen van de aanstelling wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld door de bevoegde overheid. "
" Art. II 20bis. § 1. In afwijking van de artikelen II 19 en II 20 kan de functie van preventieadviseur ook worden opengesteld voor ambtenaren van rang A1, die extern worden aangeworven en die, naargelang van het functieprofiel, houder zijn van een getuigschrift veiligheid niveau 1 of van minimum een getuigschrift veiligheid niveau 2.
§ 2. De directieraad draagt voor elke betrekking van preventieadviseur die wordt ingevuld via een externe werving een kandidaat, die aan de gestelde voorwaarden voldoet, voor aan het bevoegde overlegcomité van de instelling.
Indien er geen akkoord bereikt wordt in het bevoegde overlegcomité, wordt de beslissing genomen door de raad van bestuur.
§ 3. De aanstelling van de preventieadviseur die extern geworven wordt houdt tevens de tijdelijke dienstaanwijzing in voor de betrokken ambtenaar.
De termijn van de effectieve aanstelling begint te lopen op de dag van de benoeming tot ambtenaar.
Bij het beëindigen van de aanstelling wordt voor de betrokken ambtenaar een gepaste dienstaanwijzing vastgesteld door de bevoegde overheid. "
Art. 3. Dans la partie II, chapitre VII du même arrêté, il est inséré un article 20bis, rédigé comme suit :
" Art. II 20bis. § 1er. Par dérogation aux articles II 19 et II 20, la fonction de conseiller en prévention peut également être ouverte aux fonctionnaires du rang A1 qui sont recrutés à l'extérieur et qui, en fonction du profil, sont porteurs d'un certificat de sécurité du niveau 1 ou au moins d'un certificat de sécurité du niveau 2.
§ 2. Pour chacune des fonctions de conseiller en prévention qui est conféré par voie d'engagement externe, le conseil de direction propose un candidat répondant aux conditions imposées, au comité de concertation compétent de l'organisme.
Si le comité de concertation compétent n'arrive pas à un accord, la décision est prise par le conseil d'administration.
§ 3. La désignation du conseiller en prévention qui est recruté à l'extérieur implique également l'affectation temporaire pour le fonctionnaire concerné.
Le délai de la désignation effective prend cours le jour de la nomination en qualité de fonctionnaire.
A l'expiration de la désignation, l'autorité compétente détermine une affectation appropriée pour le fonctionnaire concerné. "
" Art. II 20bis. § 1er. Par dérogation aux articles II 19 et II 20, la fonction de conseiller en prévention peut également être ouverte aux fonctionnaires du rang A1 qui sont recrutés à l'extérieur et qui, en fonction du profil, sont porteurs d'un certificat de sécurité du niveau 1 ou au moins d'un certificat de sécurité du niveau 2.
§ 2. Pour chacune des fonctions de conseiller en prévention qui est conféré par voie d'engagement externe, le conseil de direction propose un candidat répondant aux conditions imposées, au comité de concertation compétent de l'organisme.
Si le comité de concertation compétent n'arrive pas à un accord, la décision est prise par le conseil d'administration.
§ 3. La désignation du conseiller en prévention qui est recruté à l'extérieur implique également l'affectation temporaire pour le fonctionnaire concerné.
Le délai de la désignation effective prend cours le jour de la nomination en qualité de fonctionnaire.
A l'expiration de la désignation, l'autorité compétente détermine une affectation appropriée pour le fonctionnaire concerné. "
Art. 4. Artikel V 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. V 2. § 1. Vacante betrekkingen worden bij voorrang ingevuld door herplaatsing.
§ 2. Als herplaatsing niet mogelijk is, en er geen bepaling is die voorschrijft hoe in een vacante betrekking moet worden voorzien, kiest de benoemende overheid of ze die betrekking invult via de aanwerving, en/of de interne arbeidsmarkt, en/of de bevordering.
Als de vacante betrekking wordt ingevuld via een algemeen wervingsexamen, wordt tezelfdertijd ook een beroep gedaan op de procedures van de interne arbeidsmarkt en de bevordering. De vacature wordt ingevuld op de wijze, bepaald in § 3.
§ 3. Als de benoemende overheid zich beroept op meerdere procedures om een vacature in te vullen, worden de in aanmerking komende kandidaten opgeroepen voor dezelfde functiespecifieke selectie.
De leidend ambtenaar organiseert de functiespecifieke selectie en stelt het programma ervan vast. Het programma bepaalt onder meer uit hoeveel gedeelten de selectie bestaat, alsook de duur en de volgorde van de verschillende gedeelten.
De leidend ambtenaar stelt de lijst van de geslaagden vast.
De benoemende overheid kiest op zorgvuldige wijze de meest geschikte kandidaat voor een bepaalde functie.
De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature, het gewenste profiel en de beoordeling van de selectietest(en).
§ 4. In afwijking van § 2 kiest de benoemende overheid voor een vacante betrekking in de rangen A3 en A2L of zij deze betrekking invult via aanwerving of via de interne arbeidsmarkt. "
" Art. V 2. § 1. Vacante betrekkingen worden bij voorrang ingevuld door herplaatsing.
§ 2. Als herplaatsing niet mogelijk is, en er geen bepaling is die voorschrijft hoe in een vacante betrekking moet worden voorzien, kiest de benoemende overheid of ze die betrekking invult via de aanwerving, en/of de interne arbeidsmarkt, en/of de bevordering.
Als de vacante betrekking wordt ingevuld via een algemeen wervingsexamen, wordt tezelfdertijd ook een beroep gedaan op de procedures van de interne arbeidsmarkt en de bevordering. De vacature wordt ingevuld op de wijze, bepaald in § 3.
§ 3. Als de benoemende overheid zich beroept op meerdere procedures om een vacature in te vullen, worden de in aanmerking komende kandidaten opgeroepen voor dezelfde functiespecifieke selectie.
De leidend ambtenaar organiseert de functiespecifieke selectie en stelt het programma ervan vast. Het programma bepaalt onder meer uit hoeveel gedeelten de selectie bestaat, alsook de duur en de volgorde van de verschillende gedeelten.
De leidend ambtenaar stelt de lijst van de geslaagden vast.
De benoemende overheid kiest op zorgvuldige wijze de meest geschikte kandidaat voor een bepaalde functie.
De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature, het gewenste profiel en de beoordeling van de selectietest(en).
§ 4. In afwijking van § 2 kiest de benoemende overheid voor een vacante betrekking in de rangen A3 en A2L of zij deze betrekking invult via aanwerving of via de interne arbeidsmarkt. "
Art. 4. L'article V 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2001 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 janvier 2003, est remplacé par ce qui suit :
" Art. V 2. § 1er. Les emplois vacants sont attribués par priorité par réaffectation.
§ 2. Si une réaffectation n'est pas possible et si aucune disposition ne prescrit comment il y a lieu de pourvoir à une vacance d'emploi, l'autorité ayant compétence de nomination choisit la façon d'attribuer ledit emploi : par recrutement et/ou via le marché interne de l'emploi et/ou par promotion.
S'il est pourvu à la vacance d'emploi par un concours de recrutement général, il est simultanément fait appel aux procédures du marché interne de l'emploi et de la promotion. Il est pourvu à la vacance d'emploi de la façon fixée au § 3.
§ 3. Si l'autorité ayant compétence de nomination se prévaut de plusieurs procédures pour pourvoir à une vacance d'emploi, les candidats entrant en ligne de compte sont convoqués pour la même sélection spécifique de la fonction.
Le fonctionnaire dirigeant organise la sélection spécifique de la fonction et en détermine le programme. Le programme fixe entre autres le nombre de parties constituant la sélection, ainsi que la durée et l'ordre des différentes parties.
Le fonctionnaire dirigeant dresse la liste des candidats reçus.
L'autorité ayant compétence de nomination choisit minutieusement le candidat le plus approprié pour une fonction déterminée.
La décision de sélection motivée tient compte de la description de fonction de la vacance d'emploi, du profil souhaité et de l'évaluation du/des test(s) de sélection.
§ 4. Par dérogation au § 2, l'autorité ayant compétence de nomination choisit, pour une vacance d'emploi dans les rangs A3 et A2L, si l'emploi sera conféré par voie de recrutement ou via le marché interne de l'emploi. "
" Art. V 2. § 1er. Les emplois vacants sont attribués par priorité par réaffectation.
§ 2. Si une réaffectation n'est pas possible et si aucune disposition ne prescrit comment il y a lieu de pourvoir à une vacance d'emploi, l'autorité ayant compétence de nomination choisit la façon d'attribuer ledit emploi : par recrutement et/ou via le marché interne de l'emploi et/ou par promotion.
S'il est pourvu à la vacance d'emploi par un concours de recrutement général, il est simultanément fait appel aux procédures du marché interne de l'emploi et de la promotion. Il est pourvu à la vacance d'emploi de la façon fixée au § 3.
§ 3. Si l'autorité ayant compétence de nomination se prévaut de plusieurs procédures pour pourvoir à une vacance d'emploi, les candidats entrant en ligne de compte sont convoqués pour la même sélection spécifique de la fonction.
Le fonctionnaire dirigeant organise la sélection spécifique de la fonction et en détermine le programme. Le programme fixe entre autres le nombre de parties constituant la sélection, ainsi que la durée et l'ordre des différentes parties.
Le fonctionnaire dirigeant dresse la liste des candidats reçus.
L'autorité ayant compétence de nomination choisit minutieusement le candidat le plus approprié pour une fonction déterminée.
La décision de sélection motivée tient compte de la description de fonction de la vacance d'emploi, du profil souhaité et de l'évaluation du/des test(s) de sélection.
§ 4. Par dérogation au § 2, l'autorité ayant compétence de nomination choisit, pour une vacance d'emploi dans les rangs A3 et A2L, si l'emploi sera conféré par voie de recrutement ou via le marché interne de l'emploi. "
Art. 5. In deel V van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het opschrift van titel II wordt vervangen door wat volgt :
" TITEL II. - De herplaatsing ";
2° Artikel V 4 tot en met V 11 worden vervangen door wat volgt :
" Art. V 4. Onder herplaatsing wordt verstaan de overplaatsing naar een vacante betrekking van dezelfde graad van een ambtenaar van rang A2 en lager, van wie de functie vacant werd verklaard tijdens zijn langdurige afwezigheid of die vanwege medische, persoonlijke of functionele redenen zijn huidige functie niet meer kan of mag uitoefenen.
Art. V 5. § 1. De leidinggevende wijst de ambtenaren van zijn entiteit aan die in aanmerking komen voor herplaatsing.
§ 2. De ambtenaar in herplaatsing behoudt zijn dienstaanwijzing tot hij herplaatst wordt.
§ 3. In afwijking van § 2 krijgt de ambtenaar die wordt ingeschakeld in een tewerkstellingsproject een tijdelijke nieuwe dienstaanwijzing. De projectleider krijgt de hiërarchische bevoegdheid over de ambtenaar gedurende de tewerkstelling in het tewerkstellingsproject.
De leidend ambtenaar bepaalt de voorwaarden van het tewerkstellingsproject.
§ 4. De leidinggevende van de entiteit waar er een vacante betrekking is, en het arbeidsmarktbureau beslissen gezamenlijk over de geschiktheid van de ambtenaar voor de functie.
Als er meerdere ambtenaren in herplaatsing geschikt zijn, kiest de leidinggevende van de entiteit waar er een vacante betrekking is op zorgvuldige wijze de meest geschikte ambtenaar voor de functie.
De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel.
§ 5. De leidinggevenden van de entiteiten in kwestie bepalen samen wanneer de ambtenaar zijn nieuwe functie moet opnemen.
§ 6. Als de ambtenaar tweemaal een aangeboden betrekking weigert, wordt hij ambtshalve herplaatst naar de eerstvolgende aangeboden betrekking.
Art. V 6. Als de ambtenaar na twee jaar in herplaatsing te zijn, geen nieuwe betrekking heeft, beslist het arbeidsmarktbureau, in overleg met de leidinggevende van de entiteit vanwaar de ambtenaar komt, dat de ambtenaar ingeschakeld wordt in een tewerkstellingsproject of dat hij zijn dienstaanwijzing behoudt.
Periodes van tewerkstelling in tewerkstellingsprojecten worden niet meegerekend in de termijn van twee jaar.
Art. V 7. De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling bepaalt welke instantie de rol van arbeidsmarktbureau vervult.
Art. V 8. § 1. De herplaatste ambtenaar wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit waar hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van herplaatsing.
§ 2. De ambtenaar die voor zijn herplaatsing geslaagd is voor een vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging in graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor één van die examens of voor die proef heeft verworven.
Art. V 9. § 1. In afwijking van artikel V 4 kan de ambtenaar van niveau B, C of D een verzoek richten aan de leidinggevende, om aangewezen te worden voor herplaatsing om persoonlijke of functionele redenen, in een betrekking van een andere graad van dezelfde rang dan die welke hij bekleedt.
Deze ambtenaar wordt benoemd in de nieuwe graad en, in afwijking van artikel V 8, § 1, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad.
§ 2. In afwijking van artikel V 4 kan een ambtenaar om medische redenen herplaatst worden in een betrekking van een graad van een lagere rang.
Behalve als de ambtenaar het slachtoffer is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, houdt de herplaatsing in dit geval de benoeming in de nieuwe graad in en wordt de ambtenaar, in afwijking van artikel V 8, § 1 ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, overeenkomstig artikel XIII 19, § 2.
Art. V 10. Het herplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de ontvangende en uitsturende entiteiten, namelijk door de benoemende overheid voor de Vlaamse openbare instelling, door de secretaris-generaal voor het ministerie en door het instellingshoofd voor de wetenschappelijke instelling.
Art. V 11. Titel II is van toepassing op de stagiair. "
3° Artikel V 12 tot en met V 14bis worden opgeheven.
1° het opschrift van titel II wordt vervangen door wat volgt :
" TITEL II. - De herplaatsing ";
2° Artikel V 4 tot en met V 11 worden vervangen door wat volgt :
" Art. V 4. Onder herplaatsing wordt verstaan de overplaatsing naar een vacante betrekking van dezelfde graad van een ambtenaar van rang A2 en lager, van wie de functie vacant werd verklaard tijdens zijn langdurige afwezigheid of die vanwege medische, persoonlijke of functionele redenen zijn huidige functie niet meer kan of mag uitoefenen.
Art. V 5. § 1. De leidinggevende wijst de ambtenaren van zijn entiteit aan die in aanmerking komen voor herplaatsing.
§ 2. De ambtenaar in herplaatsing behoudt zijn dienstaanwijzing tot hij herplaatst wordt.
§ 3. In afwijking van § 2 krijgt de ambtenaar die wordt ingeschakeld in een tewerkstellingsproject een tijdelijke nieuwe dienstaanwijzing. De projectleider krijgt de hiërarchische bevoegdheid over de ambtenaar gedurende de tewerkstelling in het tewerkstellingsproject.
De leidend ambtenaar bepaalt de voorwaarden van het tewerkstellingsproject.
§ 4. De leidinggevende van de entiteit waar er een vacante betrekking is, en het arbeidsmarktbureau beslissen gezamenlijk over de geschiktheid van de ambtenaar voor de functie.
Als er meerdere ambtenaren in herplaatsing geschikt zijn, kiest de leidinggevende van de entiteit waar er een vacante betrekking is op zorgvuldige wijze de meest geschikte ambtenaar voor de functie.
De gemotiveerde beslissing houdt rekening met de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel.
§ 5. De leidinggevenden van de entiteiten in kwestie bepalen samen wanneer de ambtenaar zijn nieuwe functie moet opnemen.
§ 6. Als de ambtenaar tweemaal een aangeboden betrekking weigert, wordt hij ambtshalve herplaatst naar de eerstvolgende aangeboden betrekking.
Art. V 6. Als de ambtenaar na twee jaar in herplaatsing te zijn, geen nieuwe betrekking heeft, beslist het arbeidsmarktbureau, in overleg met de leidinggevende van de entiteit vanwaar de ambtenaar komt, dat de ambtenaar ingeschakeld wordt in een tewerkstellingsproject of dat hij zijn dienstaanwijzing behoudt.
Periodes van tewerkstelling in tewerkstellingsprojecten worden niet meegerekend in de termijn van twee jaar.
Art. V 7. De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling bepaalt welke instantie de rol van arbeidsmarktbureau vervult.
Art. V 8. § 1. De herplaatste ambtenaar wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit waar hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van herplaatsing.
§ 2. De ambtenaar die voor zijn herplaatsing geslaagd is voor een vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging in graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor één van die examens of voor die proef heeft verworven.
Art. V 9. § 1. In afwijking van artikel V 4 kan de ambtenaar van niveau B, C of D een verzoek richten aan de leidinggevende, om aangewezen te worden voor herplaatsing om persoonlijke of functionele redenen, in een betrekking van een andere graad van dezelfde rang dan die welke hij bekleedt.
Deze ambtenaar wordt benoemd in de nieuwe graad en, in afwijking van artikel V 8, § 1, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad.
§ 2. In afwijking van artikel V 4 kan een ambtenaar om medische redenen herplaatst worden in een betrekking van een graad van een lagere rang.
Behalve als de ambtenaar het slachtoffer is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, houdt de herplaatsing in dit geval de benoeming in de nieuwe graad in en wordt de ambtenaar, in afwijking van artikel V 8, § 1 ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, overeenkomstig artikel XIII 19, § 2.
Art. V 10. Het herplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de ontvangende en uitsturende entiteiten, namelijk door de benoemende overheid voor de Vlaamse openbare instelling, door de secretaris-generaal voor het ministerie en door het instellingshoofd voor de wetenschappelijke instelling.
Art. V 11. Titel II is van toepassing op de stagiair. "
3° Artikel V 12 tot en met V 14bis worden opgeheven.
Art. 5. A la partie V du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° l'intitulé du titre II est remplacé par l'intitulé suivant :
" TITRE II. - La réaffectation ";
2° Les articles V 4 à V 11 sont remplacés par ce qui suit :
" Art. V 4. Par réaffectation, il faut entendre le transfert à un emploi vacant du même grade d'un fonctionnaire du rang A2 et inférieur, dont la fonction a été déclarée vacante pendant son absence de longue durée ou qui ne sait ou ne peut plus exercer sa fonction actuelle pour des raisons médicales, personnelles ou fonctionnelles.
Art. V 5. § 1er. Le fonctionnaire dirigeant désigne les fonctionnaires de son entité entrant en ligne de compte pour une réaffectation.
§ 2. Le fonctionnaire en voie de réaffectation maintient son affectation jusqu'au moment où il est réaffecté.
§ 3. Par dérogation au § 2, le fonctionnaire étant inséré dans un projet d'emploi obtient une nouvelle affectation temporaire. Le chef de projet exercera la compétence hiérarchique sur le fonctionnaire pendant l'occupation de celui-ci dans le projet d'emploi.
Le fonctionnaire dirigeant stipule les conditions du projet d'emploi.
§ 4. Le dirigeant de l'entité où il y a une vacance d'emploi et le bureau du marché du travail décident ensemble de l'aptitude du fonctionnaire à la fonction.
Si plusieurs fonctionnaires en voie de réaffectation sont aptes, le dirigeant de l'entité où il y a une vacance d'emploi choisit judicieusement le fonctionnaire le plus apte pour la fonction.
La décision motivée tient compte de la description de fonction de la vacance et du profil souhaité.
§ 5. Les dirigeants des entités en question stipulent ensemble à quel moment le fonctionnaire est appelé à assumer sa nouvelle fonction.
§ 6. Si le fonctionnaire refuse à deux reprises un emploi offert, il est réaffecté d'office au prochain emploi qui lui sera offert.
