Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° " Fabrikant " : elke persoon die, op basis van toevoegingsmiddelen vervaardigde voormengsels, of mengvoeders, overeenkomstig de modaliteiten van het koninklijk besluit van 30 oktober 1998 betreffende de erkenning en de registratie van fabrikanten en tussenpersonen en de toelating van operatoren en handelaars in de sector dierenvoeding produceert of vervaardigt, met uitzondering van diegene die uitsluitend voor eigen fokkerij mengvoeders vervaardigt;
2° " Operator " : elke persoon die in het verkeer brengt :
1) voedermiddelen overeenkomstig
- rubrieken 9 en 10 van het deel B
- rubrieken 15 en 16 van het deel C
van hoofdstuk I van de bijlage van het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding;
2) toevoegingsmiddelen overeenkomstig bijlage II, groep L, rubrieken E 516 tot en met II-2, van het ministerieel besluit van 12 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding;
3° " Fonds " : het Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 OKTOBER 2000. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte en vrijwillige bijdragen verschuldigd door de veevoedersector aan het Fonds voor de schadeloosstelling van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis.
Titre
15 OCTOBRE 2000. - Arrêté royal relatif aux cotisations obligatoires et contributions volontaires dues par le secteur de l'alimentation animale au Fonds pour l'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° " Fabricant " : toute personne qui produit ou fabrique des prémélanges préparés à partir d'additifs, ou des aliments composés, conformément aux modalités de l'arrêté royal du 30 octobre 1998 concernant l'agréation et l'enregistrement des fabricants et des intermédiaires et l'autorisation des opérateurs et négociants dans le secteur de l'alimentation des animaux, à l'exception de celle qui produit des aliments composés pour les besoins exclusifs de son propre élevage;
2° " Opérateur " : toute personne qui met en circulation :
1) des matières premières visées
- aux rubriques 9 et 10 de la partie B
- aux rubriques 15 et 16 de la partie C
du chapitre Ier de l'annexe de l'arrêté royal du 8 février 1999 relatif au commerce et à l'utilisation des substances destinées à l'alimentation des animaux;
2) des additifs visés à l'annexe II, groupe L, rubriques E 516 à II-2 de l'arrêté ministériel du 12 février 1999 relatif au commerce et à l'utilisation des substances destinées à l'alimentation des animaux;
3° " Fonds " : le Fonds d'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine.
1° " Fabricant " : toute personne qui produit ou fabrique des prémélanges préparés à partir d'additifs, ou des aliments composés, conformément aux modalités de l'arrêté royal du 30 octobre 1998 concernant l'agréation et l'enregistrement des fabricants et des intermédiaires et l'autorisation des opérateurs et négociants dans le secteur de l'alimentation des animaux, à l'exception de celle qui produit des aliments composés pour les besoins exclusifs de son propre élevage;
2° " Opérateur " : toute personne qui met en circulation :
1) des matières premières visées
- aux rubriques 9 et 10 de la partie B
- aux rubriques 15 et 16 de la partie C
du chapitre Ier de l'annexe de l'arrêté royal du 8 février 1999 relatif au commerce et à l'utilisation des substances destinées à l'alimentation des animaux;
2) des additifs visés à l'annexe II, groupe L, rubriques E 516 à II-2 de l'arrêté ministériel du 12 février 1999 relatif au commerce et à l'utilisation des substances destinées à l'alimentation des animaux;
3° " Fonds " : le Fonds d'indemnisation d'entreprises agricoles touchées par la crise de la dioxine.
Art. 2. § 1. De fabrikanten en operatoren stellen een verklaring op erewoord op met opgave van het omzetcijfer betreffende de activiteiten bedoeld in artikel 1, 1° en 2° gerealiseerd in het laatst afgesloten boekjaar.
§ 2. De in § 1 bedoelde verklaring dient door een bedrijfsrevisor, een externe accountant of een erkende boekhouder te worden gecertificeerd.
§ 3. Deze verklaring moet uiterlijk op 16 november 2000, om 17 uur, aangetekend verstuurd worden naar :
ENIG LOKET DIOXINE
Kanselarij van de Eerste Minister
Wetstraat 16
1000 Brussel
§ 4. Bij gebreke aan het tijdig indienen van deze verklaring wordt de totale omzet van het bedrijf, zoals deze bekend is bij de bevoegde overheidsdiensten, in aanmerking genomen. Op eenvoudige aanvraag verstrekt de Nationale Bank van België alle desbetreffende inlichtingen.
§ 2. De in § 1 bedoelde verklaring dient door een bedrijfsrevisor, een externe accountant of een erkende boekhouder te worden gecertificeerd.
