Artikel 1. Beginselen.
1. De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
2. Bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling en rechtvaardige verdeling van de voordelen die de associatie biedt, zijn leidende beginselen voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst.
3. De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan het beginsel van goed bestuur.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 NOVEMBER 2002. - Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de republiek Chili, anderzijds, met de bijlagen i tot en met xvii, en met de slotakte, gedaan te Brussel op 18 november 2002.
Titre
18 NOVEMBRE 2002. - Accord établissant une association entre la Communauté européenne et ses états membres, d'une part, et la République du Chili, d'autre part, aux annexes i à xvii, et à l'acte final, faits à Bruxelles le 18 novembre 2002.
Dokumentinformationen
Numac: 2004A15055
Datum: 2002-11-18
Info du document
Numac: 2004A15055
Date: 2002-11-18
Inhoud
DEEL I. - ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN.
TITEL I. - AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVE...
TITEL II. - INSTITUTIONEEL KADER.
DEEL II. - POLITIEKE DIALOOG.
DEEL III. - SAMENWERKING.
TITEL I. - ECONOMISCHE SAMENWERKING.
TITEL II. - WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INFORMAT...
TITEL III. - CULTUUR, ONDERWIJS EN AUDIOVISUELE...
TITEL IV. - INTERINSTITUTIONELE SAMENWERKING EN...
TITEL V. - SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED.
TITEL VI. - ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN.
TITEL VII. - ALGEMENE BEPALINGEN.
DEEL IV. - HANDEL EN AANVERWANTE ZAKEN.
TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
TITEL II. - VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN.
HOOFDSTUK I. - AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN.
AFDELING 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
AFDELING 2. - Afschaffing van douanerechten.
ONDERAFDELING 2.1. Industrieproducten.
ONDERAFDELING 2.2. - Vis en visserijproducten.
ONDERAFDELING 2.3. - Landbouwproducten en verwe...
HOOFDSTUK II. - NON-TARIFAIRE MAATREGELEN.
AFDELING 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
AFDELING 2. - Antidumpingmaatregelen en compens...
AFDELING 3. - Douane en daarmee verband houdend...
AFDELING 4. - Normen, technische voorschriften ...
AFDELING 5. - Sanitaire en fytosanitaire maatre...
AFDELING 6. - Wijn en gedistilleerde dranken.
HOOFDSTUK III. - UITZONDERINGEN.
TITEL III. - HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING.
HOOFDSTUK I. - DIENSTEN.
AFDELING 1. - Algemene bepalingen.
AFDELING 2. - Internationaal vervoer over zee.
AFDELING 3. - Telecommunicatiediensten.
HOOFDSTUK II. - FINANCIELE DIENSTEN.
HOOFDSTUK III. - VESTIGING.
HOOFDSTUK IV. - UITZONDERINGEN.
TITEL IV. - OVERHEIDSOPDRACHTEN.
TITEL V. - LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER.
TITEL VI. - INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN.
TITEL VII. - MEDEDINGING.
TITEL VIII. - GESCHILLENBESLECHTING.
HOOFDSTUK I. - DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED.
HOOFDSTUK II. - VERMIJDEN VAN GESCHILLEN.
HOOFDSTUK III. - PROCEDURE VOOR GESCHILLENBESLE...
HOOFDSTUK IV. - ALGEMENE BEPALINGEN.
TITEL IX. - TRANSPARANTIE.
TITEL X. - SPECIFIEKE TAKEN OP HANDELSGEBIED VA...
TITEL XI. - UITZONDERINGEN BETREFFENDE DE HANDEL.
DEEL V. - SLOTBEPALINGEN.
BIJLAGEN.
Inhoud
PARTIE I. - DISPOSITIONS GENERALES ET INSTITUTI...
TITRE I. - NATURE ET PORTEE DE L'ACCORD.
TITRE II. - CADRE INSTITUTIONNEL.
PARTIE II. - DIALOGUE POLITIQUE.
PARTIE III. - COOPERATION.
TITRE I. - COOPERATION ECONOMIQUE.
TITRE II. - SCIENCES, TECHNOLOGIES ET SOCIETE D...
TITRE III. - CULTURE, EDUCATION ET AUDIOVISUEL.
TITRE IV. - ADMINISTRATION ET COOPERATION INTER...
TITRE V. - COOPERATION DANS LE DOMAINE SOCIAL.
TITRE VI. - AUTRES DOMAINES DE COOPERATION.
TITRE VII. - DISPOSITIONS GENERALES.
PARTIE IV. - COMMERCE ET QUESTIONS COMMERCIALES...
TITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES.
TITRE II. - LIBRE CIRCULATION DES MARCHANDISES.
CHAPITRE I. - ELIMINATION DES DROITS DE DOUANE.
SECTION 1. Dispositions communes.
SECTION 2. - Elimination des droits de douane.
SOUS-SECTION 2.1. - Produits industriels.
SOUS-SECTION 2.2. - Poissons et produits de la ...
SOUS-SECTION 2.3. - Produits agricoles et produ...
CHAPITRE II. - OBSTACLES NON TARIFAIRES.
Section 1. Dispositions communes.
SECTION 2. - Mesures antidumping et compensatoi...
SECTION 3. Douanes et questions connexes.
SECTION 4. - Normes, règlements techniques et p...
SECTION 5. - Mesures sanitaires et phytosanitai...
SECTION 6. - Vin et boissons spiritueuses.
CHAPITRE III. - EXCEPTIONS.
TITRE III. - COMMERCE DES SERVICES ET ETABLISSE...
CHAPITRE I. - SERVICES.
SECTION 1. Généralités.
SECTION 2. - Transport maritime international.
SECTION 3. - Services de télécommunications.
CHAPITRE II. - SERVICES FINANCIERS.
CHAPITRE III. - ETABLISSEMENT.
CHAPITRE IV. - EXCEPTIONS.
TITRE IV. - MARCHES PUBLICS.
TITRE V. - PAIEMENTS COURANTS ET MOUVEMENTS DE ...
TITRE VI. - DROITS DE PROPRIETE INTELLECTUELLE.
TITRE VII. - CONCURRENCE.
TITRE VIII. - REGLEMENT DES LITIGES.
CHAPITRE I. - OBJECTIF ET CHAMP D'APPLICATION.
CHAPITRE II. - PREVENTION DES DIFFERENDS.
CHAPITRE III. - PROCEDURE DE REGLEMENT DES DIFF...
CHAPITRE IV. - DISPOSITIONS GENERALES.
TITRE IX. - TRANSPARENCE.
TITRE X. - MISSIONS SPECIFIQUES DES ORGANES MIS...
TITRE XI. - EXCEPTIONS DANS LE DOMAINE DU COMME...
PARTIE V. - DISPOSITIONS FINALES.
ANNEXES.
Tekst (259)
Texte (259)
DEEL I. - ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN.
PARTIE I. - DISPOSITIONS GENERALES ET INSTITUTIONNELLES.
TITEL I. - AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVEREENKOMST.
TITRE I. - NATURE ET PORTEE DE L'ACCORD.
Article 1. Principes.
1. Le respect tant des principes démocratiques et des droits fondamentaux de la personne humaine définis dans la déclaration universelle des droits de l'homme des Nations unies, que du principe de l'Etat de droit, inspire les politiques interne et internationale des parties et constitue un élément essentiel du présent accord.
2. La promotion d'un développement économique et social durable, ainsi que la répartition équitable des avantages résultant de l'association, sont les principes directeurs de la mise en oeuvre du présent accord.
3. Les parties réaffirment leur attachement au principe de la bonne gouvernance.
1. Le respect tant des principes démocratiques et des droits fondamentaux de la personne humaine définis dans la déclaration universelle des droits de l'homme des Nations unies, que du principe de l'Etat de droit, inspire les politiques interne et internationale des parties et constitue un élément essentiel du présent accord.
2. La promotion d'un développement économique et social durable, ainsi que la répartition équitable des avantages résultant de l'association, sont les principes directeurs de la mise en oeuvre du présent accord.
3. Les parties réaffirment leur attachement au principe de la bonne gouvernance.
Art. 2. Doelstellingen en toepassingsgebied.
1. Deze overeenkomst brengt een politieke en economische associatie tussen de partijen tot stand, die gebaseerd is op wederkerigheid, wederzijds belang en verdieping van de betrekkingen op alle toepasselijke gebieden.
2. Het associatieproces leidt tot toenemende verstandhouding en samenwerking tussen de partijen en is gestructureerd rond de instanties die bij de overeenkomst worden ingesteld.
3. Deze overeenkomst heeft in het bijzonder betrekking op politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking.
De overeenkomst kan worden uitgebreid tot andere door de partijen nader overeen te komen terreinen.
4. Overeenkomstig bovenstaande doelstellingen voorziet deze overeenkomst in :
a) intensivering van de politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, die gevoerd wordt door middel van bijeenkomsten op verschillende niveaus;
b) versterking van de samenwerking op het gebied van de politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking, alsmede andere gebieden van wederzijds belang;
c) uitbreiding van de deelname van de partijen aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij, voor zover de interne procedures van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten, een en ander overeenkomstig het bepaalde in deel III;
d) uitbreiding en diversificatie van de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de partijen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO en de specifieke doelstellingen en bepalingen in deel IV.
1. Deze overeenkomst brengt een politieke en economische associatie tussen de partijen tot stand, die gebaseerd is op wederkerigheid, wederzijds belang en verdieping van de betrekkingen op alle toepasselijke gebieden.
2. Het associatieproces leidt tot toenemende verstandhouding en samenwerking tussen de partijen en is gestructureerd rond de instanties die bij de overeenkomst worden ingesteld.
3. Deze overeenkomst heeft in het bijzonder betrekking op politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking.
De overeenkomst kan worden uitgebreid tot andere door de partijen nader overeen te komen terreinen.
4. Overeenkomstig bovenstaande doelstellingen voorziet deze overeenkomst in :
a) intensivering van de politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, die gevoerd wordt door middel van bijeenkomsten op verschillende niveaus;
b) versterking van de samenwerking op het gebied van de politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking, alsmede andere gebieden van wederzijds belang;
c) uitbreiding van de deelname van de partijen aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij, voor zover de interne procedures van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten, een en ander overeenkomstig het bepaalde in deel III;
d) uitbreiding en diversificatie van de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de partijen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO en de specifieke doelstellingen en bepalingen in deel IV.
Art. 2. Objectifs et champ d'application.
1. Le présent accord établit entre les parties une association politique et économique reposant sur la réciprocité, l'intérêt commun et l'approfondissement de la relation dans l'ensemble des domaines auxquels il s'applique.
2. Le processus d'association, structuré autour des organes créés par le présent accord, conduit à une relation plus étroite et à une coopération accrue entre les parties.
3. Le présent accord couvre en particulier les domaines politique, commercial, économique, financier, scientifique, technique, social et culturel, ainsi que celui de la coopération. Il peut être étendu à d'autres domaines à convenir entre les parties.
4. Conformément aux objectifs définis ci-dessus, le présent accord prévoit :
a) l'intensification du dialogue politique sur les questions bilatérales et internationales d'intérêt commun, sous la forme de réunions à divers niveaux;
b) le renforcement de la coopération dans les domaines politique, commercial, économique, financier, scientifique, technique, social et culturel, dans celui de la coopération et dans d'autres présentant un intérêt commun;
c) le développement de la participation de chaque partie aux programmes-cadres, aux programmes spécifiques et autres activités de l'autre partie, dans la mesure où les procédures internes de chaque partie régissant l'accès aux programmes et activités concernés le permettent, conformément à la partie III, ainsi que
d) le développement et la diversification de la relation commerciale bilatérale des parties, dans le respect tant des dispositions de l'OMC que des objectifs et dispositions spécifiques prévus par la partie IV.
1. Le présent accord établit entre les parties une association politique et économique reposant sur la réciprocité, l'intérêt commun et l'approfondissement de la relation dans l'ensemble des domaines auxquels il s'applique.
2. Le processus d'association, structuré autour des organes créés par le présent accord, conduit à une relation plus étroite et à une coopération accrue entre les parties.
3. Le présent accord couvre en particulier les domaines politique, commercial, économique, financier, scientifique, technique, social et culturel, ainsi que celui de la coopération. Il peut être étendu à d'autres domaines à convenir entre les parties.
4. Conformément aux objectifs définis ci-dessus, le présent accord prévoit :
a) l'intensification du dialogue politique sur les questions bilatérales et internationales d'intérêt commun, sous la forme de réunions à divers niveaux;
b) le renforcement de la coopération dans les domaines politique, commercial, économique, financier, scientifique, technique, social et culturel, dans celui de la coopération et dans d'autres présentant un intérêt commun;
c) le développement de la participation de chaque partie aux programmes-cadres, aux programmes spécifiques et autres activités de l'autre partie, dans la mesure où les procédures internes de chaque partie régissant l'accès aux programmes et activités concernés le permettent, conformément à la partie III, ainsi que
d) le développement et la diversification de la relation commerciale bilatérale des parties, dans le respect tant des dispositions de l'OMC que des objectifs et dispositions spécifiques prévus par la partie IV.
TITEL II. - INSTITUTIONEEL KADER.
TITRE II. - CADRE INSTITUTIONNEL.
Art. 3. Associatieraad.
1. Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.
I 2. De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
3. De Associatieraad behandelt voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
1. Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.
I 2. De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
3. De Associatieraad behandelt voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
Art. 3. Conseil d'association.
1. Il est institué un conseil d'association qui supervise la mise en oeuvre du présent accord. Le conseil d'association se réunit au niveau ministériel à intervalles réguliers, qui ne peuvent excéder une durée de deux ans, et lors de réunions extraordinaires exigées par les circonstances si les parties en conviennent ainsi.
2. Le conseil d'association examine toutes les questions importantes s'inscrivant dans le cadre du présent accord, ainsi que tout autre problème bilatéral, multilatéral ou international d'intérêt commun.
3. Le conseil d'association examine également les propositions et les recommandations des parties en vue d'améliorer le présent accord.
1. Il est institué un conseil d'association qui supervise la mise en oeuvre du présent accord. Le conseil d'association se réunit au niveau ministériel à intervalles réguliers, qui ne peuvent excéder une durée de deux ans, et lors de réunions extraordinaires exigées par les circonstances si les parties en conviennent ainsi.
2. Le conseil d'association examine toutes les questions importantes s'inscrivant dans le cadre du présent accord, ainsi que tout autre problème bilatéral, multilatéral ou international d'intérêt commun.
3. Le conseil d'association examine également les propositions et les recommandations des parties en vue d'améliorer le présent accord.
Art. 4. Samenstelling en reglement van orde.
1. De Associatieraad bestaat uit enerzijds de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, bijgestaan door de Secretaris-generaal/Hoge Vertegenwoordiger, de volgende voorzitter, andere leden van de Raad van de Europese Unie of hun vertegenwoordigers en leden van de Europese Commissie, en anderzijds de minister van Buitenlandse Zaken van Chili.
2. De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
3. De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van Chili, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.
1. De Associatieraad bestaat uit enerzijds de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, bijgestaan door de Secretaris-generaal/Hoge Vertegenwoordiger, de volgende voorzitter, andere leden van de Raad van de Europese Unie of hun vertegenwoordigers en leden van de Europese Commissie, en anderzijds de minister van Buitenlandse Zaken van Chili.
2. De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
3. De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van Chili, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.
Art. 4. Composition et règlement intérieur.
1. Le conseil d'association se compose, d'une part, du président du Conseil de l'Union européenne, assisté du secrétaire général/haut représentant, et de la personne qui assurera la présidence suivante, d'autres membres du Conseil de l'Union européenne ou de leurs représentants et de membres de la Commission européenne, et, d'autre part, du ministre des Affaires étrangères du Chili.
2. Le conseil d'association arrête son règlement intérieur.
3. Les membres du conseil d'association peuvent se faire représenter aux conditions prévues par le règlement intérieur.
4. La présidence du conseil d'association est exercée à tour de rôle par un membre du Conseil de l'Union européenne et par le ministre des Affaires étrangères du Chili selon les modalités prévues par le règlement intérieur.
1. Le conseil d'association se compose, d'une part, du président du Conseil de l'Union européenne, assisté du secrétaire général/haut représentant, et de la personne qui assurera la présidence suivante, d'autres membres du Conseil de l'Union européenne ou de leurs représentants et de membres de la Commission européenne, et, d'autre part, du ministre des Affaires étrangères du Chili.
2. Le conseil d'association arrête son règlement intérieur.
3. Les membres du conseil d'association peuvent se faire représenter aux conditions prévues par le règlement intérieur.
4. La présidence du conseil d'association est exercée à tour de rôle par un membre du Conseil de l'Union européenne et par le ministre des Affaires étrangères du Chili selon les modalités prévues par le règlement intérieur.
Art. 5. Beslissingsbevoegdheid.
1. Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.
2. De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving van elke partij.
3. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.
4. De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen bij overeenstemming tussen de partijen.
1. Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.
2. De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving van elke partij.
3. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.
4. De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen bij overeenstemming tussen de partijen.
Art. 5. Pouvoir de décision.
1. Afin de réaliser les objectifs du présent accord, le conseil d'association dispose d'un pouvoir de décision dans les cas prévus par le présent accord.
2. Les décisions prises sont contraignantes pour les parties, qui prennent les mesures nécessaires pour assurer leur application conformément aux règles internes de chacune.
3. Le conseil d'association peut également formuler les recommandations utiles.
4. Le conseil d'association arrête ses décisions et recommandations d'un commun accord entre les parties.
1. Afin de réaliser les objectifs du présent accord, le conseil d'association dispose d'un pouvoir de décision dans les cas prévus par le présent accord.
2. Les décisions prises sont contraignantes pour les parties, qui prennent les mesures nécessaires pour assurer leur application conformément aux règles internes de chacune.
3. Le conseil d'association peut également formuler les recommandations utiles.
4. Le conseil d'association arrête ses décisions et recommandations d'un commun accord entre les parties.
Art. 6. Associatiecomité.
1. De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van de leden van de Europese Commissie en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Chili, gewoonlijk hogere ambtenaren.
2. Het Associatiecomité wordt belast met de algemene tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
3. De Associatieraad stelt het reglement van orde van het Associatiecomité vast.
4. Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin de overeenkomst voorziet en op de terreinen waarop de Associatieraad het Associatiecomité bevoegdheden heeft toegekend. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
5. Het Associatiecomité komt als algemene regel eenmaal per jaar bijeen voor een algehele toetsing van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, beurtelings in Brussel en in Chili. De datum en de agenda worden tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. In onderling overleg kunnen buitengewone vergaderingen worden uitgeschreven op verzoek van een partij. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de partijen.
1. De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van de leden van de Europese Commissie en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Chili, gewoonlijk hogere ambtenaren.
2. Het Associatiecomité wordt belast met de algemene tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
3. De Associatieraad stelt het reglement van orde van het Associatiecomité vast.
4. Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin de overeenkomst voorziet en op de terreinen waarop de Associatieraad het Associatiecomité bevoegdheden heeft toegekend. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
5. Het Associatiecomité komt als algemene regel eenmaal per jaar bijeen voor een algehele toetsing van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, beurtelings in Brussel en in Chili. De datum en de agenda worden tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. In onderling overleg kunnen buitengewone vergaderingen worden uitgeschreven op verzoek van een partij. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de partijen.
Art. 6. Comité d'association.
1. Dans l'accomplissement de sa mission, le conseil d'association est assisté d'un comité d'association composé de représentants des membres du Conseil de l'Union européenne et de la Commission des Communautés européennes, d'une part, et de représentants du gouvernement chilien, généralement des hauts fonctionnaires, d'autre part.
2. Le comité d'association est chargé de la mise en oeuvre générale du présent accord.
3. Le conseil d'association arrête le règlement intérieur du comité d'association.
4. Le comité d'association a le pouvoir de prendre des décisions dans les cas prévus par le présent accord ou lorsque cette compétence lui a été déléguée par le conseil d'association. Dans ce cas, le comité d'association arrête ses décisions conformément aux conditions visées à l'article 5.
5. Le comité d'association se réunit en général une fois par an pour procéder à un examen global de la mise en oeuvre du présent accord, à une date et selon un ordre du jour de la réunion convenus à l'avance par les parties, alternativement une année à Bruxelles et une année au Chili. Des réunions extraordinaires peuvent être convoquées d'un commun accord, à la demande de l'une ou l'autre partie. La présidence du comité d'association est assurée alternativement par un représentant de chacune des parties.
1. Dans l'accomplissement de sa mission, le conseil d'association est assisté d'un comité d'association composé de représentants des membres du Conseil de l'Union européenne et de la Commission des Communautés européennes, d'une part, et de représentants du gouvernement chilien, généralement des hauts fonctionnaires, d'autre part.
2. Le comité d'association est chargé de la mise en oeuvre générale du présent accord.
3. Le conseil d'association arrête le règlement intérieur du comité d'association.
4. Le comité d'association a le pouvoir de prendre des décisions dans les cas prévus par le présent accord ou lorsque cette compétence lui a été déléguée par le conseil d'association. Dans ce cas, le comité d'association arrête ses décisions conformément aux conditions visées à l'article 5.
5. Le comité d'association se réunit en général une fois par an pour procéder à un examen global de la mise en oeuvre du présent accord, à une date et selon un ordre du jour de la réunion convenus à l'avance par les parties, alternativement une année à Bruxelles et une année au Chili. Des réunions extraordinaires peuvent être convoquées d'un commun accord, à la demande de l'une ou l'autre partie. La présidence du comité d'association est assurée alternativement par un représentant de chacune des parties.
Art. 7. Speciale commissies.
1. De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de speciale commissies die bij deze overeenkomst worden ingesteld.
2. De Associatieraad kan besluiten tot instelling van speciale commissies.
3. De Associatieraad stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling en de werkwijze van deze commissies worden geregeld, voor zover deze overeenkomst daarin niet voorziet.
1. De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de speciale commissies die bij deze overeenkomst worden ingesteld.
2. De Associatieraad kan besluiten tot instelling van speciale commissies.
3. De Associatieraad stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling en de werkwijze van deze commissies worden geregeld, voor zover deze overeenkomst daarin niet voorziet.
Art. 7. Comités spéciaux.
1. Le conseil d'association est assisté, pour accomplir sa tâche, des comités spéciaux institués par le présent accord.
2. Le conseil d'association peut décider de créer tout comité spécial.
3. Le conseil d'association adopte un règlement intérieur définissant la composition, la mission et le fonctionnement de ces comités, pour autant que ces dispositions ne soient pas prévues par le présent accord.
1. Le conseil d'association est assisté, pour accomplir sa tâche, des comités spéciaux institués par le présent accord.
2. Le conseil d'association peut décider de créer tout comité spécial.
3. Le conseil d'association adopte un règlement intérieur définissant la composition, la mission et le fonctionnement de ces comités, pour autant que ces dispositions ne soient pas prévues par le présent accord.
Art. 8. Politieke dialoog.
De politieke dialoog tussen de partijen wordt gevoerd binnen het kader waarin is voorzien in deel II.
De politieke dialoog tussen de partijen wordt gevoerd binnen het kader waarin is voorzien in deel II.
Art. 8. Dialogue politique.
Le dialogue politique entre les parties est mené dans le cadre prévu par la partie II.
Le dialogue politique entre les parties est mené dans le cadre prévu par la partie II.
Art. 9. Parlementair Associatiecomité.
1. Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Europees Parlement en leden van het Chileens Nationaal Congres (Congreso Nacional de Chile) elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.
2. Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Nationaal Congres van Chili.
3. Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
4. Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het Nationaal Congres van Chili, overeenkomstig in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
5. Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om relevante inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst verzoeken, en de Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de gevraagde informatie.
6. Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.
7. Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
1. Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Europees Parlement en leden van het Chileens Nationaal Congres (Congreso Nacional de Chile) elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.
2. Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Nationaal Congres van Chili.
3. Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
4. Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het Nationaal Congres van Chili, overeenkomstig in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
5. Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om relevante inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst verzoeken, en de Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de gevraagde informatie.
6. Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.
7. Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
Art. 9. Comité d'association parlementaire.
1. Il est institué un comité d'association parlementaire. Il constitue une enceinte de rencontre et de dialogue entre les membres du Parlement européen et ceux du Congrès national chilien (Congreso National de Chile). Il se réunit selon une périodicité qu'il détermine.
2. Le comité d'association parlementaire se compose, d'une part, de membres du Parlement européen et, d'autre part, de membres du Congrès national chilien.
3. Le comité d'association parlementaire arrête son règlement intérieur.
4. Le comité d'association parlementaire est présidé à tour de rôle par un représentant du Parlement européen et un représentant du Congrès national chilien, selon les modalités prévues par son règlement intérieur.
5. Le comité d'association parlementaire peut demander au conseil d'association de lui fournir toute information utile relative à la mise en oeuvre du présent accord, et le conseil d'association lui fournit les informations demandées.
6. Le comité d'association parlementaire est informé des décisions et des recommandations du conseil d'association.
7. La commission parlementaire d'association peut formuler des recommandations au conseil d'association.
1. Il est institué un comité d'association parlementaire. Il constitue une enceinte de rencontre et de dialogue entre les membres du Parlement européen et ceux du Congrès national chilien (Congreso National de Chile). Il se réunit selon une périodicité qu'il détermine.
2. Le comité d'association parlementaire se compose, d'une part, de membres du Parlement européen et, d'autre part, de membres du Congrès national chilien.
3. Le comité d'association parlementaire arrête son règlement intérieur.
4. Le comité d'association parlementaire est présidé à tour de rôle par un représentant du Parlement européen et un représentant du Congrès national chilien, selon les modalités prévues par son règlement intérieur.
5. Le comité d'association parlementaire peut demander au conseil d'association de lui fournir toute information utile relative à la mise en oeuvre du présent accord, et le conseil d'association lui fournit les informations demandées.
6. Le comité d'association parlementaire est informé des décisions et des recommandations du conseil d'association.
7. La commission parlementaire d'association peut formuler des recommandations au conseil d'association.
Art. 10. Gemengd Raadgevend Comité.
1. Er wordt een Gemengd Raadgevend Comité opgericht, dat tot taak heeft de Associatieraad bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen economische en maatschappelijke organisaties van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili te bevorderen. De dialoog en de samenwerking betreffen alle economische en sociale aspecten van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en Chili die in de context van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst aan de orde komen. Het comité kan zijn standpunt uiten over vraagstukken die in dit verband aan de orde komen.
2. Het Gemengd Raadgevend Comité bestaat uit een gelijk aantal leden van enerzijds het Economisch en Sociaal Comité en anderzijds de daarmee overeenkomende instelling die zich in de Republiek Chili met economische en sociale aangelegenheden bezighoudt.
3. Het Gemengd Raadgevend Comité verricht zijn werkzaamheden op verzoek van de Associatieraad of op eigen initiatief, ter bevordering van de dialoog tussen de verschillende economische en maatschappelijke vertegenwoordigers.
4. Het Gemengd Raadgevend Comité stelt zijn reglement van orde vast.
1. Er wordt een Gemengd Raadgevend Comité opgericht, dat tot taak heeft de Associatieraad bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen economische en maatschappelijke organisaties van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili te bevorderen. De dialoog en de samenwerking betreffen alle economische en sociale aspecten van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en Chili die in de context van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst aan de orde komen. Het comité kan zijn standpunt uiten over vraagstukken die in dit verband aan de orde komen.
2. Het Gemengd Raadgevend Comité bestaat uit een gelijk aantal leden van enerzijds het Economisch en Sociaal Comité en anderzijds de daarmee overeenkomende instelling die zich in de Republiek Chili met economische en sociale aangelegenheden bezighoudt.
3. Het Gemengd Raadgevend Comité verricht zijn werkzaamheden op verzoek van de Associatieraad of op eigen initiatief, ter bevordering van de dialoog tussen de verschillende economische en maatschappelijke vertegenwoordigers.
4. Het Gemengd Raadgevend Comité stelt zijn reglement van orde vast.
Art. 10. Comité consultatif paritaire.
1. Il est institué un comité consultatif paritaire chargé d'aider le conseil d'association à promouvoir le dialogue et la coopération entre les diverses organisations économiques et sociales de la société civile dans l'Union européenne et au Chili. Ce dialogue et cette coopération s'étendent à l'ensemble des aspects économiques et sociaux des relations entre la Communauté et le Chili dans le cadre de la mise en oeuvre du présent accord. Le comité peut exprimer son point de vue sur des questions qui se posent dans les domaines précités.
2. Le comité consultatif paritaire se compose, en nombre égal, de membres du Comité économique et social de l'Union européenne, d'une part, et de membres de l'institution correspondante traitant des questions économiques et sociales dans la République du Chili, d'autre part.
3. Le comité consultatif paritaire exerce ses activités sur la base de consultations menées par le conseil d'association ou de sa propre initiative lorsqu'il s'agit de promouvoir le dialogue entre les divers représentants économiques et sociaux.
4. Le comité consultatif paritaire arrête son règlement intérieur.
1. Il est institué un comité consultatif paritaire chargé d'aider le conseil d'association à promouvoir le dialogue et la coopération entre les diverses organisations économiques et sociales de la société civile dans l'Union européenne et au Chili. Ce dialogue et cette coopération s'étendent à l'ensemble des aspects économiques et sociaux des relations entre la Communauté et le Chili dans le cadre de la mise en oeuvre du présent accord. Le comité peut exprimer son point de vue sur des questions qui se posent dans les domaines précités.
2. Le comité consultatif paritaire se compose, en nombre égal, de membres du Comité économique et social de l'Union européenne, d'une part, et de membres de l'institution correspondante traitant des questions économiques et sociales dans la République du Chili, d'autre part.
3. Le comité consultatif paritaire exerce ses activités sur la base de consultations menées par le conseil d'association ou de sa propre initiative lorsqu'il s'agit de promouvoir le dialogue entre les divers représentants économiques et sociaux.
4. Le comité consultatif paritaire arrête son règlement intérieur.
Art. 11. Civiele samenleving.
De partijen bevorderen regelmatige bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili, waaronder de academische gemeenschap en de sociale en economische partners, teneinde hen op de hoogte te houden over de uitvoering van de overeenkomst en advies in te winnen voor mogelijke verbetering daarvan.
De partijen bevorderen regelmatige bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili, waaronder de academische gemeenschap en de sociale en economische partners, teneinde hen op de hoogte te houden over de uitvoering van de overeenkomst en advies in te winnen voor mogelijke verbetering daarvan.
Art. 11. Société civile.
Les parties favorisent aussi des réunions régulières de représentants des sociétés civiles respectives de l'Union européenne et du Chili, notamment du monde universitaire, des partenaires sociaux, des acteurs économiques et des organisations non gouvernementales, afin de les tenir informés de la mise en oeuvre du présent accord et de connaître leurs suggestions en vue d'améliorer celle-ci.
Les parties favorisent aussi des réunions régulières de représentants des sociétés civiles respectives de l'Union européenne et du Chili, notamment du monde universitaire, des partenaires sociaux, des acteurs économiques et des organisations non gouvernementales, afin de les tenir informés de la mise en oeuvre du présent accord et de connaître leurs suggestions en vue d'améliorer celle-ci.
DEEL II. - POLITIEKE DIALOOG.
PARTIE II. - DIALOGUE POLITIQUE.
Art. 12. Doelstellingen.
1. De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang te versterken. Zij streven ernaar deze politieke dialoog te versterken en te verdiepen om de bij deze overeenkomst ingestelde associatie te consolideren.
2. De voornaamste doelstelling van de politieke dialoog tussen de partijen is het bevorderen, verspreiden, verder ontwikkelen en gezamenlijk verdedigen van de democratische waarden, zoals de eerbiediging van de mensenrechten, de vrijheid van het individu en de beginselen van de rechtsstaat, die aan de grondslag liggen van een democratische samenleving.
3. Met dit doel voor ogen bespreken de partijen gezamenlijke initiatieven, en wisselen zij daarover informatie uit, met betrekking tot alle vraagstukken van wederzijds belang en alle andere internationale vraagstukken, teneinde gemeenschappelijke doelstellingen na te streven, in het bijzonder veiligheid, stabiliteit, democratie en regionale ontwikkeling.
1. De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang te versterken. Zij streven ernaar deze politieke dialoog te versterken en te verdiepen om de bij deze overeenkomst ingestelde associatie te consolideren.
2. De voornaamste doelstelling van de politieke dialoog tussen de partijen is het bevorderen, verspreiden, verder ontwikkelen en gezamenlijk verdedigen van de democratische waarden, zoals de eerbiediging van de mensenrechten, de vrijheid van het individu en de beginselen van de rechtsstaat, die aan de grondslag liggen van een democratische samenleving.
3. Met dit doel voor ogen bespreken de partijen gezamenlijke initiatieven, en wisselen zij daarover informatie uit, met betrekking tot alle vraagstukken van wederzijds belang en alle andere internationale vraagstukken, teneinde gemeenschappelijke doelstellingen na te streven, in het bijzonder veiligheid, stabiliteit, democratie en regionale ontwikkeling.
Art. 12. Objectifs.
1. Les parties conviennent de renforcer leur dialogue régulier sur les questions bilatérales et internationales d'intérêt commun. Elles visent à renforcer et à approfondir ce dialogue politique afin de consolider l'association établie par le présent règlement.
2. Le principal objectif du dialogue politique entre les parties est de promouvoir, de diffuser, de développer et de défendre par un effort commun des valeurs démocratiques telles que le respect des droits de l'homme, la liberté individuelle et les principes de l'Etat de droit sur lesquels repose une société démocratique.
3. A cette fin, les parties procèdent à des échanges de vues et d'informations sur des initiatives conjointes ayant trait à toute question d'intérêt commun et à toute autre question à caractère international en vue de poursuivre des objectifs communs, notamment la sécurité, la stabilité, la démocratie et le développement régional.
1. Les parties conviennent de renforcer leur dialogue régulier sur les questions bilatérales et internationales d'intérêt commun. Elles visent à renforcer et à approfondir ce dialogue politique afin de consolider l'association établie par le présent règlement.
2. Le principal objectif du dialogue politique entre les parties est de promouvoir, de diffuser, de développer et de défendre par un effort commun des valeurs démocratiques telles que le respect des droits de l'homme, la liberté individuelle et les principes de l'Etat de droit sur lesquels repose une société démocratique.
3. A cette fin, les parties procèdent à des échanges de vues et d'informations sur des initiatives conjointes ayant trait à toute question d'intérêt commun et à toute autre question à caractère international en vue de poursuivre des objectifs communs, notamment la sécurité, la stabilité, la démocratie et le développement régional.
Art. 13. Mechanismen.
1. De partijen komen overeen dat de politieke dialoog tussen hen gevoerd wordt door middel van :
a) regelmatige bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders;
b) periodieke bijeenkomsten van ministers van Buitenlandse Zaken;
c) bijeenkomsten van andere ministers voor het bespreken van aangelegenheden van wederzijds belang, wanneer de partijen menen dat deze bijeenkomsten tot nauwere betrekkingen zullen leiden;
d) jaarlijkse bijeenkomsten van hoge ambtenaren van beide partijen.
2. De partijen besluiten over de voor de bovengenoemde bijeenkomsten toe te passen procedures.
3. De in lid 1, onder b), genoemde periodieke bijeenkomsten van de ministers van Buitenlandse Zaken vinden plaats in het kader van de Associatieraad die bij artikel 3 wordt ingesteld, of bij andere overeen te komen gelegenheden van gelijkwaardig niveau.
4. De partijen maken tevens zo veel mogelijk gebruik van de diplomatieke kanalen.
1. De partijen komen overeen dat de politieke dialoog tussen hen gevoerd wordt door middel van :
a) regelmatige bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders;
b) periodieke bijeenkomsten van ministers van Buitenlandse Zaken;
c) bijeenkomsten van andere ministers voor het bespreken van aangelegenheden van wederzijds belang, wanneer de partijen menen dat deze bijeenkomsten tot nauwere betrekkingen zullen leiden;
d) jaarlijkse bijeenkomsten van hoge ambtenaren van beide partijen.
2. De partijen besluiten over de voor de bovengenoemde bijeenkomsten toe te passen procedures.
3. De in lid 1, onder b), genoemde periodieke bijeenkomsten van de ministers van Buitenlandse Zaken vinden plaats in het kader van de Associatieraad die bij artikel 3 wordt ingesteld, of bij andere overeen te komen gelegenheden van gelijkwaardig niveau.
4. De partijen maken tevens zo veel mogelijk gebruik van de diplomatieke kanalen.
Art. 13. Mécanismes.
1. Les parties conviennent que leur dialogue politique se traduit par :
a) des réunions régulières entre chefs d'Etat et de gouvernement,
b) des réunions périodiques entre ministres des Affaires étrangères,
c) des réunions entre les autres ministres pour examiner les questions d'intérêt commun lorsque les parties estiment que ces réunions permettront d'entretenir des relations plus étroites,
d) des réunions annuelles entre hauts fonctionnaires des deux parties.
2. Les parties arrêtent les procédures à suivre pour les réunions mentionnées ci-dessus.
3. Les réunions périodiques des ministres des Araires étrangères visées au paragraphe 1, point b) ont lieu soit au sein du conseil d'association institué par l'article 3, soit lors d'autres réunions de niveau équivalent convenues entre les parties.
4. Les parties recourent également le plus possible aux voies diplomatiques.
1. Les parties conviennent que leur dialogue politique se traduit par :
a) des réunions régulières entre chefs d'Etat et de gouvernement,
b) des réunions périodiques entre ministres des Affaires étrangères,
c) des réunions entre les autres ministres pour examiner les questions d'intérêt commun lorsque les parties estiment que ces réunions permettront d'entretenir des relations plus étroites,
d) des réunions annuelles entre hauts fonctionnaires des deux parties.
2. Les parties arrêtent les procédures à suivre pour les réunions mentionnées ci-dessus.
3. Les réunions périodiques des ministres des Araires étrangères visées au paragraphe 1, point b) ont lieu soit au sein du conseil d'association institué par l'article 3, soit lors d'autres réunions de niveau équivalent convenues entre les parties.
4. Les parties recourent également le plus possible aux voies diplomatiques.
Art. 14. Samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.
De partijen coördineren zo veel mogelijk hun standpunten en ondernemen gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora, en werken samen op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.
De partijen coördineren zo veel mogelijk hun standpunten en ondernemen gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora, en werken samen op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.
Art. 14. Coopération en matière de politique étrangère et de sécurité.
Les parties s'attachent autant que possible à coordonner leurs positions et à prendre des initiatives conjointes dans les enceintes internationales appropriées, et à coopérer dans le domaine de la politique étrangère et de sécurité.
Les parties s'attachent autant que possible à coordonner leurs positions et à prendre des initiatives conjointes dans les enceintes internationales appropriées, et à coopérer dans le domaine de la politique étrangère et de sécurité.
Art. 15. Samenwerking bij de bestrijding van terrorisme.
De partijen komen overeen samen te werken bij het bestrijden van terrorisme, overeenkomstig internationale afspraken en hun respectieve wet- en regelgeving. Zij doen dit in het bijzonder :
a) in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante resoluties van de Verenigde Naties, internationale afspraken en instrumenten;
b) door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het internationale en binnenlandse recht;
c) door uitwisseling van inzichten over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door uitwisseling van ervaringen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
De partijen komen overeen samen te werken bij het bestrijden van terrorisme, overeenkomstig internationale afspraken en hun respectieve wet- en regelgeving. Zij doen dit in het bijzonder :
a) in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante resoluties van de Verenigde Naties, internationale afspraken en instrumenten;
b) door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het internationale en binnenlandse recht;
c) door uitwisseling van inzichten over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door uitwisseling van ervaringen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
Art. 15. Coopération contre le terrorisme.
Les parties conviennent de coopérer à la lutte contre le terrorisme, conformément aux conventions internationales et à leurs législations et réglementations respectives. Cette coopération s'effectue notamment :
a) dans le cadre de la pleine mise en oeuvre de la résolution 1373 du Conseil de sécurité de l'Organisation des Nations unies et d'autres résolutions, conventions et instruments internationaux des Nations unies;
b) par un échange d'informations sur les groupes terroristes et leurs réseaux de soutien, conformément au droit international et interne;
c) par des échanges de vues sur les moyens et les méthodes utilisés pour lutter contre le terrorisme, en particulier sur le plan technique et en matière de formation, et par des échanges d'expérience dans le domaine de la prévention du terrorisme.
Les parties conviennent de coopérer à la lutte contre le terrorisme, conformément aux conventions internationales et à leurs législations et réglementations respectives. Cette coopération s'effectue notamment :
a) dans le cadre de la pleine mise en oeuvre de la résolution 1373 du Conseil de sécurité de l'Organisation des Nations unies et d'autres résolutions, conventions et instruments internationaux des Nations unies;
b) par un échange d'informations sur les groupes terroristes et leurs réseaux de soutien, conformément au droit international et interne;
c) par des échanges de vues sur les moyens et les méthodes utilisés pour lutter contre le terrorisme, en particulier sur le plan technique et en matière de formation, et par des échanges d'expérience dans le domaine de la prévention du terrorisme.
DEEL III. - SAMENWERKING.
PARTIE III. - COOPERATION.
Art. 16. Algemene doelstellingen.
1. De partijen brengen nauwe samenwerking tot stand, die onder meer gericht is op :
a) versterking van de institutionele capaciteit tot ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden;
b) stimulering van sociale ontwikkeling, die samen moet gaan met economische ontwikkeling en bescherming van het milieu. De partijen kennen bijzondere prioriteit toe aan de eerbiediging van sociale basisrechten;
c) bevordering van productieve synergie, waardoor nieuwe mogelijkheden worden geschapen voor handel en investeringen en concurrentievermogen en innovatie worden gestimuleerd;
d) intensivering en verbreding van de samenwerkingsacties met inachtneming van de associatiebetrekkingen tussen de partijen.
2. De partijen bevestigen opnieuw het belang van economische, financiële en technische samenwerking als middelen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen die uit deze overeenkomst voortvloeien.
1. De partijen brengen nauwe samenwerking tot stand, die onder meer gericht is op :
a) versterking van de institutionele capaciteit tot ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden;
b) stimulering van sociale ontwikkeling, die samen moet gaan met economische ontwikkeling en bescherming van het milieu. De partijen kennen bijzondere prioriteit toe aan de eerbiediging van sociale basisrechten;
c) bevordering van productieve synergie, waardoor nieuwe mogelijkheden worden geschapen voor handel en investeringen en concurrentievermogen en innovatie worden gestimuleerd;
d) intensivering en verbreding van de samenwerkingsacties met inachtneming van de associatiebetrekkingen tussen de partijen.
2. De partijen bevestigen opnieuw het belang van economische, financiële en technische samenwerking als middelen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen die uit deze overeenkomst voortvloeien.
Art. 16. Objectifs généraux.
1. Les parties mettent en place une coopération étroite visant notamment à :
a) renforcer la capacité institutionnelle sur laquelle s'appuient la démocratie, l'Etat de droit et le respect tant des droits de l'homme que des libertés fondamentales;
b) promouvoir le développement social, qui doit aller de pair avec le développement économique et la protection de l'environnement. Les parties accordent une priorité particulière au respect des droits sociaux fondamentaux;
c) favoriser des synergies dans le domaine de la production, créer de nouvelles possibilités de commerce et d'investissement, et encourager tant la compétitivité que l'innovation;
d) accroître le niveau des activités de coopération et les approfondir en tenant compte de la relation d'association entre les parties.
2. Les parties réaffirment que la coopération économique, financière et technique constitue un moyen important de contribuer à la mise en oeuvre des objectifs et des principes découlant du présent accord.
1. Les parties mettent en place une coopération étroite visant notamment à :
a) renforcer la capacité institutionnelle sur laquelle s'appuient la démocratie, l'Etat de droit et le respect tant des droits de l'homme que des libertés fondamentales;
b) promouvoir le développement social, qui doit aller de pair avec le développement économique et la protection de l'environnement. Les parties accordent une priorité particulière au respect des droits sociaux fondamentaux;
c) favoriser des synergies dans le domaine de la production, créer de nouvelles possibilités de commerce et d'investissement, et encourager tant la compétitivité que l'innovation;
d) accroître le niveau des activités de coopération et les approfondir en tenant compte de la relation d'association entre les parties.
2. Les parties réaffirment que la coopération économique, financière et technique constitue un moyen important de contribuer à la mise en oeuvre des objectifs et des principes découlant du présent accord.
TITEL I. - ECONOMISCHE SAMENWERKING.
TITRE I. - COOPERATION ECONOMIQUE.
Art. 17. Industriële samenwerking.
1. De industriële samenwerking ondersteunt en bevordert beleidsmaatregelen op industriegebied om de inspanningen van de partijen te ontwikkelen en te consolideren en een dynamische, geïntegreerde en gedecentraliseerde aanpak van het beheer van de industriële samenwerking tot stand te brengen, teneinde een klimaat te scheppen waarin de belangen van beide partijen worden gediend.
2. De kerndoelen zijn :
a) het bevorderen van contacten tussen bedrijven uit beide partijen teneinde sectoren van wederzijds belang te identificeren, met name wat betreft industriële samenwerking, overdracht van technologie, handel en investeringen;
b) stimulering en versterking van dialoog en uitwisseling van ervaring tussen netwerken van Europese en Chileense bedrijven;
c) bevordering van projecten op het gebied van industriële samenwerking, waaronder projecten die een uitvloeisel zijn van het proces van privatisering en openstelling van de Chileense economie. De projecten kunnen betrekking hebben op de totstandbrenging van vormen van infrastructuur met Europese investeringen door middel van industriële samenwerking tussen bedrijven;
d) versterking van innovatie, diversificatie, modernisering, ontwikkeling en productkwaliteit in het bedrijfsleven.
1. De industriële samenwerking ondersteunt en bevordert beleidsmaatregelen op industriegebied om de inspanningen van de partijen te ontwikkelen en te consolideren en een dynamische, geïntegreerde en gedecentraliseerde aanpak van het beheer van de industriële samenwerking tot stand te brengen, teneinde een klimaat te scheppen waarin de belangen van beide partijen worden gediend.
2. De kerndoelen zijn :
a) het bevorderen van contacten tussen bedrijven uit beide partijen teneinde sectoren van wederzijds belang te identificeren, met name wat betreft industriële samenwerking, overdracht van technologie, handel en investeringen;
b) stimulering en versterking van dialoog en uitwisseling van ervaring tussen netwerken van Europese en Chileense bedrijven;
c) bevordering van projecten op het gebied van industriële samenwerking, waaronder projecten die een uitvloeisel zijn van het proces van privatisering en openstelling van de Chileense economie. De projecten kunnen betrekking hebben op de totstandbrenging van vormen van infrastructuur met Europese investeringen door middel van industriële samenwerking tussen bedrijven;
d) versterking van innovatie, diversificatie, modernisering, ontwikkeling en productkwaliteit in het bedrijfsleven.
Art. 17. Coopération industrielle.
1. La coopération industrielle vise à soutenir et à promouvoir des mesures de politique industrielle propres à développer et à prolonger les efforts déployés par les parties pour adopter une approche dynamique, intégrée et décentralisée de la gestion de la coopération industrielle, de façon à créer un environnement favorable au service de leurs intérêts communs.
2. Elle a pour objectifs essentiels :
a) de stimuler les contacts entre les opérateurs économiques des parties afin de mettre en évidence les secteurs d'intérêt commun, notamment dans le domaine de la coopération industrielle, des transferts de technologie, du commerce et de l'investissement;
b) de renforcer et de développer le dialogue et les échanges d'expérience entre les réseaux d'opérateurs économiques européens et chiliens;
c) de promouvoir des projets de coopération industrielle, y compris des projets résultant du processus de privatisation et/ou de l'ouverture de l'économie chilienne; ils peuvent concerner la création de certaines infrastructures soutenues à l'aide d'investissements européens par le biais d'une coopération industrielle entre entreprises, ainsi que
d) de renforcer l'innovation, la diversification, la modernisation, le développement et la qualité des produits dans les entreprises.
1. La coopération industrielle vise à soutenir et à promouvoir des mesures de politique industrielle propres à développer et à prolonger les efforts déployés par les parties pour adopter une approche dynamique, intégrée et décentralisée de la gestion de la coopération industrielle, de façon à créer un environnement favorable au service de leurs intérêts communs.
2. Elle a pour objectifs essentiels :
a) de stimuler les contacts entre les opérateurs économiques des parties afin de mettre en évidence les secteurs d'intérêt commun, notamment dans le domaine de la coopération industrielle, des transferts de technologie, du commerce et de l'investissement;
b) de renforcer et de développer le dialogue et les échanges d'expérience entre les réseaux d'opérateurs économiques européens et chiliens;
c) de promouvoir des projets de coopération industrielle, y compris des projets résultant du processus de privatisation et/ou de l'ouverture de l'économie chilienne; ils peuvent concerner la création de certaines infrastructures soutenues à l'aide d'investissements européens par le biais d'une coopération industrielle entre entreprises, ainsi que
d) de renforcer l'innovation, la diversification, la modernisation, le développement et la qualité des produits dans les entreprises.
Art. 18. Samenwerking inzake normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling.
1. Samenwerking op het gebied van normalisatie, technische regelgeving en conformiteitsbeoordeling is van groot belang om technische belemmeringen voor de handel terug te dringen en het ontstaan ervan te voorkomen, en het goede verloop van de liberalisering van de handel, zoals daarin wordt voorzien in deel IV, titel II, te waarborgen.
2. De samenwerking tussen de partijen bevordert hun inspanningen ten aanzien van :
a) samenwerking op regelgevingsgebied;
b) de verenigbaarheid van technische regelgeving op basis van internationale en Europese normen;
c) technische bijstand voor het opzetten van een netwerk van instanties voor conformiteitsbeoordeling die op niet-discriminatoire grondslag werken.
3. In de praktijk beoogt de samenwerking :
a) bevordering van alle maatregelen die de kloof tussen de partijen wat betreft conformiteitsbeoordeling en normalisatie kunnen helpen overbruggen;
b) onderlinge verlening van organisatorische ondersteuning door de partijen ter bevordering van de totstandkoming van regionale netwerken en instanties, en bevordering van de coördinatie van beleid om een gezamenlijke aanpak voor de toepassing van internationale en regionale normen en van vergelijkbare technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling te stimuleren;
c) aanmoediging van maatregelen om de systemen van de partijen voor de genoemde terreinen nader tot elkaar te brengen en hun compatibiliteit te verbeteren, zulks door transparantie, goede regelgevingspraktijken en bevordering van kwaliteitsnormen voor producten en handelspraktijken.
1. Samenwerking op het gebied van normalisatie, technische regelgeving en conformiteitsbeoordeling is van groot belang om technische belemmeringen voor de handel terug te dringen en het ontstaan ervan te voorkomen, en het goede verloop van de liberalisering van de handel, zoals daarin wordt voorzien in deel IV, titel II, te waarborgen.
2. De samenwerking tussen de partijen bevordert hun inspanningen ten aanzien van :
a) samenwerking op regelgevingsgebied;
b) de verenigbaarheid van technische regelgeving op basis van internationale en Europese normen;
c) technische bijstand voor het opzetten van een netwerk van instanties voor conformiteitsbeoordeling die op niet-discriminatoire grondslag werken.
3. In de praktijk beoogt de samenwerking :
a) bevordering van alle maatregelen die de kloof tussen de partijen wat betreft conformiteitsbeoordeling en normalisatie kunnen helpen overbruggen;
b) onderlinge verlening van organisatorische ondersteuning door de partijen ter bevordering van de totstandkoming van regionale netwerken en instanties, en bevordering van de coördinatie van beleid om een gezamenlijke aanpak voor de toepassing van internationale en regionale normen en van vergelijkbare technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling te stimuleren;
c) aanmoediging van maatregelen om de systemen van de partijen voor de genoemde terreinen nader tot elkaar te brengen en hun compatibiliteit te verbeteren, zulks door transparantie, goede regelgevingspraktijken en bevordering van kwaliteitsnormen voor producten en handelspraktijken.
Art. 18. Coopération en matière de normes, de réglementations techniques et de procédures d'évaluation de la conformité.
1. La coopération en matière de normes, de réglementations techniques et d'évaluation de la conformité constitue un moyen essentiel d'éviter et de réduire les obstacles techniques au commerce et de garantir le bon fonctionnement de la libéralisation des échanges, comme le prévoit le titre II de la partie IV.
2. La coopération entre les parties vise à promouvoir :
a) la coopération en matière de réglementation;
b) la compatibilité des règlements techniques avec les normes internationales et européennes, ainsi que
c) l'assistance technique en vue de créer un réseau d'organismes d'évaluation de la conformité sur une base non discriminatoire.
3. En pratique, la coopération :
a) encourage toutes les mesures visant à combler les écarts constatés entre les parties en matière d'évaluation de la conformité et de normalisation;
b) prévoit un soutien organisationnel entre les parties pour favoriser la création de réseaux et organismes régionaux et renforce la coordination des politiques destinées à promouvoir une approche commune de l'application de normes internationales et régionales, ainsi que de règlements techniques et de procédures d'évaluation de la conformité similaires, ainsi que
c) appuie toutes les mesures permettant d'améliorer la convergence et la compatibilité des systèmes respectifs des parties dans les domaines précités, notamment la transparence, les bonnes pratiques réglementaires et la promotion de normes de qualité pour les produits et les pratiques des entreprises.
1. La coopération en matière de normes, de réglementations techniques et d'évaluation de la conformité constitue un moyen essentiel d'éviter et de réduire les obstacles techniques au commerce et de garantir le bon fonctionnement de la libéralisation des échanges, comme le prévoit le titre II de la partie IV.
2. La coopération entre les parties vise à promouvoir :
a) la coopération en matière de réglementation;
b) la compatibilité des règlements techniques avec les normes internationales et européennes, ainsi que
c) l'assistance technique en vue de créer un réseau d'organismes d'évaluation de la conformité sur une base non discriminatoire.
3. En pratique, la coopération :
a) encourage toutes les mesures visant à combler les écarts constatés entre les parties en matière d'évaluation de la conformité et de normalisation;
b) prévoit un soutien organisationnel entre les parties pour favoriser la création de réseaux et organismes régionaux et renforce la coordination des politiques destinées à promouvoir une approche commune de l'application de normes internationales et régionales, ainsi que de règlements techniques et de procédures d'évaluation de la conformité similaires, ainsi que
c) appuie toutes les mesures permettant d'améliorer la convergence et la compatibilité des systèmes respectifs des parties dans les domaines précités, notamment la transparence, les bonnes pratiques réglementaires et la promotion de normes de qualité pour les produits et les pratiques des entreprises.
Art. 19. Samenwerking met betrekking tot het midden- en kleinbedrijf.
1. De partijen streven naar een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf.
2. De samenwerking omvat onder meer :
a) technische bijstand;
b) conferenties, seminars, onderzoek naar industriële en technische mogelijkheden, deelname aan discussiebijeenkomsten en algemene en sectorale handelsbeurzen;
c) het bevorderen van contacten tussen bedrijven, het stimuleren van gezamenlijke investeringen en het tot stand brengen van gezamenlijke ondernemingen en informatienetwerken door middel van bestaande horizontale programma's;
d) het vergemakkelijken van de toegang tot kredieten, het verstrekken van informatie en het stimuleren van innovatie.
1. De partijen streven naar een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf.
2. De samenwerking omvat onder meer :
a) technische bijstand;
b) conferenties, seminars, onderzoek naar industriële en technische mogelijkheden, deelname aan discussiebijeenkomsten en algemene en sectorale handelsbeurzen;
c) het bevorderen van contacten tussen bedrijven, het stimuleren van gezamenlijke investeringen en het tot stand brengen van gezamenlijke ondernemingen en informatienetwerken door middel van bestaande horizontale programma's;
d) het vergemakkelijken van de toegang tot kredieten, het verstrekken van informatie en het stimuleren van innovatie.
Art. 19. Coopération en matière de petites et moyennes entreprises.
1. Les parties s'efforcent de créer un environnement favorable au développement des petites et moyennes entreprises (PME).
2. Leur coopération se traduit, entre autres actions, par :
a) une assistance technique;
b) des conférences, des séminaires, des activités de prospection industrielle et technique, la participation à des tables rondes, ainsi qu'à des foires générales et sectorielles;
c) la promotion de contacts entre opérateurs économiques, l'encouragement d'investissements communs et la mise en place de coentreprises et de réseaux d'information dans le cadre de programmes horizontaux en vigueur;
d) un accès facilité aux moyens de financement, la communication d'informations et un appui à l'innovation.
1. Les parties s'efforcent de créer un environnement favorable au développement des petites et moyennes entreprises (PME).
2. Leur coopération se traduit, entre autres actions, par :
a) une assistance technique;
b) des conférences, des séminaires, des activités de prospection industrielle et technique, la participation à des tables rondes, ainsi qu'à des foires générales et sectorielles;
c) la promotion de contacts entre opérateurs économiques, l'encouragement d'investissements communs et la mise en place de coentreprises et de réseaux d'information dans le cadre de programmes horizontaux en vigueur;
d) un accès facilité aux moyens de financement, la communication d'informations et un appui à l'innovation.
Art. 20. Samenwerking op het gebied van diensten.
Met inachtneming van de algemene WTO-overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) en binnen het kader van hun bevoegdheden steunen en intensiveren de partijen hun onderlinge samenwerking, overeenkomstig het groeiende belang van de dienstensector voor de ontwikkeling en groei van hun economieën. Gestreefd wordt naar sterkere samenwerking om de ontwikkeling en diversificatie van de productiviteit en de concurrentiepositie van de Chileense dienstensector te bevorderen. De partijen zullen nader bepalen op welke sectoren de samenwerking zal worden geconcentreerd, rekening houdende met de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De activiteiten worden met name gericht op het midden- en kleinbedrijf, om dit te helpen beter toegang te krijgen tot kapitaal en markttechnologieën. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan bevordering van de handel tussen de partijen en derde landen.
Met inachtneming van de algemene WTO-overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) en binnen het kader van hun bevoegdheden steunen en intensiveren de partijen hun onderlinge samenwerking, overeenkomstig het groeiende belang van de dienstensector voor de ontwikkeling en groei van hun economieën. Gestreefd wordt naar sterkere samenwerking om de ontwikkeling en diversificatie van de productiviteit en de concurrentiepositie van de Chileense dienstensector te bevorderen. De partijen zullen nader bepalen op welke sectoren de samenwerking zal worden geconcentreerd, rekening houdende met de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De activiteiten worden met name gericht op het midden- en kleinbedrijf, om dit te helpen beter toegang te krijgen tot kapitaal en markttechnologieën. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan bevordering van de handel tussen de partijen en derde landen.
Art. 20. Coopération dans le secteur des services.
Conformément à l'accord général sur le commerce des services (ci-après dénommé le " GATS ") de l'OMC et dans le cadre de leurs compétences, les parties intensifient leur coopération, témoignant ainsi de l'importance de plus en plus grande des services pour le développement et la croissance de leurs économies. La coopération visant à promouvoir l'accroissement et la diversification de la productivité et de la compétitivité du secteur des services au Chili est renforcée. Les parties déterminent les secteurs sur lesquels porte l'essentiel de la coopération et mettent par ailleurs l'accent sur les moyens disponibles à cet effet. Les actions visent en particulier les petites et moyennes entreprises en leur facilitant l'accès aux sources de capitaux et à la technologie des marchés. A cet égard, une attention particulière est accordée à la promotion des échanges commerciaux entre les parties et les pays tiers.
Conformément à l'accord général sur le commerce des services (ci-après dénommé le " GATS ") de l'OMC et dans le cadre de leurs compétences, les parties intensifient leur coopération, témoignant ainsi de l'importance de plus en plus grande des services pour le développement et la croissance de leurs économies. La coopération visant à promouvoir l'accroissement et la diversification de la productivité et de la compétitivité du secteur des services au Chili est renforcée. Les parties déterminent les secteurs sur lesquels porte l'essentiel de la coopération et mettent par ailleurs l'accent sur les moyens disponibles à cet effet. Les actions visent en particulier les petites et moyennes entreprises en leur facilitant l'accès aux sources de capitaux et à la technologie des marchés. A cet égard, une attention particulière est accordée à la promotion des échanges commerciaux entre les parties et les pays tiers.
Art. 21. Stimulering van investeringen.
1. De samenwerking moet de partijen helpen om, binnen het kader van hun bevoegdheden, een aantrekkelijk en stabiel klimaat voor wederzijdse investeringen tot stand te brengen.
2. De samenwerking omvat in het bijzonder :
a) totstandbrenging van mechanismen voor informatieverstrekking, identificatie en bekendmaking van investeringsregels en investeringsmogelijkheden;
b) ontwikkeling van een juridisch kader voor de partijen dat gunstig is voor investeringen, waar nodig door sluiting tussen de lidstaten en Chili van bilaterale overeenkomsten ter bescherming en stimulering van investeringen en ter vermijding van dubbele belastingheffing;
c) uitvoering van activiteiten op het gebied van technische bijstand voor opleidingsinitiatieven door de bevoegde instanties van de partijen;
d) ontwikkeling van uniforme vereenvoudigde administratieve procedures.
1. De samenwerking moet de partijen helpen om, binnen het kader van hun bevoegdheden, een aantrekkelijk en stabiel klimaat voor wederzijdse investeringen tot stand te brengen.
2. De samenwerking omvat in het bijzonder :
a) totstandbrenging van mechanismen voor informatieverstrekking, identificatie en bekendmaking van investeringsregels en investeringsmogelijkheden;
b) ontwikkeling van een juridisch kader voor de partijen dat gunstig is voor investeringen, waar nodig door sluiting tussen de lidstaten en Chili van bilaterale overeenkomsten ter bescherming en stimulering van investeringen en ter vermijding van dubbele belastingheffing;
c) uitvoering van activiteiten op het gebied van technische bijstand voor opleidingsinitiatieven door de bevoegde instanties van de partijen;
d) ontwikkeling van uniforme vereenvoudigde administratieve procedures.
Art. 21. Promotion des investissements.
1. Le but de la coopération est d'aider les parties à mettre en place, dans le cadre de leurs propres compétences, un environnement stable et attrayant pour les investissements réciproques.
2. La coopération s'étend en particulier aux domaines suivants :
a) création de mécanismes d'information, de définition et de diffusion de règles et de possibilités en matière d'investissement;
b) définition d'un cadre juridique destiné aux parties et favorisant l'investissement grâce à la conclusion, le cas échéant, d'accords bilatéraux entre les Etats membres et le Chili visant à encourager et à protéger l'investissement et à éviter la double imposition;
c) intégration d'activités d'assistance technique dans les initiatives de formation entre les administrations publiques des parties chargées de ces questions, ainsi que
d) définition de procédures administratives uniformes et simplifiées.
1. Le but de la coopération est d'aider les parties à mettre en place, dans le cadre de leurs propres compétences, un environnement stable et attrayant pour les investissements réciproques.
2. La coopération s'étend en particulier aux domaines suivants :
a) création de mécanismes d'information, de définition et de diffusion de règles et de possibilités en matière d'investissement;
b) définition d'un cadre juridique destiné aux parties et favorisant l'investissement grâce à la conclusion, le cas échéant, d'accords bilatéraux entre les Etats membres et le Chili visant à encourager et à protéger l'investissement et à éviter la double imposition;
c) intégration d'activités d'assistance technique dans les initiatives de formation entre les administrations publiques des parties chargées de ces questions, ainsi que
d) définition de procédures administratives uniformes et simplifiées.
Art. 22. Samenwerking op het gebied van energie.
1. De samenwerking tussen de partijen beoogt de consolidering van hun economische betrekkingen in belangrijke sectoren als waterkracht, olie en gas, duurzame energiebronnen, technologie voor energiebesparing en elektrificatie van het platteland.
2. Doelstellingen van de samenwerking zijn onder meer :
a) uitwisseling van informatie in alle geschikte vormen, onder meer door de ontwikkeling van databanken voor gebruik door de instellingen van beide partijen, opleiding en conferenties;
b) overdracht van technologie;
c) diagnostisch onderzoek, vergelijkende analyse en tenuitvoerlegging van programma's door instellingen van beide partijen;
d) deelname van ondernemingen en overheidsinstellingen uit de twee regio's aan projecten voor technologische ontwikkeling en gezamenlijke infrastructuur, met inbegrip van netwerken met andere landen in de regio;
e) sluiting van specifieke overeenkomsten op belangrijke gebieden van wederzijds belang, waar van toepassing;
f) bijstand aan Chileense instellingen die zich bezighouden met energievraagstukken en het formuleren van energiebeleid.
1. De samenwerking tussen de partijen beoogt de consolidering van hun economische betrekkingen in belangrijke sectoren als waterkracht, olie en gas, duurzame energiebronnen, technologie voor energiebesparing en elektrificatie van het platteland.
2. Doelstellingen van de samenwerking zijn onder meer :
a) uitwisseling van informatie in alle geschikte vormen, onder meer door de ontwikkeling van databanken voor gebruik door de instellingen van beide partijen, opleiding en conferenties;
b) overdracht van technologie;
c) diagnostisch onderzoek, vergelijkende analyse en tenuitvoerlegging van programma's door instellingen van beide partijen;
d) deelname van ondernemingen en overheidsinstellingen uit de twee regio's aan projecten voor technologische ontwikkeling en gezamenlijke infrastructuur, met inbegrip van netwerken met andere landen in de regio;
e) sluiting van specifieke overeenkomsten op belangrijke gebieden van wederzijds belang, waar van toepassing;
f) bijstand aan Chileense instellingen die zich bezighouden met energievraagstukken en het formuleren van energiebeleid.
Art. 22. Coopération en matière d'énergie.
1. Le but de la coopération entre les parties est de consolider les relations économiques dans des secteurs essentiels comme l'énergie hydroélectrique, le pétrole, le gaz, les énergies renouvelables, les techniques d'économies d'énergie et l'électrification des zones rurales.
2. Les éléments suivants figurent parmi les objectifs de la coopération :
a) échanges d'informations sous toutes les formes appropriées, y compris la création de banques de données partagées par les organismes des deux parties, formation et conférences;
b) transferts de technologie;
c) diagnostics, analyses comparatives et mise en oeuvre de programmes par les organismes des deux parties;
d) participation d'opérateurs publics et privés des deux régions à des projets de développement technologique et d'infrastructures communes, y compris des réseaux avec d'autres pays de la région;
e) conclusion, le cas échéant, d'accords spécifiques dans des domaines clés d'intérêt commun, ainsi que
f)aide aux institutions chiliennes traitant des questions énergétiques et de la formulation d'une politique en matière d'énergie.
1. Le but de la coopération entre les parties est de consolider les relations économiques dans des secteurs essentiels comme l'énergie hydroélectrique, le pétrole, le gaz, les énergies renouvelables, les techniques d'économies d'énergie et l'électrification des zones rurales.
2. Les éléments suivants figurent parmi les objectifs de la coopération :
a) échanges d'informations sous toutes les formes appropriées, y compris la création de banques de données partagées par les organismes des deux parties, formation et conférences;
b) transferts de technologie;
c) diagnostics, analyses comparatives et mise en oeuvre de programmes par les organismes des deux parties;
d) participation d'opérateurs publics et privés des deux régions à des projets de développement technologique et d'infrastructures communes, y compris des réseaux avec d'autres pays de la région;
e) conclusion, le cas échéant, d'accords spécifiques dans des domaines clés d'intérêt commun, ainsi que
f)aide aux institutions chiliennes traitant des questions énergétiques et de la formulation d'une politique en matière d'énergie.
Art. 23. Vervoer.
1. De samenwerking wordt geconcentreerd op herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen van Chili, verbetering van het personen- en goederenverkeer en verbetering van de toegang tot de markt voor het stads-, lucht-, zee-, rail- en wegvervoer door verbetering van het operationele en administratieve beheer en bevordering van de toepassing van exploitatienormen.
2. De samenwerking omvat onder meer :
a) uitwisseling van informatie over het beleid van de partijen, met name wat betreft stadsvervoer en koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsmede andere terreinen van gemeenschappelijk belang;
b) opleidingsprogramma's op het gebied van economie, recht en technische onderwerpen voor het bedrijfsleven en voor hogere ambtenaren;
c) samenwerkingsprojecten gericht op overdracht van Europese technologieën op het gebied van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS en centra voor het openbaar stadsvervoer.
1. De samenwerking wordt geconcentreerd op herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen van Chili, verbetering van het personen- en goederenverkeer en verbetering van de toegang tot de markt voor het stads-, lucht-, zee-, rail- en wegvervoer door verbetering van het operationele en administratieve beheer en bevordering van de toepassing van exploitatienormen.
2. De samenwerking omvat onder meer :
a) uitwisseling van informatie over het beleid van de partijen, met name wat betreft stadsvervoer en koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsmede andere terreinen van gemeenschappelijk belang;
b) opleidingsprogramma's op het gebied van economie, recht en technische onderwerpen voor het bedrijfsleven en voor hogere ambtenaren;
c) samenwerkingsprojecten gericht op overdracht van Europese technologieën op het gebied van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS en centra voor het openbaar stadsvervoer.
Art. 23. Transports.
1. La coopération est axée sur la restructuration et la modernisation des systèmes de transport au Chili, sur l'amélioration de la circulation des usagers et des marchandises, ainsi que sur l'accès au marché des transports urbains, aériens, maritimes, ferroviaires et routiers par une meilleure gestion opérationnelle et administrative et par la promotion de normes d'exploitation.
2. La coopération s'étend notamment aux domaines suivants :
a) échanges d'informations sur les politiques des parties, en particulier en ce qui concerne les transports urbains, l'interconnexion et l'interopérabilité des réseaux de transport multimodaux, et autres questions d'intérêt commun;
b) programmes de formation dans le domaine de l'économie, de la législation et des disciplines techniques s'adressant aux opérateurs économiques et aux hauts fonctionnaires, ainsi que
c) projets de coopération ayant trait à des transferts de technologie européenne dans le système global de navigation par satellite et les centres de transports publics urbains.
1. La coopération est axée sur la restructuration et la modernisation des systèmes de transport au Chili, sur l'amélioration de la circulation des usagers et des marchandises, ainsi que sur l'accès au marché des transports urbains, aériens, maritimes, ferroviaires et routiers par une meilleure gestion opérationnelle et administrative et par la promotion de normes d'exploitation.
2. La coopération s'étend notamment aux domaines suivants :
a) échanges d'informations sur les politiques des parties, en particulier en ce qui concerne les transports urbains, l'interconnexion et l'interopérabilité des réseaux de transport multimodaux, et autres questions d'intérêt commun;
b) programmes de formation dans le domaine de l'économie, de la législation et des disciplines techniques s'adressant aux opérateurs économiques et aux hauts fonctionnaires, ainsi que
c) projets de coopération ayant trait à des transferts de technologie européenne dans le système global de navigation par satellite et les centres de transports publics urbains.
Art. 24. Samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling; sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
1. De samenwerking op dit terrein moet beleidsmaatregelen op landbouwgebied steunen en stimuleren, teneinde het streven van de partijen naar duurzame landbouw en agrarische en rurale ontwikkeling te bevorderen en te consolideren.
2. De samenwerking is met name gericht op capaciteitsopbouw, infrastructuur en overdracht van technologie. In dit verband wordt aandacht geschonken aan :
a) specifieke projecten voor ondersteuning van sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen met betrekking tot milieu en voedselkwaliteit, rekening houdende met de wetgeving van de partijen en in overeenstemming met de regels van de WTO en andere internationale organisaties op dit terrein;
b) diversificatie en herstructurering van de agrarische sectoren;
c) uitwisseling van informatie, onder andere over de ontwikkeling van het landbouwbeleid van de partijen;
d) technische bijstand voor de verhoging van de productiviteit en de uitwisseling van alternatieve gewastechnologieën;
e) wetenschappelijke en technologische experimenten;
f) maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten en ter ondersteuning van handelspromotie;
g) technische bijstand ter versterking van de systemen voor sanitaire en fytosanitaire controle, teneinde zo veel mogelijk ondersteuning te bieden voor bevordering van overeenkomsten inzake equivalentie en wederzijdse erkenning.
1. De samenwerking op dit terrein moet beleidsmaatregelen op landbouwgebied steunen en stimuleren, teneinde het streven van de partijen naar duurzame landbouw en agrarische en rurale ontwikkeling te bevorderen en te consolideren.
2. De samenwerking is met name gericht op capaciteitsopbouw, infrastructuur en overdracht van technologie. In dit verband wordt aandacht geschonken aan :
a) specifieke projecten voor ondersteuning van sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen met betrekking tot milieu en voedselkwaliteit, rekening houdende met de wetgeving van de partijen en in overeenstemming met de regels van de WTO en andere internationale organisaties op dit terrein;
b) diversificatie en herstructurering van de agrarische sectoren;
c) uitwisseling van informatie, onder andere over de ontwikkeling van het landbouwbeleid van de partijen;
d) technische bijstand voor de verhoging van de productiviteit en de uitwisseling van alternatieve gewastechnologieën;
e) wetenschappelijke en technologische experimenten;
f) maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten en ter ondersteuning van handelspromotie;
g) technische bijstand ter versterking van de systemen voor sanitaire en fytosanitaire controle, teneinde zo veel mogelijk ondersteuning te bieden voor bevordering van overeenkomsten inzake equivalentie en wederzijdse erkenning.
Art. 24. Coopération dans les secteurs agricole et rural et mesures sanitaires et phytosanitaires.
1. La coopération dans ce domaine vise à soutenir et à stimuler des mesures de politique agricole destinées à promouvoir et à renforcer les efforts déployés par les parties pour parvenir à une agriculture et à un développement agricole et rural durables.
2. La coopération met l'accent sur le renforcement des capacités, les infrastructures et les transferts de technologie en vue de traiter par exemple les points suivants :
a) projets spécifiquement destinés à appuyer les mesures sanitaires, phytosanitaires, environnementales et concernant la qualité de l'alimentation, compte tenu de la législation en vigueur dans les deux parties et conformément aux règles de l'OMC et d'autres organisations internationales compétentes;
b) diversification et restructuration des secteurs agricoles;
c) échange mutuel d'informations, y compris concernant l'élaboration des politiques agricoles des parties;
d) assistance technique en vue d'améliorer la productivité et l'échange de nouvelles techniques de culture;
e) expériences scientifiques et technologiques;
f) mesures visant à améliorer la qualité des produits agricoles et à soutenir les activités de promotion du commerce;
g) assistance technique en vue de renforcer les systèmes de contrôle sanitaire et phytosanitaire pour encourager autant que possible des accords d'équivalence et de reconnaissance mutuelle.
1. La coopération dans ce domaine vise à soutenir et à stimuler des mesures de politique agricole destinées à promouvoir et à renforcer les efforts déployés par les parties pour parvenir à une agriculture et à un développement agricole et rural durables.
2. La coopération met l'accent sur le renforcement des capacités, les infrastructures et les transferts de technologie en vue de traiter par exemple les points suivants :
a) projets spécifiquement destinés à appuyer les mesures sanitaires, phytosanitaires, environnementales et concernant la qualité de l'alimentation, compte tenu de la législation en vigueur dans les deux parties et conformément aux règles de l'OMC et d'autres organisations internationales compétentes;
b) diversification et restructuration des secteurs agricoles;
c) échange mutuel d'informations, y compris concernant l'élaboration des politiques agricoles des parties;
d) assistance technique en vue d'améliorer la productivité et l'échange de nouvelles techniques de culture;
e) expériences scientifiques et technologiques;
f) mesures visant à améliorer la qualité des produits agricoles et à soutenir les activités de promotion du commerce;
g) assistance technique en vue de renforcer les systèmes de contrôle sanitaire et phytosanitaire pour encourager autant que possible des accords d'équivalence et de reconnaissance mutuelle.
Art. 25. Visserij.
1. Gezien het belang van het visserijbeleid voor hun onderlinge betrekkingen verbinden de partijen zich tot nauwere economische en technische samenwerking, die kan leiden tot bilaterale en/of multilaterale overeenkomsten inzake de visserij op volle zee.
2. Bovendien onderstrepen de partijen het belang dat zij hechten aan de naleving van de wederzijdse verbintenissen die vervat zijn in de door hen op 25 januari 2001 ondertekende regeling.
1. Gezien het belang van het visserijbeleid voor hun onderlinge betrekkingen verbinden de partijen zich tot nauwere economische en technische samenwerking, die kan leiden tot bilaterale en/of multilaterale overeenkomsten inzake de visserij op volle zee.
2. Bovendien onderstrepen de partijen het belang dat zij hechten aan de naleving van de wederzijdse verbintenissen die vervat zijn in de door hen op 25 januari 2001 ondertekende regeling.
Art. 25. Pêche.
1. Compte tenu de l'importance de la politique de la pêche dans leurs relations, les parties décident de collaborer plus étroitement sur le plan économique et technique afin de parvenir si possible à des accords bilatéraux et/ou multilatéraux concernant la pêche en haute mer.
2. Les paries soulignent par ailleurs l'importance qu'elles attachent au respect des engagements réciproques définis dans les arrangements qu'elles ont signés le 25 janvier 2001.
1. Compte tenu de l'importance de la politique de la pêche dans leurs relations, les parties décident de collaborer plus étroitement sur le plan économique et technique afin de parvenir si possible à des accords bilatéraux et/ou multilatéraux concernant la pêche en haute mer.
2. Les paries soulignent par ailleurs l'importance qu'elles attachent au respect des engagements réciproques définis dans les arrangements qu'elles ont signés le 25 janvier 2001.
Art. 26. Samenwerking op douanegebied.
1. De partijen bevorderen en vergemakkelijken samenwerking tussen hun douaneorganisaties, teneinde te zorgen voor de verwezenlijking van de in artikel 79 genoemde doelstellingen, met name met het oog op vereenvoudiging van de douaneprocedures en vereenvoudiging van rechtmatige handel, met behoud van hun mogelijkheden tot controle.
2. Onverminderd de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verlenen de douaneautoriteiten elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.
3. De samenwerking moet onder meer leiden tot :
a) verlening van technische bijstand, waar nodig mede inhoudende de organisatie van seminars en het aanbieden van stageplaatsen;
b) ontwikkeling en uitwisseling van beste praktijken;
c) verbetering en vereenvoudiging van douanekwesties die verband houden met markttoegang en oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneregelingen.
1. De partijen bevorderen en vergemakkelijken samenwerking tussen hun douaneorganisaties, teneinde te zorgen voor de verwezenlijking van de in artikel 79 genoemde doelstellingen, met name met het oog op vereenvoudiging van de douaneprocedures en vereenvoudiging van rechtmatige handel, met behoud van hun mogelijkheden tot controle.
2. Onverminderd de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verlenen de douaneautoriteiten elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.
3. De samenwerking moet onder meer leiden tot :
a) verlening van technische bijstand, waar nodig mede inhoudende de organisatie van seminars en het aanbieden van stageplaatsen;
b) ontwikkeling en uitwisseling van beste praktijken;
c) verbetering en vereenvoudiging van douanekwesties die verband houden met markttoegang en oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneregelingen.
Art. 26. Coopération douanière.
1. Les parties développent et facilitent la coopération entre leurs administrations des douanes respectives afin de garantir la réalisation des objectifs fixés par l'article 79, notamment en ce qui concerne la simplification des procédures douanières, et de stimuler le commerce licite tout en conservant leurs capacités de contrôle.
2. Sans préjudice de la coopération établie par le présent accord, l'assistance mutuelle entre les administrations compétentes pour les questions douanières est accordée conformément au protocole relatif à l'assistance administrative mutuelle en matière douanière du 13 juin 2001, qui figure en annexe de l'accord-cadre de coopération.
3. Cette coopération donne notamment lieu :
a) à l'apport d'une assistance technique, notamment, s'il y a lieu, l'organisation de séminaires et le détachement de personnes en formation;
b) à l'élaboration et au partage de meilleures pratiques, ainsi que
c) à l'amélioration et à la simplification des questions douanières liées à l'accès au marché et aux règles d'origine et des procédures douanières qui s'y rapportent.
1. Les parties développent et facilitent la coopération entre leurs administrations des douanes respectives afin de garantir la réalisation des objectifs fixés par l'article 79, notamment en ce qui concerne la simplification des procédures douanières, et de stimuler le commerce licite tout en conservant leurs capacités de contrôle.
2. Sans préjudice de la coopération établie par le présent accord, l'assistance mutuelle entre les administrations compétentes pour les questions douanières est accordée conformément au protocole relatif à l'assistance administrative mutuelle en matière douanière du 13 juin 2001, qui figure en annexe de l'accord-cadre de coopération.
3. Cette coopération donne notamment lieu :
a) à l'apport d'une assistance technique, notamment, s'il y a lieu, l'organisation de séminaires et le détachement de personnes en formation;
b) à l'élaboration et au partage de meilleures pratiques, ainsi que
c) à l'amélioration et à la simplification des questions douanières liées à l'accès au marché et aux règles d'origine et des procédures douanières qui s'y rapportent.
Art. 27. Statistische samenwerking.
1. Het belangrijkste doel is de harmonisatie van methoden, waardoor de partijen gebruik kunnen maken van elkaars statistieken voor de handel in goederen en diensten, en in het algemeen voor elk onder de overeenkomst vallend gebied waarvoor statistieken kunnen worden opgesteld.
2. De samenwerking is vooral gericht op :
a) kwalificatie van statistische methoden, zodat de verkregen indicatoren voor de partijen vergelijkbaar zijn;
b) uitwisseling op wetenschappelijk en technisch gebied met instellingen voor statistiek in de lidstaten van de Europese Unie en met Eurostat;
c) statistisch onderzoek met het oog op de ontwikkeling van gemeenschappelijke methoden voor het verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens;
d) organisatie van seminars en werkgroepen;
e) opleidingsprogramma's op het gebied van de statistiek, waaraan ook door andere landen in de regio kan worden deelgenomen.
1. Het belangrijkste doel is de harmonisatie van methoden, waardoor de partijen gebruik kunnen maken van elkaars statistieken voor de handel in goederen en diensten, en in het algemeen voor elk onder de overeenkomst vallend gebied waarvoor statistieken kunnen worden opgesteld.
2. De samenwerking is vooral gericht op :
a) kwalificatie van statistische methoden, zodat de verkregen indicatoren voor de partijen vergelijkbaar zijn;
b) uitwisseling op wetenschappelijk en technisch gebied met instellingen voor statistiek in de lidstaten van de Europese Unie en met Eurostat;
c) statistisch onderzoek met het oog op de ontwikkeling van gemeenschappelijke methoden voor het verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens;
d) organisatie van seminars en werkgroepen;
e) opleidingsprogramma's op het gebied van de statistiek, waaraan ook door andere landen in de regio kan worden deelgenomen.
Art. 27. Coopération dans le domaine statistique.
1. Le principal objectif est d'aligner les méthodes afin de permettre à chaque partie d'utiliser les statistiques de l'autre partie relatives au commerce des biens et services et, d'une manière plus générale, à tout domaine couvert par le présent accord pour lequel des statistiques peuvent être collectées.
2. La coopération est axée sur :
a) l'homologation des méthodes statistiques pour produire des indicateurs comparables entre les parties;
b) les échanges scientifiques et techniques avec les organismes statistiques des Etats membres de l'Union européenne et avec Eurostat;
c) la recherche statistique visant à élaborer des méthodes communes de collecte, d'analyse et d'interprétation des données;
d) l'organisation de séminaires et d'ateliers, ainsi que
e) des programmes de formation dans le domaine des statistiques, notamment ouverts à d'autres pays de la région.
1. Le principal objectif est d'aligner les méthodes afin de permettre à chaque partie d'utiliser les statistiques de l'autre partie relatives au commerce des biens et services et, d'une manière plus générale, à tout domaine couvert par le présent accord pour lequel des statistiques peuvent être collectées.
2. La coopération est axée sur :
a) l'homologation des méthodes statistiques pour produire des indicateurs comparables entre les parties;
b) les échanges scientifiques et techniques avec les organismes statistiques des Etats membres de l'Union européenne et avec Eurostat;
c) la recherche statistique visant à élaborer des méthodes communes de collecte, d'analyse et d'interprétation des données;
d) l'organisation de séminaires et d'ateliers, ainsi que
e) des programmes de formation dans le domaine des statistiques, notamment ouverts à d'autres pays de la région.
Art. 28. Samenwerking op milieugebied.
1. Doel van de samenwerking is het bevorderen van behoud en verbetering van het milieu, het voorkomen van besmetting van en schade aan natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen, en het rationele gebruik daarvan in het streven naar duurzame ontwikkeling.
2. In dit verband zijn de volgende punten van bijzonder belang :
a) het verband tussen armoede en het milieu;
b) het milieueffect van economische activiteiten;
c) milieuproblemen en beheer van het bodemgebruik;
d) projecten ter versterking van de milieustructuren en het milieubeleid van Chili;
e) uitwisseling van informatie, technologie en ervaring, onder meer betreffende milieunormen en -modellen en opleiding en onderwijs op milieugebied;
f) milieuvoorlichting en milieueducatie om de betrokkenheid van burgers te vergroten;
g) technische bijstand en gezamenlijke regionale onderzoeksprogramma's.
1. Doel van de samenwerking is het bevorderen van behoud en verbetering van het milieu, het voorkomen van besmetting van en schade aan natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen, en het rationele gebruik daarvan in het streven naar duurzame ontwikkeling.
2. In dit verband zijn de volgende punten van bijzonder belang :
a) het verband tussen armoede en het milieu;
b) het milieueffect van economische activiteiten;
c) milieuproblemen en beheer van het bodemgebruik;
d) projecten ter versterking van de milieustructuren en het milieubeleid van Chili;
e) uitwisseling van informatie, technologie en ervaring, onder meer betreffende milieunormen en -modellen en opleiding en onderwijs op milieugebied;
f) milieuvoorlichting en milieueducatie om de betrokkenheid van burgers te vergroten;
g) technische bijstand en gezamenlijke regionale onderzoeksprogramma's.
Art. 28. Coopération en matière d'environnement.
1. Le but de la coopération est de promouvoir la conservation et l'amélioration de l'environnement, la prévention de la contamination et de la détérioration des ressources naturelles et des écosystèmes, ainsi que l'utilisation rationnelle de ces derniers dans l'optique d'un développement durable.
2. A cet égard, les éléments suivants sont particulièrement importants :
a) le lien entre pauvreté et environnement;
b) l'impact des activités économiques sur l'environnement;
c) les problèmes environnementaux et la gestion de l'aménagement du territoire;
d) les projets visant à renforcer les structures et les politiques du Chili en matière d'environnement;
e) les échanges d'informations, de technologies et d'expérience notamment sur les normes, les modèles, la formation et l'enseignement dans le domaine de l'environnement;
f)l'enseignement et la formation en matière d'environnement en vue d'une participation accrue des citoyens, ainsi que
g) l'assistance technique et des programmes communs de recherche régionale.
1. Le but de la coopération est de promouvoir la conservation et l'amélioration de l'environnement, la prévention de la contamination et de la détérioration des ressources naturelles et des écosystèmes, ainsi que l'utilisation rationnelle de ces derniers dans l'optique d'un développement durable.
2. A cet égard, les éléments suivants sont particulièrement importants :
a) le lien entre pauvreté et environnement;
b) l'impact des activités économiques sur l'environnement;
c) les problèmes environnementaux et la gestion de l'aménagement du territoire;
d) les projets visant à renforcer les structures et les politiques du Chili en matière d'environnement;
e) les échanges d'informations, de technologies et d'expérience notamment sur les normes, les modèles, la formation et l'enseignement dans le domaine de l'environnement;
f)l'enseignement et la formation en matière d'environnement en vue d'une participation accrue des citoyens, ainsi que
g) l'assistance technique et des programmes communs de recherche régionale.
Art. 29. Bescherming van de consument.
De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen van de partijen voor de bescherming van de consument en dient voor zover mogelijk de volgende doelen te beogen :
a) betere onderlinge verenigbaarheid van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;
b) ontwikkeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke goederen en onderlinge koppeling van die systemen (systemen voor snelle waarschuwing);
c) uitwisseling van informatie en van deskundigen en aanmoediging van samenwerking tussen de consumentenorganisaties van de partijen;
d) projecten voor opleiding en technische bijstand.
De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen van de partijen voor de bescherming van de consument en dient voor zover mogelijk de volgende doelen te beogen :
a) betere onderlinge verenigbaarheid van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;
b) ontwikkeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke goederen en onderlinge koppeling van die systemen (systemen voor snelle waarschuwing);
c) uitwisseling van informatie en van deskundigen en aanmoediging van samenwerking tussen de consumentenorganisaties van de partijen;
d) projecten voor opleiding en technische bijstand.
Art. 29. Protection des consommateurs.
La coopération dans ce domaine vise à rendre compatibles les programmes de protection des consommateurs des parties et, dans la mesure du possible, implique :
a) un renforcement de la compatibilité des législations relatives à la protection des consommateurs pour éviter les obstacles au commerce;
b) la mise en place et l'élaboration de systèmes d'information mutuelle sur les produits dangereux, et leur interconnexion (systèmes d'alerte précoce);
c) des échanges d'informations et d'experts, et une collaboration accrue des associations de consommateurs des deux parties, ainsi que
d) l'organisation de projets de formation et d'assistance technique.
La coopération dans ce domaine vise à rendre compatibles les programmes de protection des consommateurs des parties et, dans la mesure du possible, implique :
a) un renforcement de la compatibilité des législations relatives à la protection des consommateurs pour éviter les obstacles au commerce;
b) la mise en place et l'élaboration de systèmes d'information mutuelle sur les produits dangereux, et leur interconnexion (systèmes d'alerte précoce);
c) des échanges d'informations et d'experts, et une collaboration accrue des associations de consommateurs des deux parties, ainsi que
d) l'organisation de projets de formation et d'assistance technique.
Art. 30. Gegevensbescherming.
1. De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, teneinde het beschermingsniveau te verhogen en belemmeringen te voorkomen voor handel waarbij overbrenging van persoonsgegevens noodzakelijk is.
2. In het kader van de samenwerking op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens kan technische bijstand worden verleend in de vorm van uitwisseling van informatie en uitwisseling van deskundigen en het opzetten van gezamenlijke programma's en projecten.
1. De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, teneinde het beschermingsniveau te verhogen en belemmeringen te voorkomen voor handel waarbij overbrenging van persoonsgegevens noodzakelijk is.
2. In het kader van de samenwerking op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens kan technische bijstand worden verleend in de vorm van uitwisseling van informatie en uitwisseling van deskundigen en het opzetten van gezamenlijke programma's en projecten.
Art. 30. Protection des données.
1. Les parties conviennent de coopérer en matière de protection des données à caractère personnel afin d'améliorer le niveau de protection et d'éviter les obstacles au commerce lorsque celui-ci requiert la transmission de données à caractère personnel.
2. La coopération en matière de protection des données à caractère personnel peut inclure une assistance technique sous forme d'échanges d'informations et d'experts et de mise en place de programmes et de projets communs.
1. Les parties conviennent de coopérer en matière de protection des données à caractère personnel afin d'améliorer le niveau de protection et d'éviter les obstacles au commerce lorsque celui-ci requiert la transmission de données à caractère personnel.
2. La coopération en matière de protection des données à caractère personnel peut inclure une assistance technique sous forme d'échanges d'informations et d'experts et de mise en place de programmes et de projets communs.
Art. 31. Macro-economische dialoog.
1. De partijen bevorderen de uitwisseling van informatie over hun macro-economisch beleid en macro-economische trends en uitwisseling van ervaringen op het gebied van de coördinatie van macro-economisch beleid in de context van regionale integratie.
2. Met dit doel voor ogen streven de partijen naar een diepgaander dialoog tussen hun autoriteiten over macro-economische aangelegenheden, teneinde ideeën en opinies uit te wisselen over vraagstukken als :
a) macro-economische stabilisatie;
b) consolidatie van de overheidsfinanciën;
c) fiscaal beleid;
d) monetair beleid;
e) financieel beleid en financiële regelgeving;
f) financiële integratie en openstelling van de kapitaalrekening;
g) wisselkoersbeleid;
h) internationale financiële architectuur en hervorming van het internationaal monetair stelsel;
i) coördinatie van het macro-economisch beleid.
3. De samenwerking wordt uitgevoerd door middel van :
a) bijeenkomsten van de macro-economische autoriteiten;
b) organisatie van seminars en conferenties;
c) aanbieding van opleidingsmogelijkheden indien daar vraag naar is;
d) uitvoering van studies naar vraagstukken van wederzijds belang.
1. De partijen bevorderen de uitwisseling van informatie over hun macro-economisch beleid en macro-economische trends en uitwisseling van ervaringen op het gebied van de coördinatie van macro-economisch beleid in de context van regionale integratie.
2. Met dit doel voor ogen streven de partijen naar een diepgaander dialoog tussen hun autoriteiten over macro-economische aangelegenheden, teneinde ideeën en opinies uit te wisselen over vraagstukken als :
a) macro-economische stabilisatie;
b) consolidatie van de overheidsfinanciën;
c) fiscaal beleid;
d) monetair beleid;
e) financieel beleid en financiële regelgeving;
f) financiële integratie en openstelling van de kapitaalrekening;
g) wisselkoersbeleid;
h) internationale financiële architectuur en hervorming van het internationaal monetair stelsel;
i) coördinatie van het macro-economisch beleid.
3. De samenwerking wordt uitgevoerd door middel van :
a) bijeenkomsten van de macro-economische autoriteiten;
b) organisatie van seminars en conferenties;
c) aanbieding van opleidingsmogelijkheden indien daar vraag naar is;
d) uitvoering van studies naar vraagstukken van wederzijds belang.
Art. 31. Dialogue macroéconomique.
1. Les parties encouragent les échanges d'informations sur leurs politiques et tendances macroéconomiques respectives et les échanges d'expérience en matière de coordination des politiques macroéconomiques dans le cadre de l'intégration régionale.
2. Gardant ce but à l'esprit, les parties s'efforcent d'approfondir le dialogue entre leurs autorités chargées des questions macroéconomiques afin d'échanger des idées et des avis sur des points tels que :
a) la stabilité macroéconomique;
b) la consolidation des finances publiques;
c) la politique fiscale;
d) la politique monétaire;
e) la politique et la réglementation financières;
f)l'intégration financière et l'ouverture de la balance des opérations en capital;
g) la politique des taux de change;
h) l'architecture financière internationale et la réforme du système monétaire international, ainsi que
i) la coordination de la politique macroéconomique.
3. Cette coopération est notamment mise en oeuvre par les moyens suivants :
a) réunions entre les autorités compétentes en matière de macroéconomie;
b) organisation de séminaires et de conférences;
c) possibilités de formation s'il existe une demande, ainsi que
d) études sur les questions d'intérêt commun.
1. Les parties encouragent les échanges d'informations sur leurs politiques et tendances macroéconomiques respectives et les échanges d'expérience en matière de coordination des politiques macroéconomiques dans le cadre de l'intégration régionale.
2. Gardant ce but à l'esprit, les parties s'efforcent d'approfondir le dialogue entre leurs autorités chargées des questions macroéconomiques afin d'échanger des idées et des avis sur des points tels que :
a) la stabilité macroéconomique;
b) la consolidation des finances publiques;
c) la politique fiscale;
d) la politique monétaire;
e) la politique et la réglementation financières;
f)l'intégration financière et l'ouverture de la balance des opérations en capital;
g) la politique des taux de change;
h) l'architecture financière internationale et la réforme du système monétaire international, ainsi que
i) la coordination de la politique macroéconomique.
3. Cette coopération est notamment mise en oeuvre par les moyens suivants :
a) réunions entre les autorités compétentes en matière de macroéconomie;
b) organisation de séminaires et de conférences;
c) possibilités de formation s'il existe une demande, ainsi que
d) études sur les questions d'intérêt commun.
Art. 32. Intellectuele-eigendomsrechten.
1. De partijen komen overeen elk naar eigen vermogen samen te werken ten aanzien van de uitoefening, de ondersteuning, de verspreiding, de stroomlijning, het beheer, de harmonisatie, de bescherming en de effectieve toepassing van intellectuele-eigendomsrechten, de voorkoming van schending van dergelijke rechten, de bestrijding van namaak en piraterij, en de oprichting en versterking van nationale organisaties voor controle op en bescherming van dergelijke rechten.
