Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 JUNI 2004. - Bijzondere wet tot uitvoering en aanvulling van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-06-2004 en tekstbijwerking tot 30-12-2022)
Titre
26 JUIN 2004. - Loi spéciale exécutant et complétant la loi spéciale du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions et professions et une déclaration de patrimoine. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-06-2004 et mise à jour au 30-12-2022)
Dokumentinformationen
Numac: 2004021083
Datum: 2004-06-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2004021083
Date: 2004-06-26
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. Deze bijzondere wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi spéciale règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. Benevens de vermeldingen voorgeschreven door artikel 2, § 1, van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, bevat de aangifte bedoeld in dat artikel de volgende vermeldingen : de naam, voornamen, woonplaats, plaats en datum van geboorte van de indiener, de mandaten, leidende ambten of beroepen bedoeld door die bepaling, de begindatum en de einddatum van de uitoefening van die mandaten, ambten en beroepen, voor zover die data vallen in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft [1 en desgevallend het ondernemingsnummer zoals bedoeld in het Wetboek van economisch recht, van de onderneming waar de indiener een mandaat, ambt of beroep uitoefent]1.
  [1 ...]1
  
Art. 2. La déclaration visée à l'article 2, § 1er, de la loi spéciale du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions et professions et une déclaration de patrimoine comporte, outre les mentions prescrites par la disposition précitée : les nom, prénoms, domicile, lieu et date de naissance du déclarant, les mandats, fonctions dirigeantes ou professions visés par ladite disposition, la date de début et la date de cessation de l'exercice de ces mandats, fonctions ou professions, dans la mesure où ces dates se situent dans l'année à laquelle se rapporte la déclaration [1 et, le cas échéant, le numéro d'entreprise visé par le Code de droit économique, de l'entreprise au sein de laquelle le déclarant exerce un mandat, une fonction ou une profession]1.
  [1 ...]1
  
Art. 3. Benevens de vermeldingen voorgeschreven door artikel 3, § 1, van de bijzondere wet van 2 mei 1995, bevatten de [1 aangiften bedoeld in artikel 3, § 1,]1, van die bijzondere wet de volgende vermeldingen : de naam, voornamen, woonplaats, plaats en datum van geboorte van de indiener, alsmede de ambten die de indiener onder de toepassing van die bijzondere wet doen vallen.
  De aangiften worden gedagtekend en door de indiener ondertekend.
  
Art. 3. Les [1 déclarations visées à l'article 3, § 1er,]1 de la loi spéciale du 2 mai 1995 comportent, outre les mentions prescrites par le § 1er de l'article précité : les nom, prénoms, domicile, lieu et date de naissance du déclarant, ainsi que les fonctions entraînant l'assujettissement du déclarant à ladite loi spéciale.
  Elles sont datées et signées par le déclarant.
  
Art. 4. § 1. [1 De aangiften bedoeld in artikel 2 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 worden elektronisch ingediend.
   De aangifte bedoeld in artikel 3 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 wordt van hand tot hand of bij aangetekende zending met ontvangstmelding ingediend.]1

  § 2. Het Rekenhof wijst onder zijn personeel de ambtenaren aan die gemachtigd zijn de ontvangst van de overhandigde en van de [1 elektronisch of]1 aangetekend toegezonden aangiften te bevestigen.
  § 3. De afgifte van hand tot hand geschiedt door de indiener in persoon of door een houder van een volmacht. De daartoe aangewezen ambtenaar van het Rekenhof geeft onmiddellijk een gedateerd en ondertekend ontvangstbewijs af dat, in voorkomend geval, de identiteit van de houder van de volmacht vermeldt.
  De vermogensaangifte moet aan de buitenzijde de naam, voornamen en woonplaats van de indiener en het feit dat het een vermogensaangifte betreft vermelden.
  De ambtenaar van het Rekenhof aan wie een vermogensaangifte in een niet-gesloten omslag wordt ter hand gesteld, verzoekt de deposant de omslag te sluiten.
  § 4. Wanneer een vermogensaangifte aangetekend wordt toegezonden, moet de aangetekende brief een gesloten omslag met die aangifte bevatten, waarop aan de buitenzijde de naam, voornamen en woonplaats van de indiener worden vermeld, alsmede het feit dat het een vermogensaangifte betreft.
  Indien de daartoe aangewezen ambtenaar van het Rekenhof vaststelt dat een omslag die een vermogensaangifte bevat, niet is gesloten, gaat hij onmiddellijk tot sluiting over en maakt daarvan melding op de keerzijde van de omslag.
  
