Artikel 1. Aan de voorzitter van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk wordt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 2 974,72 EUR toegekend ter dekking van zijn verblijf- en representatiekosten.
[1 De forfaitaire vergoeding bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari 2024 gekoppeld aan spilindex 138,01.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 JULI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag van de vergoedingen toegekend aan de voorzitter en aan de leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-08-2001 en tekstbijwerking tot 19-12-2025)
Titre
11 JUILLET 2001. - Arrêté royal fixant le montant des indemnités allouées au président et aux membres du Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au travail(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-08-2001 et mise à jour au 19-12-2025)
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1. Une indemnité forfaitaire annuelle de 2 974,72 EUR est octroyée au président du Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au travail pour couvrir ses frais de séjour et de représentation.
[1 L'indemnité forfaitaire visée à l'alinéa 1er,, est à partir du 1er janvier 2024 liée à l'indice-pivot 138,01.]1
[1 L'indemnité forfaitaire visée à l'alinéa 1er,, est à partir du 1er janvier 2024 liée à l'indice-pivot 138,01.]1
Änderungen
Art. 2. De voorzitter van dezelfde Hoge Raad heeft recht op de terugbetaling van de reiskosten onder de voorwaarden vastgesteld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten.
Art. 2. Le président du même Conseil supérieur a droit au remboursement des frais de parcours dans les conditions déterminées à l'article 16 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours.
Art. 5. Het koninklijk besluit van 24 augustus 1971 tot vaststelling van het bedrag van het presentiegeld en van de vergoeding toe te kennen aan de leden van de Hoge Raad voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen wordt opgeheven.
Art. 5. L'arrêté royal du 24 août 1971 fixant le montant du jeton de présence et des indemnités à allouer aux membres du Conseil supérieur de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail est abrogé.
Art. 6. Het koninklijk besluit van 24 augustus 1971 tot vaststelling van het bedrag van het presentiegeld en van de vergoedingen toe te kennen aan de leden van de bedrijfscomités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen wordt opgeheven.
Art. 6. L'arrêté royal du 24 août 1971 fixant le montant du jeton de présence et des indemnités à allouer aux membres des comités professionnels de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail est abrogé.
Art. 7. Voor de periode van 1 april 2000 tot 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van " 2 974,72 EUR ", vermeld in artikel 1, het bedrag van " 120 000 BEF ".
Art. 7. Pour la période du 1er avril 2000 au 31 décembre 2001, le montant de " 120 000 BEF " est d'application au lieu du montant de " 2 974,72 EUR " mentionné à l'article 1.
Art. 8. Voor de periode van 1 augustus 2000 tot 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van " 4,95 EUR ", vermeld in artikel 3, het bedrag van " 200 BEF ".
Art. 8. Pour la période du 1er août 2000 au 31 décembre 2001, le montant de " 200 BEF " est d'application au lieu du montant de " 4,95 EUR " mentionné à l'article 3.
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2000, met uitzondering van de bepalingen van de artikelen 1 en 2, die uitwerking hebben met ingang van 1 april 2000 en van artikel 6, die in werking treden op de datum van omvorming van de bedrijfscomités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen tot vaste Commissies.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 1er août 2000, à l'exception des dispositions des articles 1er et 2, qui produisent leur effet le 1er avril 2000 et de l'article 6, qui entrent en vigueur le jour de la transformation des comités professionnels de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail en Commissions permanentes.
Art. 10. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Gegeven te Brussel, 11 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 10. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 11 juillet 2001.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
Donné à Bruxelles, le 11 juillet 2001.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.