2. De technische samenwerking kan worden geconcentreerd op een of meer van de onderstaande activiteiten :
a) adviesverlening op wetgevingsgebied : commentaar op wetsontwerpen betreffende de algemene bepalingen en grondbeginselen van de in artikel 170 opgesomde internationale overeenkomsten, auteursrechten en naburige rechten, handelsmerken, geografische aanduidingen, traditionele uitdrukkingen en aanvullende kwaliteitsvermeldingen, industriële ontwerpen, octrooien, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, bescherming van niet openbaar gemaakte informatie, bestrijding van concurrentieverstorende gedragingen in licentieovereenkomsten, handhaving en andere aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;
b) adviesverlening met betrekking tot de organisatie van de administratieve infrastructuur, zoals octrooibureaus, incasso-organisaties en dergelijke;
c) opleiding op het gebied van technieken voor administratie en beheer van intellectuele-eigendomsrechten;
d) specifieke opleiding van rechters en douane- en politiefunctionarissen met het oog op effectiever rechtshandhaving;
e) voorlichting voor het bedrijfsleven en de civiele samenleving.
1. De partijen komen overeen elk naar eigen vermogen samen te werken ten aanzien van de uitoefening, de ondersteuning, de verspreiding, de stroomlijning, het beheer, de harmonisatie, de bescherming en de effectieve toepassing van intellectuele-eigendomsrechten, de voorkoming van schending van dergelijke rechten, de bestrijding van namaak en piraterij, en de oprichting en versterking van nationale organisaties voor controle op en bescherming van dergelijke rechten.
2. De technische samenwerking kan worden geconcentreerd op een of meer van de onderstaande activiteiten :
a) adviesverlening op wetgevingsgebied : commentaar op wetsontwerpen betreffende de algemene bepalingen en grondbeginselen van de in artikel 170 opgesomde internationale overeenkomsten, auteursrechten en naburige rechten, handelsmerken, geografische aanduidingen, traditionele uitdrukkingen en aanvullende kwaliteitsvermeldingen, industriële ontwerpen, octrooien, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, bescherming van niet openbaar gemaakte informatie, bestrijding van concurrentieverstorende gedragingen in licentieovereenkomsten, handhaving en andere aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;
b) adviesverlening met betrekking tot de organisatie van de administratieve infrastructuur, zoals octrooibureaus, incasso-organisaties en dergelijke;
c) opleiding op het gebied van technieken voor administratie en beheer van intellectuele-eigendomsrechten;
d) specifieke opleiding van rechters en douane- en politiefunctionarissen met het oog op effectiever rechtshandhaving;
e) voorlichting voor het bedrijfsleven en de civiele samenleving.
Art. 32. Droits de propriété intellectuelle.
1. Les parties conviennent de coopérer, selon leurs propres capacités, sur les questions ayant trait à la mise en oeuvre, la promotion, la diffusion, la rationalisation, la gestion, l'harmonisation, la protection et l'application efficace des droits de propriété intellectuelle, à la prévention des abus de tels droits, à la lutte contre la contrefaçon et la piraterie, ainsi qu'à la création et au renforcement d'organismes nationaux de contrôle et de protection de ces droits.
2. La coopération technique peut mettre l'accent sur une ou plusieurs des activités ci-dessous :
a) consultation législative : observations sur des projets de loi ayant trait aux dispositions générales et aux principes de base des conventions internationales énumérées à l'article 170, aux droits d'auteur et droits voisins, aux marques de commerce, aux indications géographiques, aux expressions traditionnelles ou mentions de qualité complémentaires, aux dessins industriels, aux brevets, aux schémas de configuration (topographies) de circuits intégrés, à la protection des informations confidentielles, au contrôle des pratiques anticoncurrentielles dans les licences contractuelles, à l'exécution et aux autres questions liées à la protection des droits de propriété intellectuelle;
b) consultation sur les moyens d'organiser l'infrastructure administrative comme les offices de brevets, les sociétés de gestion collective, etc.;
c) formation à l'administration et aux techniques de gestion des droits de propriété intellectuelle;
d) formation spécifique de juges et de fonctionnaires des douanes et de la police afin de permettre une application plus efficace de la législation, ainsi que
e) activités de sensibilisation du secteur privé et de la société civile.
1. Les parties conviennent de coopérer, selon leurs propres capacités, sur les questions ayant trait à la mise en oeuvre, la promotion, la diffusion, la rationalisation, la gestion, l'harmonisation, la protection et l'application efficace des droits de propriété intellectuelle, à la prévention des abus de tels droits, à la lutte contre la contrefaçon et la piraterie, ainsi qu'à la création et au renforcement d'organismes nationaux de contrôle et de protection de ces droits.
2. La coopération technique peut mettre l'accent sur une ou plusieurs des activités ci-dessous :
a) consultation législative : observations sur des projets de loi ayant trait aux dispositions générales et aux principes de base des conventions internationales énumérées à l'article 170, aux droits d'auteur et droits voisins, aux marques de commerce, aux indications géographiques, aux expressions traditionnelles ou mentions de qualité complémentaires, aux dessins industriels, aux brevets, aux schémas de configuration (topographies) de circuits intégrés, à la protection des informations confidentielles, au contrôle des pratiques anticoncurrentielles dans les licences contractuelles, à l'exécution et aux autres questions liées à la protection des droits de propriété intellectuelle;
b) consultation sur les moyens d'organiser l'infrastructure administrative comme les offices de brevets, les sociétés de gestion collective, etc.;
c) formation à l'administration et aux techniques de gestion des droits de propriété intellectuelle;
d) formation spécifique de juges et de fonctionnaires des douanes et de la police afin de permettre une application plus efficace de la législation, ainsi que
e) activités de sensibilisation du secteur privé et de la société civile.
Art. 33. Overheidsopdrachten.
De samenwerking tussen de partijen op dit terrein is gericht op de verlening van technische bijstand voor aangelegenheden in verband met overheidsopdrachten, met name op het niveau van gemeenten.
De samenwerking tussen de partijen op dit terrein is gericht op de verlening van technische bijstand voor aangelegenheden in verband met overheidsopdrachten, met name op het niveau van gemeenten.
Art. 33. Marchés publics.
La coopération des parties en la matière consiste à fournir une assistance technique dans les domaines relatifs aux marchés publics, en particulier des municipalités.
La coopération des parties en la matière consiste à fournir une assistance technique dans les domaines relatifs aux marchés publics, en particulier des municipalités.
Art. 34. Samenwerking op het gebied van toerisme.
1. De partijen bevorderen samenwerking om het toerisme te ontwikkelen.
2. De samenwerking is met name gericht op :
a) projecten voor de ontwikkeling en consolidering van toeristische producten en diensten die van wederzijds belang zijn of die aantrekkelijk zijn voor andere markten van wederzijds belang;
b) consolidatie van de instroom van toeristen met verre bestemming;
c) versterking van de kanalen voor bevordering van het toerisme;
d) onderwijs en opleiding op toeristisch gebied;
e) technische bijstand en proefprojecten voor de ontwikkeling van toerisme voor speciale doelgroepen;
f) uitwisseling van informatie over bevordering van het toerisme, integrale planning van toeristische bestemmingen en de kwaliteit van de dienstverlening;
g) gebruikmaking van promotie-instrumenten om het toerisme op plaatselijk niveau te ontwikkelen.
1. De partijen bevorderen samenwerking om het toerisme te ontwikkelen.
2. De samenwerking is met name gericht op :
a) projecten voor de ontwikkeling en consolidering van toeristische producten en diensten die van wederzijds belang zijn of die aantrekkelijk zijn voor andere markten van wederzijds belang;
b) consolidatie van de instroom van toeristen met verre bestemming;
c) versterking van de kanalen voor bevordering van het toerisme;
d) onderwijs en opleiding op toeristisch gebied;
e) technische bijstand en proefprojecten voor de ontwikkeling van toerisme voor speciale doelgroepen;
f) uitwisseling van informatie over bevordering van het toerisme, integrale planning van toeristische bestemmingen en de kwaliteit van de dienstverlening;
g) gebruikmaking van promotie-instrumenten om het toerisme op plaatselijk niveau te ontwikkelen.
Art. 34. Coopération en matière de tourisme.
1. Les parties veillent à coopérer au développement du tourisme.
2. La coopération est axée sur :
a) des projets visant à créer et à renforcer des produits et services touristiques d'intérêt commun ou susceptibles d'attirer d'autres marchés d'intérêt commun;
b) la consolidation des flux touristiques par long-courriers;
c) le renforcement des canaux de promotion touristique;
d) - la formation et l'éducation dans le domaine du tourisme;
e) l'assistance technique et les projets pilotes pour développer le tourisme thématique;
f)les échanges d'informations sur la promotion touristique, la planification complète des destinations touristiques et la qualité des services, ainsi que
g) l'utilisation d'instruments de promotion pour développer le tourisme au niveau local.
1. Les parties veillent à coopérer au développement du tourisme.
2. La coopération est axée sur :
a) des projets visant à créer et à renforcer des produits et services touristiques d'intérêt commun ou susceptibles d'attirer d'autres marchés d'intérêt commun;
b) la consolidation des flux touristiques par long-courriers;
c) le renforcement des canaux de promotion touristique;
d) - la formation et l'éducation dans le domaine du tourisme;
e) l'assistance technique et les projets pilotes pour développer le tourisme thématique;
f)les échanges d'informations sur la promotion touristique, la planification complète des destinations touristiques et la qualité des services, ainsi que
g) l'utilisation d'instruments de promotion pour développer le tourisme au niveau local.
Art. 35. Samenwerking op het gebied van de mijnbouw.
De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op het gebied van de mijnbouw te bevorderen, in het bijzonder door het sluiten van overeenkomsten gericht op :
a) bevordering van de uitwisseling van informatie over en ervaring met schone technologieën voor de mijnbouw;
b) bevordering van gezamenlijke inspanningen om wetenschappelijke en technologische initiatieven op het gebied van de mijnbouw op te zetten.
De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op het gebied van de mijnbouw te bevorderen, in het bijzonder door het sluiten van overeenkomsten gericht op :
a) bevordering van de uitwisseling van informatie over en ervaring met schone technologieën voor de mijnbouw;
b) bevordering van gezamenlijke inspanningen om wetenschappelijke en technologische initiatieven op het gebied van de mijnbouw op te zetten.
Art. 35. Coopération dans le domaine des mines.
Les parties conviennent de promouvoir la coopération dans le secteur minier, essentiellement par des accords visant à :
a) favoriser les échanges d'informations et d'expérience dans l'application de technologies propres dans les processus de production minière;
b) promouvoir des efforts communs pour lancer des initiatives scientifiques et technologiques dans le secteur minier.
Les parties conviennent de promouvoir la coopération dans le secteur minier, essentiellement par des accords visant à :
a) favoriser les échanges d'informations et d'expérience dans l'application de technologies propres dans les processus de production minière;
b) promouvoir des efforts communs pour lancer des initiatives scientifiques et technologiques dans le secteur minier.
TITEL II. - WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INFORMATIEMAATSCHAPPIJ.
TITRE II. - SCIENCES, TECHNOLOGIES ET SOCIETE DE L'INFORMATION.
Art. 36. Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie.
1. De samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, die tot wederzijds voordeel van de partijen en overeenkomstig hun beleid wordt uitgevoerd, met name wat de regels voor het gebruik van uit onderzoek voortvloeiende intellectuele eigendom betreft, is gericht op :
a) beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaring op regionaal niveau, met name ten aanzien van beleid en programma's;
b) bevordering van duurzame banden tussen de wetenschapskringen van de Gemeenschap en van Chili;
c) intensivering van de activiteiten ter bevordering van innovatie en van contacten en overdracht van technologie tussen Chileense en Europese partners.
2. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel, als reële, duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en de opbouw van permanente banden de tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, op zowel nationaal als regionaal niveau.
3. De volgende vormen van samenwerking worden aangemoedigd :
a) gezamenlijke projecten voor toegepast onderzoek op gebieden van gemeenschappelijk belang, met indien van toepassing actieve deelname van het bedrijfsleven;
b) uitwisselingen van onderzoekers ter bevordering van de voorbereiding van projecten, scholing op hoog niveau en onderzoek;
c) bijeenkomsten van wetenschappers ter bevordering van uitwisseling van informatie en interactie en tot vaststelling van gebieden voor gezamenlijk onderzoek;
d) stimulering van activiteiten in verband met prospectief wetenschappelijk en technologisch onderzoek die bijdragen tot de ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn;
e) totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector.
4. Voorts worden de evaluatie van gezamenlijke werkzaamheden en de verspreiding van resultaten bevorderd.
5. Instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en productieve sectoren, waaronder het midden en kleinbedrijf, van beide partijen worden op gepaste wijze bij de samenwerking betrokken.
6. In het streven naar wetenschappelijk topprestaties van wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars technologie- en ontwikkelingsprogramma's, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.
1. De samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, die tot wederzijds voordeel van de partijen en overeenkomstig hun beleid wordt uitgevoerd, met name wat de regels voor het gebruik van uit onderzoek voortvloeiende intellectuele eigendom betreft, is gericht op :
a) beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaring op regionaal niveau, met name ten aanzien van beleid en programma's;
b) bevordering van duurzame banden tussen de wetenschapskringen van de Gemeenschap en van Chili;
c) intensivering van de activiteiten ter bevordering van innovatie en van contacten en overdracht van technologie tussen Chileense en Europese partners.
2. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel, als reële, duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en de opbouw van permanente banden de tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, op zowel nationaal als regionaal niveau.
3. De volgende vormen van samenwerking worden aangemoedigd :
a) gezamenlijke projecten voor toegepast onderzoek op gebieden van gemeenschappelijk belang, met indien van toepassing actieve deelname van het bedrijfsleven;
b) uitwisselingen van onderzoekers ter bevordering van de voorbereiding van projecten, scholing op hoog niveau en onderzoek;
c) bijeenkomsten van wetenschappers ter bevordering van uitwisseling van informatie en interactie en tot vaststelling van gebieden voor gezamenlijk onderzoek;
d) stimulering van activiteiten in verband met prospectief wetenschappelijk en technologisch onderzoek die bijdragen tot de ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn;
e) totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector.
4. Voorts worden de evaluatie van gezamenlijke werkzaamheden en de verspreiding van resultaten bevorderd.
5. Instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en productieve sectoren, waaronder het midden en kleinbedrijf, van beide partijen worden op gepaste wijze bij de samenwerking betrokken.
6. In het streven naar wetenschappelijk topprestaties van wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars technologie- en ontwikkelingsprogramma's, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.
Art. 36. Coopération dans le secteur des sciences et technologies.
1. Les objectifs de la coopération scientifique et technique, menée dans l'intérêt mutuel des deux parties et conformément a leurs politiques, en particulier en ce qui concerne les règles d'exploitation de la propriété intellectuelle découlant de la recherche, sont les suivants :
a) dialogue politique et échanges d'informations et d'expérience scientifiques et technologiques au niveau régional, en particulier en ce qui concerne les politiques et les programmes;
b) promotion de relations durables entre les communautés scientifiques des deux parties, ainsi que
c) intensification des actions visant à promouvoir les réseaux, l'innovation et les transferts de technologie entre les partenaires européens et chiliens.
2. L'accent est mis sur le renforcement du potentiel humain, gage d'une excellence scientifique et technologique durable, et sur la création de liens permanents entre les deux communautés scientifiques et techniques, aux niveaux tant national que régional.
3. Les formes de coopération suivantes sont encouragées :
a) projets conjoints de recherche appliquée dans des domaines d'intérêt commun avec, le cas échéant, la participation active des entreprises;
b) échanges de chercheurs afin de promouvoir l'élaboration de projets, ainsi que la formation et la recherche de haut niveau;
c) réunions scientifiques conjointes afin de favoriser les échanges d'informations et l'interaction, et d'identifier des domaines de recherche communs;
d) promotion d'activités liées à des études scientifiques et techniques prospectives qui contribuent au développement à long terme des deux parties, ainsi que
e) développement de liens entre les secteurs publics et privés.
4. L'évaluation des travaux communs et la diffusion des résultats sont en outre encouragées.
5. Les établissements d'enseignement supérieur, les centres de recherche et les secteurs de production des deux parties, notamment les PME, sont associés d'une manière adéquate à cette coopération.
6. Les parties s'attachent à promouvoir la participation de leurs organismes à leurs programmes scientifiques et techniques respectifs dans l'optique d'une excellence scientifique mutuellement favorable et conformément à leurs propres règles régissant la participation de personnes morales de pays tiers.
1. Les objectifs de la coopération scientifique et technique, menée dans l'intérêt mutuel des deux parties et conformément a leurs politiques, en particulier en ce qui concerne les règles d'exploitation de la propriété intellectuelle découlant de la recherche, sont les suivants :
a) dialogue politique et échanges d'informations et d'expérience scientifiques et technologiques au niveau régional, en particulier en ce qui concerne les politiques et les programmes;
b) promotion de relations durables entre les communautés scientifiques des deux parties, ainsi que
c) intensification des actions visant à promouvoir les réseaux, l'innovation et les transferts de technologie entre les partenaires européens et chiliens.
2. L'accent est mis sur le renforcement du potentiel humain, gage d'une excellence scientifique et technologique durable, et sur la création de liens permanents entre les deux communautés scientifiques et techniques, aux niveaux tant national que régional.
3. Les formes de coopération suivantes sont encouragées :
a) projets conjoints de recherche appliquée dans des domaines d'intérêt commun avec, le cas échéant, la participation active des entreprises;
b) échanges de chercheurs afin de promouvoir l'élaboration de projets, ainsi que la formation et la recherche de haut niveau;
c) réunions scientifiques conjointes afin de favoriser les échanges d'informations et l'interaction, et d'identifier des domaines de recherche communs;
d) promotion d'activités liées à des études scientifiques et techniques prospectives qui contribuent au développement à long terme des deux parties, ainsi que
e) développement de liens entre les secteurs publics et privés.
4. L'évaluation des travaux communs et la diffusion des résultats sont en outre encouragées.
5. Les établissements d'enseignement supérieur, les centres de recherche et les secteurs de production des deux parties, notamment les PME, sont associés d'une manière adéquate à cette coopération.
6. Les parties s'attachent à promouvoir la participation de leurs organismes à leurs programmes scientifiques et techniques respectifs dans l'optique d'une excellence scientifique mutuellement favorable et conformément à leurs propres règles régissant la participation de personnes morales de pays tiers.
Art. 37. Informatiemaatschappij, informatietechnologie en telecommunicatie.
1. Informatietechnologie en communicatie zijn sleutelsectoren van de moderne samenleving, die van vitaal belang zijn voor de economische en sociale ontwikkeling en voor een soepele overgang naar de informatiemaatschappij.
2. De samenwerking op dit terrein beoogt met name de bevordering van :
a) de dialoog inzake de diverse aspecten van de informatiemaatschappij, waaronder het bevorderen van en het toezicht op de totstandbrenging daarvan;
b) samenwerking inzake regelgevings- en beleidsaspecten van telecommunicatie;
c) de uitwisseling van informatie over normen, conformiteitsbeoordeling en typegoedkeuring;
d) de verspreiding van nieuwe informatie- en telecommunicatietechnologieën;
e) gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en proefprojecten op het gebied van toepassingen van de informatiemaatschappij;
f) de uitwisseling en opleiding van met name jonge specialisten;
g) de uitwisseling en verspreiding van ervaringen die zijn opgedaan in het kader van overheidsinitiatieven waarin informatietechnologie wordt toegepast in maatschappelijk verband.
1. Informatietechnologie en communicatie zijn sleutelsectoren van de moderne samenleving, die van vitaal belang zijn voor de economische en sociale ontwikkeling en voor een soepele overgang naar de informatiemaatschappij.
2. De samenwerking op dit terrein beoogt met name de bevordering van :
a) de dialoog inzake de diverse aspecten van de informatiemaatschappij, waaronder het bevorderen van en het toezicht op de totstandbrenging daarvan;
b) samenwerking inzake regelgevings- en beleidsaspecten van telecommunicatie;
c) de uitwisseling van informatie over normen, conformiteitsbeoordeling en typegoedkeuring;
d) de verspreiding van nieuwe informatie- en telecommunicatietechnologieën;
e) gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en proefprojecten op het gebied van toepassingen van de informatiemaatschappij;
f) de uitwisseling en opleiding van met name jonge specialisten;
g) de uitwisseling en verspreiding van ervaringen die zijn opgedaan in het kader van overheidsinitiatieven waarin informatietechnologie wordt toegepast in maatschappelijk verband.
Art. 37. Société de l'information, technologie de l'information et télécommunications.
1. La technologie de l'information et les communications sont des secteurs clés d'une société moderne et revêtent une importance cruciale pour son développement économique et social et pour une transition harmonieuse vers la société de l'information.
2. La coopération dans ce domaine vise en particulier à promouvoir :
a) le dialogue sur les divers aspects de la société de l'information, y compris la promotion et le suivi de l'émergence de la société de l'information;
b) la coopération sur la réglementation et la politique en matière de télécommunications;
c) l'échange d'informations sur les normes, l'évaluation de la conformité et l'homologation par type;
d) la diffusion des nouvelles technologies de l'information et des télécommunications;
e) des projets communs de recherche sur les technologies de l'information et des télécommunications et les projets pilotes dans le domaine des applications de la société de l'information;
f)la promotion des échanges et de la formation de spécialistes, en particulier des jeunes, ainsi que
g) l'échange et la diffusion d'expériences tirées d'initiatives nationales s'appliquant aux technologies de l'information dans leur relation avec la société.
1. La technologie de l'information et les communications sont des secteurs clés d'une société moderne et revêtent une importance cruciale pour son développement économique et social et pour une transition harmonieuse vers la société de l'information.
2. La coopération dans ce domaine vise en particulier à promouvoir :
a) le dialogue sur les divers aspects de la société de l'information, y compris la promotion et le suivi de l'émergence de la société de l'information;
b) la coopération sur la réglementation et la politique en matière de télécommunications;
c) l'échange d'informations sur les normes, l'évaluation de la conformité et l'homologation par type;
d) la diffusion des nouvelles technologies de l'information et des télécommunications;
e) des projets communs de recherche sur les technologies de l'information et des télécommunications et les projets pilotes dans le domaine des applications de la société de l'information;
f)la promotion des échanges et de la formation de spécialistes, en particulier des jeunes, ainsi que
g) l'échange et la diffusion d'expériences tirées d'initiatives nationales s'appliquant aux technologies de l'information dans leur relation avec la société.
TITEL III. - CULTUUR, ONDERWIJS EN AUDIOVISUELE MEDIA.
TITRE III. - CULTURE, EDUCATION ET AUDIOVISUEL.
Art. 38. Onderwijs en opleiding.
1. De partijen verlenen binnen de grenzen van hun bevoegdheden aanzienlijke steun aan kleuteronderwijs, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs, beroepsopleiding en permanente educatie. Binnen deze gebieden wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang tot het onderwijs voor kwetsbare sociale groepen, zoals gehandicapten, etnische minderheden en extreem armen.
2. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gedecentraliseerde programma's die permanente banden tot stand brengen tussen gespecialiseerde instanties van beide partijen, waardoor bundeling en uitwisseling van ervaring en technische hulpbronnen kunnen worden gestimuleerd, alsmede mobiliteit van studerenden.
1. De partijen verlenen binnen de grenzen van hun bevoegdheden aanzienlijke steun aan kleuteronderwijs, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs, beroepsopleiding en permanente educatie. Binnen deze gebieden wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang tot het onderwijs voor kwetsbare sociale groepen, zoals gehandicapten, etnische minderheden en extreem armen.
2. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gedecentraliseerde programma's die permanente banden tot stand brengen tussen gespecialiseerde instanties van beide partijen, waardoor bundeling en uitwisseling van ervaring en technische hulpbronnen kunnen worden gestimuleerd, alsmede mobiliteit van studerenden.
Art. 38. Education et formation.
1. Dans la limite de leurs compétences respectives, les parties apportent un soutien notable à l'enseignement préscolaire, élémentaire, secondaire et supérieur, à la formation professionnelle et à la formation tout au long de la vie. Dans ces domaines, l'accès à l'éducation des groupes sociaux vulnérables tels que les personnes handicapées, les minorités ethniques et les populations vivant dans une extrême pauvreté, fait l'objet d'une attention particulière.
2. L'accent est mis en particulier sur des programmes décentralisés qui créent des liens permanents entre les organismes spécialisés des deux parties et favorisent la mise en commun et les échanges d'expériences et de ressources techniques, ainsi que la mobilité des étudiants.
1. Dans la limite de leurs compétences respectives, les parties apportent un soutien notable à l'enseignement préscolaire, élémentaire, secondaire et supérieur, à la formation professionnelle et à la formation tout au long de la vie. Dans ces domaines, l'accès à l'éducation des groupes sociaux vulnérables tels que les personnes handicapées, les minorités ethniques et les populations vivant dans une extrême pauvreté, fait l'objet d'une attention particulière.
2. L'accent est mis en particulier sur des programmes décentralisés qui créent des liens permanents entre les organismes spécialisés des deux parties et favorisent la mise en commun et les échanges d'expériences et de ressources techniques, ainsi que la mobilité des étudiants.
Art. 39. Samenwerking op audiovisueel gebied.
De partijen komen overeen de samenwerking op dit terrein te bevorderen, met name door opleidingsprogramma's voor de audiovisuele sector en de media, alsmede coproductie-, opleidings-, ontwikkelings- en distributieactiviteiten.
De partijen komen overeen de samenwerking op dit terrein te bevorderen, met name door opleidingsprogramma's voor de audiovisuele sector en de media, alsmede coproductie-, opleidings-, ontwikkelings- en distributieactiviteiten.
Art. 39. Coopération dans le secteur audiovisuel.
Les parties conviennent de promouvoir la coopération dans ce secteur, principalement en mettant en oeuvre des programmes de formation dans le secteur de l'audiovisuel et dans les moyens de communication, y compris en réalisant des coproductions, des cours de formation ainsi que des activités de développement et de distribution.
Les parties conviennent de promouvoir la coopération dans ce secteur, principalement en mettant en oeuvre des programmes de formation dans le secteur de l'audiovisuel et dans les moyens de communication, y compris en réalisant des coproductions, des cours de formation ainsi que des activités de développement et de distribution.
Art. 40. Uitwisseling van informatie en samenwerking op cultureel gebied.
1. Met het oog op de zeer nauwe culturele banden tussen de partijen moet de samenwerking op dit gebied, ook wat betreft informatie en contacten met de media, worden geïntensiveerd.
2. De doelstelling van dit artikel is het bevorderen van de uitwisseling van informatie en de samenwerking op cultureel gebied tussen de partijen, waarbij rekening wordt gehouden met bilaterale regelingen met de lidstaten.
3. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het stimuleren van gezamenlijke activiteiten op diverse gebieden, zoals pers, film en televisie, en het aanmoedigen van uitwisselingsregelingen voor jongeren.
4. De samenwerking kan zich onder meer op de volgende gebieden richten :
a) programma's voor wederzijdse informatie;
b) vertaling van literaire werken;
c) instandhouding en restauratie van monumenten;
d) opleiding;
e) culturele evenementen;
f) promotie van de plaatselijke cultuur;
g) cultureel management en productie;
h) andere gebieden.
1. Met het oog op de zeer nauwe culturele banden tussen de partijen moet de samenwerking op dit gebied, ook wat betreft informatie en contacten met de media, worden geïntensiveerd.
2. De doelstelling van dit artikel is het bevorderen van de uitwisseling van informatie en de samenwerking op cultureel gebied tussen de partijen, waarbij rekening wordt gehouden met bilaterale regelingen met de lidstaten.
3. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het stimuleren van gezamenlijke activiteiten op diverse gebieden, zoals pers, film en televisie, en het aanmoedigen van uitwisselingsregelingen voor jongeren.
4. De samenwerking kan zich onder meer op de volgende gebieden richten :
a) programma's voor wederzijdse informatie;
b) vertaling van literaire werken;
c) instandhouding en restauratie van monumenten;
d) opleiding;
e) culturele evenementen;
f) promotie van de plaatselijke cultuur;
g) cultureel management en productie;
h) andere gebieden.
Art. 40. Echange d'informations et coopération culturelle.
1. Compte tenu des liens culturels très étroits entre les parties, la coopération dans ce domaine, y compris l'information et les contacts entre médias, doit être renforcée.
2. L'objectif du présent article est de promouvoir les échanges d'informations et la coopération culturelle entre les parties, tout en tenant compte des programmes bilatéraux conclus avec les Etats membres.
3. Une attention particulière est accordée à la promotion d'activités communes dans différents domaines dont la presse, le cinéma et la télévision, et à l'encouragement de programmes d'échanges de jeunes.
4. Cette coopération peut notamment couvrir les domaines suivants :
a) programmes d'information mutuelle;
b) traduction d'oeuvres littéraires;
c) conservation et restauration du patrimoine national;
d) formation;
e) manifestations culturelles;
f)promotion de la culture locale;
g) gestion et production culturelles, ainsi que
h) autres.
1. Compte tenu des liens culturels très étroits entre les parties, la coopération dans ce domaine, y compris l'information et les contacts entre médias, doit être renforcée.
2. L'objectif du présent article est de promouvoir les échanges d'informations et la coopération culturelle entre les parties, tout en tenant compte des programmes bilatéraux conclus avec les Etats membres.
3. Une attention particulière est accordée à la promotion d'activités communes dans différents domaines dont la presse, le cinéma et la télévision, et à l'encouragement de programmes d'échanges de jeunes.
4. Cette coopération peut notamment couvrir les domaines suivants :
a) programmes d'information mutuelle;
b) traduction d'oeuvres littéraires;
c) conservation et restauration du patrimoine national;
d) formation;
e) manifestations culturelles;
f)promotion de la culture locale;
g) gestion et production culturelles, ainsi que
h) autres.
TITEL IV. - INTERINSTITUTIONELE SAMENWERKING EN OPENBAAR BESTUUR.
TITRE IV. - ADMINISTRATION ET COOPERATION INTERINSTITUTIONNELLE.
Art. 41. Openbaar bestuur.
1. De samenwerking op dit gebied richt zich op modernisering en decentralisatie van het openbaar bestuur en heeft betrekking op de algemene organisatorische efficiency en het juridische en institutionele kader, waarbij kan worden geleerd van de ervaring met de beste praktijken van beide partijen.
2. De samenwerking kan betrekking hebben op programma's van het volgende type :
a) modernisering van de overheid en het openbaar bestuur;
b) decentralisatie en versterking van regionale en plaatselijke overheden;
c) versterking van de civiele samenleving en de betrokkenheid ervan bij het proces van formulering van het overheidsbeleid;
d) programma's voor het scheppen van werkgelegenheid en voor beroepsopleiding;
e) projecten voor beheer en administratie van sociale diensten;
f) projecten voor ontwikkeling, volkshuisvesting op het platteland en grondbeheer;
g) programma's voor gezondheidszorg en basisonderwijs;
h) ondersteuning van de civiele samenleving en burgerinitiatieven;
i) andere programma's en projecten die bijdragen tot het bestrijden van armoede door het creëren van werkgelegenheid;
j) promotie van cultuur en de verschillende verschijningsvormen daarvan en versterking van culturele identiteiten.
3. De samenwerking op dit gebied krijgt gestalte door :
a) technische bijstand aan Chileense beleidsmakers en uitvoerende instanties, als onderdeel waarvan bijeenkomsten worden gehouden tussen personeel van de Europese instellingen en dat van de Chileense instellingen;
b) regelmatige uitwisseling van informatie in elke passende vorm, bijvoorbeeld via computernetwerken; bij alle uitwisseling van informatie wordt gezorgd voor bescherming van persoonlijke gegevens;
c) overdracht van knowhow;
d) voorbereidende studies en gezamenlijke implementatie van projecten, waarvoor beide partijen een vergelijkbare financiële inspanning leveren;
e) opleiding en organisatorische ondersteuning.
1. De samenwerking op dit gebied richt zich op modernisering en decentralisatie van het openbaar bestuur en heeft betrekking op de algemene organisatorische efficiency en het juridische en institutionele kader, waarbij kan worden geleerd van de ervaring met de beste praktijken van beide partijen.
2. De samenwerking kan betrekking hebben op programma's van het volgende type :
a) modernisering van de overheid en het openbaar bestuur;
b) decentralisatie en versterking van regionale en plaatselijke overheden;
c) versterking van de civiele samenleving en de betrokkenheid ervan bij het proces van formulering van het overheidsbeleid;
d) programma's voor het scheppen van werkgelegenheid en voor beroepsopleiding;
e) projecten voor beheer en administratie van sociale diensten;
f) projecten voor ontwikkeling, volkshuisvesting op het platteland en grondbeheer;
g) programma's voor gezondheidszorg en basisonderwijs;
h) ondersteuning van de civiele samenleving en burgerinitiatieven;
i) andere programma's en projecten die bijdragen tot het bestrijden van armoede door het creëren van werkgelegenheid;
j) promotie van cultuur en de verschillende verschijningsvormen daarvan en versterking van culturele identiteiten.
3. De samenwerking op dit gebied krijgt gestalte door :
a) technische bijstand aan Chileense beleidsmakers en uitvoerende instanties, als onderdeel waarvan bijeenkomsten worden gehouden tussen personeel van de Europese instellingen en dat van de Chileense instellingen;
b) regelmatige uitwisseling van informatie in elke passende vorm, bijvoorbeeld via computernetwerken; bij alle uitwisseling van informatie wordt gezorgd voor bescherming van persoonlijke gegevens;
c) overdracht van knowhow;
d) voorbereidende studies en gezamenlijke implementatie van projecten, waarvoor beide partijen een vergelijkbare financiële inspanning leveren;
e) opleiding en organisatorische ondersteuning.
Art. 41. Administration.
1. La coopération dans ce domaine s'attache à la modernisation et à la décentralisation de l'administration et porte sur l'efficacité générale de l'organisation et sur le cadre législatif et institutionnel, en tirant des enseignements des meilleures pratiques des deux parties.
2. Cette coopération peut inclure des programmes axés sur les éléments suivants :
a) modernisation de l'Etat et de l'administration;
b) décentralisation et renforcement des pouvoirs régionaux et locaux;
c) renforcement de la société civile et association de celle-ci à la définition des politiques générales;
d) programmes de création d'emplois et de formation professionnelle;
e) projets de gestion et d'administration des services sociaux;
f) projets de développement, d'habitat rural et d'aménagement du territoire;
g) programmes de santé et d'enseignement primaire;
h) soutien de la société civile et initiatives populaires;
i) autres programmes et projets de lutte contre la pauvreté par la création d'entreprises et d'emplois, ainsi que
j) promotion de la culture et de ses multiples manifestations, ainsi que soutien à l'affirmation des identités culturelles.
3. Dans ce domaine, la coopération a recours aux instruments suivants :
a) assistance technique en faveur des organes politiques et exécutifs du Chili, par le biais notamment de réunions entre des fonctionnaires des institutions européennes et leurs homologues chiliens;
b) échanges périodiques d'informations, sous quelque forme que ce soit, y compris le recours aux réseaux informatiques; garantie de la protection des données à caractère personnel dans tous les domaines où des données doivent être échangées;
c) transferts de savoir-faire;
d) études préliminaires et réalisation de projets communs impliquant un apport financier comparable, ainsi que
e) formation et appui logistique.
1. La coopération dans ce domaine s'attache à la modernisation et à la décentralisation de l'administration et porte sur l'efficacité générale de l'organisation et sur le cadre législatif et institutionnel, en tirant des enseignements des meilleures pratiques des deux parties.
2. Cette coopération peut inclure des programmes axés sur les éléments suivants :
a) modernisation de l'Etat et de l'administration;
b) décentralisation et renforcement des pouvoirs régionaux et locaux;
c) renforcement de la société civile et association de celle-ci à la définition des politiques générales;
d) programmes de création d'emplois et de formation professionnelle;
e) projets de gestion et d'administration des services sociaux;
f) projets de développement, d'habitat rural et d'aménagement du territoire;
g) programmes de santé et d'enseignement primaire;
h) soutien de la société civile et initiatives populaires;
i) autres programmes et projets de lutte contre la pauvreté par la création d'entreprises et d'emplois, ainsi que
j) promotion de la culture et de ses multiples manifestations, ainsi que soutien à l'affirmation des identités culturelles.
3. Dans ce domaine, la coopération a recours aux instruments suivants :
a) assistance technique en faveur des organes politiques et exécutifs du Chili, par le biais notamment de réunions entre des fonctionnaires des institutions européennes et leurs homologues chiliens;
b) échanges périodiques d'informations, sous quelque forme que ce soit, y compris le recours aux réseaux informatiques; garantie de la protection des données à caractère personnel dans tous les domaines où des données doivent être échangées;
c) transferts de savoir-faire;
d) études préliminaires et réalisation de projets communs impliquant un apport financier comparable, ainsi que
e) formation et appui logistique.
Art. 42. Interinstitutionele samenwerking.
1. De interinstitutionele samenwerking tussen de partijen moet leiden tot nauwere samenwerking tussen de betrokken instellingen.
2. Deel III van de overeenkomst voorziet daartoe in regelmatige bijeenkomsten tussen deze instellingen. De samenwerking dient zo breed mogelijk te zijn en onder meer het volgende in te houden :
a) maatregelen ter bevordering van regelmatige informatie-uitwisseling; dit houdt tevens gezamenlijke ontwikkeling van gecomputeriseerde communicatienetwerken in;
b) adviesverlening en opleiding;
c) overdracht van knowhow.
3. De partijen kunnen in overleg andere samenwerkingsgebieden overeenkomen.
1. De interinstitutionele samenwerking tussen de partijen moet leiden tot nauwere samenwerking tussen de betrokken instellingen.
2. Deel III van de overeenkomst voorziet daartoe in regelmatige bijeenkomsten tussen deze instellingen. De samenwerking dient zo breed mogelijk te zijn en onder meer het volgende in te houden :
a) maatregelen ter bevordering van regelmatige informatie-uitwisseling; dit houdt tevens gezamenlijke ontwikkeling van gecomputeriseerde communicatienetwerken in;
b) adviesverlening en opleiding;
c) overdracht van knowhow.
3. De partijen kunnen in overleg andere samenwerkingsgebieden overeenkomen.
Art. 42. Coopération interinstitutionnelle.
1. La coopération interinstitutionnelle entre les parties a pour objectif de promouvoir une coopération plus étroite entre les institutions concernées.
2. A cet effet, la partie III du présent accord s'efforce l'encourager la tenue de réunions périodiques entre ces institutions; la coopération doit être aussi large que possible et inclure :
a) des mesures visant à promouvoir les échanges réguliers d'informations, y compris le développement en commun de réseaux de communication informatisés;
b) des conseils et une formation, ainsi que
c) des transferts de savoir-faire.
3. D'un commun accord, les parties peuvent inclure d'autres domaines d'action.
1. La coopération interinstitutionnelle entre les parties a pour objectif de promouvoir une coopération plus étroite entre les institutions concernées.
2. A cet effet, la partie III du présent accord s'efforce l'encourager la tenue de réunions périodiques entre ces institutions; la coopération doit être aussi large que possible et inclure :
a) des mesures visant à promouvoir les échanges réguliers d'informations, y compris le développement en commun de réseaux de communication informatisés;
b) des conseils et une formation, ainsi que
c) des transferts de savoir-faire.
3. D'un commun accord, les parties peuvent inclure d'autres domaines d'action.
TITEL V. - SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED.
TITRE V. - COOPERATION DANS LE DOMAINE SOCIAL.
Art. 43. Sociale dialoog.
De partijen erkennen dat :
a) met betrekking tot de levensomstandigheden en de integratie in de samenleving de deelname van de sociale partners moet worden bevorderd;
b) bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het tegengaan van discriminatie bij de behandeling van onderdanen van een partij die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.
De partijen erkennen dat :
a) met betrekking tot de levensomstandigheden en de integratie in de samenleving de deelname van de sociale partners moet worden bevorderd;
b) bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het tegengaan van discriminatie bij de behandeling van onderdanen van een partij die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.
Art. 43. Dialogue social.
Les parties reconnaissent que :
a) la participation des partenaires sociaux doit être encouragée en ce qui concerne les conditions de vie et l'insertion sociale,
b) et qu'une attention particulière doit être accordée à la nécessité d'éviter tout traitement discriminatoire à l'égard des ressortissants d'une partie résidant légalement sur le territoire de l'autre partie.
Les parties reconnaissent que :
a) la participation des partenaires sociaux doit être encouragée en ce qui concerne les conditions de vie et l'insertion sociale,
b) et qu'une attention particulière doit être accordée à la nécessité d'éviter tout traitement discriminatoire à l'égard des ressortissants d'une partie résidant légalement sur le territoire de l'autre partie.
Art. 44. Samenwerking op sociaal gebied.
1. De partijen erkennen het belang van sociale ontwikkeling, waarmee economische ontwikkeling hand in hand moet gaan. Zij kennen prioriteit toe aan het scheppen van werkgelegenheid en de eerbiediging van de fundamentele sociale rechten, met name door het steunen van de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende onderwerpen als de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het bestrijden van discriminatie, het afschaffen van dwangarbeid en kinderarbeid, alsmede gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
2. De samenwerking kan zich richten op alle gebieden die voor de partijen van belang zijn.
3. De maatregelen kunnen worden gecoördineerd met die van de lidstaten en de relevante internationale organisaties.
4. De partijen kennen prioriteit toe aan maatregelen gericht op :
a) bevordering van de menselijke ontwikkeling en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting door het opzetten van innovatieve, reproduceerbare projecten waarbij kwetsbare en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen betrokken worden. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gezinnen met een laag inkomen en aan gehandicapten;
b) bevordering van de deelname van vrouwen aan het proces van economische en sociale ontwikkeling en bevordering van specifieke programma's voorjongeren;
c) ontwikkeling en modernisering van de arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden, maatschappelijk welzijn en arbeidszekerheid;
d) verbetering van de formulering en het beheer van het sociale beleid, waaronder sociale huisvesting, en verbetering van de toegang daartoe voor de begunstigden;
e) ontwikkeling van een efficiënt en rechtvaardig stelsel voor gezondheidszorg, dat gebaseerd is op het beginsel van solidariteit;
f) bevordering van beroepsopleiding en ontwikkeling van het menselijk potentieel;
g) bevordering van projecten en programma's die mogelijkheden bieden om werkgelegenheid te scheppen in zeer kleine bedrijven en het midden en kleinbedrijf;
h) bevordering van programma's voor ruimtelijke ordening, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan gebieden die sociaal en ecologisch bijzonder kwetsbaar zijn;
i) bevordering van initiatieven die bijdragen tot sociale dialoog en totstandkoming van consensus;
j) bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de participatie van de burgers.
1. De partijen erkennen het belang van sociale ontwikkeling, waarmee economische ontwikkeling hand in hand moet gaan. Zij kennen prioriteit toe aan het scheppen van werkgelegenheid en de eerbiediging van de fundamentele sociale rechten, met name door het steunen van de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende onderwerpen als de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het bestrijden van discriminatie, het afschaffen van dwangarbeid en kinderarbeid, alsmede gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
2. De samenwerking kan zich richten op alle gebieden die voor de partijen van belang zijn.
3. De maatregelen kunnen worden gecoördineerd met die van de lidstaten en de relevante internationale organisaties.
4. De partijen kennen prioriteit toe aan maatregelen gericht op :
a) bevordering van de menselijke ontwikkeling en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting door het opzetten van innovatieve, reproduceerbare projecten waarbij kwetsbare en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen betrokken worden. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gezinnen met een laag inkomen en aan gehandicapten;
b) bevordering van de deelname van vrouwen aan het proces van economische en sociale ontwikkeling en bevordering van specifieke programma's voorjongeren;
c) ontwikkeling en modernisering van de arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden, maatschappelijk welzijn en arbeidszekerheid;
d) verbetering van de formulering en het beheer van het sociale beleid, waaronder sociale huisvesting, en verbetering van de toegang daartoe voor de begunstigden;
e) ontwikkeling van een efficiënt en rechtvaardig stelsel voor gezondheidszorg, dat gebaseerd is op het beginsel van solidariteit;
f) bevordering van beroepsopleiding en ontwikkeling van het menselijk potentieel;
g) bevordering van projecten en programma's die mogelijkheden bieden om werkgelegenheid te scheppen in zeer kleine bedrijven en het midden en kleinbedrijf;
h) bevordering van programma's voor ruimtelijke ordening, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan gebieden die sociaal en ecologisch bijzonder kwetsbaar zijn;
i) bevordering van initiatieven die bijdragen tot sociale dialoog en totstandkoming van consensus;
j) bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de participatie van de burgers.
Art. 44. Coopération en matière sociale.
1. Les parties reconnaissent l'importance du développement social, qui doit aller de pair avec le développement économique. Elles privilégient la création d'emplois et le respect des droits sociaux fondamentaux, notamment en mettant l'accent sur les conventions applicables de l'Organisation internationale du travail dans des domaines tels que la liberté d'association, le droit de négociation collective et la non-discrimination, l'abolition du travail forcé et du travail des enfants, et l'égalité de traitement entre les femmes et les hommes.
2. La coopération peut couvrir tout domaine présentant un intérêt pour les parties.
3. Les mesures peuvent être coordonnées avec celles des Etats membres et des organisations internationales compétentes.
4. Les parties accordent la priorité aux mesures qui visent à :
a) encourager le développement humain, réduire la pauvreté et lutter contre l'exclusion sociale en élaborant des projets innovants et susceptibles d'être reproduits qui associent les groupes vulnérables et marginalisés de la société, ainsi qu'en accordant une attention particulière aux familles à faibles revenus et aux personnes handicapées;
b) promouvoir le rôle des femmes dans le processus de développement économique et social et favoriser les programmes consacrés à la jeunesse;
c) développer et moderniser les relations entre syndicats et patronat, les conditions de travail, la protection sociale et la sécurité de l'emploi;
d) améliorer la définition et la gestion des politiques sociales, notamment le logement social, et l'accès des bénéficiaires;
e) élaborer un système de santé efficace et équitable reposant sur le principe de la solidarité;
f) promouvoir la formation professionnelle et le développement des ressources humaines;
g) favoriser des projets et des programmes ouvrant des possibilités de création d'emplois dans les micro-entreprises et les petites et moyennes entreprises;
h) encourager des programmes d'aménagement du territoire en mettant l'accent sur les zones caractérisées par une grande vulnérabilité sociale et environnementale;
i) encourager les initiatives contribuant au dialogue social et l'obtention d'un consensus, ainsi que
j) promouvoir le respect des droits de l'homme, de la démocratie et de la participation des citoyens.
1. Les parties reconnaissent l'importance du développement social, qui doit aller de pair avec le développement économique. Elles privilégient la création d'emplois et le respect des droits sociaux fondamentaux, notamment en mettant l'accent sur les conventions applicables de l'Organisation internationale du travail dans des domaines tels que la liberté d'association, le droit de négociation collective et la non-discrimination, l'abolition du travail forcé et du travail des enfants, et l'égalité de traitement entre les femmes et les hommes.
2. La coopération peut couvrir tout domaine présentant un intérêt pour les parties.
3. Les mesures peuvent être coordonnées avec celles des Etats membres et des organisations internationales compétentes.
4. Les parties accordent la priorité aux mesures qui visent à :
a) encourager le développement humain, réduire la pauvreté et lutter contre l'exclusion sociale en élaborant des projets innovants et susceptibles d'être reproduits qui associent les groupes vulnérables et marginalisés de la société, ainsi qu'en accordant une attention particulière aux familles à faibles revenus et aux personnes handicapées;
b) promouvoir le rôle des femmes dans le processus de développement économique et social et favoriser les programmes consacrés à la jeunesse;
c) développer et moderniser les relations entre syndicats et patronat, les conditions de travail, la protection sociale et la sécurité de l'emploi;
d) améliorer la définition et la gestion des politiques sociales, notamment le logement social, et l'accès des bénéficiaires;
e) élaborer un système de santé efficace et équitable reposant sur le principe de la solidarité;
f) promouvoir la formation professionnelle et le développement des ressources humaines;
g) favoriser des projets et des programmes ouvrant des possibilités de création d'emplois dans les micro-entreprises et les petites et moyennes entreprises;
h) encourager des programmes d'aménagement du territoire en mettant l'accent sur les zones caractérisées par une grande vulnérabilité sociale et environnementale;
i) encourager les initiatives contribuant au dialogue social et l'obtention d'un consensus, ainsi que
j) promouvoir le respect des droits de l'homme, de la démocratie et de la participation des citoyens.
Art. 45. Samenwerking op het gebied van gendervraagstukken.
1. De samenwerking draagt bij tot de versterking van beleid dat en programma's die de gelijkwaardige participatie van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verbreden. De samenwerking draagt bij tot de verbetering van de toegang van vrouwen tot alle middelen die zij nodig hebben voor de volledige uitoefening van hun fundamentele rechten.
2. In het bijzonder dient de samenwerking bij te dragen tot de totstandkoming van een passend kader, zodat :
a) rekening kan worden gehouden met gendervraagstukken en aanverwante kwesties op alle niveaus op alle samenwerkingsterreinen, waaronder het macro-economisch beleid, macro-economische strategieën en ontwikkelingsacties;
b) positieve maatregelen ten gunste van vrouwen worden bevorderd.
1. De samenwerking draagt bij tot de versterking van beleid dat en programma's die de gelijkwaardige participatie van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verbreden. De samenwerking draagt bij tot de verbetering van de toegang van vrouwen tot alle middelen die zij nodig hebben voor de volledige uitoefening van hun fundamentele rechten.
2. In het bijzonder dient de samenwerking bij te dragen tot de totstandkoming van een passend kader, zodat :
a) rekening kan worden gehouden met gendervraagstukken en aanverwante kwesties op alle niveaus op alle samenwerkingsterreinen, waaronder het macro-economisch beleid, macro-economische strategieën en ontwikkelingsacties;
b) positieve maatregelen ten gunste van vrouwen worden bevorderd.
Art. 45. Coopération relative à la dimension de genre.
1. La coopération contribue au renforcement des politiques et programmes qui améliorent, assurent et élargissent la participation égale des hommes et des femmes à tous les secteurs de la vie politique, économique, sociale et culturelle. Elle contribue à faciliter l'accès des femmes à toutes les ressources nécessaires au plein exercice de leurs droits fondamentaux.
2. La coopération doit en particulier promouvoir la création d'un cadre adéquat permettant :
a) de faire en sorte que la dimension de genre et les questions qui s'y rapportent puissent être prises en considération à tous les niveaux et dans tous les domaines de la coopération, y compris dans la politique, la stratégie et les actions de développement macroéconomiques, ainsi que
b) de promouvoir l'adoption de mesures positives en faveur des femmes.
1. La coopération contribue au renforcement des politiques et programmes qui améliorent, assurent et élargissent la participation égale des hommes et des femmes à tous les secteurs de la vie politique, économique, sociale et culturelle. Elle contribue à faciliter l'accès des femmes à toutes les ressources nécessaires au plein exercice de leurs droits fondamentaux.
2. La coopération doit en particulier promouvoir la création d'un cadre adéquat permettant :
a) de faire en sorte que la dimension de genre et les questions qui s'y rapportent puissent être prises en considération à tous les niveaux et dans tous les domaines de la coopération, y compris dans la politique, la stratégie et les actions de développement macroéconomiques, ainsi que
b) de promouvoir l'adoption de mesures positives en faveur des femmes.
TITEL VI. - ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN.
TITRE VI. - AUTRES DOMAINES DE COOPERATION.
Art. 46. Samenwerking ten aanzien van illegale migratie.
1. De Gemeenschap en Chili komen overeen samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende :
a) Chili verbindt zich ertoe Chileense onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen;
b) alle lidstaten verbinden zich ertoe personen die krachtens het Gemeenschapsrecht hun onderdanen zijn en die illegaal op het grondgebied van Chili verblijven, op verzoek van Chili zonder verdere formaliteiten over te nemen.
2. Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Chili hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.
3. De partijen komen overeen dat op verzoek een overeenkomst zal worden gesloten tussen Chili en de Europese Gemeenschap waarbij voor Chili en de lidstaten specifieke overnameverplichtingen worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
4. In afwachting van de sluiting van de in lid 3 bedoelde overeenkomst met de Gemeenschap stemt Chili ermee in op verzoek van een lidstaat met afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten te sluiten waarbij specifieke overnameverplichtingen tussen Chili en de betrokken lidstaat worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
5. De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen voor de preventie van en de controle op illegale immigratie kunnen worden ondernomen.
1. De Gemeenschap en Chili komen overeen samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende :
a) Chili verbindt zich ertoe Chileense onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen;
b) alle lidstaten verbinden zich ertoe personen die krachtens het Gemeenschapsrecht hun onderdanen zijn en die illegaal op het grondgebied van Chili verblijven, op verzoek van Chili zonder verdere formaliteiten over te nemen.
2. Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Chili hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.
3. De partijen komen overeen dat op verzoek een overeenkomst zal worden gesloten tussen Chili en de Europese Gemeenschap waarbij voor Chili en de lidstaten specifieke overnameverplichtingen worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
4. In afwachting van de sluiting van de in lid 3 bedoelde overeenkomst met de Gemeenschap stemt Chili ermee in op verzoek van een lidstaat met afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten te sluiten waarbij specifieke overnameverplichtingen tussen Chili en de betrokken lidstaat worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
5. De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen voor de preventie van en de controle op illegale immigratie kunnen worden ondernomen.
Art. 46. Coopération en matière d'immigration illégale.
1. La Communauté et le Chili conviennent de coopérer afin de prévenir et de contrôler l'immigration illégale. A cet effet :
a) le Chili accepte de réadmettre ses ressortissants présents illégalement sur le territoire d'un Etat membre, à la demande de ce dernier et sans autres formalités;
b) et chaque Etat membre accepte de réadmettre ses ressortissants, définis comme tels aux fins poursuivies par la Communauté, présents illégalement sur le territoire du Chili, à la demande de ce dernier et sans autres formalités;
2. Les Etats membres et le Chili délivrent aussi à leurs ressortissants les documents d'identité nécessaires à cette fin.
3. Les parties conviennent de conclure, à la demande de l'une d'entre elles, un accord entre le Chili et la Communauté réglementant les obligations spécifiques incombant au Chili et aux Etats membres en matière de réadmission, y compris une obligation de réadmission des ressortissants d'autres pays et des apatrides.
4. Sous réserve de la conclusion avec la Communauté de l'accord visé au paragraphe 3, le Chili convient de conclure avec tel ou tel Etat membre, à la demande d'un Etat membre, des accords bilatéraux réglementant les obligations spécifiques incombant au Chili et à l'Etat membre concerné en matière de réadmission, y compris une obligation de réadmission des ressortissants d'autres pays et des apatrides.
5. Le conseil d'association examine quels sont les efforts communs à consentir afin de prévenir et de contrôler l'immigration illégale.
1. La Communauté et le Chili conviennent de coopérer afin de prévenir et de contrôler l'immigration illégale. A cet effet :
a) le Chili accepte de réadmettre ses ressortissants présents illégalement sur le territoire d'un Etat membre, à la demande de ce dernier et sans autres formalités;
b) et chaque Etat membre accepte de réadmettre ses ressortissants, définis comme tels aux fins poursuivies par la Communauté, présents illégalement sur le territoire du Chili, à la demande de ce dernier et sans autres formalités;
2. Les Etats membres et le Chili délivrent aussi à leurs ressortissants les documents d'identité nécessaires à cette fin.
3. Les parties conviennent de conclure, à la demande de l'une d'entre elles, un accord entre le Chili et la Communauté réglementant les obligations spécifiques incombant au Chili et aux Etats membres en matière de réadmission, y compris une obligation de réadmission des ressortissants d'autres pays et des apatrides.
4. Sous réserve de la conclusion avec la Communauté de l'accord visé au paragraphe 3, le Chili convient de conclure avec tel ou tel Etat membre, à la demande d'un Etat membre, des accords bilatéraux réglementant les obligations spécifiques incombant au Chili et à l'Etat membre concerné en matière de réadmission, y compris une obligation de réadmission des ressortissants d'autres pays et des apatrides.
5. Le conseil d'association examine quels sont les efforts communs à consentir afin de prévenir et de contrôler l'immigration illégale.
Art. 47. Samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugs en georganiseerde criminaliteit.
1. De partijen verbinden zich ertoe, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, via internationale organisaties en instanties hun inspanningen te coördineren en versterken ten aanzien van het voorkomen en terugdringen van de illegale productie van, de illegale handel in en het illegale gebruik van drugs en het witwassen van de opbrengsten van drugshandel en het bestrijden van hiermee verband houdende georganiseerde criminaliteit.
2. De partijen streven in hun samenwerking naar uitvoering van :
a) projecten voor de behandeling, de aanpassing en de heropneming in het gezinsleven, het maatschappelijk leven en het arbeidsproces van drugsverslaafden;
b) gezamenlijke opleidingsprogramma's met betrekking tot de voorkoming van het gebruik van en de handel in drugs en psychotrope stoffen en daarmee verband houdende criminaliteit;
c) gezamenlijke studie- en onderzoeksprogramma's die gebruik maken van methoden en indicatoren zoals die worden toegepast door het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, het Inter-American Observatory of Drugs van de Organisatie van Amerikaanse Staten en andere nationale en internationale organisaties;
d) maatregelen en samenwerking gericht op terugdringing van het aanbod van drugs en psychotrope stoffen, in het kader van internationale overeenkomsten en verdragen op dit gebied die door de partijen bij deze overeenkomst zijn ondertekend en geratificeerd;
e) uitwisseling van informatie betreffende beleid, programma's, maatregelen en wetgeving met betrekking tot de productie van, de handel in en het gebruik van drugs en psychotrope stoffen;
f) uitwisseling van relevante informatie en vaststelling van passende normen met betrekking tot de bestrijding van witwassen, die vergelijkbaar zijn met die van de Europese Unie en de internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force on Money Laundering;
g) maatregelen ter voorkoming van het misbruik van precursoren en chemische stoffen die essentieel zijn voor de illegale vervaardiging van drugs en psychotrope stoffen, die gelijkwaardig zijn met die van de Europese Gemeenschap en de bevoegde internationale instanties en in overeenstemming met de overeenkomst van 24 november 1998 tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Chili inzake precursoren en chemische stoffen die veelvuldig bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen worden gebruikt.
1. De partijen verbinden zich ertoe, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, via internationale organisaties en instanties hun inspanningen te coördineren en versterken ten aanzien van het voorkomen en terugdringen van de illegale productie van, de illegale handel in en het illegale gebruik van drugs en het witwassen van de opbrengsten van drugshandel en het bestrijden van hiermee verband houdende georganiseerde criminaliteit.
2. De partijen streven in hun samenwerking naar uitvoering van :
a) projecten voor de behandeling, de aanpassing en de heropneming in het gezinsleven, het maatschappelijk leven en het arbeidsproces van drugsverslaafden;
b) gezamenlijke opleidingsprogramma's met betrekking tot de voorkoming van het gebruik van en de handel in drugs en psychotrope stoffen en daarmee verband houdende criminaliteit;
c) gezamenlijke studie- en onderzoeksprogramma's die gebruik maken van methoden en indicatoren zoals die worden toegepast door het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, het Inter-American Observatory of Drugs van de Organisatie van Amerikaanse Staten en andere nationale en internationale organisaties;
d) maatregelen en samenwerking gericht op terugdringing van het aanbod van drugs en psychotrope stoffen, in het kader van internationale overeenkomsten en verdragen op dit gebied die door de partijen bij deze overeenkomst zijn ondertekend en geratificeerd;
e) uitwisseling van informatie betreffende beleid, programma's, maatregelen en wetgeving met betrekking tot de productie van, de handel in en het gebruik van drugs en psychotrope stoffen;
f) uitwisseling van relevante informatie en vaststelling van passende normen met betrekking tot de bestrijding van witwassen, die vergelijkbaar zijn met die van de Europese Unie en de internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force on Money Laundering;
g) maatregelen ter voorkoming van het misbruik van precursoren en chemische stoffen die essentieel zijn voor de illegale vervaardiging van drugs en psychotrope stoffen, die gelijkwaardig zijn met die van de Europese Gemeenschap en de bevoegde internationale instanties en in overeenstemming met de overeenkomst van 24 november 1998 tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Chili inzake precursoren en chemische stoffen die veelvuldig bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen worden gebruikt.
Art. 47. Coopération dans la lutte contre la drogue et la criminalité organisée.
1. Dans le cadre de leurs compétences respectives, les parties s'engagent à coordonner et à accroître leurs efforts visant à prévenir et à réduire la production, le commerce et la consommation illicites de drogues, ainsi que le blanchiment des bénéfices engendrés par le trafic de la drogue, et à lutter contre la criminalité organisée qui s'y rapporte par l'intermédiaire des organisations et des instances internationales.
2. Les parties coopèrent dans ce domaine afin de réaliser :
a) des projets de traitement, de réhabilitation et de réinsertion familiale, sociale et professionnelle des toxicomanes;
b) des programmes conjoints de formation en matière de prévention de la consommation et du trafic de stupéfiants et de substances psychotropes, ainsi que de la criminalité qui s'y rapporte;
c) des programmes d'étude et de recherche conjoints utilisant des méthodes et des indicateurs appliqués par l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies, par l'Observatoire interaméricain des drogues de l'Organisation des Etats américains et par d'autres organisations internationales et nationales;
d) des mesures et des actions de Cooperation visant à réduire l'offre de stupéfiants et de substances psychotropes dans le cadre des conventions et traités internationaux consacrés à cette question qui ont été signés et ratifiés par les parties au présent accord;
e) un échange d'informations sur les politiques, les programmes, les actions et la législation liés à la production, au trafic et à la consommation de stupéfiants et de substances psychotropes;
f)un échange d'informations utiles et l'adoption de normes appropriées pour combattre le blanchiment d'argent comparables à celles adoptées par l'Union européenne et les organisations internationales compétentes dans ce domaine, telles que le Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux, ainsi que
g) des mesures de prévention du détournement de précurseurs et de substances chimiques fréquemment utilisées dans la fabrication illicite de stupéfiants ou de substances psychotropes, qui soient équivalentes à celles adoptées par la Communauté européenne et les organisations internationales compétentes, et conformes à " l'accord entre la République du Chili et la Communauté européenne sur la prévention du détournement des précurseurs et des substances chimiques fréquemment utilisées dans la fabrication illicite de stupéfiants ou de substances psychotropes " signé le 24 novembre 1998.
1. Dans le cadre de leurs compétences respectives, les parties s'engagent à coordonner et à accroître leurs efforts visant à prévenir et à réduire la production, le commerce et la consommation illicites de drogues, ainsi que le blanchiment des bénéfices engendrés par le trafic de la drogue, et à lutter contre la criminalité organisée qui s'y rapporte par l'intermédiaire des organisations et des instances internationales.
2. Les parties coopèrent dans ce domaine afin de réaliser :
a) des projets de traitement, de réhabilitation et de réinsertion familiale, sociale et professionnelle des toxicomanes;
b) des programmes conjoints de formation en matière de prévention de la consommation et du trafic de stupéfiants et de substances psychotropes, ainsi que de la criminalité qui s'y rapporte;
c) des programmes d'étude et de recherche conjoints utilisant des méthodes et des indicateurs appliqués par l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies, par l'Observatoire interaméricain des drogues de l'Organisation des Etats américains et par d'autres organisations internationales et nationales;
d) des mesures et des actions de Cooperation visant à réduire l'offre de stupéfiants et de substances psychotropes dans le cadre des conventions et traités internationaux consacrés à cette question qui ont été signés et ratifiés par les parties au présent accord;
e) un échange d'informations sur les politiques, les programmes, les actions et la législation liés à la production, au trafic et à la consommation de stupéfiants et de substances psychotropes;
f)un échange d'informations utiles et l'adoption de normes appropriées pour combattre le blanchiment d'argent comparables à celles adoptées par l'Union européenne et les organisations internationales compétentes dans ce domaine, telles que le Groupe d'action financière sur le blanchiment de capitaux, ainsi que
g) des mesures de prévention du détournement de précurseurs et de substances chimiques fréquemment utilisées dans la fabrication illicite de stupéfiants ou de substances psychotropes, qui soient équivalentes à celles adoptées par la Communauté européenne et les organisations internationales compétentes, et conformes à " l'accord entre la République du Chili et la Communauté européenne sur la prévention du détournement des précurseurs et des substances chimiques fréquemment utilisées dans la fabrication illicite de stupéfiants ou de substances psychotropes " signé le 24 novembre 1998.
TITEL VII. - ALGEMENE BEPALINGEN.
TITRE VII. - DISPOSITIONS GENERALES.
Art. 48. Betrokkenheid van de civiele samenleving bij de samenwerking.
De partijen erkennen de aanvullende rol en de potentiële bijdrage van de civiele samenleving (sociale gesprekspartners en niet-gouvernementele organisaties) in het ontwikkelingsproces.
Overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke partij kunnen actoren van de civiele samenleving :
a) worden ingelicht en bij overleg worden betrokken over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategieën, alsmede strategische prioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen;
b) in aanmerking komen voor de verstrekking van financiële middelen, mits de binnenlandse voorschriften van elke partij zulks toestaan;
c) deelnemen aan de uitvoering van samenwerkingsprojecten en samenwerkingsprogramma's op gebieden die hen aangaan.
De partijen erkennen de aanvullende rol en de potentiële bijdrage van de civiele samenleving (sociale gesprekspartners en niet-gouvernementele organisaties) in het ontwikkelingsproces.
Overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke partij kunnen actoren van de civiele samenleving :
a) worden ingelicht en bij overleg worden betrokken over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategieën, alsmede strategische prioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen;
b) in aanmerking komen voor de verstrekking van financiële middelen, mits de binnenlandse voorschriften van elke partij zulks toestaan;
c) deelnemen aan de uitvoering van samenwerkingsprojecten en samenwerkingsprogramma's op gebieden die hen aangaan.
Art. 48. Participation de la société civile à la coopération.
Les parties reconnaissent le rôle complémentaire que la société civile (interlocuteurs sociaux et organisations non gouvernementales) peut jouer dans le processus de coopération et la contribution qu'elle peut y apporter. Sous réserve des dispositions juridiques et administratives de chaque partie, les acteurs de la société civile peuvent, à cette fin :
a) être informés des politiques et des stratégies de coopération et participer à des consultations sur ces thèmes, notamment les priorités stratégiques, en particulier dans les domaines qui les concernent directement;
b) bénéficier de ressources financières, dans la mesure où les procédures internes de chaque partie le permettent, ainsi que
c) être associés à la mise en oeuvre de projets et programmes de coopération dans les domaines qui les concernent.
Les parties reconnaissent le rôle complémentaire que la société civile (interlocuteurs sociaux et organisations non gouvernementales) peut jouer dans le processus de coopération et la contribution qu'elle peut y apporter. Sous réserve des dispositions juridiques et administratives de chaque partie, les acteurs de la société civile peuvent, à cette fin :
a) être informés des politiques et des stratégies de coopération et participer à des consultations sur ces thèmes, notamment les priorités stratégiques, en particulier dans les domaines qui les concernent directement;
b) bénéficier de ressources financières, dans la mesure où les procédures internes de chaque partie le permettent, ainsi que
c) être associés à la mise en oeuvre de projets et programmes de coopération dans les domaines qui les concernent.
Art. 49. Regionale samenwerking en regionale integratie.
1. De partijen zetten alle bestaande samenwerkingsinstrumenten in ter bevordering van activiteiten voor de ontwikkeling van actieve onderlinge samenwerking tussen de partijen en de Mercado Comun del Sur (Mercosur).
2. Deze samenwerking is een belangrijk element van de steun van de Gemeenschap voor de bevordering van de regionale integratie van de landen van het zuidelijke deel van Zuid-Amerika.
3. Voorrang krijgen activiteiten :
a) ter bevordering van handel en investeringen in de regio;
b) ter ontwikkeling van regionale samenwerking op milieugebied;
c) ter bevordering van de ontwikkeling van de communicatie-infrastructuur die voor de economische ontwikkeling van de regio vereist is;
d) ter ontwikkeling van de regionale samenwerking op visserijgebied.
4. De partijen zullen tevens nauwer samenwerken op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.
5. Hiertoe kunnen de volgende activiteiten worden ondernomen :
a) gezamenlijk met regionale en plaatselijke autoriteiten uitgevoerde maatregelen op het gebied van economische ontwikkeling;
b) mechanismen voor de uitwisseling van informatie en knowhow.
1. De partijen zetten alle bestaande samenwerkingsinstrumenten in ter bevordering van activiteiten voor de ontwikkeling van actieve onderlinge samenwerking tussen de partijen en de Mercado Comun del Sur (Mercosur).
2. Deze samenwerking is een belangrijk element van de steun van de Gemeenschap voor de bevordering van de regionale integratie van de landen van het zuidelijke deel van Zuid-Amerika.
3. Voorrang krijgen activiteiten :
a) ter bevordering van handel en investeringen in de regio;
b) ter ontwikkeling van regionale samenwerking op milieugebied;
c) ter bevordering van de ontwikkeling van de communicatie-infrastructuur die voor de economische ontwikkeling van de regio vereist is;
d) ter ontwikkeling van de regionale samenwerking op visserijgebied.
4. De partijen zullen tevens nauwer samenwerken op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.
5. Hiertoe kunnen de volgende activiteiten worden ondernomen :
a) gezamenlijk met regionale en plaatselijke autoriteiten uitgevoerde maatregelen op het gebied van economische ontwikkeling;
b) mechanismen voor de uitwisseling van informatie en knowhow.
Art. 49. Coopération et intégration régionales.
1. Les deux parties doivent utiliser tous les instruments de coopération existants pour promouvoir des activités visant à développer une coopération active et réciproque entre elles et le " Mercadet Comun del Sur " (Mercosur) dans son ensemble.
2. Cette coopération constitue un élément important du soutien accorde par la Communauté à la promotion de l'intégration régionale entre les pays d'Amérique Latine situés dans le cône sud.
3. La priorité est accordée aux opérations visant à :
a) promouvoir le commerce et l'investissement dans la région;
b) développer la coopération régionale en matière d'environnement;
c) encourager le développement des infrastructures de télécommunications indispensables au développement économique de la région, ainsi que
d) développer la coopération régionale dans le secteur de la pêche;
4. Les parties coopèrent aussi plus étroitement en matière de développement régional et de planification de l'aménagement du territoire.
5. A cet effet, elles peuvent :
a) entreprendre des actions communes avec les autorités régionales et locales dans le domaine du développement économique, et
b) mettre en place des mécanismes d'échange d'informations et de savoir-faire.
1. Les deux parties doivent utiliser tous les instruments de coopération existants pour promouvoir des activités visant à développer une coopération active et réciproque entre elles et le " Mercadet Comun del Sur " (Mercosur) dans son ensemble.
2. Cette coopération constitue un élément important du soutien accorde par la Communauté à la promotion de l'intégration régionale entre les pays d'Amérique Latine situés dans le cône sud.
3. La priorité est accordée aux opérations visant à :
a) promouvoir le commerce et l'investissement dans la région;
b) développer la coopération régionale en matière d'environnement;
c) encourager le développement des infrastructures de télécommunications indispensables au développement économique de la région, ainsi que
d) développer la coopération régionale dans le secteur de la pêche;
4. Les parties coopèrent aussi plus étroitement en matière de développement régional et de planification de l'aménagement du territoire.
5. A cet effet, elles peuvent :
a) entreprendre des actions communes avec les autorités régionales et locales dans le domaine du développement économique, et
b) mettre en place des mécanismes d'échange d'informations et de savoir-faire.
Art. 50. Trilaterale en biregionale samenwerking.
1. De partijen erkennen de waarde van internationale samenwerking voor het bevorderen van rechtvaardige en duurzame ontwikkelingsprocessen en komen overeen een impuls te geven aan programma's voor trilaterale samenwerking en programma's met derde landen op gebieden van gemeenschappelijk belang.
2. Het bovenstaande is tevens van toepassing op biregionale samenwerking, in overeenstemming met de prioriteiten van de lidstaten en andere landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
1. De partijen erkennen de waarde van internationale samenwerking voor het bevorderen van rechtvaardige en duurzame ontwikkelingsprocessen en komen overeen een impuls te geven aan programma's voor trilaterale samenwerking en programma's met derde landen op gebieden van gemeenschappelijk belang.
2. Het bovenstaande is tevens van toepassing op biregionale samenwerking, in overeenstemming met de prioriteiten van de lidstaten en andere landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
Art. 50. Coopération triangulaire et interrégionale.
1. Les parties reconnaissent la contribution importante que la coopération internationale peut apporter à la promotion de processus de développement équitable et durable, et conviennent de donner une impulsion à des programmes de coopération triangulaire et des programmes en relation avec des pays tiers dans des domaines d'intérêt commun.
2. Cette coopération peut aussi s'appliquer au cadre interrégional, conformément aux priorités des Etats membres et d'autres pays d'Amérique latine et des Caraïbes.
1. Les parties reconnaissent la contribution importante que la coopération internationale peut apporter à la promotion de processus de développement équitable et durable, et conviennent de donner une impulsion à des programmes de coopération triangulaire et des programmes en relation avec des pays tiers dans des domaines d'intérêt commun.
2. Cette coopération peut aussi s'appliquer au cadre interrégional, conformément aux priorités des Etats membres et d'autres pays d'Amérique latine et des Caraïbes.
Art. 51. Aanpassingsclausule.
Geen mogelijkheden voor samenwerking die binnen de bevoegdheden van de partijen vallen moeten bij voorbaat worden uitgesloten. De partijen kunnen in het kader van het Associatiecomité de praktische mogelijkheden onderzoeken voor samenwerking tot wederzijds voordeel.
Geen mogelijkheden voor samenwerking die binnen de bevoegdheden van de partijen vallen moeten bij voorbaat worden uitgesloten. De partijen kunnen in het kader van het Associatiecomité de praktische mogelijkheden onderzoeken voor samenwerking tot wederzijds voordeel.
Art. 51. Clause d'évolution future.
Dans le cadre des compétences respectives des parties, aucune possibilité de coopération ne doit être exclue a priori et les parties peuvent examiner ensemble, dans le cadre du comité d'association, les possibilités concrètes de coopération dans leur intérêt commun.
Dans le cadre des compétences respectives des parties, aucune possibilité de coopération ne doit être exclue a priori et les parties peuvent examiner ensemble, dans le cadre du comité d'association, les possibilités concrètes de coopération dans leur intérêt commun.
Art. 52. Samenwerking binnen het kader van de associatie.
1. De samenwerking tussen de partijen moet bijdragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deel III van deze overeenkomst door middel van vaststelling en ontwikkeling van innovatieve samenwerkingsprogramma's die toegevoegde waarde kunnen bieden aan hun betrekkingen als geassocieerde partners.
2. De deelname van elk van de partijen als geassocieerde partner aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij wordt bevorderd, voor zover de interne voorschriften van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten.
3. De Associatieraad, kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.
1. De samenwerking tussen de partijen moet bijdragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deel III van deze overeenkomst door middel van vaststelling en ontwikkeling van innovatieve samenwerkingsprogramma's die toegevoegde waarde kunnen bieden aan hun betrekkingen als geassocieerde partners.
2. De deelname van elk van de partijen als geassocieerde partner aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij wordt bevorderd, voor zover de interne voorschriften van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten.
3. De Associatieraad, kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.
Art. 52. Coopération dans le cadre de la relation d'association.
1. La coopération entre les parties doit contribuer à la réalisation des objectifs généraux visés à la partie III en défroissant et en élaborant des programmes de coopération innovants et aptes à donner une valeur ajoutée à leur nouvelle relation de partenaires associés.
2. Il convient d'encourager la participation de chaque partie, en sa qualité de partenaire associé, à des programmes-cadres, des programmes spécifiques et autres activités de l'autre partie, dans la mesure où les procédures internes de chaque partie régissant l'accès aux programmes et activités concernés le permettent.
3. Le conseil d'association peut adresser aux deux parties des recommandations à cette fin.
1. La coopération entre les parties doit contribuer à la réalisation des objectifs généraux visés à la partie III en défroissant et en élaborant des programmes de coopération innovants et aptes à donner une valeur ajoutée à leur nouvelle relation de partenaires associés.
2. Il convient d'encourager la participation de chaque partie, en sa qualité de partenaire associé, à des programmes-cadres, des programmes spécifiques et autres activités de l'autre partie, dans la mesure où les procédures internes de chaque partie régissant l'accès aux programmes et activités concernés le permettent.
3. Le conseil d'association peut adresser aux deux parties des recommandations à cette fin.
Art. 53. Middelen.
1. Teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verbinden de partijen zich ertoe binnen de grenzen van hun vermogen en via hun eigen kanalen passende middelen, waaronder financiële middelen, ter beschikking te stellen.
2. De partijen nemen alle passende maatregelen om de activiteiten van de Europese Investeringsbank in Chili te bevorderen en te faciliteren, met inachtneming van de procedures en financieringscriteria van de bank en overeenkomstig de wet- en regelgeving van de partijen, onverminderd de bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten.
1. Teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verbinden de partijen zich ertoe binnen de grenzen van hun vermogen en via hun eigen kanalen passende middelen, waaronder financiële middelen, ter beschikking te stellen.
2. De partijen nemen alle passende maatregelen om de activiteiten van de Europese Investeringsbank in Chili te bevorderen en te faciliteren, met inachtneming van de procedures en financieringscriteria van de bank en overeenkomstig de wet- en regelgeving van de partijen, onverminderd de bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten.
Art. 53. Ressources.
1. Dans le but de contribuer à la réalisation des objectifs de la coopération fixés par le présent accord, les parties s'engagent à fournir, dans les limites de leurs possibilités et par leurs propres canaux, les ressources appropriées, notamment financières.
2. Les parties prennent les mesures adéquates pour promouvoir et faciliter les activités de la Banque européenne d'investissement au Chili, conformément à leurs propres procédures et critères de financement, ainsi qu'à leur propre législation, et sans préjudice des pouvoirs de leurs autorités compétentes.
1. Dans le but de contribuer à la réalisation des objectifs de la coopération fixés par le présent accord, les parties s'engagent à fournir, dans les limites de leurs possibilités et par leurs propres canaux, les ressources appropriées, notamment financières.
2. Les parties prennent les mesures adéquates pour promouvoir et faciliter les activités de la Banque européenne d'investissement au Chili, conformément à leurs propres procédures et critères de financement, ainsi qu'à leur propre législation, et sans préjudice des pouvoirs de leurs autorités compétentes.
Art. 54. Specifieke taken van het Associatiecomité in verband met de samenwerking.
1. Wanneer het Associatiecomité de taken uitvoert waarmee het krachtens deel III is belast, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor samenwerkingsaangelegenheden, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 heeft het Associatiecomité in het bijzonder de volgende taken :
a) het verleent de Associatieraad bijstand bij het uitvoeren van zijn taken, wanneer deze betrekking hebben op samenwerking;
b) het oefent toezicht uit op de uitvoering van het door de partijen overeengekomen samenwerkingskader;
c) het doet aanbevelingen betreffende strategische samenwerking tussen de partijen, gericht op doelstellingen voor de lange termijn, strategische prioriteiten en specifieke gebieden waarop actie moet worden ondernomen, betreffende de indicatieve meerjarenprogramma's, waarin een omschrijving van de sectorale prioriteiten, specifieke doelstellingen, verwachte resultaten en indicatieve bedragen moet zijn vervat, en betreffende de jaarlijkse actieprogramma's;
d) het brengt regelmatig verslag uit aan de Associatieraad over de toepassing en de verwezenlijking van de doelstellingen en bepalingen van deel III.
1. Wanneer het Associatiecomité de taken uitvoert waarmee het krachtens deel III is belast, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor samenwerkingsaangelegenheden, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 heeft het Associatiecomité in het bijzonder de volgende taken :
a) het verleent de Associatieraad bijstand bij het uitvoeren van zijn taken, wanneer deze betrekking hebben op samenwerking;
b) het oefent toezicht uit op de uitvoering van het door de partijen overeengekomen samenwerkingskader;
c) het doet aanbevelingen betreffende strategische samenwerking tussen de partijen, gericht op doelstellingen voor de lange termijn, strategische prioriteiten en specifieke gebieden waarop actie moet worden ondernomen, betreffende de indicatieve meerjarenprogramma's, waarin een omschrijving van de sectorale prioriteiten, specifieke doelstellingen, verwachte resultaten en indicatieve bedragen moet zijn vervat, en betreffende de jaarlijkse actieprogramma's;
d) het brengt regelmatig verslag uit aan de Associatieraad over de toepassing en de verwezenlijking van de doelstellingen en bepalingen van deel III.
Art. 54. Mandat spécifique du comité d'association concernant les activités de coopération.
1. Pour accomplir les tâches, visées à la partie III, qui lui sont conférées, le comité d'association se compose de représentants de la Communauté et du Chili chargés des activités de coopération, en régie générale de hauts fonctionnaires.
2. Nonobstant les dispositions de l'article 6, le comité d'association exerce notamment les fonctions suivantes :
a) aider le conseil d'association à mener à bien sa mission en ce qui concerne les questions liées à la coopération;
b) superviser la mise en oeuvre du cadre de coopération convenu entre les parties;
c) émettre des recommandations, d'une part, sur la coopération stratégique entre les parties, qui permet de fixer des objectifs à long terme, les priorités stratégiques et les domaines d'action spécifiques, et, d'autre part, sur les programmes indicatifs pluriannuels, qui présentent une description des priorités sectorielles, des objectifs spécifiques, des résultats escomptés, des montants indicatifs et des programmes d'action annuels, ainsi que
d) rendre régulièrement compte au conseil d'association de l'application et de la réalisation des objectifs et des activités visés à la partie III.
1. Pour accomplir les tâches, visées à la partie III, qui lui sont conférées, le comité d'association se compose de représentants de la Communauté et du Chili chargés des activités de coopération, en régie générale de hauts fonctionnaires.
2. Nonobstant les dispositions de l'article 6, le comité d'association exerce notamment les fonctions suivantes :
a) aider le conseil d'association à mener à bien sa mission en ce qui concerne les questions liées à la coopération;
b) superviser la mise en oeuvre du cadre de coopération convenu entre les parties;
c) émettre des recommandations, d'une part, sur la coopération stratégique entre les parties, qui permet de fixer des objectifs à long terme, les priorités stratégiques et les domaines d'action spécifiques, et, d'autre part, sur les programmes indicatifs pluriannuels, qui présentent une description des priorités sectorielles, des objectifs spécifiques, des résultats escomptés, des montants indicatifs et des programmes d'action annuels, ainsi que
d) rendre régulièrement compte au conseil d'association de l'application et de la réalisation des objectifs et des activités visés à la partie III.
DEEL IV. - HANDEL EN AANVERWANTE ZAKEN.
PARTIE IV. - COMMERCE ET QUESTIONS COMMERCIALES CONNEXES.
TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
TITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES.
Art. 55. Doelstellingen.
De doelstellingen van dit deel zijn :
a) geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in goederen overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (GATT 1994);
b) facilitering van de handel in goederen door onder meer de overeengekomen bepalingen inzake douane en aanverwante zaken, normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling, sanitaire en fytosanitaire maatregelen en de handel in wijn en gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken;
c) wederzijdse liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS);
d) verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging op basis van het beginsel van non-discriminatie;
e) liberalisering van lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen;
f) effectieve wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de partijen;
g) passende en doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendomsrechten volgens de strengste internationale normen;
h) instelling van een effectief mechanisme voor samenwerking op het gebied van de mededinging;
i) instelling van een effectief mechanisme voor het beslechten van geschillen.
De doelstellingen van dit deel zijn :
a) geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in goederen overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (GATT 1994);
b) facilitering van de handel in goederen door onder meer de overeengekomen bepalingen inzake douane en aanverwante zaken, normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling, sanitaire en fytosanitaire maatregelen en de handel in wijn en gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken;
c) wederzijdse liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS);
d) verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging op basis van het beginsel van non-discriminatie;
e) liberalisering van lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen;
f) effectieve wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de partijen;
g) passende en doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendomsrechten volgens de strengste internationale normen;
h) instelling van een effectief mechanisme voor samenwerking op het gebied van de mededinging;
i) instelling van een effectief mechanisme voor het beslechten van geschillen.
Art. 55. Objectifs.
Les objectifs de la présente partie sont :
a) la libéralisation progressive et réciproque du commerce des biens, conformément à l'article XXIV de l'Accord général sur les tarifs douaniers et le commerce de 1994 (ci-après dénommé " GATT de 1994 ");
b) la facilitation du commerce de marchandises, notamment par les dispositions convenues concernant les questions douanières et connexes, les normes, les réglementations techniques et les procédures d'évaluation de la conformité, les mesures sanitaires et phytosanitaires, le commerce du vin et le commerce de boissons spiritueuses et de boissons aromatisées;
c) la libéralisation réciproque du commerce des services, conformément à l'article V de l'Accord général sur le commerce des services (ci-après dénommé le " GATS ");
d) l'amélioration de l'environnement pour l'investissement et, en particulier, la définition de conditions d'établissement applicables entre les parties, sur la base du principe de non-discrimination;
e) la libéralisation des paiements courants et des mouvements de capitaux, conformément aux engagements contractés dans le cadre des institutions financières internationales et en tenant dûment compte de la stabilité monétaire de chaque partie;
f)l'ouverture effective et réciproque des marchés publics des parties;
g) la garantie d'une protection suffisante et effective des droits de propriété intellectuelle, conformément aux normes internationales les plus élevées;
h) la mise en place d'un mécanisme de coopération efficace en matière de concurrence, et
i) l'instauration d'un mécanisme efficace de règlement des différends.
Les objectifs de la présente partie sont :
a) la libéralisation progressive et réciproque du commerce des biens, conformément à l'article XXIV de l'Accord général sur les tarifs douaniers et le commerce de 1994 (ci-après dénommé " GATT de 1994 ");
b) la facilitation du commerce de marchandises, notamment par les dispositions convenues concernant les questions douanières et connexes, les normes, les réglementations techniques et les procédures d'évaluation de la conformité, les mesures sanitaires et phytosanitaires, le commerce du vin et le commerce de boissons spiritueuses et de boissons aromatisées;
c) la libéralisation réciproque du commerce des services, conformément à l'article V de l'Accord général sur le commerce des services (ci-après dénommé le " GATS ");
d) l'amélioration de l'environnement pour l'investissement et, en particulier, la définition de conditions d'établissement applicables entre les parties, sur la base du principe de non-discrimination;
e) la libéralisation des paiements courants et des mouvements de capitaux, conformément aux engagements contractés dans le cadre des institutions financières internationales et en tenant dûment compte de la stabilité monétaire de chaque partie;
f)l'ouverture effective et réciproque des marchés publics des parties;
g) la garantie d'une protection suffisante et effective des droits de propriété intellectuelle, conformément aux normes internationales les plus élevées;
h) la mise en place d'un mécanisme de coopération efficace en matière de concurrence, et
i) l'instauration d'un mécanisme efficace de règlement des différends.
Art. 56. Douane-unies en vrijhandelszones.
1. Geen van de bepalingen van deze overeenkomst vormt een beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of andere regelingen tussen een partij en derde landen, mits de uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen daardoor niet worden gewijzigd.
2. Op verzoek van een van hen plegen de partijen overleg in het Associatiecomité over overeenkomsten tot instelling of aanpassing van douane-unies of vrijhandelszones en, indien nodig, andere belangrijke vraagstukken in verband met de handelspolitiek van de partijen ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats in geval van toetreding, zodat de wederzijdse belangen van de partijen in acht kunnen worden genomen.
1. Geen van de bepalingen van deze overeenkomst vormt een beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of andere regelingen tussen een partij en derde landen, mits de uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen daardoor niet worden gewijzigd.
2. Op verzoek van een van hen plegen de partijen overleg in het Associatiecomité over overeenkomsten tot instelling of aanpassing van douane-unies of vrijhandelszones en, indien nodig, andere belangrijke vraagstukken in verband met de handelspolitiek van de partijen ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats in geval van toetreding, zodat de wederzijdse belangen van de partijen in acht kunnen worden genomen.
Art. 56. Unions douanières et zones de libre-échange.
1. Aucune disposition du présent accord n'empêche le maintien ou l'instauration d'unions douanières, de zones de libre-échange ou d'autres arrangements entre l'une des parties et les pays tiers, dans la mesure où ceux-ci n'affectent pas les droits et les obligations prévus par le présent accord.
2. A la demande de l'une des parties, des consultations entre elles se tiennent au sein du comité d'association en ce qui concerne les accords établissant ou modifiant des unions douanières ou des zones de libre-échange et, le cas échéant, sur d'autres questions importantes liées à leurs politiques commerciales respectives avec des pays tiers. Dans l'éventualité d'une adhésion, notamment, ces consultations ont lieu afin de s'assurer qu'il est tenu compte des intérêts mutuels des parties.
1. Aucune disposition du présent accord n'empêche le maintien ou l'instauration d'unions douanières, de zones de libre-échange ou d'autres arrangements entre l'une des parties et les pays tiers, dans la mesure où ceux-ci n'affectent pas les droits et les obligations prévus par le présent accord.
2. A la demande de l'une des parties, des consultations entre elles se tiennent au sein du comité d'association en ce qui concerne les accords établissant ou modifiant des unions douanières ou des zones de libre-échange et, le cas échéant, sur d'autres questions importantes liées à leurs politiques commerciales respectives avec des pays tiers. Dans l'éventualité d'une adhésion, notamment, ces consultations ont lieu afin de s'assurer qu'il est tenu compte des intérêts mutuels des parties.
TITEL II. - VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN.
TITRE II. - LIBRE CIRCULATION DES MARCHANDISES.
Art. 57. Doelstelling.
De handel in goederen wordt door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en artikel XXIV van de GATT 1994.
De handel in goederen wordt door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en artikel XXIV van de GATT 1994.
Art. 57. Objectif.
Les parties libéralisent progressivement et réciproquement le commerce de marchandises pendant une période de transition débutant à la date d'entrée en vigueur du présent accord, conformément aux dispositions de celui-ci et à l'article XXIV du GATT de 1994.
Les parties libéralisent progressivement et réciproquement le commerce de marchandises pendant une période de transition débutant à la date d'entrée en vigueur du présent accord, conformément aux dispositions de celui-ci et à l'article XXIV du GATT de 1994.
HOOFDSTUK I. - AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN.
CHAPITRE I. - ELIMINATION DES DROITS DE DOUANE.
AFDELING 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
SECTION 1. Dispositions communes.
Art. 58. Toepassingsgebied.
1. De bepalingen van dit hoofdstuk betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn van toepassing op producten die van oorsprong zijn uit de ene partij en uitgevoerd worden naar de andere partij. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als van oorsprong beschouwd de producten die aan de in bijlage III vastgestelde oorsprongsregels voldoen.
2. De bepalingen van dit hoofdstuk inzake de afschaffing van douanerechten bij uitvoer zijn van toepassing op alle goederen die uit de ene partij naar de andere partij worden uitgevoerd.
1. De bepalingen van dit hoofdstuk betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn van toepassing op producten die van oorsprong zijn uit de ene partij en uitgevoerd worden naar de andere partij. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als van oorsprong beschouwd de producten die aan de in bijlage III vastgestelde oorsprongsregels voldoen.
2. De bepalingen van dit hoofdstuk inzake de afschaffing van douanerechten bij uitvoer zijn van toepassing op alle goederen die uit de ene partij naar de andere partij worden uitgevoerd.
Art. 58. Portée.
1. Les dispositions du présent chapitre concernant l'élimination des droits de douane à l'importation s'appliquent aux produits originaires d'une partie et exportés vers l'autre partie. Aux fins du présent chapitre, on entend par produit " originaire " tout produit satisfaisant aux règles d'origine énoncées à l'annexe III.
2. Les dispositions du présent chapitre concernant l'élimination des droits de douane à l'exportation s'appliquent à l'ensemble des produits exportes d'une partie vers l'autre partie.
1. Les dispositions du présent chapitre concernant l'élimination des droits de douane à l'importation s'appliquent aux produits originaires d'une partie et exportés vers l'autre partie. Aux fins du présent chapitre, on entend par produit " originaire " tout produit satisfaisant aux règles d'origine énoncées à l'annexe III.
2. Les dispositions du présent chapitre concernant l'élimination des droits de douane à l'exportation s'appliquent à l'ensemble des produits exportes d'une partie vers l'autre partie.
Art. 59. Douanerechten.
Onder douanerechten worden alle rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze invoer of uitvoer, met uitzondering van :
a) interne belastingen of andere binnenlandse heffingen die overeenkomstig artikel 77 worden opgelegd;
b) antidumpingrechten of compenserende rechten die overeenkomstig artikel 78 worden opgelegd;
c) vergoedingen en andere heffingen die overeenkomstig artikel 63 worden opgelegd.
Onder douanerechten worden alle rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze invoer of uitvoer, met uitzondering van :
a) interne belastingen of andere binnenlandse heffingen die overeenkomstig artikel 77 worden opgelegd;
b) antidumpingrechten of compenserende rechten die overeenkomstig artikel 78 worden opgelegd;
c) vergoedingen en andere heffingen die overeenkomstig artikel 63 worden opgelegd.
Art. 59. Droit de douane.
Est considéré comme droit de douane tout droit, ou autre imposition de quelque nature que ce soit, perçu à l'importation ou à l'exportation d'un bien, notamment sous la forme d'une surtaxe ou d'une imposition supplémentaire perçue à l'occasion de cette importation ou exportation, à l'exclusion de :
a) toute taxe intérieure ou autre imposition intérieure appliquée conformément à l'article 77;
b) tous droits antidumping ou droits compensateurs appliqués conformément à l'article 78;
c) toute redevance ou imposition diverse appliquée conformément à l'article 63.
Est considéré comme droit de douane tout droit, ou autre imposition de quelque nature que ce soit, perçu à l'importation ou à l'exportation d'un bien, notamment sous la forme d'une surtaxe ou d'une imposition supplémentaire perçue à l'occasion de cette importation ou exportation, à l'exclusion de :
a) toute taxe intérieure ou autre imposition intérieure appliquée conformément à l'article 77;
b) tous droits antidumping ou droits compensateurs appliqués conformément à l'article 78;
c) toute redevance ou imposition diverse appliquée conformément à l'article 63.
Art. 60. Afschaffing van douanerechten.
1. De douanerechten bij invoer tussen de partijen worden afgeschaft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 64 tot en met 72.
2. De douanerechten bij uitvoer tussen de partijen worden afgeschaft met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
3. De basisdouanerechten waarop de opeenvolgende verlagingen overeenkomstig de artikelen 64 tot en met 72 worden toegepast, zijn voor elk product de rechten die in het schema voor rechtenafschaffing van elke partij zijn vastgesteld in de bijlagen I en II.
4. Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en voor het einde van de overgangsperiode het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, is het schema voor rechtenafschaffing van die partij van toepassing op de verlaagde rechten.
5. De partijen verklaren zich bereid hun douanerechten sneller te verlagen dan het tempo waarin de artikelen 64 tot en met 72 voorzien, of anderszins de toegang tot hun grondgebied krachtens deze artikelen te verbeteren, indien hun algemene economische toestand en de toestand van de betrokken sector van de economie dit mogelijk maken. Een besluit van de Associatieraad ter bespoediging van de afschaffing van douanerechten of in verband met een andere verbetering van de markttoegangsvoorwaarden heeft voor het betrokken product voorrang boven de bepalingen van de artikelen 64 tot en met 72.
1. De douanerechten bij invoer tussen de partijen worden afgeschaft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 64 tot en met 72.
2. De douanerechten bij uitvoer tussen de partijen worden afgeschaft met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
3. De basisdouanerechten waarop de opeenvolgende verlagingen overeenkomstig de artikelen 64 tot en met 72 worden toegepast, zijn voor elk product de rechten die in het schema voor rechtenafschaffing van elke partij zijn vastgesteld in de bijlagen I en II.
4. Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en voor het einde van de overgangsperiode het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, is het schema voor rechtenafschaffing van die partij van toepassing op de verlaagde rechten.
5. De partijen verklaren zich bereid hun douanerechten sneller te verlagen dan het tempo waarin de artikelen 64 tot en met 72 voorzien, of anderszins de toegang tot hun grondgebied krachtens deze artikelen te verbeteren, indien hun algemene economische toestand en de toestand van de betrokken sector van de economie dit mogelijk maken. Een besluit van de Associatieraad ter bespoediging van de afschaffing van douanerechten of in verband met een andere verbetering van de markttoegangsvoorwaarden heeft voor het betrokken product voorrang boven de bepalingen van de artikelen 64 tot en met 72.
Art. 60. Elimination des droits de douane.
1. Les droits de douane à l'importation entre les parties sont supprimés conformément aux dispositions des articles 64 à 72.