Art. 4. § 1er. [1 Les déclarations visées à l'article 2 de la loi spéciale du 2 mai 1995 sont déposées par voie électronique.
   La déclaration visée à l'article 3 de la loi spéciale du 2 mai 1995 est soit remise de la main à la main, soit envoyée par envoi recommandé avec accusé de réception.]1

  § 2. La Cour des comptes désigne, parmi son personnel, les fonctionnaires habilités à accuser réception des déclarations remises de la main à la main et des envois [1 électroniques ou]1 recommandés.
  § 3. La remise de la main à la main peut être faite par le déclarant en personne ou par un porteur de procuration. Le fonctionnaire de la Cour des comptes désigné à cette fin en délivre sur-le-champ un accusé de réception daté et signé, mentionnant, le cas échéant, l'identité du porteur de procuration.
  La déclaration de patrimoine doit mentionner à l'extérieur les nom, prénoms et domicile du déclarant et le fait qu'il s'agit d'une déclaration de patrimoine.
  Le fonctionnaire de la Cour des comptes à qui une déclaration de patrimoine est remise de la main à la main sans être fermée invite le déposant à fermer le pli.
  § 4. Lorsqu'une déclaration de patrimoine est envoyée par pli recommandé, ce pli doit contenir un pli fermé contenant cette déclaration et mentionnant à l'extérieur les nom, prénoms et domicile du déclarant et le fait qu'il s'agit d'une déclaration de patrimoine.
  Si l'agent de la Cour des comptes désigné à cette fin constate qu'un pli contenant une déclaration de patrimoine n'est pas fermé, il le ferme immédiatement et fait mention de l'incident au dos du pli.
  
Art. 5. [1 De ambtenaar die daartoe door de voorzitter van de betrokken gemeenschaps- of gewestregering wordt aangewezen, zendt in de loop van de maand januari van ieder jaar aan het Rekenhof elektronisch de lijst van :
   - de intercommunale en interprovinciale verenigingen;
   - de instellingen van openbaar nut waarover een gemeenschap of een gewest het toezicht uitoefent;
   - de rechtspersonen waarop een gewest of gemeenschap of een gewest of gemeenschap samen met andere overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefent;
   - de rechtspersonen waar een lid van de raad van bestuur, de adviesraad of het directiecomité door een beslissing van een gewest of gemeenschap of van een gewest of gemeenschap samen met andere overheden deel uitmaakt van deze organen.
   De voorzitter brengt het Rekenhof van die aanwijzing op de hoogte. Voor het opstellen van de voormelde lijst wordt rekening gehouden met de toestand van het voorgaande jaar.
   De ambtenaar die ertoe gehouden is de in het eerste lid bedoelde inlichtingen aan het Rekenhof mede te delen en die deze verplichting niet of laattijdig vervult, is strafbaar met geldboete van honderd euro tot duizend euro.]1

  
Art. 5. [1 Le fonctionnaire désigné à cette fin par le président du gouvernement de la communauté ou de la région concerné adresse à la Cour des comptes par voie électronique, dans le courant du mois de janvier de chaque année, la liste :
   - des intercommunales et des interprovinciales;
   - des organismes d'intérêt public sur lesquels une région ou une communauté exerce la tutelle;
   - des personnes morales sur lesquelles une région ou une communauté, ou bien une région ou une communauté conjointement avec d'autres autorités exerce, directement ou indirectement, une influence dominante;
   - des personnes morales dont un membre du conseil d'administration, du conseil consultatif ou du comité de direction fait partie de ces organes à la suite d'une décision prise par une région ou une communauté, ou par une région ou une communauté conjointement avec d'autres autorités.
   Le président avise la Cour des comptes de cette désignation. Pour l'établissement de cette liste, il est tenu compte de la situation de l'année précédente.
   Le fonctionnaire qui, tenu de communiquer à la Cour des comptes les renseignements visés à l'alinéa 1er, ne s'acquitte pas de cette obligation ou s'en acquitte avec retard, est passible d'une amende de cent euros à mille euros.]1

