Zum Hauptinhalt

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 APRIL 1994. - Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (NOTA : artikelen gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W2019-04-05/27, art. 2-4; Inwerkingtreding : onbepaald )(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-1995 en tekstbijwerking tot 19-01-2026)
Titre
15 AVRIL 1994. - Loi relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire (NOTE : articles modifiés avec effet à une date indéterminée par L2019-04-05/27, art. 2-4; En vigueur : indéterminée ) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-09-1995 et mise à jour au 19-01-2026)
Dokumentinformationen
Numac: 1994025189
Datum: 1994-04-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1994025189
Date: 1994-04-15
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. HOOFDSTUK II. - Bevoegde overheid. HOOFDSTUK III. - Opdrachten van het agentschap. Afdeling 1. - [1 Algemene opdrachtomschrijving]1 Afdeling 1bis. [1 - Bevoegdheid inzake de algem... Afdeling 1ter. [1 Wazigmaking van de beelden va... Afdeling 2. - [1 Bevoegdheid inzake de vergunni... Afdeling 3. - [1 Bevoegdheid inzake fysieke bev... Afdeling 3bis. [1 - Bevoegdheid op het gebied v... Afdeling 3ter. [1 - Bevoegdheid inzake de bevei... Afdeling 3quater. [1 - Bevoegdheid op het gebie... Afdeling 4 . - [1 Bevoegdheid inzake het vervoe... Afdeling 5. [1 - Bevoegdheid inzake toezicht op... Afdeling 6. - [1 Bevoegdheid inzake medische to... Afdeling 7. - [1 Bevoegdheid inzake het toezich... Afdeling 8. - [1 Bevoegdheid inzake noodplanning]1 Afdeling 9. - [1 Bevoegdheid inzake documentati... Afdeling 10. - [1 Initiatiefrecht inzake het vo... Afdeling 11. - [1 Bevoegdheid inzake toezicht o... Onderafdeling 1. - [1 Algemene bevoegdheid inza... Onderafdeling 2. - [1 Bevoegdheid inzake het do... Afdeling 12. - [1 Bevoegdheid inzake verspreidi... Afdeling 13. - [1 Bevoegdheid inzake arbitrage]1 Hoofdstuk IIIbis. [1 De organisatie van de dien... HOOFDSTUK IIIter. [1 - Milieueffectbeoordeling.]1 HOOFDSTUK IV. [1 - De organisatie van de fysisc... HOOFDSTUK V. - Middelen, begroting, rekeningen. HOOFDSTUK VI. - Bestuur van het Agentschap. HOOFDSTUK VII. - Sancties. Afdeling I. - Algemene bepaling. Afdeling II. - Strafsancties. Afdeling III. - Administratieve boetes. Onderafdeling I. - Administratieve procedure. Onderafdeling II. - Administratieve vereenvoudi... HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen. BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions générales. CHAPITRE II. - Autorités compétentes. CHAPITRE III. - Des missions de l'Agence. Section 1re. - [1 Description générale de la mi... Section 1rebis. [1 - Compétence en matière de r... Section 1reter. [1 Floutage des images d'établi... Section 2 - [1 Compétence en matière d'autorisa... Section 3. - [1 Compétence en matière de protec... Section 3bis. [1 - Compétence en matière de séc... Section 3ter. [1 - Compétence en matière de séc... Section 3quater. [1 - Compétence en matière de ... Section 4. - [1 Compétence en matière de transp... Section 5. [1 - Compétence en matière de survei... Section 6. - [1 Compétence en matière d'applica... Section 7. - [1 Compétence en matière de survei... Section 8 - [1 Compétence en matière de plan d'... Section 9. - [1 Compétence en matière de docume... Section 10. - [1 Droit d'initiative en matière ... Section 11. [1 Compétence en matière de vérific... Sous-section 1re. - [1 Compétence générale en m... Sous-section 2. - [1 Compétence en matière de s... Section 12 - [1 Compétence en matière de diffus... Section 13 [1 Compétence en matière d'arbitrage]1 Chapitre IIIbis. [1 L'organisation du service d... Chapitre IIIter. [1 - Evaluation des incidences... CHAPITRE IV. [1 - L'organisation du contrôle ph... CHAPITRE V. - Des ressources, du budget et des ... CHAPITRE VI. - De l'administration de l'Agence. CHAPITRE VII. - Sanctions. Section Ire. - Disposition générale. Section II. - Sanctions pénales. Section III. - Amendes administratives. Sous-section Ire. - Procédure administrative. Sous-section II. - Procédure administrative sim... CHAPITRE VIII. - Dispositions finales. ANNEXE.
Tekst (171)
Texte (171)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen wordt verstaan onder :
  - ioniserende stralingen : stralingen samengesteld uit fotonen of deeltjes welke in staat zijn direct of indirect de vorming van ionen te veroorzaken;
  - radioactieve stof : elke stof [5 of elk materiaal die/dat]5 één of meer radionucliden bevat waarvan de activiteit of de concentratie om redenen van stralingsbescherming niet mag worden verwaarloosd;
  - bevoegde overheid : (de overheid aangewezen krachtens deze wet en krachtens haar uitvoeringsbesluiten); <W 2003-04-02/38, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  - algemeen reglement : [4 - algemeen reglement : het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;]4
  - [6 instelling voor fysische controle: instelling die krachtens artikel 29bis erkend is om opdrachten van de dienst voor fysische controle uit te voeren;]6
  - dienst voor fysische controle : [6 de dienst die krachtens artikel 28 belast is met de fysische controle;]6
  - het Agentschap : de openbare instelling opgericht door deze wet voor de nucleaire controle;
  [6 - handeling : menselijke verrichting die een bijkomende blootstelling van bepaalde personen aan ioniserende stralingen met zich mee kan brengen; deze kunnen afkomstig zijn van een kunstmatige of van een natuurlijke stralingsbron, wanneer de natuurlijke radionucliden worden bewerkt omwille van hun radioactieve, splijt- of kweekeigenschappen. Blootstelling bij een noodgeval is hier niet inbegrepen;]6
  [6 - fysische controle : het geheel van maatregelen, uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder, met als doel te verifiëren dat de bevolking, de werknemers en het leefmilieu op afdoende wijze worden beschermd tegen het gevaar van ioniserende stralingen en dat de veiligheidsrisico's op afdoende wijze worden beheerst, met uitzondering van :
   a) de maatregelen betreffende het gezondheidstoezicht op beroepshalve aan ioniserende straling blootgestelde personen;
   b) de maatregelen betreffende het toezicht op de medische blootstelling van personen;
   c) de fysieke beveiligingsmaatregelen;
   d) de beveiligingsmaatregelen voor radioactieve stoffen;]6

  [6 - gezondheidstoezicht op de werknemers : het toezicht op het geheel van maatregelen ter waarborging van de gezondheid van de werknemers, genomen met toepassing van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en genomen onder de verantwoordelijkheid van een krachtens deze wet erkende arts;]6
  [6 - vergunninghouder : houder van een vergunning afgeleverd met toepassing van artikel 16 of van een erkenning afgeleverd met toepassing van artikel 4;]6
  (- kernmateriaal : de volgende bijzondere splijtbare producten en kerngrondstoffen :
  a) de bijzondere splijtbare producten zijn plutonium 239, uranium 233, uranium verrijkt in uranium 235 of 233 : elk product dat één of meerdere van de hierboven vermelde isotopen bevat.
  Uranium verrijkt in uranium 235 of 233 is uranium dat hetzij uranium 235 bevat hetzij uranium 233, dan wel deze beide isotopen in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding tussen de som van beide isotopen en de isotoop 238 groter is dan de verhouding tussen de isotoop 235 en de isotoop 238 in natuurlijk uranium;
  b) de kerngrondstoffen zijn het uranium dat een mengeling aan isotopen bevat die in de natuur voorkomen en uranium verarmd in uranium 235; thorium; de voornoemde materialen onder de vorm van metaal, legering, de chemische verbindingen of concentraten;
  - nationaal nucleair vervoer : het vervoer, met om het even welk vervoermiddel, van kernmateriaal dat geconditioneerd is met het oog op een zending, wanneer dit uitsluitend binnen Belgisch grondgebied plaatsvindt;
  - internationaal nucleair vervoer : het vervoer, met om het even welk vervoermiddel, van kernmateriaal, dat geconditioneerd is met het oog op een zending, dat de grenzen van het grondgebied moet overschrijden, te rekenen vanaf het vertrek uit de installatie van de expediteur in de Staat van oorsprong tot de aankomst in een installatie van de geadresseerde op het grondgebied van de Staat van eindbestemming;
  - fysieke beveiligingsmaatregelen : alle administratieve, organisatorische en technische maatregelen [10 , met inbegrip van maatregelen betreffende de bescherming van nucleaire documenten,]10 met als doel het beschermen van kernmateriaal tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer tegen de risico's van ongeoorloofd bezit en diefstal en het beschermen van kernmateriaal tijdens de productie, het gebruik, de opslag alsook de nucleaire installaties, het nationaal en internationaal nucleair vervoer tegen de risico's van sabotage [10 ...]10;
  [5 - beveiligingsmaatregelen voor radioactieve stoffen: alle administratieve, organisatorische en technische maatregelen [10 , met inbegrip van maatregelen betreffende de bescherming van radiologische beveiligingsdocumenten]10, met als doel:
   a) om de radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer tegen de risico's van ongeoorloofd bezit en diefstal te beschermen;
   b) om wat volgt tegen de risico's van sabotage of elk kwaadwillig gebruik te beschermen:
   1) de radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, tijdens de productie, het gebruik of de opslag ervan;
   2) de inrichtingen waar deze stoffen worden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt, alsook hun vervoer;]5

  [5 - beveiligingsmaatregelen voor toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is: alle administratieve, organisatorische en technische maatregelen [10 , met inbegrip van maatregelen betreffende de bescherming van radiologische beveiligingsdocumenten]10 met als doel:
   a) om voormelde toestellen of installaties tegen de risico's van ongeoorloofd bezit en diefstal te beschermen;
   b) om wat volgt tegen de risico's van sabotage of elk kwaadwillig gebruik te beschermen:
   1) voornoemde toestellen of installaties, alsook het vervoer van deze toestellen of installaties;
   2) de inrichtingen waar deze toestellen of installaties zich bevinden.]5

  - sabotage : [5 alle opzettelijke handelingen:
   a) die zijn gericht tegen:
   1) kernmateriaal tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer ervan;
   2) nucleaire installaties;
   3) het nationaal of internationaal nucleair vervoer;
   4) radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer ervan;
   5) inrichtingen of delen van inrichtingen waar radioactieve stoffen worden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt;
   6) toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is;
   7) het vervoer van toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is;
   8) inrichtingen, delen van inrichtingen en plaatsen waar zich toestellen of installaties bevinden die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is;
   en
   b) die op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze de gezondheid en veiligheid van het personeel, de bevolking en het milieu in gevaar kunnen brengen door een blootstelling aan straling, of de uitstoot van radioactieve stoffen]5
;
  - [2 ...]2.
  [3 - vermogensreactor een kernreactor, ontworpen[13 voor de productie van energie, met inbegrip van elektriciteit]13, die vergund is of werd als inrichting van klasse I met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming tegen ioniserende stralingen en waarvoor nog geen ontmantelingsvergunning werd afgeleverd.]3
  [4 - beroepshalve blootgestelde persoon : iedere natuurlijke persoon die ingevolge zijn beroepsactiviteiten, een blootstelling aan ioniserende stralingen ondergaat die kan leiden tot de overschrijding van één van de dosislimieten vastgesteld voor de personen van het publiek;
   - aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon : iedere natuurlijke persoon die activiteiten van ongeacht welke aard uitvoert waarbij hij/zij een blootstelling aan ioniserende stralingen ondergaat die kan leiden tot de overschrijding van één van de dosislimieten vastgesteld voor de personen van het publiek;
   - exploitant : elke natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inrichting onderhevig aan de vergunnings- of aangifteplicht overeenkomstig de bepalingen die voortvloeien uit artikel 17;
   - externe onderneming : elke natuurlijke of rechtspersoon, die activiteiten van om het even welke aard verricht in een inrichting onderhevig aan de vergunnings- of aangifteplicht overeenkomstig de bepalingen die voortvloeien uit artikel 17, waarbij één van de dosislimieten vastgesteld voor de personen van het publiek zou kunnen overschreden worden, met uitzondering van de exploitant van die inrichting, en zijn personeelsleden;
   - erkende geneesheer : [9 de preventieadviseur-arbeidsarts werkzaam in een interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, deskundig op gebied van arbeidsgeneeskunde overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten ervan en die bovendien erkend is overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen genomen op grond van de artikelen 3 en 19;]9
   - externe werker : iedere aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon, die een opdracht met blootstellingsrisico uitvoert bij een exploitant, ongeacht of hij dit doet als tijdelijk of vast werknemer van een externe onderneming, of als zelfstandige;
   - opdracht met blootstellingsrisico : de activiteit van ongeacht welke aard, van een externe werker bij een exploitant, waarbij één van de dosislimieten vastgesteld voor de personen van het publiek zou kunnen overschreden worden;
   - blootstellingsregister : het gecentraliseerd registratiesysteem bedoeld in artikel 25/2, dat de dosimetriegegevens van aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen bevat;
   - stralingspaspoort : het individueel document opgesteld voor externe werkers, dat toelaat om hun dosimetrisch toezicht te verzekeren tijdens de opdrachten met blootstellingsrisico uitgevoerd in het buitenland;
   - beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg : [9 de verwerkingsverantwoordelijke die de gezondheidsgegevens zoals bedoeld in de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens beheert, aangesteld binnen het Agentschap;]9
   - consulent inzake informatieveiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer : de consulent bedoeld in artikel 4, § 5, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, zoals aangewezen binnen het Agentschap;
   - verantwoordelijke voor de verwerking : [9 de persoon bedoeld in de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van de natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens beheert, in casu het Agentschap;]9
   - vestigingseenheid : een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of waaruit de activiteit wordt uitgeoefend;
   - werknemer : de werknemer bedoeld in artikel 2, § 1, eerste en tweede lid, 1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
   - werkgever : de werkgever bedoeld in artikel 2, § 1, eerste en tweede lid, 2°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
   - dosimetrisch toezicht : het dosimetrisch toezicht zoals bedoeld in artikel 30.6 van het Algemeen reglement;
   - authentieke bronnen : het Rijksregister opgericht bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, de Kruispuntbank der ondernemingen opgericht bij wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en de Registers van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (Bis-register en Register van de geschrapten) opgericht bij wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
   - anonieme gegevens : de gegevens die niet met een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon in verband kunnen worden gebracht en derhalve geen persoonsgegevens zijn;]4

  [12 - de NIS2-wet: de wet van 26 april 2024 tot vaststelling van een kader voor de cyberbeveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid;]12
  [8 - 'functionaris voor gegevensbescherming' : de door het Agentschap aangewezen functionaris met toepassing van artikel 37,1, a) van verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van gegevensbescherming en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;]8
  [9 - wet van 23 maart 2020: wet van 23 maart 2020 tot wazigmaking van de beelden van nucleaire installaties en kritieke inrichtingen, en tot inperking van het maken of verspreiden van luchtfoto's van die installaties en inrichtingen, in het belang van de openbare veiligheid;]9
  [11 - "nucleaire cyberbeveiligingsmaatregelen :
   de maatregelen betreffende de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van nucleaire installaties en inrichtingen waar radioactieve stoffen worden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt, of waar zich toestellen of installaties bevinden die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is, met het oog op de nucleaire cyberbeveiliging;
   - nucleaire cyberbeveiliging :
   de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van nucleaire installaties en inrichtingen waar radioactieve stoffen worden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt, of waar zich toestellen of installaties bevinden die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is.
   - netwerk- en informatiesysteem :
   1. een elektronisch communicatienetwerk in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
   2. een apparaat of groep van permanente of tijdelijk gekoppelde of bij elkaar behorende apparaten, waarvan een of meer elementen, in uitvoering van een programma, digitale gegevens automatisch verwerken, met inbegrip van de digitale, elektronische of mechanische bestanddelen van dit apparaat die onder meer de automatisering van een operationeel proces mogelijk maken, alsook de controle op afstand of het verkrijgen van werkingsgegevens in real time;
   3. of digitale gegevens die via de in de punten 1 en 2 bedoelde elementen worden opgeslagen, verwerkt, opgehaald of verzonden met het oog op de werking, het gebruik, de beveiliging en het onderhoud ervan.
   - beveiliging van netwerk- en informatiesystemen :
   het vermogen van netwerken en informatiesystemen om met een bepaalde mate van betrouwbaarheid bestand te zijn tegen acties die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van de opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of de daaraan gerelateerde diensten die via die netwerk- en informatiesystemen worden aangeboden of toegankelijk zijn, in gevaar brengen;
   - cyberincident :
   elke gebeurtenis met een reële negatieve impact op de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen;
   - cyberrisico :
   elke redelijkerwijs vast te stellen omstandigheid of gebeurtenis met een mogelijke negatieve impact op de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen.]11

  
Article 1. Pour l'application de la présente loi, et de ses mesures d'exécution, il y a lieu d'entendre par :
  - rayonnements ionisants : rayonnements composés de photos ou de particules capables de déterminer la formation d'ions directement ou indirectement;
  - substance radioactive : toute substance [5 ou toute matière]5 contenant un ou plusieurs radionucléides dont l'activité ou la concentration ne peut être négligée pour des raisons de radioprotection;
  - autorités compétentes : (les autorités désignées en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution); <L 2003-04-02/38, art. 2, 009; En vigueur : 01-06-2003>
  - règlement général : [4 règlement général : l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants;]4
  - [6 organisme de contrôle physique : organisme, qui, en vertu de l'article 29bis, est agréé pour effectuer des missions du service de contrôle physique;";]6
  - service de contrôle physique : [6 le service qui, en vertu de l'article 28, est en charge du contrôle physique;]6
  - l'Agence : l'établissement public créé par la présente loi pour le contrôle nucléaire;
  [6 - pratique : activité humaine susceptible d'accroître l'exposition de certains individus aux rayonnements ionisants provenant d'une source artificielle ou d'une source naturelle de rayonnement lorsque des radionucléides naturels sont traités en raison de leurs propriétés radioactives, fissiles ou fertiles, sauf dans le cas d'une exposition d'urgence;]6
  [6 - contrôle physique: l'ensemble des mesures, exécutées sous la responsabilité du détenteur de l'autorisation, dans le but de vérifier que la population, les travailleurs et l'environnement sont protégés de manière effective contre le danger des rayonnements ionisants, et que les risques associés sont gérés de manière effective à l'exception :
   a) des mesures relatives à la surveillance de la santé des personnes professionnellement exposées aux rayonnements ionisants;
   b) des mesures relatives à la surveillance de l'exposition médicale des personnes;
   c) des mesures de protection physique;
   d) des mesures de sécurité des substances radioactives;]6

  [6 - surveillance de la santé des travailleurs : la surveillance de l'ensemble des mesures garantissant la santé des travailleurs, prises en application de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail et prises sous la responsabilité d'un médecin agréé en vertu de la présente loi;]6
  [6 - détenteur d'autorisation: détenteur d'une autorisation délivrée en vertu de l'article 16 ou d'un agrément délivré en vertu de l'article 4;]6
  (- matières nucléaires : les produits fissiles spéciaux et les matières brutes suivantes :
  a) les produits fissiles spéciaux sont le plutonium 239, l'uranium 233, l'uranium enrichi en uranium 235 ou 233; tout produit contenant un ou plusieurs des isotopes ci-dessus.
  L'uranium enrichi en uranium 235 ou 233 est de l'uranium qui contient soit de l'uranium 235 soit de l'uranium 233, soit ces deux isotopes en quantité telle que le rapport entre la somme de ces deux isotopes et l'isotope 238 est supérieur au rapport entre l'isotope 235 et l'isotope 238 dans l'uranium naturel;
  b) les matières brutes sont l'uranium contenant le mélange d'isotopes qui se trouve dans la nature, et l'uranium appauvri en uranium 235; le thorium; toutes les matières mentionnées ci-dessus sous forme de métal, d'alliage, de composés chimiques ou de concentrés;
  - transport nucléaire national : le transport de matières nucléaires conditionnées en vue d'un envoi par tout moyen de transport lorsque celui-ci se déroule exclusivement à l'intérieur du territoire belge;
  - transport nucléaire international : le transport de matières nucléaires conditionnées en vue d'un envoi par tout moyen de transport lorsqu'il doit franchir les frontières du territoire au départ d'une installation de l'expéditeur située dans l'Etat d'origine jusqu'à son arrivée dans une installation du destinataire sur le territoire de l'Etat de destination finale;
  - mesures de protection physique : toute mesure administrative, organisationnelle et technique [10 , y compris relative à la protection des documents nucléaires,]10 qui a pour objectif de protéger les matières nucléaires en cours de production, d'utilisation, d'entreposage ou de transport contre les risques de détention illicite et de vol comme de protéger les matières nucléaires en cours de production, d'utilisation, d'entreposage ainsi que les installations nucléaires et les transports nucléaires nationaux et internationaux contre les risques de sabotage [10 ...]10;
  [5 - mesures de sécurité pour les substances radioactives: toute mesure administrative, organisationnelle et technique [10 , y compris relative à la protection des documents de sécurité radiologique,]10 qui a pour objectif:
   a) de protéger les substances radioactives autres que les matières nucléaires, en cours de production, d'utilisation, d'entreposage ou de transport contre les risques de détention illicite et de vol;
   b) de protéger contre les risques de sabotage ou de toute utilisation malveillante:
   1) les substances radioactives autres que les matières nucléaires et qui sont en cours de production, d'utilisation ou d'entreposage;
   2) les établissements où ces substances sont produites, fabriquées, détenues ou utilisées ainsi que leur transport;]5

  [5 - mesures de sécurité pour les appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives: toute mesure administrative, organisationnelle et technique [10 , y compris relative à la protection des documents de sécurité radiologique,]10 qui a pour objectif:
   a) de protéger les dits appareils ou installations contre les risques de détention illicite et de vol;
   b) de protéger contre les risques de sabotage ou de toute utilisation malveillante:
   1) lesdits appareils ou installations, ainsi que le transport de ces appareils ou installations;
   2) les établissements et lieux où se trouvent ces appareils et installations;]5

  - sabotage : [5 tout acte délibéré:
   a) qui est dirigé contre:
   1) des matières nucléaires en cours de production, d'utilisation, d'entreposage ou de transport;
   2) des installations nucléaires;
   3) des transports nucléaires nationaux ou internationaux;
   4) des substances radioactives autres que les matières nucléaires et qui sont en cours de production, d'utilisation, d'entreposage ou de transport;
   5) des établissements ou parties d'établissements, où des substances radioactives sont produites, fabriquées, détenues ou utilisées;
   6) des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives;
   7) le transport des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives;
   8) des établissements, parties d'établissement et lieux où se trouvent des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives;
   et
   b) qui pourrait mettre directement ou indirectement en danger la santé et la sécurité du personnel, de la population et de l'environnement par une exposition aux radiations ou l'émission de substances radioactives]5
;
  - [2 ...]2.
  [3 - réacteur de puissance : un réacteur nucléaire, conçu à des fins [13 de production énergétique, en ce y compris électrique,]13, qui est ou a été autorisé en tant qu'établissement de classe I en application de la réglementation relative à la protection contre les rayonnements ionisants et pour lequel aucune autorisation de démantèlement n'a encore été délivrée.]3
  [4 - personne professionnellement exposée : chaque personne physique soumise, dans le cadre de ses activités professionnelles, à une exposition aux rayonnements ionisants susceptible d'entraîner le dépassement de l'une des limites de dose fixées pour les personnes du public;
   - personne soumise à la surveillance dosimétrique : chaque personne physique qui exécute des activités de quelque nature que ce soit lors desquelles elle est soumise à une exposition aux rayonnements ionisants susceptible d'entraîner le dépassement de l'une des limites de dose fixées pour les personnes du public;
   - exploitant : toute personne physique ou morale qui assume la responsabilité de l'établissement devant faire l'objet d'une autorisation ou d'une déclaration conformément aux dispositions découlant de l'article 17;
   - entreprise extérieure : toute personne physique ou morale appelée à exécuter des activités de quelque nature que ce soit dans un établissement devant faire l'objet d'une autorisation ou d'une déclaration conformément aux dispositions découlant de l'article 17, au cours desquelles l'une des limites de dose fixées pour les personnes du public pourraient être dépassées, à l'exception de l'exploitant de cet établissement et des membres de son personnel;
   - médecin agréé : le conseiller en prévention-médecin du travail travaillant dans un service interne ou externe pour la prévention et la protection au travail, compétent dans le domaine de la médecine du travail conformément aux dispositions de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs dans la cadre de l'exécution de leur travail et à ses arrêtés d'exécution et qui, en outre, est agréé conformément aux mesures d'exécution prises en vertu des articles 3 et 19;
   - travailleur extérieur : toute personne soumise à la surveillance dosimétrique qui exécute chez un exploitant une mission comportant un risque d'exposition, qu'elle soit employée à titre temporaire ou permanent par une entreprise extérieure, ou qu'elle preste ses services en qualité de travailleur indépendant;
   - mission comportant un risque d'exposition : l'activité de quelque nature que ce soit prestée par un travailleur extérieur chez un exploitant au cours de laquelle l'une des limites de dose fixées pour les personnes du public pourrait être dépassée;
   - registre d'exposition : le système d'enregistrement centralisé des données dosimétriques des personnes soumises à la surveillance dosimétrique, visé à l'article 25/2;
   - passeport radiologique : le document individuel établi pour les travailleurs extérieurs permettant d'assurer leur surveillance dosimétrique pendant les missions comportant un risque d'exposition qu'ils exécutent à l'étranger;
   - professionnel des soins de santé : [9 le responsable du traitement qui gère les données concernant la santé visées dans la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel et désigné au sein de l'Agence;]9
   - consultant en sécurité de l'information et protection de la vie privée : le consultant visé à l'article 4, § 5, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la Sécurité sociale et désigné au sein de l'Agence;
   - responsable du traitement : [9 la personne visée dans la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, en l'occurrence l'Agence;]9
   - unité d'implantation : le lieu d'activité, géographiquement identifiable par une adresse, où s'exerce au moins une activité de l'entreprise ou à partir duquel elle est exercée;
   - travailleur : le travailleur visé à l'article 2, § 1er, alinéas 1er et 2, 1°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
   - employeur : l'employeur visé à l'article 2, § 1er, alinéas 1er et 2, 2°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
   - surveillance dosimétrique : la surveillance dosimétrique telle que visée à l'article 30.6 du Règlement général;
   - sources authentiques : le Registre national créé par la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, la Banque-Carrefour des entreprises créée par la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions, et les Registres de la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale (Registre bis et Registre des radiés) créés par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la Sécurité sociale;
   - données anonymes : les données qui ne peuvent être mises en relation avec une personne identifiée ou identifiable et qui ne sont, en conséquence, pas des données à caractère personnel;]4

  [12 - la loi NIS2: la loi du 26 avril 2024 établissant un cadre pour la cybersécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique;]12
  [8 - 'délégué à la protection des données' : le délégué désigné par l'Agence en application de l'article 37.1. a) du règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;]8
  [9 - "loi du 23 mars 2020": la loi du 23 mars 2020 visant à flouter les images d'établissements nucléaires et sensibles et à limiter la prise ou la diffusion de photographies aériennes de ces établissements dans l'intérêt de la sécurité publique;]9
  [11 - " mesures de cybersécurité nucléaire :
   les mesures relatives à la sécurité des réseaux et des systèmes d'information des installations nucléaires et des établissements où des substances radioactives sont produites, fabriquées, détenues ou utilisées, ou où se trouvent des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives, à des fins de cybersécurité nucléaire;
   - cybersécurité nucléaire :
   la sécurité des réseaux et systèmes d'information des installations nucléaires et des établissements où des substances radioactives sont produites, fabriquées, détenues ou utilisées, ou où se trouvent des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives;
   - réseau et système d'information :
   1. un réseau de communications électroniques au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques;
   2. un dispositif ou un ensemble de dispositifs interconnectés ou apparentés, de manière permanente ou temporaire, dont un ou plusieurs éléments assurent, en exécution d'un programme, un traitement automatisé de données numériques, en ce compris les composants numériques, électroniques ou mécaniques de ce dispositif permettant notamment l'automatisation d'un processus opérationnel, le contrôle à distance, ou l'obtention de données de fonctionnement en temps réel;
   3. ou les données numériques stockées, traitées, récupérées ou transmises par les éléments visés aux points 1 et 2 en vue de leur fonctionnement, leur utilisation, leur protection et leur maintenance.
   - sécurité des réseaux et des systèmes d'information :
   la capacité des réseaux et des systèmes d'information de résister, à un niveau de fiabilité donné, à des actions qui compromettent la disponibilité, l'authenticité, l'intégrité ou la confidentialité de données stockées, transmises ou faisant l'objet d'un traitement, et des services connexes que ces réseaux et systèmes d'information offrent ou rendent accessibles;
   - cyber-incident :
   tout événement ayant un impact négatif réel sur la sécurité des réseaux et des systèmes d'information;
   - cyber-risques :
   toute circonstance ou tout événement raisonnablement identifiable ayant une incidence négative potentielle sur la sécurité des réseaux et des systèmes d'information.]11

  
Art. 1bis. <INGEVOEGD bij W 2003-04-02/38, art. 3; Inwerkingtreding : 01-06-2003> Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt, inzake de fysieke beveiligingsmaatregelen [2 , de beveiligingsmaatregelen voor de radioactieve stoffen en de beveiligingsmaatregelen voor de toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is,]2 verstaan onder :
  - nucleaire installaties : alle installaties waar kernmateriaal wordt geproduceerd, gebruikt en opgeslagen.
  [1 - Categorisering : toekenning van een fysieke beveiligingsgraad aan het kernmateriaal, de nucleaire documenten en de veiligheidszones.
   - Veiligheidsrang : fysieke beveiligingsgraad toegekend aan kernmateriaal, veiligheidszones en nucleaire documenten.
   - Nucleair document : elke geregistreerde informatie, ongeacht haar vorm, behandeling, juridische aard of fysische eigenschappen, waaraan een veiligheidsrang werd toegekend en die betrekking heeft op kernmateriaal dat geproduceerd, gebruikt, opgeslagen of vervoerd wordt, of op fysieke beveiligingsmaatregelen die werden opgesteld om het kernmateriaal en de kerninstallaties, evenals het vervoer van kernmateriaal te beschermen, met uitzondering van :
   a) de documenten die het nationaal of internationaal vervoer van kernmateriaal uit hoofde van de van kracht zijnde regelgeving moeten begeleiden;
   b) de geclassificeerde documenten overeenkomstig de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;
   c) de documenten die tot stand kwamen in het kader van de fysieke beveiligingsmaatregelen en die andere persoonlijke gegevens bevatten dan de naam, voornaam van een persoon, de vermelding van het niveau van zijn veiligheidsmachtiging of de aanduiding van het gecategoriseerd kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten waartoe hij uit hoofde van deze wet toegang heeft.
   - Veiligheidszone : elke plaats van een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf - met inbegrip van de nucleaire transportvoertuigen - waaraan een veiligheidsrang wordt toegekend, of waar zich het volgende bevindt :
   a) kernmateriaal waaraan een veiligheidsrang werd toegekend;
   of
   b) nucleaire documenten;
   of
   c) uitrustingen, systemen of voorzieningen of om het even welk ander element waarvan de sabotage een rechtstreekse of onrechtstreekse radiologische impact kan hebben die de internationaal erkende radiologische normen voor de werknemers, de bevolking of het leefmilieu overschrijdt;]1

  [2 - Radiologisch beveiligingsdocument:
   elke geregistreerde informatie, ongeacht haar vorm, behandeling, juridische aard of fysische eigenschappen, die betrekking heeft op de beveiligingsmaatregelen voor de radioactieve stoffen, bedoeld in artikel 17quater of op de beveiligingsmaatregelen voor de toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is, zoals bedoeld in artikel 17quinquies, op voorwaarde dat de ongeoorloofde toegang tot, bekendmaking van of oneigenlijk gebruik van dergelijke informatie kwaadwillige, criminele of terroristische schade aan personen, eigendommen of het milieu mogelijk of gemakkelijker zou maken omwille van het risico van blootstelling aan ioniserende straling of uitstoot van radioactieve stoffen en met uitzondering:
   a) van de geclassificeerde documenten overeenkomstig de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;
   b) van de nucleaire documenten, zoals gedefinieerd onder het vierde streepje;
   c) van de documenten die tot stand kwamen in het kader van de in artikelen 17quater of 17quinquies bedoelde beveiligingsmaatregelen en die andere persoonsgegevens bevatten dan de naam en voornaam van een persoon of de vermelding van zijn toegangsvergunningen krachtens deze wet of de voormelde wet van 11 december 1998.]2

  
Art. 1bis. Pour l'application de la présente loi, et de ses arrêtés d'exécution, il y a lieu d'entendre, pour ce qui concerne les mesures de protection physique, [2 les mesures de sécurité pour les substances radioactives, ainsi que les mesures de sécurité pour les appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives,]2 par :
  - installation nucléaire : toute installation où sont produites, utilisées ou entreposées des matières nucléaires.
  [1 - Catégorisation : attribution d'un degré de protection physique aux matières nucléaires, aux documents nucléaires et aux zones de sécurité.
   - Echelon de sécurité : degré de protection physique attaché aux matières nucléaires, aux zones de sécurité et aux documents nucléaires.
   - Document nucléaire : toute information enregistrée, quels qu'en en soient la forme, le traitement, la nature juridique ou les caractéristiques physiques, à laquelle un échelon de sécurité est attribué et relative aux matières nucléaires en cours de production, d'utilisation, d'entreposage ou de transport ou aux mesures de protection physique mises en place pour protéger les matières et installations nucléaires ainsi que les transports de matières nucléaires à l'exception :
   a) des documents qui doivent accompagner les transports de matières nucléaires nationaux ou internationaux en vertu de la réglementation en vigueur;
   b) des documents classifiés conformément à la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité;
   c) des documents intervenant dans le cadre des mesures de protection physique et qui contiennent des données personnelles autres que le nom, le prénom d'une personne, l'indication de son niveau d'habilitation de sécurité ou l'indication des matières nucléaires catégorisées, des zones de sécurité et des documents nucléaires auxquels elle a accès en vertu de la présente loi.
   - Zone de sécurité : tout endroit d'une installation nucléaire ou d'une entreprise de transport nucléaire - en ce compris les véhicules de transport nucléaire - auquel est attribué un échelon de sécurité ou, où se trouvent :
   a) des matières nucléaires auxquelles un échelon de sécurité est attribué;
   ou
   b) des documents nucléaires;
   ou
   c) des équipements, des systèmes, des dispositifs ou tout autre élément dont le sabotage pourrait conduire directement ou indirectement à des conséquences radiologiques dépassant les normes radiologiques internationalement reconnues pour les travailleurs, la population ou l'environnement;]1

  [2 - Document de sécurité radiologique:
   toute information enregistrée, quels qu'en en soient la forme, le traitement, la nature juridique ou les caractéristiques physiques, qui est relative aux mesures de sécurité des substances radioactives, visées à l'article 17quater ou aux mesures de sécurité des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives, visées à l'article 17quinquies, à condition que l'accès non autorisé à cette information, sa divulgation ou son utilisation inappropriée permette ou facilite une atteinte malveillante, criminelle ou terroriste, aux personnes, aux biens ou à l'environnement en raison du risque d'exposition aux radiations ionisantes ou d'émission de substances radioactives et à l'exception:
   a) des documents classifiés conformément à la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité;
   b) des documents nucléaires, tels que définis au quatrième tiret;
   c) des documents intervenant dans le cadre des mesures de sécurité prévues aux articles 17quater ou 17quinquies et qui contiennent des données personnelles autres que le nom, le prénom d'une personne ou l'indication de ses autorisations d'accès en vertu de la présente loi ou de la loi du 11 décembre 1998 précitée.]2

  
Art. 2. Er wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht " Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ", afgekort F.A.N.C.
  De zetel ervan is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
  Onverminderd de bepalingen van de artikelen 32 tot 34 van deze wet, valt het Agentschap onder de toepassing van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op bepaalde instellingen van openbaar nut.
  In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op bepaalde instellingen van openbaar nut, worden in de categorie C, op hun plaats in de alfabetische volgorde, ingevoegd de woorden : " Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ".
Art. 2. Il est constitué un établissement public doté de la personnalité juridique, dénommé " Agence fédérale de Contrôle nucléaire ", en abrégé A.F.C.N.
  Son siège est établi dans l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale.
  Sans préjudice des dispositions des articles 32 à 34 de la présente loi, l'Agence est soumise à la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
  A l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public sont insérés dans la catégorie C, à leur place dans l'ordre alphabétique, les mots " Agence fédérale de Contrôle nucléaire ".
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij W 2003-04-02/38, art. 4; Inwerkingtreding : 01-06-2003> De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op kernmateriaal en alle daarop betrekking hebbende documenten en gegevens.
  
Art. 2bis. La loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l'administration n'est pas applicable aux matières nucléaires [1 ni aux documents nucléaires]1.
  
Art. 2ter. [1 De regering keurt, op voorstel van het Agentschap, een nationale beleidsverklaring goed met betrekking tot nucleaire veiligheid, nucleaire beveiliging en stralingsbescherming, gebaseerd ten minste op de volgende algemene uitgangspunten :
   - het rechtvaardigingsprincipe en de prioriteit aan nucleaire veiligheid en beveiliging;
   - de permanente verbetering in een internationaal kader;
   - een transparante communicatie;
   - het veilig beheer van het radioactief afval;
   - de gelaagde bescherming;
   - de lange termijn visie.
   De regering zendt de in het eerste lid bedoelde verklaring over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.]1

  
Art. 2ter. [1 Le gouvernement approuve, sur proposition de l'Agence, une déclaration de politique nationale relative à la sûreté nucléaire, la sécurité nucléaire et la radioprotection, basée au moins sur les principes généraux suivants :
   - le principe de justification et la priorité à la sûreté et la sécurité nucléaire;
   - l'amélioration continue dans un cadre international;
   - une communication transparente;
   - la gestion sûre des déchets radioactifs;
   - la défense en profondeur;
   - la vision à long terme.
   Le gouvernement transmet à la Chambre des représentants la déclaration visée à l'alinéa 1er.]1

  
HOOFDSTUK II. - Bevoegde overheid.
CHAPITRE II. - Autorités compétentes.
Art. 3. (Nota : Inwerkintreding vastgesteld op 02-11-1997, enkel wat uitvoer betreft, door KB 1997-10-02/36, art. 1) De Koning kan, met uitsluiting van de gemeentelijke overheid, maatregelen nemen ter bescherming van de werknemers, de volksgezondheid of het leefmilieu.
  Deze maatregelen hebben betrekking op de voorwaarden verbonden aan het invoeren, het uitvoeren, het produceren, het vervaardigen, het bezit, (het vervoeren,) het doorvoeren, het te koop aanbieden, het verkopen, het afstand doen onder bezwarende titel of om niet, het verdelen en het gebruiken met commercieel, industrieel, wetenschappelijk, medisch of enig ander oogmerk, van apparaten, installaties of stoffen die ioniserende stralingen kunnen [1 uitzenden]1. Deze voorwaarden, verbonden aan voormelde activiteiten kunnen ook slaan op de toebehoren van apparaten en installaties en op de software die dient om de veiligheid en de werking van deze apparaten en installaties te verzekeren. <W 2003-04-02/38, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de voorwaarden, de beperkingen en de nadere regelen volgens welke het Agentschap de opdrachten vervult bepaald in de artikelen 19 en 20.
  Hij kan eveneens de verwijdering en de ontruimng van radioactieve stoffen reglementeren.
  De Koning kan de nadere regelen bepalen volgens welke de gemeentelijke overheden worden geïnformeerd.
  
Art. 3. (Note : Entrée en vigueur fixée le 02-11-1997, en ce qui concerne l'exportation, par AR 1997-10-02/36, art. 1) Le Roi, à l'exclusion de l'autorité communale, peut prendre des mesures afin de protéger les travailleurs, la santé publique ou l'environnement.
  Ces mesures sont relatives aux conditions liées à l'importation, à l'exportation, à la production, à la fabrication, à la possession, (au transport,) au transit, à la mise en vente, à la vente, à la renonciation/abandon à titre onéreux ou gratuit, à la répartition et à l'utilisation à but commercial, industriel, scientifique, médical ou autres d'appareils, d'installations ou de substances capables d'émettre des rayonnements ionisants. Ces conditions liées aux activités susmentionnées peuvent également se rapporter aux accessoires d'appareils et d'installations et au logiciel qui sert à assurer la sécurité et le fonctionnement de ces appareils et installations. <L 2003-04-02/38, art. 5, 009; En vigueur : 01-06-2003>
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministre, les conditions, les restrictions et les modalités suivant lesquelles l'Agence remplit les missions déterminées aux articles 19 et 20.
  Il peut également réglementer l'évacuation de substances radioactives.
  Le Roi peut déterminer les modalités suivant lesquelles les autorités communales sont informées.
Art. 4. Onverminderd de bepalingen van artikel 8 mogen de in artikel 3 genoemde apparaten en stoffen enkel vervoerd worden door personen daartoe erkend door het Agentschap. De Koning regelt, na advies van het Agentschap, de wijze van erkenning.
Art. 4. Sans préjudice des dispositions de l'article 8 le transport des appareils et substances visés à l'article 3 ne peut être effectué que par des personnes agréées à cet effet par l'Agence. Le Roi règle, après avoir pris l'avis de l'Agence, les modalités de l'agrément.
Art. 5. De bevoegde overheid kan te allen tijde de beslissingen schorsen en vernietigen van gedecentraliseerde besturen die rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed hebben op het vervoer van radioactieve stoffen of van apparaten die deze stoffen bevatten.
Art. 5. L'autorité compétente peut, à tout moment suspendre et annuler les décisions d'administrations décentralisées qui ont un effect direct ou indirect sur le transport de substances radioactives ou d'appareils contenant de telles substances.
Art. 6. Wanneer een onvoorziene gebeurtenis de volksgezondheid en het leefmilieu in gevaar brengt, is de Koning, met uitsluiting van de gemeentelijke overheid, gemachtigd tegenover de producenten, fabricanten, houders, vervoerders of gebruikers van apparaten of stoffen die ioniserende stralingen kunnen [1 uitzenden]1, alle door de omstandigheden vereiste maatregelen te treffen, met het oog op de bescherming van de bevolking of het leefmilieu.
  In dezelfde omstandigheden en met hetzelfde doel is de Koning, met uitsluiting van de gemeentelijke overheid, eveneens gemachtigd alle passende maatregelen te nemen om de gevaren te weren, die kunnen ontstaan uit de toevallige besmetting van om het even welke omgevingen, stoffen of produkten door radioactieve stoffen.
  
Art. 6. Le Roi, à l'exclusion de l'autorité communale est autorisé, lorsqu'un événement imprévu met en péril la santé de la population et l'environnement, à prendre à l'égard des producteurs, fabricants, détenteurs, transporteurs ou utilisateurs d'appareils ou substances capables d'émettre des rayonnements ionisants, toutes mesures imposées par les circonstances et destinées à la sauvegarde de la population ou de l'environnement.
  Le Roi, à l'exclusion de l'autorité communale, est également autorisé à prescrire dans les mêmes circonstances et aux mêmes fins toutes mesures propres à écarter les dangers pouvant résulter de la contamination accidentelle de lieux, de matières ou de produits quelconques par des substances radioactives.
Art. 7. De Koning wijst de personen aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, wat betreft [1 het gezondheidstoezicht op de werknemers]1 en de arbeidshygiënische omstandigheden.
  
Art. 7. Le Roi désigne les personnes chargées de la surveillance du respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution pour ce qui concerne [1 la surveillance de la santé des travailleurs]1 et les conditions d'hygiène du travail.
  
