Artikel 1. Binnen het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming wordt een intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht, onder de benaming " Onderwijsdienstencentrum ", hierna "het agentschap" te noemen.
Het agentschap behoort tot het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 MEI 2004. - Besluit van de Vlaamse regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap " Onderwijsdienstencentrum ". (NOTA : Het besluit is ingetrokken door BVR2005-09-02/56, art. 14, 002).
Titre
14 MAI 2004. - Arrêté du Gouvernement flamand portant création de l'agence autonomisée interne "Onderwijsdienstencentrum" (Centre de Services de l'Enseignement) (TRADUCTION). (NOTE : L'arrêté a été retiré par AGF2005-09-02/56, art. 14, 002).
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Benaming, doel en taakstelling van het agentschap.
CHAPITRE Ier. - Dénomination, objet et missions de l'agence.
Article 1. Au sein du ministère flamand de l'Enseignement, il est créé une agence autonomisée interne sans personnalité juridique, sous le nom "Onderwijsdienstencentrum", dénommée ci-après l'agence.
L'agence fait partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation.
L'agence fait partie du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation.
Art. 2. Het agentschap heeft als missie : het verzorgen van de best mogelijke dienstverlening aan de klanten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, nl. onderwijsinstellingen, personeelsleden van het onderwijs en alle deelnemers aan het onderwijs : leerlingen, studenten, ouders.
Art. 2. L'agence a pour mission d'assurer des prestations de service les mieux possibles aux clients du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation, c.-à-d. les établissements d'enseignement, les membres du personnel de l'enseignement et tous les participants à l'enseignement : élèves, étudiants, parents.
Art. 3. Het agentschap heeft tot taak :
1° het verzorgen van de financiële dienstverlening voor het personeel uit het onderwijs;
2° het verzorgen van de dienstverlening aan instellingen en leerlingen uit het leerplichtonderwijs;
3° het leveren van een bijdrage aan het gelijke kansenbeleid en de democratisering van het onderwijs via het wegnemen van financiële drempels;
4° het verzorgen van de toekenning van de werkingsmiddelen aan de onderwijsinstellingen uit het hoger onderwijs en de instellingen uit de onderwijssector van het levenslang leren.
1° het verzorgen van de financiële dienstverlening voor het personeel uit het onderwijs;
2° het verzorgen van de dienstverlening aan instellingen en leerlingen uit het leerplichtonderwijs;
3° het leveren van een bijdrage aan het gelijke kansenbeleid en de democratisering van het onderwijs via het wegnemen van financiële drempels;
4° het verzorgen van de toekenning van de werkingsmiddelen aan de onderwijsinstellingen uit het hoger onderwijs en de instellingen uit de onderwijssector van het levenslang leren.
Art. 3. La mission de l'agence consiste en :
1° l'assurance des prestations de services financiers au profit du personnel du secteur de l'enseignement;
2° l'assurance des prestations de services au profit des établissements et élèves de l'enseignement de la scolarité obligatoire;
3° l'assurance d'une contribution à la politique d'égalité des chances et à la démocratisation de l'enseignement par la suppression des seuils financiers;
4° l'organisation de l'octroi des moyens de fonctionnement aux établissements d'enseignement supérieur et aux établissements du secteur de l'apprentissage tout au long de la vie.
1° l'assurance des prestations de services financiers au profit du personnel du secteur de l'enseignement;
2° l'assurance des prestations de services au profit des établissements et élèves de l'enseignement de la scolarité obligatoire;
3° l'assurance d'une contribution à la politique d'égalité des chances et à la démocratisation de l'enseignement par la suppression des seuils financiers;
4° l'organisation de l'octroi des moyens de fonctionnement aux établissements d'enseignement supérieur et aux établissements du secteur de l'apprentissage tout au long de la vie.
Art. 4. Overeenkomstig artikel 9, § 1, 1°, van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, regelt de beheersovereenkomst de concretisering van de kwalitatieve en kwantitatieve wijze waarop het agentschap zijn taken vervult, met strategische en operationele doelstellingen, beschreven aan de hand van meetbare criteria.