  
Art. 6. [3 [5 Uiterlijk op 15 april van elk jaar]5 en binnen een maand na een ambtsaanvaarding of ambtsbeëindiging worden de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte, woonplaats en het ambt van de aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 onderworpen personen, alsmede de datum van ambtsaanvaarding, van de ambtsbeëindiging en van het verstrijken van de periode van vijf jaar bedoeld in artikel 3, § 1, derde lid, van die wet en de vergoedingen bedoeld in artikel 2, § 1, derde lid, van die wet of de grootteorde van de vergoedingen bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid, van die wet, elektronisch aan het Rekenhof medegedeeld door de hierna aangewezen personen :]3
  1° de secretaris van elke regering bedoeld in artikel 1, punt 1, van de bijzondere wet van 2 mei 1995, voor de leden en de regeringscommissarissen van die regeringen, voor de staatssecretarissen van de regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, alsmede voor de kabinetschefs [3 , de adjunct-kabinetschefs en de met het uitbrengen van adviezen inzake beleid, politieke strategie en communicatie belaste medewerkers]3 van de ministeriële kabinetten van die regeringen en van de regeringscommissarissen ( [2 ...]2 en vice-gouverneur van het administratieve arrondissement Brussel-Hoofdstad) [3 , alsook de regeringscommissarissen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4/1, van de wet van de bijzondere wet van 2 mei 1995]3; <W 2007-06-03/67, art. 2, 1°, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2007>
  2° de griffier (van elk parlement) bedoeld in artikel 1, punt 2, van de bijzondere wet van 2 mei 1995, voor de leden (van dat parlement); <W 2006-03-27/33, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  3° naar gelang van het geval en ieder voor zijn departement, de secretaris-generaal of de secretarissen-generaal van de gemeenschaps- en gewestministeries, voor de ambtenaren-generaal van die ministeries;
  4° de administrateur-generaal van de instelling, voor de instellingen van openbaar nut waarover de gemeenschappen of de gewesten het toezicht uitoefenen;
  5° [3 de voorzitter van de raad van bestuur van iedere intercommunale en interprovinciale vereniging, van iedere rechtspersoon waarop een overheid of verschillende overheden samen rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefenen en van iedere rechtspersoon waar minstens een lid door een beslissing van een overheid deel uitmaakt van de betrokken raad van bestuur, de betrokken adviesraad of het betrokken directiecomité, voor de leden van de raad van bestuur, van de adviesraden en van het directiecomité die in die hoedanigheid rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding ontvangen;]3
  (6° de griffier van de provincie, voor de gouverneur, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant en de leden van de bestendige deputatie;
  7° [4 de gemeentesecretaris, voor de burgemeester, schepenen en voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, en de uitoefenaars van uitvoerende mandaten van de binnengemeentelijke territoriale organen bedoeld in artikel 41 van de Grondwet.]4 <W 2007-06-03/67, art. 2, 2°, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2007>
  De persoon die ertoe gehouden is de in het voorgaande lid bedoelde inlichtingen aan het Rekenhof mee te delen en die deze verplichting niet of laattijdig vervult, is strafbaar met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.
  De personen bedoeld in dit artikel melden aan het Rekenhof het overlijden van de aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 onderworpen personen van wie ze de identiteit overeenkomstig het eerste lid aan het Hof hebben meegedeeld.
  
Art. 6. [3 [5 Au plus tard le 15 avril de chaque année]5 et dans le mois qui suit l'entrée en fonction ou la cessation de la fonction, les nom, prénoms, lieu et date de naissance, domicile et fonction des personnes assujetties à la loi spéciale du 2 mai 1995 ainsi que la date de l'entrée en fonction, de la cessation de la fonction et de l'expiration de la période de cinq ans visée à l'article 3, § 1er, alinéa 3, de ladite loi, et les rémunérations visées à l'article 2, § 1er, alinéa 3, de ladite loi ou l'ordre de grandeur des rémunérations visées à l'article 2, § 1er, alinéa 4, de ladite loi, sont communiqués électroniquement à la Cour des comptes par les personnes suivantes :]3
  1° le secrétaire de chacun des gouvernements visés à l'article 1er, point 1, de la loi spéciale du 2 mai 1995, pour les membres et les commissaires du gouvernement de ces gouvernements, pour les secrétaires d'Etat du gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, ainsi que pour les chefs de cabinet [3 , les chefs de cabinet adjoints et les collaborateurs chargés de rendre des avis sur la politique, la stratégie politique et la communication]3 des cabinets ministériels de ces gouvernements et des commissaires du gouvernement ( [2 ...]2 et le vice-gouverneur de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale) [3 ainsi que les commissaires de gouvernement, tels que visés dans l'article 1er, 4/1, de la loi spéciale du 2 mai 1995]3; <L 2007-06-03/67, art. 2, 1°, 003; En vigueur : 07-07-2007>
  2° le greffier de chacun des (parlements) visés à l'article 1er, point 2, de la loi spéciale du 2 mai 1995, pour les membres de ces (parlements); <L 2006-03-27/33, art. 20, 002; En vigueur : 21-04-2006>
  3° selon le cas, le secrétaire général ou les secrétaires généraux, des ministères de communauté et de région, chacun pour son département, pour les fonctionnaires généraux de ces ministères;
  4° l'administrateur général de l'organisme, pour les organismes d'intérêt public sur lesquels les communautés ou les régions exercent la tutelle;
  5° [3 le président du conseil d'administration de toute intercommunale et interprovinciale, de toute personne morale sur laquelle une ou plusieurs autorités publiques exercent, directement ou indirectement, une influence dominante et de toute personne morale dont un membre au moins, à la suite d'une décision d'une autorité publique, fait partie du conseil d'administration, du conseil consultatif ou du comité de direction concerné, pour les membres du conseil d'administration, des conseils consultatifs et du comité de direction qui perçoivent, directement ou indirectement, une rémunération à ce titre;]3
  (6° le greffier de la province, pour le gouverneur, le gouverneur adjoint de la province du Brabant flamand et les membres de la députation permanente;
  7° [4 le secrétaire communal, pour le bourgmestre, les échevins, le président du centre public d'aide sociale et les titulaires de mandats exécutifs des organes territoriaux intracommunaux visés à l'article 41 de la Constitution.]4 <L 2007-06-03/67, art. 2, 2°, 003; En vigueur : 07-07-2007>
  La personne qui, tenue de communiquer à la Cour des comptes les renseignements visés à l'alinéa précédent, ne s'acquitte pas de cette obligation ou s'en acquitte avec retard, est passible d'une amende de cent euros à mille euros.
  Les personnes visées au présent article signalent à la Cour des comptes le décès de personnes assujetties à la loi spéciale du 2 mai 1995 dont elles ont communiqué l'identité à la Cour en vertu de l'alinéa 1er.
  