Art. 8. De Koning wijst de personen aan die belast zijn met de opdrachten bedoeld in de artikelen 7 en 14 :
  1. (Op het militair domein, met dien verstande dat het Agentschap belast is met het toezicht en de controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op de plaatsen waar personen die geen deel hebben aan de landsverdediging, noch behoren tot een vreemde Krijgsmacht, op regelmatige wijze aanwezig zijn); <W 2003-04-02/38, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  2. op alle andere door Hem aangewezen plaatsen, waar apparaten of stoffen worden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt die ioniserende stralingen kunnen verspreiden en die voor de behoeften van de krijgsmacht moeten dienen;
  3. naar aanleiding van de door de minister van Landsverdediging bevolen of vergunde transporten van bovenvermelde apparaten en stoffen.
Art. 8. Le Roi désigne les personnes charges des missions visées aux articles 7 et 14 :
  1. (Sur le domaine militaire, étant entendu que l'Agence est chargée de surveiller et de contrôler le respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution aux endroits où des personnes n'appartenant ni à la défense nationale ni à des forces armées étrangères sont présentes d'une façon habituelle); <L 2003-04-02/38, art. 6, 009; En vigueur : 01-06-2003>
  2. en tous autres lieux qu'Il détermine, où sont produits, fabriqués, détenus ou utilisés des appareils ou substances capables d'émettre des rayonnements ionisants et destinés aux besoins des forces armées;
  3. à l'occasion de transport que le ministre de la Défense nationale ordonne ou autorise d'appareils et substances précités.
Art. 9. [1 § 1. Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 8 van het Wetboek van strafvordering, zien de daartoe door de Koning aangewezen statutaire en contractuele personeelsleden van het Agentschap toe op de naleving van de verordeningen van de Europese Unie die behoren tot de bevoegdheden van het Agentschap, van de bepalingen van deze wet, van de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook op de naleving van de voorwaarden opgenomen in de vergunningen, toelatingen of erkenningen in uitvoering van deze bepalingen, en worden zij belast met de begeleiding overeenkomstig artikel 10, tweede lid, van de wet van 20 juli 1978 houdende geëigende beschikkingen teneinde de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied in uitvoering van het Internationaal Akkoord van 5 april 1973 bij toepassing der §§ 1 en 4 van artikel III van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens [2 en artikel 12, § 5, van de wet van 1 juni 2005 betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale Overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens]2.
   § 2. De overeenkomstig § 1 aangewezen personeelsleden worden "nucleaire inspecteurs" genoemd.
   § 3. De overeenkomstig § 1 aangewezen personeelsleden leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af, in de termen bepaald bij artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie, in handen van de minister die toezicht uitoefent op het Agentschap of van zijn afgevaardigde.
   § 4. De nucleaire inspecteurs kunnen hun bevoegdheden uitoefenen op het gehele Belgische grondgebied, doch slechts met het oog op het toezicht op de uitvoering van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbepalingen ervan, alsook op de naleving van de voorwaarden opgenomen in de vergunningen, toelatingen of erkenningen in uitvoering van deze bepalingen, de wet van 20 juli 1978 houdende geëigende beschikkingen teneinde de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied in uitvoering van het Internationaal Akkoord van 5 april 1973 bij toepassing der §§ 1 en 4 van artikel III van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens, de wet van 1 juni 2005 betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale Overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens en de artikelen 477 tot en met 477sexies en 488bis [2 tot 488quinquies]2 van het Strafwetboek.
   § 5. [3 Een geactualiseerde nominatieve lijst van de overeenkomstig paragraaf 1 aangewezen personeelsleden wordt op de website van het Agentschap gepubliceerd]3.]1

  [3 § 6. De overeenkomstig paragraaf 1 toegewezen bevoegdheden kunnen door de Koning worden ontnomen.]3
  
Art. 9. [1 § 1er. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire visées à l'article 8 du Code d'instruction criminelle, les membres du personnel statutaires et contractuels de l'Agence désignés par le Roi à cet effet surveillent le respect des règlements de l'Union européenne qui relèvent des compétences de l'Agence, des dispositions de la présente loi, de ses arrêtés d'exécution, ainsi que le respect des conditions reprises dans les autorisations, les permissions ou agréments en exécution de ces dispositions, et sont chargés de l'accompagnement conformément à l'article 10, alinéa 2, de la loi du 20 juillet 1978 établissant des dispositions propres à permettre à l'Agence internationale de l'Energie atomique d'effectuer des activités d'inspection et de vérification sur le territoire belge, en exécution de l'Accord international du 5 avril 1973 pris en application des §§ 1er et 4 de l'article III du Traité du 1er juillet 1968 sur la non-prolifération des armes nucléaires [2 et à l'article 12, § 5, de la loi du 1er juin 2005 relative à l'application du Protocole additionnel du 22 septembre 1998 à l'Accord international du 5 avril 1993 pris en application de l'article III, paragraphes 1er et 4, du Traité du 1er juillet 1968 sur la non- prolifération des armes nucléaires]2.
   § 2. Les membres du personnel désignés conformément au § 1er sont nommés "inspecteurs nucléaires".
   § 3. Les membres du personnel désignés conformément au § 1er prêtent serment, préalablement à l'exercice de leurs fonctions et dans les termes prévus à l'article 2 du décret du 20 juillet 1831 concernant le serment à la mise en vigueur de la monarchie constitutionnelle représentative, entre les mains du ministre qui exerce la tutelle sur l'Agence ou de son délégué.
   § 4. Les inspecteurs nucléaires peuvent exercer leurs attributions sur l'ensemble du territoire belge, mais uniquement en vue de contrôler l'exécution des dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, ainsi que le respect des conditions reprises dans les autorisations, les permissions ou agréments en exécution de ces dispositions, de la loi du 20 juillet 1978 établissant des dispositions propres à permettre à l'Agence internationale de l'Energie atomique d'effectuer des activités d'inspection et de vérification sur le territoire belge, en exécution de l'Accord international du 5 avril 1973 pris en application des §§ 1er et 4 de l'article III du Traité du 1er juillet 1968 sur la non-prolifération des armes nucléaires, de la loi du 1er juin 2005 relative à l'application du Protocole additionnel du 22 septembre 1998 à l'Accord international du 5 avril 1973 pris en application de l'article III, paragraphes 1er et 4, du Traité du 1er juillet 1968 sur la non-prolifération des armes nucléaires et des articles 477 à 477sexies et 488bis [2 à 488quinquies]2 du Code pénal.
   § 5.[3 § 5. Une liste nominative actualisée des membres du personnel désignés conformément au paragraphe 1er est publiée sur le site web de l'Agence ]1
-]3.
   [1 § 6. Les attributions conférées conformément au paragraphe 1er peuvent être retirées par le Roi]1
  
Art. 9bis. [1 § 1. In afwijking van de mogelijkheid tot toepassing van artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, hebben de in artikel 9 bedoelde personeelsleden het recht waarschuwingen te geven en een termijn te bepalen waarbinnen de overtreder zich in regel moet stellen.
  [2 ...]2
   Wanneer de dag waarop de termijn om zich in regel te stellen verstrijkt een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
   § 2. De in artikel 9 bedoelde personeelsleden kunnen de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, alsook op de voorwaarden opgenomen in de vergunningen, toelatingen of erkenningen in uitvoering van deze bepalingen, vaststellen bij proces-verbaal dat geldt tot het tegendeel wordt bewezen voor zover een afschrift ervan ter kennis gebracht wordt van de vermoedelijke dader van de inbreuk, binnen een termijn van zestig dagen die aanvangt de dag na de vaststelling van de inbreuk. Indien deze termijn niet wordt gerespecteerd, dan geldt het proces-verbaal ten titel van inlichting.
   § 3. Bij het opmaken van de processen-verbaal kunnen de door hen verrichte materiële vaststellingen, met bewijskracht, gebruikt worden door andere nucleaire inspecteurs, andere inspectiediensten of door statutaire of contractuele personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen.]1

  
Art. 9bis. [1 § 1er. Par dérogation à la possibilité d'appliquer l'article 29 du Code d'instruction criminelle, les membres du personnel visés à l'article 9 ont le droit de donner des avertissements et de fixer au contrevenant un délai pour se mettre en règle.
  [2 ...]2
   Lorsque le jour de l'échéance du délai pour se mettre en règle est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, il est reporté au jour ouvrable qui suit.
   § 2. Les membres du personnel visés à l'article 9 peuvent constater par des procès-verbaux faisant foi jusqu'à preuve du contraire les infractions à la présente loi, à ses arrêtés d'exécution, ainsi qu'aux conditions reprises dans les autorisations, les permissions ou agréments en exécution de ces dispositions, pour autant qu'une copie en soit transmise à l'auteur présumé de l'infraction dans un délai de soixante jours prenant cours le lendemain du jour de la constatation de l'infraction. En cas de non-respect de ce délai, le procès-verbal vaut à titre indicatif.
   § 3. Lors de l'établissement des procès-verbaux, les constatations matérielles faites par eux peuvent être utilisées, avec leur force probante, par d'autres inspecteurs nucléaires, par d'autres services d'inspection ou par les membres du personnel statutaires ou contractuels chargés de la surveillance du respect d'autres législations.]1

  
Art. 10. [1 § 1. De in artikel 9 bedoelde personeelsleden, voorzien van bewijsstukken ter rechtvaardiging van hun ambt, beschikken over de hierna volgende toezichtbevoegdheden bij de uitoefening van hun opdracht, en dit zowel in het kader van de administratieve afhandelingsbevoegdheid als in het kader van de vaststelling van inbreuken bij proces-verbaal :
   1° zij hebben te allen tijde, zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang tot vervoermiddelen, fabrieken, opslagplaatsen, ziekenhuizen en, meer in het algemeen, alle inrichtingen waar toestellen of stoffen die ioniserende stralingen kunnen [2 uitzenden]2, geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt worden, evenals elke plaats waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat ofwel voormelde toestellen of stoffen, onderworpen aan de bepalingen van de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen, aanwezig zijn ofwel bewijzen van het bestaan van een inbreuk kunnen aangetroffen worden. Tot bewoonde lokalen of andere ruimten en plaatsen die daadwerkelijk als woning zijn ingericht en als dusdanig worden gebruikt, hebben ze evenwel enkel toegang mits voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter. Een machtiging tot visitatie kan worden bekomen voor de toegang tot de bewoonde ruimten na 21 uur en voor 5 uur mits een met bijzondere redenen omkleed verzoek gericht aan de onderzoeksrechter;
   2° zij kunnen stoffen of een monster ervan aan een onderzoek of een analyse laten onderwerpen. De kosten zijn ten laste van de exploitant of houder van de stoffen, met toepassing van artikel 31, § 3;
   3° zij kunnen, onverminderd de toepassing van artikel 47bis van het Wetboek van strafvordering en van artikel 2bis, § 2, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, overgaan tot het ondervragen, hetzij alleen, hetzij in aanwezigheid van getuigen, van de exploitant of het ondernemingshoofd, zijn aangestelden of mandatarissen, de werknemers of de externe werknemers, evenals van alle personen van wie ze het verhoor noodzakelijk achten, over elke aangelegenheid waarvan de kennis nuttig is voor de uitoefening van het toezicht. Het verhoor wordt al naargelang het geval in een inspectieverslag dan wel in een proces-verbaal van verhoor opgetekend;
   4° zij kunnen de identiteit opnemen van de personen die zich bevinden op de plaatsen die aan hun controle onderworpen zijn en van wie ze redelijkerwijze kunnen vermoeden dat ze exploitanten, ondernemingshoofden, aangestelden of mandatarissen, werknemers of externe werknemers zijn, evenals van alle personen van wie ze het verhoor noodzakelijk achten voor het uitoefenen van het toezicht. Daartoe kunnen ze van deze personen de overlegging vorderen van officiële identiteitsdocumenten. Zij kunnen bovendien deze personen identificeren door middel van niet-officiële documenten die deze hen spontaan voorleggen wanneer deze personen niet bij machte zijn om officiële identiteitsdocumenten voor te leggen of wanneer de in artikel 9 bedoelde personeelsleden aan de authenticiteit ervan of aan de identiteit van deze personen twijfelen;
   5° zij kunnen zich ter plaatse alle inlichtingen doen verschaffen of op hun verzoek en zonder verplaatsing alle boeken, registers, documenten, schijven, magneetbanden of om het even welke andere informatiedrager die zij voor hun onderzoeken nuttig achten, laten voorleggen en er uittreksels, duplicata, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën van nemen of ze kosteloos laten bezorgen of, tegen ontvangstbewijs, beslag leggen op om het even welke voormelde informatiedrager. De originele drager van de informatie moet worden bewaard op het Agentschap totdat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest is uitgesproken, het dossier is geseponeerd of de administratieve boete, opgelegd overeenkomstig de artikelen 53 tot 62, is betaald;
   6° zij kunnen alle voor hun onderzoek nuttige informatiedragers, die zich bevinden in de inrichtingen of op de andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn, opsporen en onderzoeken;
   7° zij kunnen vaststellingen doen door het maken van foto's, afdrukken en film- of video-opnames, met uitsluiting van de vaststellingen die de vorm aannemen van observaties in de zin van artikel 47sexies en volgende van het Wetboek van strafvordering of van een telefoontap in de zin van artikel 90ter en volgende van het Wetboek van strafvordering.
   Zij kunnen eveneens beeldmateriaal afkomstig van derden gebruiken, voor zover deze personen dit beeldmateriaal rechtmatig hebben gemaakt of verkregen.
   De vaststellingen die de in artikel 9 bedoelde personeelsleden hebben gedaan door middel van het door hen gemaakte beeldmateriaal moeten de volgende gegevens bevatten :
   - de identiteit van de nucleaire inspecteur;
   - de bepaling waaraan de nucleaire inspecteur zijn bevoegdheid tot optreden ontleent;
   - de plaats en de datum van de inbreuk;
   - de identiteit van de vermoedelijke dader en van de betrokkenen;
   - de bepaling waarop inbreuk werd gepleegd;
   - een beknopt relaas van de feiten met betrekking tot de gepleegde inbreuken;
   - de dag, de datum, het uur waarop en de exacte beschrijving van de plaats waar het beeldmateriaal is gemaakt;
   - de volledige identificatie van het technisch hulpmiddel waarmee het beeldmateriaal is gemaakt;
   - een beschrijving van wat op dat beeldmateriaal te zien is, alsmede het verband met de vastgestelde inbreuk;
   - wanneer het gaat om een detailopname, een aanduiding op het beeldmateriaal waaruit de schaal blijkt;
   - wanneer er meerdere afdrukken of meerdere dragers zijn, een nummering van deze afdrukken of deze dragers.
   De originele drager van het beeldmateriaal wordt bewaard op het Agentschap totdat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest is uitgesproken, het dossier is geseponeerd of de administratieve boete, opgelegd overeenkomstig de artikelen 53 tot 62, is betaald;
   8° zij kunnen rechtstreeks, kosteloos en op eenvoudig verzoek alle nuttige informatiedragers opvragen of opsporen en onderzoeken bij de dienst die de fysische controle uitoefent in de aan het onderzoek onderworpen inrichting, bij de dienst die hier toezicht op uitoefent of bij de in artikel 14bis bedoelde entiteiten, alsook bij de verkopers, leveranciers, fabrikanten en invoerders van bronnen van ioniserende stralingen en bij de deskundigen die werkzaamheden uitvoeren in de inrichtingen;
   9° zij kunnen bevelen dat de documenten die moeten worden aangeplakt ingevolge de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen, daadwerkelijk aangeplakt worden en blijven, binnen een termijn die zij bepalen of onverwijld.
   § 2. De inbeslagname van medische dossiers kan enkel door de onderzoeksrechter worden bevolen.
   § 3. De in artikel 9 bedoelde personeelsleden kunnen, ingeval van verzet tegen de in het kader van § 1 bedoelde bevoegdheden, een proces-verbaal opstellen wegens verhindering van toezicht.
   Zij kunnen de bijstand vorderen van de federale of de lokale politiediensten.]1

  
Art. 10. [1 § 1er. Les membres du personnel, visés à l'article 9, munis des pièces justificatives de leur fonction, disposent des compétences de contrôle suivantes dans l'exercice de leur mission, tant dans le cadre de la compétence de traitement administratif, que dans le cadre de la constatation d'infractions par procès-verbal :
   1° ils disposent, à tout moment et sans avertissement préalable, d'un libre accès aux moyens de transport, aux usines, aux lieux de stockage, aux hôpitaux et, de manière plus générale, à tous les établissements où sont produits, fabriqués, détenus ou utilisés des appareils ou substances capables d'émettre des rayonnements ionisants, ainsi qu'à tous les endroits pour lesquels ils peuvent avoir un motif raisonnable de présumer que peuvent être trouvés des appareils ou substances précités, soumis aux dispositions des législations dont ils exercent la surveillance, ou des preuves de l'existence d'une infraction. Toutefois, ils n'ont accès aux locaux habités ou aux autres espaces et lieux effectivement aménagés comme habitation et utilisés comme telle qu'avec l'autorisation préalable du juge d'instruction. Une autorisation de visite domiciliaire pour l'accès aux espaces habités peut être obtenue après 21 heures et avant 5 heures, moyennant une demande spécialement motivée adressée au juge d'instruction;
   2° ils peuvent faire procéder à l'examen ou à l'analyse de substances ou d'un échantillon. Les frais sont à charge de l'exploitant ou du détenteur des substances en application de l'article 31, § 3;
   3° ils peuvent, sans préjudice de l'application de l'article 47bis du Code d'instruction criminelle et de l'article 2bis, § 2, de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive, interroger soit seuls, soit en présence de témoins, l'exploitant ou le chef d'entreprise, ses préposés ou mandataires, les travailleurs, y compris les travailleurs externes, ainsi que toutes les personnes dont ils estiment l'audition nécessaire, sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance. Selon le cas, l'audition est consignée dans un rapport d'inspection ou dans un procès-verbal d'audition;
   4° ils peuvent prendre l'identité des personnes qui se trouvent sur les lieux soumis à leur contrôle et dont ils peuvent raisonnablement présumer qu'elles sont des exploitants, des chefs d'entreprise, des préposés ou mandataires, des travailleurs, y compris des travailleurs externes, ainsi que de toutes les personnes dont ils estiment l'audition nécessaire pour l'exercice de la surveillance. A cet effet, ils peuvent exiger de ces personnes la présentation de documents officiels d'identification. Ils peuvent en outre identifier ces personnes à l'aide de documents non officiels que celles-ci leur soumettent spontanément lorsque ces personnes ne sont pas en mesure de présenter des documents officiels d'identification ou lorsque les membres du personnel visés à l'article 9 doutent de leur authenticité ou de l'identité de ces personnes;
   5° ils peuvent se faire communiquer sur place tous les renseignements ou se faire produire, sur réquisition et sans déplacement, tous livres, registres, documents, disques, bandes magnétiques ou tout autre support d'information qu'ils jugent utiles à leurs recherches et en prendre des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, des copies ou des photocopies ou se faire fournir ceux-ci sans frais, ou même saisir n'importe quel support d'information précité contre récépissé. Le support original des informations doit être conservé à l'Agence jusqu'à ce qu'un jugement ou un arrêt ayant acquis force de chose jugée ait été prononcé, jusqu'à ce que le dossier ait été classé sans suite ou jusqu'à ce que l'amende administrative, imposée conformément aux articles 53 à 62, ait été payée;
   6° ils peuvent rechercher et examiner tous les supports d'information utiles à leurs recherches qui se trouvent dans les établissements ou autres lieux qui sont soumis à leur contrôle;
   7° ils peuvent faire des constatations en faisant des photos, des impressions et des prises de vue par film ou par vidéo, à l'exclusion des constatations sous forme d'observations au sens de l'article 47sexies et suivants du Code d'instruction criminelle ou d'écoutes téléphoniques au sens de l'article 90ter et suivants du Code d'instruction criminelle.
   Ils peuvent également utiliser des images provenant de tiers, pour autant que ces personnes aient fait ou obtenu ces images de façon légitime.
   Les constatations faites par les membres du personnel visés à l'article 9 au moyen des images qu'ils ont réalisées doivent comporter les données suivantes :
   - l'identité de l'inspecteur nucléaire;
   - la disposition en vertu de laquelle l'inspecteur nucléaire est compétent pour agir;
   - le lieu et la date de l'infraction;
   - l'identité de l'auteur présumé et des personnes concernées;
   - la disposition violée;
   - un exposé succinct des faits en rapport avec les infractions commises;
   - le jour, la date, l'heure et la description exacte du lieu où les images ont été réalisées;
   - l'identification complète de l'équipement technique ayant permis de réaliser les images;
   - une description de ce qui est visible sur les images en question, ainsi que le lien avec l'infraction constatée;
   - lorsqu'il s'agit d'une prise de vues d'un détail, une indication sur l'image permettant de déterminer l'échelle;
   - lorsqu'il y a plusieurs reproductions ou plusieurs supports, une numérotation de ces reproductions ou de ces supports.
   Le support originel des images est conservé à l'Agence jusqu'à ce qu'un jugement ou un arrêt ayant acquis force de chose jugée ait été prononcé, jusqu'au classement sans suite du dossier ou jusqu'au paiement de l'amende administrative imposée en vertu des articles 53 à 62;
   8° ils peuvent demander ou rechercher et examiner directement, sans frais et sur simple requête tous les supports d'information utiles auprès du service qui exerce le contrôle physique au sein de l'établissement qui fait l'objet des recherches, auprès du service qui surveille ce contrôle ou auprès des entités visées à l'article 14bis, ainsi qu'auprès des vendeurs, fournisseurs, fabricants et importateurs de sources des rayonnements ionisants et auprès des experts qui exécutent des travaux dans les établissements;
   9° ils peuvent ordonner que les documents dont l'affichage est prévu par les législations dont ils exercent la surveillance, soient et restent effectivement affichés dans un délai qu'ils déterminent ou sans délai.
   § 2. La saisie de dossiers médicaux ne peut être ordonnée que par le juge d'instruction.
   § 3. Les membres du personnel visés à l'article 9 peuvent, en cas d'obstruction aux attributions visées au § 1er, dresser un procès-verbal pour obstacle à la surveillance.
   Ils peuvent requérir l'assistance des services de police, fédérale ou locale.]1

  
Art. 10bis. [1 § 1. De in artikel 9 bedoelde personeelsleden waarborgen het vertrouwelijk karakter van de gegevens van vertrouwelijke aard of bedrijfsgeheimen waarvan ze kennis nemen in de uitoefening van hun opdracht en verzekeren zich ervan dat deze gegevens uitsluitend worden aangewend voor de uitoefening van hun toezichtsopdracht.
   De inlichtingen betreffende medische gegevens van persoonlijke aard mogen slechts worden meegedeeld of gebruikt met inachtneming van het medisch beroepsgeheim.
   Indien de in artikel 10, § 1, 5°, 6° en 7°, bedoelde informatiedragers persoonsgegevens bevatten die de gezondheid betreffen, dan gebeurt de toegang tot deze informatiedragers en de verwerking en bewaring van de erin vervatte inlichtingen door de in artikel 9 bedoelde personeelsleden die beschikken over een wettelijk diploma van doctor in de geneeskunde.
   § 2. De in artikel 9 bedoelde personeelsleden delen de nuttige inlichtingen die zij bij hun onderzoek hebben ingewonnen mee aan de personeelsleden belast met het toezicht op andere wetgevingen.
   De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken alsook van de ministers verantwoordelijk voor de in het eerste lid bedoelde inspectiediensten, de nadere regels van de gegevens-uitwisseling.
   Evenwel mogen de inlichtingen die werden ingewonnen naar aanleiding van de uitoefening van taken voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden medegedeeld mits toestemming van deze laatste en mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures enkel worden medegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal.
   § 3. Alle overheidsdiensten die afhangen van de federale regering [2 of die adviezen moeten verlenen aan de federale regering, aan een van haar leden of aan de federale wetgevende kamers]2 moeten, en de overige overheidsdiensten, hierin inbegrepen de parketten en de griffies van de hoven en rechtbanken, gemeenschappen, gewesten, provincies en agglomeraties, federaties van gemeenten, gemeenten, verenigingen waarvan deze deel uitmaken, overheidsinstellingen die ervan afhangen, kunnen aan de nucleaire inspecteurs, op hun verzoek, alle inlichtingen verstrekken, alsook hun alle boeken, registers, documenten, schijven, magneetbanden of om het even welke andere informatiedragers ter kennisneming voorleggen en hun de uittreksels, duplicata, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën die de nucleaire inspecteurs nuttig achten bij het toezicht op de naleving van de wet en haar uitvoeringsbesluiten waarmee zij zijn belast, overhandigen.
   Alle voornoemde diensten met uitzondering van de diensten van de gemeenschappen en de gewesten, zijn gehouden die inlichtingen, uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopieën kosteloos te verstrekken.
   De vaststellingen, akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen ingewonnen voor of naar aanleiding van de uitvoering van de taken opgelegd door de bevoegde rechterlijke overheid mogen evenwel enkel worden medegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste.
   Een samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, gesloten met toepassing van artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, regelt de mededeling van inlichtingen door de diensten van de gemeenschappen en de gewesten, alsmede andere vormen van wederzijdse bijstand en samenwerking.
   § 4. Elke beslissing over de strafvordering uit hoofde van een inbreuk op de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen, zal op hun verzoek ter kennis worden gebracht van de in artikel 9 bedoelde personeelsleden die proces-verbaal hebben opgemaakt.
   De mededeling van deze beslissing aan de in artikel 9 bedoelde personeelsleden, gebeurt door toedoen, naargelang van het geval, van het orgaan van het openbaar ministerie dat deze heeft genomen, van de griffier van de rechtbank van eerste aanleg die of van het hof van beroep dat ze heeft uitgesproken.
   § 5. Het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken waarbij een strafrechtelijke zaak aanhangig is en waarvan het onderzoek ernstige aanwijzingen aan het licht brengt inzake een inbreuk op de wet en haar uitvoeringsbesluiten, kan de directeur-generaal van het Agentschap hierover informeren.]1

  
Art. 10bis. [1 § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 9 garantissent le caractère confidentiel des données confidentielles ou des secrets d'entreprise dont ils prennent connaissance dans l'exercice de leur mission et s'assurent que ces données ne seront utilisées que dans l'exercice de leur mission de surveillance.
   Les renseignements concernant des données médicales à caractère personnel ne peuvent être communiqués ou utilisés que dans le respect du secret médical.
   Lorsque les supports d'information visés à l'article 10, § 1er, 5°, 6° et 7°, contiennent des données personnelles qui concernent la santé, l'accès à ces supports d'information, ainsi que le traitement et l'enregistrement des renseignements qu'ils contiennent, se fait par des membres du personnel visés à l'article 9 qui disposent d'un diplôme légal de docteur en médecine.
   § 2. Les membres du personnel visés à l'article 9 communiquent les renseignements utiles recueillis lors de leur enquête aux membres du personnel chargés du contrôle d'autres législations.
   Le Roi détermine par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres et sur proposition du ministre de l'Intérieur et des ministres responsables des services d'inspections visés à l'alinéa 1er, les modalités de l'échange d'informations.
   Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci et les actes, pièces, registres, documents ou renseignements relatifs aux procédures judiciaires ne peuvent être communiqués que moyennant l'autorisation expresse du procureur général.
   § 3. Tous les services de l'Etat qui dépendent du gouvernement fédéral [2 ou qui sont amenés à rendre des avis au gouvernement fédéral, à l'un de ses membres ou aux chambres législatives fédérales]2 doivent, et les autres services de l'Etat, y compris les parquets et les greffes des cours et tribunaux, des communautés, des régions, des provinces, des agglomérations, des fédérations de communes, des communes, des associations dont elles font partie, des institutions publiques qui en dépendent, peuvent fournir aux inspecteurs nucléaires et, à leur demande, tous les renseignements, ainsi que leur produire, pour en prendre connaissance, tous les livres, registres, documents, disques, bandes magnétiques ou n'importe quel autre support d'information et leur en fournir des extraits, des duplicata, des impressions, des listages, des copies ou photocopies que les inspecteurs nucléaires estiment utiles à la surveillance de la loi et de ses arrêtés d'exécution dont ils sont chargés.
   Tous les services précités, à l'exception des services des communautés et des régions, sont tenus de fournir sans frais ces renseignements, extraits, duplicata, impressions, listages, copies ou photocopies.
   Toutefois, les constatations, actes, pièces, registres, documents ou renseignements recueillis avant ou à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire compétente ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation expresse de celle-ci.
   Un accord de coopération conclu entre l'Etat, les communautés et les régions, en application de l'article 92bis, § 1er, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, règle la communication des renseignements par les services des communautés et des régions, ainsi les autres formes d'assistance réciproque et de collaboration.
   § 4. Toute décision sur l'action publique du chef d'infraction aux législations dont ils exercent la surveillance sera portée, à leur demande, à la connaissance des membres du personnel visés à l'article 9 qui ont dressé procès-verbal.
   La communication de cette décision aux membres du personnel visés à l'article 9 est faite à la diligence, selon le cas, de l'organe du ministère public qui l'a prise, du greffier du tribunal de première instance ou de la cour d'appel qui l'a prononcée.
   § 5. Le ministère public près les cours et tribunaux qui est saisi d'une affaire pénale dont l'examen fait apparaître des indices sérieux d'infraction à la loi et à ses arrêtés d'exécution, peut en informer le directeur général de l'Agence.]1

  
Art. 10ter. [1 De in artikel 9 bedoelde personeelsleden mogen geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de inrichtingen of ondernemingen waarop zij toezicht dienen uit te oefenen en waardoor hun objectiviteit in opspraak zou kunnen worden gebracht.]1
  
Art. 10ter. [1 Les membres du personnel visés à l'article 9 ne peuvent avoir un intérêt quelconque, direct ou indirect, dans les entreprises ou institutions qu'ils sont chargés de contrôler, susceptible de compromettre leur objectivité.]1
  
Art. 10quater. [1 § 1. Ten gevolge van de vaststelling van een inbreuk op de wet of haar uitvoeringsbesluiten of van de niet-naleving van de voorwaarden opgenomen in de in uitvoering van deze bepalingen verleende vergunningen, toelatingen en erkenningen, kunnen de in artikel 9 bedoelde personeelsleden bestuurlijke maatregelen opleggen aan de exploitant of het ondernemingshoofd [3 of aan andere natuurlijke personen]3.
   § 2. De bestuurlijke maatregelen kunnen de vorm aannemen van :
   1° een bevel aan de exploitant of het ondernemingshoofd [3 of aan andere natuurlijke personen]3 om maatregelen te nemen om de inbreuk te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk te herstellen of herhaling ervan te voorkomen;
   2° een bevel aan de exploitant of het ondernemingshoofd [3 of aan andere natuurlijke personen]3 om activiteiten, werkzaamheden, of het gebruik van zaken te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk te herstellen of herhaling ervan te voorkomen;
   3° een feitelijke handeling van de in artikel 9 bedoelde personeelsleden, op kosten van de exploitant of het ondernemingshoofd [3 of andere natuurlijke personen]3, om de inbreuk te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk te herstellen of herhaling ervan te voorkomen;
   4° een combinatie van de in 1°, 2° en 3°, bedoelde maatregelen;
   In de in § 2, 1° en 2°, bedoelde gevallen wordt aan de beslissing tot oplegging van een bestuurlijke maatregel een uitvoeringstermijn verbonden.
   In de in § 2, 1° en 2°, bedoelde gevallen worden desgevallend de voorwaarden die moeten zijn vervuld om de bestuurlijke maatregel op te heffen, omschreven in de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke maatregel.
   § 3. De bestuurlijke maatregelen kunnen onder meer het volgende inhouden :
   1° de stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten;
   2° het verbod op het gebruik of de verzegeling van gebouwen, installaties, machines, toestellen, transportmiddelen, colli en radioactieve stoffen;
   3° de volledige of gedeeltelijke sluiting van een inrichting;
   4° de afvoer van voorwerpen, machines, toestellen, colli en radioactieve stoffen;
   5° de opslag van voorwerpen, machines, toestellen, colli en radioactieve stoffen op een gepaste plaats.
   § 4. Voor de uitvoering van de in § 2, 3°, bedoelde bestuurlijke maatregelen kunnen de in artikel 9 bedoelde personeelsleden de toezichtbevoegdheden zoals deze worden omschreven in [2 artikel 10, § 1]2, aanwenden.]1

  
Art. 10quater. [1 § 1er. A la suite de la constatation d'une infraction à la loi ou à ses arrêtés d'exécution ou du non-respect des conditions reprises dans les autorisations, permissions et agréments délivrés en exécution de ces dispositions, les membres du personnel visés à l'article 9 peuvent imposer des mesures administratives à l'exploitant ou au chef d'entreprise [3 ou à d'autres personnes physiques]3.
   § 2. Les mesures administratives peuvent prendre la forme :
   1° d'un ordre à l'exploitant ou au chef d'entreprise [3 ou à d'autres personnes physiques]3 de prendre des mesures en vue de mettre fin à l'infraction, de réparer entièrement ou partiellement ses conséquences ou d'en prévenir la répétition;
   2° d'un ordre à l'exploitant ou au chef d'entreprise [3 ou à d'autres personnes physiques]3 de cesser les activités, les travaux ou l'utilisation d'affaires, de réparer entièrement ou partiellement leurs conséquences ou d'en prévenir la répétition;
   3° d'un acte effectif posé par les membres du personnel visés à l'article 9, aux frais de l'exploitant ou du chef d'entreprise [3 ou à d'autres personnes physiques]3, en vue de mettre fin à l'infraction, de réparer entièrement ou partiellement leurs conséquences ou d'en prévenir la répétition;
   4° d'une combinaison des mesures visées aux points 1°, 2° et 3°;
   Dans les cas visés au § 2, 1° et 2°, la décision d'imposer une mesure administrative est assortie d'un délai de mise en oeuvre.
   Dans les cas visés au § 2, 1° et 2°, les conditions à remplir en vue de la levée de la mesure administrative sont, le cas échéant, décrites dans la décision d'imposer la mesure administrative.
   § 3. Les mesures administratives peuvent entre autres impliquer :
   1° l'arrêt ou l'exécution de travaux, d'actes ou d'activités;
   2° l'interdiction d'utilisation ou l'apposition de scellés sur des bâtiments, installations, machines, appareils, moyens de transport, colis et substances radioactives;
   3° la fermeture entière ou partielle d'un établissement;
   4° l'enlèvement d'objets, machines, appareils, colis et substances radioactives;
   5° le stockage d'objets, machines, appareils, colis et substances radioactives en un endroit adéquat.
   § 4. Pour l'exécution des mesures administratives visées au § 2, 3°, les membres du personnel visés à l'article 9 peuvent utiliser les compétences de contrôle décrites à [2 l'article 10, § 1er]2.]1

  
Art. 10quinquies. [1 § 1. De bestuurlijke maatregelen worden schriftelijk opgelegd. De beslissing houdende de oplegging van een bestuurlijke maatregel wordt ter kennis gebracht van de exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de in artikel 10quater, § 1, bedoelde natuurlijke personen]2 bij aangetekende brief met ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
   De beslissing vermeldt minstens :
   1° de bepaling(en) die niet werd(en) nageleefd;
   2° een overzicht van de vaststellingen met betrekking tot de inbreuk;
   3° de identiteit van de in artikel 9 bedoelde personeelsleden;
   4° een omschrijving van de opgelegde bestuurlijke maatregel en de uitvoeringstermijn ervan;
   5° in voorkomend geval, de voorwaarden waaronder de bestuurlijke maatregel die wordt omschreven in artikel 10quater, § 2, 1° en 2°, uitdooft;
   6° de mogelijkheid om bij de minister onder wie het Agentschap ressorteert beroep in te stellen tegen de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke maatregel, en de geldende vormen en termijn.
   De bestuurlijke maatregelen worden, behoudens in dringende gevallen, opgelegd nadat de exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de in het eerste lid bedoelde natuurlijke personen]2 werd gehoord.
   § 2. De in artikel 10quater, § 2, 1° en 2°, bedoelde bestuurlijke maatregelen kunnen, ambtshalve of op verzoek van de exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de in artikel 10quater, § 1, bedoelde natuurlijke personen]2, worden opgeheven hetzij wanneer de in de beslissing omschreven voorwaarden zijn vervuld hetzij wanneer uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen of de situatie evolueert.
   § 3. De exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de natuurlijke persoon]2 aan wie een in artikel 10quater, § 2, 1° of 2°, bedoelde bestuurlijke maatregel is opgelegd, kan de opheffing van die bestuurlijke maatregel vragen aan het in artikel 9 bedoelde personeelslid dat de maatregel heeft opgelegd.
   Het in artikel 9 bedoelde personeelslid dat de maatregel heeft opgelegd, beslist binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van het verzoek ingediend bij aangetekende brief met ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
   De beslissing wordt ter kennis gebracht van de exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de in het eerste lid bedoelde natuurlijke persoon]2 binnen een termijn van tien dagen die ingaat de dag volgend op de dag waarop de beslissing werd genomen.]1

  
Art. 10quinquies. [1 § 1er. Les mesures administratives sont imposées par voie écrite. La décision imposant une mesure administrative est notifiée à l'exploitant ou au chef d'entreprise [2 ou aux personnes physiques visées à l'article 10quater, § 1er]2 soit par lettre recommandée avec accusé de réception, soit par remise contre récépissé.
   La décision mentionne au moins :
   1° la(les) disposition(s) qui n'a(ont) pas été respectée(s);
   2° un aperçu des constatations relatives à l'infraction;
   3° l'identité des membres du personnel visés à l'article 9;
   4° une description des mesures administratives imposées et leur délai de mise en oeuvre;
   5° le cas échéant, les conditions auxquelles la mesure administrative décrite à l'article 10quater, § 2, 1° et 2°, s'éteint;
   6° la possibilité d'introduire auprès du ministre dont relève l'Agence un recours contre la décision imposant une mesure administrative, ainsi que les formes et le délai à respecter.
   Sauf dans des cas d'urgence, les mesures administratives sont imposées après avoir entendu l'exploitant ou le chef d'entreprise [2 ou les personnes physiques visées à l'alinéa 1er"]2.
   § 2. Les mesures administratives visées à l'article 10quater, § 2, 1° et 2°, peuvent être levées d'office ou à la demande de l'exploitant ou du chef d'entreprise [2 ou des personnes physiques visées à l'article 10quater, § 1er]2, lorsque les conditions décrites dans la décision sont remplies ou en cas de circonstances exceptionnelles ou lorsque la situation évolue.
   § 3. L'exploitant ou le chef d'entreprise [2 ou la personne physique]2 à qui une mesure administrative visée à l'article 10quater, § 2, 1° ou 2°, est imposée peut demander la levée de cette mesure administrative au membre du personnel visé à l'article 9 qui a imposé la mesure.
   Le membre du personnel visé à l'article 9 qui a imposé la mesure statue dans un délai de quinze jours suivant la notification de la demande introduite soit par lettre recommandée avec accusé de réception, soit par remise contre récépissé.
   La décision est communiquée à l'exploitant ou au chef d'entreprise [2 ou à la personne physique visée à l'alinéa 1er]2 dans un délai de dix jours prenant cours le lendemain du jour où la décision a été prise.]1

  
Art. 10sexies. [1 § 1. Samen met de in artikel 10quater, § 2, 1° en 2°, bedoelde bestuurlijke maatregelen kan een bestuurlijke dwangsom worden opgelegd, voor het geval het regularisatie- of stakingsbevel niet of niet volledig wordt uitgevoerd.
   In de beslissing tot oplegging van een in artikel 10quater, § 2, 1° en 2°, bedoelde bestuurlijke maatregel worden de hoogte van het bedrag van de dwangsom en de nadere regels bepaald.
   § 2. De dwangsom kan worden vastgesteld hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding. In de laatste twee gevallen kan eveneens een bedrag worden bepaald waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.
   § 3. Op verzoek van de exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de in artikel 10quater, § 1, bedoelde natuurlijke persoon]2 kan de dwangsom worden opgeheven, kan de looptijd ervan worden geschorst voor een bepaalde termijn of kan het bedrag van de dwangsom worden verminderd, in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de exploitant of het ondernemingshoofd [2 of de voormelde natuurlijke persoon]2 om aan zijn verplichtingen te voldoen.
   De opheffing van de bestuurlijke maatregel brengt automatisch de opheffing van de bestuurlijke dwangsom met zich mee.
   § 4. De dwangsom is van rechtswege opeisbaar als de uitvoeringstermijn van het regularisatie- of stakingsbevel is verstreken.
   De dwangsom verjaart na verloop van een termijn van zes maanden na de dag waarop ze is verbeurd.
   De bestuurlijke dwangsommen worden geïnd en ingevorderd overeenkomstig artikel 30bis, §§ 4 en 5, ten voordele van het Agentschap.]1

  
Art. 10sexies. [1 § 1er. Les mesures administratives visées à l'article 10quater, § 2, 1° et 2°, peuvent être assorties d'une astreinte administrative dans le cas où l'ordre de cessation ou de régularisation n'est pas exécuté ou pas pleinement exécuté.
   La décision imposant une mesure administrative visée à l'article 10quater, § 2, 1° et 2°, détermine le niveau du montant de l'astreinte et les modalités.
   § 2. L'astreinte peut être fixée soit à une somme unique, soit à une somme déterminée par unité de temps ou par contravention. Dans ces deux derniers cas, un montant au-delà duquel la condamnation aux astreintes cessera ses effets peut également être déterminé.
   § 3. L'astreinte peut être levée, son cours peut être suspendu durant un délai déterminé ou le montant de l'astreinte peut être réduit à la demande de l'exploitant ou du chef d'entreprise [2 ou de la personne physique visée à l'article 10quater, § 1er]2, si celui-ci [2 ou celle-ci]2 est dans l'impossibilité définitive ou temporaire, totale ou partielle de satisfaire à ses obligations.
   La levée de la mesure administrative entraîne automatiquement la levée de l'astreinte administrative.
   § 4. L'astreinte est exigible de plein droit à l'expiration du délai d'exécution de l'ordre de cessation ou de régularisation.
   L'astreinte se prescrit par l'expiration d'un délai de six mois à partir de la date où elle est encourue.
   Les astreintes administratives sont perçues et recouvrées conformément à l'article 30bis, §§ 4 et 5, au profit de l'Agence.]1

  
Art. 10septies. [1 § 1. De in artikel 9 bedoelde personeelsleden kunnen alle passende maatregelen, organisatorische maatregelen inbegrepen, treffen of opleggen die zij noodzakelijk achten voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers en de bevolking en voor de bescherming van het leefmilieu op het vlak van de ioniserende stralingen, en dit zowel om gevaren te voorkomen als om de gebreken of vormen van hinder die zij vaststellen en als een gevaar beschouwen, te bestrijden of weg te werken.
   § 2. De veiligheidsmaatregelen worden schriftelijk opgelegd. De beslissing tot oplegging van een veiligheidsmaatregel wordt ter kennis gebracht van de verantwoordelijke persoon bij aangetekende brief met ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
   De beslissing vermeldt minstens :
   1° een omschrijving van het gevaar voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, de bevolking en het leefmilieu;
   2° een omschrijving van de veiligheidsmaatregel en de eventuele uitvoeringstermijn;
   3° de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de beslissing tot oplegging van de veiligheidsmaatregel bij de minister onder wie het Agentschap ressorteert en de geldende vormen en termijn.
   Als een onmiddellijk optreden is vereist, kan een veiligheidsmaatregel ook mondeling worden opgelegd aan de verantwoordelijke persoon. Indien de verantwoordelijke persoon niet aanwezig is, wordt ter plaatse op een zichtbare plaats een schriftelijk bericht achtergelaten. De mondeling opgelegde veiligheidsmaatregel dient schriftelijk te worden bevestigd binnen vijf dagen.
   § 3. In geval de verantwoordelijke persoon geen uitvoering geeft of kan geven aan de opgelegde veiligheidsmaatregelen, kunnen de in artikel 9 bedoelde personeelsleden, op kosten van de verantwoordelijke persoon, bevelen de radioactieve stoffen die het voorwerp ervan uitmaken af te voeren en te behandelen als radioactief afval.
   De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels vast volgens dewelke de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde beslissing zijn gedekt.
   § 4. De veiligheidsmaatregelen kunnen, ambtshalve of op verzoek van de betrokkene, worden opgeheven als het gevaar in kwestie is vermeden, bestreden of weggewerkt.
   De betrokkene aan wie een veiligheidsmaatregel is opgelegd, kan de opheffing van die maatregel vragen aan de nucleaire inspecteur die de maatregel heeft opgelegd.
   Het in artikel 9 bedoelde personeelslid dat de maatregel heeft opgelegd, beslist binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de kennisgeving van het verzoek ingediend bij aangetekende brief met ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
   De beslissing wordt ter kennis gebracht van de betrokkene binnen een termijn van tien dagen die ingaat de dag na de dag waarop de beslissing werd genomen.]1

  
Art. 10septies. [1 § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 9 peuvent prendre ou imposer toutes les mesures adéquates, y compris d'ordre organisationnel, qu'ils estiment nécessaires pour la santé et la sécurité des travailleurs et de la population et pour la protection de l'environnement au niveau des radiations ionisantes, tant en vue de prévenir les dangers, qu'en vue de combattre ou d'éliminer les défectuosités ou les nuisances qu'ils constatent et qu'ils considèrent comme un danger.
   § 2. Les mesures de sécurité sont imposées par écrit. La décision imposant une mesure de sécurité est notifié à la personne responsable soit par lettre recommandée avec accusé de réception, soit par remise contre récépissé.
   La décision mentionne au moins :
   1° une description du danger pour la santé et la sécurité des travailleurs, de la population et de l'environnement;
   2° une description de la mesure de sécurité et de l'éventuel délai de mise en oeuvre;
   3° la possibilité d'introduire auprès du ministre dont relève l'Agence un recours contre la décision imposant une mesure de sécurité, ainsi que les formes et le délai à respecter.
   Lorsqu'une intervention immédiate est requise, une mesure de sécurité peut également être imposée oralement à la personne responsable. Si la personne responsable n'est pas présente, un avis écrit est apposé sur place à un endroit visible. La mesure de sécurité imposée oralement doit être confirmée par écrit dans les cinq jours.
   § 3. Si la personne responsable ne met pas ou ne peut pas mettre en oeuvre les mesures de sécurité imposées, les membres du personnel visés à l'article 9 peuvent ordonner, aux frais de la personne responsable, l'évacuation des substances radioactives qui en font l'objet, ainsi que leur gestion en tant que déchets radioactifs.
   Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les modalités suivant lesquelles les frais résultant de l'exécution de la décision visée dans l'alinéa 1er sont couverts.
   § 4. Les mesures de sécurité peuvent être levées d'office ou à la demande de l'intéressé si le danger en question a été évité, combattu ou éliminé.
   L'intéressé à qui une mesure de sécurité a été imposée peut demander la levée de cette mesure à l'inspecteur nucléaire qui a imposé la mesure.
   Le membre du personnel visé à l'article 9 qui a imposé la mesure statue dans un délai de quinze jours suivant la notification de la demande introduite soit par lettre recommandée avec accusé de réception, soit par remise contre récépissé.
   La décision est communiquée à l'intéressé dans un délai de dix jours prenant cours le jour suivant l'adoption de la décision.]1

  
Art. 11. [1 § 1. De verantwoordelijke persoon kan tegen de beslissing tot oplegging van een bestuurlijke maatregel, in voorkomend geval met een bestuurlijke dwangsom, tegen de beslissing houdende weigering tot opheffing van een bestuurlijke maatregel, tegen de beslissing tot oplegging van een veiligheidsmaatregel en tegen de beslissing houdende weigering tot opheffing van een veiligheidsmaatregel beroep instellen bij de minister onder wie het Agentschap ressorteert.
   § 2. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, ingesteld binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de kennisgeving van de beslissing die het voorwerp van het beroep uitmaakt. Het beroep wordt ingesteld bij aangetekende brief, gericht aan de minister onder wie het Agentschap ressorteert.
   § 3. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing niet.
   § 4. Binnen een termijn van maximaal drie maanden na de instelling van het beroep wordt uitspraak gedaan. Indien de minister geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van maximaal drie maanden na de instelling van het beroep, wordt het beroep geacht gegrond te zijn. In dat geval zijn de maatregelen waartegen beroep werd ingesteld, van rechtswege opgeheven.
   § 5. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken de procedureregels die van toepassing zijn op het in deze bepaling bedoelde beroep.]1

  
Art. 11. [1 § 1er. La personne responsable peut introduire un recours auprès du ministre dont relève l'Agence contre la décision imposant une mesure administrative assortie, le cas échéant, d'une astreinte administrative, contre la décision refusant la levée d'une mesure administrative, contre la décision imposant une mesure de sécurité et contre la décision refusant la levée d'une mesure de sécurité.
   § 2. Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit dans un délai de quinze jours calendrier à compter de la notification de la décision faisant l'objet du recours. Le recours est introduit par lettre recommandée et adressé au ministre dont relève l'Agence.
   § 3. Le recours ne suspend pas l'exécution de la décision contestée.
   § 4. Il est statué dans un délai de maximum trois mois après l'introduction du recours. Si le ministre n'a pas pris de décision dans un délai de maximum trois mois suivant l'introduction du recours, le recours est réputé fondé. Dans ce cas, les mesures faisant l'objet du recours sont levées de plein droit.
   § 5. Le Roi détermine par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres et sur proposition du ministre de l'Intérieur les règles de procédure applicables au recours visé dans la présente disposition.]1

  
HOOFDSTUK III. - Opdrachten van het agentschap.
CHAPITRE III. - Des missions de l'Agence.
Afdeling 1. - [1 Algemene opdrachtomschrijving]1
Section 1re. - [1 Description générale de la mission]1
Art. 14. [2 Onverminderd de bepalingen van Hoofdstuk IIIter en de artikelen 7 en 8]2, is het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle belast met de controle en het toezicht. [1 ...]1.
  
