Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 JANUARI 2001. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen (VERTALING).
Titre
11 JANVIER 2001. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (46)
Texte (45)
Artikel 1. Dit besluit regelt, krachtens artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet.
Article 1. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128, § 1er, de celle-ci.
Art. 2. In artikel 18 van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen wordt punt 2° vervangen als volgt :
" 2° de terugbetaling van diverse kosten ".
" 2° de terugbetaling van diverse kosten ".
Art. 2. A l'article 18 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, le 2° est remplacé par le texte suivant : " 2° le remboursement de frais divers ".
Art. 3. In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid van § 1 geschrapt en worden de volgende leden ingevoegd :
" Het Agentschap legt de gemiddelde referentiebezetting vast na een onderzoek verricht d.m.v. een aan de diensten overgemaakt formulier.
Elke dienst moet het formulier behoorlijk ingevuld uiterlijk op 28 februari van het boekjaar bij aangetekend schrijven terugzenden. Zo niet wordt de jaarlijkse toelage van de dienst naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 80 % van het bedrag waarop hij het jaar vóór het boekjaar aanspraak kon maken. ".
" Het Agentschap legt de gemiddelde referentiebezetting vast na een onderzoek verricht d.m.v. een aan de diensten overgemaakt formulier.
Elke dienst moet het formulier behoorlijk ingevuld uiterlijk op 28 februari van het boekjaar bij aangetekend schrijven terugzenden. Zo niet wordt de jaarlijkse toelage van de dienst naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 80 % van het bedrag waarop hij het jaar vóór het boekjaar aanspraak kon maken. ".
Art. 3. L'article 23, § 1er, alinéa 2 du même arrêté est supprimé et il est ajouté à la même disposition les alinéas suivants :
" L'Agence fixe l'occupation moyenne de référence (O.M.R.) sur base d'une enquête établie selon un modèle transmis aux services.
Chaque service est tenu de renvoyer, par recommandé, le formulaire de cette enquête, dûment complété, au plus tard pour le 28 février de l'exercice. A défaut, la subvention annuelle du service est fixée à 80 % du montant auquel il pouvait prétendre l'année antérieure à l'exercice et ce, au prorata des capacités agréées. ".
" L'Agence fixe l'occupation moyenne de référence (O.M.R.) sur base d'une enquête établie selon un modèle transmis aux services.
Chaque service est tenu de renvoyer, par recommandé, le formulaire de cette enquête, dûment complété, au plus tard pour le 28 février de l'exercice. A défaut, la subvention annuelle du service est fixée à 80 % du montant auquel il pouvait prétendre l'année antérieure à l'exercice et ce, au prorata des capacités agréées. ".
Art. 4. De §§ 2 en 3 van artikel 23 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt :
" § 2. In geval van oprichting van een dienst loopt de referentieperiode vanaf de eerste dag van zijn werking of omvorming tot 31 december van het lopende kalenderjaar, behalve als ze resulteert uit een omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII of als de dienst zich in één van de onderstaande gevallen bevindt :
1° een vermindering van de erkende capaciteit, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII;
2° binnen de perken van de beschikbare kredieten, een verhoging van de erkende capaciteit voor het onthaal van personen die uitsluitend onder categorie " C " vallen, zoals bepaald in artikel 21, § 3, 3°, en waarvan de naam vermeld wordt op de lijst bedoeld in artikel 58, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII;
3° binnen de perken van de beschikbare kredieten, een erkenningswijziging, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII, met als gevolg een verhoging van de toelagen te wijten aan het onthaal van personen die uitsluitend onder categorie " C " vallen, zoals bepaald in artikel 21, § 3, 3°, en waarvan de naam vermeld wordt op de lijst bedoeld in artikel 58.
Het Agentschap legt de gemiddelde referentiebezetting voorlopig vast aan het begin van de bedoelde periode en past het aantal aan na afloop van het boekjaar op grond van de effectieve gemiddelde bezetting tijdens de referentieperiode.
Het volgende kalenderjaar wordt deze berekeningswijze automatisch opnieuw toegepast.
§ 3. Wanneer de dienst omgevormd wordt, zoals bedoeld in afdeling 2 van titel VII, wordt de jaarlijkse toelage berekend op grond van een gemiddelde referentiebezetting die met de erkende nieuwe capaciteit overeenstemt. De gemiddelde referentiebezetting wordt per type handicap verdeeld op grond van de verhoudingen die zijn vastgesteld in het raam van het in artikel 23, § 1, bedoelde laatste onderzoek waarvan het Agentschap op de hoogte is.
De aldus berekende gemiddelde referentiebezetting wordt vermenigvuldigd met de toelagen per tenlasteneming bedoeld in artikel 21 en met inachtneming van de anciënniteit vermeld in de laatste lijst bedoeld in artikel 29, § 2, waarvan het Agentschap op de hoogte is.
Vanaf het kalenderjaar na het jaar van de omvorming wordt de jaarlijkse toelage overeenkomstig artikel 24 van dit besluit berekend op grond van de gemiddelde referentiebezetting die is vastgesteld tussen de datum van de door het beheerscomité van het Agentschap besloten omvorming en 31 december en het toegekende bedrag bedoeld in artikel 24, § 1, 2°, dat jaarlijks wordt berekend.
De jaarlijkse toelage voor de tenlastenemingen die het gevolg zijn van de in artikel 85, 5°, a), b), c), d) en e), bedoelde omvormingen, resulteert uit de marge tussen de toelage waarop de dienst die tot de omvorming heeft besloten, recht zou hebben als hij niet was omgevormd, rekening houdende in voorkomend geval met het anciënniteitssupplement slaande op het vorige jaar en met de toelage die hij in het kader van de omvorming ontvangt.
De twee boekjaren na de omvorming wordt dat bedrag jaarlijks toegekend en vermenigvuldigd met de in artikel 24, § 1, 2°, bedoelde aanpassingscoëfficiënt. De jaarlijkse toelage voor de tenlastenemingen die voorafgaan aan de omvorming, stemt gedurende beide boekjaren overeen met het bedrag dat het jaar van de omvorming wordt toegekend, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in artikel 24, § 1, 2°.
Bij gebrek aan nieuwe omvormingen wordt de jaarlijkse toelage voor de in deze paragraaf bedoelde diensten berekend overeenkomstig artikel 24. ".
" § 2. In geval van oprichting van een dienst loopt de referentieperiode vanaf de eerste dag van zijn werking of omvorming tot 31 december van het lopende kalenderjaar, behalve als ze resulteert uit een omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII of als de dienst zich in één van de onderstaande gevallen bevindt :
1° een vermindering van de erkende capaciteit, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII;
2° binnen de perken van de beschikbare kredieten, een verhoging van de erkende capaciteit voor het onthaal van personen die uitsluitend onder categorie " C " vallen, zoals bepaald in artikel 21, § 3, 3°, en waarvan de naam vermeld wordt op de lijst bedoeld in artikel 58, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII;
3° binnen de perken van de beschikbare kredieten, een erkenningswijziging, behalve als ze resulteert uit de omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII, met als gevolg een verhoging van de toelagen te wijten aan het onthaal van personen die uitsluitend onder categorie " C " vallen, zoals bepaald in artikel 21, § 3, 3°, en waarvan de naam vermeld wordt op de lijst bedoeld in artikel 58.
Het Agentschap legt de gemiddelde referentiebezetting voorlopig vast aan het begin van de bedoelde periode en past het aantal aan na afloop van het boekjaar op grond van de effectieve gemiddelde bezetting tijdens de referentieperiode.
Het volgende kalenderjaar wordt deze berekeningswijze automatisch opnieuw toegepast.
§ 3. Wanneer de dienst omgevormd wordt, zoals bedoeld in afdeling 2 van titel VII, wordt de jaarlijkse toelage berekend op grond van een gemiddelde referentiebezetting die met de erkende nieuwe capaciteit overeenstemt. De gemiddelde referentiebezetting wordt per type handicap verdeeld op grond van de verhoudingen die zijn vastgesteld in het raam van het in artikel 23, § 1, bedoelde laatste onderzoek waarvan het Agentschap op de hoogte is.
De aldus berekende gemiddelde referentiebezetting wordt vermenigvuldigd met de toelagen per tenlasteneming bedoeld in artikel 21 en met inachtneming van de anciënniteit vermeld in de laatste lijst bedoeld in artikel 29, § 2, waarvan het Agentschap op de hoogte is.
Vanaf het kalenderjaar na het jaar van de omvorming wordt de jaarlijkse toelage overeenkomstig artikel 24 van dit besluit berekend op grond van de gemiddelde referentiebezetting die is vastgesteld tussen de datum van de door het beheerscomité van het Agentschap besloten omvorming en 31 december en het toegekende bedrag bedoeld in artikel 24, § 1, 2°, dat jaarlijks wordt berekend.
De jaarlijkse toelage voor de tenlastenemingen die het gevolg zijn van de in artikel 85, 5°, a), b), c), d) en e), bedoelde omvormingen, resulteert uit de marge tussen de toelage waarop de dienst die tot de omvorming heeft besloten, recht zou hebben als hij niet was omgevormd, rekening houdende in voorkomend geval met het anciënniteitssupplement slaande op het vorige jaar en met de toelage die hij in het kader van de omvorming ontvangt.
De twee boekjaren na de omvorming wordt dat bedrag jaarlijks toegekend en vermenigvuldigd met de in artikel 24, § 1, 2°, bedoelde aanpassingscoëfficiënt. De jaarlijkse toelage voor de tenlastenemingen die voorafgaan aan de omvorming, stemt gedurende beide boekjaren overeen met het bedrag dat het jaar van de omvorming wordt toegekend, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in artikel 24, § 1, 2°.