§ 3. Deze verklaring moet uiterlijk op 16 november 2000, om 17 uur, aangetekend verstuurd worden naar :
ENIG LOKET DIOXINE
Kanselarij van de Eerste Minister
Wetstraat 16
1000 Brussel
§ 4. Bij gebreke aan het tijdig indienen van deze verklaring wordt de totale omzet van het bedrijf, zoals deze bekend is bij de bevoegde overheidsdiensten, in aanmerking genomen. Op eenvoudige aanvraag verstrekt de Nationale Bank van België alle desbetreffende inlichtingen.
Art. 2. § 1er. Les fabricants et les opérateurs rédigent une déclaration sur l'honneur en indiquant le chiffre d'affaires relatif aux activités visées à l'article 1er, 1° et 2° réalisé au cours de la dernière année comptable.
§ 2. La déclaration visée au § 1er doit être certifiée par un réviseur d'entreprise, un expert-comptable externe ou un comptable agréé.
§ 3. Cette déclaration doit être envoyée au plus tard pour le 16 novembre 2000, à 17 heures, au :
GUICHET UNIQUE DIOXINE
Chancellerie du Premier Ministre
Rue de la Loi 16
1000 Bruxelles
§ 4. Faute de déposer cette déclaration à temps, le chiffre d'affaires total de l'entreprise, tel que connu par les services des autorités compétentes, sera pris en compte. Sur simple demande, la Banque Nationale de Belgique fournira tous les renseignements s'y rapportant.
§ 2. La déclaration visée au § 1er doit être certifiée par un réviseur d'entreprise, un expert-comptable externe ou un comptable agréé.
§ 3. Cette déclaration doit être envoyée au plus tard pour le 16 novembre 2000, à 17 heures, au :
GUICHET UNIQUE DIOXINE
Chancellerie du Premier Ministre
Rue de la Loi 16
1000 Bruxelles
§ 4. Faute de déposer cette déclaration à temps, le chiffre d'affaires total de l'entreprise, tel que connu par les services des autorités compétentes, sera pris en compte. Sur simple demande, la Banque Nationale de Belgique fournira tous les renseignements s'y rapportant.
Art. 3. § 1. Een verplichte bijdrage van 6 pro duizend van het volgens artikel 2, §§ 1 en 2, verklaarde omzetcijfer of bij gebreke ervan op het volgens artikel 2, § 4, vastgesteld omzetcijfer dient uiterlijk op 15 december 2000 door iedere persoon bedoeld in artikel 1 overgemaakt te worden ten bate van het Fonds op het volgend rekeningnr. 679-2005980-20 met vermelding van de woorden " verplichte bijdrage veevoedersector ".
§ 2. Indien de persoon deze verplichte bijdrage niet overmaakt aan het Fonds ten laatste 30 dagen na de datum van een ingebrekestelling, wordt het verschuldigd bedrag verdubbeld.
Een ontheffing van de verdubbeling van het verschuldigde bedrag kan worden toegestaan, indien de persoon binnen de termijn van 30 dagen voorzien in de ingebrekestelling een aanvraag bij aangetekend schrijven aan de dienst die de ingebrekestelling verzond indient en in de aanvraag ten genoege van het bestuur een gepaste verantwoording kan geven voor het overschrijden van deze termijn. De overschrijding mag in geen geval meer dan 60 dagen bedragen.
§ 2. Indien de persoon deze verplichte bijdrage niet overmaakt aan het Fonds ten laatste 30 dagen na de datum van een ingebrekestelling, wordt het verschuldigd bedrag verdubbeld.
Een ontheffing van de verdubbeling van het verschuldigde bedrag kan worden toegestaan, indien de persoon binnen de termijn van 30 dagen voorzien in de ingebrekestelling een aanvraag bij aangetekend schrijven aan de dienst die de ingebrekestelling verzond indient en in de aanvraag ten genoege van het bestuur een gepaste verantwoording kan geven voor het overschrijden van deze termijn. De overschrijding mag in geen geval meer dan 60 dagen bedragen.
Art. 3. § 1er. Une cotisation obligatoire de 6 pour mille du chiffre d'affaires déclaré selon l'article 2, §§ 1er et 2, ou à défaut, du chiffre d'affaires défini selon l'article 2, § 4, doit être versée par toute personne visée à l'article 1er au profit du Fonds, au plus tard pour le 15 décembre 2000, sur le numéro de compte 679-2005980-20, avec la mention " cotisation obligatoire secteur de l'alimentation animale ".
§ 2. Si la personne ne verse pas cette cotisation obligatoire au Fonds au plus tard 30 jours après la date d'une mise en demeure, le montant dû sera doublé.
