Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 JANUARI 1974. - Europees Verdrag betreffende de niet-toepasselijkheid van verjaring terzake van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.
Titre
25 JANVIER 1974. - Convention européenne sur l'imprescriptibilité des crimes contre l'humanité et des crimes de guerre.
Inhoud
Inhoud
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Iedere Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe de noodzakelijke maatregelen te nemen om te verzekeren, dat het recht van vervolging van de volgende strafbare feiten of van tenuitvoerlegging van terzake opgelegde straffen niet verjaart, voor zover deze krachtens zijn nationale wetgeving strafbaar zijn :
  1. de misdrijven tegen de menselijkheid, omschreven in het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, dat op 9 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is aanvaard;
  2. a) de inbreuken, vermeld in artikel 50 van het Verdrag van Genève van 1949 voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, in artikel 51 van het Verdrag van Genève van 1949 voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee, in artikel 130 van het Verdrag van Genève van 1949 betreffende de behandeling van krijgsgevangenen en in artikel 147 van het Verdrag van Genève van 1949 betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd,
  b) alle vergelijkbare schendingen van de wetten van de oorlog die ten tijde van de inwerkingtreding van dit Verdrag van kracht zijn en van de gebruiken van de oorlog die te dien tijde bestaan, voor zover die niet reeds door de bovenvermelde bepalingen van de Verdragen van Genève worden bestreken,
  indien de desbetreffende schending buitengewoon ernstig is, gelet op hetzij de feitelijke omstandigheden en de mate van opzet, hetzij de omvang van de voorzienbare gevolgen daarvan;
  3. alle andere schendingen van de wetten of gebruiken van het volkenrecht, zoals dat in de toekomst tot stand zal komen, die door de betrokken Verdragsluitende Staat blijkens een overeenkomstig artikel 6 afgelegde verklaring worden beschouwd als van soortgelijke aard als die bedoeld in het eerste en het tweede lid van dit artikel.
Article 1er. Tout Etat contractant s'engage à prendre les mesures nécessaires afin que la prescription soit inapplicable à la poursuite des infractions suivantes et à l'exécution des peines prononcées pour de telles infractions, pour autant qu'elles sont punissables dans sa législation nationale :
  1. les crimes contre l'humanité prévus par la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide, adoptée le 9 décembre 1948 par l'Assemblée générale des Nations Unies;
  2. a) les infractions prévues aux articles 50 de la Convention de Genève de 1949 pour l'amélioration du sort des blessés et des malades dans les forces armées en campagne, 51 de la Convention de Genève de 1949 pour l'amélioration du sort des blessés, des malades et des naufragés des forces armées sur mer, 130 de la Convention de Genève de 1949 relative au traitement des prisonniers de guerre et 147 de la Convention de Genève de 1949 relative à la protection des personnes civiles en temps de guerre,
  b) toutes violations analogues des lois de la guerre en vigueur lors de l'entrée en application de la présente Convention et des coutumes de la guerre existant à ce moment, qui ne sont pas déjà prévues par les dispositions susvisées des Conventions de Genève,
  lorsque l'infraction considérée en l'espèce revêt une particulière gravité, soit en raison de ses éléments matériels et intentionnels, soit en raison de l'étendue de ses conséquences prévisibles;
  3. toutes autres infractions aux lois et coutumes du droit international tel qu'il sera établi à l'avenir, considérées par l'Etat contractant intéressé, aux termes d'une déclaration faite conformément à l'article 6, comme étant de nature analogue à celles prévues aux paragraphes 1 ou 2 du présent article.
Art. 2. 1. Dit Verdrag is van toepassing op strafbare feiten begaan na de inwerkingtreding daarvan voor de desbetreffende Verdragsluitende Staat.
  2. Het is tevens van toepassing op misdrijven begaan vóór een zodanige inwerkingtreding, in de gevallen waarin de verjaringstermijn op dat moment nog niet is verlopen.
Art. 2. 1. Dans chaque Etat contractant, la présente Convention s'applique aux infractions commises après son entrée en vigueur à l'égard de cet Etat.
  2. Elle s'applique également aux infractions commises avant cette entrée en vigueur dans les cas où le délai de prescription n'est pas encore venu à expiration à cette date.
Art. 3. 1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lid-Staten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd of aanvaard. De akten van bekrachtiging of aanvaarding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
  2. Het Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging of aanvaarding.
  3. Voor elke ondertekenende Staat die het daarna bekrachtigt of aanvaardt, treedt het Verdrag in werking drie maanden na de datum van neerlegging van zijn akte van bekrachtiging of aanvaarding.
Art. 3. 1. La présente Convention est ouverte à la signature des Etats membres du Conseil de l'Europe. Elle sera ratifiée ou acceptée. Les instruments de ratification ou d'acceptation seront déposés près le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe.
  2. La Convention entrera en vigueur trois mois après la date du dépôt du troisième instrument de ratification ou d'acceptation.
  3. Elle entrera en vigueur à l'égard de tout Etat signataire qui la ratifiera ou l'acceptera ultérieurement, trois mois après la date du dépôt de son instrument de ratification ou d'acceptation.
Art. 4. 1. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa iedere Staat die geen lid is van de Raad uitnodigen toe te treden tot dit Verdrag, mits de resolutie betreffende deze uitnodiging unaniem is goedgekeurd door de Leden van de Raad die het Verdrag hebben bekrachtigd.
  2. Toetreding geschiedt door neerlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding die van kracht wordt drie maanden na de datum van neerlegging.