Bij gebrek aan nieuwe omvormingen wordt de jaarlijkse toelage voor de in deze paragraaf bedoelde diensten berekend overeenkomstig artikel 24. ".
Art. 4. Les §§ 2 et 3 de l'article 23 du même arrêté sont remplacés par les dispositions suivantes :
" § 2. En cas de création, sauf si elle résulte d'une transformation visée à la section 2 du titre VII, ou lorsque le service connaît une des circonstances citées ci-après, la période de référence s'étend du 1er jour de fonctionnement ou de la modification survenue au 31 décembre de l'année civile en cours.
Par circonstances, on entend :
1° une diminution de capacité agréée, sauf si elle est consécutive à la transformation d'un service visée à la section 2 du titre VII;
2° dans la limite du crédit budgétaire réservé à cet effet, une augmentation de capacité agréée réservée à l'accueil de personnes relevant exclusivement de la catégorie " C ", telle que définie à l'article 21, § 3, 3° et ressortissant de la liste visée à l'article 58, sauf si elle est consécutive à la transformation d'un service visé à la section 2 du titre VII;
3° dans la limite du crédit budgétaire réservé à cet effet, une modification d'agrément, sauf si elle est consécutive à la transformation d'un service visé à la section 2 du titre VII, susceptible d'entraîner une augmentation des subventions du fait de l'accueil de personnes relevant exclusivement de la catégorie " C ", telle que définie à l'article 21, § 3, 3° et ressortissant de la liste visée à l'article 58.
L'Agence arrête l'occupation moyenne de référence (O.M.R.) à titre provisoire au début de la période concernée et ajuste ce nombre au terme de l'exercice sur la base de l'occupation moyenne effective durant la période de référence.
Ce mode de calcul est automatiquement reconduit l'année civile suivante.
§ 3. Lorsque le service initie une transformation telle que visée à la section 2 du titre VII, le calcul de sa subvention annuelle est réalisé à partir d'une occupation moyenne de référence correspondant à la nouvelle capacité agréée. L'occupation moyenne de référence est ventilée par type de handicap, sur la base des mêmes proportions que celles observées dans le cadre de la dernière enquête, visée à l'article 23, § 1er, connue de l'Agence.
L'occupation moyenne de référence (O.M.R.) ainsi définie est multipliée par les subventions par prise en charge, visée à l'article 21 et compte tenu de l'ancienneté renseignée via la dernière liste visée à l'article 29, § 2, connue de l'Agence.
Dès l'année civile qui suit celle de la transformation, le calcul de la subvention annuelle est réalisé conformément à l'article 24 du présent arrêté avec l'occupation moyenne de référence observée entre la date de la transformation décidée par le comité de gestion de l'Agence et le 31 décembre, et le montant attribué visé à l'article 24, § 1er, 2° défini sur une base annuelle.
La subvention annuelle relative aux prises en charge issues des transformations visées à l'article 85, 5°, a), b), c), d) et e) résulte de l'écart entre la subvention à laquelle le service initiateur de la transformation aurait eu droit s'il ne s'était pas transformé compte tenu, le cas échéant, du supplément pour ancienneté relatif à l'année antérieure et la subvention qu'il obtient dans le cadre de la transformation.
Durant les deux exercices qui suivent celui de la transformation, ce montant est octroyé sur une base annuelle et multiplié par le coefficient d'adaptation visé à l'article 24, § 1er, 2°. La subvention annuelle des prises en charge préexistantes à la transformation correspond, durant ces deux exercices, au montant attribué l'année de la transformation, multiplié par le coefficient d'adaptation visé à l'article 24, § 1er, 2°.
A défaut de nouvelle transformation, le calcul de la subvention annuelle des services visés au présent paragraphe est alors réalisé conformément à l'article 24. ".
" § 2. En cas de création, sauf si elle résulte d'une transformation visée à la section 2 du titre VII, ou lorsque le service connaît une des circonstances citées ci-après, la période de référence s'étend du 1er jour de fonctionnement ou de la modification survenue au 31 décembre de l'année civile en cours.
Par circonstances, on entend :
1° une diminution de capacité agréée, sauf si elle est consécutive à la transformation d'un service visée à la section 2 du titre VII;
2° dans la limite du crédit budgétaire réservé à cet effet, une augmentation de capacité agréée réservée à l'accueil de personnes relevant exclusivement de la catégorie " C ", telle que définie à l'article 21, § 3, 3° et ressortissant de la liste visée à l'article 58, sauf si elle est consécutive à la transformation d'un service visé à la section 2 du titre VII;
3° dans la limite du crédit budgétaire réservé à cet effet, une modification d'agrément, sauf si elle est consécutive à la transformation d'un service visé à la section 2 du titre VII, susceptible d'entraîner une augmentation des subventions du fait de l'accueil de personnes relevant exclusivement de la catégorie " C ", telle que définie à l'article 21, § 3, 3° et ressortissant de la liste visée à l'article 58.
L'Agence arrête l'occupation moyenne de référence (O.M.R.) à titre provisoire au début de la période concernée et ajuste ce nombre au terme de l'exercice sur la base de l'occupation moyenne effective durant la période de référence.
Ce mode de calcul est automatiquement reconduit l'année civile suivante.
§ 3. Lorsque le service initie une transformation telle que visée à la section 2 du titre VII, le calcul de sa subvention annuelle est réalisé à partir d'une occupation moyenne de référence correspondant à la nouvelle capacité agréée. L'occupation moyenne de référence est ventilée par type de handicap, sur la base des mêmes proportions que celles observées dans le cadre de la dernière enquête, visée à l'article 23, § 1er, connue de l'Agence.
L'occupation moyenne de référence (O.M.R.) ainsi définie est multipliée par les subventions par prise en charge, visée à l'article 21 et compte tenu de l'ancienneté renseignée via la dernière liste visée à l'article 29, § 2, connue de l'Agence.
Dès l'année civile qui suit celle de la transformation, le calcul de la subvention annuelle est réalisé conformément à l'article 24 du présent arrêté avec l'occupation moyenne de référence observée entre la date de la transformation décidée par le comité de gestion de l'Agence et le 31 décembre, et le montant attribué visé à l'article 24, § 1er, 2° défini sur une base annuelle.
La subvention annuelle relative aux prises en charge issues des transformations visées à l'article 85, 5°, a), b), c), d) et e) résulte de l'écart entre la subvention à laquelle le service initiateur de la transformation aurait eu droit s'il ne s'était pas transformé compte tenu, le cas échéant, du supplément pour ancienneté relatif à l'année antérieure et la subvention qu'il obtient dans le cadre de la transformation.
Durant les deux exercices qui suivent celui de la transformation, ce montant est octroyé sur une base annuelle et multiplié par le coefficient d'adaptation visé à l'article 24, § 1er, 2°. La subvention annuelle des prises en charge préexistantes à la transformation correspond, durant ces deux exercices, au montant attribué l'année de la transformation, multiplié par le coefficient d'adaptation visé à l'article 24, § 1er, 2°.
A défaut de nouvelle transformation, le calcul de la subvention annuelle des services visés au présent paragraphe est alors réalisé conformément à l'article 24. ".
Art. 5. In artikel 23 van hetzelfde besluit wordt een § 4 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 4. De omvormingen mogen op z'n vroegst op 1 juni van elk boekjaar beginnen ".
" § 4. De omvormingen mogen op z'n vroegst op 1 juni van elk boekjaar beginnen ".
Art. 5. Il est ajouté à l'article 23 du même arrêté, un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. Les transformations peuvent débuter au plus tôt le 1er juin de chaque exercice. ".
" § 4. Les transformations peuvent débuter au plus tôt le 1er juin de chaque exercice. ".
Art. 6. Artikel 24 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
1° in § 2, 1°, a en b, wordt het cijfer 3 vervangen door 1,5;
2° in § 2, 2°, a en b, wordt het cijfer 6 vervangen door 3;
3° in § 2, 3°, a en b, wordt het cijfer 9 vervangen door 4,5.
1° in § 2, 1°, a en b, wordt het cijfer 3 vervangen door 1,5;
2° in § 2, 2°, a en b, wordt het cijfer 6 vervangen door 3;
3° in § 2, 3°, a en b, wordt het cijfer 9 vervangen door 4,5.
Art. 6. L'article 24 du même arrêté est modifié comme suit :
" 1° au § 2, 1°, a et b, le chiffre 3 est remplacé par le nombre 1,5;
2° au § 2, 2°, a et b, le chiffre 6 est remplacé par le chiffre 3;
3° au § 2, 3°, a et b, le chiffre 9 est remplacé par le nombre 4,5. ".
" 1° au § 2, 1°, a et b, le chiffre 3 est remplacé par le nombre 1,5;
2° au § 2, 2°, a et b, le chiffre 6 est remplacé par le chiffre 3;
3° au § 2, 3°, a et b, le chiffre 9 est remplacé par le nombre 4,5. ".
Art. 7. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de termen " en § 3, tweede lid " geschrapt.
Art. 7. A l'article 25 du même arrêté, le membre de phrase " et § 3, alinéa 2 " est supprimé.
Art. 8. Artikel 26, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Voor elk personeelslid is de anciënniteit de geldelijke anciënniteit waarop het recht heeft op 31 december van het boekjaar waarop de toelage betrekking heeft, gewogen met de omvang van de bezoldigde prestaties. De anciënniteit van het personeelslid dat de dienst vóór die datum verlaat, is de anciënniteit waarop het recht heeft op de datum waarop het de dienst verlaat, gewogen met de omvang van de bezoldigde prestaties.".