Art. 14. [2 Sans préjudice des dispositions du Chapitre IIIter et des articles 7 et 8]2, l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire est chargée du contrôle et de la surveillance. [1 ...]1.
  
Art. 14bis. <INGEVOEGD bij W 2008-12-22/33, art. 235; Inwerkingtreding : 01-01-2008> Het Agentschap kan alle daden en activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de in deze wet bepaalde opdrachten. Het Agentschap kan ook zelf of samen met anderen juridische entiteiten oprichten die tot uitsluitend doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van zijn opdrachten en erin participeren. Het Agentschap kan tevens participeren in andere juridische entiteiten die tot uitsluitend doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van de opdrachten van het Agentschap.
Art. 14bis. L'Agence peut accomplir tous les actes et activités qui contribuent directement ou indirectement à la réalisation des missions visées dans la présente loi. L'Agence peut également, seule ou conjointement avec des autres, créer des entités juridiques ayant pour objet exclusif la contribution à la réalisation de ses missions et y participer. L'Agence peut, en outre, participer à des entités juridiques ayant pour objet exclusif la contribution à la réalisation des missions de l'Agence.
Art. 14ter. [1 § 1. Het Agentschap kan, bij beslissing van haar raad van bestuur, haar toezichtsopdracht [2 alsook activiteiten in het kader van een vooroverleg in de zin van artikel 16/1]2 geheel of gedeeltelijk toevertrouwen aan een entiteit die het daartoe overeenkomstig artikel 14bis heeft opgericht. De Koning bepaalt bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
   1° de toezichtsopdrachten [2 of de activiteiten met betrekking tot een vooroverleg]2 die kunnen worden toegewezen aan deze entiteit;
   2° op welke wijze de door de entiteit verrichte prestaties worden vergoed;
   3° op welke wijze het Agentschap toezicht houdt op de uitoefening van de opdrachten van de entiteit.
   § 2. Het personeel van de entiteit dat belast is met het toezicht op de fysische controle bij de vergunninghouders moet beschikken over een erkenning als deskundige in de fysische controle, verleend door het Agentschap, overeenkomstig artikel 30.
   De verleende erkenning geeft de deskundige vrije toegang tot de installaties voor de toezichtsopdrachten die door het Agentschap aan de entiteit worden toegewezen.
   § 3. Meer dan de helft van de leden van de raad van bestuur van de entiteit bestaat uit leden van de raad van bestuur van het Agentschap. Zij worden aangewezen uit hoofde van hun mandaat van lid van de raad van bestuur van het Agentschap en vertegenwoordigen het Agentschap. Indien er een einde wordt gemaakt aan hun mandaat in de raad van bestuur van het Agentschap, wordt er ook een einde gemaakt aan hun mandaat van lid van de raad van bestuur van de entiteit. Zij blijven dit mandaat desalniettemin uitoefenen tot hun vervanging is geregeld door de raad van bestuur van het Agentschap.
   § 4. De directeur-generaal van het Agentschap is voor de duur van zijn mandaat van rechtswege lid van de raad van bestuur van de entiteit.
   De directeur-generaal kan tevens, met raadgevende stem, de vergaderingen van het directiecomité van de entiteit bijwonen.
   De directeur-generaal beschikt over een termijn van acht werkdagen om beroep in te stellen tegen elke beslissing van het directiecomité van de entiteit die hij met de wet, met de statuten of met het algemeen belang strijdig acht. Het beroep wordt ingesteld bij de raad van bestuur van de entiteit en is opschortend. Deze termijn gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing genomen werd, voor zover de directeur-generaal daarop regelmatig uitgenodigd werd, en, in het tegenovergestelde geval, op de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.]1

  
Art. 14ter. [1 § 1er L'Agence peut, par décision de son conseil d'administration, déléguer en tout ou en partie sa fonction de surveillance [2 et les activités qui s'inscrivent dans le cadre d'une concertation préalable au sens de l'article 16/1"]2 à une entité qu'elle a créée à cet effet conformément à l'article 14bis. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres :
   1° les missions de surveillance [2 ou les activités en rapport avec une concertation préalable]2 qui peuvent être déléguées à cette entité;
   2° les modalités de rémunération des prestations effectuées par l'entité;
   3° les modalités de la surveillance par l'Agence sur l'exercice des missions de l'entité.
   § 2. Le personnel de l'entité qui est chargé de la surveillance du contrôle physique chez les détenteurs d'autorisations doit posséder un agrément d'expert en contrôle physique qui est accordé par l'Agence conformément à l'article 30.
   L'agrément accordé à l'expert lui donne le libre accès aux installations pour lesquelles des missions de surveillance ont été déléguées à l'entité par l'Agence.
   § 3. Plus de la moitié des membres du conseil d'administration de l'entité se compose de membres du conseil d'administration de l'Agence. Ils sont désignés en raison de leur mandat de membre du conseil d'administration de l'Agence et représentent l'Agence. S'il est mis fin à leur mandat de membre du conseil d'administration de l'Agence, il est aussi mis fin à leur mandat de membre du conseil d'administration de l'entité. Ils continuent néanmoins à exercer ce mandat jusqu'à ce que leur remplacement soit réglé par le conseil d'administration de l'Agence.
   § 4. Pour la durée de son mandat, le directeur général de l'Agence est de droit membre du conseil d'administration de l'entité.
   Le directeur général peut assister, avec voix consultative aux réunions du comité de direction de l'entité.
   Le directeur-général dispose d'un délai de huit jours ouvrables pour former un recours contre toute décision du comité de direction de l'entité qu'il estime contraire à la loi, aux statuts ou à l'intérêt général. Le recours est introduit auprès du conseil d'administration de l'entité et est suspensif. Ce délai court à partir du jour de la réunion au cours de laquelle la décision a été prise, pour autant que le directeur-général y ait été régulièrement convoqué et, dans le cas contraire, à partir du jour où il en a eu connaissance.]1

  
Art. 14quater. [1 Onverminderd de wet van 20 juli 1978 houdende geëigende beschikkingen teneinde de Internationale organisatie voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied, in uitvoering van het Internationaal Akkoord van 5 april 1973 bij toepassing der § § 1 en 4 van artikel III van het Verdrag van 1 Juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens en de wet van 1 juni 2005 betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale Overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens, is het Agentschap, in het kader van de verplichtingen die voor België voortvloeien uit de veiligheidscontrole, ingevoerd door hoofdstuk VII van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en krachtens de waarborgen in de zin van artikel III, paragrafen 1 en 4 van bovenvermeld Verdrag van 1 juli 1968, ermee belast:
   1° om met de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en met de Internationale organisatie voor Atoomenergie tot overeenstemming te komen over de praktische modaliteiten die verband houden met de toepassing, op Belgisch grondgebied, van het internationaal stelsel van de waarborgen;
   2° om te zorgen voor de begeleiding van de internationale inspecteurs, overeenkomstig artikel 10, tweede lid van bovenvermelde wet van 20 juli 1978 en artikel 12, § 5, van bovenvermelde wet van 1 juni 2005.]1

  
Art. 14quater. [1 Sans préjudice de la loi du 20 juillet 1978 établissant les dispositions propres à permettre à l'Agence Internationale de l'Energie atomique d'effectuer des activités d'inspection et de vérification sur le territoire belge, en exécution de l'Accord international du 5 avril 1973 pris en application des § § 1er et 4 de l'article III du Traité du 1er juillet 1968 sur la non-prolifération des armes nucléaires et de la loi du 1er juin 2005 relative à l'application du Protocole additionnel du 22 septembre 1998 à l'Accord international du 5 avril 1993 pris en application de l'article III, paragraphes 1er et 4, du Traité du 1er juillet 1968 sur la non-prolifération des armes nucléaires, l'Agence, dans le contexte des obligations qui incombent à la Belgique en vertu du contrôle de sécurité établi par le chapitre VII du Traité instituant la Communauté européenne de l'Energie atomique et en vertu des garanties au sens de l'article III, paragraphes 1er et 4, du Traité du 1er juillet 1968 susmentionné, est chargée:
   1° de s'accorder avec la Communauté européenne de l'Energie atomique et l'Agence Internationale de l'Energie Atomique sur les modalités pratiques liées à la mise en oeuvre sur le territoire belge du régime international de garanties;
   2° d'assurer l'accompagnement des inspecteurs internationaux conformément à l'article 10 alinéa 2 de la loi du 20 juillet 1978 susmentionnée et de l'article 12, § 5, de la loi du 1er juin 2005 susmentionnée.]1

  
Art. 15. [1 Algemeen gesteld omvat de opdracht van het Agentschap de onderzoekingen die dienstig zijn voor het omschrijven van alle exploitatievoorwaarden van de inrichtingen waarin ioniserende stralingen worden aangewend en tot het bestuderen van de veiligheid en de beveiliging van de inrichtingen waarin [2 kernmateriaal of radioactieve stoffen]2 worden aangewend of bewaard.]1
  Deze opdracht omvat ook het toezicht, de controles en de inspecties die eruit voortvloeien, de stralingsbescherming, de opleiding en de voorlichting, de contacten met de overheid en met de betrokken nationale instellingen en de interventies in noodgevallen. Het Agentschap verleent zijn technische medewerking aan de minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken.
  (Onverminderd de toepassing van artikel 8 van deze wet is het Agentschap eveneens belast met de controle op de fysieke beveiligingsmaatregelen [2 , de beveiligingsmaatregelen voor radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, opgesteld krachtens artikel 17quater en de beveiligingsmaatregelen voor toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is, opgesteld krachtens artikel 17quinquies]2. [3 Onverminderd de artikelen 15bis en 15ter is het Agentschap eveneens belast met de controle op de nucleaire cyberbeveiligingsmaatregelen.]3) <W 2003-04-02/38, art. 11, 009; Inwerkingtreding : onbepaald >
  
Art. 15. [1 D'une manière générale, la mission de l'Agence comprend les investigations utiles à la définition de toutes les conditions d'exploitation des établissements où sont mis en oeuvre des rayonnements ionisants et à l'étude de la sécurité et de la sûreté des établissements où sont utilisées ou détenues [2 des matières nucléaires ou des substances radioactives]2.]1
  Elle comprend également la surveillance, les contrôles et les inspections qui en découlent, la radioprotection, la formation et l'information, les contacts avec les autorités et les organismes nationaux concernés et des interventions en cas d'urgence. L'Agence prête son concours technique au ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions.
  (Sans préjudice de l'article 8 de cette loi, l'Agence est également chargée du contrôle des mesures de protection physique [2 , des mesures de sécurité pour les substances radioactives autres que les matières nucléaires arrêtées en vertu de l'article 17quater et des mesures de sécurité des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives arrêtées en vertu de l'article 17quinquies]2. [3 Sans préjudice des articles 15bis et 15ter, l'Agence est également chargée du contrôle des mesures de cybersécurité nucléaire.]3) <L 2003-04-02/38, art. 11, 009; En vigueur : indéterminée >
  
Art. 15bis. [1 Overeenkomstig [3 artikel 33 van de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten]3 en de uitvoeringsbesluiten ervan, is het Agentschap belast met het controleren van de toepassing van de bepalingen van deze wet op een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit, voor wat betreft de elementen die dienen voor de transmissie van de elektriciteit en die werden [3 aangeduid als kritieke entiteit krachtens de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten]3.
   De nadere regels van de controle worden door de Koning geregeld.]1

  
Art. 15bis. [1 Conformément à [3 l'article 33 de la loi du 19 décembre 2025 relative à la résilience des entités critiques]3 et à ses arrêtés d'exécution, l'Agence est chargée de contrôler l'application des dispositions de ladite loi aux éléments d'une installation nucléaire destinée à la production industrielle d'électricité, qui servent au transport de l'électricité et qui ont été [3 désignés comme entité critique en vertu de la loi du 19 décembre 2025 relative à la résilience des entités critiques]3.
   Les modalités du contrôle sont réglées par le Roi.]1

  
Art. 15ter. [1 Het Agentschap wordt aangewezen als sectorale inspectiedienst, in de zin van de NIS2-wet, voor de sector energie, wat betreft de bijkomende maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico's die van toepassing zijn op de elementen van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit die dienen voor de transmissie van elektriciteit.
   De Koning bepaalt de praktische inspectiemodaliteiten, na advies van het Agentschap.]1

  
Art. 15ter. [1 L'Agence est désignée comme service d'inspection sectoriel, au sens de la loi NIS2, pour le secteur de l'énergie, en ce qui concerne les mesures supplémentaires de gestion des risques en matière de cybersécurité applicables aux éléments d'une installation nucléaire destinée à la production industrielle d'électricité et qui servent au transport de l'électricité.
   Le Roi fixe les modalités pratiques des inspections, après avis de l'Agence.]1

  
Afdeling 1bis. [1 - Bevoegdheid inzake de algemene regels en de acceptatiecriteria]1
Section 1rebis. [1 - Compétence en matière de règles générales et de critères d'acceptation]1
Art. 15quater. [1 Het Agentschap adviseert de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen (NIRAS) over het voorstel van Algemene regels, opgesteld overeenkomstig artikel 179, § 2, 4° en 8°, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het voorstel.
   Het advies van het Agentschap is bindend met betrekking tot het gedeelte dat betrekking heeft op de overeenstemming van de algemene regels met de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan.]1

  
Art. 15quater. [1 L'Agence rend un avis à l'Organisme national des Déchets radioactifs et des Matières fissiles enrichies (ONDRAF) sur la proposition de règles générales établies conformément à l'article 179, § 2, 4° et 8°, de la loi du 8 août 1980 concernant les propositions budgétaires pour 1979-1980, dans un délai de soixante jours calendrier à compter du jour suivant la réception de la proposition.
   L'avis de l'Agence est contraignant pour ce qui concerne la vérification de la conformité entre les règles générales et les dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.]1

  
Art. 15quinquies. [1 Het Agentschap onderzoekt, op formeel vlak, de overeenstemming tussen de acceptatiecriteria en:
   1° de algemene regels in artikel 15quater;
   2° de oprichtings- en exploitatievergunningen verleend krachtens artikel 16.
   Discrepanties worden door het Agentschap schriftelijk ter kennis gegeven aan de NIRAS die deze binnen een termijn van negentig kalenderdagen na deze kennisgeving herwerkt in haar voorstel.
   Het herwerkte voorstel wordt opnieuw voorgelegd aan het Agentschap voor advies. Het Agentschap beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen om een nieuw advies te verlenen.]1

  
Art. 15quinquies. [1 L'Agence examine, sur le plan formel, la correspondance entre les critères d'acceptation et:
   1° les règles générales visées à l'article 15quater;
   2° les autorisations de création et d'exploitation délivrées en vertu de l'article 16.".
   L'Agence notifie par écrit les divergences à l'ONDRAF,qui retravaille sa proposition dans un délai de nonante jours calendrier suivant cette notification.
   La proposition retravaillée est soumise à nouveau à l'Agence pour avis. L'Agence dispose d'un délai de trente jours calendrier pour donner un nouvel avis.]1

  
Art. 15sexies. [1 Indien het Agentschap in het kader van de uitoefening van de door deze wet toegekende bevoegdheden vaststelt dat het radioactief afval dat een exploitant produceert, vervaardigt, bezit en/of waarvoor hij verantwoordelijk is, niet conform is aan de acceptatiecriteria bedoeld in artikel 179, § 2, 4° en 8°, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, stelt het Agentschap de NIRAS hiervan onverwijld in kennis.]1
  
Art. 15sexies. [1 Si l'Agence constate, dans le cadre de l'exercice des compétences qui lui sont dévolues, que les déchets radioactifs qu'un exploitant produit, fabrique, possède et/ou dont il est responsable ne sont pas conformes aux critères d'acceptation visés à l'article 179, § 2, 4° et 8°, de la loi du 8 août 1980 concernant les propositions budgétaires pour 1979-1980, l'Agence en informe l'ONDRAF sans délai.]1
  
Afdeling 1ter. [1 Wazigmaking van de beelden van nucleaire installaties en kritieke inrichtingen ]1
Section 1reter. [1 Floutage des images d'établissements nucléaires et sensibles ]1
Art. 15septies. [1 Wanneer de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken gevraagd wordt om toestemming te verlenen zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet van 23 maart 2020, vraagt deze voorafgaandelijk het advies van het Agentschap. Het Agentschap is tevens bevoegd om advies te verstrekken, aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken bij de intrekking, de opheffing, de wijziging, de verlenging of de schorsing van de toestemming bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de voormelde wet van 23 maart 2020.
   Het advies kan inzonderheid betrekking hebben op het toepassingsgebied, de voorwaarden en de duur van de toestemming en is niet bindend.
   Het Agentschap kan hiervoor andere Belgische instanties, buitenlandse en internationale autoriteiten of andere experten raadplegen.
   Op voorstel van het Agentschap bepaalt de Koning de praktische nadere regels volgens dewelke de toestemming bedoeld in het eerste lid dient te worden gevraagd, alsook de nadere regels volgens dewelke het advies dient te worden verstrekt.
   Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 8 van het Wetboek van strafvordering, wordt het Agentschap aangewezen als inspectiedienst, belast met het controleren van de toepassing van de bepalingen van artikel 3, eerste lid, van de wet van 23 maart 2020.]1

  
Art. 15septies. [1 Lorsqu'il est demandé au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions d'accorder son autorisation en vertu de l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 23 mars 2020, il sollicite au préalable l'avis de l'Agence. L'Agence est en outre compétente pour fournir un avis au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions sur le retrait, l'abrogation, la modification, la prolongation ou la suspension de l'autorisation visée à l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 23 mars 2020 précitée.
   L'avis peut notamment porter sur le champ d'application, les conditions et la durée de l'autorisation, et il n'est pas contraignant.
   L'Agence peut consulter à cette fin d'autres instances belges, des autorités étrangères ou internationales ou d'autres experts.
   Sur proposition de l'Agence, le Roi détermine les modalités pratiques selon lesquelles l'autorisation visée à l'alinéa 1er doit être demandée, ainsi que les modalités selon lesquelles l'avis doit être fourni.
   Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire visées à l'article 8 du Code d'instruction criminelle, l'Agence est désignée comme le service d'inspection qui est chargé de contrôler l'application des dispositions de l'article 3, alinéa 1er, de la loi du 23 mars 2020.]1

  
Afdeling 2. - [1 Bevoegdheid inzake de vergunning van inrichtingen]1
Section 2 - [1 Compétence en matière d'autorisation des établissements]1
Art. 16. § 1. [2 De Koning verleent of weigert]2 de oprichtings- en exploitatievergunning die de oprichting voorafgaat van elke inrichting waarin stoffen of apparaten die ioniserende stralingen kunnen uitzenden, aanwezig zijn. <W 2003-01-31/38, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  Het Agentschap onderzoekt de aanvragen tot het verkrijgen van de vergunning bedoeld in het eerste lid. Het Agentschap wint daarover het advies in van de Wetenschappelijke Raad waarvan sprake is in artikel 37.
  De vergunning bepaalt onder andere de regelen betreffende de periodieke beoordeling van de veiligheid van de installaties en het moment van de oplevering bedoeld in § 2.
  De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de vergunning bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. Hij kan die voorwaarden wijzigen gedurende de volledige levensduur van de inrichting, haar ontmanteling inbegrepen.
  § 2. De exploitatie van een inrichting bedoeld in § 1 mag niet starten vooraleer de Koning, vaststellend dat aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan, de vergunning van deze inrichting heeft bevestigd. Deze bevestiging wordt door een gunstig opleveringsrapport, dat door het Agentschap is opgesteld, voorafgegaan. [1 De radioactieve stoffen die het voorwerp van de vergunning zijn, kunnen voorafgaand aan de oplevering in de installatie worden ingebracht, in het enkele geval dat dit noodzakelijk is voor het opstellen van het opleveringsrapport. Hiervan wordt melding gemaakt in het opleveringsrapport. De Koning kan de nadere regels hiervoor bepalen]1.
  § 3. Het Agentschap houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden opgelegd door de oprichtings- en exploitatievergunning.
  De Koning kan de vergunning schorsen of intrekken op grond van een advies van het Agentschap.
  
Art. 16. § 1. [2 Le]2Roi accorde ou refuse l'autorisation de création et d'exploitation qui précède la création de tout établissement dans lequel sont présents des substances ou des appareils capables d'émettre des rayonnements ionisants. <L 2003-01-31/38, art. 5, 008; En vigueur : 10-03-2003>
  L'Agence examine les demandes d'obtention de l'autorisation visée à l'alinéa 1er. L'Agence recueille, à ce sujet, l'avis du Conseil scientifique dont il est question à l'article 37.
  L'autorisation détermine entre autres les règles relatives aux révisions périodiques de la sécurité des installations et le moment de la réception visée au § 2.
  Le Roi fixe les conditions auxquelles l'autorisation visée à l'alinéa 1er est accordée. Il peut modifier ces conditions pendant toute la durée d'existence de l'établissement, en ce compris son démantèlement.
  § 2. L'exploitation d'un établissement visé au § 1er ne peut débuter avant que le Roi ait confirmé l'autorisation de cet établissement en constatant que les conditions de l'autorisation sont respectées. Cette confirmation est précédée d'un rapport de réception favorable établi par l'Agence. [1 Les substances radioactives faisant l'objet de l'autorisation peuvent être introduites dans l'installation avant la réception dans le seul cas où cette introduction est indispensable pour établir le rapport de réception. Il en est fait mention dans le rapport de réception. Le Roi peut régler les modalités en la matière.]1
  § 3. L'Agence contrôle le respect des conditions imposées par l'autorisation de création et d'exploitation.
  Le Roi peut suspendre ou retirer l'autorisation sur avis de l'Agence.
  
Art. 16/1. [1 § 1. De aanvrager kan ter voorbereiding van een vergunningsaanvraag zoals bedoeld in artikel 16, § 1, verzoeken een vooroverleg te organiseren met het Agentschap.
   Het vooroverleg beoogt de bespreking met de aanvrager van de eventueel nodig of nuttig geachte projectbijsturingen en indien aangewezen, de procedurele afstemming tussen het Agentschap en de andere betrokken overheden.
   Het Agentschap kan op eigen initiatief of op verzoek van de aanvrager, derde belanghebbenden betrekken bij het vooroverleg.
   De Koning kan de nadere regels van het vooroverleg bepalen en kan het toepassingsgebied ervan beperken.
   § 2. De Koning bepaalt welke vergoedingen de aanvrager dient te betalen om de kosten van de vereiste onderzoeken en de administratieve kosten ten gevolge van het vooroverleg te dekken.]1

  
Art. 16/1. [1 § 1er. Pour préparer une demande d'autorisation visée à l'article 16, § 1er, le demandeur peut solliciter l'organisation d'une concertation préalable avec l'Agence.
   La concertation préalable permet de discuter avec le demandeur des éventuels ajustements qu'il est jugé utile ou nécessaire d'apporter au projet et, le cas échéant, de l'harmonisation de la procédure entre l'Agence et les autres autorités concernées.
   De sa propre initiative ou à la demande du demandeur, l'Agence peut impliquer des parties prenantes tierces dans la concertation préalable.
   Le Roi peut déterminer les modalités de la concertation préalable et en restreindre le champ d'application.
   § 2. Le Roi fixe les indemnités dont doit s'acquitter le demandeur pour couvrir les frais des examens nécessaires et les coûts administratifs découlant de la concertation préalable.]1

  
Art. 17. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de nadere regelen voor de toepassing van artikel 16. Hij deelt de inrichtingen, bedoeld in artikel 16, § 1, in al naargelang het risico dat ze inhouden. Hij mag het verlenen van de vergunning aan inrichtingen, waarvan de indeling met het hoogste risico overeenstemt, niet delegeren.
Art. 17. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'application de l'article 16. II classe les établissements visés à l'article 16, § 1er, en fonction du risque qu'ils présentent. Il ne peut déléguer l'octroi de l'autorisation pour les établissements dont la classe correspond au risque le plus élevé.
Afdeling 3. - [1 Bevoegdheid inzake fysieke beveiliging van kernmateriaal]1
Section 3. - [1 Compétence en matière de protection physique des matières nucléaires]1
Art. 17bis. <INGEVOEGD bij W 2003-04-02/38, art. 12, 009; Inwerkingtreding : onbepaald > Op voorstel van het Agentschap :
  - stelt de Koning de fysieke beveiligingsmaatregelen vast die genomen moeten worden met betrekking tot de inrichting, de bewaking en het toezicht over de plaatsen en de voertuigen waarin kernmateriaal wordt opgeslagen;
  - [1 de Koning bepaalt het minimumbeveiligingsniveau voor elk van de categorieën van kernmateriaal, zoals ze gedefinieerd worden in artikel 17ter;]1
  [2 - bepaalt de Koning de erkenningsprocedure voor de fysieke beveiliging van de nucleaire installaties, de nucleaire vervoerbedrijven en het nucleair vervoer;]2
  - stelt de Koning de fysieke beveiligingsmaatregelen vast die genomen moeten worden ter bescherming van de kerntechnologie ontwikkeld door Belgische nucleaire instellingen.
  [2 Het Agentschap kan de in het eerste lid bedoelde erkenningen aan voorwaarden onderwerpen. Het Agentschap kan te allen tijde op gemotiveerde wijze deze erkenningen en de hierin opgelegde voorwaarden ambtshalve wijzigen of aanvullen, indien:
   a) deze wijzigingen of aanvullingen bedoeld zijn om de naleving te garanderen van de door of krachtens de wet voorziene eisen inzake de fysieke beveiliging;
   b) deze wijzigingen of aanvullingen kennelijk gepast, evenredig en billijk zijn.]2

  
Art. 17bis. Sur proposition de l'Agence :
  - le Roi arrête les mesures de protection physique qui doivent être prises en ce qui concerne l'aménagement, la garde et la surveillance des lieux et des véhicules renfermant des matières nucléaires;
  - [1 le Roi détermine le niveau minimum de protection pour chacune des catégories de matières nucléaires telles qu'elles sont définies par l'article 17ter;]1
  [2 - le Roi arrête la procédure d'agrément de protection physique des installations nucléaires, des entreprises de transport de matières nucléaires et des transports nucléaires;]2
  - le Roi arrête les mesures de protection physique qui doivent être prises en vue de protéger les technologies nucléaires développées par des institutions nucléaires belges.
  [2 L'Agence peut subordonner les agréments visés à l'alinéa 1er à des conditions. L'Agence peut en tout temps modifier ou compléter, d'initiative et de manière motivée, ces agréments et les conditions qui leur sont imposées, si:
   a) ces modifications ou compléments visent à assurer le respect des exigences prévues par ou en vertu de la loi et en relation avec la protection physique;
   b) ces modifications ou compléments sont manifestement appropriés, proportionnés et équitables.]2

  
Art. 17ter. [1 § 1. Het kernmateriaal wordt in drie categorieën onderverdeeld : I, II en III, overeenkomstig de tabel opgenomen als bijlage bij deze wet. De categorieën van het kernmateriaal worden bepaald op basis van hun type, hun gehalte aan splijtbare isotopen, hun hoeveelheid en de intensiteit van hun straling.
   § 2. Met elke categorie kernmateriaal stemt een categoriseringsniveau overeen : de veiligheidsrang. Er zijn drie veiligheidsrangen : " VERTROUWELIJK - NUC ", " GEHEIM - NUC ", " ZEER GEHEIM - NUC ".
   De veiligheidsrang " VERTROUWELIJK - NUC " wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal schade kan berokken aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een risico op nucleaire proliferatie kan vormen, of wanneer het risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.
   De veiligheidsrang " GEHEIM - NUC " wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal ernstige schade kan toebrengen aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een belangrijk risico kan vormen op nucleaire proliferatie, of wanneer er een belangrijk risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.
   De veiligheidsrang " ZEER GEHEIM - NUC " wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal zeer ernstige schade kan toebrengen aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een zeer belangrijk risico kan vormen op nucleaire proliferatie, of wanneer er een zeer belangrijk risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.
   § 3. De veiligheidsrang " GEHEIM - NUC " wordt toegekend aan kernmateriaal van categorie I en II.
   De veiligheidsrang " VERTROUWELIJK - NUC " wordt toegekend aan kernmateriaal van categorie III.
   De directeur-generaal van het Agentschap of zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke van het departement dat bevoegd is voor de beveiliging, kan, in uitzonderlijke risicosituaties, of wanneer deze veiligheidsrang vereist wordt door de staat die dit kernmateriaal verstrekt heeft, aan bepaald kernmateriaal van categorie I de veiligheidsrang " ZEER GEHEIM - NUC " toekennen.
   § 4. De Koning bepaalt de maatregelen voor de categorisering van de veiligheidszones van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf, rekening gehouden met de veiligheidsrang die werd toegekend aan het kernmateriaal dat ze bevatten, het radiologisch risico dat hun volledige of gedeeltelijke vernietiging zou kunnen inhouden, of hun rol in het kader van de fysieke beveiligingsmaatregelen van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf.
   § 5. De Koning bepaalt de maatregelen voor de categorisering van de nucleaire documenten, rekening gehouden met de veiligheidsrang die werd toegekend aan het kernmateriaal waar ze betrekking op hebben of met het belang van de informatie die ze bevatten ten aanzien van de nucleaire non-proliferatie, het radiologisch risico of de fysieke beveiliging van het kernmateriaal, de nucleaire installaties of het nucleair vervoer.
   § 6. De Koning bepaalt de regels voor de decategorisering van het gecategoriseerd kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten, rekening gehouden met de afname van de risico's op schade aan personen, goederen of het leefmilieu, op nucleaire proliferatie of m.b.t. de aantrekkelijkheid voor criminele of terroristische daden, zoals vermeld in §§ 2, 4 en 5.]1

  
Art. 17ter. [1 § 1er Les matières nucléaires sont réparties en trois catégories : I, II et III, conformément au tableau figurant en annexe de la présente loi. Les catégories de matières nucléaires sont définies sur la base de leur type, de leur teneur en isotopes fissiles, de leur quantité et de l'intensité de leur rayonnement.
   § 2. A chaque catégorie de matières nucléaires correspond un niveau de catégorisation : l'échelon de sécurité. Il y a trois échelons de sécurité : " CONFIDENTIEL - NUC "; " SECRET - NUC "; " TRÔS SECRET - NUC ".
   L'échelon de sécurité " CONFIDENTIEL - NUC " est attribué lorsque l'utilisation inappropriée des matières nucléaires peut porter atteinte aux personnes, aux biens ou à l'environnement ou lorsqu'elles peuvent constituer un risque de prolifération nucléaire ou lorsqu' il existe un risque que ces matières soient attractives dans la perspective de l'exécution d'actions criminelles ou terroristes.
   L'échelon de sécurité " SECRET - NUC " est attribué lorsque l'utilisation inappropriée des matières nucléaires peut porter gravement atteinte aux personnes, aux biens ou à l'environnement ou lorsqu'elles peuvent constituer un risque important de prolifération nucléaire ou lorsqu'il existe un risque important que ces matières soient attractives dans la perspective de l'exécution d'actions criminelles ou terroristes.
   L'échelon de sécurité " TRÔS SECRET - NUC " est attribué lorsque l'utilisation inappropriée des matières nucléaires peut porter très gravement atteinte aux personnes, aux biens ou à l'environnement ou lorsqu'elles peuvent constituer un risque très important de prolifération nucléaire ou lorsqu' il existe un risque très important que ces matières soient attractives dans la perspective de l'exécution d'actions criminelles ou terroristes.
   § 3. L'échelon de sécurité " SECRET - NUC " est attribué aux matières nucléaires des catégories I et II.
   L'échelon de sécurité " CONFIDENTIEL - NUC " est attribué aux matières nucléaires de la catégorie III.
   Le directeur général de l'Agence ou son délégué, le responsable du département qui a la sécurité dans ses compétences peut, dans des circonstances de risque exceptionnelles ou lorsque cet échelon de sécurité est exigé par l'état fournisseur des matières nucléaires, attribuer à des matières nucléaires de la catégorie I l'échelon de sécurité " TRÔS SECRET - NUC ".
   § 4. Le Roi arrête les mesures de catégorisation des zones de sécurité de l'installation nucléaire ou de l'entreprise de transport nucléaire en tenant compte de l'échelon de sécurité attribué aux matières nucléaires qu'elles contiennent, du risque radiologique que leur destruction totale ou partielle pourrait entraîner ou de leur rôle dans le cadre des mesures de protection physique de l'installation nucléaire ou de l'entreprise de transport nucléaire.
   § 5. Le Roi arrête les mesures de catégorisation des documents nucléaires en tenant compte de l'échelon de sécurité attribué aux matières nucléaires qu'ils concernent ou de l'importance des informations qu'ils contiennent au regard de la non-prolifération nucléaire, du risque radiologique ou de la protection physique des matières, installations ou transports nucléaires.
   § 6. le Roi arrête les règles de décatégorisation des matières nucléaires catégorisées, des zones de sécurité et des documents nucléaires en tenant compte de la diminution des risques d'atteinte aux personnes, aux biens ou à l'environnement, de prolifération nucléaire ou d'attractivité pour des actions criminelles ou terroristes, tels que mentionnés aux §§ 2, 4 et 5.]1

  
Afdeling 3bis. [1 - Bevoegdheid op het gebied van de beveiliging van de radioactieve stoffen met uitzondering van het kernmateriaal]1
Section 3bis. [1 - Compétence en matière de sécurité des substances radioactives autres que les matières nucléaires]1
Art. 17quater. [1 Op voorstel van het Agentschap:
   1° verdeelt de Koning de radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, in categorieën, op basis van hun activiteit en het risico dat er aan verbonden is;
   2° bepaalt de Koning het beveiligingsniveau van de radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, voor elk van deze categorieën;
   3° bepaalt de Koning de beveiligingsmaatregelen voor de radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, die genomen moeten worden met betrekking tot de inrichting, de bewaking en het toezicht op de plaatsen waar zich de stoffen bevinden van de categorieën die met het hoogste risico overeenstemmen, alsook met betrekking tot hun vervoer. [2 Hij bepaalt welke van de beveiligingsmaatregelen voor de radioactieve stoffen betrekking hebben op de radiologische beveiligingsdocumenten, rekening houdend met de omvang van het risico dat ze inhouden. Hij bepaalt welke informatie altijd radiologische beveiligingsdocumenten zijn;]2
   4° bepaalt de Koning de erkenningsprocedure van de beveiligingsmaatregelen voor de radioactieve stoffen met uitzondering van kernmateriaal, die genomen moeten worden met betrekking tot de inrichting, de bewaking en het toezicht op de plaatsen waar zich de stoffen bevinden van de categorieën die met het hoogste risico overeenstemmen, alsook met betrekking tot hun vervoer;
   5° de Koning kan de opleidingsvereisten vastleggen die de kennis op het vlak van de beveiliging tegen de gevaren van ioniserende stralingen moeten verbeteren.
   Het Agentschap bepaalt de principes voor de maatregelen inzake behoedzaam beheer voor de categorieën van radioactieve stoffen, met uitzondering van het kernmateriaal, die met het laagste risico overeenstemmen.
   Het Agentschap kan de in het eerste lid, 4°, bedoelde erkenningen aan voorwaarden onderwerpen. Het Agentschap kan te allen tijde op gemotiveerde wijze deze erkenningen en de hierin opgelegde voorwaarden ambtshalve wijzigen of aanvullen, indien:
   a) deze wijzigingen of aanvullingen bedoeld zijn om de naleving te garanderen van de door of krachtens de wet voorziene eisen inzake de beveiliging van radioactieve stoffen met uitzondering van het kernmateriaal;
   b) deze wijzigingen of aanvullingen kennelijk gepast, evenredig en billijk zijn.]1

  
Art. 17quater. [1 Sur proposition de l'Agence:
   1° le Roi répartit en catégories les substances radioactives, autres que les matières nucléaires, en fonction de leur activité et du risque qu'elles présentent;
   2° le Roi détermine le niveau de sécurité des substances radioactives, autres que les matières nucléaires, pour chacune de ces catégories;
   3° le Roi détermine les mesures de sécurité pour les substances radioactives, autres que les matières nucléaires, qui doivent être prises en ce qui concerne l'aménagement, la garde et la surveillance des lieux où se trouvent les substances des catégories correspondant au risque le plus élevé, ainsi qu' en ce qui concerne leur transport. [2 Il détermine les mesures de sécurité des substances radioactives qui sont relatives aux documents de sécurité radiologique en tenant compte de l'importance du risque qu'ils présentent. Il détermine quelles informations constituent toujours des documents de sécurité radiologique]2;
   4° le Roi détermine la procédure d'agrément des mesures de sécurité pour les substances radioactives, autres que les matières nucléaires, qui doivent être prises en ce qui concerne l'aménagement, la garde et la surveillance des lieux où se trouvent les substances des catégories correspondant au risque le plus élevé, ainsi qu' en ce qui concerne leur transport;
   5° le Roi peut déterminer les exigences de formation qui doivent améliorer les connaissances en matière de sécurité destinées à se prémunir contre les dangers des rayonnements ionisants.
   L'Agence détermine les principes des mesures de gestion prudente pour les catégories de substances radioactives, autres que les matières nucléaires, correspondant au risque le moins élevé.
   L'Agence peut subordonner les agréments visés à l'alinéa 1er, 4°, à des conditions. L'Agence peut en tout temps modifier ou compléter, d'initiative et de manière motivée, ces agréments et les conditions qui leur sont imposées, si:
   a) ces modifications ou compléments visent à assurer le respect des exigences prévues par ou en vertu de la loi et en relation avec la sécurité pour les substances radioactives, autres que les matières nucléaires;
   b) ces modifications ou compléments sont manifestement appropriés, proportionnés et équitables.]1

  
Afdeling 3ter. [1 - Bevoegdheid inzake de beveiliging van toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is]1
Section 3ter. [1 - Compétence en matière de sécurité des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives]1
Art. 17quinquies. [1 Op voorstel van het Agentschap:
   1° bepaalt de Koning de beveiligingsmaatregelen voor de toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is. [2 Hij bepaalt welke van die maatregelen betrekking hebben op de radiologische beveiligingsdocumenten, rekening houdend met de omvang van het risico dat ze inhouden. Hij bepaalt welke informatie altijd radiologische beveiligingsdocumenten zijn;]2
   2° bepaalt de Koning de erkenningsprocedure van de beveiligingsmaatregelen voor de toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is.
   Het Agentschap kan de in het eerste lid, 2°, bedoelde erkenningen aan voorwaarden onderwerpen. Het Agentschap kan te allen tijde op gemotiveerde wijze deze erkenningen en de hierin opgelegde voorwaarden ambtshalve wijzigen of aanvullen, indien:
   a) deze wijzigingen of aanvullingen bedoeld zijn om de naleving te garanderen van de door of krachtens de wet voorziene eisen inzake de beveiliging van de toestellen of installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is;
   b) deze wijzigingen of aanvullingen kennelijk gepast, evenredig en billijk zijn.]1

  
Art. 17quinquies. [1 Sur proposition de l'Agence:
   1° le Roi détermine les mesures de sécurité des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives. [2 Il détermine les mesures qui sont relatives aux documents de sécurité radiologique en tenant compte de l'importance du risque qu'ils présentent. Il détermine quelles informations constituent toujours des documents de sécurité radiologique]2;
   2° le Roi détermine la procédure d'agrément des mesures de sécurité des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives.
   L'Agence peut subordonner les agréments visés à l'alinéa 1er, 2°, à des conditions. L'Agence peut en tout temps modifier ou compléter, d'initiative et de manière motivée, ces agréments et les conditions qui leur sont imposées, si:
   a) ces modifications ou compléments visent à assurer le respect des exigences prévues par ou en vertu de la loi et en relation avec la sécurité des appareils ou installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives;
   b) ces modifications ou compléments sont manifestement appropriés, proportionnés et équitables.]1

  
Afdeling 3quater. [1 - Bevoegdheid op het gebied van de nucleaire cyberbeveiliging]1
Section 3quater. [1 - Compétence en matière de cybersécurité nucléaire]1
Art. 17sexies. [1 § 1. Op voorstel van het Agentschap en na advies van de door de Koning aangewezen autoriteiten :
   1° verdeelt de Koning de netwerk- en informatiesystemen van de installaties en de inrichtingen waarop de nucleaire cyberbeveiliging zoals omschreven in artikel 1, gericht is, voor zover deze netwerk- en informatiesystemen het beheer, de controle of de veiligstelling van het kernmateriaal, de radioactieve stoffen, of de toestellen en installaties die ioniserende straling uitzenden die niet van radioactieve stoffen afkomstig is, voor deze installaties of deze inrichtingen, rechtstreeks of onrechtstreeks mogelijk maken, waarborgen of ondersteunen, in categorieën, op basis van het cyberrisico dat eraan verbonden is;
   2° bepaalt de Koning het beveiligingsniveau van de netwerk- en informatiesystemen bedoeld in de bepaling onder 1°;
   3° bepaalt de Koning de noodzakelijke en evenredige nucleaire cyberbeveiligingsmaatregelen voor het beheer van de cyberrisico's van de categorieën van netwerk- en informatiesystemen bedoeld in de bepaling onder 1° die, in het licht van de bestaande kennis, met het hoogste cyberrisico overeenstemmen en voor het voorkomen van cyberincidenten die hierop van invloed kunnen zijn, of om de impact ervan te beperken, onverminderd de toepassing van het internationaal stelsel van de waarborgen. Deze maatregelen regelen met name de melding aan het Agentschap en aan de door de Koning aangewezen autoriteiten, van cyberincidenten met een significante impact die door de exploitant van de door deze maatregelen bedoelde installatie of inrichting moet worden gedaan;
   4° regelt de Koning de uitwisseling tussen het Agentschap en de door Hem aangewezen autoriteiten van de gegevens waarover ze beschikken in verband met de cyberrisico's en de cyberincidenten waarmee de exploitant wordt of kan worden geconfronteerd.
   5° bepaalt de Koning de erkenningsprocedure voor de nucleaire cyberbeveiligingsmaatregelen bedoeld in de bepaling onder 3°.
   § 2. - Het Agentschap bepaalt, na advies van de door de Koning aangewezen autoriteiten, de principes voor de nucleaire cyberbeveiligingsmaatregelen inzake behoedzaam beheer voor de categorieën van netwerk- en informatiesystemen bedoeld in paragraaf 1, 1°, die met het laagste cyberrisico overeenstemmen.
   § 3. - Het Agentschap kan de in paragraaf 1, 5°, bedoelde erkenningen aan voorwaarden onderwerpen. Het Agentschap kan deze erkenningen en de hierin opgelegde voorwaarden, te allen tijde, op eigen initiatief en op met redenen omklede wijze, wijzigen of aanvullen, indien deze wijzigingen of aanvullingen bedoeld zijn om de naleving te garanderen van de door of krachtens de wet voorziene eisen inzake de nucleaire cyberbeveiliging en deze wijzigingen of aanvullingen kennelijk gepast, evenredig en billijk zijn.
   § 4. Het Agentschap is voor de netwerk- en informatiesystemen bedoeld in paragraaf 1, 1°, belast met :
   1° het informeren van de exploitanten van de installaties en inrichtingen bedoeld in paragraaf 1, 1°, over de cyberrisico's waarvan het op de hoogte is en die betrekking hebben op de netwerk- en informatiesystemen, of de daaraan gerelateerde diensten;
   2° het verrichten van analyses en technisch onderzoeken ten behoeve van de in de bepaling onder 1° bedoelde opdrachten naar aanleiding van cyberrisico's of cyberincidenten, of van elementen die daarop wijzen, die niet bestaan in het onderzoek, of verplichtingen die door de gerechtelijke overheid werden opgelegd met het oog op de identificatie van personen of organisaties die voor deze cyberrisico's en cyberincidenten verantwoordelijk zijn, of daar anderszins aan bijdragen of hebben bijgedragen;
   3° het informeren en sensibiliseren van gebruikers van deze netwerk- en informatiesystemen.
   Het Agentschap doet hiertoe een beroep op de samenwerking, het advies en de ervaring van de door de Koning aangewezen autoriteiten.
   De Koning kan, op voordracht van het Agentschap, dat het advies inwint van de door hem aangeduide autoriteiten, de nadere regelen voor de toepassing van deze paragraaf bepalen.
   § 5. Dit artikel is van toepassing onverminderd de artikelen 15bis, 15ter, 17bis, 17quater en 17quinquies van deze wet en artikel 4 § 4 van de wet van 7 april 2019 tot vaststelling van een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid]] en onverminderd de toepassing van het internationaal stelsel van de waarborgen.]1