2. Les droits de douane à l'exportation entre les parties sont supprimés à compter de la date d'entrée en vigueur du présent accord.
3. Pour chaque produit, le droit de douane de base auquel doivent s'appliquer les réductions successives en vertu des articles 64 à 72 est celui qui est spécifié dans le calendrier de démantèlement tarifaire de chaque partie, figurant respectivement aux annexes I et II.
4. Si une partie réduit son taux de droits de douane accordé à la nation la plus favorisée après l'entrée en vigueur du présent accord et avant l'expiration de la période de transition, le calendrier de démantèlement tarifaire de la partie concernée s'applique aux taux réduits.
5. Chacune des parties se déclare disposée à réduire ses droits de douane selon un rythme plus rapide que celui prévu aux articles 64 à 72, ou à améliorer par un autre moyen les conditions d'accès prévues par ces articles, si sa situation économique générale et la situation du secteur économique concerné le permettent. Toute décision du conseil d'association d'accélérer la suppression d'un droit de douane ou d'améliorer par un autre moyen les conditions d'accès remplace et annule les modalités énoncées aux articles 64 à 72 pour le produit concerné.
1. Les droits de douane à l'importation entre les parties sont supprimés conformément aux dispositions des articles 64 à 72.
2. Les droits de douane à l'exportation entre les parties sont supprimés à compter de la date d'entrée en vigueur du présent accord.
3. Pour chaque produit, le droit de douane de base auquel doivent s'appliquer les réductions successives en vertu des articles 64 à 72 est celui qui est spécifié dans le calendrier de démantèlement tarifaire de chaque partie, figurant respectivement aux annexes I et II.
4. Si une partie réduit son taux de droits de douane accordé à la nation la plus favorisée après l'entrée en vigueur du présent accord et avant l'expiration de la période de transition, le calendrier de démantèlement tarifaire de la partie concernée s'applique aux taux réduits.
5. Chacune des parties se déclare disposée à réduire ses droits de douane selon un rythme plus rapide que celui prévu aux articles 64 à 72, ou à améliorer par un autre moyen les conditions d'accès prévues par ces articles, si sa situation économique générale et la situation du secteur économique concerné le permettent. Toute décision du conseil d'association d'accélérer la suppression d'un droit de douane ou d'améliorer par un autre moyen les conditions d'accès remplace et annule les modalités énoncées aux articles 64 à 72 pour le produit concerné.
Art. 61. Standstill.
1. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden in het handelsverkeer tussen de partijen geen nieuwe douanerechten ingesteld en worden de geldende rechten niet verhoogd.
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan Chili het bij artikel 12 van Wet nr. 18,525 ingestelde prijstranchestelsel, alsook stelsels die daarvoor in de plaats komen met betrekking tot producten die onder genoemde wet vallen, handhaven, mits dit stelsel wordt toegepast in overeenstemming met de rechten en verplichtingen van Chili krachtens de WTO-overeenkomst en zonder dat een gunstiger behandeling wordt toegekend aan de invoer uit derde landen, waaronder de landen waarmee Chili een overeenkomst als bepaald in artikel XXIV van de GATT van 1994 heeft gesloten of in de toekomst zal sluiten.
1. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden in het handelsverkeer tussen de partijen geen nieuwe douanerechten ingesteld en worden de geldende rechten niet verhoogd.
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan Chili het bij artikel 12 van Wet nr. 18,525 ingestelde prijstranchestelsel, alsook stelsels die daarvoor in de plaats komen met betrekking tot producten die onder genoemde wet vallen, handhaven, mits dit stelsel wordt toegepast in overeenstemming met de rechten en verplichtingen van Chili krachtens de WTO-overeenkomst en zonder dat een gunstiger behandeling wordt toegekend aan de invoer uit derde landen, waaronder de landen waarmee Chili een overeenkomst als bepaald in artikel XXIV van de GATT van 1994 heeft gesloten of in de toekomst zal sluiten.
Art. 61. Statu quo.
1. Aucun nouveau droit de douane n'est introduit et ceux qui sont déjà appliqués ne sont pas augmentés, dans le cadre du commerce entre les parties, après la date d'entrée en vigueur du présent accord.
2. Nonobstant le paragraphe 1, le Chili peut maintenir son système de tranches de prix instauré en vertu de l'article 12 de sa loi 18,525 ou le système qui lui a succédé pour les produits visés par cette loi, à condition qu'il s'applique conformément aux droits et obligations du Chili résultant de l'accord instituant l'OMC et de façon à ne pas accorder de traitement plus favorable aux importations d'un pays tiers, y compris les pays avec lesquels le Chili a conclu ou conclura un accord notifié dans le cadre de l'article XXIV du GATT de 1994.
1. Aucun nouveau droit de douane n'est introduit et ceux qui sont déjà appliqués ne sont pas augmentés, dans le cadre du commerce entre les parties, après la date d'entrée en vigueur du présent accord.
2. Nonobstant le paragraphe 1, le Chili peut maintenir son système de tranches de prix instauré en vertu de l'article 12 de sa loi 18,525 ou le système qui lui a succédé pour les produits visés par cette loi, à condition qu'il s'applique conformément aux droits et obligations du Chili résultant de l'accord instituant l'OMC et de façon à ne pas accorder de traitement plus favorable aux importations d'un pays tiers, y compris les pays avec lesquels le Chili a conclu ou conclura un accord notifié dans le cadre de l'article XXIV du GATT de 1994.
Art. 62. Indeling van goederen.
De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS).
De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS).
Art. 62. Classement des marchandises.
Le classement des marchandises dans les échanges entre les parties est celui prévu par les nomenclatures tarifaires respectives de chaque partie conformément au " système harmonisé de désignation et de codification des marchandises " (ci-après dénommé " SH ").
Le classement des marchandises dans les échanges entre les parties est celui prévu par les nomenclatures tarifaires respectives de chaque partie conformément au " système harmonisé de désignation et de codification des marchandises " (ci-après dénommé " SH ").
Art. 63. Vergoedingen en andere heffingen.
De in artikel 59 bedoelde vergoedingen en andere heffingen dienen beperkt te blijven tot de kosten bij benadering van de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden beogen. De vergoedingen of heffingen dienen te worden vastgesteld volgens specifieke tarieven die overeenkomen met de reële waarde van de verleende diensten.
De in artikel 59 bedoelde vergoedingen en andere heffingen dienen beperkt te blijven tot de kosten bij benadering van de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden beogen. De vergoedingen of heffingen dienen te worden vastgesteld volgens specifieke tarieven die overeenkomen met de reële waarde van de verleende diensten.
Art. 63. Redevances et autres taxes.
Les redevances et autres impositions visées à l'article 59 restent proportionnelles au coût approximatif des services rendus et ne constituent pas une protection indirecte des produits nationaux ou une imposition des importations ou des exportations à des fins fiscales. Elles se fondent sur des taux spécifiques qui correspondent à la valeur réelle du service rendu.
Les redevances et autres impositions visées à l'article 59 restent proportionnelles au coût approximatif des services rendus et ne constituent pas une protection indirecte des produits nationaux ou une imposition des importations ou des exportations à des fins fiscales. Elles se fondent sur des taux spécifiques qui correspondent à la valeur réelle du service rendu.
AFDELING 2. - Afschaffing van douanerechten.
SECTION 2. - Elimination des droits de douane.
ONDERAFDELING 2.1. Industrieproducten.
SOUS-SECTION 2.1. - Produits industriels.
Art. 64. Toepassingsgebied.
Deze onderafdeling is van toepassing op producten van de GS-hoofdstukken 25 tot en met 97 die niet onder de definitie van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten in artikel 70 vallen.
Deze onderafdeling is van toepassing op producten van de GS-hoofdstukken 25 tot en met 97 die niet onder de definitie van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten in artikel 70 vallen.
Art. 64. Portée.
La présente sous-section s'applique aux produits des chapitres 25 à 97 du SH qui n'entrent pas dans les produits agricoles et produits agricoles transformés visés à l'article 70.
La présente sous-section s'applique aux produits des chapitres 25 à 97 du SH qui n'entrent pas dans les produits agricoles et produits agricoles transformés visés à l'article 70.
Art. 65. Douanerechten bij de invoer van industrieproducten van oorsprong uit Chili.
De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I (schema voor rechtenafschaffing van de Gemeenschap) onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0) en " Year 3 " (Jaar 3) vermelde industrieproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, respectievelijk op 1 januari 2006 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I (schema voor rechtenafschaffing van de Gemeenschap) onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0) en " Year 3 " (Jaar 3) vermelde industrieproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, respectievelijk op 1 januari 2006 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
Art. 65. Droits de douane à l'importation sur les produits industriels originaires du Chili.
Les droits de douane à l'importation dans la Communauté de produits industriels originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I (calendrier de démantèlement tarifaire de la Communauté) sous la catégorie " Année 0 " et " Année 3 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur de l'accord et le 1er janvier 2006 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Les droits de douane à l'importation dans la Communauté de produits industriels originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I (calendrier de démantèlement tarifaire de la Communauté) sous la catégorie " Année 0 " et " Année 3 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur de l'accord et le 1er janvier 2006 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006
Jaar 0 100 %
Jaar 3 25 % 50 % 75 % 100 %
Jaar 0 100 %
Jaar 3 25 % 50 % 75 % 100 %
Catégorie Entrée en vigueur 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006
Année 0 100 %
Année 3 25 % 50 % 75 % 100 %
Année 0 100 %
Année 3 25 % 50 % 75 % 100 %
Art. 66. Douanerechten op de invoer van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.
De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II (schema voor rechtenafschaffing van Chili) onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0), " Year 5 " (Jaar 5) en " Year 7 " (Jaar 7) vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2010 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II (schema voor rechtenafschaffing van Chili) onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0), " Year 5 " (Jaar 5) en " Year 7 " (Jaar 7) vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2010 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
Art. 66. Droits de douane sur les produits industriels originaires de la Communauté.
Les droits de douane à l'importation au Chili de produits industriels originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II (calendrier de démantèlement tarifaire du Chili) sous la catégorie " Année 0 ", " Année 5 " et " Année 7 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur de l'accord, le 1er janvier 2008 et le 1er janvier 2010 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Les droits de douane à l'importation au Chili de produits industriels originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II (calendrier de démantèlement tarifaire du Chili) sous la catégorie " Année 0 ", " Année 5 " et " Année 7 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur de l'accord, le 1er janvier 2008 et le 1er janvier 2010 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Categorie Inwerkingtreding 1.1. 1.1. 1.1. 1.1. 1.1. 1.1. 1.1.
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010
Jaar 0 100 %
Jaar 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,7 % 83,3 % 100 %
Jaar 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 % 87,5 % 100 %
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010
Jaar 0 100 %
Jaar 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,7 % 83,3 % 100 %
Jaar 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 % 87,5 % 100 %
Catégorie Entrée en vigueur 1.1. 1.1. 1.1. 1.1. 1.1. 1.1. 1.1.
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010
Année 0 100 %
Année 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,7 % 83,3 % 100 %
Année 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 % 87,5 % 100 %
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010
Année 0 100 %
Année 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,7 % 83,3 % 100 %
Année 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 % 87,5 % 100 %
ONDERAFDELING 2.2. - Vis en visserijproducten.
SOUS-SECTION 2.2. - Poissons et produits de la pêche.
Art. 67. Toepassingsgebied.
Deze onderafdeling is van toepassing op vis en visserijproducten van GS-hoofdstuk 3, de GS-posten 1604 en 1605 en de GS-onderverdelingen 0511 91, 2301 20 en ex 1902 20 (Ex 1902 20 is " gevulde deegwaren bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren ".).
Deze onderafdeling is van toepassing op vis en visserijproducten van GS-hoofdstuk 3, de GS-posten 1604 en 1605 en de GS-onderverdelingen 0511 91, 2301 20 en ex 1902 20 (Ex 1902 20 is " gevulde deegwaren bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren ".).
Art. 67. Portée.
La présente sous-section s'applique aux poissons et aux produits de la pêche relevant du SH, chapitre 3, positions 1604 et 1605, sous-positions 051191, 230120 et ex 190220 (Ex-190220 correspond aux " pâtes alimentaires farcies contenant en poids plus de 20 % de poissons et crustacés, mollusques et autres invertébrés aquatiques ".).
La présente sous-section s'applique aux poissons et aux produits de la pêche relevant du SH, chapitre 3, positions 1604 et 1605, sous-positions 051191, 230120 et ex 190220 (Ex-190220 correspond aux " pâtes alimentaires farcies contenant en poids plus de 20 % de poissons et crustacés, mollusques et autres invertébrés aquatiques ".).
Art. 68. Douanerechten bij de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili.
1. De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0), " Year 4 " (Jaar 4), " Year 7 " (Jaar 7) en " Year 10 " (Jaar 10) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
1. De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0), " Year 4 " (Jaar 4), " Year 7 " (Jaar 7) en " Year 10 " (Jaar 10) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
Art. 68. Droits de douane à l'importation de poissons et produits de la pêche originaires du Chili.
1. Les droits de douane à l'importation dans la Communauté de poissons et produits de la pêche originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " Année 0 ", " Année 4 ", " Année 7 " et " Année 10 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur de l'accord, le 1er janvier 2007, le janvier 2010 et le 1er janvier 2013 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
1. Les droits de douane à l'importation dans la Communauté de poissons et produits de la pêche originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " Année 0 ", " Année 4 ", " Année 7 " et " Année 10 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur de l'accord, le 1er janvier 2007, le janvier 2010 et le 1er janvier 2013 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006 1.1.2007 1.1.2008
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Jaar 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Jaar 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Jaar 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Jaar 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Catégorie Entrée en 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006 1.1.2007 1.1.2008
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Année 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Année 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Année 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Année 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 %
Jaar 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Jaar 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 %
Jaar 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Jaar 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
Catégorie Entrée en 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 %
Année 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Année 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 %
Année 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Année 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie " TQ " genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.
2. Des contingents tarifaires à l'importation dans la Communauté de certains poissons et produits de la pêche originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I dans la catégorie " CT " sont appliqués dès l'entrée en vigueur du présent accord, selon les modalités énoncées dans ladite annexe. Ces contingents sont gérés selon le principe du " premier arrivé, premier servi ".
Art. 69. Douanerechten bij de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.
1. De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder categorie " Year 0 " (Jaar 0) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in Chili van bepaalde in bijlage II onder categorie " TQ " genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.
1. De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder categorie " Year 0 " (Jaar 0) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in Chili van bepaalde in bijlage II onder categorie " TQ " genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.
Art. 69. Droits de douane à l'importation de poissons et produits de la pêche originaires de la Communauté.
1. Les droits de douane à l'importation au Chili de poissons et produits de la pêche originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II sous la catégorie " Année 0 " sont supprimés à l'entrée en vigueur du présent accord.
2. Des contingents tarifaires à l'importation au Chili de certains poissons et produits de la pêche originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II dans la catégorie " CT " sont appliqués dès l'entrée en vigueur du présent accord, selon les modalités énoncées dans ladite annexe. Ces contingents sont gérés selon le principe du " premier arrivé, premier servi ".
1. Les droits de douane à l'importation au Chili de poissons et produits de la pêche originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II sous la catégorie " Année 0 " sont supprimés à l'entrée en vigueur du présent accord.
2. Des contingents tarifaires à l'importation au Chili de certains poissons et produits de la pêche originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II dans la catégorie " CT " sont appliqués dès l'entrée en vigueur du présent accord, selon les modalités énoncées dans ladite annexe. Ces contingents sont gérés selon le principe du " premier arrivé, premier servi ".
ONDERAFDELING 2.3. - Landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten.
SOUS-SECTION 2.3. - Produits agricoles et produits agricoles transformés.
Art. 70. Toepassingsgebied.
Deze onderafdeling is van toepassing op landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten die onder bijlage I bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw vallen.
Deze onderafdeling is van toepassing op landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten die onder bijlage I bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw vallen.
Art. 70. Portée.
La présente sous-section s'applique aux produits agricoles et aux produits agricoles transformés visés à l'annexe I de l'accord de l'OMC relatif à l'agriculture.
La présente sous-section s'applique aux produits agricoles et aux produits agricoles transformés visés à l'annexe I de l'accord de l'OMC relatif à l'agriculture.
Art. 71. Douanerechten bij de invoer van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili.
1. De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0), " Year 4 " (Jaar 4), " Year 7 " (Jaar 7) en " Year 10 " (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
1. De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën " Year 0 " (Jaar 0), " Year 4 " (Jaar 4), " Year 7 " (Jaar 7) en " Year 10 " (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
Art. 71. Droits de douane à l'importation de produits agricoles et produits agricoles transformés originaires du Chili.
1. Les droits de douane à l'importation dans la Communauté de produits agricoles et de produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous les catégories " Année 0 ", " Année 4 ", " Année 7 " et " Année 10 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur du présent accord, le 1er janvier 2007, le 1er janvier 2010 et le 1er janvier 2013 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
1. Les droits de douane à l'importation dans la Communauté de produits agricoles et de produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous les catégories " Année 0 ", " Année 4 ", " Année 7 " et " Année 10 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur du présent accord, le 1er janvier 2007, le 1er janvier 2010 et le 1er janvier 2013 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006 1.1.2007 1.1.2008
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Jaar 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Jaar 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Jaar 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Jaar 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Catégorie Entrée en 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006 1.1.2007 1.1.2008
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Année 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Année 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 % 40 % 60 % 80 % 100 %
Année 7 12,5 % 25 % 37,5 % 50 % 62,5 % 75 %
Année 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 %
Jaar 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Jaar 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
Jaar 0 100 %
Jaar 4 20 %
Jaar 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Jaar 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
Categorie Entree en 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 %
Année 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Année 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
vigueur
Année 0 100 %
Année 4 20 %
Année 7 12,5 % 87,5 % 100 %
Année 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
2. Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie " EP " vermelde landbouwproducten van oorsprong uit Chili die vallen onder de hoofdstukken 7 en 8 en de posten 2009 en 2204 30 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht al valorem.
3. Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie " SP " vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht ad valorem.
4. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat de Gemeenschap de invoer in de Gemeenschap toe van de in bijlage I onder de categorie " R " vermelde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tegen een douanerecht van 50 % van het basisdouanerecht.
5. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie " TQ " genoemde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld, of zoals in de Gemeenschap, op basis van een systeem van invoer- en uitvoervergunningen.
6. De tariefconcessies zijn niet van toepassing op de invoer in de Gemeenschap van producten die in bijlage I onder categorie " PN " zijn vermeld, aangezien deze producten vallen onder in de Gemeenschap beschermde benamingen.
3. Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie " SP " vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht ad valorem.
4. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat de Gemeenschap de invoer in de Gemeenschap toe van de in bijlage I onder de categorie " R " vermelde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tegen een douanerecht van 50 % van het basisdouanerecht.
5. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie " TQ " genoemde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld, of zoals in de Gemeenschap, op basis van een systeem van invoer- en uitvoervergunningen.
6. De tariefconcessies zijn niet van toepassing op de invoer in de Gemeenschap van producten die in bijlage I onder categorie " PN " zijn vermeld, aangezien deze producten vallen onder in de Gemeenschap beschermde benamingen.
2. En ce qui concerne les produits agricoles originaires du Chili relevant des chapitres 7 et 8 et des positions 20.09 et 22.04.30 de la nomenclature combinée, et dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " PE ", pour lesquels le tarif douanier commun prévoit l'application de droits ad valorem et d'un droit spécifique, le démantèlement tarifaire porte uniquement sur les droits ad valorem.
3. En ce qui concerne les produits agricoles et les produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " DS ", pour lesquels le tarif douanier commun prévoit l'application de droits ad valorem et d'un droit spécifique, le démantèlement tarifaire porte uniquement sur les droits ad valorem.
4. La Communauté applique aux importations sur son territoire de produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " R " un droit de 50 % du droit de douane de base dès l'entrée en vigueur du présent accord.
5. Des contingents tarifaires à l'importation dans la Communauté de certains produits agricoles et produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I dans la catégorie " CT " sont appliqués dès l'entrée en vigueur du présent accord, selon les modalités énoncées dans ladite annexe. Ces contingents sont gérés selon le principe du " premier arrivé, premier servi " ou, selon les conditions applicables dans la Communauté, sur la base d'un système de licences d'importation et d'exportation.
6. Les concessions tarifaires ne s'appliquent pas aux importations dans la Communauté de produits originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " PN ", ces produits étant couverts par des dénominations protégées dans la Communauté.
3. En ce qui concerne les produits agricoles et les produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " DS ", pour lesquels le tarif douanier commun prévoit l'application de droits ad valorem et d'un droit spécifique, le démantèlement tarifaire porte uniquement sur les droits ad valorem.
4. La Communauté applique aux importations sur son territoire de produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " R " un droit de 50 % du droit de douane de base dès l'entrée en vigueur du présent accord.
5. Des contingents tarifaires à l'importation dans la Communauté de certains produits agricoles et produits agricoles transformés originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I dans la catégorie " CT " sont appliqués dès l'entrée en vigueur du présent accord, selon les modalités énoncées dans ladite annexe. Ces contingents sont gérés selon le principe du " premier arrivé, premier servi " ou, selon les conditions applicables dans la Communauté, sur la base d'un système de licences d'importation et d'exportation.
6. Les concessions tarifaires ne s'appliquent pas aux importations dans la Communauté de produits originaires du Chili dont la liste figure à l'annexe I sous la catégorie " PN ", ces produits étant couverts par des dénominations protégées dans la Communauté.
Art. 72. Douanerechten bij de invoer van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.
1. De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder de categorieën " Jaar 0 ", " Year 5 " (Jaar 5) en " Year 10 " (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijde schema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2013 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
1. De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder de categorieën " Jaar 0 ", " Year 5 " (Jaar 5) en " Year 10 " (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijde schema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2013 :
Percentage jaarlijkse tariefverlaging :
Art. 72. Droits de douane à l'importation de produits agricoles et produits agricoles transformés originaires de la Communauté.
1. Les droits de douane à l'importation au Chili de produits agricoles et de produits agricoles transformés originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II sous les catégories " Année 0 ", " Année 5 " et " Année 10 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur du présent accord, le 1er janvier 2008 et le 1er janvier 2013 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
1. Les droits de douane à l'importation au Chili de produits agricoles et de produits agricoles transformés originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II sous les catégories " Année 0 ", " Année 5 " et " Année 10 " sont supprimés selon l'échéancier suivant, de sorte que ces droits seront intégralement et respectivement éliminés à la date d'entrée en vigueur du présent accord, le 1er janvier 2008 et le 1er janvier 2013 :
Pourcentage annuel de réduction tarifaire :
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006 1.1.2007 1.1.2008
Jaar 0 100 %
Jaar 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,6 % 83,3 % 100 %
Jaar 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Jaar 0 100 %
Jaar 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,6 % 83,3 % 100 %
Jaar 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Catégorie Entrée en 1.1.2004 1.1.2005 1.1.2006 1.1.2007 1.1.2008
vigueur
Année 0 100 %
Année 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,6 % 83,3 % 100 %
Année 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
vigueur
Année 0 100 %
Année 5 16,7 % 33,3 % 50 % 66,6 % 83,3 % 100 %
Année 10 9 % 18 % 27 % 36 % 45 % 54 %
Categorie Inwerkingtreding 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013
Jaar 0 100 %
Jaar 5 16,7 %
Jaar 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
Jaar 0 100 %
Jaar 5 16,7 %
Jaar 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
Categorie Entree en 1.1.2009 1.1.2010 1.1.2011 1.1.2012 1.1.2013
vigueur
Année 0 100 %
Année 5 16,7 %
Année 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
vigueur
Année 0 100 %
Année 5 16,7 %
Année 10 9 % 63 % 72 % 81 % 90 % 100 %
2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in Chili van bepaalde in bijlage I onder categorie " TQ " genoemde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.
2. Des contingents tarifaires à l'importation au Chili de certains produits agricoles originaires de la Communauté dont la liste figure à l'annexe II dans la catégorie " CT " sont appliqués dès l'entrée en vigueur du présent accord, selon les modalités énoncées dans ladite annexe. Ces contingents sont gérés selon le principe du " premier arrivé, premier servi ".
Art. 73. Urgentieclausule betreffende landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten.
1. Indien, gegeven de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, een product van een der partijen op het grondgebied van de andere partij in zodanig toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat dit voor de markt van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten van de andere partij tot ernstige schade of verstoring leidt of tot ernstige schade of verstoring dreigt te leiden, kan die partij, onverminderd het bepaalde in artikel 92 van deze overeenkomst en in artikel 5 van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw, passende maatregelen nemen op de voorwaarden en volgens de procedures die in dit artikel zijn vastgesteld.
2. Indien de in lid 1 genoemde omstandigheden zich voordoen, kan de invoerende partij :
a) de verdere verlaging van de douanerechten voor het betrokken product waarin in deze titel I wordt voorzien schorsen; of
b) de douanerechten voor het betrokken product verhogen tot een peil dat niet hoger is dan het laagste van de volgende rechten :
i) het meestbegunstigingsrecht; of
ii) het in artikel 60, lid 3, bedoelde basisdouanerecht.
3. Voor zij de maatregel als bedoeld in lid 2 toepast, legt de betrokken partij de zaak voor aan het Associatiecomité, dat een grondig onderzoek van de situatie verricht om een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden. Indien de andere partij daarom verzoekt, voeren de partijen in het Associatiecomité overleg. Indien binnen dertig dagen na de datum van dat verzoek geen oplossing is gevonden, mogen vrijwaringsmaatregelen worden toegepast.
4. Indien door uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen, mag de invoerende partij als overgangsmaatregel voor ten hoogste 120 dagen de maatregelen nemen waarin in lid 2 is voorzien zonder dat aan de eisen van lid 3 is voldaan. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat strikt noodzakelijk is om de schade of de verstoring te beperken of te herstellen. De invoerende partij stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.
5. De maatregelen die krachtens dit artikel worden genomen, mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden. De partij die de maatregel treft, ziet erop toe dat het algehele niveau van de voor de landbouwsector toegekende preferenties in stand blijft. Om dit doel te bereiken, kunnen de partijen overeenkomen dat compensatie wordt geboden voor de ongunstige gevolgen van de maatregel voor hun handelsverkeer, ook gedurende de periode dat een krachtens lid 4 toegepaste overgangsmaatregel van kracht is.
De partijen voeren met het oog hierop overleg om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Indien binnen dertig dagen geen overeenstemming is bereikt, kan de betrokken exporterende partij na kennisgeving aan de Associatieraad de toepassing van in wezen gelijkwaardige concessies krachtens deze titel schorsen.
6. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) ernstige schade : een aanzienlijke algemene verslechtering van de positie van de gezamenlijke producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in een partij;
b) dreiging van ernstige schade: ernstige schade die duidelijk op korte termijn zal optreden, waarbij wordt uitgegaan van feiten en niet slechts veronderstellingen, gissingen of de geringe kans dat een dergelijk situatie zich zal voordoen.
1. Indien, gegeven de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, een product van een der partijen op het grondgebied van de andere partij in zodanig toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat dit voor de markt van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten van de andere partij tot ernstige schade of verstoring leidt of tot ernstige schade of verstoring dreigt te leiden, kan die partij, onverminderd het bepaalde in artikel 92 van deze overeenkomst en in artikel 5 van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw, passende maatregelen nemen op de voorwaarden en volgens de procedures die in dit artikel zijn vastgesteld.
2. Indien de in lid 1 genoemde omstandigheden zich voordoen, kan de invoerende partij :
a) de verdere verlaging van de douanerechten voor het betrokken product waarin in deze titel I wordt voorzien schorsen; of
b) de douanerechten voor het betrokken product verhogen tot een peil dat niet hoger is dan het laagste van de volgende rechten :
i) het meestbegunstigingsrecht; of
ii) het in artikel 60, lid 3, bedoelde basisdouanerecht.
3. Voor zij de maatregel als bedoeld in lid 2 toepast, legt de betrokken partij de zaak voor aan het Associatiecomité, dat een grondig onderzoek van de situatie verricht om een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden. Indien de andere partij daarom verzoekt, voeren de partijen in het Associatiecomité overleg. Indien binnen dertig dagen na de datum van dat verzoek geen oplossing is gevonden, mogen vrijwaringsmaatregelen worden toegepast.
4. Indien door uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen, mag de invoerende partij als overgangsmaatregel voor ten hoogste 120 dagen de maatregelen nemen waarin in lid 2 is voorzien zonder dat aan de eisen van lid 3 is voldaan. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat strikt noodzakelijk is om de schade of de verstoring te beperken of te herstellen. De invoerende partij stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.
5. De maatregelen die krachtens dit artikel worden genomen, mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden. De partij die de maatregel treft, ziet erop toe dat het algehele niveau van de voor de landbouwsector toegekende preferenties in stand blijft. Om dit doel te bereiken, kunnen de partijen overeenkomen dat compensatie wordt geboden voor de ongunstige gevolgen van de maatregel voor hun handelsverkeer, ook gedurende de periode dat een krachtens lid 4 toegepaste overgangsmaatregel van kracht is.
De partijen voeren met het oog hierop overleg om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Indien binnen dertig dagen geen overeenstemming is bereikt, kan de betrokken exporterende partij na kennisgeving aan de Associatieraad de toepassing van in wezen gelijkwaardige concessies krachtens deze titel schorsen.
6. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
a) ernstige schade : een aanzienlijke algemene verslechtering van de positie van de gezamenlijke producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in een partij;
b) dreiging van ernstige schade: ernstige schade die duidelijk op korte termijn zal optreden, waarbij wordt uitgegaan van feiten en niet slechts veronderstellingen, gissingen of de geringe kans dat een dergelijk situatie zich zal voordoen.
Art. 73. Clause d'urgence pour les produits agricoles et les produits agricoles transformés.
1. Nonobstant l'article 92 du présent accord et l'article 5 de l'accord de l'OMC relatif à l'agriculture, et compte tenu du caractère particulièrement sensible des marchés agricoles, si les quantités d'un produit originaire d'une partie qui sont importées dans l'autre partie augmentent dans des proportions telles ou s'effectuent dans des conditions telles qu'elles provoquent ou menacent de provoquer de graves dysfonctionnements ou perturbations sur les marchés de produits similaires ou directement concurrents de l'autre partie, cette dernière peut prendre des mesures appropriées conformément aux conditions et aux procédures définies par le présent article.
2. Si les conditions fixées au paragraphe 1 sont remplies, la partie importatrice peut :
a) suspendre toute réduction ultérieure des droits de douane sur les produits concernés visés au présent titre; ou
b) relever les droits de douane sur le produit concerné à un niveau qui n'excède pas le montant le plus faible des deux droits suivants :
i) le droit de douane de la nation la plus favorisée, ou
ii) le droit de douane de base visé à l'article 60, paragraphe 3.
3. Avant l'adoption de la mesure définie au paragraphe 2, la partie concernée porte l'affaire devant le comité d'association pour un examen approfondi de la situation en vue de la recherche d'une solution acceptable par les deux parties. Si l'autre partie en fait la demande, les parties procèdent à des consultations au sein du comité d'association. A défaut de solution dans les 30 jours qui suivent la demande de consultation, des mesures de sauvegarde peuvent être appliquées.
4. Si des circonstances exceptionnelles exigent des dispositions immédiates, la partie importatrice peut adopter à titre provisoire les mesures prévues par le paragraphe 2, sans se conformer aux conditions fixées au paragraphe 3, pendant une durée maximale de 120 jours. Ces mesures ne doivent pas excéder le strict nécessaire pour limiter le dysfonctionnement ou la perturbation ou pour y remédier. La partie importatrice en informe immédiatement l'autre partie.
5. Les mesures adoptées en vertu du présent article ne doivent pas aller au-delà de ce qui est nécessaire pour remédier aux difficultés qui sont intervenues. La partie qui impose ces mesures maintient le niveau global des préférences accordées pour le secteur agricole. Pour y parvenir, les parties peuvent convenir de compenser les effets négatifs de ces mesures sur leurs échanges, y compris pour la durée d'application d'une mesure provisoire au sens du paragraphe 4.
Les parties procèdent à cette fin à des consultations afin de trouver une solution acceptable pour elles. Si elles ne parviennent à aucun accord dans les 30 jours, la partie exportatrice concernée peut, après notification au conseil d'association, suspendre l'application de concessions substantiellement équivalentes dans le cadre du présent titre.
6. Aux fins du présent article :
a) l'expression " grave dysfonctionnement " signifie une dégradation globale importante de la position de l'ensemble des producteurs de produits similaires ou directement concurrents qui exercent leur activité dans une partie;
b) l'expression " menace de grave dysfonctionnement " signifie un grave dysfonctionnement à l'évidence imminent au vu des faits et non de simples allégations, conjectures ou vagues probabilités.
1. Nonobstant l'article 92 du présent accord et l'article 5 de l'accord de l'OMC relatif à l'agriculture, et compte tenu du caractère particulièrement sensible des marchés agricoles, si les quantités d'un produit originaire d'une partie qui sont importées dans l'autre partie augmentent dans des proportions telles ou s'effectuent dans des conditions telles qu'elles provoquent ou menacent de provoquer de graves dysfonctionnements ou perturbations sur les marchés de produits similaires ou directement concurrents de l'autre partie, cette dernière peut prendre des mesures appropriées conformément aux conditions et aux procédures définies par le présent article.
2. Si les conditions fixées au paragraphe 1 sont remplies, la partie importatrice peut :
a) suspendre toute réduction ultérieure des droits de douane sur les produits concernés visés au présent titre; ou
b) relever les droits de douane sur le produit concerné à un niveau qui n'excède pas le montant le plus faible des deux droits suivants :
i) le droit de douane de la nation la plus favorisée, ou
ii) le droit de douane de base visé à l'article 60, paragraphe 3.
3. Avant l'adoption de la mesure définie au paragraphe 2, la partie concernée porte l'affaire devant le comité d'association pour un examen approfondi de la situation en vue de la recherche d'une solution acceptable par les deux parties. Si l'autre partie en fait la demande, les parties procèdent à des consultations au sein du comité d'association. A défaut de solution dans les 30 jours qui suivent la demande de consultation, des mesures de sauvegarde peuvent être appliquées.
4. Si des circonstances exceptionnelles exigent des dispositions immédiates, la partie importatrice peut adopter à titre provisoire les mesures prévues par le paragraphe 2, sans se conformer aux conditions fixées au paragraphe 3, pendant une durée maximale de 120 jours. Ces mesures ne doivent pas excéder le strict nécessaire pour limiter le dysfonctionnement ou la perturbation ou pour y remédier. La partie importatrice en informe immédiatement l'autre partie.
5. Les mesures adoptées en vertu du présent article ne doivent pas aller au-delà de ce qui est nécessaire pour remédier aux difficultés qui sont intervenues. La partie qui impose ces mesures maintient le niveau global des préférences accordées pour le secteur agricole. Pour y parvenir, les parties peuvent convenir de compenser les effets négatifs de ces mesures sur leurs échanges, y compris pour la durée d'application d'une mesure provisoire au sens du paragraphe 4.
Les parties procèdent à cette fin à des consultations afin de trouver une solution acceptable pour elles. Si elles ne parviennent à aucun accord dans les 30 jours, la partie exportatrice concernée peut, après notification au conseil d'association, suspendre l'application de concessions substantiellement équivalentes dans le cadre du présent titre.
6. Aux fins du présent article :
a) l'expression " grave dysfonctionnement " signifie une dégradation globale importante de la position de l'ensemble des producteurs de produits similaires ou directement concurrents qui exercent leur activité dans une partie;
b) l'expression " menace de grave dysfonctionnement " signifie un grave dysfonctionnement à l'évidence imminent au vu des faits et non de simples allégations, conjectures ou vagues probabilités.
Art. 74. Ontwikkelingsclausule.
In het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst beoordelen de partijen de situatie, waarbij zij rekening houden met het verloop van het handelsverkeer in landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheid van dergelijke producten en de ontwikkeling van het landbouwbeleid van beide partijen. De partijen onderzoeken in de Associatieraad per product systematisch en op basis van wederkerigheid de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen met het oog op verdere liberalisering van de handel in landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten.
In het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst beoordelen de partijen de situatie, waarbij zij rekening houden met het verloop van het handelsverkeer in landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheid van dergelijke producten en de ontwikkeling van het landbouwbeleid van beide partijen. De partijen onderzoeken in de Associatieraad per product systematisch en op basis van wederkerigheid de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen met het oog op verdere liberalisering van de handel in landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten.
Art. 74. Clause évolutive.
Au cours de la troisième année suivant l'entrée en vigueur du présent accord, les parties dressent un état des lieux tenant compte des caractéristiques du commerce de produits agricoles et de produits agricoles transformés entre les parties, de la sensibilité particulière de ces produits et de l'évolution de la politique agricole de part et d'autre. Au sein du comité d'association, les parties examinent, produit par produit et sur une base harmonieuse et réciproque, les possibilités de s'accorder mutuellement d'autres concessions en vue de libéraliser davantage leurs échanges de produits agricoles et de produits agricoles transformés.
Au cours de la troisième année suivant l'entrée en vigueur du présent accord, les parties dressent un état des lieux tenant compte des caractéristiques du commerce de produits agricoles et de produits agricoles transformés entre les parties, de la sensibilité particulière de ces produits et de l'évolution de la politique agricole de part et d'autre. Au sein du comité d'association, les parties examinent, produit par produit et sur une base harmonieuse et réciproque, les possibilités de s'accorder mutuellement d'autres concessions en vue de libéraliser davantage leurs échanges de produits agricoles et de produits agricoles transformés.
HOOFDSTUK II. - NON-TARIFAIRE MAATREGELEN.
CHAPITRE II. - OBSTACLES NON TARIFAIRES.
AFDELING 1. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Section 1. Dispositions communes.
Art. 75. Toepassingsgebied.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.
Art. 75. Portée.
Les dispositions du présent chapitre s'appliquent au commerce de marchandises entre les parties.
Les dispositions du présent chapitre s'appliquent au commerce de marchandises entre les parties.
Art. 76. Verbod op kwantitatieve beperkingen.
Alle invoerverboden, uitvoerverboden en beperkingen in het handelsverkeer tussen de partijen, andere dan douanerechten en -heffingen, ongeacht of zij worden toegepast door middel van contingenten, invoervergunningen of uitvoervergunningen of andere maatregelen, worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst opgeheven. Dergelijke maatregelen worden niet opnieuw ingevoerd.
Alle invoerverboden, uitvoerverboden en beperkingen in het handelsverkeer tussen de partijen, andere dan douanerechten en -heffingen, ongeacht of zij worden toegepast door middel van contingenten, invoervergunningen of uitvoervergunningen of andere maatregelen, worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst opgeheven. Dergelijke maatregelen worden niet opnieuw ingevoerd.
Art. 76. Interdiction de restrictions quantitatives.
Toutes les interdictions ou les restrictions à l'importation ou à l'exportation dans les échanges entre les parties, autres que les droits de douanes et les taxes, qu'elles prennent la forme de contingents, de licences d'importation ou d'exportation ou d'autres mesures, sont supprimées dès l'entrée en vigueur du présent accord. Aucune nouvelle mesure de ce type n'est introduite.
Toutes les interdictions ou les restrictions à l'importation ou à l'exportation dans les échanges entre les parties, autres que les droits de douanes et les taxes, qu'elles prennent la forme de contingents, de licences d'importation ou d'exportation ou d'autres mesures, sont supprimées dès l'entrée en vigueur du présent accord. Aucune nouvelle mesure de ce type n'est introduite.
Art. 77. Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving (Een interne belasting of andere interne heffing, of een wet, verordening of voorschrift als bedoeld in lid 2, die van toepassing is op zowel een ingevoerd product als een soortgelijk binnenlands product en geheven wordt of ten uitvoer wordt gelegd ten aanzien van een ingevoerd product op het tijdstip of op de plaats van invoer, wordt niettemin beschouwd als een interne belasting of andere binnenlandse heffing of een wet, verordening of voorschrift, als bedoeld in lid 2, en valt derhalve onder de bepalingen van dit artikel.).
1. Uit het grondgebied van de andere partij ingevoerde producten worden rechtstreeks noch onrechtstreeks aan hogere interne belastingen of andere interne heffingen onderworpen dan die welke rechtstreeks of onrechtstreeks op soortgelijke binnenlandse producten van toepassing zijn. Bovendien passen de partijen anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen toe om de binnenlandse productie te beschermen (Een belasting die aan het bepaalde in de eerste zin voldoet, wordt alleen geacht onverenigbaar te zijn met de bepalingen van de tweede zin wanneer er sprake is van concurrentie tussen enerzijds een belast product en anderzijds een rechtstreeks daarmee concurrerend of verwisselbaar product dat niet aan dezelfde belasting is onderworpen.).
2. Uit het grondgebied van de andere partij ingevoerde producten krijgen geen minder gunstige behandeling dan soortgelijke binnenlandse producten ter zake van wetten, verordeningen en voorschriften in verband met de verkoop op de binnenlandse markt, het te koop aanbieden, de aankoop, het vervoer, de distributie of het gebruik van deze producten. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoersmiddel en niet op de oorsprong van het product.
3. Geen van de partijen mag interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen uitvaardigen of handhaven die rechtstreeks of onrechtstreeks vereisen dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage van een onder de regeling vallend product van binnenlandse oorsprong moet zijn. Bovendien mag een partij niet op andere wijze interne kwantitatieve regelingen toepassen om de binnenlandse productie te beschermen (Regelingen die verenigbaar zijn met het bepaalde in de eerste zin, worden niet beschouwd als in strijd met het bepaalde in de tweede zin, indien alle onder deze regelingen vallende producten in substantiële hoeveelheden in het binnenland worden vervaardigd. Een regeling kan niet als verenigbaar met het bepaalde in de tweede zin worden aangemerkt op grond van het feit dat het percentage of de hoeveelheid die aan ieder van de onder de regeling vallen producten is toegewezen een billijke verhouding tussen de ingevoerde en de binnenlandse producten vormt.).
4. De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend binnenlandse producenten, met inbegrip van betalingen aan binnenlandse producenten uit de opbrengsten van binnenlandse belastingen of heffingen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden toegepast en van subsidies in de vorm van aankopen van binnenlandse producten door de overheid.
5. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op wetten, voorschriften, procedures of praktijken inzake overheidsopdrachten, die uitsluitend onder de bepalingen van titel IV van dit deel vallen.
1. Uit het grondgebied van de andere partij ingevoerde producten worden rechtstreeks noch onrechtstreeks aan hogere interne belastingen of andere interne heffingen onderworpen dan die welke rechtstreeks of onrechtstreeks op soortgelijke binnenlandse producten van toepassing zijn. Bovendien passen de partijen anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen toe om de binnenlandse productie te beschermen (Een belasting die aan het bepaalde in de eerste zin voldoet, wordt alleen geacht onverenigbaar te zijn met de bepalingen van de tweede zin wanneer er sprake is van concurrentie tussen enerzijds een belast product en anderzijds een rechtstreeks daarmee concurrerend of verwisselbaar product dat niet aan dezelfde belasting is onderworpen.).
2. Uit het grondgebied van de andere partij ingevoerde producten krijgen geen minder gunstige behandeling dan soortgelijke binnenlandse producten ter zake van wetten, verordeningen en voorschriften in verband met de verkoop op de binnenlandse markt, het te koop aanbieden, de aankoop, het vervoer, de distributie of het gebruik van deze producten. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoersmiddel en niet op de oorsprong van het product.
3. Geen van de partijen mag interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen uitvaardigen of handhaven die rechtstreeks of onrechtstreeks vereisen dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage van een onder de regeling vallend product van binnenlandse oorsprong moet zijn. Bovendien mag een partij niet op andere wijze interne kwantitatieve regelingen toepassen om de binnenlandse productie te beschermen (Regelingen die verenigbaar zijn met het bepaalde in de eerste zin, worden niet beschouwd als in strijd met het bepaalde in de tweede zin, indien alle onder deze regelingen vallende producten in substantiële hoeveelheden in het binnenland worden vervaardigd. Een regeling kan niet als verenigbaar met het bepaalde in de tweede zin worden aangemerkt op grond van het feit dat het percentage of de hoeveelheid die aan ieder van de onder de regeling vallen producten is toegewezen een billijke verhouding tussen de ingevoerde en de binnenlandse producten vormt.).
4. De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend binnenlandse producenten, met inbegrip van betalingen aan binnenlandse producenten uit de opbrengsten van binnenlandse belastingen of heffingen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden toegepast en van subsidies in de vorm van aankopen van binnenlandse producten door de overheid.
5. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op wetten, voorschriften, procedures of praktijken inzake overheidsopdrachten, die uitsluitend onder de bepalingen van titel IV van dit deel vallen.
Art. 77. Traitement national en manière d'imposition et de réglementation intérieures (Toute taxe ou autre imposition intérieure ou toute loi, réglementation ou prescription visée au paragraphe 2, qui s'applique au produit importé comme au produit national similaire et qui est perçue ou imposée, dans le cas du produit importé, au moment ou au lieu de l'importation, n'en sera pas moins considérée comme une taxe ou autre imposition intérieure ou comme une loi, une réglementation ou une prescription visée au paragraphe 2 et sera en conséquence soumise aux dispositions du présent article.).
1. Les produits importés du territoire de l'autre partie ne sont pas frappés, directement ou indirectement, de taxes au à autres impositions intérieures, de quelque nature qu'elles soient, supérieures à celles qui frappent, directement ou indirectement, les produits nationaux similaires. En outre, les parties n'appliquent pas par un autre moyen des taxes ou autres impositions intérieures de manière à protéger la production nationale (Une taxe satisfaisant aux exigences de la première phrase n'est réputée incompatible avec les dispositions de la deuxième phrase que dans les cas de concurrence entre, d'une part, un produit taxé et, d'autre part, un produit directement concurrent ou substituable qui n'est pas soumis à une taxe similaire.).
2. Les produits importés du territoire de l'autre partie ne sont pas soumis à un traitement moins favorable que le traitement accordé aux produits nationaux similaires en ce qui concerne toutes lois, tous règlements ou toutes prescriptions affectant leur vente, mise en vente, achat, transport, distribution ou utilisation sur le marché intérieur. Les dispositions du présent paragraphe n'empêchent pas l'application de tarifs différents pour les transports intérieurs, fondés exclusivement sur l'utilisation économique des moyens de transport et non sur l'origine du produit.
3. Aucune partie n'établit ni ne maintient de réglementation quantitative intérieure concernant le mélange, la transformation ou l'utilisation, en quantités ou en proportions déterminées, de certains produits, qui exigerait, directement ou indirectement, qu'une quantité ou une proportion déterminée d'un produit visé par la réglementation provienne de sources nationales de production. En outre, aucune partie n'applique par un autre moyen de réglementations quantitatives intérieures de manière à protéger la production nationale (Une réglementation compatible avec les dispositions de la première phrase ne sera pas considérée comme contrevenant aux dispositions de la deuxième phrase si le pays qui l'applique produit en quantités substantielles tous les produits qui y sont soumis. On ne pourra invoquer le fait qu'en attribuant une proportion ou une quantité déterminée à chacun des produits soumis à la réglementation on a maintenu un rapport équitable entre les produits importés et les produits nationaux, pour soutenir qu'une réglementation est conforme aux dispositions de la deuxième phrase.).
4. Les dispositions du présent article n'interdisent pas l'attribution de subventions aux seuls producteurs nationaux, y compris les subventions provenant du produit des taxes ou impositions intérieures qui sont appliquées conformément aux dispositions du présent article et les subventions sous la forme d'achat de produits nationaux par les pouvoirs publics.
5. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux lois, règlements, procédures ou pratiques régissant les marchés publics, qui relèvent exclusivement des dispositions du titre IV de la présente partie.
1. Les produits importés du territoire de l'autre partie ne sont pas frappés, directement ou indirectement, de taxes au à autres impositions intérieures, de quelque nature qu'elles soient, supérieures à celles qui frappent, directement ou indirectement, les produits nationaux similaires. En outre, les parties n'appliquent pas par un autre moyen des taxes ou autres impositions intérieures de manière à protéger la production nationale (Une taxe satisfaisant aux exigences de la première phrase n'est réputée incompatible avec les dispositions de la deuxième phrase que dans les cas de concurrence entre, d'une part, un produit taxé et, d'autre part, un produit directement concurrent ou substituable qui n'est pas soumis à une taxe similaire.).
2. Les produits importés du territoire de l'autre partie ne sont pas soumis à un traitement moins favorable que le traitement accordé aux produits nationaux similaires en ce qui concerne toutes lois, tous règlements ou toutes prescriptions affectant leur vente, mise en vente, achat, transport, distribution ou utilisation sur le marché intérieur. Les dispositions du présent paragraphe n'empêchent pas l'application de tarifs différents pour les transports intérieurs, fondés exclusivement sur l'utilisation économique des moyens de transport et non sur l'origine du produit.
3. Aucune partie n'établit ni ne maintient de réglementation quantitative intérieure concernant le mélange, la transformation ou l'utilisation, en quantités ou en proportions déterminées, de certains produits, qui exigerait, directement ou indirectement, qu'une quantité ou une proportion déterminée d'un produit visé par la réglementation provienne de sources nationales de production. En outre, aucune partie n'applique par un autre moyen de réglementations quantitatives intérieures de manière à protéger la production nationale (Une réglementation compatible avec les dispositions de la première phrase ne sera pas considérée comme contrevenant aux dispositions de la deuxième phrase si le pays qui l'applique produit en quantités substantielles tous les produits qui y sont soumis. On ne pourra invoquer le fait qu'en attribuant une proportion ou une quantité déterminée à chacun des produits soumis à la réglementation on a maintenu un rapport équitable entre les produits importés et les produits nationaux, pour soutenir qu'une réglementation est conforme aux dispositions de la deuxième phrase.).
4. Les dispositions du présent article n'interdisent pas l'attribution de subventions aux seuls producteurs nationaux, y compris les subventions provenant du produit des taxes ou impositions intérieures qui sont appliquées conformément aux dispositions du présent article et les subventions sous la forme d'achat de produits nationaux par les pouvoirs publics.
5. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux lois, règlements, procédures ou pratiques régissant les marchés publics, qui relèvent exclusivement des dispositions du titre IV de la présente partie.
AFDELING 2. - Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.
SECTION 2. - Mesures antidumping et compensatoires.
Art. 78. Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen.
Indien een partij constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidiëring plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.
Indien een partij constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidiëring plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.
Art. 78. Mesures antidumping et compensatoires.
Si l'une des parties constate des pratiques de dumping et/ou de subventionnement passible de droits compensateurs dans ses échanges avec l'autre partie, elle peut prendre des mesures appropriées, conformément à l'accord de l'OMC relatif à la mise en oeuvre de l'article VI du GATT de 1994 et à l'accord de l'OMC sur les subventions et les mesures compensatoires.
Si l'une des parties constate des pratiques de dumping et/ou de subventionnement passible de droits compensateurs dans ses échanges avec l'autre partie, elle peut prendre des mesures appropriées, conformément à l'accord de l'OMC relatif à la mise en oeuvre de l'article VI du GATT de 1994 et à l'accord de l'OMC sur les subventions et les mesures compensatoires.
AFDELING 3. - Douane en daarmee verband houdende aangelegenheden.
SECTION 3. Douanes et questions connexes.
Art. 79. Douane en daarmee verband houdende handelsaangelegenheden.
1. Om de naleving van het in deze titel bepaalde inzake douane en met de handel verband houdende zaken te waarborgen en de legitieme handel te bevorderen, met inachtneming van de noodzaak van effectieve controle, verbinden de partijen zich tot :
a) samenwerking en uitwisseling van informatie betreffende douanewetgeving en douaneregelingen;
b) toepassing van de voorschriften en procedures die door de partijen op bilateraal of multilateraal niveau zijn overeengekomen;
c) vereenvoudiging van de vereisten en formaliteiten voor de vrijgave en douanebehandeling van goederen, alsmede zo nauw mogelijke samenwerking ten aanzien van de vaststelling van procedures om opgave van invoer- en uitvoergegevens aan één enkele instantie mogelijk te maken; coördinatie tussen de douane en andere controlerende instanties, teneinde de overheidscontrole op invoer en uitvoer zo veel mogelijk door één instantie te laten uitvoeren;
d) samenwerking bij alle vraagstukken in verband met de oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneprocedures;
e) samenwerking bij alle aangelegenheden in verband met de douanewaarde, overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, met name om tot gezamenlijke standpunten te komen over de toepassing van de criteria voor de bepaling van de douanewaarde, het gebruik van indicatieve of referentie-indexen, exploitatieaspecten en werkmethoden;
2. Teneinde de werkmethoden te verbeteren en de werkzaamheden van de douane transparant en efficiënt te doen verlopen, doen de partijen het volgende :
a) zij zien erop toe dat de strengste normen van integriteit worden nageleefd, door toepassing van maatregelen overeenkomstig de beginselen van de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten, zoals bepaald in de wetgeving van iedere partij;
b) zij nemen waar mogelijk verdere maatregelen om de opgave van gegevens in de bewijsstukken die de douane verlangt te beperken, te vereenvoudigen en te standaardiseren, zoals het gebruik van één document of bericht voor douaneaangifte en één document of bericht voor uitklaring, gebaseerd op internationale normen en zoveel mogelijk opgesteld aan de hand van beschikbare handelsinformatie;
c) zij werken waar mogelijk samen aan wetgevingsinitiatieven en operationele initiatieven met betrekking tot invoer en uitvoer en douaneprocedures, alsmede aan verbetering van de dienstverlening aan het bedrijfsleven;
d) zij werken waar van toepassing samen op het gebied van technische bijstand, ook inhoudende de organisatie van seminars en arbeidsbemiddeling;
e) zij werken samen aan de automatisering van de douaneprocedures en waar mogelijk aan de totstandbrenging van gemeenschappelijke normen;
f) zij passen internationale douanevoorschriften en -normen toe, waaronder indien mogelijk de hoofdpunten van de herziene overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures;
g) zij nemen zoveel mogelijk een gemeenschappelijk standpunt in in internationale organisaties die zich met douanevraagstukken bezighouden, zoals de WTO, de Werelddouaneorganisatie (WCO), de Verenigde Naties (VN) en de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (UNCTAD);
h) zij voorzien in effectieve en snelle procedures voor beroep tegen administratieve handelingen, uitspraken en besluiten van de douane en andere instanties die betrekking hebben op de invoer of de uitvoer van goederen, overeenkomstig artikel X van de GATT 1994;
i) zij werken waar mogelijk samen om overlading en doorvoer over hun grondgebied te vergemakkelijken.
3. De partijen komen overeen dat hun handels- en douanebepalingen en -procedures gebaseerd worden op :
a) wetgeving die geen onnodige last aan het bedrijfsleven oplegt, de bestrijding van fraude niet hindert en verdere voorzieningen biedt aan bedrijven die aan strenge criteria voldoen;
b) bescherming van legitieme handel door effectieve handhaving van de wettelijke voorschriften;
c) toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicoanalyse, vereenvoudigde procedures voor douaneafhandeling van goederen, controle achteraf, methoden voor bedrijfsboekhoudkundige controle, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van handelsgegevens overeenkomstig de wet- en regelgeving van iedere partij. Elke partij neemt de nodige maatregelen om de effectiviteit van de methoden voor risicoanalyse te verzekeren;
d) transparante, efficiënte en waar mogelijk vereenvoudigde procedures, teneinde voor het bedrijfsleven de kosten te verminderen en de betrouwbaarheid te vergroten;
e) ontwikkeling van op informatietechnologie gebaseerde systemen voor zowel invoer als uitvoer, waarvan gebruik wordt gemaakt door bedrijven en de douanedienst, alsmede douanekantoren en andere instanties. Dergelijke systemen kunnen tevens voorzien in elektronische betaling van rechten, belastingen en andere heffingen;
f) voorschriften en procedures die voorzien in bindende uitspraken vooraf over tariefindeling en oorsprongsregels. Uitspraken kunnen te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken, echter niet zonder voorafgaande kennisgeving aan de betrokken onderneming of met terugwerkende kracht, tenzij de uitspraak is gedaan op basis van verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens;
g) bepalingen die in beginsel de invoer van goederen vergemakkelijken door toepassing van vereenvoudigde procedures en werkwijzen voor de afhandeling van formaliteiten vóór de aankomst van goederen;
h) invoerbepalingen die geen vereisten bevatten inzake inspectie vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake inspectie voor verzending;
i) voorschriften die waarborgen dat geen onevenredige sancties worden opgelegd voor kleine overtredingen van de douanewetgeving en procedurele voorschriften, en dat de toepassing ervan niet leidt tot onnodige vertraging bij de douaneafhandeling, zulks overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994.
4. De partijen :
a) zijn het eens over de noodzaak tijdig te overleggen met het bedrijfsleven over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot wetsvoorstellen en algemene procedures op douanegebied. Elke partij stelt met dit doel voor ogen geschikte mechanismen in voor overleg tussen de douane en het bedrijfsleven;
b) zorgen voor zo mogelijk elektronische publicatie van en informatie over nieuwe wetgeving en algemene procedures op douanegebied en van wijzigingen daarvan, uiterlijk op het tijdstip dat deze wetgeving of deze procedures in werking treden. Zij zorgen er tevens voor dat algemene informatie die van belang is voor bedrijven, zoals de openingstijden van douanekantoren, onder meer aan grensovergangen en in havens, en contactpunten voor verzoeken om informatie, algemeen bekend worden gemaakt;
c) stimuleren samenwerking tussen het bedrijfsleven en de douane door gebruik van objectieve en publiekelijk toegankelijke memoranda van overeenstemming, op basis van de memoranda die door de WCO worden uitgevaardigd;
d) zien erop toe dat hun douanevoorschriften en -procedures en aanverwante voorschriften en procedures blijven voldoen aan de behoeften van handelaars en dat beste praktijken worden nagevolgd.
5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 verlenen de douanediensten van de partijen elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.
1. Om de naleving van het in deze titel bepaalde inzake douane en met de handel verband houdende zaken te waarborgen en de legitieme handel te bevorderen, met inachtneming van de noodzaak van effectieve controle, verbinden de partijen zich tot :
a) samenwerking en uitwisseling van informatie betreffende douanewetgeving en douaneregelingen;
b) toepassing van de voorschriften en procedures die door de partijen op bilateraal of multilateraal niveau zijn overeengekomen;
c) vereenvoudiging van de vereisten en formaliteiten voor de vrijgave en douanebehandeling van goederen, alsmede zo nauw mogelijke samenwerking ten aanzien van de vaststelling van procedures om opgave van invoer- en uitvoergegevens aan één enkele instantie mogelijk te maken; coördinatie tussen de douane en andere controlerende instanties, teneinde de overheidscontrole op invoer en uitvoer zo veel mogelijk door één instantie te laten uitvoeren;
d) samenwerking bij alle vraagstukken in verband met de oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneprocedures;
e) samenwerking bij alle aangelegenheden in verband met de douanewaarde, overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, met name om tot gezamenlijke standpunten te komen over de toepassing van de criteria voor de bepaling van de douanewaarde, het gebruik van indicatieve of referentie-indexen, exploitatieaspecten en werkmethoden;
2. Teneinde de werkmethoden te verbeteren en de werkzaamheden van de douane transparant en efficiënt te doen verlopen, doen de partijen het volgende :
a) zij zien erop toe dat de strengste normen van integriteit worden nageleefd, door toepassing van maatregelen overeenkomstig de beginselen van de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten, zoals bepaald in de wetgeving van iedere partij;
b) zij nemen waar mogelijk verdere maatregelen om de opgave van gegevens in de bewijsstukken die de douane verlangt te beperken, te vereenvoudigen en te standaardiseren, zoals het gebruik van één document of bericht voor douaneaangifte en één document of bericht voor uitklaring, gebaseerd op internationale normen en zoveel mogelijk opgesteld aan de hand van beschikbare handelsinformatie;
c) zij werken waar mogelijk samen aan wetgevingsinitiatieven en operationele initiatieven met betrekking tot invoer en uitvoer en douaneprocedures, alsmede aan verbetering van de dienstverlening aan het bedrijfsleven;
d) zij werken waar van toepassing samen op het gebied van technische bijstand, ook inhoudende de organisatie van seminars en arbeidsbemiddeling;
e) zij werken samen aan de automatisering van de douaneprocedures en waar mogelijk aan de totstandbrenging van gemeenschappelijke normen;
f) zij passen internationale douanevoorschriften en -normen toe, waaronder indien mogelijk de hoofdpunten van de herziene overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures;
g) zij nemen zoveel mogelijk een gemeenschappelijk standpunt in in internationale organisaties die zich met douanevraagstukken bezighouden, zoals de WTO, de Werelddouaneorganisatie (WCO), de Verenigde Naties (VN) en de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (UNCTAD);
h) zij voorzien in effectieve en snelle procedures voor beroep tegen administratieve handelingen, uitspraken en besluiten van de douane en andere instanties die betrekking hebben op de invoer of de uitvoer van goederen, overeenkomstig artikel X van de GATT 1994;
i) zij werken waar mogelijk samen om overlading en doorvoer over hun grondgebied te vergemakkelijken.
3. De partijen komen overeen dat hun handels- en douanebepalingen en -procedures gebaseerd worden op :
a) wetgeving die geen onnodige last aan het bedrijfsleven oplegt, de bestrijding van fraude niet hindert en verdere voorzieningen biedt aan bedrijven die aan strenge criteria voldoen;
b) bescherming van legitieme handel door effectieve handhaving van de wettelijke voorschriften;
c) toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicoanalyse, vereenvoudigde procedures voor douaneafhandeling van goederen, controle achteraf, methoden voor bedrijfsboekhoudkundige controle, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van handelsgegevens overeenkomstig de wet- en regelgeving van iedere partij. Elke partij neemt de nodige maatregelen om de effectiviteit van de methoden voor risicoanalyse te verzekeren;
d) transparante, efficiënte en waar mogelijk vereenvoudigde procedures, teneinde voor het bedrijfsleven de kosten te verminderen en de betrouwbaarheid te vergroten;
e) ontwikkeling van op informatietechnologie gebaseerde systemen voor zowel invoer als uitvoer, waarvan gebruik wordt gemaakt door bedrijven en de douanedienst, alsmede douanekantoren en andere instanties. Dergelijke systemen kunnen tevens voorzien in elektronische betaling van rechten, belastingen en andere heffingen;
f) voorschriften en procedures die voorzien in bindende uitspraken vooraf over tariefindeling en oorsprongsregels. Uitspraken kunnen te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken, echter niet zonder voorafgaande kennisgeving aan de betrokken onderneming of met terugwerkende kracht, tenzij de uitspraak is gedaan op basis van verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens;
g) bepalingen die in beginsel de invoer van goederen vergemakkelijken door toepassing van vereenvoudigde procedures en werkwijzen voor de afhandeling van formaliteiten vóór de aankomst van goederen;
h) invoerbepalingen die geen vereisten bevatten inzake inspectie vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake inspectie voor verzending;
i) voorschriften die waarborgen dat geen onevenredige sancties worden opgelegd voor kleine overtredingen van de douanewetgeving en procedurele voorschriften, en dat de toepassing ervan niet leidt tot onnodige vertraging bij de douaneafhandeling, zulks overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994.
4. De partijen :
a) zijn het eens over de noodzaak tijdig te overleggen met het bedrijfsleven over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot wetsvoorstellen en algemene procedures op douanegebied. Elke partij stelt met dit doel voor ogen geschikte mechanismen in voor overleg tussen de douane en het bedrijfsleven;
b) zorgen voor zo mogelijk elektronische publicatie van en informatie over nieuwe wetgeving en algemene procedures op douanegebied en van wijzigingen daarvan, uiterlijk op het tijdstip dat deze wetgeving of deze procedures in werking treden. Zij zorgen er tevens voor dat algemene informatie die van belang is voor bedrijven, zoals de openingstijden van douanekantoren, onder meer aan grensovergangen en in havens, en contactpunten voor verzoeken om informatie, algemeen bekend worden gemaakt;
c) stimuleren samenwerking tussen het bedrijfsleven en de douane door gebruik van objectieve en publiekelijk toegankelijke memoranda van overeenstemming, op basis van de memoranda die door de WCO worden uitgevaardigd;
d) zien erop toe dat hun douanevoorschriften en -procedures en aanverwante voorschriften en procedures blijven voldoen aan de behoeften van handelaars en dat beste praktijken worden nagevolgd.
5. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 verlenen de douanediensten van de partijen elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.
Art. 79. Douanes et questions commerciales connexes.
1. Pour veiller au respect des dispositions du présent titre, dans la mesure où elles concernent les douanes et les questions commerciales connexes, et pour faciliter les échanges, sans préjudice de la nécessite d'assurer un contrôle efficace, les parties décident de :
a) coopérer et échanger des informations concernant la législation et les procédures douanières;
b) appliquer des règles et des procédures douanières convenues entre les parties au niveau bilatéral ou multilatéral;
c) simplifier les conditions et les formalités concernant la mainlevée et le dédouanement des marchandises, notamment, dans la mesure du possible, la collaboration à la définition de procédures permettant de présenter les informations relatives aux importations et aux importations à une seule instance, et assurer une coordination entre les douanes et d'autres organismes de contrôle de façon à permettre, dès l'importation ou l'exportation, des contrôles officiels à confier dans la mesure du possible à une seule instance;
d) coopérer pour tout ce qui concerne les règles d'origine et les procédures douanières qui s'y rapportent, et
e) coopérer pour tout ce qui concerne la valeur en douane, conformément à l'accord sur la mise en oeuvre de l'article VII du GATT de 1994, afin, notamment, de parvenir à des positions communes sur l'application de critères d'évaluation, l'utilisation de valeurs indicatives ou d'indices de référence, les aspects lies à la gestion et les méthodes de travail.
2. Pour améliorer les méthodes de travail et assurer des opérations douanières transparentes et efficaces, les parties :
a) veillent au respect des normes d'intégrité les plus élevées par l'application de mesures s'inspirant des principes des conventions et instruments internationaux en vigueur dans ce domaine, comme le prévoit la législation de chaque partie;
b) prennent d'autres mesures, si possible, pour réduire, simplifier et normaliser les données dans les documents requis par les douanes, notamment l'utilisation d'un document douanier ou message d'information unique à l'entrée et à la sortie correspondant aux normes internationales et reposant autant que possible sur des informations disponibles dans le secteur commercial;
c) collaborent dans la mesure du possible à des initiatives législatives et pratiques concernant les opérations d'importation et d'exportation et les procédures douanières, ainsi qu'à l'amélioration des services fournis aux milieux d'affaires;
d) coopèrent s'il y a lieu en matière d'assistance technique, notamment pour l'organisation de séminaires et de détachements;
e) coopèrent à l'informatisation des procédures douanières et, si possible, à l'instauration de normes communes;
f) appliquent les règles et normes internationales en matière de douanes, notamment, si possible, les éléments importants de la convention de Kyoto révisée concernant la simplification et l'harmonisation des procédures douanières;
g) s'efforcent de parvenir à des positions communes au sein des organisations internationales compétentes en matière de douanes telles que l'OMC, l'Organisation mondiale des douanes (OMD), l'Organisation des Nations unies (ONU) et la Conférence des Nations unies sur le commerce et le développement (CNUCED);
h) prévoient des procédures permettant d'assurer efficacement et rapidement le droit de recours à l'encontre d'actes administratifs et de décisions des douanes ou d'autres instances concernant des marchandises importées ou exportées, conformément à l'article X du GATT de 1994, et
i) collaborent si possible à la facilitation des opérations de transbordement et de transit sur leurs territoires respectifs.
3. Les parties conviennent que leurs dispositions et procédures commerciales et douanières respectives doivent reposer sur :
a) une législation qui évite d'imposer des charges inutiles aux opérateurs économiques, n'entrave pas la lutte contre la fraude et accorde des facilités supplémentaires aux opérateurs présentant un niveau élevé de conformité;
b) la protection du commerce licite en assurant efficacement le respect des exigences prévues par la législation;
c) l'application de techniques douanières modernes, notamment l'évaluation des risques, les procédures simplifiées d'importation et de mainlevée, les contrôles postérieurs à la mainlevée et les méthodes de vérification comptable des sociétés, tout en respectant la nature confidentielle des informations commerciales conformément aux dispositions en vigueur dans chaque partie; les parties prennent les mesures nécessaires pour garantir l'efficacité des méthodes d'évaluation des risques;
d) des procédures transparentes, efficaces et s'il y a lieu simplifiées afin de réduire les coûts et de renforcer la prévisibilité pour les opérateurs économiques;
e) la création, pour les opérations tant d'exportation que d'importation, de systèmes informatisés reliant les opérateurs économiques aux administrations douanières et celles-ci à d'autres organismes; ces systèmes peuvent aussi permettre l'acquittement de droits de douane, de taxes et autres redevances par transfert électronique;
f) des règles et des procédures prévoyant des décisions préalables contraignantes pour les classements tarifaires et les règles d'origine; une décision peut être modifiée ou annulée à tout moment, mais seulement après notification à l'opérateur concerné et sans effet rétroactif, sauf si la décision a été adoptée sur la base d'informations incorrectes ou incomplètes;
g) des dispositions destinées à faciliter l'importation de marchandises par des procédures et des opérations douanières simplifiées ou effectuées préalablement à l'arrivée, et
h) des dispositions en matière d'importation qui ne prévoient pas de conditions pour les inspections avant expédition telles qu'elles sont définies par l'accord y relatif de l'OMC;
i) des règles garantissant que les sanctions pour infractions mineures à la réglementation ou aux conditions de procédure douanières soient proportionnées et que leur application ne retarde pas indûment les opérations de dédouanement, conformément à l'article VIII du GATT de 1994.
4. Les parties conviennent :
a) de la nécessité de consulter à temps les opérateurs économiques sur des questions de fond concernant les propositions législatives et les procédures générales en relation avec les douanes; à cette fin, chaque partie met en place des mécanismes appropries de consultation entre les administrations et les opérateurs;
b) de publier, autant que possible par des moyens électroniques, et de faire connaître la nouvelle législation et les nouvelles procédures générales en relation avec les douanes, ainsi que toute modification de celles-ci, au plus tard à leur entrée en vigueur; elles mettent par ailleurs publiquement à la disposition des opérateurs économiques des informations générales qui les intéressent, les heures d'ouverture des bureaux de douane par exemple, y compris des bureaux situés dans les ports et aux points de passage des frontières, et les services auxquels ils peuvent adresser leurs demandes d'informations;
c) de favoriser la coopération entre les opérateurs et les administrations des douanes par l'utilisation de protocoles d'accord, objectifs et accessibles au public, inspirés de ceux promulgues par l'OMD, et
d) de veiller à ce que leurs conditions et procédures douanières et connexes respectives continuent à répondre aux besoins des milieux d'affaires et correspondent aux meilleures pratiques.
5. Nonobstant les paragraphes 1 à 4, les administrations des deux parties prévoient une assistance administrative mutuelle pour les questions douanières, conformément au protocole relatif à l'assistance administrative mutuelle en matière douanière du 13 juin 2001, qui figure en annexe de l'accord-cadre de Cooperation
1. Pour veiller au respect des dispositions du présent titre, dans la mesure où elles concernent les douanes et les questions commerciales connexes, et pour faciliter les échanges, sans préjudice de la nécessite d'assurer un contrôle efficace, les parties décident de :
a) coopérer et échanger des informations concernant la législation et les procédures douanières;
b) appliquer des règles et des procédures douanières convenues entre les parties au niveau bilatéral ou multilatéral;
c) simplifier les conditions et les formalités concernant la mainlevée et le dédouanement des marchandises, notamment, dans la mesure du possible, la collaboration à la définition de procédures permettant de présenter les informations relatives aux importations et aux importations à une seule instance, et assurer une coordination entre les douanes et d'autres organismes de contrôle de façon à permettre, dès l'importation ou l'exportation, des contrôles officiels à confier dans la mesure du possible à une seule instance;
d) coopérer pour tout ce qui concerne les règles d'origine et les procédures douanières qui s'y rapportent, et
e) coopérer pour tout ce qui concerne la valeur en douane, conformément à l'accord sur la mise en oeuvre de l'article VII du GATT de 1994, afin, notamment, de parvenir à des positions communes sur l'application de critères d'évaluation, l'utilisation de valeurs indicatives ou d'indices de référence, les aspects lies à la gestion et les méthodes de travail.
2. Pour améliorer les méthodes de travail et assurer des opérations douanières transparentes et efficaces, les parties :
a) veillent au respect des normes d'intégrité les plus élevées par l'application de mesures s'inspirant des principes des conventions et instruments internationaux en vigueur dans ce domaine, comme le prévoit la législation de chaque partie;
b) prennent d'autres mesures, si possible, pour réduire, simplifier et normaliser les données dans les documents requis par les douanes, notamment l'utilisation d'un document douanier ou message d'information unique à l'entrée et à la sortie correspondant aux normes internationales et reposant autant que possible sur des informations disponibles dans le secteur commercial;
c) collaborent dans la mesure du possible à des initiatives législatives et pratiques concernant les opérations d'importation et d'exportation et les procédures douanières, ainsi qu'à l'amélioration des services fournis aux milieux d'affaires;
d) coopèrent s'il y a lieu en matière d'assistance technique, notamment pour l'organisation de séminaires et de détachements;
e) coopèrent à l'informatisation des procédures douanières et, si possible, à l'instauration de normes communes;
f) appliquent les règles et normes internationales en matière de douanes, notamment, si possible, les éléments importants de la convention de Kyoto révisée concernant la simplification et l'harmonisation des procédures douanières;
g) s'efforcent de parvenir à des positions communes au sein des organisations internationales compétentes en matière de douanes telles que l'OMC, l'Organisation mondiale des douanes (OMD), l'Organisation des Nations unies (ONU) et la Conférence des Nations unies sur le commerce et le développement (CNUCED);
h) prévoient des procédures permettant d'assurer efficacement et rapidement le droit de recours à l'encontre d'actes administratifs et de décisions des douanes ou d'autres instances concernant des marchandises importées ou exportées, conformément à l'article X du GATT de 1994, et
i) collaborent si possible à la facilitation des opérations de transbordement et de transit sur leurs territoires respectifs.
3. Les parties conviennent que leurs dispositions et procédures commerciales et douanières respectives doivent reposer sur :
a) une législation qui évite d'imposer des charges inutiles aux opérateurs économiques, n'entrave pas la lutte contre la fraude et accorde des facilités supplémentaires aux opérateurs présentant un niveau élevé de conformité;
b) la protection du commerce licite en assurant efficacement le respect des exigences prévues par la législation;
c) l'application de techniques douanières modernes, notamment l'évaluation des risques, les procédures simplifiées d'importation et de mainlevée, les contrôles postérieurs à la mainlevée et les méthodes de vérification comptable des sociétés, tout en respectant la nature confidentielle des informations commerciales conformément aux dispositions en vigueur dans chaque partie; les parties prennent les mesures nécessaires pour garantir l'efficacité des méthodes d'évaluation des risques;
d) des procédures transparentes, efficaces et s'il y a lieu simplifiées afin de réduire les coûts et de renforcer la prévisibilité pour les opérateurs économiques;
e) la création, pour les opérations tant d'exportation que d'importation, de systèmes informatisés reliant les opérateurs économiques aux administrations douanières et celles-ci à d'autres organismes; ces systèmes peuvent aussi permettre l'acquittement de droits de douane, de taxes et autres redevances par transfert électronique;
f) des règles et des procédures prévoyant des décisions préalables contraignantes pour les classements tarifaires et les règles d'origine; une décision peut être modifiée ou annulée à tout moment, mais seulement après notification à l'opérateur concerné et sans effet rétroactif, sauf si la décision a été adoptée sur la base d'informations incorrectes ou incomplètes;
g) des dispositions destinées à faciliter l'importation de marchandises par des procédures et des opérations douanières simplifiées ou effectuées préalablement à l'arrivée, et
h) des dispositions en matière d'importation qui ne prévoient pas de conditions pour les inspections avant expédition telles qu'elles sont définies par l'accord y relatif de l'OMC;
i) des règles garantissant que les sanctions pour infractions mineures à la réglementation ou aux conditions de procédure douanières soient proportionnées et que leur application ne retarde pas indûment les opérations de dédouanement, conformément à l'article VIII du GATT de 1994.
4. Les parties conviennent :
a) de la nécessité de consulter à temps les opérateurs économiques sur des questions de fond concernant les propositions législatives et les procédures générales en relation avec les douanes; à cette fin, chaque partie met en place des mécanismes appropries de consultation entre les administrations et les opérateurs;
b) de publier, autant que possible par des moyens électroniques, et de faire connaître la nouvelle législation et les nouvelles procédures générales en relation avec les douanes, ainsi que toute modification de celles-ci, au plus tard à leur entrée en vigueur; elles mettent par ailleurs publiquement à la disposition des opérateurs économiques des informations générales qui les intéressent, les heures d'ouverture des bureaux de douane par exemple, y compris des bureaux situés dans les ports et aux points de passage des frontières, et les services auxquels ils peuvent adresser leurs demandes d'informations;
c) de favoriser la coopération entre les opérateurs et les administrations des douanes par l'utilisation de protocoles d'accord, objectifs et accessibles au public, inspirés de ceux promulgues par l'OMD, et
d) de veiller à ce que leurs conditions et procédures douanières et connexes respectives continuent à répondre aux besoins des milieux d'affaires et correspondent aux meilleures pratiques.
5. Nonobstant les paragraphes 1 à 4, les administrations des deux parties prévoient une assistance administrative mutuelle pour les questions douanières, conformément au protocole relatif à l'assistance administrative mutuelle en matière douanière du 13 juin 2001, qui figure en annexe de l'accord-cadre de Cooperation
Art. 80. Douanewaarde.
De WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, zonder de voorbehouden waarin wordt voorzien in artikel 20 en in de punten 2, 3 en 4 van bijlage III bij die overeenkomst, is van toepassing op de voorschriften inzake douanewaarde voor het handelsverkeer tussen de partijen.
De WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, zonder de voorbehouden waarin wordt voorzien in artikel 20 en in de punten 2, 3 en 4 van bijlage III bij die overeenkomst, is van toepassing op de voorschriften inzake douanewaarde voor het handelsverkeer tussen de partijen.
Art. 80. Valeur en douane.
L'accord de l'OMC relatif à la mise en oeuvre de l'article VII du GATT de 1994, sans les réserves et les options prévues par l'article 20, paragraphes 2, 3 et 4 de l'annexe III du présent accord, régit l'application de la valeur en douane au commerce entre les parties.
L'accord de l'OMC relatif à la mise en oeuvre de l'article VII du GATT de 1994, sans les réserves et les options prévues par l'article 20, paragraphes 2, 3 et 4 de l'annexe III du présent accord, régit l'application de la valeur en douane au commerce entre les parties.
Art. 81. Speciale commissie voor douanesamenwerking en oorsprongsregels.
1. De partijen stellen een speciale commissie voor douanesamenwerking en regels van oorsprong in, samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De speciale commissie komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap van de speciale commissie wordt door de partijen bij toerbeurt bekleed. De speciale commissie brengt verslag uit aan het Associatiecomité.
2. De speciale commissie heeft onder meer de volgende taken :
a) toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van de artikelen 79 en 80 en bijlage III en andere douanebepalingen inzake markttoegang;
b) onderzoek naar en gedachtewisseling over alle problemen in verband met douanezaken, zoals oorsprongsregels en daarmee verband houdende douaneprocedures, algemene douaneprocedures, douanewaarde, tariefregelingen, douanenomenclatuur, douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;
c) verbetering van de samenwerking op het gebied van ontwikkeling, toepassing en handhaving van oorsprongsregels en daarmee verband houdende douaneprocedures, algemene douaneprocedures en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;
d) andere door de partijen overeen te komen onderwerpen.
3. Voor het uitvoeren van de in dit artikel bedoelde taken kunnen de partijen overeenkomen ad hoc-bijeenkomsten te houden.
1. De partijen stellen een speciale commissie voor douanesamenwerking en regels van oorsprong in, samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De speciale commissie komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap van de speciale commissie wordt door de partijen bij toerbeurt bekleed. De speciale commissie brengt verslag uit aan het Associatiecomité.
2. De speciale commissie heeft onder meer de volgende taken :
a) toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van de artikelen 79 en 80 en bijlage III en andere douanebepalingen inzake markttoegang;
b) onderzoek naar en gedachtewisseling over alle problemen in verband met douanezaken, zoals oorsprongsregels en daarmee verband houdende douaneprocedures, algemene douaneprocedures, douanewaarde, tariefregelingen, douanenomenclatuur, douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;
c) verbetering van de samenwerking op het gebied van ontwikkeling, toepassing en handhaving van oorsprongsregels en daarmee verband houdende douaneprocedures, algemene douaneprocedures en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;
d) andere door de partijen overeen te komen onderwerpen.
3. Voor het uitvoeren van de in dit artikel bedoelde taken kunnen de partijen overeenkomen ad hoc-bijeenkomsten te houden.
Art. 81. Comité spécial de la coopération douanière et des règles d'origine.
1. Les parties créent un comité spécial de coopération douanière et des règles d'origine, composé de représentants des parties. Ce comité se réunit à une date et selon un ordre du jour convenus à l'avance par les parties. Il est présidé alternativement par un représentant de chacune des parties Le comité rend compte au comité d'association.
2. Les fonctions du comité consistent à :
a) assurer le suivi de la mise en oeuvre et de l'application administrative des articles 79 et 80, de l'annexe III et de toute autre question douanière liée à l'accès au marché;
b) offrir une enceinte de consultation et de discussion sur toutes les questions concernant la douane, notamment les règles d'origine et les procédures douanières connexes, les procédures douanières générales, la valeur en douane, les régimes tarifaires, la nomenclature douanière, la coopération douanière et l'assistance administrative mutuelle en matière douanière;
c) développer la coopération en ce qui concerne l'élaboration, l'application et l'exécution des règles d'origine et des procédures qui s'y rapportent, des procédures douanières générales et de l'assistance administrative mutuelle en matière douanière;
d) examiner toute autre question convenue par les parties.
3. Pour accomplir les taches prévues par le présent article, les parties peuvent convenir de tenir des réunions ad hoc.
1. Les parties créent un comité spécial de coopération douanière et des règles d'origine, composé de représentants des parties. Ce comité se réunit à une date et selon un ordre du jour convenus à l'avance par les parties. Il est présidé alternativement par un représentant de chacune des parties Le comité rend compte au comité d'association.
2. Les fonctions du comité consistent à :
a) assurer le suivi de la mise en oeuvre et de l'application administrative des articles 79 et 80, de l'annexe III et de toute autre question douanière liée à l'accès au marché;
b) offrir une enceinte de consultation et de discussion sur toutes les questions concernant la douane, notamment les règles d'origine et les procédures douanières connexes, les procédures douanières générales, la valeur en douane, les régimes tarifaires, la nomenclature douanière, la coopération douanière et l'assistance administrative mutuelle en matière douanière;
c) développer la coopération en ce qui concerne l'élaboration, l'application et l'exécution des règles d'origine et des procédures qui s'y rapportent, des procédures douanières générales et de l'assistance administrative mutuelle en matière douanière;
d) examiner toute autre question convenue par les parties.
3. Pour accomplir les taches prévues par le présent article, les parties peuvent convenir de tenir des réunions ad hoc.
Art. 82. Tenuitvoerlegging van de preferentiële behandeling.
1. De partijen zijn van oordeel dat administratieve samenwerking cruciaal is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferenties die bij deze titel worden toegekend. Zij verbinden zich ertoe onregelmatigheden en fraude in verband met de oorsprong, ook wat de tariefindeling en de douanewaarde betreft, te bestrijden.
2. In verband hiermee kan een partij de preferentiële behandeling waarin deze titel voorziet voor een product of producten tijdelijk schorsen, indien deze partij voor dat product of die producten vaststelt dat door de andere partij systematisch geen administratieve medewerking wordt verleend of fraude is gepleegd.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder systematisch niet verlenen van administratieve medewerking verstaan :
a) het uitblijven van administratieve medewerking, zoals het niet verstrekken van de namen en adressen van de douane- of overheidsinstanties die belast zijn met de afgifte en de controle van certificaten van oorsprong, het niet verstrekken van specimina van stempels die in gebruik zijn voor het waarmerken van deze certificaten, of het niet mededelen van wijzigingen in deze gegevens;
b) systematisch ontoereikend of ondeugdelijk handelen bij de verificatie van de oorsprong van producten en de naleving van andere verplichtingen in het kader van bijlage III, of bij vaststelling of voorkoming van overtredingen van de oorsprongsregels;
c) systematisch weigeren om op verzoek van de andere partij controles achteraf van het bewijs van de oorsprong te verrichten en de resultaten daarvan tijdig mede te delen, of systematisch met onnodige vertraging op een dergelijk verzoek ingaan;
d) het niet verlenen of systematisch ontoereikend verlenen van administratieve medewerking bij onderzoek naar gedragingen die vermoedelijk fraude met betrekking tot de oorsprong inhouden. In dit verband kan door een partij fraude worden vermoed onder meer wanneer de invoer in het kader van deze overeenkomst van een product of van producten de gebruikelijke productie en exportcapaciteit van de andere partij in hoge mate overschrijden.
4. Wanneer een partij vaststelt dat er sprake is van systematisch niet verlenen van administratieve medewerking of het vermoeden van fraude dient zij, voor zij overgaat tot de tijdelijke schorsing waarin dit artikel voorziet, het Associatiecomité alle terzake doende informatie te verstrekken die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Tegelijkertijd publiceert zij in haar officiële publicatieblad een bericht aan de importeurs, waarin zij vermeldt voor welk product of welke producten het systematisch niet verlenen van administratieve medewerking of het vermoeden van fraude is vastgesteld. De juridische gevolgen van deze publicatie worden bepaald door de binnenlandse wetgeving van elke partij.
5. Binnen tien dagen na publicatie van de in lid 4 bedoelde informatie plegen de partijen overleg in het Associatiecomité. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij tijdelijke schorsing van de preferentiële behandeling kan worden vermeden, kan de betrokken partij de preferentiële behandeling van het betrokken product of de betrokken producten tijdelijk schorsen.
De tijdelijke schorsing mag niet verder strekken dan wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen.
6. Van tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel wordt het Associatiecomité onmiddellijk na de vaststelling ervan in kennis gesteld. De schorsing mag gedurende ten hoogste zes maanden worden toegepast. Deze periode kan echter worden verlengd. In het Associatiecomité wordt hierover periodiek overleg gepleegd, in het bijzonder met het oog op afschaffing van de maatregelen zodra de omstandigheden zulks toelaten.
1. De partijen zijn van oordeel dat administratieve samenwerking cruciaal is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferenties die bij deze titel worden toegekend. Zij verbinden zich ertoe onregelmatigheden en fraude in verband met de oorsprong, ook wat de tariefindeling en de douanewaarde betreft, te bestrijden.
2. In verband hiermee kan een partij de preferentiële behandeling waarin deze titel voorziet voor een product of producten tijdelijk schorsen, indien deze partij voor dat product of die producten vaststelt dat door de andere partij systematisch geen administratieve medewerking wordt verleend of fraude is gepleegd.
3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder systematisch niet verlenen van administratieve medewerking verstaan :
a) het uitblijven van administratieve medewerking, zoals het niet verstrekken van de namen en adressen van de douane- of overheidsinstanties die belast zijn met de afgifte en de controle van certificaten van oorsprong, het niet verstrekken van specimina van stempels die in gebruik zijn voor het waarmerken van deze certificaten, of het niet mededelen van wijzigingen in deze gegevens;
b) systematisch ontoereikend of ondeugdelijk handelen bij de verificatie van de oorsprong van producten en de naleving van andere verplichtingen in het kader van bijlage III, of bij vaststelling of voorkoming van overtredingen van de oorsprongsregels;
c) systematisch weigeren om op verzoek van de andere partij controles achteraf van het bewijs van de oorsprong te verrichten en de resultaten daarvan tijdig mede te delen, of systematisch met onnodige vertraging op een dergelijk verzoek ingaan;
d) het niet verlenen of systematisch ontoereikend verlenen van administratieve medewerking bij onderzoek naar gedragingen die vermoedelijk fraude met betrekking tot de oorsprong inhouden. In dit verband kan door een partij fraude worden vermoed onder meer wanneer de invoer in het kader van deze overeenkomst van een product of van producten de gebruikelijke productie en exportcapaciteit van de andere partij in hoge mate overschrijden.
4. Wanneer een partij vaststelt dat er sprake is van systematisch niet verlenen van administratieve medewerking of het vermoeden van fraude dient zij, voor zij overgaat tot de tijdelijke schorsing waarin dit artikel voorziet, het Associatiecomité alle terzake doende informatie te verstrekken die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Tegelijkertijd publiceert zij in haar officiële publicatieblad een bericht aan de importeurs, waarin zij vermeldt voor welk product of welke producten het systematisch niet verlenen van administratieve medewerking of het vermoeden van fraude is vastgesteld. De juridische gevolgen van deze publicatie worden bepaald door de binnenlandse wetgeving van elke partij.
5. Binnen tien dagen na publicatie van de in lid 4 bedoelde informatie plegen de partijen overleg in het Associatiecomité. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij tijdelijke schorsing van de preferentiële behandeling kan worden vermeden, kan de betrokken partij de preferentiële behandeling van het betrokken product of de betrokken producten tijdelijk schorsen.
De tijdelijke schorsing mag niet verder strekken dan wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen.
6. Van tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel wordt het Associatiecomité onmiddellijk na de vaststelling ervan in kennis gesteld. De schorsing mag gedurende ten hoogste zes maanden worden toegepast. Deze periode kan echter worden verlengd. In het Associatiecomité wordt hierover periodiek overleg gepleegd, in het bijzonder met het oog op afschaffing van de maatregelen zodra de omstandigheden zulks toelaten.
Art. 82. Application du traitement préférentiel.
1. Les parties conviennent de l'importance cruciale de la coopération administrative pour mettre en oeuvre et contrôler les préférences accordées en vertu du présent titre et réaffirment leur volonté de lutter contre les irrégularités et la fraude liées à l'origine, notamment le classement tarifaire et la valeur en douane.
2. L'une des parties peut dès lors suspendre temporairement le traitement préférentiel accordé en vertu du présent titre pour tout produit pour lequel elle a constaté une absence systématique de coopération administrative ou des fraudes, aux conditions visées au présent article.
3. Aux fins de l'application du présent article, on entend par absence systématique de coopération administrative :
a) l'absence de coopération administrative, comme le fait de ne pas communiquer le nom et l'adresse d'autorités douanières ou d'organismes nationaux chargés de délivrer et de contrôler des certificats d'origine, de ne pas fournir de spécimens des cachets utilisés pour authentifier ces certificats ou, le cas échéant, de ne pas actualiser ces informations;
b) l'absence systématique de mesures ou l'inadéquation systématique des mesures adoptées pour vérifier le statut originaire des produits et la satisfaction des exigences définies par l'annexe III, de même que pour déceler ou prévenir les infractions aux règles d'origine;
c) le refus systématique de procéder à la vérification ultérieure de la preuve de l'origine à la demande de l'autre partie et d'en communiquer les résultats à temps, ou le retard injustifié avec lequel ces tâches sont accomplies;
d) l'absence ou l'insuffisance systématique de coopération administrative dans le contrôle des conduites dans lesquelles une fraude liée à l'origine est présumée; une partie peut notamment présumer une fraude lorsque les importations d'un produit effectuées dans le cadre du présent accord sont considérablement supérieures aux niveaux habituels de production et à la capacité d'exportation de l'autre partie.
4. La partie qui a constaté une absence systématique de coopération administrative ou une présomption de fraude doit, avant d'appliquer la suspension temporaire visée au présent article, fournir au comité d'association toutes les informations utiles à un examen approfondi de la situation en vue de rechercher une solution acceptable par les parties. Dans le même temps, elle publie à son journal officiel une communication destinée aux importateurs indiquant le produit pour lequel une absence systématique de coopération administrative ou une présomption de fraude a été constatée. Les conséquences juridiques de cette publication sont régies par la législation interne de chaque partie.
5. Dans un délai de 10 jours à compter de la date de notification de l'information visée au paragraphe 4, les parties procèdent à des consultations au sein du comité d'association. Si les parties ne parviennent pas à convenir d'une solution pour éviter l'application de la suspension temporaire du traitement préférentiel dans les 30 jours suivant l'ouverture de telles consultations, la partie concernée peut suspendre temporairement le traitement préférentiel du produit visé.
La suspension temporaire ne peut aller au-delà de ce qui est nécessaire pour protéger les intérêts financiers de la partie concernée.
6. Les suspensions temporaires prévues par le présent article sont notifies au comité d'association immédiatement après leur adoption. Elles ne peuvent excéder une durée de six mois, qui peut être renouvelée. Elles font l'objet de consultations périodiques au sein du comité d'association, notamment en vue de leur suppression dès que les circonstances le permettent.
1. Les parties conviennent de l'importance cruciale de la coopération administrative pour mettre en oeuvre et contrôler les préférences accordées en vertu du présent titre et réaffirment leur volonté de lutter contre les irrégularités et la fraude liées à l'origine, notamment le classement tarifaire et la valeur en douane.
2. L'une des parties peut dès lors suspendre temporairement le traitement préférentiel accordé en vertu du présent titre pour tout produit pour lequel elle a constaté une absence systématique de coopération administrative ou des fraudes, aux conditions visées au présent article.
3. Aux fins de l'application du présent article, on entend par absence systématique de coopération administrative :
a) l'absence de coopération administrative, comme le fait de ne pas communiquer le nom et l'adresse d'autorités douanières ou d'organismes nationaux chargés de délivrer et de contrôler des certificats d'origine, de ne pas fournir de spécimens des cachets utilisés pour authentifier ces certificats ou, le cas échéant, de ne pas actualiser ces informations;
b) l'absence systématique de mesures ou l'inadéquation systématique des mesures adoptées pour vérifier le statut originaire des produits et la satisfaction des exigences définies par l'annexe III, de même que pour déceler ou prévenir les infractions aux règles d'origine;
c) le refus systématique de procéder à la vérification ultérieure de la preuve de l'origine à la demande de l'autre partie et d'en communiquer les résultats à temps, ou le retard injustifié avec lequel ces tâches sont accomplies;
d) l'absence ou l'insuffisance systématique de coopération administrative dans le contrôle des conduites dans lesquelles une fraude liée à l'origine est présumée; une partie peut notamment présumer une fraude lorsque les importations d'un produit effectuées dans le cadre du présent accord sont considérablement supérieures aux niveaux habituels de production et à la capacité d'exportation de l'autre partie.
4. La partie qui a constaté une absence systématique de coopération administrative ou une présomption de fraude doit, avant d'appliquer la suspension temporaire visée au présent article, fournir au comité d'association toutes les informations utiles à un examen approfondi de la situation en vue de rechercher une solution acceptable par les parties. Dans le même temps, elle publie à son journal officiel une communication destinée aux importateurs indiquant le produit pour lequel une absence systématique de coopération administrative ou une présomption de fraude a été constatée. Les conséquences juridiques de cette publication sont régies par la législation interne de chaque partie.
5. Dans un délai de 10 jours à compter de la date de notification de l'information visée au paragraphe 4, les parties procèdent à des consultations au sein du comité d'association. Si les parties ne parviennent pas à convenir d'une solution pour éviter l'application de la suspension temporaire du traitement préférentiel dans les 30 jours suivant l'ouverture de telles consultations, la partie concernée peut suspendre temporairement le traitement préférentiel du produit visé.
La suspension temporaire ne peut aller au-delà de ce qui est nécessaire pour protéger les intérêts financiers de la partie concernée.
6. Les suspensions temporaires prévues par le présent article sont notifies au comité d'association immédiatement après leur adoption. Elles ne peuvent excéder une durée de six mois, qui peut être renouvelée. Elles font l'objet de consultations périodiques au sein du comité d'association, notamment en vue de leur suppression dès que les circonstances le permettent.
AFDELING 4. - Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures.
SECTION 4. - Normes, règlements techniques et procédures d'évaluation de la conformité.
Art. 83. Doelstelling.
Deze afdeling beoogt de handel in goederen te vergemakkelijken en te intensiveren door onnodige handelsbelemmeringen af te schaffen, met inachtneming van de legitieme doeleinden van de partijen en het beginsel van non-discriminatie als bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.
Deze afdeling beoogt de handel in goederen te vergemakkelijken en te intensiveren door onnodige handelsbelemmeringen af te schaffen, met inachtneming van de legitieme doeleinden van de partijen en het beginsel van non-discriminatie als bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.
