Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JANUARI 1997. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning van de toelagen voor het wetenschappelijk en technisch onderzoek met landbouwkundige finaliteit voor het dienstjaar 1997.
Titre
21 JANVIER 1997. - Arrêté royal fixant les conditions d'octroi des subsides à la recherche scientifique et technique à finalité agricole pour l'exercice 1997.
Dokumentinformationen
Numac: 1997016024
Datum: 1997-01-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1997016024
Date: 1997-01-21
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Binnen de grenzen van de in 1997 beschikbare begrotingskredieten, kan de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft toelagen toekennen aan natuurlijke- of rechtspersonen, voor wetenschappelijke of technische onderzoekingen met landbouwkundige finaliteit.
Article 1. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles en 1997, le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions peut octroyer à des personnes physiques ou morales des subsides pour des recherches scientifiques ou techniques à finalité agricole.
Art. 2. De onderzoeksthema's die als prioritair beschouwd worden voor de toekenning van de toelagen zijn deze die door de Raad van Beheer van het Instituut tot Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw in de zitting van 27 juni 1995 goedgekeurd werden.
Art. 2. Les thèmes de recherche considérés comme prioritaires pour l'octroi de subsides sont ceux qui ont été approuvés par le Conseil d'Administration de l'Institut pour l'Encouragement de la Recherche scientifique dans l'Industrie et l'Agriculture en sa séance du 27 juin 1995.
Art. 3. § 1. De in acht genomen toelageaanvragen zijn deze die ingediend werden bij het Directoraat-generaal voor Onderzoek en Ontwikkeling van het Ministerie van Middenstand en Landbouw in antwoord op de enquête die door het Directoraat-generaal op 17 juli 1996 gestart werd.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, kunnen andere toelageaanvragen in aanmerking genomen worden als zij ontwerpen aangaan die, tegelijkertijd :
  - beantwoorden aan dringende onderzoekingsnoden, en
  - beantwoorden aan een uitdrukkelijke vraag van de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft.
Art. 3. § 1. Les demandes de subsides prises en compte sont celles qui ont été introduites auprès de la Direction générale de la Recherche et du Développement du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture en réponse à l'enquête lancée par la Direction générale le 17 juillet 1996.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, d'autres demandes de subsides peuvent être prises en compte lorsqu'elles concernent des projets qui, à la fois :
  - répondent à des besoins urgents de recherche, et
  - répondent à une demande explicite du Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions.
Art. 4. § 1. Het gemiddelde betoelagingspercentage van het geheel van de betoelaagde projecten mag niet meer bedragen dan 79 %.
  § 2. Een maximum van 50 % van de beschikbare begrotingskredieten kunnen voorbehouden worden voor toelageaanvragen met een betoelagingspercentage van meer dan 80 %.
  § 3. Een betoelagingspercentage van meer dan 80 % mag uitsluitend toegepast worden voor projecten die :
  - ter ondersteuning dienen van een prioritair initiatief van de regering of van de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, of
  - zich inschrijven in het kader van reglementaire schikkingen die genomen of te nemen zijn, of
  - de instelling beogen van normen, of
  - de verbetering van de kwaliteit van de produkten tot doel hebben, of
  - een bijzonder innoverend karakter hebben, of
  - het behoud beogen van de competitiviteit van de ondernemingen, inzonderheid door een vermindering van de kostprijs op het niveau van de land- en tuinbouw uitbatingen.
  § 4. De federale overheid is eigenaar van de onderzoeksresultaten die voortkomen uit projecten die een betoelagingspercentage van meer dan 80 % krijgen.
  § 5. Het betoelagingspercentage van de niet in § 3 bedoelde projecten dient zich tussen de 40 en 80 % te bevinden van de onderzoekingsbegroting.
  § 6. Een medefinanciering is iedere financiering welke niet voortkomt van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, met uitzondering van de variabele kredieten ingeschreven in de akties van de Begrotingsfondsen van dit Ministerie, voor zover het onderzoeksproject kadert in de acties van deze Fondsen.
  § 7. De betoelaging van het wetenschappelijk onderzoek zal het voorwerp uitmaken van een evaluatie, met name voor wat de toepassing van de bepalingen van onderhavig artikel betreft.
Art. 4. § 1. Le taux moyen de subsidiation de l'ensemble des projets subsidiés ne peut pas dépasser 79 %.
  § 2. Un maximum de 50 % des crédits budgétaires disponibles peut être réservé pour des demandes de subsides avec un taux de subsidiation de plus de 80 %.