  
Art. 17sexies. [1 § 1er. Sur proposition de l'Agence, et après avis des autorités désignées par le Roi :
   1° le Roi répartit en catégories, en fonction du cyber-risque qu'ils présentent, les réseaux et systèmes d'information des installations et des établissements que vise la cybersécurité nucléaire telle que définie à l'article 1er, dans la mesure où ces réseaux et systèmes d'information, pour ces installations ou ces établissements, permettent directement ou indirectement, assurent ou appuient la gestion, le contrôle ou la sécurisation des matières nucléaires, des substances radioactives ou des appareils et installations émettant des rayonnements ionisants ne provenant pas de substances radioactives;
   2° le Roi détermine le niveau de sécurité des réseaux et systèmes d'information visés au 1°;
   3° le Roi détermine les mesures de cybersécurité nucléaire nécessaires et proportionnées pour gérer les cyber-risques des catégories des réseaux et systèmes d'information visés au 1° correspondant aux cyber-risques les plus élevés, compte tenu de l'état des connaissances, et pour prévenir les cyber-incidents pouvant les affecter ou en limiter l'impact, sans préjudice de l'application du régime international de garanties. Ces mesures règlent notamment la notification à l'Agence ainsi qu' aux autorités désignées par le Roi, des cyber-incidents ayant un impact significatif que l'exploitant d'une installation ou d'un établissement visé par ces mesures doit effectuer;
   4° le Roi règle l'échange entre l'Agence et les autorités désignées par Lui des données qu'elles possèdent sur les cyber-risques et sur les cyber-incidents auxquels l'exploitant est ou peut être confronté;
   5° le Roi détermine la procédure d'agrément des mesures de cybersécurité nucléaire visées au 3°.
   § 2.- L'Agence détermine, après avis des autorités désignées par le Roi, les principes des mesures de cybersécurité nucléaire de gestion prudente pour les catégories des réseaux et systèmes d'information visés au paragraphe 1er, 1°, correspondant au cyber-risque le moins élevé.
   § 3.- L'Agence peut subordonner les agréments visés au paragraphe 1er, 5°, à des conditions. L'Agence peut en tout temps modifier ou compléter, d'initiative et de manière motivée, ces agréments et les conditions qui leur sont imposées, si ces modifications ou compléments visent à assurer le respect des exigences prévues par ou en vertu de la loi et en relation avec la cybersécurité nucléaire et si ces modifications ou compléments sont manifestement appropriés, proportionnés et équitables.
   § 4.- L'Agence est chargée, pour les réseaux et systèmes d'information visés au paragraphe 1er, 1°:
   1° d'informer les exploitants des installations et des établissements visés au paragraphe 1er, 1°, des cyber-risques dont elle a connaissance et qui sont en lien avec leurs réseaux et systèmes d'information, ou les services connexes;
   2° de réaliser, en présence de cyber-risques ou de cyber-incidents ou de tout élément donnant à penser qu'ils existent, des analyses et des enquêtes techniques bénéficiant aux missions visées au 1°, en dehors de l'instruction ou de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire visant à identifier les personnes ou organisations qui sont responsables de ces cyber-risques ou cyber incidents, ou qui y contribuent ou y ont contribué de quelque manière que ce soit;
   3° d'informer et de sensibiliser les utilisateurs de ces réseaux et systèmes d'information.
   A cette fin, l'Agence recourt à la collaboration, à l'avis et à l'expérience des autorités désignées par le Roi.
   Le Roi peut déterminer les modalités de l'application du présent paragraphe sur proposition de l'Agence, qui sollicite l'avis des autorités qu'il désigne.
   § 5.- Le présent article s'applique sans préjudice des articles 15bis, 15ter, 17bis, 17quater et 17quinquies de la présente loi et de l'article 4, § 4, de la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique et sans préjudice de l'application du régime international de garanties.]1

  
Afdeling 4 . - [1 Bevoegdheid inzake het vervoer van radioactieve stoffen]1
Section 4. - [1 Compétence en matière de transport de substances radioactives]1
Art. 18. Het Agentschap onderzoekt de dossiers inzake vervoer van radioactieve stoffen. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden opgelegd door de vergunnings- en erkenningsakten afgeleverd door de bevoegde overheid.
Art. 18. L'Agence instruit les dossiers en matière de transport de substances radioactives. Elle contrôle le respect des conditions particulières imposées par les actes d'autorisation ou d'agrément délivrés par les autorités compétentes.
Afdeling 5. [1 - Bevoegdheid inzake toezicht op kernmateriaal, radioactieve stoffen, alsook documenten of gegevens die er betrekking op hebben]1
Section 5. [1 - Compétence en matière de surveillance des matières nucléaires, des substances radioactives et des documents ou données qui s'y rapportent]1
Art. 18bis. <INGEVOEGD bij W 2003-04-02/38, art. 14; Inwerkingtreding : 01-06-2003> § 1. Elke persoon die kernmateriaal bewaart, gebruikt of vervoert mag dit niet, zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om het uit hoofde van hun functie te ontvangen.
  § 2. Elke persoon [2 die in overeenstemming met de wet en de regelgeving in het bezit is van nucleaire documenten]2, mag deze niet zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om het uit hoofde van hun functie te ontvangen.
  [2 § 3. Onverminderd paragraaf 2 en voor zover nodig, kan een nucleair document of een geheel van nucleaire documenten in een derde land worden behandeld, beheerd of opgeslagen door een publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die onder de jurisdictie van dat land valt, indien de bevoegde overheden van dat land met de directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ad-hocregelingen zijn overeengekomen die dit toestaan.
   In deze regelingen wordt verduidelijkt hoe dit nucleair document of dit geheel van nucleaire documenten, worden beschermd en hoe de naleving van deze beschermingsmaatregelen wordt gewaarborgd; hiertoe wordt rekening gehouden met de kenmerken van het nucleair document of het geheel van nucleaire documenten, alsook met de specificiteiten, vereisten en omstandigheden van de behandeling, het beheer of de opslag ervan.
   De minister die het toezicht uitoefent op het Agentschap geeft de directeur-generaal toestemming om met de bevoegde overheden van het betrokken land te onderhandelen over de beoogde ad-hocregelingen. Om over dergelijke regelingen overeenstemming te bereiken, houdt de directeur-generaal rekening met de risico's inzake de nucleaire non-proliferatie en de nucleaire beveiliging in het licht van het algemeen beleid van België.
   De toestemming met betrekking tot een geheel van nucleaire documenten kan desgevallend betrekking hebben op een serie van voorziene of te voorziene nucleaire documenten, op voorwaarde dat de kenmerken ervan of de specificiteiten, vereisten en omstandigheden van de behandeling, het beheer of de opslag ervan identiek zijn of grotendeels overeenkomen met deze die reeds onder de ad-hocregelingen vallen.
   Op voorstel van het Agentschap en rekening gehouden met de risico's inzake de nucleaire non-proliferatie en beveiliging, zal de Koning:
   1° de criteria vaststellen om te kunnen bepalen met de bevoegde overheden van welke landen dergelijke regelingen kunnen worden overeengekomen;
   2° na raadpleging van de overheid bevoegd voor de voorbereiding van het Belgische veiligheidsbeleid en het op België van toepassing zijnde internationale veiligheidsbeleid inzake veiligheidsverificaties, de lijst met de landen kunnen bepalen waarvan met de bevoegde overheden dergelijke ad-hocregelingen kunnen worden overeengekomen;
   3° kunnen specificeren over welke buitenlandse natuurlijke of rechtspersonen of welke categorieën van buitenlandse natuurlijke of rechtspersonen het gaat;
   4° de aard van de te beschermen informatie kunnen bepalen, alsook het beschermingsniveau en de controlemodaliteiten die deze regelingen moeten voorzien of toestaan.
   § 4. Elke persoon die radioactieve stoffen bewaart, gebruikt of vervoert mag deze niet, zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om ze uit hoofde van hun functie te ontvangen.
   § 5. Elke persoon die in overeenstemming met de wet en de regelgeving in het bezit is van radiologische beveiligingsdocumenten mag deze, zonder de goedkeuring van het Agentschap, niet doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om ze uit hoofde van hun functie te ontvangen.]2

  
Art. 18bis. § 1er. Toute personne qui entrepose, utilise ou transporte des matières nucléaires ne peut, sans l'autorisation de l'Agence, les remettre à des personnes autres que celles qui ont la qualité pour les recevoir, en raison de leurs fonctions.
  § 2. Chaque personne [2 en possession de documents nucléaires conformément à la loi et à la réglementation]2 ne peut, sans l'autorisation de l'Agence, les remettre à des personnes autres que celles qui ont la qualité pour les recevoir, en raison de leurs fonctions.
  [2 § 3. Sans préjudice du paragraphe 2 et pour autant que de besoin, un document nucléaire ou un ensemble de documents nucléaires peut être traité, géré ou conservé dans un pays tiers, par une personne physique ou morale de droit public ou de droit privé relevant de la juridiction de ce pays, si les autorités compétentes de ce pays ont convenu avec le directeur général de l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire des arrangements ad hoc qui l'autorisent.
   Ces arrangements précisent comment ce document nucléaire ou cet ensemble de documents nucléaires est protégé et comment est assuré le contrôle du respect de ces mesures de protection; ils tiennent compte pour ce faire des caractéristiques du document nucléaire ou de l'ensemble de documents nucléaires, ainsi que des spécificités, des nécessités et des circonstances de son traitement, de sa gestion ou de sa conservation.
   Le ministre qui exerce la tutelle sur l'Agence donne son accord au directeur général pour entreprendre la négociation des arrangements ad hoc envisagés avec les autorités compétentes du pays concerné. Pour convenir de ces arrangements, le directeur général tient compte des risques relatifs à la non-prolifération et à la sécurité nucléaires au regard de la politique générale de la Belgique.
   L'autorisation relative à un ensemble de documents nucléaires peut porter le cas échéant sur une série de documents nucléaires prévus ou prévisibles à condition que leurs caractéristiques ou que les spécificités, les nécessités et les circonstances de leur traitement, de leur gestion ou de leur conservation soient identiques ou largement similaires à celles déjà couvertes par les arrangements ad hoc.
   Sur proposition de l'Agence, le Roi, en tenant compte des risques relatifs à la non-prolifération et à la sécurité nucléaires:
   1° fixera les critères permettant de déterminer avec les autorités compétentes de quels pays de tels arrangements peuvent être convenus;
   2° pourra, après consultation de l'autorité compétente pour la préparation de la politique belge de sécurité et la politique internationale applicable à la Belgique relatives aux vérifications de sécurité, fixer la liste des pays avec les autorités compétentes desquels de tels arrangements ad hoc peuvent être convenus;
   3° pourra préciser quelles personnes physiques ou morales étrangères ou quelles catégories de personnes physiques ou morales étrangères sont concernées;
   4° pourra déterminer le type d'informations à protéger, le niveau de protection et les modalités de contrôle que les arrangements doivent prévoir ou permettre.
   § 4. Toute personne qui entrepose, utilise ou transporte des substances radioactives ne peut, sans l'autorisation de l'Agence, les remettre à des personnes autres que celles qui ont la qualité pour les recevoir, en raison de leurs fonctions.
   § 5. Chaque personne en possession de documents de sécurité radiologique conformément à la loi et à la réglementation ne peut, sans l'autorisation de l'Agence, les remettre à des personnes autres que celles qui ont la qualité pour les recevoir, en raison de leurs fonctions.]2

  
Afdeling 6. - [1 Bevoegdheid inzake medische toepassingen, toezicht in de inrichtingen en voedingsmiddelen]1
Section 6. - [1 Compétence en matière d'applications médicales, surveillance des établissements et denrées alimentaires]1
Art. 19. [4 nder de voorwaarden, binnen de grenzen en volgens de nadere regels bepaald in artikel 3:
   1° houdt het Agentschap toezicht op de medisch-radiologische uitrustingen en de radiologische uitrustingen gebruikt in de diergeneeskunde;
   2° onderzoekt het Agentschap de erkenningsaanvragen en kent het de erkenningen toe aan de radiofarmaceuten, de geneesheren belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers die beroepshalve zijn blootgesteld aan ioniserende stralingen, de deskundigen in de medische stralingsfysica, alsook de dosimetrische diensten. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden die het in de erkenningen kan opleggen;
   3° onderzoekt het Agentschap de vergunningsaanvragen en kent het de vergunningen toe voor het gebruik van toestellen en bronnen die ioniserende stralingen uitzenden in de humane geneeskunde, de tandheelkunde en de diergeneeskunde. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden die het in de vergunningen kan opleggen;
   4° onderzoekt het Agentschap de vergunningsaanvragen en kent het de vergunningen toe voor het ter beschikking stellen van radioactieve producten voor in vivo of in vitro gebruik in de humane geneeskunde of diergeneeskunde alsook het gebruik van radioactieve producten in een klinische proef of een klinisch onderzoek. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden die het in de vergunningen kan opleggen;
   5° [5 verifieert het Agentschap of de opleidingsprogramma's van de gemachtigden in de humane geneeskunde en de assistenten medische stralingsfysica voldoen aan de door de Koning bepaalde criteria;]5
   6° kan de Koning bepaalde soorten van handelingen, waardoor personen kunnen worden blootgesteld aan ioniserende stralingen, verbieden na het advies van, naargelang het geval, de Hoge Gezondheidsraad of van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk over de rechtvaardiging van de handelingen;
   7° kan de Koning bepaalde nieuwe of bestaande soorten van handelingen, waardoor personen kunnen worden blootgesteld aan ioniserende stralingen, aannemen voor veralgemeend gebruik, na advies van, naargelang het geval, de Hoge Gezondheidsraad of van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk.]4

  [1 Het Agentschap deelt aan de minister bevoegd voor de Volksgezondheid een kopie mee van de in het eerste lid bedoelde goedkeuringen, erkenningen en vergunningen.]1
  [4 Het Agentschap kan reglementen opstellen met betrekking tot:
   1° de criteria om te bepalen voor hoeveel uren permanente vormingsinitiatieven in aanmerking worden genomen voor de verlenging van de onder het eerste lid, 2°, bedoelde erkenningen en de onder het eerste lid, 3°, bedoelde vergunningen;
   2° de nadere regels en de frequentie van de klinische audits die uitgevoerd dienen te worden in de door haar aangewezen medisch-radiologische installaties;
   3° de bepaling of goedkeuring van de aanvaardbaarheidscriteria voor elk type medisch-radiologische uitrusting en voor elk type radiologische uitrusting gebruikt in de diergeneeskunde;
   4° de nadere regels voor de gegevensregistratie met betrekking tot de periodieke dosisstudies voor de patiënt en de nadere regels bepalen voor het gebruik en de verwerking van de gegevens;
   5° in het kader van rechtvaardiging van handelingen, dosisbeperkingen die kunnen worden opgelegd voor elke door de Koning bepaalde bron, handeling of taak, alsook dosisniveaus of afgeleide niveaus;
   6° in het kader van de rechtvaardiging van handelingen, het bepalen van het model en de nadere regels van de studie ter rechtvaardiging voor de nieuwe soorten handelingen.]4

  
Art. 19. [4 Dans les conditions et les limites, et selon les modalités fixées à l'article 3:
   1° l'Agence assure le contrôle des équipements radiologiques médicaux et des équipements radiologiques utilisés en médecine vétérinaire;
   2° l'Agence instruit les demandes d'agrément et accorde les agréments aux radiopharmaciens, aux médecins chargés de la surveillance de la santé des travailleurs professionnellement exposés aux rayonnements ionisants, aux experts en radiophysique médicale ainsi qu'aux services de dosimétrie. Elle contrôle le respect des conditions particulières qu'elle peut imposer dans les agréments;
   3° l'Agence instruit les demandes d'autorisation et accorde les autorisations d'utilisation des appareils et des sources émettant des rayonnements ionisants en médecine humaine, médecine dentaire et médecine vétérinaire. Elle contrôle le respect des conditions particulières qu'elle peut imposer dans les autorisations;
   4° l'Agence instruit les demandes d'autorisation et accorde les autorisations de mise à disposition de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou in vitro en médecine humaine ou vétérinaire, ainsi que les autorisations d'utilisation de produits radioactifs dans un essai clinique ou dans un examen clinique. Elle contrôle le respect des conditions particulières qu'elle peut imposer dans les autorisations;
   5° [5 l'Agence vérifie si les programmes de formation des personnes habilitées en médecine humaine et des assistants en radiophysique médicale satisfont aux critères fixés par le Roi;]5
   6° le Roi peut interdire certains types d'actes qui peuvent donner lieu à une exposition aux rayonnements ionisants de personnes, après avis sur la justification des actes du Conseil supérieur de la Santé ou du Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au Travail, selon le cas;
   7° le Roi peut adopter pour utilisation généralisée certains types d'actes nouveaux ou existants qui peuvent donner lieu à une exposition aux rayonnements ionisants de personnes, après avis du Conseil supérieur de la Santé ou du Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au Travail, selon le cas.]4

  [1 L'Agence communique au ministre qui a la Santé publique dans ses attributions une copie des agréments et autorisations visés à l'alinéa 1er.]1
  [4 L'Agence peut établir des règlements:
   1° définissant les critères qui déterminent les nombres d'heures pour lesquels les initiatives de formation continue peuvent être prises en compte en vue de la prolongation des agréments visés à l'alinéa 1er, 2°; et des autorisations visées à l'alinéa 1er, 3°:
   2° déterminant les modalités et la fréquence des audits cliniques à réaliser dans les installations radiologiques médicales qu'elle désigne;
   3° définissant les critères d'acceptabilité pour tout type d'équipement radiologique médical et pour tout type d'équipement radiologique utilisé en médecine vétérinaire, ou relatifs à leur approbation;
   4° déterminant les modalités d'enregistrement des données relatives aux études périodiques de dose au patient, et les modalités de l'utilisation et du traitement des données;
   5° imposant, en matière de justification d'actes des contraintes de dose pour toute source, pratique ou tâche déterminée par le Roi, ainsi que des niveaux de dose ou des niveaux dérivés;
   6° définissant, en matière de justification d'actes, le modèle et les modalités de l'étude de justification relative à tout nouveau type d'actes.]4

  
Art. 20. Onder de voorwaarden, binnen de grenzen en volgens de nadere regelen bepaald in artikel 3, onderzoekt het Agentschap de vergunningsaanvragen en kent het de vergunningen toe voor het gebruik van ioniserende stralingen voor de sterilisatie van medische apparaten en de behandeling van voedingswaren. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden opgelegd door de vergunningsakten.
  (De controle op de behandeling van voedingsmiddelen gebeurt gezamenlijk met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 24, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Art. 20. Dans les conditions et les limites et selon les modalités fixées à l'article 3, l'Agence instruit les dossiers de demande et accorde les autorisations d'utilisation des rayonnements ionisants à des fins de stérilisation des appareils médicaux et de traitement de denrées alimentaires. Elle contrôle le respect des conditions particulières imposées par les actes d'autorisation.
  (Le contrôle du traitement des denrées alimentaires se fait conjointement avec l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.) <AR 2001-02-22/33, art. 24, 006; En vigueur : 01-01-2003>
Afdeling 7. - [1 Bevoegdheid inzake het toezicht op het grondgebied]1
Section 7. - [1 Compétence en matière de surveillance du territoire]1
Art. 21. Het Agentschap houdt toezicht op de radioactiviteit over het gehele grondgebied zowel in normale omstandigheden als in noodgevallen. In normale omstandigheden bestaat die taak erin op geregelde tijdstippen de radioactiviteit van de lucht, het water, de bodem en de voedselketen te bepalen alsmede de door de bevolking opgelopen stralingsdosis te beoordelen en nauwlettend op te volgen.
  Daartoe kan het Agentschap een beroep doen op bevoegde openbare en partikuliere instellingen.
Art. 21. L'Agence assure la surveillance et le contrôle de la radioactivité du territoire dans son ensemble, aussi bien dans les conditions normales qu'en cas d'urgence. Dans des conditions normales, cette mission comprend la détermination régulière de la radioactivité de l'air, des eaux, du sol et de la chaîne alimentaire ainsi que l'évaluation et la surveillance des doses de rayonnements ionisants reçues par la population.
  A cet effet, l'Agence peut s'assurer le concours d'organismes publics et privés compétents.
Afdeling 8. - [1 Bevoegdheid inzake noodplanning]1
Section 8 - [1 Compétence en matière de plan d'urgence]1
Art. 22. Het Agentschap verleent technische hulp bij de uitwerking van de noodplannen die de minister van Binnenlandse Zaken beslist. Het organiseert een interventiecel voor de noodgevallen.
Art. 22. L'Agence assure une mission d'assistance technique à l'élaboration des plans d'urgence que le ministre de l'Intérieur arrête. Elle organise une cellule d'intervention pour les cas d'urgence.
Afdeling 9. - [1 Bevoegdheid inzake documentatie, onderzoek en ontwikkeling]1
Section 9. - [1 Compétence en matière de documentation, de recherche et de développement]1
Art. 23. Het Agentschap is ermee belast een wetenschappelijke en technische documentatie op het gebied van de nucleaire veiligheid samen te stellen. Het Agentschap kan alle documenten, in om het even welke vorm, opvragen bij de instellingen en bedrijven waar het de controle uitoefent.
  Het bevordert en coördineert de onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden. Het knoopt bevoorrechte betrekkingen aan met de openbare instellingen die in het nucleaire domein werkzaam zijn, met de kringen van het wetenschappelijk onderzoek alsook met de betrokken internationale organisaties.
Art. 23. L'Agence est chargée de constituer une documentation scientifique et technique dans le domaine de la sécurité nucléaire. L'Agence peut se faire communiquer tout document, sur quelque support que ce soit, par les sociétés ou organismes dont elle assure le contrôle.
  Elle stimule et coordonne les travaux de recherche et de développement. Elle établit des relations privilégiées avec les organismes publics opérant dans le domaine nucléaire, avec les milieux de la recherche scientifique ainsi qu'avec les instances internationales concernées.
Afdeling 10. - [1 Initiatiefrecht inzake het voorstellen van maatregelen]1
Section 10. - [1 Droit d'initiative en matière de proposition de mesures]1
Art. 24. Het Agentschap doet voorstellen aan de ministers onder wie het ressorteert aangaande maatregelen die de Koning krachtens deze wet oplegt.
Art. 24. L'Agence fait des propositions aux ministres dont elle relève au sujet des mesures que le Roi impose en vertu de la présente loi.
Art. 24bis. [1 De Koning kan de gevallen bepalen waarin het Agentschap reglementen met een technische en niet-beleidsmatige draagwijdte moet opstellen voor de uitvoering van de besluiten genomen in uitvoering van deze wet. Deze reglementen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.]1
  
Art. 24bis. [1 Le Roi peut déterminer les cas dans lesquels l'Agence doit établir des règlements d'une portée technique et non-politique pour la mise en oeuvre des arrêtés pris en exécution de la présente loi. Ces règlements sont publiés au Moniteur belge.]1
  
Afdeling 11. - [1 Bevoegdheid inzake toezicht op de opleiding, de informatie en de bescherming van de werknemers]1
Section 11. [1 Compétence en matière de vérification de la formation, de l'information et de la protection des travailleurs]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemene bevoegdheid inzake toezicht op de opleiding, de informatie en de bescherming van de werknemers]1
Sous-section 1re. - [1 Compétence générale en matière de vérification de la formation, de l'information et de la protection des travailleurs]1
Art. 25. Binnen de grenzen van zijn bevoegdheid controleert het Agentschap de naleving door de exploitanten van hun verplichtingen inzake opleiding, informatie en bescherming van de werknemers.
Art. 25. Dans les limites de ses compétences, l'Agence contrôle le respect par les exploitants de leurs obligations en matière de formation, d'information et de protection des travailleurs.
Onderafdeling 2. - [1 Bevoegdheid inzake het dosimetrisch toezicht]1
Sous-section 2. - [1 Compétence en matière de surveillance dosimétrique]1
Art. 25/1. [1 In het kader van het dosimetrisch toezicht, beoogt deze onderafdeling :
   1° de opdrachten inzake het dosimetrisch toezicht, welke initieel waren toevertrouwd aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, over te dragen aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
   2° de Koning de nodige bevoegdheid toe te kennen teneinde de nadere regels te bepalen volgens welke het Agentschap het dosimetrisch toezicht zal waarnemen;
   3° een optimale bescherming te bieden voor aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen, ondermeer door middel van de registratie van gegevens betreffende het dosimetrisch toezicht, het gezondheidstoezicht, de informatie en de opleiding van de betrokkenen;
   4° de Koning de nodige bevoegdheid toe te kennen teneinde de nadere regels te bepalen betreffende de werking en het gebruik van het blootstellingsregister;
   5° de overdracht aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle te regelen van de gegevens inzake het dosimetrisch toezicht van werknemers die beroepshalve worden of kunnen worden blootgesteld aan een uit ioniserende straling voortkomend risico, waarover de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg beschikt op het moment van de overheveling van de opdrachten.]1

  
Art. 25/1. [1 Dans le cadre de la surveillance dosimétrique, cette sous-section vise à :
   1° transférer à l 'Agence fédérale de Contrôle nucléaire les missions concernant la surveillance dosimétrique initialement confiées au Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
   2° accorder au Roi la compétence nécessaire pour régler les modalités en vertu desquelles l'Agence assurera la surveillance dosimétrique;
   3° offrir une protection optimale aux personnes soumises à la surveillance dosimétrique, notamment au moyen de l'enregistrement de données se rapportant à la surveillance dosimétrique, la surveillance de la santé, l'information et la formation des personnes concernées;
   4° accorder au Roi la compétence nécessaire afin de régler les modalités relatives au fonctionnement et à l'usage du registre d' exposition;
   5° régler le transfert à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, des données concernant la surveillance dosimétrique des travailleurs exposés ou susceptibles d'être exposés professionnellement à un risque résultant des rayonnements ionisants dont dispose le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale au moment du transfert des missions.]1

  
Art. 25/2. [1 § 1. Het Agentschap wordt belast met de uitbouw en het beheer van een blootstellingregister.
   De Koning bepaalt de voorwaarden, de beperkingen en de nadere regels volgens dewelke het Agentschap deze opdracht vervult.
   § 2. De Koning bepaalt de vorm van het in § 1, eerste lid, bedoelde blootstellingregister en bepaalt tevens de voorwaarden en de nadere regels aangaande de uitbouw, het gebruik en de werking ervan. Hij stelt inzonderheid de regels vast aangaande de verplichtingen van de partijen die betrokken zijn bij de werking en het gebruik van het blootstellingsregister.]1

  
Art. 25/2. [1 § 1. L'Agence est chargée de la mise en place et de la gestion d'un registre d'exposition.
   Le Roi fixe les conditions, les restrictions et les modalités suivant lesquelles l'Agence remplit cette mission.
   § 2. Le Roi fixe la forme du registre d'exposition visé au § 1er, alinéa 1er, et détermine également les conditions et les modalités concernant sa mise en place, son utilisation et son fonctionnement. Il fixe en particulier les règles relatives aux obligations des parties concernées par le fonctionnement et l'utilisation du registre d'exposition. ]1

  
Art. 25/3. [1 Het in artikel 25/2, § 1, eerste lid, bedoelde blootstellingsregister is van toepassing op :
   1° de werknemers tewerkgesteld in een inrichting die onderhevig is aan een vergunnings- of aangifteplicht overeenkomstig de bepalingen die voortvloeien uit artikel 17 en gelegen in België;
   2° de werknemers die tewerkgesteld zijn in een Belgische vestigingseenheid van een externe onderneming en die opdrachten met blootstellingsrisico uitvoeren, in België of in het buitenland;
   3° de zelfstandigen die verantwoordelijk zijn voor een inrichting die onderhevig is aan een vergunnings- of aangifteplicht overeenkomstig de bepalingen die voortvloeien uit artikel 17, gelegen is in België en die als aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen worden beschouwd;
   4° de zelfstandige externe werkers die onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid en in België of in het buitenland opdrachten met blootstellingsrisico uitvoeren.]1

  
Art. 25/3. [1 Le registre d'exposition visé à l'article 25/2, § 1er, alinéa 1er, s'applique :
   1° aux travailleurs employés au sein d'un établissement devant faire l'objet d'une autorisation ou d'une déclaration conformément aux dispositions découlant de l'article 17 et situé en Belgique;
   2° aux travailleurs employés par une unité d'implantation belge d'une entreprise extérieure et qui exécutent des missions comportant un risque d'exposition en Belgique ou à l'étranger;
   3° aux travailleurs indépendants responsables d'un établissement devant faire l'objet d'une autorisation ou d'une déclaration conformément aux dispositions découlant de l'article 17 et situé en Belgique et qui sont considérés comme personnes soumises à la surveillance dosimétrique;
   4° aux travailleurs extérieurs indépendants, assujettis à la sécurité sociale belge et exécutant en Belgique ou à l'étranger, des missions comportant un risque d'exposition.]1

  
Art. 25/4. [1 De gegevens van het in artikel 25/2, § 1, eerste lid, bedoelde blootstellingsregister zijn afkomstig van :
   1° de authentieke bronnen;
   2° de diensten voor fysische controle;
   3° de dosimetrische diensten;
   4° de exploitanten;
   5° de externe ondernemingen;
   6° de erkende geneesheren.]1

  
Art. 25/4. [1 Les données du registre d'exposition visé à l'article 25/2, § 1er, alinéa 1er, proviennent :
   1° des sources authentiques;
   2° des services de contrôle physique;
   3° des services de dosimétrie;
   4° des exploitants;
   5° des entreprises extérieures;
   6° des médecins agréés.]1

  
Art. 25/5. [1 De gegevens opgenomen in het blootstellingsregister worden bewaard tot vijftig jaar na de professionele activiteiten die een blootstelling aan ioniserende stralingen hebben meegebracht en tot dertig jaar na het overlijden van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon.
  [2 De gegevens opgenomen in het blootstellingsregister mogen gebruikt worden voor statistische doeleinden.]2
   Na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijnen, worden de in het blootstellingsregister opgenomen gegevens verder bewaard onder de vorm van anonieme gegevens, met het oog op een latere verwerking ervan zoals bedoeld in de uitvoeringsmaatregelen genomen met toepassing van artikel 4 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en met het oog op statistisch en/ of beleidsonderzoek inzake beroepsziekten.]1

  
Art. 25/5. [1 Les données figurant dans le registre d'exposition sont conservées jusqu'à cinquante ans après les activités professionnelles ayant impliqué une exposition aux rayonnements ionisants et jusqu'à trente ans après le décès de la personne soumise à la surveillance dosimétrique.
  [2 Les données figurant dans le registre d'exposition peuvent être utilisées à des fins de statistiques.]2
   Après l'expiration des délais visés à l'alinéa 1er, les données contenues dans le registre d'exposition continuent à être conservées sous la forme de données anonymes, en vue de leur traitement ultérieur comme le prévoient les mesures d'exécution prises en application de l'article 4 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel et en vue d'études statistiques et/ou stratégiques en matière de maladies professionnelles.]1

  
Art. 25/6. [1 Het in artikel 25/2, § 1, eerste lid, bedoelde blootstellingsregister bevat de volgende gegevens :
   1° voor elke aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon, elke externe onderneming en elke exploitant bevat het blootstellingsregister de relevante gegevens betreffende de identiteit, de woonplaats of in voorkomend geval de vestigingseenheid, [2 ...]2 en de taalrol van de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon;
   2° voor elke externe onderneming en exploitant bevat het blootstellingsregister :
   a) de gegevens van de contactperso(o)n(en);
   b) indien het gaat om exploitanten, hun activiteitensector(en) volgens de keuzelijst bepaald door de Koning;
   c) de aangeduide dienst(en) voor fysische controle, indien van toepassing;
   d) de erkende geneeshe(e)r(en) of de externe dienst(en) voor preventie en bescherming op het werk;
   e) de aangeduide dosimetrische dienst(en), indien van toepassing;
   3° voor elke aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon bevat het blootstellingsregister de gegevens betreffende diens arbeidsrelatie tot de exploitant en / of de externe onderneming zoals bepaald door de Koning, dewelke noodzakelijk zijn om een adequaat dosimetrisch toezicht te garanderen;
   4° voor iedere dosis van een aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon, bevat het blootstellingsregister de dosisgegevens evenals de gerelateerde gegevens zoals bepaald door de Koning, die toelaten om een schatting te maken van de opgelopen dosis, en die onmisbaar zijn om een adequaat dosimetrisch toezicht te garanderen;
   5° voor elk medisch onderzoek in het kader van het gezondheidstoezicht bedoeld in het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers, bevat het blootstellingsregister de door de Koning bepaalde informatie, die toelaat te oordelen over de medische geschiktheid van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen persoon om de betrokken beroepsactiviteiten uit te voeren;
   6° voor elke gevolgde algemene vorming inzake stralingsbescherming zoals bedoeld door de Koning, alsook voor elke specifieke vorming inzake stralingsbescherming gericht op een werkpost of een taak, bevat het blootstellingsregister de informatie die door de Koning onmisbaar wordt beschouwd om te oordelen over de kennis inzake stralingsbescherming die noodzakelijk is om de betrokken beroepsactiviteiten te kunnen uitoefenen.]1

  
Art. 25/6. [1 Le registre d'exposition visé à l'article 25/2, § 1er, alinéa 1er, contient les données suivantes :
   1° pour chaque personne soumise à la surveillance dosimétrique, chaque entreprise extérieure et chaque exploitant, le registre d'exposition contient les données pertinentes relatives à l'identité, au domicile ou, le cas échéant, à l'unité d'implantation, [2 ...]2 et au rôle linguistique de la personne morale ou physique concernée;
   2° pour chaque entreprise extérieure et chaque exploitant, le registre d'exposition contient :
   a) les coordonnées de la (des) personne(s) de contact;
   b) s'il s'agit d'exploitants, leur(s) secteur(s) d'activités suivant la liste d'options définie par le Roi;
   c) le(s) service(s) de contrôle physique désigné(s), si d'application;
   d) le(s) médecin(s) agréé(s) ou le(s) service(s) externe(s) de prévention et de protection au travail;
   e) le(s) service(s) de dosimétrie désigné(s), si d'application;
   3° pour chaque personne soumise à la surveillance dosimétrique, le registre contient les données en rapport avec sa relation de travail avec l'exploitant et/ou l'entreprise extérieure telles que définies par le Roi, lesquelles sont nécessaires pour garantir une surveillance dosimétrique adéquate;
   4° pour chaque dose d'une personne soumise à la surveillance dosimétrique, le registre d'exposition contient les données dosimétriques ainsi que les données relatives déterminées par le Roi qui permettent d'évaluer la dose reçue et qui sont indispensables pour garantir une surveillance dosimétrique adéquate;
   5° pour chaque examen médical dans le cadre de la surveillance de la santé visée par l'arrêté royal du 28 mai 2003 relatif à la surveillance de la santé des travailleurs, le registre d'exposition contient l'information déterminée par le Roi, qui permet de juger de l'aptitude médicale de la personne soumise à la surveillance dosimétrique à exécuter les activités professionnelles concernées;
   6° pour chaque formation générale suivie dans le domaine de la radioprotection telle que visée par le Roi, ainsi que pour chaque formation en radioprotection spécifique à un poste de travail ou une tâche, le registre d'exposition contient l'information considérée par le Roi comme indispensable pour juger de la connaissance en matière de radioprotection qui est nécessaire pour exécuter les activités professionnelles concernées.]1

  
Art. 25/7. [1 Hebben toegang tot het in artikel 25/2, § 1, eerste lid, bedoelde blootstellingsregister :
   1° de personeelsleden aangewezen door de overheidsdiensten belast met het toezicht op de naleving van de regels betreffende het gezondheidstoezicht bedoeld in de uitvoeringsmaatregelen genomen met toepassing van artikel 4, § 1, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, van de aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen;
   2° het Agentschap [3 en zijn filiaal Bel V]3;
   3° de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg aangewezen door [3 het Agentschap]3;
   4° de [2 functionaris voor gegevensbescherming]2 aangewezen door het Agentschap;
   5° de exploitanten gevestigd in België voor wat betreft :
   a) de in artikel 25/6, 1° en 2°, bedoelde basisgegevens die op henzelf betrekking hebben;
   b) de in artikel 25/6 bedoelde gegevens die betrekking hebben op hun eigen werknemers;
   c) de in artikel 25/6 bedoelde gegevens die betrekking hebben op de externe werkers die in hun inrichting, die onderhevig is aan een vergunnings- of aangifteplicht overeenkomstig de bepalingen die voortvloeien uit artikel 17, een opdracht met blootstellingsrisico uitvoeren [3 ...]3;
   d) de in artikel 25/6, 1° en 2°, bedoelde basisgegevens van de externe onderneming die externe werkers tewerkstelt in de eigen inrichting die onderhevig is aan een vergunnings- of aangifteplicht overeenkomstig de bepalingen die voortvloeien uit artikel 17;
   6° de externe ondernemingen die aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen tewerkstellen, voor wat betreft :
   a) de in artikel 25/6, 1° en 2°, bedoelde basisgegevens die op henzelf betrekking hebben;
   b) de in artikel 25/6 bedoelde die betrekking hebben op hun werknemers;
   7° [3 de erkende deskundigen die direct afhangen van de exploitanten alsook de erkende deskundigen binnen de erkende instellingen aangewezen door de exploitanten, voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 25/6 voor de aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen die actief zijn bij deze exploitanten hetzij als eigen werknemers van deze exploitanten, hetzij als externe werkers;]3
   8° [3 de preventieadviseurs bevoegd op het gebied van de arbeidsgeneeskunde overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk die:
   a) rechtstreeks afhangen van de exploitanten of van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk aangewezen door de exploitanten, voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 25/6 voor de aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen die actief zijn bij deze exploitanten hetzij als eigen werknemers van deze exploitanten, hetzij als externe werkers;
   b) rechtstreeks afhangen van de externe ondernemingen of de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk aangewezen door de externe ondernemingen, voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 25/6 voor de aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen tewerkgesteld door de externe ondernemingen;]3

   9° de erkende dosimetrische diensten voor wat betreft de door hen aangeleverde gegevens bedoeld in artikel 25/6, 4°;
   10° de aan dosimetrisch toezicht onderworpen personen voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 25/6 die op hen betrekking hebben;
   11° het [3 Federaal agentschap voor beroepsrisico's]3 wat de in artikel 25/6, 1° tot 5°, bedoelde persoonsgegevens betreft. [3 ...]3]1

  [3 De Koning kan de toegang tot het register uitbreiden naar andere categorieën van gebruikers voor zover zij noodzakelijkerwijze over deze gegevens dienen te beschikken voor het uitvoeren van hun opdracht. Hij bepaalt tevens de nadere regels voor het invoeren en het raadplegen van de gegevens evenals de rechten en plichten van de gebruikers.]3
  
Art. 25/7. [1 Bénéficient d'un accès au registre d'exposition visé à l'article 25/2, § 1er, alinéa 1er :
   1° les membres du personnel désignés par les services publics chargés de surveiller le respect des règles concernant la surveillance de la santé visées dans les mesures d'exécution prises en application de l'article 4, § 1er, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, des personnes soumises à la surveillance dosimétrique;
   2° l'Agence [3 et sa filiale Bel V]3;
   3° le professionnel des soins de santé désigné par [3 l'Agence]3;
   4° le [2 délégué à la protection des données]2 désigné par l'Agence;
   5° les exploitants établis en Belgique en ce qui concerne :
   a) les données de base visées à l'article 25/6, 1° et 2° qui les concernent;
   b) les données visées à l'article 25/6 qui concernent leurs propres travailleurs;
   c) les données visées à l'article 25/6 qui concernent les travailleurs extérieurs qui exécutent une mission comportant un risque d'exposition dans leur établissement devant faire l'objet d'une autorisation ou d'une déclaration conformément aux dispositions découlant de l'article 17 [3 ...]3;
   d) les données de base visées à l'article 25/6, 1° et 2°, de l'entreprise extérieure qui occupe des travailleurs extérieurs dans leur propre établissement devant faire l'objet d'une autorisation ou d'une déclaration conformément aux dispositions découlant de l'article 17;
   6° les entreprises extérieures qui emploient des personnes soumises à la surveillance dosimétrique, en ce qui concerne :
   a) les données de base visées à l'article 25/6, points 1° et 2° qui les concernent;
   b) les données visées à l'article 25/6 qui concernent leurs travailleurs;
   7° [3 les experts agréés dépendant directement des exploitants et ceux au sein des organismes agréés désignés par les exploitants, en ce qui concerne les données visées à l'article 25/6 des personnes soumises à la surveillance dosimétrique actives chez ces exploitants en tant que propres travailleurs de ces exploitants ou en tant que travailleurs extérieurs;]3
   8° [3 les conseillers en prévention compétents dans le domaine de la médecine du travail conformément aux dispositions de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs dans le cadre de l'exécution de leur travail:
   a) dépendant directement des exploitants ou des services externes de prévention et de protection au travail désignés par les exploitants, en ce qui concerne les données visées à l'article 25/6 des personnes soumises à la surveillance dosimétrique actives chez ces exploitants en tant que propres travailleurs de ces exploitants ou en tant que travailleurs extérieurs;
   b) dépendant directement des entreprises extérieures ou des services externes de prévention et de protection au travail désignés par les entreprises extérieures, en ce qui concerne les données visées à l'article 25/6 des personnes soumises à la surveillance dosimétrique employées par ces entreprises extérieures;]3

   9° les services de dosimétrie agréés en ce qui concerne les données visées à l'article 25/6, 4°, qu'ils fournissent;
   10° les personnes soumises à la surveillance dosimétrique en ce qui concerne les données visées à l'article 25/6 qui les concernent;
   11° [3 L'Agence fédérale des risques professionnels]3 en ce qui concerne les données à caractère personnel visées à l'article 25/6, 1° à 5°. [3 ...]3.]1

  [3 Le Roi peut étendre l'accès au registre à d'autres catégories d'utilisateurs pour autant qu'ils doivent nécessairement disposer de ces données pour l'exécution de leur mission. Il détermine également les règles pour l'introduction et la consultation des données ainsi que les droits et les obligations des utilisateurs.]3
  
Art. 25/8. [1 Het Agentschap wordt tevens belast met het aanmaken en afleveren van de stralingspaspoorten.]1
  
Art. 25/8. [1 L'Agence est également chargée d'établir et de délivrer les passeports radiologiques.]1
  
Art. 25/9. [1 § 1. Voorafgaandelijk aan de uitvoering in het buitenland van een opdracht met blootstellingsrisico wordt een stralingspaspoort afgeleverd aan een externe werker die tewerkgesteld is in een Belgische vestigingseenheid van een externe onderneming.
   § 2. Overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels, sluit de externe onderneming een overeenkomst af met de betrokken exploitant, teneinde de externe werker een equivalente bescherming te garanderen als die waarover de werknemers van de exploitant beschikken.]1

  
Art. 25/9. [1 § 1er. Préalablement à l'exécution d'une mission comportant un risque d'exposition à l'étranger, un travailleur extérieur employé dans une unité d'implantation belge d'une entreprise extérieure est doté d'un passeport radiologique.
   § 2. Conformément aux modalités déterminées par le Roi, l'entreprise extérieure conclut une convention avec l'exploitant concerné afin de garantir au travailleur extérieur une protection équivalente à celle dont bénéficient les travailleurs de l'exploitant.]1

  
Art. 25/10. [1 Het stralingspaspoort bevat enerzijds gegevens die afkomstig zijn van het blootstellingsregister en anderzijds de dosisgegevens betreffende de dosissen die werden opgelopen bij het uitvoeren van opdrachten met blootstellingsrisico in het buitenland.]1
  
Art. 25/10. [1 Le passeport radiologique contient, d'une part, des données provenant du registre d'exposition et, d'autre part, des données dosimétriques concernant les doses qui ont été reçues lors de l'exécution de missions comportant un risque d'exposition à l'étranger.]1
  
Art. 25/11. [1 De Koning bepaalt de voorwaarden, de beperkingen en de nadere regels volgens dewelke het Agentschap de in het artikel 25/8 bedoelde opdracht vervult.
   Hij bepaalt de vorm en de inhoud evenals de wijze van bijwerking van het stralingspaspoort.
   Hij stelt tevens de te respecteren regels vast betreffende de werking en het gebruik van het stralingspaspoort.]1

  
Art. 25/11. [1 Le Roi fixe les conditions, les restrictions et les modalités suivant lesquelles l'Agence remplit la mission visée à l'article 25/8.
   Il détermine la forme et le contenu, ainsi que le mode d'actualisation du passeport radiologique.
   Il fixe également les règles à respecter concernant le fonctionnement et l'utilisation du passeport radiologique.]1

  
Art. 25/12. [1 De toepassing van deze onderafdeling en haar uitvoeringsbesluiten doet geen afbreuk aan de toepassing van [2 de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]2, noch aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van de geneeskunde.]1
  
Art. 25/12. [1 L'application de la présente sous-section et de ses arrêtés d'exécution ne porte pas atteinte à l'application [2 , la réglementation sur la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel]2, ni aux dispositions légales et réglementaires relatives à l'exercice de la médecine.]1
  
Art. 25/13. [1 De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en het Agentschap sluiten een samenwerkingsovereenkomst betreffende de uitwisseling van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun respectievelijke toezichts-en controleopdrachten in het kader van het dosimetrisch toezicht.]1
  