Art. 83. Objectif.
L'objet de la présente section est de faciliter et d'accroître le commerce de marchandises en éliminant et en prévenant les obstacles inutiles aux échanges, tout en tenant compte des objectifs légitimes des parties et du principe de non-discrimination, au sens de l'accord de l'OMC sur les obstacles techniques au commerce.
L'objet de la présente section est de faciliter et d'accroître le commerce de marchandises en éliminant et en prévenant les obstacles inutiles aux échanges, tout en tenant compte des objectifs légitimes des parties et du principe de non-discrimination, au sens de l'accord de l'OMC sur les obstacles techniques au commerce.
Art. 84. Toepassingsgebied.
De bepalingen van deze afdeling hebben betrekking op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals gedefinieerd in de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, en zijn van toepassing op de handel in goederen. Zij zijn niet van toepassing op de maatregelen in afdeling 5 van dit hoofdstuk. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op technische specificaties die zijn opgesteld door overheidsinstanties in het kader van overheidsopdrachten; deze worden behandeld in titel IV van dit deel van de overeenkomst.
De bepalingen van deze afdeling hebben betrekking op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals gedefinieerd in de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, en zijn van toepassing op de handel in goederen. Zij zijn niet van toepassing op de maatregelen in afdeling 5 van dit hoofdstuk. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op technische specificaties die zijn opgesteld door overheidsinstanties in het kader van overheidsopdrachten; deze worden behandeld in titel IV van dit deel van de overeenkomst.
Art. 84. Portée et couverture.
Les dispositions de la présente section portent sur les normes, les réglementations techniques et les procédures d'évaluation de la conformité définies par l'accord sur les obstacles techniques au commerce et s'appliquent au commerce de marchandises. Elles ne s'appliquent pas aux mesures visées par la section 5 du présent chapitre. Les spécifications techniques élaborées par les organismes nationaux pour les besoins des marchés publics ne sont pas assujetties aux dispositions de la présente section, mais sont régies par celles du titre IV de la présente partie de l'accord.
Les dispositions de la présente section portent sur les normes, les réglementations techniques et les procédures d'évaluation de la conformité définies par l'accord sur les obstacles techniques au commerce et s'appliquent au commerce de marchandises. Elles ne s'appliquent pas aux mesures visées par la section 5 du présent chapitre. Les spécifications techniques élaborées par les organismes nationaux pour les besoins des marchés publics ne sont pas assujetties aux dispositions de la présente section, mais sont régies par celles du titre IV de la présente partie de l'accord.
Art. 85. Definities.
Voor de toepassing van deze afdeling gelden de definities die in bijlage I bij de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen zijn opgenomen. Het besluit van de Commissie technische handelsbelemmeringen van de WHO inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 en bijlage 3 van de overeenkomst is in dit verband eveneens van toepassing.
Voor de toepassing van deze afdeling gelden de definities die in bijlage I bij de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen zijn opgenomen. Het besluit van de Commissie technische handelsbelemmeringen van de WHO inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 en bijlage 3 van de overeenkomst is in dit verband eveneens van toepassing.
Art. 85. Définitions.
Aux fins de la présente section, les définitions de l'annexe I de l'accord sur les obstacles techniques au commerce sont applicables. A cet égard, la décision du Comité de l'OMC sur les obstacles techniques au commerce, relative aux principes devant régir l'élaboration de normes, guides et recommandations internationaux en rapport avec les articles 2 et 5 et l'annexe 3 dudit accord est également applicable.
Aux fins de la présente section, les définitions de l'annexe I de l'accord sur les obstacles techniques au commerce sont applicables. A cet égard, la décision du Comité de l'OMC sur les obstacles techniques au commerce, relative aux principes devant régir l'élaboration de normes, guides et recommandations internationaux en rapport avec les articles 2 et 5 et l'annexe 3 dudit accord est également applicable.
Art. 86. Basisrechten en -verplichtingen.
De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen en verbinden zich ertoe deze volledig ten uitvoer te leggen. In dit verband en in overeenstemming met de doelstellingen van deze afdeling dienen de samenwerkingsactiviteiten en samenwerkingsmaatregelen in het kader van deze afdeling bij te dragen tot verbetering en versterking van de tenuitvoerlegging van deze rechten en verplichtingen.
De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen en verbinden zich ertoe deze volledig ten uitvoer te leggen. In dit verband en in overeenstemming met de doelstellingen van deze afdeling dienen de samenwerkingsactiviteiten en samenwerkingsmaatregelen in het kader van deze afdeling bij te dragen tot verbetering en versterking van de tenuitvoerlegging van deze rechten en verplichtingen.
Art. 86. Droits et obligations fondamentaux.
Les parties confirment leurs droits et obligations résultant de l'accord sur les obstacles techniques au commerce et leur détermination à mettre celui-ci en oeuvre dans son intégralité. Dans ce but, et conformément à l'objet de la présente section, les activités et les mesures de coopération menées dans le cadre de celle-ci visent à intensifier et à renforcer la mise en oeuvre de ces droits et obligations.
Les parties confirment leurs droits et obligations résultant de l'accord sur les obstacles techniques au commerce et leur détermination à mettre celui-ci en oeuvre dans son intégralité. Dans ce but, et conformément à l'objet de la présente section, les activités et les mesures de coopération menées dans le cadre de celle-ci visent à intensifier et à renforcer la mise en oeuvre de ces droits et obligations.
Art. 87. Specifieke actie in het kader van deze overeenkomst.
Om de doelstellingen van deze afdeling te verwezenlijken doen de partijen het volgende :
1. Zij intensiveren hun bilaterale samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde de toegang tot elkaars markten te vergemakkelijken door de wederzijdse bekendheid met, het begrip voor en de verenigbaarheid van elkaars systemen te versterken.
2. In het kader van hun bilaterale samenwerking streven zij ernaar te bepalen welke mechanismen of combinaties van mechanismen voor bepaalde vraagstukken of sectoren het meest geschikt zijn. Deze mechanismen omvatten aspecten van samenwerking op regelgevingsgebied, zoals onderlinge aanpassing en/of gelijkwaardigheid van technische voorschriften en normen, overneming van internationale normen, het vertrouwen op de conformiteitsverklaring van de leverancier en accreditering om instanties voor conformiteitsbeoordeling te kwalificeren, alsmede overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning.
3. Naarmate zij bij hun bilaterale samenwerking vooruitgang boeken, komen de partijen overeen welke specifieke regelingen moeten worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de overeengekomen mechanismen.
4. Te dien einde streven de partijen naar :
a) totstandkoming van gemeenschappelijke standpunten over goede regelgevingspraktijken, onder meer omvattende :
i) transparantie bij het opstellen, aannemen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
ii) noodzaak en evenredigheid van de maatregelen op regelgevingsgebied en daarmee verband houdende conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier;
iii) gebruik van internationale normen als basis voor technische voorschriften, tenzij deze internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de legitieme beoogde doelstellingen;
iv) handhaving van technische voorschriften en activiteiten op het gebied van markttoezicht;
v) de noodzakelijke technische infrastructuur voor metrologee, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering ter ondersteuning van de technische voorschriften;
vi) mechanismen en methoden voor het toetsen van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
b) versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door bijvoorbeeld uitwisseling van informatie, ervaringen en gegevens, en van de wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de kwaliteit en het niveau van de technische voorschriften te verbeteren en beter gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;
c) compatibiliteit en/of gelijkwaardigheid van elkaars technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
d) bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen elkaars openbare en/of particuliere instanties voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering;
e) bevordering en aanmoediging van volledige deelname aan internationale organisaties voor normalisatie en versterking van de rol van internationale normen als basis voor technische voorschriften;
f) intensivering van de bilaterale samenwerking in internationale organisaties en fora die actief zijn op het terrein dat door deze afdeling wordt bestreken.
Om de doelstellingen van deze afdeling te verwezenlijken doen de partijen het volgende :
1. Zij intensiveren hun bilaterale samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde de toegang tot elkaars markten te vergemakkelijken door de wederzijdse bekendheid met, het begrip voor en de verenigbaarheid van elkaars systemen te versterken.
2. In het kader van hun bilaterale samenwerking streven zij ernaar te bepalen welke mechanismen of combinaties van mechanismen voor bepaalde vraagstukken of sectoren het meest geschikt zijn. Deze mechanismen omvatten aspecten van samenwerking op regelgevingsgebied, zoals onderlinge aanpassing en/of gelijkwaardigheid van technische voorschriften en normen, overneming van internationale normen, het vertrouwen op de conformiteitsverklaring van de leverancier en accreditering om instanties voor conformiteitsbeoordeling te kwalificeren, alsmede overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning.
3. Naarmate zij bij hun bilaterale samenwerking vooruitgang boeken, komen de partijen overeen welke specifieke regelingen moeten worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de overeengekomen mechanismen.
4. Te dien einde streven de partijen naar :
a) totstandkoming van gemeenschappelijke standpunten over goede regelgevingspraktijken, onder meer omvattende :
i) transparantie bij het opstellen, aannemen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
ii) noodzaak en evenredigheid van de maatregelen op regelgevingsgebied en daarmee verband houdende conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier;
iii) gebruik van internationale normen als basis voor technische voorschriften, tenzij deze internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de legitieme beoogde doelstellingen;
iv) handhaving van technische voorschriften en activiteiten op het gebied van markttoezicht;
v) de noodzakelijke technische infrastructuur voor metrologee, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering ter ondersteuning van de technische voorschriften;
vi) mechanismen en methoden voor het toetsen van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
b) versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door bijvoorbeeld uitwisseling van informatie, ervaringen en gegevens, en van de wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de kwaliteit en het niveau van de technische voorschriften te verbeteren en beter gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;
c) compatibiliteit en/of gelijkwaardigheid van elkaars technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
d) bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen elkaars openbare en/of particuliere instanties voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering;
e) bevordering en aanmoediging van volledige deelname aan internationale organisaties voor normalisatie en versterking van de rol van internationale normen als basis voor technische voorschriften;
f) intensivering van de bilaterale samenwerking in internationale organisaties en fora die actief zijn op het terrein dat door deze afdeling wordt bestreken.
Art. 87. Actions spécifiques à mener en vertu du présent accord.
Pour réaliser l'objectif fixé par la présente section :
1. Les parties intensifient leur coopération bilatérale dans le domaine des normes, des réglementations techniques et de l'évaluation de la conformité afin de faciliter l'accès à leurs marchés respectifs, en veillant à mieux faire connaître et comprendre leurs systèmes respectifs et à renforcer la compatibilité de ces derniers.
2. Dans leur coopération bilatérale, les parties s'attachent à définir les mécanismes ou la combinaison de mécanismes qui se prêtent le mieux à des problèmes ou des secteurs particuliers. Ces mécanismes comprennent certains aspects de la coopération réglementaire, notamment la convergence et/ou l'équivalence des réglementations techniques et des normes, l'alignement sur les normes internationales, le recours à la déclaration de conformité du fournisseur et à l'agrément pour reconnaître les organismes d'évaluation de la conformité, et les accords de reconnaissance mutuelle.
3. Sur la base des progrès réalisés dans le cadre de leur coopération bilatérale, les parties s'accordent sur les dispositifs particuliers à convenir pour mettre en oeuvre les mécanismes définis.
4. A cet effet, les parties s'efforcent :
a) de parvenir à des vues communes sur les bonnes pratiques réglementaires, notamment :
i) la transparence dans l'élaboration, l'adoption et l'application des réglementations techniques, des normes et des procédures d'évaluation de la conformité
ii) la nécessité et la proportionnalité des mesures réglementaires et des procédures connexes d'évaluation de la conformité, y compris l'utilisation de la déclaration de conformité des fournisseurs;
iii) l'utilisation de normes internationales comme base des réglementations techniques, sauf lorsque ces normes constituent un moyen inefficace ou inapproprié de réaliser les objectifs légitimes poursuivis;
iv) l'application des réglementations techniques et des activités de surveillance du marché;
v) les infrastructures techniques, en termes de métrologie, de normalisation, d'essais, de certification et d'accréditation, nécessaires aux réglementations techniques, ainsi que
vi) les mécanismes et les méthodes de révision des réglementations techniques et des procédures d'évaluation de la conformité;
b) de renforcer la coopération réglementaire, par exemple par l'échange d'informations, d'expérience et de données et par la coopération scientifique et technique, en vue d'améliorer la qualité et le niveau de leurs réglementations techniques et d'utiliser efficacement les ressources réglementaires;
c) d'accroître la compatibilité et/ou l'équivalence de leurs réglementations techniques, normes et procédures d'évaluation de la conformité respectives;
d) de promouvoir et d'encourager la coopération bilatérale entre leurs organisations, publiques et/ou privées, chargées de la métrologie, de la normalisation, des essais, de la certification et de l'accréditation;
e) de promouvoir et d'encourager une participation pleine et entière aux organismes internationaux de normalisation et de renforcer le recours aux normes internationales pour servir de base aux réglementations techniques, ainsi que
f)de développer leur coopération bilatérale au sein des organisations et enceintes internationales compétentes dans les domaines couverts par la présente section.
Pour réaliser l'objectif fixé par la présente section :
1. Les parties intensifient leur coopération bilatérale dans le domaine des normes, des réglementations techniques et de l'évaluation de la conformité afin de faciliter l'accès à leurs marchés respectifs, en veillant à mieux faire connaître et comprendre leurs systèmes respectifs et à renforcer la compatibilité de ces derniers.
2. Dans leur coopération bilatérale, les parties s'attachent à définir les mécanismes ou la combinaison de mécanismes qui se prêtent le mieux à des problèmes ou des secteurs particuliers. Ces mécanismes comprennent certains aspects de la coopération réglementaire, notamment la convergence et/ou l'équivalence des réglementations techniques et des normes, l'alignement sur les normes internationales, le recours à la déclaration de conformité du fournisseur et à l'agrément pour reconnaître les organismes d'évaluation de la conformité, et les accords de reconnaissance mutuelle.
3. Sur la base des progrès réalisés dans le cadre de leur coopération bilatérale, les parties s'accordent sur les dispositifs particuliers à convenir pour mettre en oeuvre les mécanismes définis.
4. A cet effet, les parties s'efforcent :
a) de parvenir à des vues communes sur les bonnes pratiques réglementaires, notamment :
i) la transparence dans l'élaboration, l'adoption et l'application des réglementations techniques, des normes et des procédures d'évaluation de la conformité
ii) la nécessité et la proportionnalité des mesures réglementaires et des procédures connexes d'évaluation de la conformité, y compris l'utilisation de la déclaration de conformité des fournisseurs;
iii) l'utilisation de normes internationales comme base des réglementations techniques, sauf lorsque ces normes constituent un moyen inefficace ou inapproprié de réaliser les objectifs légitimes poursuivis;
iv) l'application des réglementations techniques et des activités de surveillance du marché;
v) les infrastructures techniques, en termes de métrologie, de normalisation, d'essais, de certification et d'accréditation, nécessaires aux réglementations techniques, ainsi que
vi) les mécanismes et les méthodes de révision des réglementations techniques et des procédures d'évaluation de la conformité;
b) de renforcer la coopération réglementaire, par exemple par l'échange d'informations, d'expérience et de données et par la coopération scientifique et technique, en vue d'améliorer la qualité et le niveau de leurs réglementations techniques et d'utiliser efficacement les ressources réglementaires;
c) d'accroître la compatibilité et/ou l'équivalence de leurs réglementations techniques, normes et procédures d'évaluation de la conformité respectives;
d) de promouvoir et d'encourager la coopération bilatérale entre leurs organisations, publiques et/ou privées, chargées de la métrologie, de la normalisation, des essais, de la certification et de l'accréditation;
e) de promouvoir et d'encourager une participation pleine et entière aux organismes internationaux de normalisation et de renforcer le recours aux normes internationales pour servir de base aux réglementations techniques, ainsi que
f)de développer leur coopération bilatérale au sein des organisations et enceintes internationales compétentes dans les domaines couverts par la présente section.
Art. 88. Commissie voor normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling.
1. De partijen stellen een speciale commissie voor normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling in met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze afdeling. De speciale commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Het voorzitterschap wordt gezamenlijk bekleed door vertegenwoordigers van elk van de partijen. De speciale commissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen, tenzij de partijen anders overeenkomen. De speciale commissie brengt verslag uit aan het Associatiecomité.
2. De speciale commissie kan elke aangelegenheid met betrekking tot de werking van deze afdeling behandelen. Zij heeft in het bijzonder de volgende taken en verantwoordelijkheden :
a) zij houdt toezicht op en toetst de tenuitvoerlegging en het beheer van deze afdeling. De speciale commissie stelt in dit verband een werkprogramma op voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze afdeling, in het bijzonder artikel 87;
b) zij biedt een forum voor discussie en uitwisseling van informatie over alle kwesties die met deze afdeling verband houden, met name ten aanzien van de systemen van de partijen voor technische voorschriften, normen en procedures voor conformiteitsbeoordeling, alsmede de ontwikkelingen in internationale organisaties op dit terrein;
c) zij biedt een forum voor overleg en het vinden van snelle oplossingen voor problemen die onnodige handelsbelemmeringen, als bedoeld in deze afdeling, tussen de partijen vormen of kunnen vormen;
d) zij stimuleert en bevordert en faciliteert anderszins de samenwerking tussen de openbare en/of particuliere instanties voor metrologee, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering van de partijen;
e) zij onderzoekt alle middelen om de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen en de werking van deze afdeling te verbeteren.
1. De partijen stellen een speciale commissie voor normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling in met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze afdeling. De speciale commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Het voorzitterschap wordt gezamenlijk bekleed door vertegenwoordigers van elk van de partijen. De speciale commissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen, tenzij de partijen anders overeenkomen. De speciale commissie brengt verslag uit aan het Associatiecomité.
2. De speciale commissie kan elke aangelegenheid met betrekking tot de werking van deze afdeling behandelen. Zij heeft in het bijzonder de volgende taken en verantwoordelijkheden :
a) zij houdt toezicht op en toetst de tenuitvoerlegging en het beheer van deze afdeling. De speciale commissie stelt in dit verband een werkprogramma op voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze afdeling, in het bijzonder artikel 87;
b) zij biedt een forum voor discussie en uitwisseling van informatie over alle kwesties die met deze afdeling verband houden, met name ten aanzien van de systemen van de partijen voor technische voorschriften, normen en procedures voor conformiteitsbeoordeling, alsmede de ontwikkelingen in internationale organisaties op dit terrein;
c) zij biedt een forum voor overleg en het vinden van snelle oplossingen voor problemen die onnodige handelsbelemmeringen, als bedoeld in deze afdeling, tussen de partijen vormen of kunnen vormen;
d) zij stimuleert en bevordert en faciliteert anderszins de samenwerking tussen de openbare en/of particuliere instanties voor metrologee, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering van de partijen;
e) zij onderzoekt alle middelen om de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen en de werking van deze afdeling te verbeteren.
Art. 88. Comité des normes, des réglementations techniques et des procédures d'évaluation de la conformité.
1. Les parties créent un comité spécial des réglementations techniques, des normes et de l'évaluation de la conformité afin de réaliser les objectifs fixés dans la présente section. Ce comité est compose des représentants des parties et coprésidé par un représentant de chacune d'elles. Le comité se réunit au moins une fois par an ou à une autre fréquence convenue par les parties. Le comite rend compte au comité d'association.
2. Le comite peut examiner toutes questions liées au fonctionnement de la présente section. Il a les compétences et exerce les fonctions suivantes :
a) surveiller la mise en oeuvre et la gestion du présent article; pour ce faire, le comité établit un programme de travail en vue de réaliser les objectifs de la présente section et en particulier ceux visés à l'article 87;
b) offrir une enceinte de débat et d'échange d'informations sur toute question en relation avec la présente section, en particulier avec les systèmes des parties mis en place pour les réglementations techniques, les normes et les procédures d'évaluation de la conformité, ainsi que sur l'évolution de la situation dans les organisations internationales compétentes dans ces domaines;
c) servir de lieu de consultation entre les parties et de résolution rapide des problèmes qui font ou sont susceptibles de faire inutilement obstacle au commerce, dans les limites du champ d'application et de l'objet de la présente section;
d) encourager, promouvoir et faciliter par ailleurs la coopération entre les organisations des parties, publiques et/ou privées, chargées de la métrologie, de la normalisation, des essais, de la certification, des inspections et de l'accréditation; ainsi que
e) explorer tous les moyens permettant d'améliorer l'accès aux marchés respectifs des parties et le fonctionnement de la présente section.
1. Les parties créent un comité spécial des réglementations techniques, des normes et de l'évaluation de la conformité afin de réaliser les objectifs fixés dans la présente section. Ce comité est compose des représentants des parties et coprésidé par un représentant de chacune d'elles. Le comité se réunit au moins une fois par an ou à une autre fréquence convenue par les parties. Le comite rend compte au comité d'association.
2. Le comite peut examiner toutes questions liées au fonctionnement de la présente section. Il a les compétences et exerce les fonctions suivantes :
a) surveiller la mise en oeuvre et la gestion du présent article; pour ce faire, le comité établit un programme de travail en vue de réaliser les objectifs de la présente section et en particulier ceux visés à l'article 87;
b) offrir une enceinte de débat et d'échange d'informations sur toute question en relation avec la présente section, en particulier avec les systèmes des parties mis en place pour les réglementations techniques, les normes et les procédures d'évaluation de la conformité, ainsi que sur l'évolution de la situation dans les organisations internationales compétentes dans ces domaines;
c) servir de lieu de consultation entre les parties et de résolution rapide des problèmes qui font ou sont susceptibles de faire inutilement obstacle au commerce, dans les limites du champ d'application et de l'objet de la présente section;
d) encourager, promouvoir et faciliter par ailleurs la coopération entre les organisations des parties, publiques et/ou privées, chargées de la métrologie, de la normalisation, des essais, de la certification, des inspections et de l'accréditation; ainsi que
e) explorer tous les moyens permettant d'améliorer l'accès aux marchés respectifs des parties et le fonctionnement de la présente section.
AFDELING 5. - Sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
SECTION 5. - Mesures sanitaires et phytosanitaires.
Art. 89. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen.
1. Deze afdeling heeft als doel het handelsverkeer tussen de partijen te vereenvoudigen op terreinen die verband houden met de sanitaire en fytosanitaire wetgeving, waarbij de volksgezondheid en de gezondheid van dieren en planten worden beschermd, door verdere tenuitvoerlegging van de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Voorts betreft deze afdeling overwegingen inzake normen voor het welzijn van dieren.
2. De doelstellingen van deze afdeling worden nagestreefd in het kader van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen van toepassing op de handel in dieren en dierlijke producten, planten, plantaardige producten en andere goederen alsmede dierenwelzijn, die in bijlage IV is opgenomen.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 193 bestaat het Associatiecomité, wanneer het sanitaire of fytosanitaire maatregelen behandelt, uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Het Associatiecomité draagt in dat geval de naam " Gemengd comité van beheer voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen ". De taken van het comité zijn uitgewerkt in artikel 16 van bijlage IV.
4. Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 16 van bijlage IV beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders besluiten.
1. Deze afdeling heeft als doel het handelsverkeer tussen de partijen te vereenvoudigen op terreinen die verband houden met de sanitaire en fytosanitaire wetgeving, waarbij de volksgezondheid en de gezondheid van dieren en planten worden beschermd, door verdere tenuitvoerlegging van de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Voorts betreft deze afdeling overwegingen inzake normen voor het welzijn van dieren.
2. De doelstellingen van deze afdeling worden nagestreefd in het kader van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen van toepassing op de handel in dieren en dierlijke producten, planten, plantaardige producten en andere goederen alsmede dierenwelzijn, die in bijlage IV is opgenomen.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 193 bestaat het Associatiecomité, wanneer het sanitaire of fytosanitaire maatregelen behandelt, uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Het Associatiecomité draagt in dat geval de naam " Gemengd comité van beheer voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen ". De taken van het comité zijn uitgewerkt in artikel 16 van bijlage IV.
4. Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 16 van bijlage IV beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders besluiten.
Art. 89. Mesures sanitaires et phytosanitaires.
1. L'objet de la présente section est de faciliter le commerce entre les parties dans le domaine de la législation sanitaire et phytosanitaire, tout en préservant la santé des personnes et des animaux et en protégeant les végétaux, par une application renforcée des principes de l'OMC en matière de mesures sanitaires et phytosanitaires (ci-après dénommé " accord SPS de l'OMC "). La présente section tient également compte des normes concernant le bien-être animal.
2. Les objectifs de la présente section sont poursuivis par l'intermédiaire de " l'accord relatif aux mesures sanitaires, phytosanitaires et favorables au bien-être animal applicables au commerce d'animaux vivants, de produits animaux, de végétaux, de produits végétaux et autres ", qui figure à l'annexe IV.
3. Par dérogation à l'article 193, le comité d'association, lorsqu'il examine des mesures sanitaires ou phytosanitaires, se compose de représentants de la Communauté et du Chili compétents dans ces domaines. Ce comité est alors dénomme " comité de gestion conjoint pour les questions sanitaires et phytosanitaires ". Ses fonctions sont définies à l'article 16 de l'annexe IV.
4. Aux fins de l'article 184, les consultations tenues en vertu de l'article 16 de l'annexe IV sont réputées assimilées aux consultations prévues par l'article 183, sauf décision contraire des parties.
1. L'objet de la présente section est de faciliter le commerce entre les parties dans le domaine de la législation sanitaire et phytosanitaire, tout en préservant la santé des personnes et des animaux et en protégeant les végétaux, par une application renforcée des principes de l'OMC en matière de mesures sanitaires et phytosanitaires (ci-après dénommé " accord SPS de l'OMC "). La présente section tient également compte des normes concernant le bien-être animal.
2. Les objectifs de la présente section sont poursuivis par l'intermédiaire de " l'accord relatif aux mesures sanitaires, phytosanitaires et favorables au bien-être animal applicables au commerce d'animaux vivants, de produits animaux, de végétaux, de produits végétaux et autres ", qui figure à l'annexe IV.
3. Par dérogation à l'article 193, le comité d'association, lorsqu'il examine des mesures sanitaires ou phytosanitaires, se compose de représentants de la Communauté et du Chili compétents dans ces domaines. Ce comité est alors dénomme " comité de gestion conjoint pour les questions sanitaires et phytosanitaires ". Ses fonctions sont définies à l'article 16 de l'annexe IV.
4. Aux fins de l'article 184, les consultations tenues en vertu de l'article 16 de l'annexe IV sont réputées assimilées aux consultations prévues par l'article 183, sauf décision contraire des parties.
AFDELING 6. - Wijn en gedistilleerde dranken.
SECTION 6. - Vin et boissons spiritueuses.
Art. 90. Wijn en gedistilleerde dranken.
De overeenkomst inzake de handel in wijn en de overeenkomst inzake de handel in gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken zijn opgenomen in bijlage V respectievelijk bijlage VI.
De overeenkomst inzake de handel in wijn en de overeenkomst inzake de handel in gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken zijn opgenomen in bijlage V respectievelijk bijlage VI.
Art. 90. Vin et boissons spiritueuses.
L'accord relatif au commerce du vin et l'accord relatif au commerce des boissons spiritueuses et des boissons aromatisées figurent respectivement aux annexes V et VI.
L'accord relatif au commerce du vin et l'accord relatif au commerce des boissons spiritueuses et des boissons aromatisées figurent respectivement aux annexes V et VI.
HOOFDSTUK III. - UITZONDERINGEN.
CHAPITRE III. - EXCEPTIONS.
Art. 91. Algemene uitzonderingsclausule.
Onder het voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar dezelfde omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen, wordt niets in deze titel uitgelegd als een beletsel voor het nemen of toepassen door een partij van maatregelen die :
a) noodzakelijk zijn om de openbare zeden te beschermen;
b) noodzakelijk zijn om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen;
c) noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of regelingen die niet onverenigbaar zijn met deze overeenkomst, met inbegrip van wetten of regelingen die betrekking hebben op de toepassing van douanevoorschriften, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en het voorkomen van misleidende praktijken;
d) verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;
e) betrekking hebben op de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;
f) betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik gepaard gaat; of
g) betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid.
Onder het voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar dezelfde omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen, wordt niets in deze titel uitgelegd als een beletsel voor het nemen of toepassen door een partij van maatregelen die :
a) noodzakelijk zijn om de openbare zeden te beschermen;
b) noodzakelijk zijn om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen;
c) noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of regelingen die niet onverenigbaar zijn met deze overeenkomst, met inbegrip van wetten of regelingen die betrekking hebben op de toepassing van douanevoorschriften, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en het voorkomen van misleidende praktijken;
d) verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;
e) betrekking hebben op de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;
f) betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik gepaard gaat; of
g) betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid.
Art. 91. Clause de dérogation générale.
Sous réserve que ces mesures ne soient pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable entre les parties lorsque des conditions similaires existent, soit une restriction déguisée au commerce des services entre les parties, aucune disposition du présent titre ne doit être interprétée comme empêchant l'adoption ou l'application par toute partie de mesures :
a) nécessaires à la protection de la moralité publique;
b) nécessaires à la protection de la santé et de la vie des personnes et des animaux ou à la préservation des végétaux;
c) nécessaires pour assurer le respect des lois et règlements qui ne sont pas incompatibles avec les dispositions du présent accord, telles que, par exemple, celles qui ont trait à l'application de mesures douanières, à la protection de la propriété intellectuelle et aux mesures propres à empêcher les pratiques dolosives;
d) se rapportant à l'importation ou à l'exportation de l'or ou de l'argent;
e) se rapportant à la protection de trésors nationaux ayant une valeur artistique, historique ou archéologique;
f) se rapportant à la conservation des ressources naturelles épuisables, si de telles mesures sont appliquées conjointement avec des restrictions à la production ou à la consommation nationales, au
g) se rapportant aux articles fabriqués dans les prisons.
Sous réserve que ces mesures ne soient pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable entre les parties lorsque des conditions similaires existent, soit une restriction déguisée au commerce des services entre les parties, aucune disposition du présent titre ne doit être interprétée comme empêchant l'adoption ou l'application par toute partie de mesures :
a) nécessaires à la protection de la moralité publique;
b) nécessaires à la protection de la santé et de la vie des personnes et des animaux ou à la préservation des végétaux;
c) nécessaires pour assurer le respect des lois et règlements qui ne sont pas incompatibles avec les dispositions du présent accord, telles que, par exemple, celles qui ont trait à l'application de mesures douanières, à la protection de la propriété intellectuelle et aux mesures propres à empêcher les pratiques dolosives;
d) se rapportant à l'importation ou à l'exportation de l'or ou de l'argent;
e) se rapportant à la protection de trésors nationaux ayant une valeur artistique, historique ou archéologique;
f) se rapportant à la conservation des ressources naturelles épuisables, si de telles mesures sont appliquées conjointement avec des restrictions à la production ou à la consommation nationales, au
g) se rapportant aux articles fabriqués dans les prisons.
Art. 92. Vrijwaringsclausule.
1. Tenzij in dit artikel anders wordt bepaald, zijn de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Het bepaalde in de leden 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 van dit artikel is uitsluitend van toepassing wanneer een partij een aanmerkelijk belang heeft als exporteur van het betrokken product, overeenkomstig het bepaalde in lid 10.
2. Een partij die een vrijwaringsonderzoek inleidt, stelt het Associatiecomité onmiddellijk, of in ieder geval binnen zeven dagen, schriftelijk in kennis van alle relevante informatie betreffende de inleiding van het onderzoek en de uiteindelijke resultaten van het onderzoek.
3. De op grond van lid 2 verstrekte informatie omvat met name een overzicht van de binnenlandse procedure aan de hand waarvan het onderzoek zal worden uitgevoerd en een indicatie van het tijdschema voor hoorzittingen en andere passende gelegenheden waarbij belanghebbenden hun standpunt over de zaak kenbaar kunnen maken. Voorts verstrekt iedere partij het Associatiecomité tevoren schriftelijk alle relevante informatie over het besluit om voorlopige vrijwaringsmaatregelen toe te passen. Deze informatie dient ten laatste zeven dagen voor de datum van toepassing van de maatregelen te worden verstrekt.
4. Na kennisgeving van de uiteindelijke resultaten van het vrijwaringsonderzoek en voor de vrijwaringsmaatregelen krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, legt de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen de zaak voor aan het Associatiecomité, dat een grondig onderzoek van de situatie verricht om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen, indien de betrokken partij daarom verzoekt, voorafgaand overleg in het Associatiecomité.
5. Onverminderd het bepaalde in lid 4 beperkt niets de mogelijkheid van een partij om maatregelen te treffen op grond van artikel XIX van de GATT 1994 of de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
6. Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de ernstige schade te herstellen, en dienen het niveau en de marges van de bij deze titel toegekende preferenties in stand te houden.
7. De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van de leden 1 en 2 van artikel 8 van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
8. Het opschortingsrecht bedoeld in artikel 8, lid 2, van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen wordt door de partijen niet uitgeoefend gedurende de eerste achttien maanden na de inwerkingtreding van een vrijwaringsmaatregel, mits de vrijwaringsmaatregel is genomen naar aanleiding van een absolute toename van de invoer en in overeenstemming is met de bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
9. Vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité en eenmaal per jaar in het comité besproken, in het bijzonder met het oog op versoepeling of afschaffing van deze maatregelen.
10. Voor de toepassing van dit artikel wordt een partij geacht een aanmerkelijk belang te hebben wanneer zij, in termen van absolute hoeveelheid of waarde, behoort tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde product in de meest recente periode van drie jaar.
11. Indien een partij bezwaar heeft tegen een toezichtprocedure voor de invoer van producten die kan leiden tot de omstandigheden waaronder krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen mogen worden toegepast, stelt zij de andere partij daarvan in kennis.
1. Tenzij in dit artikel anders wordt bepaald, zijn de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Het bepaalde in de leden 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 van dit artikel is uitsluitend van toepassing wanneer een partij een aanmerkelijk belang heeft als exporteur van het betrokken product, overeenkomstig het bepaalde in lid 10.
2. Een partij die een vrijwaringsonderzoek inleidt, stelt het Associatiecomité onmiddellijk, of in ieder geval binnen zeven dagen, schriftelijk in kennis van alle relevante informatie betreffende de inleiding van het onderzoek en de uiteindelijke resultaten van het onderzoek.
3. De op grond van lid 2 verstrekte informatie omvat met name een overzicht van de binnenlandse procedure aan de hand waarvan het onderzoek zal worden uitgevoerd en een indicatie van het tijdschema voor hoorzittingen en andere passende gelegenheden waarbij belanghebbenden hun standpunt over de zaak kenbaar kunnen maken. Voorts verstrekt iedere partij het Associatiecomité tevoren schriftelijk alle relevante informatie over het besluit om voorlopige vrijwaringsmaatregelen toe te passen. Deze informatie dient ten laatste zeven dagen voor de datum van toepassing van de maatregelen te worden verstrekt.
4. Na kennisgeving van de uiteindelijke resultaten van het vrijwaringsonderzoek en voor de vrijwaringsmaatregelen krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, legt de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen de zaak voor aan het Associatiecomité, dat een grondig onderzoek van de situatie verricht om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen, indien de betrokken partij daarom verzoekt, voorafgaand overleg in het Associatiecomité.
5. Onverminderd het bepaalde in lid 4 beperkt niets de mogelijkheid van een partij om maatregelen te treffen op grond van artikel XIX van de GATT 1994 of de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
6. Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de ernstige schade te herstellen, en dienen het niveau en de marges van de bij deze titel toegekende preferenties in stand te houden.
7. De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van de leden 1 en 2 van artikel 8 van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
8. Het opschortingsrecht bedoeld in artikel 8, lid 2, van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen wordt door de partijen niet uitgeoefend gedurende de eerste achttien maanden na de inwerkingtreding van een vrijwaringsmaatregel, mits de vrijwaringsmaatregel is genomen naar aanleiding van een absolute toename van de invoer en in overeenstemming is met de bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
9. Vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité en eenmaal per jaar in het comité besproken, in het bijzonder met het oog op versoepeling of afschaffing van deze maatregelen.
10. Voor de toepassing van dit artikel wordt een partij geacht een aanmerkelijk belang te hebben wanneer zij, in termen van absolute hoeveelheid of waarde, behoort tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde product in de meest recente periode van drie jaar.
11. Indien een partij bezwaar heeft tegen een toezichtprocedure voor de invoer van producten die kan leiden tot de omstandigheden waaronder krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen mogen worden toegepast, stelt zij de andere partij daarvan in kennis.
Art. 92. Clause de sauvegarde.
1. Sauf disposition contraire prévue par le présent article, les dispositions de l'article XIX du GATT de 1994 et de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes sont applicables entre les parties. Les paragraphes 2, 3, 4, 5, 7, 8 et 9 du présent article ne sont applicables que si une partie a un intérêt substantiel en tant qu'exportatrice du produit concerné, conformément à la définition visée au paragraphe 10.
2. Chaque partie notifie par écrit au comité d'association, immédiatement ou en tout état de cause dans un délai maximal de sept jours à compter de l'événement, toute information utile sur l'ouverture d'une enquête sur une mesure de sauvegarde et les résultats finaux de l'enquête.
3. Les informations prévues au paragraphe 2 comprennent notamment une explication de la procédure interne sur la base de laquelle l'enquête est menée et une indication du calendrier fixé pour les auditions et autres occasions offertes aux parties intéressées de faire entendre leur point de vue sur la question. Chaque partie notifie par ailleurs à l'avance, par écrit, au comité d'association toute information utile sur la décision d'appliquer des mesures de sauvegarde provisoires. Cette notification doit lui parvenir au moins 7 jours avant l'application de telles mesures.
4. Dès la notification des résultats finaux de l'enquête et avant d'appliquer des mesures de sauvegarde conformément aux dispositions de l'article XIX du GATT de 1994 et de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes, la partie ayant l'intention d'appliquer de telles mesures saisit le comité d'association pour un examen complet de la situation en vue de chercher une solution acceptable pour les parties. Pour parvenir à cette solution et si l'autre partie en fait la demande, les parties procèdent à des consultations préalables au sein du comité d'association.
5. Nonobstant le paragraphe 4, rien n'empêche une partie d'appliquer des mesures conformément aux dispositions de l'article XIX du GATT de 1994 et de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes.
6. Dans la sélection des mesures de sauvegarde prises conformément au présent article, les parties accordent la priorité à celles qui perturbent le moins la réalisation des objectifs du présent accord. Ces mesures ne doivent pas aller au-delà de ce qui est nécessaire pour réparer le préjudice grave et doivent préserver le niveau ou la marge de préférences accordées en vertu du présent titre.
7. Les parties confirment leurs droits et obligations résultant des paragraphes 1 et 2 de l'article 8 de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes.
8. Le droit de suspension visé au paragraphe 8, paragraphe 2 de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes n'est pas exercé entre les parties pendant les 18 premiers mois d'application d'une mesure de sauvegarde, à condition que cette mesure ait été prise à la suite d'un accroissement des importations en termes absolus et qu'elle soit conforme aux dispositions de l'accord précité.
9. Dès leur mise en application, les mesures de sauvegarde sont notifiées au comité d'association et y font l'objet de consultations une fois par an, notamment en vue de leur assouplissement ou de leur suppression.
10. Aux fins du présent article, une partie est considérée comme ayant un intérêt substantiel lorsqu'elle figure parmi les 5 premiers fournisseurs du produit importé au cours de la dernière période de trois ans, en volume ou en valeur absolus.
11. Si une partie soumet à une procédure de surveillance des importations de produits susceptibles de donner lieu aux conditions d'application d'une mesure de sauvegarde en vertu du présent article, elle en informe l'autre partie.
1. Sauf disposition contraire prévue par le présent article, les dispositions de l'article XIX du GATT de 1994 et de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes sont applicables entre les parties. Les paragraphes 2, 3, 4, 5, 7, 8 et 9 du présent article ne sont applicables que si une partie a un intérêt substantiel en tant qu'exportatrice du produit concerné, conformément à la définition visée au paragraphe 10.
2. Chaque partie notifie par écrit au comité d'association, immédiatement ou en tout état de cause dans un délai maximal de sept jours à compter de l'événement, toute information utile sur l'ouverture d'une enquête sur une mesure de sauvegarde et les résultats finaux de l'enquête.
3. Les informations prévues au paragraphe 2 comprennent notamment une explication de la procédure interne sur la base de laquelle l'enquête est menée et une indication du calendrier fixé pour les auditions et autres occasions offertes aux parties intéressées de faire entendre leur point de vue sur la question. Chaque partie notifie par ailleurs à l'avance, par écrit, au comité d'association toute information utile sur la décision d'appliquer des mesures de sauvegarde provisoires. Cette notification doit lui parvenir au moins 7 jours avant l'application de telles mesures.
4. Dès la notification des résultats finaux de l'enquête et avant d'appliquer des mesures de sauvegarde conformément aux dispositions de l'article XIX du GATT de 1994 et de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes, la partie ayant l'intention d'appliquer de telles mesures saisit le comité d'association pour un examen complet de la situation en vue de chercher une solution acceptable pour les parties. Pour parvenir à cette solution et si l'autre partie en fait la demande, les parties procèdent à des consultations préalables au sein du comité d'association.
5. Nonobstant le paragraphe 4, rien n'empêche une partie d'appliquer des mesures conformément aux dispositions de l'article XIX du GATT de 1994 et de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes.
6. Dans la sélection des mesures de sauvegarde prises conformément au présent article, les parties accordent la priorité à celles qui perturbent le moins la réalisation des objectifs du présent accord. Ces mesures ne doivent pas aller au-delà de ce qui est nécessaire pour réparer le préjudice grave et doivent préserver le niveau ou la marge de préférences accordées en vertu du présent titre.
7. Les parties confirment leurs droits et obligations résultant des paragraphes 1 et 2 de l'article 8 de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes.
8. Le droit de suspension visé au paragraphe 8, paragraphe 2 de l'accord de l'OMC sur les sauvegardes n'est pas exercé entre les parties pendant les 18 premiers mois d'application d'une mesure de sauvegarde, à condition que cette mesure ait été prise à la suite d'un accroissement des importations en termes absolus et qu'elle soit conforme aux dispositions de l'accord précité.
9. Dès leur mise en application, les mesures de sauvegarde sont notifiées au comité d'association et y font l'objet de consultations une fois par an, notamment en vue de leur assouplissement ou de leur suppression.
10. Aux fins du présent article, une partie est considérée comme ayant un intérêt substantiel lorsqu'elle figure parmi les 5 premiers fournisseurs du produit importé au cours de la dernière période de trois ans, en volume ou en valeur absolus.
11. Si une partie soumet à une procédure de surveillance des importations de produits susceptibles de donner lieu aux conditions d'application d'une mesure de sauvegarde en vertu du présent article, elle en informe l'autre partie.
Art. 93. Tekortclausule.
1. Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel leidt tot :
a) een ernstig tekort of gevaar voor een ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn; of
b) een tekort aan in het binnenland verkregen materialen die de binnenlandse verwerkende industrie nodig heeft in perioden dat de binnenlandse prijs van dergelijke materialen in het kader van een stabilisatieprogramma van de overheid op een lager niveau dan de werelds marktprijs wordt gehouden;
en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van dit artikel.
2. Bij de keuze van maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen mogen niet worden toegepast op een wijze die in gelijke omstandigheden willekeurige of onrechtvaardige discriminatie of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en worden opgeheven zodra de omstandigheden verdere handhaving niet meer rechtvaardigen. Bovendien mogen krachtens het bepaalde in lid 1, onder b, genomen maatregelen er niet toe leiden dat de uitvoer van de producten van de betrokken binnenlandse verwerkende industrie wordt bevorderd of dat de bescherming van deze sector wordt verhoogd en mogen zij niet strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst inzake non-discriminatie.
3. De partij die voornemens is de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen, verstrekt het Associatiecomité tevoren of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, alle relevante informatie om het in staat te stellen een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. De partijen kunnen in het Associatiecomité besluiten tot elke maatregel die een einde maakt aan de moeilijkheden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt binnen dertig dagen nadat de zaak aan het Associatiecomité is voorgelegd, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen nemen tegen de uitvoer van het betrokken product.
4. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen voorafgaande kennisgeving of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, mits zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stelt.
5. Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden het Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.
1. Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel leidt tot :
a) een ernstig tekort of gevaar voor een ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn; of
b) een tekort aan in het binnenland verkregen materialen die de binnenlandse verwerkende industrie nodig heeft in perioden dat de binnenlandse prijs van dergelijke materialen in het kader van een stabilisatieprogramma van de overheid op een lager niveau dan de werelds marktprijs wordt gehouden;
en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van dit artikel.
2. Bij de keuze van maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen mogen niet worden toegepast op een wijze die in gelijke omstandigheden willekeurige of onrechtvaardige discriminatie of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en worden opgeheven zodra de omstandigheden verdere handhaving niet meer rechtvaardigen. Bovendien mogen krachtens het bepaalde in lid 1, onder b, genomen maatregelen er niet toe leiden dat de uitvoer van de producten van de betrokken binnenlandse verwerkende industrie wordt bevorderd of dat de bescherming van deze sector wordt verhoogd en mogen zij niet strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst inzake non-discriminatie.
3. De partij die voornemens is de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen, verstrekt het Associatiecomité tevoren of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, alle relevante informatie om het in staat te stellen een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. De partijen kunnen in het Associatiecomité besluiten tot elke maatregel die een einde maakt aan de moeilijkheden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt binnen dertig dagen nadat de zaak aan het Associatiecomité is voorgelegd, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen nemen tegen de uitvoer van het betrokken product.
4. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen voorafgaande kennisgeving of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, mits zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stelt.
5. Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden het Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.
Art. 93. Clause de pénurie.
Si le respect des dispositions du présent titre conduit :
a) à une situation ou à un risque de pénurie critique de produits alimentaires ou d'autres produits essentiels pour la partie exportatrice; ou
b) une pénurie de quantités substantielles de matières premières nationales destinées à une industrie nationale de transformation pendant les périodes où le prix intérieur de ces matières premières est maintenu en dessous du prix mondial dans le cadre d'un plan de stabilisation du gouvernement;
et lorsque les situations visées ci-dessus provoquent ou risquent de provoquer des difficultés majeures pour la parte exportatrice, cette dernière peut prendre les mesures appropriées dans les conditions et selon les procédures prévues au présent article.
2. Dans la sélection des mesures, la priorité doit être accordée à celles qui perturbent le moins le fonctionnement des modalités prévues dans le présent accord. Ces mesures ne sont pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable lorsque les mêmes conditions existent, soit une restriction déguisée du commerce, et sont supprimées dès lors que les circonstances ne justifient plus leur maintien. En outre, les mesures qui peuvent être adoptées en vertu du paragraphe 1, point b) n'ont pas pour effet d'augmenter les exportations ou la protection de l'industrie nationale de transformation concernée et ne dérogent pas aux dispositions du présent accord en matière de non-discrimination.
3. Avant de prendre les mesures prévues au paragraphe 1 ou, le plus tôt possible dans les cas auxquels s'applique le paragraphe 4, la partie qui a l'intention de prendre les mesures communique au comité d'association toutes les informations utiles, en vue de rechercher une solution acceptable pour les parties. Les parties au sein du comité d'association peuvent s'accorder sur les moyens nécessaires pour mettre un terme aux difficultés. Si aucun accord n'a été trouvé dans les 30 jours suivant la notification de l'affaire au comité d'association, la partie exportatrice est autorisée à prendre des mesures en vertu du présent article relativement à l'exportation du produit concerné.
4. Lorsque des circonstances exceptionnelles et critiques imposant de prendre des mesures immédiates rendent impossible, selon le cas, l'information ou l'examen préalable, la partie qui a l'intention de prendre les mesures peut appliquer sans délai les mesures de précaution nécessaires pour faire face à la situation et en informe immédiatement l'autre partie.
5. Les mesures de sauvegarde prises en vertu du présent article sont immédiatement notifiées au comité d'association et font l'objet de consultations régulières au sein de cette instance, notamment en vue d'arrêter un calendrier pour leur suppression dès que les circonstances le permettent.
Si le respect des dispositions du présent titre conduit :
a) à une situation ou à un risque de pénurie critique de produits alimentaires ou d'autres produits essentiels pour la partie exportatrice; ou
b) une pénurie de quantités substantielles de matières premières nationales destinées à une industrie nationale de transformation pendant les périodes où le prix intérieur de ces matières premières est maintenu en dessous du prix mondial dans le cadre d'un plan de stabilisation du gouvernement;
et lorsque les situations visées ci-dessus provoquent ou risquent de provoquer des difficultés majeures pour la parte exportatrice, cette dernière peut prendre les mesures appropriées dans les conditions et selon les procédures prévues au présent article.
2. Dans la sélection des mesures, la priorité doit être accordée à celles qui perturbent le moins le fonctionnement des modalités prévues dans le présent accord. Ces mesures ne sont pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable lorsque les mêmes conditions existent, soit une restriction déguisée du commerce, et sont supprimées dès lors que les circonstances ne justifient plus leur maintien. En outre, les mesures qui peuvent être adoptées en vertu du paragraphe 1, point b) n'ont pas pour effet d'augmenter les exportations ou la protection de l'industrie nationale de transformation concernée et ne dérogent pas aux dispositions du présent accord en matière de non-discrimination.
3. Avant de prendre les mesures prévues au paragraphe 1 ou, le plus tôt possible dans les cas auxquels s'applique le paragraphe 4, la partie qui a l'intention de prendre les mesures communique au comité d'association toutes les informations utiles, en vue de rechercher une solution acceptable pour les parties. Les parties au sein du comité d'association peuvent s'accorder sur les moyens nécessaires pour mettre un terme aux difficultés. Si aucun accord n'a été trouvé dans les 30 jours suivant la notification de l'affaire au comité d'association, la partie exportatrice est autorisée à prendre des mesures en vertu du présent article relativement à l'exportation du produit concerné.
4. Lorsque des circonstances exceptionnelles et critiques imposant de prendre des mesures immédiates rendent impossible, selon le cas, l'information ou l'examen préalable, la partie qui a l'intention de prendre les mesures peut appliquer sans délai les mesures de précaution nécessaires pour faire face à la situation et en informe immédiatement l'autre partie.
5. Les mesures de sauvegarde prises en vertu du présent article sont immédiatement notifiées au comité d'association et font l'objet de consultations régulières au sein de cette instance, notamment en vue d'arrêter un calendrier pour leur suppression dès que les circonstances le permettent.
TITEL III. - HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING.
TITRE III. - COMMERCE DES SERVICES ET ETABLISSEMENT.
Art. 94. Doelstellingen.
1. De partijen liberaliseren wederzijds de handel in diensten overeenkomstig de bepalingen van deze titel en artikel V van de GATS.
2. Het doel van hoofdstuk 3 is verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging, op basis van het beginsel van non-discriminatie.
1. De partijen liberaliseren wederzijds de handel in diensten overeenkomstig de bepalingen van deze titel en artikel V van de GATS.
2. Het doel van hoofdstuk 3 is verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging, op basis van het beginsel van non-discriminatie.
Art. 94. Objectifs.
1. Les parties libéralisent leur commerce réciproque de services conformément aux dispositions du présent titre et à l'article V du GATS.
2. Le chapitre III vise à améliorer l'environnement pour l'investissement et, en particulier, les conditions d'établissement applicables entre les parties, sur la base du principe de non-discrimination.
1. Les parties libéralisent leur commerce réciproque de services conformément aux dispositions du présent titre et à l'article V du GATS.
2. Le chapitre III vise à améliorer l'environnement pour l'investissement et, en particulier, les conditions d'établissement applicables entre les parties, sur la base du principe de non-discrimination.
HOOFDSTUK I. - DIENSTEN.
CHAPITRE I. - SERVICES.
AFDELING 1. - Algemene bepalingen.
SECTION 1. Généralités.
Art. 95. Toepassingsgebied.
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de handel in diensten omschreven als het verlenen van een dienst in de volgende vormen :
a) vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);
b) op het grondgebied van een partij ten behoeve van een afnemer van een dienst van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);
c) door een dienstverlener van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 3);
d) door een dienstverlener van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 4).
2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in alle dienstensectoren, met uitzondering van :
a) financiële diensten, die behandeld worden in hoofdstuk II;
b) audiovisuele diensten;
c) nationale maritieme cabotage;
d) luchtvervoersdiensten, met inbegrip van geregelde of ongeregelde binnenlandse en internationale luchtvervoersdiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan :
i) reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
ii) verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;
iii) geautomatiseerde boekingssystemen (CRS).
3. Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die onderwerp zijn van titel IV van dit deel.
4. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies. In het kader van de herziening van dit hoofdstuk overeenkomstig artikel 100, onderzoeken de partijen de kwestie van disciplines die van toepassing zijn op subsidies met betrekking tot de handel in diensten, teneinde de krachtens artikel XV van de GATS overeengekomen disciplines daarin op te nemen.
5. Deze afdeling is van toepassing op internationale zeevervoers- en telecommunicatiediensten waarvoor de bepalingen van de afdelingen 2 en 3 gelden.
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de handel in diensten omschreven als het verlenen van een dienst in de volgende vormen :
a) vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);
b) op het grondgebied van een partij ten behoeve van een afnemer van een dienst van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);
c) door een dienstverlener van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 3);
d) door een dienstverlener van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 4).
2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in alle dienstensectoren, met uitzondering van :
a) financiële diensten, die behandeld worden in hoofdstuk II;
b) audiovisuele diensten;
c) nationale maritieme cabotage;
d) luchtvervoersdiensten, met inbegrip van geregelde of ongeregelde binnenlandse en internationale luchtvervoersdiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan :
i) reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
ii) verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;
iii) geautomatiseerde boekingssystemen (CRS).
3. Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die onderwerp zijn van titel IV van dit deel.
4. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies. In het kader van de herziening van dit hoofdstuk overeenkomstig artikel 100, onderzoeken de partijen de kwestie van disciplines die van toepassing zijn op subsidies met betrekking tot de handel in diensten, teneinde de krachtens artikel XV van de GATS overeengekomen disciplines daarin op te nemen.
5. Deze afdeling is van toepassing op internationale zeevervoers- en telecommunicatiediensten waarvoor de bepalingen van de afdelingen 2 en 3 gelden.
Art. 95. Portée.
1. Aux fins du présent chapitre, le commerce des services est défini comme étant la fourniture d'un service selon les modes suivants :
a) en provenance du territoire d'une partie à destination du territoire de l'autre partie (mode 1);
b) sur le territoire d'une partie à l'intention d'un consommateur de services de l'autre partie (mode 2);
c) par un fournisseur de services d'une partie, grâce à une présence commerciale sur le territoire de l'autre partie (mode 3);
d) par un fournisseur de services d'une partie, grâce à la présence de personnes physiques sur le territoire de l'autre partie (mode 4).
2. Le présent chapitre s'applique au commerce de tous les services, à l'exception :
a) des services financiers, qui relèvent du chapitre II;
b) des services audiovisuels;
c) du cabotage maritime, ainsi que
d) des services de transport aérien, y compris les services de transport aérien intérieur et international, réguliers ou non, et les services directement liés à l'exercice de droits de trafic autres que :
i) les services de réparation et de maintenance des aéronefs pendant lesquels l'aéronef est retiré du service,
ii) la vente ou la commercialisation des services de transport aérien; ainsi que
iii) les services de systèmes informatisés de réservation (SIR).
3. Aucune disposition du présent chapitre ne doit être interprétée comme imposant une obligation en matière de marchés publics, qui relèvent du titre IV de la présente partie.
4. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux subventions accordées par les parties. Les parties réexaminent la question des disciplines applicables aux subventions liées au commerce de services dans le cadre de la révision du présent chapitre, comme le prévoit l'article 100, afin d'y intégrer les disciplines convenues dans le cadre de l'article XV du GATS.
5. La présente section 1 s'applique aux services de transport maritime international et de télécommunications régis par les dispositions visées aux sections 2 et 3.
1. Aux fins du présent chapitre, le commerce des services est défini comme étant la fourniture d'un service selon les modes suivants :
a) en provenance du territoire d'une partie à destination du territoire de l'autre partie (mode 1);
b) sur le territoire d'une partie à l'intention d'un consommateur de services de l'autre partie (mode 2);
c) par un fournisseur de services d'une partie, grâce à une présence commerciale sur le territoire de l'autre partie (mode 3);
d) par un fournisseur de services d'une partie, grâce à la présence de personnes physiques sur le territoire de l'autre partie (mode 4).
2. Le présent chapitre s'applique au commerce de tous les services, à l'exception :
a) des services financiers, qui relèvent du chapitre II;
b) des services audiovisuels;
c) du cabotage maritime, ainsi que
d) des services de transport aérien, y compris les services de transport aérien intérieur et international, réguliers ou non, et les services directement liés à l'exercice de droits de trafic autres que :
i) les services de réparation et de maintenance des aéronefs pendant lesquels l'aéronef est retiré du service,
ii) la vente ou la commercialisation des services de transport aérien; ainsi que
iii) les services de systèmes informatisés de réservation (SIR).
3. Aucune disposition du présent chapitre ne doit être interprétée comme imposant une obligation en matière de marchés publics, qui relèvent du titre IV de la présente partie.
4. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux subventions accordées par les parties. Les parties réexaminent la question des disciplines applicables aux subventions liées au commerce de services dans le cadre de la révision du présent chapitre, comme le prévoit l'article 100, afin d'y intégrer les disciplines convenues dans le cadre de l'article XV du GATS.
5. La présente section 1 s'applique aux services de transport maritime international et de télécommunications régis par les dispositions visées aux sections 2 et 3.
Art. 96. Definities.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
a) " maatregel " : elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
b) " door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen " : maatregelen genomen door :
i) centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten;
ii) niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
c) " dienstverlener " : een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die een dienst verleent of aanbiedt;
d) " commerciële aanwezigheid " : elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, onder meer door middel van :
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging op het grondgebied van een partij met als doel een dienst te verlenen;
e) " rechtspersoon " : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
f) " rechtspersoon van een partij " : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
g) " natuurlijke persoon " : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
a) " maatregel " : elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
b) " door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen " : maatregelen genomen door :
i) centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten;
ii) niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
c) " dienstverlener " : een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die een dienst verleent of aanbiedt;
d) " commerciële aanwezigheid " : elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, onder meer door middel van :
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging op het grondgebied van een partij met als doel een dienst te verlenen;
e) " rechtspersoon " : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
f) " rechtspersoon van een partij " : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
g) " natuurlijke persoon " : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili.
Art. 96. Définitions.
Aux fins du présent chapitre, on entend par :
a) " mesure " toute mesure prise par une partie, que ce soit sous forme de loi, de réglementation, de règle, de procédure, de décision, de décision administrative, ou sous toute autre forme;
b) " mesure adoptée ou maintenue par une partie " les mesures prises par :
i) des gouvernements et administrations centraux, régionaux ou locaux, ainsi que
ii) des organismes non gouvernementaux lorsqu'ils exercent des pouvoirs délégués par des gouvernements ou administrations centraux, régionaux ou locaux;
c) " fournisseur de services " toute personne physique ou morale qui souhaite fournir ou qui fournit un service;
d) " présence commerciale " tout type d'établissement commercial ou professionnel, y compris par :
i) la constitution, l'acquisition ou le maintien d'une personne morale, ou
ii) de la création ou du maintien d'une succursale ou d'un bureau de représentation,
sur le territoire d'une partie en vue de la fourniture d'un service;
e) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
f) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili;
si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne, sauf si ses activités ont un lien réel et permanent avec l'économie de la Communauté ou du Chili;
g) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives.
Aux fins du présent chapitre, on entend par :
a) " mesure " toute mesure prise par une partie, que ce soit sous forme de loi, de réglementation, de règle, de procédure, de décision, de décision administrative, ou sous toute autre forme;
b) " mesure adoptée ou maintenue par une partie " les mesures prises par :
i) des gouvernements et administrations centraux, régionaux ou locaux, ainsi que
ii) des organismes non gouvernementaux lorsqu'ils exercent des pouvoirs délégués par des gouvernements ou administrations centraux, régionaux ou locaux;
c) " fournisseur de services " toute personne physique ou morale qui souhaite fournir ou qui fournit un service;
d) " présence commerciale " tout type d'établissement commercial ou professionnel, y compris par :
i) la constitution, l'acquisition ou le maintien d'une personne morale, ou
ii) de la création ou du maintien d'une succursale ou d'un bureau de représentation,
sur le territoire d'une partie en vue de la fourniture d'un service;
e) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
f) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili;
si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne, sauf si ses activités ont un lien réel et permanent avec l'économie de la Communauté ou du Chili;
g) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives.
Art. 97. Markttoegang.
1. Ten aanzien van de markttoegang voor de in artikel 95 genoemde vormen van dienstverlening geeft elke partij diensten en dienstverleners van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de lijst van specifieke verbintenissen van dat lid als bedoeld in artikel 99.
2. In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, mogen door een partij de volgende maatregelen niet worden genomen of gehandhaafd, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor haar gehele grondgebied, tenzij in haar lijst van specifieke verbintenissen anders is bepaald :
a) beperking van het aantal dienstverleners door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
b) beperking van de totale waarde van dienstentransacties of activa, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
c) beperking van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten uitgedrukt in numerieke eenheden, door middel van quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak (Lid 2, onder c, is niet van toepassing op maatregelen van een partij waarbij beperkingen worden ingesteld op inputs voor de levering van diensten.);
d) beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde dienstensector werkzaam mag zijn of dat een dienstverlener in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en rechtstreeks betrokken zijn bij de levering van een specifieke dienst, door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
e) maatregelen die het verlenen van diensten door een dienstverlener van de andere partij tot bepaalde rechtsvormen of joint ventures beperken;
f) beperking van de hoeveelheid buitenlands kapitaal door middel van een maximumpercentage voor buitenlandse participaties of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.
1. Ten aanzien van de markttoegang voor de in artikel 95 genoemde vormen van dienstverlening geeft elke partij diensten en dienstverleners van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de lijst van specifieke verbintenissen van dat lid als bedoeld in artikel 99.
2. In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, mogen door een partij de volgende maatregelen niet worden genomen of gehandhaafd, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor haar gehele grondgebied, tenzij in haar lijst van specifieke verbintenissen anders is bepaald :
a) beperking van het aantal dienstverleners door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
b) beperking van de totale waarde van dienstentransacties of activa, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
c) beperking van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten uitgedrukt in numerieke eenheden, door middel van quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak (Lid 2, onder c, is niet van toepassing op maatregelen van een partij waarbij beperkingen worden ingesteld op inputs voor de levering van diensten.);
d) beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde dienstensector werkzaam mag zijn of dat een dienstverlener in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en rechtstreeks betrokken zijn bij de levering van een specifieke dienst, door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
e) maatregelen die het verlenen van diensten door een dienstverlener van de andere partij tot bepaalde rechtsvormen of joint ventures beperken;
f) beperking van de hoeveelheid buitenlands kapitaal door middel van een maximumpercentage voor buitenlandse participaties of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.
Art. 97. Accès au marché.
1. En ce qui concerne l'accès aux marchés suivant les modes de fourniture visés à l'article 95, chaque partie accorde aux services et fournisseurs de services de l'autre partie un traitement qui n'est pas moins favorable que celui qui est prévu en application des modalités, limitations et conditions convenues et spécifiées à l'article 99.
2. Dans les secteurs où des engagements en matière d'accès aux marchés sont contractés, les mesures qu'une partie ne maintient pas, ni n'adopte, que ce soit au niveau d'une subdivision régionale ou au niveau de l'ensemble de son territoire, à moins qu'il ne soit spécifié autrement dans sa liste, se défroissent comme suit :
a) limitations concernant le nombre de fournisseurs de services, que ce soit sous forme de contingents numériques, de monopoles, de fournisseurs exclusifs de services ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
b) limitations concernant la valeur totale des transactions ou avoirs en rapport avec les services, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
c) limitations concernant le nombre total opérations de services ou la quantité totale de services produits, exprimées en unités numériques déterminées, sous forme de contingents ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques (Le paragraphe 2c) ne couvre pas les mesures d'une partie qui limitent les intrants servant à la fourniture de services.);
d) limitations concernant le nombre total de personnes physiques qui peuvent être employées dans un secteur de service particulier, ou qu'un fournisseur de services peut employer et qui sont nécessaires pour la fourniture d'un service spécifique, et s'en occupent directement, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
e) mesures qui restreignent ou prescrivent des types spécifiques d'entité juridique ou de coentreprises par l'intermédiaire desquels un fournisseur de services de l'autre partie peut fournir un service, ainsi que
f)limitations concernant la participation de capital étranger, exprimées sous forme d'une limite maximale en pourcentage de la détention d'actions par des étrangers, ou concernant la valeur totale d'investissements étrangers particuliers ou des investissements étrangers globaux.
1. En ce qui concerne l'accès aux marchés suivant les modes de fourniture visés à l'article 95, chaque partie accorde aux services et fournisseurs de services de l'autre partie un traitement qui n'est pas moins favorable que celui qui est prévu en application des modalités, limitations et conditions convenues et spécifiées à l'article 99.
2. Dans les secteurs où des engagements en matière d'accès aux marchés sont contractés, les mesures qu'une partie ne maintient pas, ni n'adopte, que ce soit au niveau d'une subdivision régionale ou au niveau de l'ensemble de son territoire, à moins qu'il ne soit spécifié autrement dans sa liste, se défroissent comme suit :
a) limitations concernant le nombre de fournisseurs de services, que ce soit sous forme de contingents numériques, de monopoles, de fournisseurs exclusifs de services ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
b) limitations concernant la valeur totale des transactions ou avoirs en rapport avec les services, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
c) limitations concernant le nombre total opérations de services ou la quantité totale de services produits, exprimées en unités numériques déterminées, sous forme de contingents ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques (Le paragraphe 2c) ne couvre pas les mesures d'une partie qui limitent les intrants servant à la fourniture de services.);
d) limitations concernant le nombre total de personnes physiques qui peuvent être employées dans un secteur de service particulier, ou qu'un fournisseur de services peut employer et qui sont nécessaires pour la fourniture d'un service spécifique, et s'en occupent directement, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
e) mesures qui restreignent ou prescrivent des types spécifiques d'entité juridique ou de coentreprises par l'intermédiaire desquels un fournisseur de services de l'autre partie peut fournir un service, ainsi que
f)limitations concernant la participation de capital étranger, exprimées sous forme d'une limite maximale en pourcentage de la détention d'actions par des étrangers, ou concernant la valeur totale d'investissements étrangers particuliers ou des investissements étrangers globaux.
Art. 98. Nationale behandeling.
1. In de sectoren die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de dienstverlening, diensten en dienstverleners van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners (Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan mogen niet zodanig worden geïnterpreteerd dat de partijen verplicht zijn compensatie te bieden voor alle inherente concurrentienadelen die het gevolg zijn van de buitenlandse aard van de desbetreffende diensten of dienstverleners.).
2. De partijen kunnen aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan hun eigen diensten en dienstverleners toekennen.
3. Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de betrokken partij in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.
1. In de sectoren die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de dienstverlening, diensten en dienstverleners van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners (Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan mogen niet zodanig worden geïnterpreteerd dat de partijen verplicht zijn compensatie te bieden voor alle inherente concurrentienadelen die het gevolg zijn van de buitenlandse aard van de desbetreffende diensten of dienstverleners.).
2. De partijen kunnen aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan hun eigen diensten en dienstverleners toekennen.
3. Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de betrokken partij in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.
Art. 98. Traitement national.
1. Dans les secteurs inscrits dans sa liste, et compte tenu des conditions et restrictions qui y sont indiquées, chaque partie accorde aux services et fournisseurs de services de l'autre partie, en ce qui concerne les différentes mesures affectant la fourniture de services, un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres services similaires et à ses propres fournisseurs de services similaires (Les engagements spécifiques contractés en vertu du présent article ne seront pas interprétés comme obligeant les parties à compenser tous désavantages concurrentiels intrinsèques qui résultent du caractère étranger des services ou fournisseurs de services pertinents.).
2. Une partie peut satisfaire à la prescription du paragraphe 1 en accordant aux services et fournisseurs de services de l'autre partie soit un traitement formellement identique à celui qu'elle accorde à ses propres services similaires et à ses propres fournisseurs de services similaires, soit un traitement formellement différent.
3. Un traitement formellement identique ou formellement différent est considéré comme étant moins favorable s'il modifie les conditions de concurrence en faveur des services ou fournisseurs de services d'une partie par rapport aux services similaires ou aux fournisseurs de services similaires de l'autre partie.
1. Dans les secteurs inscrits dans sa liste, et compte tenu des conditions et restrictions qui y sont indiquées, chaque partie accorde aux services et fournisseurs de services de l'autre partie, en ce qui concerne les différentes mesures affectant la fourniture de services, un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres services similaires et à ses propres fournisseurs de services similaires (Les engagements spécifiques contractés en vertu du présent article ne seront pas interprétés comme obligeant les parties à compenser tous désavantages concurrentiels intrinsèques qui résultent du caractère étranger des services ou fournisseurs de services pertinents.).
2. Une partie peut satisfaire à la prescription du paragraphe 1 en accordant aux services et fournisseurs de services de l'autre partie soit un traitement formellement identique à celui qu'elle accorde à ses propres services similaires et à ses propres fournisseurs de services similaires, soit un traitement formellement différent.
3. Un traitement formellement identique ou formellement différent est considéré comme étant moins favorable s'il modifie les conditions de concurrence en faveur des services ou fournisseurs de services d'une partie par rapport aux services similaires ou aux fournisseurs de services similaires de l'autre partie.
Art. 99. Lijst van specifieke verbintenissen.
1. De specifieke verbintenissen die iedere partij aangaat met betrekking tot de artikelen 97 en 98 worden opgenomen in de lijst in bijlage VII. Voor de sectoren waarvoor deze verbintenissen worden aangegaan, vermeldt iedere lijst :
a) de voorwaarden en beperkingen voor de markttoegang;
b) de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;
c) verplichtingen in verband met de bijkomende verbintenissen bedoeld in lid 3;
d) indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen en de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.
2. Maatregelen die zowel met artikel 97 als met artikel 98 strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel 97. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel 98 beschouwd.
3. Indien een partij een specifieke verbintenis aangaat met betrekking tot maatregelen die van invloed zijn op de handel in diensten, doch die niet op grond van de artikelen 97 en 98 in de lijst opgenomen dienen te worden, neemt zij deze verbintenissen in haar lijst op als bijkomende verbintenis.
1. De specifieke verbintenissen die iedere partij aangaat met betrekking tot de artikelen 97 en 98 worden opgenomen in de lijst in bijlage VII. Voor de sectoren waarvoor deze verbintenissen worden aangegaan, vermeldt iedere lijst :
a) de voorwaarden en beperkingen voor de markttoegang;
b) de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;
c) verplichtingen in verband met de bijkomende verbintenissen bedoeld in lid 3;
d) indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen en de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.
2. Maatregelen die zowel met artikel 97 als met artikel 98 strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel 97. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel 98 beschouwd.
3. Indien een partij een specifieke verbintenis aangaat met betrekking tot maatregelen die van invloed zijn op de handel in diensten, doch die niet op grond van de artikelen 97 en 98 in de lijst opgenomen dienen te worden, neemt zij deze verbintenissen in haar lijst op als bijkomende verbintenis.
Art. 99. Liste d'engagements spécifiques.
1. Les engagements spécifiques contractés par chaque partie en vertu des articles 97 et 98 sont définis dans la liste figurant à l'annexe VII. En ce qui concerne les secteurs pour lesquels ces engagements sont contractés, chaque liste précise :
a) les modalités, limitations et conditions concernant l'accès aux marchés;
b) les conditions et restrictions concernant le traitement national;
c) les accords relatifs aux engagements additionnels visés au paragraphe 3;
d) s'il y a lieu, le délai de mise en oeuvre de tels engagements et la date de leur entrée en vigueur.
2. Les mesures incompatibles avec les deux articles 97 et 98 sont inscrites dans la colonne relative à l'article 97. Dans ce cas, l'inscription est considérée comme introduisant une condition ou une restriction concernant également l'article 98.
3. Si une partie contracte des engagements spécifiques relatifs à des mesures touchant au commerce de services qui ne sont pas assujettis à l'obligation d'établir une liste conformément aux articles 97 et 98, ces engagements sont inscrits dans sa liste au titre d'engagements additionnels.
1. Les engagements spécifiques contractés par chaque partie en vertu des articles 97 et 98 sont définis dans la liste figurant à l'annexe VII. En ce qui concerne les secteurs pour lesquels ces engagements sont contractés, chaque liste précise :
a) les modalités, limitations et conditions concernant l'accès aux marchés;
b) les conditions et restrictions concernant le traitement national;
c) les accords relatifs aux engagements additionnels visés au paragraphe 3;
d) s'il y a lieu, le délai de mise en oeuvre de tels engagements et la date de leur entrée en vigueur.
2. Les mesures incompatibles avec les deux articles 97 et 98 sont inscrites dans la colonne relative à l'article 97. Dans ce cas, l'inscription est considérée comme introduisant une condition ou une restriction concernant également l'article 98.
3. Si une partie contracte des engagements spécifiques relatifs à des mesures touchant au commerce de services qui ne sont pas assujettis à l'obligation d'établir une liste conformément aux articles 97 et 98, ces engagements sont inscrits dans sa liste au titre d'engagements additionnels.
Art. 100. Toetsing.
1. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt dit hoofdstuk door de partijen getoetst, teneinde de liberalisering te versterken en de resterende beperkingen te verminderen of af te schaffen tot wederzijds voordeel, met inachtneming van een algemeen evenwicht van rechten en plichten.
2. Drie jaar na de toetsing bedoeld in lid 1 onderzoekt het Associatiecomité de werking van dit hoofdstuk en dient het bij de Associatieraad passende voorstellen in.
1. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt dit hoofdstuk door de partijen getoetst, teneinde de liberalisering te versterken en de resterende beperkingen te verminderen of af te schaffen tot wederzijds voordeel, met inachtneming van een algemeen evenwicht van rechten en plichten.
2. Drie jaar na de toetsing bedoeld in lid 1 onderzoekt het Associatiecomité de werking van dit hoofdstuk en dient het bij de Associatieraad passende voorstellen in.
Art. 100. Réexamen.
1. Les parties réexaminent le présent chapitre trois ans après l'entrée en vigueur du présent accord afin d'approfondir encore la libéralisation et de réduire ou d'éliminer les restrictions restantes sur une base mutuellement favorable et assurant un équilibre global des droits et obligations.
2. Le comité d'association examine le fonctionnement du présent chapitre tous les trois ans après le réexamen visé au paragraphe 1 et présente des propositions appropriées au conseil d'association.
1. Les parties réexaminent le présent chapitre trois ans après l'entrée en vigueur du présent accord afin d'approfondir encore la libéralisation et de réduire ou d'éliminer les restrictions restantes sur une base mutuellement favorable et assurant un équilibre global des droits et obligations.
2. Le comité d'association examine le fonctionnement du présent chapitre tous les trois ans après le réexamen visé au paragraphe 1 et présente des propositions appropriées au conseil d'association.
Art. 101. Verkeer van natuurlijke personen.
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toetsen de partijen de regels en voorwaarden met betrekking tot het verkeer van natuurlijke personen (vorm van dienstverlening 4), teneinde dit verder te liberaliseren. In het kader van deze toetsing kan tevens de definitie van natuurlijke persoon in artikel 96, onder g), worden herzien.
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toetsen de partijen de regels en voorwaarden met betrekking tot het verkeer van natuurlijke personen (vorm van dienstverlening 4), teneinde dit verder te liberaliseren. In het kader van deze toetsing kan tevens de definitie van natuurlijke persoon in artikel 96, onder g), worden herzien.
Art. 101. Circulation des personnes physiques.
Deux ans après l'entrée en vigueur du présent accord, les parties réexaminent les règles et les conditions applicables à la circulation des personnes physiques (mode 4) afin d'en renforcer la libéralisation. Ce réexamen peut aussi consister à réviser la définition de personne physique prévue par l'article 96, point g).
Deux ans après l'entrée en vigueur du présent accord, les parties réexaminent les règles et les conditions applicables à la circulation des personnes physiques (mode 4) afin d'en renforcer la libéralisation. Ce réexamen peut aussi consister à réviser la définition de personne physique prévue par l'article 96, point g).
Art. 102. Binnenlandse regelingen.
1. Ten aanzien van sectoren waarvoor een partij in haar lijst verbintenissen is aangegaan, streeft die partij ernaar, teneinde te voorkomen dat maatregelen in verband met vereisten en procedures voor het verlenen van vergunningen aan en het certificeren van dienstverleners van de andere partij onnodige belemmeringen voor de handel in diensten vormen, dat dergelijke maatregelen :
a) gebaseerd zijn op objectieve en doorzichtige criteria, zoals onder andere bekwaamheid en het vermogen de dienst te verlenen;
b) de handel niet meer beperken dan nodig is voor het verwezenlijken van een legitiem beleidsdoel;
c) geen verkapte beperking op het verlenen van diensten inhouden.
2. In het kader van de procedure van artikel 100 kunnen de in lid 1 bedoelde disciplines worden getoetst teneinde de krachtens artikel VI van de GATS overeengekomen disciplines in deze overeenkomst op te nemen.
3. Indien een partij eenzijdig of bij overeenkomst de op het grondgebied van een derde land verkregen opleiding, ervaring, vergunningen of certificeringen erkent biedt die partij de andere partij toereikende gelegenheid om aan te tonen dat de op het grondgebied van de andere partij verkregen opleiding, ervaring, vergunningen of certificeringen eveneens dienen te worden erkend, of om een overeenkomst te sluiten of een regeling overeen te komen met een vergelijkbare werking.
4. De partijen plegen op gezette tijden overleg om vast te stellen of nog van kracht zijnde eisen met betrekking tot nationaliteit of permanent verblijf voor de afgifte van vergunningen aan of de certificering van elkaar dienstverleners kunnen worden ingetrokken.
1. Ten aanzien van sectoren waarvoor een partij in haar lijst verbintenissen is aangegaan, streeft die partij ernaar, teneinde te voorkomen dat maatregelen in verband met vereisten en procedures voor het verlenen van vergunningen aan en het certificeren van dienstverleners van de andere partij onnodige belemmeringen voor de handel in diensten vormen, dat dergelijke maatregelen :
a) gebaseerd zijn op objectieve en doorzichtige criteria, zoals onder andere bekwaamheid en het vermogen de dienst te verlenen;
b) de handel niet meer beperken dan nodig is voor het verwezenlijken van een legitiem beleidsdoel;
c) geen verkapte beperking op het verlenen van diensten inhouden.
2. In het kader van de procedure van artikel 100 kunnen de in lid 1 bedoelde disciplines worden getoetst teneinde de krachtens artikel VI van de GATS overeengekomen disciplines in deze overeenkomst op te nemen.
3. Indien een partij eenzijdig of bij overeenkomst de op het grondgebied van een derde land verkregen opleiding, ervaring, vergunningen of certificeringen erkent biedt die partij de andere partij toereikende gelegenheid om aan te tonen dat de op het grondgebied van de andere partij verkregen opleiding, ervaring, vergunningen of certificeringen eveneens dienen te worden erkend, of om een overeenkomst te sluiten of een regeling overeen te komen met een vergelijkbare werking.
4. De partijen plegen op gezette tijden overleg om vast te stellen of nog van kracht zijnde eisen met betrekking tot nationaliteit of permanent verblijf voor de afgifte van vergunningen aan of de certificering van elkaar dienstverleners kunnen worden ingetrokken.
Art. 102. Réglementation intérieure.
1. Dans les secteurs où une partie a contracté des engagements inscrits dans sa liste, et pour que les mesures ayant trait aux conditions et aux procédures de licence et de certification de fournisseurs de services de l'autre partie ne constituent pas un obstacle inutile au commerce, la partie concernée veille à ce que ces mesures :
a) soient basées sur des critères objectifs et transparents, tels la compétence et la capacité d'offrir le service en question;
b) n'aient pas d'effet commercial plus restrictif que nécessaire pour réaliser un objectif légitime en matière de politique commerciale;
c) ne constituent pas une limitation déguisée de la fourniture d'un service.
2. Les disciplines visées au paragraphe 1 peuvent être réexaminées dans le cadre de la procédure de l'article 100 pour tenir compte des disciplines convenues en vertu de l'article VI du GATS, afin de les intégrer dans le présent accord.
3. Si une partie reconnaît, unilatéralement ou par accord, les diplômes, l'expérience professionnelle, les autorisations d'exercer et les attestations professionnelles obtenus sur le territoire d'un pays tiers, elle donne comme il convient à l'autre partie l'occasion de démontrer que les diplômes, l'expérience professionnelle, les autorisations d'exercer et les attestations professionnelles obtenus sur le territoire de l'autre partie devraient aussi être reconnus, ou bien de conclure un accord ou de convenir de modalités d'effet comparable.
4. Les parties se consultent périodiquement en vue de déterminer s'il est possible d'éliminer les dernières restrictions en matière de citoyenneté ou de résidence permanente relativement à l'autorisation d'exercer ou à la reconnaissance professionnelle de leurs fournisseurs de services respectifs.
1. Dans les secteurs où une partie a contracté des engagements inscrits dans sa liste, et pour que les mesures ayant trait aux conditions et aux procédures de licence et de certification de fournisseurs de services de l'autre partie ne constituent pas un obstacle inutile au commerce, la partie concernée veille à ce que ces mesures :
a) soient basées sur des critères objectifs et transparents, tels la compétence et la capacité d'offrir le service en question;
b) n'aient pas d'effet commercial plus restrictif que nécessaire pour réaliser un objectif légitime en matière de politique commerciale;
c) ne constituent pas une limitation déguisée de la fourniture d'un service.
2. Les disciplines visées au paragraphe 1 peuvent être réexaminées dans le cadre de la procédure de l'article 100 pour tenir compte des disciplines convenues en vertu de l'article VI du GATS, afin de les intégrer dans le présent accord.
3. Si une partie reconnaît, unilatéralement ou par accord, les diplômes, l'expérience professionnelle, les autorisations d'exercer et les attestations professionnelles obtenus sur le territoire d'un pays tiers, elle donne comme il convient à l'autre partie l'occasion de démontrer que les diplômes, l'expérience professionnelle, les autorisations d'exercer et les attestations professionnelles obtenus sur le territoire de l'autre partie devraient aussi être reconnus, ou bien de conclure un accord ou de convenir de modalités d'effet comparable.
4. Les parties se consultent périodiquement en vue de déterminer s'il est possible d'éliminer les dernières restrictions en matière de citoyenneté ou de résidence permanente relativement à l'autorisation d'exercer ou à la reconnaissance professionnelle de leurs fournisseurs de services respectifs.
Art. 103. Wederzijdse erkenning.
1. Iedere partij ziet erop toe dat haar bevoegde autoriteiten binnen een redelijke termijn na het indienen door een dienstverlener van de andere partij van een aanvraag voor een vergunning of voor certificering :
a) indien de aanvraag volledig is, een besluit nemen over de aanvraag en dit besluit aan de aanvrager mededelen; of
b) indien de aanvraag niet volledig is, de aanvrager zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen van de status van de aanvraag en van de aanvullende gegevens die volgens de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij vereist zijn.
2. De partijen bevorderen dat de relevante instanties op hun grondgebied aanbevelingen doen over wederzijdse erkenning, teneinde dienstverleners in staat te stellen geheel of ten dele te voldoen aan de criteria die iedere partij toepast voor de vergunning- en licentieverlening aan en de accreditering en certificering en het functioneren van dienstverleners, in het bijzonder de verleners van zakelijke diensten.
3. Het Associatiecomité besluit binnen een redelijke termijn, met inachtneming van de mate waarin de regelgeving van de partijen onderling overeenstemt, of een aanbeveling als bedoeld in lid 2 met dit hoofdstuk verenigbaar is. Indien dat het geval is, wordt de aanbeveling ten uitvoer gelegd door middel van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van vereisten, kwalificaties, vergunningen en andere reglementering, waarover door de bevoegde autoriteiten onderhandelingen worden gevoerd.
4. Dergelijke overeenkomsten dienen in overeenstemming te zijn met de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst en in het bijzonder met artikel VII van de GATS.
5. Indien de partijen tot overeenstemming komen, bevordert iedere partij dat haar bevoegde instanties procedures ontwikkelen voor het verlenen van tijdelijke licenties aan zakelijke dienstverleners van de andere partij.
6. De tenuitvoerlegging van dit artikel wordt door het Associatiecomité periodiek, doch ten minste eenmaal per drie jaar getoetst.
1. Iedere partij ziet erop toe dat haar bevoegde autoriteiten binnen een redelijke termijn na het indienen door een dienstverlener van de andere partij van een aanvraag voor een vergunning of voor certificering :
a) indien de aanvraag volledig is, een besluit nemen over de aanvraag en dit besluit aan de aanvrager mededelen; of
b) indien de aanvraag niet volledig is, de aanvrager zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen van de status van de aanvraag en van de aanvullende gegevens die volgens de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij vereist zijn.
2. De partijen bevorderen dat de relevante instanties op hun grondgebied aanbevelingen doen over wederzijdse erkenning, teneinde dienstverleners in staat te stellen geheel of ten dele te voldoen aan de criteria die iedere partij toepast voor de vergunning- en licentieverlening aan en de accreditering en certificering en het functioneren van dienstverleners, in het bijzonder de verleners van zakelijke diensten.
3. Het Associatiecomité besluit binnen een redelijke termijn, met inachtneming van de mate waarin de regelgeving van de partijen onderling overeenstemt, of een aanbeveling als bedoeld in lid 2 met dit hoofdstuk verenigbaar is. Indien dat het geval is, wordt de aanbeveling ten uitvoer gelegd door middel van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van vereisten, kwalificaties, vergunningen en andere reglementering, waarover door de bevoegde autoriteiten onderhandelingen worden gevoerd.
4. Dergelijke overeenkomsten dienen in overeenstemming te zijn met de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst en in het bijzonder met artikel VII van de GATS.
5. Indien de partijen tot overeenstemming komen, bevordert iedere partij dat haar bevoegde instanties procedures ontwikkelen voor het verlenen van tijdelijke licenties aan zakelijke dienstverleners van de andere partij.
6. De tenuitvoerlegging van dit artikel wordt door het Associatiecomité periodiek, doch ten minste eenmaal per drie jaar getoetst.
Art. 103. Reconnaissance mutuelle.
1. Chacune des parties veille à ce que, dans un délai raisonnable après la présentation d'une demande d'autorisation d'exercer ou de reconnaissance professionnelle par un ressortissant de l'autre partie, ses autorités compétentes :
a) lorsque la demande est complète, prennent une décision relativement à cette dernière et en informent le demandeur; ou
b) si la demande est incomplète, renseignent le demandeur, sans attendre indûment, sur la situation de sa demande et l'informent des renseignements supplémentaires requis aux termes de la législation de la partie.
2. Les parties encouragent les organismes compétents sur leurs territoires respectifs à émettre des recommandations sur la reconnaissance mutuelle pour permettre aux fournisseurs de services de respecter intégralement ou partiellement les critères appliqués par chaque partie en ce qui concerne l'autorisation, l'obtention de licences, l'exercice et la certification des fournisseurs de services et, en particulier, de services professionnels.
3. Le comité d'association décide, dans un délai raisonnable et compte tenu du niveau de correspondance des réglementations respectives, si une recommandation visée au paragraphe 2 est compatible avec le présent chapitre. Si tel est le cas, cette recommandation est mise en oeuvre par le biais d'un accord de reconnaissance mutuelle des exigences, qualifications, licences et autres réglementations à négocier par les autorités compétentes.
4. Tout accord de ce type doit être conforme aux dispositions y relatives de l'accord de l'OMC et, en particulier, à l'article VII du GATS.
5. Sous réserve d'entente entre les parties, chacune des parties encourage les organismes compétents sur son territoire à élaborer des procédures relativement à l'octroi aux fournisseurs de services professionnels de l'autre partie de l'autorisation temporaire d'exercer.
6. Le comité d'association examine périodiquement, et au moins une fois tous les trois ans, la mise en oeuvre du présent article.
1. Chacune des parties veille à ce que, dans un délai raisonnable après la présentation d'une demande d'autorisation d'exercer ou de reconnaissance professionnelle par un ressortissant de l'autre partie, ses autorités compétentes :
a) lorsque la demande est complète, prennent une décision relativement à cette dernière et en informent le demandeur; ou
b) si la demande est incomplète, renseignent le demandeur, sans attendre indûment, sur la situation de sa demande et l'informent des renseignements supplémentaires requis aux termes de la législation de la partie.
2. Les parties encouragent les organismes compétents sur leurs territoires respectifs à émettre des recommandations sur la reconnaissance mutuelle pour permettre aux fournisseurs de services de respecter intégralement ou partiellement les critères appliqués par chaque partie en ce qui concerne l'autorisation, l'obtention de licences, l'exercice et la certification des fournisseurs de services et, en particulier, de services professionnels.
3. Le comité d'association décide, dans un délai raisonnable et compte tenu du niveau de correspondance des réglementations respectives, si une recommandation visée au paragraphe 2 est compatible avec le présent chapitre. Si tel est le cas, cette recommandation est mise en oeuvre par le biais d'un accord de reconnaissance mutuelle des exigences, qualifications, licences et autres réglementations à négocier par les autorités compétentes.
4. Tout accord de ce type doit être conforme aux dispositions y relatives de l'accord de l'OMC et, en particulier, à l'article VII du GATS.
5. Sous réserve d'entente entre les parties, chacune des parties encourage les organismes compétents sur son territoire à élaborer des procédures relativement à l'octroi aux fournisseurs de services professionnels de l'autre partie de l'autorisation temporaire d'exercer.
6. Le comité d'association examine périodiquement, et au moins une fois tous les trois ans, la mise en oeuvre du présent article.
Art. 104. Elektronische handel (Deze bepaling is in dat hoofdstuk opgenomen zonder afbreuk te doen aan het standpunt van Chili over de vraag of elektronische handel al dan niet als dienstverlening moet worden beschouwd.).
De partijen erkennen dat het gebruik van elektronische middelen de handelsmogelijkheden in vele sectoren verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handelsverkeer te bevorderen, met name door middel van samenwerking op het gebied van de problemen die elektronische handel met zich meebrengt wat betreft markttoegang en regelgeving.
De partijen erkennen dat het gebruik van elektronische middelen de handelsmogelijkheden in vele sectoren verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handelsverkeer te bevorderen, met name door middel van samenwerking op het gebied van de problemen die elektronische handel met zich meebrengt wat betreft markttoegang en regelgeving.
Art. 104. Commerce électronique. (Cette disposition est introduite dans le présent chapitre sans préjudice de la position du Chili sur la question de savoir si le commerce électronique doit être considéré comme une fourniture de services.).
Les parties, reconnaissant que l'utilisation de moyens électroniques accroît les possibilités d'échanges dans de nombreux secteurs, conviennent d'encourager le développement du commerce électronique entre elles, notamment en collaborant aux questions d'accès au marché et de réglementation soulevées par le commerce électronique.
Les parties, reconnaissant que l'utilisation de moyens électroniques accroît les possibilités d'échanges dans de nombreux secteurs, conviennent d'encourager le développement du commerce électronique entre elles, notamment en collaborant aux questions d'accès au marché et de réglementation soulevées par le commerce électronique.
Art. 105. Transparantie.
Iedere partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over algemeen toegepaste maatregelen of internationale overeenkomsten die op dit hoofdstuk betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Het in artikel 190 genoemde contactpunt verstrekt over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie aan dienstverleners van de andere partij. Het is niet nodig dat de contactpunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.
Iedere partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over algemeen toegepaste maatregelen of internationale overeenkomsten die op dit hoofdstuk betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Het in artikel 190 genoemde contactpunt verstrekt over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie aan dienstverleners van de andere partij. Het is niet nodig dat de contactpunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.
Art. 105. Transparence.
Chaque partie répond rapidement à toutes les demandes de renseignements spécifiques émanant de l'autre partie et concernant telle ou telle de ses mesures d'application générale ou tout accord international entrant dans le présent chapitre ou le concernant. Le point de contact visé à l'article 190 fournit, sur demande, des renseignements spécifiques sur ces différentes questions aux fournisseurs de services de l'autre partie qui en font la demande. Les points de contact n'ont pas besoin d'être dépositaires des lois et réglementations.
Chaque partie répond rapidement à toutes les demandes de renseignements spécifiques émanant de l'autre partie et concernant telle ou telle de ses mesures d'application générale ou tout accord international entrant dans le présent chapitre ou le concernant. Le point de contact visé à l'article 190 fournit, sur demande, des renseignements spécifiques sur ces différentes questions aux fournisseurs de services de l'autre partie qui en font la demande. Les points de contact n'ont pas besoin d'être dépositaires des lois et réglementations.
AFDELING 2. - Internationaal vervoer over zee.
SECTION 2. - Transport maritime international.
Art. 106. Toepassingsgebied.
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 95, lid 5, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op buiten de Gemeenschap of Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van onderdanen van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Chili, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de rechtsvoorschriften van de betrokken lidstaat respectievelijk van Chili geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat of van Chili voeren.
2. Dit artikel is van toepassing op het internationale vervoer over zee, met inbegrip van het huis-huis-vervoer en het intermodaal vervoer waarvan een gedeelte over zee plaatsvindt.
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 95, lid 5, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op buiten de Gemeenschap of Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van onderdanen van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Chili, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de rechtsvoorschriften van de betrokken lidstaat respectievelijk van Chili geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat of van Chili voeren.
2. Dit artikel is van toepassing op het internationale vervoer over zee, met inbegrip van het huis-huis-vervoer en het intermodaal vervoer waarvan een gedeelte over zee plaatsvindt.
Art. 106. Portée.
1. Nonobstant l'article 95, paragraphe 5, les compagnies maritimes établies en dehors de la Communauté ou du Chili et contrôlées par des ressortissants d'un Etat membre ou du Chili, bénéficient également des dispositions de la présente section si leurs bateaux sont immatriculés, conformément à leur législation respective, dans cet Etat membre ou au Chili et battent pavillon d'un Etat membre ou du Chili.
2. Le présent article s'applique au transport maritime international, y compris le transport porte à porte et le transport intermodal comportant une partie maritime.
1. Nonobstant l'article 95, paragraphe 5, les compagnies maritimes établies en dehors de la Communauté ou du Chili et contrôlées par des ressortissants d'un Etat membre ou du Chili, bénéficient également des dispositions de la présente section si leurs bateaux sont immatriculés, conformément à leur législation respective, dans cet Etat membre ou au Chili et battent pavillon d'un Etat membre ou du Chili.
2. Le présent article s'applique au transport maritime international, y compris le transport porte à porte et le transport intermodal comportant une partie maritime.
Art. 107. Definities.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
a) " intermodaal vervoer " : het recht om voor internationale vracht huis-huisvervoersdiensten te verrichten en daartoe rechtstreekse overeenkomsten te sluiten met verleners van andere vervoersdiensten;
b) " internationale verleners van zeevervoersdiensten " : verleners van maritieme diensten die betrekking hebben op internationale vracht, vrachtafhandelings-, opslag- en entrepotdiensten, douaneafhandelingsdiensten, containerstations- en depotdiensten, agentschapsdiensten en expeditiediensten.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
a) " intermodaal vervoer " : het recht om voor internationale vracht huis-huisvervoersdiensten te verrichten en daartoe rechtstreekse overeenkomsten te sluiten met verleners van andere vervoersdiensten;
b) " internationale verleners van zeevervoersdiensten " : verleners van maritieme diensten die betrekking hebben op internationale vracht, vrachtafhandelings-, opslag- en entrepotdiensten, douaneafhandelingsdiensten, containerstations- en depotdiensten, agentschapsdiensten en expeditiediensten.
Art. 107. Définitions.
Aux fins de la présente section, on entend par :
a) " opérations de transport intermodal " le droit de prévoir des services de transport international porte à porte et à cet effet, de conclure des marchés avec des fournisseurs d'autres modes de transport;
b) " fournisseurs de services de transport maritime international " les fournisseurs de services liés au transport international pour les services maritimes, les services de manutention, de stockage et d'entreposage des chargements, les services de dédouanement, les services de mise à disposition de conteneurs et de dépôt, les prestations de mandat et les services de transmission de fret.