Art. 7. § 1. [1 Op 31 oktober van ieder jaar stelt het Rekenhof de voorlopige lijst op van de personen die aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 en aan deze wet onderworpen zijn en van wie het de lijst, bedoeld in artikel 2 van de bijzondere wet van 2 mei 1995, of de aangifte, bedoeld in artikel 3 van de bijzondere wet van 2 mei 1995, of de lijst, bedoeld in artikel 5 of 6 van deze wet, niet heeft ontvangen.]1 Het Rekenhof richt onmiddellijk een aangetekende herinneringsbrief aan al die personen. [1 De persoon die van oordeel is dat hij niet aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 of aan deze wet onderworpen is, brengt hiervan het Rekenhof uiterlijk op 15 november bij aangetekende brief op de hoogte.]1 [1 Het Rekenhof onderzoekt de aangevoerde motieven en deelt zijn definitief standpunt over de onderworpenheid van de persoon aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 of aan deze wet alsook desgevallend het beoogde bedrag van de administratieve geldboete en de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, bij aangetekende brief en uiterlijk op 30 november aan de belanghebbende mede.]1.
  Indien het Rekenhof, op basis van de inlichtingen die hem overeenkomstig artikel 6 zijn meegedeeld of op grond van enige andere inlichting die het zou ontvangen, vaststelt dat de door een persoon toegezonden lijst van mandaten, ambten en beroepen onvolledig of onjuist is, doet het hiervan bij aangetekende brief mededeling aan de belanghebbende. De persoon die van oordeel is dat de door hem toegezonden lijst geen onvolledigheid of onjuistheid bevat, brengt het Rekenhof uiterlijk op [1 15 november]1 bij aangetekende brief hiervan op de hoogte. [1 Het Rekenhof deelt zijn definitief standpunt nopens de volledigheid en de juistheid van de lijst alsook het beoogde bedrag van de administratieve geldboete en de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, bij aangetekende brief en uiterlijk op 30 november aan de belanghebbende mede.]1
  § 2. [1 Indien het Rekenhof tot het besluit komt dat een persoon onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 of aan deze wet, of dat hij een onvolledige of onjuiste aangifte of lijst heeft ingediend, of een persoon veroordeelt tot een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 7 van de bijzondere wet van 2 mei 1995, kan die persoon zich uiterlijk op 15 december bij aangetekende brief tot het betrokken gemeenschaps- of gewestparlement wenden om te horen zeggen dat hij niet onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 of aan deze wet, hetzij dat zijn aangifte of lijst volledig en juist is.]1
  De zaak wordt onderzocht door een opvolgingscommissie, die uit leden (van het betrokken parlement) wordt samengesteld. De commissie doet uitspraak [1 over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het beroep]1 zonder dat tegen haar beslissing enig rechtsmiddel kan worden aangewend. Een afschrift van de beslissing wordt door de diensten (van het betrokken parlement) uiterlijk op [1 31 december]1 aan het Rekenhof en aan de belanghebbende meegedeeld. <W 2006-03-27/33, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Is een persoon lid van meer dan één wetgevende assemblee, dan wordt de zaak onderzocht door de opvolgingscommissie van de assemblee waarvoor hij rechtstreeks is gekozen.
  § 3. De definitieve lijst van mandaten, ambten en beroepen en de definitieve lijst van de personen die de lijst, bedoeld in artikel 2 van de bijzondere wet van 2 mei 1995, of de aangifte, bedoeld in artikel 3 van dezelfde bijzondere wet, niet hebben ingediend, worden door het Rekenhof uiterlijk op [1 15 januari]1 vastgesteld [2 ...]2. [1 De twee lijsten worden uiterlijk op 15 februari [2 ...]2 op de website van het Rekenhof bekendgemaakt.]1
  