Une exemption du doublement du montant dû peut être accordée si la personne introduit, dans les 30 jours prévus dans la mise en demeure, une demande par lettre recommandée au service ayant expédié la mise en demeure, en justifiant de manière adéquate à la satisfaction de l'administration, le dépassement de ce délai. Le dépassement ne peut en aucun cas être supérieur à 60 jours.
§ 2. Si la personne ne verse pas cette cotisation obligatoire au Fonds au plus tard 30 jours après la date d'une mise en demeure, le montant dû sera doublé.
Une exemption du doublement du montant dû peut être accordée si la personne introduit, dans les 30 jours prévus dans la mise en demeure, une demande par lettre recommandée au service ayant expédié la mise en demeure, en justifiant de manière adéquate à la satisfaction de l'administration, le dépassement de ce délai. Le dépassement ne peut en aucun cas être supérieur à 60 jours.
Art. 4. § 1. Artikel 3, § 1, is niet van toepassing indien de persoon bedoeld in artikel 1 zich vóór 15 december 2000 verbindt om een vrijwillige bijdrage te betalen waarvan het bedrag minstens 4 pro duizend van het met de toepassing van artikel 2, § 1, bepaalde omzetcijfer bedraagt, en hij deze bijdrage betaalt :
hetzij in eenmaal vóór 31 december 2000,
hetzij in jaarlijkse schijven van 1 pro duizend, te storten vóór 31 december van de jaren 2000, 2001, 2002 en 2003.
De vrijwillige bijdrage dient gestort te worden ten bate van het Fonds op het op het rekeningnummer 679-2005979-19, met vermelding van de woorden " vrijwillige bijdrage veevoedersector ".
§ 2. Indien de stortingen van de vrijwillige bijdrage niet uitgevoerd zijn voor de data voorzien in § 1 is de verbintenis tot het betalen van vrijwillige bijdrage niet meer geldig. In dit geval dient de persoon een verplichte bijdrage ten bedrage van 1,5 maal de resterende som te storten binnen de 30 dagen na de data voorzien in § 1.
§ 3. Indien de persoon de verplichte bijdrage voorzien in § 2 niet overmaakt aan het Fonds ten laatste 30 dagen na de datum van een ingebrekestelling, wordt het verschuldigd bedrag verdubbeld.
Een ontheffing van de verdubbeling van het verschuldigde bedrag kan worden toegestaan, indien de persoon binnen de termijn van 30 dagen voorzien in de ingebrekestelling een aanvraag bij aangetekend schrijven aan de dienst die de ingebrekestelling verzond indient en in de aanvraag ten genoege van het bestuur een gepaste verantwoording kan geven voor het overschrijden van deze termijn. De overschrijding mag in geen geval meer dan 60 dagen bedragen.
§ 4. De verbintenis tot het betalen van vrijwillige bijdragen, met vermelding van gekozen wijze van betaling, eenmalig of gespreid, dient samen met de in artikel 2 bedoelde verklaring te worden opgestuurd.
§ 5. De Minister bevoegd voor de Landbouw kan de vormvereisten van de verbintenis tot het betalen van een vrijwillige bijdrage bepalen.
hetzij in eenmaal vóór 31 december 2000,
hetzij in jaarlijkse schijven van 1 pro duizend, te storten vóór 31 december van de jaren 2000, 2001, 2002 en 2003.
De vrijwillige bijdrage dient gestort te worden ten bate van het Fonds op het op het rekeningnummer 679-2005979-19, met vermelding van de woorden " vrijwillige bijdrage veevoedersector ".
§ 2. Indien de stortingen van de vrijwillige bijdrage niet uitgevoerd zijn voor de data voorzien in § 1 is de verbintenis tot het betalen van vrijwillige bijdrage niet meer geldig. In dit geval dient de persoon een verplichte bijdrage ten bedrage van 1,5 maal de resterende som te storten binnen de 30 dagen na de data voorzien in § 1.
§ 3. Indien de persoon de verplichte bijdrage voorzien in § 2 niet overmaakt aan het Fonds ten laatste 30 dagen na de datum van een ingebrekestelling, wordt het verschuldigd bedrag verdubbeld.
Een ontheffing van de verdubbeling van het verschuldigde bedrag kan worden toegestaan, indien de persoon binnen de termijn van 30 dagen voorzien in de ingebrekestelling een aanvraag bij aangetekend schrijven aan de dienst die de ingebrekestelling verzond indient en in de aanvraag ten genoege van het bestuur een gepaste verantwoording kan geven voor het overschrijden van deze termijn. De overschrijding mag in geen geval meer dan 60 dagen bedragen.
