Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 DECEMBER 2000. - Decreet houdende diverse bepalingen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-01-2001 en tekstbijwerking tot 26-03-2012)
Titre
8 DECEMBRE 2000. - Décret contenant diverses dispositions (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-01-2001 et mise à jour au 26-03-2012)
Dokumentinformationen
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
HOOFDSTUK II. - Erfpacht.
HOOFDSTUK III. - Vlaamse Landmaatschappij (VLM).
HOOFDSTUK IV. - Erosiebestrijdingsmiddelen.
HOOFDSTUK V. - Waterwegen.
Afdeling I. - (Agentschap Waterwegen en Zeekana...
Afdeling II. - (Agentschap De Scheepvaart.)
Afdeling III. - Waterwegen.
HOOFDSTUK VI. - Vlaamse openbare instellingen.
HOOFDSTUK VII. - Vlaamse Vervoersmaatschappij -...
HOOFDSTUK VIII. - Tewerkstelling.
HOOFDSTUK IX. - Ruimtelijke ordening.
HOOFDSTUK X. - Evenwichtige vertegenwoordiging.
HOOFDSTUK XI. - Landschappen.
HOOFDSTUK XII. - Interne Audit.
HOOFDSTUK XIII. - BLOSO.
HOOFDSTUK XIV. - Huisvesting.
Afdeling I. - Tegemoetkomingen.
Afdeling II. - Sociale kredietmaatschappijen.
Afdeling III. - Publieke huursector.
Afdeling IV. - Kamerdecreet.
Afdeling V. - Vlabinvest.
Afdeling VI. - Huurdersbonden.
HOOFDSTUK XV. - N.V. PMV.
HOOFDSTUK XVI. - Meststoffendecreet.
HOOFDSTUK XVII. - Slot- en overgangsbepalingen.
Inhoud
CHAPITRE I. - Disposition générale.
CHAPITRE II. - Emphytéose.
CHAPITRE III. - " Vlaamse Landmaatschappij (VLM...
CHAPITRE IV. - Mesures de lutte contre l'érosion.
CHAPITRE V. - Voies d'eau.
Section I. - (" Agentschap Waterwegen en Zeekan...
Section II. - (" Agentschap De Scheepvaart " (A...
Section III. - Voies d'eau.
CHAPITRE VI. - Organismes publics flamands.
CHAPITRE VII. - " Vlaamse Vervoersmaatschappij ...
CHAPITRE VIII. - Emploi.
CHAPITRE IX. - Aménagement du territoire.
CHAPITRE X. - Représentation équilibrée.
CHAPITRE XI. - Sites.
CHAPITRE XII. - Audit interne.
CHAPITRE XIII. - BLOSO.
CHAPITRE XIV. - Logement.
Section I. - Interventions.
Section II. - Institutions de crédit sociales.
Section III. - Secteur locatif public.
Section IV. - Décret sur les chambres.
Section V. - Vlabinvest.
Section VI. - Syndicats des locataires.
CHAPITRE XV. - S.A. PMV.
CHAPITRE XVI. - Décret sur les engrais.
CHAPITRE XVII. - Dispositions transitoires et f...
Tekst (88)
Texte (88)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Dit decreet regelt gewest- en gemeenschapsaangelegenheden.
Article 1. Le présent décret règle une matière régionale et communautaire.
HOOFDSTUK II. - Erfpacht.
CHAPITRE II. - Emphytéose.
Art. 2. In artikel 16, van het decreet van 8 december 1998 houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begrotingscontrole 1998, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om het erfpachtrecht van het Vlaamse Gewest in de onroerende goederen gelegen te Mechelen, 3de afdeling 729k5 (voorheen 729f), 731a, 730, 726, 725, 733 en 724, genaamd " Geerdegembroek " tegen een symbolische canon van 1 frank te verlenen aan de N.V. Technopolis. ".
" De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om het erfpachtrecht van het Vlaamse Gewest in de onroerende goederen gelegen te Mechelen, 3de afdeling 729k5 (voorheen 729f), 731a, 730, 726, 725, 733 en 724, genaamd " Geerdegembroek " tegen een symbolische canon van 1 frank te verlenen aan de N.V. Technopolis. ".
Art. 2. Dans l'article 16 du décret du 8 décembre 1998 contenant diverses dispositions dans le cadre du contrôle budgétaire 1998, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Le Gouvernement flamand est autorisé à attribuer, à la " N.V. Technopolis ", le droit d'emphytéose de la Région flamande dans les biens immobiliers situés à Malines, 3ème division, 729k5 (auparavant : 729f), 731a, 730, 726, 725, 733 et 724, dénommés " Geerdegembroek ", moyennant le paiement d'une redevance symbolique de 1 franc. ".
" Le Gouvernement flamand est autorisé à attribuer, à la " N.V. Technopolis ", le droit d'emphytéose de la Région flamande dans les biens immobiliers situés à Malines, 3ème division, 729k5 (auparavant : 729f), 731a, 730, 726, 725, 733 et 724, dénommés " Geerdegembroek ", moyennant le paiement d'une redevance symbolique de 1 franc. ".
HOOFDSTUK III. - Vlaamse Landmaatschappij (VLM).
CHAPITRE III. - " Vlaamse Landmaatschappij (VLM) " (Société flamande terrienne).
Art. 3. In artikel 13, § 5, van het decreet van 21 december 1988 houdende de oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, wordt § 5, ingevoegd bij decreet van 22 november 1995, vervangen door wat volgt :
" § 5. De provincies, gemeenten, polders, wateringen, ruilverkavelingscomités en de door de Vlaamse Regering aan te wijzen publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen, mits hun instemming, door de Vlaamse Regering belast worden met de uitvoering van het landinrichtingsplan of gedeelten ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de tussenkomst van het Gewest in de kostprijs van de door de in het eerste lid vermelde instellingen en besturen uitgevoerde werken. ".
" § 5. De provincies, gemeenten, polders, wateringen, ruilverkavelingscomités en de door de Vlaamse Regering aan te wijzen publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen, mits hun instemming, door de Vlaamse Regering belast worden met de uitvoering van het landinrichtingsplan of gedeelten ervan.
De Vlaamse Regering bepaalt de tussenkomst van het Gewest in de kostprijs van de door de in het eerste lid vermelde instellingen en besturen uitgevoerde werken. ".
Art. 3. Dans l'article 13, § 5, du décret du 21 décembre 1988 portant création de la " Vlaamse Landmaatschappij ", le § 5, inséré par le décret du 22 novembre 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Les provinces, communes, polders, wateringues, comités de remembrement et les personnes morales de droit public à désigner par le Gouvernement flamand peuvent, s'ils y consentent, être chargés par le Gouvernement flamand de l'exécution du plan de rénovation rurale ou de certaines parties de celui-ci.
Le Gouvernement flamand détermine l'intervention de la Région dans le coût des travaux effectués par les institutions et administrations citées au premier alinéa. ".
" § 5. Les provinces, communes, polders, wateringues, comités de remembrement et les personnes morales de droit public à désigner par le Gouvernement flamand peuvent, s'ils y consentent, être chargés par le Gouvernement flamand de l'exécution du plan de rénovation rurale ou de certaines parties de celui-ci.
Le Gouvernement flamand détermine l'intervention de la Région dans le coût des travaux effectués par les institutions et administrations citées au premier alinéa. ".
HOOFDSTUK IV. - Erosiebestrijdingsmiddelen.
CHAPITRE IV. - Mesures de lutte contre l'érosion.
Art. 4. Afhankelijk van de beschikbare begrotingskredieten voorziet de Vlaamse Regering in een steunregeling tot aanmoediging van de toepassing door landbouwers van erosiebestrijdingsmaatregelen op landbouwgronden.
De Vlaamse Regering bepaalt de aard, de inhoud en de toepassing van deze steunregeling evenals de aanvraagprocedure voor de steun.
De Vlaamse Regering bepaalt de aard, de inhoud en de toepassing van deze steunregeling evenals de aanvraagprocedure voor de steun.
Art. 4. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement flamand prévoit un régime d'aide visant à encourager l'application de mesures de lutte contre l'érosion par les agriculteurs sur leurs terres agricoles.
Le Gouvernement flamand détermine la nature, le contenu et l'application de ce régime d'aide, ainsi que sa procédure de demande.
Le Gouvernement flamand détermine la nature, le contenu et l'application de ce régime d'aide, ainsi que sa procédure de demande.
HOOFDSTUK V. - Waterwegen.
CHAPITRE V. - Voies d'eau.
Afdeling I. - (Agentschap Waterwegen en Zeekanaal.)
Section I. - (" Agentschap Waterwegen en Zeekanaal " (Agence des Voies navigables et du Canal maritime))
Art. 5. In artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen, worden, tussen de woorden " Kanaal Brussel-Schelde " en de woorden " zoals door de Vlaamse Regering ", de woorden " van het Kanaal Leuven-Dijle en van het Kanaal naar Charleroi " ingevoegd.
Art. 5. Dans l'article 5, § 1er, premier alinéa, 1°, du décret du 4 mai 1994 relatif à la société anonyme " Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen ", il est inséré, entre les mots " Canal Bruxelles-Escaut " et les mots " tel qu'il sera défini par un arrêté ", les mots " du Canal Louvain-Dyle et du Canal vers Charleroi ".
Art. 6. In artikel 18, § 3, van hetzelfde decreet, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
" De aldus tot stand gebrachte infrastructuur wordt eigendom van de naamloze vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen, dit vanaf het ogenblik van de oprichting van de vennootschap. ".
" De aldus tot stand gebrachte infrastructuur wordt eigendom van de naamloze vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen, dit vanaf het ogenblik van de oprichting van de vennootschap. ".
Art. 6. Dans l'article 18, § 3, du même décret, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Les infrastructures ainsi réalisées deviendront la propriété de la société anonyme " Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen " et ce, à partir de la création de la société. ".
" Les infrastructures ainsi réalisées deviendront la propriété de la société anonyme " Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen " et ce, à partir de la création de la société. ".
Art. 7. De Vlaamse Regering kan, onder nader vast te stellen regels en bepalingen, eenmalig de personeelsleden van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, in de mate dat zij verbonden zijn aan het Kanaal Leuven-Dijle en het Kanaal naar Charleroi, het recht geven om binnen een vooraf vast te stellen tijdspanne te worden overgedragen naar (het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal), met behoud van de hen reglementair toegekende rechten.
Art. 7. Le Gouvernement flamand peut, conformément aux règles et dispositions à définir, accorder le droit aux membres du personnel du Ministère de la Communauté flamande, dans la mesure où ils sont attachés au Canal Louvain-Dyle ou au Canal vers Charleroi, à être transférés, dans un délai à impartir au préalable, à la S.A. (" Agentschap Waterwegen en Zeekanaal " (Agence des Voies navigables et du Canal maritime)) avec maintien des droits qui leur ont été conférés réglementairement.
Afdeling II. - (Agentschap De Scheepvaart.)
Section II. - (" Agentschap De Scheepvaart " (Agence de la Navigation))
Art. 8. De infrastructuurwerken, die (het Agentschap De Scheepvaart) op de door hem beheerde waterwegen en hun aanhorigheden uitvoert krachtens het mandaat dat aan hem of zijn administrateur-generaal wordt verleend ter uitvoering van een decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap, worden met ingang van 1 januari 1999 eigendom van de Dienst voor de Scheepvaart.
Art. 8. Les travaux d'infrastructure entrepris par (" het Agentschap De Scheepvaart " (Agence de la Navigation)) sur les voies d'eau et leurs dépendances, dont il a la gestion en vertu du mandat qui a été conféré à lui ou à son administrateur général en exécution d'un décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande, deviennent la propriété de (" het Agentschap de Scheepvaart " (Agence de la Navigation)) à partir du 1er janvier 1999.
Afdeling III. - Waterwegen.
Section III. - Voies d'eau.
Art. 9. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren van (het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal, het Agentschap De Scheepvaart, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken) aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van de tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behorende regels inzake waterwegen en hun aanhorigheden, onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie.
De Vlaamse Regering kan de hoedanigheid van officier of agent van de gerechtelijke politie toekennen aan de beëdigde ambtenaren van (het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal, het Agentschap De Scheepvaart, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken).
De bevoegde ambtenaren stellen de overtredingen vast bij proces-verbaal, dat bewijskracht heeft tot bewijs van het tegendeel.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast betreffende de scheepvaartberichten.
De Vlaamse Regering kan de hoedanigheid van officier of agent van de gerechtelijke politie toekennen aan de beëdigde ambtenaren van (het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal, het Agentschap De Scheepvaart, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken).
De bevoegde ambtenaren stellen de overtredingen vast bij proces-verbaal, dat bewijskracht heeft tot bewijs van het tegendeel.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast betreffende de scheepvaartberichten.
Art. 9. Le Gouvernement flamand désigne les fonctionnaires de (l'Agence "Waterwegen en Zeekanaal" (Voies navigables et Canal maritime), l'Agence "De Scheepvaart" (la Navigation), l'Agence "Maritieme Dienstverlening en Kust" (Agence de la Prestation de Services maritimes et de la Côte) et le Département de la Mobilité et des Travaux publics) qui veillent au respect des règles en matière de voies d'eau et leurs dépendances qui relèvent de la compétence de la Région flamande, sans préjudice des obligations des officiers de la police judiciaire.
Le Gouvernement flamand peut conférer la qualité d'officier ou d'agent de la police judiciaire aux fonctionnaires assermentés (de l'Agence "Waterwegen en Zeekanaal", de l'Agence "De Scheepvaart", de l'Agence "Maritieme Dienstverlening en Kust" et du Département de la Mobilité et des Travaux publics).
Les fonctionnaires compétents constatent les infractions par voie de procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux avis à la navigation.
Le Gouvernement flamand peut conférer la qualité d'officier ou d'agent de la police judiciaire aux fonctionnaires assermentés (de l'Agence "Waterwegen en Zeekanaal", de l'Agence "De Scheepvaart", de l'Agence "Maritieme Dienstverlening en Kust" et du Département de la Mobilité et des Travaux publics).
Les fonctionnaires compétents constatent les infractions par voie de procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux avis à la navigation.
HOOFDSTUK VI. - Vlaamse openbare instellingen.
CHAPITRE VI. - Organismes publics flamands.
Art. 10. De hierna genoemde instellingen, gerangschikt onder de instellingen van categorie A vermeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle van sommige instellingen van openbaar nut, moeten een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering opmaken, zoals bepaald in artikel 5 en 6 van het decreet van 8 juli 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1996 en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 1997 betreffende een geïntegreerde economische boekhouding en budgettaire rapportering :
1° het financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector (FIVA);
2° het Fonds Vlaanderen-Azië;
3° het Herplaatsingsfonds;
4° (...)
1° het financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector (FIVA);
2° het Fonds Vlaanderen-Azië;
3° het Herplaatsingsfonds;
4° (...)