Art. 7. § 1er. [1 Le 31 octobre de chaque année, la Cour des comptes établit la liste provisoire des personnes qui sont assujetties à la loi spéciale du 2 mai 1995 ou à la présente loi et qui ne lui ont pas fait parvenir la liste prévue à l'article 2 de la loi spéciale du 2 mai 1995, ou la déclaration prévue à l'article 3 de la loi spéciale du 2 mai 1995, ou la liste prévue à l'article 5 ou 6 de la présente loi.]1 Elle adresse un rappel écrit, par lettre recommandée, à chacune de ces personnes. [1 La personne qui considère qu'elle n'est pas assujettie à la loi spéciale du 2 mai 1995 ou à la présente loi, en avise la Cour des comptes par lettre recommandée, au plus tard le 15 novembre.]1 [1 La Cour des comptes examine les motifs invoqués et fait part à l'intéressé, par lettre recommandée, au plus tard le 30 novembre, de sa position définitive quant à l'assujettissement de cette personne à la loi spéciale du 2 mai 1995 ou à la présente loi, ainsi que, le cas échéant, du montant envisagé de l'amende administrative et de la possibilité d'introduire un recours.]1
  Si, au vu des informations qui lui sont communiquées conformément à l'article 6 ou de toute autre information qui lui parviendrait, la Cour des comptes constate que la liste des mandats, fonctions et professions envoyée par une personne est incomplète ou inexacte, elle en fait part à l'intéressé, par lettre recommandée. La personne qui considère que la liste qu'elle a envoyée ne comporte ni lacune ni inexactitude, en avise la Cour des comptes par lettre recommandée, au plus tard le [1 15 novembre]1. [1 La Cour des comptes fait part à l'intéressé, par lettre recommandée, au plus tard le 30 novembre, de sa position définitive quant au caractère complet et exact de la liste ainsi que du montant envisagé de l'amende administrative et de la possibilité d'introduire un recours.]1
  § 2. [1 Si la Cour des comptes conclut qu'une personne est assujettie à la loi spéciale du 2 mai 1995 ou à la présente loi, ou lui a fait parvenir une déclaration ou liste incomplète ou inexacte, ou condamne une personne à une amende administrative visée à l'article 7 de la loi spéciale du 2 mai 1995, cette personne peut s'adresser, par lettre recommandée, au parlement de la communauté ou de la région concernée, au plus tard le 15 décembre, pour entendre dire soit qu'elle n'est pas soumise à la loi spéciale du 2 mai 1995 ou à la présente loi, soit que sa déclaration ou liste est complète et exacte.]1
  L'affaire est examinée par une commission de suivi désignée en son sein par le (parlement) concerné. La commission statue [1 sur la recevabilité et sur le bien-fondé du recours]1 sans recours. Copie de sa décision est communiquée à la Cour des comptes et à la personne intéressée par les services du (parlement) concerné, au plus tard le [1 31 décembre]1.<L 2006-03-27/33, art. 21, 002; En vigueur : 21-04-2006>
  Si une personne est membre de plus d'une assemblée législative, l'affaire est examinée par la commission de suivi de l'assemblée dont elle fait partie en qualité d'élu direct.
  § 3. La liste définitive des mandats, fonctions et professions et la liste définitive des personnes n'ayant pas fait parvenir la liste visée à l'article 2 de la loi spéciale du 2 mai 1995 ou la déclaration visée à l'article 3 de la même loi spéciale sont arrêtées par la Cour des comptes le [1 15 janvier]1 au plus tard [2 ...]2. [1 Les deux listes sont publiées [2 ...]2 sur le site web de la Cour des comptes au plus tard le 15 février.]1
  