Aux fins de la présente section, on entend par :
a) " opérations de transport intermodal " le droit de prévoir des services de transport international porte à porte et à cet effet, de conclure des marchés avec des fournisseurs d'autres modes de transport;
b) " fournisseurs de services de transport maritime international " les fournisseurs de services liés au transport international pour les services maritimes, les services de manutention, de stockage et d'entreposage des chargements, les services de dédouanement, les services de mise à disposition de conteneurs et de dépôt, les prestations de mandat et les services de transmission de fret.
Art. 108. Markttoegang en nationale behandeling.
1. Gezien het huidige niveau van liberalisatie tussen de partijen op het gebied van het internationale vervoer over zee :
a) blijven de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag toepassen;
b) blijven de partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of geëxploiteerd worden door dienstverleners van de andere partij een behandeling toekennen die niet minder gunstig is dan die welke zij aan hun eigen vaartuigen toekennen ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en aanvullende maritieme diensten van die havens, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losfaciliteiten.
2. Wat de toepassing van de beginselen van lid 1 betreft, verbinden de partijen zich ertoe :
a) in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen op te nemen inzake vrachtverdeling, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de betrokken partij anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;
b) het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen te verbieden;
c) bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle eenzijdige maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationale vervoer over zee.
3. Iedere partij staat internationale verleners van zeevervoersdiensten van de andere partij toe een commerciële aanwezigheid te hebben op haar grondgebied, onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners van derde landen toekent, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten, overeenkomstig de voorwaarden die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen.
1. Gezien het huidige niveau van liberalisatie tussen de partijen op het gebied van het internationale vervoer over zee :
a) blijven de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag toepassen;
b) blijven de partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of geëxploiteerd worden door dienstverleners van de andere partij een behandeling toekennen die niet minder gunstig is dan die welke zij aan hun eigen vaartuigen toekennen ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en aanvullende maritieme diensten van die havens, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losfaciliteiten.
2. Wat de toepassing van de beginselen van lid 1 betreft, verbinden de partijen zich ertoe :
a) in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen op te nemen inzake vrachtverdeling, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de betrokken partij anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;
b) het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen te verbieden;
c) bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle eenzijdige maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationale vervoer over zee.
3. Iedere partij staat internationale verleners van zeevervoersdiensten van de andere partij toe een commerciële aanwezigheid te hebben op haar grondgebied, onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners van derde landen toekent, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten, overeenkomstig de voorwaarden die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen.
Art. 108. Accès au marché et traitement national.
1. Compte tenu des niveaux existants de libéralisation entre les parties en ce qui concerne le transport maritime international :
a) les parties continuent d'appliquer effectivement le principe de l'accès illimité au marché et au trafic maritime international sur une base commerciale et non discriminatoire;
b) chacune des parties continue d'accorder aux navires battant pavillon de l'autre partie ou exploités par des fournisseurs de services de l'autre partie un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres navires en ce qui concerne, notamment, l'accès aux ports, l'utilisation des infrastructures et des services maritimes auxiliaires des ports, les droits et charges y afférents, les installations douanières, l'affectation de postes de mouillage et les installations pour le chargement et le déchargement.
2. En appliquant les principes visés au paragraphe 1, les parties :
a) s'abstiennent d'introduire, dans les futurs accords bilatéraux avec les pays tiers, des clauses de partage de cargaisons, sauf dans les circonstances exceptionnelles où des compagnies maritimes de ligne de la partie concernée n'auraient pas d'autre possibilité de participer au trafic à destination et en provenance du pays tiers concerné;
b) interdisent, dans les futurs accords bilatéraux, les clauses de partage des cargaisons concernant les vracs secs et liquides;
c) abolissent, dès l'entrée en vigueur du présent accord, toutes les mesures unilatérales, les entraves administratives, techniques et autres qui pourraient avoir des effets restrictifs ou discriminatoires sur la libre prestation de services dans le transport maritime international.
3. Chacune des parties autorise des fournisseurs de services maritimes internationaux de l'autre partie à avoir une présence commerciale sur son territoire à des conditions d'établissement et d'exploitation non moins favorables que celles qu'elle accorde à ses propres fournisseurs de services ou à ceux de tout pays tiers, selon celles qui sont les plus avantageuses, conformément aux conditions définies dans sa liste.
1. Compte tenu des niveaux existants de libéralisation entre les parties en ce qui concerne le transport maritime international :
a) les parties continuent d'appliquer effectivement le principe de l'accès illimité au marché et au trafic maritime international sur une base commerciale et non discriminatoire;
b) chacune des parties continue d'accorder aux navires battant pavillon de l'autre partie ou exploités par des fournisseurs de services de l'autre partie un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres navires en ce qui concerne, notamment, l'accès aux ports, l'utilisation des infrastructures et des services maritimes auxiliaires des ports, les droits et charges y afférents, les installations douanières, l'affectation de postes de mouillage et les installations pour le chargement et le déchargement.
2. En appliquant les principes visés au paragraphe 1, les parties :
a) s'abstiennent d'introduire, dans les futurs accords bilatéraux avec les pays tiers, des clauses de partage de cargaisons, sauf dans les circonstances exceptionnelles où des compagnies maritimes de ligne de la partie concernée n'auraient pas d'autre possibilité de participer au trafic à destination et en provenance du pays tiers concerné;
b) interdisent, dans les futurs accords bilatéraux, les clauses de partage des cargaisons concernant les vracs secs et liquides;
c) abolissent, dès l'entrée en vigueur du présent accord, toutes les mesures unilatérales, les entraves administratives, techniques et autres qui pourraient avoir des effets restrictifs ou discriminatoires sur la libre prestation de services dans le transport maritime international.
3. Chacune des parties autorise des fournisseurs de services maritimes internationaux de l'autre partie à avoir une présence commerciale sur son territoire à des conditions d'établissement et d'exploitation non moins favorables que celles qu'elle accorde à ses propres fournisseurs de services ou à ceux de tout pays tiers, selon celles qui sont les plus avantageuses, conformément aux conditions définies dans sa liste.
AFDELING 3. - Telecommunicatiediensten.
SECTION 3. - Services de télécommunications.
Art. 109. Definities.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
a) " telecommunicatiediensten " : het transport van elektromagnetische signalen - geluid, beeld, gegevens en alle combinaties daarvan, met uitzondering van omroep (Omroep is de ononderbroken transmissieketen die vereist is voor de distributie van televisie- en radioprogrammasignalen aan het algemene publiek. Het begrip omvat niet de toeleveringskoppelingen tussen exploitanten.). De verbintenissen in deze sector hebben derhalve geen betrekking op de economische activiteit die bestaan uit het leveren van inhoud die voor de verspreiding afhankelijk is van telecommunicatiediensten. Voor de levering van inhoud die verspreid wordt door middel van een telecommunicatiedienst gelden de specifieke verbintenissen die de partijen in andere relevante sectoren zijn aangegaan;
b) " regelgevende autoriteit " : een instantie of instanties die een of meer van de regelgevingstaken uitvoert die betrekking hebben op de vraagstukken die in deze afdeling aan de orde komen;
c) " essentiële telecommunicatiefaciliteiten " : faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk en een openbare telecommunicatiedienst die :
i) uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers;
ii) niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een dienst.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
a) " telecommunicatiediensten " : het transport van elektromagnetische signalen - geluid, beeld, gegevens en alle combinaties daarvan, met uitzondering van omroep (Omroep is de ononderbroken transmissieketen die vereist is voor de distributie van televisie- en radioprogrammasignalen aan het algemene publiek. Het begrip omvat niet de toeleveringskoppelingen tussen exploitanten.). De verbintenissen in deze sector hebben derhalve geen betrekking op de economische activiteit die bestaan uit het leveren van inhoud die voor de verspreiding afhankelijk is van telecommunicatiediensten. Voor de levering van inhoud die verspreid wordt door middel van een telecommunicatiedienst gelden de specifieke verbintenissen die de partijen in andere relevante sectoren zijn aangegaan;
b) " regelgevende autoriteit " : een instantie of instanties die een of meer van de regelgevingstaken uitvoert die betrekking hebben op de vraagstukken die in deze afdeling aan de orde komen;
c) " essentiële telecommunicatiefaciliteiten " : faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk en een openbare telecommunicatiedienst die :
i) uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers;
ii) niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een dienst.
Art. 109. Définitions.
Aux fins de la présente section, on entend par :
a) " services de télécommunication " la transmission de signaux électromagnétiques - son, données, image et toute combinaison de ces éléments - à l'exclusion de la diffusion (La diffusion est définie comme étant la chaîne de transmission ininterrompue nécessaire pour la distribution au public des signaux de programmes télévisuels et radiophoniques, mais elle ne couva pas les liaisons de contribution entre les exploitants.); en conséquence, les engagements contractés dans ce secteur ne visent pas l'activité économique consistant à fournir un contenu par le biais de services de télécommunications; cette activité est assujettie aux engagements spécifiques contractés par les parties dans d'autres secteurs pertinents;
b) " instance de régulation " l'organisme ou les organismes assumant l'une des attributions en matière de régulation concernant les questions visées à la présente section;
c) " installations essentielles de télécommunications " les installations d'un réseau et d'un service publics de transport des télécommunications qui :
i) qui sont fournies exclusivement ou essentiellement par un seul fournisseur ou un nombre limité de fournisseurs; ainsi que
ii) qu'il n'est pas possible de remplacer d'un point de vue économique ou technique pour fournir un service.
Aux fins de la présente section, on entend par :
a) " services de télécommunication " la transmission de signaux électromagnétiques - son, données, image et toute combinaison de ces éléments - à l'exclusion de la diffusion (La diffusion est définie comme étant la chaîne de transmission ininterrompue nécessaire pour la distribution au public des signaux de programmes télévisuels et radiophoniques, mais elle ne couva pas les liaisons de contribution entre les exploitants.); en conséquence, les engagements contractés dans ce secteur ne visent pas l'activité économique consistant à fournir un contenu par le biais de services de télécommunications; cette activité est assujettie aux engagements spécifiques contractés par les parties dans d'autres secteurs pertinents;
b) " instance de régulation " l'organisme ou les organismes assumant l'une des attributions en matière de régulation concernant les questions visées à la présente section;
c) " installations essentielles de télécommunications " les installations d'un réseau et d'un service publics de transport des télécommunications qui :
i) qui sont fournies exclusivement ou essentiellement par un seul fournisseur ou un nombre limité de fournisseurs; ainsi que
ii) qu'il n'est pas possible de remplacer d'un point de vue économique ou technique pour fournir un service.
Art. 110. Regelgevende autoriteit.
1. Regelgevende autoriteiten voor telecommunicatiediensten dienen van leveranciers van basistelecommunicatiediensten gescheiden te zijn van en mogen daaraan niet verantwoordingsplichtig zijn.
2. De besluiten die de regelgevende autoriteiten nemen en de procedures die zij toepassen zijn neutraal ten opzichte van alle marktdeelnemers.
3. Leveranciers die worden getroffen door een besluit van een regelgevende autoriteit hebben het recht tegen dat besluit in beroep te gaan.
1. Regelgevende autoriteiten voor telecommunicatiediensten dienen van leveranciers van basistelecommunicatiediensten gescheiden te zijn van en mogen daaraan niet verantwoordingsplichtig zijn.
2. De besluiten die de regelgevende autoriteiten nemen en de procedures die zij toepassen zijn neutraal ten opzichte van alle marktdeelnemers.
3. Leveranciers die worden getroffen door een besluit van een regelgevende autoriteit hebben het recht tegen dat besluit in beroep te gaan.
Art. 110. Instance de régulation.
1. L'instance de régulation des télécommunications est distincte de tout fournisseur de services de télécommunication de base et ne relève pas d'un tel fournisseur.
2. Les décisions des instances de régulation et les procédures auxquelles elles ont recours sont impartiales à l'égard de tous les participants sur le marché.
3. Un fournisseur lésé par la décision d'une instance de régulation a le droit de former un recours contre cette décision.
1. L'instance de régulation des télécommunications est distincte de tout fournisseur de services de télécommunication de base et ne relève pas d'un tel fournisseur.
2. Les décisions des instances de régulation et les procédures auxquelles elles ont recours sont impartiales à l'égard de tous les participants sur le marché.
3. Un fournisseur lésé par la décision d'une instance de régulation a le droit de former un recours contre cette décision.
Art. 111. Verlenen van diensten.
1. Indien een vergunning vereist is, worden de voorwaarden voor het verkrijgen van die vergunning openbaar gemaakt, evenals de termijn die gewoonlijk nodig is voor het nemen van een besluit betreffende een vergunningaanvraag.
2. Indien een vergunning vereist is, wordt aan aanvragers op verzoek medegedeeld om welke redenen een vergunning is geweigerd.
1. Indien een vergunning vereist is, worden de voorwaarden voor het verkrijgen van die vergunning openbaar gemaakt, evenals de termijn die gewoonlijk nodig is voor het nemen van een besluit betreffende een vergunningaanvraag.
2. Indien een vergunning vereist is, wordt aan aanvragers op verzoek medegedeeld om welke redenen een vergunning is geweigerd.
Art. 111. Prestations de services.
1. Si une licence est requise, les conditions de son obtention sont publiquement communiquées, de même que le délai nécessaire à l'adoption d'une décision concernant une demande de licence.
2. Si une licence est requise, les motifs du refus d'une licence sont communiqués au requérant sur demande.
1. Si une licence est requise, les conditions de son obtention sont publiquement communiquées, de même que le délai nécessaire à l'adoption d'une décision concernant une demande de licence.
2. Si une licence est requise, les motifs du refus d'une licence sont communiqués au requérant sur demande.
Art. 112. Grote leveranciers.
1. Een grote leverancier is een leverancier die de mogelijkheid heeft de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en levering betreft) op de relevante markt voor basistelecommunicatiediensten materieel te beïnvloeden ten gevolge van :
a) controle over essentiële faciliteiten; of
b) gebruik van zijn marktpositie.
2. Passende maatregelen zullen worden genomen om te voorkomen dat leveranciers die zelfstandig of gezamenlijk een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen.
3. De hierboven bedoelde concurrentiebeperkende praktijken zijn onder meer :
a) het toepassen van kruissubsidiëring op concurrentiebeperkende wijze;
b) het gebruiken van informatie van concurrenten op concurrentiebeperkende wijze;
c) het niet op tijdige wijze beschikbaar stellen aan andere dienstverleners van technische informatie over essentiële faciliteiten en commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.
1. Een grote leverancier is een leverancier die de mogelijkheid heeft de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en levering betreft) op de relevante markt voor basistelecommunicatiediensten materieel te beïnvloeden ten gevolge van :
a) controle over essentiële faciliteiten; of
b) gebruik van zijn marktpositie.
2. Passende maatregelen zullen worden genomen om te voorkomen dat leveranciers die zelfstandig of gezamenlijk een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen.
3. De hierboven bedoelde concurrentiebeperkende praktijken zijn onder meer :
a) het toepassen van kruissubsidiëring op concurrentiebeperkende wijze;
b) het gebruiken van informatie van concurrenten op concurrentiebeperkende wijze;
c) het niet op tijdige wijze beschikbaar stellen aan andere dienstverleners van technische informatie over essentiële faciliteiten en commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.
Art. 112. Fournisseurs principaux.
1. Un fournisseur principal est un fournisseur qui a la capacité d'influer matériellement sur les modalités de participation sur le plan des prix et de l'offre sur le marché concerné de services de télécommunications de base en raison :
a) du contrôle qu'il exerce sur des installations essentielles; ou
b) de l'usage de sa position sur le marché.
2. Des mesures appropriées seront appliquées en vue d'empêcher des fournisseurs qui, seuls ou ensemble, sont un fournisseur principal, d'adopter ou de maintenir des pratiques anticoncurrentielles.
3. Les pratiques anticoncurrentielles mentionnées ci-dessus consistent en particulier :
a) à pratiquer un subventionnement croisé anticoncurrentiel;
b) à utiliser des renseignements obtenus auprès de concurrents d'une manière qui donne des résultats anticoncurrentiels, et
c) à ne pas mettre à la disposition des autres fournisseurs de services en temps opportun les renseignements techniques sur les installations essentielles et les renseignements présentant un intérêt commercial qui leur sont nécessaires pour fournir des services.
1. Un fournisseur principal est un fournisseur qui a la capacité d'influer matériellement sur les modalités de participation sur le plan des prix et de l'offre sur le marché concerné de services de télécommunications de base en raison :
a) du contrôle qu'il exerce sur des installations essentielles; ou
b) de l'usage de sa position sur le marché.
2. Des mesures appropriées seront appliquées en vue d'empêcher des fournisseurs qui, seuls ou ensemble, sont un fournisseur principal, d'adopter ou de maintenir des pratiques anticoncurrentielles.
3. Les pratiques anticoncurrentielles mentionnées ci-dessus consistent en particulier :
a) à pratiquer un subventionnement croisé anticoncurrentiel;
b) à utiliser des renseignements obtenus auprès de concurrents d'une manière qui donne des résultats anticoncurrentiels, et
c) à ne pas mettre à la disposition des autres fournisseurs de services en temps opportun les renseignements techniques sur les installations essentielles et les renseignements présentant un intérêt commercial qui leur sont nécessaires pour fournir des services.
Art. 113. Interconnectie.
1. Deze afdeling heeft betrekking op de koppeling met leveranciers die publieke telecommunicatienetwerken of -diensten leveren teneinde het gebruikers van een leverancier mogelijk te maken te communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang te krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten.
2. Voor interconnectie met een grote leverancier moet worden gezorgd op elk technisch haalbaar punt in het netwerk. Dergelijke interconnectie moet worden geleverd :
a) op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, alsook met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten of voor soortgelijke diensten van niet-gelieerde dienstverleners of dochterondernemingen of andere gelieerde ondernemingen;
b) binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen en -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft;
c) op verzoek via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.
4. De procedures voor interconnectie met een grote leverancier moeten worden bekendgemaakt.
5. Grote leveranciers dienen interconnectieovereenkomsten aan te bieden aan de dienstverleners van de andere partij teneinde discriminatie tegen te gaan, en/of dienen referentie-interconnectieaanbiedingen tevoren bekend te maken, tenzij deze reeds publiekelijk beschikbaar zijn.
1. Deze afdeling heeft betrekking op de koppeling met leveranciers die publieke telecommunicatienetwerken of -diensten leveren teneinde het gebruikers van een leverancier mogelijk te maken te communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang te krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten.
2. Voor interconnectie met een grote leverancier moet worden gezorgd op elk technisch haalbaar punt in het netwerk. Dergelijke interconnectie moet worden geleverd :
a) op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, alsook met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten of voor soortgelijke diensten van niet-gelieerde dienstverleners of dochterondernemingen of andere gelieerde ondernemingen;
b) binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen en -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft;
c) op verzoek via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.
4. De procedures voor interconnectie met een grote leverancier moeten worden bekendgemaakt.
5. Grote leveranciers dienen interconnectieovereenkomsten aan te bieden aan de dienstverleners van de andere partij teneinde discriminatie tegen te gaan, en/of dienen referentie-interconnectieaanbiedingen tevoren bekend te maken, tenzij deze reeds publiekelijk beschikbaar zijn.
Art. 113. Interconnexion.
1. La présente section traite des liaisons avec les fournisseurs de réseaux ou services publics de transport des télécommunications permettant aux utilisateurs relevant d'un fournisseur de communiquer avec les utilisateurs relevant d'un autre fournisseur et d'avoir accès à des services fournis par un autre fournisseur.
2. L'interconnexion avec un fournisseur principal est assurée en tout point du réseau où cela est techniquement possible. L'interconnexion s'effectue :
a) suivant des modalités, à des conditions (y compris les normes et spécifications techniques), à des tarifs non discriminatoires et à une qualité qui n'est pas moins favorable que celle qui est prévue pour les services similaires dudit fournisseur ou pour les services similaires des fournisseurs de services non affiliés ou pour des filiales ou autres sociétés affiliées;
b) en temps opportun, suivant des modalités, à des conditions (y compris les normes et spécifications techniques) et moyennant des tarifs fondés sur les coûts qui soient transparents, raisonnables, compte tenu de la faisabilité économique, et suffisamment détaillés pour que le fournisseur n'ait pas à payer pour des éléments ou installations du réseau dont il n'a pas besoin pour le service à fournir; ainsi que
c) sur demande, en d'autres points que les points de terminaison du réseau accessibles à la majorité des utilisateurs, moyennant des tarifs qui reflètent le coût de la construction des installations additionnelles nécessaires.
4. Les procédures applicables pour une interconnexion avec un fournisseur principal sont rendues accessibles au public.
5. Les fournisseurs principaux mettent à la disposition des fournisseurs de services des parties des accords d'interconnexion en vue de garantir l'absence de discrimination et/ou publient à l'avance des offres d'interconnexion de référence, sauf s'ils sont déjà accessibles au public.
1. La présente section traite des liaisons avec les fournisseurs de réseaux ou services publics de transport des télécommunications permettant aux utilisateurs relevant d'un fournisseur de communiquer avec les utilisateurs relevant d'un autre fournisseur et d'avoir accès à des services fournis par un autre fournisseur.
2. L'interconnexion avec un fournisseur principal est assurée en tout point du réseau où cela est techniquement possible. L'interconnexion s'effectue :
a) suivant des modalités, à des conditions (y compris les normes et spécifications techniques), à des tarifs non discriminatoires et à une qualité qui n'est pas moins favorable que celle qui est prévue pour les services similaires dudit fournisseur ou pour les services similaires des fournisseurs de services non affiliés ou pour des filiales ou autres sociétés affiliées;
b) en temps opportun, suivant des modalités, à des conditions (y compris les normes et spécifications techniques) et moyennant des tarifs fondés sur les coûts qui soient transparents, raisonnables, compte tenu de la faisabilité économique, et suffisamment détaillés pour que le fournisseur n'ait pas à payer pour des éléments ou installations du réseau dont il n'a pas besoin pour le service à fournir; ainsi que
c) sur demande, en d'autres points que les points de terminaison du réseau accessibles à la majorité des utilisateurs, moyennant des tarifs qui reflètent le coût de la construction des installations additionnelles nécessaires.
4. Les procédures applicables pour une interconnexion avec un fournisseur principal sont rendues accessibles au public.
5. Les fournisseurs principaux mettent à la disposition des fournisseurs de services des parties des accords d'interconnexion en vue de garantir l'absence de discrimination et/ou publient à l'avance des offres d'interconnexion de référence, sauf s'ils sont déjà accessibles au public.
Art. 114. Schaarse middelen.
Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op objectieve, tijdige, transparante en niet-discriminerende wijze.
Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op objectieve, tijdige, transparante en niet-discriminerende wijze.
Art. 114. Ressources limitées.
Toutes les procédures concernant l'attribution et l'utilisation des ressources limitées, y compris les fréquences, les numéros et les droits de passage, sont mises en oeuvre de manière objective, opportune, transparente et non discriminatoire.
Toutes les procédures concernant l'attribution et l'utilisation des ressources limitées, y compris les fréquences, les numéros et les droits de passage, sont mises en oeuvre de manière objective, opportune, transparente et non discriminatoire.
Art. 115. Universele dienstverlening.
1. Iedere partij heeft het recht vast te stellen welke universele dienstverplichtingen zij wenst te handhaven.
2. De bepalingen inzake universele dienstverlening dienen transparant, objectief en niet-discriminerend te zijn. Deze bepalingen dienen voorts concurrentieneutraal te zijn en niet belastender dan nodig is.
1. Iedere partij heeft het recht vast te stellen welke universele dienstverplichtingen zij wenst te handhaven.
2. De bepalingen inzake universele dienstverlening dienen transparant, objectief en niet-discriminerend te zijn. Deze bepalingen dienen voorts concurrentieneutraal te zijn en niet belastender dan nodig is.
Art. 115. Service universel.
1. Chaque partie a le droit de définir le type d'obligations en matière de service universel qu'elle souhaite maintenir.
2. Les dispositions régissant le service universel doivent être transparentes, objectives et non discriminatoires. Elles doivent également être neutres sur le plan de la concurrence et ne pas imposer plus de charges que nécessaire.
1. Chaque partie a le droit de définir le type d'obligations en matière de service universel qu'elle souhaite maintenir.
2. Les dispositions régissant le service universel doivent être transparentes, objectives et non discriminatoires. Elles doivent également être neutres sur le plan de la concurrence et ne pas imposer plus de charges que nécessaire.
HOOFDSTUK II. - FINANCIELE DIENSTEN.
CHAPITRE II. - SERVICES FINANCIERS.
Art. 116. Toepassingsgebied.
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op door de partijen vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in financiële diensten.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de handel in financiële diensten omschreven als het verlenen van een financiële dienst in de volgende vormen :
a) vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);
b) op het grondgebied van een partij ten behoeve van een afnemer van een financiële dienst van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);
c) door een verlener van financiële diensten van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 3);
d) door een verlener van financiële diensten van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 4).
3. Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die onderwerp zijn van titel IV van dit deel.
4. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies. De partijen onderzoeken de kwestie van disciplines die van toepassing zijn op subsidies met betrekking tot de handel in financiële diensten, teneinde de krachtens artikel XV van de GATS overeengekomen disciplines in deze overeenkomst op te nemen.
5. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op :
i) activiteiten van een centrale bank, een monetaire autoriteit of een andere openbare instantie ten behoeve van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid;
ii) activiteiten in het kader van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of algemene ouderdomsvoorziening;
iii) andere door een openbare instantie voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van de financiële middelen van de overheid ondernomen activiteiten.
6. Wanneer een partij toestaat dat een in lid 5, onder ii) of iii), genoemde activiteit door haar verleners van financiële diensten in concurrentie met een openbare instantie of een verlener van financiële diensten wordt verricht, is dit hoofdstuk van toepassing op die activiteiten.
1. Dit hoofdstuk is van toepassing op door de partijen vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in financiële diensten.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de handel in financiële diensten omschreven als het verlenen van een financiële dienst in de volgende vormen :
a) vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);
b) op het grondgebied van een partij ten behoeve van een afnemer van een financiële dienst van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);
c) door een verlener van financiële diensten van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 3);
d) door een verlener van financiële diensten van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 4).
3. Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die onderwerp zijn van titel IV van dit deel.
4. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies. De partijen onderzoeken de kwestie van disciplines die van toepassing zijn op subsidies met betrekking tot de handel in financiële diensten, teneinde de krachtens artikel XV van de GATS overeengekomen disciplines in deze overeenkomst op te nemen.
5. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op :
i) activiteiten van een centrale bank, een monetaire autoriteit of een andere openbare instantie ten behoeve van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid;
ii) activiteiten in het kader van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of algemene ouderdomsvoorziening;
iii) andere door een openbare instantie voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van de financiële middelen van de overheid ondernomen activiteiten.
6. Wanneer een partij toestaat dat een in lid 5, onder ii) of iii), genoemde activiteit door haar verleners van financiële diensten in concurrentie met een openbare instantie of een verlener van financiële diensten wordt verricht, is dit hoofdstuk van toepassing op die activiteiten.
Art. 116. Portée.
1. Le présent chapitre s'applique aux mesures adaptées ou maintenues par les parties en matière de services financiers.
2. Aux fins du présent chapitre, le commerce de services financiers est défini comme étant la fourniture d'un service selon les modes suivants :
a) en provenance du territoire d'une partie à destination du territoire de l'autre partie (mode 1);
b) sur le territoire d'une partie a l'intention d'un consommateur de services financiers de l'autre partie (mode 2);
c) par un fournisseur de services financiers d'une partie, grâce à une présence commerciale sur le territoire de l'autre partie (mode 3);
d) par un fournisseur de services financiers d'une partie, grâce à la présence de personnes physiques sur le territoire de l'autre partie (mode 4).
3. Aucune disposition du présent chapitre ne doit être interprétée comme imposant une obligation en matière de marchés publics, qui relèvent du titre IV de la présente partie.
4. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux subventions accordées par les parties. Les parties réexaminent la question des disciplines applicables aux subventions liées au commerce de services financiers afin d'intégrer au présent accord les disciplines convenues dans le cadre de l'article XV du GATS.
5. Le présent chapitre ne s'applique pas :
i) activités menées par une banque centrale ou une autorité monétaire ou par toute autre entité publique dans l'application de la politique monétaire ou de la politique de taux de change;
ii) activités faisant partie d'un régime de sécurité sociale institué par la loi ou de plans de retraite publics; et
iii) autres activités menées par une entité publique pour le compte ou avec la garantie de l'Etat ou en utilisant les ressources financières de l'Etat.
6. Aux fins du paragraphe 5, si une partie autorise qu'une activité visée au paragraphe 5, alinéa ii) ou iii) soit menée par ses fournisseurs de services financiers en concurrence avec une entité publique ou un fournisseur de services financiers, le présent chapitre s'applique à une telle activité.
1. Le présent chapitre s'applique aux mesures adaptées ou maintenues par les parties en matière de services financiers.
2. Aux fins du présent chapitre, le commerce de services financiers est défini comme étant la fourniture d'un service selon les modes suivants :
a) en provenance du territoire d'une partie à destination du territoire de l'autre partie (mode 1);
b) sur le territoire d'une partie a l'intention d'un consommateur de services financiers de l'autre partie (mode 2);
c) par un fournisseur de services financiers d'une partie, grâce à une présence commerciale sur le territoire de l'autre partie (mode 3);
d) par un fournisseur de services financiers d'une partie, grâce à la présence de personnes physiques sur le territoire de l'autre partie (mode 4).
3. Aucune disposition du présent chapitre ne doit être interprétée comme imposant une obligation en matière de marchés publics, qui relèvent du titre IV de la présente partie.
4. Les dispositions du présent chapitre ne s'appliquent pas aux subventions accordées par les parties. Les parties réexaminent la question des disciplines applicables aux subventions liées au commerce de services financiers afin d'intégrer au présent accord les disciplines convenues dans le cadre de l'article XV du GATS.
5. Le présent chapitre ne s'applique pas :
i) activités menées par une banque centrale ou une autorité monétaire ou par toute autre entité publique dans l'application de la politique monétaire ou de la politique de taux de change;
ii) activités faisant partie d'un régime de sécurité sociale institué par la loi ou de plans de retraite publics; et
iii) autres activités menées par une entité publique pour le compte ou avec la garantie de l'Etat ou en utilisant les ressources financières de l'Etat.
6. Aux fins du paragraphe 5, si une partie autorise qu'une activité visée au paragraphe 5, alinéa ii) ou iii) soit menée par ses fournisseurs de services financiers en concurrence avec une entité publique ou un fournisseur de services financiers, le présent chapitre s'applique à une telle activité.
Art. 117. Definities.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1) " maatregel " : elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
2) " door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen " : maatregelen genomen door :
i) centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten;
ii) niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
3) " verlener van financiële diensten " : een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;
4) " openbare instantie " :
i) een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of
ii) een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;
5) " commerciële aanwezigheid " : elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, onder meer door middel van :
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging
op het grondgebied van een partij met als doel een financiële dienst te verlenen;
6) " rechtspersoon " : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
7) " rechtspersoon van een partij " : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
8) " natuurlijke persoon " : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
9) " financiële dienst " : elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten van een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten :
Verzekeringen en daarmee verband houdende diensten :
i) directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering) :
A) levensverzekering;
B) schadeverzekering;
ii) herverzekering en retrocessie;
iii) verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap;
iv) ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims.
Bancaire en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen) :
v) aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
vi) alle soorten leningen, waaronder consumptieve en hypothecaire kredieten, factoring en financiering van commerciële transacties;
vii) financiële leasing;
viii) alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
ix) garanties en verbintenissen;
x) transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de markt van niet-genoteerde fondsen of anderszins, ten aanzien van :
A) geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
B) deviezen;
C) derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;
D) wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en forward rate agreements;
E) verhandelbare effecten;
F) andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van edelmetaal;
xi) deelneming in de uitgifte van alle soorten waardepapieren, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (publiek dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;
xii) financiële bemiddeling;
xiii) beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
xiv) betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van waardepapieren, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
xv) verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software door verleners van andere financiële diensten;
xvi) advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder v) tot en met xv) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;
10) " nieuwe financiële dienst " : een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1) " maatregel " : elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
2) " door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen " : maatregelen genomen door :
i) centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten;
ii) niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
3) " verlener van financiële diensten " : een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;
4) " openbare instantie " :
i) een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of
ii) een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;
5) " commerciële aanwezigheid " : elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, onder meer door middel van :
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging
op het grondgebied van een partij met als doel een financiële dienst te verlenen;
6) " rechtspersoon " : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
7) " rechtspersoon van een partij " : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
8) " natuurlijke persoon " : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
9) " financiële dienst " : elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten van een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten :
Verzekeringen en daarmee verband houdende diensten :
i) directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering) :
A) levensverzekering;
B) schadeverzekering;
ii) herverzekering en retrocessie;
iii) verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap;
iv) ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims.
Bancaire en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen) :
v) aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
vi) alle soorten leningen, waaronder consumptieve en hypothecaire kredieten, factoring en financiering van commerciële transacties;
vii) financiële leasing;
viii) alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
ix) garanties en verbintenissen;
x) transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de markt van niet-genoteerde fondsen of anderszins, ten aanzien van :
A) geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
B) deviezen;
C) derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;
D) wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en forward rate agreements;
E) verhandelbare effecten;
F) andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van edelmetaal;
xi) deelneming in de uitgifte van alle soorten waardepapieren, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (publiek dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;
xii) financiële bemiddeling;
xiii) beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
xiv) betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van waardepapieren, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
xv) verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software door verleners van andere financiële diensten;
xvi) advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder v) tot en met xv) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;
10) " nieuwe financiële dienst " : een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.
Art. 117. Définitions.
Aux fins du présent chapitre, on entend par :
1) " mesure " toute mesure prise par une partie, que ce soit sous forme de loi, de réglementation, de règle, de procédure, de décision, de décision administrative, ou sous toute autre forme;
2) " mesures adoptées ou maintenues par une partie " les mesures prises par :
i) des gouvernements et administrations centraux, régionaux ou locaux, et
ii) des organismes non gouvernementaux lorsqu'ils exercent des pouvoirs délégués par des gouvernements ou administrations centraux, régionaux ou locaux;
3) " fournisseur de services financiers " toute personne physique ou morale qui souhaite fournir ou qui fournit des services financiers, mais l'expression " fournisseur de services financiers " ne comprend pas les entités publiques;
4) on entend par " entité publique " :
i) des pouvoirs publics, une banque centrale ou une autorité monétaire d'une partie, ou une entité détenue ou contrôlée par une partie, qui sont principalement chargés de l'exécution de fonctions publiques ou d'activités de service public, à l'exclusion de toute entité consistant principalement à fournir des services financiers à des conditions commerciales; ou
ii) une entité privée, s'acquittant de fonctions dont s'acquitte normalement une banque centrale ou une autorité monétaire, lorsqu'elle exerce ces fonctions;
5) " présence commerciale " tout type d'établissement commercial ou professionnel, y compris par :
i) la constitution, l'acquisition ou le maintien d'une personne morale, ou
ii) de la création ou du maintien d'une succursale ou d'un bureau de représentation, sur le territoire d'une partie en vue de la fourniture d'un service financier;
6) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
7) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili.
Si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne respectivement, sauf si elle est engagée dans des opérations commerciales importantes sur le territoire de la Communauté ou du Chili respectivement;
8) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives;
9) " service financier " tout service de caractère financier offert par un fournisseur de services financiers d'une partie. Les services financiers comprennent les activités ci-après :
Services d'assurance et services connexes.
i) assurance directe (y compris la coassurance) :
A) sur la vie.
B) autre que sur la vie.
ii) réassurance et rétrocession;
iii) intermédiation en assurance, par exemple activités de courtage et d'agence;
iv) services auxiliaires de l'assurance, par exemple service de consultation, service actuariel, service d'évaluation du risque et service de liquidation des sinistres.
Services bancaires et autres services financiers (à l'exclusion de l'assurance).
v) Acceptation de dépôts et d'autres fonds remboursables du public;
vi) prêts de tous types, y compris crédit à la consommation, crédit hypothécaire, affacturage et financement de transactions commerciales;
vii) crédit-bail financier;
viii) tous services de règlement et de transferts monétaires, y compris cartes de crédit, de paiement et similaires, chèques de voyage et traites;
ix) garanties et engagements;
x) opérations pour compte propre ou pour compte de clients, que ce soit dans une bourse, sur un marché hors cote ou autre, sur :
A) des instruments du marché monétaire, y compris chèques, effets, certificats de dépôt;
B) devises;
C) des produits dérivés, y compris, mais non exclusivement, des instruments à terme et des options;
D) des instruments du marché des changes et du marché monétaire, y compris swaps, accords de taux à terme;
E) des valeurs mobilières transférables;
F)d'autres instruments et actifs financiers négociables, y compris métal;
xi) la participation à des émissions de titres de toute nature, notamment la souscription, les placements (privés ou publics) en qualité d'agent et la prestation des services se rapportant à ces émissions;
xii) courtage monétaire;
xiii) la gestion d'actifs, par exemple gestion de trésorerie ou de portefeuille, toutes formes d'investissement collectif, gestion de fonds de pension, services de garde, services de dépositaire et services fiduciaires;
xiv) les services de règlement et de compensation afférents à des actifs financiers, y compris valeurs mobilières, produits dérivés et autres instruments négociables;
xv) la fourniture et le transfert d'informations financières, et le traitement de données financières et de logiciels y relatifs, par les fournisseurs d'autres services financiers;
xvi) les services de conseil, d'intermédiation et autres services financiers auxiliaires de toutes les activités énumérées aux alinéas v) à xv), y compris cote de crédit et analyse financière, recherche et conseil en investissements et en placements, et conseil en matière d'acquisitions, de restructurations et de stratégies d'entreprises;
10) " nouveau service financier " un service de caractère financier, y compris tout service lié à des produits existants et à de nouveaux produits ou la manière dont un produit est livré, qui n'est pas fourni par un fournisseur de services financiers sur le territoire d'une partie, mais qui est fourni sur le territoire de l'autre partie.
Aux fins du présent chapitre, on entend par :
1) " mesure " toute mesure prise par une partie, que ce soit sous forme de loi, de réglementation, de règle, de procédure, de décision, de décision administrative, ou sous toute autre forme;
2) " mesures adoptées ou maintenues par une partie " les mesures prises par :
i) des gouvernements et administrations centraux, régionaux ou locaux, et
ii) des organismes non gouvernementaux lorsqu'ils exercent des pouvoirs délégués par des gouvernements ou administrations centraux, régionaux ou locaux;
3) " fournisseur de services financiers " toute personne physique ou morale qui souhaite fournir ou qui fournit des services financiers, mais l'expression " fournisseur de services financiers " ne comprend pas les entités publiques;
4) on entend par " entité publique " :
i) des pouvoirs publics, une banque centrale ou une autorité monétaire d'une partie, ou une entité détenue ou contrôlée par une partie, qui sont principalement chargés de l'exécution de fonctions publiques ou d'activités de service public, à l'exclusion de toute entité consistant principalement à fournir des services financiers à des conditions commerciales; ou
ii) une entité privée, s'acquittant de fonctions dont s'acquitte normalement une banque centrale ou une autorité monétaire, lorsqu'elle exerce ces fonctions;
5) " présence commerciale " tout type d'établissement commercial ou professionnel, y compris par :
i) la constitution, l'acquisition ou le maintien d'une personne morale, ou
ii) de la création ou du maintien d'une succursale ou d'un bureau de représentation, sur le territoire d'une partie en vue de la fourniture d'un service financier;
6) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
7) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili.
Si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne respectivement, sauf si elle est engagée dans des opérations commerciales importantes sur le territoire de la Communauté ou du Chili respectivement;
8) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives;
9) " service financier " tout service de caractère financier offert par un fournisseur de services financiers d'une partie. Les services financiers comprennent les activités ci-après :
Services d'assurance et services connexes.
i) assurance directe (y compris la coassurance) :
A) sur la vie.
B) autre que sur la vie.
ii) réassurance et rétrocession;
iii) intermédiation en assurance, par exemple activités de courtage et d'agence;
iv) services auxiliaires de l'assurance, par exemple service de consultation, service actuariel, service d'évaluation du risque et service de liquidation des sinistres.
Services bancaires et autres services financiers (à l'exclusion de l'assurance).
v) Acceptation de dépôts et d'autres fonds remboursables du public;
vi) prêts de tous types, y compris crédit à la consommation, crédit hypothécaire, affacturage et financement de transactions commerciales;
vii) crédit-bail financier;
viii) tous services de règlement et de transferts monétaires, y compris cartes de crédit, de paiement et similaires, chèques de voyage et traites;
ix) garanties et engagements;
x) opérations pour compte propre ou pour compte de clients, que ce soit dans une bourse, sur un marché hors cote ou autre, sur :
A) des instruments du marché monétaire, y compris chèques, effets, certificats de dépôt;
B) devises;
C) des produits dérivés, y compris, mais non exclusivement, des instruments à terme et des options;
D) des instruments du marché des changes et du marché monétaire, y compris swaps, accords de taux à terme;
E) des valeurs mobilières transférables;
F)d'autres instruments et actifs financiers négociables, y compris métal;
xi) la participation à des émissions de titres de toute nature, notamment la souscription, les placements (privés ou publics) en qualité d'agent et la prestation des services se rapportant à ces émissions;
xii) courtage monétaire;
xiii) la gestion d'actifs, par exemple gestion de trésorerie ou de portefeuille, toutes formes d'investissement collectif, gestion de fonds de pension, services de garde, services de dépositaire et services fiduciaires;
xiv) les services de règlement et de compensation afférents à des actifs financiers, y compris valeurs mobilières, produits dérivés et autres instruments négociables;
xv) la fourniture et le transfert d'informations financières, et le traitement de données financières et de logiciels y relatifs, par les fournisseurs d'autres services financiers;
xvi) les services de conseil, d'intermédiation et autres services financiers auxiliaires de toutes les activités énumérées aux alinéas v) à xv), y compris cote de crédit et analyse financière, recherche et conseil en investissements et en placements, et conseil en matière d'acquisitions, de restructurations et de stratégies d'entreprises;
10) " nouveau service financier " un service de caractère financier, y compris tout service lié à des produits existants et à de nouveaux produits ou la manière dont un produit est livré, qui n'est pas fourni par un fournisseur de services financiers sur le territoire d'une partie, mais qui est fourni sur le territoire de l'autre partie.
Art. 118. Markttoegang.
1. Ten aanzien van de markttoegang voor de in artikel 116 genoemde vormen van dienstverlening geeft elke partij financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de lijst van specifieke verbintenissen van dat lid als bedoeld in artikel 120.
2. In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, mogen door een partij de volgende maatregelen niet worden genomen of gehandhaafd, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor haar gehele grondgebied, tenzij in haar lijst van specifieke verbintenissen anders is bepaald :
a) beperking van het aantal verleners van financiële diensten door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
b) beperkingen op de totale waarde van de verleende financiële diensten of de activa in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische noodzaak;
c) beperking van het totale aantal financiële dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten uitgedrukt in numerieke eenheden, door middel van quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak (Lid 2, onder c, is niet van toepassing op maatregelen van een partij waarbij beperkingen worden ingesteld op inputs voor de levering van financiële diensten.);
d) beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde financiële dienstensector werkzaam mag zijn of dat een verlener van financiële diensten in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en rechtstreeks betrokken zijn bij de levering van een specifieke financiële dienst, door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
e) maatregelen die het verlenen van financiële diensten door een verlener van financiële diensten van de andere partij tot bepaalde rechtsvormen of joint ventures beperken;
f) beperking van de hoeveelheid buitenlands kapitaal door middel van een maximumpercentage voor buitenlandse participaties of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.
1. Ten aanzien van de markttoegang voor de in artikel 116 genoemde vormen van dienstverlening geeft elke partij financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de lijst van specifieke verbintenissen van dat lid als bedoeld in artikel 120.
2. In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, mogen door een partij de volgende maatregelen niet worden genomen of gehandhaafd, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor haar gehele grondgebied, tenzij in haar lijst van specifieke verbintenissen anders is bepaald :
a) beperking van het aantal verleners van financiële diensten door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
b) beperkingen op de totale waarde van de verleende financiële diensten of de activa in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische noodzaak;
c) beperking van het totale aantal financiële dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten uitgedrukt in numerieke eenheden, door middel van quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak (Lid 2, onder c, is niet van toepassing op maatregelen van een partij waarbij beperkingen worden ingesteld op inputs voor de levering van financiële diensten.);
d) beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde financiële dienstensector werkzaam mag zijn of dat een verlener van financiële diensten in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en rechtstreeks betrokken zijn bij de levering van een specifieke financiële dienst, door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;
e) maatregelen die het verlenen van financiële diensten door een verlener van financiële diensten van de andere partij tot bepaalde rechtsvormen of joint ventures beperken;
f) beperking van de hoeveelheid buitenlands kapitaal door middel van een maximumpercentage voor buitenlandse participaties of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.
Art. 118. Accès au marché.
1. En ce qui concerne l'accès aux marchés suivant les modes de fourniture définis à l'article 116, chaque partie accorde aux services et aux fournisseurs de services de l'autre partie un traitement qui n'est pas moins favorable que celui qui est prévu en application des modalités, limitations et conditions convenues et spécifiées à l'article 120.
2. Dans les secteurs où des engagements en matière d'accès aux marchés sont contractés, les mesures qu'une partie ne maintient pas, ni n'adopte, que ce soit au niveau d'une subdivision régionale ou au niveau de l'ensemble de son territoire, à moins qu'il ne soit spécifié autrement dans sa liste, se défroissent comme suit :
a) limitations concernant le nombre de fournisseurs de services financiers, que ce soit sous forme de contingents numériques, de monopoles, de fournisseurs exclusifs de services ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
b) limitations concernant la valeur totale des transactions ou avoirs en rapport avec les services financiers, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
c) limitations concernant le nombre total d'opérations de services financiers ou la quantité totale de services produits, exprimées en unités numériques déterminées, sous forme de contingents ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques (Le paragraphe 2c) ne couvre pas les mesures d'une partie qui limitent les intrants servant à la fourniture de services financiers.);
d) limitations concernant le nombre total de personnes physiques qui peuvent être employées dans un secteur de service financier particulier, ou qu'un fournisseur de services financiers peut employer et qui sont nécessaires pour la fourniture d'un service financier spécifique, et s'en occupent directement, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
e) mesures qui restreignent ou prescrivent des types spécifiques d'entité juridique ou de coentreprises par l'intermédiaire desquels un fournisseur de services financiers de l'autre partie peut fournir un service financier, ainsi que
f)limitations concernant la participation de capital étranger, exprimées sous forme d'une limite maximale en pourcentage de la détention d'actions par des étrangers, ou concernant la valeur totale d'investissements étrangers particuliers ou des investissements étrangers globaux.
1. En ce qui concerne l'accès aux marchés suivant les modes de fourniture définis à l'article 116, chaque partie accorde aux services et aux fournisseurs de services de l'autre partie un traitement qui n'est pas moins favorable que celui qui est prévu en application des modalités, limitations et conditions convenues et spécifiées à l'article 120.
2. Dans les secteurs où des engagements en matière d'accès aux marchés sont contractés, les mesures qu'une partie ne maintient pas, ni n'adopte, que ce soit au niveau d'une subdivision régionale ou au niveau de l'ensemble de son territoire, à moins qu'il ne soit spécifié autrement dans sa liste, se défroissent comme suit :
a) limitations concernant le nombre de fournisseurs de services financiers, que ce soit sous forme de contingents numériques, de monopoles, de fournisseurs exclusifs de services ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
b) limitations concernant la valeur totale des transactions ou avoirs en rapport avec les services financiers, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
c) limitations concernant le nombre total d'opérations de services financiers ou la quantité totale de services produits, exprimées en unités numériques déterminées, sous forme de contingents ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques (Le paragraphe 2c) ne couvre pas les mesures d'une partie qui limitent les intrants servant à la fourniture de services financiers.);
d) limitations concernant le nombre total de personnes physiques qui peuvent être employées dans un secteur de service financier particulier, ou qu'un fournisseur de services financiers peut employer et qui sont nécessaires pour la fourniture d'un service financier spécifique, et s'en occupent directement, sous forme de contingents numériques ou de l'exigence d'un examen des besoins économiques;
e) mesures qui restreignent ou prescrivent des types spécifiques d'entité juridique ou de coentreprises par l'intermédiaire desquels un fournisseur de services financiers de l'autre partie peut fournir un service financier, ainsi que
f)limitations concernant la participation de capital étranger, exprimées sous forme d'une limite maximale en pourcentage de la détention d'actions par des étrangers, ou concernant la valeur totale d'investissements étrangers particuliers ou des investissements étrangers globaux.
Art. 119. Nationale behandeling.
1. In de sectoren die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de verlening van financiële diensten, financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke financiële diensten en verleners van financiële diensten (Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan mogen niet zodanig worden geïnterpreteerd dat de partijen verplicht zijn compensatie te bieden voor alle inherente concurrentienadelen die het gevolg zijn van de buitenlandse aard van de desbetreffende financiële diensten of verleners van financiële diensten.).
2. De partijen kunnen aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan hun eigen financiële diensten en verleners van financiële diensten toekennen.
3. Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van financiële diensten of verleners van financiële diensten van de betrokken partij in vergelijking met soortgelijke financiële diensten of verleners van financiële diensten van de andere partij.
1. In de sectoren die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de verlening van financiële diensten, financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke financiële diensten en verleners van financiële diensten (Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan mogen niet zodanig worden geïnterpreteerd dat de partijen verplicht zijn compensatie te bieden voor alle inherente concurrentienadelen die het gevolg zijn van de buitenlandse aard van de desbetreffende financiële diensten of verleners van financiële diensten.).
2. De partijen kunnen aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan hun eigen financiële diensten en verleners van financiële diensten toekennen.
3. Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van financiële diensten of verleners van financiële diensten van de betrokken partij in vergelijking met soortgelijke financiële diensten of verleners van financiële diensten van de andere partij.
Art. 119. Traitement national.
1. Dans les secteurs inscrits dans sa liste, et compte tenu des conditions et restrictions qui y sont indiquées, chaque partie accorde aux services financiers et aux fournisseurs de services financiers de l'autre partie, en ce qui concerne toutes les mesures affectant la fourniture de services, un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres services financiers similaires et à ses propres fournisseurs de services financiers similaires (Les engagements spécifiques contractés en vertu du présent article ne seront pas interprétés comme obligeant les parties à compenser tous désavantages concurrentiels intrinsèques qui résultent du caractère étranger des services financiers ou des fournisseurs de services financiers pertinents.).
2. Une partie peut satisfaire à la prescription du paragraphe 1 en accordant aux services financiers et aux fournisseurs de services financiers de l'autre partie, soit un traitement formellement identique à celui qu'elle accorde à ses propres services financiers similaires et à ses propres fournisseurs de services financiers similaires, soit un traitement formellement différent.
3. Un traitement formellement identique ou formellement différent est considéré comme étant moins favorable s'il modifie les conditions de concurrence en faveur des services financiers ou des fournisseurs de services financiers d'une partie par rapport aux services financiers similaires ou aux fournisseurs de services financiers similaires de l'autre partie.
1. Dans les secteurs inscrits dans sa liste, et compte tenu des conditions et restrictions qui y sont indiquées, chaque partie accorde aux services financiers et aux fournisseurs de services financiers de l'autre partie, en ce qui concerne toutes les mesures affectant la fourniture de services, un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres services financiers similaires et à ses propres fournisseurs de services financiers similaires (Les engagements spécifiques contractés en vertu du présent article ne seront pas interprétés comme obligeant les parties à compenser tous désavantages concurrentiels intrinsèques qui résultent du caractère étranger des services financiers ou des fournisseurs de services financiers pertinents.).
2. Une partie peut satisfaire à la prescription du paragraphe 1 en accordant aux services financiers et aux fournisseurs de services financiers de l'autre partie, soit un traitement formellement identique à celui qu'elle accorde à ses propres services financiers similaires et à ses propres fournisseurs de services financiers similaires, soit un traitement formellement différent.
3. Un traitement formellement identique ou formellement différent est considéré comme étant moins favorable s'il modifie les conditions de concurrence en faveur des services financiers ou des fournisseurs de services financiers d'une partie par rapport aux services financiers similaires ou aux fournisseurs de services financiers similaires de l'autre partie.
Art. 120. Lijst van specifieke verbintenissen.
1. De specifieke verbintenissen die iedere partij aangaat met betrekking tot de artikelen 118 en 119 worden opgenomen in de lijst in bijlage VIII. Voor de sectoren waarvoor deze verbintenissen worden aangegaan, vermeldt iedere lijst :
a) de voorwaarden en beperkingen voor de markttoegang;
b) de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;
c) verplichtingen in verband met de bijkomende verbintenissen bedoeld in lid 3;
d) indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen en de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.
2. Maatregelen die zowel met artikel 118 als met artikel 119 strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel 118. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel 119 beschouwd.
3. Indien een partij een specifieke verbintenis aangaat met betrekking tot maatregelen die van invloed zijn op de handel in financiële diensten, doch die niet op grond van de artikelen 118 en 98 in de lijst opgenomen dienen te worden, neemt zij deze verbintenissen in haar lijst op als bijkomende verbintenis.
1. De specifieke verbintenissen die iedere partij aangaat met betrekking tot de artikelen 118 en 119 worden opgenomen in de lijst in bijlage VIII. Voor de sectoren waarvoor deze verbintenissen worden aangegaan, vermeldt iedere lijst :
a) de voorwaarden en beperkingen voor de markttoegang;
b) de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;
c) verplichtingen in verband met de bijkomende verbintenissen bedoeld in lid 3;
d) indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen en de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.
2. Maatregelen die zowel met artikel 118 als met artikel 119 strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel 118. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel 119 beschouwd.
3. Indien een partij een specifieke verbintenis aangaat met betrekking tot maatregelen die van invloed zijn op de handel in financiële diensten, doch die niet op grond van de artikelen 118 en 98 in de lijst opgenomen dienen te worden, neemt zij deze verbintenissen in haar lijst op als bijkomende verbintenis.
Art. 120. Liste d'engagements spécifiques.
1. Les engagements spécifiques contractés par chaque partie en vertu des articles 118 et 119 sont définis dans la liste figurant à l'annexe VIII. En ce qui concerne les secteurs pour lesquels ces engagements sont contractés, chaque liste précise :
a) les modalités, limitations et conditions concernant l'accès aux marchés;
b) les conditions et restrictions concernant le traitement national;
c) les accords relatifs aux engagements additionnels visés au paragraphe 3;
d) s'il y a lieu, le délai de mise en oeuvre de tels engagements et la date de leur entrée en vigueur.
2. Les mesures incompatibles avec les deux articles 118 et 119 sont inscrites dans la colonne relative à l'article 118. Dans ce cas, l'inscription est considérée comme introduisant une condition ou une restriction concernant également l'article 119.
3. Si une partie contracte des engagements spécifiques relatifs à des mesures touchant au commerce de services financiers qui ne sont pas assujettis à l'obligation d'établir une liste conformément aux articles 118 et 119, ces engagements sont inscrits dans sa liste au titre d'engagements additionnels.
1. Les engagements spécifiques contractés par chaque partie en vertu des articles 118 et 119 sont définis dans la liste figurant à l'annexe VIII. En ce qui concerne les secteurs pour lesquels ces engagements sont contractés, chaque liste précise :
a) les modalités, limitations et conditions concernant l'accès aux marchés;
b) les conditions et restrictions concernant le traitement national;
c) les accords relatifs aux engagements additionnels visés au paragraphe 3;
d) s'il y a lieu, le délai de mise en oeuvre de tels engagements et la date de leur entrée en vigueur.
2. Les mesures incompatibles avec les deux articles 118 et 119 sont inscrites dans la colonne relative à l'article 118. Dans ce cas, l'inscription est considérée comme introduisant une condition ou une restriction concernant également l'article 119.
3. Si une partie contracte des engagements spécifiques relatifs à des mesures touchant au commerce de services financiers qui ne sont pas assujettis à l'obligation d'établir une liste conformément aux articles 118 et 119, ces engagements sont inscrits dans sa liste au titre d'engagements additionnels.
Art. 121. Nieuwe financiële diensten.
1. Elke partij staat verleners van financiële diensten van de andere partij die op haar grondgebied zijn gevestigd toe op haar grondgebied nieuwe financiële diensten aan te bieden die onder de in haar lijst van specifieke verbintenissen opgenomen subsectoren en financiële diensten vallen, op de voorwaarden en met inachtneming van de beperkingen en kwalificaties die in die lijst zijn vermeld, mits voor de invoering van die nieuwe financiële diensten geen wetswijziging of nieuwe wet vereist is.
2. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken financiële dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een dergelijke vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend om prudentiële redenen worden geweigerd.
1. Elke partij staat verleners van financiële diensten van de andere partij die op haar grondgebied zijn gevestigd toe op haar grondgebied nieuwe financiële diensten aan te bieden die onder de in haar lijst van specifieke verbintenissen opgenomen subsectoren en financiële diensten vallen, op de voorwaarden en met inachtneming van de beperkingen en kwalificaties die in die lijst zijn vermeld, mits voor de invoering van die nieuwe financiële diensten geen wetswijziging of nieuwe wet vereist is.
2. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken financiële dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een dergelijke vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend om prudentiële redenen worden geweigerd.
Art. 121. Nouveaux services financiers.
1. Une partie autorise les fournisseurs de services financiers de l'autre partie établis sur son territoire à proposer sur son territoire de nouveaux services financiers qui entrent dans le champ d'application des sous-secteurs et des services financiers faisant l'objet d'engagements dans le cadre de sa liste et assujettis aux conditions et aux restrictions prévues par cette liste, pour autant que l'introduction de ces nouveaux services financiers ne rende pas nécessaire l'adoption d'une nouvelle législation ou la modification d'une législation existante.
2. Une partie peut définir la forme juridique sous laquelle le service est fourni et peut imposer une autorisation pour la fourniture du service financier. Lorsqu'une autorisation est requise, une décision est prise dans un délai raisonnable et l'autorisation ne peut être refusée que pour des raisons prudentielles.
1. Une partie autorise les fournisseurs de services financiers de l'autre partie établis sur son territoire à proposer sur son territoire de nouveaux services financiers qui entrent dans le champ d'application des sous-secteurs et des services financiers faisant l'objet d'engagements dans le cadre de sa liste et assujettis aux conditions et aux restrictions prévues par cette liste, pour autant que l'introduction de ces nouveaux services financiers ne rende pas nécessaire l'adoption d'une nouvelle législation ou la modification d'une législation existante.
2. Une partie peut définir la forme juridique sous laquelle le service est fourni et peut imposer une autorisation pour la fourniture du service financier. Lorsqu'une autorisation est requise, une décision est prise dans un délai raisonnable et l'autorisation ne peut être refusée que pour des raisons prudentielles.
Art. 122. Gegevensverwerking in de sector financiële diensten.
1. De partijen staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.
2. Wanneer de in lid 1 bedoelde gegevens persoonsgegevens zijn of bevatten, is de verzending van deze gegevens van het grondgebied van de ene partij naar het grondgebied van de andere partij onderworpen aan de binnenlandse wetgeving die de partij vanwaar de gegevens worden verzonden heeft vastgesteld betreffende de bescherming van individuen in verband met de verzending en verwerking van persoonsgegevens.
1. De partijen staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.
2. Wanneer de in lid 1 bedoelde gegevens persoonsgegevens zijn of bevatten, is de verzending van deze gegevens van het grondgebied van de ene partij naar het grondgebied van de andere partij onderworpen aan de binnenlandse wetgeving die de partij vanwaar de gegevens worden verzonden heeft vastgesteld betreffende de bescherming van individuen in verband met de verzending en verwerking van persoonsgegevens.
Art. 122. Traitement des informations dans le secteur des services financiers.
1. Chacune des parties peut autoriser un fournisseur de services financiers de l'autre partie à transférer des informations sous forme électronique ou sous toute autre forme, à l'intérieur et en dehors de son territoire, pour que ces informations soient traitées si ce traitement est nécessaire aux activités habituelles de ce fournisseur de services financiers.
2. Si les informations visées au paragraphe 1 sont ou contiennent des informations à caractère personnel, leur transfert du territoire d'une partie au territoire de l'autre partie doit s'effectuer conformément à la législation interne régissant la protection des personnes en matière de transfert et de traitement de données à caractère personnel de la partie à partir du territoire de laquelle les informations sont transmises.
1. Chacune des parties peut autoriser un fournisseur de services financiers de l'autre partie à transférer des informations sous forme électronique ou sous toute autre forme, à l'intérieur et en dehors de son territoire, pour que ces informations soient traitées si ce traitement est nécessaire aux activités habituelles de ce fournisseur de services financiers.
2. Si les informations visées au paragraphe 1 sont ou contiennent des informations à caractère personnel, leur transfert du territoire d'une partie au territoire de l'autre partie doit s'effectuer conformément à la législation interne régissant la protection des personnes en matière de transfert et de traitement de données à caractère personnel de la partie à partir du territoire de laquelle les informations sont transmises.
Art. 123. Effectieve en transparante reglementering in de sector financiële diensten.
1. De partijen stellen voor zover praktisch mogelijk alle belanghebbenden vooraf in kennis van alle door hen beoogde maatregelen van algemene toepassing teneinde deze belanghebbenden in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op de betrokken maatregel. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt :
a) door officiële publicatie; of
b) in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
2. De bevoegde financiële autoriteiten van de partijen stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.
3. Op verzoek van een aanvrager stelt de bevoegde financiële autoriteit deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de betrokken autoriteit van de aanvrager aanvullende informatie verlangt, stelt zij deze daar onmiddellijk van in kennis.
4. Iedere partij stelt alles in het werk om op haar grondgebied de internationaal overeengekomen normen voor reglementering van en toezicht op de sector financiële diensten, alsmede voor het bestrijden van het witwassen van geld, toe te passen. De partijen werken met dit doel samen en wisselen informatie en ervaring uit in de speciale commissie voor financiële diensten, bedoeld in artikel 127.
1. De partijen stellen voor zover praktisch mogelijk alle belanghebbenden vooraf in kennis van alle door hen beoogde maatregelen van algemene toepassing teneinde deze belanghebbenden in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op de betrokken maatregel. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt :
a) door officiële publicatie; of
b) in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
2. De bevoegde financiële autoriteiten van de partijen stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.
3. Op verzoek van een aanvrager stelt de bevoegde financiële autoriteit deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de betrokken autoriteit van de aanvrager aanvullende informatie verlangt, stelt zij deze daar onmiddellijk van in kennis.
4. Iedere partij stelt alles in het werk om op haar grondgebied de internationaal overeengekomen normen voor reglementering van en toezicht op de sector financiële diensten, alsmede voor het bestrijden van het witwassen van geld, toe te passen. De partijen werken met dit doel samen en wisselen informatie en ervaring uit in de speciale commissie voor financiële diensten, bedoeld in artikel 127.
Art. 123. Réglementation efficace et transparente du secteur des services financiers.
1. Chacune des parties s'efforce, dans la mesure du possible, de communiquer à l'avance à l'ensemble des personnes intéressées toute mesure d'application générale que la partie en question se propose de prendre afin de permettre à ces personnes de faire part de leurs observations concernant cette mesure. Cette mesure sera communiquée :
a) par le biais d'une publication officielle; ou
b) sous une autre forme écrite ou électronique.
2. L'autorité financière compétente de chacune des parties informe les personnes intéressées des exigences en matière de candidature relative à la fourniture de services financiers.
3. A la demande d'un candidat, l'autorité financière compétente informe ce dernier de la situation de sa candidature. Si cette autorité souhaite obtenir des informations complémentaires de la part du candidat, elle doit le lui notifier sans délai.
4. Chaque partie doit faire tout ce qui est en son pouvoir pour mettre en oeuvre et appliquer sur son territoire les normes internationales de réglementation et de surveillance du secteur des services financiers et en matière de lutte contre le blanchiment de capitaux. A cette fin, les parties coopèrent et procèdent à des échanges d'informations et d'expérience au sein du comité spécial des services financiers visé à l'article 127.
1. Chacune des parties s'efforce, dans la mesure du possible, de communiquer à l'avance à l'ensemble des personnes intéressées toute mesure d'application générale que la partie en question se propose de prendre afin de permettre à ces personnes de faire part de leurs observations concernant cette mesure. Cette mesure sera communiquée :
a) par le biais d'une publication officielle; ou
b) sous une autre forme écrite ou électronique.
2. L'autorité financière compétente de chacune des parties informe les personnes intéressées des exigences en matière de candidature relative à la fourniture de services financiers.
3. A la demande d'un candidat, l'autorité financière compétente informe ce dernier de la situation de sa candidature. Si cette autorité souhaite obtenir des informations complémentaires de la part du candidat, elle doit le lui notifier sans délai.
4. Chaque partie doit faire tout ce qui est en son pouvoir pour mettre en oeuvre et appliquer sur son territoire les normes internationales de réglementation et de surveillance du secteur des services financiers et en matière de lutte contre le blanchiment de capitaux. A cette fin, les parties coopèrent et procèdent à des échanges d'informations et d'expérience au sein du comité spécial des services financiers visé à l'article 127.
Art. 124. Vertrouwelijke informatie.
Niets in dit hoofdstuk :
a) verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving belemmert, die anderszins met het openbaar belang in strijd is of die schadelijk is voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen;
b) wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat een partij verplicht is informatie te verstrekken betreffende de financiële zaken en de boekhouding van individuele cliënten van verleners van financiële diensten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.
Niets in dit hoofdstuk :
a) verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving belemmert, die anderszins met het openbaar belang in strijd is of die schadelijk is voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen;
b) wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat een partij verplicht is informatie te verstrekken betreffende de financiële zaken en de boekhouding van individuele cliënten van verleners van financiële diensten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.
Art. 124. Informations confidentielles.
Aucune disposition du présent chapitre :
a) n'oblige une partie à révéler des renseignements confidentiels dont la divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait d'une autre manière contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes de certaines entreprises publiques ou privées;
b) ne doit être interprétée comme obligeant une partie à divulguer des informations concernant les affaires financières et les comptes de clients de fournisseurs de services financiers ou des informations confidentielles ou faisant l'objet d'un dépôt, en possession d'entités publiques.
Aucune disposition du présent chapitre :
a) n'oblige une partie à révéler des renseignements confidentiels dont la divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait d'une autre manière contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes de certaines entreprises publiques ou privées;
b) ne doit être interprétée comme obligeant une partie à divulguer des informations concernant les affaires financières et les comptes de clients de fournisseurs de services financiers ou des informations confidentielles ou faisant l'objet d'un dépôt, en possession d'entités publiques.
Art. 125. Prudentiële uitzonderingsbepaling.
1. Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of handhaven van redelijke maatregelen voor prudentiële doeleinden, zoals :
a) de bescherming van investeerders, spaarders, deelnemers aan de financiële markten, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;
b) het handhaven van de veiligheid, de solvabiliteit, de integriteit of de financiële aansprakelijkheid van verleners van financiële diensten; of
c) het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financieel systeem van een partij.
2. Indien dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, mogen zij niet worden gebruikt om de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen of verplichtingen van een partij te ontduiken.
1. Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of handhaven van redelijke maatregelen voor prudentiële doeleinden, zoals :
a) de bescherming van investeerders, spaarders, deelnemers aan de financiële markten, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;
b) het handhaven van de veiligheid, de solvabiliteit, de integriteit of de financiële aansprakelijkheid van verleners van financiële diensten; of
c) het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financieel systeem van een partij.
2. Indien dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, mogen zij niet worden gebruikt om de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen of verplichtingen van een partij te ontduiken.
Art. 125. Exception prudentielle.
1. Aucune disposition du présent chapitre ne doit être interprétée comme empêchant une partie de prendre ou de maintenir des mesures raisonnables pour des raisons prudentielles, telles que :
a) la protection des investisseurs, des déposants, des participants au marché financier, des titulaires de polices ou des personnes à qui un droit de garde est dû par un fournisseur de services financiers;
b) le maintien de la sécurité, de la solvabilité, de l'intégrité ou de la responsabilité financière de fournisseurs de services financiers; ainsi que
c) l'assurance de l'intégrité et de la stabilité du système financier d'une partie.
2. Dans les cas où de telles mesures ne sont pas conformes aux dispositions du présent chapitre, elles ne sont pas utilisées par une partie comme un moyen de se soustraire à ses engagements ou obligations au titre du présent chapitre.
1. Aucune disposition du présent chapitre ne doit être interprétée comme empêchant une partie de prendre ou de maintenir des mesures raisonnables pour des raisons prudentielles, telles que :
a) la protection des investisseurs, des déposants, des participants au marché financier, des titulaires de polices ou des personnes à qui un droit de garde est dû par un fournisseur de services financiers;
b) le maintien de la sécurité, de la solvabilité, de l'intégrité ou de la responsabilité financière de fournisseurs de services financiers; ainsi que
c) l'assurance de l'intégrité et de la stabilité du système financier d'une partie.
2. Dans les cas où de telles mesures ne sont pas conformes aux dispositions du présent chapitre, elles ne sont pas utilisées par une partie comme un moyen de se soustraire à ses engagements ou obligations au titre du présent chapitre.
Art. 126. Erkenning.
1. Een partij kan maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht van de andere partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de partij betreffende financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling met het betrokken land worden gebaseerd of autonoom geschieden.
2. Een partij die partij is bij een onder a) genoemde, toekomstige dan wel bestaande overeenkomst of regeling met een derde partij, geeft de andere partij voldoende gelegenheid om over toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van reglementering, uitvoering, toezicht en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.
1. Een partij kan maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht van de andere partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de partij betreffende financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling met het betrokken land worden gebaseerd of autonoom geschieden.
2. Een partij die partij is bij een onder a) genoemde, toekomstige dan wel bestaande overeenkomst of regeling met een derde partij, geeft de andere partij voldoende gelegenheid om over toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van reglementering, uitvoering, toezicht en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.
Art. 126. Reconnaissance.
1. Une partie peut reconnaître les mesures prudentielles de l'autre partie lorsqu'elle détermine le mode d'application des mesures de cette partie concernant les services financiers. Cette reconnaissance, qui peut s'effectuer par une harmonisation ou un autre moyen, peut se fonder sur un accord ou arrangement ou être accordée de manière autonome.
2. Une partie qui participe à un accord ou arrangement avec un tiers visé au paragraphe 1, futur ou existant, ménage à l'autre partie une possibilité adéquate de négocier son adhésion à cet accord ou arrangement ou de négocier des accords ou arrangements comparables avec elle dans des circonstances où il y aurait équivalence au niveau de la réglementation, du suivi, de la mise en oeuvre de la réglementation et s'il y a lieu, des procédures concernant le partage de renseignements entre les parties à l'accord ou à l'arrangement. Dans les cas où une partie accorde la reconnaissance de manière autonome, elle ménage à l'autre partie une possibilité adéquate de démontrer que de telles circonstances existent.
1. Une partie peut reconnaître les mesures prudentielles de l'autre partie lorsqu'elle détermine le mode d'application des mesures de cette partie concernant les services financiers. Cette reconnaissance, qui peut s'effectuer par une harmonisation ou un autre moyen, peut se fonder sur un accord ou arrangement ou être accordée de manière autonome.
2. Une partie qui participe à un accord ou arrangement avec un tiers visé au paragraphe 1, futur ou existant, ménage à l'autre partie une possibilité adéquate de négocier son adhésion à cet accord ou arrangement ou de négocier des accords ou arrangements comparables avec elle dans des circonstances où il y aurait équivalence au niveau de la réglementation, du suivi, de la mise en oeuvre de la réglementation et s'il y a lieu, des procédures concernant le partage de renseignements entre les parties à l'accord ou à l'arrangement. Dans les cas où une partie accorde la reconnaissance de manière autonome, elle ménage à l'autre partie une possibilité adéquate de démontrer que de telles circonstances existent.
Art. 127. Speciale commissie voor financiële diensten.
1. De partijen stellen een speciale commissie voor financiële diensten in. Deze speciale commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De hoofdvertegenwoordiger van elke partij is een ambtenaar van de instantie van deze partij die verantwoordelijk is voor de in bijlage IX omschreven financiële diensten.
2. De speciale commissie heeft onder meer tot taak :
a) toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;
b) problemen in verband met financiële diensten te onderzoeken die haar door een partij worden voorgelegd.
3. De speciale commissie komt op verzoek van een van de partijen bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt door de partijen bekleed. De speciale commissie brengt aan het Associatiecomité verslag uit over de resultaten van haar vergaderingen.
4. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoekt de speciale commissie voor financiële diensten maatregelen om de handel in financiële diensten te vergemakkelijken en uit te breiden en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst verder te bevorderen. Zij brengt hierover verslag uit aan het Associatiecomité.
1. De partijen stellen een speciale commissie voor financiële diensten in. Deze speciale commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De hoofdvertegenwoordiger van elke partij is een ambtenaar van de instantie van deze partij die verantwoordelijk is voor de in bijlage IX omschreven financiële diensten.
2. De speciale commissie heeft onder meer tot taak :
a) toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;
b) problemen in verband met financiële diensten te onderzoeken die haar door een partij worden voorgelegd.
3. De speciale commissie komt op verzoek van een van de partijen bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt door de partijen bekleed. De speciale commissie brengt aan het Associatiecomité verslag uit over de resultaten van haar vergaderingen.
4. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoekt de speciale commissie voor financiële diensten maatregelen om de handel in financiële diensten te vergemakkelijken en uit te breiden en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst verder te bevorderen. Zij brengt hierover verslag uit aan het Associatiecomité.
Art. 127. Comité spécial des services financiers.
1. Les parties instituent un comité spécial des services financiers. Ce comité spécial est composé de représentants des parties. Le représentant principal de chacune des parties est un fonctionnaire de l'autorité de la partie chargée des services financiers mentionnée à l'annexe IX.
2. Le comite spécial a notamment pour mission de :
a) contrôler la mise en oeuvre du présent chapitre;
b) examiner les questions relatives aux services financiers dont il est saisi par une partie.
3. Le comité spécial se réunit à la demande d'une des parties à une date et selon un ordre du jour convenus à l'avance par les parties. La présidence est assurée en alternance par les parties. Le comité spécial rend compte au comité d'association des résultats de ses réunions.
4. Trois ans après l'entrée en vigueur du présent accord, le comité spécial des services financiers examine les moyens de prendre des mesures pour faciliter et développer le commerce de services financiers et continuer à contribuer à la réalisation des objectifs du présent accord, et en rend compte au comité d'association.
1. Les parties instituent un comité spécial des services financiers. Ce comité spécial est composé de représentants des parties. Le représentant principal de chacune des parties est un fonctionnaire de l'autorité de la partie chargée des services financiers mentionnée à l'annexe IX.
2. Le comite spécial a notamment pour mission de :
a) contrôler la mise en oeuvre du présent chapitre;
b) examiner les questions relatives aux services financiers dont il est saisi par une partie.
3. Le comité spécial se réunit à la demande d'une des parties à une date et selon un ordre du jour convenus à l'avance par les parties. La présidence est assurée en alternance par les parties. Le comité spécial rend compte au comité d'association des résultats de ses réunions.
4. Trois ans après l'entrée en vigueur du présent accord, le comité spécial des services financiers examine les moyens de prendre des mesures pour faciliter et développer le commerce de services financiers et continuer à contribuer à la réalisation des objectifs du présent accord, et en rend compte au comité d'association.
Art. 128. Overleg.
1. Een partij kan de andere partij om overleg verzoeken over elke kwestie die verband houdt met dit hoofdstuk. De andere partij neemt het verzoek in welwillende overweging. De partijen stellen de speciale commissie voor financiële diensten in kennis van de resultaten van dit overleg.
2. Aan het in dit artikel bedoelde overleg wordt deelgenomen door ambtenaren van de in bijlage IX genoemde autoriteiten.
3. Geen van de bepalingen van dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat zij de aan het overleg deelnemende financiële autoriteiten ertoe verplicht informatie vrij te geven of maatregelen te nemen die strijdig zijn met afzonderlijke kwesties in verband met reglementering, toezicht, administratie of handhaving.
4. Wanneer een financiële autoriteit van een partij om redenen in verband met het toezicht informatie vraagt over een verlener van financiële diensten op het grondgebied van de andere partij, kan die financiële autoriteit de bevoegde financiële autoriteiten op het grondgebied van de andere partij verzoeken deze informatie te verstrekken. De verstrekking van dergelijke informatie kan onderworpen zijn aan de voorwaarden en beperkingen die in de desbetreffende wetgeving van de andere partij vervat zijn of aan de eis dat de respectieve financiële autoriteiten daarover een overeenkomst moeten hebben gesloten of een regeling moeten zijn overeengekomen.
1. Een partij kan de andere partij om overleg verzoeken over elke kwestie die verband houdt met dit hoofdstuk. De andere partij neemt het verzoek in welwillende overweging. De partijen stellen de speciale commissie voor financiële diensten in kennis van de resultaten van dit overleg.
2. Aan het in dit artikel bedoelde overleg wordt deelgenomen door ambtenaren van de in bijlage IX genoemde autoriteiten.
3. Geen van de bepalingen van dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat zij de aan het overleg deelnemende financiële autoriteiten ertoe verplicht informatie vrij te geven of maatregelen te nemen die strijdig zijn met afzonderlijke kwesties in verband met reglementering, toezicht, administratie of handhaving.
4. Wanneer een financiële autoriteit van een partij om redenen in verband met het toezicht informatie vraagt over een verlener van financiële diensten op het grondgebied van de andere partij, kan die financiële autoriteit de bevoegde financiële autoriteiten op het grondgebied van de andere partij verzoeken deze informatie te verstrekken. De verstrekking van dergelijke informatie kan onderworpen zijn aan de voorwaarden en beperkingen die in de desbetreffende wetgeving van de andere partij vervat zijn of aan de eis dat de respectieve financiële autoriteiten daarover een overeenkomst moeten hebben gesloten of een regeling moeten zijn overeengekomen.
Art. 128. Consultations.
1. Une partie peut demander des consultations avec l'autre partie pour toute question concernant le fonctionnement du présent chapitre. L'autre partie examinera la demande avec compréhension. Les parties rendent compte des résultats de leurs consultations au comité spécial des services financiers.
2. Des fonctionnaires des autorités mentionnées à l'annexe IX participent aux consultations visées au présent article.
3. Aucune disposition du présent article ne doit être interprétée comme obligeant les autorités financières participant aux consultations à révéler des renseignements ou à prendre des mesures qui pourraient interférer avec des questions particulières de réglementation, de surveillance, d'administration ou d'application.
4. Lorsqu'une autorité financière d'une partie demande des renseignements à des fins de contrôle concernant un fournisseur de services financiers situé sur le territoire de l'autre partie, cette autorité financière peut s'adresser à l'autorité financière compétente sur le territoire de l'autre partie afin d'obtenir des informations. La communication de ces informations peut être assujettie aux conditions et aux restrictions prévues par la législation applicable de l'autre partie ou à la condition impérative d'un accord ou d'un arrangement préalable entre les autorités financières des deux parties.
1. Une partie peut demander des consultations avec l'autre partie pour toute question concernant le fonctionnement du présent chapitre. L'autre partie examinera la demande avec compréhension. Les parties rendent compte des résultats de leurs consultations au comité spécial des services financiers.
2. Des fonctionnaires des autorités mentionnées à l'annexe IX participent aux consultations visées au présent article.
3. Aucune disposition du présent article ne doit être interprétée comme obligeant les autorités financières participant aux consultations à révéler des renseignements ou à prendre des mesures qui pourraient interférer avec des questions particulières de réglementation, de surveillance, d'administration ou d'application.
4. Lorsqu'une autorité financière d'une partie demande des renseignements à des fins de contrôle concernant un fournisseur de services financiers situé sur le territoire de l'autre partie, cette autorité financière peut s'adresser à l'autorité financière compétente sur le territoire de l'autre partie afin d'obtenir des informations. La communication de ces informations peut être assujettie aux conditions et aux restrictions prévues par la législation applicable de l'autre partie ou à la condition impérative d'un accord ou d'un arrangement préalable entre les autorités financières des deux parties.
Art. 129. Specifieke bepalingen inzake geschillenbeslechting.
1. Tenzij anders bepaald in dit artikel worden geschillen met betrekking tot dit hoofdstuk geregeld overeenkomstig het bepaalde in titel VIII.
2. Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 128 beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders overeenkomen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen een maatregel van een partij of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit hoofdstuk. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Indien het probleem niet is opgelost binnen vijfenveertig dagen nadat het overleg op grond van artikel 128 heeft plaatsgevonden, dan wel binnen negentig na de indiening van het verzoek om overleg krachtens artikel 128, lid 1, indien dit vroeger is, kan de klagende partij schriftelijk verzoeken om instelling van een arbitragepanel. De partijen brengen over de resultaten van hun overleg rechtstreeks verslag uit aan het Associatiecomité.
3. Voor de toepassing van artikel 185 geldt het volgende :
a) de voorzitter van het arbitragepersoneel dient een financieel deskundige te zijn;
b) het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijf personen die geen onderdaan zijn van een partij en die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden en het voorzitterschap te bekleden van arbitragepanels met betrekking tot financiële diensten. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijf personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over deskundigheid of ervaring op het gebied van de wetgeving betreffende of de praktijk van financiële diensten, waaronder mogelijk de reglementering van financiële instellingen; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd;
c) binnen drie dagen na het verzoek om instelling van het arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité door middel van loting uit de lijst bedoeld onder lid b) de voorzitter van het arbitragepanel aan. De voorzitter van het Associatiecomité wijst de overige twee scheidsrechters van het panel door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in artikel 185, lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij en de andere scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht.
1. Tenzij anders bepaald in dit artikel worden geschillen met betrekking tot dit hoofdstuk geregeld overeenkomstig het bepaalde in titel VIII.
2. Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 128 beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders overeenkomen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen een maatregel van een partij of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit hoofdstuk. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Indien het probleem niet is opgelost binnen vijfenveertig dagen nadat het overleg op grond van artikel 128 heeft plaatsgevonden, dan wel binnen negentig na de indiening van het verzoek om overleg krachtens artikel 128, lid 1, indien dit vroeger is, kan de klagende partij schriftelijk verzoeken om instelling van een arbitragepanel. De partijen brengen over de resultaten van hun overleg rechtstreeks verslag uit aan het Associatiecomité.
3. Voor de toepassing van artikel 185 geldt het volgende :
a) de voorzitter van het arbitragepersoneel dient een financieel deskundige te zijn;
b) het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijf personen die geen onderdaan zijn van een partij en die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden en het voorzitterschap te bekleden van arbitragepanels met betrekking tot financiële diensten. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijf personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over deskundigheid of ervaring op het gebied van de wetgeving betreffende of de praktijk van financiële diensten, waaronder mogelijk de reglementering van financiële instellingen; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd;
c) binnen drie dagen na het verzoek om instelling van het arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité door middel van loting uit de lijst bedoeld onder lid b) de voorzitter van het arbitragepanel aan. De voorzitter van het Associatiecomité wijst de overige twee scheidsrechters van het panel door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in artikel 185, lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij en de andere scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht.
Art. 129. Dispositions spécifiques relatives au règlement des différends.
1. Sauf disposition contraire dans le présent article, les différends résultant du présent chapitre font l'objet d'un règlement conformément aux dispositions du titre VIII.
2. Aux fins de l'article 184, les consultations tenues en vertu de l'article 128 sont réputées correspondre aux consultations prévues par l'article 183, sauf si les parties en conviennent autrement. Dès l'ouverture des consultations, les parties fournissent des informations permettant d'examiner en quoi une mesure prise par une partie ou toute autre question peut affecter le fonctionnement et l'application du présent chapitre et accordent un traitement confidentiel aux informations échangées dans ce cadre. Si la question n'est pas résolue dans un délai de 45 jours après la tenue des consultations visées à l'article 128 ou de 90 jours après la remise de la demande de consultations visée à l'article 128, paragraphe 1, selon la date qui intervient le plus tôt, la partie plaignante peut demander par écrit la mise en place d'un groupe d'arbitrage. Les parties rendent directement compte des résultats de leurs consultations au comité d'association.
3. Aux fins de l'article 185 :
a) le président du groupe d'arbitrage doit être un expert financier;
b) le comité d'association dresse, au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent accord, une liste de cinq personnes au moins qui ne sont pas ressortissantes de l'une ou l'autre partie et qui sont disposées et aptes à exercer les fonctions d'arbitres et à présider des groupes d'arbitrage en matière de services financiers; le comité d'association veille à ce que cette liste comporte toujours cinq personnes; celles-ci doivent bénéficier d'une expertise ou d'une expérience juridique ou pratique des services financiers, de la réglementation des institutions financières par exemple, être indépendantes, siéger à titre personnel, n'avoir aucun lien avec une partie ou une organisation, ne prendre aucune instruction auprès d'une partie ou d'une organisation et respecter le code de conduite figurant à l'annexe XVI. Cette liste peut être modifiée tous les trois ans;
c) dans les trois jours suivant la demande de mise en place d'un groupe d'arbitrage, le président de ce groupe est désigné par tirage au sort par le président du comité d'association à partir de la liste visée au point b). Les deux autres arbitres du groupe sont désignés par tirage au sort par le président du comité d'association à partir de la liste visée à l'article 185, paragraphe 2, dont un est choisi parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie plaignante et l'autre parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie défenderesse.
1. Sauf disposition contraire dans le présent article, les différends résultant du présent chapitre font l'objet d'un règlement conformément aux dispositions du titre VIII.
2. Aux fins de l'article 184, les consultations tenues en vertu de l'article 128 sont réputées correspondre aux consultations prévues par l'article 183, sauf si les parties en conviennent autrement. Dès l'ouverture des consultations, les parties fournissent des informations permettant d'examiner en quoi une mesure prise par une partie ou toute autre question peut affecter le fonctionnement et l'application du présent chapitre et accordent un traitement confidentiel aux informations échangées dans ce cadre. Si la question n'est pas résolue dans un délai de 45 jours après la tenue des consultations visées à l'article 128 ou de 90 jours après la remise de la demande de consultations visée à l'article 128, paragraphe 1, selon la date qui intervient le plus tôt, la partie plaignante peut demander par écrit la mise en place d'un groupe d'arbitrage. Les parties rendent directement compte des résultats de leurs consultations au comité d'association.
3. Aux fins de l'article 185 :
a) le président du groupe d'arbitrage doit être un expert financier;
b) le comité d'association dresse, au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent accord, une liste de cinq personnes au moins qui ne sont pas ressortissantes de l'une ou l'autre partie et qui sont disposées et aptes à exercer les fonctions d'arbitres et à présider des groupes d'arbitrage en matière de services financiers; le comité d'association veille à ce que cette liste comporte toujours cinq personnes; celles-ci doivent bénéficier d'une expertise ou d'une expérience juridique ou pratique des services financiers, de la réglementation des institutions financières par exemple, être indépendantes, siéger à titre personnel, n'avoir aucun lien avec une partie ou une organisation, ne prendre aucune instruction auprès d'une partie ou d'une organisation et respecter le code de conduite figurant à l'annexe XVI. Cette liste peut être modifiée tous les trois ans;
c) dans les trois jours suivant la demande de mise en place d'un groupe d'arbitrage, le président de ce groupe est désigné par tirage au sort par le président du comité d'association à partir de la liste visée au point b). Les deux autres arbitres du groupe sont désignés par tirage au sort par le président du comité d'association à partir de la liste visée à l'article 185, paragraphe 2, dont un est choisi parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie plaignante et l'autre parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie défenderesse.
HOOFDSTUK III. - VESTIGING.
CHAPITRE III. - ETABLISSEMENT.
Art. 130. Toepassingsgebied.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de vestiging in alle sectoren, met uitzondering van alle diensten sectoren, waaronder de sector financiële diensten.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de vestiging in alle sectoren, met uitzondering van alle diensten sectoren, waaronder de sector financiële diensten.
Art. 130. Portée.
Le présent chapitre s'applique à l'établissement dans tous les secteurs à l'exception de l'ensemble des secteurs des services, y compris le secteur des services financiers.
Le présent chapitre s'applique à l'établissement dans tous les secteurs à l'exception de l'ensemble des secteurs des services, y compris le secteur des services financiers.
Art. 131. Definities.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
a) " rechtspersoon " : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
b) " rechtspersoon van een partij " : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
c) " natuurlijke persoon " : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
d) " vestiging " :
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging
op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren.
Ten aanzien van natuurlijke personen strekt dit zich niet uit het zoeken naar of aanvaarden van een dienstbetrekking op de arbeidsmarkt of het verlenen van toegang tot de arbeidsmarkt van een partij.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
a) " rechtspersoon " : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
b) " rechtspersoon van een partij " : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
c) " natuurlijke persoon " : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
d) " vestiging " :
i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of
ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging
op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren.
Ten aanzien van natuurlijke personen strekt dit zich niet uit het zoeken naar of aanvaarden van een dienstbetrekking op de arbeidsmarkt of het verlenen van toegang tot de arbeidsmarkt van een partij.
Art. 131. Définitions.
Aux fins du présent chapitre, on entend par :
a) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
b) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili;
si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne, sauf si ses activités ont un lien réel et permanent avec l'économie de la Communauté ou du Chili;
c) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives;
d) " établissement " :
i) la constitution, l'acquisition ou le maintien d'une personne morale, ou
ii) de la création ou du maintien d'une succursale ou d'un bureau de représentation,
sur le territoire d'une partie en vue de l'exercice d'une activité économique;
en ce qui concerne les personnes physiques, l'établissement ne couvre pas la recherche ou l'occupation d'un emploi sur le marché du travail ni ne confère le droit d'accéder au marché du travail d'une partie.
Aux fins du présent chapitre, on entend par :
a) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
b) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili;
si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne, sauf si ses activités ont un lien réel et permanent avec l'économie de la Communauté ou du Chili;
c) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives;
d) " établissement " :
i) la constitution, l'acquisition ou le maintien d'une personne morale, ou
ii) de la création ou du maintien d'une succursale ou d'un bureau de représentation,
sur le territoire d'une partie en vue de l'exercice d'une activité économique;
en ce qui concerne les personnes physiques, l'établissement ne couvre pas la recherche ou l'occupation d'un emploi sur le marché du travail ni ne confère le droit d'accéder au marché du travail d'une partie.
Art. 132. Nationale behandeling.
In de sectoren die in bijlage X zijn opgenomen behandelt iedere partij ten aanzien van vestiging, onder voorbehoud van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, rechtspersonen en natuurlijke personen van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen rechtspersonen en natuurlijke personen die een soortgelijke economische activiteit uitvoeren.
In de sectoren die in bijlage X zijn opgenomen behandelt iedere partij ten aanzien van vestiging, onder voorbehoud van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, rechtspersonen en natuurlijke personen van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen rechtspersonen en natuurlijke personen die een soortgelijke economische activiteit uitvoeren.
Art. 132. Traitement national.
Dans les secteurs visés à l'annexe X, et compte tenu des conditions et restrictions qui y sont indiquées concernant l'établissement, chaque partie accorde aux personnes morales et physiques de l'autre partie un traitement qui n'est pas moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres personnes morales et physiques exerçant une activité économique identique.
Dans les secteurs visés à l'annexe X, et compte tenu des conditions et restrictions qui y sont indiquées concernant l'établissement, chaque partie accorde aux personnes morales et physiques de l'autre partie un traitement qui n'est pas moins favorable que celui qu'elle accorde à ses propres personnes morales et physiques exerçant une activité économique identique.
Art. 133. Reglementeringsrecht.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 132 mag iedere partij voorschriften vaststellen voor de vestiging van rechtspersonen en natuurlijke personen.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 132 mag iedere partij voorschriften vaststellen voor de vestiging van rechtspersonen en natuurlijke personen.
Art. 133. Droit de réglementer.
Sous réserve des dispositions de l'article 132, chaque partie peut réglementer l'établissement de personnes morales et physiques.
Sous réserve des dispositions de l'article 132, chaque partie peut réglementer l'établissement de personnes morales et physiques.
Art. 134. Slotbepalingen.
1. Met betrekking tot dit hoofdstuk bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
2. In hun streven naar geleidelijke liberalisatie van de investeringsvoorwaarden bevestigen de partijen het voornemen de rechtsvoorschriften betreffende investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te toetsen, met inachtneming van de uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.
1. Met betrekking tot dit hoofdstuk bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
2. In hun streven naar geleidelijke liberalisatie van de investeringsvoorwaarden bevestigen de partijen het voornemen de rechtsvoorschriften betreffende investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te toetsen, met inachtneming van de uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.
Art. 134. Dispositions finales.
1. Concernant ce chapitre, les parties confirment leurs droits et obligations découlant d'accords bilatéraux ou multilatéraux auxquels elles sont parties.
2. En vue de la libéralisation progressive des investissements, les parties affirment leur volonté de réexaminer le cadre juridique des investissements, les conditions et les flux d'investissements entre elles, en accord avec les engagements pris dans le cadre d'accords internationaux en matière d'investissements, au plus tard trois ans après la date d'entrée en vigueur du présent accord.
1. Concernant ce chapitre, les parties confirment leurs droits et obligations découlant d'accords bilatéraux ou multilatéraux auxquels elles sont parties.
2. En vue de la libéralisation progressive des investissements, les parties affirment leur volonté de réexaminer le cadre juridique des investissements, les conditions et les flux d'investissements entre elles, en accord avec les engagements pris dans le cadre d'accords internationaux en matière d'investissements, au plus tard trois ans après la date d'entrée en vigueur du présent accord.
HOOFDSTUK IV. - UITZONDERINGEN.
CHAPITRE IV. - EXCEPTIONS.
Art. 135. Uitzonderingen.
1. Onverminderd de eis dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar soortgelijke omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel in diensten of financiële diensten of de vestiging zou inhouden, mag geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of toepassen van maatregelen die :
a) noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid;
b) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten;
c) betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten of binnenlandse investeringen gepaard gaat;
d) noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;
e) noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op :
i) het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van het niet nakomen van dienstverleningscontracten;
ii) het beschermen van de privacy van personen wat de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens betreft en de bescherming van de geheimhouding van individuele dossiers en rekeningen; of
iii) veiligheid.
2. De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de stelsels van sociale zekerheid van de partijen of activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.
3. Niets in deze titel vormt voor een partij een beletsel voor de toepassing van wetten, voorschriften en verordeningen met betrekking tot toegang en verblijf, werkzaamheden, arbeidsomstandigheden en vestiging van natuurlijke personen (Een partij kan in het bijzonder verlangen dat natuurlijke personen over de noodzakelijke academische kwalificaties en/of beroepservaring beschikken zoals deze voor de betrokken sector of activiteit zijn gespecificeerd op het grondgebied waar de dienst of financiële dienst wordt verleend of de vestiging wordt opgezet.), mits zij deze niet zodanig toepast dat de krachtens een specifieke bepaling van deze titel aan de andere partij toekomende voordelen teniet worden gedaan of worden beperkt.
1. Onverminderd de eis dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar soortgelijke omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel in diensten of financiële diensten of de vestiging zou inhouden, mag geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of toepassen van maatregelen die :
a) noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid;
b) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten;
c) betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten of binnenlandse investeringen gepaard gaat;
d) noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;
e) noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op :
i) het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van het niet nakomen van dienstverleningscontracten;
ii) het beschermen van de privacy van personen wat de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens betreft en de bescherming van de geheimhouding van individuele dossiers en rekeningen; of
iii) veiligheid.
2. De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de stelsels van sociale zekerheid van de partijen of activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.
3. Niets in deze titel vormt voor een partij een beletsel voor de toepassing van wetten, voorschriften en verordeningen met betrekking tot toegang en verblijf, werkzaamheden, arbeidsomstandigheden en vestiging van natuurlijke personen (Een partij kan in het bijzonder verlangen dat natuurlijke personen over de noodzakelijke academische kwalificaties en/of beroepservaring beschikken zoals deze voor de betrokken sector of activiteit zijn gespecificeerd op het grondgebied waar de dienst of financiële dienst wordt verleend of de vestiging wordt opgezet.), mits zij deze niet zodanig toepast dat de krachtens een specifieke bepaling van deze titel aan de andere partij toekomende voordelen teniet worden gedaan of worden beperkt.
Art. 135. Exceptions.