§ 4. De verbintenis tot het betalen van vrijwillige bijdragen, met vermelding van gekozen wijze van betaling, eenmalig of gespreid, dient samen met de in artikel 2 bedoelde verklaring te worden opgestuurd.
§ 5. De Minister bevoegd voor de Landbouw kan de vormvereisten van de verbintenis tot het betalen van een vrijwillige bijdrage bepalen.
Art. 4. § 1er. L'article 3, § 1er, ne s'applique pas si la personne visée à l'article 1er s'engage avant le 15 décembre 2000 à payer une contribution volontaire dont le montant s'élève à au moins quatre pour mille du chiffre d'affaires, déterminé en application de l'article 2, § 1er, et si elle paie cette contribution :
soit en une fois avant le 31 décembre 2000,
soit par tranches annuelles d'un pour mille, à verser avant le 31 décembre des années 2000, 2001, 2002, 2003.
La contribution volontaire est à verser au profit du Fonds sur le compte bancaire 679-2005979-19 avec la mention " contribution volontaire secteur de l'alimentation animale ".
§ 2. Si les versements de la contribution volontaire ne sont pas effectués avant les dates visées au § 1er, la dérogation visée au § 1er n'est plus valable. Dans ce cas, la personne est tenue de verser une cotisation obligatoire équivalent à 1,5 fois la somme restant due dans les 30 jours des dates visées au § 1er.
§ 3. Si la personne ne verse pas la cotisation obligatoire prévue au § 2 au Fonds au plus tard 30 jours après la date d'une mise en demeure, le montant dû sera doublé.
Une exemption du doublement du montant dû peut être accordée si la personne introduit, dans les 30 jours prévus dans la mise en demeure, une demande par lettre recommandée au service ayant expédié la mise en demeure, en justifiant de manière adéquate à la satisfaction de l'administration, le dépassement de ce délai. Le dépassement ne peut en aucun cas être supérieur à 60 jours.
§ 4. L'engagement de paiement d'une cotisation volontaire avec mention du mode de paiement choisi, unique ou étalé doit être envoyé avec la déclaration visée à l'article 2.
§ 5. Le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions peut déterminer les exigences de forme auxquelles l'engagement de paiement d'une cotisation volontaire doit répondre.
soit en une fois avant le 31 décembre 2000,
soit par tranches annuelles d'un pour mille, à verser avant le 31 décembre des années 2000, 2001, 2002, 2003.
La contribution volontaire est à verser au profit du Fonds sur le compte bancaire 679-2005979-19 avec la mention " contribution volontaire secteur de l'alimentation animale ".
§ 2. Si les versements de la contribution volontaire ne sont pas effectués avant les dates visées au § 1er, la dérogation visée au § 1er n'est plus valable. Dans ce cas, la personne est tenue de verser une cotisation obligatoire équivalent à 1,5 fois la somme restant due dans les 30 jours des dates visées au § 1er.
§ 3. Si la personne ne verse pas la cotisation obligatoire prévue au § 2 au Fonds au plus tard 30 jours après la date d'une mise en demeure, le montant dû sera doublé.
Une exemption du doublement du montant dû peut être accordée si la personne introduit, dans les 30 jours prévus dans la mise en demeure, une demande par lettre recommandée au service ayant expédié la mise en demeure, en justifiant de manière adéquate à la satisfaction de l'administration, le dépassement de ce délai. Le dépassement ne peut en aucun cas être supérieur à 60 jours.
§ 4. L'engagement de paiement d'une cotisation volontaire avec mention du mode de paiement choisi, unique ou étalé doit être envoyé avec la déclaration visée à l'article 2.
§ 5. Le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions peut déterminer les exigences de forme auxquelles l'engagement de paiement d'une cotisation volontaire doit répondre.
Art. 5. Overtreding van de bepalingen van dit besluit wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maand en een boete van 500 tot 10 000 frank of met één van deze straffen alleen.
Art. 5. Les infractions aux dispositions du présent arrêté seront punies d'un emprisonnement d'un mois à six mois et d'une amende de 500 à 10 000 francs ou d'une des deux peines seulement.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 7. Onze Minister bevoegd voor de Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 oktober 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw en Middenstand,
J. GABRIELS.
Gegeven te Brussel, 15 oktober 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw en Middenstand,
J. GABRIELS.
Art. 7. Notre Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 15 octobre 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Agriculture et des Classes moyennes,
J. GABRIELS.
Donné à Bruxelles, le 15 octobre 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de l'Agriculture et des Classes moyennes,
J. GABRIELS.