Art. 8. § 1. Indien een persoon die onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, na de bekendmaking van de lijsten van mandaten, ambten en beroepen [2 ...]2, tussen de gepubliceerde lijst en de lijst die hij aan het Rekenhof heeft meegedeeld, een verschil vaststelt dat niet het gevolg is van de toepassing van artikel 7, § 1, tweede lid, richt hij een [1 ...]1 verbetering aan het Rekenhof, dat ervoor zorgt dat de verbetering [2 ...]2 [1 op de website van het Rekenhof]1 wordt bekendgemaakt.
  § 2. Indien een persoon die onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, na de bekendmaking van de lijsten van mandaten, ambten en beroepen [2 ...]2 [1 op de website van het Rekenhof]1 vaststelt dat de lijst die hij aan het Rekenhof heeft meegedeeld onvolledig of onjuist is, richt hij een [1 ...]1 verbetering aan het Rekenhof.
  Indien het Hof, op basis van de inlichtingen die hem overeenkomstig artikel 6 zijn meegedeeld of op basis van enige andere informatie die het zou ontvangen, de voorgestelde verbetering betwist, deelt het dat bij aangetekende brief mee aan de belanghebbende.
  Indien deze van mening is dat zijn verbetering juist is, kan hij binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief van het Rekenhof het in artikel 7, § 2, bepaalde orgaan bij aangetekende brief vragen zich uit te spreken over de juistheid van de verbetering. Een afschrift van de beslissing van dat orgaan wordt, uiterlijk een maand na ontvangst van de aangetekende brief van de auteur van de correctie, aan het Rekenhof en aan de belanghebbende meegedeeld door de diensten (van het betrokken parlement). Deze termijnen worden tijdens het parlementair reces geschorst. <W 2006-03-27/33, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Op het einde van de procedure zorgt het Hof, in voorkomend geval, voor de bekendmaking van de verbetering [2 ...]2 [1 op de website van het Rekenhof]1.
  § 3. Indien het Rekenhof, na de bekendmaking van de lijsten van mandaten, ambten en beroepen [2 ...]2, [1 op de website van het Rekenhof]1 informatie ontvangt waarin erop wordt gewezen dat een aangifte onvolledig of onjuist is of dat een persoon die onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, niet voorkomt op de lijsten die [2 ...]2 [1 op de website van het Rekenhof]1 zijn bekendgemaakt, onderzoekt het Hof of die informatie juist is. Acht het Hof de informatie gegrond, dan deelt het aan de belanghebbende bij aangetekende brief mee dat een verbetering op de lijsten bekendgemaakt zal worden.
  Indien de belanghebbende meent dat de bekendgemaakte lijst volledig en juist is of indien hij meent niet onderworpen te zijn aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, kan hij binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief van het Rekenhof het in artikel 7, § 2, bepaalde orgaan bij aangetekende brief verzoeken te verklaren hetzij dat zijn aangifte volledig en juist is, hetzij dat hij niet onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995. Een afschrift van de beslissing van dat orgaan wordt, uiterlijk een maand na ontvangst van de aangetekende brief van de belanghebbende aan het Rekenhof en aan de belanghebbende meegedeeld door de diensten (van het betrokken parlement). Deze termijnen worden tijdens het parlementair reces geschorst. <W 2006-03-27/33, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Op het einde van de procedure zorgt het Hof, in voorkomend geval, voor de bekendmaking van de verbetering [2 ...]2 [1 op de website van het Rekenhof]1.
  