Art. V 6. Si un fonctionnaire en voie de réaffectation n'a, après deux ans, toujours pas de nouvel emploi, le bureau du marché du travail décide, en concertation avec le dirigeant de l'entité d'où vient le fonctionnaire, si le fonctionnaire est inséré dans un projet d'emploi ou s'il garde son affectation.
Les périodes d'occupation à des projets d'emploi ne sont pas prises en compte pour le calcul du délai de deux ans.
Art. V 7. Le Ministre flamand ayant la politique générale en matière de personnel et d'ingénierie d'organisation dans ses attributions définit quelle instance remplira le rôle de bureau du marché du travail.
Art. V 8. § 1er. Le fonctionnaire réaffecté est inséré dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle il se retrouve. Son traitement ne sera jamais inférieur à celui dont il aurait bénéficié dans son échelle de traitement précédente suivant le régime applicable à la date de réaffectation.
§ 2. Le fonctionnaire ayant réussi, avant sa réaffectation, un concours d'accession à un autre niveau ou d'avancement de grade ou une épreuve comparative des capacités, conserve les titres acquis par la réussite d'un de ces examens ou de cette épreuve.
Art. V 9. § 1er. Par dérogation à l'article V 4, un fonctionnaire du niveau B, C ou D peut demander au dirigeant d'être désigné à la réaffectation pour des raisons personnelles ou fonctionnelles, à un emploi dans un autre grade du même rang.
Ce fonctionnaire est nommé dans le nouveau grade et, par dérogation à l'article V 8, § 1er, inséré dans l'échelle de traitement reliée audit grade, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade.
§ 2. Par dérogation à l'article V 4, un fonctionnaire peut être réaffecté pour des raisons médicales dans un emploi d'un grade d'un rang inférieur.
Sauf si le fonctionnaire a été victime d'un accident de travail ou d'une maladie professionnelle, la réaffectation signifie dans ce cas la nomination du fonctionnaire dans le nouveau grade, tandis que le fonctionnaire est inséré, par dérogation à l'article V 8, § 1er, dans l'échelle y liée, conformément à l'article XIII 19, § 2.
Art. V 10. L'arrêté de réaffectation est d'office signé par les entités d'accueil et d'origine, notamment par l'autorité ayant compétence de nomination pour l'organisme public flamand, par le secrétaire général pour le Ministère et par le chef d'établissement pour l'établissement scientifique.
Art. V 11. Le Titre II s'applique au stagiaire. "
3° Les articles V 12 à V 14bis sont abrogés.
1° l'intitulé du titre II est remplacé par l'intitulé suivant :
" TITRE II. - La réaffectation ";
2° Les articles V 4 à V 11 sont remplacés par ce qui suit :
" Art. V 4. Par réaffectation, il faut entendre le transfert à un emploi vacant du même grade d'un fonctionnaire du rang A2 et inférieur, dont la fonction a été déclarée vacante pendant son absence de longue durée ou qui ne sait ou ne peut plus exercer sa fonction actuelle pour des raisons médicales, personnelles ou fonctionnelles.
Art. V 5. § 1er. Le fonctionnaire dirigeant désigne les fonctionnaires de son entité entrant en ligne de compte pour une réaffectation.
§ 2. Le fonctionnaire en voie de réaffectation maintient son affectation jusqu'au moment où il est réaffecté.
§ 3. Par dérogation au § 2, le fonctionnaire étant inséré dans un projet d'emploi obtient une nouvelle affectation temporaire. Le chef de projet exercera la compétence hiérarchique sur le fonctionnaire pendant l'occupation de celui-ci dans le projet d'emploi.
Le fonctionnaire dirigeant stipule les conditions du projet d'emploi.
§ 4. Le dirigeant de l'entité où il y a une vacance d'emploi et le bureau du marché du travail décident ensemble de l'aptitude du fonctionnaire à la fonction.
Si plusieurs fonctionnaires en voie de réaffectation sont aptes, le dirigeant de l'entité où il y a une vacance d'emploi choisit judicieusement le fonctionnaire le plus apte pour la fonction.
La décision motivée tient compte de la description de fonction de la vacance et du profil souhaité.
§ 5. Les dirigeants des entités en question stipulent ensemble à quel moment le fonctionnaire est appelé à assumer sa nouvelle fonction.
§ 6. Si le fonctionnaire refuse à deux reprises un emploi offert, il est réaffecté d'office au prochain emploi qui lui sera offert.
Art. V 6. Si un fonctionnaire en voie de réaffectation n'a, après deux ans, toujours pas de nouvel emploi, le bureau du marché du travail décide, en concertation avec le dirigeant de l'entité d'où vient le fonctionnaire, si le fonctionnaire est inséré dans un projet d'emploi ou s'il garde son affectation.
Les périodes d'occupation à des projets d'emploi ne sont pas prises en compte pour le calcul du délai de deux ans.
Art. V 7. Le Ministre flamand ayant la politique générale en matière de personnel et d'ingénierie d'organisation dans ses attributions définit quelle instance remplira le rôle de bureau du marché du travail.
Art. V 8. § 1er. Le fonctionnaire réaffecté est inséré dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle il se retrouve. Son traitement ne sera jamais inférieur à celui dont il aurait bénéficié dans son échelle de traitement précédente suivant le régime applicable à la date de réaffectation.
§ 2. Le fonctionnaire ayant réussi, avant sa réaffectation, un concours d'accession à un autre niveau ou d'avancement de grade ou une épreuve comparative des capacités, conserve les titres acquis par la réussite d'un de ces examens ou de cette épreuve.
Art. V 9. § 1er. Par dérogation à l'article V 4, un fonctionnaire du niveau B, C ou D peut demander au dirigeant d'être désigné à la réaffectation pour des raisons personnelles ou fonctionnelles, à un emploi dans un autre grade du même rang.
Ce fonctionnaire est nommé dans le nouveau grade et, par dérogation à l'article V 8, § 1er, inséré dans l'échelle de traitement reliée audit grade, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade.
§ 2. Par dérogation à l'article V 4, un fonctionnaire peut être réaffecté pour des raisons médicales dans un emploi d'un grade d'un rang inférieur.
Sauf si le fonctionnaire a été victime d'un accident de travail ou d'une maladie professionnelle, la réaffectation signifie dans ce cas la nomination du fonctionnaire dans le nouveau grade, tandis que le fonctionnaire est inséré, par dérogation à l'article V 8, § 1er, dans l'échelle y liée, conformément à l'article XIII 19, § 2.
Art. V 10. L'arrêté de réaffectation est d'office signé par les entités d'accueil et d'origine, notamment par l'autorité ayant compétence de nomination pour l'organisme public flamand, par le secrétaire général pour le Ministère et par le chef d'établissement pour l'établissement scientifique.
Art. V 11. Le Titre II s'applique au stagiaire. "
3° Les articles V 12 à V 14bis sont abrogés.
Art. 6. In artikel V 15bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2002, wordt het woord " hoger " vervangen door het woord " lager ".
Art. 6. Dans l'article V 15bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 mars 2002, le mot "supérieur" est remplacé par "inférieur".
Art. 7. In deel V van hetzelfde besluit wordt Titel IV, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2001, vervangen door wat volgt :
" TITEL IV. - De interne arbeidsmarkt
Art. V 16. Onder interne arbeidsmarkt wordt verstaan : de overplaatsing van een ambtenaar van een Vlaamse openbare instelling met een vergelijkbaar personeelsstatuut of van de diensten van de Vlaamse Regering, met uitzondering van het wetenschappelijk personeel van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen, naar een andere betrekking van dezelfde graad bij de diensten van de Vlaamse Regering, met uitzondering van de betrekkingen van het wetenschappelijk personeel van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen, of bij een andere Vlaamse openbare instelling met een vergelijkbaar personeelsstatuut.
Art. V 17. Een vacante betrekking die via de interne arbeidsmarkt ingevuld wordt, wordt bekendgemaakt.
Art. V 18. § 1. Iedere ambtenaar kan zich kandidaat stellen voor een vacante betrekking op een van de volgende wijzen :
1° door een gerichte kandidaatstelling naar aanleiding van een bekendmaking van een vacature;
2° door een spontane kandidaatstelling.
§ 2. In afwijking van § 1 kan de benoemende overheid de kandidaten voor een vacante betrekking beperken tot de ambtenaren van :
- 1° één Vlaamse openbare instelling, met een vergelijkbaar personeelsstatuut;
- 2° meerdere Vlaamse openbare instellingen, met een vergelijkbaar personeelsstatuut;
- 3° het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
- 4° de diensten van de Vlaamse Regering.
Art. V 19. Een ambtenaar komt alleen voor overplaatsing in aanmerking als hij aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° hij bevindt zich in de administratieve toestand van dienstactiviteit;
2° hij beantwoordt aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante functie uit te oefenen.
Art. V 20. De leidinggevende van de entiteit waar de ambtenaar terechtkomt, kiest op zorgvuldige wijze de meest geschikte ambtenaar voor een bepaalde functie.
De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met :
1° de kandidaatstelling;
2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
3° de beoordeling van de eventuele selectietest(en).
In de procedure van overplaatsing van afdelingshoofden kan onder punt 3° de mondelinge toelichting van de beleidsvisie worden begrepen.
Art. V 21. § 1. De geselecteerde ambtenaar moet binnen drie maanden na de selectiebeslissing zijn nieuwe functie opnemen.
§ 2. De geselecteerde ambtenaar kan een aangeboden betrekking weigeren.
Art. V 22. § 1. De overgeplaatste ambtenaar wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit waar hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van overplaatsing.
§ 2. De ambtenaar die voor zijn overplaatsing geslaagd is voor een vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging in graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor één van die examens of voor die proef heeft verworven.
Art. V 23. In afwijking van artikel V 16 kan de houder van een niet-administratieve graad van de eerste en tweede rang van elk niveau worden overgeplaatst naar een betrekking met een administratieve graad van dezelfde rang dan die welke hij bekleedt.
Onder administratieve graad van de eerste en tweede rang wordt verstaan :
1° in niveau A : adjunct van de directeur en directeur;
2° in niveau B : deskundige en hoofddeskundige;
3° in niveau C : medewerker en hoofdmedewerker;
4° in niveau D : assistent en hoofdassistent.
De ambtenaar wordt benoemd in deze nieuwe graad en, in afwijking van artikel V 22, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de verworven schaalanciënniteit.
Art. V 24. Het overplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de ontvangende en uitsturende entiteiten :
1° in geval van overplaatsing van een ambtenaar van rang A2 en lager ondertekent de benoemende overheid voor de Vlaamse openbare instelling, de secretaris-generaal voor het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en het instellingshoofd voor de wetenschappelijke instelling;
2° in geval van overplaatsing van een ambtenaar van rang A3 ondertekent de benoemende overheid voor de Vlaamse openbare instelling en de Vlaamse Regering voor het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
Art. V 25. § 1. Een vacature in de graad van preventieadviseur-coördinator kan worden ingevuld door overplaatsing volgens de procedure van de interne arbeidsmarkt. De leidend ambtenaar neemt deze beslissing.
§ 2. In afwijking van artikel V 16 verkrijgt een preventieadviseur-coördinator die wordt overgeplaatst tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
§ 3. De leidend ambtenaar van de instelling en de secretaris-generaal van het bevoegde departement, die uitsturen of ontvangen, ondertekenen het overplaatsingsbesluit ambtshalve. Het vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt.
§ 4. Artikel II 18, § 3, § 4 en § 5 is van toepassing op de overgeplaatste preventieadviseur-coördinator.
Art. V 26. § 1. Een vacature in de graad van afdelingshoofd kan worden ingevuld door overplaatsing volgens de procedure van de interne arbeidsmarkt. De leidend ambtenaar neemt deze beslissing.
§ 2. Een afdelingshoofd, dat wordt overgeplaatst vanuit een andere Vlaamse openbare instelling met een vergelijkbaar personeelsstatuut of vanuit de diensten van de Vlaamse Regering, verkrijgt tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
§ 3. De voorzitter van de raad van bestuur van de Vlaamse openbare instelling of de minister belast met het beheer van de Vlaamse openbare instelling en bij overplaatsing vanuit de diensten van de Vlaamse Regering tevens de functioneel bevoegde Vlaamse minister(s), ondertekenen het overplaatsingsbesluit ambtshalve. Het vermeldt de termijn waarbinnen het afdelingshoofd zijn nieuwe functie opneemt.
§ 4. Artikel VIII 69, § 2, VIII 71, § 2, vierde lid, VIII 74 en VIII 75 zijn van toepassing op het overgeplaatste afdelingshoofd.
Art. V 27. Titel IV is van toepassing op de stagiair. "
" TITEL IV. - De interne arbeidsmarkt
Art. V 16. Onder interne arbeidsmarkt wordt verstaan : de overplaatsing van een ambtenaar van een Vlaamse openbare instelling met een vergelijkbaar personeelsstatuut of van de diensten van de Vlaamse Regering, met uitzondering van het wetenschappelijk personeel van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen, naar een andere betrekking van dezelfde graad bij de diensten van de Vlaamse Regering, met uitzondering van de betrekkingen van het wetenschappelijk personeel van de Vlaamse wetenschappelijke instellingen, of bij een andere Vlaamse openbare instelling met een vergelijkbaar personeelsstatuut.
Art. V 17. Een vacante betrekking die via de interne arbeidsmarkt ingevuld wordt, wordt bekendgemaakt.
Art. V 18. § 1. Iedere ambtenaar kan zich kandidaat stellen voor een vacante betrekking op een van de volgende wijzen :
1° door een gerichte kandidaatstelling naar aanleiding van een bekendmaking van een vacature;
2° door een spontane kandidaatstelling.
§ 2. In afwijking van § 1 kan de benoemende overheid de kandidaten voor een vacante betrekking beperken tot de ambtenaren van :
- 1° één Vlaamse openbare instelling, met een vergelijkbaar personeelsstatuut;
- 2° meerdere Vlaamse openbare instellingen, met een vergelijkbaar personeelsstatuut;
- 3° het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
- 4° de diensten van de Vlaamse Regering.
Art. V 19. Een ambtenaar komt alleen voor overplaatsing in aanmerking als hij aan de volgende voorwaarden voldoet :
1° hij bevindt zich in de administratieve toestand van dienstactiviteit;
2° hij beantwoordt aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig dit besluit voorgeschreven zijn om de vacante functie uit te oefenen.
Art. V 20. De leidinggevende van de entiteit waar de ambtenaar terechtkomt, kiest op zorgvuldige wijze de meest geschikte ambtenaar voor een bepaalde functie.
De gemotiveerde selectiebeslissing houdt rekening met :
1° de kandidaatstelling;
2° de functiebeschrijving van de vacature en het gewenste profiel;
3° de beoordeling van de eventuele selectietest(en).
In de procedure van overplaatsing van afdelingshoofden kan onder punt 3° de mondelinge toelichting van de beleidsvisie worden begrepen.
Art. V 21. § 1. De geselecteerde ambtenaar moet binnen drie maanden na de selectiebeslissing zijn nieuwe functie opnemen.
§ 2. De geselecteerde ambtenaar kan een aangeboden betrekking weigeren.
Art. V 22. § 1. De overgeplaatste ambtenaar wordt ingeschakeld in de rechtspositieregeling van het personeel van de entiteit waar hij terechtkomt. Hij heeft nooit een lager salaris dan hij in zijn vorige salarisschaal zou hebben genoten volgens de regeling die van toepassing is op de datum van overplaatsing.
§ 2. De ambtenaar die voor zijn overplaatsing geslaagd is voor een vergelijkend examen voor overgang naar een ander niveau of voor verhoging in graad of voor een vergelijkende bekwaamheidsproef, behoudt de aanspraken die hij door het slagen voor één van die examens of voor die proef heeft verworven.
Art. V 23. In afwijking van artikel V 16 kan de houder van een niet-administratieve graad van de eerste en tweede rang van elk niveau worden overgeplaatst naar een betrekking met een administratieve graad van dezelfde rang dan die welke hij bekleedt.
Onder administratieve graad van de eerste en tweede rang wordt verstaan :
1° in niveau A : adjunct van de directeur en directeur;
2° in niveau B : deskundige en hoofddeskundige;
3° in niveau C : medewerker en hoofdmedewerker;
4° in niveau D : assistent en hoofdassistent.
De ambtenaar wordt benoemd in deze nieuwe graad en, in afwijking van artikel V 22, ingeschaald in de daaraan verbonden salarisschaal, op de overeenkomstige trap van de functionele loopbaan van de nieuwe graad. Hij behoudt de verworven schaalanciënniteit.
Art. V 24. Het overplaatsingsbesluit wordt ambtshalve ondertekend door de ontvangende en uitsturende entiteiten :
1° in geval van overplaatsing van een ambtenaar van rang A2 en lager ondertekent de benoemende overheid voor de Vlaamse openbare instelling, de secretaris-generaal voor het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en het instellingshoofd voor de wetenschappelijke instelling;
2° in geval van overplaatsing van een ambtenaar van rang A3 ondertekent de benoemende overheid voor de Vlaamse openbare instelling en de Vlaamse Regering voor het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
Art. V 25. § 1. Een vacature in de graad van preventieadviseur-coördinator kan worden ingevuld door overplaatsing volgens de procedure van de interne arbeidsmarkt. De leidend ambtenaar neemt deze beslissing.
§ 2. In afwijking van artikel V 16 verkrijgt een preventieadviseur-coördinator die wordt overgeplaatst tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
§ 3. De leidend ambtenaar van de instelling en de secretaris-generaal van het bevoegde departement, die uitsturen of ontvangen, ondertekenen het overplaatsingsbesluit ambtshalve. Het vermeldt de termijn waarbinnen de preventieadviseur-coördinator zijn nieuwe functie opneemt.
§ 4. Artikel II 18, § 3, § 4 en § 5 is van toepassing op de overgeplaatste preventieadviseur-coördinator.
Art. V 26. § 1. Een vacature in de graad van afdelingshoofd kan worden ingevuld door overplaatsing volgens de procedure van de interne arbeidsmarkt. De leidend ambtenaar neemt deze beslissing.
§ 2. Een afdelingshoofd, dat wordt overgeplaatst vanuit een andere Vlaamse openbare instelling met een vergelijkbaar personeelsstatuut of vanuit de diensten van de Vlaamse Regering, verkrijgt tevens de graad waarin hij vastbenoemd is.
§ 3. De voorzitter van de raad van bestuur van de Vlaamse openbare instelling of de minister belast met het beheer van de Vlaamse openbare instelling en bij overplaatsing vanuit de diensten van de Vlaamse Regering tevens de functioneel bevoegde Vlaamse minister(s), ondertekenen het overplaatsingsbesluit ambtshalve. Het vermeldt de termijn waarbinnen het afdelingshoofd zijn nieuwe functie opneemt.
§ 4. Artikel VIII 69, § 2, VIII 71, § 2, vierde lid, VIII 74 en VIII 75 zijn van toepassing op het overgeplaatste afdelingshoofd.
Art. V 27. Titel IV is van toepassing op de stagiair. "
Art. 7. Dans la Partie V du même arrêté, le Titre IV, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2001, est remplacé par ce qui suit :
" TITRE IV. - Le marche interne de l'emploi
Art. V 16. Par marché interne de l'emploi, on entend : le transfert d'un fonctionnaire d'un organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable ou des services du Gouvernement flamand, à l'exception du personnel scientifique des établissements scientifiques flamands, à un autre emploi du même grade auprès des services du Gouvernement flamand, à l'exception des emplois du personnel scientifique des établissements scientifiques flamands, ou auprès d'un autre organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable.
Art. V 17. Un emploi vacant qui est comblé via le marché interne de l'emploi, est notifié.