" Voor elk personeelslid is de anciënniteit de geldelijke anciënniteit waarop het recht heeft op 31 december van het boekjaar waarop de toelage betrekking heeft, gewogen met de omvang van de bezoldigde prestaties. De anciënniteit van het personeelslid dat de dienst vóór die datum verlaat, is de anciënniteit waarop het recht heeft op de datum waarop het de dienst verlaat, gewogen met de omvang van de bezoldigde prestaties.".
Art. 8. L'article 26, second alinéa du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" L'ancienneté à prendre en considération pour chaque membre du personnel est l'ancienneté pécuniaire à laquelle il peut prétendre au 31 décembre de l'exercice auquel se rapporte la subvention, pondérée par le volume des prestations rémunérées. Pour les membres du personnel ayant quitté le service avant cette date, l'ancienneté à prendre en compte est celle à laquelle il peut prétendre à la date de sortie, pondérée par le volume des prestations rémunérées. ".
" L'ancienneté à prendre en considération pour chaque membre du personnel est l'ancienneté pécuniaire à laquelle il peut prétendre au 31 décembre de l'exercice auquel se rapporte la subvention, pondérée par le volume des prestations rémunérées. Pour les membres du personnel ayant quitté le service avant cette date, l'ancienneté à prendre en compte est celle à laquelle il peut prétendre à la date de sortie, pondérée par le volume des prestations rémunérées. ".
Art. 9. Artikel 26, derde lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
" Van het resultaat van de deling wordt vervolgens een halfjaar anciënniteit afgetrokken. ".
" Van het resultaat van de deling wordt vervolgens een halfjaar anciënniteit afgetrokken. ".
Art. 9. L'article 26, troisième alinéa du même arrêté est complété par la disposition suivante :
" Le résultat de la division est ensuite diminué d'une demi année d'ancienneté. ".
" Le résultat de la division est ensuite diminué d'une demi année d'ancienneté. ".
Art. 10. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid dat als volgt luidt :
" De anciënniteit binnen de diensten die betrokken zijn bij een omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII wordt berekend volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 23, § 3. ".
" De anciënniteit binnen de diensten die betrokken zijn bij een omvorming bedoeld in afdeling 2 van titel VII wordt berekend volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 23, § 3. ".
Art. 10. L'article 26 du même arrêté est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Les services concernés par une transformation visée à la section 2 du titre VII voient leur ancienneté évaluée selon les modalités décrites à l'article 23, § 3. ".
" Les services concernés par une transformation visée à la section 2 du titre VII voient leur ancienneté évaluée selon les modalités décrites à l'article 23, § 3. ".
Art. 11. De laatste zin van artikel 29, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De diensten moeten deze lijst behoorlijk ingevuld uiterlijk op 31 maart na het afgelopen boekjaar bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. Zo niet wordt de jaarlijkse toelage voor de dienst naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 90 % van de laatste jaarlijkse toelage. ".
" De diensten moeten deze lijst behoorlijk ingevuld uiterlijk op 31 maart na het afgelopen boekjaar bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. Zo niet wordt de jaarlijkse toelage voor de dienst naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 90 % van de laatste jaarlijkse toelage. ".
Art. 11. La dernière phrase de l'article 29, § 2 du même arrêté est remplacée par la disposition suivante :
" Les services sont tenus d'envoyer par recommandé cette liste, dûment complétée, à l'Agence, au plus tard pour le 31 mars suivant l'exercice écoulé. A défaut, la subvention annuelle du service est fixée à 90 % de la dernière subvention annuelle attribuée et ce, au prorata des capacités agréées. ".
" Les services sont tenus d'envoyer par recommandé cette liste, dûment complétée, à l'Agence, au plus tard pour le 31 mars suivant l'exercice écoulé. A défaut, la subvention annuelle du service est fixée à 90 % de la dernière subvention annuelle attribuée et ce, au prorata des capacités agréées. ".
Art. 12. In artikel 31 van hetzelfde besluit wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" De diensten moeten de driemaandelijkse opgave behoorlijk ingevuld binnen 50 kalenderdagen na de afgelopen trimester bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. Zo niet wordt de dagelijkse toelage voor dat trimester naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 50 % van de toelage waarop ze voor hetzelfde trimester aanspraak konden maken. ".
" De diensten moeten de driemaandelijkse opgave behoorlijk ingevuld binnen 50 kalenderdagen na de afgelopen trimester bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. Zo niet wordt de dagelijkse toelage voor dat trimester naar rata van de erkende capaciteiten vastgesteld op 50 % van de toelage waarop ze voor hetzelfde trimester aanspraak konden maken. ".
Art. 12. A l'article 31 du même arrêté l'alinéa suivant est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" Les services sont tenus d'envoyer par recommandé le relevé trimestriel, dûment complété, à l'Agence dans les 50 jours de calendrier qui suivent le terme du trimestre écoulé. A défaut, la subvention journalière, pour ce trimestre, est fixée à 50 % de la subvention à laquelle il pouvait prétendre pour le même trimestre de l'année antérieure et ce, au prorata des capacités agréées. ".
" Les services sont tenus d'envoyer par recommandé le relevé trimestriel, dûment complété, à l'Agence dans les 50 jours de calendrier qui suivent le terme du trimestre écoulé. A défaut, la subvention journalière, pour ce trimestre, est fixée à 50 % de la subvention à laquelle il pouvait prétendre pour le même trimestre de l'année antérieure et ce, au prorata des capacités agréées. ".
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt aan het einde van titel III, hoofdstuk II, afdeling 3, een nieuw artikel 31bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 31bis. § 1. De in artikel 31 bedoelde dagelijkse toelage dekt, naast de kosten bedoeld in bijlage III, 4.1., bij dit besluit, de vervoerskosten betreffende de dagonthaaldiensten voor schoolgaande jongeren, de zorgverleningskosten in de residentiële diensten en in de diensten voor plaatsing in gezinnen bedoeld in bijlage XVII, en de aanvullende kosten voor vakantieverblijven georganiseerd door de residentiële diensten.
§ 2. De dagonthaaldiensten voor volwassenen en voor niet-schoolgaande jongeren komen in de volgende gevallen in aanmerking voor een vergoeding van de vervoerskosten van hun begunstigden :
1° voor zover de diensten een collectieve ophaaldienst organiseren, worden de kosten voor het vervoer van begunstigden van dagonthaaldiensten voor volwassenen, tussen hun woonplaats en de dienst en omgekeerd, vergoed naar verhouding van maximum 167 BEF per dag aanwezigheid van de begunstigde;
2° voor zover de diensten een collectieve ophaaldienst organiseren, worden de kosten voor het vervoer van begunstigden van dagonthaaldiensten voor niet-schoolgaande jongeren tussen hun woonplaats en de dienst en omgekeerd, vergoed naar verhouding van 615 BEF per dag aanwezigheid van de begunstigde;
De verantwoordelijke van de dienst staat in voor de vervoersmodaliteiten, onverminderd de inachtneming van de algemene bepalingen betreffende het personenvervoer; het vervoer mag dagelijks niet langer duren dan twee uren. ".
" Art. 31bis. § 1. De in artikel 31 bedoelde dagelijkse toelage dekt, naast de kosten bedoeld in bijlage III, 4.1., bij dit besluit, de vervoerskosten betreffende de dagonthaaldiensten voor schoolgaande jongeren, de zorgverleningskosten in de residentiële diensten en in de diensten voor plaatsing in gezinnen bedoeld in bijlage XVII, en de aanvullende kosten voor vakantieverblijven georganiseerd door de residentiële diensten.
§ 2. De dagonthaaldiensten voor volwassenen en voor niet-schoolgaande jongeren komen in de volgende gevallen in aanmerking voor een vergoeding van de vervoerskosten van hun begunstigden :
1° voor zover de diensten een collectieve ophaaldienst organiseren, worden de kosten voor het vervoer van begunstigden van dagonthaaldiensten voor volwassenen, tussen hun woonplaats en de dienst en omgekeerd, vergoed naar verhouding van maximum 167 BEF per dag aanwezigheid van de begunstigde;
2° voor zover de diensten een collectieve ophaaldienst organiseren, worden de kosten voor het vervoer van begunstigden van dagonthaaldiensten voor niet-schoolgaande jongeren tussen hun woonplaats en de dienst en omgekeerd, vergoed naar verhouding van 615 BEF per dag aanwezigheid van de begunstigde;
De verantwoordelijke van de dienst staat in voor de vervoersmodaliteiten, onverminderd de inachtneming van de algemene bepalingen betreffende het personenvervoer; het vervoer mag dagelijks niet langer duren dan twee uren. ".
Art. 13. Il est ajouté, à la fin du Titre III, Chapitre II, section 3 du même arrêté, un nouvel article 31bis, rédigé comme suit :
" Art. 31bis. § 1er. La subvention journalière visée à l'article 31 couvre, outre les frais visés à l'annexe III, 4.1. du présent arrêté, les frais de transport en service d'accueil de jour pour jeunes scolarisés, le coût des prestations de santé en service résidentiel et en placement familial visées à l'annexe XVII, et les frais supplémentaires résultant de séjours de vacances organisés par les services résidentiels.
§ 2. Des indemnités réservées exclusivement au transport des bénéficiaires accueillis en service d'accueil de jour pour adultes et en service d'accueil de jour pour jeunes non scolarisés sont accordées selon les modalités suivantes :
1° pour autant que les services organisent un ramassage collectif, les frais de transport occasionnés par les bénéficiaires accueillis en service d'accueil de jour pour adultes, pour se rendre de leur résidence au service et inversement sont pris en considération à concurrence de 167 BEF par journée de présence du bénéficiaire;
2° pour autant que les services organisent un ramassage collectif, les frais de transport occasionnés par les bénéficiaires accueillis en service d'accueil de jour pour jeunes non scolarisés pour se rendre de leur résidence au service et inversement sont pris en considération à concurrence de 615 BEF par journée de présence du bénéficiaire.
