Artikel 1. De statutaire personeelsleden van de [1 FSMA]1 kunnen verlof voorafgaand aan de pensionering aanvragen, indien zij (vóór 31 december 2007) de leeftijd van zesenvijftig jaar hebben bereikt of bereiken en zij op 60 jaar ten minste 15 jaar pensioenaanspraakverlenende dienstjaren in de openbare sector tellen, met uitzondering van de bonificaties wegens studies en van andere periodes vergoed wegens diensten die voor de vaststelling van de wedde meetellen. <KB 2007-01-15/38, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-02-2007>
Onverminderd artikel 2 vangt het verlof voorafgaand aan de pensionering aan op de eerste dag van de tweede maand volgend op de maand tijdens dewelke het personeelslid zijn aanvraag heeft ingediend, maar ten vroegste de eerste dag van de maand volgend op de maand tijdens dewelke het personeelslid zesenvijftig wordt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 MEI 2005. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden van het verlof voorafgaand aan de pensionering van de statutaire personeelsleden van de [FSMA]. <Opschrift gewijzigd door KB2011-03-03/01, art. 331, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2011> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-05-2005 en tekstbijwerking tot 09-03-2011)
Titre
22 MAI 2005. - Arrêté royal fixant les conditions du congé préalable à la mise à la retraite des membres du personnel statutaire de la [FSMA]. <Intitulé modifié par AR2011-03-03/01, art. 331, 003; En vigueur : 01-04-2011> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-05-2005 et mise à jour au 09-03-2011)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. Les agents statutaires de la [1 FSMA]1 peuvent demander un congé préalable à la mise à la retraite s'ils ont atteint ou atteignent cinquante-six ans (avant le 31 décembre 2007) et s'ils comptent à l'âge de 60 ans au moins 15 années admissibles pour l'ouverture du droit à la pension dans le secteur public, à l'exclusion des bonifications pour études et des autres périodes bonifiées à titre de service admis pour la fixation du traitement.
Sans préjudice de l'article 2, le congé préalable à la mise à la retraite débute le premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel l'agent a introduit sa demande, mais au plus tôt le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent atteint cinquante-six ans. <AR 2007-01-15/38, art. 1, 002; En vigueur : 09-02-2007>
Sans préjudice de l'article 2, le congé préalable à la mise à la retraite débute le premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel l'agent a introduit sa demande, mais au plus tôt le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'agent atteint cinquante-six ans. <AR 2007-01-15/38, art. 1, 002; En vigueur : 09-02-2007>
Art. 2. De aanvraag wordt ingediend bij de Secretaris-generaal en het verlof wordt toegestaan door het directiecomité. Indien het directiecomité oordeelt dat de aanvraag onverenigbaar is met de goede werking van de dienst, in acht genomen de specifieke kennis, capaciteiten, vaardigheden, vorming die het personeelslid heeft genoten en in acht genomen de belangrijkheid van de taak waarmee het is belast, kan het dat verlof uitstellen voor een periode van zes maanden.
Art. 2. La demande est introduite auprès du Secrétaire général et le congé est accordé par le comité de direction. Si le comité de direction estime que la demande est incompatible avec les exigences du bon fonctionnement du service eu égard aux connaissances spécifiques, capacités, aptitudes, formation dont l'agent a bénéficié et eu égard à l'importance de la tâche dont il est chargé, il peut reporter le début de ce congé pour une période de six mois.
Art. 3. De aanvraag om verlof voorafgaand aan de pensionering bedoeld in artikel 1 geldt als aanvraag om vervroegd pensioen op de leeftijd van 60 jaar.
Het verlof voorafgaand aan de pensionering is onomkeerbaar en eindigt de laatste dag van de maand gedurende dewelke de belanghebbende de leeftijd van zestig jaar bereikt, of, in geval van latere wijziging van de wetgeving de leeftijd vanaf dewelke de betrokken personen tot het rustpensioen worden toegelaten zonder penaliteit voor vervroeging.
Het verlof voorafgaand aan de pensionering is onomkeerbaar en eindigt de laatste dag van de maand gedurende dewelke de belanghebbende de leeftijd van zestig jaar bereikt, of, in geval van latere wijziging van de wetgeving de leeftijd vanaf dewelke de betrokken personen tot het rustpensioen worden toegelaten zonder penaliteit voor vervroeging.
Art. 3. La demande de congé préalable à la pension visée à l'article 1er vaut demande de pension anticipée à l'âge de 60 ans.
Le congé préalable à la retraite est irréversible et prend fin le dernier jour du mois durant lequel l'intéressé atteint l'âge de soixante ans, ou, en cas de modification ultérieure de la législation, l'âge auquel les personnes concernées peuvent être admises à la pension sans pénalité pour anticipation.
Le congé préalable à la retraite est irréversible et prend fin le dernier jour du mois durant lequel l'intéressé atteint l'âge de soixante ans, ou, en cas de modification ultérieure de la législation, l'âge auquel les personnes concernées peuvent être admises à la pension sans pénalité pour anticipation.