Art. 25/13. [1 Le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale et l'Agence concluent un accord de coopération concernant l'échange des données nécessaires à l'exécution de leurs missions de contrôle et de surveillance respectives dans le cadre de la surveillance dosimétrique.]1
  
Art. 25/14. [1 De koninklijke besluiten die in uitvoering van deze afdeling worden genomen, worden vooraf ter advies voorgelegd aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en aan de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk.]1
  
Art. 25/14. [1 Les arrêtés royaux pris en exécution de la présente section sont soumis au préalable à la Commission de la protection de la vie privée pour avis et le Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au Travail.]1
  
Art. 25/15. [1 Het Agentschap doet jaarlijks verslag aan de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk over de activiteiten en de bevindingen in het kader van het dosimetrisch toezicht zoals beschreven in deze onderafdeling. Dit verslag wordt gevoegd bij het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap bedoeld in artikel 26, tweede lid.]1
  
Art. 25/15. [1 L'Agence fait annuellement rapport au Conseil supérieur pour la Prévention et la Protection au Travail au sujet des activités et constats relatifs à la surveillance dosimétrique comme décrit dans la présente sous-section. Ce rapport est joint au rapport annuel sur le fonctionnement de l'Agence prévu à l'article 26, alinéa 2.]1
  
Afdeling 12. - [1 Bevoegdheid inzake verspreiding van informatie]1
Section 12 - [1 Compétence en matière de diffusion de l'information]1
Art. 26. Het Agentschap is belast met de verspreiding van neutrale en objectieve informatie op nucleair gebied. Het zorgt voor het overbrengen van technische informatie inzake stralingsbescherming en nucleaire veiligheid. Het werkt, op initiatief van de minister van Binnenlandse Zaken, mee aan de informatieverstrekking aangaande de noodplannen die deze minister opstelt.
  Het stelt een jaarlijks activiteitenverslag op dat voorgelegd wordt aan de toezichthoudende overheden en bestemd is voor de Wetgevende Kamers.
Art. 26. L'Agence est chargée de diffuser une information neutre et objective dans le domaine nucléaire. Elle organise la circulation de l'information technique en matière de sécurité nucléaire et de radioprotection. Elle collabore, à l'initiative du ministre de l'Intérieur, à l'information relative aux plans d'urgence que ce dernier élabore.
  Elle dresse un rapport annuel sur son fonctionnement, qu'elle transmet à ses autorités de tutelle, à l'attention des Chambres législatives.
Afdeling 13. - [1 Bevoegdheid inzake arbitrage]1
Section 13 [1 Compétence en matière d'arbitrage]1
Art. 27. In afwijking van artikel 1676 van het Gerechtelijk Wetboek is het Agentschap bevoegd elk geschil bij overeenkomst aan arbitrage te onderwerpen.
Art. 27. Par dérogation à l'article 1676 du Code judiciaire, il est de la compétence de l'Agence de soumettre tout différent par convention à l'arbitrage.
Hoofdstuk IIIbis. [1 De organisatie van de dienst medische stralingsfysica]1
Chapitre IIIbis. [1 L'organisation du service de radiophysique médicale]1
Art. 27bis. [1 § 1. De vergunninghouder van een inrichting met medisch-radiologische installaties moet een dienst voor medische stralingsfysica oprichten, belast met de organisatie van de medische stralingsfysica binnen de inrichting, met inbegrip van de identificatie van de middelen, noodzakelijk om te voldoen aan de door de Koning bepaalde reglementaire eisen en aan de doelstellingen van de inrichting in het domein van de medische stralingsfysica.
   § 2. Tenzij ze beschikken over een toestel voor computertomografie of een toestel voor interventionele radiologie is de verplichting onder paragraaf 1 niet van toepassing op de inrichtingen van klasse III.
   De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bijkomende types van inrichtingen ontheffen van de in paragraaf 1 bedoelde verplichting.
   § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden en de regels volgens welke aan meerdere vergunninghouders toegestaan kan worden een gemeenschappelijke dienst voor medische stralingsfysica op te richten, mits voorafgaande goedkeuring van het Agentschap.]1

  
Art. 27bis. [1 § 1er. Le détenteur d'autorisation d'un établissement comprenant des installations radiologiques médicales est tenu de créer un service de radiophysique médicale chargé de l'organisation de la radiophysique médicale au sein de l'établissement et de l'identification des ressources nécessaires pour satisfaire aux exigences réglementaires définies par le Roi, et aux objectifs poursuivis par l'établissement dans le domaine de la radiophysique médicale.
   § 2. Sauf s'ils disposent d'un appareil de tomodensitométrie ou d'un appareil de radiologie interventionnelle, les établissements de classe III sont exemptés de l'obligation visée au paragraphe 1er.
   Le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, exempter d'autres types d'établissements de l'obligation visée au paragraphe 1er.
   § 3. Le Roi détermine les conditions et règles selon lesquelles plusieurs détenteurs d'autorisation peuvent être autorisés à créer un service de radiophysique médicale commun, moyennant approbation préalable de l'Agence.]1

  
Art. 27ter. [1 § 1. De organisatie en de middelen van de dienst voor medische stralingsfysica zijn afhankelijk van de specifieke activiteitsdomeinen, van de technische uitrustingen en hun complexiteit, van het aantal behandelingen en onderzoeken en hun complexiteit, van activiteiten inzake patiëntveiligheid, kwaliteit en risicobeheer, en van, in voorkomend geval, onderwijs- en navorsingsactiviteiten in de inrichting. Het Agentschap houdt hierop toezicht.
   § 2. De Koning bepaalt:
   - de regels betreffende de opdrachten, de werking, de organisatie en de samenstelling van de dienst medische stralingsfysica alsook de vereiste bekwaamheden en opleidingen van de leden die er deel van uitmaken;
   - de regels betreffende de middelen waarover de dienst voor medische stralingsfysica moet beschikken voor de uitvoering van zijn opdracht;
   - de voorwaarden waaraan de persoon die de functie van hoofd van de dienst medische stralingsfysica uitoefent, moet voldoen, alsook:
   1° de bijzondere beschermingsmaatregelen die op hem/haar van toepassing zijn teneinde de onafhankelijkheid ten opzichte van de vergunninghouder te vrijwaren, in het kader van de uitoefening van zijn/haar functie;
   2° de nadere regels waaronder een einde kan gesteld worden aan zijn/haar functie.
   § 3. De Koning bepaalt de aard van de opdrachten van medische stralingsfysica waarvoor de tussenkomst van een krachtens artikel 19 erkende deskundige in de medische stralingsfysica vereist is.
   § 4. In de gevallen en volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, kan het hoofd van de dienst medische stralingsfysica, voor de uitvoering van alle of een deel van de in paragraaf 3 bedoelde opdrachten, beroep doen op een externe erkende deskundige in de medische stralingsfysica.
   § 5. Het Agentschap houdt toezicht op de wijze waarop de dienst voor medische stralingsfysica zijn opdracht uitvoert.]1

  
Art. 27ter. [1 § 1er L'organisation et les ressources du service de radiophysique médicale dépendent des domaines d'activité spécifiques, des équipements techniques et de leur complexité, du nombre de traitements et d'examens et de leur complexité, des activités relatives à la sécurité des patients, à la qualité et à la gestion des risques et, le cas échéant, des activités d'enseignement et de recherche déployées au sein de l'établissement. L'Agence surveille ceci.
   § 2. Le Roi détermine:
   - les règles concernant les missions, le fonctionnement, l'organisation et la composition du service de radiophysique médicale, ainsi que les qualifications et les formations requises de ceux qui en font partie;
   - les règles concernant les moyens dont le service de radiophysique médicale doit disposer pour exécuter sa mission;
   - les conditions auxquelles la personne qui exerce la fonction de chef du service de radiophysique médicale doit satisfaire, ainsi que:
   1° les mesures de protection particulières qui lui sont d'application en vue de préserver son indépendance vis-à-vis du détenteur d'autorisation dans le cadre de l'exercice de sa fonction;
   2° les modalités selon lesquelles il peut être mis fin à sa fonction.
   § 3. Le Roi détermine la nature des missions de radiophysique médicale qui requièrent l'intervention d'un expert agréé en radiophysique médicale en vertu de l'article 19.
   § 4. Dans les cas et selon les modalités déterminés par le Roi, le chef du service de radiophysique médicale peut faire appel à un expert externe agréé en radiophysique médicale pour l'exécution de tout ou partie des missions visées au paragraphe 3.
   § 5. L'Agence surveille la manière dont le service de radiophysique médicale exécute sa mission.]1

  
HOOFDSTUK IIIter. [1 - Milieueffectbeoordeling.]1
Chapitre IIIter. [1 - Evaluation des incidences sur l'environnement.]1
Art. 27/3. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
   - project:
   a) de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken;
   b) andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap;
   - vergunning: het besluit van de bevoegde overheid waardoor de opdrachtgever het recht verkrijgt om het project uit te voeren;
   - opdrachtgever: de aanvrager van een vergunning voor een particulier project of de overheidsinstantie die het initiatief tot een project neemt;
   - milieueffectbeoordeling: een proces bestaande uit:
   a) het opstellen van een milieueffectbeoordelingsrapport door de opdrachtgever;
   b) de uitvoering van de raadplegingen zoals bedoeld in artikel 27/5, §§ 6 tot 8 en artikel 27/6, § 5;
   c) het onderzoek van de in het milieueffectbeoordelingsrapport voorgestelde informatie en, in voorkomend geval, van alle aanvullende informatie die de persoon bedoeld in artikel 27/9, § 1, of de opdrachtgever verstrekt overeenkomstig artikel 27/9, § 4 en van alle relevante informatie verkregen in het kader van de raadplegingen bedoeld in artikel 27/5, § § 6 tot 8 en artikel 27/6, § 5;
   d) de gemotiveerde conclusie inzake de aanzienlijke effecten van het project op het milieu, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van het onderzoek als bedoeld onder c) en, indien van toepassing, het eigen aanvullend onderzoek in de zin van artikel 27/9, § 4, en
   e) de integratie van de gemotiveerde conclusie, bedoeld in d), in de vergunning.
   - betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de milieueffectbesluitvormingsprocedure;
   - milieueffectbeoordelingsrapport: een document dat, van een voorgenomen project en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, de te verwachten directe en indirecte gevolgen voor mens en milieu op het vlak van ioniserende stralingen analyseert en evalueert, en aangeeft hoe de aanzienlijke milieueffecten vermeden, beperkt, verholpen of gecompenseerd kunnen worden;
   - scopingadvies: een advies over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de door de opdrachtgever in het milieueffectbeoordelingsrapport op te nemen milieu-informatie.]1

  
Art. 27/3. [1 Pour l'application du présent chapitre, on entend par:
   - projet:
   a) l'exécution d'ouvrages de construction ou la construction d'autres installations ou ouvrages;
   b) d'autres interventions dans le milieu naturel ou le paysage;
   - autorisation: la décision de l'autorité compétente qui ouvre le droit du maître d'ouvrage de réaliser le projet;
   - maître d'ouvrage: soit l'auteur d'une demande d'autorisation concernant un projet privé, soit l'autorité publique qui prend l'initiative d'un projet;
   - évaluation des incidences sur l'environnement: un processus constitué de:
   a) l'élaboration, par le maître d'ouvrage, d'un rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement;
   b) la réalisation de consultations telles que visées à l'article 27/5, §§ 6 à 8 et à l'article 27/6, § 5;
   c) l'examen des informations présentées dans le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement et, le cas échéant, des informations complémentaires fournies par la personne visée à l'article 27/9, § 1er, ou le maître d'ouvrage, conformément à l'article 27/9, § 4, ainsi que de toute information pertinente reçue dans le cadre des consultations visées à l'article 27/5, § § 6 à 8, et à l'article 27/6, § 5;
   d) la conclusion motivée sur les incidences notables du projet sur l'environnement, tenant compte des résultats de l'examen visé au c) et, s'il y a lieu, de son propre examen complémentaire visé à l'article 27/9, § 4, et
   e) l'intégration, dans l'autorisation, de la conclusion motivée visée au point d).
   - public concerné: toute personne physique ou morale qui est touchée ou qui risque d'être touchée par la procédure décisionnelle en matière d'environnement, ou qui a un intérêt à faire valoir dans ce cadre;
   - rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement: un document dans lequel les conséquences directes et indirectes attendues pour l'homme et l'environnement d'un projet envisagé et des alternatives à prendre raisonnablement en compte sont analysées et évaluées sur le plan des rayonnements ionisants, et qui indique de quelle façon les incidences notables sur l'environnement peuvent être évitées, limitées, remédiées ou compensées;
   - avis de cadrage: un avis sur le champ d'application et le niveau de détail des informations environnementales qui doivent être présentées par le maître d'ouvrage dans le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement.]1

  
Art. 27/4. [1 § 1. Projecten die een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben, onder meer gezien hun aard, omvang of ligging, worden, alvorens een vergunning wordt verleend en onder toezicht van het Agentschap, onderworpen aan een milieueffectbeoordeling inzake ioniserende stralingen.
   De milieueffectbeoordeling identificeert, beschrijft en beoordeelt de effecten inzake ioniserende stralingen geval per geval op de volgende factoren:
   a) de bevolking en de menselijke gezondheid;
   b) de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor de door de Europese regelgeving beschermde soorten en habitats;
   c) land, bodem, water, lucht en klimaat;
   d) materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;
   e) de samenhang tussen de in de bepalingen onder a) tot d) bedoelde factoren.
   Deze beoordeling omvat tevens de effecten, die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project voor relevante risico's op zware ongevallen en/of rampen.
   § 2. De Koning bepaalt welke projecten worden onderworpen aan een milieueffectbeoordelingsrapport en de projecten voor dewelke de opmaak van een screeningsnota is vereist. De screeningsnota wordt opgesteld overeenkomstig een door de Koning vastgesteld modelformulier.]1

  
Art. 27/4. [1 § 1er. Les projets susceptibles d'avoir des incidences notables sur l'environnement, notamment en raison de leur nature, de leur ampleur ou de leur localisation, sont soumis, avant l'octroi d'une autorisation et sous la surveillance de l'Agence, à une évaluation des incidences des rayonnements ionisants sur l'environnement.
   L'évaluation des incidences sur l'environnement identifie, décrit et évalue au cas par cas les incidences des rayonnements ionisants sur les facteurs suivants:
   a) la population et la santé humaine;
   b) la biodiversité, en accordant une attention particulière aux espèces et aux habitats protégés par la réglementation européenne;
   c) les terres, le sol, l'eau, l'air et le climat;
   d) les biens matériels, le patrimoine culturel et le paysage;
   e) l'interaction entre les facteurs visés aux points a) à d).
   Cette évaluation porte également sur les incidences qui résultent de la vulnérabilité du projet à des risques pertinents d'accidents majeurs et/ou de catastrophes.
   § 2. Le Roi détermine les projets qui doivent faire l'objet d'un rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement et les projets qui nécessitent l'établissement d'une note de screening. La note de screening est établie sur base d'un modèle de formulaire établi par le Roi.]1

  
Art. 27/5. [1 § 1. De opdrachtgever voegt voor een project dat door de Koning overeenkomstig artikel 27/4, § 2, is aangewezen als onderworpen aan een milieueffectbeoordelingsrapport, op straffe van onvolledigheid van zijn vergunningsaanvraag, aan zijn vergunningsaanvraag toe:
   - hetzij een ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport indien toepassing wordt gemaakt van de procedure, zoals bedoeld in § 8;
   - hetzij een reeds door het Agentschap goedgekeurd milieueffectbeoordelingsrapport indien de aanvrager gebruik maakt van de keuzemogelijkheid die is vervat in artikel 27/6, § 1.
   In voorkomend geval beschikt de opdrachtgever over een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de mededeling dat de aanvraag onvolledig is, om zijn aanvraag te vervolledigen, bij gebreke waarvan de aanvraag onontvankelijk wordt verklaard.
   § 2. De opdrachtgever voegt voor elk project dat door de Koning overeenkomstig artikel 27/4, § 2, onderworpen is aan de opmaak van een screeningsnota, op straffe van onvolledigheid van zijn vergunningsaanvraag, een screeningsnota toe aan zijn vergunningsaanvraag.
   In voorkomend geval beschikt de opdrachtgever over een termijn van 30 dagen om zijn aanvraag te vervolledigen, bij gebreke waarvan de aanvraag onontvankelijk wordt verklaard.
   § 3. Het milieueffectbeoordelingsrapport wordt opgesteld op initiatief en op kosten van de opdrachtgever, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels en bevat minstens de informatie bepaald door de Koning.
   § 4. Indien de opdrachtgever hierom verzoekt, brengt het Agentschap, voorafgaand aan de opmaak van het milieueffectbeoordelingsrapport, een scopingadvies uit. Het verzoek van de opdrachtgever vermeldt minstens de specifieke kenmerken van het project en de te verwachten milieueffecten ervan.
   § 5. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de inhoud van het scopingadvies en de doorwerking ervan in het kader van de verdere procedure.
   § 6. Indien het Agentschap van oordeel is dat een project mogelijks aanzienlijke effecten inzake ioniserende stralingen kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie en/of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband ondertekend te Espoo op 25 februari 1991 en/of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten daarom verzoeken, bezorgt het Agentschap aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten naar gelang het geval de volgende informatie:
   a) een afschrift van het gemotiveerd verzoek bedoeld in § 4;
   b) het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport, bedoeld in § 8 en artikel 27/6, § 1.
   In elk geval bevat deze de informatie over de aard van het project waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.
   Het Agentschap vermeldt steeds de termijn waarbinnen de bevoegde autoriteiten hun bezwaren en opmerkingen aan het Agentschap kunnen meedelen. Deze termijn bedraagt ten minste dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de ontvangst van het afschrift van het verzoek. Indien het Agentschap binnen de door haar verleende termijn geen bezwaren en/of opmerkingen ontvangt van de betrokken autoriteiten, mag aan de vereiste van inspraak van het publiek voorbij worden gegaan.
   Het Agentschap houdt rekening met de resultaten van deze inspraak van het publiek wanneer zij het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport beoordeelt overeenkomstig § 9 en artikel 27/6, § 2.
   De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels vast betreffende de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, bedoeld in het eerste lid, hun bezwaren en opmerkingen op het goedgekeurde of ontwerp milieueffectbeoordelingsrapport en het voorgenomen project kunnen meedelen en betreffende de wijze waarop hierover overleg wordt gepleegd.
   § 7. Het Agentschap verzoekt de betrokken overheden en instanties om een advies te verlenen over de inhoud van het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport in het kader van het scopingadvies, bedoeld in § 4 en in het kader van het openbaar onderzoek, bedoeld in § 8 en artikel 27/6, § 1.
   Het Agentschap houdt rekening met de resultaten van deze advisering wanneer zij het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport beoordeelt overeenkomstig § 9 en artikel 27/6, § 2.
   De Koning stelt de lijst van de te raadplegen overheden en instanties evenals de nadere procedureregels voor deze advisering vast.
   § 8. De opdrachtgever dient desgevallend zijn vergunningsaanvraag, met inbegrip van een ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport, in bij het Agentschap met het oog op de behandeling ervan. De Koning bepaalt de nadere regels van deze indiening.
   Het Agentschap onderwerpt de vergunningsaanvraag, met inbegrip van het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport, aan een openbaar onderzoek. Tijdens het openbaar onderzoek kan het betrokken publiek schriftelijk bezwaren en opmerkingen formuleren.
   Onverminderd de toepassing van artikel 2bis wordt in het kader van het openbaar onderzoek de informatie bedoeld in § 1 ter beschikking gesteld van het publiek. Tevens wordt het publiek ervan in kennis gesteld of de procedure bedoeld in § 6 al dan niet van toepassing is.
   De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de organisatie van het openbaar onderzoek.
   § 9. Het Agentschap bezorgt haar beslissing betreffende de goed- of afkeuring van het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de resultaten van het openbaar onderzoek, aan:
   a) de opdrachtgever, door betekening;
   b) de betrokken overheden en instanties bedoeld in § 7;
   c) in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten, bedoeld in § 6;
   d) de overheid die een beslissing over de vergunningsaanvraag voor het project zal nemen.
   Het Agentschap keurt het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport af indien de bevraging, bedoeld in §§ 6 en 7 of de opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend nopen tot een essentiële wijziging van het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport.
   Als het Agentschap het milieueffectbeoordelingsrapport afkeurt, wordt de vergunningsprocedure van rechtswege stopgezet.
   De in het eerste lid bedoelde termijn kan door het Agentschap eenmalig worden verlengd met maximaal 60 dagen indien uitzonderlijke omstandigheden dit noodzaken, bijvoorbeeld afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het project. Het Agentschap stelt de opdrachtgever in kennis van de verlenging en maakt melding van de bijkomende termijn.]1

  
Art. 27/5. [1 § 1er. Pour un projet désigné par le Roi comme devant faire l'objet d'un rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, en vertu de l'article 27/4, § 2, le maître d'ouvrage joint à sa demande d'autorisation, sous peine d'incomplétude:
   - soit un projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, si la procédure visée au § 8 est appliquée;
   - soit un rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement déjà approuvé par l'Agence, si le demandeur a recours à l'option visée à l'article 27/6, § 1er.
   Le cas échéant, le maître d'ouvrage dispose d'un délai de 30 jours à partir de la date à laquelle il lui est signifié que sa demande est incomplète pour compléter sa demande, à défaut de quoi la demande est déclarée irrecevable.
   § 2. Pour chaque projet désigné par le Roi comme devant faire l'objet d'une note de screening, en vertu de l'article 27/4, § 2, le maître d'ouvrage joint une note de screening à sa demande d'autorisation, sous peine d'incomplétude de sa demande d'autorisation.
   Le cas échéant, le maître d'ouvrage dispose d'un délai de 30 jours pour compléter sa demande, à défaut de quoi la demande est déclarée irrecevable.
   § 3. Le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement est établi à l'initiative et aux frais du maître d'ouvrage, selon les modalités fixées par le Roi, et comporte au moins les informations déterminées par le Roi.
   § 4. Si le maître d'ouvrage le demande, l'Agence rend un avis de cadrage préalablement à l'établissement du rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement. La demande du maître d'ouvrage mentionne au moins les caractéristiques spécifiques du projet et les incidences attendues de celui-ci sur l'environnement.
   § 5. Le Roi fixe les modalités du contenu de l'avis de cadrage et de son impact sur la suite de la procédure.
   § 6. Si l'Agence estime que, du fait des rayonnements ionisants, un projet est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'homme ou l'environnement dans d'autres Etats membres de l'Union européenne, et/ou dans des parties contractantes de la Convention sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, signée à Espoo le 25 février 1991, et/ou dans d'autres régions, ainsi que dans les cas où les autorités compétentes de ces Etats membres, parties contractantes et/ou régions en font la demande, l'Agence fournit, selon le cas, les informations suivantes aux autorités compétentes de ces Etats membres, parties contractantes et/ou régions:
   a) une copie de la demande motivée visée au § 4;
   b) le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement visé au § 8 et à l'article 27/6, § 1er.
   En tout cas, ces informations comportent les renseignements sur la nature du projet pour lequel l'autorisation est sollicitée.
   L'Agence mentionne toujours le délai dont disposent les autorités compétentes pour signifier leurs objections et commentaires à l'Agence. Ce délai est d'au moins trente jours calendrier suivant la réception de la copie de la demande. Si l'Agence ne reçoit pas d'objection et/ou de commentaire des autorités concernées dans le délai qu'elle leur a accordé, elle peut passer outre à la condition de participation du public.
   L'Agence tient compte des résultats de cette participation du public lorsqu'elle évalue le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, conformément au § 9 et à l'article 27/6, § 2.
   Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités selon lesquelles les autorités compétentes des Etats membres, des parties contractantes et/ou des régions visées à l'alinéa 1er, signifient leurs objections et commentaires sur le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement approuvé ou en projet, et sur le projet envisagé, ainsi que les modalités de la concertation.
   § 7. L'Agence demande aux autorités et instances concernées de rendre un avis sur le contenu du projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement dans le cadre de l'avis de cadrage visé au § 4, et dans le cadre de l'enquête publique visée au § 8 et à l'article 27/6, § 1er.
   L'Agence tient compte des résultats de cette consultation lorsqu'elle évalue le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, conformément au § 9 et à l'article 27/6, § 2.
   Le Roi dresse la liste des autorités et instances à consulter, et fixe les règles de procédure relatives à cette consultation.
   § 8. Le maître d'ouvrage dépose, le cas échéant, sa demande d'autorisation, en ce compris un projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, auprès de l'Agence en vue de son traitement. Le Roi fixe les modalités de ce dépôt.
   L'Agence soumet la demande d'autorisation, en ce compris le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, à une enquête publique. Au cours de cette enquête publique, le public concerné peut formuler par écrit ses objections et commentaires.
   Sans préjudice de l'application de l'article 2bis, les informations visées au § 1er sont mises à disposition du public dans le cadre de l'enquête publique. Il est en outre précisé au public si la procédure visée au § 6 est d'application ou non.
   Le Roi fixe les modalités relatives à l'organisation de l'enquête publique.
   § 9. L'Agence notifie sa décision d'approuver ou de refuser le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement dans un délai de 60 jours, à compter de la réception des résultats de l'enquête publique:
   a) au maître d'ouvrage, par signification;
   b) aux autorités et instances concernées visées au § 7;
   c) le cas échéant, aux autorités compétentes visées au § 6;
   d) à l'autorité qui statuera sur la demande d'autorisation pour le projet.
   L'Agence refuse le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement si la consultation visée aux §§ 6 et 7, ou les commentaires et objections formulés lors de l'enquête publique appellent une modification essentielle du projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement.
   Si l'Agence refuse le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, la procédure d'autorisation prend fin de plein droit.
   Le délai visé à l'alinéa 1er peut être une seule fois prolongé de 60 jours au plus par l'Agence, si des circonstances exceptionnelles l'exigent, par exemple du fait de la nature, de la complexité, du lieu ou de l'ampleur du projet. L'Agence informe le maître d'ouvrage de la prolongation et lui signifie le délai supplémentaire.]1

  
Art. 27/6. [1 § 1. In afwijking op hetgeen is bepaald in artikel 27/5 § 8, beschikt de opdrachtgever over de mogelijkheid om, voorafgaand aan zijn vergunningsaanvraag, de organisatie van een openbaar onderzoek betreffende het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport te verzoeken. Deze mogelijkheid geldt enkel voor vergunningsaanvragen voor projecten die door de Koning zijn aangeduid als een vergunningsplichtige inrichting klasse 1.
   Indien hij toepassing wenst te maken van deze keuzemogelijkheid, dient de opdrachtgever het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport in bij het Agentschap met het oog op de goedkeuring ervan. De nadere regels van deze indiening worden door de Koning bepaald.
   Het Agentschap onderwerpt dit ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport aan een openbaar onderzoek vooraleer zij het ontwerp beoordeelt overeenkomstig § 2. Tijdens het openbaar onderzoek kan het betrokken publiek schriftelijk bezwaren en opmerkingen formuleren.
   Onverminderd de toepassing van artikel 2bis wordt in het kader van het openbaar onderzoek de informatie bedoeld in artikel 27/5, § 1 ter beschikking gesteld aan het publiek. Tevens wordt het publiek ervan in kennis gesteld of de procedure bedoeld in artikel 27/5, § 6 al dan niet van toepassing is.
   De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de organisatie van het openbaar onderzoek.
   § 2. Het Agentschap bezorgt haar beslissing betreffende de goed- of afkeuring van het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de resultaten van het openbaar onderzoek, aan:
   a) de opdrachtgever, door betekening;
   b) de betrokken overheden en instanties bedoeld in artikel 27/5, § 7;
   c) in voorkomend geval de bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 27/5, § 6.
   Het Agentschap keurt het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport af indien de bevraging, bedoeld in artikel 27/5, § § 6 en 7 of de opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend nopen tot een essentiële wijziging van het ontwerp van milieueffectbeoordelingsrapport.
   De in het eerste lid bedoelde termijn kan door het Agentschap eenmalig worden verlengd met maximaal 60 dagen indien uitzonderlijke omstandigheden dit noodzaken, bijvoorbeeld afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het project. Het Agentschap stelt de opdrachtgever in kennis van de verlenging en maakt melding van de bijkomende termijn.
   § 3. De Koning stelt nadere regels vast betreffende de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, bedoeld in artikel 27/5, § 6, hun bezwaren en opmerkingen op het goedgekeurde milieueffectbeoordelingsrapport en het voorgenomen project kunnen meedelen en betreffende de wijze waarop hierover overleg wordt gepleegd.
   § 4. Vanaf de betekening van de goedkeuringsbeslissing, bedoeld in § 2, en onverminderd artikel 2bis, liggen het milieueffectbeoordelingsrapport en de goedkeuringsbeslissing ter inzage bij het Agentschap.
   § 5. In het kader van de vergunningsprocedure ziet het Agentschap toe op de organisatie van een openbaar onderzoek betreffende de vergunningsaanvraag. Het openbaar onderzoek heeft in elk geval betrekking op het goedgekeurd milieueffectbeoordelingsrapport, bedoeld in § 1, en/of de screeningsnota, bedoeld in artikel 27/4, § 2.
   Tijdens het openbaar onderzoek kan het betrokken publiek schriftelijk bezwaren en opmerkingen formuleren. Deze bezwaren en opmerkingen kunnen evenwel geen betrekking hebben op de inhoudsafbakening, de inhoud en de detaillering van een reeds definitief goedgekeurd milieueffectbeoordelingsrapport voor zover een openbaar onderzoek plaatsvond, zoals bedoeld in § 1.
   In het kader van het openbaar onderzoek wordt onverminderd de toepassing van artikel 2bis de informatie bedoeld in artikel 27/5, § 1, ter beschikking gesteld van het publiek. Tevens wordt het publiek ervan in kennis gesteld of de procedure bedoeld in artikel 27/5, § 6 al dan niet van toepassing is.
   In geval van toepassing van artikel 27/5, § 6 worden de hierin bedoelde overheden en instanties op de hoogte gebracht van dit openbaar onderzoek.
   De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de organisatie van het openbaar onderzoek.]1

  
Art. 27/6. [1 § 1er. Par dérogation aux dispositions de l'article 27/5, § 8, le maître d'ouvrage peut, préalablement à sa demande d'autorisation, demander qu'une enquête publique soit organisée sur le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement. Cette enquête publique peut uniquement être demandée si la demande d'autorisation concerne un projet désigné par le Roi comme un établissement de classe 1 soumis à autorisation.
   Si le maître d'ouvrage entend appliquer cette option, il dépose auprès de l'Agence le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement en vue de son approbation. Les modalités de ce dépôt sont fixées par le Roi.
   L'Agence soumet ce projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement à une enquête publique avant de l'évaluer, conformément au § 2. Au cours de l'enquête publique, le public concerné peut formuler par écrit ses objections et commentaires.
   Sans préjudice de l'application de l'article 2bis, les informations visées à l'article 27/5, § 1er, sont mises à disposition du public dans le cadre de l'enquête publique. Il est en outre précisé au public si la procédure visée à l'article 27/5, § 6, est d'application ou non.
   Le Roi fixe les modalités relatives à l'organisation de l'enquête publique.
   § 2. L'Agence notifie sa décision d'approuver ou de refuser le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement dans un délai de 60 jours, à compter de la réception des résultats de l'enquête publique:
   a) au maître d'ouvrage, par signification;
   b) aux autorités et instances concernées visées à l'article 27/5, § 7;
   c) le cas échéant, aux autorités compétentes visées à l'article 27/5, § 6;
   L'Agence refuse le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement si la consultation visée à l'article 27/5, § § 6 et 7, ou les commentaires et objections formulés lors de l'enquête publique appellent une modification essentielle du projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement.
   Le délai visé à l'alinéa 1er peut être une seule fois prolongé de 60 jours au plus par l'Agence, si des circonstances exceptionnelles l'exigent, par exemple du fait de la nature, de la complexité, du lieu ou de l'ampleur du projet. L'Agence informe le maître d'ouvrage de la prolongation et lui signifie le délai supplémentaire.
   § 3. Le Roi fixe les modalités selon lesquelles les autorités compétentes des Etats membres, parties contractantes et/ou régions visées à l'article 27/5, § 6, peuvent signifier leurs objections et commentaires sur le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement approuvé et sur le projet envisagé, ainsi que les modalités de la concertation.
   § 4. A partir de la signification de la décision d'approuver le projet de rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement visée au § 2, et sans préjudice de l'article 2bis, le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement et la décision de l'approuver sont ouverts à la consultation auprès de l'Agence.
   § 5. Dans le cadre de la procédure d'autorisation, l'Agence veille à l'organisation d'une enquête publique sur la demande d'autorisation. L'enquête publique porte en tout cas sur le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement approuvé visé au § 1er, et/ou sur la note de screening visée à l'article 27/4, § 2.
   Au cours de l'enquête publique, le public concerné peut formuler par écrit ses objections et commentaires. Ces objections et commentaires ne peuvent toutefois pas porter sur la délimitation du contenu, le contenu ou le détail d'un rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement déjà définitivement approuvé, pour autant qu'une enquête publique ait été organisée en vertu du § 1er.
   Dans le cadre de l'enquête publique, et sans préjudice de l'application de l'article 2bis, les informations visées à l'article 27/5, § 1er, sont mises à dispositions du public. Il est en outre précisé au public si la procédure visée à l'article 27/5, § 6, est d'application ou non.
   Si l'article 27/5, § 6, s'applique, les autorités et instances qui y sont visées sont informées de cette enquête publique.
   Le Roi fixe les modalités relatives à l'organisation de l'enquête publique.]1

  
Art. 27/7. [1 § 1. De bevoegde overheid voor het verlenen van vergunningen, houdt op met redenen omklede wijze rekening met de resultaten van de milieueffectenbeoordeling, de aanvullende informatie bedoeld in artikel 27/9, § 4 evenals met de resultaten van de onder dit hoofdstuk voorziene advisering en openbare onderzoek(en). De bevoegde overheid wint in het kader van de vergunningsprocedure alleszins het advies in van de betrokken overheden en instanties, bedoeld in artikel 27/5, § 7.
   § 2. De betrokken overheden en instanties, bedoeld in artikel 27/5, § 7, verlenen in het kader van de vergunningsprocedure een advies over de vergunningsaanvraag in zijn geheel, met inbegrip van het milieueffectbeoordelingsrapport. Zij verlenen hun advies binnen een termijn die niet korter mag zijn dan de duurtijd van het openbaar onderzoek. Bij gebrek aan een advies binnen deze termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
   De Koning bepaalt de nadere regels inzake de advisering, bedoeld in het eerste lid.
   § 3. De vergunning vermeldt desgevallend de in acht te nemen monitoringsmaatregelen.
   De Koning bepaalt de nadere regels inzake monitoring.]1

  
Art. 27/7. [1 § 1er. L'autorité compétente pour l'octroi des autorisations tient compte, de manière motivée, des résultats de l'évaluation des incidences sur l'environnement, des informations complémentaires visées à l'article 27/9, § 4, et des résultats de la consultation et de(s) l'enquête(s) publique(s) prévue(s) au présent chapitre. Dans le cadre de la procédure d'autorisation, l'autorité compétente recueille en tout cas l'avis des autorités et instances concernées visées à l'article 27/5, § 7.
   § 2. Dans le cadre de la procédure d'autorisation, les autorités et instances concernées visées à l'article 27/5, § 7, émettent un avis sur la demande d'autorisation dans son intégralité, en ce compris sur le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement. Elles émettent leur avis dans un délai qui ne peut être inférieur à la durée de l'enquête publique. Lorsqu'aucun avis n'est remis dans ce délai, on peut passer outre à la condition de consultation.
   Le Roi fixe les modalités de la consultation visée à l'alinéa 1er.
   § 3. L'autorisation mentionne, le cas échéant, les mesures de suivi à prendre en compte.
   Le Roi fixe les modalités de suivi.]1

  
Art. 27/8. [1 § 1. Het Agentschap kan in uitzonderlijke gevallen en op met redenen omkleed verzoek van de opdrachtgever voor een bepaald project een vrijstelling verlenen van de bepalingen inzake de milieueffectbeoordeling indien de toepassing van deze bepalingen negatieve gevolgen zou hebben voor het doel van het project, mits aan de doelstellingen van de milieueffectbeoordeling wordt voldaan. In dit geval:
   a) gaat het Agentschap na of er geen andere vorm van beoordeling geschikt is;
   b) stelt het Agentschap, onverminderd artikel 2bis, de gegevens die zijn verzameld door andere vormen van beoordeling zoals bedoeld onder a), alsmede de gegevens over en de redenen van de vrijstelling ter beschikking van het publiek.
   De Koning bepaalt de inhoud van het met redenen omklede verzoek, bedoeld in het eerste lid.
   § 2. In andere gevallen dan dewelke bedoeld in § 1, kan het Agentschap een project of een onderdeel ervan, op met redenen omkleed verzoek van de opdrachtgever, vrijstellen van de bepalingen inzake de milieueffectbeoordeling op voorwaarde dat dit project of de onderdelen ervan uitsluitend de respons op civiele noodsituaties of defensie tot doel hebben en het Agentschap oordeelt dat de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectbeoordeling nadelige gevolgen zou hebben voor het doel van het project.
   De Koning bepaalt de inhoud van het met redenen omklede verzoek, bedoeld in het eerste lid.
   § 3. De vrijstelling, bedoeld in §§ 1 en 2, wordt verleend voor een beperkte duur. Zij vervalt als het project niet wordt aangevangen binnen de termijn. Die termijn mag in geen geval langer zijn dan vier jaar.
   § 4. Het Agentschap kan aan de vrijstellingen, bedoeld in dit artikel, tevens voorwaarden verbinden. De vrijstellingsbeslissing wordt bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij het Agentschap en aan de opdrachtgever betekend.
   De opdrachtgever die een vrijstelling, bedoeld in dit artikel, bekomt, voegt de vrijstellingsbeslissing bij zijn vergunningsaanvraag.]1

  
Art. 27/8. [1 § 1er. Dans des cas exceptionnels et sur demande motivée du maître d'ouvrage, l'Agence peut exempter un projet spécifique des dispositions relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement, lorsque l'application desdites dispositions aurait un impact négatif sur la finalité du projet, pour autant que les objectifs de l'évaluation des incidences sur l'environnement soient atteints. Dans ce cas, l'Agence:
   a) examine si une autre forme d'évaluation conviendrait;
   b) met à la disposition du public, sans préjudice de l'article 2bis, les informations obtenues dans le cadre d'autres formes d'évaluation visées au point a), et les informations relatives à la décision d'accorder une exemption et les raisons pour lesquelles elle a été accordée.
   Le Roi fixe le contenu de la demande motivée visée à l'alinéa 1er.
   § 2. Dans les cas autres que ceux visés au § 1er, l'Agence peut, à la demande motivée du maître d'ouvrage, exempter un projet ou une partie de projet des dispositions relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement, à condition que ce projet ou ces parties de projet aient pour seul objet la réponse à des situations d'urgence à caractère civil ou la défense, et que l'Agence estime que l'application de ces dispositions relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement pourrait porter préjudice à l'objectif du projet.
   Le Roi fixe le contenu de la demande motivée visée à l'alinéa 1er.
   § 3. L'exemption visée aux §§ 1 et 2 est accordée pour une durée limitée. Elle devient caduque lorsque le projet n'est pas démarré endéans le délai. Ce délai ne peut en tout cas pas excéder quatre années.
   § 4. L'Agence peut en outre assortir les exemptions visées au présent article de conditions. La décision d'accorder une exemption est publiée, ouverte à la consultation auprès de l'Agence et notifiée au maître d'ouvrage.
   Le maître d'ouvrage qui obtient une exemption visée au présent article joint la décision d'accorder une exemption à sa demande d'autorisation.]1

  
Art. 27/9. [1 § 1. Het milieueffectbeoordelingsrapport, wordt opgemaakt door de personen die daartoe werden erkend door het Agentschap.
   § 2. De Koning stelt de criteria voor de erkenning vast.
  [2 De Koning bepaalt]2, na advies van het Agentschap, de procedure tot toekenning en intrekking van deze erkenningen en de regels die ertoe strekken om de objectiviteit te verzekeren van de erkende personen bij het vervullen van hun taken. De erkende personen mogen geen belang hebben bij het voorgenomen project of de alternatieven, noch betrokken worden bij de latere uitvoering van het project. Ze voeren hun opdracht volledig onafhankelijk uit.
   Iedere erkenning wordt verleend voor een duur van 5 jaar, die telkens hernieuwbaar is voor een maximum termijn van 5 jaar.
   § 3. Tijdens het opstellen van het milieueffectbeoordelingsrapport overleggen de personen bedoeld in § 1 met het Agentschap.
   § 4. Het Agentschap kan zowel de personen bedoeld in § 1 als de opdrachtgever verzoeken om aanvullende informatie die rechtstreeks ter zake doend is om te komen tot een gemotiveerde conclusie inzake de mogelijke aanzienlijke effecten van het project.]1

  
Art. 27/9. [1 § 1. Le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement est établi par les personnes agréées à cet effet par l'Agence.
   § 2. Le Roi fixe les critères d'agrément.
   [2 Le Roi détermine]2 sur avis de l'Agence, la procédure d'octroi et de retrait de ces agréments, ainsi que les règles visant à garantir l'objectivité des personnes agréées lors de l'accomplissement de leurs tâches. Les personnes agréées ne peuvent avoir aucun intérêt dans le projet envisagé ou ses alternatives, ni être directement impliquées dans l'exécution ultérieure du projet. Elles exercent leur mission en toute indépendance.
   Tout agrément est octroyé pour une durée de 5 ans, chaque fois renouvelable d'une durée maximale de 5 ans.
   § 3. Lors de l'établissement du rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement, les personnes visées au § 1er se concertent avec l'Agence.
   § 4. L'Agence peut demander aux personnes visées au § 1er et au maître d'ouvrage des informations complémentaires qui sont directement utiles à l'élaboration de la conclusion motivée sur les incidences notables potentielles du projet.]1

  
Art. 27/10. [1 § 1. De Koning stelt de nadere regels vast in verband met de procedure, de inhoud, de voorwaarden en de vorm waaraan de in dit hoofdstuk bedoelde milieueffectbeoordelingsrapport en milieueffectbeoordeling dienen te voldoen.
   § 2. De Koning bepaalt welke vergoedingen de opdrachtgever dient te betalen om de kosten van de in dit hoofdstuk vereiste onderzoeken en de administratieve kosten te dekken.]1

  
Art. 27/10. [1 § 1. Le Roi établit les règles relatives à la procédure, au contenu, aux conditions et à la forme auxquels doivent se conformer le rapport d'évaluation des incidences sur l'environnement et l'évaluation des incidences visés au présent chapitre.
   § 2. Le Roi fixe les indemnités dont doit s'acquitter le maître d'ouvrage pour couvrir les frais des recherches prévues au présent chapitre et les coûts administratifs.]1

  
Art. 27/11. [1 Het Agentschap ontvangt dossiers betreffende de projecten met mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende effecten op radiologisch vlak voor België vanwege een lidstaat van de Europese Unie of een verdragspartij bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband ondertekend te Espoo op 25 februari 1991.
   Het Agentschap stelt de in het eerste lid bedoelde dossiers ter beschikking op zijn website indien ze gevolgen kunnen hebben op het vlak van nucleaire veiligheid, nucleaire beveiliging en stralingsbescherming. Het betrokken publiek heeft de mogelijkheid om eventuele opmerkingen te formuleren op deze dossiers via de contactgegevens van de lidstaat bedoeld in het eerste lid, die tevens op de website worden vermeld.]1

  
Art. 27/11. [1 L'Agence réceptionne les dossiers concernant les projets d'un Etat membre de l'Union européenne ou d'une partie contractante à la Convention sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement au niveau radiologique dans un contexte transfrontière signée à Espoo le 25 février 1991 qui sont susceptibles d'avoir des incidences transfrontalières notables au niveau radiologique pour la Belgique.
   L'Agence publie sur son site web les dossiers visés à l'alinéa 1er lorsque ceux-ci sont susceptibles d'impacter la sûreté nucléaire, la sécurité nucléaire et la radioprotection. Le public concerné a la possibilité de formuler d'éventuelles remarques sur ces dossiers en utilisant les données de contact de l'Etat membre visé à l'alinéa 1er, qui sont également renseignées sur le site web.]1

  
HOOFDSTUK IV. [1 - De organisatie van de fysische controle]1
CHAPITRE IV. [1 - L'organisation du contrôle physique]1
Art. 28. [1 § 1. De vergunninghouder is onder alle omstandigheden verantwoordelijk voor de bescherming van de werknemers, de bevolking en het leefmilieu tegen de gevaren of gezondheidsnadelen die kunnen voortvloeien uit de uitoefening van zijn handeling. Deze verantwoordelijkheid kan niet worden gedelegeerd.
   § 2. Iedere vergunninghouder moet een dienst voor fysische controle aanstellen voor de handeling waarvoor hij verantwoordelijk is.
   De opdrachten toegewezen aan de dienst voor fysische controle doen geen afbreuk aan het gezag en de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder.
   § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden en de regels volgens welke aan meerdere vergunninghouders toegestaan kan worden een gemeenschappelijke dienst voor fysische controle op te richten.]1

  
Art. 28. [1 § 1er. Le détenteur d'autorisation est responsable, en toutes circonstances, d'assurer la protection des travailleurs, de la population et de l'environnement contre les risques ou les inconvénients sanitaires qui pourraient découler de l'exercice de sa pratique. Cette responsabilité ne peut être déléguée.
   § 2. Chaque détenteur d'autorisation est tenu de charger un service du contrôle physique pour la pratique dont il est responsable.
   Les missions attribuées au service de contrôle physique ne préjudicient en rien à l'autorité et aux responsabilités du détenteur d'autorisation.
   § 3. Le Roi détermine les conditions et règles selon lesquelles plusieurs détenteurs d'autorisation peuvent être autorisés à créer un service de contrôle physique commun.]1