Art. 10. Les organismes cités ci-après, classés parmi les organismes de la catégorie A dans l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, doivent tenir une comptabilité économique intégrée et établir des rapports budgétaires, comme il a été prévu par l'article 5 et 6 du décret du 8 juillet 1996 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 1996 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 1997 relatif à une comptabilité économique intégrée et au rapport budgétaire pour les organismes publics flamands :
1° le " financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector (FIVA)" (instrument de financement pour le secteur de la pêche et de l'aquiculture);
2° le " Fonds Vlaanderen-Azië " (Fonds Flandre-Asie);
3° le " Herplaatsingsfonds " (Fonds de réinsertion);
4° (...)
1° le " financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector (FIVA)" (instrument de financement pour le secteur de la pêche et de l'aquiculture);
2° le " Fonds Vlaanderen-Azië " (Fonds Flandre-Asie);
3° le " Herplaatsingsfonds " (Fonds de réinsertion);
4° (...)
Art. 11. In het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, wordt een Hoofdstuk IVbis, bestaande uit een artikel 21bis, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IVbis. - Strafbepalingen. ".
" Art. 21bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van zesentwintig frank tot tweeduizend frank of met één van die straffen alleen wordt gestraft, de persoon die aangesloten is bij een erkende Zorgkas en die weigert de bijdrage, bedoeld in artikel 13, eerste lid, 3°, te betalen na daartoe tweemaal te zijn aangemaand. ".
" HOOFDSTUK IVbis. - Strafbepalingen. ".
" Art. 21bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van zesentwintig frank tot tweeduizend frank of met één van die straffen alleen wordt gestraft, de persoon die aangesloten is bij een erkende Zorgkas en die weigert de bijdrage, bedoeld in artikel 13, eerste lid, 3°, te betalen na daartoe tweemaal te zijn aangemaand. ".
Art. 11. Dans le décret du 30 mars 1999 portant organisation de l'assurance soins, il est inséré un Chapitre IVbis consistant en un article 21bis, rédigé comme suit :
" CHAPITRE IVbis. - Dispositions pénales. ".
" Art. 21bis. Est punie d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six francs à deux mille francs ou de l'une de ces peines seulement, la personne affiliée à une Caisse d'assurance soins agréée et qui refuse de payer, après deux sommations, la cotisation visée à l'article 13, premier alinéa, 3°. ".
" CHAPITRE IVbis. - Dispositions pénales. ".
" Art. 21bis. Est punie d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six francs à deux mille francs ou de l'une de ces peines seulement, la personne affiliée à une Caisse d'assurance soins agréée et qui refuse de payer, après deux sommations, la cotisation visée à l'article 13, premier alinéa, 3°. ".
HOOFDSTUK VII. - Vlaamse Vervoersmaatschappij - VVM (De Lijn).
CHAPITRE VII. - " Vlaamse Vervoersmaatschappij - VVM (De Lijn) " (Société flamande des Transports).
Art. 12. Aan artikel 3, tweede lid, van het decreet van 31 juli 1990 tot oprichting van de Vlaamse Vervoermaatschappij, worden de volgende woorden toegevoegd : " hetzij vervoer te water ".
Art. 12. A l'article 3, deuxième alinéa, du décret du 31 juillet 1990 portant création de la " Vlaamse Vervoersmaatschappij ", sont ajoutés les mots suivants : " soit le transport par voie d'eau ".
Art. 13. In artikel 25 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° 6° wordt vervangen door wat volgt :
" 6° de wijze waarop de normen inzake de minimum te leveren dienstverlening, zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering, moeten worden gerealiseerd, met inbegrip van de aangelegenheden die niet decretaal werden vastgelegd; ";
2° een 7°, 8° en 9° worden toegevoegd, die luiden als volgt :
" 7° de duur van de beheersovereenkomst, die minimaal vijf jaar bedraagt;
8° de jaarlijkse rapportering van de geleverde diensten en de daarmee samenhangende afgelegde kilometers, uitgaven en ontvangsten;
9° de te leveren rapportering, teneinde de regels met betrekking tot de managementstoelage van de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering, te kunnen toepassen. ".
1° 6° wordt vervangen door wat volgt :
" 6° de wijze waarop de normen inzake de minimum te leveren dienstverlening, zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering, moeten worden gerealiseerd, met inbegrip van de aangelegenheden die niet decretaal werden vastgelegd; ";
2° een 7°, 8° en 9° worden toegevoegd, die luiden als volgt :
" 7° de duur van de beheersovereenkomst, die minimaal vijf jaar bedraagt;
8° de jaarlijkse rapportering van de geleverde diensten en de daarmee samenhangende afgelegde kilometers, uitgaven en ontvangsten;
9° de te leveren rapportering, teneinde de regels met betrekking tot de managementstoelage van de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering, te kunnen toepassen. ".
Art. 13. A l'article 25 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° le 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° du mode de réalisation des normes concernant le service minimum à assurer, prescrites par le Gouvernement flamand, y compris les questions non réglementées par voie de décret; ".
2° il est ajouté un 7°, 8° et 9°, rédigés comme suit :
" 7° de la durée du contrat de gestion qui est de cinq ans au moins;
8° du rapport annuel des services fournis et des kilomètres parcourus, dépenses et bénéfices y afférents;
9° des rapports à dresser, afin de pouvoir appliquer les règles concernant la prime managériale du directeur général et du directeur général adjoint, telle que fixée par le Gouvernement flamand. ".
1° le 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° du mode de réalisation des normes concernant le service minimum à assurer, prescrites par le Gouvernement flamand, y compris les questions non réglementées par voie de décret; ".
2° il est ajouté un 7°, 8° et 9°, rédigés comme suit :
" 7° de la durée du contrat de gestion qui est de cinq ans au moins;
8° du rapport annuel des services fournis et des kilomètres parcourus, dépenses et bénéfices y afférents;
9° des rapports à dresser, afin de pouvoir appliquer les règles concernant la prime managériale du directeur général et du directeur général adjoint, telle que fixée par le Gouvernement flamand. ".
HOOFDSTUK VIII. - Tewerkstelling.
CHAPITRE VIII. - Emploi.
Art. 14. De rechtsvorderingen wegens een onverschuldigde betaling, bedoeld in artikel 1376 van het burgerlijk Wetboek, in het kader van de programma's voor wedertewerkstelling bedoeld in artikel 6, § 1, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen verjaren vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.
Art. 14. Les actions en justice, en raison d'un paiement indu, visé à l'article 1376 du Code civil, dans le cadre des programmes de remise au travail, visés à l'article 6, § 1er, 2°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, se prescrivent par cinq ans suivant le fait dont l'action est née.
Art. 15. Artikel 11 van het decreet van 17 maart 1998 houdende diverse beleidsbepalingen wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 11. § 1. Er wordt een programma ter bevordering van de werkervaring opgezet.
§ 2. Het programma ter bevordering van de werkervaring heeft tot doel tijdelijke werkervaringsplaatsen in de niet-commerciële sector aan te moedigen door tegemoet te komen in de financiering ervan.
De in het eerste lid genoemde werkervaringsplaatsen zijn erop gericht de kansen op doorstroming naar het reguliere arbeidscircuit te bevorderen.
§ 3. De volgende organisaties kunnen werkzoekenden tewerkstellen in een tijdelijke werkervaringsplaats op voorwaarde dat ze de wettelijke verplichtingen inzake tewerkstelling en sociale zekerheid naleven :
1° a) de gemeenten, alsook de verenigingen, en agglomeraties en federaties van gemeenten, behalve als ze een economische finaliteit hebben, de aan de gemeenten ondergeschikte instellingen, de instellingen van openbaar nut die van die verenigingen, agglomeraties en federaties van gemeenten afhangen, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
b) de verenigingen zonder winstoogmerk voorzover de plaatselijke overheid een overwegende rol speelt in de oprichting of de leiding ervan;
2° de instellingen van openbaar nut en de verenigingen zonder winstgevend doel beheerst door de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, en die een sociaal, humanitair of cultureel doel nastreven;
3° a) het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap;
b) de door de Vlaamse Gemeenschap ingerichte, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstellingen;
c) de instellingen van openbaar nut die afhangen van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap;
4° de provincies, de verenigingen van provincies en de aan de provincie ondergeschikte instellingen;
5° de plaatselijke maatschappijen voor sociale woningen, de polders en wateringen en de kerkfabrieken.
§ 4. Aan de in § 3, 1° en 2° bedoelde organisaties kunnen contingenten van tijdelijke werkervaringsplaatsen worden toegewezen. Die organisaties waarborgen de begeleiding en de opleiding van de betrokken werkzoekenden en stellen die werkzoekenden ter beschikking van andere organisaties als bedoeld in § 3.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en modaliteiten van het programma ter bevordering van de werkervaring. ".
" Art. 11. § 1. Er wordt een programma ter bevordering van de werkervaring opgezet.
§ 2. Het programma ter bevordering van de werkervaring heeft tot doel tijdelijke werkervaringsplaatsen in de niet-commerciële sector aan te moedigen door tegemoet te komen in de financiering ervan.
De in het eerste lid genoemde werkervaringsplaatsen zijn erop gericht de kansen op doorstroming naar het reguliere arbeidscircuit te bevorderen.
§ 3. De volgende organisaties kunnen werkzoekenden tewerkstellen in een tijdelijke werkervaringsplaats op voorwaarde dat ze de wettelijke verplichtingen inzake tewerkstelling en sociale zekerheid naleven :
1° a) de gemeenten, alsook de verenigingen, en agglomeraties en federaties van gemeenten, behalve als ze een economische finaliteit hebben, de aan de gemeenten ondergeschikte instellingen, de instellingen van openbaar nut die van die verenigingen, agglomeraties en federaties van gemeenten afhangen, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
b) de verenigingen zonder winstoogmerk voorzover de plaatselijke overheid een overwegende rol speelt in de oprichting of de leiding ervan;
2° de instellingen van openbaar nut en de verenigingen zonder winstgevend doel beheerst door de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, en die een sociaal, humanitair of cultureel doel nastreven;
3° a) het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap;
b) de door de Vlaamse Gemeenschap ingerichte, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstellingen;
c) de instellingen van openbaar nut die afhangen van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap;
4° de provincies, de verenigingen van provincies en de aan de provincie ondergeschikte instellingen;
5° de plaatselijke maatschappijen voor sociale woningen, de polders en wateringen en de kerkfabrieken.
§ 4. Aan de in § 3, 1° en 2° bedoelde organisaties kunnen contingenten van tijdelijke werkervaringsplaatsen worden toegewezen. Die organisaties waarborgen de begeleiding en de opleiding van de betrokken werkzoekenden en stellen die werkzoekenden ter beschikking van andere organisaties als bedoeld in § 3.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en modaliteiten van het programma ter bevordering van de werkervaring. ".
Art. 15. L'article 11 du décret du 17 mars 1998 contenant diverses orientations politiques est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 11. § 1er. Il est créé un programme de promotion de l'expérience professionnelle.
§ 2. Le programme visant à promouvoir l'expérience professionnelle a pour but d'encourager les postes temporaires d'expérience professionnelle dans le secteur non marchand par le biais d'une intervention dans leur financement.
Les postes d'expérience professionnelle, cités au premier alinéa, visent à promouvoir les opportunités de passage vers des emplois réguliers.
§ 3. Les organisations suivantes peuvent mettre au travail des demandeurs d'emploi dans un poste temporaire d'expérience professionnelle à la condition qu'elles respectent les obligations légales en matière d'emploi et de sécurité sociale :
1° a) les communes, ainsi que les associations, les agglomérations et les fédérations des communes, sauf si elles ont une finalité économique, les institutions relevant des communes, les organismes d'intérêt public relevant de ces associations, agglomérations et fédérations des communes, les centres publics d'aide sociale, les associations des centres publics d'aide sociale;
b) les associations sans but lucratif dans la mesure où les pouvoirs locaux assument un rôle prépondérant dans leur création ou direction;
2° les établissements d'utilité publique et les associations sans but lucratif régis par la loi du 27 juin 1921 accordant la personnalité civile aux associations sans but lucratif et aux établissements d'utilité publique et qui poursuivent un but social, humanitaire ou culturel;
3° a) la Région flamande et la Communauté flamande;
b) les établissements scolaires organisés, agréés ou subventionnés par la Communauté flamande;
c) les établissements d'utilité publique qui relèvent de la Région flamande et de la Communauté flamande;
4° les provinces, les associations de provinces et les établissements relevant de la province;
5° les sociétés locales de logement social, les polders et wateringues et les fabriques d'église.
§ 4. Aux organisations visées au § 3, 1° et 2°, peuvent être attribués des contingents de postes temporaires d'expérience professionnelle. Ces organisations garantissent l'accompagnement et la formation des demandeurs d'emploi intéressés et mettent ces derniers à la disposition d'autres organisations visées au § 3.
§ 5. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités du programme de promotion de l'expérience professionnelle. ".
" Art. 11. § 1er. Il est créé un programme de promotion de l'expérience professionnelle.
§ 2. Le programme visant à promouvoir l'expérience professionnelle a pour but d'encourager les postes temporaires d'expérience professionnelle dans le secteur non marchand par le biais d'une intervention dans leur financement.
Les postes d'expérience professionnelle, cités au premier alinéa, visent à promouvoir les opportunités de passage vers des emplois réguliers.
§ 3. Les organisations suivantes peuvent mettre au travail des demandeurs d'emploi dans un poste temporaire d'expérience professionnelle à la condition qu'elles respectent les obligations légales en matière d'emploi et de sécurité sociale :
1° a) les communes, ainsi que les associations, les agglomérations et les fédérations des communes, sauf si elles ont une finalité économique, les institutions relevant des communes, les organismes d'intérêt public relevant de ces associations, agglomérations et fédérations des communes, les centres publics d'aide sociale, les associations des centres publics d'aide sociale;
b) les associations sans but lucratif dans la mesure où les pouvoirs locaux assument un rôle prépondérant dans leur création ou direction;
2° les établissements d'utilité publique et les associations sans but lucratif régis par la loi du 27 juin 1921 accordant la personnalité civile aux associations sans but lucratif et aux établissements d'utilité publique et qui poursuivent un but social, humanitaire ou culturel;
3° a) la Région flamande et la Communauté flamande;
b) les établissements scolaires organisés, agréés ou subventionnés par la Communauté flamande;
c) les établissements d'utilité publique qui relèvent de la Région flamande et de la Communauté flamande;
4° les provinces, les associations de provinces et les établissements relevant de la province;
5° les sociétés locales de logement social, les polders et wateringues et les fabriques d'église.
§ 4. Aux organisations visées au § 3, 1° et 2°, peuvent être attribués des contingents de postes temporaires d'expérience professionnelle. Ces organisations garantissent l'accompagnement et la formation des demandeurs d'emploi intéressés et mettent ces derniers à la disposition d'autres organisations visées au § 3.
§ 5. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités du programme de promotion de l'expérience professionnelle. ".