Art. 8. § 1er. Si une personne assujettie à la loi spéciale du 2 mai 1995 constate, après publication des listes des mandats, fonctions et professions [2 ...]2, une différence entre la liste publiée et la liste qu'il a adressée à la Cour des comptes, qui ne résulte pas de l'application de l'article 7, § 1er, alinéa 2, il adresse une correction [1 ...]1 à la Cour des comptes qui s'assure de la publication de la correction [2 ...]2 [1 sur le site web de la Cour des comptes]1.
  § 2. Si une personne assujettie à la loi spéciale du 2 mai 1995 constate, après publication des listes des mandats, fonctions et professions [2 ...]2 [1 sur le site web de la Cour des comptes]1, que la liste qu'il a communiquée à la Cour des comptes est incomplète ou inexacte, il adresse une correction [1 ...]1 à la Cour des comptes.
  Si la Cour est amenée à contester la correction suggérée au vu des informations qui lui sont communiquées conformément à l'article 6 ou de toute autre information qui lui parviendrait, elle en fait part à l'intéressé par lettre recommandée.
  Si celui-ci estime que sa correction est exacte, il peut s'adresser par lettre recommandée, dans les quinze jours de l'envoi de la lettre recommandée de la Cour des comptes, à l'organe prévu à l'article 7, § 2, pour que cet organe se prononce sur la validité de la correction. Copie de la décision de cet organe est communiquée à la Cour des comptes et à la personne intéressée par les services du (parlement) concerné, au plus tard un mois après la réception de la lettre recommandée de l'auteur de la correction. Ces délais sont suspendus pendant les vacances parlementaires. <L 2006-03-27/33, art. 22, 002; En vigueur : 21-04-2006>
  A l'issue de la procédure, la Cour s'assure, s'il y a lieu, de la publication de la correction [2 ...]2 [1 sur le site web de la Cour des comptes]1.
  § 3. Si, après publication des listes des mandats, fonctions et professions [2 ...]2 [1 sur le site web de la Cour des comptes]1, une information parvient à la Cour des comptes, signalant le caractère incomplet ou inexact d'une déclaration ou le fait qu'une personne assujettie à la loi spéciale du 2 mai 1995 ne figure pas dans les listes publiées [2 ...]2 [1 sur le site web de la Cour des comptes]1, la Cour examine la validité de l'information. Si elle estime celle-ci fondée, elle fait part à la personne intéressée, par lettre recommandée, de sa volonté de publier une correction aux listes.
  Si la personne intéressée estime que la liste publiée est complète et exacte ou si elle estime n'être pas assujettie à la loi spéciale du 2 mai 1995, elle peut s'adresser par lettre recommandée, dans les quinze jours de l'envoi de la lettre recommandée de la Cour des comptes, à l'organe prévu à l'article 7, § 2, pour entendre dire soit qu'elle n'est pas soumise à la loi spéciale du 2 mai 1995 soit que sa déclaration est complète et exacte. Copie de la décision de cet organe est communiquée à la Cour des comptes et à la personne intéressée par les services du (parlement) concerné, au plus tard un mois après la réception de la lettre recommandée de la personne intéressée. Ces délais sont suspendus pendant les vacances parlementaires. <L 2006-03-27/33, art. 22, 002; En vigueur : 21-04-2006>
  A l'issue de la procédure, la Cour s'assure, s'il y a lieu, de la publication de la correction [2 ...]2 [1 sur le site web de la Cour des comptes]1.
  
Art.8/1. [1 Het Rekenhof stelt met inachtneming van de artikelen 2, 5, 6 en 8, § 1, en § 2, eerste lid, de aard en de structuur vast van de daarin bepaalde mededelingen, die langs elektronische weg worden ingediend.]1
  
Art.8/1. [1 La Cour des comptes définit, dans le respect des articles 2, 5, 6 et 8, § 1er, et § 2, alinéa 1er, la nature et la structure des communications y précisées qui sont introduites par voie électronique.]1
  
Art. 9. [1 Bij het verstrijken van de in artikel 3, § 5, van de bijzondere wet van 2 mei 1995 bedoelde termijn van vijf jaar, vernietigt het Rekenhof, met inachtneming van artikel 3, § 3, van dezelfde bijzondere wet, de in artikel 3, § 1, van dezelfde bijzondere wet bedoelde vermogensaangiften.]1
  
Art. 9. [1 A l'expiration du délai de cinq ans visé à l'article 3, § 5, de la loi spéciale du 2 mai 1995, la Cour des comptes détruit, conformément à l'article 3, § 3, de la même loi spéciale, les déclarations de patrimoine visées à l'article 3, § 1er, de la même loi spéciale.]1
  
Art. 10. [1 de in artikel 3, § 1,]1 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 bedoelde aangiften mogen alleen worden gebruikt in het kader van het strafrechtelijk onderzoek bedoeld in artikel 3, § 4, van diezelfde bijzondere wet.
  
Art. 10. Les déclarations prévues [1 à l'article 3, § 1er,]1 de la loi spéciale du 2 mai 1995 ne peuvent être utilisées que dans le cadre de l'instruction pénale visée à l'article 3, § 4, de la même loi spéciale.
  