  
Art. 29. [1 § 1. De Koning bepaalt :
   - de regels betreffende de opdrachten, de werking, de organisatie en de samenstelling van de dienst voor fysische controle alsook de vereiste bekwaamheden en opleidingen van de leden die er deel van uitmaken;
   - de regels betreffende de minimale werkingsmiddelen waarover de dienst voor fysische controle moet beschikken;
   - de voorwaarden waaraan de persoon die de functie van hoofd van de dienst fysische controle uitoefent, moet voldoen, alsook :
   1° de bijzondere beschermingsmaatregelen die op hem/haar van toepassing zijn teneinde de onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever en de werknemers te vrijwaren, in het kader van de uitoefening van zijn/haar functie;
   2°de nadere regels waaronder een einde kan gesteld worden aan zijn/haar functie.
   § 2. De Koning bepaalt de aard van de opdrachten van fysische controle waarvoor de tussenkomst van een krachtens artikel 30 erkende deskundige vereist is.
   § 3. Voor sommige handelingen met een beperkt veiligheidsrisico die door de Koning worden bepaald, kan de vergunninghouder, onder zijn verantwoordelijkheid, de uitvoering van de in § 2 bedoelde opdrachten voor fysische controle, toevertrouwen aan een deskundige van een instelling voor fysische controle, die daartoe krachtens artikel 29bis is erkend.
   § 4. De vergunninghouder verzekert de coördinatie tussen de dienst voor fysische controle en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, opgericht krachtens de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Het hoofd van de dienst voor fysische controle coördineert zijn optreden met de bevoegde preventieadviseur en de erkende arbeidsgeneesheer van de vergunninghouder. De Koning kan maatregelen vaststellen om de samenwerking tussen alle betrokkenen te bevorderen.
   § 5. Het Agentschap houdt toezicht op de wijze waarop de dienst voor fysische controle zijn opdracht uitvoert. Het keurt de beslissingen van de dienst voor fysische controle goed in de door de Koning bepaalde gevallen.]1

  
Art. 29. [1 § 1er. Le Roi détermine :
   - les règles concernant les missions, le fonctionnement, l'organisation et la composition du service de contrôle physique ainsi que les qualifications et les formations requises de ceux qui en font partie;
   - les règles concernant les ressources minimales dont le service de contrôle physique doit disposer;
   - les conditions auxquelles la personne qui exerce la fonction de chef du service de contrôle physique doit satisfaire, ainsi que :
   1° les mesures de protection particulières qui lui sont d'application en vue de préserver son indépendance vis-à-vis de l'employeur et des travailleurs dans le cadre de l'exercice de sa fonction;
   2° les modalités par lesquelles il peut être mis fin à sa fonction.
   § 2. Le Roi détermine la nature des missions de contrôle physique qui requièrent l'intervention d'un expert agréé en vertu de l'article 30.
   § 3. Pour certaines pratiques présentant un risque limité en matière de sécurité que le Roi détermine, le détenteur d'autorisation peut confier, sous sa responsabilité, l'exécution des missions de contrôle physique visées au § 2 à un expert d'un organisme de contrôle physique agréé à cet effet en vertu de l'article 29bis.
   § 4. Le détenteur de l'autorisation assure la coordination entre le service de contrôle physique et le service interne pour la prévention et la protection au travail, créé en vertu de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail. Le chef du service de contrôle physique coordonne son intervention avec le conseiller en prévention compétent et le médecin du travail agréé du détenteur de l'autorisation. Le Roi peut fixer des mesures visant à promouvoir la collaboration entre tous les intéressés.
   § 5. L'Agence surveille la manière dont le service de contrôle physique exécute sa mission. Elle approuve les décisions du service de contrôle physique dans les cas qui sont déterminés par le Roi.]1

  
Art. 29bis. [1 § 1. De instellingen voor fysische controle worden erkend door het Agentschap. Iedere eerste erkenning wordt toegekend voor een duur van maximum zes jaar. Deze kan verlengd worden voor perioden van maximum zes jaar. De erkenning kan beperkt zijn tot bepaalde handelingen.
   De erkenning kan worden geschorst, opgeheven of ingetrokken door het Agentschap.
   § 2. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder en de nadere regels volgens dewelke de in paragraaf 1 bedoelde erkenning wordt verleend, geschorst, opgeheven of ingetrokken.
   De Koning bepaalt tevens de verplichtingen en de onverenigbaarheden waaraan de instellingen voor fysische controle zijn onderworpen, alsook de werking ervan.
   § 3. Het Agentschap houdt toezicht op de werking van de instellingen voor fysische controle. De Koning bepaalt de nadere regels van dit toezicht.]1

  
Art. 29bis. [1 § 1er . Les organismes de contrôle physique sont agréés par l'Agence. Tout premier agrément est accordé pour une durée de six ans maximum. Il peut être prolongé pour des périodes n'excédant pas six ans. L'agrément peut être limité à certaines pratiques.
   L'agrément peut être suspendu, abrogé ou retiré par l'Agence.
   § 2. Le Roi fixe les conditions et les règles complémentaires par lesquelles l'agrément visé au paragraphe 1er est accordé, suspendu, abrogé ou retiré.
   Le Roi fixe les obligations et incompatibilités auxquelles doit satisfaire l'organisme de contrôle physique, ainsi que son fonctionnement.
   § 3. L'Agence surveille le fonctionnement des organismes de contrôle physique. Le Roi détermine les modalités de cette surveillance.]1

  
Art. 30. [1 § 1. De deskundige in de fysische controle wordt erkend door het Agentschap. Iedere eerste erkenning wordt toegekend voor een duur van maximum zes jaar. Deze kan verlengd worden voor perioden van maximum zes jaar. De erkenning kan beperkt zijn tot bepaalde handelingen.
   De erkenning kan worden geschorst, opgeheven of ingetrokken door het Agentschap.
   § 2. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder en de nadere regels volgens dewelke de in paragraaf 1 bedoelde erkenning wordt verleend, geschorst, opgeheven of ingetrokken.]1

  
Art. 30. [1 § 1er. L'expert en contrôle physique est agréé par l'Agence. Tout premier agrément est accordé pour une durée de six ans maximum. Il peut être prolongé pour des périodes n'excédant pas six ans. L'agrément peut être limité à certaines pratiques.
   L'agrément peut être suspendu, abrogé ou retiré par l'Agence.
   § 2. Le Roi fixe les conditions et les règles complémentaires par lesquelles l'agrément visé au paragraphe 1er est accordé, suspendu, abrogé ou retiré.]1

  
HOOFDSTUK V. - Middelen, begroting, rekeningen.
CHAPITRE V. - Des ressources, du budget et des comptes.
Art. 30bis. <INGEVOEGD bij W 2007-05-15/41, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-2001> § 1. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen, worden als volgt vastgesteld :
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-06-2007, p. 31208-31209).
  § 2. Deze heffingen zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend voor een periode van één jaar of meer.
  § 3. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsbevel aan elke heffingsplichtige, dat het te betalen bedrag van de heffing vermeldt. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsbevel vermelde rekeningnummer van het Agentschap binnen twee maanden na de ontvangstdatum.
  Heffingen die niet zijn betaald binnen de in het eerste lid bepaalde termijn worden ambtshalve met 25 % verhoogd. De heffingsplichtigen ontvangen hiertoe een aanmaning van het Agentschap.
  Heffingen die niet zijn betaald binnen de vier maanden na de ontvangst van het betalingsbevel bedoeld in het eerste lid, worden ambtshalve met 50 % verhoogd. De heffingsplichtigen ontvangen hiertoe een tweede aanmaning van het Agentschap.
  § 4. De heffingen verschuldigd bij deze wet kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd. De dwangbevelen worden bij deurwaardersexploot betekend.
  § 5. De Koning wijst de personen aan die de dwangbevelen uitsturen, uitvaardigen en uitvoerbaar maken.
Art. 30bis. § 1er. Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge des détenteurs des autorisations et agréments sont fixés comme suit :
  (Tableau non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 08-06-2007, p. 31207-31208).
  § 2. Ces taxes sont dues par chaque établissement autorisé le 1er janvier de l'année budgétaire, pour chaque pratique faisant l'objet d'une autorisation au 1er janvier de l'année budgétaire et dont la durée de validité est un an ou plus, ainsi que pour chaque personne ou établissement agréé au 1er janvier de cette année et dont la durée de validité est un an ou plus.
  § 3. Au cours du premier trimestre de chaque année budgétaire, l'Agence envoie à chaque redevable un ordre de paiement indiquant le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe annuelle à payer doit être payé au numéro de compte de l'Agence renseigné sur l'ordre de paiement dans les deux mois suivant la date de réception.
  Les taxes qui n'ont pas été payées dans le délai visé au premier alinéa sont majorées d'office de 25 %. Les redevables reçoivent à cet effet une mise en demeure de l'Agence.
  Les taxes qui n'ont pas été payées dans les quatre mois suivant la réception de l'ordre de payement visé au premier alinéa sont majorées d'office de 50 %. Les redevables reçoivent à cet effet une deuxième mise en demeure de l'Agence.
  § 4. Les taxes dues en vertu de la présente loi peuvent être récupérées par voie de contrainte. Les contraintes sont signifiées par exploit d'huissier.
  § 5. Le Roi désigne les personnes chargées d'envoyer, de décerner et de rendre exécutoire les contraintes.
Art. 30bis/1. <INGEVOEGD bij W 2008-12-22/32, art. 271; Inwerkingtreding : 01-01-2009> § 1. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
Art. 30bis/1. § 1er. Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge des détenteurs d'autorisations et d'agréments et des personnes enregistrées sont fixés comme suit :
Omschrijving van deJaarJaarJaarJaarJaarvanaf het heffingsjaar
vergunde inrichting,200920102011201220132014
de vergunde of    [1 ....]1[1 ....]1
geregistreerde      
activiteit of de      
erkende persoon of      
diensten      
Kernreactoren voor2 5612 6122 6642 717  
elektriciteits-      
productie, per      
megawatt      
geinstalleerd      
vermogen      
Kernreactoren voor5 0005 1005 2025 306  
onderzoek met een      
thermisch vermogen      
van maximaal      
5 megawatt      
Inrichtingen van25 60526 11726 64027 172  
klasse 1, andere      
dan kernreactoren      
voor      
elektriciteits-      
productie en      
onderzoeksreactoren      
Kernreactoren voor25 60526 11726 64027 172  
onderzoek met een      
thermisch vermogen      
groter dan      
5 megawatt      
Ontmanteling van300 000306 000312 120318 362  
kernreactoren voor      
elektriciteits-      
productie      
Ontmanteling van12 80313 05913 32013 586  
kernreactoren voor      
onderzoek met een      
vermogen groter      
dan 5 megawatt.      
Ontmanteling van12 80313 05913 32013 586  
inrichtingen van      
klasse 1, andere      
dan kernreactoren      
voor      
elektriciteits-      
productie en      
onderzoeksreactoren      
Ontmanteling van2 5002 5502 6012 653  
kernreactoren voor      
onderzoek met een      
vermogen van      
maximaal 5 megawatt      
Inrichtingen voor10 00010 20010 40410 612  
het winnen en de      
conditionering van      
isotopen uit      
bestraalde      
splijtstof, voor      
zover zij niet      
onder klasse 1      
vallen      
Ontmanteling van de5 0005 1005 2025 306  
inrichtingen voor      
het winnen en de      
conditionering van      
isotopen uit      
bestraalde      
splijtstof, voor      
zover zij niet      
onder klasse 1      
vallen.      
Inrichtingen met een5 0005 1005 2025 306  
of meerdere      
deeltjesversnellers      
met uitzondering      
van versnellers      
voor de      
rechtstreekse      
behandeling van      
patienten      
Ontmanteling van2 5002 5502 6012 653  
inrichtingen met      
een of meerdere      
deeltjesversnellers      
met uitzondering      
van versnellers      
voor de      
rechtstreekse      
behandeling van      
patienten      
Inrichting met een5 0005 1005 2025 306  
vergunde activiteit      
van hoger dan      
1 000 TBq      
Ontmanteling van een2 5002 5502 6012 653  
inrichting met een      
vergunde activiteit      
van hoger dan      
1 000 TBq      
Inrichting van1 6001 6321 6651 698  
klasse 2 bestaande      
uit een of meerdere      
deeltjesversnellers      
voor de      
rechtstreekse      
bestraling van      
patienten      
Inrichtingen van1 6001 6321 6651 698  
klasse 2, andere      
dan deze bestaande      
uit een of meerdere      
deeltjesversnellers      
voor de      
rechtstreekse      
bestraling van      
patienten      
Inrichtingen van949698100  
klasse 3 bestaande      
uit een of meerdere      
RX-toestellen      
Inrichtingen van189193196200  
klasse 3, andere      
dan inrichtingen met      
een of meerdere      
RX-toestellen      
Beroepsactiviteiten604653666679  
waarbij natuurlijke      
stralingsbronnen      
aangewend worden en      
die door het      
Agentschap vergund      
zijn.      
Gebruik, buiten een200204208212  
vergunde      
inrichting, van      
bronnen van      
ioniserende      
stralingen die geen      
radioactieve      
stoffen bevatten.      
Geregistreerde480490499509  
invoerders die      
enkel radioactieve      
stoffen invoeren      
bestemd voor eigen      
gebruik      
Geregistreerde9609799991 019  
invoerders die      
radioactieve      
stoffen invoeren      
bestemd voor      
verdere verdeling      
Vervoerders van1 9201 9591 9982 038  
radioactieve      
stoffen, houders      
van een of meerdere      
algemene      
vervoervergunningen      
(het specifieke      
vervoer van      
ontmantelde      
bliksemafleiders      
uitgezonderd)      
Vervoerders van1 2801 3061 3321 359  
radioactieve      
stoffen, voor elke      
speciale      
vervoervergunning      
Houders van een3 2013 2653 3303 397  
vergunning voor      
het in de handel      
brengen van      
radioactieve      
producten bestemd      
voor in vivo      
gebruik of voor      
therapie in de      
geneeskunde of      
de diergeneeskunde      
Houders van een1 0671 0881 1101 132  
vergunning voor het      
in de handel      
brengen van      
radioactieve      
producten bestemd      
voor in vitro      
gebruik in de      
geneeskunde of de      
diergeneeskunde      
Voertuigen en32 00732 64733 30033 966  
vaartuigen met      
kernaandrijving      
(1)<Geschrapt door W 2012-03-29/08, art. 33, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>
Omschrijving van deJaarJaarJaarJaarJaarvanaf het heffingsjaarvergunde inrichting,200920102011201220132014de vergunde of[1 ....]1[1 ....]1geregistreerdeactiviteit of deerkende persoon ofdienstenKernreactoren voor2 5612 6122 6642 717elektriciteits-productie, permegawattgeinstalleerdvermogenKernreactoren voor5 0005 1005 2025 306onderzoek met eenthermisch vermogenvan maximaal5 megawattInrichtingen van25 60526 11726 64027 172klasse 1, anderedan kernreactorenvoorelektriciteits-productie enonderzoeksreactorenKernreactoren voor25 60526 11726 64027 172onderzoek met eenthermisch vermogengroter dan5 megawattOntmanteling van300 000306 000312 120318 362kernreactoren voorelektriciteits-productieOntmanteling van12 80313 05913 32013 586kernreactoren vooronderzoek met eenvermogen groterdan 5 megawatt.Ontmanteling van12 80313 05913 32013 586inrichtingen vanklasse 1, anderedan kernreactorenvoorelektriciteits-productie enonderzoeksreactorenOntmanteling van2 5002 5502 6012 653kernreactoren vooronderzoek met eenvermogen vanmaximaal 5 megawattInrichtingen voor10 00010 20010 40410 612het winnen en deconditionering vanisotopen uitbestraaldesplijtstof, voorzover zij nietonder klasse 1vallenOntmanteling van de5 0005 1005 2025 306inrichtingen voorhet winnen en deconditionering vanisotopen uitbestraaldesplijtstof, voorzover zij nietonder klasse 1vallen.Inrichtingen met een5 0005 1005 2025 306of meerderedeeltjesversnellersmet uitzonderingvan versnellersvoor derechtstreeksebehandeling vanpatientenOntmanteling van2 5002 5502 6012 653inrichtingen meteen of meerderedeeltjesversnellersmet uitzonderingvan versnellersvoor derechtstreeksebehandeling vanpatientenInrichting met een5 0005 1005 2025 306vergunde activiteitvan hoger dan1 000 TBqOntmanteling van een2 5002 5502 6012 653inrichting met eenvergunde activiteitvan hoger dan1 000 TBqInrichting van1 6001 6321 6651 698klasse 2 bestaandeuit een of meerderedeeltjesversnellersvoor derechtstreeksebestraling vanpatientenInrichtingen van1 6001 6321 6651 698klasse 2, anderedan deze bestaandeuit een of meerderedeeltjesversnellersvoor derechtstreeksebestraling vanpatientenInrichtingen van949698100klasse 3 bestaandeuit een of meerdereRX-toestellenInrichtingen van189193196200klasse 3, anderedan inrichtingen meteen of meerdereRX-toestellenBeroepsactiviteiten604653666679waarbij natuurlijkestralingsbronnenaangewend worden endie door hetAgentschap vergundzijn.Gebruik, buiten een200204208212vergundeinrichting, vanbronnen vanioniserendestralingen die geenradioactievestoffen bevatten.Geregistreerde480490499509invoerders dieenkel radioactievestoffen invoerenbestemd voor eigengebruikGeregistreerde9609799991 019invoerders dieradioactievestoffen invoerenbestemd voorverdere verdelingVervoerders van1 9201 9591 9982 038radioactievestoffen, houdersvan een of meerderealgemenevervoervergunningen(het specifiekevervoer vanontmanteldebliksemafleidersuitgezonderd)Vervoerders van1 2801 3061 3321 359radioactievestoffen, voor elkespecialevervoervergunningHouders van een3 2013 2653 3303 397vergunning voorhet in de handelbrengen vanradioactieveproducten bestemdvoor in vivogebruik of voortherapie in degeneeskunde ofde diergeneeskundeHouders van een1 0671 0881 1101 132vergunning voor hetin de handelbrengen vanradioactieveproducten bestemdvoor in vitrogebruik in degeneeskunde of dediergeneeskundeVoertuigen en32 00732 64733 30033 966vaartuigen metkernaandrijving(1)
Description deAnnéeAnnéeAnnéeAnnéeAnnéeAnnée
l`établissement20092010201120122013à partir de 2014
autorisé, de    [1 ...]1[1 ...]1
l`activité      
autorisée ou      
enregistrée ou des      
personnes ou      
services agréés      
Réacteurs nucléaires2 5612 6122 6642 717  
destinés a la      
production d`énergie      
électrique, par      
mégawatt de      
puissance installée      
Réacteurs nucléaires5 0005 1005 2025 306  
destinés à la      
recherche dont la      
puissance thermique      
ne dépasse pas      
5 mégawatt      
Etablissements de25 60526 11726 64027 172  
classe 1, autres      
que les réacteurs      
nucléaires destinés      
à la production      
d`énergie      
électrique et à      
la recherche      
Réacteurs nucléaires25 60526 11726 64027 172  
destinés à la      
recherche dont la      
puissance thermique      
dépasse 5 mégawatt      
Demantèlement des300 000306 000312 120318 362  
réacteurs      
nucléaires destinés      
à la production      
d`énergie      
électrique      
Démantèlement des12 80313 05913 32013 586  
réacteurs      
nucléaires destinés      
à la recherche dont      
la puissance      
thermique dépasse      
5 mégawatt      
Démantèlement des12 80313 05913 32013 586  
établissements de      
classe 1, autres      
que les réacteurs      
nucléaires destinés      
à la production      
d`énergie      
électrique et à      
la recherche      
Démantèlement des2 5002 5502 6012 653  
réacteurs      
nucléaires destinés      
à la recherche dont      
la puissance      
thermique ne      
dépasse pas      
5 mégawatt      
Etablissements pour10 00010 20010 40410 612  
l`extraction et le      
conditionnement      
d`isotopes du      
combustible usé,      
qui ne relèvent pas      
de la classe 1      
Demantèlement5 0005 1005 2025 306  
d`établissements      
pour l`extraction      
et le      
conditionnement      
d`isotopes du      
combustible usé,      
qui ne relèvent      
pas de la classe 1      
Etablissements dotés5 0005 1005 2025 306  
d`un ou plusieurs      
accélérateurs de      
particules, à      
l`exception des      
accélérateurs      
destinés au      
traitement direct      
de patients      
Démantèlement2 5002 5502 6012 653  
d`établissements      
dotés d`un ou      
plusieurs      
accélérateurs de      
particules, aà      
l`exception des      
accélérateurs      
destinés au      
traitement direct      
de patients      
Etablissement dont5 0005 1005 2025 306  
l`activité      
autorisée est      
supérieure à      
1 000 TBq      
Demantèlement d`un2 5002 5502 6012 653  
établissement dont      
l`activité      
autorisée est      
supérieure à      
1 000 TBq      
Etablissement de1 6001 6321 6651 698  
classe 2 composé      
d`un ou plusieurs      
accélérateurs de      
particules destinés      
au traitement      
direct de patients      
Etablissements de1 6001 6321 6651 698  
classe 2 autres      
que ceux composés      
d`un ou plusieurs      
accélérateurs de      
particules destinés      
au traitement      
direct de patient      
Etablissements de949698100  
classe 3 composés      
d`un ou plusieurs      
appareils à      
rayonnement X      
Etablissements de189193196200  
classe 3 autre que      
les établissements      
dotés d`un ou      
plusieurs appareils      
à rayonnement X      
Activités604653666679  
professionnelles      
mettant en jeu des      
sources naturelles      
de rayonnement et      
autorisées par      
l`Agence      
Utilisation, en200204208212  
dehors d`un      
établissement      
autorisé, de      
sources de      
rayonnements      
ionisants qui ne      
contiennent pas de      
substances      
radioactives      
Importateurs480490499509  
enregistrés qui      
importent      
uniquement des      
substances      
radioactives      
destinées a      
leur propre usage      
Importateurs9609799991 019  
enregistrés qui      
importent des      
substances      
radioactives      
destinéees à etre      
redistribuées      
Transporteurs de1 9201 9591 9982 038  
substances      
radioactives,      
détenteurs d`une      
ou plusieurs      
autorisations      
générales de      
transport (à      
l`exception du      
transport      
spécifique de      
paratonnerres      
démantelés)      
Transporteurs de1 2801 3061 3321 359  
substances      
radioactives, pour      
toute autorisation      
spéciale de      
transport      
Détenteurs d`une3 2013 2653 3303 397  
autorisation      
pour la      
commercialisation      
de produits      
radioactifs      
destinés à un usage      
in vivo ou a la      
thérapie en      
médecine humaine ou      
vétérinaire      
Détenteurs d`une1 0671 0881 1101 132  
autorisation      
pour la      
commercialisation      
de produits      
radioactifs destinés      
à un usage in      
vitro en médecine      
humaine ou      
vétérinaire      
Véhicules et navires32 00732 64733 30033 966  
à propulsion      
nucléaire      
(1)<Supprimée par L 2012-03-29/08, art. 33, 019; En vigueur : 01-04-2012>
Description deAnnéeAnnéeAnnéeAnnéeAnnéeAnnéel`établissement20092010201120122013à partir de 2014autorisé, de[1 ...]1[1 ...]1l`activitéautorisée ouenregistrée ou despersonnes ouservices agréésRéacteurs nucléaires2 5612 6122 6642 717destinés a laproduction d`énergieélectrique, parmégawatt depuissance installéeRéacteurs nucléaires5 0005 1005 2025 306destinés à larecherche dont lapuissance thermiquene dépasse pas5 mégawattEtablissements de25 60526 11726 64027 172classe 1, autresque les réacteursnucléaires destinésà la productiond`énergieélectrique et àla rechercheRéacteurs nucléaires25 60526 11726 64027 172destinés à larecherche dont lapuissance thermiquedépasse 5 mégawattDemantèlement des300 000306 000312 120318 362réacteursnucléaires destinésà la productiond`énergieélectriqueDémantèlement des12 80313 05913 32013 586réacteursnucléaires destinésà la recherche dontla puissancethermique dépasse5 mégawattDémantèlement des12 80313 05913 32013 586établissements declasse 1, autresque les réacteursnucléaires destinésà la productiond`énergieélectrique et àla rechercheDémantèlement des2 5002 5502 6012 653réacteursnucléaires destinésà la recherche dontla puissancethermique nedépasse pas5 mégawattEtablissements pour10 00010 20010 40410 612l`extraction et leconditionnementd`isotopes ducombustible usé,qui ne relèvent pasde la classe 1Demantèlement5 0005 1005 2025 306d`établissementspour l`extractionet leconditionnementd`isotopes ducombustible usé,qui ne relèventpas de la classe 1Etablissements dotés5 0005 1005 2025 306d`un ou plusieursaccélérateurs departicules, àl`exception desaccélérateursdestinés autraitement directde patientsDémantèlement2 5002 5502 6012 653d`établissementsdotés d`un ouplusieursaccélérateurs departicules, aàl`exception desaccélérateursdestinés autraitement directde patientsEtablissement dont5 0005 1005 2025 306l`activitéautorisée estsupérieure à1 000 TBqDemantèlement d`un2 5002 5502 6012 653établissement dontl`activitéautorisée estsupérieure à1 000 TBqEtablissement de1 6001 6321 6651 698classe 2 composéd`un ou plusieursaccélérateurs departicules destinésau traitementdirect de patientsEtablissements de1 6001 6321 6651 698classe 2 autresque ceux composésd`un ou plusieursaccélérateurs departicules destinésau traitementdirect de patientEtablissements de949698100classe 3 composésd`un ou plusieursappareils àrayonnement XEtablissements de189193196200classe 3 autre queles établissementsdotés d`un ouplusieurs appareilsà rayonnement XActivités604653666679professionnellesmettant en jeu dessources naturellesde rayonnement etautorisées parl`AgenceUtilisation, en200204208212dehors d`unétablissementautorisé, desources derayonnementsionisants qui necontiennent pas desubstancesradioactivesImportateurs480490499509enregistrés quiimportentuniquement dessubstancesradioactivesdestinées aleur propre usageImportateurs9609799991 019enregistrés quiimportent dessubstancesradioactivesdestinéees à etreredistribuéesTransporteurs de1 9201 9591 9982 038substancesradioactives,détenteurs d`uneou plusieursautorisationsgénérales detransport (àl`exception dutransportspécifique deparatonnerresdémantelés)Transporteurs de1 2801 3061 3321 359substancesradioactives, pourtoute autorisationspéciale detransportDétenteurs d`une3 2013 2653 3303 397autorisationpour lacommercialisationde produitsradioactifsdestinés à un usagein vivo ou a lathérapie enmédecine humaine ouvétérinaireDétenteurs d`une1 0671 0881 1101 132autorisationpour lacommercialisationde produitsradioactifs destinésà un usage invitro en médecinehumaine ouvétérinaireVéhicules et navires32 00732 64733 30033 966à propulsionnucléaire(1)
  § 2. De heffingen bedoeld in § 1 [3 en artikel 30bis/2]3 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend of geregistreerd voor een periode van één jaar of meer.
  § 3. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS), worden als volgt vastgesteld :
  § 2. Les taxes visées au § 1er [3 et à l'article 30bis/2]3 sont dues par chaque établissement autorisé le 1er janvier de l'année budgétaire, pour chaque pratique faisant l'objet d'une autorisation au 1er janvier de l'année budgétaire et dont la durée de validité est un an ou plus, ainsi que pour chaque personne ou établissement agréé ou enregistré au 1er janvier de cette année pour un an ou plus.
  § 3. Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge de l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF) sont fixés comme suit :
InstellingProjectJaarJaarJaar
  200920102011
NIRASBerging van het afval1 150 0001 173 0001 196 460
 categorie A   
NIRASOnderzoeks- en1 020 0001 040 4001 061 208
 ontwikkelingsprogramma   
 met het oog op de   
 berging van afval van   
 de categorieen B en C.  
InstellingProjectJaarJaarJaar200920102011NIRASBerging van het afval1 150 0001 173 0001 196 460categorie ANIRASOnderzoeks- en1 020 0001 040 4001 061 208ontwikkelingsprogrammamet het oog op deberging van afval vande categorieen B en C.
OrganismeProjetAnnéeAnnéeAnnée
  200920102011
ONDRAFDépôt définitif1 150 0001 173 0001 196 460
 des déchets de   
 catégorie A   
ONDRAFProgramme de recherche1 020 0001 040 4001 061 208
 et de développement en   
 vue de la mise en depot   
 des déchets de   
 categories B et C  
OrganismeProjetAnnéeAnnéeAnnée200920102011ONDRAFDépôt définitif1 150 0001 173 0001 196 460des déchets decatégorie AONDRAFProgramme de recherche1 020 0001 040 4001 061 208et de développement envue de la mise en depotdes déchets decategories B et C
InstellingProjectJaarJaarBedrag van
  20122013toepassing
    vanaf het
    heffingsjaar
    2014.
NIRASBerging van het afval1 220 3891 244 7971 269 693
 categorie A   
NIRASOnderzoeks- en1 082 4321 104 0811 126 162
 ontwikkelingsprogramma   
 met het oog op de   
 berging van afval van   
 de categorieen B en C.  
InstellingProjectJaarJaarBedrag van20122013toepassingvanaf hetheffingsjaar2014.NIRASBerging van het afval1 220 3891 244 7971 269 693categorie ANIRASOnderzoeks- en1 082 4321 104 0811 126 162ontwikkelingsprogrammamet het oog op deberging van afval vande categorieen B en C.
OrganismeProjetAnneeAnnéeMontant
  20122013d`application
    a partir de
    l`année
    d`imposition
    2014
ONDRAFDepot definitif1 220 3891 244 7971 269 693
 des déchets de   
 categorie A   
ONDRAFProgramme de recherche1 082 4321 104 0811 126 162
 et de développement en   
 vue de la mise en dépôt   
 des déchets de   
 catégories B et C  
OrganismeProjetAnneeAnnéeMontant20122013d`applicationa partir del`annéed`imposition2014ONDRAFDepot definitif1 220 3891 244 7971 269 693des déchets decategorie AONDRAFProgramme de recherche1 082 4321 104 0811 126 162et de développement envue de la mise en dépôtdes déchets decatégories B et C
  Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren [1 in het kader van de in het eerste lid bedoelde projecten]1 in opdracht van NIRAS.
  Zodra NIRAS of diens gemachtigde een vergunning ontvangt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Ze zijn het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en worden ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van het uitreiken van de vergunning.
  [6 Met ingang van 2023 worden de in euro uitgedrukte bedragen, bepaald in het eerste lid, gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks geïndexeerd met 3 %.
   Zodra de vergunning is uitgereikt in het kader van de projecten bedoeld in deze paragraaf, is de jaarlijkse heffing zoals bepaald in artikel 30bis/4 verschuldigd.
   De jaarlijkse heffing die op grond van artikel 30bis/4 verschuldigd is voor de in deze paragraaf bedoelde projecten, is in het jaar waarin de vergunning wordt afgeleverd pro rata temporis verschuldigd voor het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van het uitreiken van de vergunning.]6

  [2 § 3bis. De bedragen van de jaarlijkse heffingen die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie, onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig § 1 en de artikelen 30bis/2 en 30bis/3 worden als volgt vastgesteld :
  Ces montants sont affectés aux prestations de services que l'Agence doit réaliser [1 relatifs aux projets visés à l'alinéa 1er]1 par l'ONDRAF.
  Dès que l'ONDRAF ou son délégué reçoit une autorisation, la taxe visée au présent paragraphe pour le projet en question cesse d'être due. Elles font l'objet d'un dégrèvement partiel et d'une restitution d'office pro rata temporis pour la partie de l'année budgétaire qui n'est pas encore écoulée au moment de l'octroi de l'autorisation.
  [6 A partir de 2023, les montants exprimés en euro qui sont fixés à l'alinéa 1er sont indexés chaque année de 3 % pendant une période de cinq ans.
   Dès que l'autorisation est délivrée dans le cadre des projets visés dans le présent paragraphe, la taxe annuelle est due comme le prévoit l'article 30bis/4.
   L'année au cours de laquelle l'autorisation est délivrée, la taxe annuelle due en vertu de l'article 30bis/4 pour les projets visés au présent paragraphe est à acquitter pro rata temporis pour la partie de l'année budgétaire qui n'est pas encore écoulée au moment de l'octroi de l'autorisation.]6

  [2 § 3bis. Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge du Centre d'Etude de l'Energie nucléaire, sans préjudice des montants dont cet exploitant est redevable conformément au § 1er et aux articles 30bis/2 et 30bis/3, sont fixés comme suit :
InstellingProjectJaar 2013Jaar 2014Jaar 2015
-----
EtablissementProjetAnnée 2013Année 2014Année 2015
Studiecentrum voor Kernenergie    
- Myrrha704 975719 075733 456
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire   
InstellingProjectJaar 2013Jaar 2014Jaar 2015

Änderungen

EtablissementProjetAnnée 2013Année 2014Année 2015Studiecentrum voor Kernenergie- Myrrha704 975719 075733 456Centre d'Etude de l'Energie nucléaire
InstellingProjectJaar 2013Jaar 2014Jaar 2015
-----
EtablissementProjetAnnée 2013Année 2014Année 2015
Studiecentrum voor Kernenergie    
-Myrrha704 975719 075733 456
Centre d`Etude de l`Energie nucléaire   
InstellingProjectJaar 2013Jaar 2014Jaar 2015

Änderungen

EtablissementProjetAnnée 2013Année 2014Année 2015Studiecentrum voor Kernenergie-Myrrha704 975719 075733 456Centre d`Etude de l`Energie nucléaire
  Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie.
   Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project bevestigt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging.]2
  § 4. [5 Om geheel of gedeeltelijk de bestuurs-, werkings-, studie- en investeringskosten te dekken, voortvloeiend uit het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied, wordt ten bate van de Staat een jaarlijkse heffing vastgesteld ten laste van de exploitanten van vermogensreactoren waarvan het bedrag voor het begrotingsjaar 2017 wordt vastgesteld als volgt :
  Ces montants sont affectés aux prestations de service que doit fournir l'Agence en faveur du Centre d'Etude de l'Energie nucléaire dans le cadre du projet Myrrha visé à l'alinéa 1er.
   Dès que le Roi confirme, conformément à l'article 16, § 2, l'autorisation qui a été délivrée au Centre d'Etude de l'Energie nucléaire ou à son délégué pour l'établissement qui fait l'objet de ce projet, la taxe visée au présent paragraphe pour le projet en question cesse d'être due. Le Centre d'Etude de l'Energie nucléaire ou son délégué fait l'objet d'un dégrèvement partiel et d'une restitution d'office pro rata temporis pour la partie de l'année budgétaire qui n'est pas encore écoulée au moment de l'entrée en vigueur de la confirmation.]2
  § 4. [5 Pour couvrir en tout ou en partie les frais d'administration, de fonctionnement, d'étude et d'investissement résultant du plan d'urgence nucléaire et radiologique pour le territoire belge, il est fixé au profit de l'Etat une taxe annuelle à charge des exploitants des réacteurs de puissance, dont le montant est fixé comme suit pour l'exercice budgétaire 2017 :
Réacteur de puissance Vermogensreactor
Doel 1 302 109,48 € Doel 1 302 109,48 €
Doel 2 302 109,48 € Doel 2 302 109,48 €
Doel 3 701 898,70 € Doel 3 701 898,70 €
Doel 4 724 923,21 € Doel 4 724 923,21 €
Tihange 1 671 199,35 € Tihange 1 671 199,35 €
Tihange 2 703 294,12 € Tihange 2 703 294,12 €
Tihange 3 729 667,65 € Tihange 3 729 667,65 €
Réacteur de puissance VermogensreactorDoel 1 302 109,48 € Doel 1 302 109,48 €Doel 2 302 109,48 € Doel 2 302 109,48 €Doel 3 701 898,70 € Doel 3 701 898,70 €Doel 4 724 923,21 € Doel 4 724 923,21 €Tihange 1 671 199,35 € Tihange 1 671 199,35 €Tihange 2 703 294,12 € Tihange 2 703 294,12 €Tihange 3 729 667,65 € Tihange 3 729 667,65 €
Vanaf het begrotingsjaar 2018 wordt, jaarlijks, in de loop van de maand mei, het bedrag van de heffing ten laste van de exploitanten van vermogensreactoren automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex volgens volgende formule :
   Heffing jaar X = [Heffing begrotingsjaar 2017 x gezondheidsindex januari X]/basisindex.
   De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand januari 2017 en de nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand januari die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de heffing.
   Deze heffing is verschuldigd vanaf het begrotingsjaar 2017 en wordt eenmaal per jaar geheven, in de loop van de maand mei.
   Deze heffing is niet langer verschuldigd voor een kernreactor voor elektriciteitsproductie waarvoor een vergunning tot ontmanteling is afgeleverd.
   Er wordt ten bate van de Staat een jaarlijkse heffing vastgesteld ten laste van exploitanten van kernreactoren voor elektriciteitsproductie waarvoor een vergunning tot ontmanteling is afgeleverd, tot de voltooiing van de ontmanteling van de betrokken reactoren.
   Het bedrag van deze heffing is gelijk aan dat van de heffing op vermogensreactoren, bepaald in het eerste lid. Eveneens is dezelfde indexatieformule van toepassing.
   De in het zesde lid bepaalde heffing is verschuldigd vanaf het jaar volgend op het afleveren van de vergunning tot ontmanteling.
   De heffing wordt vastgesteld in functie van de situatie tijdens het voorgaande jaar.
   Deze heffingen ten bate van de Staat worden gestort aan het Fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.]5
  § 5. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in de §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
  Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.
  Voor de heffing voorzien in § 4 verstuurt de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken een betalingsverzoek aan de heffingsplichtige. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer.
  
Réacteur de puissance Vermogensreactor
Doel 1 302 109,48 € Doel 1 302 109,48 €
Doel 2 302 109,48 € Doel 2 302 109,48 €
Doel 3 701 898,70 € Doel 3 701 898,70 €
Doel 4 724 923,21 € Doel 4 724 923,21 €
Tihange 1 671 199,35 € Tihange 1 671 199,35 €
Tihange 2 703 294,12 € Tihange 2 703 294,12 €
Tihange 3 729 667,65 € Tihange 3 729 667,65 €
Réacteur de puissance VermogensreactorDoel 1 302 109,48 € Doel 1 302 109,48 €Doel 2 302 109,48 € Doel 2 302 109,48 €Doel 3 701 898,70 € Doel 3 701 898,70 €Doel 4 724 923,21 € Doel 4 724 923,21 €Tihange 1 671 199,35 € Tihange 1 671 199,35 €Tihange 2 703 294,12 € Tihange 2 703 294,12 €Tihange 3 729 667,65 € Tihange 3 729 667,65 €
A partir de l'exercice budgétaire 2018, le montant de la taxe à charge des exploitants des réacteurs de puissance est revu automatiquement, chaque année, dans le courant du mois de mai, sur la base des fluctuations de l'indice de santé suivant la formule :
   Taxe année X = [Taxe de l'année budgétaire 2017 x indice de santé janvier X]/indice de base.
   L'indice de base est l'indice de santé qui était applicable au mois de janvier 2017 et le nouvel indice est l'indice de santé qui était applicable au cours du mois de janvier précédant la révision du montant de la taxe.
   La taxe est due à partir de l'exercice budgétaire 2017 et est prélevée une fois par an, dans le courant du mois de mai.
   Cette taxe cesse d'être due pour un réacteur nucléaire destiné à la production d'énergie électrique pour lequel un permis de démantèlement a été délivré.
   Il est fixé au profit de l'Etat une taxe annuelle à charge des exploitants des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique pour lesquels un permis de démantèlement a été délivré, jusqu'à l'achèvement du démantèlement des réacteurs concernés.
   Le montant de cette taxe est égal à celui de la taxe prévue à l'alinéa 1er sur les réacteurs de puissance. La même formule d'indexation est également d'application.
   La taxe prévue à l'alinéa 6 est due à partir de l'année suivant la délivrance du permis de démantèlement.
   Le prélèvement est établi en fonction de la situation durant l'année précédente.
   Ces taxes au profit de l'Etat sont versées au Fonds des risques d'accidents nucléaires du Service public fédéral Intérieur.]5
  § 5. Au cours du premier trimestre de chaque année budgétaire, l'Agence envoie à chaque redevable visé aux §§ 1er et 3 une demande de paiement. La demande de paiement indique le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe annuelle à payer doit être payé au numéro de compte de l'Agence renseigné sur la demande de paiement.
  Pour les taxes qui n'ont pas été payées avant la fin du mois suivant le mois de l'envoi de la demande de paiement, une mise en demeure est envoyée par l'Agence sous pli recommandé. Si le redevable ne donne pas suite à cette mise en demeure dans une période de 14 jours calendrier suivant la réception, la taxe est d'office majorée de 25 %.
  Pour la taxe visée au § 4, le Service public fédéral Intérieur envoie une demande de paiement au redevable. La demande de paiement mentionne le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe à payer annuellement doit être versé sur le numéro de compte renseigné sur la demande de paiement.
  