  § 3. Un taux de subsidiation de plus de 80 % peut être appliqué uniquement à des projets qui :
  - viennent en soutien d'une initiative prioritaire du gouvernement ou du Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions, ou
  - s'inscrivent dans le cadre de dispositions réglementaires prises ou à prendre, ou
  - visent à l'établissement de normes, ou
  - ont pour objet l'amélioration de la qualité des produits, ou
  - ont un caractère particulièrement innovant, ou
  - visent à sauvegarder la compétitivité des entreprises, notamment par une diminution des prix de revient au niveau des exploitations agricoles et horticoles.
  § 4. L'autorité fédérale est propriétaire des résultats de recherches des projets qui bénéficient d'un taux de subsidiation de plus de 80 %.
  § 5. Le taux de subsidiation des projets non visés au § 3 doit se situer entre 40 et 80 % du budget des recherches.
  § 6. Un cofinancement est tout financement qui ne provient pas du budget du Ministère des Classes Moyennes et de l'Agriculture, à l'exception des crédits variables inscrits dans les actions des Fonds budgétaires dudit Ministère, dans la mesure où le projet de recherche s'inscrit dans les actions de ces Fonds.
  § 7. La subsidiation de la recherche scientifique fera l'objet d'une évaluation, notamment pour ce qui concerne l'application des dispositions du présent article.
Art. 5. § 1. Er wordt een voorlopig Beoordelingscomité opgericht dat samengesteld is uit de leden van de Raad van Beheer van het Instituut tot Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw waarvan de namen volgen :
  - de heer L. Martens, Gewoon hoogleraar RUG;
  - de heer A. Masure, Studie-gelastigde bij de "Alliance agricole belge";
  - de heer E. Persoons, Gewoon hoogleraar UCL;
  - de heer A. Thonon, Wetenschappelijk adviseur bij de UPA;
  - de heer W. Vandepitte, Lid van het Hoofdbestuur van de Belgische Boerenbond;
  - de heer C. Crohain, Secretaris-generaal van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.
  § 2. Het voorlopig Beoordelingscomité kiest zijn Voorzitter onder zijn leden.
Art. 5. § 1. Il est institué un comité provisoire d'évaluation qui est composé des membres du Conseil d'Administration de l'Institut pour l'Encouragement de la Recherche Scientifique dans l'Industrie et l'Agriculture dont les noms suivent :
  - M. L. Martens, Professeur ordinaire à la RUG;
  - M. A. Masure, Chargé d'études à l'Alliance agricole belge;
  - M. E. Persoons, Professeur ordinaire à l'UCL;
  - M. A. Thonon, Conseiller scientifique auprès des UPA;
  - M. W. Vandepitte, membre du Comité directeur du Belgische Boerenbond;
  - M. C. Crohain, Secrétaire général du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
  § 2. Le Comité provisoire d'évaluation choisit son Président parmi ses membres.
Art. 6. De voorstellen voor toekenning van toelagen worden aan de Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft door de Directeur-Generaal van Onderzoek en Ontwikkeling voorgelegd, na gunstig advies van het voorlopig Beoordelingscomité.
Art. 6. Les propositions d'octroi de subsides sont soumises au Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions par le Directeur général de la Recherche et du Développement, sur avis favorable du Comité provisoire d'Evaluation.
Art. 7. § 1. De Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft kan voorschotten toekennen op de toelagen. Het saldo, hetzij 10 % van de toelage, wordt pas uitbetaald na de verantwoording van het gebruik van het geheel van deze toelagen.
  § 2. In geval van vervroegde stopzetting van een project moet het niet gebruikte deel van de voorschotten worden teruggestort aan de Schatkist.
Art. 7. § 1. Le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions peut accorder des avances sur les subsides. Le solde, soit 10 % du subside, n'est mis en liquidation qu'après justification de l'emploi de l'entièreté de ces subsides.
  § 2. En cas d'arrêt anticipé d'un projet, la partie non utilisée des avances est remboursée au Trésor.
Art. 8. Het toekennen van een toelage geeft aanleiding tot het opstellen van een overeenkomst tussen de Staat, vertegenwoordigd door de Directeur-Generaal van Onderzoek en Ontwikkeling en de begunstigden.
Art. 8. L'octroi d'un subside donne lieu à l'établissement d'une convention entre l'Etat, représenté par le Directeur général de la Recherche et du Développement et les bénéficiaires.
Art. 9. Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 21 januari 1997.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
  K. PINXTEN
Art. 9. Notre Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 21 janvier 1997.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises,
  K. PINXTEN