Art. V 18. § 1er. Tout fonctionnaire peut se porter candidat pour un emploi vacant s'une des façons suivantes :
1° par un dépôt de candidature orienté après publication d'une vacance d'emploi;
2° par un dépôt de candidature spontané.
§ 2. Par dérogation au § 1er, l'autorité ayant compétence de nomination peut limiter les candidats pour un emploi vacant aux fonctionnaires :
- 1° d'un (1) organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable;
- 2° de plusieurs organismes publics flamands ayant un statut du personnel comparable;
- 3° du Ministère de la Communauté flamande;
- 4° des services du Gouvernement flamand.
Art. V 19. Un fonctionnaire n'entre en ligne de compte pour un transfert que s'il :
1° se trouve dans la position administrative "activité de service";
2° satisfait aux conditions spécifiques prescrites conformément au présent arrêté pour exercer la fonction à pourvoir.
Art. V 20. La personne dirigeante de l'entité d'accueil choisit de façon judicieuse le fonctionnaire le plus apte à une certaine fonction.
Il doit motiver la décision de sélection et, lors de son choix, tenir compte de :
1° l'acte de candidature;
2° la description de l'emploi vacant et le profil souhaité;
3° l'appréciation du(des) test(s) de sélection éventuel(s).
Dans la procédure de transfert de chefs de division, le point 3° peut comprendre l'explication orale de la perception gestionnelle.
Art. V 21. § 1er. Le fonctionnaire sélectionné assumera sa nouvelle fonction dans les trois mois de la décision de sélection.
§ 2. Le fonctionnaire sélectionné peut refuser un emploi offert.
Art. V 22. § 1er. Le fonctionnaire transféré est inséré dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle il se retrouve. Son traitement ne sera jamais inférieur à celui dont il aurait bénéficié dans son échelle de traitement précédente suivant le régime applicable à la date de transfert.
§ 2. Le fonctionnaire ayant réussi, avant son transfert, un concours d'accession à un autre niveau ou d'avancement de grade ou une épreuve comparative des capacités, conserve les titres acquis par la réussite d'un de ces examens ou de cette épreuve.
Art. V 23. Par dérogation à l'article V 16, le porteur d'un grade non administratif du premier et du deuxième rang de chaque niveau peut être transféré à un emploi d'un grade administratif du même rang que celui qu'il occupe.
Par "grade administratif du premier et du deuxième rang" il faut entendre :
1° au niveau A : adjoint du directeur et directeur;
2° au niveau B : expert et expert en chef;
3° au niveau C : collaborateur et collaborateur en chef;
4° au niveau D : assistant et assistant en chef.
Le fonctionnaire est nommé dans ce nouveau grade et, par dérogation à l'article V 22, inséré dans l'échelle de traitement reliée audit grade, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Il conserve l'ancienneté barémique acquise.
Art. V 24. L'arrêté de transfert est d'office signé par les entités d'accueil et d'origine :
1° en cas d'un transfert d'un fonctionnaire du rang A2 et inférieur, l'autorité ayant compétence de nomination signe pour l'organisme public flamand, le secrétaire général signe pour le Ministère de la Communauté flamande et le chef d'établissement signe pour l'établissement scientifique;
2° en cas d'un transfert d'un fonctionnaire du rang A3, l'autorité ayant compétence de nomination signe pour l'organisme public flamand et le Gouvernement flamand signe pour le Ministère de la Communauté flamande;
Art. V 25. § 1er. Il peut être pourvu à une vacance d'emploi dans le grade de conseil en prévention-coordinateur par un transfert suivant la procédure du marché interne de l'emploi. Le fonctionnaire dirigeant prend cette décision.
§ 2. Par dérogation à l'article V 16, un conseiller en prévention-coordinateur qui est transféré obtient également le grade dans lequel il est nommé à titre définitif.
§ 3. Le fonctionnaire dirigeant de l'organisme et le secrétaire général du Département compétent, d'origine ou d'accueil, signent d'office l'arrêté de transfert. Ledit arrêté mentionne le délai dans lequel le conseiller en prévention-coordinateur assume sa nouvelle fonction.
§ 4. L'article II, §§ 3, 4 et 5 s'applique au conseiller en prévention-coordinateur transféré.
Art. V 26. § 1er. Il peut être pourvu à une vacance d'emploi dans le grade de chef de division par un transfert suivant la procédure du marché interne de l'emploi. Le fonctionnaire dirigeant prend cette décision.
§ 2. Un chef de division qui est transféré d'un autre organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable ou des services du Gouvernement flamand, obtient également le grade dans lequel il est nommé à titre définitif.
§ 3. L'arrêté de transfert est d'office signé par le président du conseil d'administration de l'organisme public flamand ou par le Ministre chargé de la gestion de l'organisme public flamand et, en cas d'un transfert des services du Gouvernement flamand, également par le(s) Ministre(s) flamand(s) fonctionnellement compétent(s). Ledit arrêté mentionne le délai dans lequel le chef de division assume sa nouvelle fonction.
§ 4. Les articles VIII 69, VIII 71, § 2, quatrième alinéa, VIII 74 et VIII 75 s'appliquent au chef de division transféré.
Art. V 27. Le Titre IV s'applique au stagiaire. "
" TITRE IV. - Le marche interne de l'emploi
Art. V 16. Par marché interne de l'emploi, on entend : le transfert d'un fonctionnaire d'un organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable ou des services du Gouvernement flamand, à l'exception du personnel scientifique des établissements scientifiques flamands, à un autre emploi du même grade auprès des services du Gouvernement flamand, à l'exception des emplois du personnel scientifique des établissements scientifiques flamands, ou auprès d'un autre organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable.
Art. V 17. Un emploi vacant qui est comblé via le marché interne de l'emploi, est notifié.
Art. V 18. § 1er. Tout fonctionnaire peut se porter candidat pour un emploi vacant s'une des façons suivantes :
1° par un dépôt de candidature orienté après publication d'une vacance d'emploi;
2° par un dépôt de candidature spontané.
§ 2. Par dérogation au § 1er, l'autorité ayant compétence de nomination peut limiter les candidats pour un emploi vacant aux fonctionnaires :
- 1° d'un (1) organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable;
- 2° de plusieurs organismes publics flamands ayant un statut du personnel comparable;
- 3° du Ministère de la Communauté flamande;
- 4° des services du Gouvernement flamand.
Art. V 19. Un fonctionnaire n'entre en ligne de compte pour un transfert que s'il :
1° se trouve dans la position administrative "activité de service";
2° satisfait aux conditions spécifiques prescrites conformément au présent arrêté pour exercer la fonction à pourvoir.
Art. V 20. La personne dirigeante de l'entité d'accueil choisit de façon judicieuse le fonctionnaire le plus apte à une certaine fonction.
Il doit motiver la décision de sélection et, lors de son choix, tenir compte de :
1° l'acte de candidature;
2° la description de l'emploi vacant et le profil souhaité;
3° l'appréciation du(des) test(s) de sélection éventuel(s).
Dans la procédure de transfert de chefs de division, le point 3° peut comprendre l'explication orale de la perception gestionnelle.
Art. V 21. § 1er. Le fonctionnaire sélectionné assumera sa nouvelle fonction dans les trois mois de la décision de sélection.
§ 2. Le fonctionnaire sélectionné peut refuser un emploi offert.
Art. V 22. § 1er. Le fonctionnaire transféré est inséré dans le statut du personnel de l'entité dans laquelle il se retrouve. Son traitement ne sera jamais inférieur à celui dont il aurait bénéficié dans son échelle de traitement précédente suivant le régime applicable à la date de transfert.
§ 2. Le fonctionnaire ayant réussi, avant son transfert, un concours d'accession à un autre niveau ou d'avancement de grade ou une épreuve comparative des capacités, conserve les titres acquis par la réussite d'un de ces examens ou de cette épreuve.
Art. V 23. Par dérogation à l'article V 16, le porteur d'un grade non administratif du premier et du deuxième rang de chaque niveau peut être transféré à un emploi d'un grade administratif du même rang que celui qu'il occupe.
Par "grade administratif du premier et du deuxième rang" il faut entendre :
1° au niveau A : adjoint du directeur et directeur;
2° au niveau B : expert et expert en chef;
3° au niveau C : collaborateur et collaborateur en chef;
4° au niveau D : assistant et assistant en chef.
Le fonctionnaire est nommé dans ce nouveau grade et, par dérogation à l'article V 22, inséré dans l'échelle de traitement reliée audit grade, à l'échelon correspondant de la carrière fonctionnelle du nouveau grade. Il conserve l'ancienneté barémique acquise.
Art. V 24. L'arrêté de transfert est d'office signé par les entités d'accueil et d'origine :
1° en cas d'un transfert d'un fonctionnaire du rang A2 et inférieur, l'autorité ayant compétence de nomination signe pour l'organisme public flamand, le secrétaire général signe pour le Ministère de la Communauté flamande et le chef d'établissement signe pour l'établissement scientifique;
2° en cas d'un transfert d'un fonctionnaire du rang A3, l'autorité ayant compétence de nomination signe pour l'organisme public flamand et le Gouvernement flamand signe pour le Ministère de la Communauté flamande;
Art. V 25. § 1er. Il peut être pourvu à une vacance d'emploi dans le grade de conseil en prévention-coordinateur par un transfert suivant la procédure du marché interne de l'emploi. Le fonctionnaire dirigeant prend cette décision.
§ 2. Par dérogation à l'article V 16, un conseiller en prévention-coordinateur qui est transféré obtient également le grade dans lequel il est nommé à titre définitif.
§ 3. Le fonctionnaire dirigeant de l'organisme et le secrétaire général du Département compétent, d'origine ou d'accueil, signent d'office l'arrêté de transfert. Ledit arrêté mentionne le délai dans lequel le conseiller en prévention-coordinateur assume sa nouvelle fonction.
§ 4. L'article II, §§ 3, 4 et 5 s'applique au conseiller en prévention-coordinateur transféré.
Art. V 26. § 1er. Il peut être pourvu à une vacance d'emploi dans le grade de chef de division par un transfert suivant la procédure du marché interne de l'emploi. Le fonctionnaire dirigeant prend cette décision.
§ 2. Un chef de division qui est transféré d'un autre organisme public flamand ayant un statut du personnel comparable ou des services du Gouvernement flamand, obtient également le grade dans lequel il est nommé à titre définitif.
§ 3. L'arrêté de transfert est d'office signé par le président du conseil d'administration de l'organisme public flamand ou par le Ministre chargé de la gestion de l'organisme public flamand et, en cas d'un transfert des services du Gouvernement flamand, également par le(s) Ministre(s) flamand(s) fonctionnellement compétent(s). Ledit arrêté mentionne le délai dans lequel le chef de division assume sa nouvelle fonction.
§ 4. Les articles VIII 69, VIII 71, § 2, quatrième alinéa, VIII 74 et VIII 75 s'appliquent au chef de division transféré.
Art. V 27. Le Titre IV s'applique au stagiaire. "
Art. 8. Artikel VI 16 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 8. L'article VI 16 du même arrêté est abrogé.
Art. 9. Artikel VIII 1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. VIII 1. De personeelsformatie is een personeelsplan bestaande uit een overzicht, uitgedrukt in functies en indien mogelijk in graden, van het aantal personeelsleden, dat de instelling nodig heeft om via welomschreven processen en met behulp van informatietechnische hulpmiddelen een vooropgesteld doel te bereiken. "
" Art. VIII 1. De personeelsformatie is een personeelsplan bestaande uit een overzicht, uitgedrukt in functies en indien mogelijk in graden, van het aantal personeelsleden, dat de instelling nodig heeft om via welomschreven processen en met behulp van informatietechnische hulpmiddelen een vooropgesteld doel te bereiken. "
Art. 9. L'article VIII 1 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. VIII 1. Le cadre du personnel est un plan du personnel comprenant un aperçu, exprimé en fonctions et si possible en grades, du nombre de membres du personnel dont l'organisme a besoin pour pouvoir atteindre, par le biais de processus bien définis et à l'aide de moyens techniques de l'information, un objectif projeté. "
" Art. VIII 1. Le cadre du personnel est un plan du personnel comprenant un aperçu, exprimé en fonctions et si possible en grades, du nombre de membres du personnel dont l'organisme a besoin pour pouvoir atteindre, par le biais de processus bien définis et à l'aide de moyens techniques de l'information, un objectif projeté. "
Art. 10. Artikel VIII 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 10. L'article VIII 2 du même arrêté est abrogé.
Art. 11. In artikel VIII 31 van hetzelfde besluit, vervangen bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003 en 5 december 2003, wordt b) vervangen door wat volgt :
" b) voor de toepassing van artikel VIII 28 en VIII 30 :
de perioden bij de instelling en de andere overheden genoemd in artikel VIII 29. "
" b) voor de toepassing van artikel VIII 28 en VIII 30 :
de perioden bij de instelling en de andere overheden genoemd in artikel VIII 29. "
Art. 11. A l'article VIII 31 du même arrêté, remplacé par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 janvier 2003 et 5 décembre 2003, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
"b) pour l'application des articles VIII 28 et VIII 30 :
les périodes auprès de l'organisme et auprès des autres autorités mentionnées à l'article VIII 29. "
"b) pour l'application des articles VIII 28 et VIII 30 :
les périodes auprès de l'organisme et auprès des autres autorités mentionnées à l'article VIII 29. "
Art. 12. In artikel VIII 49 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° § 2 wordt opgeheven.
1° in § 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° § 2 wordt opgeheven.
Art. 12. A l'article VIII 49 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, l'alinéa deux est abrogé;
2° le § 2 est abrogé.
1° au § 1er, l'alinéa deux est abrogé;
2° le § 2 est abrogé.
Art. 13. Aan deel VIII, titel IV, hoofdstuk IV, afdeling 3, onderafdeling C. Voorwaarden van bevordering van hetzelfde besluit wordt een artikel VIII 66bis ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. VIII 66bis. In afwijking van de artikelen VIII 63bis tot VIII 66 kan, na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling, de benoemende overheid de doelgroep beperken voor bevorderingsprocedures tot een graad van de tweede of derde rang binnen niveau B, C of D. In voorkomend geval wordt in het bericht van de bekendmaking van de vacante functie de beslissing van de benoemende overheid opgenomen, alsmede de wijze waarop de functie zal toegekend worden. "
" Art. VIII 66bis. In afwijking van de artikelen VIII 63bis tot VIII 66 kan, na akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling, de benoemende overheid de doelgroep beperken voor bevorderingsprocedures tot een graad van de tweede of derde rang binnen niveau B, C of D. In voorkomend geval wordt in het bericht van de bekendmaking van de vacante functie de beslissing van de benoemende overheid opgenomen, alsmede de wijze waarop de functie zal toegekend worden. "
Art. 13. Dans la partie VIII, titre IV, chapitre IV, section 3, sous-section C. "Conditions de promotion" du même arrêté est inséré un article VIII 66bis rédigé comme suit :
" Art. VIII 66bis. Par dérogation aux articles VIII 63bis à VIII 66, l'autorité ayant compétence de nomination peut, après accord du Ministre flamand compétent pour la politique générale en matière de personnel et de développement de l'organisation, limiter le groupe cible pour les procédures de promotion à un grade du deuxième ou troisième rang au niveau B, C ou D. Le cas échéant, l'avis de publication de la fonction vacante reprend la décision de l'autorité ayant compétence de nomination, ainsi que le mode d'octroi de la fonction. "
" Art. VIII 66bis. Par dérogation aux articles VIII 63bis à VIII 66, l'autorité ayant compétence de nomination peut, après accord du Ministre flamand compétent pour la politique générale en matière de personnel et de développement de l'organisation, limiter le groupe cible pour les procédures de promotion à un grade du deuxième ou troisième rang au niveau B, C ou D. Le cas échéant, l'avis de publication de la fonction vacante reprend la décision de l'autorité ayant compétence de nomination, ainsi que le mode d'octroi de la fonction. "
Art. 14. In artikel VIII 69 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, tweede lid wordt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° de ambtenaar van de rang A1 die ten minste zes jaar graadanciënniteit telt in één of meerdere graden van de rang A1 en die ten minste zes jaar schaalanciënniteit telt in één of meerdere salarisschalen van de rang A1. "
2° in § 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De ambtenaar van rang A2 die rechtstreeks in deze rang of als expert aangeworven wordt, dient zes jaar niveauanciënniteit te tellen in niveau A bij de Vlaamse openbare instellingen met een vergelijkbaar personeelsstatuut en de diensten van de Vlaamse Regering vooraleer hij kan aangewezen worden tot afdelingshoofd. "
3° in § 2, 5° worden de woorden " of bij het Vlaams Parlement " toegevoegd.
1° in § 1, tweede lid wordt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° de ambtenaar van de rang A1 die ten minste zes jaar graadanciënniteit telt in één of meerdere graden van de rang A1 en die ten minste zes jaar schaalanciënniteit telt in één of meerdere salarisschalen van de rang A1. "
2° in § 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De ambtenaar van rang A2 die rechtstreeks in deze rang of als expert aangeworven wordt, dient zes jaar niveauanciënniteit te tellen in niveau A bij de Vlaamse openbare instellingen met een vergelijkbaar personeelsstatuut en de diensten van de Vlaamse Regering vooraleer hij kan aangewezen worden tot afdelingshoofd. "
3° in § 2, 5° worden de woorden " of bij het Vlaams Parlement " toegevoegd.
Art. 14. A l'article VIII 69 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, le deuxième alinéa, 2°, est remplacé par le texte suivant :
" 2° le fonctionnaire du rang A1 comptant au moins une ancienneté de grade de six ans dans un ou plusieurs grades du rang A1 et comptant au moins une ancienneté barémique de six ans dans une ou plusieurs échelles de traitement du rang A1. "
2° au § 1er, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Le fonctionnaire du rang A2 qui est recruté directement dans ce rang ou à titre d'expert, doit compter une ancienneté de niveau de 6 ans au niveau A auprès des organismes publics flamands ayant un statut du personnel comparable et auprès des services du Gouvernement flamand, avant qu'il puisse être désigné comme chef de division. "
3° au § 2, 5°, les mots "ou auprès du Parlement flamand" sont ajoutés.
1° au § 1er, le deuxième alinéa, 2°, est remplacé par le texte suivant :
" 2° le fonctionnaire du rang A1 comptant au moins une ancienneté de grade de six ans dans un ou plusieurs grades du rang A1 et comptant au moins une ancienneté barémique de six ans dans une ou plusieurs échelles de traitement du rang A1. "
2° au § 1er, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Le fonctionnaire du rang A2 qui est recruté directement dans ce rang ou à titre d'expert, doit compter une ancienneté de niveau de 6 ans au niveau A auprès des organismes publics flamands ayant un statut du personnel comparable et auprès des services du Gouvernement flamand, avant qu'il puisse être désigné comme chef de division. "
3° au § 2, 5°, les mots "ou auprès du Parlement flamand" sont ajoutés.
Art. 15. In artikel VIII 93 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een § 1bis wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Zolang een instelling niet over een personeelsformatie, zoals omschreven in artikel VIII 1, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van... (Justel past bij : 19 november 2004) beschikt, gebeuren de aanwervingen binnen de bestaande personeelsformatie of binnen een personeelsplan " huidige situatie " dat gelijk is aan de bezetting en de vacatures op 1 december 2001. Dit personeelsplan wordt op voorstel van de directieraad goedgekeurd door de minister samen met de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling. "
2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3.