1. Sous réserve que ces mesures ne soient pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable entre les parties lorsque des conditions similaires existent, soit une restriction déguisée du commerce de services ou de services financiers, ou de l'établissement, aucune disposition du présent titre ne doit être interprétée comme empêchant l'adoption ou l'application par l'une ou l'autre partie de mesures :
a) nécessaires à la protection de la moralité publique ou au maintien de l'ordre public et de la sécurité publique;
b) nécessaires à la protection de la santé et de la vie des personnes et des animaux ou à la préservation des végétaux;
c) se rapportant à la conservation de ressources naturelles épuisables, si de telles mesures sont appliquées conjointement avec des restrictions de l'offre ou de la consommation intérieures de services ou des investissements intérieurs;
d) nécessaires à la protection des trésors nationaux ayant une valeur artistique, historique ou archéologique,
e) nécessaires pour assurer le respect des lois ou règlements qui ne sont pas incompatibles avec les dispositions du présent titre, y compris celles qui se rapportent :
i) à la prévention des pratiques de nature à induire en erreur et frauduleuses ou aux moyens de remédier aux effets d'un manquement à des contrats de services;
ii) à la protection de la vie privée des personnes pour ce qui est du traitement et de la diffusion de données personnelles, ainsi qu'à la protection du caractère confidentiel des dossiers et comptes personnels, ou
iii) à la sécurité;
2. Les dispositions du présent titre ne s'appliquent pas aux régimes de sécurité sociale respectifs des parties ni aux activités exercées sur le territoire de chacune des parties et liées, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité officielle.
3. Aucune disposition du présent titre n'empêche une partie d'appliquer ses lois, ses réglementations et exigences en ce qui concerne l'entrée et le séjour, le travail, les conditions de travail et l'établissement de personnes physiques (En particulier, une partie peut demander que les personnes physiques possèdent les qualifications académiques et/ou l'expérience professionnelle nécessaires spécifiées sur le territoire où le service ou le service financier est fourni et où l'établissement est situé, pour le secteur d'activité concerné.), sous réserve que, ce faisant, elle ne les applique pas d'une manière qui invalide ou diminue les avantages qui reviennent à feutre partie en vertu d'une disposition spécifique du présent titre.
1. Sous réserve que ces mesures ne soient pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable entre les parties lorsque des conditions similaires existent, soit une restriction déguisée du commerce de services ou de services financiers, ou de l'établissement, aucune disposition du présent titre ne doit être interprétée comme empêchant l'adoption ou l'application par l'une ou l'autre partie de mesures :
a) nécessaires à la protection de la moralité publique ou au maintien de l'ordre public et de la sécurité publique;
b) nécessaires à la protection de la santé et de la vie des personnes et des animaux ou à la préservation des végétaux;
c) se rapportant à la conservation de ressources naturelles épuisables, si de telles mesures sont appliquées conjointement avec des restrictions de l'offre ou de la consommation intérieures de services ou des investissements intérieurs;
d) nécessaires à la protection des trésors nationaux ayant une valeur artistique, historique ou archéologique,
e) nécessaires pour assurer le respect des lois ou règlements qui ne sont pas incompatibles avec les dispositions du présent titre, y compris celles qui se rapportent :
i) à la prévention des pratiques de nature à induire en erreur et frauduleuses ou aux moyens de remédier aux effets d'un manquement à des contrats de services;
ii) à la protection de la vie privée des personnes pour ce qui est du traitement et de la diffusion de données personnelles, ainsi qu'à la protection du caractère confidentiel des dossiers et comptes personnels, ou
iii) à la sécurité;
2. Les dispositions du présent titre ne s'appliquent pas aux régimes de sécurité sociale respectifs des parties ni aux activités exercées sur le territoire de chacune des parties et liées, même occasionnellement, à l'exercice de l'autorité officielle.
3. Aucune disposition du présent titre n'empêche une partie d'appliquer ses lois, ses réglementations et exigences en ce qui concerne l'entrée et le séjour, le travail, les conditions de travail et l'établissement de personnes physiques (En particulier, une partie peut demander que les personnes physiques possèdent les qualifications académiques et/ou l'expérience professionnelle nécessaires spécifiées sur le territoire où le service ou le service financier est fourni et où l'établissement est situé, pour le secteur d'activité concerné.), sous réserve que, ce faisant, elle ne les applique pas d'une manière qui invalide ou diminue les avantages qui reviennent à feutre partie en vertu d'une disposition spécifique du présent titre.
TITEL IV. - OVERHEIDSOPDRACHTEN.
TITRE IV. - MARCHES PUBLICS.
Art. 136. Doelstelling.
Overeenkomstig het bepaalde in deze titel zien de partijen toe op effectieve wederzijdse openstelling van hun markten voor overheidsopdrachten.
Overeenkomstig het bepaalde in deze titel zien de partijen toe op effectieve wederzijdse openstelling van hun markten voor overheidsopdrachten.
Art. 136. Objectif.
En vertu de dispositions du présent titre, les parties veillent à l'ouverture effective et réciproque de leurs marchés publics respectifs.
En vertu de dispositions du présent titre, les parties veillent à l'ouverture effective et réciproque de leurs marchés publics respectifs.
Art. 137. Toepassingsgebied.
1. Deze titel is van toepassing op alle wetten, voorschriften, procedures en praktijken die betrekking hebben op opdrachten die door entiteiten van de partijen worden geplaatst voor leveringen en diensten, met inbegrip van werken, overeenkomstig de voorwaarden die door iedere partij worden vastgesteld in de bijlagen XI, XII en XIII.
2. Deze titel is niet van toepassing op :
a) opdrachten die worden geplaatst :
i) krachtens een internationale overeenkomst en die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de partijen;
ii) krachtens een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten;
iii) volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie;
b) niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van overheidsbijstand en overheidsopdrachten in het kader van bij stands- of samenwerkingsprogramma's;
c) opdrachten betreffende :
i) de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten daarop;
ii) betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal door omroeporganisaties, alsmede overeenkomsten betreffende zendtijd;
iii) arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
iv) arbeidsovereenkomsten;
v) diensten voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan de resultaten in hun geheel toekomen aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, voor zover de dienstverlening volledig beloond wordt door de aanbestedende dienst;
d) financiële diensten.
3. Concessies voor openbare werken, zoals gedefinieerd in artikel 138, onder i), vallen eveneens onder deze titel, zoals gespecificeerd in de bijlagen XI, XII en XIII.
4. Het is de partijen niet toegestaan aanbestedingscontracten op te stellen, op te zetten of anderszins te structureren met het doel zich aan de verplichtingen van deze titel te onttrekken.
1. Deze titel is van toepassing op alle wetten, voorschriften, procedures en praktijken die betrekking hebben op opdrachten die door entiteiten van de partijen worden geplaatst voor leveringen en diensten, met inbegrip van werken, overeenkomstig de voorwaarden die door iedere partij worden vastgesteld in de bijlagen XI, XII en XIII.
2. Deze titel is niet van toepassing op :
a) opdrachten die worden geplaatst :
i) krachtens een internationale overeenkomst en die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de partijen;
ii) krachtens een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten;
iii) volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie;
b) niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van overheidsbijstand en overheidsopdrachten in het kader van bij stands- of samenwerkingsprogramma's;
c) opdrachten betreffende :
i) de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten daarop;
ii) betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal door omroeporganisaties, alsmede overeenkomsten betreffende zendtijd;
iii) arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
iv) arbeidsovereenkomsten;
v) diensten voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan de resultaten in hun geheel toekomen aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, voor zover de dienstverlening volledig beloond wordt door de aanbestedende dienst;
d) financiële diensten.
3. Concessies voor openbare werken, zoals gedefinieerd in artikel 138, onder i), vallen eveneens onder deze titel, zoals gespecificeerd in de bijlagen XI, XII en XIII.
4. Het is de partijen niet toegestaan aanbestedingscontracten op te stellen, op te zetten of anderszins te structureren met het doel zich aan de verplichtingen van deze titel te onttrekken.
Art. 137. Portée et couverture.
1. Le présent titre s'applique aux lois, règlements, procédures ou pratiques ayant trait aux acquisitions, par les entités des parties, de biens et de services, y compris de travaux, aux conditions définies par chaque partie dans les annexes XI, XII et XIII.
2. Le présent titre s'applique :
a) aux marchés passés conformément à :
i) un accord international et portant sur la réalisation ou l'exploitation en commun d'un ouvrage par les parties contractantes;
ii) d'un accord international concernant le stationnement de troupes; ainsi que
iii) la procédure spécifique d'une organisation internationale;
b) aux accords non contractuels ou à toute forme l'aide et d'acquisition publiques dans le cadre de programmes l'assistance ou de coopération;
c) aux marchés portant sur :
i) l'acquisition ou la location de terrains et de bâtiments existants ou d'autres biens immeubles, ou concernant des droits sur ces biens;
ii) l'acquisition, le développement, la production ou la coproduction d'éléments de programmes par des radiodiffuseurs, ainsi que les temps de radiodiffusion;
iii) des services d'arbitrage et de conciliation;
iv) des marchés de l'emploi, ainsi que
v) des services de recherche et de développement autres que ceux dont les fruits appartiennent exclusivement à l'entité pour son usage dans l'exercice de sa propre activité, pour autant que la prestation du service soit entièrement rémunérée par l'entité;
d) Services financiers.
3. Les concessions de travaux publics, selon la définition de l'article 138, point i), entrent également sous le présent titre, comme spécifié dans les annexes XI, XII et XIII.
4. Aucune des parties ne peut élaborer, concevoir ou structurer un marché dans le but de se soustraire aux obligations du présent titre.
1. Le présent titre s'applique aux lois, règlements, procédures ou pratiques ayant trait aux acquisitions, par les entités des parties, de biens et de services, y compris de travaux, aux conditions définies par chaque partie dans les annexes XI, XII et XIII.
2. Le présent titre s'applique :
a) aux marchés passés conformément à :
i) un accord international et portant sur la réalisation ou l'exploitation en commun d'un ouvrage par les parties contractantes;
ii) d'un accord international concernant le stationnement de troupes; ainsi que
iii) la procédure spécifique d'une organisation internationale;
b) aux accords non contractuels ou à toute forme l'aide et d'acquisition publiques dans le cadre de programmes l'assistance ou de coopération;
c) aux marchés portant sur :
i) l'acquisition ou la location de terrains et de bâtiments existants ou d'autres biens immeubles, ou concernant des droits sur ces biens;
ii) l'acquisition, le développement, la production ou la coproduction d'éléments de programmes par des radiodiffuseurs, ainsi que les temps de radiodiffusion;
iii) des services d'arbitrage et de conciliation;
iv) des marchés de l'emploi, ainsi que
v) des services de recherche et de développement autres que ceux dont les fruits appartiennent exclusivement à l'entité pour son usage dans l'exercice de sa propre activité, pour autant que la prestation du service soit entièrement rémunérée par l'entité;
d) Services financiers.
3. Les concessions de travaux publics, selon la définition de l'article 138, point i), entrent également sous le présent titre, comme spécifié dans les annexes XI, XII et XIII.
4. Aucune des parties ne peut élaborer, concevoir ou structurer un marché dans le but de se soustraire aux obligations du présent titre.
Art. 138. Definities.
Voor de toepassing van deze titel gelden de onderstaande definities :
a) onder " overheidsopdrachten " wordt verstaan : verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken die worden uitgevoerd door openbare instanties van de partijen voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Onder dit begrip valt tevens verwerving door middel van aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
b) onder " instanties " worden verstaan : openbare instanties van de partijen, zoals centrale, regionale en lokale overheidsinstanties, gemeenten, overheidsbedrijven en alle andere instanties die opdrachten plaatsen overeenkomstig het bepaalde in deze titel, zoals vermeld in de bijlagen XI, XII en XIII;
c) onder " overheidsbedrijf " wordt verstaan : een onderneming waarover de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefent uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of erop van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer de overheid, direct of indirect, ten opzichte van een onderneming :
i) de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit;
ii) beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;
iii) meer dan de helft van de leden van het bestuurlijk, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen;
d) onder " leverancier van de partijen " wordt verstaan : een natuurlijke persoon of rechtspersoon of overheidsinstantie van een partij of een groep van personen en/of instanties van een partij die goederen, diensten of de uitvoering van werkzaamheden en/of werken aanbiedt. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverlener en aannemers;
e) onder " rechtspersoon " wordt verstaan : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
f) onder " rechtspersoon van een partij " wordt verstaan : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
g) onder " natuurlijke persoon " wordt verstaan : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
h) onder " inschrijver " wordt verstaan : een leverancier die een inschrijving heeft ingediend;
i) onder " concessie voor openbare werken " wordt verstaan : een overeenkomst met dezelfde kenmerken als die van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs;
j) onder " bijzondere voorwaarden " worden verstaan : voorwaarden die door een instantie voor of tijdens de aanbestedingsprocedure worden opgelegd ter bevordering van de lokale ontwikkeling of ter verbetering van de betalingsbalansrekeningen van een partij, met name door eisen te stellen met betrekking tot de plaatselijk toegevoegde waarde, het octrooieren van technologie, de investeringen, de ruilhandel en dergelijke;
k) de term " schriftelijk " staat voor elk geheel van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, dat kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;
l) onder " technische specificaties " wordt verstaan : een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties en veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, werking en etikettering, dan wel de procédés of methoden voor de productie ervan en de door instanties voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;
m) onder " privatisering " wordt verstaan : het proces waarbij de zeggenschap over een instantie bij de overheid wordt weggenomen en overgedragen aan de particuliere sector;
n) onder " liberalisering " wordt verstaan : een proces dat ertoe leidt dat instanties geen exclusieve of speciale rechten genieten en zich uitsluitend bezighouden met het leveren van goederen of diensten die onderworpen zijn aan daadwerkelijke concurrentie.
Voor de toepassing van deze titel gelden de onderstaande definities :
a) onder " overheidsopdrachten " wordt verstaan : verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken die worden uitgevoerd door openbare instanties van de partijen voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Onder dit begrip valt tevens verwerving door middel van aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
b) onder " instanties " worden verstaan : openbare instanties van de partijen, zoals centrale, regionale en lokale overheidsinstanties, gemeenten, overheidsbedrijven en alle andere instanties die opdrachten plaatsen overeenkomstig het bepaalde in deze titel, zoals vermeld in de bijlagen XI, XII en XIII;
c) onder " overheidsbedrijf " wordt verstaan : een onderneming waarover de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefent uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of erop van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer de overheid, direct of indirect, ten opzichte van een onderneming :
i) de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit;
ii) beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;
iii) meer dan de helft van de leden van het bestuurlijk, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen;
d) onder " leverancier van de partijen " wordt verstaan : een natuurlijke persoon of rechtspersoon of overheidsinstantie van een partij of een groep van personen en/of instanties van een partij die goederen, diensten of de uitvoering van werkzaamheden en/of werken aanbiedt. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverlener en aannemers;
e) onder " rechtspersoon " wordt verstaan : iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;
f) onder " rechtspersoon van een partij " wordt verstaan : een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.
Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;
g) onder " natuurlijke persoon " wordt verstaan : een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;
h) onder " inschrijver " wordt verstaan : een leverancier die een inschrijving heeft ingediend;
i) onder " concessie voor openbare werken " wordt verstaan : een overeenkomst met dezelfde kenmerken als die van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs;
j) onder " bijzondere voorwaarden " worden verstaan : voorwaarden die door een instantie voor of tijdens de aanbestedingsprocedure worden opgelegd ter bevordering van de lokale ontwikkeling of ter verbetering van de betalingsbalansrekeningen van een partij, met name door eisen te stellen met betrekking tot de plaatselijk toegevoegde waarde, het octrooieren van technologie, de investeringen, de ruilhandel en dergelijke;
k) de term " schriftelijk " staat voor elk geheel van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, dat kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;
l) onder " technische specificaties " wordt verstaan : een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties en veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, werking en etikettering, dan wel de procédés of methoden voor de productie ervan en de door instanties voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;
m) onder " privatisering " wordt verstaan : het proces waarbij de zeggenschap over een instantie bij de overheid wordt weggenomen en overgedragen aan de particuliere sector;
n) onder " liberalisering " wordt verstaan : een proces dat ertoe leidt dat instanties geen exclusieve of speciale rechten genieten en zich uitsluitend bezighouden met het leveren van goederen of diensten die onderworpen zijn aan daadwerkelijke concurrentie.
Art. 138. Définitions.
Aux fins du présent titre, on entend par :
a) " marché public " toute acquisition de biens, de services ou des deux à la fois, y compris de travaux effectués par des entités publiques des parties à des fins publiques, qui n'est pas destinée à faire l'objet d'une revente commerciale ou à être utilisée dans la production de marchandises ou l'offre de services en vue d'une vente commerciale, sauf disposition contraire; les acquisitions effectuées par des méthodes comme l'achat, le crédit-bail, la location ou la location-vente, avec ou sans option d'achat, en font également partie;
b) " entités " les entités publiques des parties telles que les administrations centrales, régionales ou locales, les municipalités, les entreprises publiques et toute autre entité qui passe des marchés conformément aux dispositions du présent titre, telles que définies aux annexes XI, XII et XIII;
c) " entreprise publique " toute entreprise sur laquelle les pouvoirs publics peuvent exercer directement ou indirectement une influence dominante du fait de leur droit de propriété, de leur participation financière ou des règles qui la régissent. L'influence dominante est présumée lorsque les pouvoirs publics, directement ou indirectement, à l'égard de l'entreprise :
i) détiennent la majorité du capital souscrit de l'entreprise;
ii) disposent de la majorité des voix attachées aux parts émises par l'entreprise, ou
iii) peuvent désigner plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'entreprise;
d) " fournisseur des parties " toute personne morale ou physique ou tout organisme public ou groupe de personnes morales ou physiques d'une partie et/ou les organismes d'une partie qui peuvent fournir des biens ou des services ou exécuter des travaux. Ce terme englobe aussi le fournisseur de biens, le fournisseur de services ou l'entrepreneur;
e) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
f) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili.
Si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne, sauf si elle est engagée dans des opérations commerciales importantes sur le territoire de la Communauté ou du Chili;
g) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives;
h) " soumissionnaire " un fournisseur quia présenté une offre;
i) " concession de travaux publics " un marché de même nature qu'un marché de travaux publics, à l'exception du fait que la rémunération des travaux à effectuer se traduit soit exclusivement par le droit d'exploiter la construction, soit par ce droit accompagné d'un paiement;
j) " compensations " les conditions imposées ou envisagées par une entité avant ou pendant la passation d'un marché qui favorisent le développement local ou améliorent les comptes de balance des paiements de la partie dont elle relève, au moyen d'exigences relatives à la teneur locale, à l'octroi de licences en matière de technologie, à l'investissement, au commerce de compensation ou autres exigences semblables;
k) " par écrit " toute expression d'informations en mots, chiffres ou autres symboles, y compris à l'aide de moyens électroniques, susceptible d'être lue, reproduite et conservée;
l) " spécifications techniques " les caractéristiques des biens ou services qui vont faire l'objet d'un marché, telles que la qualité, les propriétés d'emploi, la sécurité et les dimensions, les symboles, la terminologie, l'emballage, le marquage et l'étiquetage, ou les procédés et méthodes de production, ainsi que les prescriptions relatives aux procédures d'évaluation de la conformité définies par les entités;
m) " privatisation " un processus par lequel le contrôle d'une entité par les pouvoirs publics est effectivement aboli et transféré au secteur privé;
n) " libéralisation " un processus dont le résultat se traduit par l'absence de droits exclusifs ou particuliers pour une entité, dont l'activité consiste exclusivement à fournir des biens ou des services sur des marchés soumis à un régime de concurrence réelle.
Aux fins du présent titre, on entend par :
a) " marché public " toute acquisition de biens, de services ou des deux à la fois, y compris de travaux effectués par des entités publiques des parties à des fins publiques, qui n'est pas destinée à faire l'objet d'une revente commerciale ou à être utilisée dans la production de marchandises ou l'offre de services en vue d'une vente commerciale, sauf disposition contraire; les acquisitions effectuées par des méthodes comme l'achat, le crédit-bail, la location ou la location-vente, avec ou sans option d'achat, en font également partie;
b) " entités " les entités publiques des parties telles que les administrations centrales, régionales ou locales, les municipalités, les entreprises publiques et toute autre entité qui passe des marchés conformément aux dispositions du présent titre, telles que définies aux annexes XI, XII et XIII;
c) " entreprise publique " toute entreprise sur laquelle les pouvoirs publics peuvent exercer directement ou indirectement une influence dominante du fait de leur droit de propriété, de leur participation financière ou des règles qui la régissent. L'influence dominante est présumée lorsque les pouvoirs publics, directement ou indirectement, à l'égard de l'entreprise :
i) détiennent la majorité du capital souscrit de l'entreprise;
ii) disposent de la majorité des voix attachées aux parts émises par l'entreprise, ou
iii) peuvent désigner plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'entreprise;
d) " fournisseur des parties " toute personne morale ou physique ou tout organisme public ou groupe de personnes morales ou physiques d'une partie et/ou les organismes d'une partie qui peuvent fournir des biens ou des services ou exécuter des travaux. Ce terme englobe aussi le fournisseur de biens, le fournisseur de services ou l'entrepreneur;
e) " personne morale " toute entité juridique dûment constituée ou autrement organisée conformément à la législation applicable, à des fins lucratives ou non, et détenue par le secteur privé ou le secteur public, y compris toute société, société de fiducie (" trust "), société de personnes (" partnership "), coentreprise, entreprise individuelle ou association;
f) " personne morale d'une partie " une personne morale constituée ou autrement organisée conformément à la législation de la Communauté, de ses Etats membres ou du Chili.
Si la personne morale n'a que son siège social ou son administration centrale sur le territoire de la Communauté ou du Chili, elle n'est pas considérée comme une personne morale communautaire ou chilienne, sauf si elle est engagée dans des opérations commerciales importantes sur le territoire de la Communauté ou du Chili;
g) " personne physique " un ressortissant d'un des Etats membres ou du Chili conformément à leurs législations respectives;
h) " soumissionnaire " un fournisseur quia présenté une offre;
i) " concession de travaux publics " un marché de même nature qu'un marché de travaux publics, à l'exception du fait que la rémunération des travaux à effectuer se traduit soit exclusivement par le droit d'exploiter la construction, soit par ce droit accompagné d'un paiement;
j) " compensations " les conditions imposées ou envisagées par une entité avant ou pendant la passation d'un marché qui favorisent le développement local ou améliorent les comptes de balance des paiements de la partie dont elle relève, au moyen d'exigences relatives à la teneur locale, à l'octroi de licences en matière de technologie, à l'investissement, au commerce de compensation ou autres exigences semblables;
k) " par écrit " toute expression d'informations en mots, chiffres ou autres symboles, y compris à l'aide de moyens électroniques, susceptible d'être lue, reproduite et conservée;
l) " spécifications techniques " les caractéristiques des biens ou services qui vont faire l'objet d'un marché, telles que la qualité, les propriétés d'emploi, la sécurité et les dimensions, les symboles, la terminologie, l'emballage, le marquage et l'étiquetage, ou les procédés et méthodes de production, ainsi que les prescriptions relatives aux procédures d'évaluation de la conformité définies par les entités;
m) " privatisation " un processus par lequel le contrôle d'une entité par les pouvoirs publics est effectivement aboli et transféré au secteur privé;
n) " libéralisation " un processus dont le résultat se traduit par l'absence de droits exclusifs ou particuliers pour une entité, dont l'activité consiste exclusivement à fournir des biens ou des services sur des marchés soumis à un régime de concurrence réelle.
Art. 139. Nationale behandeling en non-discriminatie.
1. Iedere partij ziet erop toe dat opdrachten door haar instanties waarop deze titel van toepassing is op transparante, redelijke en niet-discriminerende wijze worden geplaatst, waarbij alle leveranciers van alle partijen gelijk worden behandeld en het beginsel van open, effectieve concurrentie wordt gewaarborgd.
2. Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, verleent elke partij aan producten, diensten en leveranciers van de andere partij een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke zij aan binnenlandse producten, diensten en leveranciers verleent.
3. Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, ziet elke partij er op toe dat :
a) haar instanties een lokale leverancier niet minder gunstig behandelen dan een andere lokale leverancier naar de mate waarin deze verbonden is met of het eigendom is van een persoon van de andere partij;
b) haar instanties een lokale leverancier niet discrimineren wanneer de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.
4. Dit artikel is niet van toepassing op maatregelen in verband met douanerechten of andere heffingen die worden opgelegd bij of in verband met de invoer, op de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen, op andere invoerregelingen, waaronder beperkingen en formaliteiten, of op maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, andere dan maatregelen die specifiek van toepassing zijn op de overheidsopdrachten waarop deze titel betrekking heeft.
1. Iedere partij ziet erop toe dat opdrachten door haar instanties waarop deze titel van toepassing is op transparante, redelijke en niet-discriminerende wijze worden geplaatst, waarbij alle leveranciers van alle partijen gelijk worden behandeld en het beginsel van open, effectieve concurrentie wordt gewaarborgd.
2. Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, verleent elke partij aan producten, diensten en leveranciers van de andere partij een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke zij aan binnenlandse producten, diensten en leveranciers verleent.
3. Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, ziet elke partij er op toe dat :
a) haar instanties een lokale leverancier niet minder gunstig behandelen dan een andere lokale leverancier naar de mate waarin deze verbonden is met of het eigendom is van een persoon van de andere partij;
b) haar instanties een lokale leverancier niet discrimineren wanneer de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.
4. Dit artikel is niet van toepassing op maatregelen in verband met douanerechten of andere heffingen die worden opgelegd bij of in verband met de invoer, op de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen, op andere invoerregelingen, waaronder beperkingen en formaliteiten, of op maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, andere dan maatregelen die specifiek van toepassing zijn op de overheidsopdrachten waarop deze titel betrekking heeft.
Art. 139. Traitement national et non-discrimination.
1. Chaque partie veille à ce que les marchés passés par ses entités visées par le présent titre se déroulent dans des conditions transparentes, raisonnables et non discriminatoires, en accordant aux fournisseurs des deux parties une égalité de traitement et en respectant le principe d'une concurrence ouverte et effective.
2. En ce qui concerne les lois, règlements, procédures ou pratiques relatifs aux marchés publics visés au présent titre, chacune des parties accorde aux biens, services et fournisseurs de l'autre partie un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses biens, services et fournisseurs nationaux.
3. En ce qui concerne les lois, règlements, procédures ou pratiques relatifs aux marchés publics visés au présent titre, chacune des parties veille à ce que :
a) ses entités ne traitent pas un fournisseur local moins favorablement qu'un autre fournisseur local, en vertu du degré d'affiliation ou d'appartenance à une personne de l'autre partie, ainsi que
b) ses entités n'exercent pas de discrimination à l'égard d'un fournisseur local, au motif que les biens ou les services qu'il propose pour un marché particulier sont des biens ou des services de l'autre partie.
4. Le présent article ne s'applique pas aux mesures concernant les droits de douane ou autres frais de toute nature imposés relativement à l'importation, au mode de perception de ces droits ou frais, ou aux autres règlements en matière d'importation, y compris les restrictions et les formalités, ni aux mesures affectant le commerce de services autres que les mesures spécifiques régissant les marchés publics visés au présent titre.
1. Chaque partie veille à ce que les marchés passés par ses entités visées par le présent titre se déroulent dans des conditions transparentes, raisonnables et non discriminatoires, en accordant aux fournisseurs des deux parties une égalité de traitement et en respectant le principe d'une concurrence ouverte et effective.
2. En ce qui concerne les lois, règlements, procédures ou pratiques relatifs aux marchés publics visés au présent titre, chacune des parties accorde aux biens, services et fournisseurs de l'autre partie un traitement non moins favorable que celui qu'elle accorde à ses biens, services et fournisseurs nationaux.
3. En ce qui concerne les lois, règlements, procédures ou pratiques relatifs aux marchés publics visés au présent titre, chacune des parties veille à ce que :
a) ses entités ne traitent pas un fournisseur local moins favorablement qu'un autre fournisseur local, en vertu du degré d'affiliation ou d'appartenance à une personne de l'autre partie, ainsi que
b) ses entités n'exercent pas de discrimination à l'égard d'un fournisseur local, au motif que les biens ou les services qu'il propose pour un marché particulier sont des biens ou des services de l'autre partie.
4. Le présent article ne s'applique pas aux mesures concernant les droits de douane ou autres frais de toute nature imposés relativement à l'importation, au mode de perception de ces droits ou frais, ou aux autres règlements en matière d'importation, y compris les restrictions et les formalités, ni aux mesures affectant le commerce de services autres que les mesures spécifiques régissant les marchés publics visés au présent titre.
Art. 140. Verbod op het vaststellen van bijzondere bepalingen en nationale preferenties.
De partijen dragen er zorg voor dat hun instanties bij het beoordelen en selecteren van leveranciers, goederen of diensten, het evalueren van inschrijvingen of de gunning van opdrachten geen bijzondere voorwaarden, of voorwaarden betreffende nationale preferenties, zoals marges die prijspreferenties mogelijk maken, beogen, nastreven of opleggen.
De partijen dragen er zorg voor dat hun instanties bij het beoordelen en selecteren van leveranciers, goederen of diensten, het evalueren van inschrijvingen of de gunning van opdrachten geen bijzondere voorwaarden, of voorwaarden betreffende nationale preferenties, zoals marges die prijspreferenties mogelijk maken, beogen, nastreven of opleggen.
Art. 140. Interdiction des opérations de compensation et des préférences nationales.
Dans la qualification et la sélection des fournisseurs, des biens ou des services, ou dans l'évaluation des soumissions et l'adjudication des marchés, chaque partie veille à ce que ses entités n'envisagent, ne demandent et n'imposent pas d'opérations de compensation ni de conditions relatives à des préférences nationales telles que des marges autorisant des préférences en termes de prix.
Dans la qualification et la sélection des fournisseurs, des biens ou des services, ou dans l'évaluation des soumissions et l'adjudication des marchés, chaque partie veille à ce que ses entités n'envisagent, ne demandent et n'imposent pas d'opérations de compensation ni de conditions relatives à des préférences nationales telles que des marges autorisant des préférences en termes de prix.
Art. 141. Regels betreffende de berekening van de waarde.
1. Bij het vaststellen of de disciplines van deze titel van toepassing zijn op een opdracht, de voorwaarden van bijlage XI en bijlage XII, aanhangsels 1 tot en met 3, in aanmerking genomen, mag een instantie een opdracht niet splitsen of een andere waardebepalingsmethode toepassen teneinde deze aan de toepassing van deze titel te onttrekken.
2. Bij het berekenen van de waarde van een opdracht dient een instantie rekening te houden met alle soorten vergoeding, zoals premies, provisies, commissielonen en rente, alsmede met het totale toegestane maximumbedrag, inclusief optiebedingen, waarin de opdracht voorziet.
3. Indien het door de aard van de opdracht niet mogelijk is vooraf de exacte waarde te berekenen, dienen instanties de waarde aan de hand van objectieve criteria te schatten.
1. Bij het vaststellen of de disciplines van deze titel van toepassing zijn op een opdracht, de voorwaarden van bijlage XI en bijlage XII, aanhangsels 1 tot en met 3, in aanmerking genomen, mag een instantie een opdracht niet splitsen of een andere waardebepalingsmethode toepassen teneinde deze aan de toepassing van deze titel te onttrekken.
2. Bij het berekenen van de waarde van een opdracht dient een instantie rekening te houden met alle soorten vergoeding, zoals premies, provisies, commissielonen en rente, alsmede met het totale toegestane maximumbedrag, inclusief optiebedingen, waarin de opdracht voorziet.
3. Indien het door de aard van de opdracht niet mogelijk is vooraf de exacte waarde te berekenen, dienen instanties de waarde aan de hand van objectieve criteria te schatten.
Art. 141. Règles d'évaluation.
1. Les entités ne doivent pas scinder un marché public ni utiliser une autre méthode d'évaluation du marché public dans l'intention de se soustraire à l'application du présent titre lorsqu'elles déterminent si un marché public est couvert par les disciplines du présent titre, sous réserve des conditions définies aux appendices 1 à 3 des annexes XI et XII.
2. En calculant la valeur d'un marché public, l'entité concernée doit prendre en considération toutes les formes de rémunération telles que les primes, rétributions, commissions et intérêts, ainsi que le montant total maximal autorisé, y compris les options, prévu par ce marché public.
3. Si la nature du marché public ne permet pas de calculer à l'avance sa valeur précise, l'entité concernée doit estimer cette valeur sur la base de critères objectifs.
1. Les entités ne doivent pas scinder un marché public ni utiliser une autre méthode d'évaluation du marché public dans l'intention de se soustraire à l'application du présent titre lorsqu'elles déterminent si un marché public est couvert par les disciplines du présent titre, sous réserve des conditions définies aux appendices 1 à 3 des annexes XI et XII.
2. En calculant la valeur d'un marché public, l'entité concernée doit prendre en considération toutes les formes de rémunération telles que les primes, rétributions, commissions et intérêts, ainsi que le montant total maximal autorisé, y compris les options, prévu par ce marché public.
3. Si la nature du marché public ne permet pas de calculer à l'avance sa valeur précise, l'entité concernée doit estimer cette valeur sur la base de critères objectifs.
Art. 142. Transparantie.
1. Iedere partij publiceert onverwijld in de daarvoor bestemde publicaties genoemd in bijlage XIII alle wetten, voorschriften, rechterlijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en procedures, met inbegrip van standaardclausules voor overeenkomsten, in verband met overheidsopdrachten waarop het bepaalde in deze titel van toepassing is.
2. Iedere partij publiceert onverwijld op dezelfde wijze alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.
1. Iedere partij publiceert onverwijld in de daarvoor bestemde publicaties genoemd in bijlage XIII alle wetten, voorschriften, rechterlijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en procedures, met inbegrip van standaardclausules voor overeenkomsten, in verband met overheidsopdrachten waarop het bepaalde in deze titel van toepassing is.
2. Iedere partij publiceert onverwijld op dezelfde wijze alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.
Art. 142. Transparence.
1. Chaque partie publie rapidement les lois, règlements, décisions judiciaires, décisions administratives d'application générale et procédures, y compris les clauses contractuelles types, relatifs aux marchés publics visés par le présent titre, dans les publications appropriées visées à l'appendice 2 de l'annexe XIII, notamment dans les médias électroniques officiellement désignés.
2. Chaque partie publie rapidement, et de la même manière, les modifications apportées à ces actes.
1. Chaque partie publie rapidement les lois, règlements, décisions judiciaires, décisions administratives d'application générale et procédures, y compris les clauses contractuelles types, relatifs aux marchés publics visés par le présent titre, dans les publications appropriées visées à l'appendice 2 de l'annexe XIII, notamment dans les médias électroniques officiellement désignés.
2. Chaque partie publie rapidement, et de la même manière, les modifications apportées à ces actes.
Art. 143. Aanbestedingsprocedures.
1. Instanties gunnen hun overheidsopdrachten door middel van openbare aanbestedingsprocedures of aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie, overeenkomstig de nationale procedures van de betrokken partij, in overeenstemming met het bepaalde in deze titel en op niet-discriminerende wijze.
2. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
a) openbare aanbestedingsprocedures : procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
b) aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie : procedures waarbij, in overeenstemming met artikel 144 en de andere desbetreffende bepalingen van deze titel, leveranciers die aan de erkenningseisen van de instanties voldoen, worden uitgenodigd in te schrijven;
3. In de specifieke gevallen en uitsluitend op de voorwaarden bedoeld in artikel 145 mogen instanties echter een andere procedure toepassen dan de in lid 1 van dat artikel genoemde openbare aanbestedingsprocedure en de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie; in dat geval kan een instantie verkiezen geen bericht van aanbesteding te publiceren en kan zij overleggen met de leveranciers van haar keuze en met een of meer van hen onderhandelen over de voorwaarden van de opdracht.
4. De instanties behandelen de inschrijvingen vertrouwelijk. Met name verstrekken zij geen inlichtingen die erop gericht zijn bepaalde deelnemers te helpen hun inschrijving op het niveau van de overige deelnemers te brengen.
1. Instanties gunnen hun overheidsopdrachten door middel van openbare aanbestedingsprocedures of aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie, overeenkomstig de nationale procedures van de betrokken partij, in overeenstemming met het bepaalde in deze titel en op niet-discriminerende wijze.
2. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
a) openbare aanbestedingsprocedures : procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
b) aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie : procedures waarbij, in overeenstemming met artikel 144 en de andere desbetreffende bepalingen van deze titel, leveranciers die aan de erkenningseisen van de instanties voldoen, worden uitgenodigd in te schrijven;
3. In de specifieke gevallen en uitsluitend op de voorwaarden bedoeld in artikel 145 mogen instanties echter een andere procedure toepassen dan de in lid 1 van dat artikel genoemde openbare aanbestedingsprocedure en de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie; in dat geval kan een instantie verkiezen geen bericht van aanbesteding te publiceren en kan zij overleggen met de leveranciers van haar keuze en met een of meer van hen onderhandelen over de voorwaarden van de opdracht.
4. De instanties behandelen de inschrijvingen vertrouwelijk. Met name verstrekken zij geen inlichtingen die erop gericht zijn bepaalde deelnemers te helpen hun inschrijving op het niveau van de overige deelnemers te brengen.
Art. 143. Procédures d'attribution.
1. Les entités procèdent à l'attribution non discriminatoire de leurs marchés publics, selon leurs procédures nationales, par procédure d'appel d'offres ouverte ou sélective, conformément au présent titre.
2. Aux fins du présent titre, on entend par :
a) " procédure d'appel d'offres ouverte " celle dans laquelle tous les fournisseurs intéressés peuvent soumissionner;
b) " procédure d'appel d'offres sélective " celle dans laquelle, conformément à l'article 144 et à d'autres dispositions pertinentes du présent titre, seuls les fournisseurs satisfaisant aux critères de qualification fixés par les entités sont invités à soumissionner.
3. Toutefois, dans les cas particuliers et dans le strict respect des conditions prévues par l'article 145, les entités peuvent avoir recours à une procédure autre qu'une procédure d'appel d'offres ouverte ou sélective au sens du paragraphe 1 du présent article, auquel cas les entités peuvent décider de ne pas publier d'avis de projet de marché, consulter les fournisseurs à propos de leur décision et négocier les termes du marché avec un ou plusieurs d'entre eux.
4. Les entités traiteront les soumissions de manière confidentielle. En particulier, elles ne donneront pas d'information destinée à aider des participants déterminés à porter leurs soumissions au niveau de celles d'autres participants.
1. Les entités procèdent à l'attribution non discriminatoire de leurs marchés publics, selon leurs procédures nationales, par procédure d'appel d'offres ouverte ou sélective, conformément au présent titre.
2. Aux fins du présent titre, on entend par :
a) " procédure d'appel d'offres ouverte " celle dans laquelle tous les fournisseurs intéressés peuvent soumissionner;
b) " procédure d'appel d'offres sélective " celle dans laquelle, conformément à l'article 144 et à d'autres dispositions pertinentes du présent titre, seuls les fournisseurs satisfaisant aux critères de qualification fixés par les entités sont invités à soumissionner.
3. Toutefois, dans les cas particuliers et dans le strict respect des conditions prévues par l'article 145, les entités peuvent avoir recours à une procédure autre qu'une procédure d'appel d'offres ouverte ou sélective au sens du paragraphe 1 du présent article, auquel cas les entités peuvent décider de ne pas publier d'avis de projet de marché, consulter les fournisseurs à propos de leur décision et négocier les termes du marché avec un ou plusieurs d'entre eux.
4. Les entités traiteront les soumissions de manière confidentielle. En particulier, elles ne donneront pas d'information destinée à aider des participants déterminés à porter leurs soumissions au niveau de celles d'autres participants.
Art. 144. Aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie.
1. Bij een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie kunnen instanties het aantal erkende leveranciers dat zij uitnodigen tot inschrijving beperken, op een wijze die verenigbaar is met een efficiënte werking van het mechanisme voor het plaatsen van opdrachten; zij kiezen daarbij zo veel mogelijk nationale leveranciers en leveranciers uit de andere partij en maken deze keuze op eerlijke en niet-discriminerende wijze, aan de hand van de criteria die in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken worden vermeld.
2. Instanties die permanente lijsten van erkende leveranciers aanleggen, kunnen op de voorwaarden van artikel 146, lid 7, uit de leveranciers die in die lijst zijn opgenomen de leveranciers kiezen die tot inschrijving worden uitgenodigd. Bij elke keuze krijgen de leveranciers op de lijsten gelijke kansen.
1. Bij een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie kunnen instanties het aantal erkende leveranciers dat zij uitnodigen tot inschrijving beperken, op een wijze die verenigbaar is met een efficiënte werking van het mechanisme voor het plaatsen van opdrachten; zij kiezen daarbij zo veel mogelijk nationale leveranciers en leveranciers uit de andere partij en maken deze keuze op eerlijke en niet-discriminerende wijze, aan de hand van de criteria die in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken worden vermeld.
2. Instanties die permanente lijsten van erkende leveranciers aanleggen, kunnen op de voorwaarden van artikel 146, lid 7, uit de leveranciers die in die lijst zijn opgenomen de leveranciers kiezen die tot inschrijving worden uitgenodigd. Bij elke keuze krijgen de leveranciers op de lijsten gelijke kansen.
Art. 144. Appel d'offres sélectif.
1. Dans un appel d'offres sélectif, les entités peuvent, pour assurer le fonctionnement efficace de la procédure, limiter le nombre de fournisseurs qualifiés qu'elles invitent à soumissionner, à condition qu'elles sélectionnent le nombre maximal de fournisseurs nationaux et de fournisseurs de l'autre partie, et que leur sélection s'effectue de façon juste et non discriminatoire, sur la base des critères mentionnés dans l'avis de projet de marché ou dans le cahier des charges.
2. Les entités qui tiennent des listes permanentes de fournisseurs qualifiés peuvent sélectionner les fournisseurs qui sont invités à soumissionner parmi ceux qui figurent sur ces listes, conformément aux conditions prévues par l'article 146, paragraphe 7. Toute sélection donnera des chances équitables aux fournisseurs figurant sur les listes.
1. Dans un appel d'offres sélectif, les entités peuvent, pour assurer le fonctionnement efficace de la procédure, limiter le nombre de fournisseurs qualifiés qu'elles invitent à soumissionner, à condition qu'elles sélectionnent le nombre maximal de fournisseurs nationaux et de fournisseurs de l'autre partie, et que leur sélection s'effectue de façon juste et non discriminatoire, sur la base des critères mentionnés dans l'avis de projet de marché ou dans le cahier des charges.
2. Les entités qui tiennent des listes permanentes de fournisseurs qualifiés peuvent sélectionner les fournisseurs qui sont invités à soumissionner parmi ceux qui figurent sur ces listes, conformément aux conditions prévues par l'article 146, paragraphe 7. Toute sélection donnera des chances équitables aux fournisseurs figurant sur les listes.
Art. 145. Andere procedures.
1. Mits de aanbestedingsprocedure niet wordt gebruikt om een zo groot mogelijke mededinging te vermijden of om binnenlandse leveranciers te beschermen, mogen door instanties onder de volgende omstandigheden opdrachten worden gegund door middel van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, op de volgende voorwaarden waar van toepassing :
a) wanneer in het kader van een eerdere aanbesteding geen geschikte inschrijvingen of verzoeken om deelname zijn ingediend, mits de voorwaarden van de oorspronkelijke opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;
b) wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde leverancier kan worden gegund en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat;
c) wanneer wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende instantie niet konden worden voorzien, de goederen of diensten niet tijdig konden worden verkregen door middel van een openbare aanbestedingsprocedure of een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
d) bij aanvullende leveringen van goederen of diensten door de oorspronkelijke leverancier, indien verandering van leverancier de instantie ertoe zou verplichten uitrusting of diensten aan te schaffen die niet aan de eis van uitwisselbaarheid met reeds aanwezige uitrusting, software of diensten voldoen;
e) wanneer een instantie prototypes of nieuwe producten of diensten aanschaft die op haar verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht zijn ontwikkeld;
f) wanneer aanvullende diensten die niet in de aanvankelijke opdracht waren opgenomen, maar binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke aanbestedingsstukken vallen, als gevolg van onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden om de daarin beschreven diensten te voltooien. De totale waarde van de met het oog op de aanvullende bouwwerkzaamheden geplaatste opdrachten mag evenwel niet meer bedragen dan 50 % van het bedrag van de hoofdopdracht;
g) in het geval van nieuwe diensten, bestaande uit de herhaling van soortgelijke diensten, waarbij de instantie in de aankondiging van de aanvankelijke diensten heeft vermeld dat voor de gunning van opdrachten voor dergelijke nieuwe diensten gebruik kan worden gemaakt van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
h) in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van deze titel; indien er meerdere prijswinnaars zijn, dienen alle prijswinnaars worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen;
i) voor genoteerde goederen die op een goederenmarkt worden aangekocht en voor aankopen van goederen die worden gedaan op uitzonderlijk gunstige voorwaarden waarvan alleen op zeer korte termijn gebruik kan worden gemaakt, zoals bij ongewone uitverkopen, doch niet voor routineaankopen bij vaste leveranciers.
2. De partijen zien erop toe dat instanties die op grond van de omstandigheden omschreven in lid 1 gebruik moeten maken van een andere procedure dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, hiervan schriftelijk verslag opmaken, waarin het gebruik van de procedure voor de op grond van dat lid geplaatste opdracht specifiek wordt gemotiveerd.
1. Mits de aanbestedingsprocedure niet wordt gebruikt om een zo groot mogelijke mededinging te vermijden of om binnenlandse leveranciers te beschermen, mogen door instanties onder de volgende omstandigheden opdrachten worden gegund door middel van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, op de volgende voorwaarden waar van toepassing :
a) wanneer in het kader van een eerdere aanbesteding geen geschikte inschrijvingen of verzoeken om deelname zijn ingediend, mits de voorwaarden van de oorspronkelijke opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;
b) wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde leverancier kan worden gegund en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat;
c) wanneer wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende instantie niet konden worden voorzien, de goederen of diensten niet tijdig konden worden verkregen door middel van een openbare aanbestedingsprocedure of een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
d) bij aanvullende leveringen van goederen of diensten door de oorspronkelijke leverancier, indien verandering van leverancier de instantie ertoe zou verplichten uitrusting of diensten aan te schaffen die niet aan de eis van uitwisselbaarheid met reeds aanwezige uitrusting, software of diensten voldoen;
e) wanneer een instantie prototypes of nieuwe producten of diensten aanschaft die op haar verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht zijn ontwikkeld;
f) wanneer aanvullende diensten die niet in de aanvankelijke opdracht waren opgenomen, maar binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke aanbestedingsstukken vallen, als gevolg van onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden om de daarin beschreven diensten te voltooien. De totale waarde van de met het oog op de aanvullende bouwwerkzaamheden geplaatste opdrachten mag evenwel niet meer bedragen dan 50 % van het bedrag van de hoofdopdracht;
g) in het geval van nieuwe diensten, bestaande uit de herhaling van soortgelijke diensten, waarbij de instantie in de aankondiging van de aanvankelijke diensten heeft vermeld dat voor de gunning van opdrachten voor dergelijke nieuwe diensten gebruik kan worden gemaakt van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;
h) in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van deze titel; indien er meerdere prijswinnaars zijn, dienen alle prijswinnaars worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen;
i) voor genoteerde goederen die op een goederenmarkt worden aangekocht en voor aankopen van goederen die worden gedaan op uitzonderlijk gunstige voorwaarden waarvan alleen op zeer korte termijn gebruik kan worden gemaakt, zoals bij ongewone uitverkopen, doch niet voor routineaankopen bij vaste leveranciers.
2. De partijen zien erop toe dat instanties die op grond van de omstandigheden omschreven in lid 1 gebruik moeten maken van een andere procedure dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, hiervan schriftelijk verslag opmaken, waarin het gebruik van de procedure voor de op grond van dat lid geplaatste opdracht specifiek wordt gemotiveerd.
Art. 145. Autres procédures.
1. Pour autant que la procédure d'appel d'offres ne soit pas utilisée pour éviter la concurrence maximale possible ou pour protéger des fournisseurs nationaux, les entités sont autorisées à attribuer des marchés par des moyens autres qu'une procédure d'appel d'offres ouverte ou sélective, dans les circonstances suivantes et, le cas échéant, aux conditions suivantes :
a) lorsque aucune soumission ou demande de participation appropriée n'a été déposée en réponse à un appel d'offres antérieur, pour autant que les conditions de l'appel d'offres initial ne soient pas substantiellement modifiées;
b) lorsque, pour des raisons techniques ou artistiques ou pour des raisons tenant à la protection des droits d'exclusivité, l'exécution du marché ne peut être confiée qu'à un fournisseur détermine et qu'aucune autre solution raisonnable n'existe;
c) lorsque, pour des raisons d'extrême urgence dues à des événements qui ne pouvaient être prévus par l'entité, les procédures ouvertes ou sélectives ne permettraient pas d'obtenir les biens ou services en temps voulu;
d) lorsqu'il s'agit de livraisons additionnelles de marchandises et de services effectuées par le fournisseur initial et qu'un changement de fournisseur obligerait l'entité à acquérir un équipement ou des services ne répondant pas à des conditions d'interchangeabilité avec un équipement, un logiciel ou un service déjà existant;
e) lorsqu'une entité passe un marché pour se procurer des prototypes ou un produit ou service nouveau mis au point à sa demande au cours de l'exécution d'un contrat particulier de recherche, d'expérimentation, d'étude ou de développement original, et pour les besoins de ce contrat;
f) lorsque des services additionnels, qui n'étaient pas inclus dans l'appel d'offres initial mais entraient dans les objectifs du cahier des charges original, sont devenus nécessaires, pour des raisons imprévisibles, pour achever la fourniture des services qui y sont décrits; Toutefois, la valeur totale des marchés adjugés pour les services de construction additionnels ne pourra pas dépasser 50 pour cent du montant du marché principal;
g) lorsqu'il s'agit de nouveaux services consistant à répéter des services similaires et pour lesquels l'entité a indiqué dans l'avis relatif aux services initiaux que des procédures d'appel d'offres autres qu'ouvertes ou sélectives pourraient être utilisées dans l'attribution des marchés concernant ces nouveaux services;
h) lorsqu'il s'agit de marchés attribués au lauréat d'un concours, à condition que celui-ci ait été organisé conformément aux principes du présent titre; si plusieurs candidats ont été retenus, tous les lauréats du concours doivent être invités à participer aux négociations; ainsi que
i) lorsqu'il s'agit de biens achetés à un prix établi sur un marché de produits de base et d'achats de biens effectués à des conditions exceptionnellement avantageuses qui ne se présentent qu'à très brève échéance, dans le cadre de ventes inhabituelles et non lors d'achats courants effectués auprès de fournisseurs ordinaires.
2. Les parties doivent veiller à ce que les entités, lorsque les circonstances visées au paragraphe 1 les contraignent à avoir recours à une procédure autre que les procédures d'appel d'offres ouvertes ou sélectives, consignent dans un registre les motifs particuliers justifiant l'attribution du marché en vertu dudit paragraphe ou établissent un compte rendu écrit précisant lesdits motifs.
1. Pour autant que la procédure d'appel d'offres ne soit pas utilisée pour éviter la concurrence maximale possible ou pour protéger des fournisseurs nationaux, les entités sont autorisées à attribuer des marchés par des moyens autres qu'une procédure d'appel d'offres ouverte ou sélective, dans les circonstances suivantes et, le cas échéant, aux conditions suivantes :
a) lorsque aucune soumission ou demande de participation appropriée n'a été déposée en réponse à un appel d'offres antérieur, pour autant que les conditions de l'appel d'offres initial ne soient pas substantiellement modifiées;
b) lorsque, pour des raisons techniques ou artistiques ou pour des raisons tenant à la protection des droits d'exclusivité, l'exécution du marché ne peut être confiée qu'à un fournisseur détermine et qu'aucune autre solution raisonnable n'existe;
c) lorsque, pour des raisons d'extrême urgence dues à des événements qui ne pouvaient être prévus par l'entité, les procédures ouvertes ou sélectives ne permettraient pas d'obtenir les biens ou services en temps voulu;
d) lorsqu'il s'agit de livraisons additionnelles de marchandises et de services effectuées par le fournisseur initial et qu'un changement de fournisseur obligerait l'entité à acquérir un équipement ou des services ne répondant pas à des conditions d'interchangeabilité avec un équipement, un logiciel ou un service déjà existant;
e) lorsqu'une entité passe un marché pour se procurer des prototypes ou un produit ou service nouveau mis au point à sa demande au cours de l'exécution d'un contrat particulier de recherche, d'expérimentation, d'étude ou de développement original, et pour les besoins de ce contrat;
f) lorsque des services additionnels, qui n'étaient pas inclus dans l'appel d'offres initial mais entraient dans les objectifs du cahier des charges original, sont devenus nécessaires, pour des raisons imprévisibles, pour achever la fourniture des services qui y sont décrits; Toutefois, la valeur totale des marchés adjugés pour les services de construction additionnels ne pourra pas dépasser 50 pour cent du montant du marché principal;
g) lorsqu'il s'agit de nouveaux services consistant à répéter des services similaires et pour lesquels l'entité a indiqué dans l'avis relatif aux services initiaux que des procédures d'appel d'offres autres qu'ouvertes ou sélectives pourraient être utilisées dans l'attribution des marchés concernant ces nouveaux services;
h) lorsqu'il s'agit de marchés attribués au lauréat d'un concours, à condition que celui-ci ait été organisé conformément aux principes du présent titre; si plusieurs candidats ont été retenus, tous les lauréats du concours doivent être invités à participer aux négociations; ainsi que
i) lorsqu'il s'agit de biens achetés à un prix établi sur un marché de produits de base et d'achats de biens effectués à des conditions exceptionnellement avantageuses qui ne se présentent qu'à très brève échéance, dans le cadre de ventes inhabituelles et non lors d'achats courants effectués auprès de fournisseurs ordinaires.
2. Les parties doivent veiller à ce que les entités, lorsque les circonstances visées au paragraphe 1 les contraignent à avoir recours à une procédure autre que les procédures d'appel d'offres ouvertes ou sélectives, consignent dans un registre les motifs particuliers justifiant l'attribution du marché en vertu dudit paragraphe ou établissent un compte rendu écrit précisant lesdits motifs.
Art. 146. Erkenning van leveranciers.
1. Voor de deelname aan aanbestedingsprocedures mogen uitsluitend die voorwaarden worden gesteld die van wezenlijk belang zijn om te garanderen dat de potentiële leverancier aan de eisen van de aanbesteding kan voldoen en in staat is de opdracht uit te voeren.
2. De instanties mogen bij de erkenning van leveranciers geen onderscheid maken tussen binnenlandse leveranciers en leveranciers uit de andere partij.
3. Een partij mag de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een instantie van die partij of dat deze leverancier reeds eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van die partij.
4. De instanties erkennen alle leveranciers die voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding. De instanties baseren hun beslissingen inzake erkenning uitsluitend op de voorwaarden voor deelname die tevoren in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsstukken vermeld zijn.
5. Niets in deze titel verhindert de uitsluiting van een leverancier om redenen als faillissement of valse verklaringen of veroordeling wegens ernstige misdrijven, zoals deelname in een criminele organisatie.
6. De instanties stellen leveranciers die erkenning hebben aangevraagd onverwijld in kennis van hun besluit inzake de erkenning.
Permanente lijsten van erkende leveranciers.
7. Instanties kunnen permanente lijsten van erkende leveranciers opstellen, mits de volgende regels in acht worden genomen :
a) instanties die permanente lijsten opstellen, zien erop toe dat leveranciers te allen tijde erkenning kunnen aanvragen;
b) leveranciers die erkenning hebben aangevraagd, worden door de betrokken instanties in kennis gesteld van het desbetreffende besluit;
c) leveranciers die verzoeken om deelname aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen, mogen aan de aanbesteding deelnemen indien zij gelijkwaardige certificaties overleggen en andere bewijsstukken die van de leveranciers op de lijst worden verlangd.
d) indien een instantie die actief is in de sector nutsvoorzieningen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst gebruikt als bericht van aanbesteding, als bedoeld in artikel 147, lid 7, worden leveranciers die verzoeken om deelname en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen eveneens in aanmerking genomen voor de aanbesteding, mits er voldoende tijd is om de erkenningsprocedure uit te voeren; in dat geval leidt de aanbestedende instantie onmiddellijk de erkenningsprocedure in; deze procedure en de daarvoor benodigde tijd mogen niet worden gebruikt om te verhinderen dat leveranciers van andere partijen op een leverancierslijst worden opgenomen.
1. Voor de deelname aan aanbestedingsprocedures mogen uitsluitend die voorwaarden worden gesteld die van wezenlijk belang zijn om te garanderen dat de potentiële leverancier aan de eisen van de aanbesteding kan voldoen en in staat is de opdracht uit te voeren.
2. De instanties mogen bij de erkenning van leveranciers geen onderscheid maken tussen binnenlandse leveranciers en leveranciers uit de andere partij.
3. Een partij mag de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een instantie van die partij of dat deze leverancier reeds eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van die partij.
4. De instanties erkennen alle leveranciers die voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding. De instanties baseren hun beslissingen inzake erkenning uitsluitend op de voorwaarden voor deelname die tevoren in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsstukken vermeld zijn.
5. Niets in deze titel verhindert de uitsluiting van een leverancier om redenen als faillissement of valse verklaringen of veroordeling wegens ernstige misdrijven, zoals deelname in een criminele organisatie.
6. De instanties stellen leveranciers die erkenning hebben aangevraagd onverwijld in kennis van hun besluit inzake de erkenning.
Permanente lijsten van erkende leveranciers.
7. Instanties kunnen permanente lijsten van erkende leveranciers opstellen, mits de volgende regels in acht worden genomen :
a) instanties die permanente lijsten opstellen, zien erop toe dat leveranciers te allen tijde erkenning kunnen aanvragen;
b) leveranciers die erkenning hebben aangevraagd, worden door de betrokken instanties in kennis gesteld van het desbetreffende besluit;
c) leveranciers die verzoeken om deelname aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen, mogen aan de aanbesteding deelnemen indien zij gelijkwaardige certificaties overleggen en andere bewijsstukken die van de leveranciers op de lijst worden verlangd.
d) indien een instantie die actief is in de sector nutsvoorzieningen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst gebruikt als bericht van aanbesteding, als bedoeld in artikel 147, lid 7, worden leveranciers die verzoeken om deelname en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen eveneens in aanmerking genomen voor de aanbesteding, mits er voldoende tijd is om de erkenningsprocedure uit te voeren; in dat geval leidt de aanbestedende instantie onmiddellijk de erkenningsprocedure in; deze procedure en de daarvoor benodigde tijd mogen niet worden gebruikt om te verhinderen dat leveranciers van andere partijen op een leverancierslijst worden opgenomen.
Art. 146. Qualification des fournisseurs.
1. Les conditions de participation aux appels d'offres sont limitées à celles qui sont indispensables pour s'assurer que le fournisseur potentiel est apte à satisfaire aux conditions de l'appel d'offres et à exécuter le marché en question.
2. Dans la qualification des fournisseurs, les entités ne font pas de discrimination entre les fournisseurs nationaux et les fournisseurs de l'autre partie.
3. Une partie ne peut poser comme condition à la participation d'un fournisseur à un marché qu'il se soit vu précédemment attribuer un ou plusieurs marchés passés par une entité de cette partie ou qu'il ait une expérience professionnelle préalable sur le territoire de cette partie.
4. Les entités reconnaissent comme fournisseurs qualifiés tous les fournisseurs qui remplissent les conditions de participation prévues pour un projet de marché particulier. Elles fondent leurs décisions de qualification sur les seules conditions de participation qui ont été spécifiées à l'avance dans des avis ou des cahiers des charges.
5. Aucune disposition du présent titre n'empêche l'exclusion d'un fournisseur pour des motifs tels que la faillite, de fausses déclarations ou de condamnation pour une infraction grave telle que la participation à des organisations criminelles.
6. Les entités communiquent rapidement aux fournisseurs qui ont demandé à être qualifiés leur décision concernant leur qualification ou non-qualification.
Listes permanentes de fournisseurs qualifiés.
7. Les entités peuvent établir des listes permanentes de fournisseurs qualifiés, à condition de respecter les règles suivantes :
a) Les entités qui établissent des listes permanentes doivent veiller à ce que les fournisseurs puissent demander à tout moment à être qualifiés.
b) Tout fournisseur ayant demandé à devenir fournisseur qualifie se voit notifier par les entités concernées la décision prise à ce sujet.
c) Les fournisseurs demandant à participer à un projet de marché qui ne figurent pas sur la liste permanente de fournisseurs qualifiés doivent avoir la possibilité de prendre part à l'appel d'offres en présentant les certifications équivalentes et d'autres moyens de preuve exigés des fournisseurs inscrits sur la liste.
d) Si une entité exerçant une mission de service public utilise un avis informant de l'existence d'une liste permanente comme un avis de projet de marché, conformément à l'article 147, paragraphe 7, les fournisseurs candidats à une participation qui ne figurent pas sur la liste permanente de fournisseurs qualifiés sont également pris en considération pour le marché, pour autant qu'il y ait suffisamment de temps pour mener la procédure de qualification à son terme. Dans ce cas, l'entité adjudicatrice doit engager rapidement les procédures de qualification et la durée nécessaire à ce processus ne doit pas être utilisée pour maintenir des fournisseurs de l'autre partie hors de la liste.
1. Les conditions de participation aux appels d'offres sont limitées à celles qui sont indispensables pour s'assurer que le fournisseur potentiel est apte à satisfaire aux conditions de l'appel d'offres et à exécuter le marché en question.
2. Dans la qualification des fournisseurs, les entités ne font pas de discrimination entre les fournisseurs nationaux et les fournisseurs de l'autre partie.
3. Une partie ne peut poser comme condition à la participation d'un fournisseur à un marché qu'il se soit vu précédemment attribuer un ou plusieurs marchés passés par une entité de cette partie ou qu'il ait une expérience professionnelle préalable sur le territoire de cette partie.
4. Les entités reconnaissent comme fournisseurs qualifiés tous les fournisseurs qui remplissent les conditions de participation prévues pour un projet de marché particulier. Elles fondent leurs décisions de qualification sur les seules conditions de participation qui ont été spécifiées à l'avance dans des avis ou des cahiers des charges.
5. Aucune disposition du présent titre n'empêche l'exclusion d'un fournisseur pour des motifs tels que la faillite, de fausses déclarations ou de condamnation pour une infraction grave telle que la participation à des organisations criminelles.
6. Les entités communiquent rapidement aux fournisseurs qui ont demandé à être qualifiés leur décision concernant leur qualification ou non-qualification.
Listes permanentes de fournisseurs qualifiés.
7. Les entités peuvent établir des listes permanentes de fournisseurs qualifiés, à condition de respecter les règles suivantes :
a) Les entités qui établissent des listes permanentes doivent veiller à ce que les fournisseurs puissent demander à tout moment à être qualifiés.
b) Tout fournisseur ayant demandé à devenir fournisseur qualifie se voit notifier par les entités concernées la décision prise à ce sujet.
c) Les fournisseurs demandant à participer à un projet de marché qui ne figurent pas sur la liste permanente de fournisseurs qualifiés doivent avoir la possibilité de prendre part à l'appel d'offres en présentant les certifications équivalentes et d'autres moyens de preuve exigés des fournisseurs inscrits sur la liste.
d) Si une entité exerçant une mission de service public utilise un avis informant de l'existence d'une liste permanente comme un avis de projet de marché, conformément à l'article 147, paragraphe 7, les fournisseurs candidats à une participation qui ne figurent pas sur la liste permanente de fournisseurs qualifiés sont également pris en considération pour le marché, pour autant qu'il y ait suffisamment de temps pour mener la procédure de qualification à son terme. Dans ce cas, l'entité adjudicatrice doit engager rapidement les procédures de qualification et la durée nécessaire à ce processus ne doit pas être utilisée pour maintenir des fournisseurs de l'autre partie hors de la liste.
Art. 147. Publicatie van berichten.
Algemene bepalingen.
1. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties voorzien in effectieve bekendmaking van de mogelijkheden tot inschrijving op aanbestedingen van overheidsopdrachten en leveranciers van de andere partij alle informatie verstrekken die zij nodig hebben om aan deze aanbestedingen deel te nemen.
2. Voor alle opdrachten waarop deze titel van toepassing is, met de uitzonderingen bedoeld in artikel 143, lid 3, en artikel 145, publiceren de instanties vooraf een bericht waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd in te schrijven of, in voorkomend geval, om deelname aan de aanbesteding van die opdracht te verzoeken.
3. Ieder bericht van aanbesteding bevat ten minste de volgende gegevens :
a) de naam, het adres, het faxnummer en het e-mailadres van de instantie en het adres waar alle documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden verkregen, indien dat een ander adres is;
b) de gekozen aanbestedingsprocedure en de vorm van de opdracht;
c) een omschrijving van de aanbestede opdracht alsmede de wezenlijke eisen waaraan in het kader van de opdracht moet worden voldaan;
d) alle voorwaarden waaraan leveranciers moeten voldoen om aan de aanbesteding te mogen deelnemen;
e) termijnen voor de indiening van inschrijvingen en waar van toepassing andere termijnen;
f) de belangrijkste criteria die worden toegepast voor de gunning van de opdracht;
g) indien mogelijk de betalingsvoorwaarden en andere voorwaarden.
Aankondiging van geplande aanbestedingen.
4. Iedere partij bevordert dat haar instanties zo vroeg mogelijk in ieder boekjaar een aankondiging van geplande aanbestedingen publiceren, waarin informatie wordt gegeven over aanbestedingen die de instanties in de toekomst overwegen uit te schrijven. Dergelijke aankondigingen bevatten het onderwerp van de aanbesteding en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.
5. Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een aankondiging van geplande aanbestedingen gebruiken als bericht van aanbesteding, mits de aankondiging alle in lid 3 bedoelde gegevens bevat, voor zover die beschikbaar zijn, en belangstellende leveranciers uitdrukkelijk uitnodigt de instantie van hun belangstelling voor de aanbesteding blijk te geven.
6. Instanties die voor een bericht van aanbesteding gebruik maken van een aankondiging van geplande aanbestedingen, verstrekken later aan alle leveranciers die van hun aanvankelijke belangstelling blijk hebben gegeven verdere informatie, die ten minste de in lid 3 genoemde gegevens omvat, en nodigen hen uit, hun belangstelling te bevestigen aan de hand van die informatie.
Bericht inzake permanente lijsten van erkende leveranciers.
7. Instanties die permanente lijsten bijhouden, dienen overeenkomstig lid 2 een bericht te publiceren waarin van dit feit melding wordt gemaakt en waarin het doel van de permanente lijst en de beschikbaarheid van de voorschriften die op het functioneren ervan van toepassing zijn, worden aangegeven, met inbegrip van de criteria voor erkenning en niet-erkenning, alsmede de geldigheidsduur van de lijst.
8. Wanneer de geldigheidsduur van de permanente lijst meer dan drie jaar bedraagt, dient een dergelijk bericht jaarlijks te worden gepubliceerd.
9. Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst van erkende leveranciers gebruiken als bericht van aanbesteding. In dat geval verstrekken zij tijdig informatie aan de hand waarvan leveranciers die van hun belangstelling blijk hebben gegeven, hun belangstelling voor deelname aan de aanbesteding kunnen toetsen. Deze informatie omvat de gegevens die in de in lid 3 bedoelde aankondiging vervat zijn, voor zover die beschikbaar zijn. Gegevens die aan een van de belangstellende leveranciers worden verstrekt, worden op niet-discriminerende wijze aan alle andere belangstellende leveranciers doorgegeven.
Gemeenschappelijke bepalingen.
10. Alle in dit artikel bedoelde berichten en aankondigingen zijn beschikbaar gedurende het gehele tijdvak dat voor de aanbesteding van de desbetreffende opdracht is vastgesteld.
11. De instanties zorgen voor tijdige publicatie van berichten en aankondigingen, op zodanige wijze dat de belanghebbende leveranciers van de partijen op zo ruim mogelijke basis en zonder discriminatie worden bereikt. De berichten en aankondigingen dienen kosteloos beschikbaar te worden gesteld via één toegangspunt, zoals bedoeld in bijlage XIII, aanhangsel 2.
Algemene bepalingen.
1. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties voorzien in effectieve bekendmaking van de mogelijkheden tot inschrijving op aanbestedingen van overheidsopdrachten en leveranciers van de andere partij alle informatie verstrekken die zij nodig hebben om aan deze aanbestedingen deel te nemen.
2. Voor alle opdrachten waarop deze titel van toepassing is, met de uitzonderingen bedoeld in artikel 143, lid 3, en artikel 145, publiceren de instanties vooraf een bericht waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd in te schrijven of, in voorkomend geval, om deelname aan de aanbesteding van die opdracht te verzoeken.
3. Ieder bericht van aanbesteding bevat ten minste de volgende gegevens :
a) de naam, het adres, het faxnummer en het e-mailadres van de instantie en het adres waar alle documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden verkregen, indien dat een ander adres is;
b) de gekozen aanbestedingsprocedure en de vorm van de opdracht;
c) een omschrijving van de aanbestede opdracht alsmede de wezenlijke eisen waaraan in het kader van de opdracht moet worden voldaan;
d) alle voorwaarden waaraan leveranciers moeten voldoen om aan de aanbesteding te mogen deelnemen;
e) termijnen voor de indiening van inschrijvingen en waar van toepassing andere termijnen;
f) de belangrijkste criteria die worden toegepast voor de gunning van de opdracht;
g) indien mogelijk de betalingsvoorwaarden en andere voorwaarden.
Aankondiging van geplande aanbestedingen.
4. Iedere partij bevordert dat haar instanties zo vroeg mogelijk in ieder boekjaar een aankondiging van geplande aanbestedingen publiceren, waarin informatie wordt gegeven over aanbestedingen die de instanties in de toekomst overwegen uit te schrijven. Dergelijke aankondigingen bevatten het onderwerp van de aanbesteding en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.
5. Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een aankondiging van geplande aanbestedingen gebruiken als bericht van aanbesteding, mits de aankondiging alle in lid 3 bedoelde gegevens bevat, voor zover die beschikbaar zijn, en belangstellende leveranciers uitdrukkelijk uitnodigt de instantie van hun belangstelling voor de aanbesteding blijk te geven.
6. Instanties die voor een bericht van aanbesteding gebruik maken van een aankondiging van geplande aanbestedingen, verstrekken later aan alle leveranciers die van hun aanvankelijke belangstelling blijk hebben gegeven verdere informatie, die ten minste de in lid 3 genoemde gegevens omvat, en nodigen hen uit, hun belangstelling te bevestigen aan de hand van die informatie.
Bericht inzake permanente lijsten van erkende leveranciers.
7. Instanties die permanente lijsten bijhouden, dienen overeenkomstig lid 2 een bericht te publiceren waarin van dit feit melding wordt gemaakt en waarin het doel van de permanente lijst en de beschikbaarheid van de voorschriften die op het functioneren ervan van toepassing zijn, worden aangegeven, met inbegrip van de criteria voor erkenning en niet-erkenning, alsmede de geldigheidsduur van de lijst.
8. Wanneer de geldigheidsduur van de permanente lijst meer dan drie jaar bedraagt, dient een dergelijk bericht jaarlijks te worden gepubliceerd.
9. Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst van erkende leveranciers gebruiken als bericht van aanbesteding. In dat geval verstrekken zij tijdig informatie aan de hand waarvan leveranciers die van hun belangstelling blijk hebben gegeven, hun belangstelling voor deelname aan de aanbesteding kunnen toetsen. Deze informatie omvat de gegevens die in de in lid 3 bedoelde aankondiging vervat zijn, voor zover die beschikbaar zijn. Gegevens die aan een van de belangstellende leveranciers worden verstrekt, worden op niet-discriminerende wijze aan alle andere belangstellende leveranciers doorgegeven.
Gemeenschappelijke bepalingen.
10. Alle in dit artikel bedoelde berichten en aankondigingen zijn beschikbaar gedurende het gehele tijdvak dat voor de aanbesteding van de desbetreffende opdracht is vastgesteld.
11. De instanties zorgen voor tijdige publicatie van berichten en aankondigingen, op zodanige wijze dat de belanghebbende leveranciers van de partijen op zo ruim mogelijke basis en zonder discriminatie worden bereikt. De berichten en aankondigingen dienen kosteloos beschikbaar te worden gesteld via één toegangspunt, zoals bedoeld in bijlage XIII, aanhangsel 2.
Art. 147. Publication d'avis.
Dispositions générales.
1. Chaque partie doit faire en sorte que ses entités assurent efficacement la diffusion des possibilités d'attribution offertes par les procédures de marchés publics en communiquant aux fournisseurs de l'autre partie toutes les informations nécessaires pour y participer.
2. Pour chaque marché couvert par le présent titre, à l'exception des disparitions prévues par l'article 143, paragraphe 3 et l'article 145, les entités publient à l'avance un avis invitant les fournisseurs intéressés à soumissionner ou, s'il y a lieu, des appels à participation au marché concerné.
3. Chaque avis de projet de marché doit comporter au moins les informations suivantes :
a) nom, adresse, numéro de télécopieur, adresse électronique de l'entité et, si elle est différente, adresse à laquelle doivent être demandés les documents relatifs au marché public;
b) procédure d'appel d'offres choisie et forme du marché;
c) description du projet de marché et principales conditions à remplir;
d) conditions que les fournisseurs doivent remplir pour participer à l'appel d'offres;
e) délais de présentation des offres et, le cas échéant, autres délais;
f) principaux critères d'attribution du marché, ainsi que
g) si possible, conditions de paiement et autres.
Avis de marché programmé.
4. Les parties doivent encourager leurs entités à publier, le plus tôt possible au cours de chaque exercice budgétaire, un avis de marché programmé communiquant des informations sur les marchés envisagés par les entités. Cet avis doit indiquer l'objet du marché et la date programmée de publication de l'avis de projet de marché.
5. Les entités exerçant des missions de service public peuvent utiliser un avis de marché programmé comme un avis de projet de marché, à condition que cet avis indique toutes les informations disponibles visées au paragraphe 3 et qu'il invite explicitement les fournisseurs intéressés par le marché à se manifester auprès de l'entité.
6. Les entités qui ont utilisé un avis de marché programmé comme avis de projet de marché communiquent ensuite à l'ensemble des fournisseurs ayant manifesté leur intérêt un complément d'information comportant au moins les renseignements visés au paragraphe 3, et leur demandent de confirmer leur intérêt au vu de ces éléments.
Avis concernant les listes permanentes de fournisseurs qualifiés.
7. Les entités qui souhaitent tenir des listes permanentes publient, conformément au paragraphe 2, un avis les identifiant et précisant le but de la liste permanente, la mise à disposition des règles régissant son fonctionnement, notamment les critères de qualification et de disqualification, ainsi que sa durée.
8. Si la liste permanente est d'une durée supérieure à trois ans, l'avis est publié annuellement.
9. Les entités exerçant des missions de service public peuvent utiliser un avis relatif à l'existence de listes permanentes de fournisseurs qualifiés comme un avis de projet de marché. Dans ce cas, elles communiquent en temps opportun les renseignements permettant à tous ceux qui ont manifesté leur intérêt de déterminer s'ils veulent participer au marché. Ces renseignements comprennent ceux de l'avis visé au paragraphe 3, pour autant que ces renseignements soient disponibles. Les renseignements fournis à un fournisseur intéressé sont communiqués de façon non discriminatoire aux autres fournisseurs intéressés.
Dispositions communes.
10. Les avis visés au présent article sont accessibles durant toute la période fixée pour soumissionner dans le cadre du marché concerné.
11. Les entités publient les avis en temps opportun par des moyens offrant l'accès non discriminatoire et le plus large possible aux fournisseurs intéressés des parties. Ces moyens sont d'accès gratuit et fournis par un point d'accès unique, aux conditions spécifiées dans l'appendice 2 de l'annexe XIII.
Dispositions générales.
1. Chaque partie doit faire en sorte que ses entités assurent efficacement la diffusion des possibilités d'attribution offertes par les procédures de marchés publics en communiquant aux fournisseurs de l'autre partie toutes les informations nécessaires pour y participer.
2. Pour chaque marché couvert par le présent titre, à l'exception des disparitions prévues par l'article 143, paragraphe 3 et l'article 145, les entités publient à l'avance un avis invitant les fournisseurs intéressés à soumissionner ou, s'il y a lieu, des appels à participation au marché concerné.
3. Chaque avis de projet de marché doit comporter au moins les informations suivantes :
a) nom, adresse, numéro de télécopieur, adresse électronique de l'entité et, si elle est différente, adresse à laquelle doivent être demandés les documents relatifs au marché public;
b) procédure d'appel d'offres choisie et forme du marché;
c) description du projet de marché et principales conditions à remplir;
d) conditions que les fournisseurs doivent remplir pour participer à l'appel d'offres;
e) délais de présentation des offres et, le cas échéant, autres délais;
f) principaux critères d'attribution du marché, ainsi que
g) si possible, conditions de paiement et autres.
Avis de marché programmé.
4. Les parties doivent encourager leurs entités à publier, le plus tôt possible au cours de chaque exercice budgétaire, un avis de marché programmé communiquant des informations sur les marchés envisagés par les entités. Cet avis doit indiquer l'objet du marché et la date programmée de publication de l'avis de projet de marché.
5. Les entités exerçant des missions de service public peuvent utiliser un avis de marché programmé comme un avis de projet de marché, à condition que cet avis indique toutes les informations disponibles visées au paragraphe 3 et qu'il invite explicitement les fournisseurs intéressés par le marché à se manifester auprès de l'entité.
6. Les entités qui ont utilisé un avis de marché programmé comme avis de projet de marché communiquent ensuite à l'ensemble des fournisseurs ayant manifesté leur intérêt un complément d'information comportant au moins les renseignements visés au paragraphe 3, et leur demandent de confirmer leur intérêt au vu de ces éléments.
Avis concernant les listes permanentes de fournisseurs qualifiés.
7. Les entités qui souhaitent tenir des listes permanentes publient, conformément au paragraphe 2, un avis les identifiant et précisant le but de la liste permanente, la mise à disposition des règles régissant son fonctionnement, notamment les critères de qualification et de disqualification, ainsi que sa durée.
8. Si la liste permanente est d'une durée supérieure à trois ans, l'avis est publié annuellement.
9. Les entités exerçant des missions de service public peuvent utiliser un avis relatif à l'existence de listes permanentes de fournisseurs qualifiés comme un avis de projet de marché. Dans ce cas, elles communiquent en temps opportun les renseignements permettant à tous ceux qui ont manifesté leur intérêt de déterminer s'ils veulent participer au marché. Ces renseignements comprennent ceux de l'avis visé au paragraphe 3, pour autant que ces renseignements soient disponibles. Les renseignements fournis à un fournisseur intéressé sont communiqués de façon non discriminatoire aux autres fournisseurs intéressés.
Dispositions communes.
10. Les avis visés au présent article sont accessibles durant toute la période fixée pour soumissionner dans le cadre du marché concerné.
11. Les entités publient les avis en temps opportun par des moyens offrant l'accès non discriminatoire et le plus large possible aux fournisseurs intéressés des parties. Ces moyens sont d'accès gratuit et fournis par un point d'accès unique, aux conditions spécifiées dans l'appendice 2 de l'annexe XIII.
Art. 148. Aanbestedingsstukken.
1. De aan leveranciers ter beschikking gestelde aanbestedingsstukken dienen alle informatie te bevatten die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen te kunnen doen.
2. Indien een aanbestedende instantie de volledige aanbestedingsstukken en ondersteunende documentatie niet kosteloos langs elektronische weg rechtstreeks toegankelijk maakt, verstrekt zij de aanbestedingsstukken onverwijld op verzoek van leveranciers van de partijen.
3. De instanties beantwoorden onverwijld alle redelijke verzoeken om relevante informatie over de voorgenomen aanbesteding, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van zijn concurrenten.
1. De aan leveranciers ter beschikking gestelde aanbestedingsstukken dienen alle informatie te bevatten die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen te kunnen doen.
2. Indien een aanbestedende instantie de volledige aanbestedingsstukken en ondersteunende documentatie niet kosteloos langs elektronische weg rechtstreeks toegankelijk maakt, verstrekt zij de aanbestedingsstukken onverwijld op verzoek van leveranciers van de partijen.
3. De instanties beantwoorden onverwijld alle redelijke verzoeken om relevante informatie over de voorgenomen aanbesteding, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van zijn concurrenten.
Art. 148. Dossier d'appel d'offres.
1. Le dossier d'appel d'offres remis aux fournisseurs contient tous les renseignements nécessaires pour qu'ils puissent présenter des soumissions valables.
2. Si les entités adjudicatrices n'offrent pas d'accès direct gratuit au dossier complet et autres documents annexes par des moyens électroniques, elles mettent rapidement cette documentation à la disposition de tout fournisseur qui en fait la demande.
3. Les entités répondent rapidement à toute demande raisonnable de renseignements pertinents concernant le projet de marche, pour autant que ces renseignements ne donnent pas à ce fournisseur un avantage sur ses concurrents.
1. Le dossier d'appel d'offres remis aux fournisseurs contient tous les renseignements nécessaires pour qu'ils puissent présenter des soumissions valables.
2. Si les entités adjudicatrices n'offrent pas d'accès direct gratuit au dossier complet et autres documents annexes par des moyens électroniques, elles mettent rapidement cette documentation à la disposition de tout fournisseur qui en fait la demande.
3. Les entités répondent rapidement à toute demande raisonnable de renseignements pertinents concernant le projet de marche, pour autant que ces renseignements ne donnent pas à ce fournisseur un avantage sur ses concurrents.
Art. 149. Technische specificaties.
1. De technische specificaties worden opgenomen in de berichten en aankondigingen, de aanbestedingsstukken of in aanvullende documenten.
2. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties geen technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat nodeloze belemmeringen voor de handel tussen de partijen ontstaan.
3. De door de instanties voorgeschreven technische specificaties zijn :
a) opgesteld in termen van te leveren prestaties en functionele eisen en niet van ontwerp of van beschrijving van de kenmerken;
b) gebaseerd op internationale normen indien die bestaan, en indien die niet bestaan op nationale technische voorschriften (Voor de toepassing van deze titel wordt onder " technisch voorschrift " verstaan een document waarin de kenmerken van een product of dienst of de daar bij behorende procédés en productiemethoden zijn beschreven, met inbegrip van de toepasselijke administratieve bepalingen waarvan inachtneming verplicht is. Het kan tevens geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de voorschriften inzake terminologie, symbolen, verpakking, merking of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, procédé of productiemethode.), erkende nationale normen (Voor de toepassing van deze titel wordt onder " norm " verstaan een document dat door een erkende instantie is goedgekeurd en waarin voor algemeen en herhaald gebruik regels, richtsnoeren of kenmerken voor producten of diensten of voor de daarbij behorende procédés en productiemethoden zijn beschreven waarvan inachtneming niet verplicht is. Het kan tevens geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de voorschriften inzake terminologie, symbolen, verpakking, merking of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, procédé of productiemethode.) of bouwvoorschriften.
4. Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing indien de instantie objectief kan aantonen dat het gebruik van de in dat lid bedoelde technische specificaties niet doeltreffend of niet geschikt zou zijn om de legitieme nagestreefde doeleinden te verwezenlijken.
5. In alle gevallen dienen de instanties inschrijvingen in overweging te nemen die niet aan de technische specificaties voldoen, maar die wel voldoen aan de essentiële eisen en geschikt zijn voor het beoogde doel. Verwijzingen in de aanbestedingsstukken naar de technische specificaties dienen vergezeld te gaan van uitdrukkingen als " of daarmee overeenstemmend ".
6. Vereisten inzake of verwijzingen naar handelsmerken of handelsnamen, octrooien, ontwerpen of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn niet toegestaan, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat woorden zoals " of daarmee overeenstemmend " in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen.
7. De inschrijver dient te kunnen aantonen dat zijn inschrijving aan de essentiële eisen voldoet.
1. De technische specificaties worden opgenomen in de berichten en aankondigingen, de aanbestedingsstukken of in aanvullende documenten.
2. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties geen technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat nodeloze belemmeringen voor de handel tussen de partijen ontstaan.
3. De door de instanties voorgeschreven technische specificaties zijn :
a) opgesteld in termen van te leveren prestaties en functionele eisen en niet van ontwerp of van beschrijving van de kenmerken;
b) gebaseerd op internationale normen indien die bestaan, en indien die niet bestaan op nationale technische voorschriften (Voor de toepassing van deze titel wordt onder " technisch voorschrift " verstaan een document waarin de kenmerken van een product of dienst of de daar bij behorende procédés en productiemethoden zijn beschreven, met inbegrip van de toepasselijke administratieve bepalingen waarvan inachtneming verplicht is. Het kan tevens geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de voorschriften inzake terminologie, symbolen, verpakking, merking of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, procédé of productiemethode.), erkende nationale normen (Voor de toepassing van deze titel wordt onder " norm " verstaan een document dat door een erkende instantie is goedgekeurd en waarin voor algemeen en herhaald gebruik regels, richtsnoeren of kenmerken voor producten of diensten of voor de daarbij behorende procédés en productiemethoden zijn beschreven waarvan inachtneming niet verplicht is. Het kan tevens geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de voorschriften inzake terminologie, symbolen, verpakking, merking of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, procédé of productiemethode.) of bouwvoorschriften.
4. Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing indien de instantie objectief kan aantonen dat het gebruik van de in dat lid bedoelde technische specificaties niet doeltreffend of niet geschikt zou zijn om de legitieme nagestreefde doeleinden te verwezenlijken.
5. In alle gevallen dienen de instanties inschrijvingen in overweging te nemen die niet aan de technische specificaties voldoen, maar die wel voldoen aan de essentiële eisen en geschikt zijn voor het beoogde doel. Verwijzingen in de aanbestedingsstukken naar de technische specificaties dienen vergezeld te gaan van uitdrukkingen als " of daarmee overeenstemmend ".
6. Vereisten inzake of verwijzingen naar handelsmerken of handelsnamen, octrooien, ontwerpen of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn niet toegestaan, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat woorden zoals " of daarmee overeenstemmend " in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen.
7. De inschrijver dient te kunnen aantonen dat zijn inschrijving aan de essentiële eisen voldoet.
Art. 149. Spécifications techniques.
1. Les spécifications techniques sont définies dans les avis, le dossier d'appel d'offres ou la documentation complémentaire.
2. Chaque partie fait en sorte que les spécifications techniques établies, adoptées ou appliquées par ses entités n'aient pas pour but ni pour effet de créer des obstacles inutiles au commerce entre les parties.
3. Les spécifications techniques prescrites par les entités sont :
a) définies en fonction des propriétés d'emploi et de critères de fonctionnement du produit plutôt que de sa conception ou de ses caractéristiques descriptives, ainsi que
b) fondées sur des normes internationales, dans les cas où il en existe, ou, à défaut, sur des règlements techniques nationaux (Aux fins du présent titre, un règlement technique est un document qui énonce les caractéristiques d'un produit ou d'un service ou les procédés et méthodes de production se rapportant à ce produit ou service, y compris les dispositions administratives qui s'y appliquent, dont le respect est obligatoire. Il peut traiter en partie ou en totalité de terminologie, de symboles, de prescriptions en matière d'emballage, de marquage ou d'étiquetage, pour un produit, un service, un procédé ou une méthode de production donnés.), des normes nationales reconnues (Aux fins du présent titre, une norme est un document approuvé par un organisme reconnu, qui fournit, pour des usages communs et répétés, des règles, des lignes directrices ou des caractéristiques pour des produits ou des services ou des procédés et des méthodes de production connexes, dont le respect n'est pas obligatoire. Il peut traiter en partie ou en totalité de terminologie, de symboles, de prescriptions en matière d'emballage, de marquage ou d'étiquetage, pour un produit, un service, un procédé ou une méthode de production donnés.) ou des codes du bâtiment.
4. Les dispositions du paragraphe 3 ne sont pas applicables si l'entité peut apporter la preuve objective que l'utilisation des spécifications techniques visées au paragraphe précité serait inefficace ou inappropriée en ce qui concerne la réalisation des objectifs légitimes poursuivis.
5. En tout état de cause, les entités prennent en considération les offres qui ne sont pas conformes aux spécifications techniques, mais qui satisfont à leurs exigences fondamentales et correspondent au but visé. La mention des spécifications techniques dans le dossier d'appel d'offres comporte l'expression " ou l'équivalent ".
6. Il n'est pas exigé ou mentionné de marques de fabrique ou de commerce ou de noms commerciaux, de brevets, de modèles ou de types particuliers, ni d'origines ou de producteurs ou fournisseurs déterminés, à moins qu'il n'existe aucun autre moyen suffisamment précis ou intelligible de décrire les conditions du marché et pour autant que des termes tels que " ou l'équivalent " figurent dans le dossier d'appel d'offres.
7. Le soumissionnaire supporte la charge de la preuve pour démontrer que son offre satisfait aux conditions essentielles.
1. Les spécifications techniques sont définies dans les avis, le dossier d'appel d'offres ou la documentation complémentaire.
2. Chaque partie fait en sorte que les spécifications techniques établies, adoptées ou appliquées par ses entités n'aient pas pour but ni pour effet de créer des obstacles inutiles au commerce entre les parties.
3. Les spécifications techniques prescrites par les entités sont :
a) définies en fonction des propriétés d'emploi et de critères de fonctionnement du produit plutôt que de sa conception ou de ses caractéristiques descriptives, ainsi que
b) fondées sur des normes internationales, dans les cas où il en existe, ou, à défaut, sur des règlements techniques nationaux (Aux fins du présent titre, un règlement technique est un document qui énonce les caractéristiques d'un produit ou d'un service ou les procédés et méthodes de production se rapportant à ce produit ou service, y compris les dispositions administratives qui s'y appliquent, dont le respect est obligatoire. Il peut traiter en partie ou en totalité de terminologie, de symboles, de prescriptions en matière d'emballage, de marquage ou d'étiquetage, pour un produit, un service, un procédé ou une méthode de production donnés.), des normes nationales reconnues (Aux fins du présent titre, une norme est un document approuvé par un organisme reconnu, qui fournit, pour des usages communs et répétés, des règles, des lignes directrices ou des caractéristiques pour des produits ou des services ou des procédés et des méthodes de production connexes, dont le respect n'est pas obligatoire. Il peut traiter en partie ou en totalité de terminologie, de symboles, de prescriptions en matière d'emballage, de marquage ou d'étiquetage, pour un produit, un service, un procédé ou une méthode de production donnés.) ou des codes du bâtiment.
4. Les dispositions du paragraphe 3 ne sont pas applicables si l'entité peut apporter la preuve objective que l'utilisation des spécifications techniques visées au paragraphe précité serait inefficace ou inappropriée en ce qui concerne la réalisation des objectifs légitimes poursuivis.
5. En tout état de cause, les entités prennent en considération les offres qui ne sont pas conformes aux spécifications techniques, mais qui satisfont à leurs exigences fondamentales et correspondent au but visé. La mention des spécifications techniques dans le dossier d'appel d'offres comporte l'expression " ou l'équivalent ".
6. Il n'est pas exigé ou mentionné de marques de fabrique ou de commerce ou de noms commerciaux, de brevets, de modèles ou de types particuliers, ni d'origines ou de producteurs ou fournisseurs déterminés, à moins qu'il n'existe aucun autre moyen suffisamment précis ou intelligible de décrire les conditions du marché et pour autant que des termes tels que " ou l'équivalent " figurent dans le dossier d'appel d'offres.
7. Le soumissionnaire supporte la charge de la preuve pour démontrer que son offre satisfait aux conditions essentielles.
Art. 150. Termijnen.
1. Alle termijnen die de instanties voorschrijven voor de ontvangst van inschrijvingen en verzoeken om deelname, dienen toereikend te zijn om zowel leveranciers van de andere partij als binnenlandse leveranciers in staat te stellen hun inschrijving en in voorkomend geval hun verzoek om deelname of hun aanvraag van erkenning voor te bereiden en in te dienen. Bij de vaststelling van dergelijke termijnen houden de instanties overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften rekening met factoren zoals de complexiteit van de voorgenomen opdracht en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en in het eigen land.
2. Elke partij ziet erop toe dat haar instanties bij het vaststellen van de termijn waarbinnen inschrijvingen of aanvragen om tot inschrijving te worden uitgenodigd of om voor erkenning in aanmerking te komen worden ingewacht, naar behoren rekening houden met de tijd die nodig is voor de publicatie.
3. De minimale termijn voor de ontvangst van inschrijvingen wordt vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 3.
1. Alle termijnen die de instanties voorschrijven voor de ontvangst van inschrijvingen en verzoeken om deelname, dienen toereikend te zijn om zowel leveranciers van de andere partij als binnenlandse leveranciers in staat te stellen hun inschrijving en in voorkomend geval hun verzoek om deelname of hun aanvraag van erkenning voor te bereiden en in te dienen. Bij de vaststelling van dergelijke termijnen houden de instanties overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften rekening met factoren zoals de complexiteit van de voorgenomen opdracht en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en in het eigen land.
2. Elke partij ziet erop toe dat haar instanties bij het vaststellen van de termijn waarbinnen inschrijvingen of aanvragen om tot inschrijving te worden uitgenodigd of om voor erkenning in aanmerking te komen worden ingewacht, naar behoren rekening houden met de tijd die nodig is voor de publicatie.
3. De minimale termijn voor de ontvangst van inschrijvingen wordt vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 3.
Art. 150. Délais.
1. Les délais fixés par les entités pour la réception des offres et les demandes de participation le sont de façon à permettre aux fournisseurs de l'autre partie, ainsi qu'aux fournisseurs nationaux, d'élaborer et de présenter leur soumission et, le cas échéant, leur demande de participation ou de qualification. En fixant ce délai, les entités tiennent compte, d'une manière compatible avec leurs besoins raisonnables, d'éléments tels que la complexité du projet de marché et le temps normalement nécessaire pour l'acheminement des soumissions de l'étranger aussi bien que du pays même.
2. Chaque partie fait en sorte que ses entités tiennent dûment compte des délais de publication lorsqu'elles fixent la date limite pour la réception des soumissions ou pour le dépôt des demandes de participation ou de qualification en vue de figurer sur la liste des fournisseurs.
3. Les délais minimaux pour la réception des soumissions sont spécifiés à l'appendice 3 de l'annexe XIII.
1. Les délais fixés par les entités pour la réception des offres et les demandes de participation le sont de façon à permettre aux fournisseurs de l'autre partie, ainsi qu'aux fournisseurs nationaux, d'élaborer et de présenter leur soumission et, le cas échéant, leur demande de participation ou de qualification. En fixant ce délai, les entités tiennent compte, d'une manière compatible avec leurs besoins raisonnables, d'éléments tels que la complexité du projet de marché et le temps normalement nécessaire pour l'acheminement des soumissions de l'étranger aussi bien que du pays même.
2. Chaque partie fait en sorte que ses entités tiennent dûment compte des délais de publication lorsqu'elles fixent la date limite pour la réception des soumissions ou pour le dépôt des demandes de participation ou de qualification en vue de figurer sur la liste des fournisseurs.
3. Les délais minimaux pour la réception des soumissions sont spécifiés à l'appendice 3 de l'annexe XIII.
Art. 151. Onderhandelingen.
1. Een partij kan bepalen dat haar instanties onderhandelingen kunnen voeren :
a) in het kader van aanbestedingen waarbij zij die intentie te kennen hebben gegeven; of
b) indien bij beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.
2. De onderhandelingen dienen in hoofdzaak om de sterke en de zwakke punten van inschrijvingen aan het licht te brengen.
3. De instanties maken bij de onderhandelingen geen discriminerend onderscheid tussen de verschillende inschrijvers. Met name zien zij erop toe dat :
a) een eventuele uitschakeling van deelnemers steeds verloopt volgens de in de aankondigingen of de aanbestedingsstukken vermelde criteria;
b) elke wijziging van de criteria of de technische vereisten schriftelijk aan alle overblijvende deelnemers aan de onderhandelingen wordt medegedeeld;
c) alle overblijvende deelnemers binnen een zelfde termijn de gelegenheid krijgen nieuwe of gewijzigde inschrijvingen in te dienen op grond van de gewijzigde vereisten en/of wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten.
1. Een partij kan bepalen dat haar instanties onderhandelingen kunnen voeren :
a) in het kader van aanbestedingen waarbij zij die intentie te kennen hebben gegeven; of
b) indien bij beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.