Les conditions dans lesquelles le transport s'effectue incombent au responsable du service, sans préjudice du respect des dispositions générales relatives au transport de personnes; la durée du transport journalier ne peut dépasser deux heures. ".
" Art. 31bis. § 1er. La subvention journalière visée à l'article 31 couvre, outre les frais visés à l'annexe III, 4.1. du présent arrêté, les frais de transport en service d'accueil de jour pour jeunes scolarisés, le coût des prestations de santé en service résidentiel et en placement familial visées à l'annexe XVII, et les frais supplémentaires résultant de séjours de vacances organisés par les services résidentiels.
§ 2. Des indemnités réservées exclusivement au transport des bénéficiaires accueillis en service d'accueil de jour pour adultes et en service d'accueil de jour pour jeunes non scolarisés sont accordées selon les modalités suivantes :
1° pour autant que les services organisent un ramassage collectif, les frais de transport occasionnés par les bénéficiaires accueillis en service d'accueil de jour pour adultes, pour se rendre de leur résidence au service et inversement sont pris en considération à concurrence de 167 BEF par journée de présence du bénéficiaire;
2° pour autant que les services organisent un ramassage collectif, les frais de transport occasionnés par les bénéficiaires accueillis en service d'accueil de jour pour jeunes non scolarisés pour se rendre de leur résidence au service et inversement sont pris en considération à concurrence de 615 BEF par journée de présence du bénéficiaire.
Les conditions dans lesquelles le transport s'effectue incombent au responsable du service, sans préjudice du respect des dispositions générales relatives au transport de personnes; la durée du transport journalier ne peut dépasser deux heures. ".
Art. 14. Artikel 31bis van hetzelfde besluit wordt artikel 31ter.
Art. 14. L'article 31bis du même arrêté en devient l'article 31ter.
Art. 15. In titel III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt : " Terugbetaling van diverse kosten ", en hoofdstuk III is niet meer onderverdeeld in afdelingen.
Art. 15. L'intitulé du chapitre III du titre III du même arrêté est remplacé par l'intitulé suivant :
" Du remboursement de frais divers ", et la subdivision de ce chapitre en sections est supprimée.
" Du remboursement de frais divers ", et la subdivision de ce chapitre en sections est supprimée.
Art. 16. Artikel 35, § 1, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
" De diensten moeten de aangiften behoorlijk ingevuld binnen 50 kalenderdagen na het afgelopen trimester bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. De aanvragen om terugbetaling die na die termijn binnenkomen zijn niet-ontvankelijk. Daarbij geldt de poststempel als bewijs. ".
" De diensten moeten de aangiften behoorlijk ingevuld binnen 50 kalenderdagen na het afgelopen trimester bij aangetekend schrijven aan het Agentschap sturen. De aanvragen om terugbetaling die na die termijn binnenkomen zijn niet-ontvankelijk. Daarbij geldt de poststempel als bewijs. ".
Art. 16. L'article 35, § 1er, du même arrêté est complété par l'alinéa suivant :
" Les services sont tenus de renvoyer par recommandé ces déclarations dûment complétées, à l'Agence dans les 50 jours calendrier qui suivent le terme du trimestre écoulé. Les demandes de remboursement parvenues après ce délai, cachet de la poste faisant foi, ne seront pas recevables. ".
" Les services sont tenus de renvoyer par recommandé ces déclarations dûment complétées, à l'Agence dans les 50 jours calendrier qui suivent le terme du trimestre écoulé. Les demandes de remboursement parvenues après ce délai, cachet de la poste faisant foi, ne seront pas recevables. ".
Art. 17. Artikel 40, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Deze bijdrage wordt geëist door de dienst die de persoon opvangt, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. ".
" Deze bijdrage wordt geëist door de dienst die de persoon opvangt, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. ".
Art. 17. L'article 40, alinéa 2, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Cette part contributive est réclamée par le service qui l'accueille, conformément aux dispositions du présent chapitre. ".
" Cette part contributive est réclamée par le service qui l'accueille, conformément aux dispositions du présent chapitre. ".
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 41bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 41bis. § 1. Als het gaat om een jonge begunstigde die door een onthaaldienst of -gezin wordt opgevangen en gehuisvest, wordt de in artikel 40 bedoelde bijdrage per dag aanwezigheid van de begunstigde vastgesteld op een indexeerbaar bedrag. Het wordt berekend op basis van de jaarinkomens van de personen van wie hij fiscaal ten laste is en mag niet kleiner zijn dan twee derde van de kinderbijslag berekend op een dagelijkse basis. Deze bedragen zijn opgenomen in bijlage XVI, punt 2, bij dit besluit.
§ 2. Onder de jaarinkomens bedoeld in § 1 wordt verstaan het geheel van de belastbare inkomens die onder de personenbelasting vallen, zoals vermeld in een aangifte op erewoord gedaan d.m.v. een formulier waarvan het model door het Agentschap wordt bepaald. De aangifte moet vergezeld gaan van het aanslagbiljet van de personenbelasting betreffende het belastingjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aangifte op erewoord is opgemaakt, bij gebrek aan het laatste ontvangen aanslagbiljet of aan een attest dat het gebrek aan aanslagbiljet bevestigt. Van die inkomsten worden 60 000 BEF per persoon ten laste afgetrokken.
Zolang de aangifte op erewoord en de vereiste documenten niet zijn overgemaakt, wordt de bijdrage op het maximumbedrag vastgelegd. Zodra de aangifte op erewoord en de vereiste documenten zijn overgemaakt, wordt dat bedrag herzien, met hoogstens één maand terugwerkende kracht.
Als de jaarinkomens van de personen van wie de begunstigde fiscaal ten laste is, veranderen in de loop van het jaar, wordt het bedrag van de bijdrage, in afwachting van de overlegging van het aanslagbiljet dat de wijziging bevestigt, aangepast op grond van de overgemaakte bewijsstukken.
Het bedrag van de bijdrage wordt eveneens aangepast bij de overlegging van een rechtzettend aanslagbiljet.
§ 3. Personen met één kind ten laste die in aanmerking komen voor de sociale vrijstelling bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 3 november 1993 tot uitvoering van artikel 37 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 mei 1995, dragen bij voor het bedrag bedoeld in bijlage XVI, punt 1. Dat bedrag mag niet kleiner zijn dan twee derde van de kinderbijslag, berekend op een dagelijkse basis. ".
" Art. 41bis. § 1. Als het gaat om een jonge begunstigde die door een onthaaldienst of -gezin wordt opgevangen en gehuisvest, wordt de in artikel 40 bedoelde bijdrage per dag aanwezigheid van de begunstigde vastgesteld op een indexeerbaar bedrag. Het wordt berekend op basis van de jaarinkomens van de personen van wie hij fiscaal ten laste is en mag niet kleiner zijn dan twee derde van de kinderbijslag berekend op een dagelijkse basis. Deze bedragen zijn opgenomen in bijlage XVI, punt 2, bij dit besluit.
§ 2. Onder de jaarinkomens bedoeld in § 1 wordt verstaan het geheel van de belastbare inkomens die onder de personenbelasting vallen, zoals vermeld in een aangifte op erewoord gedaan d.m.v. een formulier waarvan het model door het Agentschap wordt bepaald. De aangifte moet vergezeld gaan van het aanslagbiljet van de personenbelasting betreffende het belastingjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aangifte op erewoord is opgemaakt, bij gebrek aan het laatste ontvangen aanslagbiljet of aan een attest dat het gebrek aan aanslagbiljet bevestigt. Van die inkomsten worden 60 000 BEF per persoon ten laste afgetrokken.
Zolang de aangifte op erewoord en de vereiste documenten niet zijn overgemaakt, wordt de bijdrage op het maximumbedrag vastgelegd. Zodra de aangifte op erewoord en de vereiste documenten zijn overgemaakt, wordt dat bedrag herzien, met hoogstens één maand terugwerkende kracht.
Als de jaarinkomens van de personen van wie de begunstigde fiscaal ten laste is, veranderen in de loop van het jaar, wordt het bedrag van de bijdrage, in afwachting van de overlegging van het aanslagbiljet dat de wijziging bevestigt, aangepast op grond van de overgemaakte bewijsstukken.
Het bedrag van de bijdrage wordt eveneens aangepast bij de overlegging van een rechtzettend aanslagbiljet.
§ 3. Personen met één kind ten laste die in aanmerking komen voor de sociale vrijstelling bedoeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 3 november 1993 tot uitvoering van artikel 37 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 mei 1995, dragen bij voor het bedrag bedoeld in bijlage XVI, punt 1. Dat bedrag mag niet kleiner zijn dan twee derde van de kinderbijslag, berekend op een dagelijkse basis. ".
Art. 18. Un article 41bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 41bis. § 1er. S'il s'agit d'un bénéficiaire jeune accueilli et hébergé dans un service ou dans une famille d'accueil, la part contributive prévue à l'article 40 est fixée par jour de présence du bénéficiaire à un montant indexable, déterminé sur base des revenus annuels des personnes dont il est fiscalement à charge et qui ne peut être inférieur aux deux tiers des allocations familiales ramenées en base journalière. Lesdits montants sont repris à l'annexe XVI, point 2, du présent arrêté.
§ 2. Par revenus annuels visés au § 1er, on entend l'ensemble des revenus imposables pris en considération pour l'imposition en matière d'impôt des personnes physiques, tels qu'ils résultent d'une déclaration sur l'honneur établie selon un modèle défini par l'Agence. La déclaration doit être accompagnée de l'avertissement extrait de rôle de l'impôt des personnes physiques relatif à l'exercice d'imposition précédant l'année de la déclaration sur l'honneur, à défaut du dernier avertissement reçu ou d'une attestation établissant l'absence d'avertissement. De ces revenus sont déduits 60 000 BEF par personne à charge.