- § 1 houdt op uitwerking te hebben op de datum van inwerkingtreding van § 1bis;
- § 1bis houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2005;
- § 2 houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2004. "
1° een § 1bis wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Zolang een instelling niet over een personeelsformatie, zoals omschreven in artikel VIII 1, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van... (Justel past bij : 19 november 2004) beschikt, gebeuren de aanwervingen binnen de bestaande personeelsformatie of binnen een personeelsplan " huidige situatie " dat gelijk is aan de bezetting en de vacatures op 1 december 2001. Dit personeelsplan wordt op voorstel van de directieraad goedgekeurd door de minister samen met de Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling. "
2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3.
- § 1 houdt op uitwerking te hebben op de datum van inwerkingtreding van § 1bis;
- § 1bis houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2005;
- § 2 houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2004. "
Art. 15. A l'article VIII 93 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 janvier 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est ajouté un § 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Aussi longtemps qu'un organisme ne dispose pas d'un cadre organique, tel que décrits à l'article VIII 1, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du ... (Justel supplée : 19 novembre 2004), les recrutements se font dans le cadre organique existant ou dans un plan du personnel " situation actuelle " qui est égal aux effectifs et aux vacances au 1er décembre 2001. Ce plan du personnel est approuvé, sur la proposition du conseil de direction, par le Ministre ensemble avec le Ministre flamand compétent pour la politique générale en matière de personnel et de développement de l'organisation. "
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3.
- le § 1er cesse de produire ses effets à la date d'entrée en vigueur du § 1bis;
- le § 1bis cesse de produire ses effets le 1er janvier 2005;
- le § 2 cesse de produire ses effets le 1er janvier 2004. "
1° il est ajouté un § 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Aussi longtemps qu'un organisme ne dispose pas d'un cadre organique, tel que décrits à l'article VIII 1, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du ... (Justel supplée : 19 novembre 2004), les recrutements se font dans le cadre organique existant ou dans un plan du personnel " situation actuelle " qui est égal aux effectifs et aux vacances au 1er décembre 2001. Ce plan du personnel est approuvé, sur la proposition du conseil de direction, par le Ministre ensemble avec le Ministre flamand compétent pour la politique générale en matière de personnel et de développement de l'organisation. "
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3.
- le § 1er cesse de produire ses effets à la date d'entrée en vigueur du § 1bis;
- le § 1bis cesse de produire ses effets le 1er janvier 2005;
- le § 2 cesse de produire ses effets le 1er janvier 2004. "
Art. 16. Aan deel VIII, titel X van hetzelfde besluit wordt een artikel VIII 94 toegevoegd dat luidt als volgt :
" Art. VIII 94. De ambtenaren die als groep een functie uitoefenen die wordt afgeschaft in een bepaald niveau en volgens de personeelsformatie, zoals omschreven in artikel VIII 1, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van ...... (Justel past bij : 19 november 2004), bij aanwerving alleen wordt begeven in een ander niveau, kunnen bevorderd worden tot de graad van het ander niveau waarin de functie zich situeert mits te slagen voor een bijzonder vergelijkend overgangsexamen waaraan zij tweemaal mogen deelnemen. "
" Art. VIII 94. De ambtenaren die als groep een functie uitoefenen die wordt afgeschaft in een bepaald niveau en volgens de personeelsformatie, zoals omschreven in artikel VIII 1, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van ...... (Justel past bij : 19 november 2004), bij aanwerving alleen wordt begeven in een ander niveau, kunnen bevorderd worden tot de graad van het ander niveau waarin de functie zich situeert mits te slagen voor een bijzonder vergelijkend overgangsexamen waaraan zij tweemaal mogen deelnemen. "
Art. 16. A la partie VIII, Titre X, du même arrêté, il est ajouté un article VIII 94, rédigé comme suit :
" Art. VIII 94. Les fonctionnaires qui exercent en tant que groupe une fonction qui est supprimée dans un certain niveau et qui, selon le cadre organique, décrit à l'article VIII 1er, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du ............ (Justel supplée : 19 novembre 2004), est uniquement conférée dans un autre niveau en cas de recrutement, peuvent être promus au grade de l'autre niveau dans lequel se situe la fonction, à condition qu'ils réussissent un concours spécial d'accession au niveau supérieur, auquel ils peuvent participer deux fois. "
" Art. VIII 94. Les fonctionnaires qui exercent en tant que groupe une fonction qui est supprimée dans un certain niveau et qui, selon le cadre organique, décrit à l'article VIII 1er, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du ............ (Justel supplée : 19 novembre 2004), est uniquement conférée dans un autre niveau en cas de recrutement, peuvent être promus au grade de l'autre niveau dans lequel se situe la fonction, à condition qu'ils réussissent un concours spécial d'accession au niveau supérieur, auquel ils peuvent participer deux fois. "
Art. 17. Aan artikel X 9 van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd : "of ontslag van ambtswege".
Art. 17. A l'article X 9 du même arrêté sont ajoutés les mots suivants : " ou de démission d'office. "
Art. 18. Aan artikel XI 12 van hetzelfde besluit wordt een § 4 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 4. De ambtenaar die niet in continudienst werkt en die vóór Kerstmis de instelling verlaat ingevolge pensionering, krijgt vervangende vakantiedagen gelijk aan het aantal feestdagen dat samenvalt met een zaterdag of zondag tijdens het gedeelte van het jaar voorafgaand aan de pensionering. "
" § 4. De ambtenaar die niet in continudienst werkt en die vóór Kerstmis de instelling verlaat ingevolge pensionering, krijgt vervangende vakantiedagen gelijk aan het aantal feestdagen dat samenvalt met een zaterdag of zondag tijdens het gedeelte van het jaar voorafgaand aan de pensionering. "
Art. 18. A l'article XI 12 du même statut, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le fonctionnaire qui n'est pas occupé en service continu et qui quitte l'établissement avant Noël suite à la mise à la retraite, reçoit en compensation des jours de vacances égaux au nombre de jours fériés qui coïncide avec un samedi ou un dimanche au cours de la partie de l'année précédant la mise à la retraite. "
" § 4. Le fonctionnaire qui n'est pas occupé en service continu et qui quitte l'établissement avant Noël suite à la mise à la retraite, reçoit en compensation des jours de vacances égaux au nombre de jours fériés qui coïncide avec un samedi ou un dimanche au cours de la partie de l'année précédant la mise à la retraite. "
Art. 19. Artikel XI 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. XI 15. Het bevallingsverlof bedoeld in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. "
" Art. XI 15. Het bevallingsverlof bedoeld in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. "
Art. 19. L'article XI 15 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. XI 15. Le congé de maternité visé à l'article 39 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 est assimilé à une période d'activité de service. "
" Art. XI 15. Le congé de maternité visé à l'article 39 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 est assimilé à une période d'activité de service. "
Art. 20. Artikel XI 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. XI 16. De periode dat bevallingsverlof bezoldigd wordt, mag niet meer dan vijftien weken bedragen bij een éénling, en niet meer dan negentien weken bij een meerling, tenzij de bevalling plaatsvindt na de vermoedelijke bevallingsdatum. "
" Art. XI 16. De periode dat bevallingsverlof bezoldigd wordt, mag niet meer dan vijftien weken bedragen bij een éénling, en niet meer dan negentien weken bij een meerling, tenzij de bevalling plaatsvindt na de vermoedelijke bevallingsdatum. "
Art. 20. L'article XI 16 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. XI 16. Pour un enfant, la période rémunérée de congé de maternité ne peut pas dépasser quinze semaines, et dix-neuf semaines pour une naissance multiple, sauf si l'accouchement a lieu après la date présumée de l'accouchement. "
" Art. XI 16. Pour un enfant, la période rémunérée de congé de maternité ne peut pas dépasser quinze semaines, et dix-neuf semaines pour une naissance multiple, sauf si l'accouchement a lieu après la date présumée de l'accouchement. "
Art. 21. Artikel XI 17 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 21. L'article XI 17 du même statut est abrogé.
Art. 22. In artikel XI 31, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001, worden tussen de woorden " XI 26 " en het woord ", gebeurt " de woorden " en XII 5 " ingevoegd.
Art. 22. Dans l'article XI 31, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 octobre 2001, les mots "visés à l'article XI 26" sont remplacés par les mots " visés aux articles XI 26 et XII 5".
Art. 23. In artikel XI 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
" 5° een ongeval van gemeen recht, veroorzaakt door de schuld van een derde; "
2° in § 1, eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° de dagen afwezigheid wegens ziekte die zich voordoen binnen 6 weken voor de werkelijke bevallingsdatum. In geval van geboorte van een meerling wordt deze periode verlengd tot 8 weken. "
3° in § 1, tweede lid worden de woorden " aangerekend op het contingent van 666 werkdagen, vermeld in artikel XI 26 " vervangen door de woorden " aangerekend op de contingenten van 666 werkdagen, vermeld in artikel XI 26, XII 5 en XII 10. "
1° in § 1, eerste lid wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
" 5° een ongeval van gemeen recht, veroorzaakt door de schuld van een derde; "
2° in § 1, eerste lid wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° de dagen afwezigheid wegens ziekte die zich voordoen binnen 6 weken voor de werkelijke bevallingsdatum. In geval van geboorte van een meerling wordt deze periode verlengd tot 8 weken. "
3° in § 1, tweede lid worden de woorden " aangerekend op het contingent van 666 werkdagen, vermeld in artikel XI 26 " vervangen door de woorden " aangerekend op de contingenten van 666 werkdagen, vermeld in artikel XI 26, XII 5 en XII 10. "
Art. 23. A l'article XI 32 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, il est inséré un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° un accident de droit commun, provoqué par la faute d'un tiers;"
2° dans le § 1er, il est inséré un point 6°, rédigé comme suit :
" 6° les jours d'absence pour cause de maladie qui se produisent dans les six semaines avant la date d'accouchement effective. En cas de naissance multiple, cette période est portée à huit semaines. "
3° dans le § 1er, alinéa deux, les mots "déduites du contingent de 666 jours ouvrables visés à l'article XI 26" sont remplacés par les mots "déduites des contingents de 666 jours ouvrables visés aux articles XI 26, XII 5 et XII 10. "
1° dans le § 1er, il est inséré un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° un accident de droit commun, provoqué par la faute d'un tiers;"
2° dans le § 1er, il est inséré un point 6°, rédigé comme suit :
" 6° les jours d'absence pour cause de maladie qui se produisent dans les six semaines avant la date d'accouchement effective. En cas de naissance multiple, cette période est portée à huit semaines. "
3° dans le § 1er, alinéa deux, les mots "déduites du contingent de 666 jours ouvrables visés à l'article XI 26" sont remplacés par les mots "déduites des contingents de 666 jours ouvrables visés aux articles XI 26, XII 5 et XII 10. "
Art. 24. In artikel XI 74, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " 4 werkdagen " vervangen door de woorden " 10 werkdagen ".
Art. 24. Dans l'article XI 74, 2° du même arrêté, les mots "4 jours ouvrables" sont remplacés par les mots "10 jours ouvrables".
Art. 25. Aan hetzelfde besluit wordt een artikel XI 87 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. XI 87. In afwijking van artikel XI 16 wordt bij geboorte op of na 1 juli 2004, de doorbetaling van de bezoldiging gegarandeerd tot maximaal zestien weken, bij de geboorte van één kind, en tot maximaal twintig weken, bij de geboorte van een meerling, als het personeelslid zeven respectievelijk negen weken prenataal verlof heeft genomen op basis van de reglementaire bepalingen die bij het begin van het prenataal verlof golden. "
" Art. XI 87. In afwijking van artikel XI 16 wordt bij geboorte op of na 1 juli 2004, de doorbetaling van de bezoldiging gegarandeerd tot maximaal zestien weken, bij de geboorte van één kind, en tot maximaal twintig weken, bij de geboorte van een meerling, als het personeelslid zeven respectievelijk negen weken prenataal verlof heeft genomen op basis van de reglementaire bepalingen die bij het begin van het prenataal verlof golden. "
Art. 25. Au même arrêté est ajouté un article XI 87, rédigé comme suit :
" Art. XI 87. Par dérogation à l'article XI 16, en cas de naissance le ou après le 1er juillet 2004, la continuation du paiement de la rémunération est garantie au maximum jusqu'à seize semaines en cas de naissance d'un enfant, et jusqu'à vingt semaines en cas de naissance multiple, si le membre du personnel a pris un congé prénatal de sept, respectivement neuf semaines sur la base des dispositions réglementaires applicables au début du congé prénatal. "
" Art. XI 87. Par dérogation à l'article XI 16, en cas de naissance le ou après le 1er juillet 2004, la continuation du paiement de la rémunération est garantie au maximum jusqu'à seize semaines en cas de naissance d'un enfant, et jusqu'à vingt semaines en cas de naissance multiple, si le membre du personnel a pris un congé prénatal de sept, respectivement neuf semaines sur la base des dispositions réglementaires applicables au début du congé prénatal. "
Art. 26. In artikel XII 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste zin worden de woorden " 365 kalenderdagen " vervangen door de woorden " 222 werkdagen ";
2° de tweede zin wordt geschrapt;
3° de vermelding " § 1 " wordt geschrapt.
1° in de eerste zin worden de woorden " 365 kalenderdagen " vervangen door de woorden " 222 werkdagen ";
2° de tweede zin wordt geschrapt;
3° de vermelding " § 1 " wordt geschrapt.
Art. 26. A l'article XII 5 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans la première phrase, les mots "365 jours civils" sont remplacés par les mots "222 jours ouvrables";
2° la deuxième phrase est supprimée;
3° le mot "§ 1er" est supprimé.
1° dans la première phrase, les mots "365 jours civils" sont remplacés par les mots "222 jours ouvrables";
2° la deuxième phrase est supprimée;
3° le mot "§ 1er" est supprimé.
Art. 27. In deel XII van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° voor artikel XII 1 wordt een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt :
" TITEL I. - Algemene bepalingen ";
2° een titel II, bestaande uit artikel XII 10, wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" TITEL II. - Overgangsbepalingen
Art. XII 10. In afwijking van artikel XII 5 wordt de ambtenaar die 60 jaar geworden is, niet ambtshalve op rust gesteld na 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte, maar pas na 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte, indien hij :
1° hetzij geen 5 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt op de datum waarop hij de 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte bereikt;
2° hetzij geen 20 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt op de datum waarop hij de 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte bereikt én onder toepassing zou vallen van de regeling van het gewaarborgd minimumpensioen;
3° hetzij, zelfs met 20 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt en een minimumpensioen wegens lichamelijke geschiktheid zou kunnen verkrijgen dat voordeliger is dan het minimumpensioen wegens leeftijd of anciënniteit.
Voor de berekening van de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte waarvan sprake in het voorgaande lid wordt geen rekening gehouden met de halve dagen afwezigheid in een periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte. "
1° voor artikel XII 1 wordt een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt :
" TITEL I. - Algemene bepalingen ";
2° een titel II, bestaande uit artikel XII 10, wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" TITEL II. - Overgangsbepalingen
Art. XII 10. In afwijking van artikel XII 5 wordt de ambtenaar die 60 jaar geworden is, niet ambtshalve op rust gesteld na 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte, maar pas na 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte, indien hij :
1° hetzij geen 5 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt op de datum waarop hij de 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte bereikt;
2° hetzij geen 20 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt op de datum waarop hij de 222 werkdagen afwezigheid wegens ziekte bereikt én onder toepassing zou vallen van de regeling van het gewaarborgd minimumpensioen;
3° hetzij, zelfs met 20 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren telt en een minimumpensioen wegens lichamelijke geschiktheid zou kunnen verkrijgen dat voordeliger is dan het minimumpensioen wegens leeftijd of anciënniteit.
Voor de berekening van de 365 kalenderdagen afwezigheid wegens ziekte waarvan sprake in het voorgaande lid wordt geen rekening gehouden met de halve dagen afwezigheid in een periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte. "
Art. 27. A la partie XII du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° devant l'article XII 1 est inséré un intitulé, rédigé comme suit :
" TITRE Ier. - Dispositions générales";
2° un titre II, comportant l'article XII 10, est ajouté, rédigé comme suit :
" TITRE II. - Dispositions transitoires
Art. XII 10. Par dérogation à l'article XII 5, le fonctionnaire qui a atteint l'âge de 60 ans, n'est pas d'office mis à la retraite après 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie, mais après 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie, si :
1° soit il ne compte pas cinq années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension à la date où il atteint les 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie;
2° soit il ne compte pas vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension à la date où il atteint les 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie et il relèverait de l'application du règlement de la pension minimum garantie;
3° soit il compte vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension et pourrait bénéficier d'une pension minimum pour cause d'inaptitude physique qui est plus favorable que la pension minimum pour cause d'âge ou d'ancienneté.
Pour le calcul des 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie visés à l'alinéa précédent, il n'est pas tenu compte des demi-jours d'absence au cours d'une période de prestations réduites pour cause de maladie. "
1° devant l'article XII 1 est inséré un intitulé, rédigé comme suit :
" TITRE Ier. - Dispositions générales";
2° un titre II, comportant l'article XII 10, est ajouté, rédigé comme suit :
" TITRE II. - Dispositions transitoires
Art. XII 10. Par dérogation à l'article XII 5, le fonctionnaire qui a atteint l'âge de 60 ans, n'est pas d'office mis à la retraite après 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie, mais après 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie, si :
1° soit il ne compte pas cinq années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension à la date où il atteint les 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie;
2° soit il ne compte pas vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension à la date où il atteint les 222 jours ouvrables d'absence pour cause de maladie et il relèverait de l'application du règlement de la pension minimum garantie;
3° soit il compte vingt années de services admissibles pour l'ouverture du droit à la pension et pourrait bénéficier d'une pension minimum pour cause d'inaptitude physique qui est plus favorable que la pension minimum pour cause d'âge ou d'ancienneté.
Pour le calcul des 365 jours calendaires d'absence pour cause de maladie visés à l'alinéa précédent, il n'est pas tenu compte des demi-jours d'absence au cours d'une période de prestations réduites pour cause de maladie. "
Art. 28. In artikel XIII 9, § 1, 1°, van hetzelfde besluit wordt het woord " wachtdag " vervangen door " carensdag ".
Art. 28. Dans l'article XIII 9, § 1er, de la version néerlandaise du même statut, le mot "wachtdag" est remplacé par le mot "carenzdag".
Art. 29. In artikel XIII 22, tweede lid van hetzelfde besluit dient de vermelding " (102,02) " geschrapt.
Art. 29. Dans l'article XIII 22, deuxième alinéa, du même arrêté, la mention "(102,02)" doit être supprimée.
Art. 30. In artikel XIII 65 van hetzelfde besluit worden tussen het woord " niveau " en het woord " en ", de woorden " waarvan het proces-verbaal van het vergelijkend examen of vergelijkende bekwaamheidsproef dateert van vóór 1 oktober 2004 " ingevoegd.
Art. 30. Dans l'article XIII 65 du même arrêté, les mots "dont le procès-verbal du concours ou de l'épreuve comparative date d'avant le 1er octobre 2004" sont insérés entre les mots "niveau supérieur" et "qui, à l'expiration".
Art. 31. Aan artikel XIII 73, § 2, eerste gedachtestreepje, van hetzelfde besluit worden volgende woorden toegevoegd :
" desgevallend verhoogd met de haard- of standplaatstoelage ".
" desgevallend verhoogd met de haard- of standplaatstoelage ".
Art. 31. A l'article XIII 73, § 2, premier tiret du même arrêté, les mots suivants sont ajoutés :
", le cas échéant majoré de l'allocation de foyer ou de résidence".
", le cas échéant majoré de l'allocation de foyer ou de résidence".