Art. 30bis/2. [1 De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en van geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
Art. 30bis/2. [1 Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge des détenteurs des autorisations et agréments et des personnes enregistrées sont fixés comme suit :
Jaar 2013Jaar 2014Jaar 2015[1 Jaar 2016]1Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten
    REACTOREN
3.1093.172--Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen
--1.636. 9341.669.673Vermogensreactor Doel 1
--1.636. 9341.669.673Vermogensreactor Doel 2
--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Doel 3
--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Doel 4
--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Tihange 1
--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Tihange 2
--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Tihange 3
6.0726.1936.4716.600Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
31.09431.71633.13933.801Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
364.304371.590388.256396.022Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie
15.54715.85816.56916.901Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
3.0363.0973.2363.301Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
    INRICHTINGEN VAN KLASSE I
31.09431.71633.13933.801Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
15.54715.85816.56916.901Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
    INRICHTINGEN VAN KLASSE II
11.36111.58812.10812.350Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop.
5.6805.7946.0546.175Ontmanteling van de inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop
5.6805.7946.0546.175Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de inrichtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest
1.8181.8551.9381.977Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten
5.6805.7946.0546.175Andere inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
2.8402.8973.0273.087Ontmanteling van inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
5.6805.7946.0546.175Inrichting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden in hun afscherming blijven
5.6805.7946.0546.175Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop in industriële hoeveelheden
1.8181.8551.9381.977Andere inrichtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld in deze tabel
    INRICHTINGEN VAN KLASSE III
107109114116Inrichtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen
214218228232Inrichtingen van klasse III, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX - toestellen
    MOBIELE INSTALLATIES
36.36337.09038.75439.529Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving
227232242247De mobiele installaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt
227232242247Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt.
    ACTIVITEITEN
727742775791Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn
545556581593Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik
1.0911.1131.1631.186Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling
2.1822.2252.3252.371Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd)
1.4551.4841.5511.582Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning
3.6363.7093.8753.953Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vivo gebruik of voor therapie in de geneeskunde of de diergeneeskunde
1.2121.2361.2911.317Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde
(1)<W 2017-12-13/15, art. 11, 026; Inwerkingtreding : 08-01-2018>
Jaar 2013Jaar 2014Jaar 2015[1 Jaar 2016]1Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of dienstenREACTOREN3.1093.172--Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen--1.636. 9341.669.673Vermogensreactor Doel 1--1.636. 9341.669.673Vermogensreactor Doel 2--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Doel 3--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Doel 4--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Tihange 1--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Tihange 2--3.273. 8683.339.346Vermogensreactor Tihange 36.0726.1936.4716.600Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt31.09431.71633.13933.801Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt364.304371.590388.256396.022Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie15.54715.85816.56916.901Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt3.0363.0973.2363.301Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawattINRICHTINGEN VAN KLASSE I31.09431.71633.13933.801Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren15.54715.85816.56916.901Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactorenINRICHTINGEN VAN KLASSE II11.36111.58812.10812.350Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop.5.6805.7946.0546.175Ontmanteling van de inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop5.6805.7946.0546.175Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de inrichtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest1.8181.8551.9381.977Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten5.6805.7946.0546.175Andere inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers2.8402.8973.0273.087Ontmanteling van inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers5.6805.7946.0546.175Inrichting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden in hun afscherming blijven5.6805.7946.0546.175Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop in industriële hoeveelheden1.8181.8551.9381.977Andere inrichtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld in deze tabelINRICHTINGEN VAN KLASSE III107109114116Inrichtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen214218228232Inrichtingen van klasse III, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX - toestellenMOBIELE INSTALLATIES36.36337.09038.75439.529Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving227232242247De mobiele installaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt227232242247Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt.ACTIVITEITEN727742775791Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn545556581593Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik1.0911.1131.1631.186Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling2.1822.2252.3252.371Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd)1.4551.4841.5511.582Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning3.6363.7093.8753.953Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vivo gebruik of voor therapie in de geneeskunde of de diergeneeskunde1.2121.2361.2911.317Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde(1)<W 2017-12-13/15, art. 11, 026; Inwerkingtreding : 08-01-2018>
]1
  
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréésAnnée 2013Année 2014Année 2015[1 Année 2016]1
REACTEURS
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée3.1093.172--
Réacteur de puissance Doel 1--1.636. 9341.669.673
Réacteur de puissance Doel 2--1.636. 9341.669.673
Réacteur de puissance Doel 3--3.273. 8683.339.346
Réacteur de puissance Doel 4--3.273. 8683.339.346
Réacteur de puissance Tihange 1--3.273. 8683.339.346
Réacteur de puissance Tihange 2--3.273. 8683.339.346
Réacteur de puissance Tihange 3--3.273. 8683.339.346
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt6.0726.1936.4716.600
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt31.09431.71633.13933.801
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique364.304371.590388.256396.022
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt15.54715.85816.56916.901
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt3.0363.0973.2363.301
ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche31.09431.71633.13933.801
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche15.54715.85816.56916.901
ETABLISSEMENTS DE CLASSE II
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente11.36111.58812.10812.350
Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente5.6805.7946.0546.175
Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs de particules sont produits et/ou testés5.6805.7946.0546.175
Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients1.8181.8551.9381.977
Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules5.6805.7946.0546.175
Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de parti cules2.8402.8973.0273.087
Etablissements de classe II où se trouvent des installations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances5.6805.7946.0546.175
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités industrielles5.6805.7946.0546.175
Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau1.8181.8551.9381.977
ETABLISSEMENTS DE CLASSE III
Etablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X107109114116
Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X214218228232
INSTALLATIONS MOBILES
Véhicules et navires à propulsion nucléaire36.36337.09038.75439.529
Les installations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV227232242247
Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV227232242247
ACTIVITES
Activités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence727742775791
Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage545556581593
Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées1.0911.1131.1631.186
Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés)2.1822.2252.3252.371
Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport1.4551.4841.5511.582
Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire3.6363.7093.8753.953
Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vitro en médecine humaine ou vétérinaire1.2121.2361.2911.317
(1)<L 2017-12-13/15, art. 11, 026; En vigueur : 08-01-2018>
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréésAnnée 2013Année 2014Année 2015[1 Année 2016]1REACTEURSRéacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée3.1093.172--Réacteur de puissance Doel 1--1.636. 9341.669.673Réacteur de puissance Doel 2--1.636. 9341.669.673Réacteur de puissance Doel 3--3.273. 8683.339.346Réacteur de puissance Doel 4--3.273. 8683.339.346Réacteur de puissance Tihange 1--3.273. 8683.339.346Réacteur de puissance Tihange 2--3.273. 8683.339.346Réacteur de puissance Tihange 3--3.273. 8683.339.346Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt6.0726.1936.4716.600Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt31.09431.71633.13933.801Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique364.304371.590388.256396.022Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt15.54715.85816.56916.901Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt3.0363.0973.2363.301ETABLISSEMENTS DE CLASSE IEtablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche31.09431.71633.13933.801Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche15.54715.85816.56916.901ETABLISSEMENTS DE CLASSE IIEtablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente11.36111.58812.10812.350Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente5.6805.7946.0546.175Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs de particules sont produits et/ou testés5.6805.7946.0546.175Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients1.8181.8551.9381.977Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules5.6805.7946.0546.175Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de parti cules2.8402.8973.0273.087Etablissements de classe II où se trouvent des installations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances5.6805.7946.0546.175Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités industrielles5.6805.7946.0546.175Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau1.8181.8551.9381.977ETABLISSEMENTS DE CLASSE IIIEtablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X107109114116Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X214218228232INSTALLATIONS MOBILESVéhicules et navires à propulsion nucléaire36.36337.09038.75439.529Les installations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV227232242247Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV227232242247ACTIVITESActivités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence727742775791Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage545556581593Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées1.0911.1131.1631.186Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés)2.1822.2252.3252.371Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport1.4551.4841.5511.582Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire3.6363.7093.8753.953Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vitro en médecine humaine ou vétérinaire1.2121.2361.2911.317(1)<L 2017-12-13/15, art. 11, 026; En vigueur : 08-01-2018>
]1
  
Art. 30bis/3. [1 § 1. Een aanvullende heffing wordt voor het begrotingsjaar 2012 ten bate van het Agentschap geheven ten laste van de houders van vergunningen en erkenningen. De bedragen van deze aanvullende heffing, worden als volgt vastgesteld :
Art. 30bis/3. [1 § 1er. Une taxe supplémentaire au profit de l'Agence est prélevée pour l'année budgétaire 2012 à charge des détenteurs d'autorisations et d'agréments. Les montants de cette taxe supplémentaire sont fixés comme suit :
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde
   of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten
 
-Jaar/Année 2012
Description de l'établissement autorisé, de l'activité
   autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés
 
REACTOREN/REACTEURS
Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen 
- 331
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée 
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt 
- 647
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt 
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt 
- 3 312
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt 
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie 
- 38 798
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique 
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt 
- 1 656
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt 
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt 
- 323
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt 
INRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren 
- 3 312
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche 
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren 
- 1 656
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde
   of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten-Jaar/Année 2012Description de l'établissement autorisé, de l'activité
   autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréésREACTOREN/REACTEURSKernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen- 331Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installéeKernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt- 647Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawattKernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt- 3 312Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawattOntmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie- 38 798Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électriqueOntmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt- 1 656Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawattOntmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt- 323Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawattINRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE IInrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren- 3 312Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la rechercheOntmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren- 1 656Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
§ 2. De aanvullende heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 april van het begrotingsjaar 2012 vergund is, voor elke handeling die op 1 april 2012 het voorwerp uitmaakt van een vergunning waarvan de geldigheidstermijn minstens nog tot 31 december 2012 loopt en voor elke persoon of inrichting die op 1 april 2012 is erkend of geregistreerd voor een periode die minstens nog tot 31 december 2012 loopt.
   § 3. Er wordt voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende heffing ten bate van het Agentschap geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie. Het bedrag van deze bijkomende heffing die wordt geheven onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig artikel 30bis /1, 30bis/2 of 30bis/3, § 1, wordt als volgt vastgesteld :
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde
   of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten
 
-Jaar/Année 2012
Description de l'établissement autorisé, de l'activité
   autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés
 
REACTOREN/REACTEURS
Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen 
- 331
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée 
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt 
- 647
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt 
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt 
- 3 312
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt 
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie 
- 38 798
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique 
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt 
- 1 656
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt 
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt 
- 323
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt 
INRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren 
- 3 312
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche 
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren 
- 1 656
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde
   of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten-Jaar/Année 2012Description de l'établissement autorisé, de l'activité
   autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréésREACTOREN/REACTEURSKernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen- 331Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installéeKernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt- 647Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawattKernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt- 3 312Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawattOntmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie- 38 798Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électriqueOntmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt- 1 656Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawattOntmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt- 323Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawattINRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE IInrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren- 3 312Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la rechercheOntmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren- 1 656Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche
§ 2. Les taxes supplémentaires visées au § 1er sont dues par chaque établissement autorisé le 1er avril de l'année budgétaire 2012, pour chaque pratique faisant l'objet d'une autorisation au 1er avril 2012 et dont la durée de validité court encore au moins jusqu'au 31 décembre 2012, ainsi que pour chaque personne ou établissement agréé ou enregistré au 1er avril 2012 pour une période qui court encore au moins jusqu'au 31 décembre 2012.
   § 3. Une taxe complémentaire au profit de l'Agence est prélevée pour l'année budgétaire 2012 à charge du Centre d'Etude de l'Energie nucléaire. Le montant de cette taxe complémentaire qui est prélevée est, sans préjudice des montants dont cet exploitant est redevable conformément à l'article 30bis/1, 30bis/2 ou 30bis/3, § 1er, fixé comme suit :
InstellingProjectJaar 2012
---
EtablissementProjetAnnée 2012
Studiecentrum voor Kernenergie  
- Myrrha691 152
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire 
InstellingProjectJaar 2012---EtablissementProjetAnnée 2012Studiecentrum voor Kernenergie- Myrrha691 152Centre d'Etude de l'Energie nucléaire
Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren gedurende het begrotingsjaar 2012 in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie.
   Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning bevestigt die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging.
   § 4. In de loop van het tweede begrotingskwartaal van het begrotingsjaar 2012 verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
   Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.]1
  
InstellingProjectJaar 2012
---
EtablissementProjetAnnée 2012
Studiecentrum voor Kernenergie  
- Myrrha691 152
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire 
InstellingProjectJaar 2012---EtablissementProjetAnnée 2012Studiecentrum voor Kernenergie- Myrrha691 152Centre d'Etude de l'Energie nucléaire
Ces montants sont affectés aux prestations de service que doit fournir l'Agence durant l'année budgétaire 2012 dans le cadre du projet Myrrha visé à l'alinéa 1er en faveur du Centre d'Etude de l'Energie nucléaire.
   Dès que le Roi confirme, conformément à l'article 16, § 2, l'autorisation qui a été délivrée au Centre d'Etude de l'Energie nucléaire ou à son délégué pour l'établissement qui fait l'objet de ce projet, la taxe visée au présent paragraphe pour le projet en question cesse d'être due. Le Centre d'Etude de l'Energie nucléaire ou son délégué fait l'objet d'un dégrèvement partiel et d'une restitution d'office pro rata temporis, pour la partie de l'année budgétaire qui n'est pas encore écoulée au moment de l'entrée en vigueur de la confirmation.
   § 4. Au cours du deuxième trimestre de l'année budgétaire 2012, l'Agence renvoie aux redevables visés aux §§ 1er et 3 une demande de paiement. La demande de paiement indique le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe à payer doit être payé au numéro de compte de l'Agence mentionné sur la demande de paiement.
   Pour les taxes qui n'ont pas été payées avant la fin du mois suivant le mois de l'envoi de la demande de paiement, une mise en demeure est envoyée par l'Agence sous pli recommandé. S'il n'est pas donné suite à cette mise en demeure dans une période de 14 jours calendrier suivant la réception, la taxe est d'office majorée de 25 %.]1
  
Art. 30bis/4. [1 De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en geregistreerden, worden als volgt vastgesteld:
Art. 30bis/4. [1 Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge des détenteurs des autorisations et agréments et des personnes enregistrées sont fixés comme suit:
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde, geregistreerde of erkende activiteit of de erkende personen of diensten
  
Bedrag van toepassing vanaf het heffingsjaar 2017
Vermogensreactor Doel 1
  
1 669 673
Vermogensreactor Doel 2
  
1 669 673
Vermogensreactor Doel 3
  
3 339 346
Vermogensreactor Doel 4
  
3 339 346
Vermogensreactor Tihange 1
  
3 339 346
Vermogensreactor Tihange 2
  
3 339 346
Vermogensreactor Tihange 3
  
3 339 346
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
  
6 600
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
  
33 801
[2 Installaties voor berging van radioactief afval aan de oppervlakte in exploitatie800.000]2
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie
  
396 022
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
  
16 901
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
  
3 301
[2 Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie, onderzoeksreactoren en installaties voor berging van radioactief afval aan de oppervlakte in exploitatie33 801]2
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
  
16 901
Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop.
  
12 350
Ontmanteling van de inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop
  
6 175
Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de inrichtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest
  
6 175
Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten
  
1 977
Andere inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
  
6 175
Ontmanteling van inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
  
3 087
Inrichting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden in hun afscherming blijven
  
6 175
Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop in industriële hoeveelheden
  
6 175
Andere inrichtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld in deze tabel
  
1 977
Inrichtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen
  
116
Inrichtingen van klasse III, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX - toestellen
  
232
Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving
  
39 529
De mobiele installaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt
  
247
Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt.
  
247
Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn
  
791
Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik
  
593
Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling1 186
Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd)2 371
Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning1 582
Vervoerder UN groep 1- over de weg
  
655
Vervoerder UN groep 1 - anders dan over de weg
  
655
Vervoerder UN groep 1 - over de weg- met onderaannemers
  
1 435
Vervoerder UN groep 1 - anders dan over de weg- met onderaannemers
  
1 435
Vervoerder UN groep 2 - over de weg
  
4 395
Vervoerder UN groep 2 - anders dan over de weg
  
2 135
Vervoerder UN groep 2 - over de weg - met onderaannemers
  
7 405
Vervoerder UN groep 2 - anders dan over de weg - met onderaannemers3 990
Vervoerder UN groep 3 - over de weg
  
12 220
Vervoerder UN groep 3 - anders dan over de weg
  
4 410
Vervoerder UN groep 3 - over de weg- met onderaannemers
  
17 252
Vervoerder UN groep 3 - anders dan over de weg- met onderaannemers
  
6 615
Vervoerder UN groep 4 - over de weg
  
13 212
Vervoerder UN groep 4 - anders dan over de weg
  
5 215
Vervoerder UN groep 4 - over de weg - met onderaannemers
  
17 777
Vervoerder UN groep 4 - anders dan over de weg - met onderaannemers
  
6 615
Exploitant van een onderbrekingssite
  
11 027
Afhandelaar luchthaven
  
2 345
Havenskaai uitbater2 345
Houders van vervoervergunningen waarbij de geldigheidsduur van de vergunning of de vergunningen langer is dan een jaar
  
2 450
[1 Houders van een vergunning voor het ter beschikking stellen van radioactieve producten voor in vivo gebruik of therapie in de geneeskunde of de diergeneeskunde]1
  
3 953
[1 Houders van een vergunning voor het ter beschikking stellen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde]11 317
[3 Omschrijving van de vergunde inrichting, van de vergunde, geregistreerde of erkende activiteit of van de erkende personen of dienstenBedrag dat van toepassing is vanaf het heffingsjaar 2027 (euro)
Andere vermogensreactor bestemd voor de productie van energie, per in de vergunning bepaald megawatt nominaal thermisch vermogen1681]3
(1)<W 2021-12-19/08, art. 11, 034; Inwerkingtreding : 28-01-2022>
(2)<W 2022-12-05/05, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 24-12-2022>
(3)<W 2025-05-17/01, art. 15, 044; Inwerkingtreding : 05-06-2025>
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde, geregistreerde of erkende activiteit of de erkende personen of diensten
Bedrag van toepassing vanaf het heffingsjaar 2017Vermogensreactor Doel 1
1 669 673Vermogensreactor Doel 2
1 669 673Vermogensreactor Doel 3
3 339 346Vermogensreactor Doel 4
3 339 346Vermogensreactor Tihange 1
3 339 346Vermogensreactor Tihange 2
3 339 346Vermogensreactor Tihange 3
3 339 346Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
6 600Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
33 801[2 Installaties voor berging van radioactief afval aan de oppervlakte in exploitatie800.000]2Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie
396 022Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt
16 901Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt
3 301[2 Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie, onderzoeksreactoren en installaties voor berging van radioactief afval aan de oppervlakte in exploitatie33 801]2Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren
16 901Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop.
12 350Ontmanteling van de inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop
6 175Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de inrichtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest
6 175Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten
1 977Andere inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
6 175Ontmanteling van inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers
3 087Inrichting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden in hun afscherming blijven
6 175Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop in industriële hoeveelheden
6 175Andere inrichtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld in deze tabel
1 977Inrichtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen
116Inrichtingen van klasse III, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX - toestellen
232Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving
39 529De mobiele installaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt
247Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt.
247Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn
791Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik
593Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling1 186Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd)2 371Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning1 582Vervoerder UN groep 1- over de weg
655Vervoerder UN groep 1 - anders dan over de weg
655Vervoerder UN groep 1 - over de weg- met onderaannemers
1 435Vervoerder UN groep 1 - anders dan over de weg- met onderaannemers
1 435Vervoerder UN groep 2 - over de weg
4 395Vervoerder UN groep 2 - anders dan over de weg
2 135Vervoerder UN groep 2 - over de weg - met onderaannemers
7 405Vervoerder UN groep 2 - anders dan over de weg - met onderaannemers3 990Vervoerder UN groep 3 - over de weg
12 220Vervoerder UN groep 3 - anders dan over de weg
4 410Vervoerder UN groep 3 - over de weg- met onderaannemers
17 252Vervoerder UN groep 3 - anders dan over de weg- met onderaannemers
6 615Vervoerder UN groep 4 - over de weg
13 212Vervoerder UN groep 4 - anders dan over de weg
5 215Vervoerder UN groep 4 - over de weg - met onderaannemers
17 777Vervoerder UN groep 4 - anders dan over de weg - met onderaannemers
6 615Exploitant van een onderbrekingssite
11 027Afhandelaar luchthaven
2 345Havenskaai uitbater2 345Houders van vervoervergunningen waarbij de geldigheidsduur van de vergunning of de vergunningen langer is dan een jaar
2 450[1 Houders van een vergunning voor het ter beschikking stellen van radioactieve producten voor in vivo gebruik of therapie in de geneeskunde of de diergeneeskunde]1
3 953[1 Houders van een vergunning voor het ter beschikking stellen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde]11 317[3 Omschrijving van de vergunde inrichting, van de vergunde, geregistreerde of erkende activiteit of van de erkende personen of dienstenBedrag dat van toepassing is vanaf het heffingsjaar 2027 (euro)Andere vermogensreactor bestemd voor de productie van energie, per in de vergunning bepaald megawatt nominaal thermisch vermogen1681]3(1)<W 2021-12-19/08, art. 11, 034; Inwerkingtreding : 28-01-2022>(2)<W 2022-12-05/05, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 24-12-2022>(3)<W 2025-05-17/01, art. 15, 044; Inwerkingtreding : 05-06-2025>
Met ingang van 2018, worden de in euro uitgedrukte bedragen, bepaald in het eerste lid, gedurende een periode van vijf jaar, jaarlijks geïndexeerd met 2 %.
   Elk jaar publiceert het Agentschap een bericht in het Belgisch Staatsblad met de geïndexeerde bedragen van de jaarlijkse heffingen die van toepassing zijn in het lopende heffingsjaar.
  [2 Met ingang van 2023 worden de in euro uitgedrukte bedragen, bepaald in het eerste lid, gedurende een periode van vijf jaar, jaarlijks geïndexeerd met 6 %.]2
   Na vijf jaar evalueert het Agentschap het forfaitaire indexcijfer.]1
  
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée, enregistrée ou agréée, ou des personnes ou services agréés
  
Montant d'application à partir de l'année d'imposition 2017
Réacteur de puissance Doel 1
  
1 669 673
Réacteur de puissance Doel 2
  
1 669 673
Réacteur de puissance Doel 3
  
3 339 346
Réacteur de puissance Doel 4
  
3 339 346
Réacteur de puissance Tihange 1
  
3 339 346
Réacteur de puissance Tihange 2
  
3 339 346
Réacteur de puissance Tihange 3
  
3 339 346
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt6 600
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt33 801
[2 Installations de mise en dépôt définitif en surface des déchets radioactifs en exploitation800.000]2
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique396 022
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt16 901
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt3 301
[2 Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique ou à la recherche et les installations de mise en dépôt définitif en surface des déchets radioactifs en exploitation33 801]2
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche16 901
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente12 350
Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente6 175
Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs sont produits et/ ou testés6 175
Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients1 977
Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules6 175
Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules3 087
Etablissements de classe II où se trouvent des installations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances6 175
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités industrielles6 175
Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau1 977
Etablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X116
Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X232
Véhicules et navires à propulsion nucléaire39 529
Les installations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV
  
247
Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV.
  
247
Activités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence791
Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage593
Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées1 186
Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés)2 371
Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport1 582
Transporteur UN Groupe 1- route
  
655
Transporteur UN Groupe 1 - non route655
Transporteur UN groupe 1 - route - avec sous-traitants1 435
Transporteur UN groupe 1 - non route - avec sous-traitants1 435
Transporteur UN Groupe 2 - route4 395
Transporteur UN groupe 2 - non route2 135
Transporteur UN Groupe 2 - route avec sous-traitants7 405
Transporteur UN Groupe 2 - non route avec sous-traitants3 990
Transporteur UN Groupe 3 - route12 220
Transporteur UN groupe 3 - non route4 410
Transporteur UN Groupe 3 - route - avec sous-traitants
  
17 252
Transporteur UN Groupe 3 - non route - avec sous-traitants
  
6 615
Transporteur UN Groupe 4 - route
  
13 212
Transporteur UN groupe 4 - non route
  
5 215
Transporteur UN Groupe 4 - route avec sous-traitants
  
17 777
Transporteur UN Groupe 4 - non route avec sous-traitants
  
6 615
Exploitant d'un site d'interruption
  
11 027
Manutentionnaire aéroport
  
2 345
Exploitant de quai portuaire
  
2 345
Détenteurs d'autorisations de transport pour lesquelles la validité de l'autorisation ou des autorisations est supérieure à un an
  
2 450
[1 Détenteurs d'une autorisation pour la mise à disposition de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire]13 953
[1 Détenteurs d'une autorisation pour la mise à disposition de produits radioactifs destinés à un usage in vitro en médecine humaine ou vétérinaire]11 317
[3 Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée, enregistrée ou agréée, ou des personnes ou services agréésMontant d'application à partir de l'année d'imposition 2027 [EUR]
Autre réacteur de puissance destiné à la production d'énergie, par mégawatt de puissance thermique nominale fixée dans l'autorisation1681]3
(1)<L 2021-12-19/08, art. 11, 034; En vigueur : 28-01-2022>
(2)<L 2022-12-05/05, art. 3, 036; En vigueur : 24-12-2022>
(3)<L 2025-05-17/01, art. 15, 044; En vigueur : 05-06-2025>
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée, enregistrée ou agréée, ou des personnes ou services agréés
Montant d'application à partir de l'année d'imposition 2017Réacteur de puissance Doel 1
1 669 673Réacteur de puissance Doel 2
1 669 673Réacteur de puissance Doel 3
3 339 346Réacteur de puissance Doel 4
3 339 346Réacteur de puissance Tihange 1
3 339 346Réacteur de puissance Tihange 2
3 339 346Réacteur de puissance Tihange 3
3 339 346Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt6 600Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt33 801[2 Installations de mise en dépôt définitif en surface des déchets radioactifs en exploitation800.000]2Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique396 022Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt16 901Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt3 301[2 Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique ou à la recherche et les installations de mise en dépôt définitif en surface des déchets radioactifs en exploitation33 801]2Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche16 901Etablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente12 350Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente6 175Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs sont produits et/ ou testés6 175Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients1 977Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules6 175Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules3 087Etablissements de classe II où se trouvent des installations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances6 175Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités industrielles6 175Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau1 977Etablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X116Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X232Véhicules et navires à propulsion nucléaire39 529Les installations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV
247Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV.
247Activités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence791Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage593Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées1 186Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés)2 371Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport1 582Transporteur UN Groupe 1- route
655Transporteur UN Groupe 1 - non route655Transporteur UN groupe 1 - route - avec sous-traitants1 435Transporteur UN groupe 1 - non route - avec sous-traitants1 435Transporteur UN Groupe 2 - route4 395Transporteur UN groupe 2 - non route2 135Transporteur UN Groupe 2 - route avec sous-traitants7 405Transporteur UN Groupe 2 - non route avec sous-traitants3 990Transporteur UN Groupe 3 - route12 220Transporteur UN groupe 3 - non route4 410Transporteur UN Groupe 3 - route - avec sous-traitants
17 252Transporteur UN Groupe 3 - non route - avec sous-traitants
6 615Transporteur UN Groupe 4 - route
13 212Transporteur UN groupe 4 - non route
5 215Transporteur UN Groupe 4 - route avec sous-traitants
17 777Transporteur UN Groupe 4 - non route avec sous-traitants
6 615Exploitant d'un site d'interruption
11 027Manutentionnaire aéroport
2 345Exploitant de quai portuaire
2 345Détenteurs d'autorisations de transport pour lesquelles la validité de l'autorisation ou des autorisations est supérieure à un an
2 450[1 Détenteurs d'une autorisation pour la mise à disposition de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire]13 953[1 Détenteurs d'une autorisation pour la mise à disposition de produits radioactifs destinés à un usage in vitro en médecine humaine ou vétérinaire]11 317[3 Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée, enregistrée ou agréée, ou des personnes ou services agréésMontant d'application à partir de l'année d'imposition 2027 [EUR]Autre réacteur de puissance destiné à la production d'énergie, par mégawatt de puissance thermique nominale fixée dans l'autorisation1681]3(1)<L 2021-12-19/08, art. 11, 034; En vigueur : 28-01-2022>(2)<L 2022-12-05/05, art. 3, 036; En vigueur : 24-12-2022>(3)<L 2025-05-17/01, art. 15, 044; En vigueur : 05-06-2025>
A compter de 2018, les montants exprimés en euro fixés à l'alinéa 1er sont indexés annuellement de 2 % pendant une période de cinq ans.
   L'Agence publie chaque année au Moniteur belge un avis contenant les montants indexés des taxes annuelles pour l'année d'imposition en cours.
  [2 A partir de 2023, les montants exprimés en euro qui sont fixés à l'alinéa 1er sont indexés chaque année de 6 % pendant une période de cinq ans.]2
   L'Agence évalue l'index forfaitaire au terme de la période de cinq ans.]1
  
Art. 30bis/5. [1 De in artikel 30bis/4 bedoelde heffingen zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend voor een periode van één jaar of meer. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in artikel 30bis/4. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het bedrag van de te betalen jaarlijkse heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap. Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd, zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een termijn van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.]1
  
Art. 30bis/5. [1 Les taxes visées à l'article 30bis/4 sont dues par chaque établissement autorisé le 1er janvier de l'année budgétaire, pour chaque pratique faisant l'objet d'une autorisation au 1er janvier de l'année budgétaire et dont la durée de validité est un an ou plus, ainsi que pour chaque personne ou établissement agréé au 1er janvier de cette année et dont la durée de validité est un an ou plus. Au cours du premier trimestre de chaque année budgétaire, l'Agence envoie une demande de paiement à chaque redevable visé à l'article 30bis/4. La demande de paiement indique le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe annuelle à payer doit être payé au numéro de compte de l'Agence renseigné sur la demande de paiement. Pour les taxes qui n'ont pas été payées avant la fin du mois suivant le mois de l'envoi de la demande de paiement, une mise en demeure est envoyée par l'Agence par lettre recommandée. S'il n'est pas donné suite à cette mise en demeure dans un délai de 14 jours calendrier suivant la réception, la taxe est d'office majorée de 25 %.]1
  
Art. 30ter. <INGEVOEGD bij W 2007-05-15/41, art. 4; Inwerkingtreding : 01-09-2001> § 1. Voor de jaren 2001 tot 2006 worden de betalingsbevelen, die het Agentschap en het Fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen in deze periode aan elke heffingsplichtige hebben gericht op basis van het koninklijk besluit van 24 augustus 2001 tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen, geacht betalingsbevelen te zijn in de zin van deze wet.
  § 2. Een vrijstelling van heffing, bedoeld in deze wet, wordt verleend aan de heffingsplichtigen die voor de jaren 2001 tot 2006 een jaarlijkse retributie hebben betaald op basis van het koninklijk besluit van 24 augustus 2001 tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen.
Art. 30ter. § 1er. Pour les années 2001 à 2006, les ordres de paiement adressés par l'Agence et le Fonds des risques d'accidents nucléaires au cours de cette période à chaque redevable sur base de l'arrêté royal du 24 août 2001 fixant le montant et le mode de paiement des redevances perçues en application de la réglementation relative aux rayonnements ionisants sont présumés être des ordres de paiement au sens de la présente loi.
  § 2. Une exemption de taxe visée dans la présente loi est accordée aux redevables qui ont payé une redevance annuelle pour les années 2001 à 2006 sur base de l'arrêté royal du 24 août 2001 fixant le montant et le mode de paiement des redevances perçues en application de la réglementation relative aux rayonnements ionisants.
Art. 30quater. <INGEVOEGD bij W 2008-12-22/32, art. 272; Inwerkingtreding : 01-01-2009> De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat retributies worden geheven :
  1° ten bate van het Agentschap ter gelegenheid van het indienen van een aangifte, van een aanvraag tot het bekomen van een vergunning, een toelating, een erkenning of een registratie en ten laste van de aanvrager of indiener;
  2° ten bate van de vennootschappen, verenigingen, samenwerkingsverbanden en andere juridische entiteiten, al dan niet bekleed met rechtspersoonlijkheid, opgericht door het Agentschap of optredend onder het toezicht en onder de verantwoordelijkheid ervan, om de kosten te dekken die voortvloeien uit de uitvoering van de controleopdrachten zoals omschreven in artikel 15.
Art. 30quater. Le Roi peut définir, par arrêté delibéré en Conseil des Ministres, que des redevances sont perçues :
  1° au profit de l'Agence au moment de l'introduction d'une notification, d'une demande d'autorisation, de permission, d'agrément ou d'enregistrement et à charge du demandeur ou du declarant;
  2° au profit de sociétés, associations, partenariats ou autres entités juridiques dotés ou non de la personnalité civile créés par l'Agence ou agissant sous son contrôle et sa responsabilité, pour couvrir les frais résultant de l'exécution des missions de contrôle visées à l'article 15.
Art. 30quinquies. <INGEVOEGD bij W 2008-12-22/32, art. 273; Inwerkingtreding : 01-01-2009> [1 De heffingen, de bijkomende heffingen, de aanvullende heffingen en de retributies]1 verschuldigd krachtens deze wet kunnen door de Directeur-generaal van het Agentschap bij dwangbevel worden ingevorderd. De dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot.
  Het dwangbevel bevat een bevel om te betalen binnen de dertig kalenderdagen op straffe van tenuitvoerlegging door beslag, alsook een verantwoording van de gevorderde bedragen en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring.
  De heffings- en retributieplichtige kan tegen het dwangbevel verzet aantekenen voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
  Het verzet is, op straffe van nietigheid, met redenen omkleed; het dient gedaan te worden door middel van een dagvaarding aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle bij deurwaardersexploot betekend binnen de dertig kalenderdagen vanaf de betekening van het dwangbevel.
  Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel niet.
  De betekeningskosten van het dwangbevel evenals de kosten van tenuitvoerlegging of van bewarende maatregelen zijn ten laste van de schuldenaar, behoudens indien het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard in welk geval ze ten laste zijn van het Agentschap. De betekeningskosten worden bepaald volgens de regelen in acht te nemen voor de akten van de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.
  
Art. 30quinquies. [1 Les taxes, les taxes complémentaires, les taxes supplémentaires et les rétributions ]1 dues en vertu de la présente loi peuvent être récupérées par le Directeur général de l'Agence par voie de contrainte. Les contraintes sont signifiées par exploit d'huissier de justice.
  La contrainte comporte un commandement de payer dans les trente jours calendrier, à peine d'exécution par voie de saisie, ainsi qu'une justification des montants dus et une copie du titre exécutoire.
  Le redevable et le contribuable peut faire opposition à la contrainte devant le tribunal de première instance de Bruxelles.
  L'opposition est motivée à peine de nullité; elle est formée au moyen d'une citation à l'Agence fédérale de Controle nucléaire par exploit d'huissier dans les trente jours calendrier de la signification de la contrainte.
  L'opposition ne suspend pas l'exécution de la contrainte.
  Les frais de signification de la contrainte de même que les frais de l'exécution ou des mesures conservatoires sont a charge du débiteur, sauf si l'opposition est déclarée recevable et fondée, auquel cas ces frais sont à charge de l'Agence. Les frais de signification sont déterminés suivant les règles établies pour les actes accomplis par les huissiers de justice en matière civile et commerciale.
  
Art. 31. <L 2008-12-22/32, art. 274, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2009> § 1. Het Agentschap wordt gefinancierd door :
  1° [1 de heffingen, bijkomende heffingen en aanvullende heffingen bedoeld in de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3 [2 , 30bis/4]2 en 30ter;]1
  2° [4 de retributies bedoeld in artikel 30quater, 1°, en de retributies bedoeld in de wet van 20 november 2022 betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen ;]4
  3° [4 de administratieve geldboetes zoals bedoeld in de artikelen 53 tot 64 en in hoofdstuk 7, afdeling 3 van de wet van 20 november 2022 betreffende het beheer van bodems verontreinigd door radioactieve stoffen;]4
  4° de vergoedingen voor de bijkomende buitengewone prestaties, gevoegd bij de vergoedingen betaald door de natuurlijke en rechtspersonen bedoeld in artikel 30quater en vereist voor de uitoefening van zijn opdracht bedoeld in § 3;
  5° schenkingen en legaten;
  6° dotaties;
  [3 7° de vergoedingen bedoeld in artikel 16/1, § 2; 8° de vergoedingen bedoeld in artikel 27/10, § 2.]3
  De opbrengst van de retributies, geheven met toepassing van artikel 3bis van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, toegekend aan de diensten bevoegd op nucleair gebied die verbonden zijn aan het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en aan het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, wordt overgedragen naar de rekening van het Agentschap, volgens een kalender die wordt vastgesteld in akkoord tussen de Minister van Begroting en de Voogdijminister van het Agentschap.
  De middelen die tijdens het lopende begrotingsjaar uitgetrokken zijn op de begroting van deze diensten, worden opgevoerd op de begroting van het Agentschap.
  Onverminderd de bepalingen van artikel 45, § 1, neemt het Agentschap het geheel van de goederen, rechten en verplichtingen over, die werden verworven of aangegaan door de Staat middels de financiële middelen verworven krachtens artikel 3bis, § 1,1°, van voornoemde wet van 29 maart 1958. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten van de eigendomsoverdracht van de bezittingen van deze diensten. De archieven van de federale en provinciale diensten waarvan de bevoegdheden overgedragen worden aan het Agentschap overeenkomstig, hetzij de artikelen 14 en 51, hetzij artikel 16, komen toe aan het Agentschap.
  § 2. Alle kosten en investeringen verbonden aan de activiteiten van het Agentschap komen ten laste van de maatschappijen, instellingen of personen waarvoor prestaties worden verricht, binnen de grenzen bepaald in [1 de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3, [2 30bis/4,]2 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4]1.
  § 3. In voorkomend geval, voegt het Agentschap bij de vergoedingen betaald door de natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in artikel 30quater, de kosten van bijkomende buitengewone prestaties vereist voor de uitoefening van zijn opdracht.
  De Koning legt, na advies van de Raad van Bestuur van het Agentschap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het uurtarief vast voor de bijkomende buitengewone prestaties door of in opdracht van het Agentschap.
  § 4. Indien het Agentschap interventies verricht of doet verrichten naar aanleiding van de vrijwaring van terreinen, gronden of gebouwen van radiologische verontreiniging of naar aanleiding van de langdurige blootstelling van personen aan ioniserende stralingen ten gevolge van de nawerking van radiologische noodsituaties, de uitoefening van beroeps- of enige andere activiteiten en/of handelingen, verhaalt het Agentschap de kosten ervan op de ondernemingen die de radiologische verontreiniging of de langdurige blootstelling hebben veroorzaakt.
  De Koning legt, na advies van de Raad van Bestuur van het Agentschap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het uurtarief vast voor in het eerste lid bedoelde interventies.
  [5 In artikel 31 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2008, laatstelijk gewijzigd door de wet van 20 november 2022, wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, luidende: " § 4/1. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels voor de betaling van de dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting.]5
  § 5. Het Agentschap moet zijn financieel evenwicht naleven.
  
Art. 31. <L 2008-12-22/32, art. 274, 016; En vigueur : 01-01-2009> § 1er. L'Agence est financee par :
  1° [1 les taxes, les taxes complémentaires et les taxes supplémentaires visées aux articles 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3 [2 , 30bis/4]2 et 30ter;]1
  2° [4 les redevances visées à l'article 30quater, 1°, et les redevances visées dans la loi du 20 novembre 2022 relatif à la gestion des sols contaminés par des substances radioactives ;]4
  3° [4 les amendes administratives visées aux articles 53 à 64 et au chapitre 7, section 3 de la loi du 20 novembre 2022 relatif à la gestion des sols contaminés par des substances radioactives;]4
  4° les indemnités, ajoutées aux indemnités payées par des personnes physiques ou morales visées à l'article 30quater, pour les prestations particulières supplémentaires imposées par l'exercice de sa mission visée au § 3;
  5° des donations et legs;
  6° des dotations;
  [3 7° les indemnités visées à l'article 16/1, § 2; 8° les indemnités visées à l'article 27/10, § 2.]3
  Le produit des redevances perçues en application de l'article 3bis de la loi du 29 mars 1958 relative à la protection de la population contre les dangers résultant des radiations ionisantes, attribué aux services compétents dans le domaine nucléaire qui sont rattachés au Ministère de l'Emploi et du Travail et au Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, est transféré sur le compte de l'Agence selon un calendrier qui est établi en accord avec le Ministre du Budget et le Ministre de tutelle de l'Agence.
  Les moyens qui sont inscrits au budget de ces services dans le courant de l'année budgétaire sont inscrits au budget de l'Agence.
  Sans préjudice des dispositions de l'article 45, § 1er, l'Agence reprend tous les biens, droits et obligations acquis ou contractés par l'Etat moyennant des moyens financiers acquis en vertu de l'article 3bis, § 1er, 1°, de la loi précitée du 29 mars 1958. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités de transfert de la propriété des possessions de ces services. Les archives des services fédéraux et provinciaux dont les compétences sont transférées à l'Agence conformément, soit aux articles 14 et 51, soit à l'article 16, reviennent à l'Agence.
  § 2. L'ensemble des coûts et des investissements liés aux activités de l'Agence est mis à charge des sociétés, institutions ou personnes au bénéfice desquelles elle effectue des prestations, dans les limites fixées [1 les articles 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3, [2 30bis/4,]2 30ter, 30quater et 31, §§ 3 et 4]1.
  § 3. Le cas échéant, l'Agence ajoute aux redevances payées par des personnes physiques ou morales visées à l'article 30quater les coûts de certaines prestations particulières supplémentaires imposées par l'exercice de sa mission.
  Après avis du Conseil d'Administration de l'Agence, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le tarif horaire des prestations particulières supplémentaires effectuées par ou pour le compte de l'Agence.
  § 4. Si l'Agence effectue ou fait effectuer des interventions dans le cadre de la préservation de terrains, sols ou bâtiments contre une pollution radiologique ou dans le cadre d'une exposition de longue durée de personnes aux rayonnements ionisants des suites de situations d'urgence radiologique, de l'exercice d'activités et/ou pratiques professionnelles ou autres, l'Agence répercute les frais de ces interventions sur les entreprises qui ont causé la pollution radiologique ou l'exposition de longue durée.
  Après avis du Conseil d'Administration de l'Agence, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le tarif horaire des interventions visées à l'alinéa 1er.
  [5 § 4/1. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités de paiement de la dotation à charge du budget général des dépenses.]5
  § 5. L'Agence doit respecter son équilibre financier.
  
Art. 32. De boekhouding van het Agentschap wordt gehouden volgens de methoden gebruikt in de handelssector. De regels bepaald door de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en door de uitvoeringsbesluiten ervan, worden in acht genomen.
  De raad van bestuur van het Agentschap wijst een revisor aan, gekozen onder de leden van het Instituut van Bedrijfsrevisoren.
Art. 32. La comptabilité de l'Agence est organisée selon les méthodes commerciales. Elle respecte les règles fixées par la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité et aux comptes annuels des entreprises et par les arrêtés d'exécution de cette loi.
  Le conseil d'administration de l'Agence désigne un réviseur choisi parmi les membres de l'Institut des réviseurs d'entreprises.
Art. 33. De revisor stuurt ten minste éénmaal per jaar ter gelegenheid van het opmaken van de balans en van de verlies- en winstrekening of van de jaarrekening, een verslag over het actief en het passief, alsmede over de bedrijfsresultaten aan de ministers onder wier bevoegdheid het Agentschap ressorteert en aan de raad van bestuur. Hij wijst hen onverwijld op elk verzuim, op elke onregelmatigheid en, in het algemeen, op elke toestand die het financiële evenwicht van het Agentschap in het gedrang kan brengen.
Art. 33. Le réviseur adresse aux ministres dont relève l'Agence et au conseil d'administration de cette dernière un rapport sur la situation active et passive ainsi que sur les résultats de l'exploitation, au moins une fois l'an, à l'occasion de la confection du bilan et du compte de profits et pertes ou du compte annuel. Il leur signale sans délai toute négligence, toute irrégularité et en général toute situation susceptible de compromettre l'équilibre financier de l'Agence.
Art. 34. [1 De raad van bestuur van het Agentschap stelt elk jaar de begroting vast van het volgend dienstjaar en keurt de rekeningen van het voorbije dienstjaar goed. De door het Agentschap vastgestelde rekeningen worden in afwijking van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut toegezonden aan de minister onder wie het ressorteert en aan de minister van Begroting. Laatstgenoemde zendt ze aan het Rekenhof over voor nazicht.]1
  
Art. 34. [1 Chaque année, le conseil d'administration de l'Agence arrête le budget de l'exercice suivant et approuve les comptes de l'exercice écoulé. Par dérogation à la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, les comptes arrêtés par l'Agence sont transmis au ministre dont elle relève et au ministre du Budget. Ce dernier les transmet à la Cour des comptes en vue de leur contrôle.]1
  
HOOFDSTUK VI. - Bestuur van het Agentschap.
CHAPITRE VI. - De l'administration de l'Agence.
Art. 35. Het Agentschap wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit een voorzitter en dertien leden, allen stemgerechtigd en door de Koning aangewezen bij een in Ministerraad overlegd besluit op voorstel van de ministers onder wier bevoegdheid het Agentschap valt. Deze aanwijzing geschiedt op basis van hun bijzondere wetenschappelijke of professionele kwaliteiten vermeld in het aanwijzingsbesluit, op het vlak van de bescherming van de bevolking en het leefmilieu tegen de gevaren van ioniserende stralingen.
  De raad van bestuur bestaat uit evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter of diens plaatsvervanger doorslaggevend.
  (De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, nadere regels bepalen omtrent de samenstelling en de werking van de bestuurs- en adviesorganen van het Agentschap.) <W 1999-01-15/30, art. 3, 004; Inwerkingtreding : onbepaald >
  [1 De voorzitter en de leden van de raad van bestuur vertegenwoordigen de Staat. ]1
  
Art. 35. L'Agence est administrée par un Conseil d'administration composé d'un président et de treize membres, qui ont tous voix délibérative et sont désignés par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, sur la proposition des ministres ayant l'Agence dans leurs attributions. Cette désignation est faite sur la base de leurs qualités scientifiques ou professionnelles particulières, mentionnées dans l'arrêté de désignation, dans le domaine de la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants.
  Le conseil d'administration comprend un nombre égal de membres d'expression française et de membres d'expression néerlandaise. En cas de partage des voix, la voix du président ou de son remplaçant est prépondérante.
  (Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, préciser des règles plus détaillées relatives à la composition et au fonctionnement des organes d'administration et d'avis de l'Agence.) <L 1999-01-15/30, art. 3, 004; En vigueur : indéterminée >
  [1 Le président et les membres du conseil d'administration représentent l'Etat.]1
  
Art. 36. De voorzitter en de leden van de raad van bestuur worden door de Koning aangewezen, voor een termijn van zes jaar. Hun mandaat is vernieuwbaar volgens de regels bepaald voor de benoeming. Het mandaat eindigt van rechtswege wanneer de titularis de leeftijd van [1 70 jaar]1 bereikt.
  In afwijking van het eerste lid, eindigt het mandaat van de helft van de leden die deel uitmaken van de eerste raad van bestuur na een termijn van drie jaar.
  Op gemotiveerd eensluidend advies van de raad van bestuur, goedgekeurd met tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, kunnen de bestuurders van het Agentschap worden ontslagen door een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  
Art. 36. Le président et les membres du conseil d'administration sont désignés par le Roi pour un terme de six ans. Leur mandat est renouvelable selon les règles prévues pour la nomination. Le mandat prend fin de plein droit lorsque le titulaire atteint l'âge de [1 70 ans]1.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le mandat de la moitié des membres faisant partie du premier conseil d'administration prend fin après un terme de trois ans.
  Les administrateurs de l'Agence peuvent être révoqués par arrêté royal délibérée en Conseil des Ministres, sur avis conforme et motivé du conseil d'administration adopté à la majorité des deux tiers des voix exprimées.
  