Tant que la déclaration sur l'honneur accompagnée des documents requis n'est pas fournie, le montant de la part contributive est fixé à son montant maximum. Il est revu, sans pour autant opérer un effet rétroactif supérieur à un mois, dès le moment où la déclaration sur l'honneur accompagnée des documents requis est fournie.
Si les revenus annuels des personnes dont le bénéficiaire est fiscalement à charge se modifient en cours d'année, le montant de la part contributive est, dans l'attente de la production de l'avertissement extrait de rôle établissant la réalité de cette modification, revu sur base des documents probants fournis.
Le montant de la part contributive est également revu lors de la production d'un avertissement extrait de rôle rectificatif.
§ 3. Les personnes ayant un enfant à leur charge et pouvant bénéficier de l'exonération sociale visée à l'article 2, § 2 de l'arrêté royal du 3 novembre 1993 portant exécution de l'article 37 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, tel que modifié par l'arrêté royal du 15 mai 1995, contribuent pour le montant prévu à l'annexe XVI, point 1. Celui-ci ne peut être inférieur aux deux tiers des allocations familiales, ramenées en base journalière. ".
" Art. 41bis. § 1er. S'il s'agit d'un bénéficiaire jeune accueilli et hébergé dans un service ou dans une famille d'accueil, la part contributive prévue à l'article 40 est fixée par jour de présence du bénéficiaire à un montant indexable, déterminé sur base des revenus annuels des personnes dont il est fiscalement à charge et qui ne peut être inférieur aux deux tiers des allocations familiales ramenées en base journalière. Lesdits montants sont repris à l'annexe XVI, point 2, du présent arrêté.
§ 2. Par revenus annuels visés au § 1er, on entend l'ensemble des revenus imposables pris en considération pour l'imposition en matière d'impôt des personnes physiques, tels qu'ils résultent d'une déclaration sur l'honneur établie selon un modèle défini par l'Agence. La déclaration doit être accompagnée de l'avertissement extrait de rôle de l'impôt des personnes physiques relatif à l'exercice d'imposition précédant l'année de la déclaration sur l'honneur, à défaut du dernier avertissement reçu ou d'une attestation établissant l'absence d'avertissement. De ces revenus sont déduits 60 000 BEF par personne à charge.
Tant que la déclaration sur l'honneur accompagnée des documents requis n'est pas fournie, le montant de la part contributive est fixé à son montant maximum. Il est revu, sans pour autant opérer un effet rétroactif supérieur à un mois, dès le moment où la déclaration sur l'honneur accompagnée des documents requis est fournie.
Si les revenus annuels des personnes dont le bénéficiaire est fiscalement à charge se modifient en cours d'année, le montant de la part contributive est, dans l'attente de la production de l'avertissement extrait de rôle établissant la réalité de cette modification, revu sur base des documents probants fournis.
Le montant de la part contributive est également revu lors de la production d'un avertissement extrait de rôle rectificatif.
§ 3. Les personnes ayant un enfant à leur charge et pouvant bénéficier de l'exonération sociale visée à l'article 2, § 2 de l'arrêté royal du 3 novembre 1993 portant exécution de l'article 37 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, tel que modifié par l'arrêté royal du 15 mai 1995, contribuent pour le montant prévu à l'annexe XVI, point 1. Celui-ci ne peut être inférieur aux deux tiers des allocations familiales, ramenées en base journalière. ".
Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een artikel 44bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 44bis. § 1. Als het gaat om een jonge begunstigde die door een dagonthaaldienst voor jongeren wordt opgevangen, wordt de in artikel 40 bedoelde bijdrage per dag aanwezigheid van de begunstigde vastgesteld op een indexeerbaar bedrag, berekend op basis van de jaarinkomens van de personen van wie hij fiscaal ten laste is.
Deze bedragen zijn opgenomen in bijlage XVI, punt 2, bij dit besluit.
§ 2.
" Art. 44bis. § 1. Als het gaat om een jonge begunstigde die door een dagonthaaldienst voor jongeren wordt opgevangen, wordt de in artikel 40 bedoelde bijdrage per dag aanwezigheid van de begunstigde vastgesteld op een indexeerbaar bedrag, berekend op basis van de jaarinkomens van de personen van wie hij fiscaal ten laste is.
Deze bedragen zijn opgenomen in bijlage XVI, punt 2, bij dit besluit.
§ 2.
Art. 19. Un article 44bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 44bis. § 1er. S'il s'agit d'un bénéficiaire jeune accueilli dans un service d'accueil de jour pour jeunes, la part contributive prévue à l'article 40 est fixée par jour de présence du bénéficiaire à un montant indexable, déterminé sur la base des revenus annuels des personnes dont il est fiscalement à charge.
Lesdits montants sont repris à l'annexe XVI, point 2, du présent arrêté.
§ 2. L'article 41bis, § 2 s'applique aux revenus visés au § 1er.
§ 3. Les personnes ayant l'enfant à leur charge et pouvant bénéficier de l'exonération sociale visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 3 novembre 1993, portant exécution de l'article 37 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, tel que modifié par l'arrêté royal du 15 mai 1995, contribuent pour le montant prévu à l'annexe XVI, point 1.
§ 4. Pour autant qu'elle utilise le moyen de transport du service, la personne handicapée participe aux frais de transport à concurrence de 48 BEF par jour. ".
" Art. 44bis. § 1er. S'il s'agit d'un bénéficiaire jeune accueilli dans un service d'accueil de jour pour jeunes, la part contributive prévue à l'article 40 est fixée par jour de présence du bénéficiaire à un montant indexable, déterminé sur la base des revenus annuels des personnes dont il est fiscalement à charge.
Lesdits montants sont repris à l'annexe XVI, point 2, du présent arrêté.
§ 2. L'article 41bis, § 2 s'applique aux revenus visés au § 1er.
§ 3. Les personnes ayant l'enfant à leur charge et pouvant bénéficier de l'exonération sociale visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 3 novembre 1993, portant exécution de l'article 37 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, tel que modifié par l'arrêté royal du 15 mai 1995, contribuent pour le montant prévu à l'annexe XVI, point 1.
§ 4. Pour autant qu'elle utilise le moyen de transport du service, la personne handicapée participe aux frais de transport à concurrence de 48 BEF par jour. ".
Artikel 41bis , § 2, is van toepassing op de inkomens bedoeld in § 1.
§ 3. Personen met een kind ten laste die in aanmerking komen voor de sociale vrijstelling bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 3 november 1993 tot uitvoering van artikel 37 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 mei 1995, dragen bij voor het bedrag bedoeld in bijlage XVI, punt 1.
§ 4. De gehandicapte persoon die het vervoermiddel van de dienst gebruikt, draagt 48 BEF per dag bij in de vervoerskosten. ".
§ 3. Personen met een kind ten laste die in aanmerking komen voor de sociale vrijstelling bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 3 november 1993 tot uitvoering van artikel 37 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 mei 1995, dragen bij voor het bedrag bedoeld in bijlage XVI, punt 1.
§ 4. De gehandicapte persoon die het vervoermiddel van de dienst gebruikt, draagt 48 BEF per dag bij in de vervoerskosten. ".
Art. 20. A l'article 45, alinéa 2 du même arrêté, le montant de 29 BEF est remplacé par celui de 48 BEF.
Art. 20. In artikel 45, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het bedrag 29 BEF vervangen door het bedrag 48 BEF.
Art. 21. L'article 52 du même arrêté est complété par les alinéas suivants :
" Les services disposent d'un délai de 30 jours calendrier, cachet de la poste faisant foi, pour contester toute subvention notifiée sur base du titre III du présent arrêté.
Les services peuvent introduire une demande de révision de la subvention dans le délai de 30 jours calendrier à partir de la prise de connaissance d'une information, de nature à remettre en cause le montant de la subvention, qu'il ne possédait pas lorsque celle-ci lui a été notifiée.
Il revient alors au service d'apporter la preuve de la date à laquelle il a été mis en possession de ladite information. ".
" Les services disposent d'un délai de 30 jours calendrier, cachet de la poste faisant foi, pour contester toute subvention notifiée sur base du titre III du présent arrêté.
Les services peuvent introduire une demande de révision de la subvention dans le délai de 30 jours calendrier à partir de la prise de connaissance d'une information, de nature à remettre en cause le montant de la subvention, qu'il ne possédait pas lorsque celle-ci lui a été notifiée.
Il revient alors au service d'apporter la preuve de la date à laquelle il a été mis en possession de ladite information. ".
Art. 21. Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende leden :
" De diensten beschikken over 30 kalenderdagen om elke toelage aan te vechten waarvan de toekenning op grond van titel III van dit besluit wordt meegedeeld. Daarbij geldt de poststempel als bewijs.
De diensten mogen de herziening van het toelagebedrag aanvragen binnen 30 kalenderdagen na de kennisneming van een gegeven waarover ze niet beschikten toen ze in kennis van het bedrag werden gesteld en dat dit laatste in twijfel trekt.
De dienst moet vervolgens de datum bevestigen waarop hij kennis heeft gekregen van dat gegeven. ".
" De diensten beschikken over 30 kalenderdagen om elke toelage aan te vechten waarvan de toekenning op grond van titel III van dit besluit wordt meegedeeld. Daarbij geldt de poststempel als bewijs.
De diensten mogen de herziening van het toelagebedrag aanvragen binnen 30 kalenderdagen na de kennisneming van een gegeven waarover ze niet beschikten toen ze in kennis van het bedrag werden gesteld en dat dit laatste in twijfel trekt.
De dienst moet vervolgens de datum bevestigen waarop hij kennis heeft gekregen van dat gegeven. ".