Art. 4. Conformément à l'article 9, § 1er, 1° du Décret-cadre sur la politique administrative du 18 juillet 2003, le contrat de gestion règle la concrétisation qualitative et quantitative de l'accomplissement des missions conférées à l'agence, assortie d'objectifs stratégiques et opérationnels, décrits à l'aide de critères mesurables.
Art. 5. Bij het uitoefenen van zijn missie en taken treedt het agentschap op namens de rechtspersoon Vlaamse Gemeenschap.
Art. 5. Dans l'accomplissement de ses missions et tâches, l'agence agit au nom de la personne morale Communauté flamande.
HOOFDSTUK II. - Aansturing en leiding van het agentschap.
CHAPITRE II. - Pilotage et direction de l'agence.
Art. 6. Het agentschap ressorteert onder het hiërarchisch gezag van de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming, hierna genoemd "de minister".
Art. 6. L'agence relève de l'autorité hiérarchique du Ministre flamand compétent pour l'Enseignement et la Formation, dénommé ci-après "le Ministre".
Art. 7. De minister stuurt het agentschap aan, inzonderheid via een beheersovereenkomst.
Art. 7. Le Ministre pilote l'agence, notamment par le biais du contrat de gestion.
Art. 8. Het hoofd van het agentschap is belast met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie en subdelegatie van die bevoegdheid.
Art. 8. Le chef de l'agence est chargé de la direction générale, du fonctionnement et de la représentation de l'agence, sans préjudice de la possibilité de délégation et sous-délégation de cette compétence.
HOOFDSTUK III. - Delegatie van beslissingsbevoegdheden.
CHAPITRE III. - Délégation de compétences de décision.
Art. 9. Het hoofd van het agentschap heeft delegatie van beslissingsbevoegdheid voor de aangelegenheden die zijn vastgesteld in het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid.
Art. 9. Le chef de l'agence a délégation de compétence de décision pour les matières fixées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 octobre 2003 réglant la délégation de compétences de décision aux chefs des agences autonomisées internes de l'Administration flamande.
Art. 10. Bij het gebruik van de delegaties gelden de algemene regelingen, voorwaarden en beperkingen, zoals vervat in het voornoemd besluit, met inbegrip van de bepalingen inzake subdelegatie, de regeling bij vervanging en de verantwoording.
Art. 10. L'utilisation des délégations visées au présent article est soumise aux réglementations, conditions et limitations générales telles que reprises à l'arrêté susvisé, y compris les dispositions en matière de sous-délégation, la réglementation en cas de remplacement et la justification.
HOOFDSTUK IV. - Controle, opvolging en toezicht.
CHAPITRE IV. - Contrôle, suivi et tutelle.
Art. 11. Onverminderd de artikelen 9, 33 en 34 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003 met betrekking tot informatieverstrekking, rapportering, interne controle en interne audit, is de minister verantwoordelijk voor de opvolging van en het toezicht op het agentschap.
Art. 11. Sans préjudice des articles 9, 33 et 34 du Décret-cadre sur la politique administrative du 18 juillet 2003 concernant la fourniture d'informations, les rapports, le contrôle interne et l'audit interne, le Ministre est responsable du suivi et de la tutelle de l'agence.
Art. 12. De minister kan, in het kader van de opvolging en de uitoefening van het toezicht, op ieder ogenblik aan het hoofd van het agentschap informatie, rapportering en verantwoording vragen over bepaalde aangelegenheden, zowel op geaggregeerd niveau als op niveau van individuele onderwerpen en dossiers.
Art. 12. Dans le cadre du suivi et de l'exercice de la tutelle, le Ministre peut demander à tout moment au chef de l'agence des informations, des rapports et une justification concernant certaines matières, tant au niveau agrégé qu'au niveau de sujets et dossiers individuels.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtredings- en uitvoeringsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions d'entrée en vigueur et d'exécution.
Art. 13. De Vlaamse regering stelt de datum vast waarop dit besluit in werking treedt.
Art. 13. Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 14. De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. La Ministre flamande ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.