Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 MAART 1969. _ Koninklijk besluit houdende uitbreiding van zekere bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, tot het vervoer door middel van leidingen van zuurstof in gasvormige toestand.
Titre
14 MARS 1968. _ Arrêté royal portant extension de certaines dispositions de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, au transport par canalisations d'oxygène gazeux.
Dokumentinformationen
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Onverminderd de bestaande bijzondere wetgeving, worden bij onderhavig besluit de bepalingen van artikel 2, 2°, alsook van de hoofdstukken III, IV, V, VI en VII van de wet van 13 april 1965, betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, met uitsluiting van de bepalingen inzonderheid slaande op de vergunningen, uitgebreid tot zuurstof in gasvormige toestand.
Article 1. Sans préjudice des législations particulières existantes, les dispositions reprises à l'article 2, 2°, ainsi qu'aux chapitres III, IV, V, VI et VII de la loi du 12 avril 1965, relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, à l'exclusion des dispositions visant spécialement les concessions, sont étendues par le présent arrêté à l'oxygène gazeux.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :a) Vervoer : de werkzaamheid die tot doel heeft zuurstof in gasvormige toestand door middel van leidingen, van de ene plaats naar de andere over te brengen;b) Vervoerinstallaties : de leidingen, de opslagmiddelen, de gebouwen, de machines en, in het algemeen, alle toestellen die nodig zijn om zuurstof in gasvormige toestand te vervoeren.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :a) Transport : l'activité ayant pour objet le transport d'oxygène gazeux d'un endroit à un autre par la voie de canalisations;b) Installations de transport : les canalisations, moyens de stockage, bâtiments, machines et, d'une manière générale, tous appareils nécessaires au transport d'oxygène gazeux.
Art. 3. Worden van toepassing verklaard op het vervoer, bedoeld in dit besluit en binnen de grenzen bepaald door zijn artikel 1 :a) het koninklijk besluit van 11 maart 1966 tot uitvoering van artikel 22 der wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 3 april 1968, met dien verstande dat de woorden "binnen een termijn van drie jaar", welke voorkomen in artikel één van het koninklijk besluit van 3 april 1968, vervangen worden door de woorden "binnen een termijn van vier jaar";b) het koninklijk besluit van 11 maart 1966 betreffende het toekennen van toelatingen voor gasvervoer door middel van leidingen;c) het koninklijk besluit van 11 maart 1966 tot verklaring van openbaar nut voor het oprichten van gasvervoerinstallaties;d) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot heffing van retributies voor de bezetting van het openbaar of privaat domein van de Staat, de provinciën of de gemeenten door installaties voor gasvervoer door middel van leidingen;e) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot vaststelling van de regelen voor aanstelling van bedienden der houders van een gasvervoervergunning of -toelating, die belast zijn met het opsporen en vaststellen van overtredingen bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;f) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de strafbepalingen welke toepasselijk zijn in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;g) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de spoedprocedure in geval van toepassing van artikel 2, 2°, f, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;h) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de schaal der minimumuitkeringen aan private personen verschuldigd wegens de bezetting van hun domein door gasvervoerinstallaties;i) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 tot wijziging van de ligging of het tracé van een gasvervoerinstallatie ter uitvoering van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;j) het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de aankoopprocedure van een privaat erf, dat met erfdienstbaarheid is bezwaard ten voordele van een houder van een gasvervoervergunning of -toelating.
Art. 3. Sont applicables aux transports visés par le présent arrêté et dans les limites fixées dans son article 1er :a) l'arrêté royal du 11 mars 1966, portant exécution de l'article 22, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, modifié par l'arrêté royal du 3 avril 1968, étant entendu que les mots "dans un délai de trois ans", figurant à l'article 1er de l'arrêté royal du 3 avril 1968, sont remplacés par "dans un délai de quatre ans";b) l'arrêté royal du 11 mars 1966 relatif à l'octroi des permissions de transport de gaz par canalisations;c) l'arrêté royal du 11 mars 1966 relatif à la déclaration d'utilité publique pour l'établissement d'installations de transport de gaz;d) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la perception des redevances pour l'occupation du domaine public ou privé de l'Etat, des provinces et des communes par les installations de transport de gaz par canalisations;e) l'arrêté royal du 15 mars 1966, déterminant les règles régissant la désignation d'agents des titulaires d'une concession ou d'une permission de transport de gaz, chargés de rechercher et de constater certaines infractions prévues par la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;f) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif aux clauses pénales applicables dans le cas d'inexécution des engagements pris en matière de transport de gaz;g) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la procédure d'urgence à suivre en cas d'application de l'article 2, 2°, f, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;h) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif aux redevances minimales dues à des personnes privées pour l'occupation de leur domaine par les installations de transport de gaz;i) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la modification de l'implantation ou du tracé d'une installation de transport de gaz en exécution de la loi du 12 avril 1965 relatif au transport de produits gazeux et autres par canalisations;j) l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif à la procédure d'achat d'un fonds grevé d'une servitude au bénéfice d'un titulaire de concession ou de permission de transport de gaz.
Art. 4. Overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van de wet van 12 april 1965 bepaalt de Koning de bijzondere voorschriften die moeten worden in acht genomen en de specifieke veiligheidsmaatregelen die moeten worden genomen bij de oprichting en bij de exploitatie van de vervoerinstallaties van zuurstof in gasvormige toestand.
Art. 4. Conformément aux articles 16 et 17 de la loi du 12 avril 1965, le Roi détermine les prescriptions particulières à observer et les mesures de sécurité spécifiques à prendre lors de l'établissement et dans l'exploitation des installations de transport d'oxygène gazeux.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Verkeerswezen zijn, elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Notre Ministre des Affaires économiques et Notre Ministre des Communications sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.