Art. 4. Het personeelslid met verlof voorafgaand aan de pensionering ontvangt een wachtgeld gelijk aan 80 % van de jaarlijkse brutowedde, die hem zou worden uitgekeerd wanneer hij volledige prestaties zou volbrengen. Die wedde wordt maandelijks en na vervallen termijn betaald en wordt, desgevallend, verhoogd met haard- en standplaatstoelagen en de tweetaligheidspremie. Het personeelslid ontvangt eveneens 80 % van het vakantiegeld en van de eindejaarstoelage die hem zouden worden uitgekeerd indien hij volledige prestaties zou volbrengen.
Art. 4. L'agent en congé préalable à la pension bénéficie d'un traitement d'attente égal à 80 % du traitement annuel brut, qui lui serait versé s'il accomplissait des prestations complètes. Ce traitement est payé mensuellement et à terme échu et est majoré, le cas échéant des allocations de foyer et de résidence et de la prime de bilinguisme. L'agent perçoit également 80 % du pécule de vacances et de l'allocation de fin d'année qui lui seraient versés s'il accomplissait des prestations complètes.
Art. 5. Het verlof voorafgaand aan de pensionering wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid dat van een dergelijk verlof geniet, heeft niet langer recht op een bevordering door verhoging in graad, noch op een bevordering door verhoging in weddeschaal.
Art. 5. Le congé préalable à la mise à la retraite est assimilé à une période d'activité de service. L'agent bénéficiant d'un tel congé n'a plus droit à une promotion par avancement de grade ni à une promotion par avancement barémique.
Art. 6. Het jaarlijks vakantieverlof van een personeelslid dat geniet van een verlof voorafgaand aan zijn pensionering, wordt in evenredige mate verminderd in het jaar waarin dit laatste verlof een aanvang neemt.
Art. 6. Le congé annuel de vacances d'un agent bénéficiant d'un congé préalable à sa mise à la retraite est réduit à due concurrence pendant l'année au cours de laquelle ce dernier congé commence.
Art. 7. _ De ambtenaren die genieten van het in artikel 1 bedoeld verlof mogen, mits voorafgaande toelating, andere beroepsactiviteiten uitoefenen. Indien de inkomsten uit die beroepsactiviteiten 10.000 EUR bruto per kalenderjaar overschrijden, wordt het wachtgeld verminderd of geschorst;
Dat bedrag wordt vermeerderd met 3.000 EUR, indien de begunstigde of zijn echtgenoot kinderbijslag of een als zodanig geldende tegemoetkoming ontvangt voor ten minste één kind.
Indien voor een bepaald kalenderjaar, de inkomsten uit beroepsactiviteiten met ten minste 15 pct. het grensbedrag overschrijden, wordt de betaling van het wachtgeld geschorst voor datzelfde jaar.
Indien, voor een bepaald kalenderjaar de inkomsten uit beroepsactiviteiten met minder dan 15 pct., het grensbedrag overschrijden, wordt, voor datzelfde jaar, het wachtgeld verminderd naar rato van het percentage waarmee de inkomsten het grensbedrag overschrijden.
Dat bedrag wordt vermeerderd met 3.000 EUR, indien de begunstigde of zijn echtgenoot kinderbijslag of een als zodanig geldende tegemoetkoming ontvangt voor ten minste één kind.
Indien voor een bepaald kalenderjaar, de inkomsten uit beroepsactiviteiten met ten minste 15 pct. het grensbedrag overschrijden, wordt de betaling van het wachtgeld geschorst voor datzelfde jaar.
Indien, voor een bepaald kalenderjaar de inkomsten uit beroepsactiviteiten met minder dan 15 pct., het grensbedrag overschrijden, wordt, voor datzelfde jaar, het wachtgeld verminderd naar rato van het percentage waarmee de inkomsten het grensbedrag overschrijden.
Art. 7. Les agents qui bénéficient du congé prévu à l'article 1er peuvent, moyennant autorisation préalable, exercer une activité professionnelle. Dans le cas cependant où les revenus de cette activité professionnelle dépassent les 10.000 EUR brut par année civile, le traitement d'attente sera réduit ou supprimé;
Ce montant est augmenté de 3.000 EUR, si la bénéficiaire ou son conjoint perçoit des allocations familiales ou des allocations qui en tiennent lieu pour au moins un enfant.
Lorsque pour une année civile déterminée, les revenus d'activités professionnelles dépassent de 15 p.c. au moins le montant limite, le paiement du traitement d'attente est suspendu pour cette même année.
Lorsque pour une année civile déterminée, les revenus d'activités professionnelles dépassent de moins de 15 p.c. le montant limite, le traitement d'attente est, pour cette même année, réduite à concurrence du pourcentage de dépassement des revenus par rapport au montant limite.
Ce montant est augmenté de 3.000 EUR, si la bénéficiaire ou son conjoint perçoit des allocations familiales ou des allocations qui en tiennent lieu pour au moins un enfant.
Lorsque pour une année civile déterminée, les revenus d'activités professionnelles dépassent de 15 p.c. au moins le montant limite, le paiement du traitement d'attente est suspendu pour cette même année.
Lorsque pour une année civile déterminée, les revenus d'activités professionnelles dépassent de moins de 15 p.c. le montant limite, le traitement d'attente est, pour cette même année, réduite à concurrence du pourcentage de dépassement des revenus par rapport au montant limite.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets le jour de sa publication.
Art. 9. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 mei 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Gegeven te Brussel, 22 mei 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 9. Notre Ministre des Finances est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 22 mai 2005.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.
Donné à Bruxelles, le 22 mai 2005.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.