Art. 16. § 1. Binnen de perken van de op de begroting goedgekeurde kredieten, bestemd voor de toekenning van subsidies voor permanente vorming en opleiding binnen bedrijven, kunnen subsidies worden toegekend aan projecten die gericht zijn op : het stimuleren van opleiding en begeleiding in bedrijven, het ontwikkelen van een stimuleringsbeleid naar werknemers met bijzondere aandacht voor de erkenning van vaardigheden en loopbaanadvisering, het bevorderen van een gestructureerde aanpak van vorming en erkenning van vaardigheden binnen bedrijven en het ondersteunen van vernieuwde organisatievormen.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en regels aangaande de rangschikking van projecten en de toekenning van subsidies.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en regels aangaande de rangschikking van projecten en de toekenning van subsidies.
Art. 16. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires destinés à l'octroi de subventions à la formation et l'éducation permanentes dans les entreprises, des subventions peuvent être accordées à des projets visant à encourager la formation et l'accompagnement dans les entreprises, à développer une politique de stimulation adressée aux travailleurs mettant en exergue la reconnaissance des capacités et l'orientation de la carrière, à promouvoir une approche structurée de la formation et la reconnaissance des capacités dans les entreprises et à appuyer les nouvelles formes organisationnelles.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et règles concernant le classement des projets et l'octroi de subventions.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et règles concernant le classement des projets et l'octroi de subventions.
Art. 17. § 1. Het samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de federale Staat, de gewesten en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie zal uitwerking hebben wat het Vlaamse Gewest betreft.
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 4 juli 2000.
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 4 juli 2000.
Art. 17. § 1er. L'accord de coopération du 4 juillet 2000 entre l'Etat fédéral, les régions et la Communauté germanophone concernant l'économie sociale produira ses effets pour ce qui concerne la Région flamande.
§ 2. Le présent article produit ses effets le 4 juillet 2000.
§ 2. Le présent article produit ses effets le 4 juillet 2000.
Art. 18. § 1. Er wordt een impuls- en ondersteuningsprogramma voor de meerwaardeneconomie uitgebouwd. De Vlaamse Regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten hiervan.
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 4 juli 2000.
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 4 juli 2000.
Art. 18. § 1er. Il est mis en place un programme d'impulsion et de soutien en faveur de l'économie plurielle. Le Gouvernement flamand arrête ses modalités d'exécution.
§ 2. Le présent article produit ses effets le 4 juillet 2000.
§ 2. Le présent article produit ses effets le 4 juillet 2000.
TOEKOMSTIG RECHT
DROIT FUTUR
Art. 18. (Opgeheven bij DVR 2012-02-17/12, art. 29, 006; Inwerkingtreding : onbepaald )
Art. 18. (Abrogé par DCFL 2012-02-17/12, art. 29, 006; En vigueur : indéterminée )
HOOFDSTUK IX. - Ruimtelijke ordening.
CHAPITRE IX. - Aménagement du territoire.
Art. 19. Aan artikel 127, § 1, tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Indien over de aanvraag een openbaar onderzoek moet georganiseerd worden, dan gaat de adviestermijn in op de veertiende dag van het openbaar onderzoek. ".
" Indien over de aanvraag een openbaar onderzoek moet georganiseerd worden, dan gaat de adviestermijn in op de veertiende dag van het openbaar onderzoek. ".
Art. 19. A l'article 127, § 1er, deuxième alinéa, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, il est ajouté la phrase suivante :
" Si la demande devra faire l'objet d'une enquête publique, le délai d'avis prend cours le quatorzième jour de l'enquête publique. ".
" Si la demande devra faire l'objet d'une enquête publique, le délai d'avis prend cours le quatorzième jour de l'enquête publique. ".
Art. 20. In artikel 191, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, gewijzigd bij decreet van 26 april 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid, wordt 5° vervangen door wat volgt : " 5° de na 1 mei 1999 verleende stedebouwkundige attesten nummer 2; ";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
1° in het derde lid, wordt 5° vervangen door wat volgt : " 5° de na 1 mei 1999 verleende stedebouwkundige attesten nummer 2; ";
2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. 20. A l'article 191, § 1er, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, modifié par le décret du 26 avril 2000, sont apportées les modifications suivantes :
1° au troisième alinéa, le 5° est remplacé par la disposition suivante : " 5° les attestations urbanistiques numéro 2 délivrées après le 1er mai; ";
2° le cinquième alinéa est abrogé.
1° au troisième alinéa, le 5° est remplacé par la disposition suivante : " 5° les attestations urbanistiques numéro 2 délivrées après le 1er mai; ";
2° le cinquième alinéa est abrogé.
HOOFDSTUK X. - Evenwichtige vertegenwoordiging.
CHAPITRE X. - Représentation équilibrée.
Art. 21. In artikel 9, § 2, van het decreet van 15 juli 1997 houdende invoering van een meer evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen, worden de woorden " tegen 31 december 1999 " vervangen door de woorden " tegen 1 januari 2002 ".
Art. 21. Dans l'article 9, § 2, du décret du 15 juillet 1997 portant instauration d'une représentation plus équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes consultatifs, les mots " pour le 31 décembre 1999 " sont remplacés par les mots " pour le 1er janvier 2002 ".
Art. 22. In artikel 4, vierde lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende een meer evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de beheers- en bestuursorganen van de instellingen, ondernemingen, vennootschappen of verenigingen van de Vlaamse overheid, worden de woorden " in zover bij een gedeeltelijke tussentijdse vernieuwing minder dan een derde van de mandaten vacant is " geschrapt.
Art. 22. Dans l'article 4, quatrième alinéa, du décret du 18 mai 1999 portant une représentation mieux équilibrée d'hommes et de femmes au sein des organes de gestion et d'administration des organismes, entreprises, sociétés ou associations relevant du Gouvernement flamand, les mots " si, lors d'un renouvellement partiel, moins d'un tiers des mandats sont vacants " sont supprimés.
HOOFDSTUK XI. - Landschappen.
CHAPITRE XI. - Sites.
Art. 23. In het decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen, gewijzigd bij decreten van 21 oktober 1997 en 18 mei 1999, wordt, in artikel 18, tweede lid, de eerste zin geschrapt.
Art. 23. Dans le décret du 16 avril 1996 portant la protection des sites, modifié par les décrets des 21 octobre 1997 et 18 mai 1999, la première phrase du deuxième alinéa de l'article 18 est supprimée.
Art. 24. In hetzelfde decreet, worden een artikel 18bis en een artikel 18ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" Art. 18bis. § 1. Aan de eigenaars van onroerende goederen die in een beschermd landschap liggen, kan een vergoeding worden toegekend als de waardevermindering van hun onroerend goed rechtstreeks voortvloeit uit de voorschriften van een besluit tot definitieve bescherming van een landschap.
§ 2. Het recht op vergoeding ontstaat bij de kennisgeving van een weigering, op basis van het beschermingsbesluit, tot het uitvoeren van werkzaamheden of handelingen die in overeenstemming zijn met de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Onder een weigering wordt verstaan :
1° een weigering van vergunning voor werkzaamheden of handelingen na een negatief advies van de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, zoals bedoeld in artikel 14, § 3;
2° een weigering van een toestemming voor werkzaamheden of handelingen van de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, zoals bedoeld in artikel 14, § 4.
Na verloop van een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, bedoeld in artikel 11, § 1, van het beschermingsbesluit, kan het recht op vergoeding niet meer ontstaan. Het vorderingsrecht vervalt definitief een jaar na de dag waarop het recht op vergoeding is ontstaan.
§ 3. De waardevermindering die voor vergoeding in aanmerking komt, dient te worden geraamd als het verschil tussen enerzijds de waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op vergoeding, verhoogd met de lasten en kosten, voor de kennisgeving van het definitief beschermingsbesluit en anderzijds de waarde van dat goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op vergoeding.
Als waarde van het goed op het ogenblik van verwerving wordt het bedrag in aanmerking genomen dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of, bij ontstentenis van een dergelijke heffing, de verkoopwaarde van het goed in volle eigendom op de dag van de verwerving.
Als waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op vergoeding wordt de verkoopwaarde op dat ogenblik in aanmerking genomen.
De waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving wordt geactualiseerd door ze te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de kalendermaand voorafgaand aan die waarin de vergoeding is vastgesteld en het zo bekomen getal te delen door het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het jaar van verwerving door de vergoedingsgerechtigde, in voorkomend geval, omgerekend op dezelfde basis als eerstgenoemd indexcijfer. De aldus bekomen waarde wordt verhoogd met de kosten van de verwerving.
§ 4. De vergoeding bedraagt 80 % van de waarde vermindering.
§ 5. Er is geen vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen :
1° als de eiser het goed verworven heeft toen het al voorlopig of definitief beschermd was;
2° als de eiser het verbod krijgt uithangborden of reclame-inrichtingen aan te brengen;
3° indien de eiser zelf de bescherming van zijn goed gevraagd heeft of uitdrukkelijk ermee ingestemd heeft;
4° als de eigenaar op vrijwillige basis door middel van een beheersovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 16, § 6, het beheersplan uitvoert voor het betrokken perceel;
5° als de waardevermindering die voor vergoeding in aanmerking komt niet meer bedraagt dan 20 % van de waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op vergoeding en verhoogd met de lasten en kosten;
6° als een zelfde handeling of werk wordt geweigerd op basis van een andere regelgeving;
7° als de waardevermindering het gevolg is van beperkingen, voorschriften en voorwaarden die eveneens door of krachtens een andere regelgeving opgelegd zijn.
§ 6. De vergoeding wordt verminderd met de op basis van een andere regelgeving voor hetzelfde perceel verkregen planschadevergoeding, patrimoniumverlies, vergoeding en schadevergoeding.
§ 7. Aan de verplichting tot vergoeding kan, uiterlijk binnen twee jaar na een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, en ongeacht de eigenaar, voldaan worden door de opheffing of wijziging van de bescherming van het perceel, of door de verwerving van het goed door het Vlaamse Gewest.
§ 8. Het Vlaamse Gewest kan binnen een termijn van twee jaar vanaf de betaling van de vergoeding, de terugbetaling van de betaalde vergoeding eisen van de begunstigden, hun rechthebbenden of rechtverkrijgenden, zodra het perceel niet meer is beschermd als landschap. ".
" Art. 18ter. § 1. Met uitzondering van § 2, derde lid, zijn de bepalingen van artikel 18bis van toepassing op de reeds aanhangig gemaakte vorderingen tot vergoeding waarover nog geen in kracht van gewijsde gegane uitspraak bestaat.
§ 2. Met betrekking tot de besluiten tot definitieve bescherming die zijn genomen voor de inwerkingtreding van artikel 18bis kan het recht op vergoeding niet meer ontstaan na verloop van een termijn van twee jaar te berekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
Voor de gevallen waarbij het recht op vergoeding ontstond voor de inwerkingtreding van artikel 18bis, vervalt het vorderingsrecht definitief één jaar na de inwerkingtreding van dit artikel. ".
" Art. 18bis. § 1. Aan de eigenaars van onroerende goederen die in een beschermd landschap liggen, kan een vergoeding worden toegekend als de waardevermindering van hun onroerend goed rechtstreeks voortvloeit uit de voorschriften van een besluit tot definitieve bescherming van een landschap.
§ 2. Het recht op vergoeding ontstaat bij de kennisgeving van een weigering, op basis van het beschermingsbesluit, tot het uitvoeren van werkzaamheden of handelingen die in overeenstemming zijn met de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Onder een weigering wordt verstaan :
1° een weigering van vergunning voor werkzaamheden of handelingen na een negatief advies van de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, zoals bedoeld in artikel 14, § 3;
2° een weigering van een toestemming voor werkzaamheden of handelingen van de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, zoals bedoeld in artikel 14, § 4.
Na verloop van een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, bedoeld in artikel 11, § 1, van het beschermingsbesluit, kan het recht op vergoeding niet meer ontstaan. Het vorderingsrecht vervalt definitief een jaar na de dag waarop het recht op vergoeding is ontstaan.
§ 3. De waardevermindering die voor vergoeding in aanmerking komt, dient te worden geraamd als het verschil tussen enerzijds de waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op vergoeding, verhoogd met de lasten en kosten, voor de kennisgeving van het definitief beschermingsbesluit en anderzijds de waarde van dat goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op vergoeding.
Als waarde van het goed op het ogenblik van verwerving wordt het bedrag in aanmerking genomen dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratie- of successierechten over de volle eigendom van het goed, of, bij ontstentenis van een dergelijke heffing, de verkoopwaarde van het goed in volle eigendom op de dag van de verwerving.
Als waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op vergoeding wordt de verkoopwaarde op dat ogenblik in aanmerking genomen.
De waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving wordt geactualiseerd door ze te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de kalendermaand voorafgaand aan die waarin de vergoeding is vastgesteld en het zo bekomen getal te delen door het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het jaar van verwerving door de vergoedingsgerechtigde, in voorkomend geval, omgerekend op dezelfde basis als eerstgenoemd indexcijfer. De aldus bekomen waarde wordt verhoogd met de kosten van de verwerving.
§ 4. De vergoeding bedraagt 80 % van de waarde vermindering.
§ 5. Er is geen vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen :
1° als de eiser het goed verworven heeft toen het al voorlopig of definitief beschermd was;
2° als de eiser het verbod krijgt uithangborden of reclame-inrichtingen aan te brengen;
3° indien de eiser zelf de bescherming van zijn goed gevraagd heeft of uitdrukkelijk ermee ingestemd heeft;
4° als de eigenaar op vrijwillige basis door middel van een beheersovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 16, § 6, het beheersplan uitvoert voor het betrokken perceel;
5° als de waardevermindering die voor vergoeding in aanmerking komt niet meer bedraagt dan 20 % van de waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op vergoeding en verhoogd met de lasten en kosten;
6° als een zelfde handeling of werk wordt geweigerd op basis van een andere regelgeving;
7° als de waardevermindering het gevolg is van beperkingen, voorschriften en voorwaarden die eveneens door of krachtens een andere regelgeving opgelegd zijn.
§ 6. De vergoeding wordt verminderd met de op basis van een andere regelgeving voor hetzelfde perceel verkregen planschadevergoeding, patrimoniumverlies, vergoeding en schadevergoeding.
§ 7. Aan de verplichting tot vergoeding kan, uiterlijk binnen twee jaar na een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, en ongeacht de eigenaar, voldaan worden door de opheffing of wijziging van de bescherming van het perceel, of door de verwerving van het goed door het Vlaamse Gewest.
§ 8. Het Vlaamse Gewest kan binnen een termijn van twee jaar vanaf de betaling van de vergoeding, de terugbetaling van de betaalde vergoeding eisen van de begunstigden, hun rechthebbenden of rechtverkrijgenden, zodra het perceel niet meer is beschermd als landschap. ".