Art. 22. L'article 53, alinéa 1er du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Les montants repris aux articles 30, 31bis, 31ter, 42, 44, 44bis, § 4, 45, 46, 76, § 3 et aux annexes V et XVI, hormis les montants relatifs aux revenus imposables visés à cette dernière annexe, sont rattachés à l'indice pivot 119, 53 du 1er mai 1996. ".
" Les montants repris aux articles 30, 31bis, 31ter, 42, 44, 44bis, § 4, 45, 46, 76, § 3 et aux annexes V et XVI, hormis les montants relatifs aux revenus imposables visés à cette dernière annexe, sont rattachés à l'indice pivot 119, 53 du 1er mai 1996. ".
Art. 22. Artikel 53, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De bedragen bedoeld in de artikelen 30, 31bis, 31ter, 42, 44, 44bis, § 4, 45, 46 en 76, § 3, en in de bijlagen V en XVI, behalve de in deze laatste bijlage bedoelde bedragen betreffende de belastbare inkomens, worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 119,53 van 1 mei 1996. ".
" De bedragen bedoeld in de artikelen 30, 31bis, 31ter, 42, 44, 44bis, § 4, 45, 46 en 76, § 3, en in de bijlagen V en XVI, behalve de in deze laatste bijlage bedoelde bedragen betreffende de belastbare inkomens, worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 119,53 van 1 mei 1996. ".
Art. 23. L'article 53, dernier alinéa du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Pour l'exercice 2001, le coefficient d'adaptation visé à l'article 24, § 1er, 2°, est fixé à 99, 33 % pour les services d'accueil de jour pour jeunes et à 101, 33 % pour les autres services.
Le coefficient pour les services d'accueil de jour pour jeunes est réduit de 1,9 %, multiplié par le rapport entre le nombre de bénéficiaires non-scolarisés atteints de troubles caractériels accueillis au cours de l'année de référence et l'occupation moyenne de référence (O.M.R.) totale. ".
" Pour l'exercice 2001, le coefficient d'adaptation visé à l'article 24, § 1er, 2°, est fixé à 99, 33 % pour les services d'accueil de jour pour jeunes et à 101, 33 % pour les autres services.
Le coefficient pour les services d'accueil de jour pour jeunes est réduit de 1,9 %, multiplié par le rapport entre le nombre de bénéficiaires non-scolarisés atteints de troubles caractériels accueillis au cours de l'année de référence et l'occupation moyenne de référence (O.M.R.) totale. ".
Art. 23. Artikel 53, laatste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Wat het boekjaar 2001 betreft, wordt de in artikel 24, § 1, 2°, bedoelde aanpassingscoëfficiënt vastgesteld op 99,33 % voor de dagonthaaldiensten voor jongeren en op 101,33 % voor de andere diensten. De coëfficiënt voor de dagonthaaldiensten voor jongeren wordt verminderd met 1,9 %, vermenigvuldigd met de verhouding tussen het aantal niet-schoolgaande begunstigden met karakterstoornissen die gedurende het referentiejaar worden opgevangen, en de totale gemiddelde referentiebezetting. ".
" Wat het boekjaar 2001 betreft, wordt de in artikel 24, § 1, 2°, bedoelde aanpassingscoëfficiënt vastgesteld op 99,33 % voor de dagonthaaldiensten voor jongeren en op 101,33 % voor de andere diensten. De coëfficiënt voor de dagonthaaldiensten voor jongeren wordt verminderd met 1,9 %, vermenigvuldigd met de verhouding tussen het aantal niet-schoolgaande begunstigden met karakterstoornissen die gedurende het referentiejaar worden opgevangen, en de totale gemiddelde referentiebezetting. ".
Art. 24. L'article 76, § 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour les services visés à l'article 84, 2°, le montant de la convention est fixé à 230.680 francs par personne. ".
" § 3. Pour les services visés à l'article 84, 2°, le montant de la convention est fixé à 230.680 francs par personne. ".
Art. 24. Artikel 76, § 3, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 3. Voor de in artikel 84, 2°, bedoelde diensten wordt het bedrag van de overeenkomst vastgesteld op 230 680 BEF per persoon. ".
" § 3. Voor de in artikel 84, 2°, bedoelde diensten wordt het bedrag van de overeenkomst vastgesteld op 230 680 BEF per persoon. ".
Art. 25. Un article 89bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 89bis. Les services disposent d'un délai de 30 jours de calendrier à dater de l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, cachet de la poste faisant foi, pour contester toute subvention notifiée avant cette date sur la base du titre III du présent arrêté ou pour solliciter la révision d'une telle subvention en fonction d'une information de nature à remettre en cause le montant de la subvention et dont le service a pris connaissance avant cette même date. Il revient alors au service d'apporter la preuve de la date à laquelle il a été mis en possession de ladite information. ".
" Art. 89bis. Les services disposent d'un délai de 30 jours de calendrier à dater de l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, cachet de la poste faisant foi, pour contester toute subvention notifiée avant cette date sur la base du titre III du présent arrêté ou pour solliciter la révision d'une telle subvention en fonction d'une information de nature à remettre en cause le montant de la subvention et dont le service a pris connaissance avant cette même date. Il revient alors au service d'apporter la preuve de la date à laquelle il a été mis en possession de ladite information. ".
Art. 25. In hetzelfde besluit wordt een artikel 89bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 89bis. Vanaf de inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen beschikken de diensten over 30 kalenderdagen om elk toelagebedrag aan te vechten waarvan ze vóór die datum op grond van titel III van dit besluit in kennis worden gesteld of om de herziening ervan aan te vragen op grond van een gegeven waarover zij vóór die datum beschikten en dat het toelagebedrag in twijfel trekt.
De diensten moeten dan de datum bevestigen waarop zij kennis hebben gekregen van dat gegeven. ".
" Art. 89bis. Vanaf de inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen beschikken de diensten over 30 kalenderdagen om elk toelagebedrag aan te vechten waarvan ze vóór die datum op grond van titel III van dit besluit in kennis worden gesteld of om de herziening ervan aan te vragen op grond van een gegeven waarover zij vóór die datum beschikten en dat het toelagebedrag in twijfel trekt.
De diensten moeten dan de datum bevestigen waarop zij kennis hebben gekregen van dat gegeven. ".
Art. 26. Un article 89ter, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 89ter. Les relevés trimestriels visés à l'article 31 et relatifs à des trimestres antérieurs à l'année 2001, doivent être envoyés, par recommandé, à l'Agence pour le 31 mars 2001 au plus tard.
A défaut, la subvention journalière, pour ces trimestres, est fixée à 50 % de la subvention à laquelle le service pouvait prétendre pour les mêmes trimestres de l'année antérieure et ce, au prorata des capacités agréées. ".
" Art. 89ter. Les relevés trimestriels visés à l'article 31 et relatifs à des trimestres antérieurs à l'année 2001, doivent être envoyés, par recommandé, à l'Agence pour le 31 mars 2001 au plus tard.
A défaut, la subvention journalière, pour ces trimestres, est fixée à 50 % de la subvention à laquelle le service pouvait prétendre pour les mêmes trimestres de l'année antérieure et ce, au prorata des capacités agréées. ".
Art. 26. In hetzelfde besluit wordt een artikel 89ter ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 89ter. De in artikel 31 bedoelde driemaandelijkse opgaven betreffende trimesters voorafgaand aan het jaar 2001 moeten uiterlijk 31 maart 2001 bij aangetekend schrijven aan het Agentschap gestuurd worden.
Zo niet wordt de dagelijkse toelage voor deze trimesters vastgesteld op 50 % van de toelage waarvoor de dienst naar rata van de erkende capaciteiten aanspraak kon maken voor dezelfde trimesters van het vorige jaar. ".
" Art. 89ter. De in artikel 31 bedoelde driemaandelijkse opgaven betreffende trimesters voorafgaand aan het jaar 2001 moeten uiterlijk 31 maart 2001 bij aangetekend schrijven aan het Agentschap gestuurd worden.
Zo niet wordt de dagelijkse toelage voor deze trimesters vastgesteld op 50 % van de toelage waarvoor de dienst naar rata van de erkende capaciteiten aanspraak kon maken voor dezelfde trimesters van het vorige jaar. ".
Art. 27. Un article 89quater, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 89quater. Les remboursements relatifs à la période antérieure à l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001. modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, concernant les divers frais réels tels qu'ils étaient visés au chapitre III du titre III du présent arrêté sont réalisés par l'Agence sur la base de déclarations dûment complétées, fournies par les services. Ces déclarations doivent être envoyées, par recommandé, à l'Agence :
1° au plus tard pour le 31 mars 2001 pour les frais visés aux sections 3, 4 et 4bis;
2° au plus tard pour le 30 juin 2001 pour le coût des prestations visées à la section 1 et des frais visés à la section 2.
Les demandes de remboursements parvenues après ces délais, cachet de la poste faisant foi, ne seront pas recevables. ".
" Art. 89quater. Les remboursements relatifs à la période antérieure à l'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001. modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées, concernant les divers frais réels tels qu'ils étaient visés au chapitre III du titre III du présent arrêté sont réalisés par l'Agence sur la base de déclarations dûment complétées, fournies par les services. Ces déclarations doivent être envoyées, par recommandé, à l'Agence :
1° au plus tard pour le 31 mars 2001 pour les frais visés aux sections 3, 4 et 4bis;
2° au plus tard pour le 30 juin 2001 pour le coût des prestations visées à la section 1 et des frais visés à la section 2.
Les demandes de remboursements parvenues après ces délais, cachet de la poste faisant foi, ne seront pas recevables. ".
Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een artikel 89quater ingevoegd luidend als volgt :
" Art. 89quater. De diverse reële kosten bedoeld in hoofdstuk III van titel III van dit besluit en betreffende de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen, worden door het Agentschap terugbetaald op grond van behoorlijk ingevulde aangiften die door de diensten worden overgemaakt. Die aangiften moeten bij aangetekend schrijven aan het Agentschap gezonden worden :
1° uiterlijk 31 maart 2001 wat betreft de kosten bedoeld in de afdelingen 3, 4 en 4bis;
2° uiterlijk 30 juni 2001 wat betreft de kosten van de verstrekkingen bedoeld in afdeling 1 en de kosten bedoeld in afdeling 2.
De aanvragen om terugbetaling die na deze termijn binnenkomen zijn niet-ontvankelijk. Daarbij geldt de poststempel als bewijs. ".
" Art. 89quater. De diverse reële kosten bedoeld in hoofdstuk III van titel III van dit besluit en betreffende de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen, worden door het Agentschap terugbetaald op grond van behoorlijk ingevulde aangiften die door de diensten worden overgemaakt. Die aangiften moeten bij aangetekend schrijven aan het Agentschap gezonden worden :
1° uiterlijk 31 maart 2001 wat betreft de kosten bedoeld in de afdelingen 3, 4 en 4bis;
2° uiterlijk 30 juni 2001 wat betreft de kosten van de verstrekkingen bedoeld in afdeling 1 en de kosten bedoeld in afdeling 2.
De aanvragen om terugbetaling die na deze termijn binnenkomen zijn niet-ontvankelijk. Daarbij geldt de poststempel als bewijs. ".
Art. 28. Un article 89quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 89quinquies. Le montant attribué de la subvention annuelle visée à l'article 24, § 2 ne peut en aucun cas dépasser le montant attribué afférent à l'exercice 2000 multiplié par le coefficient d'adaptation visé au dernier alinéa de l'article 53. ".
" Art. 89quinquies. Le montant attribué de la subvention annuelle visée à l'article 24, § 2 ne peut en aucun cas dépasser le montant attribué afférent à l'exercice 2000 multiplié par le coefficient d'adaptation visé au dernier alinéa de l'article 53. ".
Art. 28. In hetzelfde besluit wordt een artikel 89quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 89quinquies. Het toegekende bedrag van de in artikel 24, § 2, bedoelde jaarlijkse toelage mag in geen geval hoger zijn dan het voor het boekjaar 2000 toegekende bedrag, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in het laatste lid van artikel 53. ".
" Art. 89quinquies. Het toegekende bedrag van de in artikel 24, § 2, bedoelde jaarlijkse toelage mag in geen geval hoger zijn dan het voor het boekjaar 2000 toegekende bedrag, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in het laatste lid van artikel 53. ".
Art. 29. Un article 89sexties, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 89sexies. En aucun cas, le supplément pour ancienneté, visé à l'article 26, ne peut être supérieur au supplément octroyé pour l'exercice 2000 multiplié par le coefficient d'adaptation visé au dernier alinéa de l'article 53. ".
" Art. 89sexies. En aucun cas, le supplément pour ancienneté, visé à l'article 26, ne peut être supérieur au supplément octroyé pour l'exercice 2000 multiplié par le coefficient d'adaptation visé au dernier alinéa de l'article 53. ".
Art. 29. In hetzelfde besluit wordt een artikel 89sexies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 89sexies. Het in artikel 26 bedoelde anciënniteitssupplement mag in geen geval hoger zijn dat het voor het boekjaar 2000 toegekende supplement, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in het laatste lid van artikel 53. ".
" Art. 89sexies. Het in artikel 26 bedoelde anciënniteitssupplement mag in geen geval hoger zijn dat het voor het boekjaar 2000 toegekende supplement, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt bedoeld in het laatste lid van artikel 53. ".
Art. 30. Un article 89septies, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 89septies. Dans la limite des crédits disponibles, le Comité de gestion de l'Agence peut :
déroger au principe de forfait prévu à l'article 31bis, § 1er, en ce qui concerne les prestations de santé en service résidentiel et en placement familial, visées à l'annexe XVII, pour des situations exceptionnelles dûment motivées;
déroger au principe de forfait prévu à l'article 31bis, § 2, 2° et accorder des moyens supplémentaires aux services qui démontreraient, en raison de leur localisation et/ou de la gravité du handicap des bénéficiaires accueillis, que leurs charges pour l'exercice 2001 en matière de frais de transport atteignent au moins, par bénéficiaire, 150 % du montant visé au même article. ".
" Art. 89septies. Dans la limite des crédits disponibles, le Comité de gestion de l'Agence peut :
déroger au principe de forfait prévu à l'article 31bis, § 1er, en ce qui concerne les prestations de santé en service résidentiel et en placement familial, visées à l'annexe XVII, pour des situations exceptionnelles dûment motivées;
déroger au principe de forfait prévu à l'article 31bis, § 2, 2° et accorder des moyens supplémentaires aux services qui démontreraient, en raison de leur localisation et/ou de la gravité du handicap des bénéficiaires accueillis, que leurs charges pour l'exercice 2001 en matière de frais de transport atteignent au moins, par bénéficiaire, 150 % du montant visé au même article. ".
Art. 30. In hetzelfde besluit wordt een artikel 89septies ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 89septies. Binnen de perken van de beschikbare kredieten mag het beheerscomité van het Agentschap :
in behoorlijk gemotiveerde buitengewone omstandigheden afwijken van het in artikel 31, § 1, bedoelde principe betreffende een forfaitair bedrag voor zorgverstrekkingen in de residentiële diensten en de diensten voor plaatsing in gezinnen bedoeld in bijlage XVII;
afwijken van het in artikel 31bis, § 2, 2°, bedoelde principe betreffende een forfaitair bedrag en bijkomende middelen verlenen aan de diensten die door hun ligging en/of de ernst van de handicap van de opgevangen begunstigden kunnen bewijzen dat hun lasten m.b.t. de vervoerskosten voor het boekjaar 2001 per begunstigde minstens gelijk zijn aan 150 % van het bedrag bedoeld in hetzelfde artikel. ".
" Art. 89septies. Binnen de perken van de beschikbare kredieten mag het beheerscomité van het Agentschap :
in behoorlijk gemotiveerde buitengewone omstandigheden afwijken van het in artikel 31, § 1, bedoelde principe betreffende een forfaitair bedrag voor zorgverstrekkingen in de residentiële diensten en de diensten voor plaatsing in gezinnen bedoeld in bijlage XVII;
afwijken van het in artikel 31bis, § 2, 2°, bedoelde principe betreffende een forfaitair bedrag en bijkomende middelen verlenen aan de diensten die door hun ligging en/of de ernst van de handicap van de opgevangen begunstigden kunnen bewijzen dat hun lasten m.b.t. de vervoerskosten voor het boekjaar 2001 per begunstigde minstens gelijk zijn aan 150 % van het bedrag bedoeld in hetzelfde artikel. ".
Art. 31. L'annexe IV du même arrêté est remplacée par l'annexe 1 du présent arrêté.
Art. 31. Bijlage IV bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 1 bij dit besluit.
Art. 32. L'annexe V du même arrêté est remplacée par l'annexe 2 du présent arrêté.
Art. 32. Bijlage V bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 2 bij dit besluit.
Art. 33. A l'annexe X, a) du même arrêté, tableau relatif aux services d'accueil de jour pour jeunes, ligne relative aux troubles caractériels, deuxième colonne, le nombre " 0,2527 " est remplacé par le nombre " 0,2105 ".
Art. 33. In bijlage X, a), bij hetzelfde besluit, tabel betreffende de dagonthaaldiensten voor jongeren, tweede kolom, waar sprake is van karakterstoornissen, wordt het getal " 0,2527 " vervangen door het getal " 0,2105. ".
Art. 34. A l'annexe XIV, a) du même arrêté, tableaux relatifs aux services d'accueil de jour pour jeunes, lignes relatives aux troubles caractériels, colonnes relatives aux éducateurs pour jeunes non scolarisés (NS), les nombres " 0,1373 " et " 0,1420 " sont respectivement remplacés par les nombres " 0,1061 " et " 0,1097 ".
Art. 34. In bijlage XIV, a), bij hetzelfde besluit, tabellen betreffende de dagonthaaldiensten voor jongeren, kolommen betreffende de opvoeders voor niet-schoolgaande jongeren, waar sprake is van karakterstoornissen, worden de getallen " 0,1373 " en " 0,1420 " vervangen door de getallen " 0,1061 " en " 0,1097. ".
Art. 35. Une annexe XVI, faisant l'objet de l'annexe 3 du présent arrêté, et une annexe XVII, faisant l'objet de l'annexe 4 du présent arrêté sont ajoutées au même arrêté.
Art. 35. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bijlage XVI, die het voorwerp uitmaakt van bijlage 3 bij dit besluit, en met een bijlage XVII, die het voorwerp uitmaakt van bijlage 4 bij dit besluit.
Art. 36. Les articles 32, 33, 34, § 3, 36, 37, 38, 39 et 39bis du même arrêté sont abrogés.
Art. 36. De artikelen 32, 33, 34, § 3, 36, 37, 38, 39 en 39bis van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 37. Les articles 41 et 44 du même arrêté sont abrogés à la date du 1er septembre 2001.
Art. 37. De artikelen 41 en 44 van hetzelfde besluit worden opgeheven op 1 september 2001.