Art. 32. Artikel XIII 75, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Vanaf het kalenderjaar 2004 is de eindejaarstoelage gelijk aan het hierna bepaalde percentage van het brutosalaris van de maand november :
" § 2. Vanaf het kalenderjaar 2004 is de eindejaarstoelage gelijk aan het hierna bepaalde percentage van het brutosalaris van de maand november :
Art. 32. L'article XIII 75, § 2 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. A partir de l'année calendaire 2004, l'allocation de fin d'année est égale au pourcentage du traitement brut du mois de novembre, fixé ci-dessous :
" § 2. A partir de l'année calendaire 2004, l'allocation de fin d'année est égale au pourcentage du traitement brut du mois de novembre, fixé ci-dessous :
% van het
brutosalaris
van november
-
voor de rangen A3, A2L, A2A en A2 en de schalen A 280, A 281, 53 %
A 291,A 292, A 118, A119, A129 en A128
voor de rangen A1, B3, B2, C3 en C2 59 %
voor de rangen B1, C1, D3 en D2 65 %
voor de rangen D1 en E1 70 %
brutosalaris
van november
-
voor de rangen A3, A2L, A2A en A2 en de schalen A 280, A 281, 53 %
A 291,A 292, A 118, A119, A129 en A128
voor de rangen A1, B3, B2, C3 en C2 59 %
voor de rangen B1, C1, D3 en D2 65 %
voor de rangen D1 en E1 70 %
% du
traitement brut
de novembre
-
pour les rangs A3, A2L, A2A et A2 et les échelles A 280, 53 %
A 281, A 291, A 292, A 118, A119, A129 et A 128
pour les rangs A1, B3, B2, C3 et C2 59 %
pour les rangs B1, C1, D3 et D2 65 %
pour les rangs D1 et E1 70 %
traitement brut
de novembre
-
pour les rangs A3, A2L, A2A et A2 et les échelles A 280, 53 %
A 281, A 291, A 292, A 118, A119, A129 et A 128
pour les rangs A1, B3, B2, C3 et C2 59 %
pour les rangs B1, C1, D3 et D2 65 %
pour les rangs D1 et E1 70 %
Art. 33. Artikel XIII 93 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 33. L'article XIII 93 du même arrêté est abrogé.
Art. 34. In artikel XIII 100 van hetzelfde besluit worden de woorden " een hele frank " vervangen door de woorden " de hogere eurocent ".
Art. 34. Dans l'article XIII 100 du même arrêté, les mots "arrondis au franc" sont remplacés par les mots "arrondis à l'eurocent supérieur".
Art. 35. Artikel XIII 114 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 35. L'article XIII 114 du même arrêté est abrogé.
Art. 36. In artikel XIII 121ter van hetzelfde besluit wordt het woord "eigen" geschrapt.
Art. 36. A l'article XIII 121 (NOTE : lire XIII 121ter; voir original néerlandais) du même arrêté, le mot "propre" est supprimé.
Art. 37. In artikel XIV 5, § 2 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " het schoonmaak- " en de woorden " en restaurantpersoneel " de woorden ", catering- " ingevoegd.
Art. 37. Dans l'article XIV 5, § 2, du même arrêté, les mots ", du catering" sont insérés entre les mots "personnel d'entretien" et "et de restaurant".
Art. 38. In deel XIV, titel III, hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een afdeling 8, bestaande uit artikel XIV 25ter ingevoegd, die luidt als volgt :
" Afdeling 8. - Invulling van contractuele betrekkingen
Art. XIV 25ter. § 1. Contractuele betrekkingen met een salarisschaal of beginsalarisschaal die overeenstemt met rang A2 of lager, worden bij voorrang ingevuld door herplaatsing van contractuelen.
Als deze herplaatsing niet mogelijk is, of als het gaat om een contractuele betrekking met een salarisschaal of beginsalarisschaal hoger dan rang A2, wordt de contractuele betrekking ingevuld op één van de volgende wijzen :
a) via de interne arbeidsmarkt;
b) via de interne arbeidsmarkt in combinatie met een uitnodiging tot kandidaatstelling, gericht aan :
1° de laureaten van examens en vergelijkende bekwaamheidsproeven voor statutaire functies van hetzelfde niveau als de vacante contractuele betrekking;
2° de ambtenaren in herplaatsing van dit niveau;
c) via de gelijktijdige opstarting van een aanwervings- en interne arbeidsmarktprocedure, in combinatie met een uitnodiging tot kandidaatstelling gericht aan de laureaten van examens en vergelijkende bekwaamheidsproeven, bedoeld in b), 1°, en aan de ambtenaren in herplaatsing, bedoeld in b), 2°.
§ 2. Voor herplaatsing komen alleen de contractuele personeelsleden met werkzekerheid in aanmerking. Voor die personeelsleden geldt dezelfde herplaatsingsregeling als voor de ambtenaren.
Als een openstaande contractuele betrekking wordt ingevuld door herplaatsing, gebeurt de effectieve indienstneming pas na voorafgaand akkoord van het contractuele personeelslid.
§ 3. Wat de interne arbeidsmarkt betreft, geldt voor contractuele personeelsleden dezelfde regeling als voor ambtenaren.
De interne arbeidsmarkt is evenwel niet toegankelijk voor contractuele personeelsleden die vervangingsopdrachten verrichten, en die gedurende minder dan twee jaar ononderbroken in dienst zijn.
§ 4. Als een openstaande betrekking wordt ingevuld, overeenkomstig § 1, b) of c), worden de kandidaten onderworpen aan dezelfde functiespecifieke selectie.
" Afdeling 8. - Invulling van contractuele betrekkingen
Art. XIV 25ter. § 1. Contractuele betrekkingen met een salarisschaal of beginsalarisschaal die overeenstemt met rang A2 of lager, worden bij voorrang ingevuld door herplaatsing van contractuelen.
Als deze herplaatsing niet mogelijk is, of als het gaat om een contractuele betrekking met een salarisschaal of beginsalarisschaal hoger dan rang A2, wordt de contractuele betrekking ingevuld op één van de volgende wijzen :
a) via de interne arbeidsmarkt;
b) via de interne arbeidsmarkt in combinatie met een uitnodiging tot kandidaatstelling, gericht aan :
1° de laureaten van examens en vergelijkende bekwaamheidsproeven voor statutaire functies van hetzelfde niveau als de vacante contractuele betrekking;
2° de ambtenaren in herplaatsing van dit niveau;
c) via de gelijktijdige opstarting van een aanwervings- en interne arbeidsmarktprocedure, in combinatie met een uitnodiging tot kandidaatstelling gericht aan de laureaten van examens en vergelijkende bekwaamheidsproeven, bedoeld in b), 1°, en aan de ambtenaren in herplaatsing, bedoeld in b), 2°.
§ 2. Voor herplaatsing komen alleen de contractuele personeelsleden met werkzekerheid in aanmerking. Voor die personeelsleden geldt dezelfde herplaatsingsregeling als voor de ambtenaren.
Als een openstaande contractuele betrekking wordt ingevuld door herplaatsing, gebeurt de effectieve indienstneming pas na voorafgaand akkoord van het contractuele personeelslid.
§ 3. Wat de interne arbeidsmarkt betreft, geldt voor contractuele personeelsleden dezelfde regeling als voor ambtenaren.
De interne arbeidsmarkt is evenwel niet toegankelijk voor contractuele personeelsleden die vervangingsopdrachten verrichten, en die gedurende minder dan twee jaar ononderbroken in dienst zijn.
§ 4. Als een openstaande betrekking wordt ingevuld, overeenkomstig § 1, b) of c), worden de kandidaten onderworpen aan dezelfde functiespecifieke selectie.
Art. 38. Dans la partie XIV, titre III, chapitre Ier du même arrêté est insérée une section 8, comprenant l'article XIV 25ter, rédige comme suit :
" Section 8. - Comblement d'emplois contractuels
Art. XIV 25ter. § 1er. Les emplois contractuels d'une échelle de traitement ou d'une échelle de traitement initiale correspondant au rang A2 ou inférieur, sont attribués par priorité par réaffectation de contractuels.
Si cette réaffecation est impossible ou s'il s'agit d'un emploi contractuel d'une échelle de traitement ou d'une échelle de traitement initiale supérieure au rang A2, l'emploi contractuel est attribué d'une des façons suivantes :
a) via le marché interne de l'emploi;
b) via le marché interne de l'emploi en combinaison avec un appel aux candidatures, adressé :
1° aux lauréats de concours et d'épreuves comparatives des capacités pour les fonctions statutaires du même niveau que l'emploi vacant contractuel;
2° aux fonctionnaires en voie de réaffectation de ce niveau;
c) via le démarrage simultané d'une procédure de recrutement et du marché interne de l'emploi, en combinaison avec un appel aux candidatures adressé aux lauréats de concours et d'épreuves comparatives des capacités, visés au b), 1°, et aux fonctionnaires en voie de réaffectation, visés au b), 2°.
§ 2. Seuls les membres du personnel contractuels qui ont de la sécurité d'emploi entrent en ligne de compte pour la réaffectation. Le même régime de réaffectation que celui pour les fonctionnaires s'applique à ces membres du personnel.
Si un emploi contractuel vacant est conféré par la voie de réaffectation, l'engagement effectif n'aura lieu que moyennant l'accord préalable du membre du personnel contractuel.
§ 3. En ce qui concerne le marché interne de l'emploi, les membres du personnel contractuels sont soumis au même régime que les fonctionnaires.
Le marché interne de l'emploi n'est toutefois pas accessible aux membres du personnel contractuels qui effectuent des missions de remplacement, et qui sont en service sans interruption depuis moins de deux ans.
§ 4. Si un emploi vacant est conféré conformément au § 1er, b) ou c), les candidats sont soumis à la même sélection spécifique de la fonction. "
" Section 8. - Comblement d'emplois contractuels
Art. XIV 25ter. § 1er. Les emplois contractuels d'une échelle de traitement ou d'une échelle de traitement initiale correspondant au rang A2 ou inférieur, sont attribués par priorité par réaffectation de contractuels.
Si cette réaffecation est impossible ou s'il s'agit d'un emploi contractuel d'une échelle de traitement ou d'une échelle de traitement initiale supérieure au rang A2, l'emploi contractuel est attribué d'une des façons suivantes :
a) via le marché interne de l'emploi;
b) via le marché interne de l'emploi en combinaison avec un appel aux candidatures, adressé :
1° aux lauréats de concours et d'épreuves comparatives des capacités pour les fonctions statutaires du même niveau que l'emploi vacant contractuel;
2° aux fonctionnaires en voie de réaffectation de ce niveau;
c) via le démarrage simultané d'une procédure de recrutement et du marché interne de l'emploi, en combinaison avec un appel aux candidatures adressé aux lauréats de concours et d'épreuves comparatives des capacités, visés au b), 1°, et aux fonctionnaires en voie de réaffectation, visés au b), 2°.
§ 2. Seuls les membres du personnel contractuels qui ont de la sécurité d'emploi entrent en ligne de compte pour la réaffectation. Le même régime de réaffectation que celui pour les fonctionnaires s'applique à ces membres du personnel.
Si un emploi contractuel vacant est conféré par la voie de réaffectation, l'engagement effectif n'aura lieu que moyennant l'accord préalable du membre du personnel contractuel.
§ 3. En ce qui concerne le marché interne de l'emploi, les membres du personnel contractuels sont soumis au même régime que les fonctionnaires.
Le marché interne de l'emploi n'est toutefois pas accessible aux membres du personnel contractuels qui effectuent des missions de remplacement, et qui sont en service sans interruption depuis moins de deux ans.
§ 4. Si un emploi vacant est conféré conformément au § 1er, b) ou c), les candidats sont soumis à la même sélection spécifique de la fonction. "
Art. 39. In artikel XIV 31 van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel XI 86 " vervangen door de woorden " artikel XI 74, 1° en 3° tot en met 7° ".
Art. 39. Dans l'article XIV 31 du même arrêté, les mots "l'article XI 86" sont remplacés par les mots "l'article XI 74, 1° et 3° à 7° inclus".
Art. 40. In artikel XIV 31bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 40. Dans l'article XIV 31bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 41. In artikel XIV 42bis van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 wordt een d) toegevoegd, die luidt als volgt :
" d) indien het contractuele personeelslid geslaagd is voor een vergelijkend wervingsexamen : voor de duur van de stage in de nieuwe betrekking en met behoud van het eenmalig recht op gecontingenteerd verlof voor proeftijd of stage. "
" d) indien het contractuele personeelslid geslaagd is voor een vergelijkend wervingsexamen : voor de duur van de stage in de nieuwe betrekking en met behoud van het eenmalig recht op gecontingenteerd verlof voor proeftijd of stage. "
Art. 41. Dans l'article XIV 42bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 janvier 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, il est inséré un point d), rédigé comme suit :
" d) si le membre du personnel contractuel est reçu pour un concours de recrutement : pour la durée du stage dans un nouvel emploi et avec maintien du droit unique au congé contingenté pour accomplir un stage ou une période d'essai. "
" d) si le membre du personnel contractuel est reçu pour un concours de recrutement : pour la durée du stage dans un nouvel emploi et avec maintien du droit unique au congé contingenté pour accomplir un stage ou une période d'essai. "
Art. 42. Artikel XIV 43bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2001, wordt opgeheven.
Art. 42. L'article XIV 43bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 2001, est abrogé.
Art. 43. Aan artikel XIV 51, § 4 van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
" Deze aanvulling wordt uitbetaald voor maximaal vijftien weken, in geval van geboorte van één kind, en voor maximaal negentien weken, in geval van geboorte van een meerling. "
" Deze aanvulling wordt uitbetaald voor maximaal vijftien weken, in geval van geboorte van één kind, en voor maximaal negentien weken, in geval van geboorte van een meerling. "
Art. 43. A l'article XIV 51, § 4, du même arrêté, la phrase suivante est ajoutée :
" Ce complément est payé pour un maximum de quinze semaines en cas de naissance d'un enfant, et un maximum de dix-neuf semaines en cas de naissance multiple. "
" Ce complément est payé pour un maximum de quinze semaines en cas de naissance d'un enfant, et un maximum de dix-neuf semaines en cas de naissance multiple. "
Art. 44. In hetzelfde besluit wordt een artikel XIV 56bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. XIV 56bis. De prestaties van het schoonmaak- en cateringpersoneel die destijds verplicht deeltijds werkten in de periode van 1 april 1972 tot 31 december 1993 worden vanaf 1 juni 2004 gevaloriseerd overeenkomstig artikel XIII 13, voorzover deze prestaties minimum de helft bedragen van een voltijdse betrekking. "
" Art. XIV 56bis. De prestaties van het schoonmaak- en cateringpersoneel die destijds verplicht deeltijds werkten in de periode van 1 april 1972 tot 31 december 1993 worden vanaf 1 juni 2004 gevaloriseerd overeenkomstig artikel XIII 13, voorzover deze prestaties minimum de helft bedragen van een voltijdse betrekking. "
Art. 44. Dans le même arrêté, il est inséré un article XIV 56bis, rédigé comme suit :
" Art. XIV 56bis. Les prestations du personnel de nettoyage et du catering qui jadis, pendant la période du 1er avril 1972 au 31 décembre 1993, travaillaient obligatoirement à temps partiel, sont valorisés, à partir du 1er juin 2004, conformément à l'article XIII 13, dans la mesure où ces prestations s'élèvent à au moins la moitié d'un emploi à temps plein. "
" Art. XIV 56bis. Les prestations du personnel de nettoyage et du catering qui jadis, pendant la période du 1er avril 1972 au 31 décembre 1993, travaillaient obligatoirement à temps partiel, sont valorisés, à partir du 1er juin 2004, conformément à l'article XIII 13, dans la mesure où ces prestations s'élèvent à au moins la moitié d'un emploi à temps plein. "
Art. 45. Aan hetzelfde besluit wordt een artikel XIV 57 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. XIV 57. In afwijking van artikel XIV 51, § 4 wordt bij geboorte op of na 1 juli 2004, de betaling van de aanvulling op de moederschapsuitkeringen gegarandeerd tot maximaal zestien weken, bij de geboorte van één kind, en tot maximaal twintig weken bij de geboorte van een meerling, als het personeelslid zeven respectievelijk negen weken prenataal verlof heeft genomen op basis van de reglementaire bepalingen die bij het begin van het prenataal verlof golden. "
" Art. XIV 57. In afwijking van artikel XIV 51, § 4 wordt bij geboorte op of na 1 juli 2004, de betaling van de aanvulling op de moederschapsuitkeringen gegarandeerd tot maximaal zestien weken, bij de geboorte van één kind, en tot maximaal twintig weken bij de geboorte van een meerling, als het personeelslid zeven respectievelijk negen weken prenataal verlof heeft genomen op basis van de reglementaire bepalingen die bij het begin van het prenataal verlof golden. "
Art. 45. Au même arrêté est ajouté un article XIV 57, rédigé comme suit :
" Art. XIV 57. Par dérogation à l'article XIV 51, § 4, en cas de naissance le ou après le 1er juillet 2004, le paiement du complément aux allocations de maternité est garanti au maximum jusqu'à seize semaines en cas de naissance d'un enfant, et jusqu'à vingt semaines en cas de naissance multiple, si le membre du personnel a pris un congé prénatal de sept, respectivement neuf semaines sur la base des dispositions réglementaires applicables au début du congé prénatal. "
" Art. XIV 57. Par dérogation à l'article XIV 51, § 4, en cas de naissance le ou après le 1er juillet 2004, le paiement du complément aux allocations de maternité est garanti au maximum jusqu'à seize semaines en cas de naissance d'un enfant, et jusqu'à vingt semaines en cas de naissance multiple, si le membre du personnel a pris un congé prénatal de sept, respectivement neuf semaines sur la base des dispositions réglementaires applicables au début du congé prénatal. "
Art. 46. In de volgende artikelen van hetzelfde besluit worden de woorden " Vlaamse minister, bevoegd voor de ambtenarenzaken " vervangen door de woorden " Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling " :
1° artikel I 2, 17°;
2° artikel III 6, § 1;
3° artikel VIII 30;
4° artikel VIII 93;
5° artikel XI 52, § 1, tweede lid;
6° artikel XI 60, § 1, eerste lid;
7° artikel XIV 5bis, § 1;
8° XIV 44bis.
1° artikel I 2, 17°;
2° artikel III 6, § 1;
3° artikel VIII 30;
4° artikel VIII 93;
5° artikel XI 52, § 1, tweede lid;
6° artikel XI 60, § 1, eerste lid;
7° artikel XIV 5bis, § 1;
8° XIV 44bis.
Art. 46. Dans les articles suivants du même arrêté, les mots "Ministre flamand qui a la fonction publique dans ses attributions" sont remplacés par les mots "Ministre flamand ayant la politique générale en matière de personnel et d'ingénierie d'organisation dans ses attributions" :
1° l'article I 2, 17°;
2° l'article III 6, § 1er;
3° l'article VIII 30;
4° l'article VIII 93;
5° l'article XI 52, § 1er, deuxième alinéa;
6° l'article XI 60, § 1er, alinéa premier;
7° l'article XIV 5bis, § 1er;
8° XIV 44bis.
1° l'article I 2, 17°;
2° l'article III 6, § 1er;
3° l'article VIII 30;
4° l'article VIII 93;
5° l'article XI 52, § 1er, deuxième alinéa;
6° l'article XI 60, § 1er, alinéa premier;
7° l'article XIV 5bis, § 1er;
8° XIV 44bis.
Art. 47. In de volgende artikelen van hetzelfde besluit worden de woorden " Vlaamse minister, bevoegd voor ambtenarenzaken " vervangen door de woorden " Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling " :
1° artikel XIII 104sexies, § 4;
2° artikel XIII 104decies, § 5;
3° artikel XIII 115.
1° artikel XIII 104sexies, § 4;
2° artikel XIII 104decies, § 5;
3° artikel XIII 115.