" Art. 18ter. § 1. Met uitzondering van § 2, derde lid, zijn de bepalingen van artikel 18bis van toepassing op de reeds aanhangig gemaakte vorderingen tot vergoeding waarover nog geen in kracht van gewijsde gegane uitspraak bestaat.
§ 2. Met betrekking tot de besluiten tot definitieve bescherming die zijn genomen voor de inwerkingtreding van artikel 18bis kan het recht op vergoeding niet meer ontstaan na verloop van een termijn van twee jaar te berekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
Voor de gevallen waarbij het recht op vergoeding ontstond voor de inwerkingtreding van artikel 18bis, vervalt het vorderingsrecht definitief één jaar na de inwerkingtreding van dit artikel. ".
Art. 24. Dans le même décret, il est inséré un article 18bis et un article 18ter, rédigés comme suit :
" Art. 18bis. § 1er. Les propriétaires de biens immeubles, situés dans un site classé, peuvent bénéficier d'une indemnité si la diminution de valeur de leur bien immeuble résulte directement des prescriptions d'un arrêté relatif à la protection définitive d'un site.
§ 2. Le droit à l'indemnité naît au moment de la notification, en vertu de l'arrêté de protection, d'un refus d'exécuter des travaux ou opérations qui sont conformes aux plans d'aménagement ou plans d'exécution en vigueur.
Par refus, il faut entendre :
1° le refus d'octroyer un permis pour l'exécution de travaux ou d'opérations suite à un avis négatif du Gouvernement flamand ou son mandataire, tel que visé à l'article 14, § 3;
2° le refus d'octroyer une autorisation pour les travaux et opérations de la part du Gouvernement flamand ou son mandataire, telle que visée à l'article 14, § 4.
Passé le délai de cinq ans, à compter de la date de notification visée à l'article 11, § 1er, de l'arrêté de protection, le droit à l'indemnité s'éteint. Le droit d'action s'éteint définitivement un an après le jour où le droit à l'indemnité est né.
§ 3. La diminution de valeur indemnisable doit être estimée comme la différence entre, d'une part, la valeur du bien au moment de l'acquisition, actualisée jusqu'au jour de la naissance du droit à l'indemnité, majorée des charges et frais avant la notification de l'arrêté de protection définitif et, d'autre part, la valeur du bien au moment de la naissance du droit à l'indemnité.
Est pris en considération, comme valeur du bien au moment de l'acquisition, le montant ayant servi d'assiette pour la perception des droits d'enregistrement et de succession sur le plein domaine du bien ou, faute de pareille perception, la valeur vénale du bien de plein domaine le jour de l'acquisition.
Est prise en considération, comme valeur du bien au moment de la naissance du droit à l'indemnité, la valeur vénale à ce moment.
La valeur du bien au moment de l'acquisition est actualisée en la multipliant par l'indice des prix à la consommation du mois calendaire précédant celui au cours duquel l'indemnité est fixée et en divisant le chiffre ainsi obtenu par l'indice moyen des prix à la consommation de l'année où l'indemnitaire l'a acquis, le cas échéant, calculé sur la même base que le premier indice. La valeur ainsi obtenue est majorée des frais d'acquisition.
§ 4. L'indemnité s'élève à 80 % de la diminution de valeur.
§ 5. Les cas suivants ne sont pas indemnisables :
1° si le demandeur a acquis le bien lorsqu'il faisait déjà l'objet d'une protection provisoire ou définitive;
2° s'il est interdit au demandeur d'installer des enseignes ou des dispositifs de publicité;
3° si le demandeur a lui-même demandé la protection de son bien ou y a consenti explicitement;
4° si le propriétaire exécute volontairement le plan de gestion pour la parcelle concernée, par voie d'un contrat de gestion visé à l'article 16, § 6;
5° si la diminution de valeur indemnisable n'est pas supérieure à 20 % de la valeur du bien au moment de l'acquisition, actualisée jusqu'au jour de la naissance du droit à l'indemnité et majorée des charges et frais;
6° si un même travail ou opération est refusé sur la base d'une autre réglementation;
7° si la diminution de la valeur résulte des restrictions, prescriptions et conditions qui sont également imposées par ou en vertu d'une autre réglementation.
§ 6. L'indemnité est diminuée de l'indemnité pour dommages résultant d'un plan d'aménagement, des pertes de patrimoine, de l'indemnité et des dommages obtenues pour la même parcelle en vertu d'une autre réglementation.
§ 7. L'obligation d'indemnité peut être satisfaite au plus tard dans les deux ans suivant un jugement ou arrêt coulé en force de chose jugée, quel que soit le propriétaire, par la suppression ou la modification de la protection de la parcelle, ou par l'acquisition du bien par la Région flamande.
§ 8. La Région flamande peut exiger le remboursement de l'indemnité payée aux bénéficiaires, leurs ayants-droit ou ayants-cause, dans un délai de deux ans suivant le paiement de l'indemnité, dès que la parcelle n'est plus protégée comme site. ".
" Art. 18ter. § 1er. A l'exception du § 2, troisième alinéa, les dispositions de l'article 18bis s'appliquent aux actions d'indemnité pendantes qui ne font pas l'objet d'un jugement coulé en force de chose jugée.
§ 2. En ce qui concerne les arrêtés de protection définitive pris avant l'entrée en vigueur de l'article 18bis, le droit à l'indemnité ne peut plus naître à l'issue d'un délai de deux ans à calculer à partir de la date de l'entrée en vigueur du présent article.
Dans les cas où le droit à l'indemnité est né avant l'entrée en vigueur de l'article 18bis, le droit d'action s'éteint à titre définitif un an après l'entrée en vigueur du présent article. ".
" Art. 18bis. § 1er. Les propriétaires de biens immeubles, situés dans un site classé, peuvent bénéficier d'une indemnité si la diminution de valeur de leur bien immeuble résulte directement des prescriptions d'un arrêté relatif à la protection définitive d'un site.
§ 2. Le droit à l'indemnité naît au moment de la notification, en vertu de l'arrêté de protection, d'un refus d'exécuter des travaux ou opérations qui sont conformes aux plans d'aménagement ou plans d'exécution en vigueur.
Par refus, il faut entendre :
1° le refus d'octroyer un permis pour l'exécution de travaux ou d'opérations suite à un avis négatif du Gouvernement flamand ou son mandataire, tel que visé à l'article 14, § 3;
2° le refus d'octroyer une autorisation pour les travaux et opérations de la part du Gouvernement flamand ou son mandataire, telle que visée à l'article 14, § 4.
Passé le délai de cinq ans, à compter de la date de notification visée à l'article 11, § 1er, de l'arrêté de protection, le droit à l'indemnité s'éteint. Le droit d'action s'éteint définitivement un an après le jour où le droit à l'indemnité est né.
§ 3. La diminution de valeur indemnisable doit être estimée comme la différence entre, d'une part, la valeur du bien au moment de l'acquisition, actualisée jusqu'au jour de la naissance du droit à l'indemnité, majorée des charges et frais avant la notification de l'arrêté de protection définitif et, d'autre part, la valeur du bien au moment de la naissance du droit à l'indemnité.
Est pris en considération, comme valeur du bien au moment de l'acquisition, le montant ayant servi d'assiette pour la perception des droits d'enregistrement et de succession sur le plein domaine du bien ou, faute de pareille perception, la valeur vénale du bien de plein domaine le jour de l'acquisition.
Est prise en considération, comme valeur du bien au moment de la naissance du droit à l'indemnité, la valeur vénale à ce moment.
La valeur du bien au moment de l'acquisition est actualisée en la multipliant par l'indice des prix à la consommation du mois calendaire précédant celui au cours duquel l'indemnité est fixée et en divisant le chiffre ainsi obtenu par l'indice moyen des prix à la consommation de l'année où l'indemnitaire l'a acquis, le cas échéant, calculé sur la même base que le premier indice. La valeur ainsi obtenue est majorée des frais d'acquisition.
§ 4. L'indemnité s'élève à 80 % de la diminution de valeur.
§ 5. Les cas suivants ne sont pas indemnisables :
1° si le demandeur a acquis le bien lorsqu'il faisait déjà l'objet d'une protection provisoire ou définitive;
2° s'il est interdit au demandeur d'installer des enseignes ou des dispositifs de publicité;
3° si le demandeur a lui-même demandé la protection de son bien ou y a consenti explicitement;
4° si le propriétaire exécute volontairement le plan de gestion pour la parcelle concernée, par voie d'un contrat de gestion visé à l'article 16, § 6;
5° si la diminution de valeur indemnisable n'est pas supérieure à 20 % de la valeur du bien au moment de l'acquisition, actualisée jusqu'au jour de la naissance du droit à l'indemnité et majorée des charges et frais;
6° si un même travail ou opération est refusé sur la base d'une autre réglementation;
7° si la diminution de la valeur résulte des restrictions, prescriptions et conditions qui sont également imposées par ou en vertu d'une autre réglementation.
§ 6. L'indemnité est diminuée de l'indemnité pour dommages résultant d'un plan d'aménagement, des pertes de patrimoine, de l'indemnité et des dommages obtenues pour la même parcelle en vertu d'une autre réglementation.
§ 7. L'obligation d'indemnité peut être satisfaite au plus tard dans les deux ans suivant un jugement ou arrêt coulé en force de chose jugée, quel que soit le propriétaire, par la suppression ou la modification de la protection de la parcelle, ou par l'acquisition du bien par la Région flamande.
§ 8. La Région flamande peut exiger le remboursement de l'indemnité payée aux bénéficiaires, leurs ayants-droit ou ayants-cause, dans un délai de deux ans suivant le paiement de l'indemnité, dès que la parcelle n'est plus protégée comme site. ".
" Art. 18ter. § 1er. A l'exception du § 2, troisième alinéa, les dispositions de l'article 18bis s'appliquent aux actions d'indemnité pendantes qui ne font pas l'objet d'un jugement coulé en force de chose jugée.
§ 2. En ce qui concerne les arrêtés de protection définitive pris avant l'entrée en vigueur de l'article 18bis, le droit à l'indemnité ne peut plus naître à l'issue d'un délai de deux ans à calculer à partir de la date de l'entrée en vigueur du présent article.
Dans les cas où le droit à l'indemnité est né avant l'entrée en vigueur de l'article 18bis, le droit d'action s'éteint à titre définitif un an après l'entrée en vigueur du présent article. ".
HOOFDSTUK XII. - Interne Audit.
CHAPITRE XII. - Audit interne.
Art. 25. (NOTA : opgeheven voor de rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest bij DVR 2003-07-18/45, art. 37, 6°; Inwerkingtreding : 01-09-2003) Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder Vlaamse openbare instellingen verstaan : de publiekrechtelijke rechtspersonen opgericht bij of krachtens een wet of decreet, en die ressorteren onder de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van het gemeenschapsonderwijs.
Art. 25. (NOTE : abrogé pour les personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande par DCFL 2003-07-18/45, art. 37, 6°; En vigueur : 01-09-2003) Pour l'application du présent chapitre, on entend par organismes publics flamands : les personnes morales de droit public créées par ou en vertu d'une loi ou un décret et qui relèvent de la compétence de la Région flamande ou de la Communauté flamande, à l'exception de l'enseignement communautaire.
Art. 26. (NOTA : opgeheven voor de rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest bij DVR 2003-07-18/45, art. 37, 6°; Inwerkingtreding : 01-09-2003) De entiteit interne Audit bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap is bevoegd om audits en administratieve onderzoeken bij de Vlaamse openbare instellingen uit te voeren. Zij is gemachtigd alle bedrijfsprocessen en activiteiten van de Vlaamse openbare instellingen te onderzoeken en te evalueren en in het bijzonder het systeem van interne controle.
Art. 26. (NOTE : abrogé pour les personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande par DCFL 2003-07-18/45, art. 37, 6°; En vigueur : 01-09-2003) L'entité Audit interne du Ministère de la Communauté flamande est compétente pour l'exécution d'audits et d'enquêtes administratives au sein des organismes publics flamands. Elle est habilitée à examiner et évaluer tous les processus de fonctionnement et activités des organismes publics flamands et en particulier le système de contrôle interne.
Art. 27. (NOTA : opgeheven voor de rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest bij DVR 2003-07-18/45, art. 37, 6°; Inwerkingtreding : 01-09-2003) Om haar bevoegdheid te kunnen uitoefenen heeft de entiteit interne Audit toegang tot alle informatie en documenten bij de Vlaamse openbare instellingen. Ze kan aan ieder personeelslid de inlichtingen vragen die ze voor de uitvoering van haar opdrachten nodig acht. Ieder personeelslid is er toe gehouden alle relevante informatie en documenten te verstrekken.
Art. 27. (NOTE : abrogé pour les personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande par DCFL 2003-07-18/45, art. 37, 6°; En vigueur : 01-09-2003) Pour pouvoir exercer ses compétences, l'entité Audit interne a accès à tous les documents et informations disponibles auprès des organismes publics flamands. Elle peut demander, à tout membre du personnel, les informations qu'elle juge utiles pour l'accomplissement de ses missions. Chaque membre du personnel est tenu à fournir tous les documents et informations pertinents.
Art. 28. (NOTA : opgeheven voor de rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of van het Vlaamse Gewest bij DVR 2003-07-18/45, art. 37, 6°; Inwerkingtreding : 01-09-2003) De betrekkingen van junior auditor en senior auditor, van manager auditor en van hoofd van de entiteit interne Audit in het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap staan ook open voor de vastbenoemde personeelsleden van de Vlaamse openbare instellingen, onder de voorwaarden, zoals bepaald in het Vlaams personeelsstatuut van 24 november 1993. Na de beëindiging van hun opdracht in de entiteit interne Audit, keren zij naar hun instelling van herkomst terug.
De adjunct-leidende ambtenaren die een afdeling leiden worden voor de toepassing beschouwd als ambtenaren die de mandaatgraad van afdelingshoofd bekleden.
De betrokken personeelsleden behouden tijdens hun opdracht hun administratieve anciënniteit met inbegrip van hun rechten op bevordering en hun geldelijke anciënniteit die zij hadden verworven in hun instelling van herkomst. Zij behouden tenminste de salarisschaal waarop ze recht hadden in de graad die zij op dat ogenblik bekleedden. Zij verwerven in voorkomend geval ook de wijzigingen aan hun administratief statuut, aan hun geldelijk statuut en aan hun salarisschaal. De latere wijzigingen aan deze reglementering tijdens hun afwezigheid zijn op hen ook van toepassing.
De adjunct-leidende ambtenaren die een afdeling leiden worden voor de toepassing beschouwd als ambtenaren die de mandaatgraad van afdelingshoofd bekleden.
De betrokken personeelsleden behouden tijdens hun opdracht hun administratieve anciënniteit met inbegrip van hun rechten op bevordering en hun geldelijke anciënniteit die zij hadden verworven in hun instelling van herkomst. Zij behouden tenminste de salarisschaal waarop ze recht hadden in de graad die zij op dat ogenblik bekleedden. Zij verwerven in voorkomend geval ook de wijzigingen aan hun administratief statuut, aan hun geldelijk statuut en aan hun salarisschaal. De latere wijzigingen aan deze reglementering tijdens hun afwezigheid zijn op hen ook van toepassing.