2. De onderhandelingen dienen in hoofdzaak om de sterke en de zwakke punten van inschrijvingen aan het licht te brengen.
3. De instanties maken bij de onderhandelingen geen discriminerend onderscheid tussen de verschillende inschrijvers. Met name zien zij erop toe dat :
a) een eventuele uitschakeling van deelnemers steeds verloopt volgens de in de aankondigingen of de aanbestedingsstukken vermelde criteria;
b) elke wijziging van de criteria of de technische vereisten schriftelijk aan alle overblijvende deelnemers aan de onderhandelingen wordt medegedeeld;
c) alle overblijvende deelnemers binnen een zelfde termijn de gelegenheid krijgen nieuwe of gewijzigde inschrijvingen in te dienen op grond van de gewijzigde vereisten en/of wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten.
Art. 151. Négociations.
1. Une partie peut prévoir que ses entités procèdent à des négociations :
a) dans le cadre de marchés dont elles ont annoncé le projet dans l'avis de projet de marché, ou
b) lorsqu'il résulte de l'évaluation qu'aucune soumission n'est manifestement la plus avantageuse selon les critères d'évaluation spécifiés dans les avis ou la documentation relative à l'appel d'offres.
2. Les négociations servent principalement à déterminer les points forts et les points faibles des soumissions.
3. Au cours des négociations, les entités ne font pas de discrimination entre les soumissionnaires. Elles veillent en particulier à ce que :
a) l'élimination de tout participant se fasse selon les critères énoncés dans les avis et la documentation relative à l'appel d'offres;
b) toutes les modifications apportées aux critères et aux prescriptions techniques soient communiquées par écrit à tous les participants aux négociations qui restent en lice;
c) tous les participants qui restent en lice aient la possibilité de présenter, dans un délai convenu d'un commun accord, des soumissions nouvelles ou modifiées sur la base des prescriptions révisées et/ou lorsque les négociations sont conclues.
1. Une partie peut prévoir que ses entités procèdent à des négociations :
a) dans le cadre de marchés dont elles ont annoncé le projet dans l'avis de projet de marché, ou
b) lorsqu'il résulte de l'évaluation qu'aucune soumission n'est manifestement la plus avantageuse selon les critères d'évaluation spécifiés dans les avis ou la documentation relative à l'appel d'offres.
2. Les négociations servent principalement à déterminer les points forts et les points faibles des soumissions.
3. Au cours des négociations, les entités ne font pas de discrimination entre les soumissionnaires. Elles veillent en particulier à ce que :
a) l'élimination de tout participant se fasse selon les critères énoncés dans les avis et la documentation relative à l'appel d'offres;
b) toutes les modifications apportées aux critères et aux prescriptions techniques soient communiquées par écrit à tous les participants aux négociations qui restent en lice;
c) tous les participants qui restent en lice aient la possibilité de présenter, dans un délai convenu d'un commun accord, des soumissions nouvelles ou modifiées sur la base des prescriptions révisées et/ou lorsque les négociations sont conclues.
Art. 152. Indiening, ontvangst en opening van inschrijvingen.
1. Alle inschrijvingen en verzoeken om deelname aan procedures dienen schriftelijk te worden ingediend.
2. De instanties nemen bij het ontvangen en openen van inschrijvingen procedures en voorwaarden in acht die garanderen dat de beginselen van transparantie en non-discriminatie worden nageleefd.
1. Alle inschrijvingen en verzoeken om deelname aan procedures dienen schriftelijk te worden ingediend.
2. De instanties nemen bij het ontvangen en openen van inschrijvingen procedures en voorwaarden in acht die garanderen dat de beginselen van transparantie en non-discriminatie worden nageleefd.
Art. 152. Remise, réception et ouverture des offres.
1. Les offres et les demandes de participation aux procédures sont présentées par écrit.
2. Les entités reçoivent et ouvrent les offres des soumissionnaires selon des procédures et des conditions qui garantissent le respect des principes de transparence et de non-discrimination.
1. Les offres et les demandes de participation aux procédures sont présentées par écrit.
2. Les entités reçoivent et ouvrent les offres des soumissionnaires selon des procédures et des conditions qui garantissent le respect des principes de transparence et de non-discrimination.
Art. 153. Gunning van opdrachten.
1. Om voor gunning in aanmerking te komen moet een inschrijving bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten van de aankondigingen of de aanbestedingsstukken en afkomstig zijn van een leverancier die voldoet aan de voorwaarden voor deelneming.
2. De instanties gunnen de opdracht aan de inschrijver wiens inschrijving hetzij de laagste prijs biedt, hetzij volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke objectieve beoordelingscriteria als het voordeligst wordt aangemerkt.
1. Om voor gunning in aanmerking te komen moet een inschrijving bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten van de aankondigingen of de aanbestedingsstukken en afkomstig zijn van een leverancier die voldoet aan de voorwaarden voor deelneming.
2. De instanties gunnen de opdracht aan de inschrijver wiens inschrijving hetzij de laagste prijs biedt, hetzij volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke objectieve beoordelingscriteria als het voordeligst wordt aangemerkt.
Art. 153. Passation des marchés.
1. Pour être retenue en vue de l'attribution, une soumission doit être conforme, au moment de son ouverture, aux conditions essentielles spécifiées dans les avis ou dans le dossier d'appel d'offres, et avoir été déposée par un fournisseur remplissant les conditions de participation.
2. Les entités attribuent le marché au soumissionnaire dont l'offre est la plus basse ou celle qui a été reconnue comme étant la plus avantageuse selon les critères d'évaluation objectifs spécifiés dans les avis ou dans le dossier d'appel d'offres.
1. Pour être retenue en vue de l'attribution, une soumission doit être conforme, au moment de son ouverture, aux conditions essentielles spécifiées dans les avis ou dans le dossier d'appel d'offres, et avoir été déposée par un fournisseur remplissant les conditions de participation.
2. Les entités attribuent le marché au soumissionnaire dont l'offre est la plus basse ou celle qui a été reconnue comme étant la plus avantageuse selon les critères d'évaluation objectifs spécifiés dans les avis ou dans le dossier d'appel d'offres.
Art. 154. Informatie betreffende de gunning van opdrachten.
1. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties de resultaten van de aanbesteding van overheidsopdrachten op doeltreffende wijze bekendmaken.
2. De instanties stellen de inschrijvers zo spoedig mogelijk in kennis van besluiten over de gunning van de opdracht en de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen inschrijving. Op verzoek stellen de instanties afgewezen inschrijvers in kennis van de redenen waarom hun inschrijving is afgewezen.
3. De instanties kunnen evenwel besluiten bepaalde gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet vrij te geven, indien vrijgave de toepassing van wettelijke bepalingen zou belemmeren of anderszins strijdig zou zijn met het algemeen belang, de legitieme commerciële belangen van leveranciers zou schaden dan wel de eerlijke mededinging tussen leveranciers in het gedrang zou brengen.
1. Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties de resultaten van de aanbesteding van overheidsopdrachten op doeltreffende wijze bekendmaken.
2. De instanties stellen de inschrijvers zo spoedig mogelijk in kennis van besluiten over de gunning van de opdracht en de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen inschrijving. Op verzoek stellen de instanties afgewezen inschrijvers in kennis van de redenen waarom hun inschrijving is afgewezen.
3. De instanties kunnen evenwel besluiten bepaalde gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet vrij te geven, indien vrijgave de toepassing van wettelijke bepalingen zou belemmeren of anderszins strijdig zou zijn met het algemeen belang, de legitieme commerciële belangen van leveranciers zou schaden dan wel de eerlijke mededinging tussen leveranciers in het gedrang zou brengen.
Art. 154. Informations sur l'attribution du marché.
1. Chaque partie veille à ce que ses entités assurent la diffusion effective des résultats des procédures de marchés publics.
2. Les entités informent rapidement les soumissionnaires des décisions arrêtées concernant l'attribution du marché, ainsi que des caractéristiques et des avantages comparatifs de l'offre retenue. Sur demande, les entités informent les soumissionnaires éliminés des motifs du rejet de leur soumission.
3. Les entités peuvent décider de ne pas communiquer certains renseignements concernant l'attribution du marche dans les cas où leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait contraire à l'intérêt public, porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes des fournisseurs ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre eux.
1. Chaque partie veille à ce que ses entités assurent la diffusion effective des résultats des procédures de marchés publics.
2. Les entités informent rapidement les soumissionnaires des décisions arrêtées concernant l'attribution du marché, ainsi que des caractéristiques et des avantages comparatifs de l'offre retenue. Sur demande, les entités informent les soumissionnaires éliminés des motifs du rejet de leur soumission.
3. Les entités peuvent décider de ne pas communiquer certains renseignements concernant l'attribution du marche dans les cas où leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait contraire à l'intérêt public, porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes des fournisseurs ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre eux.
Art. 155. Betwisting van inschrijvingen.
1. De instanties nemen alle klachten van leveranciers inzake veronderstelde overtreding van het bepaalde in deze titel in het kader van een aanbestedingsprocedure onpartijdig en tijdig in behandeling.
2. Elke partij voorziet in niet-discriminerende, snelle, transparante en doeltreffende procedures om leveranciers in staat te stellen beroep aan te tekenen tegen veronderstelde overtredingen van het bepaalde in deze titel in het kader van aanbestedingsprocedures waarbij zij belang hebben of gehad hebben.
3. Elk beroep wordt voorgelegd aan een onpartijdige en onafhankelijke beroepsautoriteit. Wanneer deze autoriteit geen rechterlijke instantie is, dient zij onder toezicht van de rechterlijke autoriteiten te staan of haar werkzaamheden te verrichten volgens procedures die vergelijkbaar zijn met die van een rechterlijke instantie.
4. De beroepsprocedures voorzien :
a) in snelle tussentijdse maatregelen ter correctie van inbreuken op het bepaalde in deze titel en ter bescherming van handelsbelangen. Dergelijke maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. De procedures kunnen er echter in voorzien dat bij de besluitvorming over het al dan niet nemen van dergelijke maatregelen rekening kan worden gehouden met onevenredig negatieve gevolgen voor de betrokken belangen, met inbegrip van het algemeen belang;
b) in voorkomend geval in het ongedaan maken van de inbreuk op het bepaalde in deze titel of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, wat beperkt mag blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving of het indienen van de klacht gemaakte kosten.
1. De instanties nemen alle klachten van leveranciers inzake veronderstelde overtreding van het bepaalde in deze titel in het kader van een aanbestedingsprocedure onpartijdig en tijdig in behandeling.
2. Elke partij voorziet in niet-discriminerende, snelle, transparante en doeltreffende procedures om leveranciers in staat te stellen beroep aan te tekenen tegen veronderstelde overtredingen van het bepaalde in deze titel in het kader van aanbestedingsprocedures waarbij zij belang hebben of gehad hebben.
3. Elk beroep wordt voorgelegd aan een onpartijdige en onafhankelijke beroepsautoriteit. Wanneer deze autoriteit geen rechterlijke instantie is, dient zij onder toezicht van de rechterlijke autoriteiten te staan of haar werkzaamheden te verrichten volgens procedures die vergelijkbaar zijn met die van een rechterlijke instantie.
4. De beroepsprocedures voorzien :
a) in snelle tussentijdse maatregelen ter correctie van inbreuken op het bepaalde in deze titel en ter bescherming van handelsbelangen. Dergelijke maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. De procedures kunnen er echter in voorzien dat bij de besluitvorming over het al dan niet nemen van dergelijke maatregelen rekening kan worden gehouden met onevenredig negatieve gevolgen voor de betrokken belangen, met inbegrip van het algemeen belang;
b) in voorkomend geval in het ongedaan maken van de inbreuk op het bepaalde in deze titel of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, wat beperkt mag blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving of het indienen van de klacht gemaakte kosten.
Art. 155. Contestation des offres.
1. Les entités examinent avec impartialité et en temps opportun les éventuelles plaintes de fournisseurs alléguant une violation du présent titre dans le cadre d'une procédure de passation de marché.
2. Chaque partie établira des procédures non discriminatoires, rapides, transparentes et efficaces permettant aux fournisseurs de contester de prétendues violations du présent titre dans le cadre de la passation de marchés dans lesquels ils ont, ou ont eu, un intérêt.
3. Les contestations doivent être portées devant un organe d'examen impartial et indépendant. Un organe d'examen qui n'est pas un tribunal soit fait l'objet d'un examen judiciaire soit présente des garanties procédurales similaires à celles d'un tribunal.
4. Les procédures de contestation prévoient :
a) des mesures transitoires rapides pour remédier aux violations du présent titre et préserver les opportunités commerciales. Cette action peut entraîner la suspension du processus de passation du marché. Toutefois, les procédures peuvent prévoir la possibilité de prendre en compte des conséquences défavorables majeures pour les intérêts concernés, y compris l'intérêt public, au moment de décider si de telles mesures devraient être appliquées, ainsi que
b) s'il y a lieu, la correction de la violation du présent titre ou la compensation des pertes ou dommages subis, qui peut être limitée aux coûts de l'élaboration de la soumission ou de la contestation.
1. Les entités examinent avec impartialité et en temps opportun les éventuelles plaintes de fournisseurs alléguant une violation du présent titre dans le cadre d'une procédure de passation de marché.
2. Chaque partie établira des procédures non discriminatoires, rapides, transparentes et efficaces permettant aux fournisseurs de contester de prétendues violations du présent titre dans le cadre de la passation de marchés dans lesquels ils ont, ou ont eu, un intérêt.
3. Les contestations doivent être portées devant un organe d'examen impartial et indépendant. Un organe d'examen qui n'est pas un tribunal soit fait l'objet d'un examen judiciaire soit présente des garanties procédurales similaires à celles d'un tribunal.
4. Les procédures de contestation prévoient :
a) des mesures transitoires rapides pour remédier aux violations du présent titre et préserver les opportunités commerciales. Cette action peut entraîner la suspension du processus de passation du marché. Toutefois, les procédures peuvent prévoir la possibilité de prendre en compte des conséquences défavorables majeures pour les intérêts concernés, y compris l'intérêt public, au moment de décider si de telles mesures devraient être appliquées, ainsi que
b) s'il y a lieu, la correction de la violation du présent titre ou la compensation des pertes ou dommages subis, qui peut être limitée aux coûts de l'élaboration de la soumission ou de la contestation.
Art. 156. Informatietechnologie.
1. De partijen streven ernaar zo veel mogelijk gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen om efficiënte verspreiding van informatie over overheidsopdrachten mogelijk te maken, met name wat betreft de mogelijkheid tot inschrijven op opdrachten van hun instanties, waarbij de beginselen van transparantie en non-discriminatie in acht dienen te worden genomen.
2. Teneinde de toegang tot de markt voor overheidsopdrachten te verbeteren, streeft iedere partij naar invoering van een elektronische informatiesysteem waarvan het gebruik voor hun instanties verplicht is.
3. De partijen moedigen het gebruik van elektronische middelen voor de indiening van inschrijvingen aan.
1. De partijen streven ernaar zo veel mogelijk gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen om efficiënte verspreiding van informatie over overheidsopdrachten mogelijk te maken, met name wat betreft de mogelijkheid tot inschrijven op opdrachten van hun instanties, waarbij de beginselen van transparantie en non-discriminatie in acht dienen te worden genomen.
2. Teneinde de toegang tot de markt voor overheidsopdrachten te verbeteren, streeft iedere partij naar invoering van een elektronische informatiesysteem waarvan het gebruik voor hun instanties verplicht is.
3. De partijen moedigen het gebruik van elektronische middelen voor de indiening van inschrijvingen aan.
Art. 156. Technologies de l'information.
1. Les parties s'efforcent, dans la mesure du possible, d'utiliser des moyens de communication électroniques pour permettre une diffusion efficace des informations relatives aux marchés publics, notamment en ce qui concerne les possibilités de soumission proposées par les entités, tout en respectant les principes de transparence et de non-discrimination.
2. Pour améliorer l'accès aux marchés publics, les parties s'efforcent de mettre en oeuvre un système d'information électronique, qui est obligatoire pour leurs entités respectives.
3. Les parties encouragent l'utilisation de moyens électroniques pour la transmission des offres.
1. Les parties s'efforcent, dans la mesure du possible, d'utiliser des moyens de communication électroniques pour permettre une diffusion efficace des informations relatives aux marchés publics, notamment en ce qui concerne les possibilités de soumission proposées par les entités, tout en respectant les principes de transparence et de non-discrimination.
2. Pour améliorer l'accès aux marchés publics, les parties s'efforcent de mettre en oeuvre un système d'information électronique, qui est obligatoire pour leurs entités respectives.
3. Les parties encouragent l'utilisation de moyens électroniques pour la transmission des offres.
Art. 157. Samenwerking en bijstand.
De partijen streven ernaar elkaar technische medewerking en bijstand te verlenen door het opzetten van opleidingsprogramma's die moeten leiden tot een beter begrip van elkaars systemen en statistieken voor overheidsopdrachten en betere toegang tot elkaars markt.
De partijen streven ernaar elkaar technische medewerking en bijstand te verlenen door het opzetten van opleidingsprogramma's die moeten leiden tot een beter begrip van elkaars systemen en statistieken voor overheidsopdrachten en betere toegang tot elkaars markt.
Art. 157. Coopération et assistance.
Les parties s'efforcent de coopérer et de s'apporter une assistance sur le plan technique par la création de programmes de formation visant à parvenir à une meilleure compréhension de leurs systèmes et statistiques respectifs en matière de marchés publics, ainsi qu'un meilleur accès à leurs marchés respectifs.
Les parties s'efforcent de coopérer et de s'apporter une assistance sur le plan technique par la création de programmes de formation visant à parvenir à une meilleure compréhension de leurs systèmes et statistiques respectifs en matière de marchés publics, ainsi qu'un meilleur accès à leurs marchés respectifs.
Art. 158. Statistische verslagen.
Indien een partij niet voorziet in een aanvaardbaar peil van overeenstemming met het bepaalde in artikel 147, lid 11, stelt zij op verzoek van de andere partij jaarlijks statistieken op van haar aanbestedingen op grond van deze titel en verstrekt zij deze aan de andere partij. Dergelijke verslagen bevatten de informatie die is vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 4.
Indien een partij niet voorziet in een aanvaardbaar peil van overeenstemming met het bepaalde in artikel 147, lid 11, stelt zij op verzoek van de andere partij jaarlijks statistieken op van haar aanbestedingen op grond van deze titel en verstrekt zij deze aan de andere partij. Dergelijke verslagen bevatten de informatie die is vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 4.
Art. 158. Rapports statistiques.
Si une partie n'assure pas un niveau acceptable d'application de l'article 147, paragraphe 11, elle collecte et fournit chaque année à l'autre partie, au cas où celle-ci en ferait la demande, des statistiques sur ses marchés publics vises au présent titre. Ces rapports doivent contenir les informations définies à l'appendice 4 de l'annexe XIII.
Si une partie n'assure pas un niveau acceptable d'application de l'article 147, paragraphe 11, elle collecte et fournit chaque année à l'autre partie, au cas où celle-ci en ferait la demande, des statistiques sur ses marchés publics vises au présent titre. Ces rapports doivent contenir les informations définies à l'appendice 4 de l'annexe XIII.
Art. 159. Wijziging van het toepassingsgebied.
1. Een partij mag het toepassingsgebied van deze titel wat haar betreft wijzigen, op voorwaarde dat :
a) zij de andere partij van de wijziging in kennis stelt;
b) zij de andere partij binnen dertig dagen na deze kennisgeving passende compenserende aanpassingen van het toepassingsgebied van deze titel dat op haar betrekking heeft biedt, zodat de situatie wat dit betreft vergelijkbaar blijft met die welke voor de wijziging bestond.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b), behoeven aan de andere partij geen compenserende aanpassingen te worden geboden, indien de wijziging door een partij van het toepassingsgebied van deze titel :
a) strikt formele rectificaties of kleine wijzigingen van de bijlagen XI of XII betreft;
b) de effectieve afschaffing van overheidszeggenschap over een of meer van de betrokken instanties inhoudt als gevolg van privatisering of liberalisering.
3. In voorkomend geval wijzigt het Associatiecomité bij besluit de desbetreffende bijlage teneinde daarin de door de betrokken partij aangemelde wijziging te verwerken.
1. Een partij mag het toepassingsgebied van deze titel wat haar betreft wijzigen, op voorwaarde dat :
a) zij de andere partij van de wijziging in kennis stelt;
b) zij de andere partij binnen dertig dagen na deze kennisgeving passende compenserende aanpassingen van het toepassingsgebied van deze titel dat op haar betrekking heeft biedt, zodat de situatie wat dit betreft vergelijkbaar blijft met die welke voor de wijziging bestond.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b), behoeven aan de andere partij geen compenserende aanpassingen te worden geboden, indien de wijziging door een partij van het toepassingsgebied van deze titel :
a) strikt formele rectificaties of kleine wijzigingen van de bijlagen XI of XII betreft;
b) de effectieve afschaffing van overheidszeggenschap over een of meer van de betrokken instanties inhoudt als gevolg van privatisering of liberalisering.
3. In voorkomend geval wijzigt het Associatiecomité bij besluit de desbetreffende bijlage teneinde daarin de door de betrokken partij aangemelde wijziging te verwerken.
Art. 159. Modification de la liste des entités.
1. L'une ou l'autre partie peut modifier sa liste d'entités visées au présent titre, à condition :
a) de notifier la modification à l'autre partie, ainsi que
b) d'accorder à l'autre partie, dans les 30 jours suivant la date de la notification, des ajustements compensatoires appropriés à sa liste d'entités afin de maintenir celle-ci à un niveau comparable à celui qui existait avant la modification.
2. Nonobstant le paragraphe 1, point b), aucun ajustement compensatoire n'est accordé à l'autre partie si la modification de la liste d'entités d'une partie dans le cadre du présent titre concerne :
a) des rectifications purement formelles et des modifications mineures apportées aux annexes XI et XII; ou
b) une ou plusieurs entités sur lesquelles l'Etat n'exerce effectivement plus de contrôle ou d'influence à la suite d'une privatisation ou de la libéralisation.
3. S'il y a lieu, le comité d'association peut, par voie de décision, modifier l'annexe concernée pour tenir compte de la modification notifiée par la partie en question.
1. L'une ou l'autre partie peut modifier sa liste d'entités visées au présent titre, à condition :
a) de notifier la modification à l'autre partie, ainsi que
b) d'accorder à l'autre partie, dans les 30 jours suivant la date de la notification, des ajustements compensatoires appropriés à sa liste d'entités afin de maintenir celle-ci à un niveau comparable à celui qui existait avant la modification.
2. Nonobstant le paragraphe 1, point b), aucun ajustement compensatoire n'est accordé à l'autre partie si la modification de la liste d'entités d'une partie dans le cadre du présent titre concerne :
a) des rectifications purement formelles et des modifications mineures apportées aux annexes XI et XII; ou
b) une ou plusieurs entités sur lesquelles l'Etat n'exerce effectivement plus de contrôle ou d'influence à la suite d'une privatisation ou de la libéralisation.
3. S'il y a lieu, le comité d'association peut, par voie de décision, modifier l'annexe concernée pour tenir compte de la modification notifiée par la partie en question.
Art. 160. Verdere onderhandelingen.
Wanneer een van de partijen in de toekomst aan een derde partij aanvullende voordelen aanbiedt die, wat de toegang tot hun respectieve markten voor overheidsopdrachten betreft, verder strekken dan hetgeen in het kader van deze titel is overeengekomen, opent zij onderhandelingen met de andere partij met het doel deze voordelen op basis van wederkerigheid tot de andere partij uit te breiden.
Wanneer een van de partijen in de toekomst aan een derde partij aanvullende voordelen aanbiedt die, wat de toegang tot hun respectieve markten voor overheidsopdrachten betreft, verder strekken dan hetgeen in het kader van deze titel is overeengekomen, opent zij onderhandelingen met de andere partij met het doel deze voordelen op basis van wederkerigheid tot de andere partij uit te breiden.
Art. 160. Autres négociations.
Au cas où l'une ou l'autre partie concède à un tiers, pour l'avenir, des avantages supplémentaires portant sur l'accès aux marchés publics respectifs des parties qui vont au-delà des termes arrêtés par le présent titre, elle convient d'entamer des négociations avec l'autre partie en vue d'étendre ces avantages à cette dernière, sur une base de réciprocité, par la voie d'une décision du comité d'association.
Au cas où l'une ou l'autre partie concède à un tiers, pour l'avenir, des avantages supplémentaires portant sur l'accès aux marchés publics respectifs des parties qui vont au-delà des termes arrêtés par le présent titre, elle convient d'entamer des négociations avec l'autre partie en vue d'étendre ces avantages à cette dernière, sur une base de réciprocité, par la voie d'une décision du comité d'association.
Art. 161. Uitzonderingen.
Mits dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verholen beperking van het handelsverkeer tussen de partijen zou inhouden, kan geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het nemen of handhaven van maatregelen die :
a) noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, de orde of de veiligheid;
b) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mensen;
c) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van dieren of planten;
d) noodzakelijk zijn ter bescherming van intellectuele eigendom; of
e) betrekking hebben op goederen of diensten van gehandicapten, liefdadige instellingen of het resultaat zijn van gevangenisarbeid.
Mits dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verholen beperking van het handelsverkeer tussen de partijen zou inhouden, kan geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het nemen of handhaven van maatregelen die :
a) noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, de orde of de veiligheid;
b) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mensen;
c) noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van dieren of planten;
d) noodzakelijk zijn ter bescherming van intellectuele eigendom; of
e) betrekking hebben op goederen of diensten van gehandicapten, liefdadige instellingen of het resultaat zijn van gevangenisarbeid.
Art. 161. Exceptions.
Sous réserve que ces mesures ne soient pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable, soit une restriction déguisée au commerce entre les parties, rien dans la présente décision n'empêche l'adoption ou le maintien par l'une des parties de mesures :
a) nécessaires à la protection de la moralité publique, de l'ordre public et de la sécurité publique;
b) nécessaires à la protection de la vie, de la santé ou de la sécurité des personnes;
c) nécessaires à la protection de la santé et de la vie des animaux ou à la préservation des végétaux;
d) nécessaires à la protection de la propriété intellectuelle, ou
e) relative aux biens et services de personnes handicapées, d'institutions philanthropiques ou du travail des prisonniers.
Sous réserve que ces mesures ne soient pas appliquées de façon à constituer soit un moyen de discrimination arbitraire ou injustifiable, soit une restriction déguisée au commerce entre les parties, rien dans la présente décision n'empêche l'adoption ou le maintien par l'une des parties de mesures :
a) nécessaires à la protection de la moralité publique, de l'ordre public et de la sécurité publique;
b) nécessaires à la protection de la vie, de la santé ou de la sécurité des personnes;
c) nécessaires à la protection de la santé et de la vie des animaux ou à la préservation des végétaux;
d) nécessaires à la protection de la propriété intellectuelle, ou
e) relative aux biens et services de personnes handicapées, d'institutions philanthropiques ou du travail des prisonniers.
Art. 162. Toetsing en tenuitvoerlegging.
De tenuitvoerlegging van deze titel wordt iedere twee jaar door het Associatiecomité getoetst, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het Associatiecomité onderzoekt alle vraagstukken die zich in dit verband voordoen en neemt passende maatregelen ter uitvoering van de hem opgedragen taken. Het Associatiecomité neemt met name de volgende maatregelen :
a) het coördineert de communicatie tussen de partijen met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie van informatietechnologiesystemen voor overheidsopdrachten;
b) het doet passende aanbevelingen met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen;
c) het neemt besluiten op gebieden waarin deze titel voorziet.
De tenuitvoerlegging van deze titel wordt iedere twee jaar door het Associatiecomité getoetst, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het Associatiecomité onderzoekt alle vraagstukken die zich in dit verband voordoen en neemt passende maatregelen ter uitvoering van de hem opgedragen taken. Het Associatiecomité neemt met name de volgende maatregelen :
a) het coördineert de communicatie tussen de partijen met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie van informatietechnologiesystemen voor overheidsopdrachten;
b) het doet passende aanbevelingen met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen;
c) het neemt besluiten op gebieden waarin deze titel voorziet.
Art. 162. Réexamen et mise en oeuvre.
Le comité d'association réexamine la mise en oeuvre du présent titre tous les deux ans, sauf disposition contraire convenue par les parties. Il examine toute question découlant de la mise en oeuvre et prend les mesures appropriées dans l'exercice de ses fonctions. Il accomplit notamment les tâches suivantes :
a) coordonner les échanges entre les parties en ce qui concerne la création et la mise en oeuvre de systèmes informatisés dans le domaine des marchés publics;
b) formuler des recommandations appropriées concernant la coopération entre les parties, et
c) adopter des décisions dans les cas prévus par le présent titre.
Le comité d'association réexamine la mise en oeuvre du présent titre tous les deux ans, sauf disposition contraire convenue par les parties. Il examine toute question découlant de la mise en oeuvre et prend les mesures appropriées dans l'exercice de ses fonctions. Il accomplit notamment les tâches suivantes :
a) coordonner les échanges entre les parties en ce qui concerne la création et la mise en oeuvre de systèmes informatisés dans le domaine des marchés publics;
b) formuler des recommandations appropriées concernant la coopération entre les parties, et
c) adopter des décisions dans les cas prévus par le présent titre.
TITEL V. - LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER.
TITRE V. - PAIEMENTS COURANTS ET MOUVEMENTS DE CAPITAUX.
Art. 163. Doelstelling en toepassingsgebied.
1. De partijen streven naar liberalisering van hun onderlinge lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen.
2. Deze titel is van toepassing op alle lopende betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen.
1. De partijen streven naar liberalisering van hun onderlinge lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen.
2. Deze titel is van toepassing op alle lopende betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen.
Art. 163. Objectif et champ d'application.
1. Les parties s'efforcent de libéraliser les paiements courants et les mouvements de capitaux entre elles, conformément aux engagements contractés dans le cadre des institutions financières internationales et en tenant dûment compte de la stabilité monétaire de chaque partie.
2. Le présent titre s'applique à tous les paiements courants et mouvements de capitaux entre les parties.
1. Les parties s'efforcent de libéraliser les paiements courants et les mouvements de capitaux entre elles, conformément aux engagements contractés dans le cadre des institutions financières internationales et en tenant dûment compte de la stabilité monétaire de chaque partie.
2. Le présent titre s'applique à tous les paiements courants et mouvements de capitaux entre les parties.
Art. 164. Lopende rekening.
De partijen verlenen machtiging, overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.
De partijen verlenen machtiging, overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.
Art. 164. Balance des opérations courantes.
Les parties autorisent, dans une monnaie librement convertible et conformément aux statuts du Fonds monétaire international, les paiements et les transferts relevant de la balance des opérations courantes entre les parties.
Les parties autorisent, dans une monnaie librement convertible et conformément aux statuts du Fonds monétaire international, les paiements et les transferts relevant de la balance des opérations courantes entre les parties.
Art. 165. Kapitaalrekening.
Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans staan de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal toe met betrekking tot directe investeringen die in overeenstemming zijn met het recht van het gastland, en investeringen in overeenstemming met titel III van dit deel, alsmede de liquidatie en repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.
Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans staan de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal toe met betrekking tot directe investeringen die in overeenstemming zijn met het recht van het gastland, en investeringen in overeenstemming met titel III van dit deel, alsmede de liquidatie en repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.
Art. 165. Compte de capitaux.
Pour ce qui est des mouvements de capitaux relevant de la balance des paiements, les parties autorisent, à partir de l'entrée en vigueur du présent accord, la libre circulation des capitaux concernant les investissements directs effectués conformément à la législation du pays hôte et les investissements effectués conformément aux dispositions du titre III de la présente partie, ainsi que la liquidation ou le rapatriement de ces capitaux et de tout bénéfice en découlant.
Pour ce qui est des mouvements de capitaux relevant de la balance des paiements, les parties autorisent, à partir de l'entrée en vigueur du présent accord, la libre circulation des capitaux concernant les investissements directs effectués conformément à la législation du pays hôte et les investissements effectués conformément aux dispositions du titre III de la présente partie, ainsi que la liquidation ou le rapatriement de ces capitaux et de tout bénéfice en découlant.
Art. 166. Uitzonderingen en vrijwaringsmaatregelen.
1. Wanneer betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van een partij, kan deze ten aanzien van kapitaaltransacties voor ten hoogste één jaar die vrijwaringsmaatregelen nemen welke strikt noodzakelijk zijn. De geldigheidsduur van die vrijwaringsmaatregelen kan worden verlengd door de maatregelen formeel opnieuw in te stellen.
2. Een partij die vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.
1. Wanneer betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van een partij, kan deze ten aanzien van kapitaaltransacties voor ten hoogste één jaar die vrijwaringsmaatregelen nemen welke strikt noodzakelijk zijn. De geldigheidsduur van die vrijwaringsmaatregelen kan worden verlengd door de maatregelen formeel opnieuw in te stellen.
2. Een partij die vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.
Art. 166. Exceptions et mesures de sauvegarde.
1. Si, dans des circonstances exceptionnelles, les paiements et les mouvements de capitaux entre les parties causent ou menacent de causer de graves difficultés dans le fonctionnement de la politique monétaire ou de la politique des taux de change d'une partie, la partie concernée peut prendre les mesures de sauvegarde strictement nécessaires en matière de circulation des capitaux pendant une période ne dépassant pas un an. L'application de mesures de sauvegarde peut être prolongée par leur réintroduction formelle.
2. La partie qui prend les mesures de sauvegarde en informe immédiatement l'autre partie et lui communique, le plus rapidement possible, un calendrier pour leur suppression.
1. Si, dans des circonstances exceptionnelles, les paiements et les mouvements de capitaux entre les parties causent ou menacent de causer de graves difficultés dans le fonctionnement de la politique monétaire ou de la politique des taux de change d'une partie, la partie concernée peut prendre les mesures de sauvegarde strictement nécessaires en matière de circulation des capitaux pendant une période ne dépassant pas un an. L'application de mesures de sauvegarde peut être prolongée par leur réintroduction formelle.
2. La partie qui prend les mesures de sauvegarde en informe immédiatement l'autre partie et lui communique, le plus rapidement possible, un calendrier pour leur suppression.
Art. 167. Slotbepalingen.
1. Met betrekking tot deze titel bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
2. De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
1. Met betrekking tot deze titel bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
2. De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
Art. 167. Dispositions finales.
1. Concernant le présent titre, les parties confirment les droits et obligations découlant d'accords bilatéraux ou multilatéraux auxquels elles sont parties.
2. Les parties se consultent en vue de faciliter la circulation des capitaux entre elles et de promouvoir les objectifs du présent accord.
1. Concernant le présent titre, les parties confirment les droits et obligations découlant d'accords bilatéraux ou multilatéraux auxquels elles sont parties.
2. Les parties se consultent en vue de faciliter la circulation des capitaux entre elles et de promouvoir les objectifs du présent accord.
TITEL VI. - INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN.
TITRE VI. - DROITS DE PROPRIETE INTELLECTUELLE.
Art. 168. Doelstelling.
De partijen voorzien in doeltreffende en toereikende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig de strengste internationale normen, en zien toe op effectieve middelen tot handhaving van die rechten, zoals daarin is voorzien in internationale verdragen.
De partijen voorzien in doeltreffende en toereikende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig de strengste internationale normen, en zien toe op effectieve middelen tot handhaving van die rechten, zoals daarin is voorzien in internationale verdragen.
Art. 168. Objectif.
Les parties accordent et garantissent une protection adéquate et effective des droits de propriété intellectuelle, conformément aux normes internationales les plus élevées, notamment les moyens efficaces prévus par les traités internationaux pour faire valoir ces droits.
Les parties accordent et garantissent une protection adéquate et effective des droits de propriété intellectuelle, conformément aux normes internationales les plus élevées, notamment les moyens efficaces prévus par les traités internationaux pour faire valoir ces droits.
Art. 169. Toepassingsgebied.
In het kader van de overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten het volgende : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's en gegevensbanken, en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, handelsmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming van niet openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967).
In het kader van de overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten het volgende : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's en gegevensbanken, en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, handelsmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming van niet openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967).
Art. 169. Portée.
Aux fins du présent accord, les droits de propriété intellectuelle comprennent les droits d'auteur, y compris les droits d'auteur sur les logiciels et les bases de données, et les droits connexes, les droits attachés aux brevets, les dessins industriels, les indications géographiques, y compris les appellations d'origine, les marques de commerce, les topographies de circuits intégrés, de même que la protection des informations confidentielles et la protection contre la concurrence déloyale visée à l'article 10bis de la Convention de Paris pour la protection de la propriété industrielle (Acte de Stockholm, 1967).
Aux fins du présent accord, les droits de propriété intellectuelle comprennent les droits d'auteur, y compris les droits d'auteur sur les logiciels et les bases de données, et les droits connexes, les droits attachés aux brevets, les dessins industriels, les indications géographiques, y compris les appellations d'origine, les marques de commerce, les topographies de circuits intégrés, de même que la protection des informations confidentielles et la protection contre la concurrence déloyale visée à l'article 10bis de la Convention de Paris pour la protection de la propriété industrielle (Acte de Stockholm, 1967).
Art. 170. Bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 168 betreft, komen de partijen overeen :
a) de uit onderstaande internationale overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze te blijven nakomen :
i) Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs), bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie;
ii) Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967);
iii) Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs 1971);
iv) Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961);
v) Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, 1978 (UPOV-verdrag 1978) of het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 1991 (UPOV-verdrag 1991);
b) uiterlijk op 1 januari 2007 tot de onderstaande multilaterale overeenkomsten toe te treden en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen :
i) Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Akte van Genève 1977, gewijzigd 1979);
ii) Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht (Genève 1996);
iii) Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake uitvoeringen en fonogrammen (Genève 1996);
iv) Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Washington 1970, geamendeerd 1979 en gewijzigd 1984);
v) Overeenkomst van Straatsburg betreffende de internationale classificatie van octrooien (Straatsburg 1971, geamendeerd 1979);
c) uiterlijk op 1 januari 2009 tot de onderstaande multilaterale overeenkomsten toe te treden en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen :
i) Overeenkomst ter bescherming van producenten van fonogrammen tegen het ongeoorloofd kopiëren van hun fonogrammen (Genève 1971);
ii) Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid (Unie van Locarno 1968, geamendeerd 1979);
iii) Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, geamendeerd 1980);
iv) Verdrag inzake handelsmerkenrecht (Genève 1994);
d) alles in het werk te stellen om zo spoedig mogelijk de onderstaande multilaterale overeenkomsten te bekrachtigen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen :
i) Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (1989);
ii) Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm 1967, geamendeerd 1979);
iii) Overeenkomst van Wenen tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken (Wenen 1973, geamendeerd 1985).
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 168 betreft, komen de partijen overeen :
a) de uit onderstaande internationale overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze te blijven nakomen :
i) Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs), bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie;
ii) Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967);
iii) Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs 1971);
iv) Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961);
v) Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, 1978 (UPOV-verdrag 1978) of het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 1991 (UPOV-verdrag 1991);
b) uiterlijk op 1 januari 2007 tot de onderstaande multilaterale overeenkomsten toe te treden en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen :
i) Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Akte van Genève 1977, gewijzigd 1979);
ii) Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht (Genève 1996);
iii) Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake uitvoeringen en fonogrammen (Genève 1996);
iv) Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Washington 1970, geamendeerd 1979 en gewijzigd 1984);
v) Overeenkomst van Straatsburg betreffende de internationale classificatie van octrooien (Straatsburg 1971, geamendeerd 1979);
c) uiterlijk op 1 januari 2009 tot de onderstaande multilaterale overeenkomsten toe te treden en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen :
i) Overeenkomst ter bescherming van producenten van fonogrammen tegen het ongeoorloofd kopiëren van hun fonogrammen (Genève 1971);
ii) Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid (Unie van Locarno 1968, geamendeerd 1979);
iii) Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, geamendeerd 1980);
iv) Verdrag inzake handelsmerkenrecht (Genève 1994);
d) alles in het werk te stellen om zo spoedig mogelijk de onderstaande multilaterale overeenkomsten te bekrachtigen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen op doeltreffende en toereikende wijze na te komen :
i) Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (1989);
ii) Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm 1967, geamendeerd 1979);
iii) Overeenkomst van Wenen tot instelling van een internationale classificatie van beeldbestanddelen van merken (Wenen 1973, geamendeerd 1985).
Art. 170. Protection des droits de propriété intellectuelle.
Afin de réaliser les objectifs définis à l'article 168, les parties :
a) continuent de garantir l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) l'accord sur les aspects des droits de propriété intellectuelle qui touchent au commerce, annexe 1C de l'accord instituant l'Organisation mondiale du commerce (" ADPIC ");
ii) la convention de Paris pour la protection de la propriété industrielle (Acte de Stockholm, 1967);
iii) la convention de Berne pour la protection des oeuvres littéraires et artistiques (Acte de Paris, 1971);
iv) la convention de Rome sur les droits des artistes interprètes ou exécutants, des producteurs de phonogrammes et des organismes de radiodiffusion (Rome, 1961), ainsi que
v) la convention internationale de 1978 pour la protection des obtentions végétales (" convention UPOV de 1978 ") ou convention internationale de 1991 pour la protection des obtentions végétales (" convention UPOV de 1991 ");
b) acceptent et garantissent, au 1er janvier 2007, l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) l'arrangement de Nice concernant la classification internationale des biens et services pour l'enregistrement international des marques (Genève, 1977, modifié en 1979);
ii) le traité de l'Organisation mondiale de la propriété intellectuelle sur le droit d'auteur (Genève, 1996);
iii) le traité de l'Organisation mondiale de la propriété intellectuelle sur les interprétations et exécutions et les phonogrammes (Genève, 1996);
iv) le traite de coopération en matière de brevets (Washington, 1970, modifié en 1979 et en 1984), ainsi que
v) l'arrangement de Strasbourg concernant la classification internationale des brevets (Strasbourg, 1971, modifié en 1979);
c) acceptent et garantissent, au 1er janvier 2009, l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) la convention pour la protection des producteurs de phonogrammes contre la reproduction non autorisée de leurs phonogrammes (Genève, 1971);
ii) l'arrangement de Locarno instituant une classification internationale pour les dessins et modèles industriels (Union de Locarno, 1968, modifié en 1979);
iii) le traité de Budapest sur la reconnaissance internationale du dépôt des microorganismes aux fins de la procédure en matière de brevets (1977, modifié en 1980), ainsi que
iv) le traité sur le droit des marques (Genève, 1994);
d) font tout ce qui est en leur pouvoir pour ratifier et garantir au plus tôt l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) le protocole de l'accord de Madrid concernant l'enregistrement international des marques (Madrid, 1989);
ii) l'arrangement de Madrid concernant l'enregistrement international des marques (Acte de Stockholm 1967, modifié en 1979), ainsi que
iii) l'arrangement de Vienne instituant une classification internationale des éléments figuratifs des marques (Vienne, 1973, modifié en 1985).
Afin de réaliser les objectifs définis à l'article 168, les parties :
a) continuent de garantir l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) l'accord sur les aspects des droits de propriété intellectuelle qui touchent au commerce, annexe 1C de l'accord instituant l'Organisation mondiale du commerce (" ADPIC ");
ii) la convention de Paris pour la protection de la propriété industrielle (Acte de Stockholm, 1967);
iii) la convention de Berne pour la protection des oeuvres littéraires et artistiques (Acte de Paris, 1971);
iv) la convention de Rome sur les droits des artistes interprètes ou exécutants, des producteurs de phonogrammes et des organismes de radiodiffusion (Rome, 1961), ainsi que
v) la convention internationale de 1978 pour la protection des obtentions végétales (" convention UPOV de 1978 ") ou convention internationale de 1991 pour la protection des obtentions végétales (" convention UPOV de 1991 ");
b) acceptent et garantissent, au 1er janvier 2007, l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) l'arrangement de Nice concernant la classification internationale des biens et services pour l'enregistrement international des marques (Genève, 1977, modifié en 1979);
ii) le traité de l'Organisation mondiale de la propriété intellectuelle sur le droit d'auteur (Genève, 1996);
iii) le traité de l'Organisation mondiale de la propriété intellectuelle sur les interprétations et exécutions et les phonogrammes (Genève, 1996);
iv) le traite de coopération en matière de brevets (Washington, 1970, modifié en 1979 et en 1984), ainsi que
v) l'arrangement de Strasbourg concernant la classification internationale des brevets (Strasbourg, 1971, modifié en 1979);
c) acceptent et garantissent, au 1er janvier 2009, l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) la convention pour la protection des producteurs de phonogrammes contre la reproduction non autorisée de leurs phonogrammes (Genève, 1971);
ii) l'arrangement de Locarno instituant une classification internationale pour les dessins et modèles industriels (Union de Locarno, 1968, modifié en 1979);
iii) le traité de Budapest sur la reconnaissance internationale du dépôt des microorganismes aux fins de la procédure en matière de brevets (1977, modifié en 1980), ainsi que
iv) le traité sur le droit des marques (Genève, 1994);
d) font tout ce qui est en leur pouvoir pour ratifier et garantir au plus tôt l'application adéquate et efficace des obligations découlant des conventions multilatérales suivantes :
i) le protocole de l'accord de Madrid concernant l'enregistrement international des marques (Madrid, 1989);
ii) l'arrangement de Madrid concernant l'enregistrement international des marques (Acte de Stockholm 1967, modifié en 1979), ainsi que
iii) l'arrangement de Vienne instituant une classification internationale des éléments figuratifs des marques (Vienne, 1973, modifié en 1985).
Art. 171. Toetsing.
De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bovenstaande multilaterale overeenkomsten. De Associatieraad kan besluiten andere multilaterale overeenkomsten op dit gebied in artikel 170 op te nemen.
De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bovenstaande multilaterale overeenkomsten. De Associatieraad kan besluiten andere multilaterale overeenkomsten op dit gebied in artikel 170 op te nemen.
Art. 171. Réexamen.
Les parties exprimant leur attachement à l'observation des obligations découlant des conventions multilatérales précitées, le conseil d'association peut décider d'intégrer dans l'article 170 d'autres conventions multilatérales dans le domaine en question.
Les parties exprimant leur attachement à l'observation des obligations découlant des conventions multilatérales précitées, le conseil d'association peut décider d'intégrer dans l'article 170 d'autres conventions multilatérales dans le domaine en question.
TITEL VII. - MEDEDINGING.
TITRE VII. - CONCURRENCE.
Art. 172. Doelstellingen.
1. De partijen verbinden zich ertoe hun mededingingsregels in overeenstemming met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst zo toe te passen dat wordt voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de voordelen van het proces van liberalisering van de handel in goederen en diensten of dat deze voordelen teniet worden gedaan door concurrentieverstorende zakelijke activiteiten. De partijen verbinden zich daarom tot samenwerking en coördinatie van hun mededingingsautoriteiten overeenkomstig het bepaalde in deze titel.
2. Teneinde verstoringen of beperkingen van de mededinging die hun onderlinge handel in goederen en diensten ongunstig kunnen beïnvloeden te voorkomen, schenken de partijen bijzondere aandacht aan concurrentieverstorende overeenkomsten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van zelfstandige of gezamenlijke machtsposities.
3. De partijen verbinden zich tot onderlinge samenwerking en coördinatie in verband met de tenuitvoerlegging van hun concurrentiewetgeving. Deze samenwerking houdt kennisgeving en overleg in, alsmede uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie en verlening van technische bijstand. De partijen erkennen het belang van de toepassing van beginselen op mededingingsgebied die voor beide partijen aanvaardbaar zijn in multilaterale fora, zoals de WTO.
1. De partijen verbinden zich ertoe hun mededingingsregels in overeenstemming met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst zo toe te passen dat wordt voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de voordelen van het proces van liberalisering van de handel in goederen en diensten of dat deze voordelen teniet worden gedaan door concurrentieverstorende zakelijke activiteiten. De partijen verbinden zich daarom tot samenwerking en coördinatie van hun mededingingsautoriteiten overeenkomstig het bepaalde in deze titel.
2. Teneinde verstoringen of beperkingen van de mededinging die hun onderlinge handel in goederen en diensten ongunstig kunnen beïnvloeden te voorkomen, schenken de partijen bijzondere aandacht aan concurrentieverstorende overeenkomsten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van zelfstandige of gezamenlijke machtsposities.
3. De partijen verbinden zich tot onderlinge samenwerking en coördinatie in verband met de tenuitvoerlegging van hun concurrentiewetgeving. Deze samenwerking houdt kennisgeving en overleg in, alsmede uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie en verlening van technische bijstand. De partijen erkennen het belang van de toepassing van beginselen op mededingingsgebied die voor beide partijen aanvaardbaar zijn in multilaterale fora, zoals de WTO.
Art. 172. Objectifs.
1. Les parties s'engagent à appliquer leurs législations respectives en matière de concurrence conformément aux dispositions de la présente partie de l'accord afin d'éviter que des comportements commerciaux anticoncurrentiels réduisent ou annulent les avantages du processus de libéralisation des échanges de marchandises et de services. A cette fin, les parties conviennent de coopérer et d'assurer une coordination entre leurs autorités de la concurrence dans le cadre des dispositions du présent titre.
2. Pour prévenir des distorsions ou des restrictions de la concurrence susceptibles de porter atteinte au commerce de marchandises et de services entre elles, les parties accordent une attention particulière aux ententes et aux pratiques concertées anticoncurrentielles, ainsi qu'aux abus résultant de positions dominantes individuelles ou collectives.
3. Les parties conviennent de coopérer et d'assurer une coordination entre elles pour la mise en oeuvre de législations en matière de concurrence. Cette coopération recouvre la notification, la consultation, l'échange d'informations non confidentielles et l'assistance technique. Les parties reconnaissent qu'il est important d'intégrer des principes, en matière de concurrence, qui seront acceptés par les deux parties au sein des enceintes internationales, et notamment de l'OMC.
1. Les parties s'engagent à appliquer leurs législations respectives en matière de concurrence conformément aux dispositions de la présente partie de l'accord afin d'éviter que des comportements commerciaux anticoncurrentiels réduisent ou annulent les avantages du processus de libéralisation des échanges de marchandises et de services. A cette fin, les parties conviennent de coopérer et d'assurer une coordination entre leurs autorités de la concurrence dans le cadre des dispositions du présent titre.
2. Pour prévenir des distorsions ou des restrictions de la concurrence susceptibles de porter atteinte au commerce de marchandises et de services entre elles, les parties accordent une attention particulière aux ententes et aux pratiques concertées anticoncurrentielles, ainsi qu'aux abus résultant de positions dominantes individuelles ou collectives.
3. Les parties conviennent de coopérer et d'assurer une coordination entre elles pour la mise en oeuvre de législations en matière de concurrence. Cette coopération recouvre la notification, la consultation, l'échange d'informations non confidentielles et l'assistance technique. Les parties reconnaissent qu'il est important d'intégrer des principes, en matière de concurrence, qui seront acceptés par les deux parties au sein des enceintes internationales, et notamment de l'OMC.
Art. 173. Definities.
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
1. " mededingingswetgeving " :
a) voor de Gemeenschap : de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Verordening (EEG) nr. 4064/89 inzake de controle op concentraties van ondernemingen en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;
b) voor Chili : Decreto Ley nr. 211 van 1973 en Ley nr. 19.610 van 1999 en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;
c) alle wijzigingen van deze wetgeving die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot stand komen;
2. " mededingingsautoriteit " :
a) voor de Gemeenschap : de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
b) voor Chili : de " Fiscalia Nacional Económica " en de " Comisión Resolutiva ".
3. " rechtshandhavingsactiviteiten " : iedere toepassing van de mededingingswetgeving in de vorm van onderzoek of gerechtelijke actie, ingesteld door de mededingingsautoriteiten van een partij, die kan leiden tot de instelling van sancties of rechtsmiddelen.
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
1. " mededingingswetgeving " :
a) voor de Gemeenschap : de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Verordening (EEG) nr. 4064/89 inzake de controle op concentraties van ondernemingen en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;
b) voor Chili : Decreto Ley nr. 211 van 1973 en Ley nr. 19.610 van 1999 en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;
c) alle wijzigingen van deze wetgeving die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot stand komen;
2. " mededingingsautoriteit " :
a) voor de Gemeenschap : de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
b) voor Chili : de " Fiscalia Nacional Económica " en de " Comisión Resolutiva ".
3. " rechtshandhavingsactiviteiten " : iedere toepassing van de mededingingswetgeving in de vorm van onderzoek of gerechtelijke actie, ingesteld door de mededingingsautoriteiten van een partij, die kan leiden tot de instelling van sancties of rechtsmiddelen.
Art. 173. Définitions.
Aux fins du présent titre, on entend par :
1) " législation en matière de concurrence " :
a) pour la Communauté, les articles 81, 82 et 86 du Traité instituant la Communauté européenne, le règlement (CEE) n° 4064/89, les règlements d'application et leurs modifications;
b) pour le Chili, le decreto ley n° 211 de 1973, la ley n° 19.610 de 1999, leurs règlements d'application ou modifications, ainsi que
c) toute modification que la législation mentionnée ci-dessus est susceptible de subir après l'entrée en vigueur du présent accord;
2) " autorité compétente en matière de concurrence " :
a) pour la Communauté, la Commission des Communautés européennes, ainsi que
b) pour le Chili, la " Fiscalia National Económica " et la " Comisión Resolutiva ";
3) " mesure d'application " toute mesure de mise en application de la législation en matière de concurrence par voie d'enquête ou de procédure menée par l'autorité de la concurrence d'une partie et pouvant aboutir à des sanctions ou à des mesures correctives.
Aux fins du présent titre, on entend par :
1) " législation en matière de concurrence " :
a) pour la Communauté, les articles 81, 82 et 86 du Traité instituant la Communauté européenne, le règlement (CEE) n° 4064/89, les règlements d'application et leurs modifications;
b) pour le Chili, le decreto ley n° 211 de 1973, la ley n° 19.610 de 1999, leurs règlements d'application ou modifications, ainsi que
c) toute modification que la législation mentionnée ci-dessus est susceptible de subir après l'entrée en vigueur du présent accord;
2) " autorité compétente en matière de concurrence " :
a) pour la Communauté, la Commission des Communautés européennes, ainsi que
b) pour le Chili, la " Fiscalia National Económica " et la " Comisión Resolutiva ";
3) " mesure d'application " toute mesure de mise en application de la législation en matière de concurrence par voie d'enquête ou de procédure menée par l'autorité de la concurrence d'une partie et pouvant aboutir à des sanctions ou à des mesures correctives.
Art. 174. Kennisgeving.
1. De mededingingsautoriteiten stellen de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis van een rechtshandhavingsactiviteit indien deze :
a) een sterke nadelige invloed kan hebben op zwaarwegende belangen van de andere partij;
b) betrekking heeft op beperkingen van de mededinging die rechtstreekse aanzienlijke gevolgen kunnen hebben op het grondgebied van de andere partij; of
c) betrekking heeft op concurrentieverstorende gedragingen die hoofdzakelijk plaatsvinden op het grondgebied van de andere partij.
2. Mits dat niet in strijd is met de mededingingswetgeving van de partijen en geen nadelige invloed uitoefent op lopende onderzoeken, vindt de kennisgeving plaats in de beginfase van de procedure. De ontvangen standpunten kunnen door de andere mededingingsautoriteit in overweging worden genomen bij het nemen van besluiten.
3. De in lid 1 bedoelde kennisgevingen zijn voldoende gedetailleerd om beoordeling in het licht van de belangen van de andere partij toe te staan.
4. De partijen doen wat in hun vermogen ligt om te waarborgen dat de kennisgevingen overeenkomstig bovenstaande bepalingen worden verricht, waarbij rekening wordt gehouden met de hun ter beschikking staande administratieve middelen.
1. De mededingingsautoriteiten stellen de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis van een rechtshandhavingsactiviteit indien deze :
a) een sterke nadelige invloed kan hebben op zwaarwegende belangen van de andere partij;
b) betrekking heeft op beperkingen van de mededinging die rechtstreekse aanzienlijke gevolgen kunnen hebben op het grondgebied van de andere partij; of
c) betrekking heeft op concurrentieverstorende gedragingen die hoofdzakelijk plaatsvinden op het grondgebied van de andere partij.
2. Mits dat niet in strijd is met de mededingingswetgeving van de partijen en geen nadelige invloed uitoefent op lopende onderzoeken, vindt de kennisgeving plaats in de beginfase van de procedure. De ontvangen standpunten kunnen door de andere mededingingsautoriteit in overweging worden genomen bij het nemen van besluiten.
3. De in lid 1 bedoelde kennisgevingen zijn voldoende gedetailleerd om beoordeling in het licht van de belangen van de andere partij toe te staan.
4. De partijen doen wat in hun vermogen ligt om te waarborgen dat de kennisgevingen overeenkomstig bovenstaande bepalingen worden verricht, waarbij rekening wordt gehouden met de hun ter beschikking staande administratieve middelen.
Art. 174. Notifications.
1. L'autorité de la concurrence de chaque partie notifie à l'autorité de la concurrence de l'autre partie toute mesure d'application qu'elle adopte si :
a) elle est susceptible de porter substantiellement atteinte à des intérêts importants de l'autre partie;
b) elle se rapporte à des restrictions de concurrence susceptibles d'avoir des effets directs et substantiels sur le territoire de l'autre partie, ou
c) elle concerne des actes anticoncurrentiels se produisant principalement sur le territoire de l'autre partie.
2. Pour autant que cette disposition ne soit pas contraire aux législations des parties en matière de concurrence et ne porte pas préjudice à l'enquête en cours, la notification intervient à un stade précoce de la procédure. Les avis exprimés peuvent être pris en considération par l'autre autorité de la concurrence au moment où elle arrête sa décision.
3. Les notifications prévues au paragraphe 1 doivent être suffisamment détaillées pour permettre une évaluation au regard des intérêts de l'autre partie.
4. Les parties s'engagent à veiller à ce que les notifications soient effectuées dans les conditions précitées, compte tenu des ressources administratives dont elles disposent.
1. L'autorité de la concurrence de chaque partie notifie à l'autorité de la concurrence de l'autre partie toute mesure d'application qu'elle adopte si :
a) elle est susceptible de porter substantiellement atteinte à des intérêts importants de l'autre partie;
b) elle se rapporte à des restrictions de concurrence susceptibles d'avoir des effets directs et substantiels sur le territoire de l'autre partie, ou
c) elle concerne des actes anticoncurrentiels se produisant principalement sur le territoire de l'autre partie.
2. Pour autant que cette disposition ne soit pas contraire aux législations des parties en matière de concurrence et ne porte pas préjudice à l'enquête en cours, la notification intervient à un stade précoce de la procédure. Les avis exprimés peuvent être pris en considération par l'autre autorité de la concurrence au moment où elle arrête sa décision.
3. Les notifications prévues au paragraphe 1 doivent être suffisamment détaillées pour permettre une évaluation au regard des intérêts de l'autre partie.
4. Les parties s'engagent à veiller à ce que les notifications soient effectuées dans les conditions précitées, compte tenu des ressources administratives dont elles disposent.
Art. 175. Coördinatie van rechtshandhavingsactiviteiten.
De mededingingsautoriteit van een partij kan de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis stellen van haar bereidheid tot het coördineren van rechtshandhavingsactiviteiten ten aanzien van een specifiek geval. Deze coördinatie belet de partijen niet autonoom besluiten te nemen.
De mededingingsautoriteit van een partij kan de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis stellen van haar bereidheid tot het coördineren van rechtshandhavingsactiviteiten ten aanzien van een specifiek geval. Deze coördinatie belet de partijen niet autonoom besluiten te nemen.
Art. 175. Coordination des mesures d'application.
L'autorité de la concurrence d'une partie peut notifier à l'autorité de la concurrence de l'autre partie sa volonté de coordonner des mesures d'application dans une affaire particulière. Cette coordination n'empêche pas les autorités de concurrence de prendre des décisions autonomes.
L'autorité de la concurrence d'une partie peut notifier à l'autorité de la concurrence de l'autre partie sa volonté de coordonner des mesures d'application dans une affaire particulière. Cette coordination n'empêche pas les autorités de concurrence de prendre des décisions autonomes.
Art. 176. Overleg wanneer zwaarwegende belangen van een partij op het grondgebied van de andere partij nadelig worden beïnvloed.
1. Elke partij houdt waar nodig, in overeenstemming met haar wetgeving, bij haar rechtshandhavingsactiviteiten rekening met de zwaarwegende belangen van de andere partij. Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat een door de mededingingsautoriteit van de andere partij ingesteld onderzoek of aangevangen procedure de zwaarwegende belangen van de eerstgenoemde partij nadelig kan beïnvloeden, kan zij haar standpunt in deze bekendmaken aan de andere mededingingsautoriteit of deze om overleg verzoeken. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht dient de door de verzoekende mededingingsautoriteit naar voren gebrachte standpunten in hun geheel in welwillende overweging nemen, zonder dat dit afbreuk doet aan de voortzetting van acties op grond van haar mededingingswetgeving en haar volledige beslissingsvrijheid.
2. Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat de belangen van die partij op substantiële wijze nadelig worden beïnvloed door concurrentieverstorende praktijken, van welke oorsprong dan ook, van een of meerdere in de andere partij gevestigde ondernemingen, kan zij om overleg met de andere mededingingsautoriteit verzoeken. Dit overleg doet geen afbreuk aan de volledige beslissingsvrijheid van de betrokken mededingingsautoriteit. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek om overleg wordt gericht, kan alle corrigerende maatregelen nemen waarin haar mededingingswetgeving voorziet en die zij passend acht, zulks in overeenstemming met de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij en zonder dat dit afbreuk doet aan haar recht om handhavingsmaatregelen te nemen.
1. Elke partij houdt waar nodig, in overeenstemming met haar wetgeving, bij haar rechtshandhavingsactiviteiten rekening met de zwaarwegende belangen van de andere partij. Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat een door de mededingingsautoriteit van de andere partij ingesteld onderzoek of aangevangen procedure de zwaarwegende belangen van de eerstgenoemde partij nadelig kan beïnvloeden, kan zij haar standpunt in deze bekendmaken aan de andere mededingingsautoriteit of deze om overleg verzoeken. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht dient de door de verzoekende mededingingsautoriteit naar voren gebrachte standpunten in hun geheel in welwillende overweging nemen, zonder dat dit afbreuk doet aan de voortzetting van acties op grond van haar mededingingswetgeving en haar volledige beslissingsvrijheid.
2. Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat de belangen van die partij op substantiële wijze nadelig worden beïnvloed door concurrentieverstorende praktijken, van welke oorsprong dan ook, van een of meerdere in de andere partij gevestigde ondernemingen, kan zij om overleg met de andere mededingingsautoriteit verzoeken. Dit overleg doet geen afbreuk aan de volledige beslissingsvrijheid van de betrokken mededingingsautoriteit. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek om overleg wordt gericht, kan alle corrigerende maatregelen nemen waarin haar mededingingswetgeving voorziet en die zij passend acht, zulks in overeenstemming met de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij en zonder dat dit afbreuk doet aan haar recht om handhavingsmaatregelen te nemen.
Art. 176. Consultations lorsque les intérêts importants d'une partie sont lésés sur le territoire de l'autre partie.
1. Conformément à sa propre législation, chaque partie prend en considération, autant que nécessaire, les intérêts importants de l'autre partie lorsqu'elle met en oeuvre des mesures d'application. Lorsque l'autorité de la concurrence d'une partie considère qu'une enquête ou une procédure menée par l'autorité de la concurrence de l'autre partie peut porter atteinte à des intérêts importants de cette partie, elle communique ses vues à ce sujet à l'autre autorité de la concurrence ou demande l'ouverture de consultations avec cette dernière. Sans préjudice de la poursuite d'une action dans le cadre de sa législation en matière de concurrence et de sa pleine liberté de décision finale, l'autorité de la concurrence auxquelles ces observations sont adressées doit traiter avec attention et compréhension les vues exprimées par l'autorité de la concurrence requérante.
2. L'autorité de la concurrence d'une partie qui estime qu'une atteinte substantielle est portée aux intérêts de cette partie par les pratiques anticoncurrentielles, quelle qu'en soit l'origine, présentes ou passées, d'une ou de plusieurs entreprises établies dans l'autre partie peut demander la tenue de consultations avec l'autorité de la concurrence de cette dernière partie. Ces consultations s'effectuent sans préjudice de la pleine liberté de décision finale de l'autorité de la concurrence concernée. Une autorité de la concurrence ainsi consultée peut, conformément à sa législation en matière de concurrence, prendre les mesures correctives qu'elle estime appropriées et conformes à son droit interne, sans préjudice de son pouvoir discrétionnaire en matière d'application.
1. Conformément à sa propre législation, chaque partie prend en considération, autant que nécessaire, les intérêts importants de l'autre partie lorsqu'elle met en oeuvre des mesures d'application. Lorsque l'autorité de la concurrence d'une partie considère qu'une enquête ou une procédure menée par l'autorité de la concurrence de l'autre partie peut porter atteinte à des intérêts importants de cette partie, elle communique ses vues à ce sujet à l'autre autorité de la concurrence ou demande l'ouverture de consultations avec cette dernière. Sans préjudice de la poursuite d'une action dans le cadre de sa législation en matière de concurrence et de sa pleine liberté de décision finale, l'autorité de la concurrence auxquelles ces observations sont adressées doit traiter avec attention et compréhension les vues exprimées par l'autorité de la concurrence requérante.
2. L'autorité de la concurrence d'une partie qui estime qu'une atteinte substantielle est portée aux intérêts de cette partie par les pratiques anticoncurrentielles, quelle qu'en soit l'origine, présentes ou passées, d'une ou de plusieurs entreprises établies dans l'autre partie peut demander la tenue de consultations avec l'autorité de la concurrence de cette dernière partie. Ces consultations s'effectuent sans préjudice de la pleine liberté de décision finale de l'autorité de la concurrence concernée. Une autorité de la concurrence ainsi consultée peut, conformément à sa législation en matière de concurrence, prendre les mesures correctives qu'elle estime appropriées et conformes à son droit interne, sans préjudice de son pouvoir discrétionnaire en matière d'application.
Art. 177. Uitwisseling van informatie vertrouwelijkheid.
1. Om de daadwerkelijke toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten informatie uitwisselen, voor zover deze niet vertrouwelijk van aard is.
2. Ter bevordering van de transparantie verbinden de partijen zich ertoe, onverminderd de regels en normen die voor elk van de partijen van toepassing zijn, informatie uit te wisselen inzake sancties en rechtsmiddelen die worden toegepast in gevallen die volgens de betrokken mededingingsautoriteit in aanzienlijke mate afbreuk doen aan zwaarwegende belangen van de betrokken partij, en op verzoek van de mededingingsautoriteit van de andere partij een motivering te geven voor het nemen van de betrokken maatregelen.
3. Iedere partij verstrekt de andere partij op jaarbasis informatie over overheidssteun, met inbegrip van het totale bedrag aan overheidssteun en indien mogelijk een specificatie per sector. Iedere partij mag verzoeken om informatie over afzonderlijke gevallen die het handelsverkeer tussen de partijen beïnvloeden. De partij tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht, verstrekt deze informatie, tenzij deze vertrouwelijk van aard is, naar beste vermogen.
4. Alle uitwisseling van informatie is onderworpen aan de in elke partij toegepaste normen van vertrouwelijkheid. Vertrouwelijke informatie waarvan de verspreiding uitdrukkelijk is verboden, of die indien verspreid de belangen van de partijen nadelig kan beïnvloeden, mag niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de bron van de informatie worden verstrekt.
5. Iedere mededingingsautoriteit houdt informatie die haar in vertrouwen door de andere mededingingsautoriteit in het kader van dit mechanisme is verstrekt geheim en gaat niet in op verzoeken om onthulling van dergelijke informatie van de kant van derden die daartoe niet zijn gemachtigd door de mededingingsautoriteit die de informatie heeft verstrekt.
6. In het bijzonder geldt dat wanneer de wetgeving van een partij daarin voorziet, vertrouwelijke informatie mag worden verstrekt aan de rechtbanken van de partijen, op voorwaarde dat die rechtbanken de vertrouwelijkheid eerbiedigen.
1. Om de daadwerkelijke toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten informatie uitwisselen, voor zover deze niet vertrouwelijk van aard is.
2. Ter bevordering van de transparantie verbinden de partijen zich ertoe, onverminderd de regels en normen die voor elk van de partijen van toepassing zijn, informatie uit te wisselen inzake sancties en rechtsmiddelen die worden toegepast in gevallen die volgens de betrokken mededingingsautoriteit in aanzienlijke mate afbreuk doen aan zwaarwegende belangen van de betrokken partij, en op verzoek van de mededingingsautoriteit van de andere partij een motivering te geven voor het nemen van de betrokken maatregelen.
3. Iedere partij verstrekt de andere partij op jaarbasis informatie over overheidssteun, met inbegrip van het totale bedrag aan overheidssteun en indien mogelijk een specificatie per sector. Iedere partij mag verzoeken om informatie over afzonderlijke gevallen die het handelsverkeer tussen de partijen beïnvloeden. De partij tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht, verstrekt deze informatie, tenzij deze vertrouwelijk van aard is, naar beste vermogen.
4. Alle uitwisseling van informatie is onderworpen aan de in elke partij toegepaste normen van vertrouwelijkheid. Vertrouwelijke informatie waarvan de verspreiding uitdrukkelijk is verboden, of die indien verspreid de belangen van de partijen nadelig kan beïnvloeden, mag niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de bron van de informatie worden verstrekt.
5. Iedere mededingingsautoriteit houdt informatie die haar in vertrouwen door de andere mededingingsautoriteit in het kader van dit mechanisme is verstrekt geheim en gaat niet in op verzoeken om onthulling van dergelijke informatie van de kant van derden die daartoe niet zijn gemachtigd door de mededingingsautoriteit die de informatie heeft verstrekt.
6. In het bijzonder geldt dat wanneer de wetgeving van een partij daarin voorziet, vertrouwelijke informatie mag worden verstrekt aan de rechtbanken van de partijen, op voorwaarde dat die rechtbanken de vertrouwelijkheid eerbiedigen.
Art. 177. Echange d'informations et confidentialité.
1. Afin de faciliter l'application efficace de leurs législations respectives en matière de concurrence, les autorités de la concurrence peuvent échanger des informations non confidentielles.
2. Dans le but d'accroître la transparence, et sans préjudice des règles et des normes en vigueur dans chaque partie en matière de confidentialité, les parties s'engagent à échanger des informations concernant les sanctions et les voies de recours applicables dans les cas qui, selon l'autorité de la concurrence concernée, portent atteinte à des intérêts importants de l'autre partie, et à indiquer les motifs pour lesquels ces mesures ont été prises, si l'autorité de la concurrence de l'autre partie en fait la demande.
3. Les parties échangent chaque année des informations sur les aides d'Etat, notamment leur montant total, si possible ventilées par secteur. Chaque partie peut demander des informations sur des cas particuliers qui portent atteinte au commerce entre les parties. La partie à laquelle la demande est adressée s'efforce de fournir des informations non confidentielles.
4. Tout échange d'informations est soumis aux normes de confidentialité en vigueur dans chaque partie. Les informations confidentielles dont la diffusion est expressément interdite ou qui, si elles étaient diffusées, pourraient porter atteinte aux intérêts des parties, ne sont pas communiquées sans le consentement exprès de la source dont émanent ces informations.
5. Chaque autorité de la concurrence préserve le secret de toute information qui lui est communiquée à titre confidentiel par l'autre autorité de la concurrence et s'oppose à toute demande de communication de ces informations présentée par un tiers sans l'autorisation de l'autorité qui a fourni les informations.
6. Si la législation d'une partie le prévoit, des informations confidentielles peuvent en particulier être communiquées aux tribunaux respectifs des parties, sous réserve du respect de leur confidentialité par lesdits tribunaux.
1. Afin de faciliter l'application efficace de leurs législations respectives en matière de concurrence, les autorités de la concurrence peuvent échanger des informations non confidentielles.
2. Dans le but d'accroître la transparence, et sans préjudice des règles et des normes en vigueur dans chaque partie en matière de confidentialité, les parties s'engagent à échanger des informations concernant les sanctions et les voies de recours applicables dans les cas qui, selon l'autorité de la concurrence concernée, portent atteinte à des intérêts importants de l'autre partie, et à indiquer les motifs pour lesquels ces mesures ont été prises, si l'autorité de la concurrence de l'autre partie en fait la demande.
3. Les parties échangent chaque année des informations sur les aides d'Etat, notamment leur montant total, si possible ventilées par secteur. Chaque partie peut demander des informations sur des cas particuliers qui portent atteinte au commerce entre les parties. La partie à laquelle la demande est adressée s'efforce de fournir des informations non confidentielles.
4. Tout échange d'informations est soumis aux normes de confidentialité en vigueur dans chaque partie. Les informations confidentielles dont la diffusion est expressément interdite ou qui, si elles étaient diffusées, pourraient porter atteinte aux intérêts des parties, ne sont pas communiquées sans le consentement exprès de la source dont émanent ces informations.
5. Chaque autorité de la concurrence préserve le secret de toute information qui lui est communiquée à titre confidentiel par l'autre autorité de la concurrence et s'oppose à toute demande de communication de ces informations présentée par un tiers sans l'autorisation de l'autorité qui a fourni les informations.
6. Si la législation d'une partie le prévoit, des informations confidentielles peuvent en particulier être communiquées aux tribunaux respectifs des parties, sous réserve du respect de leur confidentialité par lesdits tribunaux.
Art. 178. Technische bijstand.
De partijen kunnen elkaar technische bijstand verlenen om hun voordeel te doen met elkaars ervaring en om de tenuitvoerlegging van hun mededingingswetgeving en mededingingsbeleid te versterken.
De partijen kunnen elkaar technische bijstand verlenen om hun voordeel te doen met elkaars ervaring en om de tenuitvoerlegging van hun mededingingswetgeving en mededingingsbeleid te versterken.
Art. 178. Assistance technique.
Les parties peuvent se fournir l'assistance technique nécessaire pour mettre à profit leur expérience respective et pour renforcer l'application tant de leur droit que de leur politique en matière de concurrence.
Les parties peuvent se fournir l'assistance technique nécessaire pour mettre à profit leur expérience respective et pour renforcer l'application tant de leur droit que de leur politique en matière de concurrence.
Art. 179. Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van toegewezen monopolies.
1. Niets in deze titel belet een partij om in overeenstemming met haar wetgeving monopolies toe te wijzen aan openbare of particuliere ondernemingen.
2. Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet het Associatiecomité erop toe dat vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die de handel in goederen of diensten tussen de partijen in zodanige mate verstoren dat de belangen van de partijen daardoor worden geschaad, en dat de bedoelde ondernemingen zijn onderworpen aan de mededingingsregels, voor zover de toepassing van die regels de jure of de facto geen belemmering vormt voor de uitvoering van de hun opgedragen taken.
1. Niets in deze titel belet een partij om in overeenstemming met haar wetgeving monopolies toe te wijzen aan openbare of particuliere ondernemingen.
2. Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet het Associatiecomité erop toe dat vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die de handel in goederen of diensten tussen de partijen in zodanige mate verstoren dat de belangen van de partijen daardoor worden geschaad, en dat de bedoelde ondernemingen zijn onderworpen aan de mededingingsregels, voor zover de toepassing van die regels de jure of de facto geen belemmering vormt voor de uitvoering van de hun opgedragen taken.
Art. 179. Entreprises publiques et entreprises bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs, notamment les monopoles d'Etat délégués.
1. Aucune disposition du présent titre n'empêche une partie de déléguer ou de maintenir des monopoles publics ou privés conformément à sa législation.
2. En ce qui concerne les entreprises publiques et les entreprises auxquelles des droits spéciaux ou exclusifs ont été octroyés, le comité d'association veille, à partir de la date d'entrée en vigueur du présent accord, à ce que ne soit adoptée ni maintenue aucune mesure ayant un effet de distorsion sur les échanges de biens et de services entre les parties et contraire aux intérêts des parties, et à ce que ces entreprises soient assujetties aux règles de la concurrence dans la mesure où l'application de celles-ci ne fait pas obstacle à l'accomplissement, en droit et en fait, des missions particulières qui leur sont assignées.
1. Aucune disposition du présent titre n'empêche une partie de déléguer ou de maintenir des monopoles publics ou privés conformément à sa législation.
2. En ce qui concerne les entreprises publiques et les entreprises auxquelles des droits spéciaux ou exclusifs ont été octroyés, le comité d'association veille, à partir de la date d'entrée en vigueur du présent accord, à ce que ne soit adoptée ni maintenue aucune mesure ayant un effet de distorsion sur les échanges de biens et de services entre les parties et contraire aux intérêts des parties, et à ce que ces entreprises soient assujetties aux règles de la concurrence dans la mesure où l'application de celles-ci ne fait pas obstacle à l'accomplissement, en droit et en fait, des missions particulières qui leur sont assignées.
Art. 180. Beslechting van geschillen.
Geen der partijen kan voor geschillen die in het kader van deze titel ontstaan een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin deze overeenkomst voorziet.
Geen der partijen kan voor geschillen die in het kader van deze titel ontstaan een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin deze overeenkomst voorziet.
Art. 180. Règlement des différends.
Aucune des parties ne peut recourir au mécanisme de règlement des différends prévu par le présent accord pour l'une quelconque des questions concernant le présent titre.
Aucune des parties ne peut recourir au mécanisme de règlement des différends prévu par le présent accord pour l'une quelconque des questions concernant le présent titre.
TITEL VIII. - GESCHILLENBESLECHTING.
TITRE VIII. - REGLEMENT DES LITIGES.
HOOFDSTUK I. - DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED.
CHAPITRE I. - OBJECTIF ET CHAMP D'APPLICATION.
Art. 181. Doelstelling.
Het doel van deze titel is het vermijden en beslechten van geschillen tussen de partijen met betrekking tot de toepassing te goeder trouw van dit deel van de overeenkomst, en het vinden van een wederzijds aanvaardbare oplossing voor elke aangelegenheid die de werking ervan kan benadelen.
Het doel van deze titel is het vermijden en beslechten van geschillen tussen de partijen met betrekking tot de toepassing te goeder trouw van dit deel van de overeenkomst, en het vinden van een wederzijds aanvaardbare oplossing voor elke aangelegenheid die de werking ervan kan benadelen.
Art. 181. Objectif.
L'objet du présent titre est de prévenir et de régler les différends entre les parties concernant l'application de bonne foi de la présente partie de l'accord et de parvenir à une résolution satisfaisante pour les parties de tout litige susceptible de porter atteinte à son fonctionnement.
L'objet du présent titre est de prévenir et de régler les différends entre les parties concernant l'application de bonne foi de la présente partie de l'accord et de parvenir à une résolution satisfaisante pour les parties de tout litige susceptible de porter atteinte à son fonctionnement.
Art. 182. Toepassingsgebied.
Het bepaalde in deze titel is van toepassing op alle problemen die voortvloeien uit de interpretatie en toepassing van dit deel van de overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
Het bepaalde in deze titel is van toepassing op alle problemen die voortvloeien uit de interpretatie en toepassing van dit deel van de overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
Art. 182. Champ d'application.
Les dispositions du présent titre s'appliquent à tout différend résultant de l'interprétation et de l'application de la présente partie de l'accord, sauf convention expresse contraire.
Les dispositions du présent titre s'appliquent à tout différend résultant de l'interprétation et de l'application de la présente partie de l'accord, sauf convention expresse contraire.
HOOFDSTUK II. - VERMIJDEN VAN GESCHILLEN.
CHAPITRE II. - PREVENTION DES DIFFERENDS.
Art. 183. Overleg.
1. De partijen streven te allen tijde naar overeenstemming over de interpretatie en de toepassing van dit deel van de overeenkomst en stellen alles in het werk om door middel van samenwerking en overleg onderlinge geschillen te vermijden en te beslechten en een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden voor alle problemen die gevolgen kunnen hebben voor de werking van dit deel van de overeenkomst.
2. Iedere partij kan verzoeken om overleg in het Associatiecomité over bestaande of voorgestelde maatregelen, problemen in verband met de toepassing of de interpretatie van dit deel van de overeenkomst of kwesties die volgens de partij gevolgen kunnen hebben voor de werking daarvan. Voor de toepassing van deze titel heeft de term " maatregel " ook betrekking op praktijken. De verzoekende partij deelt in het verzoek mede welke maatregel of andere aangelegenheid haar klacht betreft en geeft aan welke bepalingen van deze overeenkomst zij van toepassing acht en doet het verzoek toekomen aan de andere partij.
3. Het Associatiecomité komt binnen dertig dagen na de indiening van het verzoek bijeen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen de maatregel of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit deel van de overeenkomst. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Het Associatiecomité streeft ernaar het geschil zo snel mogelijk door middel van een besluit te beslechten. In dat besluit worden de door de betrokken partij te nemen uitvoeringsmaatregelen vastgesteld, evenals de termijn waarbinnen dit dient te geschieden.
1. De partijen streven te allen tijde naar overeenstemming over de interpretatie en de toepassing van dit deel van de overeenkomst en stellen alles in het werk om door middel van samenwerking en overleg onderlinge geschillen te vermijden en te beslechten en een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden voor alle problemen die gevolgen kunnen hebben voor de werking van dit deel van de overeenkomst.
2. Iedere partij kan verzoeken om overleg in het Associatiecomité over bestaande of voorgestelde maatregelen, problemen in verband met de toepassing of de interpretatie van dit deel van de overeenkomst of kwesties die volgens de partij gevolgen kunnen hebben voor de werking daarvan. Voor de toepassing van deze titel heeft de term " maatregel " ook betrekking op praktijken. De verzoekende partij deelt in het verzoek mede welke maatregel of andere aangelegenheid haar klacht betreft en geeft aan welke bepalingen van deze overeenkomst zij van toepassing acht en doet het verzoek toekomen aan de andere partij.
3. Het Associatiecomité komt binnen dertig dagen na de indiening van het verzoek bijeen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen de maatregel of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit deel van de overeenkomst. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Het Associatiecomité streeft ernaar het geschil zo snel mogelijk door middel van een besluit te beslechten. In dat besluit worden de door de betrokken partij te nemen uitvoeringsmaatregelen vastgesteld, evenals de termijn waarbinnen dit dient te geschieden.
Art. 183. Consultations.
1. Les parties s'efforcent à tout moment de s'accorder sur l'interprétation et l'application de la présente partie de l'accord et mettent tout en oeuvre, en recourant à la coopération et à des consultations, pour prévenir et régler les différends entre elles et pour parvenir à une résolution mutuellement satisfaisante de tout problème pouvant affecter son fonctionnement.
2. Chacune des parties peut demander des consultations au sein du comité d'association pour une mesure adoptée ou proposée ou pour tout problème relatif à l'application ou à l'interprétation de la présente partie de l'accord ou tout autre problème qu'elle estime susceptible d'affecter son fonctionnement. Aux fins du présent titre, le terme " mesures " englobe également les pratiques. La partie requérante indique dans sa demande la mesure ou le problème faisant l'objet de la plainte, y mentionne les dispositions du présent accord qu'elle juge applicables et remet sa demande à l'autre partie.
3. Le comité d'association se réunit dans les 30 jours suivant la remise de la demande. Dès l'ouverture des consultations, les parties fournissent des informations permettant d'examiner en quoi une mesure ou une question peut affecter le fonctionnement et l'application de la présente partie de l'accord et accordent un traitement confidentiel aux informations échangées au cours de ces consultations. Le comité d'association s'efforce de régler rapidement le différend par voie de décision. Cette décision précise les mesures d'exécution à prendre par la partie concernée, ainsi que le délai pour ce faire.
1. Les parties s'efforcent à tout moment de s'accorder sur l'interprétation et l'application de la présente partie de l'accord et mettent tout en oeuvre, en recourant à la coopération et à des consultations, pour prévenir et régler les différends entre elles et pour parvenir à une résolution mutuellement satisfaisante de tout problème pouvant affecter son fonctionnement.
2. Chacune des parties peut demander des consultations au sein du comité d'association pour une mesure adoptée ou proposée ou pour tout problème relatif à l'application ou à l'interprétation de la présente partie de l'accord ou tout autre problème qu'elle estime susceptible d'affecter son fonctionnement. Aux fins du présent titre, le terme " mesures " englobe également les pratiques. La partie requérante indique dans sa demande la mesure ou le problème faisant l'objet de la plainte, y mentionne les dispositions du présent accord qu'elle juge applicables et remet sa demande à l'autre partie.
3. Le comité d'association se réunit dans les 30 jours suivant la remise de la demande. Dès l'ouverture des consultations, les parties fournissent des informations permettant d'examiner en quoi une mesure ou une question peut affecter le fonctionnement et l'application de la présente partie de l'accord et accordent un traitement confidentiel aux informations échangées au cours de ces consultations. Le comité d'association s'efforce de régler rapidement le différend par voie de décision. Cette décision précise les mesures d'exécution à prendre par la partie concernée, ainsi que le délai pour ce faire.
HOOFDSTUK III. - PROCEDURE VOOR GESCHILLENBESLECHTING.
CHAPITRE III. - PROCEDURE DE REGLEMENT DES DIFFERENDS.
Art. 184. Inleiding van de procedure.
1. De partijen streven te allen tijde naar een wederzijds aanvaardbare oplossing voor het geschil.
2. Wanneer een partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij strijdig is met een verplichting op grond van de bepalingen bedoeld in artikel 182, en de kwestie niet is opgelost binnen vijftien dagen nadat het Associatiecomité overeenkomstig artikel 183, lid 3, is bijeengeweest, of binnen vijfenveertig dagen nadat het verzoek om overleg in het Associatiecomité is ingediend, indien dat eerder is, kan de partij schriftelijk om instelling van een arbitragepanel verzoeken.
3. De klagende partij deelt in het verzoek mede welke maatregel zij in strijd acht met dit deel van de overeenkomst en welke bepalingen van deze overeenkomst zij relevant acht, en doet het verzoek aan de andere partij en het Associatiecomité toekomen.
1. De partijen streven te allen tijde naar een wederzijds aanvaardbare oplossing voor het geschil.
2. Wanneer een partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij strijdig is met een verplichting op grond van de bepalingen bedoeld in artikel 182, en de kwestie niet is opgelost binnen vijftien dagen nadat het Associatiecomité overeenkomstig artikel 183, lid 3, is bijeengeweest, of binnen vijfenveertig dagen nadat het verzoek om overleg in het Associatiecomité is ingediend, indien dat eerder is, kan de partij schriftelijk om instelling van een arbitragepanel verzoeken.
3. De klagende partij deelt in het verzoek mede welke maatregel zij in strijd acht met dit deel van de overeenkomst en welke bepalingen van deze overeenkomst zij relevant acht, en doet het verzoek aan de andere partij en het Associatiecomité toekomen.
Art. 184. Ouverture de la procédure
1. Les parties s'efforcent à tout moment de parvenir à une résolution mutuellement satisfaisante du différend.
2. Si une partie estime qu'une mesure appliquée par l'autre partie contrevient à une obligation prévue par les dispositions visées à l'article 182 et si la question n'a pas été résolue dans un délai de 15 jours suivant la réunion du comite d'association conformément à l'article 183, paragraphe 3, ou de 45 jours après la remise de la demande de consultation au sein du comité d'association, selon la date qui intervient le plus tôt, elle peut demander par écrit la mise en place d'un groupe d'arbitrage.
3. La partie requérante désigne dans la demande la mesure dont elle considère qu'elle contrevient à la présente partie de l'accord, indique les dispositions du présent accord qu'elle juge applicables et remet sa demande à l'autre partie et au comité d'association.
1. Les parties s'efforcent à tout moment de parvenir à une résolution mutuellement satisfaisante du différend.
2. Si une partie estime qu'une mesure appliquée par l'autre partie contrevient à une obligation prévue par les dispositions visées à l'article 182 et si la question n'a pas été résolue dans un délai de 15 jours suivant la réunion du comite d'association conformément à l'article 183, paragraphe 3, ou de 45 jours après la remise de la demande de consultation au sein du comité d'association, selon la date qui intervient le plus tôt, elle peut demander par écrit la mise en place d'un groupe d'arbitrage.
3. La partie requérante désigne dans la demande la mesure dont elle considère qu'elle contrevient à la présente partie de l'accord, indique les dispositions du présent accord qu'elle juge applicables et remet sa demande à l'autre partie et au comité d'association.
Art. 185. Aanwijzing van scheidsrechters.
1. De arbitragepanels bestaan uit drie scheidsrechters.
2. Het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijftien personen die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden; een derde van deze personen dient geen onderdaan te zijn van een partij en kan als voorzitter van een arbitragepanel optreden. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijftien personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van recht, internationale handel of andere aangelegenheden die betrekking hebben op dit deel van de overeenkomst, of van het beslechten van geschillen met betrekking tot internationale handelsovereenkomsten; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd.
3. Binnen drie dagen na het verzoek om instelling van een arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité de drie scheidsrechters door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij, één scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht, en de voorzitter behoort tot de personen die op grond van lid 2 het voorzitterschap kunnen bekleden.
4. De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie scheidsrechters door loting worden aangewezen.
5. Indien een partij van oordeel is dat een scheidsrechter niet voldoet aan de eisen van de gedragscode, voeren de partijen overleg en, indien aldus overeengekomen, vervangen zij de scheidsrechter en kiezen zij volgens lid 6 een nieuwe scheidsrechter.
6. Indien een scheidsrechter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen, wordt binnen drie dagen een vervanger geselecteerd volgens de selectieprocedure die gevolgd is om de eerste scheidsrechter te aan te wijzen. In dergelijk geval worden alle termijnen die op de procedure van het arbitragepanel van toepassing zijn, geschorst voor een periode die ingaat op de datum waarop de scheidsrechter niet meer aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen en eindigt op de datum waarop de vervanger wordt aangewezen.
1. De arbitragepanels bestaan uit drie scheidsrechters.
2. Het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijftien personen die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden; een derde van deze personen dient geen onderdaan te zijn van een partij en kan als voorzitter van een arbitragepanel optreden. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijftien personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van recht, internationale handel of andere aangelegenheden die betrekking hebben op dit deel van de overeenkomst, of van het beslechten van geschillen met betrekking tot internationale handelsovereenkomsten; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd.
3. Binnen drie dagen na het verzoek om instelling van een arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité de drie scheidsrechters door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij, één scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht, en de voorzitter behoort tot de personen die op grond van lid 2 het voorzitterschap kunnen bekleden.
4. De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie scheidsrechters door loting worden aangewezen.
5. Indien een partij van oordeel is dat een scheidsrechter niet voldoet aan de eisen van de gedragscode, voeren de partijen overleg en, indien aldus overeengekomen, vervangen zij de scheidsrechter en kiezen zij volgens lid 6 een nieuwe scheidsrechter.
6. Indien een scheidsrechter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen, wordt binnen drie dagen een vervanger geselecteerd volgens de selectieprocedure die gevolgd is om de eerste scheidsrechter te aan te wijzen. In dergelijk geval worden alle termijnen die op de procedure van het arbitragepanel van toepassing zijn, geschorst voor een periode die ingaat op de datum waarop de scheidsrechter niet meer aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of wordt vervangen en eindigt op de datum waarop de vervanger wordt aangewezen.
Art. 185. Nomination des arbitres.
1. Les groupes d'arbitrage se composent de trois arbitres.
2. Le comité d'association dresse, au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent accord, une liste de 15 personnes au moins qui sont disposées et aptes à exercer les fonctions d'arbitres, dont un tiers ne doivent être ressortissantes d'aucune des parties et sont désignées pour présider des groupes d'arbitrage. Le comité d'association veille à ce que cette liste comporte toujours 15 personnes. Celles-ci doivent être des spécialistes, par leur formation ou leur expérience, du droit, du commerce international, d'autres disciplines en relation avec la présente partie de l'accord ou de la résolution de différends découlant d'accords commerciaux internationaux, être indépendantes, siéger à titre personnel, n'avoir aucun lien avec une partie ou une organisation, ne prendre aucune instruction auprès d'une partie ou d'une organisation et respecter le code de conduite figurant à l'annexe XVI. Cette liste peut être modifiée tous les trois ans.
3. Dans les trois jours suivant la demande de désignation d'un groupe d'arbitrage, les trois arbitres sont désignés par tirage au sort par le président du comité d'association à partir de la liste visée au paragraphe 2, dont un est choisi parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie plaignante, un autre parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie défenderesse et le président parmi les personnes désignées pour exercer cette fonction conformément au paragraphe 2.
4. La date de mise en place du groupe d'arbitrage est la date à laquelle les trois arbitres sont désignés par tirage au sort.
5. Si une partie considère qu'un arbitre ne se conforme pas aux exigences du code de conduite, les parties se consultent et, si elles en conviennent ainsi, remplacent cet arbitre en en désignant un nouveau conformément au paragraphe 6.
6. Si un arbitre n'est pas en mesure de prendre part aux travaux, se retire ou est remplacé, un remplaçant est sélectionné dans les trois jours conformément à la procédure de sélection suivie pour désigner cet arbitre. Dans ce cas, tout délai applicable aux travaux du groupe d'arbitrage est suspendu pour une période qui court à compter de la date d'incapacité, de retrait ou de remplacement de l'arbitre et prend fin à la date à laquelle le remplaçant est sélectionné.
1. Les groupes d'arbitrage se composent de trois arbitres.
2. Le comité d'association dresse, au plus tard six mois après l'entrée en vigueur du présent accord, une liste de 15 personnes au moins qui sont disposées et aptes à exercer les fonctions d'arbitres, dont un tiers ne doivent être ressortissantes d'aucune des parties et sont désignées pour présider des groupes d'arbitrage. Le comité d'association veille à ce que cette liste comporte toujours 15 personnes. Celles-ci doivent être des spécialistes, par leur formation ou leur expérience, du droit, du commerce international, d'autres disciplines en relation avec la présente partie de l'accord ou de la résolution de différends découlant d'accords commerciaux internationaux, être indépendantes, siéger à titre personnel, n'avoir aucun lien avec une partie ou une organisation, ne prendre aucune instruction auprès d'une partie ou d'une organisation et respecter le code de conduite figurant à l'annexe XVI. Cette liste peut être modifiée tous les trois ans.
3. Dans les trois jours suivant la demande de désignation d'un groupe d'arbitrage, les trois arbitres sont désignés par tirage au sort par le président du comité d'association à partir de la liste visée au paragraphe 2, dont un est choisi parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie plaignante, un autre parmi les personnes proposées au comité d'association par la partie défenderesse et le président parmi les personnes désignées pour exercer cette fonction conformément au paragraphe 2.
4. La date de mise en place du groupe d'arbitrage est la date à laquelle les trois arbitres sont désignés par tirage au sort.
5. Si une partie considère qu'un arbitre ne se conforme pas aux exigences du code de conduite, les parties se consultent et, si elles en conviennent ainsi, remplacent cet arbitre en en désignant un nouveau conformément au paragraphe 6.
6. Si un arbitre n'est pas en mesure de prendre part aux travaux, se retire ou est remplacé, un remplaçant est sélectionné dans les trois jours conformément à la procédure de sélection suivie pour désigner cet arbitre. Dans ce cas, tout délai applicable aux travaux du groupe d'arbitrage est suspendu pour une période qui court à compter de la date d'incapacité, de retrait ou de remplacement de l'arbitre et prend fin à la date à laquelle le remplaçant est sélectionné.
Art. 186. Inlichtingen en technisch advies.
Het panel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief inlichtingen en technisch advies inwinnen bij personen en instanties die het passend acht. Alle aldus verkregen inlichtingen worden aan de partijen voorgelegd voor commentaar.
Het panel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief inlichtingen en technisch advies inwinnen bij personen en instanties die het passend acht. Alle aldus verkregen inlichtingen worden aan de partijen voorgelegd voor commentaar.
Art. 186. Information et avis technique.
A la demande d'une partie ou de sa propre initiative, le groupe peut demander des informations et des avis techniques aux personnes et aux organes qu'il juge appropriés. Les informations ainsi obtenues sont communiquées aux parties afin qu'elles fassent part de leurs observations.
A la demande d'une partie ou de sa propre initiative, le groupe peut demander des informations et des avis techniques aux personnes et aux organes qu'il juge appropriés. Les informations ainsi obtenues sont communiquées aux parties afin qu'elles fassent part de leurs observations.
Art. 187. Uitspraken van het arbitragepanel.