Art. 4. 1. Après l'entrée en vigueur de la présente Convention, le Comité des Ministres du Conseil de l'Europe pourra inviter tout Etat non membre du Conseil de l'Europe à adhérer à la présente Convention. La résolution concernant cette invitation devra recevoir l'accord unanime des membres du Conseil ayant ratifié la Convention.
  2. L'adhésion s'effectuera par le dépôt, près le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe, d'un instrument d'adhésion qui prendra effet trois mois après la date de son dépôt.
Art. 5. 1. Een Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit Verdrag van toepassing is.
  2. Een Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk later tijdstip door middel van een verklaring, gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied, voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor het welk hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.
  3. Verklaringen afgelegd krachtens het voorgaande lid kunnen, wat betreft een grondgebied dat is aangewezen in deze verklaring, onder de in artikel 7 van dit Verdrag genoemde voorwaarden worden ingetrokken.
Art. 5. 1. Tout Etat peut, au moment de la signature ou au moment du dépôt de son instrument de ratification, d'acceptation ou d'adhésion, désigner le ou les territoires auxquels s'applique la présente Convention.
  2. Tout Etat peut, au moment du dépôt de son instrument de ratification, d'acceptation ou d'adhésion ou à tout autre moment par la suite, étendre l'application de la présente Convention, par déclaration adressée au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe, à tout autre territoire désigné dans la déclaration et dont il assure les relations internationales ou pour lequel il est habilité à stipuler.
  3. Toute déclaration faite en vertu du paragraphe précédent pourra être retirée, en ce qui concerne tout territoire désigné dans cette déclaration, aux conditions prévues à l'article 7 de la présente Convention.
Art. 6. 1. Een Verdragsluitende Staat kan op ieder tijdstip door middel van een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, dit Verdrag uitbreiden tot de schendingen, bedoeld in artikel 1, derde lid, van dit Verdrag.
  2. Verklaringen afgelegd krachtens het voorgaande lid kunnen onder de in artikel 7 van dit Verdrag genoemde voorwaarden worden ingetrokken.
Art. 6. 1. Tout Etat contractant peut, à tout moment, par déclaration adressée au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe, étendre l'application de la présente Convention aux infractions prévues à l'article 1, paragraphe 3, de la présente Convention.
  2. Toute déclaration faite en vertu du paragraphe précédent pourra être retirée aux conditions prévues à l'article 7 de la présente Convention.
Art. 7. 1. Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht.
  2. Een Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag wat hem betreft opzeggen door een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te zenden.
  3. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Art. 7. 1. La présente Convention demeurera en vigueur sans limitation de durée.
  2. Tout Etat contractant pourra, en ce qui le concerne, dénoncer la présente Convention en adressant une notification au Secrétaire Général du Conseil de l'Europe.
  3. La dénonciation prendra effet six mois après la date de la réception de la notification par le Secrétaire Général.
Art. 8. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan de lid-Staten van de Raad en aan iedere Staat die is toegetreden tot dit Verdrag kennis van :
  a) ondertekeningen;
  b) nederlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding;
  c) data van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig artikel 3;
  d) verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 5 of 6;
  e) kennisgevingen ontvangen ingevolge het bepaalde in artikel 7 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.
  Gedaan te Straatsburg, op 25 januari 1974, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.
Art. 8. Le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe notifiera aux Etats membres du Conseil et à tout Etat ayant adhéré à la présente Convention :
  a) toute signature;
  b) le dépôt de tout instrument de ratification, d'acceptation ou d'adhésion;
  c) toute date d'entrée en vigueur de la présente Convention conformément à son article 3;
  d) toute déclaration reçue en application des articles 5 ou 6;
  e) toute notification reçue en application des dispositions de l'article 7 et la date à laquelle la dénonciation prendra effet.
  En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.
  Fait à Strasbourg, le 25 janvier 1974, en français et en anglais, les deux textes faisant également foi, en un seul exemplaire qui sera déposé dans les archives du Conseil de l'Europe. Le Secrétaire Général du Conseil de l'Europe en communiquera copie certifiée conforme à chacun des Etats signataires et adhérents.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. LIJST MET DE GEBONDEN STATEN.
Art. N. LISTE DES ETATS LIES.
                                             D : Declaratie
                                             T : Territoriale toepassing
  D : Declaration
  T : Appl. Territorial
   STATEN         ONDERTEKENING      BEKRACHTIGING      INWERKINGTREDING
     -                  -                  -                    -
  BELGIE         4 mei 1984         26 maart 2003       27 juni 2003, D.
  FRANKRIJK     25 januari 1974
  NEDERLAND      6 april 1979       25 november 1981    27 juni 2003, T/D
  ROEMENIE      20 november 1997     8 juni 2000        27 juni 2003
   ETATS           SIGNATURE          RATIFICATION      ENTREE EN VIGUEUR
     -                 -                   -                    -
  BELGIQUE       4 mai 1984         26 mars 2003        27 juin 2003, D
  FRANCE        25 janvier 1974
  PAYS-BAS       6 avril 1979       25 novembre 1981    27 juin 2003, D/T
  ROUMANIE      20 novembre 1997     8 juin 2000        27 juin 2003
  België heeft de volgende verklaring neergelegd :
  " De Regering van het Koninkrijk België verklaart dat artikel 2 van het Verdrag iedere regel van internationaal recht die België bindt en ieder Belgische wet die bepalingen met een ruimere draagwijdte bevat of kan bevatten onverlet laat. ".
  La Belgique a déposé la déclaration suivante :
  " Le Gouvernement du Royaume de Belgique précise que l'article 2 de la Convention est sans préjudice de toute règle de droit international liant la Belgique et de toute loi belge qui contient ou peut contenir des dispositions de portée plus large. ".