Art. 28. (NOTE : abrogé pour les personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande par DCFL 2003-07-18/45, art. 37, 6°; En vigueur : 01-09-2003) Les emplois d'auditeur, d'auditeur principal, d'auditeur-manager et de chef de l'entité Audit interne au sein du Ministère de la Communauté flamande sont également ouverts aux membres du personnel statutaires des organismes publics flamands, dans les conditions prévues par le statut du personnel flamand du 24 novembre 1993. Au terme de leur mission au sein de l'entité Audit interne, ils retournent à leur organisme d'origine.
Les fonctionnaires dirigeants adjoints qui sont à la tête d'une division sont considérés, pour l'application du présent arrêté, comme des fonctionnaires titulaires du grade mandat de chef de division.
Les membres du personnel intéressés conservent, pendant leur mission, leur ancienneté administrative, y compris leurs droits à la promotion et leur ancienneté pécuniaire qu'ils avaient acquise dans leur organisme d'origine. Ils conservent au moins l'échelle des traitements à laquelle ils avaient droit dans le grade qu'ils occupaient à ce moment. Ils acquièrent, le cas échéant, également les modifications de leur statut administratif, de leur statut pécuniaire et leur échelle des traitements. Les modifications apportées ultérieurement à cette réglementation, au cours de leur absence, sont également applicables à eux.
Les fonctionnaires dirigeants adjoints qui sont à la tête d'une division sont considérés, pour l'application du présent arrêté, comme des fonctionnaires titulaires du grade mandat de chef de division.
Les membres du personnel intéressés conservent, pendant leur mission, leur ancienneté administrative, y compris leurs droits à la promotion et leur ancienneté pécuniaire qu'ils avaient acquise dans leur organisme d'origine. Ils conservent au moins l'échelle des traitements à laquelle ils avaient droit dans le grade qu'ils occupaient à ce moment. Ils acquièrent, le cas échéant, également les modifications de leur statut administratif, de leur statut pécuniaire et leur échelle des traitements. Les modifications apportées ultérieurement à cette réglementation, au cours de leur absence, sont également applicables à eux.
HOOFDSTUK XIII. - BLOSO.
CHAPITRE XIII. - BLOSO.
Art. 29. § 1. In artikel 38 van het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De Raad van bestuur bestaat uit acht leden. ";
2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De leden van de Raad van bestuur worden benoemd en ontslagen door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering benoemt tevens de voorzitter en de ondervoorzitter onder de leden van de Raad van bestuur. Het mandaat van de leden van de Raad van bestuur vervalt zes maanden na de hernieuwing van het Vlaams Parlement. De mandaten kunnen hernieuwd worden. Indien het mandaat voortijdig beëindigd wordt, voltooit de opvolger het mandaat van zijn voorganger. ".
§ 2. Dit artikel treedt in werking 10 dagen na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De leden van de Raad van bestuur zijn van rechtswege ontslagnemend. Ten laatste 40 dagen na de bekendmaking van deze bepaling, worden de nieuwe leden, de nieuwe voorzitter en de nieuwe ondervoorzitter door de Vlaamse Regering benoemd.
1° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De Raad van bestuur bestaat uit acht leden. ";
2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De leden van de Raad van bestuur worden benoemd en ontslagen door de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering benoemt tevens de voorzitter en de ondervoorzitter onder de leden van de Raad van bestuur. Het mandaat van de leden van de Raad van bestuur vervalt zes maanden na de hernieuwing van het Vlaams Parlement. De mandaten kunnen hernieuwd worden. Indien het mandaat voortijdig beëindigd wordt, voltooit de opvolger het mandaat van zijn voorganger. ".
§ 2. Dit artikel treedt in werking 10 dagen na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De leden van de Raad van bestuur zijn van rechtswege ontslagnemend. Ten laatste 40 dagen na de bekendmaking van deze bepaling, worden de nieuwe leden, de nieuwe voorzitter en de nieuwe ondervoorzitter door de Vlaamse Regering benoemd.
Art. 29. § 1er. A l'article 38 du décret du 12 décembre 1990 relatif à la politique administrative, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Le Conseil d'administration est composé de huit membres. ";
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Les membres du Conseil d'administration sont nommés et licenciés par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand nomme également le président et le vice-président par les membres du Conseil d'administration. Le mandat des membres du Conseil d'administration se termine six mois après le renouvellement du Parlement flamand. Les mandats sont renouvelables. Si le mandat prend fin anticipativement, le successeur achève le mandat de son prédécesseur. ".
§ 2. Le présent article entre en vigueur 10 jours après sa publication au Moniteur belge. Les membres du Conseil d'administration sont démissionnaires de plein droit. Au plus tard 40 jours suivant la publication de la présente disposition, les nouveaux membres, le nouveau président et le nouveau vice-président sont nommés par le Gouvernement flamand.
1° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Le Conseil d'administration est composé de huit membres. ";
2° le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Les membres du Conseil d'administration sont nommés et licenciés par le Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand nomme également le président et le vice-président par les membres du Conseil d'administration. Le mandat des membres du Conseil d'administration se termine six mois après le renouvellement du Parlement flamand. Les mandats sont renouvelables. Si le mandat prend fin anticipativement, le successeur achève le mandat de son prédécesseur. ".
§ 2. Le présent article entre en vigueur 10 jours après sa publication au Moniteur belge. Les membres du Conseil d'administration sont démissionnaires de plein droit. Au plus tard 40 jours suivant la publication de la présente disposition, les nouveaux membres, le nouveau président et le nouveau vice-président sont nommés par le Gouvernement flamand.
HOOFDSTUK XIV. - Huisvesting.
CHAPITRE XIV. - Logement.
Afdeling I. - Tegemoetkomingen.
Section I. - Interventions.
Art. 30. In artikel 81, § 1, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wordt, tussen het tweede en het derde lid, het volgende lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het tweede lid, kan een tegemoetkoming in de kosten, zoals vermeld in artikel 83, verleend worden aan de eigenaar-verhuurder die werken uitvoert aan de door hem verhuurde woning. ".
" In afwijking van het tweede lid, kan een tegemoetkoming in de kosten, zoals vermeld in artikel 83, verleend worden aan de eigenaar-verhuurder die werken uitvoert aan de door hem verhuurde woning. ".
Art. 30. Dans l'article 81, § 1er, du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du logement, il est inséré, entre le deuxième et le troisième alinéa, l'alinéa suivant, rédigé comme suit :
" Par dérogation au deuxième alinéa, une intervention dans les frais, telle que prévue à l'article 83, peut être allouée aux propriétaire-bailleur qui effectue des travaux à l'habitation mise en location par lui. ".
" Par dérogation au deuxième alinéa, une intervention dans les frais, telle que prévue à l'article 83, peut être allouée aux propriétaire-bailleur qui effectue des travaux à l'habitation mise en location par lui. ".
Art. 31. Aan artikel 82 van hetzelfde decreet, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Zonder een voor bewoning ongeschikte of onaangepaste woning te hebben verlaten kan aan de woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die een geschikte en aangepaste woning huren een tegemoetkoming in de huurprijs worden verleend, voor zover geen sociale woning wordt betrokken. De Vlaamse Regering bepaalt nader de voorwaarden en de bepalingen terzake. ".
" Zonder een voor bewoning ongeschikte of onaangepaste woning te hebben verlaten kan aan de woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden die een geschikte en aangepaste woning huren een tegemoetkoming in de huurprijs worden verleend, voor zover geen sociale woning wordt betrokken. De Vlaamse Regering bepaalt nader de voorwaarden en de bepalingen terzake. ".
Art. 31. A l'article 82 du même décret, il est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
" Sans avoir quitté une habitation inadéquate ou inadaptée au logement, une intervention dans les frais de location peut être octroyée aux ménages et isolés sans logis qui louent une habitation adéquate et adaptée, pour autant qu'il ne s'agit pas d'un logement social. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et dispositions en la matière. ". (NOTE : Justel a ramené deux alinéas à un seul. Voir texte néerlandais.)
" Sans avoir quitté une habitation inadéquate ou inadaptée au logement, une intervention dans les frais de location peut être octroyée aux ménages et isolés sans logis qui louent une habitation adéquate et adaptée, pour autant qu'il ne s'agit pas d'un logement social. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et dispositions en la matière. ". (NOTE : Justel a ramené deux alinéas à un seul. Voir texte néerlandais.)
Afdeling II. - Sociale kredietmaatschappijen.
Section II. - Institutions de crédit sociales.
Art. 32. In artikel 78, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° de kredietmaatschappijen die, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, door de Vlaamse Regering of door de VHM erkend zijn; ".
" 1° de kredietmaatschappijen die, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, door de Vlaamse Regering of door de VHM erkend zijn; ".
Art. 32. Dans l'article 78, premier alinéa, du même décret, le 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° les institutions de crédit qui sont agréées par le Gouvernement flamand ou la VHM dans les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand; ".
" 1° les institutions de crédit qui sont agréées par le Gouvernement flamand ou la VHM dans les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand; ".
Art. 33. De erkenning van een sociale kredietmaatschappij door de ASLK blijft geldig voor het bekomen van de gewestwaarborg tot uiterlijk 31 december 2000.
Art. 33. L'agrément d'une institution de crédit sociale par la CGER vaut pour l'obtention de la garantie régionale jusqu'au 31 décembre 2000 au plus tard.
Afdeling III. - Publieke huursector.
Section III. - Secteur locatif public.
Art. 34. In artikel 72, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° om de verhuurder van sociale huurwoningen in staat te stellen huurverminderingen toe te kennen, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. ".
" 3° om de verhuurder van sociale huurwoningen in staat te stellen huurverminderingen toe te kennen, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. ".
Art. 34. Dans l'article 72, premier alinéa, du même décret, le 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° permettre au bailleur d'habitations sociales de location des réductions de loyer aux conditions arrêtées par le Gouvernement flamand. ".
" 3° permettre au bailleur d'habitations sociales de location des réductions de loyer aux conditions arrêtées par le Gouvernement flamand. ".
Art. 35. In artikel 91, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt de tweede volzin aangevuld met de volgende woorden :
" noch op de woningen die door de VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen verhuurd worden aan openbare besturen of aan welzijnsorganisaties onder de door de Raad van bestuur van de VHM vastgestelde voorwaarden ".
" noch op de woningen die door de VHM en de sociale huisvestingsmaatschappijen verhuurd worden aan openbare besturen of aan welzijnsorganisaties onder de door de Raad van bestuur van de VHM vastgestelde voorwaarden ".
Art. 35. Dans l'article 91, § 1er, premier alinéa, du même décret, la deuxième phrase est complétée par les mots suivants :
" ni aux habitations louées par la VHM et les sociétés de logement sociales aux administrations publiques ou aux organisations d'aide sociale, dans les conditions arrêtées par le Conseil d'administration de la VHM ".
" ni aux habitations louées par la VHM et les sociétés de logement sociales aux administrations publiques ou aux organisations d'aide sociale, dans les conditions arrêtées par le Conseil d'administration de la VHM ".
Art. 36. In artikel 99 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Voor het gebruik van ruimten die van de woning afgezonderd zijn, kan een huurprijs worden aangerekend waarvoor de regeling van § 1 niet geldt. ";
er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. De bepalingen van de §§ 1, 2 en 3 gelden niet wanneer de verhuurder een subsidie voor de verhuring krijgt met toepassing van artikel 72, eerste lid, 3°, en die subsidie verleend wordt met het oog op een huurvermindering die niet wegens gezinslast wordt toegekend. ".
§ 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Voor het gebruik van ruimten die van de woning afgezonderd zijn, kan een huurprijs worden aangerekend waarvoor de regeling van § 1 niet geldt. ";
er wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. De bepalingen van de §§ 1, 2 en 3 gelden niet wanneer de verhuurder een subsidie voor de verhuring krijgt met toepassing van artikel 72, eerste lid, 3°, en die subsidie verleend wordt met het oog op een huurvermindering die niet wegens gezinslast wordt toegekend. ".
Art. 36. A l'article 99 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour l'utilisation d'espaces qui sont distincts de l'habitation, un loyer peut être demandé, auquel ne s'applique pas la règle du § 1er. ";
et un § 5 est ajouté, rédigé comme suit :
" § 5. Les dispositions des §§ 1er, 2 et 3 ne sont pas applicables lorsque le bailleur bénéficie d'une subvention pour la location, en application de l'article 72, premier alinéa, 3°, et que cette subvention n'est pas accordée en vue d'une réduction locative non liée à des charges familiales. ".
le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour l'utilisation d'espaces qui sont distincts de l'habitation, un loyer peut être demandé, auquel ne s'applique pas la règle du § 1er. ";
et un § 5 est ajouté, rédigé comme suit :
" § 5. Les dispositions des §§ 1er, 2 et 3 ne sont pas applicables lorsque le bailleur bénéficie d'une subvention pour la location, en application de l'article 72, premier alinéa, 3°, et que cette subvention n'est pas accordée en vue d'une réduction locative non liée à des charges familiales. ".
Afdeling IV. - Kamerdecreet.
Section IV. - Décret sur les chambres.
Art. 37. In het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, gewijzigd bij de decreten van 3 februari 1998 en 14 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- in artikel 10, § 1, wordt het tweede lid opgeheven met ingang van 1 december 1999;
- artikel 23 wordt vervangen door wat volgt : " Dit decreet treedt in werking op 1 september 1998, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt op een datum, vastgesteld door de Vlaamse Regering. ".
- in artikel 10, § 1, wordt het tweede lid opgeheven met ingang van 1 december 1999;
- artikel 23 wordt vervangen door wat volgt : " Dit decreet treedt in werking op 1 september 1998, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt op een datum, vastgesteld door de Vlaamse Regering. ".
Art. 37. Au décret du 4 février 1997 portant les normes de qualité et de sécurité pour chambres et chambres d'étudiants, modifié par les décrets des 3 février 1998 et 14 juillet 1998, sont apportées les modifications suivantes :
- dans l'article 10, § 1er, le deuxième alinéa est abrogé à partir du 1er décembre 1999;
- l'article 23 est remplacé par la disposition suivante : " Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 1998, à l'exception de l'article 5 qui entre en vigueur à une date que le Gouvernement flamand fixe. ".
- dans l'article 10, § 1er, le deuxième alinéa est abrogé à partir du 1er décembre 1999;
- l'article 23 est remplacé par la disposition suivante : " Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 1998, à l'exception de l'article 5 qui entre en vigueur à une date que le Gouvernement flamand fixe. ".
Afdeling V. - Vlabinvest.
Section V. - Vlabinvest.
Art. 38. Artikel 20 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 20. Het Fonds wordt beheerd door de Vlaamse Regering. Tussen het Fonds en de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij wordt een overeenkomst gesloten met betrekking tot het ter beschikking stellen aan het Fonds van de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden. De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ontvangt hiervoor jaarlijks een kostenvergoeding lastens de begroting van het Fonds. ".