Art. 47. Dans les articles suivants du même arrêté, les mots "Ministre flamand compétent pour la fonction publique" ou "Ministre flamand chargé de la fonction publique" sont remplacés par les mots "Ministre flamand ayant la politique générale en matière de personnel et d'ingénierie d'organisation dans ses attributions" :
1° l'article XIII 104sexies, § 4;
2° l'article XIII 104decies, § 5;
3° l'article XIII 115.
1° l'article XIII 104sexies, § 4;
2° l'article XIII 104decies, § 5;
3° l'article XIII 115.
Art. 48. Bijlage III bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage III gevoegd bij dit besluit.
Art. 48. L'annexe III jointe au même arrêté est remplacée par l'annexe III jointe au présent arrêté.
Art. 49. In bijlage V bij hetzelfde besluit worden de woorden " verruimde arbeidsmarkt " vervangen door de woorden " interne arbeidsmarkt ".
Art. 49. Dans l'annexe V au même arrêté, les mots "marché étendu de l'emploi" sont remplacés par les mots "marché interne de l'emploi".
Art. 50. De salarisschalen van niveau A en B in bijlage VI bij hetzelfde besluit worden vervangen door de salarisschalen in bijlage IV gevoegd bij dit besluit.
Art. 50. Les échelles de traitement des niveaux A et B reprises à l'annexe VI au même arrêté, sont remplacées par les échelles de traitement reprises à l'annexe IV jointe au présent arrêté.
Art. 51. Dit besluit treedt in werking op datum van goedkeuring door de Vlaamse regering, met uitzondering van de hierna vermelde artikelen die uitwerking hebben met ingang van de hierna vermelde datum :
- artikel 1, 4° : 1 september 2002;
- artikel 1, 1° : 29 april 2004;
- artikel 1, 2° en 3° : 30 juni 2004;
- artikel 11 : 1 juli 2002;
- artikel 14, 3°, 23, 1° en 3°, 24, 26, 2°, 39 en 40 : 1 juni 2004;
- artikel 15, 2°, wat betreft § 1 en § 2 : 1 januari 2004;
- artikel 19, 20, 21, 23, 2°, 25, 43 en 45 : 1 juli 2004;
- artikel 31 : 1 november 2001;
- artikel 32 en 50 : 1 december 2004;
- artikel 33 en 35 : 1 oktober 2004;
- artikel 36 : 1 september 2004;
- artikel 46 en 47 : 22 juli 2004.
- artikel 1, 4° : 1 september 2002;
- artikel 1, 1° : 29 april 2004;
- artikel 1, 2° en 3° : 30 juni 2004;
- artikel 11 : 1 juli 2002;
- artikel 14, 3°, 23, 1° en 3°, 24, 26, 2°, 39 en 40 : 1 juni 2004;
- artikel 15, 2°, wat betreft § 1 en § 2 : 1 januari 2004;
- artikel 19, 20, 21, 23, 2°, 25, 43 en 45 : 1 juli 2004;
- artikel 31 : 1 november 2001;
- artikel 32 en 50 : 1 december 2004;
- artikel 33 en 35 : 1 oktober 2004;
- artikel 36 : 1 september 2004;
- artikel 46 en 47 : 22 juli 2004.
Art. 51. Le présent arrêté entre en vigueur à la date d'approbation par le Gouvernement flamand, à l'exception des articles visés ci-dessous, qui produisent leurs effets à la date mentionnée ci-dessous :
- l'article 1er, 4° : le 1er septembre 2002;
- l'article 1er, 1° : le 29 avril 2004;
- l'article 1er, 2° et 3° : le 30 juin 2004;
- l'article 11 : le 1er juillet 2002;
- les articles 14, 3°, 23, 1° et 3°, 24, 26, 2°, 39 et 40 : le 1er juin 2004;
- l'article 15, 2°, pour ce qui concerne les §§ 1er et 2 : le 1er janvier 2004;
- les articles 19, 20, 21, 23, 2°, 25, 43 et 45 : le 1er juillet 2004;
- l'article 31 : le 1er novembre 2001;
- les articles 32 et 50 : le 1er décembre 2004;
- les articles 33 et 35 : le 1er octobre 2004;
- l'article 36 : le 1er septembre 2004;
- les articles 46 et 47 : le 22 juillet 2004.
- l'article 1er, 4° : le 1er septembre 2002;
- l'article 1er, 1° : le 29 avril 2004;
- l'article 1er, 2° et 3° : le 30 juin 2004;
- l'article 11 : le 1er juillet 2002;
- les articles 14, 3°, 23, 1° et 3°, 24, 26, 2°, 39 et 40 : le 1er juin 2004;
- l'article 15, 2°, pour ce qui concerne les §§ 1er et 2 : le 1er janvier 2004;
- les articles 19, 20, 21, 23, 2°, 25, 43 et 45 : le 1er juillet 2004;
- l'article 31 : le 1er novembre 2001;
- les articles 32 et 50 : le 1er décembre 2004;
- les articles 33 et 35 : le 1er octobre 2004;
- l'article 36 : le 1er septembre 2004;
- les articles 46 et 47 : le 22 juillet 2004.
Art. 52. De leden van de regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 19 november 2004.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN
Brussel, 19 november 2004.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN
Art. 52. Les membres du Gouvernement sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 19 novembre 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique
M. KEULEN
Bruxelles, le 19 novembre 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique
M. KEULEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage III. - Koppeling diploma - administratief niveau
1. De volgende diploma's of getuigschriften worden, naar gelang het administratieve niveau en de overeenstemmende salarisklassen, in aanmerking genomen voor aanwerving :
Niveau A :
a) diploma's van master, licentiaat, doctor, apotheker, burgerlijk ingenieur, landbouwkundig ingenieur, ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustrieën, handelsingenieur, burgerlijk ingenieur-architect, bio-ingenieur, arts, tandarts of dierenarts, uitgereikt door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, of door de bij de wet of bij decreet daarmee gelijkgestelde instellingen, indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat, zelfs als een gedeelte van die studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht of door een door de Staat of een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
b) diploma's van licentiaat in de handelswetenschappen, van handelsingenieur, van licentiaat in de bestuurskunde, van licentiaat-vertaler, van licentiaat-tolk, van licentiaat in de nautische wetenschappen, van industrieel ingenieur, van architect of van licentiaat in de toegepaste communicatie, van licentiaat in de kinesitherapie en van licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid, uitgereikt door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling voor hoger onderwijs van twee cycli of door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
c) diploma's van interieurarchitect, licentiaat in de productontwikkeling, meester in de muziek of in de beeldende kunst of in de dramatische kunst of in de audiovisuele kunst of in de productdesign of in de conservatie-restauratie uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling van het hoger onderwijs van twee cycli of door een door deze Gemeenschap ingestelde examencommissie;
d) getuigschriften uitgereikt aan degenen die geslaagd zijn voor de studies aan de polytechnische afdeling of aan de afdeling "Alle Wapens" van de Koninklijke Militaire School en die krachtens de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van het hoger onderwijs gerechtigd zijn tot het voeren van de titel van burgerlijk ingenieur of van licentiaat, met de door de Koning bepaalde kwalificatie.
Niveau A (Overgangsmaatregel) :
a) diploma uitgereikt door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of licentiaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat;
b) diploma van licentiaat in de handelswetenschappen, in de bestuurswetenschappen, van handelsingenieur, van licentiaat-vertaler of van licentiaattolk, uitgereikt door instellingen van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door instellingen van technisch onderwijs - gerangschikt als handelshogescholen categorie A5 - of door een door de Staat ingestelde examencommissie;
c) diploma of eindgetuigschrift uitgereikt na een cyclus van vijf jaar door de afdeling bestuurswetenschappen van het "Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans" te Brussel of door het Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen te Elsene of door het Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen te Antwerpen.
Niveau B :
a) diploma's van bachelors;
b) getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere cyclus;
c) diploma van meetkundig schatter van onroerende goederen;
d) diploma van mijnmeter;
e) een diploma uitgereikt in een basisopleiding van één cyclus of in een initiële lerarenopleiding van één cyclus door een hogeschool opgericht, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
f) kandidaatsdiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie ofwel door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, de bij de wet ermee gelijkgestelde instellingen of de instellingen voor hoger onderwijs van twee cycli, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen ofwel door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
g) diploma van technisch ingenieur uitgereikt na hogere technische leergangen van de tweede graad;
h) diploma van een afdeling ingedeeld in het hoger onderwijs van één cyclus en voor sociale promotie, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen;
i) getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
j) getuigschrift na het slagen voor de eerste twee studiejaren van de polytechnische afdeling of van de afdeling "Alle Wapens" van de Koninklijke Militaire School;
k) diploma van hoger kunst- of technisch onderwijs van de 3e, 2e of 1e graad uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een der Gemeenschappen.
Niveau B (Overgangsmaatregel) :
a) diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie, door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of kandidaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen;
b) kandidaatsdiploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie door een instelling van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door een instelling van technisch onderwijs, gerangschikt als handelshogescholen in de categorie A5;
c) diploma van burgerlijk conducteur, uitgereikt door een Belgische universiteit;
d) diploma van technisch ingenieur afgeleverd door een hogere technische school van de tweede graad;
e) diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, van lager onderwijzer, lagere onderwijzeres of bewaarschoolonderwijzeres;
f) diploma van gegradueerde in de landbouwwetenschappen, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 oktober 1934 tot vaststelling van de voorwaarden voor het toekennen der diploma's van landbouwkundig ingenieur, van scheikundig landbouwingenieur, van ingenieur voor waters en bossen, van koloniaal landbouwkundig ingenieur, van tuinbouwkundig ingenieur, van boerderijbouwkundig ingenieur, van ingenieur der landbouwbedrijven, zoals het werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1936;
g) diploma uitgereikt door een instelling voor het hoger technisch onderwijs van de eerste graad met volledig leerplan opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie;
h) diploma uitgereikt door een instelling voor hoger technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie en gerangschikt in een van navolgende categorieën : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2/An, C1/D, C5/C1/D, C1/An of door een van regeringswege samengestelde examencommissie;
i) diploma gerangschikt in de categorie B3/B1, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die, bij de toelating, een diploma eist van volledige hogere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen of een diploma van een afdeling gerangschikt in de categorie B3/B2, uitgereikt door een instelling voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating een diploma eist van lagere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen;
j) diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, uitgereikt door de instellingen opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen of door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie.
Niveau C :
a) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van een van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van een van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt bekwaamheidsdiploma dat toegang verleent tot het hoger onderwijs;
c) diploma uitgereikt na het examen bedoeld in artikel 5 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd op 31 december 1949;
d) brevet van verpleeg- of ziekenhuisassistent(e) of van verpleger of verpleegster, uitgereikt hetzij door een door de Staat in de categorie van de aanvullende secundaire beroepsscholen opgerichte, gesubsidieerde of erkende verplegingsafdeling, hetzij door een door de Staat of een der Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
e) diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
f) studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, uitgereikt door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling;
g) getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere secundaire cyclus;
h) diploma van een tot de groep handel, administratie en organisatie behorende afdeling van een hogere secundaire technische leergang van een instelling voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden.
Niveau C (Overgangsmaatregelen) :
a) getuigschrift uitgereikt na een van de voorbereidende proeven voorgeschreven in de artikelen 10, 10bis en 12 van de op 31 december 1949 gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, zoals die bepalingen bestonden vóór 8 juni 1964;
b) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat voor het hoger middelbaar onderwijs afgeleverd diploma of getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
c) erkend of aanvaard diploma van middelbare studies van de hogere graad (handelsafdeling);
d) diploma of eindgetuigschrift van hoger middelbaar onderwijs behaald met vrucht;
e) gehomologeerd diploma van de hogere secundaire technische school of eindgetuigschrift van studies in een hogere secundaire technische school, uitgereikt na een cyclus van drie jaren hogere secundaire studies, met vrucht, door een instelling van technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of diploma van de hogere secundaire technische school uitgereikt door de examencommissie van de Staat;
f) diploma of eindgetuigschrift van de hogere secundaire technische school - vroegere categorieën A2, A6/A2, A6/C1/A2, A7/A2, A8/A2, A2A, C1, C1A, C5/C1, C1/A2 - uitgereikt na een cyclus van drie jaren hogere secundaire studies, met vrucht, door een instelling van technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een examencommissie van de Staat;
g) gehomologeerd diploma van hogere secundair kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt overeenkomstig de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit van 10 februari 1971 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van het studiepeil van de instellingen voor kunstonderwijs met dat van de hogere secundaire technische school en waarbij de voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's bepaald worden en het koninklijk besluit van 25 juni 1976 tot regeling van de studies van sommige hogere secundaire afdelingen van de instellingen voor kunstonderwijs met volledig leerplan;
h) einddiploma, eindgetuigschrift, studieattest of brevet van het zesde jaar van het kunst- of beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
i) brevet of eindgetuigschrift uitgereikt na afloop van de hogere cyclus van een beroepsafdeling verbonden aan een instelling voor technisch onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en gerangschikt in één van de categorieën A4, C3, C2, C5;
j) diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs gerangschikt in de categorie B3/B1, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
k) einddiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs gerangschikt in de categorie B3/B2, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating een diploma eist van lagere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen;
l) einddiploma, studiegetuigschrift of getuigschrift uitgereikt na het volgen, met vrucht, van het zesde leerjaar van het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen.
Niveau D :
Geen diploma of studiegetuigschrift vereist.
2. De in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die, krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en getuigschriften, gelijkwaardig worden verklaard met één van de in deze lijst bedoelde diploma's of studiegetuigschriften worden eveneens in aanmerking genomen.
3. In afwijking van punt 2 en in toepassing van de richtlijn van de Raad van de EEG van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, worden in aanmerking genomen voor de toelating tot de instelling :
a) het diploma, getuigschrift of brevet, behaald na een postsecundaire studiecyclus, dat door een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen is voorgeschreven voor de toelating tot een overeenkomstige functie op zijn grondgebied of voor de uitoefening van die functie en dat werd behaald in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen;
b) het feit dat gedurende ten minste twee jaar tijdens de voorafgaande tien jaar de overeenkomstige functie voltijds werd uitgeoefend in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen, waar de toegang tot de bewuste functie niet is gereglementeerd, voor zover dat de betrokkene één of meer opleidingstitels bezit :
- die werden uitgereikt door een bevoegde overheid in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, die werd aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechterlijke bepalingen van die Staat
- waaruit blijkt, dat de houder met succes een postsecundaire studiecyclus van ten minste drie jaar of een gelijkwaardige deeltijdse studie heeft gevolgd aan een universiteit of een instelling van hoger onderwijs of een andere instelling van hetzelfde opleidingsniveau in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, en, in voorkomend geval, dat hij met succes de beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist
- en die hem op de uitoefening van dat beroep heeft voorbereid.
In het raam van een bepaald vergelijkend wervingsexamen is SELOR of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel ermee belast de kandidaatstellingen in ontvangst te nemen van de houders van de in punt 3, littera a en b bedoelde titels.
Teneinde de waarde van de voorgestelde titels te kennen, legt de afgevaardigd bestuurder of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel die titels voor advies voor aan de bevoegde onderwijsoverheden.
Daarna treft hij de bij het artikel 8, § 2, van de richtlijnen voorgeschreven beslissingen, met inbegrip van de eventuele toepassing van de bij artikel 4 ervan voorziene compensatiebepalingen.
4. In afwijking van punt 2, gelden voor de toelating tot de instelling, ook de bepalingen van de richtlijn van de Raad van de EEG van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel voor de erkenning van beroepsopleidingen in het hoger onderwijs van minder drie jaar en van de beroepsopleidingen in het secundair onderwijs.
In het raam van een bepaald vergelijkend wervingsexamen is SELOR of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel ermee belast de kandidaatstellingen in ontvangst te nemen van de houders van de in de artikelen 3, 5 en 6 van de richtlijn bedoelde titels.
Teneinde de waarde van de voorgestelde titels te kennen, legt de afgevaardigd bestuurder van SELOR of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel die titels voor advies voor aan de bevoegde onderwijsoverheden.
Daarna treft hij de bij het artikel 12, § 2, van de richtlijnen voorgeschreven beslissingen, met inbegrip van de eventuele toepassing van de bij artikel 4, 5 en 7 ervan voorziene compensatiebepalingen.
5. De richtlijnen die de in de punten 3 en 4 opgesomde richtlijnen zouden aanvullen of vervangen, zijn voor wat betreft de toelaatbaarheid van personen tot de in artikel I 1 vermelde instellingen en agentschappen van rechtswege van toepassing, behalve indien ze bepalingen beïnvloeden die aanpassingsmaatregelen moeten ondergaan of de bevoegdheden zouden wijzigen die aan Selor of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel zijn toegekend.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2004 tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, betreffende de herplaatsing, de interne arbeidsmarkt, de uitvoering van het sectoraal akkoord 2003-2004 en andere bepalingen.
Brussel, 19 november 2004.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN
1. De volgende diploma's of getuigschriften worden, naar gelang het administratieve niveau en de overeenstemmende salarisklassen, in aanmerking genomen voor aanwerving :
Niveau A :
a) diploma's van master, licentiaat, doctor, apotheker, burgerlijk ingenieur, landbouwkundig ingenieur, ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustrieën, handelsingenieur, burgerlijk ingenieur-architect, bio-ingenieur, arts, tandarts of dierenarts, uitgereikt door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, of door de bij de wet of bij decreet daarmee gelijkgestelde instellingen, indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat, zelfs als een gedeelte van die studies niet in een van de voormelde onderwijsinstellingen werd volbracht of door een door de Staat of een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
b) diploma's van licentiaat in de handelswetenschappen, van handelsingenieur, van licentiaat in de bestuurskunde, van licentiaat-vertaler, van licentiaat-tolk, van licentiaat in de nautische wetenschappen, van industrieel ingenieur, van architect of van licentiaat in de toegepaste communicatie, van licentiaat in de kinesitherapie en van licentiaat in de arbeidsorganisatie en gezondheid, uitgereikt door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling voor hoger onderwijs van twee cycli of door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
c) diploma's van interieurarchitect, licentiaat in de productontwikkeling, meester in de muziek of in de beeldende kunst of in de dramatische kunst of in de audiovisuele kunst of in de productdesign of in de conservatie-restauratie uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap opgerichte, gesubsidieerde of erkende instelling van het hoger onderwijs van twee cycli of door een door deze Gemeenschap ingestelde examencommissie;
d) getuigschriften uitgereikt aan degenen die geslaagd zijn voor de studies aan de polytechnische afdeling of aan de afdeling "Alle Wapens" van de Koninklijke Militaire School en die krachtens de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van het hoger onderwijs gerechtigd zijn tot het voeren van de titel van burgerlijk ingenieur of van licentiaat, met de door de Koning bepaalde kwalificatie.
Niveau A (Overgangsmaatregel) :
a) diploma uitgereikt door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of licentiaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen indien de studies ten minste vier jaar hebben omvat;
b) diploma van licentiaat in de handelswetenschappen, in de bestuurswetenschappen, van handelsingenieur, van licentiaat-vertaler of van licentiaattolk, uitgereikt door instellingen van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door instellingen van technisch onderwijs - gerangschikt als handelshogescholen categorie A5 - of door een door de Staat ingestelde examencommissie;
c) diploma of eindgetuigschrift uitgereikt na een cyclus van vijf jaar door de afdeling bestuurswetenschappen van het "Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans" te Brussel of door het Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen te Elsene of door het Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen te Antwerpen.