Art. 12. In artikel 1 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 3 wordt aangevuld als volgt :
  "Voor de toepassing van deze bijzondere wet wordt onder ambtenaren-generaal verstaan de ambtenaren bekleed met een van de graden van de rangen 16 en 17 of een daarmee gelijkwaardige rang; in de instellingen waarover de gemeenschappen of de gewesten het toezicht uitoefenen en waarin geen enkele persoon de titel van administrateur-generaal voert, is de wet van toepassing op de leidend ambtenaar";
  2° punt 4 wordt vervangen als volgt :
  " 4. de leden van de raden van bestuur en de directiecomités van de intercommunale en interprovinciale verenigingen; ";
  3° punt 5 wordt aangevuld met de woorden ", en met inbegrip van de regeringscommissarissen".
Art. 12. A l'article 1er de la loi spéciale du 2 mai 1995, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 3 est complété comme suit :
  "Pour l'application de la présente loi spéciale, on entend par fonctionnaires généraux, les agents revêtus de l'un des grades des rangs 16 et 17 ou d'un rang équivalent; dans les organismes d'intérêt public sur lesquels les communautés ou les régions exercent la tutelle et dans lesquelles personne n'est revêtu du titre d'administrateur général, la loi s'applique au fonctionnaire dirigeant";
  2° le point 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " 4. membres des conseils d'administration et des comités de direction des intercommunales et des interprovinciales; ";
  3° le point 5 est complété par les mots ", et y compris les commissaires du gouvernement".
Art. 13. Artikel 2, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet van 2 mei 1995 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De personen die in de loop van een jaar een in artikel 1 bedoeld ambt of mandaat uitoefenen, dienen vóór 1 april van het daaropvolgende jaar een schriftelijke aangifte in waarin ze melding maken van alle mandaten, leidende ambten of beroepen, van welke aard ook, die ze tijdens het eerstbedoelde jaar hebben uitgeoefend, zowel in de overheidssector als voor rekening van enige andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, feitelijke instelling of vereniging die in België of in het buitenland gevestigd is. "
Art. 13. L'article 2, § 1er, alinéa 1er, de la loi spéciale du 2 mai 1995 est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les personnes qui exercent au cours d'une année une des fonctions ou un des mandats visés à l'article 1er déposent avant le 1er avril de l'année suivante une déclaration écrite dans laquelle elles mentionnent tous les mandats, fonctions dirigeantes ou professions, quelle qu'en soit la nature, qu'elles ont exercés au cours de l'année citée en premier lieu, tant dans le secteur public que pour le compte de toute personne physique ou morale, de tout organisme ou association de fait, établis en Belgique ou à l'étranger. "
Art. 14. In artikel 3 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, wordt het woord "verzegelde" vervangen door het woord "gesloten";
  2° in § 1, eerste lid, worden tussen de woorden "een vermogensaangifte" en het woord "in" ingevoegd de woorden "betreffende de staat van hun vermogen op de dag van hun ambtsaanvaarding";
  3° § 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende volzin :
  " Deze aangifte heeft betrekking op de staat van hun vermogen op de dag van het verstrijken van het mandaat of op de dag van het ontslag. ";
  4° § 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende volzin :
  " Deze aangifte heeft betrekking op de staat van hun vermogen op de dag waarop de in de voorgaande zin bedoelde periode is verstreken. ";
  5° in § 3 wordt het woord "verzegelde" vervangen door het woord "gesloten";
  6° § 3 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  " De personeelsleden van het Rekenhof en elke bewaarder of houder van de vermogensaangifte zijn gehouden tot het beroepsgeheim, zoals bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek. ";
  7° in § 5 vervallen de woorden "Na het overlijden of";
  8° er wordt een § 6 toegevoegd, luidende :
  " § 6. De in de §§ 1 en 2 bedoelde vermogensaangiften van overleden personen worden vernietigd na verloop van een periode van een maand te rekenen van de dag van het overlijden. "
Art. 14. A l'article 3 de la loi spéciale du 2 mai 1995 sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa 1er, le mot "scellé" est remplacé par le mot "fermé";
  2° au § 1er, alinéa 1er, les mots "relative à l'état de leur patrimoine au jour de leur entrée en fonction" sont insérés entre les mots "une déclaration de patrimoine" et les mots "certifiée sur l'honneur exacte et sincère";
  3° le § 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Cette déclaration est relative à l'état de leur patrimoine au jour de l'expiration du mandat ou de la démission. ";
  4° le § 2, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
  " Cette déclaration est relative à l'état de leur patrimoine au jour de l'expiration de la période de cinq ans visée à la phrase précédente. ";
  5° au § 3, le mot "scellé" est remplacé par le mot "fermé";
  6° le § 3 est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Les membres du personnel de la Cour des comptes et tout dépositaire ou détenteur de la déclaration de patrimoine sont tenus au secret professionnel, conformément à l'article 458 du Code pénal. ";
  7° au § 5, les mots "Après le décès ou" sont supprimés;
  8° il est ajouté un § 6, libellé comme suit :
  " § 6. Les déclarations de patrimoine visées aux §§ 1er et 2 de personnes décédées sont détruites à l'expiration d'un délai d'un mois à dater du décès. "
Art. 15. Deze bijzondere wet treedt in werking op de eerste dag van de zevende maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 15. La présente loi spéciale entre en vigueur le premier jour du septième mois qui suit celui au cours duquel elle aura été publiée au Moniteur belge.