" Art. 20. Het Fonds wordt beheerd door de Vlaamse Regering. Tussen het Fonds en de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij wordt een overeenkomst gesloten met betrekking tot het ter beschikking stellen aan het Fonds van de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden. De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij ontvangt hiervoor jaarlijks een kostenvergoeding lastens de begroting van het Fonds. ".
Art. 38. L'article 20 du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 20. Le Fonds est géré par le Gouvernement flamand. Il est conclu une convention entre le Fonds et la " Vlaamse Huisvestingsmaatschappij " concernant la mise à disposition au Fonds des services, équipements, installations et membres du personnel nécessaires. La " Vlaamse Huisvestingsmaatschappij " perçoit, à cette fin, annuellement une indemnisation des frais à charge du budget du Fonds. ".
" Art. 20. Le Fonds est géré par le Gouvernement flamand. Il est conclu une convention entre le Fonds et la " Vlaamse Huisvestingsmaatschappij " concernant la mise à disposition au Fonds des services, équipements, installations et membres du personnel nécessaires. La " Vlaamse Huisvestingsmaatschappij " perçoit, à cette fin, annuellement une indemnisation des frais à charge du budget du Fonds. ".
Afdeling VI. - Huurdersbonden.
Section VI. - Syndicats des locataires.
Art. 39. De facultatieve toelagen die de huurdersbonden in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 1994 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van huurdersbonden en een Overleg- en Ondersteuningscentrum, hebben ontvangen vanuit basisallocatie 33.61 van programma 62-4 van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het jaar 1994, kunnen door de huurdersbonden worden gebruikt voor allerhande uitgaven die de werking van de huurdersbonden kunnen bevorderen. Deze uitgaven kunnen ook worden gedaan de jaren volgende op het jaar 1994 en hoeven verder niet meer in mindering gebracht te worden van de subsidies 1999 en volgende jaren.
Art. 39. Les subventions facultatives, que les syndicats des locataires ont perçues en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 1994 portant les conditions d'agrément et de subvention des syndicats des locataires et d'un Centre d'aide et de concertation, à charge de l'allocation de base 33.61 du programme 62-4 du budget de la Communauté flamande, pour l'année 1994, peuvent être utilisées par les syndicats pour couvrir des dépenses quelconques susceptibles de promouvoir leur fonctionnement. Ces dépenses peuvent être exposées au cours des années postérieures à l'année 1994 et ne doivent plus être déduites des subventions pour 1999 et années suivantes.
HOOFDSTUK XV. - N.V. PMV.
CHAPITRE XV. - S.A. PMV.
Art. 40. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de N.V. Vlaamse Participatiemaatschappij te gelasten via haar dochtervennootschap, de N.V. Participatiemaatschappij Vlaanderen, een beheersmaatschappij op te richten om het herbestemmingsproject voor de Majoor Blaironkazerne te organiseren en uit te voeren. De N.V. Participatiemaatschappij Vlaanderen voert deze bijzondere opdracht uit in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest.
Art. 40. Le Gouvernement flamand est autorisé à charger la S.A. " Vlaamse Participatiemaatschappij ", par l'entremise de sa filiale la S.A. " Participatiemaatschappij Vlaanderen ", à créer une société de gestion en vue d'organiser et de mettre en oeuvre le projet de réaffectation pour la caserne Majoor Blairon. La S.A. " Participatiemaatschappij Vlaanderen " exécute cette mission spéciale au nom et pour le compte de la Région flamande.
HOOFDSTUK XVI. - Meststoffendecreet.
CHAPITRE XVI. - Décret sur les engrais.
Art. 41. In artikel 2 van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1995 en 11 mei 1999, wordt 7°, a) en b) vervangen door wat volgt :
" a) ofwel de definitieve bouwvergunning werd verleend voor 1 september 1991 en waarvan minstens voor wat betreft het aanslagjaar 1992 of 1993 vóór 29 september 1993 aangifte gedaan werd bij de Mestbank en in deze aangifte, die op de inrichting betrekking heeft, dieren zijn aangegeven;
b) ofwel de definitieve bouwvergunning en milieuvergunning tussen 1 januari 1991 en 1 januari 1997 werden bekomen en waarvoor tijdig aan de vereiste aangifteplicht in het kader van dit decreet is voldaan; ".
" a) ofwel de definitieve bouwvergunning werd verleend voor 1 september 1991 en waarvan minstens voor wat betreft het aanslagjaar 1992 of 1993 vóór 29 september 1993 aangifte gedaan werd bij de Mestbank en in deze aangifte, die op de inrichting betrekking heeft, dieren zijn aangegeven;
b) ofwel de definitieve bouwvergunning en milieuvergunning tussen 1 januari 1991 en 1 januari 1997 werden bekomen en waarvoor tijdig aan de vereiste aangifteplicht in het kader van dit decreet is voldaan; ".
Art. 41. Dans l'article 2 du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, modifié par les décrets des 20 décembre 1995 et 11 mai 1999, le 7°, a) et b) sont remplacés par la disposition suivante :
" a) soit, a obtenu le permis de bâtir définitif avant le 1er septembre 1991 et qui, au moins pour ce qui concerne l'année d'imposition 1992 ou 1993, a été déclaré à la Mestbank avant le 29 septembre 1993, étant entendu que la déclaration qui se rapporte à l'établissement en question fait mention d'animaux;
b) soit, a obtenu le permis de bâtir définitif et l'autorisation écologique entre le 1er janvier 1991 et le 1er janvier 1997 et pour lequel l'obligation de déclaration, prévue dans le présent décret, a été respectée; ".
" a) soit, a obtenu le permis de bâtir définitif avant le 1er septembre 1991 et qui, au moins pour ce qui concerne l'année d'imposition 1992 ou 1993, a été déclaré à la Mestbank avant le 29 septembre 1993, étant entendu que la déclaration qui se rapporte à l'établissement en question fait mention d'animaux;
b) soit, a obtenu le permis de bâtir définitif et l'autorisation écologique entre le 1er janvier 1991 et le 1er janvier 1997 et pour lequel l'obligation de déclaration, prévue dans le présent décret, a été respectée; ".
Art. 42. In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 20 december 1995, 11 mei 1999 en 3 maart 2000, wordt de berekeningswijze " Mondier = MPn + Amn - Mgndier " vervangen door de berekeningswijze " Mondier = MPn + Amn - MGn (dm + am) ".
Art. 42. Dans l'article 6, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 25 juin 1992, 20 décembre 1995, 11 mai 1999 et 3 mars 2000, le mode de calcul " MOndier = MPn + AMn - Mgndier " est remplacé par le mode de calcul " MOndier = MPn + AMn - MGn (dm + am) ".
Art. 43. In artikel 7, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 december 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het tweede en het derde lid, wordt het volgende lid ingevoegd :
" De Vlaamse Regering kan tevens een bedrag aan de aanvrager van de erkenning opleggen ter delging van de administratieve kosten. ";
2° aan § 1, wordt een vierde lid toegevoegd :
" De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot het indienen, van een beroep tegen deze maatregel. Eveneens kan de Vlaamse Regering nadere regels vastleggen met betrekking tot het verhalen van de kosten van het beroep. ".
1° tussen het tweede en het derde lid, wordt het volgende lid ingevoegd :
" De Vlaamse Regering kan tevens een bedrag aan de aanvrager van de erkenning opleggen ter delging van de administratieve kosten. ";
2° aan § 1, wordt een vierde lid toegevoegd :
" De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot het indienen, van een beroep tegen deze maatregel. Eveneens kan de Vlaamse Regering nadere regels vastleggen met betrekking tot het verhalen van de kosten van het beroep. ".
Art. 43. A l'article 7, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 20 décembre 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° entre le deuxième et le troisième alinéa, il est inséré l'alinéa suivant :
" Le Gouvernement flamand peut imposer également un montant au demandeur de l'agrément pour couvrir les frais administratifs. ";
2° il est ajouté, au § 1er, un quatrième alinéa :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités d'exercice d'un recours contre cette mesure. Il peut également réglementer le recouvrement des frais du recours. ".
1° entre le deuxième et le troisième alinéa, il est inséré l'alinéa suivant :
" Le Gouvernement flamand peut imposer également un montant au demandeur de l'agrément pour couvrir les frais administratifs. ";
2° il est ajouté, au § 1er, un quatrième alinéa :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités d'exercice d'un recours contre cette mesure. Il peut également réglementer le recouvrement des frais du recours. ".
Art. 44. Aan artikel 8, § 3, 2°, b), van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 december 1995, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse regering kan tevens een bedrag opleggen ter delging van de administratieve kosten die hiermee gepaard gaan. ".
" De Vlaamse regering kan tevens een bedrag opleggen ter delging van de administratieve kosten die hiermee gepaard gaan. ".
Art. 44. A l'article 8, § 3, 2°, b), du même décret, modifié par le décret du 20 décembre 1995, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Gouvernement flamand peut également imposer un montant pour couvrir les frais administratifs y afférents. ".
" Le Gouvernement flamand peut également imposer un montant pour couvrir les frais administratifs y afférents. ".
Art. 45. In artikel 9, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 20 december 1995 en 3 maart 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het vijfde lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse regering kan tevens een bedrag opleggen ter delging van de administratieve kosten die hiermee gepaard gaan. ";
2° aan het zesde lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse regering kan tevens een bedrag opleggen ter delging van de administratieve kosten die hiermee gepaard gaan. ".
1° aan het vijfde lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse regering kan tevens een bedrag opleggen ter delging van de administratieve kosten die hiermee gepaard gaan. ";
2° aan het zesde lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse regering kan tevens een bedrag opleggen ter delging van de administratieve kosten die hiermee gepaard gaan. ".
Art. 45. A l'article 9, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 25 juin 1992, 20 décembre 1995 et 3 mars 2000, sont apportées les modifications suivantes :
1° au cinquième alinéa, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Gouvernement flamand peut également imposer un montant pour couvrir les frais administratifs y afférents. ";
2° au sixième alinéa, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Gouvernement flamand peut également imposer un montant pou couvrir les frais administratifs y afférents. ".
1° au cinquième alinéa, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Gouvernement flamand peut également imposer un montant pour couvrir les frais administratifs y afférents. ";
2° au sixième alinéa, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Gouvernement flamand peut également imposer un montant pou couvrir les frais administratifs y afférents. ".
Art. 46. In artikel 21, § 6, van hetzelfde decreet, wordt 1° vervangen door :
" 1° die meer dierlijke mest heeft geproduceerd dan de nutriëntenhalte, bedoeld in artikel 33bis; het bedrag van deze superheffing SH1 wordt door middel van de volgende formule berekend :
SH1 = ((MPBnforf - NHn) x Xspn) + ((Mppforf - NHp) x Xspp),
waarin :
- MPBFn = de forfaitaire bruto productie van dierlijke mest uitgedrukt in kg N : zijnde het product van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de overeenkomstige forfaitaire bruto-uitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in kg N, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1;
- MPFp = de forfaitaire productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P2O5, zijnde het product van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de overeenkomstige forfaitaire uitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in kg P2O5, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1. In afwijking van artikel 5, § 1, wordt voor de diersoort andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg de uitscheidingswaarde van 5,33 kg P2O5 per dier en per jaar gebruikt;
- NHn = de N-nutriëntenhalte, uitgedrukt in kg N, zoals bepaald in artikel 33bis;
- NHp = de P2O5-nutriëntenhalte, uitgedrukt in kg P2O5, zoals bepaald in artikel 33bis;
- Xspn = de superheffingsvoet voor de N-productie hoger dan de nutriëntenhalte NHn;
- Xspp = de superheffingsvoet voor de P2O5-productie hoger dan de nutriëntenhalte NHp. ".
" 1° die meer dierlijke mest heeft geproduceerd dan de nutriëntenhalte, bedoeld in artikel 33bis; het bedrag van deze superheffing SH1 wordt door middel van de volgende formule berekend :
SH1 = ((MPBnforf - NHn) x Xspn) + ((Mppforf - NHp) x Xspp),
waarin :
- MPBFn = de forfaitaire bruto productie van dierlijke mest uitgedrukt in kg N : zijnde het product van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de overeenkomstige forfaitaire bruto-uitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in kg N, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1;
- MPFp = de forfaitaire productie van dierlijke mest, uitgedrukt in kg P2O5, zijnde het product van de gemiddelde veebezetting in de veeteelt- en/of landbouwinrichting gedurende het voorbije kalenderjaar en de overeenkomstige forfaitaire uitscheidingshoeveelheden per dier uitgedrukt in kg P2O5, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1. In afwijking van artikel 5, § 1, wordt voor de diersoort andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg de uitscheidingswaarde van 5,33 kg P2O5 per dier en per jaar gebruikt;
- NHn = de N-nutriëntenhalte, uitgedrukt in kg N, zoals bepaald in artikel 33bis;
- NHp = de P2O5-nutriëntenhalte, uitgedrukt in kg P2O5, zoals bepaald in artikel 33bis;
- Xspn = de superheffingsvoet voor de N-productie hoger dan de nutriëntenhalte NHn;
- Xspp = de superheffingsvoet voor de P2O5-productie hoger dan de nutriëntenhalte NHp. ".
Art. 46. Dans l'article 21, § 6, du même décret, le 1° est remplacé par les dispositions suivantes :
1° ayant produit plus d'effluents d'élevage que la teneur en éléments nutritionnels, visée à l'article 33bis; le montant de cette redevance complémentaire SH1 est calculé à l'aide de la formule suivante :
SH1 = ((MPBnforf - NHn) x Xspn) + ((MPpforf - NHp) x Xspp),
où :
- MPBFn = la production brute forfaitaire d'effluents d'élevage, exprimée en kg de N, à savoir le produit de la densité moyenne du bétail dans l'élevage de bétail et/ou l'exploitation agricole au cours de l'année civile écoulée et les quantités d'excrétion brutes forfaitaires correspondantes par animal, exprimées en kg de N, telles que fixées à l'article 5, § 1er;
- MPFp = la production forfaitaire d'effluents d'élevage, exprimée en kg de P2O5, à savoir le produit de la densité moyenne du bétail dans l'élevage de bétail et/ou l'exploitation agricole au cours de l'année civile écoulée et les quantités d'excrétion brutes forfaitaires correspondantes par animal, exprimées en kg de P2O5, telles que fixées à l'article 5, § 1er. Par dérogation à l'article 5, § 1er, il est appliqué pour l'espèce animale autres porcs, ayant un poids de 20 à 110 kg, la valeur d'excrétion de 5,33 kg P2O5 par animal et par an;
- NHn : la teneur en éléments nutritionnels N, exprimée en kg de N, conformément à la définition de l'article 33bis;
- NHp = la teneur en éléments nutritionnels P2O5, exprimée en kg de P2O5, conformément à la définition de l'article 33bis;
- Xspn = le taux de la redevance complémentaire pour la production N supérieure à la teneur en éléments nutritionnels NHn;
- Xspp = le taux de la redevance complémentaire pour la production de P2O5 supérieure à la teneur en éléments nutritionnels NHp. ".