Art. 38. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
1° de l'article 6, qui entre en vigueur le 1er janvier 2002;
2° des articles 22, 23, 24, 28, 29 ainsi que de l'annexe 1 du présent arrêté qui sont d'application du 1er janvier 2001 au 31 décembre 2001;
1° de l'article 6, qui entre en vigueur le 1er janvier 2002;
2° des articles 22, 23, 24, 28, 29 ainsi que de l'annexe 1 du présent arrêté qui sont d'application du 1er janvier 2001 au 31 décembre 2001;
Art. 38. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van :
1° artikel 6, dat in werking treedt op 1 januari 2002;
2° de artikelen 22, 23, 24, 28, 29, alsmede bijlage 1 bij dit besluit, die van toepassing zijn van 1 januari 2001 tot 31 december 2001.
1° artikel 6, dat in werking treedt op 1 januari 2002;
2° de artikelen 22, 23, 24, 28, 29, alsmede bijlage 1 bij dit besluit, die van toepassing zijn van 1 januari 2001 tot 31 december 2001.
Art. 39. Les articles 18 et 19 ne s'appliquent aux bénéficiaires entrés dans les services avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, qu'à partir du 1er septembre 2001.
Art. 39. De artikelen 18 en 19 zijn pas vanaf 1 september 2001 van toepassing op de begunstigden die door de diensten worden opgevangen vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 40. Le Ministre ayant la Politique des Personnes handicapées dans ses attributions est chargé de l'application du présent arrêté.
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Art. 40. De Minister tot wiens bevoegdheden het Gehandicaptenbeleid behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.
ANNEXES.
BIJLAGEN.
Art. N1. Annexe 1 Annexe IV (visée aux articles 21 et 53) - Liste des subsides 2001 par prise en charge.
Art. N1. Bijlage 1. BIJLAGE IV (bedoeld in de artikelen 21 en 53) - Lijst van de toelagen per tenlasteneming.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-02-2001, p. 2944-2951).
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-02-2001, p. 2944-2951).
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
Art. N2. Annexe 2 Annexe V (visée à l'article 31) - Montants de la subvention journalière.
(Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-02-2001, p. 2938-2939).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées.
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
(Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 03-02-2001, p. 2938-2939).
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées.
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Art. N2. Bijlage 2. BIJLAGE V (bedoeld in artikel 31) - Bedragen van de dagelijkse toelage.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-02-2001, p. 2952-2953).
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-02-2001, p. 2952-2953).
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
Art. N3. Annexe 3 Annexe XVI (visée aux articles 41bis et 44bis)
Le montant de la part contributive par journée de présence est fixé comme suit :
Le montant de la part contributive par journée de présence est fixé comme suit :
-
1. Enfants a charge des personnes visées aux articles 41bis,
# 3 et 44bis, # 3.
Service d'accueil de jour pour jeunes Service residentiel pour jeunes
96 BEF 163 BEF
2. Autres
Revenus imposables Service d'accueil de Service residentiel
jour pour jeunes pour jeunes
500 000 BEF et moins 106 173
500 001 BEF a 750 000 BEF 138 231
750 001 BEF a 1 000 000 BEF 182 303
1 000 001 BEF a 1 250 000 BEF 225 375
1 250 001 BEF a 1 500 001 BEF 268 447
1 500 001 BEF a 1 750 000 BEF 311 519
1 750 000 BEF et plus 355 591
# 3 et 44bis, # 3.
Service d'accueil de jour pour jeunes Service residentiel pour jeunes
96 BEF 163 BEF
2. Autres
Revenus imposables Service d'accueil de Service residentiel
jour pour jeunes pour jeunes
500 000 BEF et moins 106 173
500 001 BEF a 750 000 BEF 138 231
750 001 BEF a 1 000 000 BEF 182 303
1 000 001 BEF a 1 250 000 BEF 225 375
1 250 001 BEF a 1 500 001 BEF 268 447
1 500 001 BEF a 1 750 000 BEF 311 519
1 750 000 BEF et plus 355 591
-
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées.
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE
Art. N3. Bijlage 3 BIJLAGE XVI (006);(bedoeld in de artikelen 41bis en 44bis)
Het bedrag van de bijdrage per dag aanwezigheid wordt vastgesteld als volgt :
Het bedrag van de bijdrage per dag aanwezigheid wordt vastgesteld als volgt :
Art. N4. Annexe 4 Annexe XVII (visée à l'article 31bis, § 1er et 89septies)
Les prestations de santé visées à l'article 32, § 1er, couvrent :
A. Les spécialités pharmaceutiques de catégories B et C de l'Institut National d'Assurance Maladie Invalidité à condition qu'il y ait subvention de l'organisme assureur et déduction faite de celle-ci.
B. 1. Les examens spéciaux, les séjours dans un établissement de soins et les interventions chirurgicales.
2. L'utilisation de matériel d'ostéosynthèse.
Les frais visés en B1 et B2 constituent des charges admissibles à concurrence :
1. Du prix journalier forfaitaire déterminé en application de la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux à condition qu'il y ait intervention de l'organisme assureur et déduction faite de celle-ci et de la quote-part du prix de journée à charge du patient.
2. Du prix figurant aux tarifs de base déterminé par l'Institut National d'Assurance Maladie Invalidité à condition qu'il y ait intervention de l'organisme assureur et déduction faite de celle-ci.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées.
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE.
Les prestations de santé visées à l'article 32, § 1er, couvrent :
A. Les spécialités pharmaceutiques de catégories B et C de l'Institut National d'Assurance Maladie Invalidité à condition qu'il y ait subvention de l'organisme assureur et déduction faite de celle-ci.
B. 1. Les examens spéciaux, les séjours dans un établissement de soins et les interventions chirurgicales.
2. L'utilisation de matériel d'ostéosynthèse.
Les frais visés en B1 et B2 constituent des charges admissibles à concurrence :
1. Du prix journalier forfaitaire déterminé en application de la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux à condition qu'il y ait intervention de l'organisme assureur et déduction faite de celle-ci et de la quote-part du prix de journée à charge du patient.
2. Du prix figurant aux tarifs de base déterminé par l'Institut National d'Assurance Maladie Invalidité à condition qu'il y ait intervention de l'organisme assureur et déduction faite de celle-ci.
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2001 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 octobre 1997 relatif aux conditions d'agrément et de subventionnement des services résidentiels, d'accueil de jour et de placement familial pour personnes handicapées.
Namur, le 11 janvier 2001.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
Th. DETIENNE.
1. Kinderen ten laste van de personen bedoeld in de artikelen 41bis,
# 3, en 44bis, # 3.
Dagonthaaldiensten voor jongeren Residentiele diensten voor jongeren
96 BEF 163 BEF
2. Andere
Belastbare inkomens Dagonthaaldiensten Residentiele
voor jongeren diensten voor
jongeren
500 000 BEF en minder 106 173
500 001 BEF a 750 000 BEF 138 231
750 001 BEF a 1 000 000 BEF 182 303
1 000 001 BEF a 1 250 000 BEF 225 375
1 250 001 BEF a 1 500 001 BEF 268 447
1 500 001 BEF a 1 750 000 BEF 311 519
1 750 000 BEF et plus 355 591
# 3, en 44bis, # 3.
Dagonthaaldiensten voor jongeren Residentiele diensten voor jongeren
96 BEF 163 BEF
2. Andere
Belastbare inkomens Dagonthaaldiensten Residentiele
voor jongeren diensten voor
jongeren
500 000 BEF en minder 106 173
500 001 BEF a 750 000 BEF 138 231
750 001 BEF a 1 000 000 BEF 182 303
1 000 001 BEF a 1 250 000 BEF 225 375
1 250 001 BEF a 1 500 001 BEF 268 447
1 500 001 BEF a 1 750 000 BEF 311 519
1 750 000 BEF et plus 355 591
-
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE
-
Art. N4. Bijlage 4 BIJLAGE XVII (bedoeld in artikel 31bis, § 1er en 89septies)
De geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 32, § 1, dekken :
C. de farmaceutische specialiteiten van categorie B en C van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering op voorwaarde dat de verzekeringsinstelling een tegemoetkoming verleent die in mindering wordt gebracht.
D. 1. de speciale onderzoeken, de verblijven in een verzorgingsinstelling en de heelkundige behandelingen.
2. het gebruik van osteosynthesematerieel.
De in B1 en B2 bedoelde kosten zijn subsidieerbaar naar verhouding van :
1° de forfaitaire dagprijs, vastgesteld overeenkomstig de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen, op voorwaarde dat de verzekeringsinstelling een tegemoetkoming verleent die in mindering wordt gebracht, net zoals het aandeel van de patiënt in de dagprijs;
2° de prijs vermeld in de door het RIZIV vastgestelde basistarieven, op voorwaarde dat de verzekeringsinstelling een tegemoetkoming verleent die in mindering wordt gebracht.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE.
De geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 32, § 1, dekken :
C. de farmaceutische specialiteiten van categorie B en C van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering op voorwaarde dat de verzekeringsinstelling een tegemoetkoming verleent die in mindering wordt gebracht.
D. 1. de speciale onderzoeken, de verblijven in een verzorgingsinstelling en de heelkundige behandelingen.
2. het gebruik van osteosynthesematerieel.
De in B1 en B2 bedoelde kosten zijn subsidieerbaar naar verhouding van :
1° de forfaitaire dagprijs, vastgesteld overeenkomstig de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen, op voorwaarde dat de verzekeringsinstelling een tegemoetkoming verleent die in mindering wordt gebracht, net zoals het aandeel van de patiënt in de dagprijs;
2° de prijs vermeld in de door het RIZIV vastgestelde basistarieven, op voorwaarde dat de verzekeringsinstelling een tegemoetkoming verleent die in mindering wordt gebracht.
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2001 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 oktober 1997 betreffende de voorwaarden van erkenning en subsidiëring van de voor gehandicapte personen bestemde residentiële diensten, dagonthaaldiensten en diensten voor plaatsing in gezinnen.
Namen, 11 januari 2001.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
Th. DETIENNE.
-