1. Het arbitragepanel legt zijn uitspraak, waarin zijn bevindingen en conclusies zijn vervat, in beginsel uiterlijk drie maanden na de datum waarop het is ingesteld voor aan de partijen en het Associatiecomité. Dit dient in ieder geval binnen vijf maanden na deze datum te geschieden. Het arbitragepanel baseert zijn uitspraak op de stukken en mededelingen van de partijen en alle informatie waarover het overeenkomstig artikel 186 beschikt. De uitspraak is definitief en wordt openbaar gemaakt.
2. De uitspraak vermeldt de geconstateerde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen van deze overeenkomst en een fundamentele motivering van alle bevindingen en conclusies.
3. Het arbitragepanel interpreteert de bepalingen van deze overeenkomst volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal recht, met inachtneming van het feit dat de partijen de overeenkomst te goeder trouw moeten uitvoeren en zich moeten onthouden van ontduiking van de bepalingen ervan.
4. Indien een partij aanvoert dat een maatregel van de andere partij onverenigbaar is met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst, dient zij die onverenigbaarheid aan te tonen. Indien een partij aanvoert dat een maatregel valt onder een uitzonderingsbepaling in dit deel van de overeenkomst, dient zij aan te tonen dat die uitzonderingsbepaling van toepassing is.
5. In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op goederen die aan bederf onderhevig zijn, stelt het arbitragepanel alles in het werk om de partijen zijn uitspraak voor te leggen binnen vijfenzeventig dagen na de datum waarop het is ingesteld. In geen geval mag deze termijn meer dan vier maanden bedragen. Het arbitragepanel kan een voorlopige uitspraak doen over de vraag of een zaak dringend is.
6. Alle beslissingen van het arbitragepanel, met inbegrip van de vaststelling van de uitspraak en eventuele voorlopige uitspraken, worden gedaan bij meerderheid van stemmen.
7. De klagende partij kan, met instemming van de partij waartegen de klacht is gericht, haar klacht te allen tijde intrekken vóór de uitspraak aan de partijen en het Associatiecomité is voorgelegd. Een dergelijke intrekking belet de betrokkene niet op een later tijdstip een nieuwe klacht met betrekking tot hetzelfde onderwerp in te dienen.
8. Het arbitragepanel kan, met instemming van de partij waartegen de klacht is gericht, haar werkzaamheden op verzoek van de klagende partij voor een periode van ten hoogste twaalf maanden opschorten. In geval van opschorting worden de limieten bedoeld in de leden 1 en 5 verlengd met de tijdsduur van de opschorting. Indien de werkzaamheden van het arbitragepanel voor meer dan twaalf maanden worden opgeschort, vervalt de grond voor de instelling van het panel, zonder dat dit afbreuk doet aan het recht van de klagende partij om op een later tijdstip voor hetzelfde onderwerp opnieuw om instelling van een arbitragepanel te verzoeken.
1. Het arbitragepanel legt zijn uitspraak, waarin zijn bevindingen en conclusies zijn vervat, in beginsel uiterlijk drie maanden na de datum waarop het is ingesteld voor aan de partijen en het Associatiecomité. Dit dient in ieder geval binnen vijf maanden na deze datum te geschieden. Het arbitragepanel baseert zijn uitspraak op de stukken en mededelingen van de partijen en alle informatie waarover het overeenkomstig artikel 186 beschikt. De uitspraak is definitief en wordt openbaar gemaakt.
2. De uitspraak vermeldt de geconstateerde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen van deze overeenkomst en een fundamentele motivering van alle bevindingen en conclusies.
3. Het arbitragepanel interpreteert de bepalingen van deze overeenkomst volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van internationaal recht, met inachtneming van het feit dat de partijen de overeenkomst te goeder trouw moeten uitvoeren en zich moeten onthouden van ontduiking van de bepalingen ervan.
4. Indien een partij aanvoert dat een maatregel van de andere partij onverenigbaar is met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst, dient zij die onverenigbaarheid aan te tonen. Indien een partij aanvoert dat een maatregel valt onder een uitzonderingsbepaling in dit deel van de overeenkomst, dient zij aan te tonen dat die uitzonderingsbepaling van toepassing is.
5. In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op goederen die aan bederf onderhevig zijn, stelt het arbitragepanel alles in het werk om de partijen zijn uitspraak voor te leggen binnen vijfenzeventig dagen na de datum waarop het is ingesteld. In geen geval mag deze termijn meer dan vier maanden bedragen. Het arbitragepanel kan een voorlopige uitspraak doen over de vraag of een zaak dringend is.
6. Alle beslissingen van het arbitragepanel, met inbegrip van de vaststelling van de uitspraak en eventuele voorlopige uitspraken, worden gedaan bij meerderheid van stemmen.
7. De klagende partij kan, met instemming van de partij waartegen de klacht is gericht, haar klacht te allen tijde intrekken vóór de uitspraak aan de partijen en het Associatiecomité is voorgelegd. Een dergelijke intrekking belet de betrokkene niet op een later tijdstip een nieuwe klacht met betrekking tot hetzelfde onderwerp in te dienen.
8. Het arbitragepanel kan, met instemming van de partij waartegen de klacht is gericht, haar werkzaamheden op verzoek van de klagende partij voor een periode van ten hoogste twaalf maanden opschorten. In geval van opschorting worden de limieten bedoeld in de leden 1 en 5 verlengd met de tijdsduur van de opschorting. Indien de werkzaamheden van het arbitragepanel voor meer dan twaalf maanden worden opgeschort, vervalt de grond voor de instelling van het panel, zonder dat dit afbreuk doet aan het recht van de klagende partij om op een later tijdstip voor hetzelfde onderwerp opnieuw om instelling van een arbitragepanel te verzoeken.
Art. 187. Décision du groupe d'arbitrage.
1. Le groupe d'arbitrage remet aux parties et au comité d'association sa décision contenant ses constatations et ses conclusions, en règle générale trois mois au plus tard à compter de la date de mise en place du groupe d'arbitrage. En aucun cas il ne peut le faire plus de cinq mois après cette date. Le groupe d'arbitrage fonde sa décision sur les documents et les communications présentés par les parties et sur toute information obtenue conformément à l'article 186. La décision est définitive et rendue publique.
2. La décision expose les constatations de fait, l'applicabilité des dispositions concernées du présent accord et les justifications fondamentales des constatations et des conclusions.
3. Le groupe d'arbitrage interprète les dispositions du présent accord selon les règles coutumières d'interprétation du droit international public, en tenant dûment compte du fait que les parties doivent appliquer le présent accord de bonne foi et éviter de se soustraire à leurs obligations.
4. Une partie qui affirme qu'une mesure de l'autre partie est incompatible avec les dispositions de la présente partie de l'accord à la charge de prouver cette incompatibilité. Une partie qui affirme qu'une mesure fait l'objet d'une exception en vertu de la présente partie de l'accord à la charge de prouver que l'exception s'applique.
5. Dans les affaires urgentes et notamment celles impliquant des biens périssables, le groupe d'arbitrage fait tous les efforts possibles pour remettre sa décision aux parties dans les 75 jours qui suivent la mise en place du groupe d'arbitrage. En aucun cas il ne peut le faire plus de quatre mois après cette date. Le groupe d'arbitrage peut rendre une décision préliminaire sur le caractère d'urgence d'une affaire.
6. Les décisions du groupe d'arbitrage, et notamment l'adoption de la décision et de toute décision préjudicielle, sont prises à l'issue d'un vote à la majorité.
7. La partie plaignante peut, avec l'accord de la partie défenderesse, retirer sa plainte à tout moment avant la communication de la décision aux parties et au comité d'association. Ce retrait est sans préjudice de son droit de déposer une nouvelle plainte concernant la même question à une date ultérieure.
8. Le groupe d'arbitrage peut, avec l'accord de la partie défenderesse, suspendre à tout moment ses travaux pour une durée qui ne dépasse pas douze mois. Dans ce cas, le calendrier énoncé aux paragraphes 1 à 5 est prolongé d'autant. Si les travaux du groupe sont suspendus depuis plus de douze mois, le pouvoir relatif à la mise en place du groupe expire, sans préjudice du droit de la partie plaignante de déposer une nouvelle plainte concernant la même question à une date ultérieure.
1. Le groupe d'arbitrage remet aux parties et au comité d'association sa décision contenant ses constatations et ses conclusions, en règle générale trois mois au plus tard à compter de la date de mise en place du groupe d'arbitrage. En aucun cas il ne peut le faire plus de cinq mois après cette date. Le groupe d'arbitrage fonde sa décision sur les documents et les communications présentés par les parties et sur toute information obtenue conformément à l'article 186. La décision est définitive et rendue publique.
2. La décision expose les constatations de fait, l'applicabilité des dispositions concernées du présent accord et les justifications fondamentales des constatations et des conclusions.
3. Le groupe d'arbitrage interprète les dispositions du présent accord selon les règles coutumières d'interprétation du droit international public, en tenant dûment compte du fait que les parties doivent appliquer le présent accord de bonne foi et éviter de se soustraire à leurs obligations.
4. Une partie qui affirme qu'une mesure de l'autre partie est incompatible avec les dispositions de la présente partie de l'accord à la charge de prouver cette incompatibilité. Une partie qui affirme qu'une mesure fait l'objet d'une exception en vertu de la présente partie de l'accord à la charge de prouver que l'exception s'applique.
5. Dans les affaires urgentes et notamment celles impliquant des biens périssables, le groupe d'arbitrage fait tous les efforts possibles pour remettre sa décision aux parties dans les 75 jours qui suivent la mise en place du groupe d'arbitrage. En aucun cas il ne peut le faire plus de quatre mois après cette date. Le groupe d'arbitrage peut rendre une décision préliminaire sur le caractère d'urgence d'une affaire.
6. Les décisions du groupe d'arbitrage, et notamment l'adoption de la décision et de toute décision préjudicielle, sont prises à l'issue d'un vote à la majorité.
7. La partie plaignante peut, avec l'accord de la partie défenderesse, retirer sa plainte à tout moment avant la communication de la décision aux parties et au comité d'association. Ce retrait est sans préjudice de son droit de déposer une nouvelle plainte concernant la même question à une date ultérieure.
8. Le groupe d'arbitrage peut, avec l'accord de la partie défenderesse, suspendre à tout moment ses travaux pour une durée qui ne dépasse pas douze mois. Dans ce cas, le calendrier énoncé aux paragraphes 1 à 5 est prolongé d'autant. Si les travaux du groupe sont suspendus depuis plus de douze mois, le pouvoir relatif à la mise en place du groupe expire, sans préjudice du droit de la partie plaignante de déposer une nouvelle plainte concernant la même question à une date ultérieure.
Art. 188. Uitvoering van de uitspraken van het arbitragepanel.
1. Beide partijen zijn verplicht de maatregelen te treffen die voor de uitvoering van de uitspraken van het arbitragepanel noodzakelijk zijn.
2. De partijen trachten overeenstemming te bereiken over de specifieke maatregelen ter uitvoering van de uitspraak.
3. De partij waartegen de klacht is gericht stelt de andere partij binnen dertig dagen na de datum waarop de uitspraak aan de partijen en het Associatiecomité is voorgelegd, in kennis van :
a) de specifieke maatregelen die vereist zijn voor de uitvoering van de uitspraak;
b) een redelijk tijdschema daarvoor;
c) een concreet voorstel voor tijdelijke compensatie voor de periode tot de volledige tenuitvoerlegging van de specifieke maatregelen die voor de uitvoering van de uitspraak vereist zijn.
4. Indien de partijen van mening verschillen over de inhoud van deze kennisgeving, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel een uitspraak te doen over de vraag of de voorgestelde maatregelen bedoeld in lid 3, onder a), in overeenstemming zijn met dit deel van de overeenkomst, over de duur van de voorgestelde periode en over de vraag of het compensatievoorstel duidelijk onevenredig is. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek.
5. De betrokken partij stelt de andere partij en het Associatiecomité vóór het verstrijken van de redelijke termijn die door de partijen is overeengekomen of overeenkomstig het bepaalde in lid 4 is vastgesteld, in kennis van de uitvoeringsmaatregelen die zij heeft genomen om een einde te maken aan de niet-naleving van haar verplichtingen op grond van dit deel van de overeenkomst. Na deze kennisgeving kan de andere partij het oorspronkelijke arbitragepanel verzoeken een uitspraak te doen over de verenigbaarheid van die maatregelen met dit deel van de overeenkomst, indien de maatregelen niet overeenstemmen met de maatregelen waarover het arbitragepanel op grond van lid 4 heeft geoordeeld dat zij in overeenstemming zijn met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek.
6. Indien de betrokken partij niet vóór het verstrijken van de redelijke termijn kennis geeft van de uitvoeringsmaatregelen, of indien het arbitragepanel beslist dat de uitvoeringsmaatregelen waarvan de betrokken partij kennis heeft gegeven onverenigbaar zijn met haar verplichtingen krachtens dit deel van overeenkomst, heeft de klagende partij, indien geen overeenstemming is bereikt over compensatie, het recht de toepassing van de krachtens dit deel van de overeenkomst toegekende voordelen op te schorten in een mate die evenredig is met de mate waarin de strijdig bevonden maatregel de voordelen voor de klagende partij teniet doet of beperkt.
7. De klagende partij onderzoekt in eerste instantie of voordelen kunnen worden opgeschort die betrekking hebben op dezelfde titel of titels van dit deel van de overeenkomst als die waarop de maatregel betrekking heeft die door het arbitragepanel strijdig is bevonden met dit deel van de overeenkomst. Wanneer de klagende partij van oordeel is dat het opschorten van voordelen die betrekking hebben op dezelfde titel of titels onmogelijk of niet doeltreffend is, kan zij voordelen opschorten die betrekking hebben op andere titels, mits zij zulks schriftelijk motiveert. Bij de keuze van op te schorten voordelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de werking van de overeenkomst het minst verstoren.
8. De klagende partij deelt de andere partij en het Associatiecomité mede welke voordelen zij voornemens is op te schorten. Binnen vijf dagen na deze mededeling kan de andere partij het oorspronkelijke arbitragepanel verzoeken zich uit te spreken over de vraag of de voordelen die de klagende partij voornemens is op te schorten evenredig zijn met de mate waarin de voordelen voor de klagende partij door de strijdig bevonden maatregel teniet worden gedaan of worden beperkt en of de voorgestelde opschorting verenigbaar is met het bepaalde in lid 7. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek. Geen voordelen worden opgeschort voor het arbitragepanel zijn uitspraak heeft gedaan.
9. De opschorting van voordelen heeft een tijdelijk karakter en wordt door de klagende partij niet langer toegepast dan tot het tijdstip waarop de maatregel die strijdig is bevonden met dit deel van de overeenkomst is ingetrokken of gewijzigd en in overeenstemming is gebracht met dit deel van de overeenkomst, of de partijen het geschil in onderling overleg hebben opgelost.
10. Op verzoek van een partij spreekt het oorspronkelijke arbitragepanel zich uit over de vraag of een na de opschorting van de voordelen vastgestelde uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is met dit deel van de overeenkomst en, afhankelijk van deze uitspraak, of de opschorting van de voordelen dient te worden beëindigd of gewijzigd. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek.
11. De in dit artikel bedoelde uitspraken zijn definitief en bindend. Zij worden aan het Associatiecomité medegedeeld en openbaar gemaakt.
1. Beide partijen zijn verplicht de maatregelen te treffen die voor de uitvoering van de uitspraken van het arbitragepanel noodzakelijk zijn.
2. De partijen trachten overeenstemming te bereiken over de specifieke maatregelen ter uitvoering van de uitspraak.
3. De partij waartegen de klacht is gericht stelt de andere partij binnen dertig dagen na de datum waarop de uitspraak aan de partijen en het Associatiecomité is voorgelegd, in kennis van :
a) de specifieke maatregelen die vereist zijn voor de uitvoering van de uitspraak;
b) een redelijk tijdschema daarvoor;
c) een concreet voorstel voor tijdelijke compensatie voor de periode tot de volledige tenuitvoerlegging van de specifieke maatregelen die voor de uitvoering van de uitspraak vereist zijn.
4. Indien de partijen van mening verschillen over de inhoud van deze kennisgeving, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel een uitspraak te doen over de vraag of de voorgestelde maatregelen bedoeld in lid 3, onder a), in overeenstemming zijn met dit deel van de overeenkomst, over de duur van de voorgestelde periode en over de vraag of het compensatievoorstel duidelijk onevenredig is. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek.
5. De betrokken partij stelt de andere partij en het Associatiecomité vóór het verstrijken van de redelijke termijn die door de partijen is overeengekomen of overeenkomstig het bepaalde in lid 4 is vastgesteld, in kennis van de uitvoeringsmaatregelen die zij heeft genomen om een einde te maken aan de niet-naleving van haar verplichtingen op grond van dit deel van de overeenkomst. Na deze kennisgeving kan de andere partij het oorspronkelijke arbitragepanel verzoeken een uitspraak te doen over de verenigbaarheid van die maatregelen met dit deel van de overeenkomst, indien de maatregelen niet overeenstemmen met de maatregelen waarover het arbitragepanel op grond van lid 4 heeft geoordeeld dat zij in overeenstemming zijn met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek.
6. Indien de betrokken partij niet vóór het verstrijken van de redelijke termijn kennis geeft van de uitvoeringsmaatregelen, of indien het arbitragepanel beslist dat de uitvoeringsmaatregelen waarvan de betrokken partij kennis heeft gegeven onverenigbaar zijn met haar verplichtingen krachtens dit deel van overeenkomst, heeft de klagende partij, indien geen overeenstemming is bereikt over compensatie, het recht de toepassing van de krachtens dit deel van de overeenkomst toegekende voordelen op te schorten in een mate die evenredig is met de mate waarin de strijdig bevonden maatregel de voordelen voor de klagende partij teniet doet of beperkt.
7. De klagende partij onderzoekt in eerste instantie of voordelen kunnen worden opgeschort die betrekking hebben op dezelfde titel of titels van dit deel van de overeenkomst als die waarop de maatregel betrekking heeft die door het arbitragepanel strijdig is bevonden met dit deel van de overeenkomst. Wanneer de klagende partij van oordeel is dat het opschorten van voordelen die betrekking hebben op dezelfde titel of titels onmogelijk of niet doeltreffend is, kan zij voordelen opschorten die betrekking hebben op andere titels, mits zij zulks schriftelijk motiveert. Bij de keuze van op te schorten voordelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de werking van de overeenkomst het minst verstoren.
8. De klagende partij deelt de andere partij en het Associatiecomité mede welke voordelen zij voornemens is op te schorten. Binnen vijf dagen na deze mededeling kan de andere partij het oorspronkelijke arbitragepanel verzoeken zich uit te spreken over de vraag of de voordelen die de klagende partij voornemens is op te schorten evenredig zijn met de mate waarin de voordelen voor de klagende partij door de strijdig bevonden maatregel teniet worden gedaan of worden beperkt en of de voorgestelde opschorting verenigbaar is met het bepaalde in lid 7. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek. Geen voordelen worden opgeschort voor het arbitragepanel zijn uitspraak heeft gedaan.
9. De opschorting van voordelen heeft een tijdelijk karakter en wordt door de klagende partij niet langer toegepast dan tot het tijdstip waarop de maatregel die strijdig is bevonden met dit deel van de overeenkomst is ingetrokken of gewijzigd en in overeenstemming is gebracht met dit deel van de overeenkomst, of de partijen het geschil in onderling overleg hebben opgelost.
10. Op verzoek van een partij spreekt het oorspronkelijke arbitragepanel zich uit over de vraag of een na de opschorting van de voordelen vastgestelde uitvoeringsmaatregel in overeenstemming is met dit deel van de overeenkomst en, afhankelijk van deze uitspraak, of de opschorting van de voordelen dient te worden beëindigd of gewijzigd. Het arbitragepanel doet uitspraak binnen vijfenveertig dagen na de datum van dit verzoek.
11. De in dit artikel bedoelde uitspraken zijn definitief en bindend. Zij worden aan het Associatiecomité medegedeeld en openbaar gemaakt.
Art. 188. Respect des obligations.
1. Chaque partie est tenue de prendre les mesures nécessaires pour se conformer à la décision du groupe d'arbitrage.
2. Les parties s'efforcent de trouver un accord sur les mesures spécifiques requises en vue de l'exécution de la décision.
3. Dans un délai de 30 jours à compter de la communication de la décision aux parties et au comité d'association, la partie défenderesse notifie à l'autre partie :
a) les mesures spécifiques nécessaires à l'exécution de la décision;
b) le délai raisonnable dans lequel le faire, et
c) une proposition concrète de compensation temporaire jusqu'à la pleine mise en oeuvre des mesures spécifiques nécessaires à l'exécution de la décision.
4. En cas de désaccord entre les parties sur le contenu de cette notification, la partie plaignante demande au groupe d'arbitrage initial de se prononcer par voie de décision sur la compatibilité des mesures proposées visées au paragraphe 3 a) avec la présente partie de l'accord, sur le délai et sur l'éventualité d'une disproportion manifeste de la proposition de compensation. Cette décision est rendue dans les 45 jours qui suivent la demande.
5. La partie concernée informe l'autre partie et le comité d'association des mesures d'application qu'elle a adoptées pour mettre un terme à la violation de ses obligations au titre de la présente partie de l'accord avant l'expiration du délai raisonnable convenu par les parties ou fixé conformément au paragraphe 4. Dès cette notification, l'autre partie peut demander au groupe d'arbitrage initial de rendre une décision sur la compatibilité de ces mesures avec la présente partie de l'accord si ces mesures ne sont pas similaires à celles pour lesquelles le groupe d'arbitrage, statuant conformément au paragraphe 4, a rendu une décision confirmant qu'elles étaient compatibles avec la présente partie de l'accord. La décision du groupe d'arbitrage est rendue dans les 45 jours qui suivent la demande.
6. Si la partie concernée ne notifie pas les mesures d'application avant l'expiration du délai raisonnable ou si le groupe d'arbitrage décide que les mesures d'application notifiées par la partie concernée sont incompatibles avec ses obligations au titre de la présente partie de l'accord, la partie plaignante a le droit, faute d'accord sur la compensation, de suspendre l'application d'avantages accordés en vertu de la présente partie de l'accord jusqu'à concurrence du niveau de l'annulation ou de la réduction dû à la mesure jugée contraire à la présente partie de l'accord.
7. En envisageant les avantages à suspendre, la partie plaignante doit chercher en premier lieu à suspendre des avantages dans les secteurs affectés par la mesure que le groupe d'arbitrage a jugée contraire à la présente partie de l'accord. Si la partie plaignante estime qu'une telle mesure n'est pas réalisable ou efficace pour suspendre des avantages dans les mêmes secteurs, elle peut suspendre des avantages dans d'autres secteurs à condition de justifier sa décision par écrit. Le choix des avantages à suspendre doit porter en priorité sur ceux qui perturbent le moins le fonctionnement du présent accord.
8. La partie plaignante notifie à l'autre partie et au comité d'association les avantages qu'elle a l'intention de suspendre. Dans les cinq jours qui suivent cette notification, l'autre partie peut demander au groupe d'arbitrage initial de décider si les avantages que la partie plaignante a l'intention de suspendre sont équivalents au niveau de l'annulation ou de la réduction dû à la mesure jugée contraire à la présente partie de l'accord et si la suspension proposée est conforme au paragraphe 7. La décision du groupe d'arbitrage est rendue dans les 45 jours qui suivent la demande. Les avantages ne sont pas suspendus tant que le groupe d'arbitrage n'a pas rendu sa décision.
9. La suspension des avantages est temporaire et n'est appliquée par la partie plaignante que jusqu'à ce que la mesure jugée contraire à la présente partie de l'accord ait été retirée ou modifiée de manière à la rendre conforme à la présente partie de l'accord ou que les parties soient parvenues à un accord pour régler le différend.
10. A la demande de l'une des parties, le groupe d'arbitrage initial se prononce sur la conformité avec la présente partie de l'accord de toute mesure d'exécution adoptée après la suspension des avantages et, à la lumière de cette décision, sur la question de savoir s'il faut supprimer ou modifier la suspension des avantages. La décision du groupe d'arbitrage est rendue dans les 45 jours à compter de la date de cette demande.
11. Les décisions visées par le présent article sont définitives et contraignantes. Elles sont communiquées au comité d'association et rendues publiques.
1. Chaque partie est tenue de prendre les mesures nécessaires pour se conformer à la décision du groupe d'arbitrage.
2. Les parties s'efforcent de trouver un accord sur les mesures spécifiques requises en vue de l'exécution de la décision.
3. Dans un délai de 30 jours à compter de la communication de la décision aux parties et au comité d'association, la partie défenderesse notifie à l'autre partie :
a) les mesures spécifiques nécessaires à l'exécution de la décision;
b) le délai raisonnable dans lequel le faire, et
c) une proposition concrète de compensation temporaire jusqu'à la pleine mise en oeuvre des mesures spécifiques nécessaires à l'exécution de la décision.
4. En cas de désaccord entre les parties sur le contenu de cette notification, la partie plaignante demande au groupe d'arbitrage initial de se prononcer par voie de décision sur la compatibilité des mesures proposées visées au paragraphe 3 a) avec la présente partie de l'accord, sur le délai et sur l'éventualité d'une disproportion manifeste de la proposition de compensation. Cette décision est rendue dans les 45 jours qui suivent la demande.
5. La partie concernée informe l'autre partie et le comité d'association des mesures d'application qu'elle a adoptées pour mettre un terme à la violation de ses obligations au titre de la présente partie de l'accord avant l'expiration du délai raisonnable convenu par les parties ou fixé conformément au paragraphe 4. Dès cette notification, l'autre partie peut demander au groupe d'arbitrage initial de rendre une décision sur la compatibilité de ces mesures avec la présente partie de l'accord si ces mesures ne sont pas similaires à celles pour lesquelles le groupe d'arbitrage, statuant conformément au paragraphe 4, a rendu une décision confirmant qu'elles étaient compatibles avec la présente partie de l'accord. La décision du groupe d'arbitrage est rendue dans les 45 jours qui suivent la demande.
6. Si la partie concernée ne notifie pas les mesures d'application avant l'expiration du délai raisonnable ou si le groupe d'arbitrage décide que les mesures d'application notifiées par la partie concernée sont incompatibles avec ses obligations au titre de la présente partie de l'accord, la partie plaignante a le droit, faute d'accord sur la compensation, de suspendre l'application d'avantages accordés en vertu de la présente partie de l'accord jusqu'à concurrence du niveau de l'annulation ou de la réduction dû à la mesure jugée contraire à la présente partie de l'accord.
7. En envisageant les avantages à suspendre, la partie plaignante doit chercher en premier lieu à suspendre des avantages dans les secteurs affectés par la mesure que le groupe d'arbitrage a jugée contraire à la présente partie de l'accord. Si la partie plaignante estime qu'une telle mesure n'est pas réalisable ou efficace pour suspendre des avantages dans les mêmes secteurs, elle peut suspendre des avantages dans d'autres secteurs à condition de justifier sa décision par écrit. Le choix des avantages à suspendre doit porter en priorité sur ceux qui perturbent le moins le fonctionnement du présent accord.
8. La partie plaignante notifie à l'autre partie et au comité d'association les avantages qu'elle a l'intention de suspendre. Dans les cinq jours qui suivent cette notification, l'autre partie peut demander au groupe d'arbitrage initial de décider si les avantages que la partie plaignante a l'intention de suspendre sont équivalents au niveau de l'annulation ou de la réduction dû à la mesure jugée contraire à la présente partie de l'accord et si la suspension proposée est conforme au paragraphe 7. La décision du groupe d'arbitrage est rendue dans les 45 jours qui suivent la demande. Les avantages ne sont pas suspendus tant que le groupe d'arbitrage n'a pas rendu sa décision.
9. La suspension des avantages est temporaire et n'est appliquée par la partie plaignante que jusqu'à ce que la mesure jugée contraire à la présente partie de l'accord ait été retirée ou modifiée de manière à la rendre conforme à la présente partie de l'accord ou que les parties soient parvenues à un accord pour régler le différend.
10. A la demande de l'une des parties, le groupe d'arbitrage initial se prononce sur la conformité avec la présente partie de l'accord de toute mesure d'exécution adoptée après la suspension des avantages et, à la lumière de cette décision, sur la question de savoir s'il faut supprimer ou modifier la suspension des avantages. La décision du groupe d'arbitrage est rendue dans les 45 jours à compter de la date de cette demande.
11. Les décisions visées par le présent article sont définitives et contraignantes. Elles sont communiquées au comité d'association et rendues publiques.
HOOFDSTUK IV. - ALGEMENE BEPALINGEN.
CHAPITRE IV. - DISPOSITIONS GENERALES.
Art. 189. Algemene bepalingen.
1. Alle in deze titel vermelde termijnen kunnen in overleg tussen de partijen worden gewijzigd.
2. Tenzij de partijen anders overeenkomen, verloopt de procedure voor het arbitragepanel overeenkomstig de standaard-procedureregels die in bijlage XV zijn vastgesteld. Het Associatiecomité kan, wanneer het zulks nodig acht, de standaard-procedureregels en de in bijlage XVI vastgestelde gedragscode bij besluit wijzigen.
3. De zittingen van het arbitragepanel zijn niet openbaar, tenzij de partijen anders besluiten.
4.
a) Wanneer een partij genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting krachtens de WTO-overeenkomst, kan zij een beroep doen op de desbetreffende regels en procedures van de WTO-overeenkomst, die van toepassing zijn ongeacht het bepaalde in deze overeenkomst.
b) Wanneer een partij genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting krachtens dit deel van de overeenkomst, kan zij een beroep doen op de regels en procedures van deze titel.
c) Tenzij de partijen anders overeenkomen, kan een partij die genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting krachtens dit deel van de overeenkomst die materieel gelijkwaardig is met een verplichting krachtens de WTO-overeenkomst, een beroep doen op de desbetreffende regels en procedures van de WTO-overeenkomst, die van toepassing zijn ongeacht het bepaalde in deze overeenkomst.
d) Zodra de procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, wordt het gekozen forum, indien dit zich niet onbevoegd heeft verklaard, gebruikt met uitsluiting van het andere.
Vragen betreffende de bevoegdheid van de krachtens deze titel ingestelde arbitragepanels dienen binnen tien dagen na de instelling van het panel te worden ingediend; het arbitragepanel doet hierover binnen dertig dagen na de instelling van het panel een voorlopige uitspraak.
1. Alle in deze titel vermelde termijnen kunnen in overleg tussen de partijen worden gewijzigd.
2. Tenzij de partijen anders overeenkomen, verloopt de procedure voor het arbitragepanel overeenkomstig de standaard-procedureregels die in bijlage XV zijn vastgesteld. Het Associatiecomité kan, wanneer het zulks nodig acht, de standaard-procedureregels en de in bijlage XVI vastgestelde gedragscode bij besluit wijzigen.
3. De zittingen van het arbitragepanel zijn niet openbaar, tenzij de partijen anders besluiten.
4.
a) Wanneer een partij genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting krachtens de WTO-overeenkomst, kan zij een beroep doen op de desbetreffende regels en procedures van de WTO-overeenkomst, die van toepassing zijn ongeacht het bepaalde in deze overeenkomst.
b) Wanneer een partij genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting krachtens dit deel van de overeenkomst, kan zij een beroep doen op de regels en procedures van deze titel.
c) Tenzij de partijen anders overeenkomen, kan een partij die genoegdoening verlangt wegens niet-nakoming van een verplichting krachtens dit deel van de overeenkomst die materieel gelijkwaardig is met een verplichting krachtens de WTO-overeenkomst, een beroep doen op de desbetreffende regels en procedures van de WTO-overeenkomst, die van toepassing zijn ongeacht het bepaalde in deze overeenkomst.
d) Zodra de procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, wordt het gekozen forum, indien dit zich niet onbevoegd heeft verklaard, gebruikt met uitsluiting van het andere.
Vragen betreffende de bevoegdheid van de krachtens deze titel ingestelde arbitragepanels dienen binnen tien dagen na de instelling van het panel te worden ingediend; het arbitragepanel doet hierover binnen dertig dagen na de instelling van het panel een voorlopige uitspraak.
Art. 189. Généralités.
1. Tout délai mentionné dans le présent titre peut être modifié par consentement mutuel des parties.
2. Sauf convention contraire des parties, la procédure du groupe d'arbitrage est menée conformément aux règles de procédure types qui figurent à l'annexe XV. Le comité d'association peut, par voie de décision, modifier les règles de procédure types et le code de conduite figurant à l'annexe XVI lorsqu'il le juge nécessaire.
3. Les auditions des groupes d'arbitrage ne sont pas publiques, sauf décision contraire des parties.
4. a) Si une partie cherche à obtenir réparation en cas de violation d'une obligation résultant de l'accord instituant l'OMC, elle a recours aux règles et procédures de cet accord, qui s'appliquent nonobstant les dispositions du présent accord.
b) Si une partie cherche à obtenir réparation en cas de violation d'une obligation résultant de la présente partie de l'accord, elle a recours aux règles et procédures du présent titre.
c) Sauf convention contraire des parties, si une partie cherche à obtenir réparation en cas de violation d'une obligation résultant de la présente partie de l'accord, équivalente en substance à une obligation dans le cadre de l'OMC, elle a recours aux règles et procédures de l'accord instituant l'OMC, qui s'appliquent nonobstant les dispositions du présent accord.
d) Une fois que des procédures de règlement des différends ont été engagées, l'enceinte saisie, si elle ne s'est pas déclarée incompétente, est utilisée à l'exclusion de l'autre. Les questions ayant trait à la compétence des groupes d'arbitrage mis en place en vertu du présent titre sont soulevées dans les 10 jours et tranchées par une décision préjudicielle du groupe spécial dans les 30 jours suivant la mise en place de ce dernier.
1. Tout délai mentionné dans le présent titre peut être modifié par consentement mutuel des parties.
2. Sauf convention contraire des parties, la procédure du groupe d'arbitrage est menée conformément aux règles de procédure types qui figurent à l'annexe XV. Le comité d'association peut, par voie de décision, modifier les règles de procédure types et le code de conduite figurant à l'annexe XVI lorsqu'il le juge nécessaire.
3. Les auditions des groupes d'arbitrage ne sont pas publiques, sauf décision contraire des parties.
4. a) Si une partie cherche à obtenir réparation en cas de violation d'une obligation résultant de l'accord instituant l'OMC, elle a recours aux règles et procédures de cet accord, qui s'appliquent nonobstant les dispositions du présent accord.
b) Si une partie cherche à obtenir réparation en cas de violation d'une obligation résultant de la présente partie de l'accord, elle a recours aux règles et procédures du présent titre.
c) Sauf convention contraire des parties, si une partie cherche à obtenir réparation en cas de violation d'une obligation résultant de la présente partie de l'accord, équivalente en substance à une obligation dans le cadre de l'OMC, elle a recours aux règles et procédures de l'accord instituant l'OMC, qui s'appliquent nonobstant les dispositions du présent accord.
d) Une fois que des procédures de règlement des différends ont été engagées, l'enceinte saisie, si elle ne s'est pas déclarée incompétente, est utilisée à l'exclusion de l'autre. Les questions ayant trait à la compétence des groupes d'arbitrage mis en place en vertu du présent titre sont soulevées dans les 10 jours et tranchées par une décision préjudicielle du groupe spécial dans les 30 jours suivant la mise en place de ce dernier.
TITEL IX. - TRANSPARANTIE.
TITRE IX. - TRANSPARENCE.
Art. 190. Contactpunten en uitwisseling van informatie.
1. Teneinde de communicatie tussen de partijen over alle onder dit deel van de overeenkomst vallende handelsaangelegenheden te vergemakkelijken, stellen de partijen een contactpunt in. Op verzoek van de andere partij geeft het contactpunt van een partij aan welke dienst of ambtenaar met het onderwerp is belast en verstrekt zij de gevraagde hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.
2. Iedere partij, voor zover haar binnenlandse wetgeving en beginselen zulks toelaten, verstrekt de andere partij op verzoek informatie en beantwoordt alle vragen van de andere partij over toegepaste of voorgestelde maatregelen die aanzienlijke gevolgen zouden kunnen hebben voor de werking van dit deel van de overeenkomst.
3. De in dit artikel bedoelde informatie wordt geacht te zijn verstrekt, wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt door middel van aanmelding bij de WTO of wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt op een officiële, voor iedereen kosteloos toegankelijke website van de betrokken partij.
1. Teneinde de communicatie tussen de partijen over alle onder dit deel van de overeenkomst vallende handelsaangelegenheden te vergemakkelijken, stellen de partijen een contactpunt in. Op verzoek van de andere partij geeft het contactpunt van een partij aan welke dienst of ambtenaar met het onderwerp is belast en verstrekt zij de gevraagde hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.
2. Iedere partij, voor zover haar binnenlandse wetgeving en beginselen zulks toelaten, verstrekt de andere partij op verzoek informatie en beantwoordt alle vragen van de andere partij over toegepaste of voorgestelde maatregelen die aanzienlijke gevolgen zouden kunnen hebben voor de werking van dit deel van de overeenkomst.
3. De in dit artikel bedoelde informatie wordt geacht te zijn verstrekt, wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt door middel van aanmelding bij de WTO of wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt op een officiële, voor iedereen kosteloos toegankelijke website van de betrokken partij.
Art. 190. Points de contact et échange d'informations.
1. Afin de faciliter la communication entre les parties sur toute question commerciale prévue par la présente partie de l'accord, chaque partie désigne un point de contact. Le point de contact d'une partie indique à l'autre partie qui lui en fait la demande quel bureau ou quel fonctionnaire est chargé de la question visée et d'accorder l'assistance nécessaire pour faciliter la communication avec la partie requérante.
2. A la demande de l'autre partie, et dans la mesure des possibilités offertes par sa législation et ses principes nationaux, chaque partie fournit des informations et répond aux questions de l'autre partie ayant trait à une mesure effective ou proposée susceptible de porter substantiellement atteinte au fonctionnement de la présente partie de l'accord.
3. Les informations visées au présent article sont considérées comme ayant été fournies lorsqu'elles ont été communiquées par la voie d'une notification appropriée à l'OMC ou qu'elles ont été mises à disposition sur un site Internet officiel, public et d'accès gratuit, de la partie concernée.
1. Afin de faciliter la communication entre les parties sur toute question commerciale prévue par la présente partie de l'accord, chaque partie désigne un point de contact. Le point de contact d'une partie indique à l'autre partie qui lui en fait la demande quel bureau ou quel fonctionnaire est chargé de la question visée et d'accorder l'assistance nécessaire pour faciliter la communication avec la partie requérante.
2. A la demande de l'autre partie, et dans la mesure des possibilités offertes par sa législation et ses principes nationaux, chaque partie fournit des informations et répond aux questions de l'autre partie ayant trait à une mesure effective ou proposée susceptible de porter substantiellement atteinte au fonctionnement de la présente partie de l'accord.
3. Les informations visées au présent article sont considérées comme ayant été fournies lorsqu'elles ont été communiquées par la voie d'une notification appropriée à l'OMC ou qu'elles ont été mises à disposition sur un site Internet officiel, public et d'accès gratuit, de la partie concernée.
Art. 191. Samenwerking ter versterking van transparantie.
De partijen komen overeen samen te werken in bilaterale en multilaterale fora ten aanzien van methoden om de transparantie betreffende handelsvraagstukken te versterken.
De partijen komen overeen samen te werken in bilaterale en multilaterale fora ten aanzien van methoden om de transparantie betreffende handelsvraagstukken te versterken.
Art. 191. Coopération en vue d'une transparence accrue.
Les parties conviennent de coopérer dans les enceintes bilatérales et multilatérales sur les moyens d'accroître la transparence en ce qui concerne les questions commerciales.
Les parties conviennent de coopérer dans les enceintes bilatérales et multilatérales sur les moyens d'accroître la transparence en ce qui concerne les questions commerciales.
Art. 192. Publicatie.
Iedere partij draagt er zorg voor dat haar wetten, voorschriften, procedures en algemene administratieve beschikkingen met betrekking tot handelsvraagstukken waarop dit deel van de overeenkomst van toepassing is, onverwijld worden gepubliceerd of voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
Iedere partij draagt er zorg voor dat haar wetten, voorschriften, procedures en algemene administratieve beschikkingen met betrekking tot handelsvraagstukken waarop dit deel van de overeenkomst van toepassing is, onverwijld worden gepubliceerd of voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
Art. 192. Publication.
Chaque partie veille à ce que soient rapidement publiés ou rendus publics et accessibles ses lois, règlements, procédures et décisions administratives d'application générale relatifs aux questions commerciales couvertes par la présente partie de l'accord.
Chaque partie veille à ce que soient rapidement publiés ou rendus publics et accessibles ses lois, règlements, procédures et décisions administratives d'application générale relatifs aux questions commerciales couvertes par la présente partie de l'accord.
TITEL X. - SPECIFIEKE TAKEN OP HANDELSGEBIED VAN DE BIJ DEZE OVEREENKOMST INGESTELDE ORGANEN.
TITRE X. - MISSIONS SPECIFIQUES DES ORGANES MIS EN PLACE PAR LE PRESENT ACCORD EN MATIERE DE COMMERCE.
Art. 193. Specifieke taken.
1. Wanneer het Associatiecomité de taken uitvoert waarmee het krachtens dit deel van de overeenkomst is belast, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor handelsgerelateerde aangelegenheden, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 heeft het Associatiecomité in het bijzonder de volgende taken :
a) het houdt toezicht op de tenuitvoerlegging en de goede werking van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst en van alle andere door de partijen in het kader van deze overeenkomst overeengekomen besluiten betreffende handelsgerelateerde aangelegenheden;
b) het houdt toezicht op de verdere uitwerking van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst en beoordeelt de resultaten van de toepassing;
c) het beslecht geschillen die zich voordoen betreffende de interpretatie of toepassing van dit deel van de overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 183;
d) het verleent de Associatieraad bijstand bij het uitvoeren van zijn taken, wanneer deze betrekking hebben op de handel;
e) het houdt toezicht op de werkzaamheden van alle bij dit deel van de overeenkomst ingestelde speciale commissies;
f) het verricht alle andere handelsgerelateerde taken die krachtens dit deel van de overeenkomst of door de Associatieraad aan het Associatiecomité zijn opgedragen;
g) het brengt jaarlijks verslag uit aan de Associatieraad.
3. Bij de toepassing van zijn taken op grond van lid 2 kan het Associatiecomité :
a) speciale commissies of organen oprichten ter behandeling van zaken die onder zijn bevoegdheid vallen, en de samenstelling, de taken en het reglement van orde van deze speciale commissies of organen vaststellen;
b) op elk door de partijen overeengekomen tijdstip bijeenkomen;
c) alle handelsgerelateerde onderwerpen behandelen en passende maatregelen nemen ter uitvoering van de haar opgedragen taken;
d) besluiten nemen of aanbevelingen doen over handelsgerelateerde aangelegenheden overeenkomstig artikel 6.
4. Krachtens artikel 5 en artikel 6, lid 4, voeren de partijen besluiten uit die resulteren uit de toepassing van artikel 60, lid 5, en artikel 74 van deze overeenkomst en van artikel 38 van bijlage III, overeenkomstig het bepaalde in bijlage XVII.
1. Wanneer het Associatiecomité de taken uitvoert waarmee het krachtens dit deel van de overeenkomst is belast, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor handelsgerelateerde aangelegenheden, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 heeft het Associatiecomité in het bijzonder de volgende taken :
a) het houdt toezicht op de tenuitvoerlegging en de goede werking van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst en van alle andere door de partijen in het kader van deze overeenkomst overeengekomen besluiten betreffende handelsgerelateerde aangelegenheden;
b) het houdt toezicht op de verdere uitwerking van de bepalingen van dit deel van de overeenkomst en beoordeelt de resultaten van de toepassing;
c) het beslecht geschillen die zich voordoen betreffende de interpretatie of toepassing van dit deel van de overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 183;
d) het verleent de Associatieraad bijstand bij het uitvoeren van zijn taken, wanneer deze betrekking hebben op de handel;
e) het houdt toezicht op de werkzaamheden van alle bij dit deel van de overeenkomst ingestelde speciale commissies;
f) het verricht alle andere handelsgerelateerde taken die krachtens dit deel van de overeenkomst of door de Associatieraad aan het Associatiecomité zijn opgedragen;
g) het brengt jaarlijks verslag uit aan de Associatieraad.
3. Bij de toepassing van zijn taken op grond van lid 2 kan het Associatiecomité :
a) speciale commissies of organen oprichten ter behandeling van zaken die onder zijn bevoegdheid vallen, en de samenstelling, de taken en het reglement van orde van deze speciale commissies of organen vaststellen;
b) op elk door de partijen overeengekomen tijdstip bijeenkomen;
c) alle handelsgerelateerde onderwerpen behandelen en passende maatregelen nemen ter uitvoering van de haar opgedragen taken;
d) besluiten nemen of aanbevelingen doen over handelsgerelateerde aangelegenheden overeenkomstig artikel 6.
4. Krachtens artikel 5 en artikel 6, lid 4, voeren de partijen besluiten uit die resulteren uit de toepassing van artikel 60, lid 5, en artikel 74 van deze overeenkomst en van artikel 38 van bijlage III, overeenkomstig het bepaalde in bijlage XVII.
Art. 193. Missions spécifiques.
1. Pour accomplir les tâches qui lui sont confiées en vertu de la présente partie de l'accord, le comité d'association se compose de représentants de la Communauté et du Chili chargés des questions ayant trait au commerce, en règle générale de hauts fonctionnaires.
2. Nonobstant les dispositions de l'article 6, le comité d'association exerce notamment les fonctions suivantes :
a) superviser la mise en oeuvre et l'application conforme des dispositions de la présente partie de l'accord, ainsi que de tout autre instrument convenu par les parties concernant les questions qui touchent au commerce, dans le cadre du présent accord;
b) surveiller l'élaboration ultérieure des dispositions de la présente partie de l'accord et évaluer les résultats obtenus dans l'application de cette dernière;
c) résoudre les éventuels différends concernant l'interprétation ou l'application de la présente partie de l'accord, conformément aux dispositions de l'article 183;
d) aider le conseil d'association à mener à bien sa mission en ce qui concerne les questions touchant au commerce;
e) superviser les travaux de tous les comités spéciaux institués en vertu de la présente partie de l'accord;
f) exercer toute autre fonction qui lui est assignée dans le cadre de la présente partie de l'accord ou confiée par le conseil d'association en ce qui concerne les questions touchant au commerce, et
g) rendre compte chaque année au conseil d'association.
3. Dans l'accomplissement de ses tâches visées au paragraphe 2, le comité d'association peut :
a) mettre en place tout comité ou organisme spécial pour traiter de questions relevant de sa compétence et déterminer leur composition, leurs missions et leur règlement intérieur;
b) se réunir à tout moment sur accord des parties;
c) examiner tout aspect concernant les questions qui touchent au commerce et prendre les mesures appropriées dans l'exercice de ses fonctions;
d) prendre des décisions ou formuler des recommandations sur les questions qui touchent au commerce, conformément à l'article 6.
4. Conformément à l'article 5 et à l'article 6, paragraphe 4, les parties mettent en oeuvre les décisions résultant de l'application de l'article 60, paragraphe 5, de l'article 74, ainsi que de l'article 38 de l'annexe III, en liaison avec l'annexe XVII.
1. Pour accomplir les tâches qui lui sont confiées en vertu de la présente partie de l'accord, le comité d'association se compose de représentants de la Communauté et du Chili chargés des questions ayant trait au commerce, en règle générale de hauts fonctionnaires.
2. Nonobstant les dispositions de l'article 6, le comité d'association exerce notamment les fonctions suivantes :
a) superviser la mise en oeuvre et l'application conforme des dispositions de la présente partie de l'accord, ainsi que de tout autre instrument convenu par les parties concernant les questions qui touchent au commerce, dans le cadre du présent accord;
b) surveiller l'élaboration ultérieure des dispositions de la présente partie de l'accord et évaluer les résultats obtenus dans l'application de cette dernière;
c) résoudre les éventuels différends concernant l'interprétation ou l'application de la présente partie de l'accord, conformément aux dispositions de l'article 183;
d) aider le conseil d'association à mener à bien sa mission en ce qui concerne les questions touchant au commerce;
e) superviser les travaux de tous les comités spéciaux institués en vertu de la présente partie de l'accord;
f) exercer toute autre fonction qui lui est assignée dans le cadre de la présente partie de l'accord ou confiée par le conseil d'association en ce qui concerne les questions touchant au commerce, et
g) rendre compte chaque année au conseil d'association.
3. Dans l'accomplissement de ses tâches visées au paragraphe 2, le comité d'association peut :
a) mettre en place tout comité ou organisme spécial pour traiter de questions relevant de sa compétence et déterminer leur composition, leurs missions et leur règlement intérieur;
b) se réunir à tout moment sur accord des parties;
c) examiner tout aspect concernant les questions qui touchent au commerce et prendre les mesures appropriées dans l'exercice de ses fonctions;
d) prendre des décisions ou formuler des recommandations sur les questions qui touchent au commerce, conformément à l'article 6.
4. Conformément à l'article 5 et à l'article 6, paragraphe 4, les parties mettent en oeuvre les décisions résultant de l'application de l'article 60, paragraphe 5, de l'article 74, ainsi que de l'article 38 de l'annexe III, en liaison avec l'annexe XVII.
TITEL XI. - UITZONDERINGEN BETREFFENDE DE HANDEL.
TITRE XI. - EXCEPTIONS DANS LE DOMAINE DU COMMERCE.
Art. 194. Clausule inzake nationale veiligheid.
1. Geen bepaling van deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat zij :
a) een partij verplicht gegevens te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;
b) een partij belet maatregelen te nemen die zij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen en die :
i) betrekking hebben op splijtbare of fuseerbare stoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;
ii) betrekking hebben op de handel in wapens, munitie en oorlogstuig en de handel in andere goederen en materialen, dan wel betrekking hebben op het verlenen van diensten, welke direct of indirect dienen voor de bevoorrading van een militair apparaat;
iii) betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of voor de nationale defensie; of
iv) worden toegepast in tijd van oorlog of ernstige internationale spanningen; of
c) een partij belet maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.
2. Het Associatiecomité wordt zo volledig mogelijk ingelicht over maatregelen die worden genomen krachtens lid 1, onder b) en c), en over de beëindiging daarvan.
1. Geen bepaling van deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat zij :
a) een partij verplicht gegevens te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;
b) een partij belet maatregelen te nemen die zij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen en die :
i) betrekking hebben op splijtbare of fuseerbare stoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;
ii) betrekking hebben op de handel in wapens, munitie en oorlogstuig en de handel in andere goederen en materialen, dan wel betrekking hebben op het verlenen van diensten, welke direct of indirect dienen voor de bevoorrading van een militair apparaat;
iii) betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of voor de nationale defensie; of
iv) worden toegepast in tijd van oorlog of ernstige internationale spanningen; of
c) een partij belet maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.
2. Het Associatiecomité wordt zo volledig mogelijk ingelicht over maatregelen die worden genomen krachtens lid 1, onder b) en c), en over de beëindiging daarvan.
Art. 194. Clause de sécurité nationale.
1. Aucune disposition du présent accord n'est interprétée :
a) comme imposant à une partie l'obligation de fournir des renseignements dont la divulgation serait, à son avis, contraire aux intérêts essentiels de sa sécurité;
b) comme empêchant une partie de prendre toutes mesures qu'elle estime nécessaires à la protection des intérêts essentiels de sa sécurité :
i) se rapportant aux matières fissiles et fusion ables ou aux matières qui servent à leur fabrication;
ii) se rapportant au commerce d'armes, de munitions, de matériel de guerre et d'autres biens et matériels, ou se rapportant à la prestation de services directement ou indirectement effectuée en vue de fournir ou d'approvisionner un établissement militaire;
iii) se rapportant à des marchés publics indispensables à la sécurité nationale ou à des fins de défense nationale, ou
iv) appliquées en temps de guerre ou en cas de grave tension internationale; ou
c) ou comme empêchant une partie de prendre des mesures en application de ses engagements au titre de la Charte des Nations unies, en vue du maintien de la paix et de la sécurité internationales.
2. Le comité d'association est informé le plus exhaustivement possible des mesures adoptées au titre du paragraphe 1, points b) et c), et de leur abrogation.
1. Aucune disposition du présent accord n'est interprétée :
a) comme imposant à une partie l'obligation de fournir des renseignements dont la divulgation serait, à son avis, contraire aux intérêts essentiels de sa sécurité;
b) comme empêchant une partie de prendre toutes mesures qu'elle estime nécessaires à la protection des intérêts essentiels de sa sécurité :
i) se rapportant aux matières fissiles et fusion ables ou aux matières qui servent à leur fabrication;
ii) se rapportant au commerce d'armes, de munitions, de matériel de guerre et d'autres biens et matériels, ou se rapportant à la prestation de services directement ou indirectement effectuée en vue de fournir ou d'approvisionner un établissement militaire;
iii) se rapportant à des marchés publics indispensables à la sécurité nationale ou à des fins de défense nationale, ou
iv) appliquées en temps de guerre ou en cas de grave tension internationale; ou
c) ou comme empêchant une partie de prendre des mesures en application de ses engagements au titre de la Charte des Nations unies, en vue du maintien de la paix et de la sécurité internationales.
2. Le comité d'association est informé le plus exhaustivement possible des mesures adoptées au titre du paragraphe 1, points b) et c), et de leur abrogation.
Art. 195. Betalingsbalansproblemen.
1. In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie, mag een partij beperkingen instellen of handhaven op de handel in goederen en diensten en ten aanzien van betalingen en kapitaaltransacties, onder meer met betrekking tot investeringen.
2. De partijen vermijden het instellen van beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 zoveel mogelijk.
3. Beperkende maatregelen die krachtens dit artikel worden ingesteld of gehandhaafd dienen niet-discriminerend en van beperkte duur te zijn en mogen niet verder reiken dan hetgeen noodzakelijk is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. De maatregelen dienen in overeenstemming te zijn met de voorwaarden van de WTO-overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds.
4. Wanneer een partij beperkende maatregelen instelt of handhaaft of wijzigingen van dergelijke maatregelen vaststelt, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van de maatregelen voor.
5. Een partij die beperkende maatregelen toepast, pleegt onmiddellijk overleg in het Associatiecomité. Bij dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken partij en de krachtens dit artikel vastgestelde of gehandhaafde beperkingen onderzocht, waarbij onder meer de volgende factoren in aanmerking worden genomen :
a) de aard en omvang van de problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie;
b) de buitenlandse economische positie en de handelssituatie van de overleggende partij;
c) andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.
Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 3 en 4. Alle bevindingen van statistische en andere gegevens die van het Internationaal Monetair Fonds afkomstig zijn met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans worden aanvaard, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Fonds over de betalingsbalans en de externe financiële positie van de overleggende partij.
1. In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie, mag een partij beperkingen instellen of handhaven op de handel in goederen en diensten en ten aanzien van betalingen en kapitaaltransacties, onder meer met betrekking tot investeringen.
2. De partijen vermijden het instellen van beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 zoveel mogelijk.
3. Beperkende maatregelen die krachtens dit artikel worden ingesteld of gehandhaafd dienen niet-discriminerend en van beperkte duur te zijn en mogen niet verder reiken dan hetgeen noodzakelijk is om de moeilijkheden betreffende de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie op te lossen. De maatregelen dienen in overeenstemming te zijn met de voorwaarden van de WTO-overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds.
4. Wanneer een partij beperkende maatregelen instelt of handhaaft of wijzigingen van dergelijke maatregelen vaststelt, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van de maatregelen voor.
5. Een partij die beperkende maatregelen toepast, pleegt onmiddellijk overleg in het Associatiecomité. Bij dit overleg worden de betalingsbalanspositie van de betrokken partij en de krachtens dit artikel vastgestelde of gehandhaafde beperkingen onderzocht, waarbij onder meer de volgende factoren in aanmerking worden genomen :
a) de aard en omvang van de problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie;
b) de buitenlandse economische positie en de handelssituatie van de overleggende partij;
c) andere corrigerende maatregelen die genomen kunnen worden.
Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van de beperkende maatregelen met de leden 3 en 4. Alle bevindingen van statistische en andere gegevens die van het Internationaal Monetair Fonds afkomstig zijn met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans worden aanvaard, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Fonds over de betalingsbalans en de externe financiële positie van de overleggende partij.
Art. 195. Difficultés de la balance des paiements.
1. Si une partie est confrontée à de graves difficultés concernant sa balance des paiements et sa situation financière extérieure ou risque de l'être, elle peut adopter ou maintenir des mesures restrictives applicables tant au commerce de marchandises et de services qu'aux paiements et à la circulation des capitaux, notamment ceux qui ont trait à l'investissement direct.
2. Les parties s'efforcent d'éviter l'application de mesures restrictives au sens du paragraphe 1.
3. Les mesures restrictives adoptées ou maintenues en vertu du présent article sont non discriminatoires, d'une durée limitée et ne peuvent aller au-delà de ce qui est nécessaire pour remédier aux difficultés relatives à la balance des paiements et à la situation financière extérieure. Elles doivent être conformes aux conditions définies dans les accords de l'OMC et compatibles, le cas échéant, avec les statuts du Fonds monétaire international.
4. La partie qui maintient ou a adopté des mesures restrictives ou y a apporte des modifications en informe sans tarder l'autre partie et lui communique, le plus rapidement possible, un calendrier pour leur suppression.
5. La partie qui applique des mesures restrictives procède rapidement à des consultations au sein du comité d'association. Ces consultations ont pour objet d'évaluer la situation de la balance des paiements de la partie concernée et les restrictions qu'elle a adoptées ou qu'elle maintient au titre du présent article, compte tenu, notamment, de facteurs tels que :
a) la nature et l'étendue des difficultés posées par sa balance des paiements et sa situation financière extérieure;
b) l'environnement économique et commercial extérieur de la partie appelée en consultation;
c) les mesures correctives alternatives auxquelles il serait possible de recourir.
La conformité des mesures restrictives avec les paragraphes 3 et 4 est examinée lors des consultations. Les constatations de fait, d'ordre statistique ou autre, qui sont communiquées par le Fonds monétaire international en matière de change, de réserves monétaires et de balance des paiements sont acceptées et les conclusions sont fondées sur l'évaluation par le Fonds de la situation de la balance des paiements et de la situation financière extérieure de la partie qui consulte.
1. Si une partie est confrontée à de graves difficultés concernant sa balance des paiements et sa situation financière extérieure ou risque de l'être, elle peut adopter ou maintenir des mesures restrictives applicables tant au commerce de marchandises et de services qu'aux paiements et à la circulation des capitaux, notamment ceux qui ont trait à l'investissement direct.
2. Les parties s'efforcent d'éviter l'application de mesures restrictives au sens du paragraphe 1.
3. Les mesures restrictives adoptées ou maintenues en vertu du présent article sont non discriminatoires, d'une durée limitée et ne peuvent aller au-delà de ce qui est nécessaire pour remédier aux difficultés relatives à la balance des paiements et à la situation financière extérieure. Elles doivent être conformes aux conditions définies dans les accords de l'OMC et compatibles, le cas échéant, avec les statuts du Fonds monétaire international.
4. La partie qui maintient ou a adopté des mesures restrictives ou y a apporte des modifications en informe sans tarder l'autre partie et lui communique, le plus rapidement possible, un calendrier pour leur suppression.
5. La partie qui applique des mesures restrictives procède rapidement à des consultations au sein du comité d'association. Ces consultations ont pour objet d'évaluer la situation de la balance des paiements de la partie concernée et les restrictions qu'elle a adoptées ou qu'elle maintient au titre du présent article, compte tenu, notamment, de facteurs tels que :
a) la nature et l'étendue des difficultés posées par sa balance des paiements et sa situation financière extérieure;
b) l'environnement économique et commercial extérieur de la partie appelée en consultation;
c) les mesures correctives alternatives auxquelles il serait possible de recourir.
La conformité des mesures restrictives avec les paragraphes 3 et 4 est examinée lors des consultations. Les constatations de fait, d'ordre statistique ou autre, qui sont communiquées par le Fonds monétaire international en matière de change, de réserves monétaires et de balance des paiements sont acceptées et les conclusions sont fondées sur l'évaluation par le Fonds de la situation de la balance des paiements et de la situation financière extérieure de la partie qui consulte.
Art. 196. Belastingen.
1. Niets in dit deel van de overeenkomst of in andere krachtens deze overeenkomst getroffen regelingen wordt uitgelegd als beletsel voor de partijen om bij de toepassing van de relevante bepalingen van hun belastingwetgeving een onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of met betrekking tot de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.
2. Niets in dit deel van de overeenkomst of in in het kader van deze overeenkomst getroffen regelingen mag worden uitgelegd als een beletsel voor het treffen of doen naleven van maatregelen ter voorkoming van belastingontduiking overeenkomstig de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen, of de interne belastingwetgeving.
3. Niets in dit deel van deze overeenkomst heeft gevolgen voor de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van enig belastingverdrag. In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van een dergelijk verdrag, hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang, voor zover er sprake is van strijdigheid.
1. Niets in dit deel van de overeenkomst of in andere krachtens deze overeenkomst getroffen regelingen wordt uitgelegd als beletsel voor de partijen om bij de toepassing van de relevante bepalingen van hun belastingwetgeving een onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of met betrekking tot de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.
2. Niets in dit deel van de overeenkomst of in in het kader van deze overeenkomst getroffen regelingen mag worden uitgelegd als een beletsel voor het treffen of doen naleven van maatregelen ter voorkoming van belastingontduiking overeenkomstig de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen, of de interne belastingwetgeving.
3. Niets in dit deel van deze overeenkomst heeft gevolgen voor de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van enig belastingverdrag. In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van een dergelijk verdrag, hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang, voor zover er sprake is van strijdigheid.
Art. 196. Fiscalité.
1. Aucune disposition de la présente partie de l'accord ou d'arrangements adoptés en vertu de celui-ci n'est interprétée de façon à empêcher les parties d'établir, pour l'application des dispositions pertinentes de leur droit fiscal, une distinction entre des contribuables qui ne se trouvent pas dans une situation identique, en particulier en ce qui concerne leur lieu de résidence ou le lieu où leurs capitaux sont investis.
2. Aucune disposition de la présente partie de l'accord ou d'arrangements adoptés en vertu de celui-ci ne peut être interprétée de façon à empêcher l'adoption ou l'exécution de mesures destinées à prévenir l'évasion fiscale, conformément aux dispositions fiscales d'accords visant à éviter la double imposition ou d'autres arrangements fiscaux, ou de la législation fiscale nationale.
3. Aucune disposition de la présente partie de l'accord ne porte atteinte aux droits et obligations des deux parties découlant de conventions fiscales. En cas d'incompatibilité entre le présent accord et une telle convention, cette dernière prime dans la mesure de l'incompatibilité.
1. Aucune disposition de la présente partie de l'accord ou d'arrangements adoptés en vertu de celui-ci n'est interprétée de façon à empêcher les parties d'établir, pour l'application des dispositions pertinentes de leur droit fiscal, une distinction entre des contribuables qui ne se trouvent pas dans une situation identique, en particulier en ce qui concerne leur lieu de résidence ou le lieu où leurs capitaux sont investis.
2. Aucune disposition de la présente partie de l'accord ou d'arrangements adoptés en vertu de celui-ci ne peut être interprétée de façon à empêcher l'adoption ou l'exécution de mesures destinées à prévenir l'évasion fiscale, conformément aux dispositions fiscales d'accords visant à éviter la double imposition ou d'autres arrangements fiscaux, ou de la législation fiscale nationale.
3. Aucune disposition de la présente partie de l'accord ne porte atteinte aux droits et obligations des deux parties découlant de conventions fiscales. En cas d'incompatibilité entre le présent accord et une telle convention, cette dernière prime dans la mesure de l'incompatibilité.
DEEL V. - SLOTBEPALINGEN.
PARTIE V. - DISPOSITIONS FINALES.
Art. 197. Definitie van de partijen.
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder " partijen " verstaan : de Gemeenschap, haar lidstaten, dan wel de Gemeenschap en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, zoals deze voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds.
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder " partijen " verstaan : de Gemeenschap, haar lidstaten, dan wel de Gemeenschap en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, zoals deze voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds.
Art. 197. Définition des parties.
Aux fins du présent accord, on entend par " parties ", d'une part, la Communauté ou ses Etats membres ou la Communauté et ses Etats membres, dans leurs domaines respectifs de compétence prévus par le traité instituant la Communauté européenne et, d'autre part, la République du Chili.
Aux fins du présent accord, on entend par " parties ", d'une part, la Communauté ou ses Etats membres ou la Communauté et ses Etats membres, dans leurs domaines respectifs de compétence prévus par le traité instituant la Communauté européenne et, d'autre part, la République du Chili.
Art. 198. Inwerkingtreding.
1. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
2. Deze kennisgeving wordt gericht aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, die depositaris van deze overeenkomst is.
3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 komen de Europese Gemeenschap en Chili overeen de artikelen 3 tot en met 11, artikel 18, de artikelen 24 tot en met 27, de artikelen 48 tot en met 54, artikel 55, onder a), b), f), h), en i), de artikelen 56 tot en met 93, de artikelen 136 tot en met 162 en de artikelen 172 tot en met 206 toe te passen met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de Europese Gemeenschap en Chili elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
4. Indien een bepaling van deze overeenkomst door de partijen in afwachting van de inwerkingtreding wordt toegepast, wordt elke verwijzing in dergelijke bepalingen naar de inwerkingtreding van deze overeenkomst gelezen als een verwijzing naar de datum waarop de partijen overeenkomen de betrokken bepaling overeenkomstig lid 3 toe te passen.
5. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst overeenkomstig lid 1 komt deze overeenkomst in de plaats van de kaderovereenkomst inzake samenwerking. Het Protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking van 13 juni 2001 blijft bij wijze van uitzondering van kracht en wordt een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.
1. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
2. Deze kennisgeving wordt gericht aan de Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, die depositaris van deze overeenkomst is.
3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 komen de Europese Gemeenschap en Chili overeen de artikelen 3 tot en met 11, artikel 18, de artikelen 24 tot en met 27, de artikelen 48 tot en met 54, artikel 55, onder a), b), f), h), en i), de artikelen 56 tot en met 93, de artikelen 136 tot en met 162 en de artikelen 172 tot en met 206 toe te passen met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de Europese Gemeenschap en Chili elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
4. Indien een bepaling van deze overeenkomst door de partijen in afwachting van de inwerkingtreding wordt toegepast, wordt elke verwijzing in dergelijke bepalingen naar de inwerkingtreding van deze overeenkomst gelezen als een verwijzing naar de datum waarop de partijen overeenkomen de betrokken bepaling overeenkomstig lid 3 toe te passen.
5. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst overeenkomstig lid 1 komt deze overeenkomst in de plaats van de kaderovereenkomst inzake samenwerking. Het Protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking van 13 juni 2001 blijft bij wijze van uitzondering van kracht en wordt een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.
Art. 198. Entrée en vigueur.
1. Le présent accord entre en vigueur le premier jour du mois suivant celui au cours duquel les parties se sont notifié l'accomplissement des formalités nécessaires à cet effet.
2. La notification est adressée au secrétariat général du Conseil de l'Union européenne, dépositaire de l'accord.
3. Nonobstant le paragraphe 1, la Communauté et le Chili conviennent d'appliquer les articles 3 à 11, 18, 24 à 27, 48 à 54, l'article 55, points a), b), f), h) et i), les articles 56 à 93, 136 à 162, et 172 à 206 à compter du premier jour du mois suivant la date à laquelle la Communauté et le Chili se sont notifié l'achèvement des formalités nécessaires à cet effet.
4. Si les parties appliquent une disposition du présent accord avant l'entrée en vigueur de celui-ci, toute référence à la date d'entrée en vigueur du présent accord qui figure dans cette disposition renvoie à la date à partir de laquelle les parties conviennent d'appliquer cette disposition conformément au paragraphe 3.
5. A partir de la date de son entrée en vigueur telle qu'elle est définie au paragraphe 1, le présent accord remplace l'accord-cadre de coopération. Par exception, le protocole relatif à l'assistance administrative mutuelle en matière douanière du 13 juin 2001, qui figure en annexe à l'accord-cadre de coopération, reste en vigueur et fait partie intégrante du présent accord.
1. Le présent accord entre en vigueur le premier jour du mois suivant celui au cours duquel les parties se sont notifié l'accomplissement des formalités nécessaires à cet effet.
2. La notification est adressée au secrétariat général du Conseil de l'Union européenne, dépositaire de l'accord.
3. Nonobstant le paragraphe 1, la Communauté et le Chili conviennent d'appliquer les articles 3 à 11, 18, 24 à 27, 48 à 54, l'article 55, points a), b), f), h) et i), les articles 56 à 93, 136 à 162, et 172 à 206 à compter du premier jour du mois suivant la date à laquelle la Communauté et le Chili se sont notifié l'achèvement des formalités nécessaires à cet effet.
4. Si les parties appliquent une disposition du présent accord avant l'entrée en vigueur de celui-ci, toute référence à la date d'entrée en vigueur du présent accord qui figure dans cette disposition renvoie à la date à partir de laquelle les parties conviennent d'appliquer cette disposition conformément au paragraphe 3.
5. A partir de la date de son entrée en vigueur telle qu'elle est définie au paragraphe 1, le présent accord remplace l'accord-cadre de coopération. Par exception, le protocole relatif à l'assistance administrative mutuelle en matière douanière du 13 juin 2001, qui figure en annexe à l'accord-cadre de coopération, reste en vigueur et fait partie intégrante du présent accord.
Art. 199. Looptijd.
1. Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.
2. Beide partijen kunnen deze overeenkomst door schriftelijke kennisgeving aan de andere partij opzeggen.
3. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.
1. Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.
2. Beide partijen kunnen deze overeenkomst door schriftelijke kennisgeving aan de andere partij opzeggen.
3. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.
Art. 199. Durée.
1. La durée de validité du présent accord est indéterminée.
2. Chaque partie peut notifier par écrit à l'autre partie son intention de dénoncer le présent accord.
3. La dénonciation prend effet six mois après la notification à l'autre partie.
1. La durée de validité du présent accord est indéterminée.
2. Chaque partie peut notifier par écrit à l'autre partie son intention de dénoncer le présent accord.
3. La dénonciation prend effet six mois après la notification à l'autre partie.
Art. 200. Naleving van verplichtingen.
1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen, en zien erop toe dat deze in overeenstemming zijn met de doelstellingen die in deze overeenkomst zijn neergelegd.
2. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij de Associatieraad binnen dertig dagen alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Associatiecomité gebracht en op verzoek van de andere partij in het Associatiecomité besproken.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 mag iedere partij overeenkomstig internationaal recht onmiddellijk passende maatregelen nemen in geval van :
a) afwijzing van de overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationaal recht;
b) schending door de andere partij van de essentiële elementen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 1, lid 1.
De andere partij kan verzoeken dat binnen vijftien dagen een spoedbijeenkomst tussen de partijen wordt belegd waarin een grondig onderzoek van de situatie kan worden verricht, teneinde een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
4. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan een partij, indien zij van mening is dat de andere partij een verplichting die uit deel IV van deze overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, uitsluitend een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting die in titel VIII van deel IV van deze overeenkomst zijn vastgesteld, en is zij daardoor gebonden.
1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen, en zien erop toe dat deze in overeenstemming zijn met de doelstellingen die in deze overeenkomst zijn neergelegd.
2. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij de Associatieraad binnen dertig dagen alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Associatiecomité gebracht en op verzoek van de andere partij in het Associatiecomité besproken.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 mag iedere partij overeenkomstig internationaal recht onmiddellijk passende maatregelen nemen in geval van :
a) afwijzing van de overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationaal recht;
b) schending door de andere partij van de essentiële elementen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 1, lid 1.
De andere partij kan verzoeken dat binnen vijftien dagen een spoedbijeenkomst tussen de partijen wordt belegd waarin een grondig onderzoek van de situatie kan worden verricht, teneinde een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
4. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan een partij, indien zij van mening is dat de andere partij een verplichting die uit deel IV van deze overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, uitsluitend een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting die in titel VIII van deel IV van deze overeenkomst zijn vastgesteld, en is zij daardoor gebonden.
Art. 200. Exécution des obligations.
1. Les parties prennent toutes mesures générales ou particulières nécessaires à l'accomplissement de leurs obligations en vertu du présent accord et veillent à ce qu'elles soient conformes aux objectifs définis par le présent accord.
2. Si une des parties considère que l'autre n'a pas rempli l'une des obligations que lui impose le présent accord, elle peut prendre des mesures appropriées. Auparavant, elle doit fournir au conseil d'association, dans un délai de 30 jours, tous les éléments d'information nécessaires à un examen approfondi de la situation en vue de rechercher une solution acceptable par les parties.
Le choix de ces mesures doit porter en priorité sur celles qui perturbent le moins le fonctionnement du présent accord. Les mesures sont notifiées immédiatement au comité d'association et font l'objet de consultations au sein de celui-ci si l'autre partie le demande.
3. Par dérogation au paragraphe 2, une partie peut prendre avec effet immédiat des mesures appropriées arrêtées conformément au droit international en cas de :
a) dénonciation du présent accord non consacrée par les règles générales du droit international;
b) violation par l'autre partie des éléments essentiels du présent accord visés à l'article premier, paragraphe 1.
L'autre partie peut demander la convocation d'une réunion urgente entre les parties, dans un délai de 15 jours, pour un examen approfondi de la situation en vue de rechercher une solution acceptable par les parties.
4. Par dérogation au paragraphe 2, si une des parties considère que l'autre partie n'a pas satisfait à une obligation visée à la partie IV, elle a exclusivement recours et s'en tient aux procédures de règlement des différends mises en place dans le cadre du titre VIII de la partie IV.
1. Les parties prennent toutes mesures générales ou particulières nécessaires à l'accomplissement de leurs obligations en vertu du présent accord et veillent à ce qu'elles soient conformes aux objectifs définis par le présent accord.
2. Si une des parties considère que l'autre n'a pas rempli l'une des obligations que lui impose le présent accord, elle peut prendre des mesures appropriées. Auparavant, elle doit fournir au conseil d'association, dans un délai de 30 jours, tous les éléments d'information nécessaires à un examen approfondi de la situation en vue de rechercher une solution acceptable par les parties.
Le choix de ces mesures doit porter en priorité sur celles qui perturbent le moins le fonctionnement du présent accord. Les mesures sont notifiées immédiatement au comité d'association et font l'objet de consultations au sein de celui-ci si l'autre partie le demande.
3. Par dérogation au paragraphe 2, une partie peut prendre avec effet immédiat des mesures appropriées arrêtées conformément au droit international en cas de :
a) dénonciation du présent accord non consacrée par les règles générales du droit international;
b) violation par l'autre partie des éléments essentiels du présent accord visés à l'article premier, paragraphe 1.
L'autre partie peut demander la convocation d'une réunion urgente entre les parties, dans un délai de 15 jours, pour un examen approfondi de la situation en vue de rechercher une solution acceptable par les parties.
4. Par dérogation au paragraphe 2, si une des parties considère que l'autre partie n'a pas satisfait à une obligation visée à la partie IV, elle a exclusivement recours et s'en tient aux procédures de règlement des différends mises en place dans le cadre du titre VIII de la partie IV.
Art. 201. Toekomstige ontwikkelingen.
1. In het licht van de ervaring die bij de uitvoering van deze overeenkomst is opgedaan, kunnen de partijen gezamenlijk besluiten de overeenkomst uit te breiden teneinde het toepassingsgebied te verruimen en aan te vullen, overeenkomstig hun respectieve wetgeving, door overeenkomsten te sluiten inzake specifieke sectoren of activiteiten.
2. Wat de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst betreft kan elke partij voorstellen doen tot uitbreiding van de samenwerking op alle gebieden, rekening houdende met de ervaring die bij de uitvoering is opgedaan.
1. In het licht van de ervaring die bij de uitvoering van deze overeenkomst is opgedaan, kunnen de partijen gezamenlijk besluiten de overeenkomst uit te breiden teneinde het toepassingsgebied te verruimen en aan te vullen, overeenkomstig hun respectieve wetgeving, door overeenkomsten te sluiten inzake specifieke sectoren of activiteiten.
2. Wat de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst betreft kan elke partij voorstellen doen tot uitbreiding van de samenwerking op alle gebieden, rekening houdende met de ervaring die bij de uitvoering is opgedaan.
Art. 201. Evolution future.
1. Les parties peuvent convenir d'étendre le présent accord afin de renforcer et de compléter son champ d'application conformément à leur législation respective, en concluant des accords relatifs à des secteurs ou des activités spécifiques, à la lumière de l'expérience acquise au cours de sa mise en oeuvre.
2. En ce qui concerne la mise en oeuvre du présent accord, les parties peuvent émettre des suggestions en vue d'accroître leur coopération dans tous les domaines, en tenant compte de l'expérience acquise au cours de sa mise en oeuvre.
1. Les parties peuvent convenir d'étendre le présent accord afin de renforcer et de compléter son champ d'application conformément à leur législation respective, en concluant des accords relatifs à des secteurs ou des activités spécifiques, à la lumière de l'expérience acquise au cours de sa mise en oeuvre.
2. En ce qui concerne la mise en oeuvre du présent accord, les parties peuvent émettre des suggestions en vue d'accroître leur coopération dans tous les domaines, en tenant compte de l'expérience acquise au cours de sa mise en oeuvre.
Art. 202. Gegevensbescherming.
De partijen komen overeen een hoge mate van bescherming te geven aan de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens, overeenkomstig de strengste internationale normen.
De partijen komen overeen een hoge mate van bescherming te geven aan de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens, overeenkomstig de strengste internationale normen.
Art. 202. Protection des données.
Les parties conviennent d'assortir le traitement des données à caractère personnel et d'autres données d'une protection de haut niveau compatible avec les normes internationales les plus élevées.
Les parties conviennent d'assortir le traitement des données à caractère personnel et d'autres données d'une protection de haut niveau compatible avec les normes internationales les plus élevées.
Art. 203. Clausule inzake nationale veiligheid.
De bepalingen van artikel 194 van deel IV zijn van toepassing op de gehele overeenkomst.
De bepalingen van artikel 194 van deel IV zijn van toepassing op de gehele overeenkomst.
Art. 203. Clause de sécurité nationale.
Les dispositions de l'article 194 s'appliquent dans son intégralité.
Les dispositions de l'article 194 s'appliquent dans son intégralité.
Art. 204. Territoriaal toepassingsgebied.
Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het gebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, op de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en anderzijds het grondgebied van de Republiek Chili.
Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het gebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, op de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en anderzijds het grondgebied van de Republiek Chili.
Art. 204. Application territoriale.
Le présent accord s'applique, d'une part, aux territoires où le traité instituant la Communauté européenne est appliqué dans les conditions prévues par ledit traité et, d'autre part, au territoire de la République du Chili.
Le présent accord s'applique, d'une part, aux territoires où le traité instituant la Communauté européenne est appliqué dans les conditions prévues par ledit traité et, d'autre part, au territoire de la République du Chili.
Art. 205. Authentieke teksten.
De overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
De overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Art. 205. Langues faisant foi.
Le présent accord est rédigé en double exemplaire en langues allemande, anglaise, danoise, espagnole, finnoise, française, grecque, italienne, néerlandaise, portugaise et suédoise, chacun de ces textes faisant également foi.
Le présent accord est rédigé en double exemplaire en langues allemande, anglaise, danoise, espagnole, finnoise, française, grecque, italienne, néerlandaise, portugaise et suédoise, chacun de ces textes faisant également foi.
Art. 206. Bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen.
De bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.
De bijlagen, aanhangsels, protocollen en aantekeningen bij deze overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel.
Art. 206. Annexes, appendices, protocoles et notes.
Les annexes, appendices, protocoles et notes joints au présent accord font partie intégrante de celui-ci.
Les annexes, appendices, protocoles et notes joints au présent accord font partie intégrante de celui-ci.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N0. LIJST VAN BIJLAGEN.
BIJLAGE I. - SCHEMA VOOR RECHTENAFSCHAFFING VAN DE GEMEENSCHAP (bedoeld in de artikelen 60, 65, 68 en 71).
BIJLAGE II. - SCHEMA VOOR RECHTENAFSCHAFFING VAN CHILI (bedoeld in de artikelen 60, 66, 69 en 72).
BIJLAGE III. - DEFINITIE VAN HET BEGRIP " PRODUCTEN VAN OORSPRONG " EN REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING (bedoeld in artikel 58).
BIJLAGE IV. - OVEREENKOMST INZAKE SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN VAN TOEPASSING OP DE HANDEL IN DIEREN EN DIERLIJKE PRODUCTEN, PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUCTEN EN ANDERE GOEDEREN ALSMEDE DIERENWELZIJN (bedoeld in artikel 89).
BIJLAGE V. - OVEREENKOMST INZAKE DE HANDEL IN WIJN (bedoeld in artikel 90).
BIJLAGE VI. - OVEREENKOMST INZAKE DE HANDEL IN GEDISTILLEERDE DRANKEN EN GEAROMATISEERDE DRANKEN (bedoeld in artikel 90).
BIJLAGE VII. - LIJST VAN SPECIFIEKE VERBINTENISSEN INZAKE DIENSTEN (bedoeld in artikel 99).
BIJLAGE VIII. - LIJST VAN SPECIFIEKE VERBINTENISSEN INZAKE FINANCIELE DIENSTEN (bedoeld in artikel 120).
BIJLAGE IX. - VOOR FINANCIELE DIENSTEN VERANTWOORDELIJKE INSTANTIES (bedoeld in artikel 127).
BIJLAGE X. - LIJST VAN SPECIFIEKE VERBINTENISSEN INZAKE VESTIGING (bedoeld in artikel 132).
BIJLAGE XI. - ONDER DE OVEREENKOMST INZAKE OVERHEIDSOPDRACHTEN VALLENDE INSTANTIES VAN DE GEMEENSCHAP (bedoeld in artikel 137).
BIJLAGE XII. - ONDER DE OVEREENKOMST INZAKE OVERHEIDSOPDRACHTEN VALLENDE INSTANTIES VAN CHILI (bedoeld in artikel 137).
BIJLAGE XIII. - OVERHEIDSOPDRACHTEN TENUITVOERLEGGING VAN EEN AANTAL BEPALINGEN VAN DEEL IV, TITEL IV.
BIJLAGE XIV. - BETREFFENDE LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER (betreffende de artikelen 164 en 165).
BIJLAGE XV. - STANDAARD-PROCEDUREREGELS VOOR ARBITRAGEPANELS (bedoeld in artikel 189).
BIJLAGE XVI. - GEDRAGSCODE VOOR LEDEN VAN ARBITRAGEPANELS (bedoeld in de artikelen 185 en 189).
BIJLAGE XVII. - TENUITVOERLEGGING VAN BEPAALDE BESLUITEN IN HET KADER VAN DEEL IV (bedoeld in artikel 193, lid 4).
BIJLAGE I. - SCHEMA VOOR RECHTENAFSCHAFFING VAN DE GEMEENSCHAP (bedoeld in de artikelen 60, 65, 68 en 71).
BIJLAGE II. - SCHEMA VOOR RECHTENAFSCHAFFING VAN CHILI (bedoeld in de artikelen 60, 66, 69 en 72).
BIJLAGE III. - DEFINITIE VAN HET BEGRIP " PRODUCTEN VAN OORSPRONG " EN REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING (bedoeld in artikel 58).
BIJLAGE IV. - OVEREENKOMST INZAKE SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN VAN TOEPASSING OP DE HANDEL IN DIEREN EN DIERLIJKE PRODUCTEN, PLANTEN, PLANTAARDIGE PRODUCTEN EN ANDERE GOEDEREN ALSMEDE DIERENWELZIJN (bedoeld in artikel 89).
BIJLAGE V. - OVEREENKOMST INZAKE DE HANDEL IN WIJN (bedoeld in artikel 90).
BIJLAGE VI. - OVEREENKOMST INZAKE DE HANDEL IN GEDISTILLEERDE DRANKEN EN GEAROMATISEERDE DRANKEN (bedoeld in artikel 90).
BIJLAGE VII. - LIJST VAN SPECIFIEKE VERBINTENISSEN INZAKE DIENSTEN (bedoeld in artikel 99).
BIJLAGE VIII. - LIJST VAN SPECIFIEKE VERBINTENISSEN INZAKE FINANCIELE DIENSTEN (bedoeld in artikel 120).
BIJLAGE IX. - VOOR FINANCIELE DIENSTEN VERANTWOORDELIJKE INSTANTIES (bedoeld in artikel 127).
BIJLAGE X. - LIJST VAN SPECIFIEKE VERBINTENISSEN INZAKE VESTIGING (bedoeld in artikel 132).
BIJLAGE XI. - ONDER DE OVEREENKOMST INZAKE OVERHEIDSOPDRACHTEN VALLENDE INSTANTIES VAN DE GEMEENSCHAP (bedoeld in artikel 137).
BIJLAGE XII. - ONDER DE OVEREENKOMST INZAKE OVERHEIDSOPDRACHTEN VALLENDE INSTANTIES VAN CHILI (bedoeld in artikel 137).
BIJLAGE XIII. - OVERHEIDSOPDRACHTEN TENUITVOERLEGGING VAN EEN AANTAL BEPALINGEN VAN DEEL IV, TITEL IV.
BIJLAGE XIV. - BETREFFENDE LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER (betreffende de artikelen 164 en 165).
BIJLAGE XV. - STANDAARD-PROCEDUREREGELS VOOR ARBITRAGEPANELS (bedoeld in artikel 189).
BIJLAGE XVI. - GEDRAGSCODE VOOR LEDEN VAN ARBITRAGEPANELS (bedoeld in de artikelen 185 en 189).
BIJLAGE XVII. - TENUITVOERLEGGING VAN BEPAALDE BESLUITEN IN HET KADER VAN DEEL IV (bedoeld in artikel 193, lid 4).
Art. N0. LISTE DES ANNEXES.
ANNEXE I. - CALENDRIER DE DEMANTELEMENT TARIFAIRE DE LA COMMUNAUTE (visée aux articles 60, 65, 68 et 71).
ANNEXE II. - CALENDRIER DE DEMANTELEMENT TARIFAIRE DU CHILI (citée dans les articles 60, 66 et 69).
ANNEXE III. - DEFINITION DE LA NOTION DE PRODUITS ORIGINAIRES ET METHODES DE COOPERATION ADMINISTRATIVE (visées à l'article 58).
ANNEXE IV. - ACCORD SUR LES MESURES SANITAIRES, PHYTOSANITAIRES ET FAVORABLES AU BIEN-ETRE DES ANIMAUX APPLICABLES AU COMMERCE D'ANIMAUX, DE PRODUITS ANIMAUX, DE VEGETAUX, DE PRODUITS VEGETAUX ET AUTRES OBJETS (visées à l'article 89).
ANNEXE V. - ACCORD RELATIF AU COMMERCE DU VIN (citée à l'article 90).
ANNEXE VI. - ACCORD RELATIF AU COMMERCE DES BOISSONS SPIRITUEUSES ET DES BOISSONS AROMATISEES (citée à l'article 90).
ANNEXE VII. - LISTE D'ENGAGEMENTS SPECIFIQUES CONCERNANT LES SERVICES (visée à l'article 99).
ANNEXE VIII. - LISTE D'ENGAGEMENTS SPECIFIQUES CONCERNANT LES SERVICES FINANCIERS (visée à l'article 120).
ANNEXE IX. - AUTORITES CHARGEES DES SERVICES FINANCIERS (visée à l'article 127).
ANNEXE X. - LISTES D'ENGAGEMENTS SPECIFIQUES RELATIFS A L'ETABLISSEMENT (visée à l'article 132).
ANNEXE XI. - ENTITES RESPONSABLES DES MARCHES PUBLICS DANS LA COMMUNAUTE (visée à l'article 137).
ANNEXE XII. - ENTITES RESPONSABLES DES MARCHES PUBLICS AU CHILI (visée a l'article 137).
ANNEXE XIII. - MARCHES PUBLICS MISE EN OEUVRE DES DISPOSITIONS DE LA PARTIE IV, TITRE IV.
ANNEXE XIV. - CONCERNANT LES PAIEMENTS COURANTS ET LES MOUVEMENTS DE CAPITAUX (relative aux articles 164 et 165).
ANNEXE XV. - REGLES DE PROCEDURE TYPES POUR LA CONDUITE DES GROUPES SPECIAUX D'ARBITRAGE (visée à l'article 189, paragraphe 2).
ANNEXE XVI. - CODE DE CONDUITE A L'INTENTION DES MEMBRES DE GROUPES SPECIAUX D'ARBITRAGE (visée aux articles 185 et 189).
ANNEXE XVII. - MISE EN OEUVRE DE CERTAINES DECISIONS VISEES A LA PARTIE IV (visée à l'article 193, paragraphe 4).
ANNEXE I. - CALENDRIER DE DEMANTELEMENT TARIFAIRE DE LA COMMUNAUTE (visée aux articles 60, 65, 68 et 71).
ANNEXE II. - CALENDRIER DE DEMANTELEMENT TARIFAIRE DU CHILI (citée dans les articles 60, 66 et 69).
ANNEXE III. - DEFINITION DE LA NOTION DE PRODUITS ORIGINAIRES ET METHODES DE COOPERATION ADMINISTRATIVE (visées à l'article 58).
ANNEXE IV. - ACCORD SUR LES MESURES SANITAIRES, PHYTOSANITAIRES ET FAVORABLES AU BIEN-ETRE DES ANIMAUX APPLICABLES AU COMMERCE D'ANIMAUX, DE PRODUITS ANIMAUX, DE VEGETAUX, DE PRODUITS VEGETAUX ET AUTRES OBJETS (visées à l'article 89).
ANNEXE V. - ACCORD RELATIF AU COMMERCE DU VIN (citée à l'article 90).
ANNEXE VI. - ACCORD RELATIF AU COMMERCE DES BOISSONS SPIRITUEUSES ET DES BOISSONS AROMATISEES (citée à l'article 90).
ANNEXE VII. - LISTE D'ENGAGEMENTS SPECIFIQUES CONCERNANT LES SERVICES (visée à l'article 99).
ANNEXE VIII. - LISTE D'ENGAGEMENTS SPECIFIQUES CONCERNANT LES SERVICES FINANCIERS (visée à l'article 120).
ANNEXE IX. - AUTORITES CHARGEES DES SERVICES FINANCIERS (visée à l'article 127).
ANNEXE X. - LISTES D'ENGAGEMENTS SPECIFIQUES RELATIFS A L'ETABLISSEMENT (visée à l'article 132).
ANNEXE XI. - ENTITES RESPONSABLES DES MARCHES PUBLICS DANS LA COMMUNAUTE (visée à l'article 137).
ANNEXE XII. - ENTITES RESPONSABLES DES MARCHES PUBLICS AU CHILI (visée a l'article 137).
ANNEXE XIII. - MARCHES PUBLICS MISE EN OEUVRE DES DISPOSITIONS DE LA PARTIE IV, TITRE IV.
ANNEXE XIV. - CONCERNANT LES PAIEMENTS COURANTS ET LES MOUVEMENTS DE CAPITAUX (relative aux articles 164 et 165).
ANNEXE XV. - REGLES DE PROCEDURE TYPES POUR LA CONDUITE DES GROUPES SPECIAUX D'ARBITRAGE (visée à l'article 189, paragraphe 2).
ANNEXE XVI. - CODE DE CONDUITE A L'INTENTION DES MEMBRES DE GROUPES SPECIAUX D'ARBITRAGE (visée aux articles 185 et 189).
ANNEXE XVII. - MISE EN OEUVRE DE CERTAINES DECISIONS VISEES A LA PARTIE IV (visée à l'article 193, paragraphe 4).
Art. N1. Tabel.
Art. N1. Tableau.
Staten Datum Type Datum Datum
Authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerkingtreding
BELGIE 18/11/2002 Kennisgeving 30/04/2004
CHILI 18/11/2002 Kennisgeving 28/01/2003
DENEMARKEN 18/11/2002 Kennisgeving 27/06/2003
DUITSLAND 18/11/2002 Onbepaald
EUROPESE
GEMEENSCHAP 18/11/2002 Kennisgeving 18/11/2002
FINLAND 18/11/2002 Kennisgeving 09/02/2004
FRANKRIJK 18/11/2002 Onbepaald
GRIEKENLAND 18/11/2002 Kennisgeving 01/04/2004
GROOT-BRITTANNIE 18/11/2002 Kennisgeving 09/07/2003
IERLAND 18/11/2002 Kennisgeving 30/06/2003
ITALIE 18/11/2002 Onbepaald
LUXEMBURG 18/11/2002 Kennisgeving 21/04/2004
NEDERLAND 18/11/2002 Kennisgeving 09/12/2003
OOSTENRIJK 18/11/2002 Onbepaald
PORTUGAL 18/11/2002 Kennisgeving 16/04/2004
SPANJE 18/11/2002 Kennisgeving 27/11/2003
ZWEDEN 18/11/2002 Kennisgeving 17/12/2003
Authenti- instemming instemming interne
ficatie inwerkingtreding
BELGIE 18/11/2002 Kennisgeving 30/04/2004
CHILI 18/11/2002 Kennisgeving 28/01/2003
DENEMARKEN 18/11/2002 Kennisgeving 27/06/2003
DUITSLAND 18/11/2002 Onbepaald
EUROPESE
GEMEENSCHAP 18/11/2002 Kennisgeving 18/11/2002
FINLAND 18/11/2002 Kennisgeving 09/02/2004
FRANKRIJK 18/11/2002 Onbepaald
GRIEKENLAND 18/11/2002 Kennisgeving 01/04/2004
GROOT-BRITTANNIE 18/11/2002 Kennisgeving 09/07/2003
IERLAND 18/11/2002 Kennisgeving 30/06/2003
ITALIE 18/11/2002 Onbepaald
LUXEMBURG 18/11/2002 Kennisgeving 21/04/2004
NEDERLAND 18/11/2002 Kennisgeving 09/12/2003
OOSTENRIJK 18/11/2002 Onbepaald
PORTUGAL 18/11/2002 Kennisgeving 16/04/2004
SPANJE 18/11/2002 Kennisgeving 27/11/2003
ZWEDEN 18/11/2002 Kennisgeving 17/12/2003
Etats Date Type de Date Entree en
Authenti- consentement Consentement Vigueur
fication locale
ALLEMAGNE 18/11/2002 Indéterminé
AUTRICHE 18/11/2002 Indéterminé
BELGIQUE 18/11/2002 Notification 30/04/2004
CHILI 18/11/2002 Notification 28/01/2003
COMMUNAUTE
EUROPEENNE 18/11/2002 Notification 18/11/2002
DANEMARK 18/11/2002 Notification 27/06/2003
ESPAGNE 18/11/2002 Notification 27/11/2003
FINLANDE 18/11/2002 Notification 09/02/2004
FRANCE 18/11/2002 Indetermine
GRANDE-BRETAGNE 18/11/2002 Notification 09/07/2003
GRECE 18/11/2002 Notification 01/04/2004
IRLANDE 18/11/2002 Notification 30/06/2003
ITALIE 18/11/2002 Indetermine
LUXEMBOURG 18/11/2002 Notification 21/04/2004
PAYS-BAS 18/11/2002 Notification 09/12/2003
PORTUGAL 18/11/2002 Notification 16/04/2004
SUEDE 18/11/2002 Notification 17/12/2003
Authenti- consentement Consentement Vigueur
fication locale
ALLEMAGNE 18/11/2002 Indéterminé
AUTRICHE 18/11/2002 Indéterminé
BELGIQUE 18/11/2002 Notification 30/04/2004
CHILI 18/11/2002 Notification 28/01/2003
COMMUNAUTE
EUROPEENNE 18/11/2002 Notification 18/11/2002
DANEMARK 18/11/2002 Notification 27/06/2003
ESPAGNE 18/11/2002 Notification 27/11/2003
FINLANDE 18/11/2002 Notification 09/02/2004
FRANCE 18/11/2002 Indetermine
GRANDE-BRETAGNE 18/11/2002 Notification 09/07/2003
GRECE 18/11/2002 Notification 01/04/2004
IRLANDE 18/11/2002 Notification 30/06/2003
ITALIE 18/11/2002 Indetermine
LUXEMBOURG 18/11/2002 Notification 21/04/2004
PAYS-BAS 18/11/2002 Notification 09/12/2003
PORTUGAL 18/11/2002 Notification 16/04/2004
SUEDE 18/11/2002 Notification 17/12/2003