1° ayant produit plus d'effluents d'élevage que la teneur en éléments nutritionnels, visée à l'article 33bis; le montant de cette redevance complémentaire SH1 est calculé à l'aide de la formule suivante :
SH1 = ((MPBnforf - NHn) x Xspn) + ((MPpforf - NHp) x Xspp),
où :
- MPBFn = la production brute forfaitaire d'effluents d'élevage, exprimée en kg de N, à savoir le produit de la densité moyenne du bétail dans l'élevage de bétail et/ou l'exploitation agricole au cours de l'année civile écoulée et les quantités d'excrétion brutes forfaitaires correspondantes par animal, exprimées en kg de N, telles que fixées à l'article 5, § 1er;
- MPFp = la production forfaitaire d'effluents d'élevage, exprimée en kg de P2O5, à savoir le produit de la densité moyenne du bétail dans l'élevage de bétail et/ou l'exploitation agricole au cours de l'année civile écoulée et les quantités d'excrétion brutes forfaitaires correspondantes par animal, exprimées en kg de P2O5, telles que fixées à l'article 5, § 1er. Par dérogation à l'article 5, § 1er, il est appliqué pour l'espèce animale autres porcs, ayant un poids de 20 à 110 kg, la valeur d'excrétion de 5,33 kg P2O5 par animal et par an;
- NHn : la teneur en éléments nutritionnels N, exprimée en kg de N, conformément à la définition de l'article 33bis;
- NHp = la teneur en éléments nutritionnels P2O5, exprimée en kg de P2O5, conformément à la définition de l'article 33bis;
- Xspn = le taux de la redevance complémentaire pour la production N supérieure à la teneur en éléments nutritionnels NHn;
- Xspp = le taux de la redevance complémentaire pour la production de P2O5 supérieure à la teneur en éléments nutritionnels NHp. ".
Art. 47. In artikel 33, § 5, van hetzelfde decreet, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, worden de woorden " 31 december 2000 " vervangen door de woorden " 31 december 2001 ";
2° in het derde lid, worden de woorden " 1 januari 2001 " vervangen door de woorden " 1 januari 2002 ".
1° in het tweede lid, worden de woorden " 31 december 2000 " vervangen door de woorden " 31 december 2001 ";
2° in het derde lid, worden de woorden " 1 januari 2001 " vervangen door de woorden " 1 januari 2002 ".
Art. 47. A l'article 33, § 5, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° au deuxième alinéa, les mots " 31 décembre 2000 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2001 ";
2° dans le troisième alinéa, les mots " 1er janvier 2000 " (NOTE : Justel lit 2001; voir texte néerlandais) sont remplacés les mots " 1er janvier 2001 (NOTE : Justel lit 2002; voir texte néerlandais)".
1° au deuxième alinéa, les mots " 31 décembre 2000 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2001 ";
2° dans le troisième alinéa, les mots " 1er janvier 2000 " (NOTE : Justel lit 2001; voir texte néerlandais) sont remplacés les mots " 1er janvier 2001 (NOTE : Justel lit 2002; voir texte néerlandais)".
Art. 48. In artikel 33bis, § 1, van hetzelfde decreet, worden, in het eerste lid, de woorden " Aan elke bestaande landbouw- en/of veeteeltinrichting en/of deel hiervan " vervangen door de woorden :
" Aan :
- elke landbouwinrichting en/of deel hiervan, en/of;
- elke veeteeltinrichting en/of deel hiervan :
a) die voldoet aan de definitie van bestaande veeteeltinrichting, of;
b) waarvan minstens sinds aanslagjaar 1995 tijdig en regelmatig jaarlijks aangifte gedaan werd bij de Mestbank. ".
" Aan :
- elke landbouwinrichting en/of deel hiervan, en/of;
- elke veeteeltinrichting en/of deel hiervan :
a) die voldoet aan de definitie van bestaande veeteeltinrichting, of;
b) waarvan minstens sinds aanslagjaar 1995 tijdig en regelmatig jaarlijks aangifte gedaan werd bij de Mestbank. ".
Art. 48. Dans l'article 33bis, § 1er, premier alinéa, du même décret, les mots " A chaque exploitation agricole et/ou élevage de bétail et/ou leurs parties " sont remplacés par les mots
" A :
- chaque exploitation agricole et/ou ses parties, et/ou;
- chaque élevage de bétail et/ou ses parties :
a) qui répond à la définition d'élevage de bétail existant, ou;
b) dont, au moins depuis l'année d'imposition 1995, il a été fait déclaration à la " Mestbank " chaque année, à intervalles réguliers et dans les délais. ".
" A :
- chaque exploitation agricole et/ou ses parties, et/ou;
- chaque élevage de bétail et/ou ses parties :
a) qui répond à la définition d'élevage de bétail existant, ou;
b) dont, au moins depuis l'année d'imposition 1995, il a été fait déclaration à la " Mestbank " chaque année, à intervalles réguliers et dans les délais. ".
Art. 49. In artikel 33bis, § 2, van hetzelfde decreet, wordt in de tabel ter hoogte van " beren en zeugen exclusief biggen " het getal " 9,87 " vervangen door " 14,5 " en het getal " 16,75 " door " 24 ".
Art. 49. Dans le tableau repris à l'article 33bis, § 2, du même décret, le chiffre " 9,87 " est remplacé par " 14,5 " et le chiffre " 16,75 " par " 24 " en regard de la mention " Verrats et truies (hors porcelets) ".
Art. 50. In voetnoot (3) van artikel 33bis, § 2, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, de woorden " zeugen, hetzij inclusief, hetzij exclusief biggen " vervangen door de woorden " zeugen, inclusief en/of exclusief biggen ";
2° in het tweede lid, de woorden " andere varkens " vervangen door de woorden " andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg ".
1° in het eerste lid, de woorden " zeugen, hetzij inclusief, hetzij exclusief biggen " vervangen door de woorden " zeugen, inclusief en/of exclusief biggen ";
2° in het tweede lid, de woorden " andere varkens " vervangen door de woorden " andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg ".
Art. 50. A la note (3) de l'article 33bis, § 2, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le premier alinéa, les mots " l'espèce " truies ", soit inclusivement, soit exclusivement les porcelets " sont remplacés par les mots " l'espèce " truies ", à l'inclusion et/ou à l'exclusion des porcelets ";
2° dans le deuxième alinéa, les mots " d'autres porcs " sont remplacés par les mots " d'autres porcs ayant un poids de 20 à 110 kg ".
1° dans le premier alinéa, les mots " l'espèce " truies ", soit inclusivement, soit exclusivement les porcelets " sont remplacés par les mots " l'espèce " truies ", à l'inclusion et/ou à l'exclusion des porcelets ";
2° dans le deuxième alinéa, les mots " d'autres porcs " sont remplacés par les mots " d'autres porcs ayant un poids de 20 à 110 kg ".
Art. 51. In voetnoot (5) van artikel 33bis, § 2, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° worden, tussen de woorden " aangegeven onder " en " ander pluimvee ", de woorden " leghennen, opfokpoeljen of " toegevoegd;
2° wordt, tussen de woorden " zoals bepaald " en " artikel 5 ", het woord " in " toegevoegd;
3° worden de woorden " III. voor struisvogels, III.4. voor kalkoenen en III.5. voor ander pluimvee " vervangen door de woorden " III. Pluimvee ".
1° worden, tussen de woorden " aangegeven onder " en " ander pluimvee ", de woorden " leghennen, opfokpoeljen of " toegevoegd;
2° wordt, tussen de woorden " zoals bepaald " en " artikel 5 ", het woord " in " toegevoegd;
3° worden de woorden " III. voor struisvogels, III.4. voor kalkoenen en III.5. voor ander pluimvee " vervangen door de woorden " III. Pluimvee ".
Art. 51. A la note (5) de l'article 33bis § 2, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° entre les mots " sous la rubrique " et " autre volaille ", sont insérés les mots " poules pondeuses, poules d'élevage ou ";
2° dans le texte néerlandais, il est inséré, entre les mots " zoals bepaald " et les mots " artikel 5 ", le mot " in ";
3° les mots " III. pour les autruches, III.4. pour les dindons et III.5. pour l'autre volaille " sont remplacés par les mots " III. Volaille ".
1° entre les mots " sous la rubrique " et " autre volaille ", sont insérés les mots " poules pondeuses, poules d'élevage ou ";
2° dans le texte néerlandais, il est inséré, entre les mots " zoals bepaald " et les mots " artikel 5 ", le mot " in ";
3° les mots " III. pour les autruches, III.4. pour les dindons et III.5. pour l'autre volaille " sont remplacés par les mots " III. Volaille ".
Art. 52. In artikel 33bis, § 3, van hetzelfde decreet, wordt een 4° toegevoegd, die luidt als volgt :
4° " producenten die zich in de periode tussen 1 januari 1995 en 1 januari 2000 voor de eerste maal als landbouwer in hoofdberoep hebben gevestigd en hiervoor een investering hebben gedaan en jonger zijn dan 40 jaar. Het bewijs van een eerste installatie moet worden geleverd door een attest van de sociale Kas waar zij bij aangesloten zijn. De nutriëntenhalte NHn en NHp kan evenwel niet hoger zijn dan 85 % van de vergunde mestproductie tenzij het register van het productiejaar 1999 een hogere veebezetting aantoont. ".
4° " producenten die zich in de periode tussen 1 januari 1995 en 1 januari 2000 voor de eerste maal als landbouwer in hoofdberoep hebben gevestigd en hiervoor een investering hebben gedaan en jonger zijn dan 40 jaar. Het bewijs van een eerste installatie moet worden geleverd door een attest van de sociale Kas waar zij bij aangesloten zijn. De nutriëntenhalte NHn en NHp kan evenwel niet hoger zijn dan 85 % van de vergunde mestproductie tenzij het register van het productiejaar 1999 een hogere veebezetting aantoont. ".
Art. 52. Dans l'article 33bis, § 3, du même décret, il est ajouté un 4°, rédigé comme suit :
" 4° des producteurs de moins de 40 ans qui se sont installés pour la première fois comme agriculteur à titre principal au cours de la période entre le 1er janvier 1995 et le 1er janvier 2000 et ont fait un investissement à cet effet. La preuve de première installation doit être fournie à l'aide d'une attestation de la Caisse sociale à laquelle ils sont affiliés. La teneur en éléments nutritionnels NHn et NHp ne peut toutefois être supérieure à 85 % de la production autorisée d'engrais à moins que le registre de l'année de production 1999 n'affiche une densité du bétail supérieure. ".
" 4° des producteurs de moins de 40 ans qui se sont installés pour la première fois comme agriculteur à titre principal au cours de la période entre le 1er janvier 1995 et le 1er janvier 2000 et ont fait un investissement à cet effet. La preuve de première installation doit être fournie à l'aide d'une attestation de la Caisse sociale à laquelle ils sont affiliés. La teneur en éléments nutritionnels NHn et NHp ne peut toutefois être supérieure à 85 % de la production autorisée d'engrais à moins que le registre de l'année de production 1999 n'affiche une densité du bétail supérieure. ".
Art. 53. In artikel 33bis van hetzelfde decreet, wordt, aan § 5, de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse Regering kan hieromtrent nadere regels vaststellen. ".
" De Vlaamse Regering kan hieromtrent nadere regels vaststellen. ".
Art. 53. A l'article 33bis du même décret, il est ajouté la phrase suivante (NOTE : Justel supplée " au § 5 "; voir texte néerlandais) :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités en la matière. ".
" Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités en la matière. ".
Art. 54. Aan artikel 33bis van hetzelfde decreet, worden een § 8 en een § 9 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 8. Producenten van wie het bedrijf een productie aan dierlijke mest MPp heeft van minder dan 300 kg difosforpentoxide worden vrijgesteld van de regels bepaald in artikel 33ter, § 1, 1° met betrekking tot de beperking van de productie aan dierlijke mest. Ingeval er meerdere producenten zijn op een landbouw- of veeteeltinrichting, dan geldt deze vrijstelling slechts voorzover de totale productie aan dierlijke mest MPp van alle producenten samen minder bedraagt dan 300 kg difosforpentoxide.
§ 9. De nutriëntenhalte NH (n) en NH (p) vervalt, behoudens in geval van overmacht of toeval, van rechtswege indien er gedurende twee opeenvolgende aanslagjaren geen aangifte gedaan werd of geen dieren aangegeven werden op de jaarlijkse aangifte die betrekking heeft op de desbetreffende inrichting. ".
" § 8. Producenten van wie het bedrijf een productie aan dierlijke mest MPp heeft van minder dan 300 kg difosforpentoxide worden vrijgesteld van de regels bepaald in artikel 33ter, § 1, 1° met betrekking tot de beperking van de productie aan dierlijke mest. Ingeval er meerdere producenten zijn op een landbouw- of veeteeltinrichting, dan geldt deze vrijstelling slechts voorzover de totale productie aan dierlijke mest MPp van alle producenten samen minder bedraagt dan 300 kg difosforpentoxide.
§ 9. De nutriëntenhalte NH (n) en NH (p) vervalt, behoudens in geval van overmacht of toeval, van rechtswege indien er gedurende twee opeenvolgende aanslagjaren geen aangifte gedaan werd of geen dieren aangegeven werden op de jaarlijkse aangifte die betrekking heeft op de desbetreffende inrichting. ".
Art. 54. A l'article 33bis du même décret, il est ajouté un § 8 et un § 9, rédigés comme suit :
" § 8. Les producteurs, dont la production d'effluents d'élevage MPp de leur entreprise est inférieure à 300 kg d'anhydride phosphorique, sont exemptés des règles reprises à l'article 33ter, § 1er, 1° concernant la réduction de la production d'effluents d'élevage. Si un élevage de bétail ou exploitation agricole compte plusieurs producteurs, cette exemption ne s'applique que dans la mesure où la production globale d'effluents d'élevage MPp de l'ensemble des producteurs est inférieure à 300 kg d'anhydride phosphorique.
§ 9. La teneur en éléments nutritionnels NH (n) et NH (p) ne s'applique plus de plein droit, sauf les cas fortuits et de force majeure, si au cours de deux années d'imposition successives aucune déclaration n'a été faite ou aucun animal n'a été déclaré sur la déclaration annuelle portant sur l'exploitation en question. ".
" § 8. Les producteurs, dont la production d'effluents d'élevage MPp de leur entreprise est inférieure à 300 kg d'anhydride phosphorique, sont exemptés des règles reprises à l'article 33ter, § 1er, 1° concernant la réduction de la production d'effluents d'élevage. Si un élevage de bétail ou exploitation agricole compte plusieurs producteurs, cette exemption ne s'applique que dans la mesure où la production globale d'effluents d'élevage MPp de l'ensemble des producteurs est inférieure à 300 kg d'anhydride phosphorique.