Art. 37. Er wordt een Wetenschappelijke Raad ingesteld die tot taak heeft het Agentschap te adviseren over het toezichtsbeleid en meer bepaald, overeenkomstig artikel 16, vooraf advies uit te brengen voor het afgeven van vergunningen voor nieuwe nucleaire installaties of bij het hernieuwen van de vergunningen. De Koning regelt de samenstelling en de bevoegdheden van de Wetenschappelijke Raad, die bestaat uit specialisten op het gebied van de kernenergie en van de veiligheid.
  De raad van bestuur staat in voor het overleg tussen het Agentschap en de geïnteresseerde kringen en meer bepaald de exploitanten van de nucleaire installaties.
Art. 37. Il est créé un Conseil scientifique dont la mission sera de conseiller l'Agence quant à sa politique de contrôle et plus particulièrement de donner, conformément à ce qui est dit à l'article 16, un avis préalable aux autorisations à délivrer pour des nouvelles installations nucléaires ou lors du renouvellement d'autorisations. La composition et les pouvoirs du Conseil scientifique regroupant des personnalités de grande compétence en matière nucléaire et de sécurité sont déterminés par le Roi.
  Le conseil d'administration assure la concertation entre l'Agence et les milieux intéressés et en particulier les exploitations des installations nucléaires.
Art. 38. [1 Zonder afbreuk te doen aan de andere beperkingen door of krachtens een wet, is de uitoefening van het mandaat van voorzitter of bestuurder bij het Agentschap, of bij elke andere instelling of entiteit waarop het Agentschap beroep doet op grond [2 van de artikelen 14ter en 29bis]2, onverenigbaar met het mandaat of de functies van :]1
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat;
  3° lid van de federale regering;
  4° (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement of van een gemeenschaps- of gewestregering); <W 2006-03-27/35, art. 27, 013; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  5° provinciegouverneur of lid van de bestendige deputatie van een provincieraad;
  6° lid van een college van burgemeester en schepenen of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
  7° personeelslid van het Agentschap of van een persoon of instelling die ofwel rechtstreeks ofwel onrechtstreeks door bemiddeling van een erkende instelling onder het toezicht van het Agentschap staat, met uitzondering van personeelsleden van universiteiten en hogescholen die geen rechtstreeks belang hebben bij de opdrachten van het Agentschap;
  [1 8° voorzitter of lid van de raad van bestuur bij een instelling die aan het toezicht van het Agentschap wordt onderworpen, met uitzondering van de universiteiten en hogescholen die geen rechtstreeks belang hebben bij de opdrachten van het Agentschap en met uitzondering van de juridische entiteiten die het Agentschap speciaal heeft opgericht op grond [2 van de artikelen 14ter en 29bis]2.]1
  [1 Een personeelslid van het Agentschap kan geen lid van de raad van bestuur zijn van een instelling die onder het toezicht van het Agentschap staat.]1
  Deze onverenigbaarheden blijven gelden tot na het verstrijken van het jaar volgend op het beëindigen van het mandaat of de functie.
  Wanneer een bestuurder bovenvermelde bepalingen overtreedt moet hij de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen wordt hij van rechtswege geacht zijn mandaat in het Agentschap te hebben neergelegd.
  [3 De hoedanigheid van lid van de Wetenschappelijke Raad is onverenigbaar met de volgende mandaten en hoedanigheden bij het Agentschap of bij de entiteiten die het Agentschap heeft opgericht:
   1° het mandaat van directeur-generaal;
   2° de hoedanigheid van lid van de raad van bestuur;
   3° de hoedanigheid van personeelslid.]3

  
Art. 38. [1 Sans préjudice des autres limitations par ou en vertu d'une loi, l'exercice du mandat de président ou d'administrateur auprès de l'Agence, ou auprès de tout organisme ou entité auquel l'Agence fait appel sur la base [2 des articles 14ter et 29bis]2, est incompatible avec le mandat ou les fonctions de :]1
  1° membre du Parlement européen;
  2° membre de la Chambre des représentants ou du Sénat;
  3° membre du gouvernement fédéral;
  4° (membre d'un Parlement ou d'un gouvernement de communauté ou de région); <L 2006-03-27/35, art. 27, 013; En vigueur : 21-04-2006>
  5° gouverneur d'une province ou membre de la députation permanente d'un conseil provincial:
  6° membre du collège des bourgmestre et échevins ou président du centre public d'aide sociale;
  7° membre du personnel de l'Agence ou d'une personne ou d'un organisme soumis au contrôle de l'Agence, soit directement, soit indirectement par l'intermédiaire d'organisme agréé à l'exception des membres du personnel des universités et des écoles supérieures qui n'ont pas d'intérêt direct aux missions de l'Agence;
  [1 8° président ou membre du conseil d'administration auprès de tout établissement soumis au contrôle de l'Agence, à l'exception des universités et des écoles supérieures qui n'ont pas d'intérêt direct aux missions de l'Agence, ainsi qu'à l'exception de toute entité juridique spécialement créée par l'Agence sur la base [2 des articles 14ter et 29bis]2.]1
  [1 Un membre du personnel de l'Agence ne peut être membre du conseil d'administration d'un organisme soumis au contrôle de l'Agence.]1
  Ces incompatibilités subsistent jusqu'à la fin de l'année qui suit la fin du mandat ou de la fonction.
  Lorsqu'un administrateur contrevient aux dispositions ci-dessus, il est tenu de se démettre des mandats ou fonctions en question. S'il ne le fait pas, il est réputé s'être démis de plein droit de son mandat auprès de l'Agence.
  [3 La qualité de membre du Conseil scientifique est inconciliable avec les mandats et qualités suivants au sein de l'Agence ou des entités que l'Agence a créées:
   1° le mandat de directeur général;
   2° la qualité de membre du conseil d'administration;
   3° la qualité de membre du personnel.]3

  
Art. 39. De raad van bestuur vertegenwoordigt het Agentschap in gerechtelijke procedures.
  De raad van bestuur kan, op eigen verantwoordelijkheid, een gedeelte van zijn bevoegdheden overdragen aan de directeur-generaal. De bevoegdheidsoverdrachten kunnen alleen geschieden krachtens bijzondere beslissingen van de raad van bestuur die het voorwerp en de omvang van elke overgedragen bevoegdheid bepaalt. De voorzitter en de directeur-generaal vertegenwoordigen het Agentschap in authentieke en onderhandse akten.
Art. 39. Le conseil d'administration représente l'Agence dans les procédures judiciaires.
  Le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, deléguer une partie de ses pouvoirs au directeur général. Les délégations de pouvoir ne peuvent être données qu'en vertu de délibérations spéciales du conseil d'administration, lequel détermine l'objet et l'étendue de chacun des pouvoirs ainsi octroyés. Le président et le directeur général représentent conjointement l'Agence dans les actes authentiques et [1 sous signature privée]1.
  
Art. 40. De Koning bepaalt het bedrag van de vergoedingen die aan de leden van de raad van bestuur kunnen worden toegekend. Hij bepaalt het bedrag van de vergoedingen voor reis- en verblijfkosten.
Art. 40. Le Roi détermine le montant des indemnités qui peuvent être allouées aux membres du conseil d'administration. Il fixe le montant des indemnités pour frais de parcours et de séjour.
Art. 41. Het dagelijks bestuur van het Agentschap, zijn vertegenwoordiging voor wat betreft het beheer en de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur, worden toevertrouwd aan de directeur-generaal, die voor een vernieuwbare termijn van zes jaar, door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, wordt aangewezen. Hij kan alleen worden afgezet bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op eensluidend gemotiveerd advies van twee derden van de leden van de raad van bestuur.
  De voorzitter en de directeur-generaal behoren tot een verschillende taalrol.
  De wederzijdse rechten en plichten van de directeur-generaal en van het Agentschap worden geregeld in een arbeidsovereenkomst opgesteld overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Tijdens de onderhandelingen over deze overeenkomst wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de raad van bestuur.
  De directeur-generaal die zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de nadere regelen van het betrokken statuut voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op weddeverhoging.
  Indien de directeur-generaal, op het ogenblik van zijn benoeming, contractueel verbonden is met de Staat of met enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op weddeverhoging.
Art. 41. La gestion journalière de l'Agence, sa représentation en ce qui concerne sa gestion et l'exécution des décisions du conseil d'administration sont confiées au directeur général désigné pour un terme renouvelable de six ans par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres. Il ne peut être révoqué que par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres sur avis conforme et motivé de deux tiers des membres du conseil d'administration.
  Le président et le directeur général sont de rôle linguistique différent.
  Les droits et les obligations mutuels du directeur général et de l'Agence sont réglés dans un contrat de travail établi conformément à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Lors de la négociation de cette convention, l'Agence est représentée par le conseil d'administration.
  Le directeur général qui, au moment de sa nomination, se trouve lié statutairement à l'Etat ou à toute autre personne morale de droit public qui dépend de l'Etat, est mis de plein droit à disposition conformément aux modalités du statut concerné pour l'ensemble de la durée de son mandat. Pendant cette période, il conserve ses droits à la promotion et à l'avancement de traitement.
  Si le directeur général, au moment de sa nomination, est lié contractuellement à l'Etat ou à toute autre personne morale de droit public qui dépend de l'Etat, l'accord concerné est suspendu de plein droit pour toute la durée de son mandat. Pendant cette période, il conserve ses droits à la promotion et à l'avancement de traitement.
Art. 42. Het Agentschap is onderworpen aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
Art. 42. L'Agence est soumise à la législation relative aux marchés publics de travaux, de fournitures et de services.
Art. 43. Het Agentschap wordt derwijze georganiseerd dat de reglementerende functie en de toezichtsfunctie onafhankelijk van elkaar worden uitgeoefend.
Art. 43. L'Agence est organisée de manière telle que la fonction de réglementation et la fonction de surveillance s'exercent indépendamment l'une de l'autre.
Art. 44. Onverminderd de bepalingen van artikel 46, wordt het personeel van het Agentschap aangeworven door middel van een arbeidsovereenkomst, opgesteld overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en dit in afwijking van artikel 8, § 2 en § 3, van het koninklijk besluit nr 56 van 16 juli 1982 betreffende de werving in sommige overheidsdiensten.
  Op de voordracht van de directeur-generaal en met de goedkeuring van de ministers tot wier bevoegdheid het Agentschap behoort, bepaalt de raad van bestuur :
  1° de personeelsformatie;
  2° de regeling inzake aanwerving, loopbaan, bezoldiging en sociale voordelen van het personeel;
  [1 3° een eventuele bijkomende premie voor de leden van het statutair personeel ter beschikking gesteld van het Agentschap krachtens het artikel 46bis.]1
  De arbeidsvoorwaarden van het personeel zijn ten minste gelijkwaardig aan die bepaald bij de wet van 20 februari 1990 betreffende de ambtenaren van de administraties en van sommige instellingen van openbaar nut.
  Het Agentschap moet op permanente wijze de opleiding van zijn personeelsleden verzekeren op internationaal niveau, in functie van de aan hen toevertrouwde opdrachten.
  (Lid 5 opgeheven) <W 1997-12-12/32, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 28-12-1997>
  
Art. 44. Sans préjudice des dispositions de l'article 46, le personnel de l'Agence est engagé dans les liens d'un contrat de travail, établi conformément à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, et ce par dérogation à l'article 8, § 2 et § 3, de l'arrêté royal n° 56 du 16 juillet 1982 relatif au recrutement dans certains services publics.
  Sur la présentation du directeur général et avec l'approbation des ministres qui ont l'Agence dans leurs attributions, le conseil d'administration fixe :
  1° le cadre du personnel;
  2° le régime de recrutement, le régime de carrière, le régime pécuniaire et le régime social du personnel;
  [1 3° une prime complémentaire éventuelle pour les membres du personnel statutaire mis à la disposition de l'Agence en vertu de l'article 46bis.]1
  Les conditions de travail auxquelles est soumis le personnel sont au moins équivalentes à celles prévues par la loi du 20 février 1990 relative aux agents des administrations et de certains organismes d'intérêt public.
  L'Agence doit assurer en permance la formation des membres de son personnel au niveau international, en fonction des missions qui leur sont confiées.
  (Alinéa 5 abrogé) <L 1997-12-12/32, art. 13, 003; En vigueur : 28-12-1997>
  
Art. 45. <W 1997-12-12/32, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 28-12-1997> § 1. De statutaire en contractuele personeelsleden van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Economische Zaken, en het Ministerie van Justitie, verbonden aan de diensten bevoegd voor de nucleaire sector, [2 ...]2, met opdrachten in de nucleaire sector, kunnen naar het Agentschap overgeplaatst worden, na selectie door zijn Raad van bestuur. Deze overplaatsing gebeurt minstens met behoud van hun arbeidsvoorwaarden.
  [1 De overgeplaatste personeelsleden die de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie verliezen deze hoedanigheid van rechtswege bij hun overplaatsing naar het Agentschap.]1
  § 2. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten van de overdracht aan het Agentschap van personeelsleden van instellingen van openbaar nut met opdrachten in de nucleaire sector.
  § 3. Het Agentschap kan het geldelijk en administratief statuut van de overgedragen personeelsleden aanpassen, ter harmonisering van de verschillende statuten van toepassing op het personeel van het Agentschap, overeenkomstig de bepalingen van artikel 44.
  
Art. 45. <L 1997-12-12/32, art. 14, 003; En vigueur : 28-12-1997> § 1. Les membres du personnel statutaires et contractuels du Ministère de l'Emploi et du Travail, du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, du Ministère de l'Intérieur, du Ministère des Affaires étrangères, du Ministère des Affaires économiques, et du Ministère de la Justice, attachés aux services compétents dans le secteur nucléaire, [2 ainsi que les membres du personnel scientifique de Sciensano]2, ayant des missions dans le secteur nucléaire, peuvent être transférés à l'Agence, après sélection par son Conseil d'administration. Ce transfert s'effectue, au moins, avec maintien de leurs conditions de travail.
  [1 Les membres du personnel transférés revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire perdent d'office cette qualité lors de leur transfert à l'Agence.]1
  § 2. Le Roi règle, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités relatives au transfert vers l'Agence des membres du personnel des organismes d'intérêt public chargés des tâches dans le secteur nucléaire.
  § 3. L'Agence peut modifier le statut pécuniaire et administratif des membres du personnel transférés, afin d'harmoniser les divers statuts applicables au personnel de l'Agence, conformément aux dispositions de l'article 44.
  
Art. 46bis. <INGEVOEGD bij W 1999-05-03/31, art. 42; Inwerkingtreding : 01-01-1998> § 1. In afwijking van de artikelen 45, § 1, en 46, worden de statutaire personeelsleden van de overheidsdiensten vermeld in artikel 45, § 1, die geselecteerd werden door de raad van bestuur, na een oproep in het Belgisch Staatsblad, ter beschikking gesteld van het Agentschap.
  § 2. De ter beschikking gestelde personeelsleden bedoeld in § 1, blijven onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut en aan de pensioenregeling die in hun dienst van oorsprong van kracht zijn. Zij behouden in hun dienst van oorsprong hun aanspraken op bevordering.
  § 3. De duur van de terbeschikkingstelling bij het Agentschap wordt beschouwd als een periode van dienstactiviteit.
  § 4. De ter beschikking gestelde personeelsleden zijn onderworpen aan het gezag van de directeur-generaal van het Agentschap.
  § 5. [1 De ter beschikking gestelde personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Justitie die de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie behouden deze hoedanigheid uiterlijk tot 1 januari 2015.
   In afwijking van artikel 9, kunnen de personeelsleden van de andere overheidsdiensten bedoeld in artikel 45, § 1, tijdens de terbeschikkingstelling door de Koning bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Zij behouden deze hoedanigheid uiterlijk tot 1 januari 2015.
   De Koning kan voor het verlies van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie een datum vooropstellen voorafgaand aan deze vermeld in het eerste en tweede lid.]1

  § 6. Tijdens zijn terbeschikkingstelling kan de betrekking die het statutair personeelslid heeft achtergelaten op geen enkele wijze toegewezen worden.
  § 7. De bezoldiging van het ter beschikking gestelde personeelslid is deze waarop het recht heeft in zijn dienst van oorsprong, met inbegrip van de eventuele toelagen en vergoedingen. Zij wordt uitbetaald door het Agentschap. Daartoe geeft de dienst van oorsprong alle nuttige inlichtingen aan het Agentschap.
  Nochtans mag de dienst van oorsprong de uitbetaling van de bezoldiging van het terbeschikkinggestelde personeelslid voortzetten. In dit geval vraagt hij de terugbetaling van de vereffende bedragen door middel van een driemaandelijkse staat van verzoek tot terugbetaling.
  Het Agentschap betaalt de totale budgettaire last terug. De werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de kinderbijslag, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn in ieder geval in de totale budgettaire last inbegrepen.
  § 8. Het ter beschikking gestelde personeelslid kan vragen dat aan zijn terbeschikkingstelling een einde wordt gemaakt, mits een vooropzeg van één maand.
  De raad van bestuur van het Agentschap kan aan de terbeschikkingstelling een einde stellen mits een vooropzeg van drie maanden. Hij brengt de dienst van oorsprong van het ter beschikking gestelde personeelslid hiervan op de hoogte.
  § 9. Het personeelslid wiens terbeschikkingstelling wordt beëindigd, stelt zich ter beschikking van de Minister of van de overheid waaronder hij ressorteert. Indien het zonder geldige reden weigert of verwaarloost dit te doen, wordt het na een afwezigheid van tien dagen als ontslaggevend beschouwd.
  
Art. 46bis. § 1er. Par dérogation aux articles 45, § 1er, et 46, les membres du personnel statutaire des services publics mentionnés à l'article 45, § 1er, qui ont été sélectionnés par le Conseil d'administration, après un appel au Moniteur belge, sont mis à la disposition de l'Agence.
  § 2. Les membres du personnel mis à la disposition visés au § 1er, demeurent soumis au statut administratif, au statut pecuniaire et au regime de pension en vigueur dans leur service d'origine. Ils conservent dans leur service d'origine leurs droits à la promotion.
  § 3. La période de mise à la disposition de l'Agence est assimilée à une période d'activité de service.
  § 4. Les membres du personnel mis à disposition sont soumis à l'autorité du directeur général de l'Agence.
  § 5. [1 Les membres du personnel du Service public fédéral Justice mis à disposition et revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire conservent cette qualité jusqu'au 1er janvier 2015 au plus tard.
   Par dérogation à l'article 9, les membres du personnel des autres services publics visés à l'article 45, § 1er, peuvent, au cours de leur mise à disposition, être revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire par le Roi. Ils conservent cette qualité jusqu'au 1er janvier 2015 au plus tard.
   Pour la perte de la qualité d'officier de police judiciaire, le Roi peut fixer une date antérieure à celle mentionnée aux alinéas 1er et 2.]1

  § 6. Pendant sa mise à la disposition, l'emploi délaissé par le membre du personnel statutaire ne peut être attribué de quelque manière que ce soit.
  § 7. La rémunération du membre du personnel mis à disposition est celle à laquelle il a droit dans son service d'origine, y compris les allocations et indemnités éventuelles. Elle est payée par l'Agence. A cet effet, le service d'origine communique toute information utile à l'Agence.
  Toutefois, le service d'origine peut poursuivre le paiement de la rémunération du membre du personnel mis à disposition. Dans ce cas, il réclame le remboursement des montants liquidés par la voie d'un relevé trimestriel de demande de remboursement.
  L'Agence rembourse la charge budgétaire totale. Les cotisations patronales de sécurité sociale, les allocations familiales, le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année sont en tout cas compris dans la charge budgétaire totale.
  § 8. Le membre du personnel mis à disposition peut demander qu'il soit mis fin à sa mise a disposition, moyennant un préavis d'un mois.
  Moyennant un préavis de trois mois, le Conseil d'administration de l'Agence peut mettre fin à la mise à disposition. Il en avise le service d'origine du membre du personnel mis à disposition.
  § 9. Lorsqu'il est mis fin à la mise à disposition, le membre du personnel se remet à la disposition du Ministre ou de l'autorité dont il relève. Si, sans motif valable, il refuse ou néglige de le faire, il est, après dix jours d'absence, considéré comme démissionnaire.
  
Art. 47. [1 § 1. Het Agentschap en zijn personeel gebruiken de gegevens waarvan ze kennis krijgen enkel voor de uitoefening van de taken van het Agentschap.
   Ze nemen de nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid van deze gegevens te verzekeren, onder voorbehoud van de verplichting om een getuigenis af te leggen in rechte en deze gegevens mee te delen bij toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling, een norm of een beslissing van het internationaal of Europees recht of een definitieve beslissing in rechte of een definitieve arbitrale uitspraak.
   § 2. Het Agentschap mag vertrouwelijke informatie betreffende de kernreactoren bestemd voor de productie van elektrische energie meedelen aan de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, de Commissie voor nucleaire voorzieningen, de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen en aan Hedera, op voorwaarde dat de mededeling van die informatie geen afbreuk doet aan de taken van het Agentschap en het voorwerp heeft uitgemaakt van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek, dat deze informatie bestemd is voor de uitvoering van de taken van voornoemde instanties en dat de ontvangende instantie ten minste hetzelfde vertrouwelijkheidsniveau verzekert als het niveau zoals vereist van het Agentschap.]1

  
Art. 47. [1 § 1er. L'Agence et son personnel utilisent les données portées à leur connaissance aux seuls fins requises pour l'exercice des missions de l'Agence.
   Ils prennent les mesures nécessaires pour assurer le caractère confidentiel de ces données, sous réserve de l'obligation de rendre témoignage en justice et de communiquer ces données en application d'une disposition législative ou réglementaire, d'une norme ou d'une décision de droit international ou européen ou d'une décision juridictionnelle ou d'une sentence arbitrale définitive.
   § 2. L'Agence peut communiquer des informations confidentielles relatives aux réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique à la Commission de régulation de l'électricité et du gaz, à la Commission des provisions nucléaires, à l'Organisme National des Déchets Radioactifs et des Matières Fissiles Enrichies et à Hedera, à condition que la communication de ces informations ne porte pas préjudice aux missions de l'Agence et ait fait l'objet d'une demande écrite et motivée, que ces informations soient destinées à l'accomplissement des missions des autorités précitées et que l'autorité qui les reçoit assure au moins le même niveau de confidentialité que celui exigé de l'Agence.]1

  
Art. 48. Het Agentschap staat onder het [1 ...]1 toezicht van (de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken). <KB 1995-08-07/43, art. 2, § 2, 002; Inwerkingtreding : 23-06-1995>
  Het in vorige lid bedoelde toezicht [1 ...]1 wordt uitgeoefend door bemiddeling van één regeringscommissaris, door de Koning benoemd bij een in Ministerraad overlegd besluit. Deze commissaris vervult eveneens de functie van gemachtigde van de minister van Financiën, zoals bepaald in artikel 9, § 4, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
  
Art. 48. L'Agence [1 est soumise au contrôle]1 [1 ...]1 (du ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions). <AR 1995-08-07/43, art. 2, § 2, 002; En vigueur : 23-06-1995>
  Le contrôle [1 ...]1 [1 visé]1 à l'alinéa précédent s'exerce à l'intervention d'un seul commissaire du gouvernement, nommé par le Roi par un arrêté déliberé en Conseil des Ministres. Ce commissaire exerce également les fonctions de délégué du ministre des Finances telles qu'elles sont prévues au § 4 de l'article 9 de la loi du 16 mars 1954 relative au contôle de certains organismes d'intérêt public.
  
HOOFDSTUK VII. - Sancties.
CHAPITRE VII. - Sanctions.
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Section Ire. - Disposition générale.
Art. 49. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De inbreuken op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kunnen het voorwerp uitmaken van strafsancties of administratieve sancties.
Art. 49. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet soit de sanctions pénales, soit de sanctions administratives.
Afdeling II. - Strafsancties.
Section II. - Sanctions pénales.
Art. 50. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>De inbreuken op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een geldboete van 1 000 euro tot 1 000 000 euro en met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar of met één van deze straffen alleen.
  Worden met dezelfde straffen gestraft, zij die de in artikel 9 bedoelde personen bij de uitoefening van hun opdracht belemmeren of die hun medewerking weigeren te verlenen.
Art. 50. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Les infractions aux dispositions de la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution sont punies d'une amende de 1 000 euros à 1 000 000 euros et d'un emprisonnement de trois mois a deux ans ou de l'une de ces peines seulement.
  Seront punis des mêmes peines ceux qui auront porté entrave à l'exercice de la mission des personnes visées à l'article 9 ou qui leur auront refusé leur concours.
Art. 51. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Indien de in artikel 50 bedoelde inbreuken worden gepleegd in oorlogstijd, worden ze gestraft met een geldboete van 2 000 euro tot 2 000 000 euro en met opsluiting van vijf tot tien jaar, of met één van deze straffen alleen.
Art. 51. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Si les infractions visées à l'article 50 sont commises en temps de guerre, elles sont punies d'une amende de 2 000 euros à 2 000 000 euros et de la réclusion de cinq à dix ans, ou de l'une de ces peines seulement.
Art. 52. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op de bij deze wet of haar uitvoeringsbesluiten omschreven inbreuken.
Art. 52. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions prévues par la présente loi ou par ses arrêtés d'exécution.
Afdeling III. - Administratieve boetes.
Section III. - Amendes administratives.
Onderafdeling I. - Administratieve procedure.
Sous-section Ire. - Procédure administrative.
Art. 53. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> § 1. Bij het vaststellen van inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kan de overtreder bestraft worden met een administratieve geldboete van 500 euro tot 100 000 euro per inbreuk.
  § 2. Bovendien komen de expertisekosten verbonden aan de in § 1 bedoelde inbreuken ten laste van de overtreder.
  § 3. De natuurlijke of rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboetes en de kosten waartoe hun organen, bestuurders, leidende en uitvoerende personeelsleden, aangestelden en lasthebbers worden veroordeeld.
Art. 53. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> § 1er. Lors de la constatation d'infractions à la présente loi ou a ses arrêtés d'exécution, une amende administrative de 500 euros à 100 000 euros par infraction peut être infligée à l'auteur de l'infraction.
  § 2. En outre, les frais d'expertise en rapport avec les infractions visées au § 1er sont mis à charge de l'auteur de l'infraction.
  § 3. Les personnes physiques ou morales sont civilement responsables du paiement des amendes administratives et des frais auxquels leurs organes, leurs administrateurs, les membres de leur personnel dirigeant et d'exécution, leurs préposés et leurs mandataires sont condamnés.
Art. 54. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De bij artikel 49 bestrafte feiten worden door [1 de in artikel 9 bedoelde personeelsleden]1 in een proces-verbaal vastgesteld.
  Het origineel van het proces-verbaal wordt aan de procureur des Konings verstuurd.
  Een afschrift van het proces-verbaal wordt tegelijkertijd verstuurd aan de in artikel 56 aangeduide persoon.
  
Art. 54. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Les faits sanctionnés par l'article 49 sont constatés dans un procès-verbal par [1 les membres du personnel visés à l'article 9]1.
  L'original du procès-verbal est envoyé au procureur du Roi.
  Une copie du procès-verbal est dans le même temps envoyée à la personne désignée à l'article 56.
  
Art. 55. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De procureur des Konings beschikt over een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om de in artikel 56 bedoelde persoon erover in te lichten dat er een strafrechtelijke vervolging is ingeleid.
  De in artikel 56 bedoelde persoon kan op basis van artikel 53 geen administratieve geldboete opleggen vóór de termijn van zes maanden verstreken is, behalve indien de procureur des Konings daarvóór meedeelt dat hij het feit geen verder gevolg geeft.
  In het geval de procureur des Konings verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of van strafvervolging afziet, kan de in artikel 56 bedoelde persoon beslissen de administratieve procedure in te zetten.
Art. 55. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Le procureur du Roi dispose d'un délai de six mois à compter du jour de la réception du procès-verbal pour informer la personne visée à l'article 56 que des poursuites pénales ont été engagées.
  La personne visée à l'article 56 ne peut infliger d'amende administrative sur la base de l'article 53 avant l'échéance du délai de six mois, sauf communication préalable par le procureur du Roi que celui-ci ne souhaite pas réserver de suite au fait.
  Dans le cas où le procureur du Roi omet de notifier sa décision dans le délai fixé ou renonce à intenter des poursuites pénales, la personne visée à l'article 56 peut décider d'entamer la procédure administrative.
Art. 56. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De administratieve geldboete wordt door de door de Koning aangeduide persoon opgelegd.
  De Koning bepaalt de procedureregels, met inbegrip van de uitoefening van de rechten van de verdediging.
Art. 56. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> L'amende administrative est imposée par la personne désignée par le Roi.
  Le Roi détermine les règles de procédure, en ce compris l'exercice des droits de la défense.
Art. 57. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> § 1. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete wordt gemotiveerd. Het bedrag van de administratieve geldboete en de bepalingen van artikel 58, derde lid, worden eveneens vermeld.
  § 2. De administratieve geldboete staat in verhouding tot de ernst van de feiten die eraan ten grondslag liggen, en tot een eventuele herhaling.
  § 3. De persoon bedoeld in artikel 56 kan, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, een administratieve geldboete onder de in artikel 53 vermelde minimumbedragen opleggen zonder dat de geldboete evenwel lager mag zijn dan 80 % van het minimum van het in voornoemde artikel bepaald bedrag.
  § 4. De samenloop van meerdere inbreuken kan aanleiding geven tot een enkele administratieve geldboete die in verhouding staat tot de ernst van het geheel van de feiten.
Art. 57. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> § 1er. La décision d'imposer une amende administrative est motivée. Elle mentionne également le montant de l'amende administrative et les dispositions de l'article 58, alinéa 3.
  § 2. L'amende administrative est proportionnelle à la gravité des faits qui la motivent, et en fonction de l'éventuelle récidive.
  § 3. La personne visée à l'article 56 peut, s'il existe des circonstances atténuantes, infliger une amende administrative inférieure au montant minimal visé a l'article 53, sans que l'amende puisse être inferieure à 80 % du minimum du montant visé à l'article précité.
  § 4. Le concours de plusieurs infractions peut donner lieu à une amende administrative unique proportionnelle à la gravité de l'ensemble des faits.
Art. 58. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de overtreder en aan de natuurlijke of rechtspersoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de betaling van de administratieve geldboete.
  De beslissing wordt eveneens ter kennis gebracht aan de procureur des Konings.
  Een verzoek tot betaling van de geldboete, binnen de termijn en volgens de modaliteiten die door de Koning gesteld werden, wordt eraan toegevoegd.
Art. 58. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> La décision est notifiée par lettre recommandée à la poste à l'auteur de l'infraction ainsi qu'à la personne physique ou morale civilement responsable du paiement de l'amende administrative.
  La décision est également notifiée au procureur du Roi.
  Une invitation à acquitter l'amende dans le délai et selon les modalités fixés par le Roi est jointe.
Art. 59. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De overtreder of de natuurlijke of rechtspersoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de betaling van de administratieve geldboete, die de beslissing van de in artikel 56 bedoelde persoon betwist, kan op straffe van verval binnen een termijn van één maand te rekenen van de kennisgeving van de beslissing bij verzoekschrift beroep instellen bij de bevoegde rechtbank.
  In geval van beroep tegen de beslissing van de door de Koning aangeduide persoon kan de bevoegde rechtbank, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, het bedrag van een opgelegde administratieve geldboete verminderen tot een bedrag lager dan het in artikel 53 vermelde minimumbedrag, zonder dat de geldboete evenwel lager mag zijn dan 80 % van het minimum van het in voormeld artikel bepaalde bedrag.
  Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
Art. 59. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> L'auteur de l'infraction ou la personne physique ou morale civilement responsable du paiement de l'amende administrative qui conteste la décision de la personne visée à l'article 56 peut interjeter appel par voie de requête auprès du tribunal compétent dans un délai d'un mois à compter de la notification de la décision, à peine de dechéance.
  En cas de recours contre la décision de la personne désignée par le Roi, le tribunal competent peut, s'il existe des circonstances atténuantes, diminuer le montant d'une amende administrative infligée sous le montant minimal visé à l'article 53, sans que l'amende puisse être inférieure à 80 % du minimum du montant visé à l'article précité.
  Ce recours suspend l'exécution de la décision.
Art. 60. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Als de overtreder of de burgerlijk aansprakelijke persoon in gebreke blijft de administratieve geldboete te betalen binnen de vastgestelde termijn en als de in artikel 59 bepaalde beroepsmogelijkheid uitgeput is, is de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen rechtstreeks uitvoerbaar en kan de in artikel 56 bedoelde persoon een dwangbevel uitvaardigen overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning.
Art. 60. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Lorsque l'auteur de l'infraction ou la personne civilement responsable reste en défaut de payer l'amende administrative dans le délai imparti et que la possibilité d'appel fixée à l'article 59 est épuisée, la décision d'infliger une amende administrative a force exécutoire et la personne visée à l'article 56 peut lancer une contrainte selon les modalités fixées par le Roi.
Art. 61. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De in artikel 56 bedoelde persoon kan geen administratieve geldboete opleggen als de termijn van één jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de feiten vastgesteld worden, verstreken is.
  De betaling overeenkomstig de administratieve procedure dooft eveneens de mogelijkheid om een strafrechtelijke vervolging in te zetten voor de bedoelde feiten.
Art. 61. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> La personne visée à l'article 56 ne peut imposer d'amende administrative à l'échéance d'un délai d'un an, à compter du jour où le fait est constaté.
  Le paiement selon la procédure administrative éteint également la possibilité d'engager des poursuites pénales pour les faits visés.
Onderafdeling II. - Administratieve vereenvoudigde procedure.
Sous-section II. - Procédure administrative simplifiée.
Art. 62. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> § 1. Bij de vaststelling van één of meerdere door de Koning bepaalde inbreuken kan, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt en met instemming van de overtreder, een administratieve geldboete van een bedrag van 125 euro tot 500 euro per inbreuk geïnd worden overeenkomstig de vereenvoudigde procedure.
  De betaling van de administratieve geldboete binnen de door de Koning vooropgestelde termijn impliceert de instemming van de overtreder met de toepassing van de vereenvoudigde procedure.
  Het bedrag van de geldboete voor elke inbreuk die door de Koning bepaald wordt, en de inningsmodaliteiten worden door de Koning vastgelegd.
  De vereenvoudigde procedure kan door [1 de in artikel 9 bedoelde personeelsleden]1 voorgesteld worden.
  § 2. De natuurlijke of rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboetes die aan hun organen, bestuurders, leidende en uitvoerende personeelsleden, ondergeschikten en lasthebbers worden voorgesteld en dit overeenkomstig de vereenvoudigde procedure.
  
Art. 62. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> § 1er. Lors de la constatation d'une ou plusieurs des infractions déterminées par le Roi, il peut, si le fait n'a pas causé de dommage a autrui et moyennant l'accord de l'auteur de l'infraction, être perçu une amende administrative, d'un montant de 125 euros à 500 euros par infraction, selon la procédure simplifiée.
  Le paiement de l'amende administrative dans le délai déterminé par le Roi marque l'accord de l'auteur de l'infraction sur l'application de la procédure simplifiee.
  Le montant de l'amende relatif à chaque infraction déterminée par le Roi ainsi que les modalités de perception sont fixés par le Roi.
  La procédure simplifiée peut être proposée par [1 les membres du personnel visés à l'article 9]1.
  § 2. Les personnes physiques ou morales sont civilement responsables du paiement des amendes administratives proposées selon la procédure simplifiée à leurs organes, leurs administrateurs, leurs membres du personnel dirigeant et d'exécution, leurs préposés et mandataires.
  
Art. 63. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De betaling overeenkomstig de vereenvoudigde procedure ontneemt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen aan de overtreder voor de bedoelde feiten overeenkomstig de administratieve procedure zoals bepaald in de artikelen 53 tot 61.
Art. 63. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Le paiement selon la procédure simplifiée éteint la possibilité d'infliger à l'auteur de l'infraction une amende administrative pour les faits visés sur la base de la procédure administrative fixée aux articles 53 à 61.
Art. 64. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De betaling overeenkomstig de vereenvoudigde procedure dooft eveneens de mogelijkheid om een strafrechtelijke vervolging in te zetten voor de bedoelde feiten.
Art. 64. <L 2005-07-20/41, art. 13, 012; En vigueur : 03-02-2008> Le paiement selon la procédure simplifiée éteint également la possibilité d'engager des poursuites pénales pour les faits visés.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Art. 65. (oud art. 51) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Artikel 10, tweede lid, van de wet van 20 juli 1978 betreffende bijzondere bepalingen om het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied, in uitvoering van het Internationaal Akkoord van 5 april 1973 ter uitvoering van de §§ 1 en 4 van artikel III van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  " Ambtenaren van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle opgericht door de wet van 15 april 1994, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hebben het recht de inspecteurs te vergezellen tijdens hun inspectieopdrachten bedoeld in deze wet. "
Art. 65. (ancien art. 51) <L 2005-07-20/41, art. 14, 012; En vigueur : 03-02-2008> L'article 10 alinéa 2 de la loi du 20 juillet 1978 établissant des dispositions propres à permettre à l'Agence internationale de l'énergie atomique d'effectuer des activités d'inspection et de vérification sur le territoire belge en exécution de l'Accord international du 5 avril 1973 pris en exécution des §§ 1er et 4 de l'article III du Traité du 1er juillet 1968 sur la non-prolifération des armes nucléaire est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Des agents de l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, créée par la loi du 15 avril 1994, revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire, ont le droit d'accompagner les inspecteurs pendant les activités d'inspection visées dans la présente loi. "
Art. 66. (oud art. 52) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, gewijzigd door de wetten van 29 mei 1963, 3 december 1969, 14 juli 1983, 22 december 1989 en 26 juni 1992 wordt opgeheven.
  De koninklijke besluiten genomen krachtens voormelde wet blijven van toepassing zolang zij niet gewijzigd of opgeheven worden krachtens deze wet.
Art. 66. (ancien art. 52) <L 2005-07-20/41, art. 14, 012; En vigueur : 03-02-2008> La loi du 29 mars 1958 relative à la protection de la population contre les dangers resultant des radiations ionisantes, modifiée par les lois des 29 mai 1963, 3 décembre 1969, 14 juillet 1983, 22 décembre 1989 et 26 juin 1992 est abrogée.
  Les arrêtés royaux pris en vertu de la loi précitee restent d'application tant qu'ils n'ont pas été modifiés ou abrogés en vertu de la presente loi.
Art. 67. [1 De organismen die met toepassing van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, voor onbepaalde duur zijn erkend, verliezen van rechtswege hun erkenning.]1
  
Art. 67. [1 Les organismes agréés pour une durée indéterminée en vertu de la loi du 29 mars 1958 relative à la protection de la population contre les dangers résultant des radiations ionisantes perdent de plein droit leur agrément.]1
  
Art. 68. (oud art. 53) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De Koning kan bestaande wetsbepalingen wijzigen om ze aan te passen aan de bepalingen van deze wet.
Art. 68. (ancien art. 53) <L 2005-07-20/41, art. 14, 012; En vigueur : 03-02-2008> Le Roi peut modifier les dispositions légales existantes pour les adapter aux dispositions de la présente loi.
Art. 69. (oud art. 54) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.
  (NOTA 1 : artikelen 3 en 49 treden op 02-11-1997 in werking wat uitvoer betreft; KB 1997-10-02/36, art. 1. Wat andere aangelegenheden betreft treden ze in werking op 01-09-2001)
  (NOTA 1bis : artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2001, voorzover het betrekking heeft op de uitvoer bij KB 2010-02-08/04, art. 1)
  (NOTA 2 : Inwerkingtreding van artikelen 12, 32 tot 34, 39, 41, 43 tot 47 vastgesteld op 01-01-1998 door KB 1998-03-13/38, art. 1)
  (NOTA 3 : de artikelen 4 tot 11 , 13 tot 30, 31, eerste en derde tot zevende lid, zoals gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, 37 en 50 tot 53 treden in werking op 01-09-2001; KB 2001-07-20/44, art. 1.)
  (NOTA 4 : artikel 35, derde lid, zoals gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, heeft uitwerking met ingang van 14 juni 1999; KB 2001-07-20/44, art. 1.)
Art. 69. (ancien art. 54) <L 2005-07-20/41, art. 14, 012; En vigueur : 03-02-2008> Le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la date de l'entrée en vigueur des dispositions de la présente loi.
  (NOTE 1 : les articles 3 et 49 entrent en vigueur le 02-11-1997 en ce qui concerne l'exportation; AR 1997-10-02/36, art. 1.) (Pour les autres matières, ils entrent en vigueur le 01-09-2001; AR 2001-07-20/44, art. 1.)
  (NOTE 1bis : l'article 3 produit ses effets à partir du 1er septembre 2001, pour autant qu'il concerne l'exportation par AR 2010-02-08/04, art. 1)
  (NOTE 2 : Entrée en vigueur des articles 12, 32 à 34, 39, 41, 43 à 47) fixée le 01-01-1998 par AR 1998-03-13/38, art. 1)
  (NOTE 3 : les articles 4 à 11, 13 à 30, 31, alinéas 1er et 3 à 7, modifiés par la loi du 15 janvier 1999, 37 et 50 à 53, entrent en vigueur le 01-09-2001; AR 2001-07-20/44, art. 1.)
  (NOTE 4 : l'article 35, alinéa 3, produit ses effets le 14-06-1999; AR 2001-07-20/44, art. 1.)
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1 Bijlage. TABEL : CATEGORIEEN VAN KERNMATERIAAL.
Art. N. [1 Annexe. TABLEAU : CATEGORIES DE MATIERES NUCLEAIRES
MateriaalCategorie
   IIIIII (c)
1.Plutonium (a)Niet-bestraald (b)2 kg of meerMinder dan 2 kg, maar meer dan 500 g500 g of minder, maar meer dan 15 g
2.Uranium-235.Niet-bestraald (b)   
  - uranium, verrijkt tot 20 % 235U of meer5 kg of meerMinder dan 5 kg maar meer dan 1 kg1 kg of minder, maar meer dan 15 g
  
  - uranium, verrijkt tot 10% of meer, maar minder dan 20 % 235U-10 kg of meerMinder dan 10 kg, maar meer dan 1 kg
  
  - uranium, verrijkt tot minder dan 10 % 235U--10 kg of meer
  
3.Uranium-233.Niet-bestraald (b)2 kg of meerMinder dan 2 kg, maar meer dan 500 g.500 g of minder, maar meer dan 15 g.
  
4.Bestraalde splijtstof  Verarmd of natuurlijk uranium, thorium of laagverrijkte splijtstof (gehalte aan splijtbare materie lager dan 10 %) (d tot f )
MateriaalCategorieIIIIII (c)1.Plutonium (a)Niet-bestraald (b)2 kg of meerMinder dan 2 kg, maar meer dan 500 g500 g of minder, maar meer dan 15 g2.Uranium-235.Niet-bestraald (b)- uranium, verrijkt tot 20 % 235U of meer5 kg of meerMinder dan 5 kg maar meer dan 1 kg1 kg of minder, maar meer dan 15 g
- uranium, verrijkt tot 10% of meer, maar minder dan 20 % 235U-10 kg of meerMinder dan 10 kg, maar meer dan 1 kg
- uranium, verrijkt tot minder dan 10 % 235U--10 kg of meer
3.Uranium-233.Niet-bestraald (b)2 kg of meerMinder dan 2 kg, maar meer dan 500 g.500 g of minder, maar meer dan 15 g.
4.Bestraalde splijtstofVerarmd of natuurlijk uranium, thorium of laagverrijkte splijtstof (gehalte aan splijtbare materie lager dan 10 %) (d tot f )
MatièreCatégorie
   IIIIII (c)
1.Plutonium (a)Non irradié (b)2 kg ou plusMoins de 2 kg, mais plus de 500 g500 g ou moins, mais plus de 15 g
2.Uranium 235.Non irradié (b)  
  
  - uranium enrichi à 20 % ou plus en 235U5 kg ou plusMoins de 5 kg mais plus de 1 kg1 kg ou moins mais plus de 15 g
  
  - uranium enrichi à 10 % ou plus, mais à moins de 20 %, en 235U-10 kg ou plusMoins de 10 kg mais plus de 1 kg
  
  - uranium enrichi à moins de 10 % en 235U--10 kg ou plus
  
3.Uranium 233.Non irradié (b)2 kg ou plus.Moins de 2 kg, mais plus de 500 g.500 g ou moins, mais plus de 15 g.
  
4.Combustible irradié.  Uranium appauvri ou naturel, thorium ou combustible faiblement enrichi (teneur en matières fissiles inférieure à 10 %) (d à f)
MatièreCatégorieIIIIII (c)1.Plutonium (a)Non irradié (b)2 kg ou plusMoins de 2 kg, mais plus de 500 g500 g ou moins, mais plus de 15 g2.Uranium 235.Non irradié (b)
- uranium enrichi à 20 % ou plus en 235U5 kg ou plusMoins de 5 kg mais plus de 1 kg1 kg ou moins mais plus de 15 g
- uranium enrichi à 10 % ou plus, mais à moins de 20 %, en 235U-10 kg ou plusMoins de 10 kg mais plus de 1 kg
- uranium enrichi à moins de 10 % en 235U--10 kg ou plus
3.Uranium 233.Non irradié (b)2 kg ou plus.Moins de 2 kg, mais plus de 500 g.500 g ou moins, mais plus de 15 g.
4.Combustible irradié.Uranium appauvri ou naturel, thorium ou combustible faiblement enrichi (teneur en matières fissiles inférieure à 10 %) (d à f)
   a) Alle plutonium, uitgezonderd dit waarvan de isotopenconcentratie in plutonium-238 80 % overschrijdt.
   b) Niet bestraald materiaal in een reactor of materiaal bestraald in een reactor, maar met een stralingsniveau gelijk aan of minder dan 1 Gy/u. op één meter afstand, onafgeschermd.
   c) De hoeveelheden die niet onder categorie III vallen en natuurlijk uranium, verarmd uranium en thorium moeten beveiligd worden overeenkomstig de gebruiken die van toepassing zijn bij voorzichtig beheer.
   d) De andere splijtstoffen die, uit hoofde van hun oorspronkelijk gehalte aan splijtbare materie, vóór bestraling, in categorie I of in categorie II ondergebracht worden, mogen bij de onmiddellijk lager gelegen categorie worden ingedeeld indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd.
   e) De bestraalde splijtstof die in kleine hoeveelheden aanwezig is, kan in categorie III worden ondergebracht en dit zowel voor het vervoer als voor het gebruik en de opslag ervan, indien geacht wordt dat deze minder dan 2 kilo plutonium bevat of minder dan 5 kilo hoogverrijkt uranium en indien de stralingsintensiteit 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd.
   f) Onverminderd de uitzondering vermeld in e), worden de splijtstoffen, die uit hoofde van hun oorspronkelijk gehalte aan splijtbare materie, vóór bestraling, in categorie II of in categorie III worden ondergebracht, na bestraling, in categorie II ondergebracht, indien ze nationaal of internationaal worden vervoerd en indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd. Ze worden in categorie III ondergebracht, indien ze worden gebruikt of opgeslagen en indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd.]1
  
   a) Tout le plutonium sauf s'il a une concentration isotopique dépassant 80 % en plutonium 238.
   b) Matières non irradiées dans un réacteur ou matières irradiées dans un réacteur mais ayant une intensité de rayonnement égale ou inférieure à 1 Gy/h à un mètre de distance sans écran.
   c) Les quantités qui n'entrent pas dans la catégorie III et l'uranium naturel, l'uranium appauvri et le thorium doivent être protégés conformément à des pratiques de gestion prudente.
   d) Les autres combustibles qui en vertu de leur teneur originelle en matières fissiles sont classés dans la catégorie I ou dans la catégorie II avant irradiation peuvent entrer dans la catégorie directement inférieure si l'intensité du rayonnement du combustible dépasse 1 Gy/h à un mètre de distance sans écran.
   e) Le combustible irradié, présent en petites quantités, peut être inclus dans la catégorie III tant pour le transport que pour l'utilisation et l'entreposage si, il est estimé contenir moins de 2 kilos de plutonium ou moins de 5 kilos d'uranium hautement enrichi et si l'intensité de rayonnement dépasse 1 Gy/h à un mètre de distance sans écran.
   f) Sans préjudice de l'exception prévue en e), les combustibles qui en vertu de leur teneur originelle en matières fissiles sont classées dans la catégorie II ou dans la catégorie III avant irradiation entrent, après irradiation, dans la catégorie II si ils sont en cours de transport national ou international et si l'intensité du rayonnement du combustible dépasse 1 Gy/h à un mètre de distance sans écran. Ils entrent dans la catégorie III si, ils sont en cours d'utilisation ou d'entreposage et si l'intensité du rayonnement du combustible dépasse 1 Gy/h à un mètre de distance sans écran.]1