Niveau B :
a) diploma's van bachelors;
b) getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere cyclus;
c) diploma van meetkundig schatter van onroerende goederen;
d) diploma van mijnmeter;
e) een diploma uitgereikt in een basisopleiding van één cyclus of in een initiële lerarenopleiding van één cyclus door een hogeschool opgericht, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
f) kandidaatsdiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie ofwel door de Belgische universiteiten met inbegrip van de aan die universiteiten verbonden scholen, de bij de wet ermee gelijkgestelde instellingen of de instellingen voor hoger onderwijs van twee cycli, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen ofwel door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
g) diploma van technisch ingenieur uitgereikt na hogere technische leergangen van de tweede graad;
h) diploma van een afdeling ingedeeld in het hoger onderwijs van één cyclus en voor sociale promotie, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen;
i) getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door een examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
j) getuigschrift na het slagen voor de eerste twee studiejaren van de polytechnische afdeling of van de afdeling "Alle Wapens" van de Koninklijke Militaire School;
k) diploma van hoger kunst- of technisch onderwijs van de 3e, 2e of 1e graad uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een der Gemeenschappen.
Niveau B (Overgangsmaatregel) :
a) diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie, door de Koloniale Hogeschool van België te Antwerpen of kandidaatsdiploma uitgereikt door het Universitair Instituut voor Overzeese Gebieden te Antwerpen;
b) kandidaatsdiploma uitgereikt na een cyclus van ten minste twee jaar studie door een instelling van hoger technisch onderwijs van de derde graad of door een instelling van technisch onderwijs, gerangschikt als handelshogescholen in de categorie A5;
c) diploma van burgerlijk conducteur, uitgereikt door een Belgische universiteit;
d) diploma van technisch ingenieur afgeleverd door een hogere technische school van de tweede graad;
e) diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, van lager onderwijzer, lagere onderwijzeres of bewaarschoolonderwijzeres;
f) diploma van gegradueerde in de landbouwwetenschappen, uitgereikt overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 oktober 1934 tot vaststelling van de voorwaarden voor het toekennen der diploma's van landbouwkundig ingenieur, van scheikundig landbouwingenieur, van ingenieur voor waters en bossen, van koloniaal landbouwkundig ingenieur, van tuinbouwkundig ingenieur, van boerderijbouwkundig ingenieur, van ingenieur der landbouwbedrijven, zoals het werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 1936;
g) diploma uitgereikt door een instelling voor het hoger technisch onderwijs van de eerste graad met volledig leerplan opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie;
h) diploma uitgereikt door een instelling voor hoger technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van regeringswege samengestelde examencommissie en gerangschikt in een van navolgende categorieën : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2/An, C1/D, C5/C1/D, C1/An of door een van regeringswege samengestelde examencommissie;
i) diploma gerangschikt in de categorie B3/B1, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die, bij de toelating, een diploma eist van volledige hogere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen of een diploma van een afdeling gerangschikt in de categorie B3/B2, uitgereikt door een instelling voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating een diploma eist van lagere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen;
j) diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, uitgereikt door de instellingen opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen of door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen ingestelde examencommissie.
Niveau C :
a) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van een van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt getuigschrift van hoger secundair onderwijs;
b) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat of van een van de Gemeenschappen voor het secundair onderwijs uitgereikt bekwaamheidsdiploma dat toegang verleent tot het hoger onderwijs;
c) diploma uitgereikt na het examen bedoeld in artikel 5 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd op 31 december 1949;
d) brevet van verpleeg- of ziekenhuisassistent(e) of van verpleger of verpleegster, uitgereikt hetzij door een door de Staat in de categorie van de aanvullende secundaire beroepsscholen opgerichte, gesubsidieerde of erkende verplegingsafdeling, hetzij door een door de Staat of een der Gemeenschappen ingestelde examencommissie;
e) diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
f) studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, uitgereikt door een door de Staat of door een van de Gemeenschappen opgerichte, erkende of gesubsidieerde instelling;
g) getuigschrift, diploma of brevet van het zeevaartonderwijs van de hogere secundaire cyclus;
h) diploma van een tot de groep handel, administratie en organisatie behorende afdeling van een hogere secundaire technische leergang van een instelling voor technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen, uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden.
Niveau C (Overgangsmaatregelen) :
a) getuigschrift uitgereikt na een van de voorbereidende proeven voorgeschreven in de artikelen 10, 10bis en 12 van de op 31 december 1949 gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, zoals die bepalingen bestonden vóór 8 juni 1964;
b) gehomologeerd of door de examencommissie van de Staat voor het hoger middelbaar onderwijs afgeleverd diploma of getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
c) erkend of aanvaard diploma van middelbare studies van de hogere graad (handelsafdeling);
d) diploma of eindgetuigschrift van hoger middelbaar onderwijs behaald met vrucht;
e) gehomologeerd diploma van de hogere secundaire technische school of eindgetuigschrift van studies in een hogere secundaire technische school, uitgereikt na een cyclus van drie jaren hogere secundaire studies, met vrucht, door een instelling van technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of diploma van de hogere secundaire technische school uitgereikt door de examencommissie van de Staat;
f) diploma of eindgetuigschrift van de hogere secundaire technische school - vroegere categorieën A2, A6/A2, A6/C1/A2, A7/A2, A8/A2, A2A, C1, C1A, C5/C1, C1/A2 - uitgereikt na een cyclus van drie jaren hogere secundaire studies, met vrucht, door een instelling van technisch onderwijs, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een examencommissie van de Staat;
g) gehomologeerd diploma van hogere secundair kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt overeenkomstig de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit van 10 februari 1971 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid van het studiepeil van de instellingen voor kunstonderwijs met dat van de hogere secundaire technische school en waarbij de voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's bepaald worden en het koninklijk besluit van 25 juni 1976 tot regeling van de studies van sommige hogere secundaire afdelingen van de instellingen voor kunstonderwijs met volledig leerplan;
h) einddiploma, eindgetuigschrift, studieattest of brevet van het zesde jaar van het kunst- of beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
i) brevet of eindgetuigschrift uitgereikt na afloop van de hogere cyclus van een beroepsafdeling verbonden aan een instelling voor technisch onderwijs opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en gerangschikt in één van de categorieën A4, C3, C2, C5;
j) diploma uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs gerangschikt in de categorie B3/B1, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
k) einddiploma of -getuigschrift uitgereikt na een cyclus van ten minste zevenhonderd vijftig lestijden door een instelling voor technisch onderwijs gerangschikt in de categorie B3/B2, opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en die bij de toelating een diploma eist van lagere secundaire studies of het welslagen voor een daarmede gelijkgesteld toelatingsexamen;
l) einddiploma, studiegetuigschrift of getuigschrift uitgereikt na het volgen, met vrucht, van het zesde leerjaar van het algemeen, het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan, uitgereikt door een instelling opgericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat of door een van de Gemeenschappen.
Niveau D :
Geen diploma of studiegetuigschrift vereist.
2. De in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die, krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en getuigschriften, gelijkwaardig worden verklaard met één van de in deze lijst bedoelde diploma's of studiegetuigschriften worden eveneens in aanmerking genomen.
3. In afwijking van punt 2 en in toepassing van de richtlijn van de Raad van de EEG van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, worden in aanmerking genomen voor de toelating tot de instelling :
a) het diploma, getuigschrift of brevet, behaald na een postsecundaire studiecyclus, dat door een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen is voorgeschreven voor de toelating tot een overeenkomstige functie op zijn grondgebied of voor de uitoefening van die functie en dat werd behaald in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen;
b) het feit dat gedurende ten minste twee jaar tijdens de voorafgaande tien jaar de overeenkomstige functie voltijds werd uitgeoefend in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen, waar de toegang tot de bewuste functie niet is gereglementeerd, voor zover dat de betrokkene één of meer opleidingstitels bezit :
- die werden uitgereikt door een bevoegde overheid in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, die werd aangewezen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechterlijke bepalingen van die Staat
- waaruit blijkt, dat de houder met succes een postsecundaire studiecyclus van ten minste drie jaar of een gelijkwaardige deeltijdse studie heeft gevolgd aan een universiteit of een instelling van hoger onderwijs of een andere instelling van hetzelfde opleidingsniveau in een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, en, in voorkomend geval, dat hij met succes de beroepsopleiding heeft gevolgd die in aanvulling op de postsecundaire studiecyclus wordt vereist
- en die hem op de uitoefening van dat beroep heeft voorbereid.
In het raam van een bepaald vergelijkend wervingsexamen is SELOR of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel ermee belast de kandidaatstellingen in ontvangst te nemen van de houders van de in punt 3, littera a en b bedoelde titels.
Teneinde de waarde van de voorgestelde titels te kennen, legt de afgevaardigd bestuurder of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel die titels voor advies voor aan de bevoegde onderwijsoverheden.
Daarna treft hij de bij het artikel 8, § 2, van de richtlijnen voorgeschreven beslissingen, met inbegrip van de eventuele toepassing van de bij artikel 4 ervan voorziene compensatiebepalingen.
4. In afwijking van punt 2, gelden voor de toelating tot de instelling, ook de bepalingen van de richtlijn van de Raad van de EEG van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel voor de erkenning van beroepsopleidingen in het hoger onderwijs van minder drie jaar en van de beroepsopleidingen in het secundair onderwijs.
In het raam van een bepaald vergelijkend wervingsexamen is SELOR of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel ermee belast de kandidaatstellingen in ontvangst te nemen van de houders van de in de artikelen 3, 5 en 6 van de richtlijn bedoelde titels.
Teneinde de waarde van de voorgestelde titels te kennen, legt de afgevaardigd bestuurder van SELOR of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel die titels voor advies voor aan de bevoegde onderwijsoverheden.
Daarna treft hij de bij het artikel 12, § 2, van de richtlijnen voorgeschreven beslissingen, met inbegrip van de eventuele toepassing van de bij artikel 4, 5 en 7 ervan voorziene compensatiebepalingen.
5. De richtlijnen die de in de punten 3 en 4 opgesomde richtlijnen zouden aanvullen of vervangen, zijn voor wat betreft de toelaatbaarheid van personen tot de in artikel I 1 vermelde instellingen en agentschappen van rechtswege van toepassing, behalve indien ze bepalingen beïnvloeden die aanpassingsmaatregelen moeten ondergaan of de bevoegdheden zouden wijzigen die aan Selor of een andere instantie belast met de werving en selectie van personeel zijn toegekend.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2004 tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, betreffende de herplaatsing, de interne arbeidsmarkt, de uitvoering van het sectoraal akkoord 2003-2004 en andere bepalingen.
Brussel, 19 november 2004.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN
Art. N1. Annexe III. - Liaison diplôme - niveau administratif.
1. Les diplômes ou certificats suivants sont, selon le niveau administratif et les classes salariales correspondantes, pris en considération pour le recrutement :
Niveau A :
a) diplômes de master, de licencié, de docteur, de pharmacien, d'ingénieur civil, d'ingénieur agricole, d'ingénieur commercial, d'ingénieur en chimie et en industries agricoles, d'ingénieur civil-architecte, de bio-ingénieur, de médecin, de dentiste ou de vétérinaire, délivrés par les universités belges, y compris les écoles rattachées à ces universités, ou par les établissements y assimilés par la loi ou par le décret, si les études ont comporté au moins quatre années, même si une partie de ces études n'a pas été accomplie dans un des établissements d'enseignement précités, ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
b) diplômes de licencié en sciences commerciales, d'ingénieur commercial, de licencié en sciences administratives, de licencié-traducteur, de licencié-interprète, de licencié en sciences nautiques, d'ingénieur industriel, d'architecte ou de licencié en communication appliquée, de licencié en kinésithérapie et de licencié en organisation du travail et santé, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de deux cycles créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
c) diplômes d'architecte d'intérieur, de licencié en développement de produits, de maître de musique, d'arts plastiques, d'art dramatique, d'art audiovisuel, de design de produits ou en conservation-restauration, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de deux cycles créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par un jury institué par cette Communauté;
d) certificats délivrés à ceux qui ont terminé avec fruit les études de la section polytechnique ou de la section "Toutes Armes" de l'Ecole royale militaire et qui sont habilités à porter le titre d'ingénieur civil ou celui de licencié, avec la qualification déterminée par le Roi, en vertu de la loi du 11 septembre 1933 sur la protection des titres de l'enseignement supérieur.
Niveau A (Mesure transitoire) :
a) diplôme délivré par l'Université coloniale de Belgique à Anvers ou diplôme de licencié délivré par l'Institut universitaire des Territoires d'outre-mer à Anvers, si les études ont comporté au moins quatre années;
b) diplôme de licencié en sciences commerciales, de licencié en sciences administratives, d'ingénieur commercial, de licencié-traducteur ou de licencié-interprète, délivrés par des établissements d'enseignement technique supérieur du troisième degré ou par des établissements d'enseignement technique - classés comme instituts supérieurs de commerce A5 - ou par un jury institué par l'Etat;
c) diplôme ou certificat de fin d'études délivré après un cycle de cinq ans par la section des sciences administratives de l'Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans à Bruxelles ou par le "Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen" à Ixelles ou par le "Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen" à Anvers.
Niveau B :
a) diplômes de bachelor;
b) certificat, diplôme ou brevet d'enseignement maritime du cycle supérieur;
c) diplôme de géomètre-expert immobilier;
d) diplôme de géomètre des mines;
e) un diplôme délivré dans une formation initiale d'un cycle ou dans une formation initiale des enseignants d'un cycle par un institut supérieur créé, agrée ou subventionné par la Communauté flamande ou par un jury de la Communauté flamande;
f) diplôme ou certificat de candidature délivré après un cycle d'au moins deux années d'études, soit par les universités belges, y compris les écoles rattachees à ces universités, les établissements y assimilés par la loi ou les établissements d'enseignement supérieur de deux cycles créés, subventionnés ou agréés par l'Etat ou l'une des Communautés, soit par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
g) diplôme d'ingénieur-technicien délivré après des cours supérieurs techniques du deuxième degré;
h) diplôme d'une section classée dans l'enseignement supérieur d'un cycle et de promotion sociale, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés;
i) certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par un jury de la Communauté flamande;
j) certificat attestant la réussite des deux premières années d'études de la section polytechnique ou de la section "Toutes Armes" de l'Ecole royale militaire;
k) diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou technique du 3e, 2e ou 1er degré délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés.
Niveau B (Mesure transitoire) :
a) diplôme délivré après un cycle d'au moins deux années d'études par l'Université coloniale de Belgique à Anvers ou diplôme de candidature délivré par l'Institut universitaire des Territoires d'outre-mer à Anvers;
b) diplôme de candidature délivré après un cycle d'au moins deux années d'études par une école d'enseignement technique supérieur du troisième degré ou par un établissement d'enseignement technique, classé comme institut supérieur de commerce dans la catégorie A5;
c) diplôme de conducteur civil délivré par une université belge;
d) diplôme d'ingénieur technicien délivré par une école supérieure technique du deuxième degré;
e) diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, d'instituteur primaire, d'institutrice primaire ou d'institutrice gardienne;
f) diplôme de gradué en sciences agronomiques, délivré conformément aux dispositions de l'article 8 de l'arrêté royal du 31 octobre 1934 fixant les conditions de collation des diplômes d'ingénieur agronome, d'ingénieur-chimiste agricole, d'ingénieur des eaux et forêts, d'ingénieur agronome colonial, d'ingénieur horticole, d'ingénieur du génie rural, d'ingénieur des industries agricoles, tel qu'il a été modifié par l'arrêté royal du 16 juillet 1936;
g) diplôme délivré par un établissement d'enseignement technique supérieur du premier degré et de plein exercice, créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury constitué par le Gouvernement;
h) diplôme délivré par un établissement d'enseignement supérieur technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury constitué par le Gouvernement et classé dans une des catégories suivantes : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2/An, C1/D, C5/C1/D, C1/An ou par un jury constitué par le Gouvernement;
i) diplôme classé dans la catégorie B3/B1, délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes, par un établissement d'enseignement technique créé subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant, lors de l'admission, un diplôme d'études secondaires supérieures complètes ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé ou un diplôme d'une section classée en catégorie B3/B2, délivré par un établissement d'enseignement technique créé subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant, lors de l'admission, un diplôme d'études secondaires inférieures complètes ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé;
j) diplôme de l'enseignement supérieur d'un cycle et de plein exercice, délivré par les établissements créés, subventionnés ou agréés par l'Etat ou l'une des Communautés ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés.
Niveau C :
a) certificat d'enseignement secondaire supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat ou d'une des Communautés pour l'enseignement secondaire;
b) diplôme d'aptitude donnant accès à l'enseignement supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat ou d'une des Communautés pour l'enseignement secondaire;
c) diplôme délivré à la suite de l'examen prévu à l'article 5 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées le 31 décembre 1949;
d) brevet d'hospitalier ou hospitalière, d'assistant ou assistante en soins hospitaliers ou d'infirmier ou infirmière, délivré, soit par une section de nursing créée, subventionnée ou agréée par l'Etat ou l'une des Communautés dans la catégorie des écoles professionnelles secondaires complémentaires, soit par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
e) diplôme de l'enseignement secondaire, délivré dans l'enseignement secondaire général, technique, artistique ou professionnel par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés ou par le jury de la Communauté flamande;
f) certificat de fin d'étude de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, délivré par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés;
g) certificat, diplôme ou brevet d'enseignement maritime du cycle secondaire supérieur;
h) diplôme d'une section appartenant au groupe commerce, administration et organisation d'un cours technique secondaire supérieur d'un établissement d'enseignement technique, créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou l'une des Communautés, délivre après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes.
Niveau C (Mesures transitoires) :
a) certificat délivré à la suite d'une des épreuves préparatoires prévues aux articles 10, 10bis et 12 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées le 31 décembre 1949, telles que ces dispositions étaient rédigées avant le 8 juin 1964;
b) diplôme ou certificat de l'enseignement moyen supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat pour l'enseignement moyen supérieur;
c) diplôme agréé ou accepté de fin d'études moyennes du degré supérieur (section commerciale);
d) diplôme ou certificat de fin d'études de l'enseignement moyen supérieur obtenu avec fruit;
e) diplôme homologué d'école technique secondaire supérieure ou certificat de fin d'études d'une école technique secondaire supérieure, délivré après un cycle de trois années d'études secondaires supérieures, terminées avec fruit, par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou diplôme d'école technique secondaire supérieure, délivré par le jury de l'Etat;
f) diplôme ou certificat de fin d'études d'école technique secondaire supérieure - anciennes catégories A2, A6/A2, A6/C1/A2, A7/A2, A8/A2, A2A, C1, C1A, C5/C1, C1/A2 -, délivré après un cycle de trois années d'études secondaires supérieures, terminées avec fruit, par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury de l'Etat;
g) diplôme homologué d'enseignement artistique secondaire supérieur de plein exercice, délivré conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 10 février 1971 fixant l'équivalence du niveau des études des établissements d'enseignement artistique à celui de l'école technique secondaire supérieure et déterminant les conditions dans lesquelles les diplômes sont délivrés et de l'arrêté royal du 25 juin 1976 réglant les études de certaines divisions secondaires supérieures des établissements d'enseignement artistique de plein exercice;
h) diplôme ou certificat de fin d'études, brevet ou attestation d'études de la sixième année de l'enseignement artistique ou professionnel secondaire supérieur de plein exercice, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat;
i) brevet ou certificat de fin d'études délivré après la fréquentation du cycle secondaire supérieur d'une section professionnelle d'un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat et classé dans l'une des catégories A4, C3, C2 ou C5;
j) diplôme délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes, par un établissement d'enseignement technique classé dans la catégorie B3/B1, créé, subventionné ou agréé par l'Etat;
k) diplôme ou certificat de fin d'études délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes par un établissement d'enseignement technique classé dans la catégorie B3/B2, créé, subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant lors de l'admission un diplôme d'études secondaires inférieures ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé;
l) diplôme de fin d'études, certificat d'études ou attestation de fréquentation avec fruit de la sixième année d'enseignement général, technique, artistique ou professionnel secondaire de plein exercice, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés.