§ 9. La teneur en éléments nutritionnels NH (n) et NH (p) ne s'applique plus de plein droit, sauf les cas fortuits et de force majeure, si au cours de deux années d'imposition successives aucune déclaration n'a été faite ou aucun animal n'a été déclaré sur la déclaration annuelle portant sur l'exploitation en question. ".
Art. 55. In de eerste zin van § 1 van artikel 33ter van hetzelfde decreet, wordt, tussen de woorden " exploitatie van " en " veeteeltinrichtingen ", de woorden " landbouw- en " ingevoegd.
Art. 55. Dans la première phrase du § 1er de l'article 33ter du même décret, il est inséré, entre le mot " l'exploitation " et les mots " d'élevages de bétail ", les mots " d'exploitations agricoles et ".
Art. 56. Aan artikel 33ter, § 4, van hetzelfde decreet, wordt een derde streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - veeteeltinrichtingen waar uitsluitend paarden en/of pony's gehouden worden. ".
" - veeteeltinrichtingen waar uitsluitend paarden en/of pony's gehouden worden. ".
Art. 56. A l'article 33ter, § 4, du même décret, il est ajouté un troisième tiret, rédigé comme suit :
" - élevages de bétail s'occupant exclusivement de chevaux et/ou de poneys. ".
" - élevages de bétail s'occupant exclusivement de chevaux et/ou de poneys. ".
Art. 57. Aan artikel 36 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 december 1995, wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen in verband met de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria en de manier waarop deze erkenning wordt aangevraagd, verleend en geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken. ".
" § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen in verband met de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria en de manier waarop deze erkenning wordt aangevraagd, verleend en geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken. ".
Art. 57. A l'article 36 du même décret, modifié par le décret du 20 décembre 1995, il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités concernant les conditions d'agrément des laboratoires et le mode de demande, d'octroi et de retrait global ou partiel de cet agrément. ".
" § 5. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités concernant les conditions d'agrément des laboratoires et le mode de demande, d'octroi et de retrait global ou partiel de cet agrément. ".
Art. 58. In artikel 37, § 1, 5°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1995 en 11 mei 1999, worden, na de woorden " met artikel 18 ", de woorden " en artikel 17 " toegevoegd.
Art. 58. Dans l'article 37, § 1er, 5°, du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1995 et 11 mai 1999, il est ajouté, après les mots " à l'article 18 ", les mots " et l'article 17 ".
Art. 59. In artikel 37, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1995 en 11 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een 4°bis wordt ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 4°bis degene die met overtreding van Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap dierlijke mest heeft vervoerd zonder het voorgeschreven begeleidend document volledig en correct op te maken en binnen de gestelde termijn over te zenden aan de Mestbank, of die een transportverbod vanwege de Mestbank heeft genegeerd; ";
2° aan 7° wordt, na de woorden " aan deze veeteeltinrichting ", de volgende woorden toegevoegd :
" en/of diegene die de vermindering van de nutriëntenproductie uit dierlijke mest ingevolge aanwending van nutriëntenarm voeder en toepassing van voedertechnieken als bedoeld in artikel 5, § 2, of bereikt ingevolge de mestuitscheidingsbalans als bedoeld in artikel 20bis, § 2, 2°, opvult met een verhoging van het aantal dieren dat wordt gehouden in de beschouwde landbouw- en/of veeteeltinrichting en/of deel hiervan ";
3° een 8°, 9° en 10° worden toegevoegd, die luiden als volgt :
" 8° degene die met overtreding van artikel 7, § 2 en § 3, een gemeld transport niet uitvoert conform het opgemaakte mestafzetdocument dat het transport vergezelt;
9° degene die met overtreding van Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap sluikhandel heeft verricht;
10° degenen die de benodigde documenten voor het opmaken van een bedrijfs-, bodem- of mestuitscheidingsbalans, niet kan voorleggen bij controle. ".
1° een 4°bis wordt ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 4°bis degene die met overtreding van Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap dierlijke mest heeft vervoerd zonder het voorgeschreven begeleidend document volledig en correct op te maken en binnen de gestelde termijn over te zenden aan de Mestbank, of die een transportverbod vanwege de Mestbank heeft genegeerd; ";
2° aan 7° wordt, na de woorden " aan deze veeteeltinrichting ", de volgende woorden toegevoegd :
" en/of diegene die de vermindering van de nutriëntenproductie uit dierlijke mest ingevolge aanwending van nutriëntenarm voeder en toepassing van voedertechnieken als bedoeld in artikel 5, § 2, of bereikt ingevolge de mestuitscheidingsbalans als bedoeld in artikel 20bis, § 2, 2°, opvult met een verhoging van het aantal dieren dat wordt gehouden in de beschouwde landbouw- en/of veeteeltinrichting en/of deel hiervan ";
3° een 8°, 9° en 10° worden toegevoegd, die luiden als volgt :
" 8° degene die met overtreding van artikel 7, § 2 en § 3, een gemeld transport niet uitvoert conform het opgemaakte mestafzetdocument dat het transport vergezelt;
9° degene die met overtreding van Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap sluikhandel heeft verricht;
10° degenen die de benodigde documenten voor het opmaken van een bedrijfs-, bodem- of mestuitscheidingsbalans, niet kan voorleggen bij controle. ".
Art. 59. A l'article 37, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1995 et 11 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré un 4°bis, rédigé comme suit :
" 4°bis celui qui, en violation du Règlement (CEE) n° 259/93 du Conseil du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de la Communauté européenne, a transporté des effluents d'élevage sans avoir établi, de manière correcte et complète, le document de suivi et l'avoir transmis à la " Mestbank " dans le délai imparti ou qui a négligé une interdiction de transport de la part de la " Mestbank "; ";
2° au 7°, il est ajouté, après les mots " à l'élevage en question ", la disposition suivante :
" et/ou celui qui compense la réduction de la production nutritionnelle à partir d'effluents d'élevage obtenue suite à l'administration d'aliments pauvres en nutriments et l'application de techniques alimentaires visées à l'article 5, § 2 ou à l'aide du bilan d'excrétion d'engrais visé à l'article 20bis, § 2, 2°, par une augmentation du cheptel de l'élevage de bétail et/ou de l'exploitation agricole et/ou de leurs parties ";
3° il est ajouté un 8°, 9° (Justel supplée : et un 10°), rédigés comme suit :
" 8° celui qui, en violation de l'article 7, §§ 2 et 3, ne procède pas à un transport notifié conformément au document d'écoulement qui accompagne le transport;
9° celui qui, en violation du Règlement (CEE) n° 259/93 du Conseil du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de la Communauté européenne, a exercé des transferts illicites;
10° celui qui ne peut produire, en cas de contrôle, les documents nécessaires à l'établissement d'un bilan d'entreprise, du sol et d'excrétion du bilan. ".
1° il est inséré un 4°bis, rédigé comme suit :
" 4°bis celui qui, en violation du Règlement (CEE) n° 259/93 du Conseil du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de la Communauté européenne, a transporté des effluents d'élevage sans avoir établi, de manière correcte et complète, le document de suivi et l'avoir transmis à la " Mestbank " dans le délai imparti ou qui a négligé une interdiction de transport de la part de la " Mestbank "; ";
2° au 7°, il est ajouté, après les mots " à l'élevage en question ", la disposition suivante :
" et/ou celui qui compense la réduction de la production nutritionnelle à partir d'effluents d'élevage obtenue suite à l'administration d'aliments pauvres en nutriments et l'application de techniques alimentaires visées à l'article 5, § 2 ou à l'aide du bilan d'excrétion d'engrais visé à l'article 20bis, § 2, 2°, par une augmentation du cheptel de l'élevage de bétail et/ou de l'exploitation agricole et/ou de leurs parties ";
3° il est ajouté un 8°, 9° (Justel supplée : et un 10°), rédigés comme suit :
" 8° celui qui, en violation de l'article 7, §§ 2 et 3, ne procède pas à un transport notifié conformément au document d'écoulement qui accompagne le transport;
9° celui qui, en violation du Règlement (CEE) n° 259/93 du Conseil du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de la Communauté européenne, a exercé des transferts illicites;
10° celui qui ne peut produire, en cas de contrôle, les documents nécessaires à l'établissement d'un bilan d'entreprise, du sol et d'excrétion du bilan. ".
Art. 60. Aan artikel 37, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1995 en 11 mei 1999, wordt een 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° degene die de bepalingen overtreden in verband met de bedrijfs-, bodem- of mestuitscheidingsbalans zoals vermeld in artikel 20bis. ".
" 5° degene die de bepalingen overtreden in verband met de bedrijfs-, bodem- of mestuitscheidingsbalans zoals vermeld in artikel 20bis. ".
Art. 60. A l'article 37, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1995 et 11 mai 1999, il est ajouté un 5°, rédigé comme suit :
" 5° celui qui enfreint les dispositions en matière des bilans d'entreprise, du sol et d'excrétion d'effluents d'élevage visés à l'article 20bis. ".
" 5° celui qui enfreint les dispositions en matière des bilans d'entreprise, du sol et d'excrétion d'effluents d'élevage visés à l'article 20bis. ".
Art. 61. Aan artikel 38 van het decreet van 11 mei 1999 tot wijziging van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen en tot wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het decreet van 3 maart 2000, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De volgende bepalingen treden in werking op 1 januari 2001 :
1° artikel 21, § 6, 1°, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, vervangen bij het decreet van 20 december 1995 en gewijzigd bij de decreten van 11 mei 1999, 3 maart 2000 en (...) houdende diverse bepalingen;
2° artikel 33ter, § 1, 1°, a), van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 3 maart 2000 en (...) houdende diverse bepalingen. ".
" De volgende bepalingen treden in werking op 1 januari 2001 :
1° artikel 21, § 6, 1°, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, vervangen bij het decreet van 20 december 1995 en gewijzigd bij de decreten van 11 mei 1999, 3 maart 2000 en (...) houdende diverse bepalingen;
2° artikel 33ter, § 1, 1°, a), van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 3 maart 2000 en (...) houdende diverse bepalingen. ".
Art. 61. A l'article 38 du décret du 11 mai 1999 modifiant le décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais et modifiant le décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, modifié par le décret du 3 mars 2000, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Les dispositions suivantes entrent en vigueur le 1er janvier 2001 :
1° l'article 21, § 6, 1°, du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, remplacé par le décret du 20 décembre 1995 et modifié par les décrets des 11 mai 1999, 3 mars 2000 et (...) contenant diverses dispositions;
2° l'article 33ter, § 1er, 1°, a), du même décret, inséré par le décret du 11 mai 1999 et modifié par les décrets du 3 mars 2000 et (...) contenant diverses dispositions. ".
" Les dispositions suivantes entrent en vigueur le 1er janvier 2001 :
1° l'article 21, § 6, 1°, du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, remplacé par le décret du 20 décembre 1995 et modifié par les décrets des 11 mai 1999, 3 mars 2000 et (...) contenant diverses dispositions;
2° l'article 33ter, § 1er, 1°, a), du même décret, inséré par le décret du 11 mai 1999 et modifié par les décrets du 3 mars 2000 et (...) contenant diverses dispositions. ".
HOOFDSTUK XVII. - Slot- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE XVII. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 62. Artikel 21 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Artikel 22 heeft uitwerking met ingang van 9 juli 1999.
(Artikel 32 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001.)
Artikel 40 heeft uitwerking met ingang van 24 juli 1998.
De artikelen 41 tot 60 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 8 december 2000.
De Minister-President van de Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden,
P. DEWAEL
De Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
S. STEVAERT
De Vlaamse Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. M. VOGELS
De Vlaamse Minister van Cultuur, Jeugd, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking,
B. ANCIAUX
De Vlaamse Minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN
De Vlaamse Minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
R. LANDUYT
De Vlaamse Minister van Leefmilieu en Landbouw,
Mevr. V. DUA
De Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport,
J. SAUWENS
De Vlaamse Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media,
D. VAN MECHELEN
Artikel 22 heeft uitwerking met ingang van 9 juli 1999.
(Artikel 32 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001.)
Artikel 40 heeft uitwerking met ingang van 24 juli 1998.
De artikelen 41 tot 60 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 8 december 2000.
De Minister-President van de Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden,
P. DEWAEL
De Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
S. STEVAERT
De Vlaamse Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. M. VOGELS
De Vlaamse Minister van Cultuur, Jeugd, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking,
B. ANCIAUX
De Vlaamse Minister van Onderwijs en Vorming,
Mevr. M. VANDERPOORTEN
De Vlaamse Minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
R. LANDUYT
De Vlaamse Minister van Leefmilieu en Landbouw,
Mevr. V. DUA
De Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport,
J. SAUWENS
De Vlaamse Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media,
D. VAN MECHELEN
Art. 62. L'article 21 produit ses effets le 1er janvier 2000.
L'article 22 produit ses effets le 9 juillet 1999.
(L'article 32 produit ses effets le 1er janvier 2001.)
L'article 40 produit ses effets le 24 juillet 1998.
Les articles 41 à 60 produisent leurs effets le 1er janvier 2000.
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Bruxelles, le 8 décembre 2000.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand et Ministre flamand des Finances, du Budget, de la Politique extérieure et des Affaires européennes,
P. DEWAEL
Le Ministre-Vice-Président du Gouvernement flamand et Ministre flamand de la Mobilité, des Travaux publics et de l'Energie,
S. STEVAERT
Le Ministre flamand de l'Aide sociale, de la Santé et de l'Egalité des chances,
Mme M. VOGELS
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Affaires bruxelloises et de la Coopération au développement,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN
Le Ministre flamand de l'Emploi et du Tourisme,
R. LANDUYT
Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Agriculture,
Mme V. DUA
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Fonction publique et des Sports,
J. SAUWENS
Le Ministre flamand de l'Economie, de l'Aménagement du territoire et des Médias,
D. VAN MECHELEN
L'article 22 produit ses effets le 9 juillet 1999.
(L'article 32 produit ses effets le 1er janvier 2001.)
L'article 40 produit ses effets le 24 juillet 1998.
Les articles 41 à 60 produisent leurs effets le 1er janvier 2000.
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Bruxelles, le 8 décembre 2000.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand et Ministre flamand des Finances, du Budget, de la Politique extérieure et des Affaires européennes,
P. DEWAEL
Le Ministre-Vice-Président du Gouvernement flamand et Ministre flamand de la Mobilité, des Travaux publics et de l'Energie,
S. STEVAERT
Le Ministre flamand de l'Aide sociale, de la Santé et de l'Egalité des chances,
Mme M. VOGELS
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, des Affaires bruxelloises et de la Coopération au développement,
B. ANCIAUX
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN
Le Ministre flamand de l'Emploi et du Tourisme,
R. LANDUYT
Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Agriculture,
Mme V. DUA
Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Fonction publique et des Sports,
J. SAUWENS
Le Ministre flamand de l'Economie, de l'Aménagement du territoire et des Médias,
D. VAN MECHELEN