Niveau D :
Aucun diplôme ou certificat d'études n'est requis.
2. Sont admis également les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger qui, en vertu de traités ou de conventions internationales ou en application de la procédure d'octroi de l'équivalence prévue par la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers, sont déclarés équivalents à l'un des diplômes ou certificats d'études visés dans la présente liste.
3. Par dérogation au point 2 et par application de la directive du Conseil de la CEE du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans, sont pris en considération pour l'admission à l'organisme :
a) le diplôme, certificat ou brevet délivré à l'issue d'un cycle, d'études post-secondaire, qui est prescrit par un autre Etat membre des Communautés européennes pour l'admission à une fonction correspondante sur son territoire ou pour l'exercice de cette fonction et qui a été obtenu dans un Etat membre des Communautés européennes;
b) le fait que la fonction correspondante a été exercée à temps plein pendant deux ans au moins au cours des dix années précédentes dans un autre Etat membre des Communautés européennes où l'accès à cette fonction n'est pas réglementé, pour autant que l'intéressé est titulaire d'un ou de plusieurs titres de formation :
- qui ont été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre des Communautés européennes qui a été désignée conformément aux dispositions légales et du droit administratif de cet Etat
- attestant que le titulaire a suivi avec fruit un cycle d'études post-secondaire de trois ans au moins ou des études équivalentes à temps partiel auprès d'une université ou d'un établissement d'enseignement supérieur ou d'un autre établissement du même niveau de formation dans un Etat membre des Communautés européennes et, le cas échéant, qu'il a suivi avec fruit la formation professionnelle requise en complément du cycle d'études post-secondaire
- et qui l'ont préparé à l'exercice de cette profession.
Dans le cadre d'un concours de recrutement déterminé, SELOR ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels est chargé de réceptionner les candidatures des porteurs des titres visés au point 3, lettres a et b.
Afin de connaître la valeur des titres proposés, l'administrateur délégué ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels soumet les titres à l'avis des autorités d'enseignement compétentes.
Il prend ensuite les décisions prescrites par l'article 8, § 2, des directives, y compris celles relatives à l'application éventuelle des dispositions compensatoires prévues à l'article 4.
4. Par dérogation au point 2, l'admission à l'organisme est également régie par les dispositions de la directive du Conseil de la CEE du 18 juin 1992 relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles dans l'enseignement supérieur de moins de trois ans et des formations professionnelles dans l'enseignement secondaire.
Dans le cadre d'un concours de recrutement déterminé, SELOR ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels est chargé de réceptionner les candidatures des porteurs des titres visés aux articles 3, 5 et 6 de la directive.
Afin de connaître la valeur des titres proposés, l'administrateur délégué ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels soumet les titres à l'avis des autorités d'enseignement compétentes.
Il prend ensuite les décisions prescrites par l'article 12, § 2, des directives, y compris celles relatives à l'application éventuelle des dispositions compensatoires prévues par les articles 4, 5 et 7.
5. Les directives qui compléteraient ou remplaceraient les directives énoncées aux points 3 et 4, sont applicables de plein droit pour ce qui concerne l'admissibilité de personnes aux organismes et agences cités à l'article I 1, sauf au cas où elles auraient une répercussion sur des dispositions auxquelles des mesures d'adaptation doivent être appliquées ou qui changeraient les compétences conférées à Selor ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2004 modifiant l'arrêté de base OPF du 30 juin 2000, en ce qui concerne la réaffectation, le marché interne de l'emploi, l'exécution de l'accord sectoriel 2003-2004 et d'autres dispositions.
Bruxelles, le 19 novembre 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique
M. KEULEN
1. Les diplômes ou certificats suivants sont, selon le niveau administratif et les classes salariales correspondantes, pris en considération pour le recrutement :
Niveau A :
a) diplômes de master, de licencié, de docteur, de pharmacien, d'ingénieur civil, d'ingénieur agricole, d'ingénieur commercial, d'ingénieur en chimie et en industries agricoles, d'ingénieur civil-architecte, de bio-ingénieur, de médecin, de dentiste ou de vétérinaire, délivrés par les universités belges, y compris les écoles rattachées à ces universités, ou par les établissements y assimilés par la loi ou par le décret, si les études ont comporté au moins quatre années, même si une partie de ces études n'a pas été accomplie dans un des établissements d'enseignement précités, ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
b) diplômes de licencié en sciences commerciales, d'ingénieur commercial, de licencié en sciences administratives, de licencié-traducteur, de licencié-interprète, de licencié en sciences nautiques, d'ingénieur industriel, d'architecte ou de licencié en communication appliquée, de licencié en kinésithérapie et de licencié en organisation du travail et santé, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de deux cycles créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
c) diplômes d'architecte d'intérieur, de licencié en développement de produits, de maître de musique, d'arts plastiques, d'art dramatique, d'art audiovisuel, de design de produits ou en conservation-restauration, délivrés par un établissement d'enseignement supérieur de deux cycles créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par un jury institué par cette Communauté;
d) certificats délivrés à ceux qui ont terminé avec fruit les études de la section polytechnique ou de la section "Toutes Armes" de l'Ecole royale militaire et qui sont habilités à porter le titre d'ingénieur civil ou celui de licencié, avec la qualification déterminée par le Roi, en vertu de la loi du 11 septembre 1933 sur la protection des titres de l'enseignement supérieur.
Niveau A (Mesure transitoire) :
a) diplôme délivré par l'Université coloniale de Belgique à Anvers ou diplôme de licencié délivré par l'Institut universitaire des Territoires d'outre-mer à Anvers, si les études ont comporté au moins quatre années;
b) diplôme de licencié en sciences commerciales, de licencié en sciences administratives, d'ingénieur commercial, de licencié-traducteur ou de licencié-interprète, délivrés par des établissements d'enseignement technique supérieur du troisième degré ou par des établissements d'enseignement technique - classés comme instituts supérieurs de commerce A5 - ou par un jury institué par l'Etat;
c) diplôme ou certificat de fin d'études délivré après un cycle de cinq ans par la section des sciences administratives de l'Institut d'enseignement supérieur Lucien Cooremans à Bruxelles ou par le "Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen" à Ixelles ou par le "Provinciaal Hoger Instituut voor Bestuurswetenschappen" à Anvers.
Niveau B :
a) diplômes de bachelor;
b) certificat, diplôme ou brevet d'enseignement maritime du cycle supérieur;
c) diplôme de géomètre-expert immobilier;
d) diplôme de géomètre des mines;
e) un diplôme délivré dans une formation initiale d'un cycle ou dans une formation initiale des enseignants d'un cycle par un institut supérieur créé, agrée ou subventionné par la Communauté flamande ou par un jury de la Communauté flamande;
f) diplôme ou certificat de candidature délivré après un cycle d'au moins deux années d'études, soit par les universités belges, y compris les écoles rattachees à ces universités, les établissements y assimilés par la loi ou les établissements d'enseignement supérieur de deux cycles créés, subventionnés ou agréés par l'Etat ou l'une des Communautés, soit par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
g) diplôme d'ingénieur-technicien délivré après des cours supérieurs techniques du deuxième degré;
h) diplôme d'une section classée dans l'enseignement supérieur d'un cycle et de promotion sociale, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés;
i) certificat de l'enseignement supérieur pédagogique de type court de promotion sociale, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par un jury de la Communauté flamande;
j) certificat attestant la réussite des deux premières années d'études de la section polytechnique ou de la section "Toutes Armes" de l'Ecole royale militaire;
k) diplôme de l'enseignement supérieur artistique ou technique du 3e, 2e ou 1er degré délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par une des Communautés.
Niveau B (Mesure transitoire) :
a) diplôme délivré après un cycle d'au moins deux années d'études par l'Université coloniale de Belgique à Anvers ou diplôme de candidature délivré par l'Institut universitaire des Territoires d'outre-mer à Anvers;
b) diplôme de candidature délivré après un cycle d'au moins deux années d'études par une école d'enseignement technique supérieur du troisième degré ou par un établissement d'enseignement technique, classé comme institut supérieur de commerce dans la catégorie A5;
c) diplôme de conducteur civil délivré par une université belge;
d) diplôme d'ingénieur technicien délivré par une école supérieure technique du deuxième degré;
e) diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, d'instituteur primaire, d'institutrice primaire ou d'institutrice gardienne;
f) diplôme de gradué en sciences agronomiques, délivré conformément aux dispositions de l'article 8 de l'arrêté royal du 31 octobre 1934 fixant les conditions de collation des diplômes d'ingénieur agronome, d'ingénieur-chimiste agricole, d'ingénieur des eaux et forêts, d'ingénieur agronome colonial, d'ingénieur horticole, d'ingénieur du génie rural, d'ingénieur des industries agricoles, tel qu'il a été modifié par l'arrêté royal du 16 juillet 1936;
g) diplôme délivré par un établissement d'enseignement technique supérieur du premier degré et de plein exercice, créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury constitué par le Gouvernement;
h) diplôme délivré par un établissement d'enseignement supérieur technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury constitué par le Gouvernement et classé dans une des catégories suivantes : A1, A6/A1, A7/A1, C1/A1, A8/A1, A1/D, A2/An, C1/D, C5/C1/D, C1/An ou par un jury constitué par le Gouvernement;
i) diplôme classé dans la catégorie B3/B1, délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes, par un établissement d'enseignement technique créé subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant, lors de l'admission, un diplôme d'études secondaires supérieures complètes ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé ou un diplôme d'une section classée en catégorie B3/B2, délivré par un établissement d'enseignement technique créé subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant, lors de l'admission, un diplôme d'études secondaires inférieures complètes ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé;
j) diplôme de l'enseignement supérieur d'un cycle et de plein exercice, délivré par les établissements créés, subventionnés ou agréés par l'Etat ou l'une des Communautés ou par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés.
Niveau C :
a) certificat d'enseignement secondaire supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat ou d'une des Communautés pour l'enseignement secondaire;
b) diplôme d'aptitude donnant accès à l'enseignement supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat ou d'une des Communautés pour l'enseignement secondaire;
c) diplôme délivré à la suite de l'examen prévu à l'article 5 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées le 31 décembre 1949;
d) brevet d'hospitalier ou hospitalière, d'assistant ou assistante en soins hospitaliers ou d'infirmier ou infirmière, délivré, soit par une section de nursing créée, subventionnée ou agréée par l'Etat ou l'une des Communautés dans la catégorie des écoles professionnelles secondaires complémentaires, soit par un jury institué par l'Etat ou l'une des Communautés;
e) diplôme de l'enseignement secondaire, délivré dans l'enseignement secondaire général, technique, artistique ou professionnel par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés ou par le jury de la Communauté flamande;
f) certificat de fin d'étude de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, délivré par un établissement créé, agréé ou subventionné par l'Etat ou une des Communautés;
g) certificat, diplôme ou brevet d'enseignement maritime du cycle secondaire supérieur;
h) diplôme d'une section appartenant au groupe commerce, administration et organisation d'un cours technique secondaire supérieur d'un établissement d'enseignement technique, créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou l'une des Communautés, délivre après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes.
Niveau C (Mesures transitoires) :
a) certificat délivré à la suite d'une des épreuves préparatoires prévues aux articles 10, 10bis et 12 des lois sur la collation des grades académiques et le programme des examens universitaires, coordonnées le 31 décembre 1949, telles que ces dispositions étaient rédigées avant le 8 juin 1964;
b) diplôme ou certificat de l'enseignement moyen supérieur, homologué ou délivré par le jury de l'Etat pour l'enseignement moyen supérieur;
c) diplôme agréé ou accepté de fin d'études moyennes du degré supérieur (section commerciale);
d) diplôme ou certificat de fin d'études de l'enseignement moyen supérieur obtenu avec fruit;
e) diplôme homologué d'école technique secondaire supérieure ou certificat de fin d'études d'une école technique secondaire supérieure, délivré après un cycle de trois années d'études secondaires supérieures, terminées avec fruit, par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou diplôme d'école technique secondaire supérieure, délivré par le jury de l'Etat;
f) diplôme ou certificat de fin d'études d'école technique secondaire supérieure - anciennes catégories A2, A6/A2, A6/C1/A2, A7/A2, A8/A2, A2A, C1, C1A, C5/C1, C1/A2 -, délivré après un cycle de trois années d'études secondaires supérieures, terminées avec fruit, par un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par un jury de l'Etat;
g) diplôme homologué d'enseignement artistique secondaire supérieur de plein exercice, délivré conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 10 février 1971 fixant l'équivalence du niveau des études des établissements d'enseignement artistique à celui de l'école technique secondaire supérieure et déterminant les conditions dans lesquelles les diplômes sont délivrés et de l'arrêté royal du 25 juin 1976 réglant les études de certaines divisions secondaires supérieures des établissements d'enseignement artistique de plein exercice;
h) diplôme ou certificat de fin d'études, brevet ou attestation d'études de la sixième année de l'enseignement artistique ou professionnel secondaire supérieur de plein exercice, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat;
i) brevet ou certificat de fin d'études délivré après la fréquentation du cycle secondaire supérieur d'une section professionnelle d'un établissement d'enseignement technique créé, subventionné ou agréé par l'Etat et classé dans l'une des catégories A4, C3, C2 ou C5;
j) diplôme délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes, par un établissement d'enseignement technique classé dans la catégorie B3/B1, créé, subventionné ou agréé par l'Etat;
k) diplôme ou certificat de fin d'études délivré après un cycle d'au moins sept cent cinquante périodes par un établissement d'enseignement technique classé dans la catégorie B3/B2, créé, subventionné ou agréé par l'Etat et exigeant lors de l'admission un diplôme d'études secondaires inférieures ou la réussite d'un examen d'entrée y assimilé;
l) diplôme de fin d'études, certificat d'études ou attestation de fréquentation avec fruit de la sixième année d'enseignement général, technique, artistique ou professionnel secondaire de plein exercice, délivré par un établissement créé, subventionné ou agréé par l'Etat ou par l'une des Communautés.
Niveau D :
Aucun diplôme ou certificat d'études n'est requis.
2. Sont admis également les diplômes et certificats d'études obtenus selon un régime étranger qui, en vertu de traités ou de conventions internationales ou en application de la procédure d'octroi de l'équivalence prévue par la loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers, sont déclarés équivalents à l'un des diplômes ou certificats d'études visés dans la présente liste.
3. Par dérogation au point 2 et par application de la directive du Conseil de la CEE du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans, sont pris en considération pour l'admission à l'organisme :
a) le diplôme, certificat ou brevet délivré à l'issue d'un cycle, d'études post-secondaire, qui est prescrit par un autre Etat membre des Communautés européennes pour l'admission à une fonction correspondante sur son territoire ou pour l'exercice de cette fonction et qui a été obtenu dans un Etat membre des Communautés européennes;
b) le fait que la fonction correspondante a été exercée à temps plein pendant deux ans au moins au cours des dix années précédentes dans un autre Etat membre des Communautés européennes où l'accès à cette fonction n'est pas réglementé, pour autant que l'intéressé est titulaire d'un ou de plusieurs titres de formation :
- qui ont été délivrés par une autorité compétente dans un Etat membre des Communautés européennes qui a été désignée conformément aux dispositions légales et du droit administratif de cet Etat
- attestant que le titulaire a suivi avec fruit un cycle d'études post-secondaire de trois ans au moins ou des études équivalentes à temps partiel auprès d'une université ou d'un établissement d'enseignement supérieur ou d'un autre établissement du même niveau de formation dans un Etat membre des Communautés européennes et, le cas échéant, qu'il a suivi avec fruit la formation professionnelle requise en complément du cycle d'études post-secondaire
- et qui l'ont préparé à l'exercice de cette profession.
Dans le cadre d'un concours de recrutement déterminé, SELOR ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels est chargé de réceptionner les candidatures des porteurs des titres visés au point 3, lettres a et b.
Afin de connaître la valeur des titres proposés, l'administrateur délégué ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels soumet les titres à l'avis des autorités d'enseignement compétentes.
Il prend ensuite les décisions prescrites par l'article 8, § 2, des directives, y compris celles relatives à l'application éventuelle des dispositions compensatoires prévues à l'article 4.
4. Par dérogation au point 2, l'admission à l'organisme est également régie par les dispositions de la directive du Conseil de la CEE du 18 juin 1992 relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles dans l'enseignement supérieur de moins de trois ans et des formations professionnelles dans l'enseignement secondaire.
Dans le cadre d'un concours de recrutement déterminé, SELOR ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels est chargé de réceptionner les candidatures des porteurs des titres visés aux articles 3, 5 et 6 de la directive.
Afin de connaître la valeur des titres proposés, l'administrateur délégué ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels soumet les titres à l'avis des autorités d'enseignement compétentes.
Il prend ensuite les décisions prescrites par l'article 12, § 2, des directives, y compris celles relatives à l'application éventuelle des dispositions compensatoires prévues par les articles 4, 5 et 7.
5. Les directives qui compléteraient ou remplaceraient les directives énoncées aux points 3 et 4, sont applicables de plein droit pour ce qui concerne l'admissibilité de personnes aux organismes et agences cités à l'article I 1, sauf au cas où elles auraient une répercussion sur des dispositions auxquelles des mesures d'adaptation doivent être appliquées ou qui changeraient les compétences conférées à Selor ou une autre instance chargée du recrutement et de la sélection de personnels.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2004 modifiant l'arrêté de base OPF du 30 juin 2000, en ce qui concerne la réaffectation, le marché interne de l'emploi, l'exécution de l'accord sectoriel 2003-2004 et d'autres dispositions.
Bruxelles, le 19 novembre 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique
M. KEULEN
Art. N2. Bijlage IV. - Tabel van de salarisschalen niv. A en B vanaf 1-12-2004
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 26-04-2005, p. 19337-19340).
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2004 tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, betreffende de herplaatsing, de interne arbeidsmarkt, de uitvoering van het sectoraal akkoord 2003-2004 en andere bepalingen.
Brussel, 19 november 2004.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 26-04-2005, p. 19337-19340).
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2004 tot wijziging van het stambesluit VOI van 30 juni 2000, betreffende de herplaatsing, de interne arbeidsmarkt, de uitvoering van het sectoraal akkoord 2003-2004 en andere bepalingen.
Brussel, 19 november 2004.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel,
F. MOERMAN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
I. VERVOTTE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN.
Art. N2. Annexe IV. Tabel van de salarisschalen niv. A en B vanaf 1-12-2004.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 26-04-2005, p. 19352-19355).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2004 modifiant l'arrêté de base OPF du 30 juin 2000, en ce qui concerne la réaffectation, le marché interne de l'emploi, l'exécution de l'accord sectoriel 2003-2004 et d'autres dispositions.
Bruxelles, le 19 novembre 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique
M. KEULEN.
(Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 26-04-2005, p. 19352-19355).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2004 modifiant l'arrêté de base OPF du 30 juin 2000, en ce qui concerne la réaffectation, le marché interne de l'emploi, l'exécution de l'accord sectoriel 2003-2004 et d'autres dispositions.
Bruxelles, le 19 novembre 2004.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
Y. LETERME
La Ministre flamande de l'Economie, de l'Entreprise, des Sciences, de l'Innovation et du Commerce extérieur,
F. MOERMAN
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
La Ministre flamande du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
I. VERVOTTE
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand des Affaires administratives, de la Politique extérieure, des Médias et du Tourisme,
G. BOURGEOIS
Le Ministre flamand des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
K. PEETERS
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Politique des Villes, du Logement et de l'Intégration civique
M. KEULEN.